THAILAND / CHIANG MAI (4): Wat U Mong, University Art Museum, National Museum
De Wat U Mong valt ons na het Doi Suthepgeweld lelijk tegen. Het is een woudklooster, inderdaad in een bekoorlijk landschap gelegen, maar stupa en beelden zijn het fotograferen niet waard, enkel die dynamische levenscirkel (ja, de boeddha zat niet altijd onder een boom te niksen) en de voedering van de vraatzuchtige krabvissen (afschuwelijk lelijke monsters zijn het, zeker als hun bek opengaat) in de aanpalende vijver hebben wel wat. Chiang Mai heeft ook een enorm grote universiteit, waar de studenten in elektrische shuttlebussen van auditorium naar auditorium worden gereden, wat een luxe. Zon grote Univ heeft dan natuurlijk ook een Art Museum maar er is bedroevend weinig te zien. Allemaal kladderaars, behalve die Montien Boonma, die ons op de MINIMALISM-expo in Singapore al in gunstige zin opviel. Dan is het National Museum interessanter. Het bevat enkele topstukken, zoals een reusachtige boeddhakop waarvan het lichaam spoorloos is en een ingewikkelde en heel bewerkte voetafdruk van de boeddha. We komen er ook weer een peuter tegen die terstond ophoudt te huilen als hij The Passenger in het vizier krijgt. Sorry jochie, je Birmaanse collega eergisteren zag er beter uit. En verder veel geschiedenis, vooral van het eermalige Lanna-rijk, waarvan Chiang Mai sinds het einde van de 13de eeuw de hoofdstad was (de stad is dus veel ouder dan Bangkok). Dat rijk werd door Birma veroverd in de 16de eeuw, een overheersing die meer dan 200 jaar duurde, maar toen kwam de bevrijding en ging Lanna op in het Siamese rijk. Wat ons hier wel bevalt zijn die naïeve schilderwerken uit de Lannaperiode - vast geen grote kunst maar toch meer dan de zoveelste levenscyclus of de zoveelste reïncarnatie van de boeddha. Bij momenten is het best leerzame volkskunst, al had Lanna toch niet meteen een Bruegel in de aanbieding. Ok Won (zo heet onze chauffeur), dan zullen wij maar terugrijden zeker? En wel naar ons hotel, waar we een goede eettip vragen en krijgen. En jazeker, DASH is een prima en gezellig restaurant waar dash inzit, een kwartier te voet van ons hotel gelegen. Waar we zowaar twee Amerikanen ontmoeten met wie we tijdens de immigratie gisteren even aan de praat waren, samen met die leraar uit Vancouver. Niettemin is het overvloedige eten tamelijk spicy, zoals verwacht mocht worden, maar toch niet te.
Naast al die exotische bloemen, olifanten, gebedsruimtes, gouden deuren, gongen, bellen, fabeldieren, boeddhas en met de beste houtsoorten bewerkte poorten heeft Wat Doi Suthep nog een groot voordeel: de tempel ligt 16 km buiten de stad op een heuvel, en vanaf deze 1000 meter hoogte zie je Chiang Mai, toch een miljoenenstad, in de verte mooi liggen glanzen. Wij zijn dik tevreden. Alleen al deze supertempel maakt een bezoek aan Chiang Mai de moeite waard.
Met een helrode taxi organiseren we vandaag een parcours met 4 stops. De belangrijkste daarvan houdt ons vanzelf het langst bezig: het is de beroemdste wat (wat is de wat? Een tempel) van Noord-Thailand. En ook de beroemdste bot (wat is de bot? Het spectaculaire binnencomplex van de tempel). Je wordt meteen verwelkomd door de beeltenis van de nieuwe koning (1 keer: Maha Vajiralongkorn, alias Rama X, de opvolger van langlever Bhumibol, die in 2016 op 88-jarige leeftijd overleed en nog langer op de troon zat dan Queen Elizabeth). Deze Rama X was in tegenstelling tot zijn half heilige vader een losbollige flierefluiter, die bovendien zijn poedel tot veldmaarschalk benoemde. Maar op zn 67ste heeft hij allicht net zoals die poedel enkele wilde haren verloren, al kan de vrouw naast hem nooit zijn 3de echtgenote wezen, want die viel in ongenade toen een quasi naaktfoto van haar op internet werd aangetroffen. Madam werd meteen uit de koninklijke geschiedenis geschreven, zo gaat dat in dit rare land, dat nochtans sinds lang een constitutionele en geen absolute monarchie meer kent. Maar majesteitsschennis is nog steeds bij wet verboden (een bankbiljet met de beeltenis van de koning verscheuren of er met je voet gaan opstaan levert je gevangenisstraf op, tenzij de koning je genade verleent), en Mahas vroegere zonden zullen hem nu hij koning is wel allemaal vergeven zijn. Maar kijk liever naar de fotos van Wat Doi Suthep, want die mag er wezen. Toen wij 10 jaar geleden voor een werkmeeting in Bangkok waren (inclusief twee dagen City trip) vonden wij dat boeddhistisch gedoe in de hoofdstad nogal kinderachtig, Disney for children, maar deze wat valt eigenlijk reuze mee, al kan niet onkend worden dat een tempel in Thailand altijd net iets commerciëler uitgebaat wordt dan in Birma. Wat niet wegneemt dat er ook hier geen gebrek is aan religieuze poses van de locals, die maar wat graag gezegend worden door de monniken van dienst.
