Zoon van Rita Mosselmans en Geert Vermeulen, broer van Elisabeth. Het is een voorrecht deel te mogen uitmaken van dit gezin. Mijn ouders zijn namelijk beiden lieve, intelligente en mooie mensen die er in geslaagd zijn een leven op te bouwen waarvoor ik veel respect heb, mijn zus is op dit moment hetzelfde pad aan het bewandelen. Ikzelf ben mijn weg aan het zoeken maar ben stilaan zeker welke richting ik wens uit te gaan.
Mijn zus en ik zijn opgevoed op een erg open manier. Ik kan me niet herinneren wanneer mijn ouders me ooit iets hebben verboden. Zij probeerden enkel om ons te gidsen in de zoektocht die het leven is. Hiervoor probeerden zij duidelijk te maken wat goed voor ons zou zijn, maar kregen we de vrijheid om zo veel mogelijk eigen keuzes te maken. Elisabeth en ik waren als kind twee uitersten, zij maakte van de grote bewegingsruimte die onze ouders voor ons creëerden duchtig gebruik en had vele hobby's, vriend(inn)en, dromen...
Ikzelf was meer introvert en speelde liever thuis met lego, kapla, playmobil of soldaatjes dan die grote boze wereld tegemoet te treden. Thuis voelde ik me veilig, was ik gelukkig. Zo gelukkig zelfs dat mijn vader me zei dat ik niet zo gelukkig mocht zijn, niet omdat hij me dat geluk niet gunde, maar omdat hij dacht te weten dat een leven nooit kan bestaan uit enkel gelukkige dagen. Daarom wilde hij me voorbereiden op de donkere kant van het leven.
Dit nam niet weg dat ik tot mijn 20ste levensjaar eigenlijk nooit zwarte dagen heb gekend. Er werd nog steeds voor me gekookt, de was werd gedaan, school vergde niet al te veel moeite... en mijn persoonlijkheid was geëvolueerd naar die van een zelfzekere jongeman. Ik vulde mijn dagen voornamelijk met documentaires, films en series kijken, sporten, mijn toenmalige vriendin Marie Charlot en wiet roken... alleen of met vrienden.
Een van de vele dingen waar we graag over filosofeerden was de toekomst. Van de wereld, maar ook van onszelf. De conclusie was elke keer weer: er is heel erg veel ruimte voor verbetering... en wij zullen voor verandering zorgen, want we kunnen niet verwachten dat iemand anders het voor ons zal doen. In mijn zoektocht naar spirituele inspiratie las ik in diezelfde periode 'Vrede Aanraken' van de Boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh. Hij probeert de schoonheid van het leven duidelijk te maken en slechte ervaringen of gewoonten als compost te beschouwen, waarop altijd een nieuwe bloem kan groeien.
Deze lessen bleven me bij en ik probeerde ze toe te passen in de dagelijkse werkelijkheid. Dit lukte en ik sloeg erin om enkel in het heden te leven, compleet vrij van zorgen en uitermate bewust van de schoonheid die zich rondom me bevond. Als ik zoek naar een woord om dit te omschrijven kom ik enkel op hemels uit. Doordat mijn bewustzijn bevrijd was van nutteloze gedachten ontstond er als het ware een 'nieuwe Felix'.
In deze nieuwe staat van bewustzijn smolten onzekerheden weg als sneeuw voor de zon en droomde ik overdag. Ik droomde over een wereld waarin de natuur terug ruimte krijgt, waar mensen eindelijk bewust zijn van het feit dat haat destructief is voor diegene die haat en waarin gelijkheid niet langer een streefdoel maar een verworven recht is. Het grote verschil tussen mijn persoonlijkheid in normale toestand en in die van 'groter bewustzijn' zorgde ervoor dat ik zelf argwaan kreeg. Na wat research en een bezoek aan mijn dokter bleek dat ik 'psychotisch' was, dit wil in psychiatrische termen zeggen dat iemand het normale contact met de - door zijn omgeving ervaren- werkelijkheid (gedeeltelijk) verliest.
Dit was in ieder geval van toepassing op mezelf. Deze psychotische ervaringen staan ver af van wat als normaal beschouwt wordt in onze samenleving. Ik werd pas helemaal wakker geschud na een reis in Ghana, waar de natuur nog ruimte had, de zon scheen en de mensen meer open leken te zijn. Toen ons vliegtuig landde merkte ik onmiddellijk dat het tij gekeerd was. De droom waarin ik ondertussen enkele maanden leefde spatte pijnlijk uiteen en de donkerheid van de realiteit omringde me sterker dan ooit tevoren.
Wie dacht ik wel te zijn? Iemand die denkt verandering te kunnen brengen? Hoe zou ik dit denken klaar te spelen? Waarom waande ik mezelf zo speciaal? Wat beteken ik? Een uitermate existentiële crisis met andere woorden. De enige antwoorden die ik vond waren negatief. Ik had nog helemaal niets gepresteerd, had alles al gekregen, nergens voor moeten vechten, van dag tot dag geleefd alsof er geen morgen zou bestaan. Het ontbrak me aan karakter om de vicieuze spiraal om te keren.
Ondertussen ben ik 24 jaar en sta ik nog niet veel verder, maar de zekerheid dat ik mijn leven wil leiden om de toekomst helderder te maken heb ik herwonnen en wil ik nooit meer loslaten. Dit is het relaas van mijn gevecht om toch gehoor te geven aan de droom van een mooiere wereld.