In de lobby van ons hotel een mooi fotoboek aangetroffen van een lokale fotograaf. Dit zou ons dus te wachten moeten staan de komende 3 dagen bij wijze van Myanmar-finale. Ja, de Shanstreek is qua natuur heel wat mooier dan de rest van Birma (ze grenst langs de oostkant aan de Yunnan-provincie van China) en op het water kunnen de locals even goed uit de voeten met hun....euh voeten als met de rest van lijf en leden. Bootraces zijn er deze periode weliswaar niet, jammer, hoe is het mogelijk dat je al dat volk op een long boat krijgt. En dan zijn er natuurlijk de talloze etnieen die op de vele markten van de streek (floating of gewone) hun waren komen slijten. Folklore galore. Inclusief sigarenrokende omas, laat ze maar komen!
Vanmorgen een verrassing. Wij zijn bijtijds op de luchthaven van Bagan, waar men ons ticket naar Heho wenst te zien. Hierzie. Dat ticketnummer blijkt echter onbekend in de systemen, wat nu. Iemand kan iets beter Engels, kan je niet bellen of mailen naar je reisagent? Nee, madam, het is weekend en bovendien nacht in België. Tja.... The Passenger wil deze vlucht naar het merengebied toch echt wel hebben, dus de volgende vraag is: kan ik ter plekke een nieuw ticket kopen? Dat kan zeker, de vlucht is niet vol. Maar buitenlanders mogen niet met kvyat betalen, wel met USD. Die hebben we niet. Credit card dan? Ja, dat wel, het is 83 usd. We mogen zelf op hun computer spelen, maar nu moeten we wel online betalen - gelukkig hebben we ons netbankingkastje bij, en dat gaat goed. Er komen tal van Birmanen bewonderend toekijken, die hebben blijkbaar nog nooit een netbankingkastje gezien. The Passenger moderniseert Myanmar!
Afgezien van een mail naar de reisorganisatie hebben we vandaag nog een halve dag om wat rond te lopen en te luieren in Nyaung Shwe, de noordelijke poort van het behoorlijk grote Inle Lake. De echte activiteiten zijn voor de volgende 3 dagen. Nyaung Shwe is weer zon plaatsje van niks, waar de mensen zich blijkens de foto nog wassen in de rivier, samen met hun kleren. Veel kanalen inderdaad, al zouden we niet zo ver willen gaan Nyaung Shwe het Venetië van Myanmar te noemen. Ons hotel is wel weer prima, vooral de bungalowkamers achter het hoofdgebouw zijn dotjes, onze nummer is 201, met sunset achterbalkon. En het restaurant schijnt het beste van het dorp te zijn - trouwens ook een mooie zit. Er is in Nyaung Shwe een Cultural Museum, maar veel is daar niet te zien - ze moeten het zelf beseffen, want het kost maar 2000 kvyat, anderhalve euro, wat nog altijd 10 keer meer is dan voor een autochtoon. Hoe liepen die oude Shan-koningen en koninginnen er toch bij! De Shan zijn nog steeds een belangrijke minderheid in het etnische lappendeken dat Myanmar is, en tijdens de Britse periode konden zij het goed vinden met de overheersers - sterker: een zekere Inge Sargent werd zelf een Shan prinses, en schreef daar een boek over. In 1947 vonden de onafhankelijkheidsgesprekken onder leiding van generaal Aung Sang (de vader van de huidige leider Aung San Suu Kyi) overigens onder andere hier plaats. Voor de rest kan je hier een heel oud houten klooster vinden, waar jonge boeddhistische monniken onderricht krijgen, en vanzelfsprekend enkele pagodas, maar niemand komt naar deze streek om pagodas te zien. Dat er hier enkele zeer goede hotels te vinden zijn heeft eerder alles te maken met de talloze pittoreske waterwegen, die via zogeheten long boats kunnen bedwongen worden. Gaan wij 2 van de 3 dagen dat we hier zijn doen, dat wordt beslist ouderwets genieten.
