AMERIKA 2019: Stowe, VT, Mount Mansfield en Recreation Path
Het Weather Channel heeft altijd gelijk: weg is de zon, en de zware bewolking zal deze namiddag aanleiding geven tot lichte regen, maar niet voor 2 hr pm. Goed, dan maken wij er een actieve voormiddag op zondag rustdag van. Gisteren hadden we al gezien dat er een Toll Road naar Mount Mansfield, de hoogste berg van de streek, liep, maar we hadden geen zin en ook geen tijd er een uur file aan de betaalkiosk voor over te hebben. Nu, om 9.30 hr, kunnen we er natuurlijk probleemloos op, weliswaar tegen betaling van 25 usd. Voor het uitzicht boven moesten we het niet doen, dat wisten we op voorhand, maar een leuke bergrit was dit wel, zeker het hoogste stuk in de nevel. Je kan hier vanzelfsprekend ook wandelen, maar we zijn niet zo gek gorilla in de mist te gaan spelen bij een temperatuur van ongeveer 1 gr Celsius op deze hoogte, brrr, terug naar beneden! En daar een stuk van het Stowe Recreation Path doen (W 11, anderhalf uur). Het is open voor hikers, bikers en honden aan de leiband, en 9 km lang, maar wij houden het op de helft. Goed gedaan, deze afwisseling van open velden, bossen en stedelijk vermaak onderweg, zoals een café waar je buiten aan het vuur kan eten met Jimi Hendrix op geluidsboxen verborgen in de tuin, en een zondagse Farmer Market, waar een folkduo, waarschijnlijk al 40 jaar samen, de gemoederen beroert. Let op die blozende appelen, die liggen ook overal op de grond, vallen soms op je hoofd en alle bomen zijn volgeladen. Vermont noemt zichzelf the green Mountain State maar het is nog meer appelland. Pas op madam, uw kleuter kan niet meer volgen! We bespeuren nog een rode overdekte brug in de buurt en keren dan terug hotelwaarts. Geen mooie lodge om te zien, vinden wij, maar zeer goed eten (beste ontbijt van Amerika dusver, met dank voor het vele fruit en de prima Canadian bacon), een dagzaal vol spelletjes en de koddigste lift die we ooit hebben gezien (klein, krakend in al haar voegen en vermomd als een bibliotheek). Ze was vroeger eigendom van een skikampioen van Duitse oorsprong (Fritz Wiessner), eigenlijk is Stowe effectief in de eerste plaats een wintersportcentrum. En als je des avonds buiten wil: dat kan, met je pikkels aan het vuur!
AMERIKA 2019: de familie von Trapp & Smugglers North bij Stowe, Vermont - FALL FOLIAGE HIGHLIGHT!
Morgennamiddag en maandag wordt alweer regen verwacht, het is dus zaak ten volle van deze zaterdag te profiteren. En dat doen we, tegen de middag verlaten we Burlington, we hebben maar een uurtje te rijden naar onze volgende overnachtingsplaats in Stowe. Daar belandde in 1938 de zingende familie von Trapp, die geen zin hadden in een Oostenrijkse Anschluss vanwege Hitler. Iedereen kent ze, want wie heeft nu niet ooit The sound of music gezien, ook al is dat een schmaltzerig onding? Met de huidige versie van de von Trapp family lodge is in ieder geval niks mis. We hebben overigens geprobeerd hier te boeken, maar het was 5 maanden geleden al volgeboekt, ofschoon de lodge keiduur is, maar ja, wie heeft, da capo, nu niet The sound of music gezien? Knappe lobby, weilanden alom waarop vreedzame runderen grazen, het lijkt hier inderdaad een King size versie van de Oostenrijkse Alpen. En met bladverkleuringen die ze daar niet hebben, de fall foliage nadert in het noordelijk gelegen Vermont, waarvan veel opschriften tweetalig zijn vanwege de nabijheid van de Frans-Canadese provincie Quebec, haar hoogtepunt. Eigen wandelpaden heeft de lodge ook, maar je moet hier verblijven om ze te mogen belopen. Maar dat telt niet voor The Passenger, die maakt evengoed een korte boshike naar een oude kapel (W9, 30 min) en maakt zijn eigen fall foliage schilderij (foto 8). Dichtbij Stowe, waar ook wij verblijven in een democratischer lodge dan het eermalige stulpje van de Trapps (die hier ook begraven liggen, maar Julie Andrews is er niet bij), ligt de allergrootste attractie van heel Vermont: Smugglers Notch. Dat is een smalle bergpas, die vroeger effectief populair was bij smokkelaars allerhande. Eerst dreven de Amerikanen van de jonge republiek langs hier handel met het nog tot Engeland behorende Canada (officieel was die handel verboden), daarna ontsnapten slaven via deze weg naar het vrije Canada, en nog later, tijdens de drooglegging, werd er een boel alcohol gesmokkeld. Nu is de bergweg, verboden aan trailers en trucks, een sublieme Mountain road, waar je bovendien in dit seizoen van verbluffende bladverkleuringen kan genieten. De parking boven is wel klein, maar wat zou je willen, de kloof is nog kleiner. Toch weten wij onze SUV ergens te stallen zodat we ook in dit wandelparadijs nog een kleine hike kunnen ondernemen (W10, Sterling Pond walk, 1 uur). Maar kunnen we dat wel aan? Ha, als die dikke en die met zijn blauwe pyamabroek aan dat kunnen, moeten wij ook niet twijfelen. Effectief, gaat goed, maar we zijn toch voorzichtig bij het naar beneden komen, want stroken liggen er modderig bij en onze vorige twee uitglijders hebben ons samen 36 kinesistbeurten gekost, dat volstaat. Oef, het lukt ons op de been te blijven op deze korte versie van de Catskills-wandeling van afgelopen dinsdag, die de mooiste tot dusver blijft. Zonder inspanning kan overigens ook mooi zijn. In de late zonneuurtjes scharen we ons op een wei bij een aantal leafpeepers, waaronder vele Indiërs (raar, we zijn precies thuis, want op de konijnenwei aan het uiteinde van onze straat zien we ook altijd stapels Indiërs, dikwijls in groot ornaat, rondparaderen). En maar poseren, en maar fotograferen. Weliswaar veelal op foute wijze, want we merken het steeds weer: nu iedereen met zijn smartphone kan toeslaan, blijkt bijna niemand nog benul te hebben van de meest eenvoudige fotografische of compositorische wetten. Dat is ook een van de redenen dat we onszelf slechts sporadisch laten in beeld brengen. Nochtans gaan we tegenwoordig zo ver duidelijke instructies te geven en tonen we het scherm, met uitleg, vooraf. En dan zeggen ze ja, ja en doen ze het toch weer verkeerd, wij worden daar een beetje gek van. Ook geven ze meestal aan dat ze verschillende kiekjes hebben gemaakt, dan kan je kiezen, maar wat voor zin heeft het 5 fotos te maken in exact dezelfde positie? Nee, aan de gemiddelde selfienemer is geen Magnumfotograaf verloren gegaan. Neemt niet weg, zeurpiet, dat het een stralende topdag was vandaag. Kijk naar de textuur van die herfstkleuren, het is onthutsend. En zeggen dat we daar nog tot begin november (in het Zuiden) plezier van gaan hebben, alleen komt het uiteraard minder tot zijn recht als er geen zon is. Voorlopig sluiten we af met een typische Caspar David Friedrich-visie, ja, zo subliem is moeder natuur.
