AMERIKA 2019: New England, Boston (4): South End Art District
De regen is opgehouden, maar de zon is nog niet terug. Ok, dan duiken wij eerst de dichtstbijzijnde kerk in, Old South Church, waarvan de loodglasramen uit London werden geïmporteerd. Gothic revival, daar lusten ze in Boston wel brood van. En dan moet de mooiste kerk, Trinity, nog komen, een van de volgende dagen. South End is een van de bohemienachtige artsy buurten van Boston, en in het lokale Art Center hadden wij kunst verwacht, maar neen, er is vandaag een chocolate festival, verhip! Er wordt hier meer Spaans dan Engels gesproken, weet Trump dat allemaal wel? En geen bijdrage van chocoladeland België, het is een schande. Wel schoon wonen in de buurt van Union Square, in dat huis waar ze al met Halloween bezig lijken hadden wij wel eens binnen willen neuzen. Er zijn hier effectief stapels art galleries maar, net zoals bij ons op het Zuid, de meerderheid van wat te zien valt is waardeloos, al word je altijd wel vriendelijk te woord gestaan door op verkoop beluste galeriehouders. Zeker niet te vergelijken met de Chelseabuurt in New York hoor! Tara Sellios van foto 6 wordt geplugd door de krant The Boston Globe, zien we (dat is De Standaard van Boston), maar dat lijkt ons overdreven. Ziet er niet echt slecht uit, maar die dure verwijzingen naar 17de eeuwse Nederlandse vanitasschilderijen zijn pretentieus en ongepast, net als een citaat uit Dantes Inferno dat aan de muur hangt. Dalleuirs, Dante sprak geen Engels. Beter vinden we Carrie mcGee, mooi, licht en elegant, maar toch meer design dan kunst als u het ons vraagt. De werken op de 2 fotos kosten 12000 euro, nou, en ze zijn al verkocht, maar niet aan ons. Het beste dat we zien, veruit zelfs, is Sean Flood, Subterranean/Surface in de Childs Gallery, cfr de laatste 6 fotos. Krachtige impressies van de grootstad en meer bepaald de metro daarvan. Flood heeft zeker zijn ogen goed de kost gegeven, zowel in New York, waar hij een studio heeft, als in Boston, dat de oudste metro van Amerika bezit, die dus nog morsiger oogt dan die van New York. Een ontdekking, we gaan die Flood promoten in België! Maar eerst: morgen zon, en geschiedenis ipv kunst, naast veel wandelen.
AMERIKA 2019: New England, Boston (3): Museum of Fine Arts, de gelegenheidstentoonstellingen
Niet minder dan 5 expos serveert MFA Boston en omdat wij hier gisteren zowat ons bed maakten zien we ze allemaal. De allerbeste is Viewpoints: photographs from the Howard Greenberg Collection, maar alle fotos zitten achter glas zodat ze nauwelijks fotografeerbaar zijn, behalve dan foto 1, een meesterlijk stukje observatie en compositie van Margaret Bourke-White tijdens de Grote Depressie. Al eens eerder gezien op een retrospectieve van deze dame, en dat geldt voor heel veel fotos uit deze eclectische reeks (alle, werkelijk alle grote fotografen zijn vertegenwoordigd), maar het blijft een meesterlijk geheel dat iedereen die denkt dat fotografie geen echte Kunst is zal overtuigen. Nummer twee is klein, maar fijn: Mural: Jackson Pollock & Katharina Grosse combineert een oude favoriet van Pollock met een reusachtige plooibare mural van de Duitse Grosse (die overduidelijk Pollock bewondert). Aardig. Dan heb je John Singleton Copley: Bostonian and Royal Academician. Copley, naar wie een van de grootste pleinen van Boston, vlak bij ons hotel, is genoemd, was de grootste portrettist van Amerika in de 18de en vroege 19de eeuw. Niet ons ding, wij vinden er eigenlijk geen zak aan. Opmerkelijk wel dat hij met het schilderij op onze foto (over iemand die een been verloor na de aanval van een haai) naar London toog, want Boston was te klein voor hem. En zowaar: de Britten vielen als een blok voor Copley, en benoemden hem meteen tot Royal Academician (Copley werd zo populair in Engeland dat hij er tot zijn dood bleef). Moeilijk te begrijpen, maar als je ziet welke beunhazen er nu allemaal Honorary RA zijn (ga maar eens naar de jaarlijkse Summer exhibition van The Royal Academy) wordt het al iets begrijpelijker. Het grote geschut van de gelegenheidstentoonstellingen wordt geleverd door Hyman Bloom en een heel stel dames. Hyman bloom, matters of life and Death reveleert een schilder die wij niet kenden, al leefde hij erg lang (1913-2009). Weer zo iemand die zoals Wyeth en Gwathmey van de vorige blog door de abstracte vloedgolf werd weggespoeld. En weer was dat onterecht, al zouden we voor deze Bloom, eigenlijk in Litouwen geboren maar als vervolgde Jood als kind met zijn ouders naar Amerika gekomen, nu ook weer niet meteen een fanclub oprichten. Maar technisch was hij enorm bekwaam, dat zie je direct, bv aan de rode krijttekening die de sater Marsyas verbeeldt, die door Apollo levend gevild werd omdat hij had aangedurfd de God uit te dagen voor een muziekwedstrijd. Misschien dacht Bloom even aan zichzelf, en dat hoogmoed (zijn technisch kunnen) voor de val komt? Bloom schilderde soms hyperrealistisch a la Lucian Freud en concentreerde zich altijd op het verval van het lichaam, zodat hij zich al gauw in autopsies ging specialiseren. Luguber, en soms moesten expos van Bloom tijdens zijn leven gestopt worden na protesten van het