-Bloedmeel Bevat minimaal 13 % stikstof die snel werkt. Bloedmeel vormt een belangrijke voedingsbron bij elke teelt. Naast stikstof is bloedmeel tevens rijk aan organische verbindingen. Dit komt zowel de opbrengst als de kwaliteit ten goede. Bloedmeel kent voornamelijk toepassing bij bladgewassen (sla), radijs, koolgewassen, tomaat, druiven, ...
-hoornmeel Osmo hoornmeel (13% stikstof) vormt een belangrijke voedingsbron voor elke teelt en elk gewas. Deze stikstofbron met lang- en aanhoudende werking is afkomstig van gemalen hoeven en horens. Hoornmeel bevat stikstof en is rijk aan organische verbindingen die de groei verbeteren. Osmo hoornmeel is de aangewezen meststof voor bladgroenten en teelten die over een lange periode stikstof nuttigen (buxus, gazon, ...). Osmo hoornmeel is het gehele seizoen door toepasbaar en werkt 6-8 maanden.
-Beendermeel Beendermeel is een meststof die de ontwikkeling van de jonge wortels bij kiemplantjes stimuleert. Wordt tevens aangeraden bij de jaarlijkse bemesting van de groenten- en fruittuin. Het product wordt toegepast bij wortel- en vruchtvormende gewassen (worteltjes, ...).
-Kippenmest Osmo kippenmest is een organische bodemverbeteraar, afkomstig van gedroogde mest van kippen. Osmo kippenmest bevat een hoog gehalte aan organisch materiaal daar ervoor zorgt dat de bodemstructuur in goede conditie blijft. Het inwerken van Osmo kippenmest in de bodem rijkt deze aan met humus en maakt deze luchtig en gemakkelijk bewerkbaar. Osmo kippenmest is droog, kruimelvormig en vrij van ziekten en onkruidzaden. Een milieuvriendelijk product.
-Koemest Organisch grondverbeteringsmiddel. Osmo koemest verhoogt het humusgehalte van de bodem. Algemeen gebruikt bij de aanleg van siertuinen of groentenpercelen. Osmo koemest is stofvrij en beschikbaar in korrel of kruimel. Men werkt Osmo koemest best oppervlakkig in vooraleer de zaai- of plantactiviteiten te beginnen.
Stikstof- en fosfaatrijke mest gebaseerd op natuurlijke grondstoffen, die geleidelijk gedurende een lange periode voedingsstoffen vrijgeeft aan de planten. Geschikt voor zowel de moestuin (zeer geschikt voor peulvruchten (erwten, bonen)!) als de siertuin. Zorgt voor een vlotte knopvorming, veel bloemen, veel (peul)vruchten en stevige wortels.
- Asef Bloedmeel
Stikstofrijke mest gebaseerd op natuurlijke grondstoffen, die geleidelijk gedurende een lange periode voedingsstoffen vrijgeeft aan de planten. Universele toepassing, geschikt voor de moestuin, de siertuin, voor druiven en op de composthoop. Bevat een hoog gehalte aan organische stof dat de biologische activiteit in de bodem (werking van de micro-organismen) verhoogt en de bodemstructuur verbetert. Beide resulteren in een hogere bodemvruchtbaarheid.
- Asef Fosfaatmest
Asef Fosfaatmest bevordert de wortelvorming, geeft meer vruchten, verbetert de bloemvorming. Is toepasbaar in sier-, moestuin en gazon.
- Asef Kalimest
In de plant speelt kalium een belangrijke rol bij het transport en de opbouw van koolhydraten. Een goede kalivoorziening zorgt voor stevige goed ontwikkelde planten. Asef Kalimest (patentkali) verzekert een economisch gebruik van water door de plantenweefsels, waardoor de plant beter bestand is tegen droogte. Bovendien bevat Asef Kalimest extra magnesium, dat nodig is voor de opbouw van het bladgroen. Asef Kalimest is chloorarm.
- Asef Kalk
Asef Kalk verhoogt de pH en voorkomt zo dat de grond te zuur wordt. Gelijktijdig vult Asef Kalk de magnesiumhoeveelheid in de bodem aan. Bovendien verbetert Asef Kalk de structuur van de bodem. Het product zorgt voor een optimale werking van de toegediende meststoffen en het maakt voedingsreserves in de bodem vrij.
