Het kan niet de bedoeling zijn vandaag véél te ondernemen, want (a) onze vrienden hebben hun avontuurlijke vlucht nog niet helemaal verteerd en (b) hun bagage komt pas vanavond (wss laat) aan. Een bezoek aan het koninklijk paleis - nadat iedereen enkele eenvoudige kledingstukken heeft gekocht in de H&M op kosten van Delta Airlines - was een idee, maar de tours voor vandaag zijn uitverkocht - ok, we bestellen er één voor dinsdagmorgen 10 hr. Wel kunnen we de sierlijke Aloha Tower op, die al sinds 1926 bestaat en de eerste toeristen-per-stoomboot begroette. Mooie 360° panoramas, sure. We doen er goed aan tegen 4 hr pm terug in ons hotel te zijn, want dan wordt onze straat afgesloten voor de block party van deze avond, onderdeel van het Aloha Festival dat in september elk jaar plaatsvindt. Dat hotel, de Moana Surfrider, bestaat al sinds 1901 (kan je merken aan de Victoriaanse look), het was het eerste luxehotel van Waikiki. Nu onderdeel van de keten Westin/Star Hotel - piekfijn verzorgd service, alleszins, en een leuke Beach Bar aan het (eigen) strand, waar we merkwaardige figuren ontmoeten, zoals de wederopgestane Crocodile Dundee, maar het blijkt Dirk te betreffen, die zich een grote hoed heeft aangeschaft vanmorgen. Die block party is gezellig, maar je moet nu ook weer geen superkwaliteit verwachten van al dat streetfood. Wel wordt er druk gemusiceerd op vele podia (niet dat wij van dat zoetgevooisd Hawaïaans gekweel houden) en ademt alles kleur en sfeer, terwijl de hula girls natuurlijk evenmin mogen ontbreken. Maar onze eigen banyan tree (weer zon superexemplaar, s avonds purperblauw verlicht) is toch de mooiste. Ok, geen slecht begin (voor Karin, Jozefien en Dirk dan toch). Maar wel te hopen dat straks die bagage er eindelijk is.
Het kan niet de bedoeling zijn vandaag véél te ondernemen, want (a) onze vrienden hebben hun avontuurlijke vlucht nog niet helemaal verteerd en (b) hun bagage komt pas vanavond (wss laat) aan. Een bezoek aan het koninklijk paleis - nadat iedereen enkele eenvoudige kledingstukken heeft gekocht in de H&M op kosten van Delta Airlines - was een idee, maar de tours voor vandaag zijn uitverkocht - ok, we bestellen er één voor dinsdagmorgen 10 hr. Wel kunnen we de sierlijke Aloha Tower op, die al sinds 1926 bestaat en de eerste toeristen-per-stoomboot begroette. Mooie 360° panoramas, sure. We doen er goed aan tegen 4 hr pm terug in ons hotel te zijn, want dan wordt onze straat afgesloten voor de block party van deze avond, onderdeel van het Aloha Festival dat in september elk jaar plaatsvindt. Dat hotel, de Moana Surfrider, bestaat al sinds 1901 (kan je merken aan de Victoriaanse look), het was het eerste luxehotel van Waikiki. Nu onderdeel van de keten Westin/Star Hotel - piekfijn verzorgd service, alleszins, en een leuke Beach Bar aan het (eigen) strand, waar we merkwaardige figuren ontmoeten, zoals de wederopgestane Crocodile Dundee, maar het blijkt Dirk te betreffen, die zich een grote hoed heeft aangeschaft vanmorgen. Die block party is gezellig, maar je moet nu ook weer geen superkwaliteit verwachten van al dat streetfood. Wel wordt er druk gemusiceerd op vele podia (niet dat wij van dat zoetgevooisd Hawaïaans gekweel houden) en ademt alles kleur en sfeer, terwijl de hula girls natuurlijk evenmin mogen ontbreken. Maar onze eigen banyan tree (weer zon superexemplaar, s avonds purperblauw verlicht) is toch de mooiste. Ok, geen slecht begin (voor Karin, Jozefien en Dirk dan toch). Maar wel te hopen dat straks die bagage er eindelijk is.