publiek, maar daar trok deze vreemde Jood zich niets van aan. Interessante kennismaking toch, al is Bloom te veel een one trick pony - maar wel met erg veel technische klasse. En dan moeten we naar de hoogste verdieping van de nieuwe vleugel, waar normaal een hele keur van contemporaine werken te zien zijn. Die is nu, en ineens tot 2021, uitbesteed aan de vrouwtjes onder de ronkende kop Women take the Floor! Ja, het MFA is zich ook bewust geworden van de discriminatie van vrouwelijke kunstenaars, en vandaar. Wij vinden al die positieve discriminatie niet nodig, selecteer toch gewoon op kwaliteit en vergeet het geslacht, zouden we zeggen. Bijgevolg zijn hier zeker vrouwelijke onderdeurtjes aanwezig, maar beslist eveneens 7 toppers, en er is geen reden om aan te nemen dat die verhouding anders zou geweest zijn in een all male tentoonstelling. Van Georgia OKeeffe heeft het MFA veel in huis, ze mag er vanzelfsprekend wezen (meer dan Frieda Kahlo wat ons betreft, wier bijdrage hier tegenvalt). De volgende foto geeft een heel knap doek uit 1954 van Grace Hartigan weer (tekenend dat ze er in die tijd kritiek van de vigerende cultuurpolitie voor kreeg, enkel en alleen omdat ze het had aangedurfd van abstractie terug over te schakelen naar figuratie). Volgt een heel krachtige, nu wel abstracte, Joan Mitchell. En een stemmig-mistig doek van Loren MacIver, die in 1935 de eerste vrouw werd die in de permanente collectie van het MOMA werd opgenomen. Misschien vanwege het pastelmomentje? Lee Krassner, even radicaal als haar slapie Pollock, getuigt hier dat zij van Hans Hofmann, de man die de Amerikanen abstract leerde schilderen, ooit het compliment kreeg dat haar werk zo goed was dat niemand zou geloven dat ze....een vrouw was. Dat was toch eerder de teneur toen. Ook sterk: het uitgepuurde vrouwelijke landschap van Luchita Hurtado, een beetje popperig, het soort doeken dat mannen als Ed Ruscha na haar zouden maken. Alice Neels meisjes uit Spanish Harlem mogen er ook bij, deze communiste was een zeer goed portrettiste, altijd en overal. En tenslotte de Cubaanse Carmen Herrera, die even komt bewijzen dat vrouwen even extreem minimalistisch kunnen wezen als gelijk welke man. Ze verhuisde na de revolutie naar Amerika, waar ze veel moeite ondervond een artistieke voet aan de grond te krijgen. Een galerie-eigenaar zegde haar: you can paint rings around the men-artist I have, but I am not going to give you your show, because youre a woman. Ja, zo ging dat toen als je geen invloedrijke echtgenoot had, zoals Georgia OKeeffe. Goed dat het veranderd is, maar je moet nu ook weer niet in het tegendeel vervallen en nagenoeg heel je modern wing-ruimte aan vrouwen uitbesteden.
AMERIKA 2019: New England, Boston (2): Museum of Fine Arts, algemeen
Het museale vlaggenschip van Boston is natuurlijk het Museum of Fine Arts, toch al sinds 1876 in bedrijf. Recent werd er een moderne wing bijgebouwd, zodat het oude gedeelte nu van het nieuwe gescheiden is door een open restaurant (waar wij een gegrilde zalm aten, want we brachten in het MFA bijna 6 uur door, van 3 tot 9 (het is op vrijdag tot 10 hr pm geopend) terwijl het buiten onverdroten regende tengevolge van de antipathieke werken van de subtropische storm Melissa die het noordoosten nog even in haar ban houdt). Dat atrium tussen oud en nieuw zie je op foto 1, een glazen superzuil van Dale Chihuly rondt het geheel af (Chihuly is de grootste glaskunstenaar van Amerika, we leerden hem terdege kennen in Seattle vorig jaar, waar hij zijn eigen museum heeft). Er zijn dus nog oude zalen zat, en stemmige alkoofjes zoals het English Regency zaaltje, waar een enorme verzameling van alles en nog wat te bezichtigen is: Aziatische, Oceanische, Egyptische, islamitische kunst, naast Amerikaanse en Europese, roept u maar, het is hier allemaal. We zijn hier niet om dat allemaal in detail te bekijken en het is ook wel uitputtend veel, maar wat ons het meest aansprak was de ruimte waarin het koninkrijk van Benin, dat in de 16de eeuw haar hoogtepunt vond (met de Portugezen als helpende handen, ongetwijfeld ten eigen bate), wordt opgeroepen. Cfr foto 3: waren dat misschien geen artiesten in detailsculptuur? Zelfs de Portugese soldaten bovenaan zijn treffend weergegeven. In het moderne gedeelte doet het MFA er dan weer alles aan even hip te wezen als een gemiddeld contemporain museum, bv met een bananenfiets van de ons zeer goed bekende Sudobh Gupta (het is een eerbetoon aan hoe de straatarme Indische plattelanders vroeger naar de fruitmarkten trokken), een begoochelende spiegelreflectie van Bostonian Josiah McElheny (tevens een kritische reflectie op modernisme dat het individu verdrukt) en een bijzonder aantrekkelijk prisma van de Iraanse Monir Farmanfarmaian (geen art for arts sake, er zit een sufigedachte over de ziel als spiegel van het goddelijke achter). Maar goed, we zullen ons nog eens aan een persoonlijke TOP 10 in 11 fotos van het beste uit MFAs vaste picturale collectie wagen - of tenminste van wat er te zien was, want zoals alle grote musea is nooit alles on view, omdat men veel plaats inruimt voor gelegenheidstentoonstellingen, waarvoor zie de volgende blog.