Na twee vluchten, beiden voortreffelijk verlopen (mag al eens na drie problematische vlieggebeurens), staan we al om 16 hr lokale tijd in ons hotel voor 6 nachten, BED Chiang Mai Gate (met zon naam zullen ze wel goede bedden hebben), een functioneel modern geval dat ok is maar natuurlijk niet kan tippen aan onze twee laatste superverblijven in Myanmar. Enkel de immigratie nam wat filetijd in beslag, maar leverde een aardig gesprek op met een Canadees uit de buurt van Vancouver die hier op de lokale universiteit Engelse les geeft aan jonge Thai, want ze beseffen in Noord-Thailand heus wel dat willen ze meetellen in de wereld ze beter Engels moeten kennen. Onze vriend voor een half uur komt ook terug van een vakantie in Myanmar en vertelt ons o.a dat Thais enigszins neerkijken op Birmanen, die ze veelal als cheap labour gebruiken. Ja, boeddhisten onder mekaar, t is ook niet alles. We besluiten een korte acclimatiseringswandeling te ondernemen in de buurt van ons hotel, en al meteen blijkt dat Chiang Mai een hectische stad is, waar je constant moet uitkijken voor dolle brommers en nooit voor voetgangers stoppende autos maar ook voor loslopende backpackers in alle maten en gewichten - zelfs die troep oudere Amerikanen in ons hotel zijn geen rijke mensen, dat zie je zo. Niet moeilijk dat backpackers zich hier thuis voelen. Je kan van het overvloedig aanwezige streetfood genieten voor ontstellend weinig geld, en wij stellen het zelf proefondervindelijk vast. Aangezien we op de twee vluchten al telkens een kleinigheid kregen, hebben we nauwelijks honger en houden we het bij 1 kleine vleesbrochet en, zowaar, een bakje frieten (de eerste aardappelen die we tijdens deze reis, toch al bijna op de helft, tegenkomen). Kostprijs voor dit smakelijke diner, opgesmikkeld op de krukjes achter de stalletjes: 1 euro. Yep, we zullen hier niet failliet gaan. Ondanks de vele morsige kraampjes is er toch nog een beetje groen in Chiang Mai, als om duidelijk te maken dat buiten de stad de tropische jungle ligt. Daar gaan we uiteraard ook werk van maken, en we boeken vandaag bij een van de vele reisgezelschappen 3 dagexcursies voor resp zaterdag, maandag en dinsdag. Daar zit van alles bij, ook olifanten, wait and see.
MYANMAR / INLE LAKE (8): The route back from Samkar en afscheid Myanmar
En waar gaan we nu naartoe schipper? Op zoek naar kolonel Kurtz? Nee, maar de doortochten van al die paaldorpen blijven ons filmhart beroeren. Stop 4 brengt ons bij een pottenbakster, hela, dat is niet meer Apocalypse Now maar Ghost, zegt de kwisser in ons. En dan hebben we nog stop 5 tegoed, een Hill Pagoda, die eens te meer interessanter is voor de details dan voor het geheel (wij vinden die beelden er eerder hindoeïstisch uitzien, maar kom, t komt toch allemaal uit India). Langs mooie waterbomen en -dorpen komen we uiteindelijk terug in het grote Inle Lake terecht, waar een van die voetroeiers zo vriendelijk is voor ons een kleine demonstratie te geven, tussen het vissen door. Merk aan de reflectie op hoe zuiver het water hier is - niks geen pollutie, maar Myanmar is dan ook een landbouwland, er is nauwelijks industrie.
Welaan dan, we zijn aan besluiten toe, want morgen vliegen we via Yangon naar Noord-Thailand (Chiang Mai ligt heus niet zo ver van hier, maar rechtstreeks is helaas onmogelijk en in een lange afstandsbus hebben we nu ook weer niet zoveel zin, mocht het al mogelijk zijn). Myanmar heeft een goede indruk op ons gemaakt, al sleept het land dat Rohingya-gegeven (etnische zuivering?) mee als een molensteen om de hals. Je kan het moeilijk plaatsen, want de Birmanen zijn in globo de vriendelijkheid zelve en doen niets liever dan met of voor Westerlingen op de foto te gaan. Slechts 1 dagelijks nadeel: ze gooien alles op straat, plastic nog het liefst van al. Daar moet iets aan gedaan worden boeddha! (We zien af en toe wel bordjes met dont litter en be drastic, dont use plastic, maar iedereen blijft vrolijk sluikstorten). Het is passend dit land te gedenken met een drietal fotos van hun aardige bevolking (de middelste vrouwen zijn straatvegers van de Pa-0 minderheid en vroegen zelf om gefotografeerd te worden, waarna ze gierden van de pret als we hen het resultaat lieten zien).
