Teaching English in Thailand
Inhoud blog
  • Zaterdag 12 juni 2010
  • Vrijdag 11 juni 2010
  • Donderdag 10 juni 2010
  • Woensdag 9 juni 2010
  • Dinsdag 8 juni 2010
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Dagboek van zes weken vrijwilligerswerk in een Thaïse school
    02-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woensdag 2 juni 2010
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mr. Sumeth – of eerder zijn vrouw, vermoed ik – zorgt deze week voor mijn ontbijt. Hij heeft een picknickmandje mee met rijst, varkensbrochetjes en twee verschillende gerechten in plastic zakjes.

    Zoals gisteren afgesproken geef ik de hele dag les aan Mathayom 3/1. Ik wissel de “verplichte” oefeningetjes af met meer interactieve gedeeltes. Zo moeten ze bijvoorbeeld in teams zoveel mogelijk vragen stellen over wat ik in het weekend heb gedaan. Het is een goeie klas, aangenaam om mee te werken. Af en toe komt Mr. Suwan mij assisteren. Dat is handig wanneer er iets vertaald moet worden maar ook vervelend omdat hij bijna uitsluitend Thais spreekt tegen de leerlingen. Hij weet veel en vertelt er graag over. Eigenlijk is het alsof hij leraar cultuur of algemene opvoeding is, niet leraar Engels. En nochtans kent hij wel Engels, ’t is spijtig.

    ’s Middags belt Lek me om te gaan eten. ’t Is maar tweehonderd meter verder, recht tegenover het ziekenhuis van Buached. Het “restaurant” is een kraampje in het zand onder een strooien dak tussen de bomen met daarrond wat picknicktafeltjes en vier grote lage vierkante tafels om op te zitten. We zijn met z’n zessen (vier mannen en twee vrouwen) en gaan op een van de tafels zitten. De som-tam is lekker maar ongelooflijk pikant. Mijn tong brandt en m’n neus begint ervan te lopen. Gelukkig zijn er de kleefrijst en de stukken kip om een beetje te neutraliseren.

    In de namiddag gaan de lessen aan Mathayom 3/1 verder. De leerlingen hebben vanmorgen een tekstje geschreven over zichzelf (naam, leeftijd, beroep van ouders, favoriete eten en drinken, enz.) en nu wil ik ze individueel hun tekstjes laten voorlezen. Er is uiteraard geen enkele vrijwilliger maar dat wordt totaal anders wanneer ik hen weer in teams indeel en uitleg dat ze een punt voor hun team kunnen verdienen door hun tekstje aan mij voor te lezen. Nu zijn er plots kandidaten genoeg J. Tip voor mijn opvolgers: probeer van alles een wedstrijdje te maken.

    Voor de naschoolse English Club komt er niemand opdagen. Alweer een gevolg van dat kl*** projectwerk! Maar dat betekent wel dat ik nu de tijd heb om naar de “grote” woensdagmarkt in Buached te gaan. Ik koop er een CD waarop Chimi Chimi staat en … een portie geroosterde sprinkhanen!

    Daarna help ik Anyarin, Jay, At en Rungtip een beetje bij het klaarmaken van het avondeten. Op het menu staan alweer som-tam en tom-yam – je raadt het al: goed voor de lijn! – maar ik ben het nog niet beu gegeten. Vooral som-tam vind ik arroy. De papaya voor de som-tam plukken we uit een boom naast het huis. Jay maakt voor zichzelf een speciale versie som-tam klaar (“Lao style”) met toevoeging van een soort gefermenteerde brij van visafval (plaa raa). De inhoud van de bokaal ruikt naar rotte vis. Ik proef wel van het eindresultaat maar ’t is echt niet mijn ding.

    Later, nadat Inge heeft gebeld, heb ik opnieuw “vergadering” met Mr. Lek en Mr. Tree. Deze keer heb ik zelf ook wat blikjes bier gekocht, plus een cola voor Ms. Nyang die er ook bij komt zitten.

    02-06-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    01-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dinsdag 1 juni 2010
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vandaag starten ze in Buached Wittaya met twee weken van “project work”. Ze hadden het me vorige week al gezegd maar ‘t is me nog steeds niet duidelijk wat nu eigenlijk de bedoeling is. De leerkrachten die zeggen te weten waarover het gaat kunnen het me niet uitleggen en dan zijn er anderen zoals Mr. Sumeth die er gewoon voor uitkomen dat ze het eigenlijk ook niet weten. Ik ben er alleszins niet gerust in want de klassen, die eigenlijk al veel te groot zijn, worden nu ook nog eens samengezet per jaar (Mathayom). Elke Mathayom heeft telkens twee achtereenvolgende dagen projectwerk voor een bepaald vak: Thai, Social Studies, English, Computer enz. Voor Engels is eerst Mathayom 3 aan de beurt, de volgende twee dagen Mathayom 4 enzovoort. Vandaag en morgen zullen alle leerkrachten Engels zich dus tegelijk bezighouden met de meer dan 200 leerlingen van Mathayom 3.

    In de voormiddag wordt er uitleg gegeven over “project work”. Dat gebeurt in het Thais, dus kan ik hier niks komen doen. Dit is het geschikte ogenblik om te doen wat ik nu al de hele tijd voor me uit heb geschoven: naar de kapper gaan! Ik wilde de dag van mijn vertrek uit België nog m’n haar laten knippen maar had er geen rekening mee gehouden dat op zaterdag 1 mei alles gesloten was. Het is dus hoogtijd. Buached is maar een zakdoek groot maar vreemd genoeg heb ik toch al minstens vier kapperszaken gezien. Ik denk dat ze kunnen overleven dankzij de strenge schoolregels qua haarsnit: na iedere controle in Buached Wittaya zijn er weer een paar tientallen leerlingen die eens bij de kapper moeten passeren ;-). Mr. Suwan brengt me met z’n scooter naar een kapper in het dorpje en ik stap naar binnen met lood in de schoenen. ‘k Heb Mr. Suwan vooraf op het hart gedrukt dat er niet teveel van af mag en dat het in dezelfde stijl moet blijven. Ik wil niet met een Thais broskopke weer buiten stappen. Het resultaat valt uiteindelijk nog mee vind ik, en voor de prijs moet je ’t ook niet laten: 40 Baht. Bij Cleos in Kortrijk betaal ik doorgaans iets meer.

    Ondertussen zijn ze op het English Department nog steeds bezig met de uitleg over projectwerk, in het Thais. Ze hebben wel de groep in twee verdeeld maar dat zijn nog altijd meer dan 100 leerlingen per groep. Dit wordt een verloren dag voor mij. Mrs. Surin vraagt me wel om tussendoor een oefening te doen met de leerlingen over antonyms: het tegenovergestelde van “happy” is “sad”, enzovoort. Ik werk de lijst van een stuk of honderd antonyms af maar ‘k heb er weinig voldoening van. De groep leerlingen en de niveauverschillen zijn veel te groot, er is nauwelijks interactie mogelijk en er is niemand die op een vraag durft te antwoorden.

    ’s Middags eten we weer in de leraarskamer. Doordat alle leerkrachten nu hetzelfde uurrooster hebben eten we allemaal samen. Ze zetten een kookplaat midden op tafel met daarop een kom water waarin groenten, varkensvlees en doorschijnende noedels worden gekookt. Met een rode pikante saus breng je het dan individueel op smaak. ’t Is vergelijkbaar met de “Djengis Khan barbecue” die ik al twee keer heb gegeten, maar dan zonder de barbecue. Mrs. Jintana zit precies een beetje verveeld met het feit dat ik ’s avonds zelf voor m’n eten moet zorgen – ik logeer immers niet bij een gastgezin zoals mijn voorgangers – en biedt aan mij geld te geven om eten te kopen. ’t Is vriendelijk van haar maar ik bedank natuurlijk. Mijn avondeten kost hier geen fortuinen, meestal ga ik bij mijn vriendinnekes eten en dan breng ik fruit mee (rambutan, dourian, mangkut, longkon, watermeloen, …). Trouwens, ik zit al in m’n voorlaatste week.

    Na de lunch breng ik nog snel m’n was naar het wassalon en ga dan weer naar het grote leslokaal om te zien of ik iets kan doen. Mrs. Jintana is nog altijd uitleg aan ’t geven. Er zijn een stuk of zeven leerkrachten Engels maar er kan er maar eentje tegelijk de leerlingen toespreken. De anderen zitten er gewoon maar bij, met hun vingers te draaien. Echt zonde! Mrs. Jintana vraagt me om nog eens de oefening van vanochtend te doen maar dan met de andere groep. Het is opnieuw een saaie bedoening, zowel voor de leerlingen als voor mezelf. Probeer maar eens wat interactie te creëren met een groep van boven de honderd leerlingen die zelfs in een kleinere groep al te verlegen zijn om luidop te spreken. En als ik een vraag stel is Mr. Suwan meestal de eerste om het antwoord te roepen! Na mijn verplicht nummertje ga ik dan maar naar de leraarskamer. Onderweg zie ik dat een aantal leerlingen zich hebben verstopt in de klassen. Het is niet moeilijk om er vanonder te muizen met zo’n bende.

    Tussendoor ga ik een ice coffee halen op de markt. Ik koop er ook voor Pu en voor Anyarin, en ga bij hen langs om de koffie te brengen en een praatje te maken. Ik zie dat het projectwerk voor Informatica (Pu) en voor Wiskunde (Anyarin) per klas gebeurt, niet en masse zoals voor Engels. De klas van Mrs. Anyarin is sudoku’s aan het oplossen. Het samengooien van alle klassen is dus blijkbaar een – volgens mij verkeerde – beslissing van het English Department.

    Nog een nadeel van het “project work” is dat de lessen Engels voor leerkrachten worden afgeschaft, want ze moeten na schooltijd nog vergaderen om de volgende dag voor te bereiden. Ik laat Mrs. Jintana toch even weten dat ik me niet echt nuttig voel en probeer haar ook zo voorzichtig mogelijk duidelijk te maken dat ik het niet zo’n goed idee vind om alle klassen samen te zetten. Ik zou net het omgekeerde doen: opsplitsen in kleinere groepjes.

    Door het wegvallen van de extra les heb ik nu wel tijd om uitgebreid te gaan joggen en fitnessen. Terwijl ik rondjes aan ’t lopen ben rond het voetbalveld komt Mrs. Surin met haar scooter aangereden. Ze was naar me op zoek. Mijn klachten over de manier van werken hebben toch iets uitgehaald want de leerkrachten Engels hebben in hun vergadering beslist het programma lichtjes te wijzigen: ik krijg morgen de hele dag Mathayom 3/1 onder mijn hoede (de beste klas van het derde middelbaar), daarna twee dagen Mathayom 4/1 (de beste klas van het vierde middelbaar) enzovoort. Met de rest van de leerlingen gaan ze wel in massa blijven werken, omdat ze het belangrijk vinden dat iedereen dezelfde uitleg krijgt over “het projectwerk”. ‘k Ben blij dat ze toch een béétje naar mij hebben geluisterd J. Mrs. Surin nodigt me ook uit om vanavond bij haar te komen eten, samen met Ms. Jay en Ms. Khem.

    Het wordt een gezellige avond bij het gezin Mee-In. We eten buiten op een lage houten tafel en er zijn weer veel verschillende gerechtjes. Eén ervan is een omelet met eieren van rode mieren! Het smaakt niet slecht maar het eten van insecten en hun eieren zal toch nooit m’n favoriete bezigheid worden. Na het eten spreidt Mr. Winai een grote mat uit in het gras en B1 brengt een berg kussens. Zo liggen we daar dan nog een paar uren te luieren. En ik mag ik in de tuin een mango plukken om als dessert op te eten. Het is één van de laatste mango’s, het mangoseizoen is bijna voorbij. Uem stelt me via de chat voor aan Florina, een vrijwilligster die hier zes maanden is geweest en nu in Panama zit. Zij geeft me nog enkele tips voor de lessen Engels.

    We zijn pas rond 23u terug in de school. Mr. Lek en Mr. Tree komen net aan en hebben een fles Chang-bier mee. We zitten nog twee uren te babbelen (woordjes en gebarentaal) en ze nodigen me uit om morgenmiddag mee som-tam te gaan eten in Buached.

    01-06-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    31-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandag 31 mei 2010
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Aangezien ik gisteren al naar Thailand ben teruggekeerd kan de geplande trip met Mrs. Anyarin en Ms. Pu naar Phanom Rung nu toch doorgaan. We vertrekken om 8u30 met de auto van Mrs. Anyarin voor een rit van ongeveer twee uur. Meer dan eens moet Anyarin remmen voor overstekende buffels. Onderweg stoppen we om te ontbijten (noodles) en ice coffee te kopen in een 7-Eleven supermarktje. Wat later volgt er nog een korte tussenstop om aan een kraampje langs de weg khao laam te kopen: bamboestokken gevuld met een mengsel van kleefrijst, kokosmelk en suiker.

    Rond half elf komen we aan in Phanom Rung. Op de weg naar de ingang is er een rij van een twintigtal winkeltjes met allerhande souvenirs. Het valt op dat de verkopers hier veel minder opdringerig zijn dan in Angkor, je kan op je gemak rondkijken en kiezen. De keerzijde is dat ze ook minder bereid zijn om zware kortingen te geven.

    Voor buitenlanders kost een bezoek aan de tempel 150B, voor Thais maar 30B. Na alles wat ik de voorbije dagen heb gezien in Angkor bezorgt deze site me natuurlijk geen wauw-gevoel meer maar het is toch een heel mooi exemplaar van een Khmer tempelcomplex. Er is weinig volk. Anyarin is hier al vier keer geweest en blijft in een vensterraam in de schaduw zitten terwijl ik met Pu de site verken. Pu heeft haar parasolletje mee: alle vrouwen willen hier zo bleek mogelijk blijven omdat ze dat mooier vinden.

    Na afloop van het bezoek koop ik aan de souvenirstalletjes twee kleine houten paneeltjes met een goudkleurige afbeelding van een apsara (Wikipedia: a female spirit of the clouds and waters), een beeld dat je vaak ziet in de bas-reliefs van Khmer-tempels. Ik vind er ook een cadeautje voor Max (hij kan toch nog niet lezen dus mag ik het hier wel verklappen): een houten olifant. Hopelijk zullen mijn souvenirs de terugreis naar België heelhuids doorstaan.

    Net buiten de site gaan we een restaurantje binnen om te lunchen. We eten som-tam en laab, heel lekker maar ook wel heel prijzig naar Thaise normen: de tourist trap van Phanom Rung. Een bezoek aan Phanom Rung wordt vaak gecombineerd met Meuang Tam, een kleinere site een paar kilometer daarvandaan, en dat doen wij ook. In Phanom Rung was ’t al rustig maar hier is er werkelijk geen kat, op een paar tuinmannen na. Deze keer is ’t de beurt aan Anyarin om met me mee te gaan terwijl Pu op een bankje in de schaduw blijft zitten. Net als Pu loopt ook Anyarin niet graag in de zon maar ze is wel wat meer no-nonsense dan Pu, zij neemt geen parasolletje mee. Zo’n drie kwartier later stappen we weer in de auto. Ondertussen heeft een leerkracht naar Anyarin gebeld om te vragen of ze langs de stad Surin kan passeren om in een winkel computermateriaal op te halen dat de school heeft besteld. We weten dus meteen wat onze volgende halte zal zijn.

