Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's.
Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
04-04-2013
Het offer. H Moulijn-Haitsma Mulier
Het offer wordt gebracht, hoog houdt de priester, het vlammend hart van het lam, en alles zwijgt, geen vogelkeel durft spreken.
Tot plotseling koren breken, in jubelende galm, en juichend schalt, door de stilte van het woud, de hoge roem van het hart, dat stervend lichtte.
04-04-2013, 08:30
Geschreven door André
03-04-2013
Klimmen. H Moulin-Haitsma Mulier
Wonderlijk doet het lopen aan, langs peilloze afgrond, hij wil mij verslinden.
Duizelend, verzet ik mijn voet, maar hoger, steeds hoger, steigeren de bergen, top lokt mij na top, en ik klim.
Zo roep ik in mij ook de hoogten aan, vlak toont zich na, na vlak, aarzelend zie ik omlaag, maar diep drink ik sferen van eenzaamheid, tintelend en ijl, en ik zing, juichende veer ik omhoog.
03-04-2013, 07:47
Geschreven door André
Dageraad. H Moulijn-Haitsma Mulier
Nog heerst op de aarde het droef gezag, van de zwijgende nacht, ik ben het, die alle pijnen draag, van het eerste breken, ik, dageraad.
Als een vlammende gouden straal, stort ik mij om de rand, in iris bloei ik omlaag, aan de waterkant, alles kan door mij spreken, ik ben het geluid van de lucht, die mij draagt.
03-04-2013, 07:47
Geschreven door André
02-04-2013
Scheppen. H Moulijn-Haitsma Mulier
Zwaar stond de luchtkoepel om mij heen, en roerloos zat ik in die koperen klok, ik zag mijzelve als een gloeiend blok, stil beefde ik, want geluiden vond ik niet.
Maar toen de klok te beieren begon, stroomde mijn lichaam van zware klank heel vol, het wild bewegen sloeg mijn oren als dol, totdat uit chaos klonk de verre bron.
En schaterend klateren vulde heel mijn zin, ik danste klingend door de sferen voort, ik voelde noch een einde, noch begin, van eeuwige stroom had ik het geruis gehoord.
En in van overvloed donkere fontein, zag ik het nieuwe beeld in lichte schijn.
02-04-2013, 07:25
Geschreven door André
In de slag. H Moulijn-Haitsma Mulier
De zware ritmen loeien door mijn hoofd, en bonken tegen mijn vermoeide oren, mijn stem gaat in geluidengolf verloren, mijn zinnen zijn door de eeuwige klank verdoofd.
O chaos, die de mens de krachten rooft, hoe moeilijk is het, door uw gewoel te boren, de klanken zo te vatten, dat herboren, hij in harmonie weer de hoogste wet gelooft.
Hoe zwellen weer de brullende geluiden, en beeft de aarde onder het helse koor, toch hoor ik in de sfeer de klokken luiden.
Het zijn andere klanken dan dat hel verkoor, zwaart dreunt het lied de purperen hemel in, in donderend eind, hoor ik het eerste begin.
1916
02-04-2013, 07:24
Geschreven door André
01-04-2013
De nacht. H. Moulijn-Haitsma Mulier
Hoe ver is wel de avond van de morgen, er leeft daartussen heel een lange nacht, die is als dood, die altijd scheiding bracht, en stil verraadde, die in hem zich borgen.
O nacht, zo vol van fluisterende kolken, uit uw diepten delf ik toon en rijm, hoe zwaar draagt gij aan uw zwijmelend geheim, het is in u, dat mijn gedachten wolken.
Gij zijt de demping, het helderrood verlangen, dat avond naar de lichte morgen trekt, doordraaft in gulden gloed uw donkere gangen, tot in uw listenkolk het wordt neergestrekt.
En smalend telt gij dan de lange uren, dat nog uw sombere heerschappij kan duren.
01-04-2013, 08:59
Geschreven door André
Leven. H Moulijn-Haitsma Mulier
Ach, er zijn dagen dat ik alles haat, de lichte zon, de groen omwaasde boom, de volle beek in de bebloemde zoom, dat heel de wereld mij onbevredigd laat.
