Als een vlucht van mooie duiven, pauwestaarten, blank van veren, strijkend op een mollig grasperk, zacht, met een licht geroekedoe, als een golf van schuim, aanzwellend met een ruisen als van klederen, borrelend, ziedend, bruisend, spattend, schitterblank naar de oever toe, zo is de zwerm der ballerinen, als zij bij het gejoel der snaren, in een lichte wolk van tul de schermen komen uitgevaren.
Eerst een schommelen, traag, schoorvoetend, met een heel teder handbewegen, dan een zweven, hangen, schuiven langs de planken, vederlicht, straks een plotseling opwaarts willen, of zij eensklaps vleugels kregen, hoog opzwaaiende, blanke handen met een stralend aangezicht.
Nu, als zomervlinders, flidderfladderend rond rijpe rozen, zwenken zij, elkaar omarmend, grillig buitelend twee aan twee, of zij glijden, glibberen, gletsen, hakend naar het zoete kozen, met vooruitgestoken lippen, nippensvaardig, zoenensgereed.
Soms slaan de armen breder en breder uit, als waterminnen, buitelend op de rug der golven, de mond zoenend elke baar, hun jurken flapperen op en neer als grote vinnen, zij dartelen als dolfijnen, speelziek wentelend, schaar bij schaar.
Oh, die rappe, gladde benen, oh, die gladde, rappe tonen, sneller, lichter dan de lichtste en snelste noten huppelen zij, op het arpeggio (1) van de vedel tekenen zij, die tovertonen, arabesken, glijdend, glibberend, gletsend, als een zucht, voorbij.
(1) arpeggio: harpsgewijs, snel na mekaar
12-08-2012, 16:42
Geschreven door André
11-08-2012
Angelusklok. Pol De Mont 1857-1931 Wambeek
Bleeft gij 's avonds, door de velden dwalend, terwijl ver in het westen bloedig de zon zinken ging, nooit naar het gestamp staan luisteren van het verre klokje, het Angelus meldend?
Niets op aarde streelt de oren gelijk die klanken, zwevend zacht, haast zuchten, in het ronde stijgend, een vurig zielsgebed, op de koele wieken, ten hoge, ten hemel.
Nooit is het aardrijk zo plechtig gelijk die stonde, alles zwijgt, nauwelijks durven de muggen gonzen, heinde en verre houdt heel de natuur de adem in, om vroom mee te luisteren.
Geheimnisvol, in die heilige stilte, waar zij schroomvol schuilen in de schemerschaduw, plengen (1) wierrookdampen hun geuren, op duizenden bloemen.
Almaar voort, verweg in de donkerblauwe verte, klinkt puurzilver het klokje en weeft om heel het boomrijk dorp heen, een web van klanken, zinderend en Goddelijk.
(1) plengen: storten
11-08-2012, 15:35
Geschreven door André
10-08-2012
De Leie. Maurice Roelants 1895-1966 Gent, Lennik
Wij wandelden langs de Leie en spraken stil, een koele wind waaide onze wangen kil, diep uit het water scheen de matte maan, wij voelden de avond aan onze zijde staan,
Onze woorden ruisten vol geheimen zin, wij drongen dicht bijeen en speelden min, het was koud, wij gingen traag, zeer traag gearmd, toen heeft jouw hart mijn hart gewarmd.
In het diepste van de koude nacht, wijl ik moe en eenzaam dool en treurig dacht, is door mijn hart die oude smart gegaan.
Ik heb schreiend voor de zwarte vaart gestaan, verleden min, verleden droefenis, heb ik geleden in gedachtenis.
10-08-2012, 07:40
Geschreven door André
09-08-2012
Spelevaren. G.H.Priem 1865-1933 Amersfoort
Het hoge riet ruist vrolijk, de wind, blaast blij in het zeil en duwt het schuitje voort, langs lis en biezen en wat klompen steen.
De kleine kleuters gieren het uit van pret, de allerkleinste, die niet mee kan gaan, zit op moeders arm het kinderspel gade te slaan.
