AMERIKA 2019: New England, Historic Hudson Valley (2): Sunnyside & Lyndhurst
Wie in deze streek ook kind aan huis was: Washington Irving. Zegt de gemiddelde Vlaming misschien niet veel, maar Irving was, voor Mark Twain, de commercieel meest succesvolle schrijver van Amerika. En dat had veel te maken met The legend of Sleepy Hollow, het griezelverhaal over een headless horseman (een tiental jaar geleden nog eens verfilmd met Johnny Depp in de hoofdrol) dat net dit jaar zijn 200ste verjaardag viert. Irving had vast niet het literaire talent van Herman Melville of Edgar Allan Poe, maar de centen verdiende hij, omdat hij het zijn lezers niet moeilijk maakte. Zijn stulpje aan de Hudson, 15 min rijden van KYKUIT, is klein maar gezellig, en het spreekt vanzelf dat er op typisch Amerikaanse wijze enigszins kinderachtige verhalen worden verteld door in 19de eeuwse kledij gestoken lieden, die bij de yankees, groot en klein, veel succes hebben. Ook wij krijgen een handleiding voor een scavenger hunt in de hand gedrukt, die we terstond in de eerste vuilnisbak gooien die we tegenkomen. Needless to say dat hier ook spookavonden worden georganiseerd op tijd en stond, en zeker rond Halloween. Nu volstaat men met een gedreven verteller, die jong en oud (maar niet The Passenger) in de ban houdt met Irvings Sleepy Hollow-verhalen (naar het gelijknamige dorpje dat daadwerkelijk zo heet). Vierde en laatste bezoek van de dag: Lyndhurst, en dat is een onverhoopte meevaller. De beste gids van de dag (thanks Rick!), en toestemming om binnen te fotograferen! Lyndhurst werd in gotische stijl in 1838 gebouwd door de zeer getalenteerde architect Alexander Davies (Rick noemt hem de Frank Lloyd Wright van de 19de eeuw) voor een voormalig burgemeester van New York, en twee andere families breiden het landgoed verder uit, waarna de laatste in 1968 niet het licht uitdeed, maar Lyndhurst wel vermaakte aan de National Trust, zodat de moderne Amerikaan (en 1 Belg) er ook nog wat aan heeft. Vooral de pronkzaal - met berenvel, dat was in de 19de eeuw een statussymbool - en de eetkamer zijn werkelijk pareltjes van eclectisch vernuft. Ook hier een schilderijenzaal, alweer een statussymbool, maar ditmaal slechts tweederangswerk. Allemaal verzonnen door die architect, maar betaald door de eigenaars, waarvan er eentje steenrijk werd door patent te nemen op een springveer die in alle treinkussens van de spoorwegen werd gebruikt, nou moe. Natuurlijk moet er ook hier even naar Halloween worden verwezen (voorlaatste foto), ze kunnen het niet laten. Maar het is ergens wel gepast, want gebuur Washington Irving (Lyndhurst ligt vlak naast Sunnyside) kwam regelmatig buurten bij de eerste eigenaar van dit gotisch kasteeltje. Morgen: meer Historic Hudson Valley! En met onverminderd mooi weer, Indian Summer zelfs, vandaag 27 graden. In de 2de helft van de week zou er wel regen en frissere temperaturen komen, maar voorlopig mag de short weer aan.