HAWAÏ : OAHU (1) - Honolulu skysight & Bishop Museum
Terwijl onze arme vrienden allerlei problemen hebben (vlucht naar LA ex Amsterdam gemist omdat de city hopper BXL/AMS wegens stortregens anderhalf uur vertraging had) maar uiteindelijk toch met slechts 3 uur vertraging hier zullen geraken, vliegt The Passenger nagenoeg met een privé-vlucht (weer zon kleine Cessna met 2 piloten & 3 passagiers) naar Honolulu. Ditmaal zitten we aan de goede kant, zodat we ons te buiten kunnen gaan aan luchtfotografie. Ja, dit is een grote stad, met een iconische vulkaankrater-rest, en een beschutte haven, die al in de 19de eeuw de reden van het grote succes van Honolulu was. In afwachting van het verlate gezelschap dat wij om 21.00 hr gaan oppikken op de luchthaven (met een Cadillac, noblesse oblige) hebben wij tijd voor niet minder dan 3 musea, waarvan het eerste het Bishop Museum - ongetwijfeld het mooiste museum van Hawaï, en vooral natuurhistorisch van opzet. Charles Reed Bishop (1822-1915) was een New Yorker die zich in de gunst van de koning werkte, niet in het minst omdat hij met de achterkleindochter van Kamamahema de Grote huwde. Bishop zou de eerste bankier van Honolulu worden en liet dit museum in 1892 (uit de meest kostelijke houtsoorten en lavarotsen) bouwen ter ere van het koningshuis, dat hier ook een eigen zaaltje heeft. Tegenwoordig eisen vooral de aandacht op: de voorzaal, waarin allerlei reclame-affiches de muren sieren (dit was inderdaad de wijze waarop Amerika haar annexatie van Hawai cementeerde: door de eilanden voor te stellen als idyllische paradijzen, zodat er steeds meer Amerikanen naar ginder trokken), de indrukwekkende grote hal, inclusief een scheppingsmythe, het Polynesische godendom en het huis van de chief, dat er eerder uitziet als een muskusos die dringend naar de kapper moet, de hele geschiedenis van Oceanië (want er bestaat een diep verband tussen alle volkeren van Poly- en Micronesië), en, zowaar, een onderaardse afdeling waarin je zogezegd in het binnenste van een vulkaan wordt geleid. De gidse van dienst, een grappige, vertelt honderduit over de recente uitbarsting op Big Island (geen slachtoffers, maar wel 600 huizen foetsie), over de vorming van de torenhoge klippen van Molokai (we zagen ze vanuit het vliegtuig, maar zaten helaas aan de verkeerde kant om live fotos te nemen) en maakt vervolgens zelf een potje lava klaar, nou. Er wordt ook nog eens een eruptie nagebootst. Ja, als Hawaïaan moet je natuurlijk op de hoogte zijn van je vulkanen.
HAWAÏ : OAHU (2) - Honolulu Art Museum & Spalding House
Het Honolulu Art Museum is het beste kunstmuseum van alle Hawaïaanse eilanden - logisch. Het bestaat tegenwoordig uit twee adressen, één in de stad en één op de heuvels boven de stad, waar de contemporaine kunst gehuisvest is. Op het hoofdadres zijn heel veel fraaie beeldjes van oude Oceanische, Latijns Amerikaanse en Afrikaanse culturen te zien, alsmede woodblocks uit Japan en scrolls uit China - allemaal heel mooi, maar niets met Hawaï te maken, en bekend genoeg. Wel Hawaïaans zijn de leis (die kransen die je om je hoofd krijgt gesmeten als je aankomt in een luxe-hotel), in vroegere tijden gemaakt uit veren van exotische vogels waarvan een aantal intussen uitgestorven is. Qua pure kunst, breken wij graag een potje voor 6 picturale werken, cfr foto 3 tem 8: - foto 3: Kapulani Landgraf, een collage van protestfotos in een knap geheel vervat. Bewijs dat moderne Hawaïaanse kunstenaars alles afweten van maatschappelijk geëngageerde kunst die terzelfdertijd eer bewijst aan de kleurrijke aard van de leis en aanverwanten. - foto 4: Reem Bassous, een artieste die geboren werd in Beirut, maar tijdens de burgeroorlog als kind met haar ouders emigreerde naar Hawaï. Enigmatisch werk, dat mogelijk verwijst naar de kweddelen in Libanon maar ook de Hawaïaanse renaissance tot onderwerp zou kunnen hebben. - foto 5: Jerry Okimoto, die alles blijkt af te weten van minimalisme en Op Art (hij studeerde ook kunst in California), al refereert deze regenboog ook aan het oude Hawaï, waar een Rainbow als een teken der goden werd beschouwd. - foto 6: Isami Doi. Doi was zowat de eerste Hawaïaanse schilder die in Amerika geapprecieerd werd en Hillside farms (uit 1961) toont waarom. Mooie blend van coloriet, mysticisme en een vleugje surrealisme. - foto 7: Snitch van Brett Graham. Het duister mannetje verwijst naar een cartoonfiguur van Disney (Stitch, een alien die amok komt maken op de aarde). In Grahams interpretatie wordt dit gegeven verweven met de verderfelijke invloed van Westerlingen op de autochtone cultuur van Hawaï - goeie maatschappijkritische kunst. - foto 8: Kiki Smith, die in tegenstelling tot alle voornoemden een èchte Amerikaanse is, van het mainland. En een hele goeie, zoals blijkt uit haar serie Banshee Pearls (verwijzend naar de Ierse legende van de banshees, vrouwen die met hun ijselijk gehuil de komst van de dood aankondigden).