Voor onze laatste dag in Myanmar mag het wat verder zijn: drie uur varen naar Samkar aub, dit is dus weer een werkdag aan de dok, van 8 tot 4, zes uur varen, twee uur bezoekjes middels 5 stops. De vissers zijn al vroeg bezig en onze eerste stop geldt een River Pagoda (verzin er zelf een naam voor) die er langs de waterzijde veel beter uitziet dan van landzijde, al zijn er tussen de verweerde stupas wel leuke details te zien, vooral die reclining buddha ligt daar goed. Stop 2 brengt ons in een alcoholisch dorp, zegt onze bootsman. Hoezo, liggen ze hier allemaal zat op de grond? Nee, maar er is een grote rijstbrandewijnstokerij, en wij mogen ook proeven. Straf spul, maar vermengd met honing is het best te doen. Tip wordt op prijs gesteld, ok moeder, hierzie, 1 miljoen kvyat. Mooie rode bloemen trouwens, en nog wel een paar toeristen, off the beaten track zoals wij - het zijn Fransen, misschien op zoek naar hun Indochine verleden, maar dan hebben ze zich toch van land vergist. Samkar is het eindpunt van de reis, een heel sfeervol dorp met alweer enkele interessante boeddhabeelden in verweerde stupas. Wij vinden het best OK en vinden deze dag meer en meer lijken op de film Apocalypse Now, maar dan zonder bommen en Saigon shit.
MYANMAR / INLE LAKE (6): Shwe Oo Min Natural Cave Pagoda
Vandaag geen waterpret, maar wel tweemaal anderhalf uur in een taxi, richting Pindaya. Met onderweg weliswaar een stop aan de beestenmarkt. Doe ons maar die vriendelijke witte buffel, als het blijft tegenvallen met de vliegtuigen (waarover we intussen een behoorlijke correspondentie met de reisagent hebben) kunnen we altijd nog op de rug van dat beest terug naar Yangon. Pindaya betekent spin in het Birmaans, blijkbaar leven die hier in overvloed. Maar het gaat hier wederom om boeddhas natuurlijk. Mochten we nog geen boeddha-indigestie opgelopen hebben, dan zeker hier. Ze zien het hier groot (met zelfs een lift zodat je geen trappen op moet) en het landschap is bekoorlijk, maar uiteindelijk kom je in die Natural Cave, waar dus meer dan 8000 boeddhabeelden staan verzameld, in alle maten en gewichten. Daar zijn schenkingen bij van heel de wereld en t is een spectaculair gezicht (grote grot bovendien), maar trop is te veel zouden wij toch zeggen. Al is het natuurlijk nog altijd beter dan een grot vol afbeeldingen van Dries Van Langenhove (ja, we volgen Terzake en De Afspraak op I-pad). Tenzij het de grot van Ali Baba zou betreffen en DVL de code Sesam open u zou onthouden worden, dan waren we van dat belachelijk ventje ineens vanaf. Het is toch onvoorstelbaar dat zo iemand her en der een politiek talent wordt genoemd? Maar laat ons bij brave Birmaanse boeddhisten blijven. Op de terugweg maken we nog een stop aan een sfeervol klooster waar binnen een monnik rondjes loopt te murmelen en buiten iets van een Indiana Jones-sfeer kan aangetroffen worden.
Daarna eten we vroeg een kippenbil in een aan Fransen behorende bistro in Nyaungshwe en begeven we ons naar een puppet theatre in de buurt. Want dat is een Birmaanse traditie, en deze puppet master oefent dit vak al meer dan 25 jaar uit. Maar veel volk is er niet, we zijn met zes man (waaronder twee Engelsen, waarmee we over de brexit praten die naar zij hopen teruggedraaid zal worden - het zijn remainers - en ook over het relatief geringe aantal toeristen in Myanmar, ook volgens hen te wijten aan het Rohingya issue, dat in Engeland logisch veel meer aandacht krijgt dan bij ons). Het is zwaar werk hoor, zon poppenspel, onze man is na een half uur bekaf. Maar het is een sympathieke 47-jarige, die zich afvraagt of de traditie nog lang zal voortgezet worden (zijn zoon helpt wel, maar is universitair en allicht iets anders van plan). Zijn grootvader speelde nog voor koningen, nu komen er enkel enige goed ingelichte toeristen op af. Want de jonge Birmaan kijkt TV en op zijn of haar smartphone, wat had je gedacht. Yes, thats the global village for you.