AMERICA 2019: New England, Historic Hudson Valley (1)
Van Recife naar Sao Paolo en van Sao Paolo naar Newark, New Jersey: allemaal perfect verlopen, om 5.30 hr s morgens landen we en kunnen we na de immigratie onze huurwagen voor een tour van 29 dagen in New England (heel het stuk tussen New York en de Canadese grens) in ontvangst nemen (upgrade naar een SUV om een vaste gps en Bluetooth te hebben), want dat stuk van Amerika hebben we nooit eerder bezocht. Drie themas: de fall foliage, hier in oktober op haar mooist, moderne kunst om u tegen te zeggen, en iconische huizen. Met dat laatste thema gaan we van start, en wel in viervoud al hebben we natuurlijk niet al te best geslapen op de nachtvlucht van Brazilië naar Amerika. Maar je moet van Newark maar 1 uur rijden om - Manhattan verlokkend aan de rechtse kant - in de mooie natuur van de Hudson Valley uit te komen, die al in de 19de eeuw Millionaires Row werd genoemd. Zoals het bordje op foto 1 duidelijk maakt is er hier op korte afstand van mekaar van alles te bezoeken, en wij beginnen met KYKUIT, lange tijd een estate van de Rockefellers, waar wij opteren voor de grand tour van zomaar eventjes drie uur. De Amerikanen zeggen Kiekwit, maar eigenlijk is het wel degelijk kijk uit. Niet omdat de RockefellersNederlandse antecedenten hadden, wel omdat meneer Hudson, van de gelijknamige rivier, die wel had en de tuinen daarop uitkijken. Zoals bekend maakte de eerste Rockefeller zijn fortuin in de olie-industrie (Standard Oil), maar een flierefluiter was hij niet. Integendeel, de Rockefellers waren baptisten, en bij de oude JDR mocht er thuis niet gedronken of gedanst worden. En geld verbrassen deed de peetvader al evenmin. Toen een bediende hem ooit zegde dat zijn zoon hogere tips gaf dan hij, antwoordde de oude vrek: mijn zoon heeft een rijke vader, ik niet. Het ascetische leven belette niet dat werd uitgekeken naar een zomerverblijf dicht bij New York en dat werd dus het bekoorlijk gelegen KYKUIT. Maar van rijkelijke laat staan flamboyante interieurs, genre het Hearst Castle in California, is beslist geen sprake, zodat het niet eens erg is dat je binnen niet mag fotograferen. Wel krijgen we alle familieverhalen te horen, zoals het contrast tussen de bloedserieuze en moderne kunsthatende JD junior en zijn vrouw Alley, die juist dol was op nieuwerwetse kunst en een van de stichters en geldschieters van het MOMA werd. Of zoals het woelige leven van Nelson Rockefeller, die in navolging van zijn moeder kunstliefhebber was en maar nipt het presidentschap van de USA miste (hij bracht het wel tot vice-president van Gerald Ford). Dankzij deze Nelson dubbelt KYKUIT als een heuse Art Gallery, met als prijsbeest talloze tapisserieën naar bekende schilderijen van Picasso, een commissie die PP geen windeieren zal gelegd hebben. Helaas, fotograferen verboten. Alleszins verdiende open doekjes voor het tuindesign met heerlijk uitzicht op de Hudson, waartussen allerlei sculpturen geplaatst werden, zowel klassiek als modern van snit. Calder, Brancusi en Giacometti delen in de pret, maar onze toppers heten de Japanse Amerikaan Isamo Noguchi (die in New York een eigen museum heeft) en de eeuwige Henry Moore, altijd sterk. Voeg daar nog eens een grotto en een spannend tuinhuisje bij (met surrealistische sierbloemen van Giacomo Balla) en het zal duidelijk zijn dat er in KYKUIT veel te zien is. Binnen een kleine twee jaar zou daar nog eens een moderne kunstgalerie, ter ere van de pas overleden David Rockefeller, bijkomen. En daarmee zijn we nog niet rond met die sakkerse Rockefellers. Op een kippeneindje van hun estate staat de Union Church, waar de vrome familie ter kerke ging. Van buiten niet echt iets speciaals, die kerk, maar van binnen, ho maar! Hier is het wel erg jammer dat je niet mag fotograferen, al is de lens van een tablet nauwelijks geschikt om de lichtinval op loodglasramen weer te geven. Maar toch. Abbey, die van het MOMA, was goed bevriend geraakt met Henri Matisse, die zij een Amerikaanse markt had bezorgd, en toen zij kort na WO2 overleed benaderde zoon Nelson en de directeur van het MOMA de stokoude schilder om een loodglas voor Abbeys kerk te maken ter harer ere. Matisse vond zichzelf eerst te oud, maar deed het uiteindelijk toch, zijn ontwerp kwam 2 dagen voor zijn dood klaar. En het is prima, een soort van abstract rozet in de stijl van zijn late cut-outs. Maar nog beter werd het toen JD junior een aantal jaren later het loodje legde. Nu was Matisse er niet meer, maar de Rockefellers waren ook goed vertrouwd met Marc Chagall, die zij financieel nog geholpen hadden om naar Amerika te vluchten tussen 1940 en 1945. Chagall kon uiteraard niet weigeren en vervaardigde 9 werkelijk schitterende loodglasramen met religieus karakter voor deze kerk ter nagedachtenis van JDR junior. Vooral dat ene grote venster, dat het verhaal van de Barmhartige Samaritaan navertelt (net zo een barmhartige samaritaan was Nelson Rockefeller tegenover de schilder in 1940 geweest), is zonder meer onvergetelijk en ons inziens zelfs een van de allerbeste verwezenlijkingen van Chagall. Zodoende: nog maar een halve dag in New Engeland en we zijn al verkocht.
