Het zijn weer die weken van het jaar. Die weken waarin het academiejaar net gestart is en de examens slechts verre toekomstmuziek zijn. Een uitgelaten meute banjert zorgeloos door Leuven-centrum, een spoor van slapeloze omwonenden doorheen de stad trekkend. De hedendaagse jeugd mag dan meer communicatiemiddelen dan ooit te zijner beschikking hebben, roepen en tieren blijkt nog altijd de absolute voorkeur te genieten. Van een beetje nachtlawaai ligt niemand wakker - of toch zeker de producenten niet. Het politieverslag van een gemiddelde avond is om duimen en vingers van af te likken. Voor de ogen van de lezer ontrolt zich aan een waanzinnig tempo een aaneenschakeling van dronken taferelen. Met vermelding van leeftijd en woonplaats wordt in geuren en kleuren het va-et-vient van de protagonisten geschetst.
Ik citeer lukraak uit het verslag van afgelopen nacht. Een 25-jarige man uit Ellezelles lag brakend in de Zeelstraat; een 21-jarige student uit Merchtem slapend in een portaal in de Drinkwaterstraat; een 22-jarige studente uit Gent was zo dronken na een fles jenever (sic) dat ze met de ziekenwagen naar de spoeddienst werd gebracht; een 21-jarige uit Aalst werd betrapt toen hij aan een verkeersbord aan het sleuren was; een 35-jarige man uit Houthalen hinderde met zijn gezwalp de bussen. Zo gaat het nog een tijdje door, verschillende verhaallijnen worden met veel oog voor detail in elkaar geweven om ooit, over 5, 10 of misschien wel 20 politieverslagen, samengebracht te worden tot een zinderende climax.
Zoals zo vaak is dit alles maar het topje van de ijsberg. Een plekje aan het slaapkamerraam met zicht op straat en een blocnote, meer heb ik niet nodig om op een uurtje een gelijkaardig verslag te pennen, zij het dan iets minder gedetailleerd. Om een idee te krijgen strekt het tot aanbeveling een aflevering van 'Oh Oh Cherso' op snelheid x6 af te spelen op de betere digicorder. Afgaand op het geluid, worden er op een nachtje Naamsestraat Leuven bovendien meer meisjes verkracht dan in Duitsland in '44-'45, ten tijde van de Russische raid naar Berlijn. Maar gelukkig laat het stadsbestuur niet betijen. Enkele dagen geleden kregen de buurtbewoners een brief in de bus, waarin met enige fierheid wordt gemeld dat de tijd van harde actie is aangebroken. Bij die brief ook meteen het wapen in deze strijd: een poster, die gebeurlijk schorriemorrie vriendelijk verzoekt om vandalenstreken, kabaal en wildplassen in de mate van het mogelijke achterwege te laten.
Dat de antiterrorismecel dáár nog niet aan gedacht heeft!
Flashback naar dag op dag een jaar geleden. Ik zit op de trein van Yogyakarta naar Surabaya. De rit duurt een uur of vijf, de vertraging bedraagt 0 minuten omdat de NMBS er voor niks tussenzit. Tegenover me zit een sympathieke Indonesiër die me uitvraagt over de jeugdscholen van RC Genk en Standard en me en passant over zijn leven vertelt. Zijn grootste droom: Parijs bezoeken. Ik reageer met een begrijpende hoofdknik en vertel hem dat ook RSC Anderlecht aardig wat talenten heeft opgeleid. Het heeft weinig zin uit te leggen dat ik al 32 jaar (we bevinden ons nog steeds in een flashback, remember) op 350 kilometer van zijn droom woon maar er nog steeds niet geweest ben. In de plaats daarvan zit ik 12.000 kilometer verder, op een trein tussen twee Indonesische industriesteden.
Gelukkig voor zowel de relevantie als het feelgoodgehalte van deze blog is bovenstaande historische scheeftrekking intussen verholpen. Ik heb Parijs bezocht, en hoe. Met de auto. Na een rit van een 4-tal uur arriveerden mijn vriendin An en ik afgelopen zaterdag in de lichtstad. We reden de stad binnen aan de kant van de Moulin Rouge, langs een brug waaronder honderden daklozen samentroepen, vermoedelijk gelukszoekers die op een steenworp van hun doel gestrand zijn. Nauwelijks een paar minuten in Parijs en al meteen talloze habitués voorbijgestoken in de hiërarchie. Dat is dan het lot van de gegoede westerling.
Die gegoede westerling ging door op dat elan, door als eerste verkenning voor een boottocht te opteren. Langs de oevers van de Seine herrijzen vervolgens onder andere het Louvre, de Notre-Dame, de Jardin des Tuileries en last but not least: de Eiffeltoren. Vreemd hoe zelfs in een stad vol monumenten één enkel monument zo overheersend is. De gids, die in vijf talen uit de boxen schalt, heeft allang de aandacht weer verlegd naar een bezienswaardigheid op stuurboord, maar alle hoofden blijven koppig (no pun intended) naar de grote metalen constructie gericht. Wij zullen het later die dag ook nog eens in al zijn glorie vanop Arc de Triomphe bekijken, een triomfboog die dus letterlijk als opstapje dient voor de almachtige Eiffeltoren.
