Onderstaande lap tekst vormt een definitieve terugblik op het WK Voetbal. Het WK van 2014, gelukkig. Ik mag dan wel hopeloos achter de feiten aan bloggen, toch maak ik er een erezaak van om een vierjaarlijks evenement nog door te lichten alvorens de volgende editie ervan van start is gegaan. Noem het gerust beroepseer. Hoe dan ook staat vast dat ik in pole position lig wanneer de hype rond het begrip 'actualiteit' weer is gaan liggen. De dag dat het volk liefst van al met een paar weken vertraging verslag krijgt van de gebeurtenissen in de wereld en omstreken, zal mijn beste dag zijn. Niemand zal zich zo snel aan deze nieuwe vorm van journalistiek aanpassen als ik. Dit wordt groots.
Groots was ook het WK 2014. Althans, daar had het zeker de eerste weken alle schijn van. Onder de Braziliaanse zon werd snel, open en hard gevoetbald. Van Persie zweefde Spanje al op dag 2 naar huis, Brazilië wist de voetbaltechnische mankementen nog te verdoezelen door enthousiasme, de Zuid-Amerikaanse afvaardiging was veelbelovender dan ooit en Frankrijk en Duitsland scoorden aan de lopende meter. Intussen baande België zich geeuwend een weg naar de tweede ronde. Elke zege werd als een wereldtitel gevierd, daar niet van, maar het was moeilijk om echt gelukkig te worden van bloedeloze matchen tegen achtereenvolgens Algerije, Rusland en Zuid-Korea. Maar gewonnen werd er wel. De KBVB heeft me er nooit voor gecontacteerd, maar ik had hun graag de slogan 'Saai doesn't matter' van de hand gedaan. Liefst tegen grof geld.
Naast het voetbal waren er nog enkele andere markante nieuwigheden. Voor het eerst in de geschiedenis werd er bijvoorbeeld niet geklaagd over de bal. Het moet zijn dat de 'Brazuca' echt wel rond was, wat altijd mooi meegenomen is. Ook deed zowel de vanishing spray als de heat map zijn intrede. Ik ben een grote fan van beide exotische snufjes. De heat map laat feilloos zien waar elke voetballer gelopen heeft en waar hij in balbezit kwam. Elk exemplaar opnieuw lijkt zonder uitzondering op een heel duur schilderij van de abstracte soort, waarbij op een veiling niet op een miljoentje meer of minder gekeken wordt. De vanishing spray is nog genialer aangezien het voetbalspel zelf er helemaal door veranderd is. De scheidsrechters zijn zo gebeten door hun missie om elk muurtje op de juiste afstand te spuiten, dat zij van de weeromstuit aan alle andere taken verzaken. Triviale dingen als het breken van een been of het aan gort ellebogen van een neus worden anno 2014 met de mantel der liefde bedekt. De scheidsrechter spreekt de dader/misdadiger in het slechtste geval berispend toe. Het spel wordt hervat en algauw ontstaat een nieuwe plaats delict.
Gelukkig is voetbal een spel van elf tegen elf en winnen na (zeven keer) 90 minuten (plus wat verlengingen) de Duitsers. Nu ja, 24 jaar geleden was dat toch ook al zo, niet elke gemeenplaats klopt in de praktijk altijd van a tot z. Nadat Argentinië achtereenvolgens Zwitserland, België en Nederland een wiegendood had bezorgd, werden ze in de laatste minuten van de tweede verlenging een halt toegeroepen door Duitsland. Een mooi einde van een WK dat geweldig begon, bloedstollende achtste finales kende (met als hoogtepunt België - VS) en nadien verzandde in geesteloosheid die enkel bruusk doorbroken werd door de afslachting van Brazilië in de halve finale. Door datzelfde Duitsland dus, een land dat nauwelijks gebruikmaakte van de feitelijke wetteloosheid die er vier weken lang op de Braziliaanse voetbalvelden heerste. Hopelijk kent het volgende WK een even terechte winnaar. In 2018 zal dat zijn, waarbij voor het eerst de doellijntechnologie geflankeerd zal worden door de buitenspeltechnologie, de moordaanslagentechnologie en de hij-heeft-helemaal-geen-blessure-maar-is-gewoon-aan-het-tijdrekken-technologie. De mannen in het zwart zullen exclusief geselecteerd worden op hun bekwaamheid in de omgang met de vanishing spray, die meer dan ooit de aandacht zal krijgen die hij verdient.