BRAZILIË 2019 : Olinda (3), Monasterio do Sao Francisco
Ons laatste Braziliaanse bezoek geldt het oudste Franciscaanse klooster van heel het land: het Monasterio do Sao Francisco, ingeleid door een machtig kruis waar vroeger het kerkhof was. Wat je ziet is een 18de eeuwse reconstructie, want het gebouw uit de 16de eeuw werd vakkundig vernietigd door de calvinistische Nederlanders tijdens hun inval, maar later terug opgebouwd in barok en vroege rococo-stijl. Mooi-vredig is het hier, we zijn om 9 hr ook de eerste en enige bezoeker. Dit klooster bevat de meeste azulejos van heel het Noordoosten van Brazilië, en het is uiteraard vooral het leven van St Franciscus dat uit de doeken wordt gedaan. Het verhaal was ongetwijfeld belangrijker dan de uitwerking, want Franciscus preek tegen de vissen lijkt hier eerder besteed aan een troepje bijtgrage honden. Maar een fraaie sacristie en stemmig hofje, dat zeker. Op de azulejo die de dood van St Franciscus verbeeldt, teleporteert de heilige zich middels een straal zowaar recht de hemel in. Star Trek in de 18de eeuw! Wat zou The Passenger wensen dat hij op dezelfde wijze van Brazilië naar Amerika zou kunnen geteleporteerd worden, maar helaas, het zal met twee vervelende vluchten moeten gebeuren. Nog een beetje rondlopen achteraf in Olinda en koekeloeren naar de waanzinnig gekleurde huizen is alleszins een waardig besluit van onze 24 dagen in Brazilië. En dat was gisteravond ook het geval, toen we eerst gingen eten in PATUA, een werkelijk uitstekend restaurant van een local met heel creatieve culinaire gedachten. Delicia de Olinda, de schotel die wij namen, is een taartje van vis, gebakken mozzarella en banaan, een sublieme smakensymfonie, en je bereikt het restaurantgedeelte via de ....woonkamer van de familie. En daarna ontwaarden we vlak naast onze Pousada een forro-orkestje, dat zomaar op straat gezellig zit te spelen, met gitaar en trekzak en een beetje percussie, meer moet dat niet zijn. Allemaal zaken die we zullen missen in Amerika, maar er zullen natuurlijk andere genoegens voor in de plaats komen. Morgen al, met het bezoek van drie iconische huizen in New England. Als deze klokkenluider van Trump nog binnen mag natuurlijk.
Over naar kozijn Ricardo. Bij hem geen vreemde verwijzingen naar Wittgenstein en Joseph Conrad, zoals we zagen bij kunstenaar Francisco. Ricardo is geen kunstenaar, maar wel een collectioneur, en ook deze flukse 92-jarige, tevens voorzien van 8 kinderen en een roedel kleinkinderen zodat de opvolging verzekerd is, heeft blijkbaar centen zat. Op het voorplein word je al verwelkomd door een replica van Michelangelos David, maar gelukkig ook door een aantal beelden van de grote Francisco Botero, altijd goed. Van wat je ziet in de Pinacoteca in het grote kasteel in Tudor-stijl staan we toch een beetje paf. De meeste beelden en objecten zijn gered uit inmiddels verdwenen kerken - geef toe dat de barokke Brazilianen hun stiel kenden. Al is onze favoriet Aleijadinho uit Minais Gerais niet aanwezig, maar wel een aantal van s mans leerlingen. Johan Maurits van Nassau, de voormalige gouverneur van Recife in de Hollandse tijd, is ook present, net als zijn huisschilder Frans Post, die bij gebrek aan fotografie in de 17de eeuw meemoest en 5 jaar in Recife bleef en Mauritsstad, zo heette het toen, meticuleus in beeld bracht. Post was natuurlijk maar een tweederangsschilder vergeleken met Rembrandt, Vermeer en vele anderen uit de Hollandse Gouden Eeuw, maar hier is hij op zijn plaats. Te zien eveneens een paar indrukwekkende tapisserieën, die door de Franse Gobelins vervaardigd werden omdat de oude Maurits de patronen van Posts schilderijen aan Louis Quatorze had laten geworden op het einde van zijn leven. Slaven die ossenkarren begeleidden van of naar de suikerplantages, zo ging het er toen aan toe. Dit is een heel ruimtelijk museum, meer dan eens tot een van de beste museale presentaties van Brazilië verkozen - terecht. Je krijgt ook een audiogids in het Engels mee, alles is hier piekfijn in orde. Er zijn overigens ook enkele Aziatische stukken, zoals die honderden boeddhabeelden in marmer op een schip, indrukwekkend en nooit eerder gezien, zelfs niet in China. Al is het prijsstuk van Ricardo ons inziens toch die marmeren dame in haar hangmat, een fraai werkje van een Italiaanse neoclassicist. Buiten nog wat beeldenwerk, en dan kan je naar het klein kasteeltje, waar Ricardo zijn wapenverzameling heeft uitgestald. Nu hebben wij geen speciale belangstelling voor wapens, verre van, maar het is toch weer goed gedaan en zelfs het gouden zwaard van koning Faroek, de laatste van Egypte die door Nasser werd afgezet, is aanwezig. Net als een ogenschijnlijk Afrikaanse prinses, tjonge, wat een lichaam, en hoe fraai uitgedost, cfr de voorlaatste foto. En in de bomen spelen de aapjes, alsof we nog in de Pantanal zijn. Niet te missen hoor, deze site!
