Dubben over Dubai (memory note to myself: vergeet ook 'Balen in Bali' niet)
Mijn blog lijkt op sterven na dood. Of beter nog: op dood na vergaan, overwoekerd door het digitale onkruid op het wereldwijde web en ten slotte er helemaal door verteerd. Gelukkig zijn stuiptrekkingen van alle tijden, en ook van een verrijzenis meer of minder is nog niemand gestorven. Om een lang verhaal kort te maken; ik ben terug. Om het kort verhaal dan weer lang te maken: hieronder het eerste deel van het Indonesië-reisverslag, naast de obligate luiheid de belangrijkste oorzaak van de blogluwte.
Na de geslaagde reis naar Zuid-Oost-Azië vorig jaar, werd besloten het dit keer nog wat Zuid-Oost-Aziatischer te zoeken. In plaats van Thailand stond nu dus Indonesië op het programma. Een andere verandering was dat ik mijn reisgezelschap had gereduceerd van 13 personen naar 1. Degene die het credo 'Kwaliteit in plaats van kwantiteit' moest belichamen was Marie. Daarnaast belichaamde zij trouwens met even groot gemak andere credo's, zoals 'Minder kwantiteit in plaats van meer kwantiteit'. Hoe dan ook, met ons getweeën moesten we drie weken Indonesië zien te overleven, liefst na een niet al te onaangename overlevingsstrijd. Voor la petite histoire: dat is uiteindelijk niet gelukt, maar daarover later meer. Of minder.
De lange tussenstop bij de heenvlucht (we gingen met het vliegtuig) werd aangegrepen om een blitzbezoek aan Dubai te brengen. Eerste gedachte, twee seconden na het uitstappen: amai, dat is hier onmenselijk warm. Tweede gedachte, twee seconden later: ah nee, de hitte zal afkomstig zijn van de vliegtuigmotor. Derde gedachte, nog eens vijf seconden later: ah nee toch niet, het is hier effectief onmenselijk warm. Zo werd er wat afgedacht op korte tijd. Het was middernacht en 37 graden Celsius, graden die stuk voor stuk als 73 graden aanvoelden. Wat een geniaal plan van de FIFA om in deze regio het WK voetbal 2022 te laten plaatsvinden. Tenzij de opwarming van de aarde zich plots van richting vergist, lijkt het me al voldoende om twee teams van elf mannen 90 minuten op een stoel te laten zitten. Het team dat met de meeste overblijvers deze veldslag beëindigt mag naar de volgende ronde. Spektakel gegarandeerd.
Vorig weekend heeft de oefencampagne van Forza Mechelen B zich weer op gang getrokken. Net op tijd om me te realiseren dat ik wel erg karig met informatie ben geweest over het voorbije seizoen. De reden moet zijn dat het simpelweg te succesvol was om in het format van deze blog te passen. Forza Mechelen B behaalde immers zomaar even de dubbel! Oké, ik rond hier wel af naar boven. Eigenlijk werden we herfstkampioen en behaalden we de bekerfinale. Wat niet helemaal hetzelfde is als kampioen worden en de beker winnen, volgens een strikte interpretatie. Maar op zijn minst is de hoop even kunnen oplaaien in mijn binnenste. De hoop om mijn palmares wat aan te dikken of, weer volgens die strikte interpretatie, mijn palmares op te starten. Uiteindelijk beëindigden we het seizoen als zesde en verloren de 'bekerfinale der B-ploegen' nogal oneervol met 4-0. Alles op de valreep weer bij het oude dus, dat scheelde niks.
Mijn persoonlijke seizoen was een aaneenrijging van blessures, zodat jullie favoriete linksmidden nauwelijks de helft van de matchen speelde. Slecht nieuws zou je denken. Fout. Ik voetbal al heel mijn leven in pieken in dalen, maar de blessures lijken vooral de dalen te hebben weggefilterd. Concreet tekende ik voor 7 goals in niet zo heel veel matchen, daar waar mijn gemiddelde ligt op 7 goals in wel zo heel veel matchen. Dat heet dan van de blessurelast een -lust maken. Ook van de start van het nieuwe seizoen heb ik op dit gebied geen klagen. Drie weken geleden werd ik wakker met een intense pijn aan de linkervoet, een pijn die zo alomtegenwoordig was (of mijn pijngrens zo laag) dat het leidde tot een bloeddrukval. Slecht nieuws zou je denken. Fout. Of nee, nuance: juist, die bloeddrukval was misschien een beetje overdreven. De blessure aan de voet werkt gelukkig nog heerlijk door, wat mij alvast behoedt voor enkele ondermaatse oefenmatchen. Tel daarbij een vakantie van drie weken tijdens het seizoensbegin, en je wéét gewoon dat het weer een topjaar wordt.
