Rustig genieten van gedichten, liedjesteksten, muziek, vertellingen, prenten en foto's.
Welkom in mijn thuishaven. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
05-03-2013
Elysium. Marie Cremers
Hier is te niet gedaan, de kleine mensenwaan, van hoogmoed en benijden.
Hier is van ieder wat een ander eigen is, het is eenvoudig maar het schijnt geheimenis, hier is een mateloos verblijden.
Elysium of Elysesche velden, is in de antieke oudheid een plaats waar de uitverkoren van de goden, zoals dichters en denkers, worden opgenomen, zonder te sterven, om eeuwig gelukkig te zijn.
05-03-2013, 13:19
Geschreven door André
Gevallen strijders. Marie Cremers
1. Bijna iets prachtigs en toch mislukt, Bijna volgroeid maar toch niet geplukt, is de bloem van mijn leven.
Bijna benaderde ik de stralende ster, was ik te zwak of was het te ver? was het te stout mijn streven?
Bijna, bijna, ontzettend woord, bijna gewonnen maar voor de poort, neergezegen, verloren.
Bijna de kroon des levens gehaald, en veroverd en toch gefaald, geroepen maar niet verkoren.
Hoevelen vallen zo ongenoemd, onbekend en onberoemd, voor hun vanen?
Hoevelen sneuvelen koortsig en mat, in gure wind en in regen nat, voor hun wanen?
Bid voor de strijders, wien het zwaard ontviel, bid voor de lijders hun eenzame ziel, beveel hen in Gods genade.
2. Mijn wil is ongebroken, en ik sta rechtop, wel ben ik zwak, maar mij zijn het momenten.
Lang lig ik machteloos, maar richt mij toch weer op, en ogenblikken worden monumenten.
3. Voorbij zijn de tochten, voorbij is het wagen, mijn jeugd is uit, en mijn kracht vergaan.
Mijn hart is zo fris als in de oude dagen, slechts het lijf kan de strijd niet meer bestaan, er is zoveel ongedaan gebleven.
Het is mij of ik nu pas begon, met zoveel meer inzicht in het leven, en zoveel meer rust die ik langzaam won.
Ik ben als een tronk die is afgehouwen, wel botten loten uit de oude stam, maar zijn top steekt niet in de hoge blauwen luchten, de kroon die het lot hem nam.
Ja, nu ben ik als één van die knoestige bomen, die wel in oude dorpen staan, waarin de vogels slapen komen, en de mensen zien hem van uit hun raam.
Als een kameraad die heeft geleden, maar de humor bewaarde, goedig als zij, hij heeft zijn bescheiden plekje op aarde, maar de oude dromen blijven hem bij.
05-03-2013, 00:03
Geschreven door André
04-03-2013
Lindeliedje. Marie Cremers
De linde geurt haar eeuwige droom, de zomer is wel gekomen, maar in mij hart is het moe en loom, en mijn kracht is mij weggenomen.
De linde geurt als een innigheid, die zichzelf verteert in het eigen hart, en haar bescheiden aanminnigheid, glimlacht in stervenssmart.
De lindegeur hangt stil en vroom, in mijn kamertje, nu komt de nacht, en om mij weeft de lindedroom, zijn glimlach zonder praal of pracht.
04-03-2013, 12:28
Geschreven door André
Wilde bloemen. Marie Cremers
O, zeg niet dat de wilde bloemen moeten wijken, voor fijner soorten door cultuur gebracht, ik heb ze lief, want zij zijn mijn gelijken, zij zijn zo fris, zo zonder praal en pracht.
Ik kan genieten in gekweekte tuinen, maar laat mij liever het ruime, open veld, geef mij de geur van hei, en zilte duinen, waar vrijheid waait, en waar geen band mij knelt.
De wijde wereld geeft mij altijd andere wegen, met wouden, stromen, ongekunsteld vrij, ja, met de open weg van zon en regen, bewaart iets wilds, voor mij.
1874 Amsterdam-1960 Bussem Marie (Elisabeth) Cremers was een zeer verdienstelijke kunstenares. Zij schilderde en schreef gedichten. In de zomer verbleef zij in het schildersdorp Nunspeet. Zij zegt niets anders dan wat zij voelt, en zij zegt het met een kinderlijke onmiddellijkheid. Dat gevoel komt uit een diepere bron dan de oppervlakkigheid van onze gezellige samenleving.