Beter nog is het Spalding House, omdat je daar een knappe tuin (inclusief hoogtezicht op de cityscape van Honolulu) als toegift krijgt. Het huis behoorde oorspronkelijk toe aan een rijke erfgename van eermalige missionarissen. In het paviljoen achter de reflecting pond zit een hoogtepunt: David Hockneys decoratie voor de opera Les enfants et les sortilèges van Ravel. Hockney heeft die kinderwereld heel goed getroffen, moeten we zeggen, en bovendien krijg je op de achtergrond ook nog de muziek van die opera te horen (die, nog eens bovendien, een mooi moraliserend verhaal vertelt). Voor de rest zijn wij zeer te spreken over het silhouettenboek van Kara Walker (de Amerikaanse William Kentridge), de Dropped bra van Tom Wesselmann, het in melancholie gedrenkte Japanse koppel van George Segal en Ecce homo van de fotograaf Andres Serrano, die zijn Christussen in pis doopte en vervolgens verbaasd was dat hij daar kritiek voor kreeg. Maar een knap effect is het wel, wat eveneens geldt voor alles wat je met de curieuze spiegel van James Seawright kan doen. Een Passenger in tweevoud? Een Passenger in honderdvoud? Allemaal geen probleem. Schreef hij, terwijl onze kompanen, wier bagage in Amsterdam is blijven staan door de vliegperikelen, op kosten van Delta Airlines koopjes zijn gaan doen in de H&M van Waikiki.
Waar zijn we nu met onze jeep verzeild? Lijkt wel de outback van Australië. Maar het is Molokai, waar je via een behoorlijk ruwe weg (inderdaad enkel mogelijk met 4WD, vooral omdat je high clearance nodig hebt) recht het Kamakou Rainforest in kan, dat zich bevindt op de flanken van de hoogste bergklif (Molokai bezit sowieso de hoogste zeeklippen ter wereld aan haar noordkust). De afstand bedraagt slechts 26 km, maar daar doe je wel een uur over als je geen platte band wil. Onderweg een verlaten meer en vreemde mossoorten en boven een ver-bluf-fend uitzicht op de drop naar de oceaan op Waikolu Lookout (1150 meter en hoogste punt van Molokai). We zijn hier zowaar niet alleen: drie jagers in legertenue geven eveneens present. En we kennen hen, want ze zaten met ons gisterennamiddag aan de bar van Hotel Molokai. Die éne stelde ons toen een vraag aangaande ons Less is more-T-shirt, waar we altijd veel succes mee hebben, en is dat niet vergeten (maar wel onze uitleg, denken we, van Mies van der Rohe had hij nog nooit gehoord). Hey, Mr. Less is more! Verbroedering, iedereen fotos van mekaar nemen. Daarna maken we W57, Kahanui Trail, 1 uur - of althans een stuk ervan want het is heen en weer 12 km lang, nou. Afwisselend zon en wolken, tot de mist op de middag invalt (het regent hier zo goed als dagelijks) en wij dus maar terugkeren naar de look out. Iemand zin in een mistige picknick? Het panorama achter die bank moet je nu raden, want er is nu enkel een mistgordijn te zien - gelukkig hebben wij onze fotos een dik uur geleden al gemaakt. En naar beneden, eens te meer voorzichtig kwestie van nog remmen te hebben beneden. Nee, breder dan op de voorlaatste foto was de weg echt niet, maar: expeditie volbracht met vrucht. Na deze halve dag eenzaamheid zijn we klaar voor de commerciëlere verlokkingen van Honolulu en Waikiki, waar we met Karin, Jozefien en Dirk morgenavond een afspraak hebben op de terminal van de luchthaven (wij komen al s morgens aan, eens te meer met zon kleine Cessna).