Bloggen is een ambacht dat stilaan aan het verdwijnen is, als ik mijn eigen leven als de maat der dingen beschouw. Kansen te over nochtans. België zat in en lag vervolgens uit het WK, een Werchter-editie is alweer achter de rug en ik heb mijn eerste wasmachine ooit gekocht. Wat wil een mens nog meer, in de hoedanigheid van blogger? Met deze worp tracht ik alvast een stukje van de gigantische achterstand af te knabbelen. Hiervoor moet ik node terug in de tijd gaan. Naar dinsdag 1 juli 2014 om precies te zijn, lang voor er sprake was van een WK-uitschakeling, een Werchter-editie of een wasmachine. Dinsdag 1 juli 2014 gebeurde namelijk zo een van die dingen die een leven lang bijblijven.
Na drie volstrekt niet-memorabele overwinningen in de groepsfase van het WK*, mocht België die dag de wei in tegen de Verenigde Staten. Ik realiseer me nu dat de uitdrukking 'de wei in' doorgaans wel heel erg wrang is. Het klinkt poëtisch en jongensachtig speels, maar eigenlijk bestaat de wei in kwestie uit een lap kunstgras die daar voor honderdduizend miljoen miljard euro gelegd is nadat een favela, een oerwoud of een combinatie van beide zorgvuldig zijn weggebulldozerd. Tweeëntwintig dikbetaalde acteurs betreden vervolgens het artificiële strijdperk om minutieus de tactische consignes van hun coach op te volgen. Na 90 minuten schaken valt er uiteindelijk een winnaar uit de bus, meestal ten gevolge van een arbitrale blunder. Maar heel soms glippen twee ploegen tegelijkertijd door de mazen van het net.
Dinsdag 1 juli was zo een dag. België mocht de wei in tegen de VS en samen deden ze die uitdrukking voor een zeldzame keer alle eer aan, door 120 heerlijke minuten lang onbeschroomd als jongens te voetballen. De doelpalen hadden net zo goed vervangen kunnen worden door truien of rugzakken, niemand zou het gemerkt hebben. Het voetbal werd voor de ogen van de wereld teruggebracht tot zijn essentie, weg van alle commerciële poespas. België speelde fantastisch, verbluffend, adembenemend. De Rode Duivels speelden alle synoniemen bij elkaar, maar enkel de juiste. De verdienste van de Amerikanen bestond erin het bombardement te weerstaan en met elke redding van hun goalie de deur nog wat verder open te zetten. Het gevolg was een knotsgekke match. België begon kansen te missen uit routine, terwijl de VS in de 92e minuut het spreekwoordelijke deksel onbegrijpelijk niet tegen onze neus aan kwakte. Een 0-0-stand na de reguliere speeltijd was erg onlogisch te noemen, alsof de doelen daadwerkelijk waren weggenomen.