Burlington geniet de reputatie een van de meest leefbare steden van Amerika te zijn. Inderdaad, ze ligt aan het grote meer Lake Champlain, een beetje water is altijd een pluspunt, en ze heeft langs Main Street talloze mooie New England-huizen, en ook nog eens de universiteit van Vermont, met de voorname gebouwen van dien. De moeite waard dus om er op deze fraaie maar frisse zaterdag (11 graden, maar constant zon) een paar uur in rond te wandelen. Toch vinden we dat de burgervader van Burlington niet moet overdrijven met zijn reclame. Er is een nette winkelwandelstraat in het centrum waar men nogal wild over doet, maar wij hebben heus al talloze mooiere winkelwandelstraten gezien op de wereld. Weet u wat het is? Wij zijn teveel zuiderling om het aseptische Burlington ten volle te kunnen smaken. Op een plakkaat lezen we dat de renovatie van het centrum gebaseerd werd op Copenhagen. We hadden het kunnen denken: te protestants, geef ons maar een ruime portie katholieke slordigheid, zoals in Italië of Brazilië. Als het niet in orde is, zullen we wel te biechten gaan!
AMERIKA 2019: New England, Shelburne Museum, Vermont.
De hoogwaardige kunstmusea moeten nu wachten tot we in Boston zijn, maar toch spenderen we ook vandaag 3 uur in een museum, na een druilerige ochtendrit van West-Massachusetts naar Vermont, toch een lange rit. We hadden eerst nog wel een omweg via de Adirondack Mountains in gedachten, maar daar is het echt het weer niet voor: 11 graden, regenachtig, brrr. Uiteindelijk is dat halfgebergte zoiets als de Catskills, en die hebben we met ideaal weer afgelopen dinsdag gezien en bewandeld, dat moet volstaan. Voor het Shelburne Museum heb je anders ook je wandelschoenen nodig: 39 historische gebouwen, de meesten overgebracht van andere Vermont-locaties, vol van 19de eeuwse historie en folklore, een soort Bokrijk, maar veel groter, zoals alles in Amerika groter is dan elders. We hebben dit allemaal te danken aan Electra Havemeyer Webb (1882-1960), wiens vader president van de American Sugar Refinery Corporation was en wiens echtgenoot, James Webb, als moeder een Vanderbilt had. Werken was dus niet nodig. Electra woonde na een reislustige jeugd in Europa en Egypte eigenlijk bijna permanent op Park Avenue in New York (haar appartement werd nagebouwd op deze site in een memoriaal-building, cfr foto 2 en 3), maar ze bracht ook vele jachtvakanties door in Vermont, wat haar op het idee bracht dit reusachtige museum op te richten in Shelburne, een voorstad van de universiteitsstad Burlington, die we morgenvroeg even gaan bekijken. Afgezien van al die oude overgebrachte gebouwen zie je hier postkoetsen, een oude apotheek, de trein van Electras tijd, circusaffiches en een heel merkwaardige miniatuurverzameling van een maniak genaamd Roy Arnold (zie en lees foto 6), die in het door hem zo geliefde circus misschien ook Alexander Patty, the man that walks on his head heeft gezien (Trump kan dat volgens ons ook). Maar heeft hij ook The Champ opgemerkt? Dat is het lokale monster van Loch Ness van Lake Champlain, het zesde grootste meer van Amerika. Sightings zat, zodat zelfs wetenschappers ervan uitgaan dat er wel eens een prehistorisch wezen of onbekende grote vis in dit meer zou kunnen zitten. Het is weliswaar nog nooit overtuigend laat staan scherp waargenomen, maar het grappige is dat het monster toch al officieel beschermd is, zowel door de staat Vermont als door de staat New York, die Lake Champlain delen. Het grootste object van de museumsite is de TICANDEROGA, een zogenaamde paddlewheel Steamer die hier in 1906 werd gebouwd en van de sloophamer werd gered door Electra Webb op aanraden van een historicus. Het gevaarte ligt hier nu permanent, en het ziet er binnen piekfijn verzorgd uit (ook de overnachtingskajuiten); je kon er vanuit New York mee naar het groene Vermont en zelfs toen al je auto meenemen (cfr de Durant op de foto - een verhaal op zich: deze kleine autobouwer werd opgericht door William Durant, die eerst General Motors mee gesticht had maar dan voor eigen rekening ging rijden. Het ging hem enkele jaren voor de wind, tot de harde concurrentiestrijd hem fataal werd en hij in 1925, nog voor de Grote Depressie, failliet ging). Een overdekte brug mag ook niet ontbreken. Daar bestonden ook in het oude Amerika al strenge regels voor: autos 10 mile per uur Max, en horses at walk! En tenslotte bevinden zich twee kunstmusea op het domein waarvan het moderne niets met Electra Webb te maken heeft en vandaag niets interessants te bieden heeft. Dan liever de eigen collectie van Electra. Daar zijn enkele historisch interessante doeken bij, zoals die van een zeilrace die ogenschijnlijk door het schip van de Vanderbilts wordt gewonnen. Fake news! Want het was een ander schip dat de race won. Maar wat wil je: de opdrachtgever van de schilder was een zekere ... Cornelius Vanderbilt. Verrassend genoeg bevat de schilderijenverzameling van Electra Webb ook een echt meesterwerk: dat vogelperspectiefdoek van Andrew Wyeth. Electra, die van de jacht hield (er staan op het domein ook gebouwen met geweren en jachttrofeeen allerhande), zal er misschien enkel een natuurdoek in gezien hebben, maar niets is minder waar. Wyeth werkte aan dit schilderij van 1942 tot 1950 en zowel de tweede wereld- als de koude oorlog zit er symbolisch in. Maar alleen al het perspectief maakt het meer dan de moeite waard. Dat doek van Wyeth wordt algemeen als een pareltje beschouwd, maar echt beroemd is het Shelburne Museum toch in de eerste plaats voor haar decoy-verzameling, de grootste ter wereld. Wat is dat nu weer? Ha, lokeenden om de echte watervogels te lokken zodat ze beter geschoten konden worden. Was een echte industrie in Amerika, stel je voor. Bij ons thuis hebben de buren decoy-duiven op hun terrasreling staan, om te vermijden dat de echte stadsduiven er komen op schijten, maar in Vermont ging het er dus omgekeerd aan toe. Merkwaardig, al vinden wij er esthetisch geen zak aan. Wel leuk dat we hier even in het Frans te woord worden gestaan, door een suppooste die weliswaar Amerikaanse is, maar getrouwd was met een Fransman en lang in Zwitserland woonde. Overigens ontmoetten we vandaag langs de weg zowaar een demonstratie pro Trump. Zal wel met het hele impeachment-gedoe te maken hebben. Het zijn nochtans slechts ....10 mensen, ochot ocharme, die wat meewarig staan te zwaaien met plakkaten. Maar je zal zien, Donald zal er wel weer de grootste manifestatie ooit van maken. Of anders waren het decoys, om de echte Trump te lokken en beter te kunnen neerschieten.