- Asef Kalkstikstof
Asef Kalkstikstof heeft door het hoge gehalte aan kalk een gunstige werking op de bodem: het voorkomt bodemverzuring. De meststof bevat langwerkende stikstof, die uitspoeling voorkomt.
- Asef Magnesiummest
Voor een goede gewasontwikkeling heeft de plant naast de bekende hoofdvoedingselementen stikstof (N), fosfaat (P) en kali (K) ook magnesium nodig. Magnesium (Mg) is een belangrijk element voor de vorming van bladgroen. Een tekort aan magnesium leidt tot onregelmatig vergeelde bladeren waarbij de nerven groen blijven. Magnesium tekort komt regelmatig voor bij coniferen en naaldbomen. Dit uit zich door bruinverkleuring van de naalden. Dit treedt op van buiten naar binnen. Uiteindelijk vallen de naalden af.
- Asef Stikstofmest
Asef Stikstofmest (kalkammonsalpeter) zorgt voor de groei van de groene delen van het gewas zoals bladeren en stengels. De extra magnesium zorgt voor een diepgroene kleur van het gewas.
Krokus is één van de vroegstbloeiende bloembollen, er zijn echter ook soorten die in het najaar bloeien. De bloemkleur is zeer verschillend en uiteenlopend. Krokussen hebben vrij kleine knollen en deze zijn zeer gevoelig voor uitdrogen. De knollen moeten dan ook zo vlug mogelijk na aankoop de grond in. Veel soorten zijn geschikt voor verwildering. De bloemen openen zich pas als de zon schijnt. Krokus lijkt sterk op Colchicum. Het onderscheid zit in het aantal meeldraden. De krokus heeft er drie, terwijl de Colchicum er zes heeft.
Voor het mooiste effect worden ze in grote aantallen aangeplant. Combineer ze met vaste planten of bodembedekkers.
Hagen die behagen en coniferen voor leuke sferen. Hagen zetten de architecturale lijnen in bladgroen uit. Ze breken de wind en zorgen zo voor een aangenaam microklimaat waarin planten en tuinbezitters zich goed voelen. Ze weren inkijk en zorgen voor privacy. Hagen delen de tuin op in kamers, elk met hun eigen sfeer. Bovendien zijn ze een mooie, natuurlijke achtergrond voor borders en zijn ze pleisterplaats van tal van vogels en nuttige insecten.
Kies uw haagplanten met zorg uit. Koop haagplanten met gezonde wortels die niet zijn uitgedroogd. Plant ze vooral niet te dicht op elkaar. Vier tot vijf planten per strekkende meter is het absolute maximum. De planten en de wortels moeten zich immers krachtig kunnen ontwikkelen.
Goed begonnen is half gewonnen, met dit spreekwoord kunnen we de kwaliteiten van DCM VIVIMUS® vergelijken. Planten nemen hun voedingsstoffen op via de wortels. Een bodem met voldoende humus en een goede water luchtverhouding zorgt doorgaans voor een losse, luchtige structuur waarin de plantwortels zich optimaal in kunnen ontwikkelen. Een aanplanting kan slechts slagen wanneer de wortels van alle planten snel opnieuw aan het groeien slaan zodat de haagplanten zich binnen de kortste keren kunnen verankeren.
Daarom is het van het grootste belang, vooraleer u gaat planten, de bodemstructuur te verbeteren. DCM VIVIMUS® voor Sierheesters, Hagen, Buxus, Bomen en Bloemen is speciaal daarvoor ontwikkeld, zowel voor zware als voor lichte gronden. Wanneer u het aan een plantgat of plantsleuf toevoegt, zal dit bodemverbeterende middel de bodem luchtig en humusrijk maken zodat ook het vocht beter wordt vastgehouden. Dat is belangrijk aangezien de jonge, nog tere wortels naast lucht ook voortdurend voldoende vocht ter beschikking moeten hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen.
DCM VIVIMUS® voor Sierheesters, Hagen, Buxus, Bomen en Bloemen zorgt ervoor dat de wortels van uw haagplanten vlot aanslaan en gemakkelijk de nodige voedingsstoffen opnemen. Kortom uw haagplanten zullen voorbeeldig groeien.