    Nadat we het computermateriaal hebben opgehaald gaan we nog een paar winkels binnen op zoek naar een souvenir voor Hannah. Aangezien ze zich zo graag als een prinsesje verkleedt zou ik voor haar een traditioneel Thais jurkje willen kopen. Maar we vinden niks en met het gebrekkige Engels van de dames is het moeilijk uit te leggen waar ik precies naar op zoek ben. ’t Zal voor een andere keer zijn.

    Als afsluiter stelt Anyarin voor om pad thai te gaan eten op de avondmarkt in Surin. Voor mij is dat prima, maar eerst gaan we met Pu naar een ander eettentje waar ze iets lights kan eten: pad thai is niet low-calorie genoeg voor haar. Ze is echt bezeten van haar dieet, maar vanmiddag heeft ze wel een zak chips gegeten. Wat ze nu eet is een vreemd gerecht; Anyarin noemt het babyfood en het ziet er inderdaad een beetje uit als witte pap met stukken hardgekookt eiwit erin. De eieren smaken enorm zout. Er ligt ook een kleine beignet in de pap. Anyarin loopt nog snel langs bij de bakker om appelflappen te kopen voor haar ontbijt morgen. Al die “speciale” dingen kan je enkel in Surin vinden, niet in Buached.

    We eten een heerlijke pad thai op de avondmarkt en daarna doen we nog een toertje langs de kraampjes met eten, drank, CD’s, en nog veel meer. Ik koop nog snel een portie canun (jackfruit) voor de terugweg. Onderweg hoor ik op de radio nu eindelijk het liedje “Chimi chimi” van de groep Blueberry. Het is een heel populair liedje bij leerlingen, ik heb ze er al sinds mijn eerste week over horen spreken en telkens beginnen ze enorm te giechelen als ik “chimi chimi” zeg. ‘k Was heel benieuwd het eens te horen en nu is het dus zover. Het Is een kinderlijk liedje maar ’t klinkt niet slecht. Iets na acht uur ’s avonds zijn we terug in Buached. De dames gaan een douche nemen, ik kan beginnen de achterstand in mijn dagboek weg te werken.

    Terwijl ik buiten voor m’n bungalow met de laptop op de schoot zit te typen komen Mr. Lek en Mr. T (of Tee) met de scooter aangereden. Ze hebben blikjes Leo-bier meegebracht en nodigen me uit om mee te drinken. Ms. Nyang, de vriendin van Lek, komt er ook bij zitten. ’t Is de eerste keer dat de mannen echt contact zoeken. De drempel is voor hen groot want ze spreken nauwelijks Engels. Maar met losse woordjes en gebarentaal lukt het wel om een heel simpele conversatie te hebben.

    31-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    30-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 30 mei
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Om kwart voor acht vertrek ik weer met Channa’s tuk-tuk naar het archeologisch park, onderweg mijn ontbijt in isomobakje verorberend. De boyfriend van Channa heeft me nog bevestigd dat alles in orde is voor de rit naar de grens; de chauffeur weet waar hij me moet droppen. Hij zal om 13u klaarstaan aan het hotel. Tussendoor bel ik naar Mrs. Jintana om te zeggen dat ik vandaag naar Thailand terugkeer. Ze zal iemand sturen om me te komen ophalen aan de grens.

    In het Angkor Archeological Park bezoek ik een aantal sites die op de “Small Tour” liggen maar zeker ook de moeite waard zijn. De meest idyllische is Ta Prohm, een tempel waar men de natuur z’n gang heeft laten gaan en die bijgevolg overwoekerd is door tropische planten en  bomen.

    Een verkoopstertje van 13 wil me een fluitje en armbandjes aansmeren. Bij het binnengaan van de site vraagt ze me waar ik vandaan kom. “From Belgium? The capital of Belgium is Brussels! In Belgium the people speak three languages: Nederlands, French and German”. Bij het buitenkomen van de site komt ze weer op me af gewandeld. “Hello, Mr. Thomas from Belgium! I remember youuuu! You buy from meeee!” Ik stop toch maar om eens naar haar koopwaar te kijken. “I just opened my business”, zegt ze. “My business is not going weeeell! There are not many tourists and they are not buyingggg!” Enerzijds staat ze te bedelen opdat ik toch maar iets zou kopen en anderzijds heeft ze toch een zekere fierheid over haar “business”. ’t Is zo aandoenlijk dat ik het niet kan laten om een paar prulletjes van haar te kopen. Inge: over twee weken krijg je van mij twee prachtige Khmer-armbandjes van een halve dollar!

    Na de Small Tour heb ik nog een uurtje over en ik beslis dat te gebruiken om nog een laatste keer de Bayon, mijn lievelingstempel, te zien. Ik kan nog rustig de tijd nemen om rond te dwalen door de prachtige ruïne. Gisteren waren er nogal wat geleide tours maar vandaag is er bijna niemand. De max!

    Voor we definitief vertrekken uit het Angkor Archeological Park komt er nog een manneke van hooguit acht jaar op me af om postkaarten te verkopen. Hij dringt heel erg aan: “If I tell you capital of Belgium, will you buy from meeee? Capital of Belgium is Brussels!”. Veel meer dan dat weet hij blijkbaar nog niet over België, want hij schakelt over op Frankrijk: “I can tell you president of France: Nicolaaa Saaaw-koow-seeee!”. Op zo’n moment kan je moeilijk neen blijven zeggen hé.

    Om 12u30 zijn we terug in het hotel. De zogenaamde taxi staat al klaar, maar de boyfriend van Channa vraagt waar ik nu precies naartoe wil en hij noemt twee namen van plaatsen waar ik nog nooit van heb gehoord. Dat doet voor mij de deur dicht, ik heb geen zin om aan de verkeerde grenspost te worden gedropt. Dan nog liever weer de volle pot betalen. Ik zeg dat het me spijt maar dat ik toch de andere taxichauffeur zal bellen en hij maakt er geen enkel probleem van. De timing blijkt perfect: de andere taxichauffeur is net in de buurt en arriveert nog terwijl we aan het bellen zijn. ‘k Heb nog geluk ook, want zit al een passagier in de taxi waardoor ik maar 25$ zal moeten betalen. Na een rit van een dik uur is de andere passagier op zijn bestemming en ga ik alleen verder met de taxichauffeur (dezelfde als die van de heenrit, die dus totaal geen Engels spreekt). We stoppen nog even in een onooglijk gehuchtje op een halfuurtje van de grens om iets te eten. Na een kleine twee uur zijn we weer in Choam. De chauffeur wil toch 45$ voor de rit maar ik weiger en uiteindelijk geeft hij toe. Er was blijkbaar een misverstand tussen hem en de andere passagier.

    Het verlaten van Cambodja en het binnengaan in Thailand verloopt nu heel vlot. Na ongeveer een uur arriveren Mr. Winai en Mrs. Surin, hun dochter Uem en zoontjes B1 en B2 zijn ook mee. Onderweg belt Sak me nog, die terug uit Surin vertrekt naar zijn school. Hij heeft al vaak geprobeerd me te bellen maar ik was onbereikbaar op m’n Thaise nummer. Als ik volgend weekend naar Surin ga zal ik hem toch eens moeten contacteren. Het gezin Winai zet me rond half zes netjes weer af voor m’n deur in Buached Wittaya. Ik neem een douche en ga daarna met Ms. Pu naar de markt om som-tam (papayasalade) te kopen, die we voor haar huisje opeten. We hebben ook nog wat fruit meegebracht: mangkut en longkon. Het wordt een rustige avond.

    30-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    29-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 29 mei 2010
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Om 7u komt Channa me oppikken met z’n tuk-tuk. Het is een minuutje of twintig rijden naar de ingang van het Angkor Archeological Park. Onderweg koop ik ontbijt in een isomo-bakje om in de tuk-tuk op te eten: rijst met krokant rundsvlees, reepjes gebakken ei en komkommer. Ik koop een ticket voor 3 dagen (40$ voor 3 dagen, 20$ voor 1 dag). Het Angkor Archeological Park is een uitgestrekt gebied bezaaid met ruïnes uit de hoogdagen van het Khmer-rijk. De meeste bouwwerken zijn opgericht onder de koningen Jayavarman II en VII in de twaalfde eeuw. Angkor Wat is het bekendste, maar er zijn er nog vele andere.

    Vandaag doen we de “Grand Tour”. Channa brengt me met z’n tuk-tuk van de ene site naar de andere en wacht daar telkens op mij tot ik m’n bezoek heb afgerond. De tuk-tuks zijn hier anders dan in Thailand: hier zijn het gewone scooters waaraan een tweewielig karretje hangt, in Thailand zijn het moto’s op drie wielen met achteraan een cabine voor passagiers (één geïntegreerd geheel).

    Angkor is uiteraard heel toeristisch (veel westerse en oosterse bezoekers), maar doordat we in het laagseizoen zitten is het nergens over de koppen lopen. Aan iedere site zijn er souvenirkraampjes en lopen er verkoopsters rond om hun waren aan de man te brengen: water, fruit, postkaarten, T-shirts, zijden sjaals, armbandjes, tekeningen op rijstpapier, boeken over Angkor, houten fluitjes, … you name it. Ze zijn heel erg opdringerig: van op een afstand beginnen ze je al toe te roepen en daarna blijven ze je tientallen meters volgen. Afdingen is de boodschap als je iets wil kopen. Wanneer je bij het binnengaan van de site niks koopt vragen ze om straks bij het buitenkomen van hen iets te kopen: “I remember youuuu! When you come back you buy from meeee!” De langgerekte “youuuu” en “meeee” moet je erbij denken, ’t is echt grappig om te horen. Maar ondanks hun opdringerigheid blijven ze wel vriendelijk, sommigen zwaaien me zelfs na wanneer ik niks van hen heb gekocht. En ze roepen altijd: “Good luck to youuuu!” Vele verkoopsters zijn volwassen vrouwen maar er zijn ook heel wat kinderen bij: meestal meisjes en jongens van een jaar of twaalf, soms nog een stuk jonger. Ze spreken goed Engels, ook de kinderen. ’t Is duidelijk dat ze lesjes hebben ingestudeerd – ze kennen bijvoorbeeld de hoofdsteden van de Europese landen uit het hoofd – maar ’t is meer dan dat: wanneer je hen een vraag stelt kunnen ze snel en gevat antwoorden. Het contrast met de leerlingen in Buached Wittaya is enorm! Zo zie je maar dat de commercie wonderen kan doen ;-)

    Wat ook grappig is: wanneer ik ze probeer af te schepen door te zeggen dat ik iets al heb (bijvoorbeeld een reisgids, of postkaarten) antwoorden ze steevast: “Same same but differeeeeent!”.

    Ik laat me toch een paar keer vermurwen door de verkoopsters: een sappige ananas, een zakje mango, flesjes water, een kokosnoot met een rietje erin, een pakje postkaarten, een tekening op rijstpapier… en ik vergeet misschien nog ’t één en ’t ander.

    In de voormiddag doen we een reeks tempels aan in het oosten en noorden van het park. Er is nergens veel volk en er hangt een aparte, serene sfeer. Sommige tempelruïnes zijn gedeeltelijk overgroeid door de jungle. Het doet me een beetje denken aan de films van Indiana Jones.

    Kort voor de middag komen we dan aan in Angkor Thom, een koninklijke stad en de laatste hoofdstad van het Khmer-rijk. Vooral de Bayon maakt indruk op mij: een tempel waarvan de torens zijn versierd met metershoge aangezichten. Prachtig om te zien. Na Angkor Thom ga ik iets eten in de buurt van Angkor Wat. De prijzen in het park zijn een veelvoud van die daarbuiten. Voor een lunch betaal je hier 4 à 6 dollar in plaats van één dollar, drank niet inbegrepen.

    Het hoogtepunt van ieder bezoek aan het Angkor Archeological Park is natuurlijk Angkor Wat. Ik neem dan ook rustig de tijd, een goeie twee uren. Overal in het complex zijn er prachtige bas-reliefs van mythische veldslagen. Het uitzicht van in de hoogste toren is ook fantastisch. Alleen jammer dat een deel van het gebouw in de steigers staat voor restauratiewerken, wat mijn foto’s een beetje zal ontsieren.

    De laatste tempel die ik vandaag bezoek ligt op een heuveltop. De beklimming duurt een minuutje of tien. Boven maak ik kennis met een groepje Thaise verpleegsters. Ze komen ook uit Isaan maar dan wel veel noordelijker dan waar ik verblijf. Ze vinden me een “handsome man” maar dat is niks nieuws meer voor mij: veel Thaise vrouwen hebben me al gezegd dat ik een “handsome man” ben: een blanke huid hebben is voor hen al voldoende om “handsome” te zijn J. Het gras is altijd groener aan de overkant hé. Het is trouwens ook altijd heel onschuldig dat ze dat zeggen, zonder enige bijbedoeling. Allez, dat is toch mijn ervaring L (Inge, die smiley op 't einde is een grapje). Bij het afscheid nemen we nog wat groepsfoto’s en wisselen email-adressen uit. Als ik ooit eens in de buurt ben moet ik hen zeker bezoeken in hun ziekenhuis!

    Rond 18u ben ik terug in mijn hotel. Ik neem een douche en dan brengt Channa me naar het centrum van Siem Reap, waar ik wat rondkuier in de vele grote en kleine night bazaars. Gisteravond in de buurt van mijn hotel heb ik geen enkele westerling gezien maar hier in het centrum valt het op dat Siem Reap een toeristische stad is met heel veel westerse backpackers. Langs de straat kan je je voeten laten masseren door vissen! Je gaat zitten op de rand van een soort zwembadje waarin honderden kleine visjes zwemmen; wanneer je je voeten in het water steekt komen ze er direct op af gezwommen en beginnen eraan te zuigen. Het voelt aan als zachte prikjes. Ik heb het zelf niet geprobeerd maar wel eens mijn hand in de bak gestoken om te weten hoe het voelt.

    Na mijn tocht langs de night bazaars bestel ik gele geroerbakte noedels met rundsvlees aan een kraampje. Spijtig genoeg is het Angkor-bier niet gekoeld, dus drink ik er een Laotiaans pintje bij. Het eten is alweer heel lekker maar niet pikant. Ik begin stilaan tot de conclusie te komen dat de Cambodiaanse keuken, in tegenstelling tot de Thaise, geen pikante keuken is.

    Terug in het hotel informeer ik eens of er geen goedkopere manier is om terug in Choam te geraken dan de taxi van 45$. De man achter de balie blijkt de boyfriend van Channa te zijn. Dat rare stemmetje van Channa zou dus toch wel fake kunnen zijn… heel vreemd. Channa’s vriendje zegt uiteraard – ‘k had niks anders verwacht – dat hij iemand kent die me voor minder geld naar de grens kan terugbrengen. Het is me niet duidelijk of hij echt wel weet waar ik naartoe moet, maar hij beweert van wel. Na enig aandringen van mijn kant zal hij voor alle zekerheid toch nog eens naar die vriend bellen om te checken of hij weet waar Choam ligt. ‘k Zal morgen wel zien hoe het uitdraait…

    29-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    28-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 28 mei 2010
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Deze week is ’t een man die voor mijn ontbijt moet zorgen – Mr. Suwan – en de variatie is dan ook wat minder groot. Ook vandaag weer heeft hij rijst met varkensbrochetjes gekocht op de markt. Ik vind het wel heel lekker, er zit veel smaak in (een beetje zoet). En daar bovenop heeft Mrs. Surin nog wat laab meegebracht, een overschotje van wat ze gisteren voor haar gezin had klaargemaakt.