In een voorstadje van Recife (Veazca, 11 km van de stad) huizen twee rare vogels, twee kozijnen van de machtige familie Brennand, die van Ierse komaf is en in het Noordoosten van Brazilië een trits van fabrieken, hotelcomplexen nog zo wat heeft. Francisco Brennand is de kunstenaar van de familie, en hij geldt tegenwoordig als de belangrijkste ceramist van heel het land. Ook aanwezig op Facebook! En tentoonstellingen in Amerika en Berlijn werden ook al zijn deel. In de flyer lezen we een prijzend artikel van een lokaal schrijver, die Brennand vergelijkt met Jorge Luis Borges en Octavio Paz, toe maar al. Qua esoterische neigingen zal dat wel kloppen, maar wat kwaliteit betreft naar onze mening vast niet. De sculpturen van de man zijn vreemde geseksualiseerde figuren, en in de beeldentuin staat een soort Taj Mahal geheimzinnig te wezen, die inderdaad blijkt te verwijzen naar onsterfelijkheid. Mag best, maar wij vinden er eigenlijk niet veel aan. En al zeker niet aan de schilderijen van Francisco, die in de Academia zijn opgeslagen. De figuratieve vertonen onder andere Brennand zelf, die er nu op zijn 92 helemaal als de kerstman uitziet. Maar vooral veel vrouwen, die dikwijls op de wat scabreuze wijze van Balthus worden vertoond. Maar Brennand lijkt ons toch eerder een vies ventje dan een groot schilder, al mag dat abstracte werk, dat naar de Laocoongroep verwijst, er toch wel wezen. Ja, Francisco Brennand kent de geschiedenis en de mythen, hij vertoefde overigens ook enige jaren in Parijs tijdens zijn jeugd, de familie had geld genoeg. En hij vond dat hij meer in zijn mars had dan Picasso. Quod non. Niettemin een aardig bezoek, temeer daar we onderweg van onze Thessa (de gidse die ons ook van de luchthaven afhaalde en morgen terug naar de luchthaven zal brengen) een boel uitleg krijgen over het reilen en zeilen in Recife en omstreken. In het Portugees weliswaar, maar ze spreekt langzaam en op die wijze verstaan wij toch twee derden van haar gebrabbel, terwijl we doen alsof we dat andere derde ook begrijpen. Is dat kind ook weer content. De site van deze Oficina is alleszins een pareltje. Kijk naar de laatste foto, er dreigt juist een onweer. Deze afgedankte fabriek van tegels (sowieso een van de bezittingen van de Brennandfamilie) zou de perfecte setting zijn voor een Anselm Kiefer-expo. Maar Francisco zal wel meer van zichzelf houden, schatten wij.