Ja, leer ons pater Damiaan, hier Father Damien en sinds de zaligverklaring van Paus Benedictus Saint Damien,kennen. Wij zijn op een katholieke school opgeleid hoor. De St Joseph Church & de Lady of Sorrows zijn al kerken die Damiaan aan de oostkust met eigen handen bouwde (in de eerste, cfr foto 3, zie je wat melaatsheid na 16 jaar met een mens kan aanrichten) en in het stadje Kaunakakai staat een brandnieuwe, maar aartslelijke Damiaankerk, met suikerige mozaïeken ervoor. The real thing is echter het schiereiland aan de noordkust, waar de leprozenkolonie lag. Dat was goed bekeken van koning Kamahameha V in 1865, die vreesde dat zijn hele bevolking aan melaatsheid - weer zon ingevoerde ziekte uit den vreemde - zou bezwijken. Want er loopt helemaal geen weg naar dit schiereiland (nu nog niet), afgezien van een steil pad dat vanuit de heuvels 4 km (of is het nu bijna 6 km zoals het andere bordje zegt) naar beneden loopt en dat je dus makkelijk met een poort hermetisch kan afsluiten. De arme melaatsen, die op Molokai aangevoerd werden vanop zee, zaten hier dus wel degelijk perfect geïsoleerd, en dat bleef zo tot 1969, toen de leprozenkolonie werd afgeschaft. Des te merkwaardiger dat er nog altijd melaatsen schijnen te leven, als we dat ene bordje mogen geloven, maar die doen dat dan wel vrijwillig. Nog veel merkwaardiger is dat de (schaarse) residenten van het schiereiland ervoor gestemd hebben met rust te worden gelaten. Je kan hen bezoeken, maar enkel met een vergunning. En anders zwaait er wat, zie bordjestekst. En omdat het pad zo steil is kan je best per muilezel reizen, maar voor we vertrokken lazen we op de toeristische website van Molokai dat er een conflict bestond tussen de residenten en de operator die de muildieren levert (zal wel om geld draaien zeker?) dat voor de rechtbank zou uitgevochten worden. Politiek, ook in Molokai! Wij checkten één en ander met de activities desk van ons hotel. Die niet bepaald actieve man zei dat hij normaal voor een permit kon zorgen, maar nu net niet, want zijn resident was deze week niet op het eiland (naar California met het reisbureau van de melaatsen?). Hij had wel een ander contact, maar deed daar zelf niet graag zaken mee (?). Maar hier zie, bel hen zelf als je wil. Doen we, maar we stuiten op een antwoordapparaat en worden niet teruggebeld. Wat is dat hier voor een komedie? Nog afgezien van het feit dat we er niet aan denken deze Kalaupapa Trail te voet te doen - veel te zwaar, zeker de klim terug. En wat is er beneden trouwens te zien? Nog een gerestaureerd kerkje van Damiaan, een oude vuurtoren, en zee, vooral veel zee. Been there, done that, het uitzicht vanop de Kalaupapa Lookout is ongetwijfeld véél meer de moeite. Toch merken we dat er terug muilezels op pad zijn, want er komt net een groep terug naar boven. Ha, die man heeft precies al danig last van zijn rug, dat komt er nu van. Maar hoe zijn die dan aan hun vergunning geraakt? Nou ja, t interesseert ons niet meer en eigenlijk vinden we die huidige schiereilandbewoners dikke losers. Luxe-melaatsen die doen alsof ze splendid isolation willen, maar - ongetwijfeld tegen betaling - wel vergunningen afleveren, als ze tenminste zo beleefd zijn terug te bellen.
Nee, geef ons dan maar die fallische rots, 5 minuutjes wandelen van het panoramisch punt. Het bordje dist een aardige Hawaïaanse legende op, maar volgens ons is het gewoon de penis van Trump, die er volgens Stormy Daniels immers als een champignon uitziet. En Stormy kan het weten, en bovendien vergelijken! Eigenlijk wel ironisch dat dit fallisch geval zo dicht bij de voormalige leprozenkolonie staat. Bij de melaatsen zal indertijd ook wel eens een penis zijn afgevallen zeker? Maar dat mag je allemaal niet meer zeggen: niet leprozen, niet melaatsen, maar lijders aan de ziekte van Hansen. Pfft, politieke correctheid, das niks voor The Passenger.
Omdat Molokai zo rustig en weinig bewoond is, zijn de zonsondergangen er van een ongekende zuiverheid en sereniteit. Op 5 km van ons hotel zijn er drie geschikte plekken vlak bij mekaar: een bos kokospalmen (geplant op last van koning Kamahameha V), een stoet godshuizen naast mekaar (er zijn hier zo veel kerken van alle gezindten dat je de indruk krijgt dat elke Molokaier zijn eigen kerk of bijbelschool heeft), die soms verborgen liggen achter gewèldige bomen of kleurrijke struiken, en de zee zelf, vanop de lange pier die in de 19de eeuw gebouwd werd omdat Kaunakakai toen een belangrijke haven was voor de suikerbusiness. Wel komiek dat je die coconut grove niet in mag. OK, als er van zon hoge palm een kokosnoot pal op je hoofd naar beneden dondert kan je beslist een schedelbreuk oplopen, maar toch, t lijkt een beetje overdreven voor mensen met ogen in hun kop. Wij zijn alleszins heel tevreden over de sunset op The Wharf, met fotos tot gevolg die Wim Wenders & Robby Müller in hun glorietijd zeker niet zouden mishaagd hebben. Morgen laatste dag Molokai, dat wordt een regenwoudexpeditie en, natuurlijk, Father Damien.