04-03-2013, 10:39
Geschreven door André
03-03-2013
Oude prenten van Brugge 7
Brugge zo mooi.
03-03-2013, 12:37
Geschreven door André
Lied4. Käthe Mussche
Zingt de wakkere vogel, een merel, door de ochtend haar gouden geluid, dan blinkt de blanke, en broze perel van de dauw, naar nieuwe dagen.
Ach, de zoele zonnevlagen, slaan mij niet tot blijde bruid, want uw vlugge voeten trokken, dolend door de grote tijd.
Enkel bleef mij vergezellen, het drukke wensen, aan mijn eenzaamheid hingen waaiend vele vanen, van gulden glans hoog in de lucht.
Troosteloos troosten mij de wanen, dat verheugend gij zult keren, als in het voorjaar wiegelend teer, bloemen verkonden de komst van vrucht.
Waken, wachten, wijl de vuren, vlammend overwinnen het hopend land, schragen mij geen stralende uren, wijl gij zwerft aan het vreemde strand.
Zingen wakkere vogelkelen, door de ochtend hun gouden geluid, ik voel mij als een zangster zonder vedel en, zonder lach en lied en luit.
Zwerver, gij in verten ver en vaag, die het driftig leven jaagt, weet dat het hart al kranker klaagt, nachttijd derft de trouwe sterren.
03-03-2013, 10:07
Geschreven door André
Lied3. Käthe Mussche
Straks zal de herfst zijn heir van winden zenden, die roerig stormen over het heideland, en leeg zal de lucht zijn van felle brand, een spel der stralen die naar de zomer renden.
Stoeiziek tal van kinderen, schoon in het wenden en keren, dansend luchtig hand aan hand.
Maar fel gevangen in der noden band, zijt gij één van de povere en vege krijgersbenden, voor laf begeren offert gij uw bloed, een lieve leus leidt u tot een norse dood.
En machteloos stapt gij in die stomme stoet, als één, wiens hoop geen kleine blijheid bood, straks zult gij vallen, vragend aan een genoot mij te schrijven, gevend uw laatste groet.
03-03-2013, 07:16
Geschreven door André
02-03-2013
Lied2. Käthe Mussche
De tedere bries ruist door de recht gerezen dennen, het groenend lover van de ranke berken blinkt, maar ach, mijn immer hunkerend hart kan moeilijk wennen, aan regerend leed, nu de aarde misschien uw leven drinkt,
De lucht is blauw, de kinderrappe wolken rennen, wijl nodend het roepen van de luide koekoek klinkt, maar zal ik één keer uw sterke stem herkennen, omdat gij allicht als wankelende boom ten bodem zinkt?
De zomer lokt lijk een vleiende fluit, die nijver fluitspeelt bij blijde bomen en struwelen, de dag is vol van een schaterend lied en orgelend kwelen, wijl het zoete licht de gouden vreugd bemint van fruit.
Doch gij zijt ver van mij, gelijk een stil beweende dode, maar ik wacht u, en bevecht de bent van duistere noden.
02-03-2013, 10:17
Geschreven door André
Lied1. Käthe Mussche
Gij zijt gegaan toen het feestelijk zomerleven bloeide, en het heipad zilverig tussen de jonge struiken lag, een dartele wind bracht ruisen in de wijde dag, die tot de verre kimmen, bronzend brandde en gloeide.
Maar schoon kindblij de bries met bolle bladeren stoeide, en rijk verklaard mijn oog de ruime wereld zag, wijl vol van tedere glans de grote hemel vloeide, ten dode deerde het wakkere leed en lied en lach.
Wel zwirrelt rank de zwaluw rond mijn stille woning, maar leus en valse waan dreef u ten wrede krijg, wel fluit de merel puur bij tak en broze twijg, en draagt de bij van bloem tot bloem de geurende honing.
Wilde wapenen zie ik schennensgraag geheven, ach brekend, bede en vraag ten spijt, uw lieve leven.
Tot een verre krijger. 1918
02-03-2013, 07:46
Geschreven door André
01-03-2013
Het goed getijde. Käthe Mussche
O, tederheid van kleur bij lucht en land, O, windestreling door het groenend kruid, een ranke vogel lokt zijn jonge bruid, nu de aarde geurt en gloeit en vlammend brandt.
O, windestreling door het groenend kruid, en berken recht in rij, als een gelid, dat in de goede zonneschijn blijde bidt, nu geen winter meer, wild de takken muit.