AMERIKA 2019: New England, Williamstown/North Adams museumstad (4): MassMOCA, de secondanten.
Ja, men heeft in MassMOCA veel ruimte aan de Grote 4 van de vorige blog gegeven, maar dat wil niet zeggen dat men het kleinere grut niet genegen is. Even in kort bestek wat ons nog opviel in dit heuglijke museum: De muziekruimte waarin je een concert van Laurie Anderson, alias de weduwe van Lou Reed, kan bijwonen. Een kwartiertje gedaan; dik de moeite, zowel qua muziek als qua performance. Veel verrassender: een vaste installatie van Annie Lennox, alias de helft van Eurythmics in de jaren 80. Wat je ziet is een letterlijke modderberg van memorabilia, bekroond door de eerste piano van la Lennox, en een mooie video daarachter. De muziek? Die is er, maar het betreft achterstevoren gedraaide versies van haar hits, alsof ze zelf achterstevoren naar haar verleden kijkt. Eery, maar heel goed gedaan. Een lichtzaal als verbindingsstuk tussen twee gebouwen: Cosmic Lattevan Spencer Finch. Naar het schijnt hangen de lampen precies zoals de sterren in de Melkweg staan. Een gek! Maar een sympathieke. Trenton Doyle Hancock, een zwarte Texaan, bedacht zijn eigen universum en kreeg van MassMOCA een enorme zaal om zich uit te leven. De brave mens werkte er 10 jaar aan. In contrast daarmee: de piepkleine wereld van Jarvis Rockwell, die levenslang poppetjes allerhande bijhield. En ze hier als het ware zwevend in de ruimte op broze glazen plankjes mag presenteren. Misschien geen kunst, eerder outsider art a la Henry Darger, maar wel ontzettend goed gepresenteerd en een aardig stukje Americana. Tot zover de vaste collectie (of eerder langdurig lopende installaties). Maar uiteraard organiseert MassMOCA ook telkens twee gelegenheidstentoonstellingen. De eerste is thematisch en in globo heel sterk, ze heet Suffering from realness en is politiek geïnspireerd, niet in het minst door de waarheidsstrijd die elke dag in de media heerst tussen Trump en de democraten, of Trump en de kritische journalisten. Op foto 7 zien we Punch de massa toespreken, de Napolitaanse bedrieger uit de 16de eeuw werd door Robert Taplin heel bekwaam in een modern jasje gestoken. Hij kijkt op diezelfde foto uit op een fantastische houtskooltekening van Robert Longo, een oude favoriet van ons. Vervolgens fraai werk van de Mexicaan Rafa Esparza. De foto verbeeldt een border washing, schijnt normaal gebruik te zijn als Mexicanen de grens oversteken. Afgezien van de inhoud ook materiaaltechnisch een pareltje: Esparza werkt uitsluitend met Adobe, aarde, horse shit en andere wegwerpartikelen. Wat zit je toch altijd af te geven op de zuiderburen, Trump? Het zijn geen gangsters of verkrachters, het zijn kunstenaars! Een andere straffe Mexicaan heet Erre (de uitspraak van de R in het Spaans dus, zijn echte naam is Marcos Ramirez), die in 1997 een paard van Troje pal op de grens tussen San Diego en Tijuana zette, daarmee de onderlinge onafhankelijkheid van de USA (die van cheap labour genieten) en Mexico (die van labour tout court genieten) duidelijk makend. Maar dat Januspaard heeft nog meer betekenissen. Het verwijst ook naar de illegale immigranten die wel eens in een geheim luik van een vrachtwagen worden ontdekt, en de titel is bovendien een aardige woordspeling (Toy an-horse). Niet dat Erre altijd zo luchthartig is, zijn Sing Sing cel (volgende foto) ziet er luguber genoeg uit. En geboeid waren we ook door het meerzinnige werk van Joey Fauerso, Cassils, Jennifer Karady, Jeffrey Gibson, Titus Kaphar en Vincent Valdez,waar steeds boeiende verhalen bij horen, maar we zullen het boekje bijhouden ipv het na te vertellen, anders zien we hier ons bed niet meer. Ook helemaal niet slecht: Cauleen Smiths We already have what we need, een solo-retrospectieve. Cauleen is, blijkens de titel, geen zwartgallige pessimiste, maar dat wil niet zeggen dat deze zwarte madam met haar kop in het zand leeft. Ze is zich bewust van de gebreken van de Amerikaanse maatschappij, wat blijkt uit de lamento-video over New Orleans, vlak na Katrina, en zeker uit de onthutsende video die de letterlijke begrafenis van een kerk voor zwarten in een wit dorpje tot onderwerp heeft. Maar anderzijds heb je haar zaalvullende installatie (cfr de laatste twee fotos) die duidelijk maakt, met veel kleur en andere goefgafs, dat de zwarte gemeenschap genoeg heeft om trots op te zijn. We already have what we need, nu moeten we het nog geloven ook! In elk geval: dat MassMOCA een uitzonderlijk knap museum is, geloven wij alleszins. En dat moderne kunst leeft in Amerika nog meer. En allemaal zonder dat er een canon voor nodig is, Bart Conscience!
AMERIKA 2019: New England, Williamstown/North Adams museumstad (3): MassMOCA, de giganten.
Zoals bekend zien ze in Amerika de zaken graag groot. Afgelopen zondag hadden we al het grootste openluchtmuseum ter wereld, nu is het tijd voor MassMOCA, sinds 1999 het grootste museum van de USA en naar we aannemen van heel de wereld, al weet je maar nooit met die tegenwoordige Chinezen. De site was vroeger een heel grote fabriek van Sprague Electric, die in 1985 sloot (outsourcing). Wat een voortreffelijk idee om van deze onheilspellende plek, kijk maar naar de eerste fotos, een museum voor contemporaine kunst te maken! Naast de boiler room, een uitzonderlijk spooky ruimte waarvan we hopen ze vannacht niet in onze dromen tegen te komen, heeft Anselm Kiefer een hele fabriekshal ter beschikking gekregen en daar heeft hij vanzelfsprekend schitterend gebruik van gemaakt. We hebben het altijd gezegd: Kiefer moet je in een brute ruimte tentoonstellen en bruter dan deze ex-fabriek bestaat niet. We hebben vroeger al genoeg over Kiefer geschreven maar in kort bestek: zijn circulaire wereldvisie, gedragen door de bijbel, Germaanse en andere mythes, de Joodse kabala, moeilijke dichters als Celan of Saint John Perse en esoterische wetenschappers als Velimir Chlebnikov (die geloofde dat er om de 317 jaar een catastrofale zeeslag op aarde zou losbarsten), laat weer niet na grote indruk te maken. Voeg er nog een snuifje Caspar David Friedrich aan toe, en we zijn er. Kiefer is groot, en de grootste ster van MassMOCA, omdat hij hier het ideale kader voor zijn sloperswerk gevonden heeft. Dubbel is het intussen altijd: ja, Anselm is geen vrolijke jongen, maar die Engelsturz kan toch evengoed op de slachtoffers van de Holocaust als op Lucifer slagen (en via Lucifer op Hitler?), en op de doeken van kadukke boten zien we meer dan eens positieve vermeldingen als Aurora of Aphrodite staan. De oorlog is bij Kiefer overal, maar Stunde nul was niet het einde. Ha nee, want toen, in 1945, werd een van de grootste kunstenaars van de moderne tijd geboren. Een even grote gigant is James Turrell. Ook van hem veel werk hier, allemaal verboden te fotograferen op uitdrukkelijke instructie van de lichtmeester, en een fantastisch Ganzfeld met stroboscopische inserts steelt de show, het is een sensorische ervaring van de eerste orde. En hoe zit dat nu met Roden Crater in Arizona, James? Nog steeds work in progress, en dus nog steeds number 1 op onze THINGS TO DO BEFORE I DIE. Derde gigant: Sol LeWitt. Nog nooit zo een overdonderende en grote retrospectieve van s mans conceptuele werk gezien. En vierde gigant: Louise Bourgeois. Ok, van haar slechts enkele werken in de vaste collectie, maar neem nu The Couple op de laatste foto: dat is toch weer helemaal Louise op haar allerbest. Geen omhelzing, een verstrengeling waaruit je niet meer losgeraakt. Die laatste bijzin geldt voor heel MassMOCA, waarin wij 5 uur hebben rondgelopen. Want onze vier giganten hebben ook vele secondanten.
