-Aaltjes (Nematoden) Microscopisch kleine, ongelede, wormachtige diertjes. Sommige worden gebruikt om plaagdieren zoals naaktslakken te bestrijden.
-Aanaarden Hieronder verstaan we het ophopen van grond aan de voet van een plant. Het gebeurt meestal in het jeugdige stadium bij een plant en heeft meerdere bedoelingen: Het kan steun verlenen aan planten. Het kan de ontwikkeling stimuleren van ondergrondse plantedelen. Beschutting geven tegen de koude. Om bepaalde plantendelen wit te houden. Ook als onkruidbestrijding.
-Aanslaan Het vormen van wortels bij gewassen die men verplant of bij stekken. Men spreekt ook van aanslaan als men jonge plantjes verplant en deze op hun nieuwe standplaats zo snel mogelijk dmv hun wortels aan water kunnen komen, zodat ze niet gaan slap hangen maar snel weer in de groei komen.
-Adventief Dit is een plant die toevallig of door een menselijke ingreep op een plaats is terechtgekomen waar hij niet inheems is. Dus op plaatsen waar ze normaal niet voorkomen.Kan ook slaan op de groei die buiten het normale bouwschema van een plant loopt, vb bijwortels aan een stengel (adventieve wortels).
-Adventieve knop Latente of slapende knop op stengel of wortel, vaak onzichtbaar tot hij tot uitlopen wordt aangezet.
-Adventieve scheut Loot die zich ontwikkelt
op een ongewone plaats, bijvoorbeeld aan de zijkant van een wortel.
-Adventieve wortel
Wortel die zich ontwikkelt op een onverwachte plaats, bijvoorbeeld uit een blad.
-Afleggen Een vermeerderingsmethode waarbij men een tak of stengel van een plant naar de grond buigt (eventueel een insnijding maakt) zodat deze ook wortels kan vormen.Na een tijdje kan men de bewortelde tak of stengel van de moederplant scheiden.Vooral gebruikt bij houtige gewassen of planten.
B -Bladrand De rand van een blad of kroonblad. De kenmerken van een bladrand (gezaagd, getand ) zijn belangrijk bij de determinatie van een plant.
-Bladrozet Groep bladeren die zich verspreiden vanaf een korte stengel.
-Bladschijf Het vlakke gedeelte van een blad.
-Bladsteel De steel waarmee het blad aan een tak of stengel is bevestigd.
-Bloeiwijze De manier waarop bloemen worden gedragen.
-Bloem Het voortplantingsorgaan van de bedektzadige planten. De bloem is wezenlijk voor het determineren van geslacht en soort van de plant. Doorgaans bestaat een bloem uit drie delen: de kelk, de kroon en de voortplantingsorganen (de mannnelijke meeldraden en de vrouwelijke stamper.) Niet alle drie deze delen hoeven aanwezig te zijn in elke bloem.
-Bloembol Korte, afgeplatte onergrondse stengel met vlezige bladeren die voedsel bevatten.
-Bloemknop Knop waaruit zich een bloem en later een vrucht ontwikkelt.
-Bloemsteel Het steeltje van een individuele bloem in een inflorescentie.
-Bloesem Ander woord voor bloem. Vooral gebruikt bij fruitbomen.
-Bol Een (meestal) ondergronds opslagorgaan van voedsel dat bestaat uit gezwollen bladeren die rusten op een gezamenlijke bolschijf en die als de rokken in een ui over elkaar liggen of uit vlezige schubben bestaan zoals bij lelies.De bloeistengel groeit uit het hart van de bol. Bollen groeien gewoonlijk maar niet altijd, ondergronds.
-Bolster Een gewoonlijk stekelig omhulsel van een vrucht of een aantal vruchten.
-Boom Men spreekt van een boom bij een houtig gewas dat gewoonlijk meer dan 4.5m hoog wordt en in elk geval in het eerste jaar geneigd is om een enkele stam te vormen.