Een ranke vogel lokt zijn jonge bruid, en vindt al zoekend het zuiver liefdelied, dat als een parelend water vloeit en vliet, of als een klare klok door de uren luidt.
Zie, de aarde gloeit en bloeit, en vlammend brandt, deze wijde wereld als een feest van glans, dat noodt tot lichte wijs en lichte dans, wars van barse boei en felle band.
01-03-2013, 09:39
Geschreven door André
Plotselinge herfststorm. Käthe Mussche
Hoe bont en blij gespikkeld thans, de rosse kruinen der bomen, dromend in de stille schaduw der tuinen, die zwijgen, nu het avondt.
De broze lovers rillen, wanneer de winden zuchten, terwijl vlammen rafelen in de schemervale luchten, als kleurig kleed gehavend.
Het dwarrelt rood, het dwarrelt geel, de bladeren stuiven als vlinders licht, als bloemen of als gouden duiven, rap wiekend hier en ginder.
De stilte sterft, de norse vlagen vallen bruisend op rosse kruinen, en de ochtend tuimelt ruisend, het laatste blad, het is winter.
01-03-2013, 07:46
Geschreven door André
28-02-2013
Toen wij kinderen waren. Käthe Mussche
Het gouden uur bloeide op de blonde klingen, de wierrook van de lente woei op de winden, en o, wij waren kinderen, en ons zingen klonk, onder de groene waas der rechte linden.
De wierrook van de lente woei op de winden, het botte en bruiste in fonkelende hagen, en onze jonge, jonge harten minden de werelden, die wijd en glanzend lagen.
En o, wij waren kinderen, en ons zingen droeg een dartele bries, naar blinkende gehuchten, de luwe tijden geurden, en er hingen lichtkleurige loveren, onder de hoge luchten.
Klaar onder het waas der recht gerezen linden, klonk in de grote dag ons zonnig zingen, want och, wij waren kinderen, en de winden bliezen, hun fijne wijzen bij de klingen.
(klingen=duinen)
28-02-2013, 10:57
Geschreven door André
Gij lacht met mij. Käthe Mussche
Gij lacht met mij, en eendere mijmerij bekoort ons minnend hart, nu de avond valt, en over vaalverkleurde wijde hei, het laatste lied der schuchterheid verschalt.
Gij lacht met mij, de dag was klaar en wij zijn jong, en plukten het leven als een vrucht, uw woorden klonken parelend en blij, en zonnig onder de lichte zomerlucht.
Gij lacht met mij, en ziet deze uren vrij en open, als een stralend weideland.
Wij weten het troostend goed geluk nabij, gelijk een plant de zoele hemelbrand, als het voorjaar wordt.
28-02-2013, 07:56
Geschreven door André
27-02-2013
Verlangen naar het land. Käthe Mussche
Kind der steden, hunker ik naar verse velden, wijd zich spreidend onder het gouden licht der luchten, blijde mogen mij der bijen zoemgeruchten, het komen der stiltedere lentedagen melden.
Driftigdrukke dreuning, die mijn gaan vergezelde, vlamming van de felle tochten, die ik duchtte, schendt de sproken niet, die mij het land vertelde, sproken, troostendschoon, als verzen of als vruchten.
Woeling van de steedse straten, win de heiden, en de weiden niet, noch de heuvelstreken.
Laat de moede daders en de dromers rusten, in domeinen waar de sparren zich rechten in rijen, en het water spat en schuimt der klare beken, of de grote zee hoog steigert aan de kusten.
27-02-2013, 10:41
Geschreven door André
Lied tot een verre vriend. Käthe Mussche
Misschien dat eens het goed geluk zal komen, gelijk een lente bij de dorre bomen, blij wekkend de oude, klare kinderdromen.
Misschien dat eens ten zomer in de landen, mij wenken gouden, wijde zonnebranden, en een keur van bloemen ontvangen mijn handen.
Misschien dat gij zult keren na veel zwerven, tot eigenlandse langvergeten erven, en mij verheugt na pijnend liefdederven.
Misschien, maar thans zijn vaal en fel de dagen, en moeilijk kan herinnering duurzaam schragen, na het immer, immer vruchteloze vragen.
Dus beid ik deze lege tijden moede, wild wensend, dat uw vroegere, vreugdigvroede, troostrijke waken, mij weer mag behoeden.