    Vandaag is het Visakha Bucha, een belangrijke Boeddhistische feestdag. Volgens mijn opzoeking op het internet valt deze dag samen met drie belangrijke dagen in het leven van de Buddha: die van zijn geboorte, die van zijn verlichting op 35-jarige leeftijd en die van zijn dood 45 jaar later. In de voormiddag gaat Mrs. Jay met Mathayom 4 naar de tempel. Alhoewel er voor mij een paar lessen gepland zijn met Mr. Suwan mag ik meegaan met Ms. Jay als ik dat wil. Omdat ik vooral de les aan Mathayom 6/1 liever niet wil missen – dat is nu net de klas waar ik het meest nuttig kan zijn denk ik – beslis ik voor één uurtje mee te gaan en daarna terug te keren. Daarom stap ik niet op één van de twee schoolbussen maar volg ik ze met de scooter. De tempel ligt op tien minuutjes rijden van de school.

    De leerlingen hebben elk een lotusbloem bij en sjouwen enkele dozen mee die vol zitten met eten, als gift voor de monniken. In de tempel gaan ze allemaal op de grond zitten voor een podium waarop een al wat oudere monnik met micro zit te spreken. Voor hem staan de offergaven die al geschonken zijn door andere tempelgangers, onder andere een groot aantal schoteltjes met bereid eten op een rond tafeltje. Ik versta natuurlijk niks van wat de monnik zegt maar het lijkt er gemoedelijk aan toe te gaan. Hij glimlacht vaak en soms brengt hij de leerlingen aan het lachen. Mr. Phanu, die ook is meegegaan, zit vlak voor het podium en praat af en toe met de monnik. Hij neemt ook even de micro over om één of ander gebed op te zeggen. Later komen naast de oudere monnik nog drie jonge monniken zitten. Er worden veel foto’s genomen, niet alleen door mij maar ook door de leerkrachten én door de monniken (in de tas van de oudere monnik zie ik zelfs een videocamera zitten). Na een kwartier begin ik al wat ongemakken te ondervinden van het zitten, zo op m’n achterste met de voeten schuin naast mij naar achteren gericht. Kleermakerszit is blijkbaar not done. Ik vind het dan ook niet zo erg dat ik na een uur al weg moet ;-)

    ’t Is tof om les te geven aan Mathayom 6/1 omdat ze toch duidelijk meer gemotiveerd zijn dan de meeste andere klassen. Ik probeer ook uit te vissen waar de straffe leerlingen zitten om eventueel wat te steunen indien er bij zitten die de capaciteiten hebben om verder te studeren maar dat niet kunnen omdat hun ouders het geld niet hebben. Fa en haar vriend zijn twee heel toffe gastjes. Ze spreken relatief goed Engels, zijn enthousiast tijdens de les en komen ook naar de naschoolse English Club. Maar Mrs. Jintana zegt dat hun ouders tamelijk bemiddeld zijn. Dzju toch! ;-)

    Rond 11u30 is het alweer tijd voor de lunch, ze eten hier heel vroeg. Er waren nog spaghettistokken over en daarmee heeft Mrs. Surin in de leraarskamer een spaghetti klaargemaakt. Deze spaghetti “à la façon de Surin” heeft een bruine kleur in plaats van rood en is natuurlijk pikant – Mrs. Surin’s maag kan niet goed tegen niet-pikant eten zegt ze J.

    In de namiddag heb ik geen lessen meer te geven. ‘k Heb hier en daar al wat geïnformeerd en nu hak ik de knoop door: ik ga naar Angkor Wat in Cambodia! Als ik snel ben kan ik vanavond nog ter plekke zijn. En als ik wil kan ik zelfs tot maandag blijven, want dan wordt er geen les gegeven in Buached Wittaya. Mrs. Jintana belt naar haar man, Mr. G, om te vragen of hij me naar de grens kan brengen en dat is geen probleem: een kwartier later staat hij daar al. Ik maak vliegensvlug m’n bagage klaar en weg zijn we. Ms. Pu en Ms. Jay gaan ook mee want ze willen het grensstadje Chong Sa Ngam – later zal blijken dat de naam “grensgehuchtje” hier beter op z’n plaats is – eens zien. Ms. Jay is in haar studententijd een keer naar een casino gegaan net over de grens maar los daarvan hebben geen van beiden al iets van Cambodia gezien. We vertrekken kort na 14u en komen na een rit van een dertigtal kilometer een halfuurtje later aan in Chong Sa Ngam. De verharde weg stopt hier en gaat over in een aardeweg tussen Thailand en Cambodia. We parkeren de auto en gaan te voet verder door een stukje niemandsland met hier en daar slagbomen. Er komen nogal wat formaliteiten bij kijken: formulier invullen voor vertrek uit Thailand, visum kopen voor Cambodia (1000 Baht) en dan weer formulier invullen voor toegang tot Cambodia. De agenten zijn niet onvriendelijk maar ook niet bepaald hartelijk, eerder van die macho-types die zichzelf graag belangrijk voelen. Wanneer de papiermolen al in gang is gezet laten ze me weten dat ik bij mijn terugkeer mijn visum voor Thailand zal moeten hernieuwen en dat dit maar voor 15 dagen geldig zal zijn. Als ik een week vroeger naar hier was gekomen kon ik al meteen terugkeren, maar nu is die 15 dagen voldoende want over twee weken vlieg ik terug naar België. Ik krijg al bijna spijt dat ik hieraan ben begonnen, ‘k had rustig een weekendje in Buached en omgeving kunnen rondtoeren met mijn scooter. Maar ’t is sterker dan mezelf: Angkor Wat – of Nakorn Wat in het Thais – spreekt tot mijn verbeelding en nu ik er zo dicht bij ben wil ik het zien. ‘k Weet niet waar mijn fascinatie voor Angkor vandaan komt maar ik denk dat Jommeke er iets mee te maken heeft: zie album 123, “De schat van Angkor” ;-)

    G, Jay en Pu gaan met me mee tot over de grens, zij moeten een soort entreeticket kopen van 20B. Aan de andere kant van de grens komen we in het Cambodiaanse plaatsje (Chong) Choam. Het is één straat met een aaneenschakeling van winkeltjes in houten barakken, nog steeds langs diezelfde roodbruine aardeweg. Ze verkopen opvallend veel alcohol en sigaretten. Mr. G heeft ondertussen een taxi geregeld die “over tien minuten” komt, maar twintig minuten later is ’t nog steeds “over tien minuten”. We moeten in een winkeltje gaan schuilen voor een zeer plotse, hevige maar kortstondige regenbui. Uiteindelijk arriveert de taxi kort na 16u. Het is natuurlijk geen officiële taxi. Ze vragen 45 dollar, wat me toch wel veel lijkt, maar ik heb niet veel keuze. De taxi delen is ook geen optie want ‘k zie hier geen enkele andere toerist. Op mijn vraag wanneer we in Angkor zullen arriveren is het antwoord: om 20u! Het is nochtans maar 150km ver, maar ze zeggen dat ik er rekening mee moet houden dat de wegen hier niet zo best zijn. Een rit van bijna vier uren! Nu begin ik echt spijt te krijgen dat ik niet in mijn “geliefde” Buached ben gebleven.

    De eerste paar honderd meter gaan inderdaad heel traag want we blijven op een aardewegje rijden. (Tussen haakjes: bij het buitenrijden van Choam zie ik een bord met het opschrift dat Pol Pot hier is gecremeerd.) Maar daarna komen we op een asfaltweg en kan de chauffeur constant tegen de honderd per uur rijden zodat we al kort na 18u in Siem Reap (uitspraak: sjem rjep) aankomen. Dat van die vier uren zal dus wel weer een misverstand zijn geweest. Ik ben in ieder geval heel content.

    Siem Reap is een grote stad op een paar kilometer van het “Angkor Archeological Park”. Het is hier heel toeristisch, niet verwonderlijk als je weet dat Angkor Wat toch een van de bekendere bezienswaardigheden ter wereld is. Ik doe de taxichauffeur stoppen aan een guesthouse om te informeren naar de prijs. ’t Is goedkoop maar de uitbaters spreken geen woord Engels, dus zeg ik dat ik er nog eens over zal nadenken. Ik ben hier halsoverkop naartoe gekomen – op dit moment weet ik nog niet eens dat de naam van deze stad Siem Reap is en mijn taxichauffeur spreekt geen woord Engels – en heb dus een hotel nodig waar ik toch wat informatie kan inwinnen. Een tweede poging brengt me in een guesthouse dat goedkoop is (6$ per nacht voor een kamer met ventilator) en waarvan de uitbater goed Engels spreekt. Hij verpatst me ook meteen een dagarrangement voor morgen: voor 15$ zal zijn vriend, die een tuk-tuk heeft, me de belangrijkste tempels laten zien. Nadat ik heb gedoucht staat de vriend met de tuk-tuk er al om zich voor te stellen. Zijn naam is Channa en hij heeft een heel raar, hoog stemmetje. Ik vermoed dat hij een afwijking heeft maar later begin ik me af te vragen of hij er niet om doet, met andere woorden of het geen ladyboy is die zijn stem afschuwelijk vervormt om zogezegd vrouwelijk te klinken. Nochtans ziet hij er helemaal niet vrouwelijk uit.

    Later die avond ga ik nog wat op verkenning in de stad. Mijn guesthouse blijkt niet ideaal te zijn qua locatie want ik zit op enkele kilometers van het stadscentrum, maar het is wel een levendige buurt met veel eenvoudige eethuisjes en een klein avondmarktje. Er is ook een GSM-winkel waar ik een prepaid SIM-kaart koop omdat mijn Thaise SIM-kaart niet werkt in Cambodia. Nu kan ik eindelijk naar Inge bellen, zij weet nog niet eens dat ik in Cambodia zit.

    De mensen zijn hier op ’t eerste gezicht even vriendelijk als in Thailand. Ik had gevreesd dat het anders zou zijn, waarschijnlijk door alle negatieve connotaties bij Cambodia (Pol Pot, Khmer Rouge, killing fields…). Da’s dus toch al een eerste meevaller.

    Het feit dat ik nog altijd mijn dollars niet in Thaise bahts heb kunnen omwisselen speelt hier nu in mijn voordeel, want ze hebben liever dat je in US dollars betaalt dan in Cambodiaanse real. Mijn avondeten kost me één dollar: een lokale “Khmer-schotel” met bamboescheuten, hardgekookte eieren en groenten. Heel lekker, smaakt een beetje zoet. Een jongeman spreekt me aan in goed Engels. Hij is pas afgestudeerd aan de unief en is onder andere bezig met het opzetten van een fonds om de lokale jeugd bijscholing te geven zodat ze meer kans maken op een job. Velen zijn door de crisis hun baan kwijtgeraakt. Hij is op zoek naar steun in binnen- en buitenland.

    28-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    27-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Donderdag 27 mei 2010

    Ik heb m’n wekker op 5u15 gezet want vandaag wil ik mee met één van de twee schoolbussen om de leerlingen te gaan ophalen. De buschauffeur is verwittigd en ik word om 6u verwacht aan de schoolpoort – dat is toch wat ze me gisteren hebben gezegd. ‘k Sta nog maar net op het punt een douche te nemen wanneer de bus tot voor m’n deur komt gereden. De muziek staat keihard en de chauffeur begint meteen te toeteren! En ‘t is nog maar halfzes! Nu moeten alle leerkrachten in de omliggende huisjes wel wakker zijn, dat kan niet anders… Van Ms. Pu weet ik het alvast zeker want ze belt me op m’n GSM, met slaperige stem, om me te laten weten dat de bus daar is. Ik laat de douche voor wat hij is en spring snel in m’n kleren en op de bus.

    We rijden een halfuur zonder ook maar één leerling op te pikken. De hele tijd mag ik meegenieten van de loeiharde hiphop van de chauffeur, Mr. Wat. Onderweg zie ik hier en daar monniken in hun oranje gewaden die eten komen ophalen bij de mensen. Dan parkeert de chauffeur z’n bus langs de kant van de weg. Dit is blijkbaar de eerste halte, maar er is nog geen enkele leerling te bespeuren. Zo zitten we daar dan te wachten op een houten platform naast een winkeltje. Tijd voor een blikje ijskoffie, een wandelingetje, wat spelen met een peuter die van achter de rokken van z’n moeder twijfelt tussen nieuwsgierigheid en angst voor die bleke farang… Waarom moest die chauffeur per se om halfzes vertrekken? Ik kon nog drie keer een douche hebben genomen ;-)

    Uiteindelijk komen de eerste leerlingen tevoorschijn en even later kunnen we vertrekken naar de volgende halte. Nu volgen de tussenstops elkaar snel op, tot de bus eivol zit en we terug aankomen in Buached Wittaya.

    De lessen aan Mathayom 6 gaan hun gewone gangetje. Ik erger me wel aan ’t feit dat Mr. Suwan voortdurend Thais spreekt tegen de leerlingen en hen niet stimuleert om eens uit hun kot te komen. Ik word het stilaan beu en probeer hen duidelijk te maken dat je geen Engels kan leren zonder het te spreken. “It’s OK to make mistakes! You won’t learn to speak English if you don't practice!”. Mijn boodschap is minstens evenveel aan Mr. Suwan gericht als aan de leerlingen, ‘k hoop dat hij dat door heeft (maar ik ben er niet zo zeker van).

    Ter info, in alle Mathayoms beginnen de lessen Engels steeds op dezelfde manier: bij ’t begin van de les zegt de klasverantwoordelijke “Please stand up!”. Alle leerlingen staan recht en zeggen “Good morning/afternoon teacher!”. Dan moet ik antwoorden: “Good morning/afternoon students. Please sit down!”. Op ’t einde van de les staan ze weer recht en declameren in koor: “Thank you teacher, see you again next time!”.

    Mr. Udom, de inspecteur Engels, komt weer eventjes op bezoek. Hij toont me een website, selftaught2007, die bestemd is voor leerlingen die aan zelfstudie Engels willen doen. Er staan eenvoudige conversaties op, inclusief geluidsfragmenten. Mr. Udom vertelt ook dat er een nieuwe vrijwilliger van Fund Isaan aankomt na mijn vertrek, en dat hij nog moet beslissen in welke school die zal terechtkomen. ’t Is een moeilijke beslissing voor hem: aan de ene kant wil hij graag continu een vrijwilliger hebben in Buached Wittaya maar anderzijds zijn er ook nog andere scholen in de regio die kandidaat zijn.