Dan voel ik aan mijn hart, hoe fel het leeft, en toch in koele klop draagt haar lust tot de dood, ik haat de weelde om smarten, die zij bood, zo fel ben ik van de ogenlust doorleefd.
Dan voel ik mij doorvlamd van heet verzet, die stelt mij mijn natuur als hoogste wet, nooit mag ik de wereld nemen om te leven.
Maar ik moet leven enkel om haar schoon, in spiegelend dromen om haar terug te geven, op zulk een dag doet dromen mij aan als hoon.
1916 Hester Henriette Jacoba Moulijn-Haitsma Mulier. 1877-1948. Oldeboom. Zij studeerde te Utrecht en was actief in de vrouwenbeweging. Naast eigen werk vertaalde zij gedichten van Shakespeare. Zij vertaalde ook werk van Rudolf Steiner. In 1902 huwt zij met de grafisch kunstenaar Simon Moulijn.
01-04-2013, 08:56
Geschreven door André
31-03-2013
Pasen in oude prenten 2
Prenten uit grootmoeders tijd. Zo mooi.
31-03-2013, 08:38
Geschreven door André
Zalig Paasfeest
Zalig Paasfeest. Zalig Paasfeest. Zalig Paasfeest. Zalig Paasfeest. Pasen is het feest van de overwinning van het goede op het slechte. En de paasklokken komen nu terug uit Rome met allemaal paaseieren. Maar de warmte heeft nog niet gewonnen van het vriesweer. Als de klokken maar niet bevriezen. Anders krijgen wij niets. Misschien vliegen zij wel door naar warmere streken?
Feesten doen wij toch.xxxxxxxxxx
31-03-2013, 08:32
Geschreven door André
Voor al die jaren. Annie Salomons
Voor al de jaren dank ik u, dat gij mij verre, waart nabij, dat liefde, die vogel vreemd en schuw, was zwevend tussen u en mij, Voor al die jaren dank ik u.
Voor duizend nachten schone droom, die nimmer een vervulling vond, en die ik genoot met dieper schroom, dan de enkele kussen van uw mond, uw droeve, donkere mond.
Nu, aan de drempel van een rijk, waar nieuw, waar tastbaar heil mij wacht, heb ik plots zo fel aan u gedacht, dat ik voor de werkelijkheid bezwijk,
Uw verre handen, sterk en zacht, waar vind ik hun gelijk, na zoveel jaren over u verdroomd, verdicht in mijmerij, lijkt waarheid slechts een waanbeeld nu, laat ooit herinnering mij vrij?
Hoe dank ik u, hoe vloek ik u, voor al die jaren?
31-03-2013, 08:31
Geschreven door André
Weemoed. Annie Salomons.
Ken je de weemoed die komt binnensluipen, zacht, sleepvoetend, naderend mijn bed, als maanlicht valt blekend door mijn venster, de dingen staan al dan zo vreemd belicht, en het is heel stil, zo stil, dat, als ik adem, ik hoor mijn lakens even schuivend kraken, de hele wereld ligt stil en maanwit, maar in mij brandende jeugd en fel verlangen?
Ken je de weemoed die als een kil dier, als gladgehuidde slang mij komt omkronkelen, op schitterdagen vol brutale zon, die alles slaat met zij scherpgouden roeden, op dagen als het drukke leven ratelend, een fel gekleurd rad voor mijn ogen draait, als mensen lachen, gillen, schreeuwen, stampen, tot ik mij eigen hartstem niet meer hoor, maar willoos als een pop wordt rondgezeuld, om het ratelend rad met schelle zonneschichten?
En ken je ook de starre weemoedsangst, wanneer de huiverstille maannacht , langzaam gaat wijken voor de zonnedag, die mij zal slaan met zijn brutharde leven, en de wanhopigwilde weemoedsmart, als het vlammend dagoog weer zacht weer dicht gaat vallen, als het martelend dagleven matter wordt, en de zoele, lange angstigstille nacht, mij trekt in haar verlammende weke armen?
31-03-2013, 08:30
Geschreven door André
30-03-2013
Sappho 1. Annie Salomons
Ik weet niets dan deze ene zang, van het hart dat zocht, en nimmer vond, en van een altijd droeve mond, die dorstte, heel het leven lang.