Stop 6 op deze oneindige dag is maar een korte: een blitzbezoek aan een fabriekje waar ze metalen sieraden maken, meer bepaald o.a de nekkragen die de frivole dames op foto 2 dragen. Blijkt een historische reden te hebben, want de kragen werden oorspronkelijk gedragen door vrouwen uit de naburige Kayin-staat om zich te beschermen tegen aanvallen van tijgers, die graag op de weke mensenhals insprongen. Die dieren zijn hier helaas al lang uitgestorven en niet alleen in Birma, maar toch leuk om weten, al blijft onze vraag waarom de vrouwen die nekhuls NU dan nog dragen onbeantwoord (ze verstaan de vraag niet). Hun verre verwanten, de katten, huizen nog wel in het Jumping Cat Monastery, zo genoemd naar het verleden, toen men hier katten had afgericht om door een hoepel te springen - ja, een boeddhistische monnik stelt ook prijs op een verzetje. Hun nazaten zijn minder actief. Als ze al lopen is het loom en eerder rollen ze zich in een bolletje en slapen de slaap der onschuldigen, ook als je een I-pad pal boven hun kop houdt. Toch een interessant klooster in een zeer mooie natuuromgeving, waar je ook een levenscyclus van de boeddha vindt afgebeeld. Onze foto geeft goed aan hoe heilig de olifant als dier in Birma wel is - als boeddhas moeder er al van droomde. Daar hadden de Britten in de koloniale periode allemaal geen oog voor: niet alleen weigerden die hun schoenen uit te doen als ze in een tempel of klooster binnenkwamen, maar bovendien lieten ze na de witte olifant van de laatste koning van Birma, die gestorven was (de olifant, niet de afgezette koning), een rituele begrafenis te geven. Ze gooiden het dier achteloos in een put, wat hen op een guerrilla van 10 jaar kwam te staan want met olifanten sol je niet in Myanmar. Overigens vinden wij dit klooster eigenlijk veel weg hebben van een moskee. Mensen zitten er gezellig op de grond te kletsen en thee te drinken en een woud van zuilen vult het houten gebouw - lijkt wel een plebejische versie van Cordoba, zij het zonder katholieke kathedraal erbinnenin. Had de islam invloed op het boeddhisme of was het omgekeerd? Of allebei? Leg dat eens uit, Guy! Deze 7de stop was de laatste, door immer fotogenieke waterwegen komen we uiteindelijk terug in Nyaungshwe terecht. En in ons fantastisch paaldorphotel dus, waar we tussen 4 en 6 nog een wijl van ons balkon kunnen genieten. Om vervolgens ten tweede male van een werkelijk succulent diner te genieten. Gisteren een fusion menu, zo creatief! Vandaag o.a een gefermenteerde mosterdsoep, wie heeft daar ooit van gehoord? Maar lekker, nou, die van de Michelinsterren moeten hier eens langs komen. Wat trouwens ook geldt voor de wijn, die zowaar van lokale oorsprong is. Naar de ober vertelt liggen hier twee wijngaarden vlak in de buurt - allebei overigens Duits bezit. Welwel.
Langs de grote poort komen we het eigenlijke waterdorp Inthein binnen, goed voor stop 5, een lange. Want het is wel even wandelen onder een lange luifel naar de Shwe Inn Tein Pagodas die begonnen werden in de 11de eeuw en steeds verder werden uitgebreid, tot het respectabele aantal van 1054 stupas werd bereikt. Er blijkt in het hoofdgebouw wel weer een misogyne boeddha te huizen, maar laat dat de pret niet drukken: dit stupawoud is een prachtige site, en als je er zelf gaat tussenstaan ben je niet meer dan een dwerg. Sommige stupas zijn verweerd en nodig aan restauratie toe, men wacht op milde sponsors (we zien dat vooral Duitsers hun best hebben gedaan, want als je een stupa adopteert krijg je een plakkaatje als beloning). Hoe dan ook, dit al dan niet vergulde bos is onvergetelijk. Bij het buitenkomen maakt een boeddhistisch joch aanstalten graag door The Passenger te worden geadopteerd - tot groot jolijt van zijn moeder, die uiteindelijk toch besluit hem zelf bij te houden. En wij terug riviervaarts, waar onze schipper geduldig is blijven wachten en altijd onmiddellijk herkenbaar is in zijn rood-gele outfit.