    ’s Middags neemt Mr. Suwan me mee naar een restaurantje vlakbij de school, gekend voor zijn eenvoudige lokale keuken. We eten laab en sliertjes varkensvlees met pikante saus, twee van hun specialiteiten. Volgens Mr. Suwan durven sommige leerkrachten me niet uit te nodigen om te gaan eten, maar zegt hij hen dan dat ze er niet voor moeten terugschrikken want dat ik “a simple man” ben. In deze context beschouw ik dat als een compliment ;-)

    In de namiddag ga ik tussen twee lessen in met Ms. Jay een ijskoffie drinken op het marktpleintje. Na schooltijd, in de avondles English for Teachers, gaan we verder met “asking directions”. Ik wilde ook nog “Blowin’ in the wind” van Bob Dylan bespreken maar mijn iPod laat het afweten. Ik krijg er geen leven meer in, ook niet nadat ik hem opnieuw heb opgeladen. Komt het door de hitte? In elk geval vrees ik dat het gedaan is met muziek als hulpmiddel in de lessen Engels L.

    Tijdens de les steekt er een krachtige wind op die de luiken doet klapperen. Wanneer we buitenkomen is het aan ’t motregenen, dus wordt het weer een dag zonder jogging… Ik ga dan maar mee naar de markt met Ms. Jay en de nieuwe lerares Engels, Ms. O. Daar komen we Mrs. Anyarin tegen en gaan we nog iets drinken in de “Coffee Fun”, bij mijn weten het enige café dat Buached rijk is. Ms. O is dan al naar huis. Na ons cafébezoek is het te laat geworden om nog eten klaar te maken en beslissen we op restaurant te gaan, een kilometer of twee buiten Buached. Omdat er geen menukaart in het Engels is laat ik de vrouwen kiezen. En aangezien ze altijd heel erg met hun lijn bezig zijn is het niet verwonderlijk dat het weer tom-yam wordt (want dat is relatief light) met daarbij een pikante salade en een schoteltje seafood met groenten.

    27-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    26-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woensdag 26 mei 2010

    Voor schooltijd rij ik met “mijn” scooter naar het wassalon om m’n was op te halen. Na de ochtendceremonie krijg ik weer een heerlijk ontbijt voorgeschoteld: Mr. Suwan heeft yam pla duk foo meegebracht, een mangosalade met onder andere krokante stukjes catfish en noten erin. Het is het lievelingsgerecht van z’n dochtertje Shon. ‘t Is zo lekker dat ik alles opeet, ondanks m’n voornemen om minder te gaan eten. Mrs. Jintana heeft ook tom-yam meegebracht maar er drijven kleine en grote insecten in. Da’s goed voor de smaak, zegt ze! De insecten zijn niet eens geroosterd, ze liggen gewoon in de soep alsof ze erin verdronken zijn. Misschien zal je het flauw van me vinden maar op dit uur van de dag zie ik het totaal niet zitten om tom-yam met rauwe insecten te eten. Ik heb genoeg aan m’n mangosalade ;-).

    Vandaag start er een nieuwe lerares Engels, Ms. O, en binnenkort komt er nog een tweede bij. Gisteren hadden ze me gezegd dat dit geen gevolgen zou hebben voor de huidige leerkrachten Engels maar zoals ik had verwacht moet er toch iemand verdwijnen: Mr. Sumeth geeft voortaan les Hygiëne in plaats van Engels. Het is een beslissing van de directeur en Mrs. Jintana vindt het heel jammer voor Mr. Sumeth. Ik kan de directeur wel begrijpen: om Engels te onderwijzen is het wel handig als je een beetje Engels spreekt ;-)

    Tussen twee lessen in ga ik met Ms. Khem een ijskoffie drinken op het marktpleintje. In de namiddag heb ik maar één les meer maar ik kan de tijd goed gebruiken om wat lesmateriaal te fabriceren. Het wordt een knutselnamiddag: ik heb een aantal zinnen opgesteld die ik print, in zinsdelen snijd en op stukjes harde plastic kleef. Straks ga ik de leerlingen van de English Club in teams verdelen en hen de zinnen om ter snelst doen reconstrueren. Ik ben nog net op tijd klaar om een extra les te geven aan Mathayom 5 samen met Mrs. Jintana: ze wil graag dat ik weer een bespreking doe van Imagine van John Lennon, een liedje waar ze maar niet genoeg van kan krijgen! Vooral het laatste stukje van elke strofe (“living life in peace, joehoeoeoeoe”) vinden zowel Mrs. Jintana als de leerlingen heel leuk om mee te zingen.

    ’t Is moeilijk in te schatten wat de leerlingen echt boeit en daarom hou ik bij het begin van de English Club een stemming om te bepalen of we beginnen met een stukje muziek of niet. De grote meerderheid zegt ja. Deze keer heb ik voor “Perfect Day” van Lou Reed gekozen. Na afloop moeten ze zeggen of ze het mooi vonden of niet, en een even grote meerderheid vindt van wel. Daarna doen we het spelletje dat ik in de namiddag in mekaar heb geknutseld. Om de teamspirit te bevorderen moeten ze een dierennaam kiezen voor het team. Het worden de Rabbits, de Crocodiles, de Starfish en de Gekkos.

    Vanavond sla ik de jogging over want ik kan mee met Mrs. Anyarin naar de avondmarkt in Sangkha, een kleine twintig kilometer van Buached. Het wordt een kort bezoekje aan markt, want vlak na aankomst steekt er een onweer op. We maken dan maar van de nood een deugd en vluchten een restaurant binnen. ’t Is hetzelfde restaurant als dat waar ik eens met Khem en Nyang ben geweest; we eten weer de onvermijdelijke tom-yam plus een licht-pikante groentenschotel.

    Later die avond belt Inge nog, en zoals gewoonlijk komt ook Hannah een woordje placeren. Ze heeft haar teentje pijn gedaan maar alles is onder controle want er is een pleistertje op.

    Morgen moet ik vroeg op want ik wil eens meerijden met de schoolbus om de leerlingen te gaan ophalen in de omliggende dorpen. En die vertrekt al om zes uur!

    26-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dinsdag 25 mei 2010

    Ik ben mijn opdracht van gisteravond niet vergeten: na de ochtendceremonie ga ik op zoek naar de directeur om te vragen of we vrijdag naar Phanom Rung mogen. Anyarin heeft hem al een hint gegeven denk ik, want hij stond net met haar te praten en komt nu nonchalant mijn richting uit geslenterd. Het antwoord is maar half bevredigend: vrijdag wordt er toch gewoon les gegeven en dus kunnen de leerkrachten niet worden gemist, maar maandag is ’t kuisdag en dan mag het wel. Vrijdag was beter geweest maar ‘k ben al heel content dat we mogen gaan.

    Vandaag heeft Mrs. Jintana ingrediënten meegebracht zodat ik zelf m’n ontbijt kan klaarmaken. De trouwe lezers weten dat het hier niet gaat om boterhammen met choco en een kop koffie, maar groenten in de wok (asperges, wortelen, sla, maïs en nog iets) met veel look, varkensvlees, oestersaus, seasoning sauce, een snufje van de alomtegenwoordige kruidenmix, suiker en peper. Geen chilipepers deze keer, ik vind het bijna jammer want ‘k begin steeds meer van de pikante kost te houden. Gisteravond heb ik m’n spaghetti ook al rijkelijk met tabasco besprenkeld.

    De lessen aan Mathayom 6 verlopen vlot, alle verhoudingen in acht genomen. Tussen de lessen door bereid ik de les “English for teachers” van vanavond voor. Ik ga hen leren de weg te vragen en uit te leggen in het Engels. Ik kan alweer handig gebruik maken van de map die Hannelore me heeft meegegeven en waarin veel bruikbare zinnetjes staan. Merci, Hannelore!

    Er is nog veel spaghettisaus over van gisteren zodat ik het English Department ook eens kan laten proeven van m’n kookkunsten. We krijgen bezoek van Bent, een meisje dat vorig jaar in Mathayom 6 zat en binnenkort begint te studeren voor verpleegster. Haar ouders konden de studies niet betalen maar dankzij sponsoring van mijn voorgangster Griet is dat nu wel mogelijk. In het begin lijkt het alsof ze geen Engels kent maar Mrs. Jintana en Mr. Suwan leggen uit dat ze gewoon te verlegen is om Engels te spreken in het bijzijn van haar ex-leerkrachten Engels. En dat blijkt ook helemaal waar te zijn, want wanneer Jintana en Suwan weg zijn komt Bent spontaan naar me toe en begint redelijk vlot Engels te praten. Het is een heel open, vriendelijk meisje en ’t lijkt me ook een verstandige. Griet heeft een goeie keuze gemaakt. Mrs. Jintana vertelt me nog dat Bent een vriendin heeft die ook voor verpleegster wil studeren maar waarvan de ouders te arm zijn om de studies te kunnen betalen. Om haar toch de kans te geven met de studies te starten hebben de gezinnen Jintana-G en Klaeng-Paen haar vijfduizend Baht gegeven, voldoende om de kosten van het eerste trimester te betalen. Misschien moet ik er eens over beginnen nadenken om ook m’n steentje bij te dragen. ‘k Zal ’t vragen aan Inge.

    De situatie in Bangkok is gekalmeerd, er wordt nu weer gepraat in plaats van gevochten. Houden zo!

    Na schooltijd ga ik naar de markt met Anyarin en Rungtip. Na de spaghetti van gisteren is het weer hun beurt om te koken. Op het marktje kan ik het niet laten een zoetigheid te kopen, een soort pannenkoekje met ei en een licht- pikante saus. ‘k Zal straks wel een extra rondje joggen… Deze keer loop ik samen met Mr. Sab (echte naam Chwit), een jonge leraar fysica die beter Engels spreekt dan sommige leerkrachten Engels. ’t Is er ene waarvan ik direct de indruk krijg dat hij veel in z’n mars heeft.

    ’s Avonds eet ik weer met Anyarin, Rungtip en Pu. Wat later komt Mrs. Sumana Boon-man er ook bij zitten, de lerares Thais die deel uitmaakte van het ontvangstcomité op de luchthaven. Ze brengt een zakje croissants en een zakje appelflappen voor me mee die ze in Surin heeft gekocht. Ik ga snel m’n chocolade halen zodat ik iets kan teruggeven. En Mrs. Sumana geeft me de sleutel van haar scooter! Ik ga erop vooruit: eerst te voet, daarna met de fiets van Mr. Klaeng en nu met de scooter van Mrs. Sumana J. Als kleine wederdienst mag ze morgen op het English Department spaghetti komen eten, want er is nog altijd overschot van gisteren.

    Nog een brokje Thaise zeden en gewoonten: ik vraag meer uitleg over wat ik in de Lonely Planet heb gelezen, namelijk dat het onbeleefd is om je voetzolen naar iemand te richten wanneer je zit (met het ene been over het andere). Dat is blijkbaar vooral belangrijk in het bijzijn van een ouder persoon, zoals nu met Mrs. Sumana erbij. In dat geval is het beleefder je beide voeten op de grond te houden.

    Verder leer ik ook nog tellen in het Thais: neung, sorng, sahm, si, ha, hok, jet, pet, gao, sip.

    25-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    24-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandag 24 mei 2010

    Deze week geef ik les aan Mathayom 6 (het zesde middelbaar), met Mr. Suwan. Elke les begint met een voorstelling van mezelf. Ze luisteren aandachtig, maar het is hier niet anders dan in de andere Mathayoms: er is er bijna niemand die een vraag durft te stellen. Wanneer ik vraag “Do you have any questions?” zijn er altijd wel een paar die heel snel “No!” roepen ;-)

    Mr. Suwan heeft een aparte stijl van lesgeven. Alhoewel zijn Engels tamelijk goed is spreekt hij tijdens de les bijna uitsluitend Thais. En ’t is blijkbaar een echte grapjas, want de leerlingen barsten voortdurend in lachen uit. Het voordeel is dat hij duidelijk de aandacht heeft van z’n leerlingen, ze zitten geboeid te luisteren. De keerzijde is dat ze geen Engels horen spreken, behalve dan van mij. En aangezien Mr. Suwan zoveel te vertellen heeft – hij weet veel over andere culturen en vertelt er graag over – is het niet altijd makkelijk om er een speld tussen te krijgen. Mr. Suwan heeft wel een aantal korte tekstjes in het Engels voorbereid die ik voorlees en met de klas bespreek. Ze moeten eerst goed luisteren naar de uitspraak en daarna leg ik de woorden uit die ze niet begrijpen. Leerlingen die een vraag hebben mogen die in het Thais stellen aan Mr. Suwan, waarna hij de vraag voor mij vertaalt… Niet ideaal om hen Engels te doen spreken natuurlijk. Maar goed, het lesgeven aan de hand van de tekstjes (over tuk-tuks, Cuzco, Marokko en Siberië) werkt wel. En de grappen van Mr. Suwan helpen om hen wakker te houden.

    ’s Middags eten we nam nuang, een Vietnamees koud gerecht dat ik eerder al eens heb gegeten bij Ms. Khem toen de elektriciteit was uitgevallen na een onweer: je maakt een pakketje van rijstpapier met daarin salade, kruidenblaadjes (ik denk basilicum), look, chilipepers, groene banaan, komkommer, een stukje varkensworst en een speciale roodbruine saus – en dat stop je op z’n geheel in je mond. Daarnaast is er ook nog wat lekkere curry (kaeng) met varkensvlees die Mrs. Surin heeft klaargemaakt.

    De nieuwe rugzak die ik vorige week in Surin heb gekocht heeft het al begeven: één van de schouderbanden is bijna helemaal doorgescheurd.’t Was te denken als je weet dat ik er maar 150B voor heb betaald. Van m’n oude rugzak is de ritssluiting kapot. Mr. Suwan neemt mijn twee rugzakken mee want hij kent wel iemand die ze kan repareren zegt hij. Ik ben benieuwd.

    ’s Avonds in de English Club wil ik starten met de bespreking van Happy Christmas (War Is Over) maar de leerlingen vragen om eerst nog eens Imagine te horen … en daarna nog eens, en nog eens. Ze zijn er dol op! Happy Christmas valt minder in de smaak (op het einde vraag ik welk nummer ze verkiezen en ze zijn unaniem). Na deze muzikale start spelen we het spel met de associaties, zoals we eerder al eens hebben gedaan. De winnaars mogen weer een snoepje uitkiezen.

    Het is bijna halfzes en vanavond moet ik spaghetti klaarmaken! Ik rep me met Mrs. Anyarin naar de markt om de ontbrekende ingrediënten op te snorren. De “westerse” champignons zijn niet te vinden, dus vervang ik ze door van die taaie Chinese. Gehakt hebben ze niet, dus kopen we een stuk vlees dat we zelf nog in kleine stukjes moeten hakken. Dat heb ik de meisjes al eens zien doen toen ze laab klaarmaakten. De hygiëne bij de slager is niet zoals bij ons: de stukken vlees en de varkenskoppen liggen op een tafel waarachter een vrouw staat die met een plasticzakje op een stokje de vliegen wegslaat.

    We komen nog Mr. Suwan tegen, die me mijn twee rugzakken terugbrengt. Ze zijn allebei al gerepareerd! Ik mag niks betalen: “it’s my duty!”.