Nog even lopen we in het niet ongezellig rommeltje van Mount Popa village rond, maar dan laten we ons terug naar Bagan rijden, want het Golden Palace, amper een kwartiertje te voet van ons hotel, hadden we nog niet bezocht dus we ontslaan onze taximan hier voor bewezen diensten. Eigenlijk hadden we er stevig aan getwijfeld of we het wel moesten bezoeken, want deze uit 2008 daterende reconstructie van het paleis van de eerste koning van Bagan (King Anawrahta, regeerde van 1044 tot 1077 en bracht het boeddhisme naar Bagan) is niet bepaald een historisch exacte replica, volgens verbolgen Westerse archeologen. Eerder is het een teken van de disneyficatie die Bagan bedreigt, het protserig paleis is s avonds ook hel verlicht, wat we elke avond vanop het balkon van onze hotelkamer kunnen zien. Maar kom, voor de prijs moet je het in Myanmar nooit laten, een museum of paleis kost nooit meer dan 5000 kvyat, al moet je voor heel de archeologische tempelsite van Bagan wel 25000 kvyat ophoesten, maar die kaart blijft 3 dagen geldig en telt voor 3000 tempels. Al bij al toch leuk hier drie kwartier rond te lopen in het pittoreske strijklicht, temeer de eermalige prinses aanwezig is, waarmee we bijgevolg uiteraard op de foto moeten al zijn we er zelf absoluut niet op gekleed (je kan de klederdracht van toen inderdaad huren, de militairen die in 2008 nog alles voor het zeggen hadden, hebben aan alles gedacht voor dit toeristisch prestigeproject). Goed, tijd om afscheid te nemen van onze boeddhistische vrienden van Bagan. Effectief een plek die je niet mag overslagen in Myanmar. Tevens afscheid van het Aye Yar River View Resort, een puik hotel met lekker eten (nooit duurder dan 20 usd), gerieflijke kamers-met-balkon, schattige bediening (excuse me sir, is the food okay hebben ze alemaal van buiten geleerd, maar verdere conversatie heeft weinig zin tenzij je Birmaanskundig bent) en een prachtig zwembad + sky bar. Ja, ze doen er in Myanmar alles aan om bij de mensen te komen. Maar bon, t zal om en nabij Inle Lake, onze laatste Birma-etappe, ook wel in orde zijn, schatten wij.
Vandaag, onze laatste dag in Bagan, gaan we naar het platteland. Nee, niet met de ossewagen, met een taxi. Rare pricesetting wel: de meisjes van de hotelreceptie spraken eerst van 80 usd, wat in kvyat omgerekend afwisselend 90000 of zelfs 128000 snaren zou zijn. Hier klopt iets niet. Later komt de manager, die iets beter Engels spreekt, ons fier zeggen dat hij een taximan voor 45000 kvyat heeft geregeld. Dat lijkt er al beter op, 30 usd voor een rit van tweemaal een dik uur + 2 uur wachten, dat lijkt ons wel marktconform. Mount Popa is, van ver bekeken, de Olympusberg van Myanmar. De eigenlijke top is de krater van een uitgestorven vulkaan, die 250000 jaar geleden voor het laatst uitbarstte. Er is echter, boven het dorp, een verticale uitstulping waar bovenop een Nat-schrijn staat, dat je via 777 trappen kan bereiken. Allez vooruit, aan een kabelbaan denkt hier niemand. Onderweg beziens genoeg: shops galore en heel veel stinkende apen, waarvan een exemplaar zelfs ons flesje water uit onze handen tracht te stelen, maar die vlieger gaat niet op, wij meppen gedecideerd met onze I-pad op zn kop, dat heeft zon beest nog nooit meegemaakt. Nats zijn boeddhistische heiligen, 37 stuks zijn hier verzameld. Er lopen rare kwasten tussen, zoals de sympathieke patroonheilige van de zatlappen en eentje die verdacht veel op kolonel Khadaffi lijkt. Beter goed staan met hem, hij belet de giftige slangen in je huis te komen. Heel deze site is zo naïef als wat - maar druk bezocht, weliswaar vooral door locals (we ontwaren toch twee Engelsen en 1 Française) die hier graag in familieverband naartoe komen, ook voor het spectaculaire panorama. Vanzelfsprekend worden we door diverse autochtonen weer gesommeerd mee op de foto te gaan en draaien we de rollen daarna om. Kom hier smalle, wij zijn vrienden. Er wordt in dit schrijn ook veel gekeerd (om de trappen te zuiveren van monkey poop, de vegers vragen beleefd een donation for sweeping, dat hebben ze allemaal van buiten geleerd), en gezellig getafeld bij het leven. Maar he, wat zien we op de laatste foto? Deze site leeft van giften allerhande (al staat er geen enkele deftige pagoda op), en wie staat op nummer 20? Donald Trump, anno 2015, 25000 kvyat, oftewel 15 usd. Gierigaard! Zelfs geen muur wil die kerel zelf betalen.