Ik weet alleen dit ene lied, van trouw, die leeg en bitter is, van schrille vreugd en staag gemis, en onvrede, martelend als verdriet.
Mijn stem was jong en sterk, en stout, zong zich de grootste wereld in, mijn hart werd moe, mijn hart werd oud, en zingt nog als in het eerste begin.
Ik zocht de liefde in het stille dal, op steile bergen, in het feestelijk groen, ik zocht de liefde overal, en derf nog steeds haar zuivere zoen.
30-03-2013, 07:40
Geschreven door André
Sappho 2. Annie Salomons
Wel menigmaal ontbond ik mijn haar, en rustte op een sterke arm, en menig biddend lippenpaar, kustte mijn vermoeide voeten warm.
Maar toch, zoals een dromerig kind, zijn spel verlaat, wijl iets hem trekt, en in de wrede lentewind, de handen tot de sterren rekt.
Zo bleef bij hartstochts snelste stroom, het verlangend hart mij droef gezind, en het wacht zijn verre sterrendroom, verdrietig als een eenzaam kind.
Ik ken alleen deze ene zang, van het hart, dat zocht en nimmer vond, en van een moe gekuste mond, die dorsten bleef, haar leven lang.
Sappho is een dichteres uit het oude Griekenland. Zij schrijft voornamelijk lyrische poëzie. Het zijn liederen gezongen met begeleiding van een lier. Zij bezingt de vrouwelijke wereld, omgang met meisjes, muziek, liefde en natuur. Zij richt een kostschool op voor meisjes. De opleiding bestaat uit muziek, dans, poëzie en houden van de natuur. Annie Salomons heeft enkele van haar gedichten vertaald.
30-03-2013, 07:38
Geschreven door André
29-03-2013
Martha 1. Annie Salomons
Nog altijd zijn in zoele zomernachten, de sterren even mooi en even ver, maar wie zich dwong geen wonder meer te wachten, en vlijtig door de dagen heen te jachten, schrikt bijna als zij opziet naar een ster.
Genade komt ons hart geregeld zoeken, maar ons vervult het eten van de dag, een linnenkast vol stapels nette doeken, kwam in de plaats van rijen verzenboeken, In plaats van tranen een correcte lach.
Er is een lange rij van zo verdwaalden, door alle eeuwen in de dood gegaan, wie linzen met zijn hoogste recht betaalde, wie als leraar sprak en in aandacht faalde, hebben gelijkerwijs als ik misdaan.
Hoe moet ik eenmaal voor Uw troon verschijnen, zo dom bekrompen en zo wel doorvoed, stralende God hoog boven serafijnen, doordring mijn starheid met Uw milde gloed, En, als het niet anders kan, schroei mij met pijnen, maar breek mijn dorheid en verhef mijn moed.
29-03-2013, 08:58
Geschreven door André
Martha 2. Annie Salomons
Ik maak mij angstig, dat mijn hart verschrompelt, doordat ik te veel halfheid heb aanvaard, hoe heb ik mij eens in zaligheid gedompeld, hoe heeft de wanhoop mij eens overrompeld, en nu werd enkel comfort, mij wat waard.
De jaren der opstandigheid vergingen, ik werd verstandig, en ook wat gezet, maar ik verloor gelijk mijn jubbelend zingen, om onbereikbaar schoon gedroomde dingen, ik bond mijn wensen naar de wereldwet.
Wie is er armer dan de gerangeerde, Wie leeft benepener dan in nette kring, die om haar tact en matigheid geëerde, die alle wijdheid en alle storms verleerde, en bij wie goede toon de droom verving?
O God, die zelfs een moordenaar hebt vergeven, en uitverkoren een slechte vrouw, erbarm U over mijn verkillend leven, en neig U tot mijn hulpeloos berouw.
Die nooit een arme zondaar wou bedroeven, stel ook mijn povere lauwheid niet te leur, God van verraders, tollenaars en boeven, ontferm U over wie U het meest behoeven, mevrouwen met een keurig interieur.
29-03-2013, 07:12
Geschreven door André
28-03-2013
Oud lied. Annie Salomons
Wie rijdt daar langs de holle brug, en gaat de poort rameien, met jonge, onbuigbaar sterke rug, een mond die afdwingt, fel en stug, maar ogen die vleien, vleien?