HAWAÏ : MOLOKAI (2) - (the road to) Halawa Valley
The road to Halaway Valley is dan wel niet zooo spectaculair als die naar Hana op Maui, maar ze mag er toch ook meer dan wezen. Smal, maar er is nauwelijks verkeer (september en oktober is laagseizoen in Hawaï omdat the kids na Labour Day naar school moeten en het surfseizoen pas in november begint) en je ziet : oceaan - niet moeilijk, het eiland Molokai is wel 120 km lang maar amper 10 km breed - , het eiland Maui in de verte (steeds met een wolkenkleed op de bergen), lush vegetation, enkele schattige huisjes achter uitbundige flora en natuurlijk de Hawana Valley zelf, die al in de middeleeuwen gekoloniseerd was door Polynesische settlers, die er vooral veel taro verbouwden (een broodachtig gewas dat purper ziet). Van boven of van beneden, die Hawana vallei is een dotje. Weliswaar kan je, zoals het bordje zegt, niet naar de waterval in de verte wandelen (wat enkel onder begeleiding van een lokale gids kan omdat er geen pad is) want dat impliceert waden door een rivier en de betrokken rivier staat volgens de rangers nog steeds te hoog na de overvloedige regens van de tropische storm Olivia en orkaaan Lane een paar weken daarvoor. Nou goed, toch al watervallen met hopen gezien de afgelopen maanden. We hebben hier tijd zat, dus gaan in de latere namiddag even aperitieven (een mango margarita, mmm) in ons toch wel goede hotel alvorens we ons naar de zonsondergang, cfr volgende blog, begeven.
We hebben nog een voormiddag in Maui te goed en verruilen het zoals meestal zonnige Lahaina voor de veelal bewolkte noordkust, zodat we nogmaals die spannende autorit van afgelopen vrijdag kunnen ondernemen. Hier is autorijden nog een plezier, in België niet, zodat we zeker in eigen land een autoloze openbaar vervoergebruiker zullen blijven. Er zit voor onze vlucht naar Molokai zowaar nog een museumbezoek in, en wel aan het Bailey House, genoemd naar weer zon missionaris van protestantse oorsprong zoals Baldwin van gisteren. t Is dat het op de weg naar het vliegveld lag, want veel is er niet te zien en voor de hobbyistische schilderwerkjes van Mr. Bailey moet je het zeker niet doen - er is wèl een veel mooiere Hawaïaanse vlag dan het exemplaar in het Customs House van Lahaina. En ook een stemmige omgeving, met alweer fraaie bomen. We wagen ons weliswaar te ver van het Bailey House zodat iemand roept: What are you doing, youre TRESPASSING! Kan niet hé madam, The Passenger rides and rides to see whats mine, of kent gij dat lied van Iggy Pop misschien niet? Waarna wij het eiland Maui verlaten in een Cessna met 3 medepassagiers (er is ook maar plaats voor 8 reizigers in totaal) en een halfuur later aankomen op het eermalige leprozeneiland Molokai, waar we als Belg als een koning worden ontvangen, want Joseph De Veuster, alias pater Damiaan, wordt hier nog steeds als een grote heilige vereerd. Zijn naam zal de komende dagen nog veel vallen, maar eerst moeten we onze bluetoothloze jeep leren kennen (die we toch gehuurd hebben om in het regenwoud te kunnen rondkarren) en rijden we even naar de zonnige en zeer droge westkant van Molokai. Daar is bepaald niet veel te zien, al slagen we er tussendoor wel in onze versleten mocassins helemaal te verknoeien door in een modderstrook terecht te komen. Nieuwe kopen in Honolulu! Het is hier zo eenzaam dat het lijkt alsof aliens net iedereen hebben opgegeten en als er al eens een mooi resort in zicht komt, blijkt het dikwijls leeg te staan wegens gebrek aan klanten ongetwijfeld. Tja, iedereen wil op Oahu zijn, waar 1,4 van de 2 miljoen Hawaianen leven, en Oahu is maar 70 zeemijl verwijderd van Molokai. Uiteindelijk bespeuren we toch enkele bewoonde condomiums - een oase in de woestijn - terwijl in Kaunakakai, het enige stadje van Molokai, zelfs een tiental mensen op de behoorlijk verweerde straat rondwaren (zijn alle anderen melaatsen die binnen moeten blijven?). Tevoren hebben we in het eenzame Maunaloa wel een curieus winkeltje gezien, waar ze vliegers maken. Tja, er is hier daadwerkelijk veel wind, maar hoe kan dit nu ooit een lucratieve business zijn? Nu, kleurrijk is de Big Wind Kite Factory genoeg, maar mensen hebben we er niet gezien, al stonden alle deuren evengoed open zodat wij er een paar fotos konden nemen. In Kaunakakai zijn twee boutique hotels (beiden buiten de stad gelegen) waarvan Hotel Molokai het onze is voor 3 nachten. Mèt andere gasten! Niks speciaals, maar wel een aan zee gelegen restaurant, waar je niet kan ontbijten (belachelijk) maar wel dineren. Met je voetjes bijna in zee, das altijd leuk. Toch als er niet net een tsunami aankomt.
