 |
| We zijn de 39de week van 2022
|
 |
|
 |
| Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's. |
| Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. |
 |
| 21-02-2017 |
Bomen 4. Caesar Gezelle |
|
Zoetezingend bladerenlied,
waarom, waarom, ik weet het niet,
bij zomeravondstonden,
mijzelf vergetend urenlang,
ik sta te luisteren, in uw zang,
uw stillen zang verslonden.
Heimelijk talend loverlied, (1)
was is het, wat is het? Ik weet het niet,
bij zomeravondstonden,
daar u de wind aan het ruisen stelt,
al wat gij mijn ziel vertelt,
aan uw geruis verbonden.
Zielezalvend bomenlied,
zo dikwijls, dikwijls balsem giet
op ongenezen wonden,
als gij uw leisen lispelt zoet (2)
en het hart zijn leed vergeten doet,
bij zomeravondstonden.
Wonderdiepe loverlied,
en zingt mijn eigen ziele niet,
bij zomeravondstonden,,
met u vereend één zelfde zang
die, mijns omwillens, wederklank
heeft binnen mij gevonden.
Vredevoerend blarenlied,
en hebben wij te gare niet,
bij zomeravondstonden,
een ongerepte vrede in Hem
die ruist door blader- en zielestem
de vrede Gods gevonden.
(1):talen=spreken
(2):leis=gezang
XXXXXXXX
21-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 20-02-2017 |
Bomen 3. Caesar Gezelle. |
|
Stilruisend ging der bomen stem:
"gij vraagt ons hoe het verging met hem
die ons in het leven stelde:
wij zeggen hetgeen wij weten u
zo het nimmer gaat zo ging het nu:
de boom viel waar hij helde".
Nacht is het, diepe nacht, en de uren
glijden traag. Al door het geblaarte
giet de maan op gers en muren
haar zilverbleke klaarte.
Rijzig zacht zo staan mijn bomen
hel beschenen, zwart bij vlekken,
laten het stille maanlicht komen
op de vloer hun schaduw trekken.
Lijzig als mijn ademtijgen
loop de wind door hunne blaren
en door het wiegelen van hun twijgen
suizelen zoete tovermaren.
Zacht geritsel van de blaren,
heimelijk teder manelichten,
ruist nu zacht, verlicht mijn staren
op geliefde droomgezichten.
20-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 19-02-2017 |
Bomen 2. Caesar Gezelle |
|
O bomen, uw taal me spreekt
van hem die beide ons groot gekweekt,
van hem die heeft aan de aarde
uw stam vertrouwd, en, toen gij schoot,
verzorgde u en tot bomen groot,
zijn zorgen niet ontwaarde, liet groeien.
Deze avond doet uw aanzien,
uw gefluister zoet,
mij ver terugwaard keren,
wilt mij, in uw langlevendheid,
van leven, dood en eeuwigheid,
wat wetenswaard is, leren.
Zegt wat gewerd van hem die mij
en u liet worden, zegt waar hij
geland mag zijn, of heden
hij blijdzaam op ons nederziet
zijns kinders beide, en of hij niet
nog roepende is; of hij klaagt,
en mijn hulp en vraagt.
19-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 18-02-2017 |
Bomen 1. Caesar Gezelle |
|
In het groot seminarie van Brugge stonden 5 populieren. Geplant door de vader van Caesar Gezelle.
Gij bomen zonder knoop of knuist,
veel rechter zijt mijns vaders vuist
als ik, ocharme, ontschoten.
Hij plooide u, toen gij het plooien nog
verdragen wildet. Buigen toch
en zal men oude poten.
Gij weet, het is al omniet gewrocht
aan het jongske dat niet recht en zocht
te gaan in 's werelds wegen.
Mij staat gij daar als voorbeeld nu,
dien rechte stam benijde ik u
die kromhout ben bedegen. (1)
(1)bedegen= geslaagd zijn, naar het volmaakte toe.
18-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 17-02-2017 |
De gulden zomer is voorbij 2. Caesar Gezelle |
|
Het staat alles nu verlaten en
zijn eigen dood te treuren,
ontbreken doet het zonlicht om
het bloed weer op te beuren.
Hun stem verliezen mens en dier,
hun ruisen de oude bomen,
noch draalt hier het rood van het avondvier
noch breekt het ochtenddomen.
Haar kranke licht de zon bespaart,
de zieke dagen krimpen,
en krassend vliegt de rave en vaart
dien ondergang beschimpen.
XXXXX
17-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 16-02-2017 |
De gulden zomer is voorbij 1. Caesar Gezelle |
|
De gulden zomer is voorbij,
voorbij zijn bloei, zijn blijheid,
zijn tenten slaat het herfstgetij,
en het mist in mijn nabijheid.
Het vonnis valt, alom geveld,
het doodsvonnis der blaren,
de winden lopen het, heengesneld
alover het land, vermaren.
Ze schudden het schamel Godssamaar
der bomen, duizendtallen
van blaadjes uit hun blinkend haar,
lijk gouden gensters, vallen.
16-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 15-02-2017 |
Pasen 2. Caesar Gezelle |
|
Eiers gaan ze neerstig zoeken roodgeverfd, geel en bruin,
gaat in kanten en in hoeken bing bang bong al in de tuin,
kleine kinders gaan ze vinden eitjes lekker ende zoet,
legt ze vol uw kleine spinden en weest wakker en weest goed.
Grote kinders, ei, laat zingen hoog de klok haar Pasenlied,
en vergeet de grote dingen van het goddelijk Pasen niet,
het paasei was het graf en het leven, God die daar begraven lag,
God die schijnbaar dood gebleven, levend werd de derde dag.
Grote kinders, smaadt het manen van de klok haar Pasen niet,
laat ons ook uit het graf opstaan
en zingen het verrijzenislied
Alleluiah.
15-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 14-02-2017 |
Pasen 1. Caesar Gezelle |
|
Pasen luidt, de stille dagen zijn alweer voorbij,
Pasen luidt, het is uit met klagen, elkeen is blij,
Het zonnewezen haalt zijn stralen vers de schranken uit,
en het rept zijn vogeltalen al wat ruit of muit,
Pasen, het groen bestrooit de bomen over berg en dal,
en de lente bloesems komen bortelend overal.
Bing, bang, bong, het galmt de gaten der klokkentoren uit,
die daar dagen stille zaten zingen oost, west, noord en zuid,
Bing, ze zijn teruggekomen,
Bang, al van de verre vaart,
Bong, ze zijn terug van Rome,
eiers hebben ze vergaard.
14-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
| 13-02-2017 |
Witten donderdag 2. Caesar Gezelle |
|
Het zal gemalen en gezeefd tot spierwit bloemenmeel,
tot het beste dat God geschonken heeft,
tot brood, en het zal de muil des ovens ingaan,
in de brand geworden tot manna Gods, voor het Beloofde Land.
Een manna Gods, Zijn tarwegraan vereenzaamd en veracht,
ook eenmaal werd in het graf gedaan en bleef daar dag en nacht,
doch eenmaal ook verrijzen zou het en, levend opgestaan,
de wereld vol met stalen doen van hemelstarwe staan.
Het werd gemaaid, gedorsen en gepletterd en gemaald,
uit het ovenvuur der minnen als een zielebrood gehaald,
en dient ons nu tot spijs en drank, het geeft kracht ons, laaft en voedt,
Gods manna in deze wildernis dat eeuwig leven doet.
XXXXXXX
13-02-2017, 00:00
Geschreven door André 
|
|
 |
|
 |
|