Waar verlengingen meestal de wedstrijd een stille dood doen sterven, nam de intensiteit deze keer enkel toe. Als bij wonder slaagde De Bruyne er zowaar in te scoren. Lukaku volgde spoedig zijn voorbeeld, wat de zich snel uitbreidende populatie hartlijders enkel kon toejuichen. Nu de match op slot doen en alles is in orde. Maar sommige matchen laten zich niet beteugelen. De VS rechtte de rug en denderde op zijn beurt over de moegetergde Belgen. De aansluitingstreffer bracht de spanning weer helemaal terug, Courtois kon ternauwernood de 2-2 verhinderen. Het eindsignaal klonk dan ook alsof Rasti Rostelli na twee uur in de handen klapte en iedereen uit de hypnose haalde. Trilde mijn lichaam en waren mijn ogen vochtig, of was het andersom? Nee, gelukkig, het eerste. Dit is wat een WK in het aller-, aller-, állerbeste geval kan losmaken. Een prachtig verhaal met een happy end. Beter wordt het niet meer, zoals ook al snel zou blijken.
*natuurlijk ga ik ze wel mijn gehele leven heugen. Zo vaak wint België nu ook weer niet op een WK, of wat dachten jullie!?
Echt geruisloos is het niet voorbijgegaan, maar het lange wachten op het WK is officieel op zijn einde gekomen. Na alle denkbare binnen- en buitenlandse media is het nu dus aan deze blog om zijn lezers op het bestaan van dit evenement te wijzen. Zet het bier dus maar koud, laat de oven voorverwarmen en haal de hashtag #WK2014 van stal. Er is toch geen ontkomen aan de WK-waanzin, dus kun je er net zo goed in meegaan. Want als er iets meer en meer duidelijk wordt, dan wel dit: een WK voetbal is qua grootsheid met niks te vergelijken. Ik ben niet zeker of het altijd al zo was, maar zelfs de Olympische Spelen of de begrafenis van koning Boudewijn lijken wel non-events in vergelijking met wat dit WK in België teweegbrengt. Het is alsof we ons collectief opmaken om vier weken lang elke dag Koning Boudewijn te begraven.
2014 moet en zal het referentie-WK worden voor de Rode Duivels-fans van mijn generatie. Tot op vandaag is dat 1994, toch ook al twintig jaar geleden. De goals van Degryse en Albert, de run van Al Oweiran, de dubieuze scheidsrechter tegen Duitsland... het staat me allemaal helderder voor de geest dan bijvoorbeeld wat ik vanmiddag precies gegeten heb. De euforie na de zege tegen Holland was ongeëvenaard. Ik dacht toen dat zoiets nooit nog terug zou komen, en tot nu toe lijkt dat nog te kloppen ook. De Hollandse reus was door de Belgische dwerg op de knieën gedwongen. Dat Holland uiteindelijk een ronde verder kwam dan ons, is slechts detail. Dat ze in de twintig tussenliggende jaren onder andere een finale haalden terwijl wij in de voetbalwoestijn verkeerden is al erger.
En zelfs nu, nu België voor het eerst sinds mensenheugenis op papier een betere ploeg heeft dan Holland, lijken de noorderburen ons in snelheid te pakken. Hun 5-1 tegen Spanje was ronduit verbluffend. De duikkopbal van Van Persie was zelfs zo wondermooi dat ik mezelf erop betrapte resoluut de kant van de Hollanders te kiezen. Misschien wel vanuit de wetenschap dat onze tijd nog komt. Dinsdag begint de Belgische reus eraan, dat het kleine broertje ondertussen de regerende wereldkampioen vernedert is best wel sympathiek. Tijden veranderen. Of tenminste, dat hoop ik toch. Afspraak dinsdag, met de geschiedenis.
Soms móeten bepaalde uitspraken gewoon worden gedaan. Als het over vrouwenvoetbal gaat, moet er altijd iemand zeggen dat zijn (de redenaar is zelden een vrouw) favoriete moment de truitjeswissel achteraf is. Verkiezingen hangen dan weer onlosmakelijk samen met de vraag "Ge hebt toch op de goei gestemd hé?". Het zijn zo van die dingen waar ik aan hecht. Als er niemand zich opwerpt om de gepaste belegen grap te maken, haal ik dan maar zelf de kastanjes uit het vuur. De frase "Ge hebt toch op de goei gestemd hé?" is dus wel een aantal keer vanuit mijn mond vertrokken vorige week. Sommige uitspraken hebben bij specifieke gelegenheden niet zomaar bestaansrecht, voor mij hebben ze bestaansplicht.