Het is altijd druk in Lahaina, t is volgens ons Honolulu & Waikiki int klein. Men heeft er alles aan gedaan de historische look van de oude hoofdstad te behouden, maar het allerbelangrijkste feature is toch de enorme banyan Tree, de grootste en waarschijnlijk meest gefotografeerde ter wereld (ja, dit is heus één enkele boom met heel veel vertakkingen) die intussen bijna 150 jaar oud is. Op foto 8 kan je overigens het eigenzinnige micro-klimaat van alle Hawaïaanse eilanden nog eens zien: het is heel de dag zonnig en warm in Lahaina, maar boven de bergen van West Maui is een halve regenboog waarneembaar, dus daar is het aan het regenen. Dat is een kwartier rijden van hier! Vooral s avonds doet Lahaina er alles aan supergezellig, zij het zeer toeristisch, te wezen. Enkele papegaaien krassen er op los (één zegt heel de tijd watch your back, wel grappig), er zijn veel restaurants aan zee die uitkijken over Molokai (waar wij morgennamiddag naartoe vliegen - nog geen 30 minuten in de lucht), er is een haven waar je cruises kan boeken, en er is een voornaam dakrestaurant dat toebehoort aan...Mick Fleetwood, de drummer van Fleetwood Mac. We gaan er eten om ons afscheid aan Maui te vieren (heel goeie vis) en harken naar meer info bij de dame van de aanpalende galerie (allermaal fotos van rockgroten). Ja, Mick Fleetwood woont hier al 20 jaar, als hij niet op tournee is, zoals nu. In de winter is hij meestal thuis en speelt hij ten dans in dit pand, onderwijl anekdotes vertellend over zijn tijd met The Beatles en The Stones in Good Old England. Er zijn slechtere manieren om oud te worden. Ober, nog een zonsondergang!
Lahaina was tot 1835 de hoofdstad van Hawai, waarna Kamahameha III de hoofdstad naar Honolulu, dat een steeds belangrijker haven werd, verplaatste. Men is er nog altijd fier op en koestert hier de historie. Ons eigen hotel voor 3 nachten, de Pioneer Inn, is al een huis met een verleden. Het werd gebouwd door een Engelsman die lid was van de Canadese Mountains en een misdadiger tot in Hawai achtervolgde. Die misdadiger kreeg hij niet te pakken, maar wel een lokale vrouw, en ook de fondsen om in 1901 het eerste hotel van Lahaina te bouwen. Het is nu onderdeel van de Best Western-keten, maar bevat nog steeds veel authentiek materiaal van 100 jaar geleden. Lahaina heeft ook drie kleine musea, die allen getuigenis afleggen van de geschiedenis. In het massieve Courthouse dist men de ontstaansgeschiedenis van Maui en de Polynesische kolonisatie op, waarna walvisvaarders en zakenlui (vooral in de lucratieve suikerhandel) hun opwachting maakten. In de eerste helft van de 19de eeuw ging die snelle modernisering nog hand in hand met de traditie, zoals het tragische lot van de zus van Kamahameha III aantoont. De moeder van broer en zus was de eerste bekeerlinge tot het christelijk geloof, maar dat clashte behoorlijk met de oude tradities, die bv stipuleerden dat broer en zus met mekaar mochten slapen & huwen (om de rijkdom in de familie te houden). Het gevolg was een niet-levensvatbaar kind (door incest) en een prinses die van verdriet zelf jong stierf. Een andere onuitroeibare traditie was het geloof in Pele, de godin van het vuur en dus van de vulkanen. Interessant dat lava op Hawai als een vrouwelijke kracht werd aanzien. De Hawaïaanse vlag wordt hier ook vertoond, de uitleg staat erbij. Je ziet ze sinds de renaissance van de jaren 70 terug overal hangen. In het Baldwin House word je dan weer met de historie van de evangelisatie geconfronteerd. Leuk huisje, gerund door een praatvaar die ons voorhoudt dat Trump niets om Hawai geeft, maar nimporte, we care even less about HIM (het is overigens een geboren New Yorker). Baldwin was overigens niet enkel een reverend, maar ook een dokter, die er persoonlijk voor zorgde dat de inwoners van Lahaina gevrijwaard werden van een pokkenepidemie, die de autochtone bevolking op andere eilanden decimeerde. En dan is er nog het Wo Hing Chinese Museum, dat eer bewijst aan de vele Chinese inwijkelingen in Hawai (er waren commercanten bij, maar de meesten werden als arbeider gecontracteerd door de suikerplantages). Wat we niet wisten is dat Sun-Yat-Sen, de vader van de Chinese republiek en de eerste president van China, een deel van zijn jeugd in Honolulu doorbracht en nadien nog 5 keer naar Hawai kwam, oa om de revolutie te prediken. Geen wonder dat Trump op weinig steun in Hawai moet rekenen. Zelfs niet van ingeweken New Yorkers.
