Zeven jaar later krijgt Noah een baan bij een schroothandel
en vecht in de Tweede Wereldoorlog. Bij zijn thuiskomst erft hij genoeg geld
van zijn vorige werkgever om het oude, verwaarloosde landgoed van zijn vader
van onder tot boven te renoveren. Allie woont intussen in de stad, studeert af
aan de kunstacademie en verlooft zich in 1947 met de rijke advocaat Lon
Hammond. Als Allie een artikel in de krant leest over Noah denkt ze ineens weer
terug aan haar jeugdliefde. Na een paar dagen besluit ze hem op te zoeken om
zeker te weten of ze écht met Lon wil trouwen, aangezien ze steeds meer begint
te twijfelen.
Allies moeder slaagt er desondanks in ze uit elkaar te
drijven door te verhuizen. Het verliefde koppel gaat uit elkaar na
een hevige ruzie, de nacht voor de verhuis. Beiden zijn ze ongelooflijk
verdrietig en Noah beslist elke dag gedurende een jaar brieven te schrijven
naar Allie. Deze zijn jammer genoeg nooit tot bij Allie geraakt, door tussenkomst van haar moeder, waardoor
Allie het gevoel krijgt dat Noah haar gewoonweg vergeten is, en voor goed.
Allie Hamilton is een welvarend, zeventien jarig meisje dat
haar zomer doorbrengt in Seabrook. Daar ontmoet ze Noah Calhoun. Hij werkt op
een houtzagerij met Fin, het vriendje van Allies beste vriendin Sarah. Noah
ziet Allie op de kermis en is op slag verliefd op haar. Eerst moet Allie niets
van Noah weten, maar na vele pogingen van Noah valt ze langzamerhand voor zijn
charmes. Samen beleven ze een prachtige zomer vol liefde en vreugde, maar de
ouders van Allie keuren hun relatie niet goed. Noah verdient maar weinig geld
en zij willen een goede toekomst voor hun dochter, om deze reden verbieden ze
Allie Noah nog te zien. Ondanks de vele commentaren die ze beiden krijgen van
Allies familie, plannen ze hun toekomst samen.