- Tuinieren in februarie - Winterbloeiers 1 - Winterbloeiers 2 - Hamamelis en winterbloeiers - Buxus - Tuinbespreking de groene wintertuin - Zaaikalender voor groenten - Materialen die je nodig hebt voor groenten te zaaien
- De bloemknoppen van hortensia's kunnen gemakkelijk bevriezen. Dek daarom de struiken af met een vliesdoek als stevige vorst wordt verwacht.
- Bij vorstvrij weer snoeien van struiken en bomen.
- Compost open voeren en inspitten. Spitten zorgt ervoor dat de grove kluiten stuk vriezen. Dit zorgt dan voor een betere bodemstructuur en een goede waterdoorlaatbaarheid.
Het gazon Loop nog zo min mogelijk over het grasveld. De ondergrond kan nog bevroren zijn. De dunne laag daarboven kan door het belopen gemakkelijk verschoven worden en los raken. Hoe fijner het gras, des te voorzichtiger je moet zijn. Als er slechte plekken in het grasveld zitten, kun je die beter nu nog niet herstellen, maar er nog even mee wachten tot maart.
Klimop snoeien Klimop laat in de zomer zijn oude bladeren afvallen. Daar is weinig tegen te doen behalve bij de tuinliefhebber die nu ingrijpt. Met de haagschaar knip je de klimop kort in waardoor hij compact tegen de schutting of muur aan blijft groeien.
Arboretum Kalmthout is reeds lang gekend om zijn toverhazelaars. Ondertussen ook steeds meer om zijn vele andere winterbloeiers. De fascinatie voor deze planten blijkt uit het succes van de jaarlijks terugkerende Hamamelisfeesten. Feesten die oorspronkelijk de bijzondere verzameling toverhazelaars in de kijker zetten, maar ondertussen uitgroeiden tot een winterfeest voor alle planten die het koudste seizoen opfleuren.
Bijna niemand verwacht in het midden van de winter een tuin vol kleur en geur aan te treffen, en toch! Maak kennis met een onverwacht groot aantal winterbloeiers in de arboretumtuin. De collectie is niet enkel uniek door het grote aantal of de variatie aan winterbloeiers, maar vooral ook door de omvang en de ouderdom van de individuele exemplaren. Bovendien zijn de aanplantingen vaak nieuwe introducties en eigen selecties. Wat dat betreft is het domein een echte proeftuin en een begrip in de botanische wereld. Tot ver buiten onze landsgrenzen is er grote belangstelling voor de unieke collectie.
De collectie winterbloeiende planten is met de jaren enorm uitgebreid en wordt elk jaar opnieuw verder aangevuld. Van Abeliophyllum tot Viburnum, de Hamamelisfeesten zijn een unieke belevenis.
Op zondag nemen de arboretumgidsen u graag mee op een wandeling langs de toverhazelaars en de andere winterbloeiers. Een rondleiding duurt ongeveer 1 uur en is bij uw toegangsticket inbegrepen.
Buxus is heden ten dage niet meer weg te denken in onze tuinen, ook de tuinarchitecten maken er veel gebruik van. Dit heeft hij vooral te danken aan zijn veelzijdigheid o .a .als haagplant, kuip- en terrasplant en natuurlijk ook solitair om in vormen te snoeien. Men gebruikt hiervoor best een buxusschaar.
Welke vijanden heeft buxus:
1. De buxus-spintmijt
Dit zijn microscopisch kleine, bruinrode insecten met in tegenstelling tot andere mijtachtigen vrij grote pootjes, waardoor ze snel bewegen. De oranjekleurige eitjes in spinsel gelegd kan men enkel vinden met een vergrootglas. Deze mijten hebben zuigende en bijtende monddeeltjes. Ze hebben meerdere levensgeneraties per jaar (één generatie leeft drie à vier weken).
2. psylla buxi Naar aanleiding van een reactie op deze pagina heb ik deze buxusvijand toegevoegd. Dit is de reactie:
Ik kweek al jaren buxus en vind dat u bij de buxusvijanden de "psylla buxi" vergeten bent. Deze buxusbladvlo komt bij iedereen en altijd voor. De buxusspintmijt komt eerder zeldzaam voor. Hierdoor denk ik dat velen de buxusspint gaan nemen voor de buxusbladvlo wat zeker niet hetzelfde is en ook de bestrijding is anders. Eric
Het is een 3 tot 5mm grote insecten waarvan de larven(bedekt met een witte, wasachtige laag) jonge scheuten aanprikken en leegzuigen. Vooral in het voorjaar zichtbaar. Schade: lepelvormige, gekrulde topscheuten. Bestrijding: begin april, enkel indien bladvlooien voorkomen met bv Confidor
3. Fysiologische afwijkingen
Wanneer de Buxus niet op de juiste plaats staat kunnen er zich problemen voordoen. Dit kan men voorkomen door de Buxus op een kalkrijke, voedzame bodem te planten, liefst in de halfschaduw. Ook een goede waterhuishouding is noodzakelijk.