Enkele dagen geleden zei een echte Hawaïaan ons een beetje bedroefd dat Maui in snel tempo een 2de Oahu aan het worden was - hij bedoelde dat de commercialisering er overhand aan het toenemen is. Dat is niet helemaal waar, The Road to Hana bv is nog authentiek genoeg en hetzelfde geldt voor de North Coast van West Maui, een geweldige autorit die we morgenvroeg, op weg naar de luchthaven, nogmaals gaan berijden, nu in de andere richting. Maar het is wel waar dat de luxe resorts in opkomst zijn (zoals Kanapaali, onze eerste overnachting hier) en ook het Maui Ocean Center is een teken aan de wand: het bestaat nog niet lang maar is het grootste van de Pacific en doet aldus San Diego concurrentie aan. Weliswaar zie je hier geen dolfijnen of walvissen, want er is een Hawaïaanse wet die verbiedt dat deze intelligente dieren voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Voor de rest is dit centrum, dat op 20 minuten rijden van Lahaina ligt, een gelijkspel met San Diego: mooie aquaria, en makkelijk zat al die rare vissen hier te zien, ipv de snorkelbril op te zetten of een duikerspak aan te trekken (wat overigens ook perfect kan en door veel organisaties wordt aangeboden). Wij zien wel iets in die clown fish, leren van alles bij over het ontstaan van koraalriffen (die soms fluoriscerend licht vertonen om zich te beschermen tegen de UV-stralen van de zon) en geven onze schoonheidsprijs aan de luipaardvis, laatste foto.
HAWAÏ : MAUI (7) - The road to Hana, part 4 (slot).
Ook na Hana blijft The road to Hana duren, want nu moet je nog terug langs de zuidkust. Evenzeer een ruige rit (je weet soms niet wat je ziet en je kan helaas niet overal veilig stoppen), maar één lange stop dringt zich wel op: aan de zuidkant van het Haleakala National Park, waar we gisteren al waren maar dat dus ook een regenwoudstuk heeft. Hier maken we W56, 2 uur heen en weer, naar Waimoku Falls en het is dé wandeling van het jaar. Vooral vanwege de variëteit: eerst word je een beetje bang gemaakt, zoals dat gaat in Amerika (het krantenstuk van foto 1 is niettemin authentiek), dan stuit je op een eerste knappe waterval (Makahiku Falls), met vijftig tinten groen en de oceaan aan de andere kant, vervolgens op een enorme banyan tree, dan op nog meer watervalletjes en kunstig aangelegde bruggen, vervolgens op een groot en fantastisch knap bamboewoud (als het te drassig wordt liggen er handig genoeg plankieren), en tenslotte op de Waimoku Falls zelf, die duidelijk niet overflooded zijn vandaag al zal het bordje er niet voor niets staan. Geweldig, absoluut geweldig, en niet eens een moeilijke wandeling. Als we terug op de parking zijn is het 5.30 hr pm en weten we dat we nog twee uur eneenhalf te rijden hebben naar onze overnachtingsplaats aan de uiterste westkust (waar we morgen - een relatieve rustdag - nu toch ook eindelijk iets gaan bekijken). Waarvan dus anderhalf uur in de duisternis, maar dan klinkt de muziek eens zo goed (en de zonsondergang mag er wezen). Slotnummer van de shuffle vandaag: senior Bob Dylans versie van Melancholy mood. Ja, dat mag je wel zeggen, melancholie omdat het nooit meer zo mooi wordt als vandaag!
Tiens, lang geleden dat we nog eens een boete hebben gehad (nogal logisch als je in België geen auto meer hebt natuurlijk). Bijna hadden we vandaag prijs, en dat terwijl je op The road to Hana nooit meer dan 30 km/hr kan rijden, met al dat keren en draaien + het redelijk drukke verkeer. Behalve op één plek, vlak bij Hana, waar het even rechtdoor gaat en wij achter een ellendig trage bus hangen. Ha, hier is onze kans, al ligt er ook een dubbele volle lijn op de weg, maar dat telt niet voor Passengers. Komt er toch net een patrol car aan zeker. Stop! De officer van dienst ziet er nogal vermoeid uit en geeft meteen zelf aan dat iedereen op Maui te hard rijdt - das een goed begin; hij heeft de strijd al half opgegeven. Maar passeren over een volle lijn en met een blind Hill before you (niet waar, we hadden uitzicht genoeg, maar gaan maar niet in discussie): had to stop you. Jaja. Ook deze mens verbaast zich over ons roos boterbriefje. Is that a driving license? No, its a license for Passengers, who can do as they please. Ha, dan is het goed, drive safely, meneer The Passenger. Mmm, dat is onze 2de waarschuwing (de eerste was in Noord-Californië), t gaat niet blijven lukken.
