In 1925 ging de 19e Tour de France van start op 21 juni in Parijs. Hij eindigde op 19 juli in Parijs. Er stonden 41 renners verdeeld over 10 ploegen aan de start. Daarnaast stonden er nog 93 individuelen aan de start.
Ottavio Bottecchia, ook het voorgaande jaar al winnaar, heerste over de Tour. Hij begon meteen met een overwinning in de eerste etappe, sloot af met een overwinning in de laatste etappe, en tussen die twee ritten in, stelde hij de overwinning veilig. Hij kreeg hierbij veel hulp van zijn ploeg, in het bijzonder van de sterke Belgische kampioen Lucien Buysse, die zelf uiteindelijk tweede in de eindrangschikking werd.
Aantal ritten: 18 Totale afstand: 5440 km Gemiddelde snelheid: 24.820 km/h Aantal deelnemers: 134
In 1924 ging de 18e Tour de France van start op 22 juni in Parijs. Hij eindigde op 20 juli in Parijs. Er stonden 157 renners aan de start.
Als winnaar van het voorgaande jaar gold Henri Pélissier vooraf als favoriet, maar het was zijn ploeggenoot Ottavio Bottecchia die de eerste etappe won en liet zien iedereen te sterk af te zijn. Pélissier stapte in de derde etappe uit de Tour omdat hij tijdstraf kreeg voor het weggooien van een trui, samen met zijn broer Francis en teamgenoot Maurice Ville. Er wordt echter ook wel vermoed dat hij in werkelijkheid afstapte omdat hij geen kans had de Tour te winnen, en geen zin had deze als knecht van Bottecchia uit te rijden.
Bottecchia toonde het peloton nogmaals zijn macht in de Pyreneeën, waar hij beide ritten met overmacht won. Hij pakte de leiding in het klassement in de eerste etappe, en behield die tot de laatste (al moest hij in 2 etappes de eer delen met Theophile Beekman. Slechts 4 andere rijders waren ooit ononderbroken van begin tot einde klassementsleider: Maurice Garin (1903), Philippe Thys (1914), Nicolas Frantz (de nummer 2 van 1924, 1928) en Romain Maes (1935).
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5488 km Gemiddelde snelheid: 24.250 km/h Aantal deelnemers: 157
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 33 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1924.
In 1923 ging de 17e Tour de France van start op 24 juni in Parijs. Hij eindigde op 22 juli in Parijs. Er stonden 139 renners aan de start.
De ronde werd gewonnen door een van de populairste Franse wielrenners, Henri Pélissier. Pélissier had al een aantal keren aan de Tour meegedaan, maar slechts in 1914, toen hij tweede werd, had hij hem ook uitgereden. Pélissier kwam vaak in opstand tegen de regels van Tourdirecteur Henri Desgrange. Toen hij tijdstraf kreeg wegens het weggooien van een buitenband, leek dit in 1923 hem opnieuw op te breken, maar hij reed toch door.
Romain Bellenger reed aanvankelijk in het geel, maar werd door Pélissier en zijn ploeg op achterstand gezet, waardoor een van Pélissiers ploeggenoten, de Italiaan Ottavio Bottecchia met het geel naar de Alpen kon rijden. Daar viel echter Pélissier, geholpen door zijn broer Francis hard aan, daarmee de toen al bestaande gewoonte dat men een ploegmaat niet aanvalt aan zijn laars lappend. Pélissier won daarmee uiteindelijk zoveel tijd, dat hij bij aankomst in Parijs een half uur voorsprong had op Bottecchio en meer dan een uur op Bellenger, die derde werd. Hij was de eerste Franse Tourwinnaar sinds 1911, alle tussenliggenden Tours waren door Belgen gewonnen.
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5386 km Gemiddelde snelheid: 24.233 km/h Aantal deelnemers: 139
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 33 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1923.
Belgische etappezeges
Albert Dejonghe won de 4e etappe van Brest naar Les Sables d'Olonne.