AMERIKA 2019: New England, Williamstown museumstad (2): WIlliams College Museum of Arts
Vergeet die plaatjes van een zonnig Williamstown maar: er is pas vanaf morgennamiddag weer zon verwacht, en intussen is het druilerig, herfstig en kil (11 graden, we komen van 27 enkele dagen geleden!). Wel hebben we hier een verduiveld goed Grieks restaurant ontdekt, met de hulp van onze jolige moteleigenaar Rocky (Balboa?), waar we twee keer heel smakelijk hebben gedineerd. En goed dat het slecht weer was, want we hebben echt wel heel de dag nodig om de twee musea van de dag rustig te bekijken. Allereerst het kleintje. Williams College Museum of Art is het museum van de universiteit en men neemt de artistieke leerstof hier ernstig, dat kunnen we aan de programmas zien (een cursus over persoonlijkheidscultus bv, met de verbeelding van Lenin en Mao in de kunst als onderwerp. Gedoceerd door een Russische prof, in het Russisch! Benieuwd of er ook een item over Trump inzit). Dit museum, dat een mooie Sol leWit als eye catcher achter de trap heeft, pakt graag uit met hun meesterstuk, een heel goed accident van Grant Wood, dat we een paar jaar geleden in de Parijse Orangerie als bruikleen al zagen. Heel knap geschilderd, de elektriciteitspalen zijn evenzeer kruisen, want die botsing gaat niet goed aflopen! De miserabilistische gouache van een zwartmens lusten we ook wel, maar de Hopper die ze volgens de Lonely Planet eveneens in bezit hebben, is niet on view. Wel een paar sterke Europeanen. De onbetaalbare Ingres bv, dit kleine doekje is maar een voorstudie, maar wat een klasse er uit blijkt! En die halve auto van de Noord-Ierse Siobhan Hapaska bevalt ons eveneens uitstekend. Het Ferrari-jaren 60-model is opgesmukt met banden van ezelhaar, heel ontregelend. En de binnenkant is uitgehold en vertoont langs achter ook een grot van haren. Brrr. Er is hier weinig van de vaste collectie on view, omdat twee gelegenheidstentoonstellingen nogal wat plaats op eisen. De ene heet Axis Mundo en gaat over de Queer Chicano Art in California van de jaren 80. Nagenoeg onontgonnen gebied, waarvan met name Mundo Meza (twee fotos, een zelfportret en een abstract werk) zeker niet van talent gespeend was. Helaas, zoals zovele homos van die tijd, stierf hij bitter jong aan Aids, net als Gerardo Velazquez (de andere foto). De eeuwige homoheilige Sint Sebastiaan in een Amerikaanse vlag ingebed van Velazquez spreekt boekdelen. Buiten die twee uitschieters toch te weinig kwaliteit, maar didactisch wel een goeie expo. Net als The invisible enemy should not existvan Michael Rakowitz, een Joodse Amerikaan met eveneens Iraakse roots die we ons herinneren van Documenta/Kassel 2012, waar hij prima uitpakte. Deze kleine expo is ook interessant. Het WCMoA bezit al heel lang twee stenen reliëfs van het eermalige paleis van de Assyrische koning Ashurnasirpal II, omdat een van hun alumni, een protestantse geestelijke, ze in 1851 kon afpingelen van een Brits archeoloog. Deze reverend Marsh was in Irak om de heidenen te bekeren, maar kunstschatten roven kon hij dus ook. Laakbaar, maar anderzijds zijn ze nu tenminste niet reddeloos verloren, zoals wat er nog restte van dit paleis, want IS bulldozerde de hele site nabij Mosul plat in 2015. Verdienstelijk wat Rakowitz ermee doet: hij gebruikte papiertjes van Oosterse snoepjes en resten van Arabische kranten om de Assyrische strijders terug als verpopte geest op te roepen. Waarna we dit aangename museum verlaten met een laatste blik op het kleurrijke geheel. Goeie apero, maar nu de hoofdmoot!
