Resultaten van de 'Just for fun' duathlon.
http://www.triathlon.be/uitslagen/2006/view_uitslag_vtdl.asp?wed_id=51
(kopieer de link en plak deze in een andervenster)
11 Augustus D-Day Na vele nachten verwachtingsvol slapen, zenuwachtigheid en andere opgajaagde toestanden is het eindelijk zover. 8413 moedigen, hunkerend naar pijn, afzien en dat ene gloriemomentje als je de laatste klilometer door Bornem wandelt. Verzamelen zich in Bornem. Onder hen twee bekenden. Joeri Smets( van de Taekwondo Tongeren) en ik. Rond 17 uur vertrekken we met drie man in Tongeren richting Bornem. (mijn vader bracht ons naar ginder) Ruim de tijd dachten we. Niet dus. Het verkeer in en rond Brussel zat muurvast. Na veel vijven en zessen zijn we dan toch in Bornem aangekomen waar ik me net op tijd kon inschrijven. Het was ongeveer kwart voor negen. Joeri had zich al vooringeschreven en moest alleen nog maar zijn kaartje ophalen.
Eindelijk ingeschreven besloten we om nog snel iets te gaan eten alvorens we zouden beginnen. We aten een frit en wachtten op mijn vader die ondertussen de wagen was gaan parkeren. Nog snel even de voeten insmeren met een blarenwerend middel en dan met ons drieën naar de startlijn.
21u00 de start Aan het eerste checkpoint nemen we afscheid van mijn vader en staan Joeri en ik er alleen voor(sommige anderen hadden een entourage opgetrommeld die zich langs de weg opstelden en regelmatig moed inspraken of eten of drinken gaven. Later zou ik hier ook gebruik van kunnen maken.) Na de eerste scan was het zover. 21u05 We wandelen door de straten van Bornem. Het moreel zit torenhoog ondanks het feit dat ik hoofdpijn heb en volgens ons is er niets wat ons tot opgeven kan dwingen. Wij en duizenden anderen worden door nog eens duizenden andere toeschouwers aangemoedigd.Muziek, gelach, geroep klinkt door de straten. Een echte kermissfeer. Aan het eerste checkpoint in Weert kerk valt nog niets speciaal te melden. Het begin al donker te worden en we maken ons klaar voor de nacht. Er begint wel nu en dan al een miezerige regen op te komen.
Na 16 kilometer komen we aan op de eerste bevoorradingsplaats. We krijgen eten en drinken. Ik stel voor om even te stoppen omdat ik naar mijn voeten wil kijken. Het gevoel van een eerste blaar zit er al. Sokken uit, en inderdaad. De eerste zit er al. Geen lieverdje. Het compeedkitje dat ik mee heb wordt aangesproken. Snel even de sokken verwisselen en weer verder. Mijn voeten voelen dadelijk een pak lichter aan. We wandelen verder door bossen en plaatsen waar ik nooit eerder kwam. Het begint te regenen en de regenjassen paraplu's en dergelijke worden bovengehaald. We wandelen langs de Schelde, en ik weet dat dit een beeld is dat ik nooit zal vergeten. Die lange stoet wandelaars langs het water dat zilver kleurt door de maan waarin verschillende lichtjes reflecteren. In de verte zie ik een soort kerktoren badend in een oranje licht. De regen maakt dit portret af. Voor de eerste keer vraag ik mij af of ik het einde wel zal halen. We hebben nu ongeveer 20km in de schoenen.