Lucien Buysse won de 8e etappe van Perpignan naar Toulon.
In 1922 ging de 16e Tour de France van start op 26 juni in Parijs. Hij eindigde op 23 juli in Parijs. Er stonden 120 renners aan de start.
De Tour van 1922 was er een van wisselende kansen waarin uiteindelijk de man met de minste pech winnaar zou worden. Eugène Christophe was de eerste die op de overwinning leek af te stevenen. Maar net als in 1913 en 1919 verloor hij de wedstrijd doordat zijn vork brak en hij lopend verder moest. Jean Avaloine was de volgende gele trui-drager, maar na een serie van lekke banden verloor hij hem aan Hector Heusghem. Deze op zijn beurt kreeg een uur tijdstraf omdat hij van fiets was gewisseld na een ongeluk, waardoor uiteindelijk Firmin Lambot in het geel naar Parijs reed. Een andere rijder die door pech werd uitgeschakeld was Philippe Thys, die te maken kreeg met een wielbreuk in de Pyreneeên, maar wel 5 etappes op zijn naam schreef (tegen geen enkele voor winnaar Lambot).
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5375 km Gemiddelde snelheid: 24.196 km/h Aantal deelnemers: 120
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 34 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1922.
Belgische etappezeges
Philippe Thys won de 4e etappe van Brest naar Les Sables d'Olonne, de 8e etappe van Perpignan naar Toulon, de 9e etappe van Toulon naar Nice, de 10e etappe van Nice naar Briançon en de 15e etappe van Duinkerken naar Parijs.
Emile Masson sr. won de 11e etappe van Briançon naar Genève en de 12e etappe van Genève naar Straatsburg.
Félix Sellier won de 14e etappe van Metz naar Duinkerken.
In 1921 ging de 15e Tour de France van start op 26 juni in Parijs. Hij eindigde op 24 juli in Parijs. Er stonden 123 renners aan de start.
Omdat Thys en Lambot in slechte vorm verkeerden, was er hoop bij de Fransen dat ze eindelijk weer de Belgen (die alle rondes van Frankrijk sinds 1912 hadden gewonnen) zouden kunnen verslaan. Het was echter opnieuw een Belg, Léon Scieur, die in rit 2 de gele trui pakte en vervolgens niet meer afstond. Van de Fransen wist alleen Honoré Barthélemy een rol van betekenis te spelen, maar ook hij moest voor Scieur het hoofd buigen. Ook in de breedte beheersten de Belgen nog steeds de Tour, met 7 rijders bij de eerste 10 en winst in 9 van de 15 etappes.
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5485 km Gemiddelde snelheid: 24.724 km/h Aantal deelnemers: 123
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 29 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1921.
Belgische etappezeges
Louis Mottiat de 1e etappe van Parijs naar Le Havre, de 4e etappe van Brest naar Les Sables d'Olonne, de 5e etappe van Les Sables d'Olonne naar Bayonne en de 7e etappe van Luchon naar Perpignan.
Léon Scieur de 3e etappe van Cherbourg naar Brest en de 10e etappe van Nice naar Grenoble.
Tussen zijn Tourzeges in 1913, 1914 en 1920 hadden zeker nog meer gezeten, als de Eerste Wereldoorlog hem niet van de beste jaren van zijn wielercarrière had beroofd. (aldus Henri Desgrange bij de huldiging van Thys in 1920)
Met 22 jaar en 9 maanden (bij zijn eerste triomf in 1913) is Thys nog altijd de jongste Tourwinnaar. Naar eigen zeggen stond hij aan de wieg van de gele trui: zijn manager zou hem gevraagd hebben een trui in die kleur te dragen, zodat het publiek hem kon herkennen als leider van het klassement. Alhoewel er geen redenen zijn om aan zijn woorden te twijfelen, wordt toch vaak aangenomen dat de gele trui van veel later dateert en dat de FransmanEugène Christophe de eerste drager was.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Philippe Thys bij de Franseluchtmacht. Na zijn wielercarrière werd hij garagehouder, fietsenhandelaar en organisator van autoreizen.