Inleiding Deze nostalgische vrijstaande woning die aan een drukke doorgaande weg ligt heeft een onderhoudsvriendelijke tuin met een duidelijke structuur door het gebruik van haagjes en bestrating. In de zomer zorgen de vaste planten voor veel kleur.
Wensen Oorspronkelijk bestond de voortuin voor het merendeel uit gazon met rondom een rand beplanting. In de zijtuin was nog niet zo lang geleden een vijver aangelegd. Deze moest in het nieuwe tuinontwerp opgenomen worden. In de nieuwe tuin wilden de eigenaars geen gazon meer en moest het tuinonderhoud niet te veel tijd kosten.
Resultaat De lijnen van de bestrating zijn zo in het ontwerp verwerkt dat de aanwezige vijver geheel opgenomen is in het nieuwe tuinontwerp.
Op de hoek van de tuin is een cirkel van split gemaakt zodat er een verhard tuingedeelte ontstaan is waar elk seizoen met planten en ornamenten een decoratieve schikking gemaakt kan worden.
- Materialen die je nodig hebt voor groenten te zaaien
Materialen die je nodig hebt voor groenten te zaaien
1. Natuurlijk heb je eerst en vooral zaden nodig. Lees de verpakking goed voor je begint te zaaien.
2. Je hebt ook potten, zaaibakken of een miniserre nodig.
je kan ook turf potten gebruiken, je kan er je planten in zaaien en vervolgens rechtstreeks in de grond stekken. Als je de planten in de turf pot gaat planten dan moet je wel zien dat je de grond goed vochtig houd zodat de pot week kan worden en verteren. Als je dit niet doet dan kan de plant niet goed groeien omdat de wortels niet goed door de pot kunnen dringen.
3. Je hebt natuurlijk ook een goede zaai en stekgrond nodig die fijn en regelmatig is.
Wat valt er allemaal te doen in januari. -Bij goed vorstvrij weer is het ideaal om fruit en andere bladverliezende struiken en bomen aan te planten. Uiteraard ook niet Planten als de grond nog bevroren is. -Dode en zieke takken van struiken en bomen kunnen nu verwijderd worden. -Het is nu de ideale periode om rustig allerlei zaadcatalogi door te kijken en een lijstje te maken van allerlei soorten die je wilt kopen om over enkele maanden te zaaien. -Als je een groentetuin hebt, kun je nu ook mooi de indeling voor het komende groeiseizoen uitdokteren.
Handige tips. Geen zout maar zand: De paden en het terras kan door de vorst gevaarlijk glad zijn. Om de paden begaanbaar te laten blijven haalt men al snel het strooizout boven. Strooizout is slecht voor planten. Als je dat strooit op je terras of pad, komt het al snel tussen de bomen, struiken en in de border terecht. De planten in de border kunnen dan last van het hoge zoutgehalte krijgen. Pas als de planten gaan groeien, wordt het zichtbaar. De groei blijft achter en groen blad wordt geel. Je kunt dan ook veel beter strooizand (gewoon scherp zand of metselzand) gebruiken. Dat werkt net zo goed als zout en het is niet schadelijk voor de planten.
Afhankelijk van de weersomstandigheden kan men in de hobbyserre reeds vroeg planten en zaaien. Een serre biedt heel wat mogeliJkheden en wij zullen onze investering dan ook maximaal proberen te laten renderen. Dit betekent: vroeg beginnen en laat stoppen. Eigenlijk zijn de laatste groenten nog niet volledig geoogst (veldsla, spinazie, weeuwenselder, peterselie, wintersla, andijvie, ... ) of de vroegste worden al gezaaid.