BRAZILIAANSE REISLECTUUR: Clarice Lispector, De passie volgens G.H., De Arbeiderspers Adam, 256 blz, met een nawoord van Harrie Lemmens en een voorwoord van Gaetano Veloso
Clarice Lispector is een hit geworden in Nederland sinds de publicatie van de, inderdaad uitstekende, biografie van Benjamin Moser en Clarices niet minder uitstekende laatste roman Het uur van de ster. Helaas, deze uit 1964 daterende roman, A paixao Segundo G.H., is een ander paar mouwen. Een plot bevat hij nauwelijks. Een zekere IK (niet te identificeren met Lispector, want het betreft een kinderloze vrouw die nooit getrouwd is geweest en die beeldhouwster is) neemt zich voor in haar huis het kamertje van de zwarte dienstmeid, die net ontslag heeft genomen, op te ruimen. Maar dat is al kraaknet, op een kakkerlak in de plint van de kleerkast na. De IK verplettert de kakkerlak, maar is nu helemaal van slag en begeeft zich vervolgens 180 blz lang aan een mengvorm van filosofie en religieuze bedenkingen, die ons in genendele aanstaan omdat ze fataal in de abstractie belanden. Volgens Harrie Lemmens is Lispectors worsteling met God ingegeven door haar Joods-Christelijke oorsprong en haar lectuur van zowel Kafka (kakkerlak/kever, het is geen groot verschil) als Spinoza (die God niet verloochende maar wel eens pantheïsme verweten wordt), en dat zal allemaal best wezen, maar het maakt geen indruk op ons. Net zo min als de interpretatie dat die G.H wel eens voor genero humano, het menselijk geslacht dus, zou kunnen staan, en dat we hier niet alleen met menselijke passie en liefde maar ook met die van Jezus Christus zouden te maken hebben. En dat alles verbeeld door een geplette kakkerlak tussen een plint, toe maar al. Het is wel een beetje boeiend te zien hoe Lispector al in de eerste hoofdstukjes haar roman volpropt met referenties aan het oude Egypte en mythes van de oude Grieken, maar dat kan geen excuus zijn voor totale onzin genre: Bij het kijken naar de kakkerlak zag ik de weidsheid van de Libische woestijn in de buurt van Elschele. De kakkerlak was me daar duizenden jaren voorafgegaan. Verder loopt er nog een JIJ in deze roman rond, alweer een entiteit waarop je, dixit ook Lemmens, geen greep krijgt. Hij vindt dat niet erg, daar het toch om de IK gaat, maar wij vinden dat als je een JIJ oproept het ook duidelijk moet zijn waar die JIJ voor staat. Een geliefde? God? Christus? Your guess is as good as mine. De kakkerlak is als symbool al even wazig. Ergens lezen we ik ben de kakkerlak, en inderdaad worden wel meer parallellen getrokken tussen de IK en dat geplette beest, maar je hebt nooit de indruk dat het een sleutel tot een beter begrip van deze romanbespiegeling zou vormen. Of is de mens een kakkerlak in de ogen van een niet ingrijpende God, conform bepaalde theses van Spinoza die God overal zag maar nooit als beweger. Whatever. Het gaat ons alvast in ieder geval volledig voorbij.
Als er nog een beetje te beleven valt aan deze roman, is het de elegante schrijfstijl van Lispector, die af en toe voor mooie vergelijkingen zorgt. Het is alsof ik een muntstuk heb en niet weet in welk land het geldig is bijvoorbeeld. En dat schrijven voor Lispector een therapie was, blijkt duidelijk uit bewoordingen als En is mijn strijd tegen die ontbinding nu dit: een poging om er vorm aan te geven. Of: Het woord en de vorm zullen de plank zijn waarop ik blijf drijven op de vloedgolven van de stomheid. Het idee om elk hoofdstukje te beginnen met een eerste zin die de laatste van het vorige spiegelt heeft ook wel iets, want het geeft de tekst de hoedanigheid van een chant, en als gebed is deze tekst toch ook deels bedoeld. Maar wij zijn niet zulke bidders, en de God van Clarice is de onze niet. Deze roman gaat dadelijk de vuilbak in, teneinde onze bagage wat lichter te maken.
BRAZILIË 2019: Olinda (2), Lula livre, fora Bolsanoro.