Hij verlangt naar het einde van zijn kleinkindertijd, om ook te kunnen varen in een schuit, met zeil en mast en wimpel bovenal.
Zo zijn wij, grote kinderen, allemaal, wij wensen ouder, ouder steeds te zijn, dromen van een schuitje, idyllisch fraai.
Een levenstochtje vol plezier, bij zonnegloed of bleke maneschijn, dromend drijft ons bootje naar de zee.
Wij zien niet hoe aan der klippen rand, een klein, zwart schuitje, alrede ligt, en Charons (1) koude hand ons zwijgend wenkt.
Wij gaan maar verder en begrijpen niet, dat alles nu voorbij is, voor altijd, een leven van spelevaren en dromerij.
(1) Charon: hij is in de Griekse mythologie de veerman die de overledenen naar het dodenrijk voert.
09-08-2012, 09:44
Geschreven door André
08-08-2012
Het paard. J.B. Schepers 1865-1937 Heerenveen, Haarlem
Melancholiek luidt het klinken van de bellen, aan de haam van het paard, dat stapvoets sloft in het zand, het opgeschoffeld stof zweeft naar de kant, en ganse zwermen vliegen vergezellen.
Het beest dat schuurt en kopschudt van hun kwellen, de kop omlaag door het lastig net omrand, zo trekt het dier langs het hoge, dorre land, de tweewielskar blijft eentonig schellen.
En naast hem loopt een man, zijn evenbeeld, in het grauw gekleed met schokkige, lome gang, verweerd zijn hoofd en haar, de hand vereelt.
Staag klapt de zweep, doch maakt zijn paard niet bang, zij hebben saam te lang hun werk gedeeld, en sukkelen voort hun leven lang.
08-08-2012, 08:06
Geschreven door André
07-08-2012
Sterren. Urbain Van de Voorde 1893-1966 Blankenberge, Leuven
De nacht gloort koud als gepolijst zwart marmer, de sterren, wier geheimen geen droom meer deelt, maken mij nog een lieve illusie armer, met het precieze van hun roerloos beeld.
Mathematische orde, niets verheelt mij van de waan, dat wij behoed zijn door een Beschermer, mijn bloed vloeit niet meer inniger en warmer, als toen ik mij zalig dacht door het licht gestreeld.
Het sterrenlicht in oneindige diepten storten, dat slechts het geloof ons weedom kan bekorten, weet nu ik, wiens laaste heilsdroom verdwijnt.
Sterren, macht van ruiten en trapezen, uw strakke lijning is het dat mijn wezen, doet spreken over het eeuwige licht dat hier schijnt.
07-08-2012, 00:00
Geschreven door André
06-08-2012
Zwaluwnesten. Augusta Peaux 1859-1944 Nijmegen
Bij de zwaluwen in de duisternis, tussen de lemen wanden, als buiten de blauwe hemel is, en de voorjaarsgroene landen.
Kleine heidentempels, koud en stil, onder de noorder luchten, voor een ziel, die zon en zomer wil, zij zijn lichtschuw en ontvluchten.
Koele tempelduisternis, van de hete landen, in die kleine zwaluwnesten waarin leven is, zon en zomer branden.
06-08-2012, 00:00
Geschreven door André
05-08-2012
Schilderkunst. Johannes Vermeer 4 1632-1675
7. dame staande aan het virginaal 8. meisje zittend aan het virginaal
05-08-2012, 16:38
Geschreven door André
De regenboog. Li Guangtian 1906-1968 China
Jij en ik, twee gezonde kinderen, spelen na een regenbui, op het gras bij de rivier. Blote voeten, trappen de dauwparels stuk, die hier liggen één voor één. Bij het horen van ons lied, houden de wolken aan de hemel, even stil en de zon luistert mee.
Jij en ik, wij zien de regenboog aan de hemel, de iris in het oosten. Jij stopt met spelen en vraagt: lijkt die regenboog niet op een brug, zo lang en zo hoog, zij reikt tot de overkant, in één boog? Ja, de regenboog is de brug naar de hemel, de enige weg om het geluk te bereiken.