1. John Singer Sargent, The daughters of Edward Darley Boit. Ere wie ere toekomt, we hebben al eerder de log gezongen van deze in Firenze geboren wereldburger, die als hij in Amerika was doorgaans in Boston verbleef. Dit is geen gewoon groepsportret, het is Sargents eigen Las Meninas waar verschillende interpretaties van bestaan. De schilder zelf hulde zich in stilzwijgen, de kijker probeert het raadsel te achterhalen. 2. Jackson Pollock, Number 10. Hoe doet ie het toch steeds. Ja, we weten hoe Pollock werkte, maar dat zegt niets over de wijze waarop hij erin slaagde materie in energie om te zetten, als een heuse tovenaar. Twee fotos, op de algemene zie je dat er ook structuur in dit werk zit, op de detailfoto merk je hoe hij de textuur verzorgde (lagen op lagen). 3. Rogier van der Weyden, Lukas tekent de heilige maagd. Yep, het MFA heeft ook wat lage landers te bieden (ook een atelierkopie van Ecce Homo van Bosch), en Rogiers doek is daarvan veruit het beste. We geloven dat het 10 jaar geleden uitgeleend werd aan M/Leuven tgv hun inaugurale tentoonstelling, en zou het kunnen dat zelfbewuste Rogier zichzelf heeft afgebeeld in evangelist Lukas? 4. JMW Turner, Slave ship, al is de titel zoals gebruikelijk veel langer. Als je goed kijkt zie je dat er lijken in het water liggen maar hoe dan ook is het weer kleur en licht die aan het feest zijn. 5. Andrew Wyeth, Memorial. Wij zijn de afgelopen week heuse fans van deze langlever (1917-2009) geworden, en we zijn niet de enigen want Wyeth is zeker in Amerika aan een revival toe. Hij werd lang veronachtzaamd ten voordele van de abstracte geweldenaars, maar deze man was een technisch zeer begaafd schilder, die in elk van zijn doeken bovendien een verhaal vertelde, zoals de klassieke borstelaars dat deden. In dit waterverfje gaat het om een zwarte man, die het verlies van zijn kerk (in een wit dorpje) betreurt, het is gebaseerd op een authentiek faits divers. Let op de Amerikaanse vlag, die er verfomfaaid bijhangt, conform wat Wyeth dacht over het alledaags racisme dat hij om zich heen zag. 6. Pablo Picasso, Standing figure. Commentaar overbodig. De jonge PP was hier duidelijk naar Les demoiselles dAvignon aan het toe werken. 7. Henri Matisse, Reclining figure. Ook hier commentaar overbodig, zo mooi-vloeiend geschilderd! 8. Claude Monet, Haystack at sunset. Het MFA heeft de grootste collectie Monets buiten Frankrijk en die mag er in haar geheel wezen. 9. Robert Gwathmey, Sharecropper and BlackBerry pickers. Zoals Wyeth huist deze voor ons onbekende schilder in een zaaltje waarin MFA herontdekte schilders heeft geplaatst. Gwathmey (1903-1988) was een blanke, maar hij drukte picturaal zijn verontwaardiging uit over de zuiderse praktijk van de sharecroppers, ttz zwarten die door de blanke eigenaars van het land gedwongen werden een deel van hun oogst aan hen af te staan. Dat gebeurde, let wel, NA de afschaffing van de slavernij, het was een manier om de vroegere slavenarbeid te bestendigen en de zwarten in de armoede te houden. Interessant verhaal, maar ook mooi grafisch geschilderd, vooral de wijze waarop de hoofdpersoon zijn eigen gezicht uitvaagt is erg knap, en symbolisch. 10. Francisco Zurbaran, St Franciscus. Ja, als Zurbaran erbij is komt hij bijna automatisch in een top 10 van ons. Monniken boven! En de gelegenheidstentoonstellingen zijn voor later, want he, het is ongeveer opgehouden met regenen, we kunnen ons weer buiten wagen.
AMERIKA 2019: New England, Boston (1): Isabella Stewart Gardner Museum
In Boston blijkt ook geen gebrek aan drama Queens te zijn. Het voorspelde noodweer is er wel, in die zin dat het heel de dag regent, maar van stormachtige toestanden is toch niet echt sprake. In ieder geval een dag om de musea in te duiken, dus we veranderen ons programma en laten de buitenkant van de oudste en meest Europese stad van Amerika voor de zonnige dagen die vanaf zondag present zouden moeten geven. Wij schaffen ons een 7 dagen-kaart voor de uitgebreide metro aan (22 usd om onbeperkt rond te rijden gedurende een week, dat is niet gestolen) en The Green Line brengt ons snel naar ons eerste adresje: het Isabella Stewart Gardner Museum. Isabella Stewart (1840-1924), dochter van een rijke vader, was van New York, maar ze huwde in 1860 met een gefortuneerde Bostonian (Jack Gardner) en toen op het einde van de 19de eeuw kort na mekaar haar vader en haar echtgenoot stierven was ze steenrijk en kon ze haar liefde voor de kunsten helemaal botvieren. Daar kwam een gotisch paleis in Venetiaanse stijl bij (de Gardners brachten diverse zomers in Venezia door) waarin Isabella tot haar dood ook zou wonen, maar het palazzo was al een museum sinds 1903, Isabella mocht haar kunstliefde graag delen met het publiek. Het prijsbeest van alles is de sublieme gotische courtyard, die in de lente vol bloeiende bloemen staat. Eigenlijk is dit museum een totaalkunstwerk, een installatie van Isabella waaraan testamentair niets veranderd mag worden. Dat Isabella smaak had staat buiten kijf, al werd ze ongetwijfeld goed geholpen door vrienden als Bernard Berenson, een specialist in de Italiaanse renaissance. Al vind je hier ook een machtige Romeinse mozaïek met Medusahoofd, en een Romeins Fries om eerbiedig u tegen te zeggen. Van een feministische toets is zeker eveneens sprake. Langs de courtyard, die omzoomd is met iets wat op een Spaans klooster lijkt, staan diverse standbeelden (versteend door de blik van de Medusa in het midden?), maar het zijn allemaal vrouwen. En kijk naar het detail van die ene tapisserie op onze fotos: een man die knielt voor een vrouw. Ja, Isabella liet zich niet kisten, ze kon het goed vinden met haar vrouwelijke zelf. En dus liet ze zich afbeelden door John Singer Sargent, de grootste portretschilder van zijn tijd, die zowel in Europa (Parijs en London vooral) als in Boston kind aan huis was. Dat portret, zie de foto, is controversieel omdat Sargent, ongetwijfeld in opdracht van Isabella, boven haar hoofd een soort halo schilderde, alsof Isabella een heilige was. Dat was er voor Jack Gardner, toen nog in leven, over en hij dwong van Isabella de belofte af dat dit portret niet tentoongesteld mocht worden. Isabella gehoorzaamde, deze kamer zou pas na haar dood opengesteld worden voor bezoekers. Tijdens haar leven kreeg Sargent de ruimte in bruikleen als atelier. Op een andere foto zie je een loodglasraam, dat uit de kerk van Soissons afkomstig is. Alle andere panelen werden door het Louvre aangekocht, maar dit ene kreeg Isabella te pakken. Ze richtte de ruimte in als privé-kapel, en bepaalde in haar testament dat op haar verjaardag hier een eredienst wordt gehouden, wat inderdaad nog steeds gebeurt, elk jaar in april. Hoe dan ook: dit unieke museum is een geweldige ervaring en twee zalen ervan (die van Rafaël, met veel roodtoetsen, en de duistere tapisserie-ridderzaal) zijn absolute meesterstukken, waar wij, nochtans een en ander gewoon op museumvlak, toch even paf van staan. Er is trouwens geen gebrek aan sterke schilderijen (al is tweederangswerk eveneens aanwezig), kijk maar naar de laatste 10 fotos van deze blog. Primus inter pares, tevens de duurste aankoop van Isabella, is zeker De roof van Europa van Titiaan, maar ook de doeken van, in foto-volgorde, Bellini, Sargent (een swingende zigeunerscene), James McNeill Whistler (een nocturne met nauwelijks iets op), Fra Angelico, Veronese (als plafondschilderij opgevoerd), Giotto, Rafaël, Botticelli en Zurbaran mogen er meer dan wezen. Maar kijk eens goed naar die laatste foto, er hangt een lege kader naast. Dat betreft geen bruikleen. In 1990 vond hier een stoutmoedige schilderijenroof plaats die 29 jaar later nog steeds niet opgehelderd is. Spoorloos verdwenen, een Vermeer en diverse Rembrands. Ze hangen sindsdien in de Joseph Wuytslaan in Deurne, maar vertel het niet verder.