Callus Kurkachtig wondweefsel dat door de plant na beschadiging wordt gevormd. Callus groeit vaak vanuit de randen over een wond, die kan ontstaan zijn door verwijdering van een tak of onderaan een stek.
Callusweefsel Beschermend weefsel, met name door houtige gewassen gevormd om wonden te overgroeien.
Cambiumlaag De weefsellaag waar de nieuwe cellen worden gevormd die de omvang van stengel en wortels vergroten.
Capillaire doorlaatbaarheid De uitwisseling van zuurstof, koolstofdioxide, water en zouten enz. tussen het bloed in de capillairen (fijne bloedvaatjes) en de weefsels.
Capillair water Water vastgehouden in de minuscule ruimten tussen bodemdeeltjes of tussen plantencellen.
Celluose Plantenstof die een onderdeel vormt van de structuur van celwanden.
Chemotype Plantenpopulatie binnen een soort, die in bepaalde chemische bestanddelen afwijkt van de rest.
Chlorofyl (bladgroen) Het groene pigment in planten dat licht absorbeert en daarmee energie voor de fotosynthese levert.
Compost Compost Ontstaat door vertering van organisch materiaal zoals balderen, dierlijke mest, grasmaaisel, keukenafval e.d. door bacteriën en schimmels. Wordt gebruikt als bodemverbeteraar en bemesting.
Conifeer Boom of heester, meestal groenblijvend, waarvan de zaden in kegels zitten.
Culitvar Een ander woord is ras, een term die tegenwoordig vaak alleen nog voor cultivars van groenten en fruit wordt gebruikt. Een gewoonlijk uit een doelbewuste kruising ontstane of geselecteerde plantenvariëteit die vermeerderd kan worden met alle middelen die zijn specifieke karakter niet aantasten. De meeste cultivars van houtige of langlevende gewassen zijn afkomstig van een enkele kloon en worden vermeerderd door stekken, delen of enten. Cultivars van éénjarigen, bijvoorbeeld f-1 Hybriden komen vaak via geslachtelijke weg soortecht terug en worden uit zaad vermeerderd.
Hoe moet je een vijver aanleggen? Hoe moet je de vijver onderhouden? Welke vissoorten? Welke producten? Wat voor planten moet er in? Op deze pagina vindt je het hopelijk.
Momenteel worden de pagina's over de vijver verandert
Vijvers zijn en blijven mateloos populair. Daar zijn een aantal redenen voor. Ten eerste gaat er van helder water, gekleurde vissen en waterlelies natuurlijk een grote aantrekkingskracht uit. Bovendien maken moderne kunststofmaterialen het aanleggen van een vijver gemakkelijke en relatief goedkoop. En tenslotte kan er ook in kleine tuinen verantwoord een vijver worden opgenomen.
2.Hoe groot?
In een vijver van minder dan 500 liter kan het milieu niet optimaal biologisch functioneren. In vijvers van 1000 liter of meer kan het natuurlijke evenwicht zich stabieler ontwikkelen.
3.Waar moet de vijver komen?
Kiest u eerst een mooi plekje uit, bijvoorbeeld in de buurt van het terras en als het even kan ook nog zichtbaar vanuit de woonkamer. Belangrijk is wel, dat het wateroppervlak een deel van de dag in de zon ligt. Waterlelies, oeverplanten en zuurstofplanten hebben voor een goede groei namelijk tenminste 6 uur zonlicht per dag nodig. Een plaats onder of in de buurt van loof- en naaldbomen moet u in ieder geval zien te voorkomen.
4.Hoe diep moet u vijver zijn?
Vijvers van 2 tot 5 m² moeten plaatselijk tenminste 60 cm diep zijn. Ligt het oppervlak tussen de 5 en 10 m², dan moet u tot tenminste 80 cm doorgraven, terwijl nog grotere vijvers toch zeker een meter diep moeten zijn. Als u deze richtlijnen aanhoudt, geeft u de vissen voldoende schuilgelegenheid en voorkomt u dat de planten bevriezen.
5.Welke materialen?