Voorbereiding van de serre
Maak de serre vooraf volledig teeltklaar. Kuis het glas of plastiek zodat het licht maximaal naar binnen kan en ziekten en teeltresten weg zijn. Maak vooraf ook de grond in orde. Neem de bovenlaag (10 cm) weg met een spade of platte schop. Dit laagje bevat opmerkelijk veel zouten, onkruidzaden, teeltresten en ziektekiemen. Deze grondlaag is best te verstrooien tussen de fruit- of sierbomen. Hier kan het als grondverbeteraar dienst doen en de ziektekiemen kunnen er geen schade veroorzaken.
Voorbereiding van de grond
Maak vervolgens de grond goed los en beregen of giet overvloedig zodat de nog aanwezige zouten doorsijpelen naar diepere grondlagen. Zo vormen zij geen hinder meer bij het kiemen van het zaad. Zouten in de grond zijn nu best te merken in gewassen als veldsla. Op zoute plekken blijven de blaadjes klein en donker van kleur. Bij zeer hoge concentratie sterven de plantjes zelfs af.
Wat bemesting betreft, verdient het aanbeveling om niet te veel compost onder te werken op de plaatsen bestemd voor vroege zaaiteelten. Vlak voor het planten van tomaten, paprika, komkommer en meloenen zullen we dan nog een extra gift goed verteerde compost toevoegen.
En wat kunnen we zoal zaaien?
Onder de vroegste groenten die wij in januari al kunnen zaaien, vernoemen we radijzen, wortelen, spinazie, sla, erwten. Ook mogen we de eerstvolgende weken reeds aan planten denken: sla, plantajuin, plantslalot, bieslook, rabarber. Let wel op de aangepaste rassenkeuze te maken.
Opgepast: koning winter is nog niet vertrokken!
Om te voorkomen dat de serretemperatuur bij vriesweer te sterk gaat dalen, kan men bepaalde voorzorgen nemen, zoals het aanbrengen van noppenfolie tegen de wanden, het maken van een mini-serretje, plastiektent of bak binnen de serre. Een warmtebron (en dan vooral bodemwarmte) schept nog meer mogelijkheden en dus groeikansen. Men kan de bodem verwarmen door het aanbrengen van bodemverwarmingskabels of van warmtematten. Bodemverwarmingskabels vallen het goedkoopst uit. Voor een paar duizend frank aan materiaal kan men reeds enkele vierkante meter verwarmen. Het verbruik is vrij beperkt en het resultaat goed.
Men kan ook gebruik maken van petroleum- of gaskachels die een hoog rendement geven en een zuivere verbranding.
Zorg er steeds voor dat er naast warmte ook een maximum aan licht aanwezig is in de winter. Maak glas of plastiek van de serre goed helder door overvloedig afwassen met zuiver water. licht is immers een beperkende factor in de winterperiode. Bij te weinig licht gaan de plantjes te week opgroeien.
Voor een betere opkomst zal men in deze periode de zaden laten voorkiemen. Dit geldt vooral voor spinazie, erwten, radijzen en wortelen.
En buiten de serre?
Ook in de vollegrond kan men reeds bij open weder aan de slag, bv. voor spinazie. Hiervoor moet men wel over een perceeltje beschikken waar vroeg op te telen valt, ttz. een stukje grond dat liefst wat beschut gelegen is en waar de grond zeer goed in orde is wat betreft structuur, bemesting en (vooral) vochtigheid. Het koude neerslagwater is immers de grote vijand van kiemende gewassen en teelten. Wij moeten het zo snel mogelijk trachten af te voeren en zelfs zoveel mogelijk trachten te beletten dat het langdurig met de jonge plantjes in aanraking komt en ziekten in de hand werkt. Een goede methode bestaat erin om het perceel waarop men de vroegste gewassen wenst te zaaien of te planten, reeds enige tijd vooraf af te dekken met een dichte kunststof-folie, zodat het water ter plaatse niet in de grond dringt. Deze folie kan nuttig zijn tot bij de opkomst. Daarna dekt men enkel af met gaatjesfolie of vliesdoek. En nu maar hopen dat de weergoden ons wat gunstig gezind zullen zijn.
Bekijk die mooie appelboom, perenboom of kers waar u de afgelopen zomer zo heerlijk onder zat, maar eens goed. Hij verdient die extra aandacht want u moet 'm gaan snoeien. Volgt u onze raadgevingen op dan bent u volgend jaar in het bezit van een gezonde fruitboom die een rijke oogst oplevert.