En verder gaat de reis over de eeuwigdurende Road to Hana, waar het bij de grootste waterval naast de weg een drukte van belang is. Tenslotte kom je uiteraard in de kleine nederzetting Hana terecht, waar niet veel te beleven is maar in dit geval was het the journey that counted, not the destination. Ja, er zijn een paar leuke huizen, je kan er aan zee zitten (al regent het hier dus èrg veel) en er heerst enige verkiezingskoorts (ook in Amerika immers verkiezingen - voor de senaat en het Congres in oktober). Maar er zijn vooral een aantal kleurrijke eethuisjes (eerder foodtrucks), waarbij eens te meer opvalt dat Hawai het graag een beetje spicy heeft (een Thai en zelfs een Ethiopiër!). Wij lunchen zoals bekend nooit, maar stevenen wel op het ijskreemkraam af - of hebben we misschien geen ijsje verdiend na deze dolle rit? Kokosijs, heerlijk!
We maakten op The road to Hana onnoemelijk veel korte fotostops (slechts voor een drassige afdaling naar één waterval pasten we; geen zin om uit te schuiven), maar ook twee lange. De eerste gold, in de voormiddag, The Garden of Eden, een arboretum van grote klasse, aangelegd als het werd door de boomkundige & landschapsarchitect Alan Bradbury, een grote piet in zijn vak. Er zijn ook veel uitheemse soorten in terug te vinden - bamboe bv is uiteraard niet native Haiwan, en over die boom met een stam als een schilderspalet hebben wij ook onze twijfels. Maar mooi! Je kan bovendien uitkijken over, alweer, watervallen in de buurt, met de rijweg daaronder. En zo is The Passenger ook eens in de tuin van Eden geweest. Als Eva nu maar niet in de appel bijt, anders sta ik voor zot in mijn kamerjapon en komt de engel met het grote mes (vrij naar Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh).
The road to Hana klinkt als een oude film met Bing Crosby & Bob Hope, maar in Hawai is het dè iconische autoroute, die niemand zich mag laten ontgaan. Slechts 110 km in totaal (in wijzerzin Maui rond), maar je bent er een volle dag mee bezig, in ons geval van 8 hr am tot 8 hr pm. Probleem is wel je tijdstip uitkiezen. Wij hadden de keuze tussen vandaag en morgen, maar een blik op de app van het Weather Channel leerde ons dat het de komende dagen, net als de afgelopen week trouwens, bijna constant zal regenen rond Hana (omdat het aan de windward zijde van Maui ligt) terwijl net vandaag, zondag, de zon zou schijnen tussen 10 en 6. En kijk: hoe onvoorspelbaar het weer in Hawai dikwijls ook is, ditmaal klopte het als een bus. Als we de smalle rondweg bereiken, net voor 10 uur, zitten we nog op de grens van wolken en zon, maar daarna wordt dit een heerlijke zonbeschenen dag, niet meer dan 25 graden overigens, en waarschijnlijk de beste 16 september die wij in ons hele leven hebben meegemaakt. Reeds in de 14de eeuw liet een lokale chief hier een (voet)weg aanleggen - de man was het allicht beu alle verplaatsingen per kano te moeten maken. Geen akkefietje, want het regenwoud laat zich niet zomaar bedwingen. In moderne tijden legden de Amerikanen - je vraagt je af hoe ze het deden - in 1925 een weg rond het eiland aan; daar kwamen 600 bochten en 50 bruggen over riviertjes aan te pas. Op één na zijn de traditionele bruggen nog altijd in gebruik - ongelooflijk. De weg is dermate smal dat je aan die bruggen beurtelings moet passeren, al leggen de meeste mensen de route clockwise af en zou het een idee kunnen zijn er een enkele richting van te maken - maar ja, dat kan natuurlijk niet voor de locals die hier leven, dit is niet enkel een toeristische route. Ditmaal hebben we geluk: tijdens tropische storm Olivia en net daarna was The road to Hana natuurlijk afgesloten wegens overflooding (ook nu moet je regelmatig door het water, dat langs honderden watervallen en -valletjes naar beneden komt). Het is een sublieme en werkelijk verpletterend mooie rijweg, en het enige spijtige is dat je niet overal kan stoppen want er is om de 50 meter wel iets te zien dat daartoe noopt. Regenwoud, uitbundige flora, watervallen en af en toe zicht op pittoreske baaien - veel meer moet dat niet zijn. De eerste foto is wel bizar: wij namen zomaar een afslag en kwamen in een soort van tropische bidonville terecht (vriendelijk hoor, iedereen waaide naar ons), waar we het bord van foto 1 aantroffen. Moet Trump daar niets over twitteren?