Plasticfolie is zeer populair, vooral omdat het relatief goedkoop en ook voor kleinere vijvers geschikt is. De afmetingen van het foliemateriaal bepaalt u aan de hand van het graven en vormgeven van de vijverput. Let er op, dat de taluds onder een hoek van ongeveer 45 graden komen te liggen en dat u bij het moerasgedeelte een diepte van 20 tot 25 cm aanhoudt. Lek stoten van de folie kunt u voorkomen door eerst een aantal lagen oude kranten of turfmolm in de vijverput aan te leggen. Om de rand vast te leggen en de vijver vorm te geven kunt u gebruik maken van een drainagebuis, die in elke gewenste vorm gebogen kan worden voordat u de folie eroverheen spant. Let hierbij wel op, dat de rand zo waterpas mogelijk ligt. Voorgevormde of vaste vijver: een voorgevormde of vaste vijver is een goed alternatief voor de folievijver. Ze zijn in allerlei vormen en maten verkrijgbaar, gaan langer mee en zijn eenvoudiger in te graven, terwijl ze bij een verhuizing probleemloos mee kunnen. Kiest u echter voor een betonnen of gemetselde vijver, dan moet u deze eerst goed uitlogen en enkele keren van schoon water voorzien, voordat u met de definitieve inrichting kunt beginnen.
6.Weg met die kale rand
Gebruik van harde turven, die een ideale voedingsbodem voor veel oeverplanten vormen en daardoor na verloop van tijd geheel begroeid raken. Een nog mooiere oplossing is een zogenaamde begroeiingsmat. Deze milieuvriendelijke matten bevatten een groot aantal tassen, waarin de oeverplanten kunnen worden gepoot. De matten zorgen voor een prachtige natuurlijke overgang van water naar land. Eventueel kunt u de mat afdekken met turf.
De informatie voor deze pagina vond ik op de website van velda.
Voor een siervijver met plantengroei en een natuurlijke evenwicht, komen vissen in aanmerking die het milieu zo weinig mogelijk belasten, geen planten vreten en niet in de bodem woelen. Als sierelement moeten ze kleur bevatten, waardoor ze ook van een afstand in het water zichtbaar zijn. Natuurlijk moeten we ons wel beperken in het aantal vissen dat we in de vijver uitzetten. De praktijk leert dat men geneigd is een - in verhouding tot de waterinhoud - te groot aantal vissen te houden. Hoewel een duidelijke regel niet te geven is, moeten we niet te veel afwijken van 5 cm vislengte per 100 liter water. Dat betekent voor een vijver van 5000 liter inhoud, slechts 6 goudwindes en 6 goudvissen van ca. 20 cm lengte. Het meest geschikt zijn de goudwinde en de goudvis. Daarnaast worden in veel vijvers ook het beekgondeltje, het bittervoorntje, het driestekelige stekelbaarsje en het zonnebaarsje uitgezet.
2.Japanse Koi
De laatste jaren komt er meer en meer interesse voor het houden van kleurkarpers, de zogenaamde Japanse Koi. Het zijn schitterend gekleurde vissen, die onder gunstige omstandigheden uitgroeien tot 70-80 cm lengte en wel 40 jaar oud kunnen worden. De oorspronkelijke vorm van de Koi karper is de Cyprinus Carpio. In China en Japan kweekt men deze vis reeds eeuwenlang voor de consumptie. Sinds de vorige eeuw worden in Japan kleurvariëteiten gekweekt. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat er een stamboom ontstond voor zeer vele kleurvormen. Deze kleurvormen hebben een eigen naam en gereglementeerde kleurpatronen en vormen. De populariteit van Japanse Koi is inmiddels zo toegenomen dat er wereldwijd tentoonstellingen en wedstrijden worden gehouden, waarbij de waarde van sommige exemplaren kan oplopen tot 50.000,00. Momenteel worden ook in Europa Koi Karpers op grote schaal nagekweekt. Jonge vissen zijn relatief goedkoop en zeker aan te bevelen voor de beginnende liefhebber.