In 1920 ging de 14e Tour de France van start op 27 juni in Parijs. Hij eindigde op 25 juli in Parijs. Er stonden 113 renners aan de start.
De Belgen, en in het bijzonder Philippe Thys, waren in deze Tour oppermachtig. In de tweede etappe, die door hem gewonnen werd, pakte Thys de leiding in het klassement, al moest hij die tot de zesde etappe nog delen. Van de Fransen wist alleen Henri Pélissier een gevaar te vormen, maar nadat hij tijdstraf kreeg voor het weggooien van een buitenband, verliet hij de Tour.
De eerste zeven plaatsen in het eindklassement werden bezet door Belgen. Nummer 8 Honoré Barthélemy werd bij aankomst in Parijs luid toegejuicht, niet alleen omdat hij de eerste Fransman was, maar ook omdat hij de Tour uitreed nadat hij bij een val op de Galibier onder meer zijn sleutelbeen gebroken had. Firmin Lambot, de winnaar van 1919 was de sterkste in de bergen, maar had in het begin van de ronde al te veel verloren om een kans te maken op de eindoverwinning.
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5503 km Gemiddelde snelheid: 24.072 km/h Aantal deelnemers: 113
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 2 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1920.
Belgische etappezeges
Louis Mottiat won de 1e etappe van Parijs naar Le Havre.
Philippe Thys won de 2e etappe van Le Havre naar Cherbourg, de 9e etappe van Aix-en-Provence naar Nice, de 12e etappe van Gex naar Straatsburg en de 13e etappe van Straatsburg naar Metz.
Firmin Lambot won de 5e etappe van Les Sables naar Bayonne en de 6e etappe van Bayonne naar Luchon.
Jean Rossius won de 7e etappe van Luchon naar Perpignan en de 15e etappe van Duinkerken naar Parijs.
Louis Heusghem won de 8e etappe van Perpignan naar Aix-en-Provence.
In 1919 ging de 13e Tour de France van start op 29 juni in Parijs. Hij eindigde op 27 juli in Parijs. Er stonden 69 renners aan de start.
De Eerste Wereldoorlog was nog nauwelijks afgelopen, en veel vooroorlogse favorieten hadden het leven gelaten. De overblijvers hadden in de oorlog weinig mogelijkheid gehad om te trainen of te koersen, en waren daardoor in slechte conditie. Uiteindelijk zouden slechts 11 van de 69 rijders bij terugkeer in Parijs nog in de race zijn (Paul Duboc werd later uit de uitslag verwijderd omdat hij een auto had gebruikt om een reparatie van zijn trapas uit te voeren).
Nieuw in deze Tour was de gele trui. Deze werd gedragen door de leider in het algemeen klassement. De eerste gele trui werd uitgereikt na afloop van de 10e etappe in Grenoble. De kleur geel werd gekozen omdat de organiserende krant l'Auto op geel papier werd gedrukt.
De eerste gele-truidrager was de Fransman Eugène Christophe. In de Alpen breidde Christophe zijn voorsprong nog verder uit, tot bijna een half uur ten opzichte van Firmin Lambot. In de voorlaatste etappe, van Metz naar Duinkerke sloeg echter het noodlot toe: Christophe brak zijn vork, en moest lopend verder tot aan de fietsfabriek in Valenciennes. Hiermee verloor hij 70 minuten, en later nog wat meer door een val. Ook in 1913 had Christophe al om precies dezelfde reden de leiding verloren. Lambot won de Tour met meer dan 100 minuten voorsprong op Jean Avaloine en bijna 2 1/2 uur op Christophe.
Aantal ritten: 15 Totale afstand: 5560 km Gemiddelde snelheid: 24.056 km/h Aantal deelnemers: 69
Belgische en Nederlandse prestaties
In totaal namen er 28 Belgen en 0 Nederlanders deel aan de Tour van 1919.
Belgische etappezeges
Jean Rossius won de 1e etappe van Parijs naar Le Havre.