Het nadeel van een weekendje weg is dat een weekend slechts twee dagen duurt. Zondag is alweer de dag van de terugreis, en terugreisdagen zijn altijd anders. In de regel worden ze gekenmerkt door kleinschaligheid en slecht weer (oké, dat laatste verzin ik hier ter plekke, bij een regenachtige zuiderse vakantie zal je net altijd zien dat de terugreisdag de mooiste van de hele hoop is). Maar kleinschaligheid is wél wetenschappelijk bewezen. Ook voor die behoefte bedient Parijs de toerist op zijn wenken. Het idyllische Montmartre lijkt immers de bakermat van de kleinschaligheid, de plaats waar het concept op punt werd gesteld. Tussen het filmische decor door wemelt het van de getalenteerde portretschilders en de vermoedelijk minder getalenteerde verkopers-van-buizen-om-portretten-in-te-steken. Kleine smet: we slaagden er niet in Café des Deux Moulins te vinden, de staminee waar het mooie 'Le fabuleux destin d'Amélie Poulain' (in mijn top-10 van de nillies, zie de blog van 23-01-2010 (!)) werd opgenomen.
Zelfs voor een gegoede westerling blijkt het ideaalbeeld dus weleens een brug te ver.
Op tv volgen is belangrijker dan deelnemen is belangrijker dan winnen
De sportzomer 2016 zit er alweer op, net op het moment dat ook de festivalzomer het voor bekeken houdt. Dit kan geen toeval zijn. En inderdaad, enige onderzoeksjournalistiek leert dat de reden moet gezocht worden bij het alles overkoepelend geheel, de zomer an sich, die ten einde loopt. Maar het mag gezegd: er werd op zijn minst geëindigd in schoonheid. De Olympische Spelen verrassen me elke vier jaar weer. Waar zo'n sportzomer het op papier telkens opnieuw vooral moet hebben van het E- of WK-voetbal, blijkt niet voor het eerst dat het de Olympische Spelen zijn die voor de eigenlijke catharsis zorgen.
Gelukkig voor jullie heb ik daar een theorie over. Een voetbaltornooi leeft bij uitstek van de hoop. De hoop dat België wereldkampioen wordt, of als het echt niet anders kan Europees kampioen. Lang voor het tornooi is de gelukspiek zo al bereikt. De droom is gedroomd, er staan enkel nog wat wetten en praktische bezwaren in de weg. Het speelschema wordt van voor tot achter uitgeplozen. Mogelijke tegenstanders in de achtste, kwart- en halve finale worden op hun merites beoordeeld. Vanaf de bekendmaking van de selectie neemt de negativiteit het vervolgens over, alsook de angst om te verliezen. Kleine ergernissen zetten krassen op het moreel, tot de onvermijdelijke uitschakeling volgt.
Wat een verschil met de Olympische Spelen. Het ene moment blijkt dat rondjes paraderen met een paard daadwerkelijk een olympische sport is, het volgende bevind je je in de halve finale hockey tegen Holland. We vertrekken met nul medailles en alles wat erbij komt is bonus. Door de tijdsverschillen met Rio leek er ook op elk ogenblik van de dag iets te kunnen gebeuren. Ik ben er nog altijd niet helemaal achter hoeveel uren ze daar nu precies voor of achter lopen, maar stond in elk geval steeds paraat. Enkel Pieter Timmers wist me te verrassen door tijdens mijn slaap naar zilver te zwemmen. Beetje laf eigenlijk. Maar anderzijds, dat is topsport: elk klein foutje wordt afgestraft.
Ik begin dit stuk een klein uur voor mijn 32e levensjaar ten einde is. Wanneer het af is, zal ik 33 jaar zijn. Tenzij ik nu stop, dan ben ik nog een klein uur 32. Het belooft alweer een vermoeiende blog te worden. En toch, en toch. Wanhopen is nergens voor nodig. Ik heb namelijk wel degelijk iets te melden op deze dag. Met het ouder worden ben ik immers letterlijk mijn wilde haren verloren. De aard van dit gebeuren is echter minder passief dan voorgaande zin doet uitschijnen. Daarstraks, tussen het thuiswerk en het thuispauzeren door, ben ik zelf op mijn fiets gesprongen en richting Kapsalon Etienne gebold. Aangezien de tand des tijds het laat afweten, heb ik meteen de beste man op de zaak gezet om mijn haar te temmen: Etienne, zo befaamd dat er zelfs een kapsalon naar hem vernoemd is.