AMERIKA 2019: New England, Lincoln/Concord/Lexington, Massachusetts, the birth of a Nation
Kijk es aan, het blijft vandaag toch nagenoeg droog, al is het permanent zwaarbewolkt en killig. Goed, dan kunnen we nog wat buitenlopen, en wel in 3 stadjes een half uur rijden ten noorden van Boston, want in de hoofdstad van New England & Massachusetts zijn we van plan de auto een week lang op stal te laten (Boston heeft naar verluidt een uitstekend metronetwerk). Eerst een stop in Lincoln, waar het DeCordova Museum and Sculpture Park gevestigd is. Maar daar staan we, net zoals de bronzen man van Anthony Gormley, voor een gesloten deur te bonzen, want het museum is tot zaterdag dicht voor de installatie van de winterexpos (die ons op het eerste gezicht niets zeggen, zodat we niet plannen terug te komen). Het beeldenpark buiten kan wel gratis bekeken worden, maar er is beduidend minder kwaliteit te zien dan in Storm King Art Center 10 dagen geleden. Ja, Requiem to the 20th century van Nam June Paik (de zilveren auto) oogt wel aardig, maar de videoschermen functioneren niet, dat zijn geen manieren. Hier en daar nog wel iets leuk, zoals de geijkte kop van Jaume Plensa (heeft die eigenlijk ooit iets anders dan koppen gemaakt?) of de bizarre constructie van Dan Graham, die zowel spiegel als doorkijkraam is, merkwaardig, zo kan The Passenger eens zichzelf trekken zonder een selfie te maken, want die wordt toch maar ondersteboven weergegeven als je die foto aan een blog hecht. Hoe dan ook, deCordova is geen must, maar een kostenloos paard kan je niet in de bek kijken. In de onmiddellijke buurt ontwaren we zowaar ook een GropiusHouse, dat Mr. Bauhaus in 1938 voor zijn familie optrok nadat hij nazi-Duitsland, waar hij - nochtans Arisch genoeg - als Entartete niet meer welkom was, had verlaten.
Over naar Lexington en Concord, waar in 1775 geschiedenis werd geschreven. Sinds de Boston Tea Party twee jaar eerder bleef het onrustig in de Engelse kolonie en op 19 april zat het er hier bovenarms op tussen een Brits regiment en de zogenaamde Minutemen, lokale farmers de de wapens hadden opgenomen tegen de Britten. Washington en andere Founding Fathers waren er toen niet bij, maar de strijd die hier geleverd werd vormde de opmaat voor de onafhankelijkheid, die in 1776 haar beslag kreeg. Omdat de Amerikanen zo weinig geschiedenis hebben, pakken ze met het weinige dat ze hebben altijd groot uit. In het Minutemen National Visitor Center kan je een Re-enactment filmpje van 20 minuten zien, en op het omliggende platteland staan, naast een krijgshaftig standbeeld, nog diverse huizen van toen, waarvan de meesten kunnen bezocht worden (er is binnen niet veel te zien, al staat er soms wel een opgedirkte fake-19de eeuwer een uitleg te doen). Echt wandelen kan ook, we maken zelf, kwestie van in conditie te blijven, de kleine Vernon Pond Trail Walk (W16, 20 min). Eigenlijk vonden, zoals het bordje zegt, in deze streek twee revoluties plaats. Die van de 18de eeuw was politiek, maar die van de 19de was literair en ethisch van karakter. Ralph Waldo Emerson en zijn leerling Henry David Thoreau waren de belangrijkste figuren, zij predikten normen en waarden die ze in gevaar gebracht zagen door de beginnende industriële revolutie en het kapitalistisch winstbejag. Allemaal een beetje romantisch natuurlijk, en het transcendentalisme van Thoreau (die een leven in eenheid met de natuur voorstond, en te dien einde twee jaar in een eenvoudige boshut, zie foto, aan Walden Pond nabij Concord kwam wonen) is het onze niet, maar toch mag je Thoreau niet zomaar wegzetten als een softie uit de 19de eeuw. Zijn boek Walden is nog steeds een bestseller en de man bedacht de fraaie ook door ons af en toe gebezigde zin most people live a life of quiet desparation. En hij vond na een aanvaring met The Law ook nog eens de burgerlijke ongehoorzaamheid uit (in een essay getiteld Civic disobedience, dat veel invloed uitoefende op Gandhi en Martin Luther King). Aan het boshutje en de vijver is bij dit grauwe weer niet veel te zien, maar afgaande op de kunstfotos van professionelen die wij overnamen kan het er bij een ander weertype heel idyllisch uitzien, nietwaar? Het Walden Pond Visitor Center is overigens in 2017 volledig gerenoveerd met financiële steun van Don Henley, de drummer van The Eagles, en in het nieuwe filmpje van 20 min dat in dat Visitor Center te zien is vertellen Don en anderen dat Thoreau al in zijn tijd met Climate change bezig was! Vertel het niet voort aan Greta en Anuna, of ze komen hier hun tenten opslaan en Trump nog zotter maken dan hij al is. Waarna we de steven naar Boston wenden en in de late namiddag arriveren in The Newbury Guesthouse, heel centraal gelegen maar gelukkig wel voorzien van een parking in the back. Blijf morgen maar binnen, zeggen ze aan de receptie, want het wordt nasty weather, er is een noordoosterstorm in aantocht. Ja, dat zegde die van het benzinestation eerder vandaag ook al. Nu ja, musea genoeg in Boston, we zullen toch wel een paar stappen buiten kunnen zetten? Al zijn we zeer tevreden over ons guesthouse, waar we 8 nachten blijven wonen voor het frisse bedrag van 2500 usd. Dat is niet goedkoop, maar het is een uiterst gezellig pand, cfr de laatste fotos: authentiek Bostonian, zo een rijtjeshuis (eigenlijk drie met mekaar verbonden), maar van binnen wel schitterend gemoderniseerd en van alle moderne gemakken voorzien. En, even bijtrekken op de laatste foto: tot het hotel behoort eveneens een Franse bistro, waar wij zonet een uitmuntende blanquette de veau genuttigd hebben, precies zoals in Parijs. Een prima eerste rustpunt van een volle week (er zullen er nog twee volgen, maar pas in New Orleans en Panama City).