In dit geval verhult de ludieke flauwiteit ook heel wat zurigheid. Mijn afkeer voor N-VA is visceraal te noemen - ook al omdat visceraal een woord is dat ik al lange tijd in mijn blog hoopte te integreren. Helaas leidt dat ertoe dat ik al eens hard van leer durf trekken en daarmee N-VA-kiezers in mijn kennissenkring (die per definitie niet weten waarmee ze bezig zijn) bruuskeer. Oeps, nu deed ik het weer. Een bevestigend antwoord op de vraag "Ge hebt toch op de goei gestemd hé?" zorgt ervoor dat het onderwerp aangehaald wordt zonder er per se dieper op in te gaan. Indien de 'ja' in kwestie nogal kortaf van aard is, bestaat immers de kans dat ik verder mijn mond houd over het bochtenwerk van de Vlaams-nationalisten, hun racisme ten opzichte van de Walen of het feit dat Benneke Weyts niet alleen zijn campagnebus maar waarschijnlijk ook zijn hele familie in de fik zou steken voor vijf stemmen meer. Op voorwaarde dat die familie uit minder dan vijf stemgerechtigden bestaat natuurlijk, dom is hij niet.
Zo, dat hebben we ook weer gehad. De verkiezingen liggen achter ons en de situatie is onveranderd gebleven. Vijf jaar lang zijn we weer verlost van de verplichte stembusgang alsook van de morele verplichting tot grappige kwinkslagen. De vraag "Ge hebt toch op de goei gestemd hé?" mag dus aan de kant geschoven worden, alwaar hij kan rijpen om na vijf jaar nóg sterker terug te keren. Om af te kicken probeer ik me in tussentijd zoveel mogelijk in discussies over vrouwenvoetbal te mengen. Ik vermoed dat ik daarover wel een relevante opmerking te maken heb, ter wille van het algemeen nut.
Afgelopen weekend was er een van de Europese gedachte. Van twee Europese gedachten eigenlijk, die niet per se in dezelfde lijn liggen. Wat begon met een langgerekte herdenking van 500.000 doden, gesneuveld voor de vrijheid, eindigde met een zegevierende zingende vrouw met baard, een resultaat van diezelfde hard bevochten vrijheid. De herdachte 500.000 doden waren allerminst willekeurig gekozen. Voor elk van hen schuilde de dood in een klein hoekje, toepasselijk de Westhoek geheten. Van 1914 tot 1918 vielen zij met bosjes in wat gemeenzaam bekendstaat als Wereldoorlog I. Een troost is dat ze nu, honderd jaar later, hoe dan ook dood zouden zijn geweest, maar ik vermoed dat de betrokkenen daar op het moment zelf weinig aan hadden.
Even stilstaan bij de gebeurtenissen is dus wel op zijn plaats. En hoe kan dat beter dan middels een geleide bustocht met vereniging De Torenvrienden? Ik vind, als je dan toch een vereniging bent uit een pittoresk dorp, dan moet die gewoon De Torenvrienden heten. Het roept een beeld op van mannen en vrouwen op leeftijd, een lokale politicus als organisator en een leraar Geschiedenis die voor gids speelt. Een beeld dat volledig klopt met de werkelijkheid overigens, met dat verschil dat ik me ertussen bevond. Iemand moet natuurlijk voor chroniqueur spelen. In alle vroegte (7 uur in de ochtend!) begonnen De Torenvrienden featuring mezelf aan het avontuur. Na een tocht die uren leek te duren (iets wat bij nader inzien ook bleek te kloppen) bereikten we de Westhoek. Op een drafje werden vervolgens begraafplaatsen, loopgraven en musea met een blitzbezoek vereerd.