Mooie dagen, zingt Johan Verminnen op onze spotify playlist. En rustige dagen. Zeker vandaag, want we hebben overdag geen klap uitgevoerd, behalve tussen 10 en 4 in & om het hotelzwembad doorgebracht, met River of smoke van Amitav Ghosh binnen handbereik. Daarna is het tijd voor een sunset cruise, de zon gaat in dit seizoen om half zes onder. Er is niets opzienbarends te zien en het is allemaal niet zo van de wereld als de pentekening van foto 1 suggereert, maar rustgevend is het allemaal ten zeerste en ons vaartuig is toch ook zeewaardig. Af en toe komt er een grote boot (die Bagan met Mandalay verbindt) voorbij, meestal enkel andere mosselschuiten met zonsondergangbeschouwers. Niets kan hier onze rust verstoren - behalve op het einde als we weer afstappen en zo druk met de bootsman in gesprek zijn dat we niet merken dat we in drijfzand stappen. Lap, schoeisel een halve meter de slijkbodem in en voeten en benen vol modder. Enfin, niets dat een extra douche niet zou kunnen verhelpen en gelukkig hadden we toch maar de strandsletsen van ons hotel aan.
Ballonvaren is in het goedkope Myanmar, waar bv een pakje sigaretten een halve euro kost, even duur als waar ook ter wereld, ttz usd 350/persoon. Dat komt door het dure materiaal, maar ook omdat de business in handen is van buitenlanders die van wanten weten. Het oudste bedrijf waar wij mee varen is Australisch eigendom, net als onze piloot, de enig vrouwelijke van het lot, Kinsey heet ze. Geeft veel vertrouwen, want in Australië moet je zomaar eventjes 500 vlieguren achter de kiezen hebben om een officieel brevet te krijgen - het is zo streng sinds bij een ongeluk in Alice Springs lang geleden 13 mensen de dood vonden. Dit is onze 3de ballonvaart, na Namibië 1999 en Egypte 2004. Die laatste was dan wel de koddigste (waarbij een half dorp aan de touwen ging hangen bij de landing om de ballon te beletten terug op te stijgen), maar deze is net zo professioneel als ons debuut boven de Namib-woestijn. Er zijn tegenwoordig 3 maatschappijen actief; de meest recente, Golden Eagle, is wel Birmaans eigendom, van een kolonel godbetert. Maar Birmaanse piloten bestaan niet, dat zijn allemaal goed opgeleide Engelsen of Australiërs. Ballonvaren is heel rustgevend, maar zon ding opgepompt krijgen, dat duurt wel even. En eer die dikke Amerikaanse in de mand is gehesen duurt welhaast nog langer. Ja, alle ballons zitten vol, ondanks het feit dat er niet echt superveel volk rondhost in Bagan dezer dagen (komt volgens Kinsey door het Rohingya-issue). In ieder geval 45 minuten genoten, hou ons tegen of we gaan bij zonsondergang nog eens (maar zonsopgang is populairder, betere thermiek ook). Debriefing met champagne, thats the style. En daarna echt gaan ontbijten, want om 9 uur zijn we alweer terug in het hotel.
