Beeld u eens het volgende in. Een muur van supporters gekleed in het rood-wit stuwt hun ploeg naar de overwinning. Gezangen worden ingezet en vaders met hun kinderen in de hand brullen uit volle borst mee. Studenten leven zich uit en ook de werkende klasse laat zich niet onbetuigd. Eendrachtig zingen ze hun ploeg naar de overwinning. Maar evenzeer volgt er handengeklap als de eigen mannen verliezen. Het getuigt van respect voor de tegenpartij, maar ook voor de normen en waarden in het voetbal die nu bij veel supporters vervagen. Niet zo in The Kop, de bekendste tribune op Anfield Road.
The Kop is gekend over heel de wereld. Maar misschien nog net iets meer in het plaatsje Spioenkop in Zuid-Afrika. Het was daar dat veel Britse soldaten het leven lieten in hun strijd tegen de plaatselijke boeren in 1900. De boerenoorlog eiste een zware tol voor het Britse leger, dat die tijd enkele duizenden soldaten gestationeerd had in dat land. Veel van die soldaten kwamen uit Lancashire en Liverpool zelf. Om die op gepaste wijze te eren doopte men de nieuwe staantribune achter de goal, die in 1906 geopend werd, The Kop. Ondertussen heeft die benaming een nieuwe dimensie gekregen. De spionkop staat synoniem voor een groep trouwe supporters die hun ploeg steunen door dik en dun.
De geschiedenis van The Kop gaat meer dan honderd jaar terug. Na het behalen van de tweede titel in 1906 vonden de bestuurders van de club dat de supporters wel eens iets extra verdienden voor hun onvoorwaardelijke steun dat seizoen. De supporters zouden voortaan comfortabel naar het voetbal kunnen kijken vanop de grootste staantribune van Europa. The Kop werd datzelfde jaar nog plechtig geopend en bood plaats aan 25.000 toeschouwers. Twintig jaar later werd The Kop voorzien van een dak. Dit had als effect dat de vele gezangen, waarvoor de supporters in The Kop bekend staan, massaal werden versterkt door weerkaatsing. Andere clubs gingen zich aan dat voorbeeld spiegelen en richten ook hun eigen "Kop" op. Maar "The Kop" bleef zich onderscheiden van de rest van Engeland. Liverpool is bovenal een muzikale stad en dat weerspiegelde zich ook in "The Kop". Songs van de Beatles en Gerry and the Pacemakers werden herschreven en opgevoerd in lichtjes aangepaste vorm. You'll Never Walk Alone is dan ook het clublied bij uitstek van The Reds. In 1963 stond het vier weken op één in de Britse hitlijst en sindsdien is het één van de kippenvelmomenten elke thuiswedstrijd van Liverpool. Het hele stadion zingt dan mee gedirigeerd door The Kop.Maar de song is ook onlosmakelijk verbonden met een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de club. De Hillsborough-ramp kostte in 1989 aan 96 fans van Liverpool het leven. Om de slachtoffers financieel te steunen werd You'll Never Walk Alone uitgebracht in een nieuwe versie, die eveneens de top van de hitlijsten zou halen. De woorden You'll Never Walk Alone zijn inmiddels zo verweven met de club dat ze werden opgenomen in het logo van de club.
De Hillsborough-ramp had, buiten het verlies van dierbare supporters, ook gevolgen voor de beroemdste staantribune in Europa. De Britse regering vond staantribunes niet langer veilig en legde in 1994 een verplichting op om over te schakelen naar zittribunes. Hierdoor werd de capaciteit van "The Kop" noodgedwongen teruggeschroefd naar 12.000 toeschouwers. Toch zal ook de geschiedenis van "The Kop" kortlings eindigen. De club is volop bezig met de bouw van een nieuw stadion. Anfield Road zal in 2011 plaats moeten maken voor Stanley Park Stadium. Als tegemoetkoming aan de fans heeft het bestuur beloofd een stuk van de eigenheid van Anfield Road te verwerken in het nieuwe stadion. Stanley park zal daarom geen hypermodern stadion worden zoals het Emirates Stadium, maar een typisch Engels stadion met vier afzonderlijke tribunes.Moge de ziel van "The Kop" dan ook verder leven in het nieuwe stadion.