Firmin Lambot won de 14e etappe van Metz naar Duinkerken.
De Tour van 1913 was er één met veel ongevallen. Eugène Christophe en Marcel Buysse waren twee belangrijke kandidaten tot ze technische problemen kregen met hun fiets. Na het uitvallen van deze 2 renners waren alleen Lucien Petit-Breton en Philippe Thys nog in de running voor de overwinning, later gaf Petit-Breton op. Ook Thys viel nog en was zelfs een ogenblik bewusteloos, toch slaagde hij er in om de Tour uit te rijden en te winnen. Ali Neffati uit Tunesië was met zijn 18 jaar de jongste deelnemer ooit aan de Tour.
Van al de ongelukken in deze Tour was het probleem van Eugène Christophe toch het opmerkelijkste. Tijdens een rit in de Pyreneeën viel hij aan en dicht bij de top van de Tourmalet sloeg het noodlot toe: zowel zijn voor- als de achtervork van zijn fiets braken, en helemaal geïsoleerd van de wereld wandelde hij 14 kilometer met zijn fiets naar het dorpje Sainte-Marie-de-Campan waar hij een smid vond die de hele nacht heeft gewerkt om zijn fiets te repareren. In de vroege ochtend kon hij de etappe uitrijden en verder rijden in de ronde. Hiermee verloor hij wel al zijn kansen op winst. In Sainte-Marie-de-Campan staat nu een gedenkplaat aan Christophe's heldendaad.
De directie van de Ronde van Frankrijk heeft Bjarne Riis van de lijst van winnaars geschrapt nadat de Deen toegaf doping te hebben gepakt.
Of Riis zijn Tourzege van 1996 ook officieel verliest, hangt volgens Tourwoordvoerder Philippe Sudres af van de UCI.
Voorlopig heeft die organisatie alleen nog maar aan Riis 'gevraagd' om zijn gele trui weer in te leveren. De kans dat Bjarne Riis effectief zijn Tourzege kwijtspeelt, is miniem omdat de feiten volgens de UCI-reglementen verjaard zijn.
QuickStep-Innergetic ontkent welke betrokkenheid dan ook bij de huiszoekingen naar dopinggebruik in het wielermilieu die donderdag door het Belgische gerecht werden uitgevoerd.
In een persbericht wenste ploegwoordvoerder Alessandro Tegner één en ander duidelijk op een rijtje te stellen.
1. Er is donderdag bij geen enkele wielrenner van onze profploeg een huiszoeking verricht.
2. Er is donderdag bij geen enkele renner of verzorger of andere medewerker van onze profploeg doping of enig ander verboden product aangetroffen of in beslag genomen.
3. Er vonden donderdag klaarblijkelijk een aantal huiszoekingen plaats, waarvan één bij één van de zeven verzorgers van onze profploeg, de heer Johan Molly. Toen er niets aangetroffen werd, heeft men zijn GSM en computer meegenomen. De heer Johan Molly zelf werd ondervraagd, beantwoordde de gestelde vragen, en kon terug naar huis. Zijn GSM kon hij terug meenemen.
4. Voor zover bekend wordt geen onderzoek verricht naar onze profploeg, en is daar ook geen enkele reden toe.
"QuickStep-Innergetic betreurt dat de weinig precieze informatie die donderdag door gerechtelijke kringen werd verspreid, aangegrepen werd om onze profploeg nodeloos in opspraak te brengen, tot over de landsgrenzen heen."
"De timing van de van donderdag uitgevoerde huiszoekingen, drie dagen voor de federale verkiezingen, doet zeer ernstige vragen rijzen. De klacht die aan de basis van deze huiszoekingen ligt, dateert immers van het najaar 2006..."
AUTONOME TIMING OF VERKIEZINGSSTUNT?
Voor dat laatste heeft de Kortrijkse parketwoordvoerder Tom Janssens een verklaring. "Dat de huiszoekingen gebeurden kort voor de federale verkiezingen, is een beslissing die het gerecht autonoom heeft genomen."