De beste tempel van Greater Bagan? Zoek niet verder, t is de Shwezigon Paya. Heeft alles te bieden: elegantie, goud, oude inserts die nog naar het hindoeïsme verwijzen, een levensverhaal van de boeddha als sculptuur boven een poort en een joekel van een liggende boeddha. Hier is dan ook veel volk, in tegenstelling tot aan al die rustige plattelandsstupas. En religieus volk ook. Blijft toch raar hoe volwassen mensen in al die onzin kunnen geloven - of het nu boeddhisme, islam of christendom is. Zelf geloofden wij toen we 6 waren al niet meer in Sinterklaas, maar we hielden slim de schijn op om onze ma & pa te plezieren - en omwille van de cadeautjes natuurlijk. Enfin goed, alst maar gezellig is. We nemen afscheid van Ku Ku en begeven ons iets later naar de sky bar van ons hotel. Dat kijkt uit over de Ayeyarwaddy rivier en serveert net voor de zonsondergang happy hour-drinks. Ach, de zonsondergang aan de U-Bein bridge in Mandalay was uiteraard spectaculairder, maar kom, laat ons niet zeuren. Morgen misschien eens gaan varen? T Zou kunnen, maar eerst wacht alleszins onze ballonvaart, om half zes komen ze ons halen. Schol!
Met de brommer naar de markt van Nyaung U? Nee, dat kan niet, want Ku Ku waakt en staat ons met zijn tuk tuk al op te wachten als we het hotel buitenkomen. Nou goed, hij mag gerust ten tweede male 30000 kvyat (= 18 euro) van ons verdienen om ons meer dan 5 uur rond te rijden, ditmaal in Greater Bagan. Leuke markt toch wel, aan groenten en fruit heeft dit landbouwland echt geen gebrek. Kom, we doen nog wat tempels, nu wat verder van Old Bagan. Ja, handel wordt er wel overal gedreven, en we hebben al lang spijt dat we George Orwell & Amitav Ghosh in België gekocht hebben, want diverse boekenstandjesverkopers zouden ons maar wat graag hun Birmaanse werken verkopen, en vast stukken goedkoper dan ten onzent. Helaas, we hebben die boeken al, afgezien van Ghoshs The glass Palace, dat zich in Mandalay afspeelt, maar we zullen het maar bij s mans Ibis-trilogie houden. Wel sympathiek dat er ook aan de eekhoorns wordt gedacht: voor hen, cfr foto 10, wordt een opengesneden kokosnoot in de vork van een boomstam bevestigd en ja hoor, das smullen. Geen klachten van de tempels vandaag, het moet niet altijd spectaculair zijn, vredig in het landschap opgesteld is ook in orde. Sommigen zijn trouwens heel fijn afgewerkt, en in eentje ontwaren we zowaar een boeddha met gelakte nagels. We hebben je wel herkend, Jani Kazaltzis.
MYANMAR / BAGAN (2) : Old Bagan, Archeologisch Museum
In Old Bagan zijn ook enkele musea, maar al die lakwaren interesseren ons niet, laat staan dat we er iets zouden willen kopen. Het achter een fraaie tuin met fontein gelegen Archeologisch Museum dan maar, dat natuurlijk weer vol staat met boeddhas, ruim bemeten is, en ook enige verrassingen herbergt. Zoals 55 verschillende haartooien voor vrouwen, zijn we hier bij de kapper misschien? Het grote koninklijk paleis bestaat overigens enkel nog op maquette, het is allang ten prooi gevallen aan de vele aardbevingen die Myanmar teisteren (de laatste grote dateren van 1975 en, heel recent, 2016). Kom, we gooien er nog wat tempels tegenaan, ze zijn toch allemaal enigszins anders. Een verkoopster weet ons uiteindelijk te strikken, temeer ze handig dubbelt als gidse in een van de tempels en beter Engels spreekt dan de meeste Birmanen (het schrijven lukt hen meestal beter dan het spreken, t komt er doorgaans echt heel raar en dus onbegrijpelijk uit, wat niet het geval is bij de schaarse Franskundigen). Ok chouke, maar dan moet je wel op de foto. Ach, ze zijn zo lief meneer. Net als de hondjes, al ziet die kleinste op de laatste foto er toch een beetje vals uit.