    Ik ga nog snel een kwartiertje joggen en speel een spelletje badminton met Anyarin en de mannen. Dan is ’t alweer donker. Rond 19u begin ik dan aan mijn fameuze spaghetti, “Belgian style”. Inge heeft me per email het recept doorgestuurd want – vertel het niet verder – ik heb nog nooit spaghetti klaargemaakt. De dames helpen mee met het snijden van de groenten en het klaarmaken van het gehakt. Ze hebben natuurlijk wel door dat ik dit niet alle dagen doe en dat vinden ze heel grappig! Maar ‘k vind dat het resultaat er wel mag zijn en ‘k heb de indruk dat zij het ook lekker vinden. Natuurlijk springen ze kwistig om met het currypoeder en de tabasco. Alleen jammer dat ik vergeten ben geraspte kaas te kopen. Mr. Chuay komt er ook nog even van proeven.

    We maken ook nog wilde plannen voor vrijdag. Het zou een vrije dag zijn, ter gelegenheid van één of ander boeddhistisch feest. Anyarin heeft een auto en ze is bereid met Rungtip, Pu en mezelf een daguitstap te maken naar Phanom Rung, een historische Khmer-site. Maar één van de leraressen heeft slecht nieuws: in tegenstelling tot andere scholen in de omtrek heeft onze directeur beslist dat de school toch open blijft: er zou een soort opkuisdag worden gehouden. Morgen ga ik hem toestemming vragen om toch onze dagtrip naar Phanom Rung te mogen maken. "Een nee heb je, een ja kan je krijgen" zeggen ze bij ons...

    24-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    23-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 23 mei

    ’t Is gisteren laat geworden en dus blijf ik vandaag eens wat langer liggen. Dat kan ook perfect in een kamer met airco en zonder lawaaierige hagedis achter de kast. Mijn oren suizen wel nog na van de keiharde muziek. ‘k Hoop dat ik geen blijvende gehoorschade heb opgelopen!

    Ik kuier nog een paar uurtjes rond in Surin. Er is inderdaad niet bijster veel te zien, de Lonely Planet had gelijk. Maar toch zijn er twee mooie tempels, Sra Wat Chumphol en Wat Burapa Ram, die wel een bezoekje waard zijn.

    Ik had op voorhand al geïnformeerd aan de busterminal hoe ik terug in Buached kon geraken en ik meende de uitleg te begrijpen, maar wanneer ik terug ga lijkt dezelfde vrouw van de informatiebalie me duidelijk te willen maken dat ik aan een ander station moet zijn. Ze spreekt geen Engels, ’t wordt dus weer een moeilijk gesprek. Vanmorgen heeft ze me nog netjes op papier gezet op welke uren er een bus vertrekt richting Buached en nu krijg ik te horen dat ik in ’t verkeerde station sta, begrijpe wie kan. Maar ze vindt snel een oplossing: haar dochter neemt me mee achterop de scooter en zet me af aan een bushalte langs de straat, waar de bus naar Sangkha staat te wachten. Ik weet niet hoe ik dit ooit zelf zou hebben gevonden.

    Op de bus maak ik kennis met een jonge gast, nickname Sak, die leraar wiskunde is in een school niet zo ver van Buached. Hij spreekt tamelijk goed Engels. ’t Is blijkbaar geen dommerik want hij zit al op het hoogste niveau van government teacher – er zijn drie niveau’s, legt hij me uit. We wisselen GSM-nummers uit voor het geval ik nog eens naar Surin zou komen. Hij stapt vroeger af, ik moet nog verder. In Sangkha zou ik moeten overstappen op een sorng-taa-ou , een grote pickup met overdekte laadruimte waarin bankjes zijn geïnstalleerd. Maar die komt maar niet. Ook hier weer hetzelfde probleem: niemand spreekt Engels, ook niet de ex-studentes van Buached Wittaya die zelf ook zitten te wachten op een rit naar Buached. Ze zaten waarschijnlijk in Mathayom x/5, anders zou hun Engels toch ietsje beter moeten zijn ;-). Sak is een goeie kerel want hij belt me nog om te vragen of ik geen problemen heb om in Buached te geraken. Hij stelt voor nog eventjes te wachten op de sorng-taa-ou en als die niet snel komt een tuk-tuk te nemen (een motortaxi met drie wielen en plaats voor een stuk of vier passagiers achter de chauffeur). Uiteindelijk ben ik het wachten beu. Ik huur een tuk-tuk die mij en de drie meisjes naar Buached brengt. Ms. Pu is buiten aan het babbelen en stelt me voor aan vier stagiair-leerkrachten die vandaag zijn aangekomen, twee mannen en twee vrouwen.

    ’t Is ondertussen halfzes en ik rep me om m’n loopkleren aan te doen om een halfuurtje te gaan joggen en daarna wat te fitnessen in het parkje. Daarna neem ik een douche en begin wat kleren met de hand te wassen. In de verte begint het te bliksemen, er is duidelijk een bui op komst. Gisteren heeft het ook geregend toen we in de supermarkt waren en vandaag tijdens de busrit. Ik haast me met de fiets naar het dorpje om te eten. ’t Is ondertussen halfacht en dat betekent dat bijna alles hier al dicht is. Op het avondmarktje staan vandaag maar een stuk of vijf kraampjes, normaal zijn het er toch minstens tien. Gelukkig is één van die vijf een noedelkraam waar een paar tafeltjes staan om aan te eten. De dorpelingen kijken glimlachend naar de farang die de weergoden uitdaagt door in de openlucht noedels te bestellen terwijl er duidelijk regen op komst is. ’k Heb nog geen twee minuten mijn kom noedels voor de neus en ’t begint te motregenen! Ik verwacht me aan een zondvloed en schrok snel mijn eten naar binnen. Daarna snel afrekenen (25B) en in ijltempo naar huis. De zondvloed blijft echter uit. Het blijft bij motregen, maar dan wel uren aan een stuk.

    De twee vrouwelijke stagiaires dwalen door het gras met een zaklampje en een lege colafles in de hand. Ik vraag of ze kikkers aan ’t zoeken zijn (“ob, ob”) maar ze schudden van neen en komen iets later hun buit tonen: in de fles zitten dikke vette insecten. Yummie!

    23-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 22 mei 2010

    Volgens de Lonely Planet is er in Surin bitter weinig te zien, behalve in november wanneer honderden olifanten gedurende tien dagen in de stad verzamelen voor de Annual Elephant Roundup. Ik kan m’n bezoek aan de stad dus zeker combineren met een trip naar Ban Tha Sawang, één van de zogenaamde zijdedorpen in de buurt van Surin. Bij het ontbijt zoekt Darren uit Canada contact. Hij begint meteen z’n leven te vertellen en zelfs hoeveel hij verdient. Darren heeft vijf kinderen maar na 25 jaar is zijn huwelijk stukgelopen. Nu is hij hier met z’n Thaise vriendin. (Ik denk dat dit inderdaad de volgorde is geweest: eerst huwelijk stuk, dan Thaise vriendin.)

    Terwijl ik me klaarmaak om naar Ban Tha Sawang te vertrekken belt Mrs. Anyarin me op. Ik had haar gevraagd me te bellen indien ze in ’t weekend naar Surin zou komen maar ‘k had er niet op gerekend. Ik berg m’n plannen voor Ban Tha Sawang dan maar op, want ‘k ga ervan uit dat ik een rondleiding langs de diverse shopping malls ga krijgen. Een rondleiding van een bevriende “local” sla je nooit af, zelfs niet als ’t is om te shoppen ;-). En trouwens, morgen is er nog een dag, dan kan ik toch nog doen wat ik van plan was. Maar wanneer Anyarin me om 11u oppikt aan mijn hotel stelt ze meteen voor om naar Ban Tha Sawang te gaan… Excellent! Het gezin Namsawat houdt van countrymuziek en in de wagen doen de zoontjes Mo en Me al pogingen om mee te zingen met de covers van John Denver en co. Ze gaan trouwens serieus verwend worden vandaag: om de haverklap vragen ze iets om te snoepen (ijsje, frisdrank, nootjes, chips, nog een ijsje) en Anyarin zegt altijd ja. Misschien een beetje compensatie, want ze ziet hen enkel in het weekend. ’t Zijn wel brave gastjes.

    Het is heel rustig in Ban Tha Sawang, duidelijk geen hoogseizoen. We kunnen op ons gemak binnengaan in de werkplaatsen waar zijde wordt geweven en gedecoreerd met zilver- en gouddraad. De draden worden gekleurd met natuurlijke verf, gemaakt van onder andere gedroogd hout en gedroogde bananenbladeren. Sommige weefgetouwen worden vanop twee verdiepingen bediend door drie of vier vrouwen. Het decoreren is ook mooi om te zien, een echt monnikenwerk. ‘k Zit al te denken dat ik het ideale souvenir heb gevonden maar later blijkt dat ik nog wat zal moeten sparen: in de winkel van de werkplaats mogen we een afgewerkt stuk vasthouden – ik schat zo’n 5m2 – dat zomaar eventjes 180.000 Baht oftewel 4.500 Euro kost! Een ander exemplaar, met minder decoratie, mag je al meenemen voor 50.000 Baht. Weer een illusie minder. In een van de souvenirwinkeltjes langs de straat koop ik dan maar een kleiner stuk van vermoedelijk iets mindere kwaliteit … aan 450 Baht.

    We eten nog noedels in het dorpje, waar ook de weefsters komen schaften, en daarna weer de auto in. Nu gaat het terug richting Surin, naar het “Surin National Museum”, het natuurhistorisch museum van de provincie. Behalve wij en het personeel van het museum is er geen kat, maar ’t is nochtans wel een bezoekje waard. Het gaat onder andere over de drie etnische groepen in de regio: Suai, Lao en Khmer. Anyarin is een etnische Khmer. Ik vermoed dat de taal verloren zal gaan want zelfs haar zoontjes Mo en Me spreken geen Khmer meer, enkel nog Thais. Wat de communicatie tussen Anyarin en mezelf betreft, die verloopt met losse woordjes en veel gebarentaal.

    Genoeg cultuur, tijd voor shopping! Eerst gaan we naar Surin Plaza, de department store waar ik vorige week al ben geweest. Deze keer koop ik wat extra onderhemdjes (ik heb gemerkt dat die helpen om er wat minder als een natte dweil uit te zien), nog een olifantenhemd en een joggingtenue. Daarna naar de Big-C (ook dezelfde als vorige week) om ingrediënten te kopen voor de spaghetti die ik volgende week wil klaarmaken. ’t Zal een speciale spaghetti worden want veel zaken vind ik niet, en ook een dure want voor hun verlepte paprika’s vragen ze 250 Baht per kilo.

    De Namsawats moeten stilaan terug naar huis want pa zal wel al honger hebben. Na opnieuw een blitzbezoek aan de avondmarkt om eten te kopen brengt Anyarin me terug naar m’n hotel. Ik ben weer helemaal alleen, snik. M’n eten ga ik zoeken op de night bazaar, een groot plein vol met kraampjes waar eten en kleren worden verkocht. Het aanbod van zoete en hartige hapjes is enorm! Niet te vergelijken met de 10 kraampjes in Buached. Ik kies voor mosselen gewokt met ei en soyascheuten omdat ik dat ooit eens met Inge heb gegeten in Ayuthaya of Sukhothai, en dat toen wreed heeft gesmaakt. Nu trouwens ook weer.

    Anyarin heeft me aangeraden vanavond eens naar Tawan Dang te gaan, een plaats waar live “country music” wordt gespeeld. ’t Is ook een groot etablissement zoals Speed, maar met meer sfeer. De vele pop- en rockmuziek die ik hoor zou ik nu niet bepaald als “country music” bestempelen (lang geleden dat ik “Holiday” van The Scorpions nog eens had gehoord), maar er zitten ook traditionele nummers tussen met danseressen in prachtige zijden jurken en muzikanten met houten strijkinstrumenten die er uitzien als primitieve violen (de instrumenten, bedoel ik). Er staan constant tien à vijftien mensen op het podium. Ook hier is er geen dansvloer maar naarmate de avond vordert gaan meer en meer mensen tussen de tafels toch flink uit de bol. Dat zal misschien ook aan de whisky liggen die hier vlot wordt binnengegoten door zowel vrouwen als mannen – weliswaar aangelengd met ijs en soda. Ik maak ook kennis met enkele locals aan de tafeltjes rond mij. Een dikke ladyboy en daarna een dunne polsen toch eens of ik geen andere bedoelingen heb, maar ze hebben geen problemen met het woordje “no” (of “mai chai”) en dringen niet aan.

    22-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    21-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 21 mei 2010

    Vandaag draag ik het zijden hemd dat ik heb gekregen van Mr. Suwan. “Pure Thai Silk”, staat gedrukt in de kraag, maar Ms. Khem ziet vanop een kilometer afstand dat het geen echte zijde is. Het zit ook heel erg ruim, die XXL. Maar goed, de vrouwen zeggen weer “handsome man!” dus ben ik content.

    Ik heb m’n videocamera meegebracht om het begin van de schooldag te filmen. Grappig om te zien hoe de leerlingen die ik tegenkom me beleefd groeten met de wai, een hoofknikje met de handpalmen op elkaar en de vingertoppen naar omhoog. Ik kom Mrs. Surin tegen en vraag “Good morning, Mrs. Surin. How are you?” waarop ze antwoordt “I’m fat! I’m short and I’m fat!”.

    Na de ochtendceremonie neemt Ms. Jay haar klas apart voor een controle van de nagels: zijn ze wel kort en proper genoeg? De leerlingen zitten neer in het gras en Ms. Jay inspecteert. De ladyboys hebben al een paar waarschuwingen gekregen maar nog steeds hun nagels niet geknipt. Wie niet in orde is moet de hand uitsteken zodat Ms. Jay er met haar stokje een tik op kan geven. Dat gebeurt hier wel vaker, je mag de leerlingen nog aftroeven zoals bij ons in de goeie ouwe tijd ;-). Maar ik heb nog geen harde slagen gezien, vaak blijven de leerlingen er zelfs bij glimlachen. Misschien houden de leraressen zich in omdat ik erbij ben!

    De lesdag begint met Mathayom 5/2, de tweede beste klas van het vijfde middelbaar. Ze moeten om beurten naar voor komen om het zinnetje op te zeggen dat ze gisteren hebben voorbereid. Het gaat betrekkelijk goed, sommigen spreken zelfs de meervoud-“s” uit. Het tweede lesuur komt er niemand opdagen. Er is een wijziging in het lesrooster geweest en Ms. Khem vermoedt dat ze niet op de hoogte zijn gebracht. We gaan dan maar een koffie drinken in het schoolwinkeltje. Ik dacht dat je in heel Buached geen koffie kon krijgen en na 3 weken kom ik te weten dat ze er in het schoolwinkeltje hebben! Het is wel oploskoffie en enkel in “3-in-1”: koffie met melk en suiker. Ik drink m’n koffie liever puur, maar ’t is beter dan niks.

    De lessen gaan goed vandaag, de leerlingen zijn minder passief dan gisteren en velen hebben deze week precies toch wel iets bijgeleerd… straf hé! Na het laatste lesuur verzamelen alle leerlingen in de grote hal voor een soort godsdienstles. De hele hal is gevuld met jongens en meisjes die in kleermakerszit luisteren naar de leraar vooraan. Ik blijf nog een halfuurtje maar dan moet ik me dringend gaan klaarmaken om op citytrip te vertrekken: ik ga het weekend doorbrengen in Surin, de hoofdplaats van de provincie Surin.