AMERIKA 2019: New England, Peabody Essex Museum, Salem, de gelegenheidstentoonstellingen
The photographs of Olivia Parker, wie heeft van deze dame ooit al gehoord? Wij niet, maar Order of imagination is een interessante expo, die een markante New England-dame reveleert. Wij vinden ze dikwijls wel te fluïde, zodat je niet meer weet wat je ziet, maar de late reeks die ze maakte dmv speciale technieken en het gebruik van macrolenzen is heel bijzonder, geïnspireerd als ze is door het wegkwijnen aan Alzheimer van haar echtgenoot, die in 2016 overleed. Cfr de eerste 4 fotos hieronder, die pogen iets van de kortgesloten geest van haar partner weer te geven, daar horen verder geen woorden bij. Maar bewondering wel. Helemaal te gek goed is Hans Hofmann, the Nature of Abstraction. Hem kenden we wel, en hij mocht zijn twee pollen kussen dat hij die uitnodiging van een Amerikaanse universiteit kreeg, zodat de tweede Wereldoorlog aan hem voorbijging, maar een ruime retrospectieve van deze Duitser die veel Amerikanen abstract leerde schilderden hadden we nooit eerder gezien. Wat een feest! De schildervreugde van deze kleurenmeester spat zowat van elk doek, daar horen verder ook geen woorden bij. Toch deze: de presentatie van deze expo is even schitterend als de kwaliteit van de werken. Cfr bv het vuurrode doek, dat wordt ingeleid door een rood geschilderde gang. Ja, dit is een museum waar de directrice en de curatoren weten waar ze mee bezig zijn, en deze knappe Hofmann-tentoonstelling zal zeker onze jaartop halen. Misschien is het geen slecht idee op een van de mooie nazomerdagen in Boston met de boot terug naar Salem te komen, want dat is maar 50 minuten varen. Enfin, we zullen zien of we er de tijd voor hebben, en we moeten eerst de aangekondigde zondvloed van de komende 3 dagen overleven - ongetwijfeld eens te meer zoveel mogelijk binnen in musea.
AMERIKA 2019: New England, Portland Maine Museum of Art & Peabody Essex Museum, Salem, Massachusetts
Eigenlijk hadden we vannacht moeten opstaan en ons een toegang forceren tot Mount Washington, want bij helder weer kan je, vanop de top, zowel de lichtjes van Montréal als van Boston zien, stel je voor. Maar dat plan was nogal onpraktisch en bovendien moeten we vandaag een behoorlijke afstand afleggen - liefst uitgeslapen. We starten nog in de zon, aan onze eigen Wayside Inn-lodge (waar we na het ontbijt nog een hele babbel hebben met rondreizende Amerikaanse gepensioneerden), en ook in de volgende stad en zelfs in Portland, Maine, drie uur rijden verder, is dat nog het geval, maar we merken meteen dat we pal op de grens van rotweer zitten, dat ons de komende drie dagen met heel veel regen zal teisteren volgens het Weather Channel (waarna 3 warme nazomerdagen zouden volgen, kunt er allemaal maar eens aanuit). Van Maine herinneren we ons Acadie Natl Park, pal op de grens met Canada, zeer mooi en in 2005 bezocht. Portland heeft die appeal zeker niet, maar naar verluidt wel een degelijk Museum of Art. OK, we moeten toch eens een stop maken. Er is een gelegenheidstentoonstelling die N.C.Wyeth, New Perspectives heet, en die brengt ons even in verwarring. Andrew Wyeth, die kennen we, maar NC? Ha, het is de vader van Andrew, en omdat de brave man 5 kinderen had en al die monden gevoed moesten worden, hield hij zich om den brode veelal bezig met schilderwerken als illustrator. Bv voor de roman Treasure Island van Stevenson (het beste resultaat staat op foto 4). Voor de rest veel maakwerk, nee, NC Wyeth haalde het lang niet bij zijn zoon, al maakte vader Wyeth op het einde van zijn leven toch ook wat betere doeken, zoals die kreeftenvisser op foto 5, die in de verte zelfs aan Hopper doet denken. Maar dat Andrew Wyeth, de zoon, de veel betere schilder was, blijkt meteen in de vaste collectie, waarvan zijn River cove uit 1958 veruit het beste werk is. Al mag Rockwell Kent met zijn gestrand bootje op een strand voorzeker een verdienstelijke tweede heten. Voor de rest veel te veel brave middelmaat in dit museum (waaronder ook een piepkleine en onbeduidende Hopper), dat ons tegenvalt.