Na ongeveer 25 km komen we aan in Wintam. hier viel niet echt iets bijzonders te melden. Mijn moraal zit nog steeds op een redelijk laag pitje. We komen regelmatig langs plaatsen waar mensen vieren en waar luide muziek door de straten schalt. Mensen moedigen ons aan, en ondanks de hoofdpijn ben ik blij dat deze mensen en luide muziek er zijn. Mensen die niet aan de dodentocht meedoen, kunnen niet begrijpen wat deze aanmoedigingen voor ons betekenen. Ik Neem mijn kaartje bij de hand dat ik thuis had afgeprint waar de straatnamen op staan om zo systematisch de straten af te tellen. Na 30km komen de dodentochters (volgens mij is dit een nieuw werkwoord en bij deze wil ik hier graag patent op nemen.) aan in een schooltje in Ruisbroek. Hier krijgen we koffie, ice tea en koeken. We gaan zitten en hier moet ik, willen of niet voor de tweede keer mijn voeten onder handen nemen. Er zijn nog enkele blaren bij gekomen. Na een snelle verzorging blijf ik even met blote voeten zitten om ze daarna weer in schoenen en sokken te steken. Voor de eerste keer worden we geconfronteerd met het woord opgeversbus. In dat lokaal zitten de mensen die niet meer verder kunnen of willen te wachten op een pendelbus naar Bornem. Raar maar waar, het geeft mij goede moed. Zeker omdat Joeri nog geen enkele blaar had en totaal geen tekenen van vermoeidheid vertoonde.
Na ongeveer 40 km komen we aan in een duvelbrouwerij in Breendonk. Joeri raad aan om met onze voeten omhoog tegen de muur te gaan liggen zodat onze voeten niet meer zo zwaar zouden aanvoelen. Na een minuut of tien gelegen te hebben besluiten we verder te wandelen. Samen met de andere dodentochters wagen wij ons verder in de nacht. Toch spookt nu het woord opgeven al regelmatiger door mijn hoofd. Joeri blijft mij echter aanmoedigen en sleept mij door deze periode heen. Om mijn gedachten op iets anders te brengen begin ik naar de natuur en de omgeving te kijken. België lijkt mooier dan aanvankelijk gedacht. We hebben echt wel mooie stukken natuur en ik nam mij voor om terug te keren met de fiets zodat ik nog meer zou kunnen genieten want het groen dat hier te vinden is. Gelukkig is het wel opgehouden met regenen.
Na een tijdje gebeurt het onvermijdelijke. Ik hervind mijn tweede adem. Het gaat goed. Het wordt licht. We hebben de nacht overwonnen. Ineens lijken de 56 km die we nog moeten doen een peulschil. Het tempo wordt opgedreven en we halen moeiteloos andere dodentochters in. We wandelen door een of ander dorp en volgen een ander koppel dat ongeveer dezelfde snelheid heeft als wij. Maar mooie liedjes duren niet lang en na een tijdje krijgt ook Joeri zijn eerste inzinking. Nu is het mijn beurt om hem er door te trekken. In eerste instantie lijkt dat te lukken en na een dikke 50 km komen we aan in de palmbrouwerij. We besluiten hier langer te rusten. Joeri legt zich even te slapen terwijl ik verder moet met het verzorgen van mijn voeten. Ik twijfel om mijn voeten in te tapen. Ik heb dat nog nooit gedaan en als je dat te strak aantrekt dan loop je het risico dat je voeten gaan slapen en dat je nog verder van huis gaat. Op het vlaams kruis mogen wij zelf geen sporttape aanleggen maar moeten we dat door een kinesist laten doen. Uiteindelijk waag ik het er toch op. Het bleek de goede gok te zijn. Het gaat beter. Mijn voeten hebben een ondersteuning gekregen.
Terwijl het mij redelijk goed gaat, neigt Joeri meer naar de opgave. Hij heeft er genoeg van. Ik wil hem mee krijgen. Ten eerste omdat we er samen aan zijn begonnen en het dus ook samen moeten uitwandelen en ten tweede omdat als ik alleen verder moet mijn slaagkansen ook niet meer al te groot zijn. Toch gaat het niet meer en in de sporthal van merchtem besluit Joeri het voor gezien te houden. Even twijfel ik ook om te stoppen maar de drang is toch te groot. Ik moet alleen verder.