AMERIKA 2019: New England, Williamstown, museumstad (1): The Clark Institute
Williamstown, Massachusetts heeft een vermaarde universiteit (even leek de dochter van Obama er te gaan school lopen, maar die werd uiteindelijk door Harvard, nog prestigieuzer, aanvaard) en talloze voorname gebouwen, we hopen er later wat plaatjes van te posten als de zon even terug wil schijnen. En daar horen ook 3 voorname musea bij, al is het grootste in North Adams gevestigd, maar dat is slechts 10 km van hier. Wij opteren vanmiddag voor The Clark Institute, vergelijkbaar als instituut met The BROAD in Los Angeles of VOORLINDEN in Wassenaar. Sterling Clark was net zon rijkaard als Elie Broad of Joop Van Caldenborgh, hij was namelijk de kleinzoon van de stichter van de beroemde Singer-naaimachine. Dan moet je niet meer werken, en Sterling toog in 1910 naar Parijs, waar hij Francine, een actrice van de Comedie Française, aan de haak sloeg. Beiden waren verslingerd op schilderkunst, al kan men hun goede smaak betwisten, want hun absolute lievelingsschilder was de Belg Alfred Stevens, nu zo goed als vergeten, maar in de 19de eeuw in Parijs zeer populair als portretschilder van aristocratische dames. Gelukkig verzamelden de Clarks echter niet alleen zijn werk en hun collectie is sinds 1955 behuisd in dit ruime complex, dat recent met een annex voor gelegenheidstentoonstellingen werd uitgebreid. En je kan er nog uitgebreid in de natuur rondwandelen ook, maar daar is het nu het weer niet voor. The Clark Institute is vooral bekend voor zijn impressionisten - helaas veel te veel Renoirs naar onze smaak, wij krijgen telkens weer het apenzuur van diens kokette flou artistique, en delen die aversie met Robert Hughes. Maar niettemin is het perfect mogelijk een zeer kwalitatieve TOP 10 in woord en beeld van The Clark voor het nageslacht te bewaren; bij deze:
1. Piero della Francesca. Een gouden greep van Sterling Clark in 1914, terwijl de rest van de wereld ten oorlog trok. Nog steeds herinneren we ons de grote Piero-retrospectieve van 2016 in de Abruzzi, een van de beste expos die wij ooit hebben gezien. Dit doek was daarop niet aanwezig, wat zijn we blij het hier aan te treffen. Maria, Jezus, 4 engelen, het is gauw gezegd, maar voer het maar eens uit zoals Piero. Bevroren in de tijd, als marmeren 3D-beelden staren de betrokkenen je aan, en bedremmeld kijk je terug. En alles is mathematisch juist geordend, della Francesca was ook wiskundige en wist alles af van de gouden snede. Een absolute topper, als we Michelin zouden heten, zouden we zelfs zeggen:, vaut Le voyage! 2. J.M.W. Turner. Alleen die onmogelijke titels van Turner staan ons dikwijls tegen, dit werk heet Rockets and blue lights (close at hand) to warn steamboats of shoal water. Een nutteloze hele mond vol, want wat je ziet is iets gans anders: een vortex van beweging en licht, meer dan 100 jaar vooruit op zijn tijd. En eens te meer doet Turner Constable, eveneens ruimschoots aanwezig in The Clark, de broek af, zoals ook al gebruikelijk was in de Royal Academy. Arme John, nochtans ook geen minkukel. 3. Claude Monet. Altijd weer is Monet de beste der impressionisten. Hier met een exemplaar van de Rouen-kerken reeks, dan wel geen 100 maar toch ook 50 jaar vooruit op zn tijd. Dat podium, niet toevallig uit de allergrootste namen bestaand, is onaantastbaar, maar eveneens genoten van de volgenden: 4. John Singer Sargent, Smoke of Ambergris. Hoe we ambre gris in het Nederlands moeten vertalen weten we eigenlijk niet, maar het was een parfum getrokken uit walvissen dat hier door een Marokkaanse schone wordt ingeademd. Het betrokken parfum zou ook een afrodiacum geweest zijn, wat het doek een erotisch tintje geeft. Sargent heeft het vooral heel spannend geschilderd, het laat je niet los. 5. George Inness. The Clark heeft logisch heel wat Amerikaanse schilders in huis, maar het zijn niet Frederic Remington of Winslow Homer die uitblinken, wel deze Inness, die de spirituele kracht van de natuur, conform de theorieën van de Zweedse filosoof/theosoof Swedenborg, poogde weer te geven. En daar o.i heel goed in slaagde. Zo goed dat we niet kunnen kiezen en dan maar twee fotos van hem opnemen. 6. Edouard Degas. Niemand weet wie deze man is (wellicht een vriend, want Degas was rijk van huize uit en werkte aldus nooit op commissie), maar dat Degas hem oorspronkelijk weergegeven heeft valt niet te betwisten. Het portret als anti-portret, zoiets. 7. Je ziet tegenwoordig bijna steeds Bonnard, of eventueel Vuillard of Vallotton, als het om de Nabis gaat, maar vergeet toch ook Maurice Denis niet, die in The Clark primus inter pares is met een egaal geborstelde Emmausgangers-weergave. Alles loopt in mekaar over, en toch blijft het aantrekkelijk. 8. J.B.C. Corot. Tja, als wij fraai geschilderde bomen zien, denken wij meteen: Corot! Klopt altijd, Corot was de bomenmeester van zijn tijd, s mans portretten bv zeggen ons niets. In dit laat werk, dat zich afspeelt aan het Lago Maggiore, kijkt de bejaarde schilder met veel nostalgie terug op zijn vergane jeugd, die hij ook deels in Italië doorbracht, zoals die ravottende naakte jongens. Ontroerend doek. 9. Mary Cassatt. Als het dan toch koket moet zijn, dan liever deze Amerikaanse impressioniste dan Renoir. Veel schattiger dan dit kind en deze hoed kan je het niet verzinnen. 10. Master of the embroidered foliage, zo noemt men deze late Vlaamse Primitief hier. Moet rond 1495-1500 in het Brugse actief zijn geweest, maar rara wie was het? Alleszins iemand die de lessen van Van Eyck, Memling en Van Der Weijden ter harte heeft genomen, dat kan je duidelijk aan de compositie zien.
Voor de rest vertoont The Clark ook nog tal van kostbare meubelen, zilver- en glaswerk, en heette de gelegenheidstentoonstelling van de dag Ida OKeeffe, escaping Georgias shadow. Dat Georgia uit New Mexico een schilderende jongere zus had: wij wisten het niet. En dat Ida niet uit de schaduw geraakte van Georgia ligt volgens deze expo minstens ten dele aan grote zus, die naar verluidt niet ingenomen was met het feit dat er nog een schilderende OKeeffe rondliep. Zodat Ida niet in het galerienetwerk van Alfred Stieglitz (Georgias echtgenoot) werd opgenomen en levenslang relatief onbekend bleef. En les moest geven om rond te komen. Ja, van je zus moet je het hebben. Afgaande op deze kleine expo was Ida zeker niet talentloos, maar je kan Georgia ook wel ergens begrijpen, want Ida was heel zeker schatplichtig aan de stijl van haar grote zus. Pikkendief! Minder in de jaren 40 weliswaar, maar die laatste foto neigt dan weer eerder naar het werk van Charles Demuth en andere zgn Precisionisten. Tja, originaliteit was aan Ida echt niet besteed. Maar nietswaardig is het ook weer niet, en toch een leuke kennismaking met de zus van. Idem dito met een heel aardig museum, dat vele provinciesteden Williamstown mogen benijden.
AMERIKA 2019 : New England, Olana (Frederic Church)
Frederic Church (1826-1900) was, samen met Olmstedt, de belangrijkste landschapschilder van Amerika in de 19de eeuw, en dat bracht voldoende geld op om hem toe te laten een groot stuk land nabij de Hudson te kopen, dat landschap naar eigen inzichten te veranderen, onder andere door de aanplanting van 50000 bomen, en er een eclectisch huis op te laten bouwen, dat nog het meest wegheeft van een Arabische mengvorm, Church wellicht ingegeven door zijn bezoek aan het Midden-Oosten. Waar met name Petra (Jordanië) hem dusdanig begeesterde dat hij er verschillende schilderijen over maakte. Het zal nog even duren voor we nog eens een iconisch huis aandoen, maar dit stulpje hoort toch zeker in onze themareeks thuis. Afgaande op foto 3 blijkt Church er trouwens nog op een bankje te zitten. Mooie wilde bloementuin bovendien, waar tientallen vlinders in ronddartelen. Het moet fijn zijn geweest hier naar de zonsondergang te kijken in de 19de eeuw. Tegenwoordig heb je, als je de Ridge Walk (W8, 30 min) maakt, nog steeds een fraai uitzicht op de Hudson rivier en de Catskills daarachter, al hoort er nu wel een brug bij, die er in de tijd van Church natuurlijk nog niet was. Een tolbrug overigens, maar wij hebben in onze SUV een EZ PASS gemonteerd gekregen, die ons automatisch toegang verschaft tot alle tolwegen - het tolgeld wordt simpelweg van de kredietkaart die je aan het autoverhuurbedrijf hebt opgegeven afgehouden, moderne techniek staat voor niets! Tijdens ons bezoek van Olana was het nog 25 graden, zij het onweerachtig-zwoel, maar dat zal in de namiddag snel veranderen en het begint, zoals voorspeld, frisser te worden en ongenadig te regenen. Niet zo erg: wij maken een rit van anderhalf uur naar Williamstown, Massachusetts, dat een universiteits- en kunststad is, met niet minder dan 3 gereputeerde visual arts-musea op een kluitje. Gezien het verslechterde weer zullen we er dan maar al een deze namiddag bezoeken, zie volgende blog.
