|
Omhul mij met een wit gewaad,
de peinzing van mijn stil gelaat,
zij als een boek dat één maar leest,
een bijbel die de ontwijding vreest,
ik droeg het kruis door de eeuwen heen,
ik ken de lach die ik eeuwig ween,
ik weet alleen wat liefde heet,
en het heilig woord dat niemand weet.
Omhul mij met een wit gewaad,
besluier mijn gewijd gelaat,
maar in mijn ogen tranenmoe,
daar doet een bloem zichzelve toe,
een bloem die toch wil opengaan,
van bladen die ten hemel slaan,
en reiken, reiken naar het licht,
gelijk de droom van mijn gezicht.
Mijn armen, armen strekken uit,
mijn woorden, wonder van geluid,
geluiden die ik zelf niet weet,
waarin ik steeds mijzelf vergeet,
omhul mij met een wit gewaad,
besluier mijn betraand gelaat,
leg rond om mij wat bloemen uit,
bezing mij als een eeuwige bruid.
Ik ben zo bang, ik ben zo moe,
toch viel het licht mijn leven toe,
toch is mijn hoofd omhoog gericht,
toch ken ik het wetend Godsgezicht,
omhul mij met een wit gewaad,
vergeet de bloem van mijn gelaat,
vergeet mijn bleke weerloosheid,
een broze bloem aan God gewijd.
16-01-2015, 00:00
Geschreven door André 
|