"Vanaf maandag zijn de voornaamste verantwoordelijken van de Kortrijkse federale gerechtelijke politie twee weken afwezig. Bij hun terugkomst staat de Ronde van Frankrijk voor de deur en kunnen mogelijke betrokkenen daardoor afwezig zijn, luidt het.
"Wij zijn geen promoteam van Jean-Marie Dedecker", benadrukte Janssens.
Frank Vandenbroucke is "buiten levensgevaar" en "bij bewustzijn". Dat verklaarde Ivan de Paolis, de persverantwoordelijke van het Italiaanse wielerteam Acqua e Sapone.
Vandenbroucke werd woensdag na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis van het Italiaanse Magenta opgenomen. Hij zou een overdosis medicijnen geslikt hebben. "Frank is bij bewustzijn en verkeert niet in levensgevaar", zei de Paolis aan het Franse persagentschap AFP.
Palmiro Masciarelli, de manager van Acqua e Sapone, sprak al met hem aan de telefoon. "Frank voelt zich in de steek gelaten", verduidelijkte de Paolis. Zijn vrouw heeft hem verlaten en hij leeft alleen."
'Het Merckxisme', 'Merckxiaans', waarschijnlijk is er geen enkele andere sportman die onze taal extra woorden heeft opgeleverd. Grofweg vertaald betekent 'Merckxiaans' zoveel als zó goed zijn dat je eigenlijk geen concurrentie meer hebt. Zulke betekenissen worden niet zomaar uit de duim gezogen. De man die al vroeg "de Kannibaal" wordt genoemd, rijdt iedereen uit zijn wiel. Een geboren winnaar. Al toen hij drie jaar was, droomde hij ervan wielrenner te worden. De Tour is zijn ultieme droom. In 1969 wordt deze werkelijkheid en vijf jaar later, in 1974, heeft hij 'zijn' Tour vijf keer gewonnen.
Eddy Merckx is een veelvraat. In totaal wint hij 525 wedstrijden op de weg, waaronder zeven keer Milaan-San Remo (een absoluut record), drie keer Parijs-Roubaix, vijf keer de Giro en twee keer de Ronde van Vlaanderen. In 1972 verpulvert hij het werelduurrecord in Mexico. Maar de wedstrijd waar hij het meest in schitterde, was toch de Ronde van Frankrijk. Hij neemt voor het eerst deel in 1969. Zijn gulzigheid en veelzijdigheid doen ieders mond openvallen van verbazing. Merckx wint niet alleen de Tour, maar ook nog eens zes ritten, het eindklassement, het puntenklassement én het bergklassement. Tijdens de beklimming van de Tourmalet kan niemand hem meer volgen, waarop hij dan maar de overige 140 kilometer alleen rijdt. Zijn onbetwistbaar meesterschap wekt naast bewondering gaandeweg ook nijd op. Een nieuw woord, "anti-Merckxisme", is geboren. In 1975, op weg naar zijn zesde Touroverwinning, krijgt Merckx een slag in de lever van een toeschouwer. Hij verliest de Tour en zijn onoverwinnelijkheid. Merckx stopt met koersen op zijn drieëndertigste, maar blijft met de fiets bezig. Hij wordt zakenman en bouwt zijn eigen fietsmerk. Achter de schermen is zijn invloed op de wielerwereld nog steeds groot. Hij blijft populair tot ver buiten de landsgrenzen.
Merckx was een fanatiek winnaar. Maar in 1969 gebeurt er iets vreemds. Merckx wordt gelost door het peloton, samen met die andere verbeten kampioen Rik Van Looy. In een kermiskoers dan nog wel. Voor een stomverbaasd publiek worden beide wielergoden zelfs gedubbeld door het peloton. Wat blijkt later? Merckx was zo geërgerd door zijn rivaal Van Looy die in zijn wiel bleef rijden, dat hij expres trager ging rijden. Met het absurde schouwspel tot gevolg.