    Ik mag mee met Mrs. Anyarin, die in Ban Trasang woont op twaalf kilometer van Surin. Het is een rit van ongeveer een uur, waarbij we ongeveer halverwege de school passeren waarnaar Mrs. Anyarin binnenkort wordt overgeplaatst. In Surin haalt ze eerst haar zoontjes Mo (9j) en Me (10j) op, waarna ze me naar het Majestic Hotel brengt om in te checken. Daarna gaan we samen naar zo’n typisch restaurant waar je precies in een tuin zit te eten. We bestellen tom-yam met vis, gewokte bamboescheuten met groenten en een salade waarvan ik de naam niet ken. De kinderen kiezen steak met frieten, mayonaise en ketchup! De tom-yam is geweldig lekker want er zitten mooie stukken visfilet in zonder graten (tot nu toe kreeg ik vaak stukjes vis met vel en graten). Het is wel allemaal mega-pikant, zo erg dat ik naar het einde toe constant m’n neus moet snuiten. Als ik geen pikant eten zou lusten zou ik nogal vermageren hier in Thailand… maar helaas!!!

    Na het avondeten brengen we nog een kort bezoekje aan de avondmarkt om ontbijt te kopen voor het gezin Namsawat en daarna dropt Mrs. Anyarin me terug bij m’n hotel. Ik besluit nog een stapje in de wereld te gaan zetten. Surin is een klein provinciestadje maar ’t is er toch eentje dat leeft! Er zijn een paar terrasjes met live muziek en een straat met cafés, karaokebars en zelfs een heuse discotheek. Uiteindelijk beland ik in die laatste: “Speed”. Het is een gigantische hal vol met hoge tafeltjes waaraan mensen staan te drinken en van de optredens op het podium te genieten. Een dansvloer is er niet. Er zijn relatief veel westerlingen, pakweg één op de twintig of dertig. Hoewel het hemeltergende gekweel dat je hoort in karaokebars anders doet vermoeden, zijn er wel degelijk Thais die kunnen zingen. Een schaars gekleed zangeresje met twee dansende ladyboys naast zich brengt onder andere een verdienstelijke versie van “Pokerface”. De zangers (m/v) en dansers (m/v/o) wisselen elkaar af. De muzikanten zijn ook goed, ze brengen stevige rockmuziek die heel je lijf doet meetrillen. Er is echter weinig ambiance, de meeste mensen staan gewoon te kijken zonder echt mee te dansen. Na de optredens begint de DJ een mix van Thaise en westerse popmuziek te draaien.

    21-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Donderdag 20 mei 2010

    Om 7u20 kom ik aan bij het hoofdgebouw en door de luidsprekers schalt “Yesterday” van The Beatles. Schitterend! Iedereen is vandaag in sportieve outfit: de leerkrachten in een trainingsbroek met groene polo (zoals ik er nu ook eentje heb), de leerlingen dragen trainingsbroeken met polo’s in alle kleuren van de regenboog naargelang de klas waarin ze zitten. Er zijn er tamelijk veel die toch hun gewone schooluniform dragen, maar volgens Ms. Jay komt dit gewoon doordat het nieuwe leerlingen zijn en hun outfits nog niet werden geleverd.

    Kort voor acht uur neemt Ms. Jay me mee naar de schoolpoort waar ze vandaag op wacht moet staan om de laatkomers bij de kraag te vatten. Er zijn er toch een stuk of zes die nog op de brommer arriveren op het moment dat het volkslied start. Onmiddellijk afstappen en in de houding gaan staan! Ik vroeg me al af of het verkeer ook stopt tijdens het volkslied, maar nee hoor: de auto’s en scooters blijven gewoon voorbijrijden.

    Na de ochtenceremonie laten Mrs. Anjarin en Ms. Pu me het “huistempeltje” van de school zien, vlakbij de schoolpoort. Gisteravond hadden ze geprobeerd me uit te leggen wat het is en uiteindelijk hadden we afgesproken dat ze het gewoon eens zouden tonen.

    Het is vandaag een beetje een off-day wat de lessen betreft. Ik probeer de dingen met handen en voeten uit te leggen maar het lijkt wel of de leerlingen er geen half woord van begrijpen. Er is geen enkele respons en zelfs wanneer ik er wat “slachtoffers” uitpik en hen vraag hoe oud ze zijn kunnen ze enkel giechelen. Wanneer Ms. Khem een simpele oefening nog eens in het Thais uitlegt en vraagt of ze het begrijpen zeggen ze ja, maar daarna gebeurt er niks méér dan het letterlijk overschrijven van de opgave. Zelfs de voorbeeld-oefening, waarvan de oplossing letterlijk in hun handboek staat – één enkel zinnetje: “He used to play soccer but now he plays basketball” – lukt niet. Veel van de leerlingen hebben geen basiskennis Engels, begin dan maar eens het gebruik van “used to” uit te leggen. Bij Mathayom 4/5 is dat niet abnormaal maar vandaag loopt het zelfs bij Mathayom 4/2 allesbehalve vlot. Velen doen ook geen enkele moeite, ze halen niet eens hun schrift boven of ze stoppen het terug weg zonder dat ze de oefening hebben gemaakt. Zo zie je maar dat de Thaise jeugd ondanks de beleefdheden ook niet altijd “braaf” is.

    Tegen de middag vertrek ik te voet om mijn was te gaan afhalen in het wassalon, maar ik kom al snel Mrs. Anyarin tegen die voorstelt om me met haar auto te brengen en meteen ook iets te gaan eten. We gaan naar hetzelfde “restaurant” waar we op mijn eerste dag zijn geweest en deze keer trakteer ik. Met 80 baht (2€) ben ik er van af, drank inbegrepen.

    Ik was ook van plan naar de bank te gaan om mijn dollars voor bahts te wisselen maar Mrs. Jintana zegt me dat dat in Buached niet zal lukken. Daarom rijden we tussen twee lessen in naar Sangkha, 20km verder, om daar tot de vaststelling te komen dat alle banken gesloten zijn wegens de noodtoestand. Nochtans is die officieel niet van kracht in de provincie Surin… Ik begrijp er niet al te veel van en Mrs. Jintana precies ook niet. Het wordt dus een trip voor niks.

    In de leraarskamer staat de televisie op. Op Channel 3 zie je enkel het logo van de zender, geen programma’s. Dat komt doordat de roodhemden het omroepgebouw in Bangkok in brand hebben gestoken omdat ze niet tevreden waren over de berichtgeving. Mrs. Jintana zegt dat er ook in het noordoosten gebouwen zijn platgebrand, onder andere in Ubon. Maar niet in Surin.

    Na de gewone lessen is er vanavond weer Engelse les voor de leerkrachten, tot rond halfzes. Over een goed uur is het al donker! Ik ga nog een minuutje of 20 lopen met Mr. Winai en daarna fitnessen in het park. ‘k Had graag nog badminton gespeeld met de anderen (Mr. Chew & co) maar het is te laat: ze zijn hun net al terug aan het oprollen. Dan maar snel-snel een douche en daarna naar de markt om fruit te kopen voor vanavond. Uit beleefdheid koop ik ook een paar van die mierzoete gebakjes aan het kraampje van de studente die me er gisteren twee cadeau heeft gegeven.

    De dames geven me vanavond kookles: we gaan laab klaarmaken. Het begint met piepkleine bruine rijstkorreltjes die worden geroosterd in de wok en daarna fijngeplet in zo’n stenen stamper. Dan bakken we het varkensvlees, dat vooraf tot gehakt is gesneden. De rest van de ingrediënten wordt er koud aan toegevoegd: uien, kruidenblaadjes waarvan ik spijtig genoeg de naam niet ken (maar ze staan op video), komkommer en – of wat dacht je? – rode chilipepers. Het geheel wordt met langwerpige stukken komkommer gedresseerd (zoals zonnestralen). Delicious! Of voor de Thais onder ons: arroy! Mrs. At komt er ook bij zitten, ze heeft een gerechtje op basis van bamboescheuten meegebracht. Ook heel lekker en handig om de pikante laab nu en dan eens te neutraliseren.

    De Thais geloven dat er in elk huis geesten zitten en de dames hebben me eerder al gevraagd of ik bang ben van geesten. Ik heb toen geantwoord dat ik er niet bang van ben, maar nu heeft Mr. Klaang hen gezegd dat hij denkt dat ik afgelopen zaterdag wél bang was toen hij me na het avondeten naar huis bracht. Ik ben nochtans die avond nog op m’n eentje een wandeling gaan maken, maar misschien is ‘t net daarom dat hij dat denkt: ik wilde misschien niet alleen zijn met de geesten)? Anyarin heeft meer schrik van mensen dan van geesten, zegt ze. Ik geef haar gelijk ;-)

    20-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woensdag 19 mei 2010

    Elke dag begint nu op dezelfde manier: m’n wekker is ingesteld op 6 uur maar de hagedis maakt me wakker tussen 5 uur en halfzes. Vandaag draag ik m’n “olifantenhemd”, een opzichtig hemd met olifanten en tempelruïnes erop dat door de leerkrachten op woensdag wordt gedragen. Het is eigenlijk het hemd van de provincie Surin en veel mensen dragen dit, niet alleen de leerkrachten en niet alleen op woensdagen. Iedereen kan het kopen maar je ziet het vaak bij overheidspersoneel (in scholen, ziekenhuizen enz).

    De dag begint zwaarbewolkt en duidelijk frisser dan anders – maar toch nog achter in de twintig graden schat ik. Ik ben te vroeg op school en begin al wat op mijn laptop te werken in het hoofdgebouw waar de leerkrachten zich elke morgen komen registreren.

    Ms. Khem is genezen maar er is vandaag slechts één lesuur voorzien voor haar. Daarom assisteer ik tijdens het 2e en 3e lesuur Ms. Jay, bij de zesdejaars en de vierdejaars. We luisteren naar Yesterday van The Beatles, dat ik op m’n iPod heb staan.

    Daarna lunch in de cantine, samen met Ms. Jay: som-tam (papayasalade) met een stuk gefrituurde kip en sticky rice. Na onze eerste portie bestelt Ms. Jay nog een variant: som-tam in Laotiaanse stijl. Er is toch wel een groot verschil met de Thaise stijl: in de stijl van Laos is het veel minder “toegankelijk” voor westerlingen. Het ruikt een beetje naar rotte vis, zoals de stinkende fish sauce die je bij ons ook kan vinden. Als dessert nemen we watermeloen, jackfruit en ma-yom. Dat laatste (star gooseberries in het Engels) zijn lichtgroene bolletjes iets groter dan een knikker die tamelijk zuur smaken en gedipt worden in een mengeling van rietsuiker en pikante kruiden.

    In de namiddag neemt Mr. Suwan me mee op de scooter om een bezoekje te brengen aan de lagere school (primary school, prathom in het Thais) enkele kilometers verderop. Mr. Suwan draagt een helm – zeer uitzonderlijk hier – en rijdt redelijk traag. “Safety first!”, zegt hij. De lagere school van Buached heeft maar een 300-tal leerlingen en ziet er veel armoediger uit dan de middelbare school. Het zijn een paar gebouwtjes met één verdieping en primitieve klaslokalen. We bezoeken de klasjes van het 4e, 5e en 6e leerjaar waar ik mezelf voorstel en hen wat Engelse woordjes laat zeggen. De directeur, in scoutsuniform, gaat mee en neemt massa’s foto’s. In het zesde leerjaar zit een kindje met haar broertje op schoot, hij is drie jaar. Er is nochtans ook een crèche in het schooltje. Ook Shon, het dochtertje van Mr. Suwan, zit in deze klas (mooi op de eerste rij). Twee kindjes komen ons een glas water brengen, een koffie met een koekje erbij en op ’t einde nog een cola met ijs. Ze kennen al redelijk wat Engelse woordjes. De onderwijzer is goed bezig want hij legt er de nadruk op dat ze de eindmedeklinkers moeten uitspreken: cat, goat, elephant. Na onze drie “officiële” klasbezoeken loop ik nog binnen in een paar andere klasjes. Op den duur heb ik een horde kleintjes in mijn kielzog, die telkens hard weglopen wanneer ik terug buiten kom. Misschien gaan we volgende week nog eens terug om een les te geven, dat zou fijn zijn.

    Na schooltijd in de English Club luisteren we nog eens naar “Imagine”. Mrs. Jintana begint al mee te zingen! De naam Jintana betekent ook “imagine” zegt ze. Daarna luisteren we één keer naar “So This is Christmas (War Is Over)”, ook van John Lennon. De bespreking is voor later, nu is het tijd voor een spelletje dieren raden: we maken vier teams, twee tegen twee. Het ene team moet telkens het dier van het andere team raden door vragen te stellen.

    Na de les ga ik snel m’n loopkleren aantrekken. Het is al halfzes en ’t wordt hier vroeg donker. Mr. Winai staat al voor de deur. We lopen deze keer rondjes rond de schoolgebouwen. Ondertussen is Anyarin gaan badmintonnen met de mannen en na onze vier rondjes ga ik ook eens kijken. Ze spelen dubbelspel. Ik jog zo nonchalant mogelijk voorbij – ‘k wil me vooral niet opdringen J – en het duurt geen vijf seconden voor er eentje zijn racket aan mij geeft. Ik speel nog twee matchkes, daarna is het te donker geworden. Het eerste spelletje verliezen we nipt maar het tweede (met Anyarin) gaan we toch een beetje af en ‘k vrees dat het aan mij ligt want zij kent er wel wat van. Nu ja, ik speel dan ook nooit badminton thuis …

    Daarna snel een douche en naar de woensdagse “grote” avondmarkt. Het is nog maar halfacht maar ze zijn al volop aan het opkramen. Ik kan wel nog dourian, rambutan en mangkut kopen. Dourian is duur in vergelijking met de rest: voor de inhoud van een hele dourian (een halve kilo eetbaar spul schat ik) betaal ik 90B, voor rambutan en mangkut 20B per kilo. Af en toe is er een leerlinge die me aanspreekt en ’t is nu al de tweede keer dat ze me vragen waarom ik vandaag niet in het park ben gaan joggen ;-). Ik maak een praatje met een leerlinge van Mathayom 5 die achter een gebakkraam staat, en wanneer ik afscheid neem geeft ze me een kokosgebakje en een soort eierflan cadeau (twee lekkere caloriebommen).

    ’s Avonds ga ik weer eten bij Anyarin, Rungtip en Pu. Zoals altijd zijn er weer een stuk of vier verschillende gerechtjes, onder andere een heerlijke tom-yam die Anyarin heeft klaargemaakt. Er is ook naam prik, ik weet nog altijd niet wat het eigenlijk is maar ’t smaakt goed met gekookte Thaise aubergines. We babbelen onder andere over hun roots. Anyarin en Rungtip zijn Khmer, maar dat betekent niet dat ze van Cambodja afkomstig zijn. Het zijn Thais, net als Pu, maar Khmer-sprekende Thais. En daarnaast heb je dan nog de Thais die Thai, Lao of Suay als moedertaal hebben. Misschien is ’t vergelijkbaar met Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige Belgen. Zo heb ik het toch begrepen…

    De dames zeggen dat de roodhemden in Bangkok zich hebben overgegeven nadat de overheid de zware middelen heeft ingezet. Benieuwd of ik dat juist heb verstaan…

    Ik leer hen weer veel nieuwe Engelse woorden (zoals “to surrender” in verband met de roodhemden) maar deze keer krijg ik ook wat Thaise les. Het is een moeilijke taal omdat ook de toonhoogte belangrijk is. “Ver” en “dichtbij” zijn in het Thais allebei “glai”, maar het ene moet je hoog en het andere laag uitspreken! Da’s om verwarring vragen hé… Begin dat maar eens te leren op zes weken! Ze zingen ook nog een Thais kinderliedje voor mij en geven me de opdracht om het tegen morgen in te studeren.