Dat onweerstaanbaar aanstormende topjaar is alvast ook wat Vitória Diabolix nodig heeft. De indoortak van mijn voetbalontplooiing gaat het na drie jaar in de derde afdeling nu een reeks lager proberen. Niet dat het voorbije seizoen per se slechter was dan de twee vorige. Of - de Heer behoede ons - beter. Niks van dat alles. Het voorbije seizoen was van voor tot achter identiek. We winnen ruim tegen de enorm zwakke ploegen, we verliezen nipt tegen de even zwakke ploegen en we verliezen zwaar van de iets minder zwakke ploegen. Dat eeuwigdurende stramien wordt nu zelfs mij, voor wie het leven zelf liefst een zo eeuwigdurend stramien als maar mogelijk is moet vertonen, te gortig. Teneinde het te doorbreken, zakt Vitória Diabolix vrijwillig een reeks lager. Waarmee terloops een van de adagiums van Tsigalko eer wordt aangedaan: 'Als iets te moeilijk is, maak het dan makkelijker.'
Het is me gelukt. Mensen die me menen te kennen bestempelen me vaak als een tikje autistisch. Ik heb moeite met verandering, verval steeds in dezelfde routines en hou vast aan wat goed is - of toch aan wat niet overdreven slecht is. Zo ook op werkvlak, waar ik intussen al bijna 8 jaar vastgeroest zit op mijn stoel. Niemand dacht dat dat ooit zou veranderen. Maar kijk, na al die jaren zeg ik Sint-Joost-ten-Node vaarwel. Ik zoek mijn heil ergens anders, namelijk in hartje Brussel, vlak aan de Sint-Michielskathedraal. Een moedige beslissing vind ikzelf, ook al is er misschien een spreekwoordelijke 'maar'. Critici van mijn niet-autisme zouden immers kunnen opwerpen dat ik niet echt veel keuze had, gezien ons hele kantoor bovenstaande verhuisroute volgt. Mijn journalistieke reflex bracht mij ertoe deze tegenstem hier een plaats te geven, maar trek vooral jullie eigen conclusies.
Het einde van Sint-Joost-ten-Node betekent ook het einde van de hoerenkoten van Rue d'Aerschot. Niet letterlijk weliswaar, zo'n grootgebruiker was ik nu ook weer niet. In elk geval wordt de tocht richting broodwinning niet meer opgeluisterd door dames van lichte zeden. Ontbreken verder voortaan op het appel: haveloze Oostblokkers, haveloze zwarten, haveloze Maghrebijnen en haveloze zigeuners. Stuk voor stuk creaturen die mij en mijn collega's willens nillens in de rol dwongen van productiefste arbeidskrachten van de buurt. Ook wij komen doorgaans uit ons bed gerold om met zo min mogelijk inspanning ons geld te verdienen, maar zij doen dat toch met nog net iets meer overtuiging. Hun plaats in het decor wordt nu ingenomen door drommen toeristen uit alle windstreken (toeristen van het tijdelijke type deze keer) en permanent serieuze mannen in pak en das. Twee weken na de verhuis durf ik nog altijd niet goed zeggen bij welke groep ik het meest aanleun.
Tot slot nog een woordje of, wie weet, we doen eens gek, een zinnetje over hét voordeel van de nieuwe locatie: een waaier aan broodjeszaken om in een deugdelijk middagmaal te voorzien. Over onze vorige broodjeszaak, de Venezia, waren de meningen verdeeld. De één vond de prijzen te hoog, de ander het brood te variabel van kwaliteit, nog een ander klaagde over de verschrikkelijk lange wachttijden... Allemaal hadden ze wel een punt. Het belang van het doorbreken van hun monopolie mag dus niet onderschat worden. Na bijna acht jaar intense strijd heeft het volk gewonnen! Van gemiddeld 4 bezoekjes per week is mijn aantal de laatste twee weken spectaculair gedaald naar gemiddeld 0. Niet slecht voor een 'autist', dacht ik zo, ook al gaat het hier om een autist die echt wat te ver van de Venezia woont om er 's middags bijtijds te geraken. Het zijn harde tijden.
Werchter 2015 behoort tot het verleden, daar waar talloze andere Werchters al eerder hun bestemming gevonden hadden. Deze editie werd gekenmerkt door het feit dat ik voor het eerst de camping helemaal links liet liggen. Vreemd genoeg schijnt de rest van de wereld ook nog andere dingen onthouden te hebben. Het moet zijn dat die rest van de wereld in kwestie mij niet belangrijk genoeg vindt, oftewel me mijn privacy gunt. Ik gok op het tweede. Meteorologisch gezien was Werchter 2015 top, om niet te zeggen wereldtop. Meestal rond de 23 graden, meestal een beetje zon, meestal geen regen. Wat moet een mens meestal meer hebben.