Even buiten de sporthal probeer ik contact te leggen met andere dodentochters. Maar mijn tempo is zo onregelmatig dat het niet lukt om bij iemand aan te haken. Nu ik weer even wandel gaat het weer goed met het tempo. Zitten is dodelijk, maar het moet. Even later komt er een kentering in mijn dodentocht verhaal. Twee andere dodentochters wandelen langs mij door en één ervan zegt 'dat gaat lukken he jong'. Hij klonk zo opgewekt dat ik mij afvroeg of hij epo had genomen, maar ik antwoordde ik hoop het. En aan die vrolijkheid die er bij hem nog in bleek te zitten, trok ik mij op. Ik bleef in hun spoor. Hoewel we nu regelmatig op onverhard kwamen bleef ik hun volgen en kreeg zo goede moed. Ik raakte met hen (Jos en Luc) aan de praat en besloot dat zij beiden mijn enige kans waren om de klus te klaren. Samen kwamen we aan in de sporthal in Buggenhout en daar leerde ik kennis maken met de entourage. Linda en de kinderen en Fons. Die trok regelmatig foto's. Ik ging op de vloer liggen en bleef de raad van Joeri opvolgen om mijn voeten in de lucht te houden. De plaatsen aan de muur waren bezet dus was kaarshouding de enige oplossing.
Na enkele minuten rust trokken we langzaam maar zeker verder. Ik geloofde er weer in dat ik het kon halen. De tocht liep verder goed met hier en daar hoogte en laagtepunten die door Jos en Luc uit mijn hoofd gesproken werden. Voor mij begon er weer wat frisse moed te komen. Zo vertelden ze mij dat ze al enkele keren aan de dodentocht hadden deelgenomen en hoe ze een dodentocht stap voor stap uitwandelden. Terwijl zij er allebei fysiek nog goed uitzagen, liep ik steeds met mijn hoofd naar beneden. Mijn haren hingen voor mijn ogen, en in een strip verhaal zou er op dit moment een stoffige begrafenisondernemer met een lintmeter langs mij komen wandelen in afwachting van het moment dat ik zou vallen.
Net voor de school van Lippelo op een dikke 20 km van de eindmeet gebeurde iets dat ik nooit had verwacht. Serieuze steken aan de rechterachterkant van de hiel van mijn rechtervoet. Het was zo erg dat ik er zeker van was dat het geen blaar kon zijn. Ik mankte gelijk nooit eerder deze tocht en hield mij vast aan alles wat ik kon grijpen. Ik plofte neer in het gras en deed dadelijk mijn schoenen uit. Het bleek toch een blaar te zijn maar een echte kanjer. Ik prikte ze open en duwde het vocht er uit. Ik moest mij echt inhouden om het niet uit te schreeuwen van de pijn. Linda raadde mij aan om naar het rode kruis te gaan, maar Jos zei van het niet te doen omdat die mij waarschijnlijk tot opgave zouden dwingen en hoewel ik er even aan dacht wilde ik het toch niet. Samen stonden we op en hevig mankend liep ik verder. Na een tijdje ging het gelukkig beter.