    Inge belt. Victor is genezen, ik hoor hem brabbelen aan de telefoon. Hannah komt ook een paar woordjes zeggen, ons Maxke is te verlegen. Hij zou hier niet misstaan tussen de Thaise kindjes qua verlegenheid ;-). Maandag doet Inge mee aan Kortrijk Loopt. Wie dit leest kan misschien gaan supporteren!

    19-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dinsdag 18 mei 2010

    ’s Morgens ben ik al vroeg paraat – alweer dankzij die hagedis – en de deuren van het English Department zijn nog niet open. Ik installeer me dan maar op een bankje in de schaduw. Een groepje oudere leerlingen komt erbij zitten en na een kwartiertje zijn ze zo stoutmoedig me te vragen om hen te helpen met hun huiswerk Engels. Een klein stapje voor de mensheid maar een grote stap voor hen!

    Mr. Suwan heeft een cadeautje voor me meegebracht: een zijden hemd (pure Thai silk) dat hij ooit in Chiang Mai heeft gekocht. Het is paars met goudkleurige versieringen vooraan.’t Is wel een XXL maar volgens hem past het perfect – ik durf te hopen dat dit toch een maatje of twee te groot is voor mij. ‘k Zal het vrijdag dragen, want vrijdag is de dag waarop veel leerkrachten in traditionele klederdracht verschijnen.

    Ms. Khem is nog steeds ziek – ‘t is een beetje een puppe denk ik want er lijkt niet veel aan de hand te zijn en tussen de lijnen door begrijp ik dat Ms. Jay ook haar twijfels heeft – en daarom helpt Ms. Jay me bij mijn les aan Mathayom 4/5. Dat is ook wel nuttig want hun Engels is o zo slecht! Met uitzondering van een paar meisjes op de eerste rij; voor hen is het eigenlijk wel jammer dat het niveau zo fel naar beneden wordt getrokken door de kinderen op de achterste rijen die er duidelijk absoluut niks van begrijpen. Ik krijg weer te kampen met twee van mijn frustraties tijdens het lesgeven. Ten eerste copiëren de leerlingen alles, vaak zonder te begrijpen wat ze aan ’t overschrijven zijn. De antwoorden op de oefeningen mogen ze niet in het handboek schrijven maar in hun schrift, en ze hebben de gewoonte om ook de volledige opgave over te schrijven. Dat kan heel lang duren, zodat sommigen er nooit toe komen om effectief de oefening te maken. Mijn tweede – kleinere – frustratie is het gebruik van tippex: als je ze op een fout wijst duurt het vijf minuten voor ze tippex hebben geleend van een klasgenootje, netjes het woord hebben overschilderd en de tippex voldoende is gedroogd om het correcte woord erover te schrijven.

    De lessen beginnen hier trouwens nooit op tijd omdat de leerlingen van het ene gebouw naar het andere moeten en er geen tijd is voorzien tussen twee lessen in. Je kan al van ver zien of je leerlingen zijn gearriveerd aan de schoenen voor de deur: ze moeten hun schoenen uitdoen en in de gang voor de klasdeur zetten. Vaak gaat er wel een kwartier verloren voor de les kan beginnen. Er is trouwens ook geen speeltijd. De dag is ingedeeld in 8 periodes van 55 minuten:

    ·         Period 1: 08:30 – 09:25

    ·         Period 2: 09:25 – 10:20

    ·         Period 3: 10:20 – 11:15 (Lunchtijd voor de eerste drie middelbaren)

    ·         Period 4: 11:15 – 12:10 (Lunchtijd voor de laatste drie middelbaren)

    ·         Period 5: 12:10 – 13:05

    ·         Period 6: 13:05 – 14:00

    ·         Period 7: 14:00 – 14:55

    ·         Period 8: 14:55 – 15:50

    Vandaag is de noodtoestand afgekondigd in 17 provincies, waaronder vele in het noordoosten omdat die streek gezien wordt als een bolwerk van de roodhemden. Mathias stuurt me via email de telefoonnummers van de Belgische ambassade in Thailand, waar hij een aantal mensen kent. Je weet maar nooit dat ik ze kan gebruiken. Maar voorlopig zal ’t niet nodig zijn want Surin is een heel landelijke provincie zonder grote steden. Hier wordt de noodtoestand niet afgekondigd en merk ik ook niets van de problemen.

    In de namiddag sta ik alleen voor de klas. Ik probeer het gebruik van “used to” uitgelegd te krijgen, met een tijdslijn en zoveel mogelijk andere visuele hulpmiddeltjes. Daarna doen we samen een oefening maar het is zo moeilijk om wat respons te krijgen dat ik besluit het over een andere boeg te gooien. Ik ben hier vooral om hen Engels te leren spreken, de grammatica is bijzaak. Dus laat ik hen één voor één voor de klas komen om zich voor te stellen. “Hello, my Nickname is xxx. I have yyy brothers and zzz sisters.” Er wordt ongelooflijk veel gegiecheld maar ze hebben nu tenminste een paar woorden Engels gesproken. De meervoud-s (two brothers) kan je er bijna niet in krijgen, het lijkt voor hen ook fonetisch heel moeilijk te zijn. Maar we blijven proberen…

    Tussen twee lessen in breng ik mijn vuile was naar het wassalon. Op de 8e, 18e en 28e van elke maand is er een grote(re) markt maar ze zijn al aan het opkramen. Ik koop nog snel wat dourian en rambutan, voor straks in de leraarskamer en vanavond bij de overburen.

    Na schooltijd geef ik weer les aan de teachers. De opkomst is wat minder groot dan de eerste keer (de directeur is er al niet meer bij, ik denk dat hij vorige week gewoon acte de présence gaf) maar we zijn toch nog met een stuk of twaalf. We doen een rollenspelletje om de kennismakingszinnetjes in te oefenen en daarna recycleer ik mijn lessen van Mathayom 4 over “like/enjoy/love/hate”. Ze zijn heel gemotiveerd en stellen veel vragen. Mr. Klaang wil onder andere ook weten hoe je slaapwandelt, snurkt en een scheet laat in het Engels.

    Mrs. Anyarin is 37 en heeft vandaag eindelijk goedkeuring gekregen voor overplaatsing naar een andere school dichter bij huis, na bijna tien jaar in Buached Wittaya. Toevallig hebben we het er gisteren nog over gehad, ik vroeg haar of ze niet dichter bij huis zou willen werken aangezien ze een man en twee zoontjes heeft die ze alleen in het weekend ziet. Het is nu afwachten wanneer ze effectief vertrekt, maar dat zou snel kunnen gaan. Ik hoop toch dat ze na mij vertrekt want ’t is een toffe. De gesprekken met haar zijn de max; ’t Is altijd een combinatie van Engels en gebarentaal, met hier en daar een Khmer woord ertussen.

    ’s Avonds ga ik opnieuw joggen. Mr. Winai daagt niet op en dus loop ik wat mee met Mrs. Anyarin en Ms. Nii. Ze houden het al snel voor bekeken, dus loop ik nog wat verder buiten het schooldomein en stop in het parkje om te fitnessen. Na een douche fiets ik naar de markt waar ik wat brochetjes koop en een soort poffertjes met kokosnoot. De lucht is dreigend en je hoort de donder in de verte. Af en toe een bliksemschicht, nu nog veraf maar ’t komt steeds dichterbij. Er is duidelijk een ferm onweer op komst. Ik fiets snel naar huis met m’n boodschappen. Onderweg belt Ms. Pu me op om te vragen of ik kom eten. Ik ben heel content want ‘k had echt geen zin om alleen op mijn kamertje te gaan zitten. Ik ben nog maar een kwartiertje aangekomen en het onweer barst in alle hevigheid los. ‘k Heb nog net de tijd gehad om mijn fruit uit de gemeenschappelijke ijskast te gaan halen. (Wanneer ik de deur opentrek komt de stank van de dourian me tegemoet – en toch blijf ik er bij dat het niet slecht smaakt!). Zoals altijd eten we voor het huis onder het afdak aan een lage bamboehouten tafel, waar je naast of op zit. Voor mij zetten ze altijd een klein stoeltje bij maar ondertussen probeer ik toch zoals iedereen op de tafel of op een minuscuul houten bankje te zitten.

    De dames (Pu, Anyarin en Rungtip) hebben bezoek van een bevriend koppel met twee zoontjes van 4 en 6 jaar. De man is onderdirecteur in een school dichtbij Surin, de vrouw is lerares. Omdat ze net government teacher is geworden moet ze straks voor twee jaar naar een school in een provincie in het noordwesten van Thailand dicht bij Chiang Mai, tegen de grens met Myanmar. Da’s 800km van Buached, waar ze wonen! Ze zal maar een keer in de zes maanden naar huis terugkeren om haar gezin te zien, de zoontjes blijven bij de vader in Buached. Bovendien is ze zwanger, maar voor de bevalling zal ze wel naar Buached komen. Je moet er toch veel voor over hebben…

    De regen wordt steeds heviger en de harde wind blaast de druppels tot onder ons afdak, waardoor we op den duur naar binnen moeten verhuizen. We eten verder op een mat op de grond. Tegen het einde van de avond is de storm gaan liggen.

    18-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandag 17 mei 2010

    Die f*** hagedis maakt me weer wakker om halfzes. ’t Is vandaag maandag en dus dragen veel leerkrachten een militair uitziend uniform, maar Mrs. Kae vertelt me dat het niks met het leger te maken heeft: het is een lerarenuniform. Ms. Khem heeft zich ziek gemeld en Ms. Jay loopt er een beetje depri bij; ze moeten een jaar wachten voor ze een volgende kans krijgen om voor het overheidsexamen te slagen.

    Na de ochtendceremonie is er een keuring van de haarsnit en de roklengte van de meisjes. Die waarvan de rok te kort is worden apart gezet en krijgen een preek van Mr. Winai. Het moet echt over millimeters gaan want bij vele van de afgekeurde meisjes zie ik geen verschil met de goedgekeurde. Mrs. Jintana legt uit dat het voor hun eigen welzijn is, want wanneer ze alleen naar huis gaan zouden dronken mannen wel eens slechte gedachten kunnen krijgen als de meisjes er te sexy uitzien. Er is niet veel criminaliteit in Buached, maar er zijn toch arme gezinnen waarvan de man veel geld verliest met gokken (in Cambodja) en aan de drank is.

    Als ontbijt krijg ik van Mrs. Jintana schoonzooneieren (zoete hardgekookte eieren) met rijst. Ik informeer nog eens naar de toestand in Bangkok. Ze heeft in haar dorp gehoord dat de roodhemden 500 Baht betalen aan wie hen komt versterken in Bangkok. Velen in de regio van Buached sympathiseren met de roodhemden (ze zijn dus voor de afgezette premier Taksin en tegen de huidige regering), zegt ze.

    Na Mrs. Jintana in de eerste week en Mrs. Surin in de tweede, moet ik deze week Ms. Khem assisteren. Zij geeft les aan Mathayom 4 (het 4e middelbaar) en er zijn voor haar vandaag maar drie lessen voorzien. Aangezien ze ziek is doe ik een les alleen, bij de andere twee krijg ik assistentie van Ms. Jay en Mr. Suwan. Het gaat over het gebruik van “used to”, zoals in “I used to ride a bicycle with three wheels when I was a kid”. Bij Mathayom 4/2 lijkt het er redelijk goed in te gaan en werken ze goed mee (pas op, alles is relatief…). Bij 4/5 is het stukken moeilijker. Ik merk ook dat ze geen enkele dag van de week kunnen opnoemen en neem wat tijd om dat er in te pompen.

    ’s Middags mag ik weer zelf m’n potje koken met Mrs. Jintana en Ms. Jay. Het wordt tom yam kung (water koken, bouillonblokje erin, look, ajuin, rode chilipepers, sojasaus, grote garnalen, inktvis, tomaten, proeven en op smaak brengen met nog wat sojasaus – misschien vergeet ik nog een paar ingrediënten). Ik bak ook een omelet “thai-style”, met sojasaus en een of andere kruidenmix erin. De eieren worden vooraf flink geklopt maar eens ze in de pan liggen mag je er niet meer aankomen, behalve om de volledige omelet om te keren eens ze een mooi bruin korstje heeft.

    Om 16u start dan de English Club. We luisteren naar “Imagine” van John Lennon, ik heb de tekst van het internet gehaald en voor hen gecopieerd. Daarna spelen we “Simon says” of in dit geval “Thomas says”: ik geef een instructie in de zin van “Thomas says: touch your left knee” en zij moeten dit zo snel mogelijk uitvoeren. De winnaars mogen een kleine prijs kiezen: snoep van de Big-C of een buisje met pepermuntjes van Deloitte (die ik heb meegekregen van Ilse en Els). Zonder uitzondering kiezen ze voor de pepermuntjes.

    Het is om 16u beginnen regenen en nu zitten we echt in een tropisch onweer met stortregen, hevige donder en bliksem. Mijn joggingplannen vallen letterlijk in ’t water. Uiteraard valt de elektriciteit uit maar het duurt deze keer niet lang. Rond 18u30 stopt het met regenen en vertrek ik naar de markt om eten te kopen. En ja hoor, Anyarin roept me bij haar J. Ze spreekt bijna geen Engels maar met gebarentaal en een paar woorden begrijp ik dat ik geen moeite moet doen want de markt is toch uitgeregend en er is genoeg eten voor mij ook. Gelukkig heb ik nog een halve watermeloen liggen, ik ga hem snel halen. Bij het terug buitenkomen springt er zowaar een kikker op m’n hoofd en van daar op mijn schouder!

    Je leert hier echt wel wennen aan “ongedierte”. Hagedissen in grote en kleine maten, kevers zo lang als mijn duim, kikkers, krabben, schorpioenen, rode mieren, sprinkhanen, … Het krioelt hier trouwens van de kikkers en padden, vooral na een regenbui. Op de rand van de wok waarin Rungtip net een ei heeft gebakken zit nu een kikker. Hij laat zich rustig fotograferen en springt dan door het raam naar buiten. Later die avond zien we in de verte mannen met zaklampen op kikkervangst. ’t Is een plaatselijke lekkernij.

    Zo wordt het dus weer een avond in vrouwelijk gezelschap: Anyarin, Rungtip, Jay en At. Ik vind het niet erg want ze zorgen goed voor mij (opmerking voor Inge: dat laatste is puur in de moederlijke betekenis!). Na het eten toon ik nog aan Mrs. Anyarin m’n foto’s van Khao Yai.