Wie roept daar luid met barse klem, ik zal de grendels breken, O wonderlijk verlangde stem, waar hoorde ik hem, hoe droomde ik hem, welk antwoord moet ik spreken?
Ach ridder, sterk tot schoonste strijd, held, die van ver gekomen zijt, wil hier uw krachten sparen.
De jonkvrouw die hier binnen leit, die sliep al duizend jaren, en wie haar ook volhardend zocht, of ziedend om haar liefde vocht, nog niemand, die haar wekken mocht.
28-03-2013, 08:56
Geschreven door André
Voorbij. Annie Salomons
Verleden jaar was je nog niet gekomen, en nu ben je al weer weken weggegaan, het scheen, je zou je leven van mij dromen, en nog geen jaar heb je me na gestaan.
Je kwam als een stormwind, jong en fris en nukkig, je mond was zengend in mijn huiverend haar, en ik borg mijn hoofd zo wonderlijk gelukkig, weg aan je hart, als kenden wij elkaar.
Ik had je lief, maar op je omstuimig vragen, zei wijsheid neen, voordat mijn hart het wist, en strak verborgen heb ik mijn heil gedragen, door lichte nachten en door drukke dagen, mijn droom van liefde nooit door jou gegist.
Ik had je lief, maar zware stugge woorden, kerfden een scheiding tussen jou en mij, neen, het kon niet zijn dat ik je ooit behoorde, dat mijn bleke jeugd jouw opgang stoorde, ik had je lief, maar zei slechts wijze woorden, zo dreef de laatste, lieve waan voorbij.
28-03-2013, 08:54
Geschreven door André
27-03-2013
Herinnering. Annie Salomons
Zoals op zomeravond de matte klacht, van een harmonika door het open raam, bij ons komt dreinen, tot laat in de nacht, blijven wij luisterend aan het venster staan.
Als de zwoele parfum van een vrouwenkleed, die ons walgt, en dat telkens weer, neertrekt ons hoofd naar die bedwelmingssfeer, waarin de geuren wolken, zwaar en heet.
Zo heeft weekarmige herinnering, die gulzig jeugdkracht drinkt en denkensmoed, mij als gevangene in haar omstrengeling.
En of ik mij soms al worstelend haar ontwring, ik weet toch dat ik steeds weer voor haar zwichten moet, zelf hunkerend naar de zoete pijniging.
27-03-2013, 09:17
Geschreven door André
Koorts. Annie Salomons
Mijn lief, waarom heb je zo met me gespeeld, kon je dan niet zien in mijn ogen, dat mijn ziel er in beefde, dat enkel ik leefde, van jouw blikken, die logen, logen?
Ben je dan vals, wat wilde je dan, toen je dwingend me ving in je toverban?
Wou je me breken, of wist je het niet, hoe me zou knagen, alle nachten en alle dagen, verdriet, het verdriet.
Ik lag met wijdopen ogen, en woelde onrustig, als het kindje klein, dat in de nacht niet kan slapen om het angstig zijn, in het donker.
En over me hing gebogen, jouw winnende, willende sfinxenblik, geflonker, dat ik niet kon ontkomen, noch laten.
O jij bent slecht, jij bent vals, weg je arm van mijn hals, je vleiende stem, je ogen, je mond, weg, haten zal ik je, haten.
27-03-2013, 07:07
Geschreven door André
26-03-2013
Arm. Annie Salomons
Wij, die elkaar in dromen minden, buiten de dwang van ruimte en tijd, hoe zullen wij bevrediging vinden, in deze arme werkelijkheid?
Uw hoofd, in mijn arm gedoken, lijkt als een vrucht zo broos en klein, gij houdt uw ogen vroom geloken, kan daar mijn hele wereld zijn?
Er ligt een troost van rustig weten, in uw handen een vaste druk, maanden van hunkering, fel verbeten, heeft rusteloos mij de drang bezeten, naar dit onmogelijke geluk.
Maar, bang en blij tot u gekomen, zoals een kind naar het eerste feest, lijkt liefde's liefste mij ontnomen, gij maakt een einde aan al mijn dromen, ik ben nog nooit zo arm geweest.