De basisbeweging wordt uitgevoerd door het racket naar achter te brengen, vervolgens het racket te laten zakken en in een opwaartse beweging over de andere schouder te zwaaien. Deze hele beweging heeft de vorm van een lus. In het geval van een rechtshandige speler wordt hierbij de linkerschouder en linkerarm (balansarm) naar het net toe gedraaid en wordt het gewicht voorwaarts op de linker voet gezet. Indien men linkshandig is zal de rechterschouder, rechterarm en rechtervoet in de richting van het net staan.
Backhand
De basisbeweging van de dubbelhandige backhand wordt uitgevoerd door het racket naar achter te brengen, en vervolgens van laag naar hoog naar voren te zwaaien en te eindigen over de schouder. De dubbelhandige backhand kan geslagen worden uit een open stand, en uit een rechte of gesloten stand.
De basisbeweging van de enkelhandige backhand wordt uitgevoerd door het racket naar achter te brengen, daarbij vasthoudend bij het hart met de andere hand en vervolgens van laag naar hoog te zwaaien. Het is belangrijk dat de balanshand, de linkerhand als je rechts bent, naar achter gaat als de rechterarm naar voren zwaait. In tegenstelling tot de dubbelhandige backhand zwaai je bij een enkelhandige backhand niet door over je schouder. De enkelhandige backhand is namelijk geen zwaai, maar een uitstrekking.
Volley
Slag van de bal die niet heeft gestuit, kan zowel met de forehand als met de backhand in principe met een korte beweging gespeeld vanaf een positie bij het net, je gebruikt deze slag als je aan het net staat.
Het speelveld wordt in twee helften verdeeld door een net, dat in het midden standaard 91.4 cm hoog is en aan de zijkanten 107 cm. Elk van de twee speelhelften is verdeeld in drie vlakken: een achtervlak, en twee voorvlakken (service vakken). De lijn tussen de twee helften heet de middellijn en de achterste lijn heet de basislijn (engelse benaming: baseline) Het veld en de diverse vakken worden gescheiden door witte lijnen, die gelden als onderdeel van het speelveld. Een geslagen bal die buiten het veldkader van de tegenstander geslagen wordt (dwz. zelfs de lijn niet meer raakt) is 'uit' en levert de tegenstander een punt op. In het enkelspel wordt het veldkader begrensd door de binnenste zijlijnen. In het dubbelspel worden de buitenste zijlijnen gebruikt. (Beide zijlijnen worden samen ook wel de 'tramrails' genoemd.)