MYANMAR / INLE LAKE (3): markt, weverij, sigarenfabriek
Onze eerste dagexcursie vangt al om 8 hr aan, en zal ons tot 4 hr pm bezig houden. Ons hotel heeft een brave bootsman voor ons geregeld, hij ziet er met zijn gele pofbroek een beetje uit als Kid Creole van The Cocunuts, maar dat is de nationale Shan-klederdracht. Wij zijn aanvankelijk goed aangepelsd, met trui en windjekker, want in de vroege ochtend is het bepaald fris in de Inle Lake-area, zeker op het water want je vangt behoorlijk wat wind op zon long boat. Vanaf de latere voormiddag is het evengoed 27 graden, zoals we al twee weken gewoon zijn. Hoe vroeg het ook mag zijn, er is toch al beweging op het water, en stop 1, na een uur varen, is een bijzonder matige Pagoda, waar wij meer oog hebben voor de va et vient aan en omtrent de Pagoda dan voor het heiligdom zelf. Stop 2 is interessanter: de markt van Inthein. Altijd een kleurrijk gebeuren, maar de souvenirstalletjes bieden enkel boeddhabrol, en hoe goed haar weegschalen ook geijkt zijn, een stuk vlees gaan we van moeder Shan toch ook niet kopen. Nee, de setting zegt ons meer: al die boten in een pristine neighbourhood, t is pittoresk in het kwadraat. We lopen hier overigens wel een aantal Amerikanen tegen het lijf, ja, op de markt komt alleman. Dan meert onze schipper, stop 3, aan bij een mooi paalgebouw, dat een weverij blijkt te zijn. Iets ouderwetser dan Picanol, maar kom. Ja chouke, jij bent dan wel niet Miss Myanmar, maar toch goed bezig hoor! We krijgen uitleg (al verstaan we van dit raar uitgesproken Engels maar weinig), en leren dat hier vooral geweven wordt uit lotusdraad - product uit de stengel van de lotusbloem, die op het Inle Lake groeit. Tot onze verbazing blijken geweven stoffen uit lotusdraad 7 keer duurder te zijn dan uit zijde, en nog veel meer keer duurder dan uit katoen. Het komt omdat de lotusbloem enkel in het droge seizoen kan geplukt worden, en ja, een truitje van 850 usd, t is niet niks, je kan er welhaast heel Myanmar mee opkopen. Stop 4 zet ons af bij een sigarenfabriek, waar de sigaren (die je ook veel door vrouwen ziet roken) met de hand gerold worden, zoals dat hoort. En vervolgens in tal van exotische smaken worden aangeboden. Wij kopen voor 10000 kvyat een doosje met bananensmaak, we zullen er terug in België een paar aan Eric & Dre tracteren, dan weten die ook eens hoe goed het leven in Myanmar is.
In de lobby van ons hotel een mooi fotoboek aangetroffen van een lokale fotograaf. Dit zou ons dus te wachten moeten staan de komende 3 dagen bij wijze van Myanmar-finale. Ja, de Shanstreek is qua natuur heel wat mooier dan de rest van Birma (ze grenst langs de oostkant aan de Yunnan-provincie van China) en op het water kunnen de locals even goed uit de voeten met hun....euh voeten als met de rest van lijf en leden. Bootraces zijn er deze periode weliswaar niet, jammer, hoe is het mogelijk dat je al dat volk op een long boat krijgt. En dan zijn er natuurlijk de talloze etnieen die op de vele markten van de streek (floating of gewone) hun waren komen slijten. Folklore galore. Inclusief sigarenrokende omas, laat ze maar komen!
Vanmorgen een verrassing. Wij zijn bijtijds op de luchthaven van Bagan, waar men ons ticket naar Heho wenst te zien. Hierzie. Dat ticketnummer blijkt echter onbekend in de systemen, wat nu. Iemand kan iets beter Engels, kan je niet bellen of mailen naar je reisagent? Nee, madam, het is weekend en bovendien nacht in België. Tja.... The Passenger wil deze vlucht naar het merengebied toch echt wel hebben, dus de volgende vraag is: kan ik ter plekke een nieuw ticket kopen? Dat kan zeker, de vlucht is niet vol. Maar buitenlanders mogen niet met kvyat betalen, wel met USD. Die hebben we niet. Credit card dan? Ja, dat wel, het is 83 usd. We mogen zelf op hun computer spelen, maar nu moeten we wel online betalen - gelukkig hebben we ons netbankingkastje bij, en dat gaat goed. Er komen tal van Birmanen bewonderend toekijken, die hebben blijkbaar nog nooit een netbankingkastje gezien. The Passenger moderniseert Myanmar!
Afgezien van een mail naar de reisorganisatie hebben we vandaag nog een halve dag om wat rond te lopen en te luieren in Nyaung Shwe, de noordelijke poort van het behoorlijk grote Inle Lake. De echte activiteiten zijn voor de volgende 3 dagen. Nyaung Shwe is weer zon plaatsje van niks, waar de mensen zich blijkens de foto nog wassen in de rivier, samen met hun kleren. Veel kanalen inderdaad, al zouden we niet zo ver willen gaan Nyaung Shwe het Venetië van Myanmar te noemen. Ons hotel is wel weer prima, vooral de bungalowkamers achter het hoofdgebouw zijn dotjes, onze nummer is 201, met sunset achterbalkon. En het restaurant schijnt het beste van het dorp te zijn - trouwens ook een mooie zit. Er is in Nyaung Shwe een Cultural Museum, maar veel is daar niet te zien - ze moeten het zelf beseffen, want het kost maar 2000 kvyat, anderhalve euro, wat nog altijd 10 keer meer is dan voor een autochtoon. Hoe liepen die oude Shan-koningen en koninginnen er toch bij! De Shan zijn nog steeds een belangrijke minderheid in het etnische lappendeken dat Myanmar is, en tijdens de Britse periode konden zij het goed vinden met de overheersers - sterker: een zekere Inge Sargent werd zelf een Shan prinses, en schreef daar een boek over. In 1947 vonden de onafhankelijkheidsgesprekken onder leiding van generaal Aung Sang (de vader van de huidige leider Aung San Suu Kyi) overigens onder andere hier plaats. Voor de rest kan je hier een heel oud houten klooster vinden, waar jonge boeddhistische monniken onderricht krijgen, en vanzelfsprekend enkele pagodas, maar niemand komt naar deze streek om pagodas te zien. Dat er hier enkele zeer goede hotels te vinden zijn heeft eerder alles te maken met de talloze pittoreske waterwegen, die via zogeheten long boats kunnen bedwongen worden. Gaan wij 2 van de 3 dagen dat we hier zijn doen, dat wordt beslist ouderwets genieten.