Jij en ik, wij wandelen in de late namiddag, in het open veld, dicht bij de rivier. Geen wolken, geen regenboog, de zon schijnt, het is droog. En weer vraag je aan mij: lijkt die brug over de rivier, niet op een regenboog, zo lang en zo hoog, zij reikt tot de overkant, in één boog?
Zonder iets te zeggen, neem ik je stil bij de hand, de regenboog over.
05-08-2012, 10:30
Geschreven door André
04-08-2012
lied. Francesco Petrarca 1304 -1374
Glanzend gelaat, een zon die straalt, voetstap en houding, sierlijk en vol kracht, een stem die alle harten heeft verzacht, en het beste in de mens naar boven haalt.
Lieve glimlach die mijn ziel bepaalt, en mij een dodelijke wond toebracht, goddelijk wezen, bestemd tot grote macht, in betere tijden naar hier gedaald.
Jij bent de vlam die mij heeft aangedreven, jij bent de adem die mij leven doet, nooit kan ik je verlies te boven komen.
De dagen die we samen beleven, heb jij mijn hoop met tederheid gevoed, de wind heeft onze woorden verdreven.
04-08-2012, 09:02
Geschreven door André
03-08-2012
In het bos. Boris Pasternak. 1890-1960 Rusland
Het land ligt nevelig van lila lover, de donkerte van kerken hangt in het bos, wat blijft er voor ons nog van dit alles over? De wereld is van ons, zo zacht als mos.
Je ligt gedroomd, doodmoe van slaap, te dromen, als iemand die door slaap is overmand, ik zie de zon op je lichaam komen, de zon die op je lichaam is aangeland.
De zon werpt stralen, blinkende schitteringen, glas van libellen scheren langs je wang, het bos zit vol van fijne glinsteringen, als onder een horlogemakerstang.
Het lijkt alsof je slaapt bij het getik van cijfers, hoog boven staat de zon, in wrang hars ingebed, een punctuele klok, waarvan de wijzers, met de hitte zijn gelijkgezet.
De klok wordt bijgesteld, zij strooit naalden, en schaduw rond, doorboort metterdaad, het dennendonker, dat naar boven baande, de loomte in, naar het blauw van de wijzerplaat.
Geluk van eeuwen lijkt hier neer te vlokken, net alsof het bos zich in een droom herschaapt, gelukkigen hebben geen oog voor klokken, al lijkt het alsof je alleen maar slaapt.
03-08-2012, 09:52
Geschreven door André
02-08-2012
Nachtegaal. Rose Ausländer 1907-1978 Duitsland
Mijn moeder is een hinde, haar goudbruine ogen, haar gratie, heeft zij uit haar kindertijd.
Mijn moeder is een engel, en ook nog een mens. Wat zij het liefste is? Een nachtegaal, mijn goede en lieve moeder.
Mijn moeder is een nachtegaal, elke nacht luister ik naar haar, in de tuin van mijn eindeloze dromen,
Zij zingt de liederen van haar voorvaderen, zij zingt over het oude Oostenrijk, zij zingt over bergen en donkere bossen, zij zingt over haar geboortedorp.
Zij zingt kinderliedjes en wiegeliedjes, dat zingt mijn nachtegaal, elke nacht voor mij, in de tuin van mijn eindeloze dromen
02-08-2012, 07:25
Geschreven door André
01-08-2012
Lied. Christina Georgina Rossetti 1830-1894 Engeland
Waar zijn de liederen van weleer, waar zijn de verzen die ik zo mooi kon zingen, ik vergat alle mooie dingen, ik herinner mij niets meer.
Wanneer ik dood zal zijn, mijn liefste, zing dan geen droevig lied voor mij, plant dan geen rozen op mijn graf, of zet er geen cypressen bij.
Maar laat gewoon het gras groeien, gezegend met regen en met dauw, en als je wilt, herinner mij, en als je wilt, vergeet mij.
Ginds zal ik geen schaduwen zien, en ik zal de regen ook niet voelen, ik zal ook het lied niet horen, van de verre nachtegaal.