Yep, de andere kant van onze Pousadatuin mag er ook wezen hoor. En die bodega op foto 2 ook: hij dubbelt als klein warenhuisje waar je zowel tandpasta, bouten en vijzen als ...een viool kan kopen, nog nooit gezien. Verder heeft Olinda te bieden: stapels kerken, uitzinnig gekleurde huizen en jeugdherbergen, avontuurlijke deuren en vensters, schoolgaande jeugd, en zelfs een heuse kleine universiteit, of is het eerder een hogeschool. En twee kloosters, waarvan we het tweede voor vrijdagmorgen bewaren (we moeten immers pas om 12 hr uitchecken om de lange reis naar Amerika aan te vatten), maar het eerste nu al bezoeken, dat is het Monasterio Sao Bento, geweldige zoldering vooral. En toch is er iets mis met Olinda, hoe gezellig het allemaal ook oogt. Zo blijken twee andere musea (een voor Moderne Kunst en een dat vroeger stapels poppen herbergde) gesloten en het heeft er alles van weg dat het een permanente sluiting betreft (het poppenhuis staat trouwens te huur). We merken ook veel meer bedelaars op dan we gewoon zijn en is die man met al die honden een dog walker om den brode, omdat er geen ander werk is? En is dat kind achter die tralies gelukkig? En waarom rijden er hier zoveel politiewagens rond, wat ons trouwens in Recife gisteren ook al opviel? En waarom, tenslotte, is de deur van onze Pousada permanent op deurslot, terwijl ons hotel in CUIABA s avonds permanent in het oog gehouden werd door een zwaar gewapende bewaker? Wij zullen het zeggen, Walter: Brazilië lijdt onder een tweesporenbeleid, en dat is er onder Bolsanoro op verergerd. Die heel goed Engels sprekende gids gisteren zegde ons dat hij vreesde dat Brazilië wel eens zou kunnen barsten, omdat het contrast tussen het rijke Zuiden (Sao Paolo, Curitiba, ....) en het arme Noorden en Noordoosten weer aan het toenemen is. Die kloof is er altijd geweest, maar president Lula, zelf uit deze streek afkomstig, probeerde die te dichten. Nu zit Lula in de gevangenis, en overal in Olinda zie je vlaggen, cfr de derde laatste foto, met LULA LIVRE erop. Op de voorlaatste foto staat het restaurant PATUA, volgens de Lonely Planet een van de beste van heel het Noordoosten (we gaan er morgenavond, want vandaag is het gesloten, bij wijze van afscheid aan Brazilië eten). Maar kijk naar het huis rechts: de eigenaars hebben een nota met FORA BOLSANORO (= Bolsanoro buiten) voor hun venster gehangen. Brazilië is, net als Amerika, ten prooi gevallen aan de grote polarisatie, en het Noorden/Noordoosten wordt door Bolsanoro opnieuw verwaarloosd, want daar wonen zijn kiezers niet. De zakenvriendjes in het zuiden, die worden uiteraard te vriend gehouden. Jammer. We hebben bij deze onze Profession: reporter plicht gedaan, maar wie zijn wij verder om Brazilië de les te spellen. Trouwens, donkere gedachten worden in Olinda snel genoeg verdreven als je de laatste foto bekijkt. Alles bloeit en groeit hier als gek, als de laatste Homo Sapiens is uitgestorven zal het Atlantische regenwoud hier alles in no time overnemen. Het is een geruststellende (!) gedachte.
Onze Pousada in Olinda lijkt van buiten niet veel soeps (twee burgerhuizen samengevoegd), maar van binnen is het een paradijsje. Zeker tijdens het ontbijt als wij onze vantage positie innemen met uitzicht op de tuin en Recife in de verte, niemand anders dan The Passenger mag hier zitten! Slechts 5 minuten klimmen van de Pousada ligt de Alto do Se, het hoogste punt van Olinda, met werkelijk succulente panoramas op Recife, de huizenrijen van Olinda en de Atlantische Oceaan. Voeg daaraan toe wat wat artistiek gedoe (dat kunnen zowel blote madammen op een dak als een combinatie van de Heilige Maagd met een straatzanger zijn), enkele kerken en kleurrijke huizen en je hebt een prijswinnend geheel. Enkel niet te dicht bij die grote boom van de laatste foto komen, want daar staan de lokale verkopers met hun prullaria te lonken. Weet je wat, wij gaan een kleine siësta met een biertje doen in de Pousada en begeven ons daarna naar de benedenstad, die in 1535 zelfs voor Recife werd gesticht maar ook de nodige tegenkantingen kende - te weten een vernietiging door de Hollanders in 1631 en een bloedbad in de 18de eeuw, toen de suikerbaronnen van Olinda door de kooplui van Recife werden verslagen in de zogenaamde Guerra dos Moscates. Maar Olinda veerde telkens weer recht en mag tegenwoordig samen met Ouro Preto in Minas Gerais (bezocht verleden jaar) het fraaiste koloniale geheel van Brazilië genoemd worden.