Ja, tempels, wat moet een mens er nog van zeggen? Pittoresk zijn ze allemaal, en onze voeten zijn al aardig verweerd van al dat blootsvoets rond pikkelen. Wat heeft de boeddha toch tegen schoeisel, je hoed mag je dan weer wel ophouden (we zijn overigens aardig verguld met ons nieuwe en opvouwbare exemplaar, hier gekocht, echt zoiets waar je heel de Mekong kan mee afvaren). Merkwaardig is wel dat dubbele boeddhabeeld - komt normaal niet voor. De reden is dat een wreedaardige koning van de 11de eeuw zijn vader en broer liet wurgen om zelf de macht te kunnen grijpen, en dat kleine vergrijp later trachtte goed te maken door van beiden een boeddha-afbeelding in een heel grote tempel te laten maken. Mmm, volgens ons zal hij zijn volgende leven toch als kikker of rat hebben moeten doorbrengen. Sommige tempels zijn in restauratie vanwege de laatste aardbeving, maar in het algemeen mag toch gezegd worden dat Old Bagan er nog heel patent uit ziet, het zegt wel wat over de stevige bouwtrant van vroeger (als ze hun stenen niet goed voegden liet die wreedaardige koning van hierboven zijn werklui overigens de armen afhakken; een beetje motivatie helpt altijd). Maar kom, we zijn welhaast tempeldronken geworden (zo zien we er op de voorlaatste foto ook wel uit) - naar huis nu, Ku Ku! Meer bepaald naar het zwembad van ons hotel, en naar een babbeltje met een van de superonderdanige hotelkoelies. Het is niet voor de eerste keer dat we het merken: België staat niet meer bekend voor chocola of bier, maar voor ...voetbal, ook de Birmaanse harten hebben we veroverd in Rusland. Al kennen de Birmanen ons het best van de Premier League, die ook hier op TV uitgezonden wordt. En hun favoriet is steeds dezelfde: Lukaku! We menen het te begrijpen: die Birmanen zijn bijna allemaal kleine tengere jongens, en dan zon beer op een plein, dat maakt indruk. Zodus, als het blijft tegenvallen bij Manchester United, wacht Romelu vast een lucratieve carrière als de zwarte boeddha van Myanmar.
Bagan ligt amper 30 minuten vliegen van Mandalay, maar wij zijn toch 8 uur onderweg geweest. Want door het noodweer gisteren was de elektriciteit op de luchthaven van Bagan uitgevallen, en in volstrekte duisternis landen is een beetje moeilijk. Ergo: vlucht gestopt en na veel gewacht en steeds bozere passagiers uiteindelijk met een gammele bus van de luchtvaartmaatschappij naar Bagan, 4 uur rijden. Ons niet gelaten, maar als je de volgende morgen vroeg van alles georganiseerd hebt, is het natuurlijk wel lastig. Echter nog geen reden om onnozel te doen, zoals die ene Fransman die zich beroept op een heart condition om niet in een bus te willen gaan zitten. Hoe zou vliegen ooit beter kunnen zijn voor een hartkwaal dan met de bus rijden? Enfin, om 1 uur s nachts stommelen we uiteindelijk ons hotel binnen en omdat we hier 4 volle dagen vertoeven kunnen we ons gerust een laat ontbijt om half tien veroorloven. Bagan is de beroemdste plek van Myanmar, omdat de vlakte volstaat met meer dan 3000 tempels, die allen dateren van tussen de 10de en 13de eeuw - en dus veel ouder dan wat we zagen in Yangon en Mandalay. De daders zijn waarschijnlijk het geheimzinnige MON-volk, nee, niet die van de melkbrigade, deze MON-ners zijn nog steeds goed voor 2% van de huidige Birmaanse bevolking. Bagan werd verlaten op het einde van de 13de eeuw, wellicht deels ten gevolge van de inval van de Mongolen onder Kublai Khan. Want de laatste koning van Bagan liet de gezanten van de Khan een jaartje eerder ter dood brengen; je moet al zelf een mongool zijn om zoiets doms te verzinnen. We nemen vandaag een tuk tuk tour