Nog even lopen we in het niet ongezellig rommeltje van Mount Popa village rond, maar dan laten we ons terug naar Bagan rijden, want het Golden Palace, amper een kwartiertje te voet van ons hotel, hadden we nog niet bezocht dus we ontslaan onze taximan hier voor bewezen diensten. Eigenlijk hadden we er stevig aan getwijfeld of we het wel moesten bezoeken, want deze uit 2008 daterende reconstructie van het paleis van de eerste koning van Bagan (King Anawrahta, regeerde van 1044 tot 1077 en bracht het boeddhisme naar Bagan) is niet bepaald een historisch exacte replica, volgens verbolgen Westerse archeologen. Eerder is het een teken van de disneyficatie die Bagan bedreigt, het protserig paleis is s avonds ook hel verlicht, wat we elke avond vanop het balkon van onze hotelkamer kunnen zien. Maar kom, voor de prijs moet je het in Myanmar nooit laten, een museum of paleis kost nooit meer dan 5000 kvyat, al moet je voor heel de archeologische tempelsite van Bagan wel 25000 kvyat ophoesten, maar die kaart blijft 3 dagen geldig en telt voor 3000 tempels. Al bij al toch leuk hier drie kwartier rond te lopen in het pittoreske strijklicht, temeer de eermalige prinses aanwezig is, waarmee we bijgevolg uiteraard op de foto moeten al zijn we er zelf absoluut niet op gekleed (je kan de klederdracht van toen inderdaad huren, de militairen die in 2008 nog alles voor het zeggen hadden, hebben aan alles gedacht voor dit toeristisch prestigeproject). Goed, tijd om afscheid te nemen van onze boeddhistische vrienden van Bagan. Effectief een plek die je niet mag overslagen in Myanmar. Tevens afscheid van het Aye Yar River View Resort, een puik hotel met lekker eten (nooit duurder dan 20 usd), gerieflijke kamers-met-balkon, schattige bediening (excuse me sir, is the food okay hebben ze alemaal van buiten geleerd, maar verdere conversatie heeft weinig zin tenzij je Birmaanskundig bent) en een prachtig zwembad + sky bar. Ja, ze doen er in Myanmar alles aan om bij de mensen te komen. Maar bon, t zal om en nabij Inle Lake, onze laatste Birma-etappe, ook wel in orde zijn, schatten wij.
Vandaag, onze laatste dag in Bagan, gaan we naar het platteland. Nee, niet met de ossewagen, met een taxi. Rare pricesetting wel: de meisjes van de hotelreceptie spraken eerst van 80 usd, wat in kvyat omgerekend afwisselend 90000 of zelfs 128000 snaren zou zijn. Hier klopt iets niet. Later komt de manager, die iets beter Engels spreekt, ons fier zeggen dat hij een taximan voor 45000 kvyat heeft geregeld. Dat lijkt er al beter op, 30 usd voor een rit van tweemaal een dik uur + 2 uur wachten, dat lijkt ons wel marktconform. Mount Popa is, van ver bekeken, de Olympusberg van Myanmar. De eigenlijke top is de krater van een uitgestorven vulkaan, die 250000 jaar geleden voor het laatst uitbarstte. Er is echter, boven het dorp, een verticale uitstulping waar bovenop een Nat-schrijn staat, dat je via 777 trappen kan bereiken. Allez vooruit, aan een kabelbaan denkt hier niemand. Onderweg beziens genoeg: shops galore en heel veel stinkende apen, waarvan een exemplaar zelfs ons flesje water uit onze handen tracht te stelen, maar die vlieger gaat niet op, wij meppen gedecideerd met onze I-pad op zn kop, dat heeft zon beest nog nooit meegemaakt. Nats zijn boeddhistische heiligen, 37 stuks zijn hier verzameld. Er lopen rare kwasten tussen, zoals de sympathieke patroonheilige van de zatlappen en eentje die verdacht veel op kolonel Khadaffi lijkt. Beter goed staan met hem, hij belet de giftige slangen in je huis te komen. Heel deze site is zo naïef als wat - maar druk bezocht, weliswaar vooral door locals (we ontwaren toch twee Engelsen en 1 Française) die hier graag in familieverband naartoe komen, ook voor het spectaculaire panorama. Vanzelfsprekend worden we door diverse autochtonen weer gesommeerd mee op de foto te gaan en draaien we de rollen daarna om. Kom hier smalle, wij zijn vrienden. Er wordt in dit schrijn ook veel gekeerd (om de trappen te zuiveren van monkey poop, de vegers vragen beleefd een donation for sweeping, dat hebben ze allemaal van buiten geleerd), en gezellig getafeld bij het leven. Maar he, wat zien we op de laatste foto? Deze site leeft van giften allerhande (al staat er geen enkele deftige pagoda op), en wie staat op nummer 20? Donald Trump, anno 2015, 25000 kvyat, oftewel 15 usd. Gierigaard! Zelfs geen muur wil die kerel zelf betalen.