De kern van Recife ligt in de wijk die nu ANTIGO heet, en het is alweer een barok pareltje, in recente jaren zeer goed gerenoveerd. Hier zijn ook de meeste musea, zoals het sinds 2014 nieuwe Museu Cais do Sertao, dat de binnenlanden van Pernambuco wil eren. Daar zal voormalig president Lula da Silva, die zelf uit de doodarme sertao stamt, wel niet vreemd aan zijn. Lula mag dan al in de gevangenis zitten, hij wordt hier nog steeds vereerd als vader des vaderlands, en wie hier, zoals The Passenger, zegt dat Bolsanoro in Europa Baby Trump wordt genoemd, scoort automatisch goede punten. Dit museum is vooral gewijd aan forro-zanger en accordeonist Luiz Gonzaga, maar je vindt hier eveneens een verrassend moderne kaleidoscoop, alsof Olafur Eliasson juist is langsgeweest, mooie fotos van binnenlanders (wij hebben een boontje voor die man die fier poseert met zijn pas verworven transistorradio) en een heleboel studios waarin je karaokegewijs kan meezingen met volkse deuntjes, of lokale instrumenten kan bespelen. Een heel sympathiek museum, voorwaar. Meer moeite hebben we met de Torre Molakoff die vernoemd werd naar een toren die de gelijknamige generaal liet optrekken om Sebastopol te verdedigen tegen Frans/Engelse troepen in de Krimoorlog. Wat hebben Brazilianen daarmee te maken? Maar er is niemand waar we het kunnen aan vragen. Die mural ter ere van onze erfgenaam Artsen zonder Grenzen spreekt wel voor zich, en de Sinagoga Kahal zur Israël ook, want daar zijn zelfs Engelse bijschriften voorzien. Ja, dit is de oudste synagoog van de beide Amerikas, en de reden is dat tijdens de Hollandse periode van Recife de Joden hier welkom waren. De belangrijkste rabbijn van de 17de eeuw, Fonseca, kwam hier zelfs een 6-tal jaar les geven, de Joodse gemeenschap bloeide. Na de Portugese herovering in 1654 moesten ze natuurlijk allemaal ophoepelen, o.a. Naar Nieuw Amsterdam, alias New York. Maar later kwamen een aantal onder hen toch weer terug, en in de 20ste eeuw werden ze zelfs vervoegd door Oost-Europese Joden, zoals de familie van de grote schrijfster Clarice Lispector. Recife is eveneens een belangrijke carnavalstad, na Rio de Janeiro en Salvador de Bahia zelfs de belangrijkste van Brazilië, samen met zusterstad Olinda. En laat daar nu een Belgische pater een belangrijke rol in spelen! Inderdaad, zo wordt ons toch verteld in de Embaixada dos Bonecos Gigantes, waar we uitleg krijgen van een heel goed Engels sprekende jongeling. Die Belgische pater lanceerde het gebruik van grote poppen, die tijdens carnaval door sterke mannen op de schouders worden gedragen. Was die meneer soms van Aalst afkomstig? Wij zien in ieder geval veel overeenkomsten met het tegenwoordig zo geplaagde Aalsters carnaval, dat zijn status van werelderfgoed dreigt kwijt te spelen. De Braziliaanse tegenhanger richt zich wel niet tegen de Joden, maar des te meer tegen lokale politici. Kijk hem daar staan, Bolsanoro, pal naast zijn grote voorbeeld Donald Trump. Bolsanoro wordt in Pernambuco globaal gehaat hoor, zeker weten, van polarisatie (zuid tegen noord) weet Brazilië ook alles af. Natuurlijk bevinden we ons in een swinging country, en dus wordt er ook veel gedanst, veel meer dan in Aalst. Dat is de frevo, een lokale wilde dans die ons even wordt voorgedaan door een paar jonkies (we zouden er echt niet zelf aan willen beginnen). Overigens oefent Recife en Olinda elk weekend van het jaar voor het volgend carnaval, maar helaas, dat zullen we niet meemaken want wij verhuizen vrijdag naar Amerika. Alweer een goede reden om terug te komen, zullen we dan maar zeggen.
Nog in Sao Antonio is de grootste bezienswaardigheid van Recife, die een volledige fotoblog verdient: de Capela Dourada. Nochtans is de buitenkant insignificant, maar hola, de binnenkant! Een schitterend geheel van stemmige kloostergangen, een fantastische vergulde hoofdzaal, wat naïeve, maar interessante schilderingen en reconstructies (o.a. Van de dood van St Franciscus), een paar heiligen (Sao Ivo, wie is dat? Van Hove?), een getormenteerde kruisdragende Christus, een montere Passenger en stapels azulejos omtrent bijbelse motieven, zoals de moord van Kain op Abel en de bouw van de ark van Noe. En kijk, die Abraham ziet er op zijn 173 jaar nog best goed uit, al ligt hij op zijn sterfbed.