met onze goede vriend Ku Ku (makkelijk om te onthouden), al kan je Old Bagan ook met fiets, e-bike of brommer afdweilen. Maar laat Ku Ku maar doen, die kent zijn weg hier. We gaan nu echt niet al die tempels bij naam opnoemen, maar eentje is wel de moeite om te onthouden omdat het de mooiste van allemaal is, daterend van tussen 1090 en 1105. Waar je ook gaat staan, t is steeds even fotogeniek, en de boeddhabeelden lijken hier wel een dieet van Montignac gevolgd te hebben. Goed gedaan koning Kyanzittha! (je moet niet vragen wat die allemaal mispeuterd heeft in zijn leven om zon tempel bij wijze van aflaat te hebben moeten ophoesten)
MYANMAR / MANDALAY (6): Inner city, Mandalay Palace & Mandalay Hill
Tja, Mandalay is toch wel een derde wereld-rommeltje hoor. Een korte wandeling-met-paraplu van het hotel (het enige moderne gebouw aan de rivier, al is het langs buiten ook maar een plomp geval, gelukkig hebben ze wel die rooftop bar) brengt ons na 10 minuten aan de weinig aantrekkelijke tourist Jetty (drijven die boten wel?) en nog veel minder aantrekkelijk ogen de lokale marktjes en zijstraten, zeker bij dit druilerige regenweer. Dan maar weer taxiwaarts naar de binnenstad, allereerst naar Mandalay Palace, een enorm gebied dat door het leger wordt beheerd en waar je dus niet zomaar inkomt (taximan moet zich laten registreren). Veel van wat hier ooit stond is verloren vanwege de geallieerde bombardementen op Mandalay in maart 1945, toen zij de stad heroverden op de Jappen, maar de kern van het paleis - nog altijd groot genoeg - is degelijk gerestaureerd en ons trekt vooral die rare toren aan, die natuurlijk beklommen moet worden. Daarna rijden we Mandalay Hill op, waar een niet zo mooie pagoda opstaat die tot onze verbazing bereikt kan worden met roltrappen, en ze werken nog ook (je moet er wel met blote voeten op, zou daar geen GAS-boete op volgen als je dat in het Antwerpse Centraal Station zou doen?). Boven heb je een panorama tot aan de bergen van Opper-Birma, maar met dit weer heb je daar niet veel aan en omdat alles natgeregend is, dien je nog uit te kijken om niet uit te glijden ook. Weliswaar worden we eens te meer geselecteerd om met de lokale bezoekers op de foto te gaan. Ok, maar dan maken wij ook een foto van onze nieuwe familie he.
Onze laatste avond, terug in het hotel, is een onverhoopte sociale meevaller. We trekken in de rooftop bar de aandacht van een andere eenzaat, de Oostenrijke Kerstin, een dokter bovendien. Ze is 52, weduwe sinds maart 2018 en ze trekt nu alleen Myanmar rond, waar ze in Yangon een nicht heeft wonen. Veel gedronken (pisco sour, bier, wijn) en geklapt (over boeddhisme en alternatieve geneeswijzen, waar zij in gelooft). En gerookt ook, deze dokteres paft een pakje per dag op (je moet toch van iets sterven). Interessante voorgeschiedenis: Kerstin werd geboren in Ethiopië (haar vader was piloot, moeder eveneens dokter) en leefde tot haar 15 jaar in Ethiopië en Kenia. Volgde een moeilijke aanpassingsperiode in Oostenrijk, maar een beetje Afrikaans is deze zotte vlaai toch duidelijk wel gebleven. Maar omdat ze toch ook dokter is, kunnen we ons onderrugprobleem met haar aankaarten en na wat geklop harerzijds (doet geen pijn) identificeert ze het issue als een blokkering waaraan verholpen kan worden door door haar gedemonstreerde oefeningen. Uit te voeren in bed, maar niet met haar, met jezelf aan de bedrand. Een stevige hug ten afscheid, en een tot ziens, want het zou best kunnen dat we mekaar in Bagan opnieuw tegenkomen. En kijk es aan, het is daadwerkelijk iets beter met onze rug na die eerste oefening.