Bij het uitchecken vraagt de receptioniste of alles ok was. Wij: quite okay, but why do you use plastic cutlery? Want ja, probeer met zo een slap plastic mes maar eens een broodje open te snijden. I am sorry sir, but its for security reasons. Wat zou dat nu weer willen zeggen? Gingen de gasten mekaar hier vroeger te lijf met stalen messen of heeft ooit een kindergebroed zich in de vinger gesneden, waarna Rudy Giuliani een claim van 10 miljoen dollar indiende? Amerikanen, t blijven rare jongens. Links van de Hudson vallei ligt het grootste natuurgebied van de staat New York: de Catskill Mountains - enfin, bergen, veel hoger dan onze Ardennen zijn ze niet. In een Visitor kiosk zien we dat er heuse Catskill painters hebben bestaan - niet echt ons ding. De tweede plakkaat zegt ons meer. We zijn hier effectief niet ver van Woodstock, muziek is in deze streek een thema (geweest). Protestzanger Pete Seeger gaf in de Catskills workshops voor hippies, Bob Dylan woonde in de buurt op het einde van de jaren 60 en verzon er heerlijke muziek, samen met The Band (die ook op eigen kracht uitstekend bezig waren). Je kan in de Catskills ook mooie New England-huizen bekijken (al zijn de meeste slechts shacks, rijk volk woont hier niet) of er doorheen fietsen (hij liever dan ik), maar tegenwoordig zijn de Catskills toch vooral bekend als wandelgebied, en daar maken we vandaag werk van. Per slot van rekening deden we slechts 4 wandelingen in Brazilië, terwijl de eerste in de USA (W5, vier uur doorheen de glooiende heuvels van Storm King Art Centre, van sculptuur naar sculptuur) een eitje was. Keus genoeg, we bekijken het bord in de Visitor kiosk goed en selecteren voor ons nummers 5 en 9, dat is genoeg. Nr 5, onze W6, is ook een eitje, want slechts 20 minuten heen en weer naar de hoogste waterval van de staat New York. Ja, dat zal wel zijn, maar na een droge zomer blijft er slechts een waterstraaltje over. Vroeger stond hier een hotel boven, dat in de 19de eeuw veel toeristen aantrok. Maar het brandde in 1967 volledig af, al was het toen al 30 jaar gesloten. Nr 9, onze W7, is echter andere koek. A short hike for a Great pay off, lazen we op het Visitor kiosk-bordje, maar zo kort is de Giant Ledge Hike niet. Ze neemt voor ons 3 uur heen en weer in beslag, want ze is heus niet zo makkelijk. Eerst moet je behoorlijk wat klimmen, daarna moet je dat weer naar beneden, maar de pay off ligt effectief boven: een FANTASTISCH uitzicht over heel de Catskills, met vroege fall foliage als toemaatje. Hier moet je toch echt een halfuurtje blijven zitten, wat we ook doen, daarbij denkend aan een historische zin uit een film: When you are sitting on the ridge of the Grand Canyon, you realize what a joke human beings are. Zonder uitglijden naar beneden, dat is flink, en als we dan moe maar tevreden in de auto stappen weerklinkt als eerste nummer van onze playlist het geweldige Waltzing Mathilda van Tom Waits, waarvan de officiële titel nog veel mooier is: Tom Trauberts blues, 4 sheets in the wind in Copenhagen. Past op een of andere wijze zeer goed na deze wandeling. He ja, perfectie bestaat, zelfs in een onvolmaakte wereld, zelfs in Trumpland. Onvolmaakte wereld: zeg dat wel. Drie kwartier later stallen we de auto aan onze via booking.com voorbestelde lodge, en kijk: de Woodbine Inn is...gesloten, helemaal dicht en op slot. Nou ja, gewoon 10 km verder gereden en in een motel probleemloos een kamer gevonden. Claim van 10 miljoen dollar aan booking.com!
AMERIKA 2019: New England, Hudson Valley (5): Vanderbiltmansion & FDR Home and Public Library
Het klimaat maakt tijdens de herfst in New England rare bokkensprongen. Zaterdag startten we met een warme 27 gr, gisteren was het 23, vandaag slechts 18, morgen warmt het opnieuw op naar 25, woensdag zelfs naar 30 (!), en dan komt er ineens een regenfront uit Canada aan, dat komende donderdag het kwik op een kille 16 graden brengt. En daarna wordt het weer zonnig(er) al blijven we op een temperatuurs-cakewalk zitten. Geen wonder dat bomen en blaren er tureluurs van worden. Maar wij niet, wij vervolgen onze iconische huizenreeks met twee stulpjes die vlakbij onze Quality Inn liggen (inderdaad iets beter dan een gewone Inn en voorzien van supersnel internet). Wij bieden ons eerst aan bij de lokale Vanderbilt-mansion, opgetrokken in beaux arts-stijl. Heeft niets met dynastiestichter Cornelius te maken, maar alles met zijn kleinzoon Frederick, de schande van de familie omdat hij een gescheiden vrouw huwde. Frederick werd ten dele onterfd maar bleef rijk op eigen kracht, anders kan je zo een koninklijk huis aan de Hudson niet betalen. Bij wijze van wrok vermaakte hij testamentair al zijn geld aan goede doelen en niets aan familieleden (kinderen had hij niet), na! Leuk huis, maar de gidse had beter gekund. Mary schatten wij op 85 (!) en het besje kent haar lesje, maar ze dreunt het te monotoon af. Het was Franklin Delano Roosevelt die de uiteindelijke erfgenaam van het huis (geen Vanderbilt) overtuigde de mansion aan de National Trust over te maken. En FDRs eigen geboortehuis, waar hij ook begraven ligt onder een marmeren tombe, bevindt zich slechts 8 km verder. In deze Historic site, die ook Roosevelts Public Library and Museum omvat, brengen wij veel tijd door, want wij houden nogal van FDR, die met zijn New Deal in globo succesvol de Great Depression bekampte en op het einde van zijn leven een bepalende rol speelde in WO2. Lees een van zijn gevleugelde uitspraken boven zijn portret: heb jij ooit zo iets gezegd, Donald? FDR was van rijke familie, Old money zoals dat heet. De Roosevelts waren van Hollandse afkomst, de Delanos stamden van Franse hugenoten af, het waren geen sukkelaars. En Eleanor, die na FDRs dood een belangrijke dame zou blijven (zo sociaal geëngageerd dat de Ku Klux Klan een prijs op haar hoofd zette), was een volle nicht van de eerdere progressieve republikein en eerdere president Teddy Roosevelt. FDR was al op jonge leeftijd politicus, maar toen in 1921 polio bij hem werd vastgesteld leek zijn carrière voorbij. Niets van. FDR verzweeg zijn verlammende ziekte voor de buitenwereld en leerde weer enigszins lopen met behulp van zware braces. Wat een