De Portugezen mogen dan al Recife gesticht hebben, in 1535 al, toch heeft deze stad ook een rijke Hollandse geschiedenis. Het duistere standbeeld op foto 1 is Maurits van Nassau, zijn zeevaarders veroverden in 1631 Recife en bleven er 23 jaar lang de dienst uitmaken. Maurits had ook een goed rapport als gouverneur, maar toen onze noorderburen hem terug naar Amsterdam concoveerden verpieterde de Hollandse geschiedenis van Recife snel en kwamen de Portugezen terug opzetten. Jammer, nu moeten we het met ons Portuñol zien te redden! Wij verblijven zelf in Olinda, waarover morgen meer, maar we willen eerst de hoofdstad van de staat Pernambuco (anderhalf miljoen inwoners) bekijken. Een taxi zet ons af in de Praça do República, die omzoomd is met voorname gebouwen, zoals een protserig maar fraai justitiepaleis. Recife ligt aan zee, en er stroomt een brede rivier door, zodat Brazilianen het wel eens het Venetië van Brazilië noemen. Dat is natuurlijk een lachertje, ondanks de vele bruggen, maar je kan niet zeggen dat Recife niets te bieden heeft. Als daar zijn: talloze neoclassicistische of barokke gebouwen, de meesten heel goed gerestaureerd. Een wandeling langs bustes van lokale dichters ook, sympathiek. Hier is ook een moderne kunst-museum, maar het is gesloten op dinsdag, veel zullen we er wel niet aan missen (het aanpalende vervallen gebouw lijkt ons leuker!). Aan shopping, marktjes en kerken uiteraard evenmin gebrek. De mooiste kerk, tevens de enige in deze wijk waarvoor je een schijntje moet betalen, is de Concatedral de Sao Pedro dos Clerigos. Een heel mooi gestructureerd geheel met een geweldige zoldering, we blijven er relatief lang verwijlen. Maar ook weer niet te lang, want er staan nog punten op de agenda, al hoort een catamaranvaart aan de haven daar niet bij. We zijn voorlopig genoeg op het water geweest in de Pantanal.
BRAZILIË 2019: de lange weg van CUIABA naar Pousada do Olinda
Onze eerste vlucht vindt al om 6.10 hr plaats, van Cuiaba naar Brasilia, de hoofdstad. Daar hebben we 5 uur connectietijd, en dat is onze eigen schuld, maar in Lauries eerste voorstel hadden we maar drie kwartier tussentijd gehad, en dat betrouwden we niet, vooral in het licht van onze bagage, die ons lief is. Allemaal geen probleem, we nuttigen op de luchthaven eerst bij wijze van laat ontbijt een passievruchtpudding (zeer goed!) met een koffie, en bekijken met plezier een spontane betoging, die op de luchthaven van El Capital plaatsvindt. Tegen een door Bolsonaro vooropgestelde hervorming van de sociale zekerheid, zo blijkt. Omdat we ons in swinging Brasil bevinden, is dat niet zomaar een manifestatie, maar een met een Candomble orkestje, wel zo leuk. Als we terug gaan in inchecken (de grote koffer is uiteraard doorgecheckt naar Recife, spreek uit Heeseefe, met klemtoon op de 2de lettergreep) zijn de trommelaars nog aan de gang, zo kennen we onze muzikale vrienden weer. De eerste vlucht was trouwens ook al prima, want eerst moesten we geen extra bedrag betalen voor onze bagage (vreemd, want al onze Braziliaanse vluchten zijn bagage niet inbegrepen), en daarna trekken we onderweg de aandacht van een stewardess, die ziet dat wij een boek van Clarice Lispector aan het lezen zijn. Die kent ze, maar enkel van naam. Madam kent maar een beetje Engels, maar we slagen er toch in haar diets te maken dat Lispector in Oekraïne geboren werd en Joodse was, wat ze geweldig interssant vindt. Zodat wij als enige passagier een hand krijgen bij het uitstappen, tot verbazing van alle andere Braziliaanse vluchtgezellen. Ja Brasileiros, The Passenger krijgt een voorkeursbehandeling, daar is toch niets raars aan? De tweede vlucht van Brasilia naar Recife verloopt zonder geschiedenis en onze voorbestelde taxista naar Olinda, Recifes kleine zusterstad, is op tijd en staat ons met een bordje aan arrivals op te wachten. Teresa heet deze madam, ze praat honderduit, maar in het Portugees, want haar Engels is minder goed dan ons Portugees, kan je nagaan. Sympathiek is ze wel, en beslist geen Bolsanorofan. Ja, ik zou graag beter Engels kennen, zegt ze, maar vreemde talen leren in Brazilië kost geld, en dat heeft ze niet. Uit compassie regelen we met haar een excursie naar twee kunstenaarshuizen buiten Recife/Olinda komende donderdag en stommelen vervolgens onze Pousada voor de komende 4 nachten binnen. Een hele goeie, dat zien we zo tijdens het opdrinken van de welkomscaipirinha. Het wordt hier al donker om 17.30 hr, maar stemmig is het ook zonder licht. En het eten is geweldig: een garnalenschotel opgediend in een uitgeholde kokosnoot met zeer goede saus, yummie. Ja, deze verfijning hebben we toch een beetje gemist in CUIABA en de Pantanal, en de schooiende huiskat, die wij wat garnalen voeren, vindt hetzelfde. Wordt vast een prima afsluiter van het Braziliaans gedeelte van deze lange reis!