Dromend in de schemering, die niet opkwam en ook niet verdween, zal ik blij berinneren, en zal ik blij vergeten.
Fonteinen mengen zich met stromen, en de stromen met de zeeën koel, de winden mengen alle dromen, met een zoet gevoel.
Niets in de wereld is gescheiden gezet, alles mengt zich maar goedschiks, en bij deze goddelijke wet, waarom niet jij en ik?
Kijk, de hemel zoent de bergen, de golven omhelzen graag mekaar, de bloemen vinden het heel lief, te houden van de bloem naast haar.
De zon omhelst de aarde, de maan omarmt het woud, alles heeft hier zijn waarde, alleen als jij van mij houdt.
31-07-2012, 08:39
Geschreven door André
30-07-2012
De storm. Johannes Wilhelm Jensen. 1873-1950 Denemarken
Wie ben je, meisje wild, zo zoet langs de wegen wandelend, en vechtend tegen de harde wind, onder de schuine zonnestralen?
Loop je zo laat nog te hopen, op een afspraakje met de storm? Hij is een vlieger, je vindt hem niet, voor hij gevallen is.
Teder wappert de wind, je dunne jurkje tegen je knieën, zachtjes tekent de wind, je jonge lichaam dat wankelt.
Waarom toch je hoofdje buigen, voor de wind? Hij wil je dragen, stribbel niet zo onstuimig tegen, want de storm, die ben ik toch.
30-07-2012, 00:00
Geschreven door André
29-07-2012
Schilderkunst. Johannes Vermeer 3. 1632-1675
5. meisjeshoofd 6. het meisje met de parel
29-07-2012, 12:45
Geschreven door André
Notelaars. Omer Watez
Men zegt dat in ons land geen notelaars meer staan, die stonden daar als wachters bij de woningen te waken, die goede bomen zijn door slechte mensen uitgedaan, om met hun hout kolven voor geweren te maken.
Veel bomen zijn ook weg langsheen de grote baan, die naar de blauwe hemel hun ronde kruinen staken, beschenen door de zon, een lange bomenlaan, die wandelaars schaduw bood bij het zomers zonneblaken.
Er wordt gezegd dat zelfs heilige bomen en vrijheidsbomen, te midden van de pleinen onzer Vlaamse dorpen, door de geweldige hakkers bijl zijn neergeworpen.
Ach, is dat alles waar? Of zijn het maar mijn dromen? Gewoon om in een droeve tijd door akeligheid te varen? Of wilt zelfs de hemel België niet sparen?
29-07-2012, 00:00
Geschreven door André
28-07-2012
Het woud. Omer Wattez
Op de heuvels groeien wouden, waar dauw en regen ze besproeien, waar bron en vlieten dalwaarts vloeien, waar boeren het veld bebouwen.
Het leven heeft er opgehouden, weg de bomen die daar groeiden, wat al vogels 's zomers stoeiden, zongen en broedden in die wouden.
Daar kwamen oorlogsbenden, Vlaanderens schoonste landstreek schenden, bomen werden neergeveld.
Het woud verdween, het werk van eeuwen, is het niet om wraak te schreeuwen, bij dat goddeloos geweld.
28-07-2012, 08:20
Geschreven door André
27-07-2012
Bomen. Omer Wattez 1920
Ik draag in mijn ziel een diep gevoel voor bomen, ik lijd wanneer een boom door een bijl wordt geveld, de boom in woud en wei, langs lanen, straten, stromen, is als een vane gods ter levensvreugd gesteld.
De mens heeft aan de natuur veel van haar schoonheid ontnomen, wanneer hij zich laat leiden door zijn zucht naar geld, maar wat al bomen zijn er thans niet omgekomen, gepletterd door het kanon, het domme krijgsgeweld.
Ik haat u oorlogsheld, die lager nog gezonken, dan wie uit winstbejag het doet, vernielings dronken, uit krijgsnoodwendigheid de wonden nederslaat.
Wie zal ons van krijgs- en krachtcultuur genezen? Hoe wilt men dat de mensen langer waardig leven? Dat God in zijn wereld bomen groeien laat.