Mooie dagen, zingt Johan Verminnen op onze spotify playlist. En rustige dagen. Zeker vandaag, want we hebben overdag geen klap uitgevoerd, behalve tussen 10 en 4 in & om het hotelzwembad doorgebracht, met River of smoke van Amitav Ghosh binnen handbereik. Daarna is het tijd voor een sunset cruise, de zon gaat in dit seizoen om half zes onder. Er is niets opzienbarends te zien en het is allemaal niet zo van de wereld als de pentekening van foto 1 suggereert, maar rustgevend is het allemaal ten zeerste en ons vaartuig is toch ook zeewaardig. Af en toe komt er een grote boot (die Bagan met Mandalay verbindt) voorbij, meestal enkel andere mosselschuiten met zonsondergangbeschouwers. Niets kan hier onze rust verstoren - behalve op het einde als we weer afstappen en zo druk met de bootsman in gesprek zijn dat we niet merken dat we in drijfzand stappen. Lap, schoeisel een halve meter de slijkbodem in en voeten en benen vol modder. Enfin, niets dat een extra douche niet zou kunnen verhelpen en gelukkig hadden we toch maar de strandsletsen van ons hotel aan.
Ballonvaren is in het goedkope Myanmar, waar bv een pakje sigaretten een halve euro kost, even duur als waar ook ter wereld, ttz usd 350/persoon. Dat komt door het dure materiaal, maar ook omdat de business in handen is van buitenlanders die van wanten weten. Het oudste bedrijf waar wij mee varen is Australisch eigendom, net als onze piloot, de enig vrouwelijke van het lot, Kinsey heet ze. Geeft veel vertrouwen, want in Australië moet je zomaar eventjes 500 vlieguren achter de kiezen hebben om een officieel brevet te krijgen - het is zo streng sinds bij een ongeluk in Alice Springs lang geleden 13 mensen de dood vonden. Dit is onze 3de ballonvaart, na Namibië 1999 en Egypte 2004. Die laatste was dan wel de koddigste (waarbij een half dorp aan de touwen ging hangen bij de landing om de ballon te beletten terug op te stijgen), maar deze is net zo professioneel als ons debuut boven de Namib-woestijn. Er zijn tegenwoordig 3 maatschappijen actief; de meest recente, Golden Eagle, is wel Birmaans eigendom, van een kolonel godbetert. Maar Birmaanse piloten bestaan niet, dat zijn allemaal goed opgeleide Engelsen of Australiërs. Ballonvaren is heel rustgevend, maar zon ding opgepompt krijgen, dat duurt wel even. En eer die dikke Amerikaanse in de mand is gehesen duurt welhaast nog langer. Ja, alle ballons zitten vol, ondanks het feit dat er niet echt superveel volk rondhost in Bagan dezer dagen (komt volgens Kinsey door het Rohingya-issue). In ieder geval 45 minuten genoten, hou ons tegen of we gaan bij zonsondergang nog eens (maar zonsopgang is populairder, betere thermiek ook). Debriefing met champagne, thats the style. En daarna echt gaan ontbijten, want om 9 uur zijn we alweer terug in het hotel.
De beste tempel van Greater Bagan? Zoek niet verder, t is de Shwezigon Paya. Heeft alles te bieden: elegantie, goud, oude inserts die nog naar het hindoeïsme verwijzen, een levensverhaal van de boeddha als sculptuur boven een poort en een joekel van een liggende boeddha. Hier is dan ook veel volk, in tegenstelling tot aan al die rustige plattelandsstupas. En religieus volk ook. Blijft toch raar hoe volwassen mensen in al die onzin kunnen geloven - of het nu boeddhisme, islam of christendom is. Zelf geloofden wij toen we 6 waren al niet meer in Sinterklaas, maar we hielden slim de schijn op om onze ma & pa te plezieren - en omwille van de cadeautjes natuurlijk. Enfin goed, alst maar gezellig is. We nemen afscheid van Ku Ku en begeven ons iets later naar de sky bar van ons hotel. Dat kijkt uit over de Ayeyarwaddy rivier en serveert net voor de zonsondergang happy hour-drinks. Ach, de zonsondergang aan de U-Bein bridge in Mandalay was uiteraard spectaculairder, maar kom, laat ons niet zeuren. Morgen misschien eens gaan varen? T Zou kunnen, maar eerst wacht alleszins onze ballonvaart, om half zes komen ze ons halen. Schol!