Onmisbare snoeimaterialen
Snoeischaar. Mooie gladde snijwonden voorkomen het binnendringen van ziektes (waarvoor fruitbomen gevoelig zijn): werk dus altijd met een scherp geslepen snoeischaar.
Snoeizaag. De (eveneens scherpe) snoeizaag is nodig voor de dikkere takken.
Ladder. Gebruik bij het snoeien van hoge fruitbomen een stevige (veilige!) ladder of trap.
Geef appelbomen en perelaars vijf hoofdtakken
Houdt in de loop der tijd vijf hoofdtakken (gesteltakken) aan, die op diverse hoogten van de stam beginnen en in verschillende richtingen wijzen. Indien nodig, de takken naar beneden buigen en vastzetten met touwen of band (dat u na een jaar weer kunt weghalen). Snoei de zijtakken ieder jaar tot op de helft terug.
Zomersnoei bij hoog- en halfstam
Om de groei van een kroon te bevorderen, kunt u in de zomer al snoeien. Snoei ¾ van de scheuten terug. De scheuten in het verlengde van de gesteltakken laat u zitten. Buig de takken horizontaal uit en zet ze vast voor bevordering van de knopvorming. Vooral naar binnen groeiende twijgen weghalen. Hoogstammen
Schema soorten boomvormen
Boomvormen bij de fruitboom
spil
ballerina
halfstam
hoogstam
Pruimenboom: maximaal vier gesteltakkenVoor pruimenbomen gelden bijna dezelfde regels als voor de appel en peer. Het verschil is dat de pruim in de zomer wordt gesnoeid en dat u daarbij 3 à 4 gesteltakken moet aanhouden. Zet de takken zo nodig wijder door er een stokje als wig tussen te zetten en ze niet steil naast elkaar gaan groeien. Een pruim heeft om de twee jaar onderhoudssnoei nodig. Haal alleen de steil groeiende takken langs de stam helemaal weg, zodat er een mooie open kroon blijft. Snoei alleen twijgen die de lichtinval belemmeren.
Spilvorm ideaal voor de kersenboom
Een kersenboom groeit uit tot een stevige boom die voor een gemiddelde tuin al snel te groot wordt. Als u echt kersen wilt eten, moet u de boom in spilvorm snoeien. Dit gaat als volgt:
Na het planten niet snoeien.
Houdt de spilvorm op een hoogte van 2,5 à 3 meter.
Snoei de kers in augustus, dan helen de wonden beter.
Houdt 5 of 6 hoofdtakken aan. Verdeel die op de stam op zo'n manier dat de onderste takken ook licht krijgen.
Snoeien van oud naar jong
Ook een oude vruchtboom kunt u verjongen. Zaag de takken die naar binnen groeien (alsmede alle beschadigde en zieke takken) helemaal weg. Het jaar daarop zijn in de winter de gesteltakken aan de beurt. Snoei deze allemaal op ongeveer gelijke lengte. Ontstaan er grote wonden, gebruik dan een wondafdekmiddel. Er zullen veel jonge scheuten ontstaan: die pakt u aan zoals hieronder beschreven.
Onderhoudssnoei bij een volgroeide kroon
Zorg voor een goed evenwicht tussen het aanal vruchttakken en groeitakken. Zorg ook dat de zijtakken op de gesteltakken (die het geraamte van de boom vormen), niet zwaarder worden dan de gesteltakken zelf. Hou het gestel van de boom ook steeds ongeveer even groot.
-Jonge appelbomen (jonger dan 4 jaar) kan men best in het voorjaar (maart/ april) snoeien. Bij vroeg snoeien (december of januari) kan er vorstschade ontstaan.
-Oudere appelbomen kan men snoeien, zodra het blad gevallen is. Meestal is dit vanaf december tot maart. Niet snoeien terwijl het vriest. (Vorstschade is mogelijk).
-Zwakke groeiers (met veel gemengde knoppen) kan men het eerst snoeien (januari). Sterke groeiers (met weinig gemengde knoppen), kan men het laatste snoeien (maart). Vroeg fruitbomen snoeien bevordert de groei. Laat snoeien (april/ mei) remt de groei af.
-Snoei bij voorkeur bij droog weer. Snoeiwonden die lang nat blijven zijn erg vatbaar voor infecties van vruchtboomkanker.
-Snoei bij voorkeur als het niet of slechts weinig vriest. Als het te hard vriest kan het wondweefsel niet goed toegroeien.