MYANMAR / MANDALAY (5): Inner city, kloosters en pagodas
We waren een beetje voorbarig met onze weersvoorspelling van enkele dagen geleden. Het kan ook in het droge seizoen in Myanmar wel eens regenen, zo blijkt vandaag, inclusief zelfs een heuse wolkbreuk. Maar s morgens is het nog droog, om te beginnen in het zogenaamde Golden Monastery (om nu toch eens een moeilijke Birmaanse naam te vermijden), als paleis gebouwd door koning Midon maar veranderd in een boeddhistisch klooster door zijn zoon, koning Thibaw, die door de Engelsen in 1885 werd afgezet en verbannen naar India. Op foto 1 lijkt het wel alsof Thibaw en zijn gade er nog aanwezig zijn. Er is een bibliotheek met heilige boeken, er staan houtsculpturen op alle deuren en er huist blijkbaar een mysogiene boeddha, afgaande op het bordje LADIES NOT ALLOWED. Doet ons denken aan het boek dat we nu aan het lezen zijn: Burmesedaysvan GeorgeOrwell, die in zijn jeugdjaren onder zijn echte naam Eric Blair 5 jaar politieman was in British Birma en er gaandeweg veranderde van brave koloniaal (zijn vader was opium-tax collector in India) in George Orwell, de geëngageerde socialist. Orwell beschrijft in zijn eerste roman o.a een door en door corrupte lage magistraat (een Birmaan, de hoge magistratuur werd natuurlijk door Engelsen bevolkt), die de ene criminele daad na de andere stelt, maar toch een goede boeddhist is, in die zin dat hij een achttal pagodas zal laten bouwen voor zijn dood, wat hem ongetwijfeld, zo meent hij, een goed volgend leven zal opleveren - als man of als olifant, maar zeker niet als rat of als...vrouw. Waaruit blijkt dat de katholieke aflatenindustrie het boeddhisme ook niet vreemd was/is, geen wonder dat al die koningen tempels en kloosters bij het leven lieten optrekken. Over de deur staat het Autumashi Monastery. Dat eerste woord betekent onvergelijkelijk, het is effectief onvergelijkelijk groot. De Engelsen vonden het dan ook heel geschikt om als magazijn dienst te doen. En dan moet het beste nog komen: de Kuthodaw Paya, waar The worlds biggest book gehuisvest is. Toch niet Knausgards Mijn strijd zeker? Nee, het betreft hier 729 marmeren stupatjes, die allen delen van heilige geschriften bevatten - in het Pali, zodat zelfs de gemiddelde Birmaan er geen moer van begrijpt. Onder koning Midon vond hier de 5de boeddhistische synode plaats, en las een team van 2400 monniken dat hele heilige boek non-stop voor. Ze waren er 6 maanden mee bezig. Ja, een beetje boeddhist weet wat geduld is.
Dat overzetbootje van de vorige blog brengt je in Inwa, dat niet minder dan 4 keer de hoofdstad van Centraal-Birma is geweest sinds de 13de eeuw. Nu is het een rustiek landschappelijk dorp, waar enkel brommers en, voor de toeristen, eenvoudige koetsen rondrotsen naar de diverse bezienswaardigheden, die toch weer anders zijn. Bagaya Kyaung is het merkwaardigste: een enorm houten klooster van teak, dat nog steeds als klooster in gebruik is. Al lijkt die monnik op foto 4 ons toch maar een luie donder hoor. In tegenstelling tot de vrouwelijke verkoopsters van Inwa. Ze blijven zeuren tot je iets koopt (eentje achtervolgt ons zelfs met haar brommer) en als je dat moegezeurd uiteindelijk doet, vindt ze nog dat het niet genoeg is, I am not happy! Moeilijke meisjes, die Birmaansen. Volgen de ruïnes van Yedanasimi Paya, maar sfeervolle ruïnes zijn het wel. Een Brit beklaagt zich tegenover ons wel over al dat rondgehos op blote voeten. Wat als je zo een splinter in je voet krijgt? Ja, dat kan gebeuren als je pro-brexit stemt! Stemmig is eveneens de Nanmyin Tower - het enige dat is overgebleven van een groot paleis van een oude koning, allemaal de schuld van die grote aardbeving van 1838. Maar het beste van Inwa heeft onze koetsier voor het laatst bewaard: de Maha Aungmye Bonzan, een geweldig fotogeniek complex uit de 19de eeuw. Jazeker, we zijn wedermaals erg tevreden, maar met Inwa hebben we nu wel het laatste gezien dat de omgeving van Mandalay te bieden heeft. De stad zelf blijkt zelfs volgens de positivos van de Lonely Planet eerder een rommeltje te zijn, maar we zullen ze morgen op onze laatste dag toch maar gaan bekijken met een inner circuit taxirit, een mens komt toch altijd iets tegen.