Met de brommer naar de markt van Nyaung U? Nee, dat kan niet, want Ku Ku waakt en staat ons met zijn tuk tuk al op te wachten als we het hotel buitenkomen. Nou goed, hij mag gerust ten tweede male 30000 kvyat (= 18 euro) van ons verdienen om ons meer dan 5 uur rond te rijden, ditmaal in Greater Bagan. Leuke markt toch wel, aan groenten en fruit heeft dit landbouwland echt geen gebrek. Kom, we doen nog wat tempels, nu wat verder van Old Bagan. Ja, handel wordt er wel overal gedreven, en we hebben al lang spijt dat we George Orwell & Amitav Ghosh in België gekocht hebben, want diverse boekenstandjesverkopers zouden ons maar wat graag hun Birmaanse werken verkopen, en vast stukken goedkoper dan ten onzent. Helaas, we hebben die boeken al, afgezien van Ghoshs The glass Palace, dat zich in Mandalay afspeelt, maar we zullen het maar bij s mans Ibis-trilogie houden. Wel sympathiek dat er ook aan de eekhoorns wordt gedacht: voor hen, cfr foto 10, wordt een opengesneden kokosnoot in de vork van een boomstam bevestigd en ja hoor, das smullen. Geen klachten van de tempels vandaag, het moet niet altijd spectaculair zijn, vredig in het landschap opgesteld is ook in orde. Sommigen zijn trouwens heel fijn afgewerkt, en in eentje ontwaren we zowaar een boeddha met gelakte nagels. We hebben je wel herkend, Jani Kazaltzis.
MYANMAR / BAGAN (2) : Old Bagan, Archeologisch Museum
In Old Bagan zijn ook enkele musea, maar al die lakwaren interesseren ons niet, laat staan dat we er iets zouden willen kopen. Het achter een fraaie tuin met fontein gelegen Archeologisch Museum dan maar, dat natuurlijk weer vol staat met boeddhas, ruim bemeten is, en ook enige verrassingen herbergt. Zoals 55 verschillende haartooien voor vrouwen, zijn we hier bij de kapper misschien? Het grote koninklijk paleis bestaat overigens enkel nog op maquette, het is allang ten prooi gevallen aan de vele aardbevingen die Myanmar teisteren (de laatste grote dateren van 1975 en, heel recent, 2016). Kom, we gooien er nog wat tempels tegenaan, ze zijn toch allemaal enigszins anders. Een verkoopster weet ons uiteindelijk te strikken, temeer ze handig dubbelt als gidse in een van de tempels en beter Engels spreekt dan de meeste Birmanen (het schrijven lukt hen meestal beter dan het spreken, t komt er doorgaans echt heel raar en dus onbegrijpelijk uit, wat niet het geval is bij de schaarse Franskundigen). Ok chouke, maar dan moet je wel op de foto. Ach, ze zijn zo lief meneer. Net als de hondjes, al ziet die kleinste op de laatste foto er toch een beetje vals uit.
Ja, tempels, wat moet een mens er nog van zeggen? Pittoresk zijn ze allemaal, en onze voeten zijn al aardig verweerd van al dat blootsvoets rond pikkelen. Wat heeft de boeddha toch tegen schoeisel, je hoed mag je dan weer wel ophouden (we zijn overigens aardig verguld met ons nieuwe en opvouwbare exemplaar, hier gekocht, echt zoiets waar je heel de Mekong kan mee afvaren). Merkwaardig is wel dat dubbele boeddhabeeld - komt normaal niet voor. De reden is dat een wreedaardige koning van de 11de eeuw zijn vader en broer liet wurgen om zelf de macht te kunnen grijpen, en dat kleine vergrijp later trachtte goed te maken door van beiden een boeddha-afbeelding in een heel grote tempel te laten maken. Mmm, volgens ons zal hij zijn volgende leven toch als kikker of rat hebben moeten doorbrengen. Sommige tempels zijn in restauratie vanwege de laatste aardbeving, maar in het algemeen mag toch gezegd worden dat Old Bagan er nog heel patent uit ziet, het zegt wel wat over de stevige bouwtrant van vroeger (als ze hun stenen niet goed voegden liet die wreedaardige koning van hierboven zijn werklui overigens de armen afhakken; een beetje motivatie helpt altijd). Maar kom, we zijn welhaast tempeldronken geworden (zo zien we er op de voorlaatste foto ook wel uit) - naar huis nu, Ku Ku! Meer bepaald naar het zwembad van ons hotel, en naar een babbeltje met een van de superonderdanige hotelkoelies. Het is niet voor de eerste keer dat we het merken: België staat niet meer bekend voor chocola of bier, maar voor ...voetbal, ook de Birmaanse harten hebben we veroverd in Rusland. Al kennen de Birmanen ons het best van de Premier League, die ook hier op TV uitgezonden wordt. En hun favoriet is steeds dezelfde: Lukaku! We menen het te begrijpen: die Birmanen zijn bijna allemaal kleine tengere jongens, en dan zon beer op een plein, dat maakt indruk. Zodus, als het blijft tegenvallen bij Manchester United, wacht Romelu vast een lucratieve carrière als de zwarte boeddha van Myanmar.