27-02-2013, 09:14
Geschreven door André
26-02-2013
Het licht getijde. Käthe Mussche
Het licht getijde bloeit als een rozelaar open, en leeft zijn fijne en sterke vreugden uit, als een glanzend dier uit een donker hol gekropen, neemt het zonnevuur de wijde dag tot buit.
De luwe wind, uit stilte's huis geslopen, waait dartele schaduwen van takken op mijn ruit, en tussen twijgen, goud van gloed bedropen, hoor ik hoe de merel een liefdessprookje fluit.
Thans mag ik weer de oude wegen lopen, en slaat het fonkelend vuur mij tot een bruid, de hemelen zijn vol feestelijk geluid.
Rijk uit wensen en moedig hopen, tot eeuwig heil en troostelijk bekoren, is de schoonheid als een schaterend kind herboren.
26-02-2013, 10:17
Geschreven door André
Verlangen naar de vrede. Käthe Mussche
Ons minden rijke rust en stille wijding niet, een bitse strijd joeg het jonge leven vroeg al oud, schoon de hemel blonk van teder fonkelend goud, wij kampend stonden tegen het stormend wild verdriet.
Gij werd ook krank als ik, die het moeizaam vechten liet, ons rest de troost der hoop, dat eens de hemel blauwt, en gij als ik, in het vredesuur de vrijheid ziet, die in het verschiet zijn dappere vanen wapperend houdt.
En thans is het lentetijd, de berken groenen al, en door de ochtend fluit een merel, hoog ten tak, blij wekkend het lied der makkers, luid en boud van schal.
maar schoon zijn paarlend fluiten vreugdig het zwijgen brak, ons ziekgestreden hart is moe, de zoele wind, danst door de licht lovers als een plagend kind.
26-02-2013, 07:52
Geschreven door André
25-02-2013
Bloemen Käthe Mussche.
Als spelend kind reeds, minde ik het teder en lentelijk bloeien, in de groene gaarden, de bloemen wuiven bij het waaiend weder, was mij een weelde en droom der lachende aarde.
Hoe kon de kroon gelijk een weke veder, rap wiegen of een vogel vlug er waarde, en later in mijn leven, toen wel wreder, de dagen derend waren als bitsige zwaarden.
Heb ik als troost, de troost der bloemen bewaard, die streelde gelijk het fluisteren van de liefde, en uit haar stilzijn heb ik rijk gegaard, het sterk verweer wanneer luide monden grieven.
Thans in de stad bij het zonnig raamkozijn, leef ik samen met wat bloemen broos en fijn.
1917
25-02-2013, 14:46
Geschreven door André
Tot de zomer. Käthe Mussche
Zomer, laat uw tedere kleuren bloeien, als een fluwelen gloeien, in uw hoven.
De winter deerde fel veel klare klanken, leeg van lied en danken, leeg van loven.
Rezen uit de nacht de vale dagen, druk doorjoeld van vlagen, wild van regen.
Zomer, zend uw heir van luwe winden, dat zij stuwend stuiven lijk de hinden, langs de wegen.
Feestelijk mogen de vogels fluiten, wijl niet langer mijn wensen muiten, noch staag mokken.
Kinderblijde spelen door uw rijken, dat het dorre en dreigend zwijgen wijken, zang van klokken.
Roep de stille bloemen stralend open, als eindelijk een fijn vervulde hoop, na lang talmen.
Zomer, laat uw dappere vlammen spoelen, dat ik schouw uw glanzig gouden doelen, sterk in het strijden.
25-02-2013, 08:49
Geschreven door André
24-02-2013
Tot de zwerver. Käthe Mussche
Mij pijnt de dag als de avond komt bij de bomen, en ik een deel der vrije luchten zie, dan is al vreugde schromig in het komen, of ik luister naar een gebroken melodie.
Ik roep om u, de nacht is wild van dromen, en martelt als een rauwe fantasie, maar ik hoor uw wederwoord niet als vreugdig stromen, van zomers water, gelijk een melodie.
En ach, de tijd, de wijde tijd zwijgt staag, een duif in het zwenken tart mijn stil verdriet, en moede slaat de steeds herhaalde vraag.
Wanneer komt gij, die thans mijn oog niet ziet, en die het uur niet mijwaarts drijft, wanneer verheugt mij uw zwervens eind, uw blijde terugkeer?