Gelukkig was er tussendoor ook tijd om het plaatselijke beste bier ter wereld te gaan proeven. Niet alleen werd de Westvleteren 12 gesmaakt, ook slaagde ik erin 18 flesjes te kopen. Dat lijkt misschien makkelijker dan het is, in de zin van je vraagt 18 flesjes, je betaalt 18 flesjes en je krijgt 18 flesjes. Technisch gesproken verliep de transactie ook als zodanig. Alleen, zo drukte de gids mij nadien op het hart, is het hoogst uitzonderlijk dat er überhaupt een voorraad van deze godendrank aanwezig is. Laten we dan maar concluderen dat het hier om een exploot gaat waarbij mijn eigen verdienste eerder beperkt is. Om af te sluiten stond een opvoering van de Last Post op het programma. Een ingetogen moment, dat een mooie opstap vormde naar het Eurovisiesongfestival later op de avond. Want dat is wat de gesneuvelde helden onrechtstreeks hebben teweeggebracht: een bevrijd West-Europa, een Eurovisiesongfestival, een overwinning van een bebaarde transgender met de naam Conchita Wurst. Zij zouden het zo gewild hebben. Waarschijnlijk.
Wat betreft het op apegapen liggen beleeft mijn blog een uitstekend jaar. Net als voor wat betreft het gebruik van de uitdrukking 'op apegapen liggen' trouwens. Het is zelfs zover gekomen dat ik inmiddels nostalgie heb naar 'De Week van de Nostalgie' op Studio Brussel, enkele weken geleden. Toen had hier een stukje moeten verrijzen waarbij werd stilgestaan bij de 20-jarige verjaardag van de dood van Kurt Cobain. Daarin zou omstandig mijn haat-liefdeverhouding met Nirvana aan bod komen. Hoe ik te jong was om meteen op de grunge-trein te springen, en vooral niet cool genoeg. Onder invloed van mijn ouders en bij gebrek aan slechte vrienden liet ik die hele 'drugsmuziek' dan maar aan mij voorbijgaan.
Later werd ik gelukkig cooler, een proces dat tot op de dag van vandaag aan de gang is. Zo leerde ik Nirvana pas echt kennen in mijn eerste jaren in Leuven. Retroactief vond ik het best erg dat een genie als Kurt Cobain, die de wereld 'Nevermind' schonk, ons veel te vroeg ontvallen is. Met de hommageweek op Studio Brussel kwamen deze gedachten terug naar boven. Zijn dood leek geen twintig jaar geleden, om de eenvoudige reden dat het voor mij geen twintig jaar geleden wás. Dat ik het met het verstrijken der jaren nog steeds niet heb afgeleerd om te laat in te spelen op situaties, mag gezien het tijdstip van deze blog duidelijk worden.
Een andere revival die deze maand april kleurde, zijn de Panini-stickers die, nomen est omen, als warme broodjes verkopen. In navolging van mijn exemplaar van de Belgische competitie 1991-1992, is de WK 2014-editie intussen helemaal gevuld. Transactiecentrum bij uitstek was deze keer echter niet meer de speelplaats maar wel de werkvloer. Niet zo gek veel verschil eigenlijk, behalve dan dat er niet tot de speeltijd gewacht moet worden om het op een ruilen te zetten. Zodoende gonsde het de voorbije weken van bedrijvigheid bij mijn werkgever, die voor de gelegenheid eveneens de rol van recreatiegever vervulde. Maar er kan er maar één winnen natuurlijk. En mocht ik niet degene zijn die zijn boek als eerste gevuld had, dan had ik het hele gebeuren hier waarschijnlijk doodgezwegen. Aan de hand van deze tips zouden jullie moeten kunnen reconstrueren wie zich tot officieuze Panini-koning 2014 heeft gekroond. Wie in de feiten dus de plak zwaait op de werkvloer. Pun intented, ja.