Centraal-Birma is grotendeels een biljartvlak land, maar nabij Mandalay liggen een paar heuvels, en dat zijn de Saigan Hills. Een andere megalomane koning van de latere 19de eeuw benoemde het tot zijn hoofdstad en liet er de Soon U Pon Nya Shin Paya optrekken, tot op dit moment onze lievelingspagoda. Omdat je naast al die boeddhas ook van panoramas op het omliggende land kan genieten, en trouwens ook van een superelegante vloerbekleding. Laat de fotos maar spreken verder, wij zijn er te lui voor geworden. Waarna we de overzetboot naar de andere kant van de Ayeyarwady nemen, want daar is ook nog veel te zien, wordt vervolgd.
Ons hotel tussen de Ayeyarwaddy rivier en de stad heeft een aardig rooftop terrace, waar je wel heel de dag opkan maar enkel vanaf 5 hr pm van een cocktail kan genieten, en daarna van een treffelijk diner. Met de wachttaxi op uitstap naar naburige dorpen is makkelijk zat, en wij begeven ons eerst naar Mingun, een van de drie Koningssteden voor Mandalay dat werd en bleef (het was een vast gebruik van Birmaanse koningen de hoofdstad te verplaatsen - had de militaire junta dat in gedachten toen ze de regeringshoofdstad verlegden van Yangon naar Nay Pyi Tau?). In Mingun liet een megalomane koning in de vroege 19de eeuw de Mingun Paya bouwen - het zou de grootste stupa ter wereld hebben moeten worden. Maar omdat ook koningen sterven werd de bouw nooit voltooid. Niettemin, ook op een derde van de voorziene hoogte blijft het een indrukwekkend spektakel, al is er binnen niets te zien. Ring them buddha Bells, youngster! Er staat in de buurt overigens een supergrote bel, maar dat vinden wij lelijk, zon plomp gevaarte. Dan liever die rots aan de overkant, waar men vroeger leeuw- en drakenmotieven in gebeeldhouwd heeft, je ziet er nog sporen van. Alsmede van de verwoestende aardbeving van 1838, cfr bv de gigantische scheur op foto 3. Niet met de ossewagen (in Mingun nog heel gebruikelijk), maar met onze taxi rijden we vervolgens naar Hsinbyume Paya, een volledig witte stupa met veel boeddhas waaronder een verborgene (de verlegen boeddha?), en een maar al te zichtbare Passenger. Een klein jongetje krijgt van ons 5000 kvyat (3 euro) om wat schoolboeken te kopen, en dan nog weigert hij te lachen voor een foto. Ok, op naar de volgende en laatste site dan, Tilawkaguru, waar de boeddha vijftigvoudig gekloond is en wij willens nillens moeten poseren voor een foto met de smartphone van een lokale schone. Die zich vervolgens op de grond werpt voor de boeddha om vergiffenis af te smeken. Poseren met zon lelijke witte mens, bah. Wel hebben we intussen de kledijgeplogenheden, cfr bordje, goed bekeken. Al hebben we nog nooit gehoord van een spaghetti blouse, t moet zijn dat hier veel Italianen komen. S Avonds is de Sky Bar van ons hotel daadwerkelijk open, en speelt een bandje alweer vreselijke muzakversies van popklassiekers. Oh lonesome me - als we dit soort muziek horen wel ja. Intussen dreigt Mandalay-stad in de duisternis, maar dat is voor later.