Daarentegen is het Peabody Essex Museum in Salem dan weer een dikke meevaller. In havenstad Salem kan je van alles doen (de stad staat bekend voor haar heksenprocessen in 1692, en bereikte grote rijkdom toen haar maritieme handelaars op ontdekkingsreis zeilden naar Azië en met allerlei schatten terugkeerden), maar omdat het begint te regenen als wij aankomen om 3 hr pm leek een museumbezoek de beste optie. Zeker en vast, want dit oudste museum van het land (in bedrijf sinds 1799 aub) is een onverhoopt pareltje waar je van de ene verbazing in de andere valt. Het lichte atrium is al bijzonder aantrekkelijk, en er is een spooky zaal waar de Engelsman Charles Sandison een op algoritmen gebaseerde totaalinstallatie heeft gemaakt die best wel indrukwekkend is (hij gebruikte woorden uit de scheepslogboeken van de East India Marine Company uit 1799, tevens datum dat het museum opende, die op de zaalwanden geprojecteerd worden maar ook rekening houden met de bewegingen van de bezoekers). Nooit eerder zoiets gezien, twee fotos dan maar. Natuurlijk is er hier veel Chinese en Japanse kunst, debet de geroofde schatten van de East India Marine Company die veelal aan het museum werden nagelaten. Zoals dat rare mannetje dat een lokaal dichter Mr. No-body noemde, of de muurtekening van Portugese heidenen die Nagasaki aandeden om er handel te drijven. Maar ook India is vertegenwoordigd met een sectie, waarin 1 unheimlich schilderij ons vooral opvalt (foto 13). En dan heb je nog de reconstructie van het salon van Cleopatras barge, het eerste oceaanjacht voor rijke toeristen dat in Salem anno 1816 van de scheepswerf kwam, en een verzameling Amerikaans design, waaronder een schrijftafeltje dat wij graag zouden hebben om nog des te gezelliger aan te kunnen bloggen. Mooie meubelen bovendien, o.a van Frank Lloyd Wright, waar dan achteloos maar zeer smaakvol een schilderij van Childe Hassam of Alexander Calder wordt bovengehangen, alsof het niets is. De werken van de familie Lynch, rijke collectioneurs die hun verzameling aan dit museum vermaakten. Het allerbeste staat op de laatste foto: prachtige zaal met in het centrum een zeer mooie blauwe installatie van de Cubaaanse Maria Magdalena Campos-Pons die geïnspireerd werd door de verlaten suikerdistilleries van haar geboorteland (maar de kleur geeft er een utopisch tintje aan). En dat is allemaal nog maar een klein overzicht van de vaste collectie, die regelmatig wordt uitgebreid met nieuwe commissies (zoals die Unit 1 van Campos-Pons die in 2015 door het museum besteld werd). De twee gelegenheidstentoonstellingen van het moment verdienen een aparte blog.
AMERIKA 2019: White Mountain Natl Forest, Kancamagus Highway (revisited) en Mount Washington - FALL FOLIAGE HIGHLIGHT!
Zoals uit de laatste foto van de vorige blog bleek staan er in de grootste plaats van dit gebied (dat is Littleton) wel een paar luxe-resorts, maar uiteindelijk gaat het hier enkel om moeder natuur, en de show die zij elk jaar in oktober opzet. Het is aldus een waar genoegen nogmaals de schitterend aangelegde Kancamagus Highway te berijden, ditmaal in de zon. En ja, dat is toch nog iets verbluffender dan gisteren in de regen. Vinden ook de talloos aanwezige leaf peepers, soms voorzien van heel professioneel cameratuig. Onderweg komen we nog een showdorp in Wild West-stijl tegen, maar we blijven nergens te lang plakken, want een grote opdracht wacht ons: de beklimming van Mount Washington, de hoogste berg van New England. Met de auto dan wel, u dacht toch niet dat wij zo gek zouden zijn het te voet te doen? Met een treintje kan overigens ook, het ziet er als speelgoed uit van in de verte, maar die excursie is duur en zou teveel van onze tijd in beslag genomen hebben. Niettemin hebben die twee op het achterdek the best seats in the House versierd! Al kan je ook gewoon op een hele grote stoel gaan zitten zoals die Aziatische. Warm aangekleed dan wel, want veel meer dan vriespunt kan het hierboven niet zijn, tenzij de dolle wind het kouder doet aanvoelen dan het is. Nochtans bevinden we ons slechts op 1900 meter, maar op deze noordelijke breedtegraad zorgt dat voor toendra-toestanden op de top. Wij hebben het zelf gezien: een hond zijn haar vliegt bijna van zijn huid, zo winderig is het hier. En het kleine museum boven staaft dit: in 1931 werd op Mount Washington een windstoot van 375/km per uur gemeten. Sindsdien draagt de berg het predikaat worst weather Mountain in the world. Alleszins heel straf dat hier al sinds 1861 een weg op uitgetekend werd, waarvoor je nu als tol 31 usd moet betalen. Daarvoor krijg je dan wel in ruil: een CD met trivia over de berg en zijn geschiedenis die je onderweg naar boven in je auto kan afspelen (ja, er staat bij ons ook nog een CD-schuif in, naast USB-kanalen en Bluetooth), een sticker THIS CAR CLIMBED MT WASHINGTON om op je bumper te kleven, en een certificaat voor de chauffeur als MASTER OF THE MOUNTAIN. He ja, we zijn in Amerika, duidelijk. Er is aan deze beklimming en afdaling nochtans niets aan, tenzij je aan hoogtevrees zou lijden (je rijdt dikwijls langs een ravijn zonder afrastering, iets wat Amerikanen niet gewend zijn) en meester van de bergen was The Passenger als chauffeur al lang, inclusief honderden meter achteruit rijden op veel smallere bergbaantjes voor de postbus in Zwitserland vroeger, stel je voor dat de gemiddelde Amerikaanse bestuurder daar aan zou moeten beginnen. Ons respect voor de jongens die permanent het weerstation bemannen (ook in de barre winter!) is alleszins wel groot, dat zijn pas masters of the Mountain. Zelf gaan we na een dik uur koukleumen weer naar beneden, waar we de laatste fall foliage kiekjes meepikken, voor we terug de vallei bereiken. Waar we onze Steely Dan-special opzetten, en als dan als laatste nummer Hey Nineteen weerklinkt (she says I am crazy but I am just growing old - skate a little lower Baby!), weten we eens te meer, na een waarachtige topdag, dat het perfecte geluk, voor even toch, bestaat. Zelfs als we hierna bedorven vlees als diner geserveerd zouden krijgen (nee hoor, het werd een voortreffelijke fish stew, een soort van bouillabaisse).