doorzettingsvermogen! Natuurlijk had FDR ook vijanden, dat kan je zien aan de laatste cartoons. Sommigen verweten hem inderdaad te hebben gebroken met de gewoonte slechts twee termijnen vol te maken; FDR stierf in 1945 in Office tijdens zijn 4de termijn en was uiteindelijk 12 jaar Amerikaans president. Hier dan toch een overeenkomst met Donald Trump, die we al enkele malen hoorden zeggen dat hij een derde termijn zou nodig hebben om het werk af te maken. Dan wel pech voor Donald dat het juist de Republikeinen waren die na de dood van FDR een aanpassing van de grondwet gestemd kregen die presidentiële termijnen tot twee beperkte (voordien was dat niet ongrondwettelijk, zij het wel ongebruikelijk). Wij hebben hier het geluk een enorm goede vrouwelijke ranger als gidse in het huis te hebben. Het is geen ranger, het is een heuse actrice, iedereen hangt aan haar lippen. FDRs geboortehuis, tevens bevattend het bed waarin hij geboren werd en de eenvoudige slaapkamer waarin hij tot zijn huwelijk in 1905 sliep, is een aangename woonstek maar flamboyante luxe vind je er niet. FDR kwam heel dikwijls terug naar de Hudson Valley, en speelde er graag de gentleman-farmer, die onder andere duizenden bomen liet aanplanten (wat ironisch genoeg tot gevolg had dat het uitzicht op de rivier nu weg is, Franklin had het er niet aan gedacht dat bomen ook wel eens willen groeien). Het heeft toch iets rond te lopen in een huis waarin gekroonde hoofden en eerste ministers (zoals King George en Churchill) meer dan eens te gast waren. En de bloemen in de tuin, in de buurt van FDRs graf, mogen er eveneens wezen. FDRs erfenis is immens, wordt in het aanpalende museum uitgelegd, want het was FDR die een begin maakte met sociale zekerheid en werkeloosheidsuitkeringen in Amerika, en de bankwereld reguleerde (want een van de oorzaken van de Great Depression was wilde speculatie, en hoe dom en onverantwoord van Reagan onder zijn bewind de deregulering op te starten, die leidde tot de financiële crisis van 2008). En FDR was ook nog eens de drijvende kracht achter de oprichting van de Verenigde Naties. Kan jij dat allemaal ook zeggen, Donald? In welk huis gaan we jou later eren? In een of andere Trump Tower? En kunnen Ivana, Melania of Ivanka in de schaduw staan van Eleanor, de First Lady van de 20ste eeuw die ook nog eens 17 boeken schreef en zich inzette voor alle minderheden? Of moet een van de prostituees die je frequenteerde je obituary schrijven? Nee, geef ons maar FDR hoor, zonder twijfel de Amerikaanse president van de 20ste eeuw.
AMERIKA 2019: New England, Hudson Valley (4), Storm King Art Centre
Loop eens rond in het grootste openluchtsculptuurpark van de wereld (ja, het is nog iets groter dan Inhoutim in Brazilië, dat sowieso een ander concept heeft): wij doen het 4 uur lang in Storm King Art Centre, nog steeeds op anderhalf uur bereikbaar van New York City. Gezien het uitmuntende weer werd het een van de beste zondagen van ons leven, want er is hier nauwelijks iets minderwaardigs te zien, en bovendien loop je aangenaam rond over een parcours van glooiende heuvels, die meer dan eens verrassend nieuwe perspectieven openen op de vertoonde kunstwerken. Voor de minder validen rijdt er ook een treintje rond en men doet aan ecologie alom, in weerwil van een klimaatcrisisontkenner als president (velen in Europe denken dat Amerika veranderd is na 3 jaar Trump: in genendele! De onderlinge staten en non profit organisations doen gewoon hun ding, zoals altijd en zoals ze dat zelf believen). Zo kan je hier water kopen verpakt in recycleerbaar papier en zo werden 24 stervende Maple trees vervangen door black gum boompjes die beter tegen een opwarmend klimaat kunnen. Van de oude bomen werd een machtige community tafel gemaakt, waaraan mensen de bekeken kunstwerken met mekaar kunnen bespreken. Wat die kunst betreft: ze is dus even hoogwaardig als het omliggende landschap. Grote Europeanen als Henry Moore & Barbara Hepworth zijn present en zoals steeds ok, maar ze halen niet eens onze TOP 10. Deze 10 wel:
1. Alexander Liberman (foto 2, 3, 4). Een Joodse migrant uit Kiev, die zoals alle Russen graag GROOT uitpakt. Interessant figuur die ook als fotograaf en reisredacteur (van Conde Nast) zijn sporen verdiende. Elke sculptuur moet een schreeuw zijn, zegde hij ooit. De zijne zijn het, of ze nu Adam, Untitled of Adam heten. 2. Mark di Suvero (foto 6 en 7). Een Italiaanse migrant, eveneens van Joodse origine. Ja Donald, Amerika is gebouwd op migratie, wist je dat niet of ben je je eigen opa vergeten? Di Suvero wordt wel eens verweten oude wijn in nieuwe, lees veel grotere zakken, te verkopen, maar het is indrukwekkend, zeker in dit natuurkader. 3. Alexander Calder (foto 8 en 9). Genoegzaam bekend. Zijn arch leidt je binnen in deze heerlijke tuin als je via de Main Entrance binnenkomt. Maar als je hem vanuit een andere positie bekijkt, kan het evengoed een jaknikker zijn. Zo poly-interpretabel is Calder meestal. 4. Menashe Kadishman (foto 10). Tijd voor een echte Jood, die met Suspended een heel aardige sculptuur, die de zwaartekrachtwetten lijkt te ontkrachten, torst. Sommige bezoekers willen de gekantelde rechthoek stutten, anderen voeren er een ballet onder uit. Leuk in dit geval (in veel andere gevallen zouden wij lui die mordicus willen poseren voor een schilderij bijvoorbeeld Manu malitari uit musea willen laten verwijderen). 5. Kenneth Snelson (foto 11). Schichten in de ruimte, mooi gedaan. Het heet Free ride home, grappig. 6. Tal Streeter (foto 12). Een bliksem die van onder komt, een geknikte lijn in het landschap, alweer knap gedaan. 7. Alice Aycock (foto 13). Mooie driedelige structuur, perfect opgesteld boven een heuvel. 8. Roy Lichtenstein (foto 14). Grote schilder maar ook verdienstelijk in het veld. Zoals met deze mermaid, die heel fraai in de vijver is uitgestald. De eenden zijn er zo te zien dik tevreden mee. 9. Louise Nevelson (foto 15). Vinden we altijd een hele goeie, en ook deze dame is van Russische origine. En dus mag het wat dramatisch spektakel zijn, zoals deze zwarte stad aantoont. 10. Louise Bourgeois (foto 16). Mag met haar 4 ogen, waarin kleine gemene lichtjes fonkelen, zeker niet ontbreken.