Voor de aangenaamste inwendige temperatuurschommelingen was dan weer een Ierse bard verantwoordelijk. Hij luistert naar de naam Damien Rice en is jarenlang een beetje onder mijn radar gebleven. Er was, is en er zal altijd natuurlijk '9 Crimes' zijn, maar mijn echte interesse werd pas gewekt met 'My Favourite Faded Fantasy', zijn wondermooie album van vorig jaar. (Fantastische titel ook, geef toe.) Damien Rice bekwam wat de doorgewinterde festivalganger steeds minder overkomt: meegevoerd worden naar een andere realiteit. Want het moet gezegd, het festivalgangerschap is zwaar. Zelfs bij de betere optredens begin je na een tijd onwillekeurig op je uurwerk (een automatische Swatch, gekregen van mijn vriendin, nvdr) te kijken en de rijen publiek af te speuren naar knappe elementen (ondanks een vriendin die me een automatische Swatch cadeau doet, nvdr). De voeten doen nu eenmaal pijn, de benen zijn zwaar en de aandachtsspanne is niet eindeloos. Elke afleiding is dan ook welgekomen.
Zo heel af en toe is het echter anders. Dan trekken de rillingen door het lijf, de blik blijft vastgespijkerd op het podium en je hoopt dat de roes eeuwig zal blijven duren. Of toch zeker tot de nood het hoogst is. Deze verdienste komt helemaal toe aan Damien Rice. Een volle zaal luisterde ademloos hoe hij zijn ziel uitperste tot enkel de essentie overbleef: goddelijke klanken. Het grootste compliment dat ik kan maken zit trouwens in het verborgene. Een paar uur voor Rice werkte eindbaas Noel Gallagher zijn set af op het hoofdpodium. In tegenstelling tot drie jaar geleden klonk het zo Oasisiaans als maar mogelijk is voor slechts één Gallagher. In een ideale wereld had dat hem altijd moeten verzekeren van een plaatsje als protagonist in deze blog, maar ook een ideale wereld is soms beter af mét 9 crimes.
Toby Vrindts werd een kleine zeven jaar geleden in mijn en dus jullie leven geïntroduceerd (zie blog van 23-11-2008, 'Hond: jaren geen eenzaamheid'). Even onverwacht als hij gekomen is, is hij inmiddels gegaan. Op maandag 25 mei vond zijn laatste ademtocht zijn weg in het aardse luchtruim. Toby zal de geschiedenis ingaan als een schuwe hond die pas na maanden van gewenning iemand tot zijn inner circle rekende. Zijn wantrouwen tegenover de mensheid was al bij leven legendarisch. Als honden op Facebook zouden kunnen zitten, zou Toby niet op Facebook zitten. Dat type hond was hij dus. Toch is net dat hetgeen dat hem mettertijd zo charmant maakte. De mensen die Toby in zijn nabijheid duldde herkende hij écht, in het andere geval zou de indringer op veilige afstand argwanend geobserveerd worden.
Uit bovenstaande concluderen dat het hier een intelligent beest betrof, gaat echter te ver. De waarheid heeft zijn rechten maar ook zijn plichten. Leken achter zijn weemoedige bruine ogen diepe overpeinzingen en breed uitwaaierende reflecties schuil te gaan, dan was de realiteit waarschijnlijk toch ietsje anders. We hebben het hier immers over een hond waarvoor het commando 'POOT!' te hoog gegrepen was. Een hond ook die het zo gewoon was om op automatische piloot langs achter in de auto te springen, dat hij pardoes op de motorkap belandde die ene keer dat de wagen in de andere richting geparkeerd stond. Het hoeft dus geen betoog dat Toby zich niet vooraan in de rij bevond toen de intelligentie uitgedeeld werd. Vermoedelijk stond hij op dat bewuste moment zelfs in een geheel andere rij. Wat hij miste aan schranderheid werd gelukkig gecompenseerd door trouw, enthousiasme en schoonheid. Zijn sierlijke, kokette loop zullen we ons nog lang heugen en stelt de beauty/brains-tegenstelling scherp.
Een mooie troost is alvast dat hij heenging in vrede. De zaterdag voordien kreeg Toby zijn sacramenten in de vorm van het Eurovisiesongfestival, toch wel de mooiste sacramenten denkbaar. Samen met de vrienden maakten we er weer een bonte avond van, gekruid met topmuziek, drank en natuurlijk een blocnote om messcherpe analyses neer te pennen. Speciaal voor de gelegenheid werd er deze keer een extra element toegevoegd, met name daadwerkelijk sms'en sturen om onze favoriete landen een duw in de rug te geven, alsook de telefoonoperatoren. Twijfel dus niet meer of er nu echt mensen zo zot zijn om euro's te verpissen aan verre landen op een muziekwedstrijd. Het antwoord is ja.