De aanleiding van mijn demarche is duidelijk. Na een jaar of 15 met exact dezelfde coupe rondgelopen te hebben (sleutelwoorden: warrig; omhoog; veel gel), leek mijn zoveelste verdere infiltratie in het volwassendom een goeie gelegenheid om het over een andere boeg te gooien. Ik bedoel: Jezus Christus stierf op zijn 33e, na een florissante carrière. Dan kan ik toch moeilijk met warrig haar rondlopen. Zo gezegd, zo gedaan. Etienne begreep gelukkig de urgentie van de situatie. Ik was nog niet goed binnen of ik mocht al op een stoel zitten wachten met een Dag Allemaal of Story naar keuze. In eerste instantie reageerde hij terughoudend op mijn plan om mijn haar niet 'hetzelfde als anders' te doen. Begrijpelijk. Ik ben die kerel die jarenlang elke dag een grijs gesneden brood komt halen, om dan plotsklaps om koffiekoeken met pudding te vragen.
Eens van de eerste schok bekomen, nam hij toch de moeite om mijn voorbeeldfoto te bekijken. Ik kan eventueel als verzachtende omstandigheid inroepen dat het oorspronkelijke idee van mijn vriendin kwam, maar de feiten blijven de feiten; ik heb in een publieke ruimte met een foto van Justin Timberlake zitten zwaaien, met de bijhorende melding dat ik mijn haar zoals hem wilde. Typisch gedrag van een 32-jarige, noem het gerust een jeugdzonde. Vervolgens ging alles verrassend snel. Na een kwartiertje zag ik een andere persoon voor mij in de spiegel. Het betrof de enige andere klant, die klaar was en passeerde om af te rekenen. Mijn haar was op dat moment ook al goed gevorderd. Tot mijn verbazing mag het resultaat er zijn, alsof een kapsel met een model wel bij me past. Maar bij een nieuwe coupe komen uiteraard nieuwe verantwoordelijkheden. De toekomst stond me ineens helder voor de geest, ik wist wat me te doen stond: ik moest en zou een kam kopen.
Met voetbal valt niet te spotten. Steller dezes weet er alles van, na de stroom aan negatieve reacties op de vorige blog. Uiteraard zou ik dat makkelijk kunnen negeren, maar ik wil me nu een man tonen en de kwatongen trotseren. Of ik ben gewoon allang blij met wat aandacht natuurlijk, ongeacht of dat nu de positieve of de negatieve variant is. Twistappel is mijn bewering dat ik het verlies van België had zien aankomen. Ik zal het hier en nu maar toegeven: dat is niet waar. Daarentegen toeterde ik fervent rond dat de Rode Duivels Europees kampioen zouden worden, een stellingname die zich vormde na het verlies tegen Italië. Mijn kennersoog spotte in de nederlaag de kiemen van een groot succes. Bovendien liet ik vanaf de tweede match niks meer aan het toeval over, in die zin dat mijn lievelingsboxershort steeds trouw dienst deed. Niet dat ik bijgelovig ben. Maar anderzijds, je zal maar eens uit het EK vliegen omdat ik toevallig niet mijn juiste boxershort aanhad. Dat is toch pas echt belachelijk. Best geen risico nemen dus.
Zoals genoegzaam bekend mocht het allemaal niet baten. Intussen ligt het EK alweer bijna een maand achter ons, dus ik stel voor het er niet meer over te hebben. Dat het hier gaat om het meest vergeetbare evenement ooit of zo, is in deze mooi meegenomen. Nee, dan liever mijn eigen leven. Met een nieuw lief én een autoaccident gaat het hier namelijk hard. Over dat eerste misschien later meer, als het al niet minder is. Wat het autoaccident betreft, klinkt de term vanop afstand bekeken misschien wat overdreven. Want oké, technisch gezien ging het om een steentje tegen de voorruit. Maar de impact daarvan kan groot zijn. Dat was echter niet zo. Pas uren later kwam de barst tevoorschijn. Toen begon het me te dagen dat ik aan de dood was ontsnapt. Dat steentje had zomaar een meteoriet kunnen zijn. Of een Scud-raket, nog gevaarlijker.
Gelukkig is voor zulke situaties Carglass uitgevonden. Op kosten van mijn veel te dure verzekeraar (die waarschijnlijk opgelucht was om toch een deeltje van mijn exuberante polis moreel te kunnen rechtvaardigen) betrad ik het Carglass-gebouw te Leuven. Nu ja, dat betreden op zich is gratis. Het laten vervangen van de ruit plus de psychologische traumabegeleiding is het kostelijke gedeelte. Die traumabegeleiding is eerder passief, met een koffie en de krant. Ondertussen wordt de ruit in kwestie vervangen, de overige ruiten gewassen, de auto gestofzuigd, de bandenspanning gecontroleerd en het oliepeil nagekeken. En dat allemaal in de wetenschap dat de verzekeraar ervoor opdraait! Ik kan het dus iedereen aanraden, met zo'n steentje gooi je allerminst je eigen ruiten in.