AMERIKA 2019: New England, White Mountain Natl Forest, Flume Gorge & Cannon Mountain Airway - FALL FOLIAGE HIGHLIGHT!
Mark Twain, een belangrijke jeugdbegeleider van ons die onze liefde voor Amerika als kind al aanwakkerde met zijn spannende verhalen over Tom Sawyer & Huckleberry Finn, sprak ooit de gevleugelde woorden: If you dont like the weather in New England, just wait a minute. En zo blijkt, want zo slecht het weer gisteren was, zo stralend is het vandaag. En met 15 graden als temperatuur, veel meer moet dat niet zijn. Hit the road, Jack! En vergeet niet naar de kleurtjes te kijken, het is en blijft een fantastische show in oktober. Ons eerste bezoek geldt de Flume Gorge, een verdienstelijke wandeling door een groen bos die uitgeeft op een kolkende canyon (W14, 1 uur). Mooi, maar niets dat je in Europe op diverse plaatsen ook niet kan zien. Een onnozel non-event in de buurt betreft The Old Man in the Mountain. Zoals uit de zwart-witte archieffoto blijkt was dat een rots in de vorm van het profiel van een man, maar verhip, het iconische plaatje verdween in 2003, de uitstulping van de rots begaf het in een storm. Heel New Hampshire in zak en as, de oude man was dood! Hij verrees in 2011, toen in de buurt een standbeeld in dezelfde vorm werd opgetrokken. Wij denken, in our Great and unmatched wisdom (die bijzin halen we uit een recente tweet van Trump, die het in tegenstelling tot wij vast niet ironisch bedoelde), dat dit Amerikaanse flauwekul is, so we give it a Miss (waarom kan je een tablet van Apple er niet toe bewegen Miss met een kleine letter weer te geven?). Onze intentie is eerder de hoogte op te zoeken, want het is immers helder weer. En dat kan, want de Cannon Mountain Tramway bevindt zich vlakbij. Als we ons niet vergissen, namen we deze grote kabelbaan (voor 80 passagiers in een keer) al eens in 2005, toen we van Nova Scotia naar Montréal reden via de Amerikaanse binnenweg van de staten Maine en New Hampshire. Klopt dat, geheugenreus Dirk? Hoe dan ook: toen was het mistig vanwege de zomerse juli-warmte, maar nu is het heerlijk helder, Heinekenweer! Natuurlijk fris op 1300 meter boven, maar daar zijn we op voorzien met trui en windjekker. En kijk, Poetin, met chapka en al, is ook aanwezig, vast op uitnodiging van Trump. Kom, we gooien er nog een kleine wandeling tegenaan, W15 (20 minuten) brengt ons naar de lokale observatiepost en terug, waarna we tijdens de Tramway-rit naar beneden aan het open raampje kunnen postvatten teneinde nog wat plaatjes te schieten van het gouden herfstland beneden ons. Dik in orde, maar we kunnen nog hoger, zie volgende blog.
AMERIKA 2019: New England, White Mountain Natl Forest, Kancamagus Highway - FALL FOLIAGE HIGHLIGHT!
Het regent oude wijven, gans de dag, maar The Passenger laat zich niet kisten: hij selecteert zijn Bob Dylan Beauties op spotify, 50 nummers van tijdloze klasse, van de blues Talking New York (toen was hij 19) tot de evergreen Melancholy mood (op zn 73). Geef die mens de Nobelprijs voor Singer-songwriters! En met Rainy day women & Buckets of rain is hij nog in tune met het weer ook, wat een acoustische topdag. En we hebben vandaag iets bijgeleerd: de fall foliage is zelfs zonder zon zeer aantrekkelijk! In New Hampshire, waar we intussen zijn aangeland, is het fenomeen nu ongeveer op haar hoogtepunt en dat zie je zelfs op een parking. En dus zeker op de twee korte wandelingen die we vandaag met regenjasje en kapje aan ondernemen. W12 (20 minuten) vindt plaats aan de Rocky Gorge die in de prille lente een kolkende stroom is door al het smeltwater van de omliggende bergen. Nu niet, maar wat een feest van groen, geel en rood! W13, ook maar 20 minuten lang, voert ons naar de Sabbaday Falls, eigenlijk een verbastering van Sabbaths day (veel van de werklieden die het pad indertijd aanlegden waren Joden die op zaterdag weigerden te werken). Hier dienen we, goedmoedig als we zijn, een oude dame (onderdeel van die oude wijven die gans de dag op ons neerregenen) met een hand te assisteren zodat ze haar evenwicht niet verliest. Quid pro quo, madam, we hebben dat van Trump geleerd: alleen als je een mooie foto van ons kan maken! Deal. Ze heeft haar best gedaan, maar toch onze voeten afgeknipt, kijk maar. We hebben ze dan toch maar in het water laten vallen, a deal is a deal ist niet waar, Donald? Nog wat panoramische zichtjes in de regen - maar immer met fraaie herfstkleedjes - en het is alweer tijd de nieuwe lodge op te zoeken, nabij Bethlehem (ja, ze bedachten de naam van het gehucht op kerstdag). Het zou morgen beter weer moeten zijn (slechter is volstrekt onmogelijk) en dus verhopen wij een laatste zonnige natuurdag (want daarna wenken eerder stedelijke genoegens tot eind oktober) die ons ondermeer zelfs boven op Mount Washington zou moeten brengen. Of niet, want die hoogste berg van het Noordoosten van Amerika staat bekend voor zijn grillig klimaat en extreme winden en als het te erg is sluit men de tolweg af.
THE EASTCOAST BLUES (1): Herman Melville, The confidence-man, USA 1857, Penguin English Library, 300 blz met een nawoord van Daniël G. Hoffmann uit 1961.