    17-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 16 mei

    Ik was van plan vandaag eindelijk eens uit te slapen op zondag, want ik sta nu al twee weken aan een stuk rond zes uur op (erger dan thuis!). Maar om zes uur word ik vanzelf wakker, ‘k denk niet dat mijn huisdier er voor iets tussen zit want deze keer heb ik hem niet bewust gehoord. Misschien is het gewoon van de hitte. Die ventilator helpt wel, maar ’t blijft toch broeierig warm in mijn kamer. Ik doe moeite om terug wat in te dommelen en rek het zo nog tot iets voor negenen.

    Na een uurtje kleren wassen met de hand – alweer een totaal nieuwe ervaring voor mij, zij het dan één van de minder aangename van de voorbije twee weken – besluit ik een fietstochtje te maken door de woonwijk. Het is er heel erg rustig, hier en daar zie je iemand luieren in z’n hangmat en wat spelende kinderen. In een bijgebouwtje van een hui s staan een dertigtal mensen te zingen, sommigen dansen er ook redelijk enthousiast bij. De liedjesteksten zijn in het Thais maar af en toe hoor ik het woord “hallelujah” ertussen, dus ’t zal een minderheid van christenen zijn.

    Na deze fysieke inspanning in de verzengende zon heb ik wel een brunch verdiend. In het dorpje bestel ik noedels maar in plaats daarvan krijg ik krokant gebakken varkensvlees met een oranjerode saus. Niet erg, denk ik, want dit is ook heel lekker. Maar dit blijkt maar een voorgerechtje te zijn want de kokkin blijft druk bezig in haar mobiele keukentje en komt even later aanzetten met een grote kom noedels met varkensvlees (en dat alles voor 50 Baht). Daar gaat mijn goede voornemen om wat minder te gaan eten… Op weg naar huis koop ik op het marktje nog een watermeloen, dat is tenminste low-calorie.

    Wanneer ik terug op m’n kamer kom zie ik de hagedis van op mijn matras naar de muur spurten. Ze hadden me gezegd dat die beesten alleen op muren en plafonds komen maar dit is toch een iets avontuurlijker exemplaar. ‘k Heb weer chance. Wat ben ik blij dat ik mijn muskietennet heb voor ’s nachts – niet alleen tegen de muskieten!

    Er zijn al heel veel Thaise mensen – vooral vrouwen natuurlijk – die me gezegd hebben dat ze jaloers zijn op mijn witte huid terwijl ik het net mooi vind als je een bruin kleurtje hebt. ‘k Ga me hiermee dus niet aantrekkelijker maken bij het vrouwvolk van Thailand maar ik kan het niet laten: ik doe m’n zwembroek aan en ga een uurtje zonnebaden! Ondertussen lees ik in het handboek Engels van de vierdejaars, aan wie ik volgende week les moet geven.

    Aangezien het internet op de school (alweer) niet werkt rij ik naar het internetcafé om m’n emails te checken en mijn blog bij te werken. Ik stuur ook een mailke naar Mathias want ’t is vandaag zijn verjaardag. Op de site van De Redactie staat te lezen: ”Thailand op de rand van de confrontatie”. Na de aanslag op een hoge piet van de roodhemden is het geweld terug opgelaaid. Gisteren zijn er 17 doden gevallen en in bepaalde straten is de avondklok ingesteld. Maar de rellen blijven beperkt tot Bangkok, en dan nog maar een welbepaalde wijk. ‘k Zal me voorlopig dus niet te veel zorgen maken, we zien wel hoe de situatie over vier weken is wanneer ik terug naar huis moet.

    Na twee uur internetten (30B) maak ik me klaar om te gaan joggen en daar staat Mr. Winai voor m’n deur. Goeie timing. De tweelingbroertjes B1 en B2 zijn ook mee, ze zitten met z’n drieën op de scooter. We lopen vijf rondjes rond het voetbalveld terwijl B1 en B2 wat shotten, daarna naar het parkje om te fitnessen. Mr. Winai wil me naar de school terugbrengen maar met vier op de scooter lijkt me toch iets te riskant, ik loop liever. Hij loopt dan maar met me mee uit solidariteit, terwijl B1 en B2 volgen met de scooter. Ze zijn pas 11 jaar!

    Op het schooldomein komen we Ms. Pu tegen die ook aan het joggen is en wanneer Mr. Winai weer vertrokken is besluit ik nog wat mee te lopen met haar. We lopen in een slakkengangetje een paar rondjes rond het basketbalterrein. Pu nodigt me uit om te komen eten en dat sla ik niet af. Ik breng wel m’n watermeloen mee. Ms. Ob en Ms. Nii komen er ook bij zitten, maar alle drie eten ze zo goed als niks. Ms. Pu heeft al om 17u gegeten omdat het slecht is voor de lijn als je te laat eet. Er is gebakken ei “Thaise stijl” (met onder andere sojasaus erin, smaakt een beetje zoet), gedroogd varkensvlees uit Ubon (ook zoet) en pad thai.’t Is weer heel lekker maar deze keer hou ik me toch een beetje in. Zij diëten en ik moddervet worden zeker!

    Het is al pikdonker wanneer Ms. Dokkoon op de school arriveert – het wordt hier wel heel vroeg donker, al kort na 18u. Dokkoon is in de wolken want geslaagd voor haar overheidsexamen (de resultaten zijn dit weekend op het internet gepubliceerd). Mr. Chuay en Mr. Lek ook, maar spijtig genoeg zijn Ms. Khem en Ms. Jay niet bij de gelukkigen.

    Nog iets dat zo typisch is: wanneer ik vraag of er in de regio malaria voorkomt schudden de dames allemaal van neen: “not in Thailand!”. Maar even later vertellen ze dat er elk jaar een vijftigtal leerlingen van Buached Wittaya malaria krijgen! Misschien heb ik hen verkeerd verstaan, maar ‘k ga voor de zekerheid toch maar mijn doxycycline blijven innemen… Het is me trouwens ook niet meer duidelijk hoever we hier zijn van de grens met Cambodja; de ene zegt 30km, de andere 150.

    16-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    15-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 15 mei 2010

    Vandaag gaan we naar Ban Tha Klang, het olifantendorp! Om 7u30 wandel ik naar de ingang van de school waar de minibus al klaar staat, muziek vollen bak. Mr. Suwan is er met zijn vrouw en zijn twee kinderen: Champ(ion), een jongetje van 14 jaar en Shon, een meisje van 11. Kort daarop arriveert Mr. Klaang met z’n vrouw en hun dochtertje (naam vergeten), en even later ook Mr. Sumeth met vrouw en zoontje Ed. Mr. Klaang is een heel sympathieke vent die redelijk goed Engels spreekt, als is hij wiskundeleraar. Mr. Sumeth, die leraar Engels is, spreekt eigenlijk zo goed als geen Engels: bijna geen woordenschat en compleet fout qua grammatica. Na een rit van een kleine twee uur komen we aan in Ban Tha Klang.

    ’t Is de eerste keer dat ik zoveel farangs bij elkaar zie, al is de grote meerderheid van de toeristen toch Thais. We zijn mooi op tijd om de olifantenshow te zien, waarbij chans in alle maten de revue passeren: van een baby-olifantje van anderhalve meter hoog tot het pronkstuk van de hoop, een gigantisch exemplaar (‘k weet niet hoeveel meter) van 36 jaar oud. Ze staan op hun achterpoten, shotten naar een goal, spelen basketball, maken een schilderij – dat daarna voor 200B wordt verkocht – en gooien met hun slurf pijltjes naar een bord met ballonnen. ’t Zijn kunstjes die de dag van vandaag in de circussen van Europa not done zijn denk ik, maar goed. We kopen wat trossen kleine banaantjes, die de kinderen na elk nummer aan de olifanten mogen gaan geven. Voor een ander nummer gaan Mr. Klaang en ik temidden van de piste op een matje liggen, waarna een olifant over ons heen stapt en ons ondertussen een lichte tik geeft. Na de show loop ik nog wat rond op het domein, waar her en der olifanten staan. Grappig om te zien is een huis met een carport waaronder een olifant geparkeerd staat. Een mahout is zijn beest aan het wassen en Mr. Suwan neemt een foto van mij terwijl ik naast de kolos sta en z’n oor vasthoud; het voelt aan als een zeemvel.

    Rond de middag laten we Ban Tha Klang alweer achter ons. Langs de weg stoppen we om aan een stalletje een ware lekkernij te kopen: een bamboestok gevuld met zoete, kleverige rijst met kokosmelk. ‘k Vrees wel dat het een caloriebom is, het vult in ieder geval heel erg maar ’t is zo lekker dat ik er van blijf eten. Ik ga ervan uit dat dit ons middagmaal is maar een kwartiertje later slaan we een aardewegje in en stoppen aan het huis van de moeder van Mr. Suwan waar heel ons gezelschap verwacht wordt voor de lunch. Op het menu staan tom-yam en som-tam, dat laatste is de typische pikante papayasalade. ’t Is een heel gezellige boel. De broer en de vier zussen van Mr. Suwan komen ook langs. Sommigen van hen zijn ook leerkracht net als hij, andere landbouwer. Na de maaltijd komt er fruit op tafel, onder andere mango die wordt gedipt in rietsuiker met pikante toevoeging.

    Een man met een gammele bakfiets hobbelt langs over het aardewegje. Het is zowaar de ijskar! Ik vermoed dat ik weer niet ga mogen betalen voor mijn eten (wat later ook blijkt: “it’s my duty to take care of you” zegt Mr. Suwan altijd) dus grijp ik mijn kans en trakteer alle kinderen die daar rondlopen op een ijsje. 45B voor negen ijsjes, ’t is de wereld niet. Sommigen kiezen voor iets wat wij niet kennen: ijsbollen op een hotdogbroodje in plaats van in een hoorntje!

    In de namiddag gaan we shoppen in Surin. Eerst naar een department store, vergelijkbaar met de Inno bij ons, en daarna in een Big-C, een soort Carrefour. Ik koop een joggingshirt, een “olifantenhemd” zoals de leerkrachten op woensdag dragen, een paar onderhemden (ik heb gemerkt dat je er minder doorweekt uitziet wanneer je een onderhemd aan hebt), een rugzakje (mijn tirette is kapot) en een massa Thaise snoeprepen die zullen dienen als prijs voor de English class. Voor de kinderen in ons busje koop ik “echte” Snickers, die bijna evenveel kosten als bij ons en dus voor hen heel duur zijn.

    Om halfzes zijn we terug in Buached Wittaya School. Het heeft ondertussen geregend. Mr. Klaang en Mr. Suwan nodigen me uit om te komen eten. Ik neem snel een douche, maak een pakketje Belgische chocolaatjes klaar voor de kinderen en even later staat Mr. Klaang met z’n scooter voor mijn deur om me naar zijn huis te brengen. Mr. Klaang heeft een mooi houten huis met veel grond. Hij is niet alleen leraar maar verbouwt ook rijst, zes percelen van 20m op 20m. Een ander stuk grond is hij aan het klaarmaken om mangobomen op te zetten.

    Onder het grote afdak voor het huis is Mr. Suwan al bezig de Thaise barbecue aan te steken; we gaan weer eten in Djengis Khan-stijl, zoals vorige week op restaurant. Ik weet dat ik in herhaling val maar ‘t is weer enorm lekker. Rond half negen brengt Mr. Klaang me terug naar de school. Ik heb geen zin om al in mijn kamer te gaan zitten en maak nog een wandelingetje door de drie straten die Buached rijk is. Terug op weg naar de school kom ik Mr. Suwan tegen, die me met zijn scooter tot voor mijn deur brengt. Hij zegt dat het wel veilig is in Buached, maar toch… ik ben een farang en hij is verantwoordelijk voor mij. In mijn kamer begin ik aan mijn verslag van de voorbije dagen…

    15-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    14-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 14 mei 2010

    Het overheidsexamen was blijkbaar moeilijk, de missen Khem en Jay zien er niet al te happy uit. Maandag krijgen ze de resultaten, ik ben benieuwd. Het is een concours, hoe hoger je scoort hoe sneller je een benoeming in een school kan krijgen.

    Ik moet vandaag het eerste uur lesgeven aan Mathayom 1/4, gastjes die net van de basisschool komen. Het is een moeilijke klas, ze kunnen niet stil blijven en zijn redelijk brutaal naar Thaïse normen. Maar er zitten er wel een paar bij die toch al een behoorlijk niveau van Engels hebben.

    Terug in de leraarskamer ontmoet ik Mr. Udom en zijn vrouw. Mr. Udom is inspecteur/coördinator voor Engels, verantwoordelijk voor 256 scholen in de regio. Vandaag bezoekt hij enkele scholen waaronder de onze. ‘t Is een heel vriendelijke man die goed Engels spreekt. Terloops polst hij of ik niet voor drie maanden of langer kan blijven, want zes weken is toch zo kort. In de buurt zit een Amerikaan van het Peace Corps die hier voor 2 jaar is. Ik zal ’t eens vragen aan mijn vrouw…

    Lunch in de cantine. De leerkrachten hebben hun zinnetjes van gisteren goed onthouden: how are you; I’m fine thank you; how is your lunch; I must go now; … In de namiddag geef ik mijn laatste lessen aan Mathayom 3, volgende week wordt het Mathayom 4. Ik leg extra veel nadruk op de uitspraak van de eind-medeklinkers. “I like” spreken ze steevast uit als “I lie”, “sometimes” als “somtam”. En meervouden gebruiken ze niet: “one book, two book”. Ook de meeste leraressen maken deze fouten constant, dus van hen gaan ze ’t niet leren. Ik probeer het erin te pompen door hen het zinnetje “I sometimes eat som-tam” te doen opdreunen. Ze vinden het super grappig en het helpt – hoop ik – om hen duidelijk te maken dat je sometimes niet op dezelfde manier uitspreekt als som-tam (een Thais gerecht, papayasalade). ‘k Hoop dat Mrs. Surin goed meeluistert J.

    Na schooltijd ga ik lopen met Mr. Winai en daarna weer fitnessen in het park. Het is vrijdag en dus vertrekken veel van de leerkrachten die tijdens de week op de school verblijven nu naar hun stad of dorp, vaak op een paar uur rijden. Ms. Nyang gaat dit weekend niet naar huis en Ms. Khem morgen pas, en zo hebben we afgesproken om samen op restaurant te gaan. Omdat je in Buached geen “echte” restaurants vindt rijden we naar Sangkha, een kleine 20km verder. ’t Is een gezellig restaurant met een mooi terras en veel groen. De vrouw die ons bedient spreekt tamelijk goed Engels. Ze trouwt binnenkort met een Noorse man en gaat daarna mee naar Noorwegen. We eten een gele curry met inktvis, een grote kom tom-yam en een hele vis op een bedje van groenten. Nyang en vooral Khem eten bijzonder weinig en ik probeer dat te compenseren door weer véél te veel te eten. Het restaurant heeft ook een karaoke-gedeelte – heel populair in Thailand – en zo kunnen we meegenieten van het gekweel van enkele would-be zangeressen. Gelukkig gaat het niet te luid, ze zingen alleen maar romantische muziek.

    14-05-2010, 00:00 Geschreven door Thomas Haerynck  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Archief per week
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!