|
Jongste speelt anders dan gewone kinderen. Toen hij klein was zette hij steeds zijn autootjes in lange rijen. "Rollenspelen" zie je bij hem nauwelijks. Nooit hebben we zo iets gehoord als "...En dan ben ik papa en jij het kindje en dan gaan we ..." De enige rol waarin hij zich te pas en te onpas inleeft is die van krijger. Oftewel is hij een Star Wars-jedi, of hij levert veldslagen in een Romeins leger of hij is gewoon soldaat. Vreemd vind ik het eigenlijk, dit kind met z'n peperkoeken hartje, dat in z'n spel steeds oorlog voert. Verkleden, zoals met carnaval, doet hij absoluut niet graag. De enige figuur, de aller-enigste figuur, die hij op zo'n dag wel wil "zijn" is dus: soldaat.
Dit keer dreigde dat een probleem op te leveren: zijn soldatenpakje was veel te klein. En in de speelgoedwinkels waar dezer tijd volop carnavalskleren worden aangeboden, hadden ze geen pakjes meer in zijn maat. Dus trok ik vandaag naar een "Stock Americain", op zoek naar camouflagekledij. Heel verwonderd was ik toen ik de winkel binnen stapte. Nu ja, stock hadden ze er wel. Heel véél stock zelfs. Ongelooflijk hoeveel er in die ruimte bij elkaar was gestouwd. Vol en rommelig zag het eruit. De onderdelen van wat het carnavalskostuum van Jongste zou worden, moest ik op verschillende plaatsen in de winkel bij elkaar sprokkelen. Ik was er een hele tijd zoet mee. Maar anderzijds had het ook wel iets. Iets authentieks. Gewoon een zaak met spullen, véél spullen. Zonder enige opsmuk of weldoordachte inrichting. Een plek waar je ongestoord kan zoeken en rommelen. En bovenal, ik heb gevonden wat ik zocht. Zo ongeveer toch. Met een gerust hart kan ik Jongste naar het carnaval laten gaan. Omdat hij, ondanks het feit dat hij zich verplicht voelt om zich in één of andere rariteit te vermommen, zich toch op zijn gemak zal voelen. Zo wordt het toch een carnavalsfeest voor hem. Met de nadruk op feest.
|