Zo verdween post na post en elke keer wachtten Linda, de kinderen en de anderen ons op met een glimlach en een vriendelijk woord dat zelfs de meest ontmoedigde dodentochter er weer bovenopkwam. De posten waren nu om de 5 km i.p.v. 10 of 15 zoals in het begin. Het einde leek in zicht te komen. Er moest nog een kilometer of 15 gedaan worden en ik begon regelmatig telefoon en berichten te krijgen van mensen die mij nog wilden aanmoedigen. Mijn baas belde om te checken of hij niet voor niets verlof had gegeven en moedigde mij nog snel aan voor de laatste kilometers. Op dat moment kwamen we op een post aan waarvan we dachten dat het de voorlaatste was. Maar het bleek om een misrekening te gaan. En in de plaats van de 10 km die we nog dachten te moeten stappen moesten we er nu nog 15 gaan. Even vervloekte ik de dag dat ik had voorgenomen om deel te nemen aan deze tocht. Maar Linda, Jos, Luc en de anderen bleven in mijn slaagkansen geloven. Verder dus maar nu liepen we ieder meer ons eigen tempo. Soms verloor ik Jos en Luc volledig uit het oog, maar ik wist dat ze daar ergens waren en dat gaf me goede moed. In de sporthal van Sint-Amands, kwam de vechtersmentaliteit terug boven. En vond ik weer een nieuwe adem. We moesten nu nog een kleine 4 km tot in Branst. De laatste post. Luc en Jos zeiden dat ik mijn eigen Tempo moest wandelen en zelf moest beslissen wat goed was. Ik vertrok met zo een snelheid dat ik hopen andere dodentochters inhaalde. Ik kwam aan in Branst en daar bleek dat ik dat stuk met een snelheid van ongeveer 6 km/u gewandeld had. Ik deed een allerlaatste goede voeten verzorging en wachtte op Jos en Luc om de laatste kilometers te wandelen. Jos en luc kwamen aan, en luc besloot om dadelijk verder te wandelen. Ik trok snel mijn schoenen aan en Jos en ik vertrokken ook voor de laatste kilometers. Ik had ondertussen met mijn moeder getelefoneerd om af te spreken. De kilometers minderden en Luc wachtte op ons om samen uit te lopen. Maar op iets minder dan 3km van de aankomst wilde ik zien wat het was om even te lopen nadat iemand die langs ons door kwam gelopen zei dat het weining verschil maakte of je liep of wandelde. Proberen dus maar. Ik liep, en ze had gelijk. Veel verschil maakte het niet. Dus besloot ik verder te lopen. Ik riep naar Jos en Luc dat ik zou lopen en ging ervoor. Nu haalde ik de anderen in of het niets was. Er stonden steeds meer mensen langs de weg die mij aanmoedigden. Ik zag mijn moeder langs de kant en riep dat ik het nu zou uitlopen. De laatste 2 kilometers waren echt alles of niets. De kans dat ik ter plekke zou neervallen was echt levensgroot aanwezig. Maar ik bleef er voor gaan. Eindelijk kwam ik in het centrum van Bornem aan. Aan beide kanten van de weg stonden mensen te kijken naar de dodentochters die aankwamen. Het applaus dat ineens opklonk toen ik voorbij kwam gelopen klonk luid op. Op dit moment kreeg ik het moeilijk, en wilde stoppen met lopen, maar het ging nog wel even. Het moest maar. Op dat moment zag ik Linda en de anderen tussen het volk staan en de laatste 500 meter stak ik nog een tandje bij. Eindelijk... De aankomst. Ik had het gehaald. Ik wandelde de tent binnen, liet mij scannen en nam mijn medaille en mijn diploma in ontvangst. Ik ging dadelijk op zoek naar Linda en de anderen en belde naar mijn moeder om te zeggen waar ik was. Toen mijn moeder aankwam keken we samen hoe Jos en Luc samen met zovelen andere dodentochters over de eindmeet kwamen. Het zat er op. ik had het eindelijk gehaald. We wisselden nog even telefoonnummers uit en namen afscheid. Terug naar Tongeren. See you next year Bornem??????????????????
Hallo, zoals jullie weten of niet weten, mijn naam is Jan Moermans, 25 jaar uit Tongeren (Zuid_limburg).
Misschien kennen jullie mij al van mijn andere blog die aan mijn (hopelijk)toekomstige kajakclub gewijd is. www.bloggen.be/sport_your_life_live_your_sport .
Op deze site staan al de andere sporten of hobby's die ik beoefen. Dit gaat van lopen en fietsen tot duiken weer terug naar taekwondo. Hiervan beoefen in alleen taekwondo in clubverband.
Voor de sportieven onder jullie is dit zeker een leuke site om eens door te bladeren.
Sit back, click your mouse and enjoy.
Groetjes Jan