Er is dezer dagen ook nog een verdienstelijke gelegenheidstentoonstelling, die Mark Dion, Follies heet. Geen topper, maar tegensteken doet hij evenmin. Dion doet kleine ingrepen die naar grote themata verwijzen en ons inziens bereikt hij het beste resultaat met zijn Bureau of Censorship, een proper huisje dat volgepropt is met boeken en ....scharen allerhande. Dat staat op foto 17, in het kleine binnenmuseum van Storm King, maar ook buiten heeft Dion allerlei interventies in huisjesvorm opgetrokken. Zoals de jagershut, waarin The Passenger een geïnteresseerde blik werpt.
In ieder geval: breng altijd een bezoek aan dit gigantische Art Centre als u in de Lower Hudson Valley bent. Zeker als de zon schijnt, en nog meer als, tegen midden oktober hier verwacht, de fall foliage helemaal losbreekt. Want Storm King staat ook vol met mooie bomen, divers van pluimage en dus van verkleuring. We zouden welhaast terug willen komen tegen dan, maar dat laat ons overvolle programma niet toe.
AMERIKA 2019: New England, Hudson Valley (3): Bear Mountain & Dia-Beacon
Een ontbijt in een gewone Amerikaanse Inn, zo eentje waar je met de wagen vlak voor je deurtje kan parkeren, is wel even schrikken na 25 dagen Brazilië. Weg exotisch fruit, voorbij charcuteriekeuze en gebak. Brood en confituur of een voorverpakt kaasje, dat kan je krijgen. En ja, een wafel maken kan ook, maar als wij daaraan beginnen ontploft die machine, denken wij, daar beginnen we beter niet aan. Nu ja, eenvoudig kan ook en overnachten in Amerika is dermate duur dat we toch niet altijd een luxe-hotel kunnen opzoeken, dan moeten we terug gaan werken ipv te blijven rentenieren! Het is allemaal geen probleem want het is een heerlijke nazomerdag met constant zon, 23 graden nog maar, en s avonds flink afkoelend, maar dat moet ook, want juist door de brutale temperatuurverschillen schrikken de bomen zo hevig dat je in New England in de herfst de bladverkleuringen krijgt die je nergens anders te zien krijgt. Het is niettemin nog te vroeg voor de volle fallfoliagein het zuiden van New England, maar het hangt niet enkel van de breedtegraad maar uiteraard ook van de hoogte af. Onze eerste stop vandaag geldt Bear Mountain State Park, en de top van die berg, bereikbaar via de mooie Perkins Memorial Drive, ligt op 650 meter. Dat is hoog genoeg om al enige bladverkleuringen te zien, constateert deze leaf peeper tot zijn genoegen. Onze zwarte SUV-bom, een grote Ford, past er goed onder en wat zijn we blij dat we die upgrade (13 usd/dag bijbetalen) genomen hebben, want het is een schitterende wagen, alles automatisch, heel comfortabel zittend op witleren stoelen en voorzien van een uitmuntende stereo-installatie zodat wij extra veel plezier hebben van onze spotify playlist. Boven een machtig uitzicht op de Hudson rivier, daar gaan we even op een bankje bij zitten. En daarna de toren achter onze rug op, voor een nog beter panorama - zo ver dat je zelfs de sky line van Manhattan in de verte kan zien. Bear Mountain was al toeristisch in de jaren 30, toen een aantal werklozen onder Roosevelts New Deal en het Relief programma daarin de weg aanlegden die je nu nog neemt naar de top. Franklin Delano Roosevelt, de grootste president die Amerika ooit had, al zullen ze het daar in Japan niet mee eens zijn. Franklin Delano, Donald, jij niet! Voor de rest is deze zondag een kunstfeest. Storm King Art Centre verdient een aparte blog, coming up, maar we brachten ook 2 uur door in Dia-Beacon, een machtige Foundation met diverse vestigingen in Amerika en eentje in Duitsland (Kassel). We kennen ze van in Parijs, waar ze ooit Shadows van Andy Warhol vertoonden - effectief een sterke seriële reeks, die hier tot de vaste collectie behoort. Het is natuurlijk niet al goud dat blinkt in deze voormalige verffabriek. Wie ons vooral geweldig tegenvalt is Robert Ryman, waarvan we sporadisch toch ook al eens mooie dingen zagen. Maar niet hier. Het tiental schilderijen in Beacon aanwezig laat ons onweerstaanbaar denken aan die luimige streek van Tijl Uilenspiegel, waarin hij enige pseudo-intellectuele notabelen liet geloven dat een leeg doek een fraai schilderij was. De kleren van de keizer, toen al en nu zeker. Dat extreem minimalisme wel heel waardevol kan zijn, wordt hier nochtans eveneens bewezen. Door Donald Judd, zoals steeds, maar vooral door Lee Ufan, de Zuid-Koreaanse zenmeester die ons geweldig lief is. Drie voorbeelden van zijn kunstjes: een opgehangen boomstam die zelf op kleine keitjes steunt en aan een schrijfactie bezig lijkt, een steen op een pofkussen die een zonnegod lijkt te aanbidden, een enorme rots opgesteld in een schrijn, als een godheid. Je kan er van alles over zeggen, maar nooit helemaal de vinger op leggen en het is altijd met veel gevoel voor geometrische perfectie uitgevoerd. Maximale zeggingskracht met minimale middelen. Ufan, een waarachtige maestro die geen concurrentie heeft wordt alleszins niet alleen door Judd goed gesecondeerd maar ook door Sam Gilliam en zijn gekleurde vaandels, Richard Serra en zijn massieve staalconstructies (bijna zo goed als in Bilbao, met als meerwaarde de kleine lichtvenstertjes die er door de invallende zon op verwekt worden), Bruce Naumans Mapping the studio (bij nacht, griezelig, inclusief een scenario over de activiteiten van de motten, de muizen, de kat en Nauman zelf), No end neon van François Morellet (een aardige palindroom, en een aardige herdefiniëring van de ruimte), een prima Sol leWit, bijzonder knap werk van Dan Flavin (je zou zeggen dat het een platte structuur is, maar nee hoor, hij buigt af zoals je op de tweede foto ziet), en een intrigerende ruimte waarin Gerhard Richter zes van zijn grijze spiegels heeft opgesteld. Zijn het spiegels? Ja en nee, maar reflecteren doen ze alleszins. Overigens geen gelegenheidstentoonstellingen vandaag (twee gaan pas begin november van start), maar zo hadden we des te meer tijd voor de vaste collectie. Jammer van de onderdeurtjes (naast Ryman zijn er nog een paar) maar Dia-Beacon heeft alleszins voldoende kwaliteit in huis (en de allerbeste totaalpresentatie van Lee Ufan die wij ooit hebben gezien) om dit bezoek verdiend te hebben. Al is er altijd baas boven baas, zie volgende blog.