Twaalf Amerikaanse boeken hebben we geselecteerd onder deze kop voor onze 3 maanden in Amerika, en de eerste daarvan is deze roman (maar is het wel een roman?) van Mr. Moby Dick, waarmee wij levenslang een niet zo beste relatie hebben. Nochtans hebben we Moby Dick, algemeen beschouwd als een meesterwerk, zelfs tweemaal trachten te lezen, maar er was nauwelijks doorkomen aan. Melvilles tijdgenoten vonden eigenlijk hetzelfde, ofschoon ze de jonge Melville, in zijn twintiger jaren de auteur van exotische avonturenromans in het spoor van zijn eigen maritieme avonturen, juist veel commercieel succes hadden bezorgd. Maar toen begon Melville te zweven, en contemporaine lezers begrepen hem niet meer. Wij ook niet. Maar toch wilden we deze The confidence-man nog eens uitproberen, een boek waarmee Melville 4 jaar na Moby Dick opnieuw wilde bewijzen dat hij veel meer in zijn mars had dan avonturenromans. En weer haakte het publiek af. Zodat Melville maar hetzelfde deed en het professioneel schrijverschap node vaarwel zegde, ten voordele van een job als customs official in de haven van New York. Postuum kwam nog wel Billy Budd uit, maar ook deze novelle, ons inziens een postume coming out als homofiel van Melville, kon ons niet bekoren. We hebben bij lectuur dezes eigenlijk meer gehad aan het lange nawoord van die meneer Daniël Hoffman dan aan de roman zelf. Nochtans heeft The confidence-man een heel goed eerste hoofdstuk (net als Moby Dick trouwens), maar daarna verliest Melville volgens ons al snel de pedalen. In dat eerste hoofdstuk zijn we getuige van de aanmonstering op een Mississippi Steamer (die betekenisvol Fidele heet) van een vreemde man, naar later blijkt een bedrieger, die met belangstelling een affiche leest die de varenden opmerkzaam maakt op de mogelijke aanwezigheid van een ...bedrieger. Intussen roven zakkenrollers bezittingen van de argelozen die de affiche aandachtig lezen. Wat een wereld! Where the wolves are killed off, the foxes increase, lezen we al op p. 2. Dat staat er niet voor niets: het wilde westen (de wolven) is grotendeels bedwongen, maar het werd vervangen door slimme maar amorele zakenlui (de vossen) uit de oostelijke steden, die iedereen voorhouden dat ze vertrouwen moeten hebben (confidence is het sleutelwoord van dit boek), maar dat vertrouwen wordt telkens weer beschaamd. Blijkbaar tot afgrijzen van Melville, die zijn roman besluit met een apocalyptisch laatste hoofdstuk, in die zin dat het refereert aan de Openbaring van Johannes, en dan volgt de laatste zin: something further may follow of this masquerade. Sommige bijbelonkundige besprekers dachten dat Melville doelde op een sequel, maar exegeet Hoffman weet terecht wel beter: de hel tijdens Het Laatste Oordeel, die zal volgen. Allemaal goed en wel, maar Melville faalt omdat hij te veel wil bewijzen. Dit zou een gedegen satire hebben kunnen zijn - en dat lukt nog enigermate in het eerste deel van het boek - maar Melville verzinkt gaandeweg in allegorische bespiegelingen (inclusief side stories) die de aandacht van de lezer alleen maar afleiden (was ook in Moby Dick het geval, ipv op Ismael, Ahab en de walvis te blijven focussen!). Een sardonische satire, met doorzichtig-ironische namen als Frank Goodman en Charles Noble, volstond niet voor Melville. Alsof hij de James Joyce van de 19de eeuw was, verliest hij zich in een cascade van mythische verwijzingen. Als daar zijn: referenties aan Christus (de confidence-man is de antichrist) en Prometheus (de confidence-man brengt echter niet het lichtend vuur, maar de duisternis naar de mensheid), terwijl evengoed de revue passeren: - Shakespeare (een hoofdstuk is aan hem gewijd en in hs 1 wordt iemand al heel functioneel Mooncalf (=Caliban in The Tempest) genoemd). - Tacitus (ook functioneel, om iemand als een groot cynicus te kwalificeren) - Don Quichote (via de verklarende ondertitels van alle hoofdstukken) - Orpheus (ook de personages op de Fidele maken een soort van hellevaart, maar de lier van de confidence-man speelt vals) - Aeneas, Diogenes, J.J.Rousseau, Chaucer, enzovoort enzoverder, maar vooral niet te vergeten: Ovidius. Over deze laatste heeft Hoffman het nauwelijks, maar ons lijken de Metamorfozen een zeer belangrijke factor in het Patchwork van dit boek. Inderdaad verandert de confidence-man voortdurend van aanschijn, en dat wordt door Melville zowel door beeldspraak als transformed-aanduidingen weergegeven. Het kwaad kan zich in diverse gedaantes hullen, en dat riekt naar een allegorie, die The confidence-man ten dele vast ook is. Maar in dat opzicht gaat Melville echt wel helemaal de mist in, omdat hij constant aarzelt tussen traditioneel godsgeloof en modernistisch ongeloof, want wat is steeds maar vertrouwen vragen, wat The confidence-man doet, anders dan wat God van de mensen verwacht (have trust in Providence!)? Ook volgens Melvilles vriend Hawthorne kwam de auteur daar nooit uit (zoals een brief van Hawthorne, geciteerd in het nawoord, aantoont). Het is juist dat onophoudelijk haken naar allegorische meerwaarde dat de maatschappelijke satire van deze roman veel kracht ontneemt en het tweede deel van The confidence-man volledig ongenietbaar maakt. Jammer, want de eerste helft valt op zich nog wel mee, en bevat mooie staaltjes negentaal (als de bedrieger zich als een zwarte bedelaar vertoont) en zelfs humor - wat dacht u van volgende vrouwbeschrijving: Upon the whole, her appearance at a distance was such, that Some might have tought her, if anything, rather beautiful, though of a style of beauty rather peculiar and cactus-like. Dat laatste woord doet het em. Melville had dus wel degelijk talent, maar ipv het oordeelkundig te gebruiken en de actie het verhaal te laten vertellen (zoals Cervantes deed, of de door Melville beïnvloede Mark Twain na hem) bleef deze latere douaneofficier maar rondjes draaien in wat je, samen met Hoffman, platonische dialogen en bedenkingen zou kunnen noemen. Dan mag de late parabel van China Aster (wiens naam lijkt te verwijzen naar de oosterse ster boven Bethlehem) nog een aardig verhaaltje-binnen-het-verhaal wezen, waarbij Aster als kaarsenmaker gunstig afsteekt tegenover de valse Prometheus die de kosmopoliet (de laatste gedaante van de confidence-man) is, je bent tegen die tijd al in zoverre murw gelezen dat dit zwartgallig boek op zn best een interessante mislukking kan genoemd worden.