wanneer ik dood ben sluit mijn ogen
teder want ze waren mij zo lief
leg mijn handen niet
verloren onder kruis en paternoster maar ontfutsel ze nog even wat ze
nooit hebben begrepen weet
er is geen weerstand meer
Categorie:Korte verzen
Aliënatie
Ze zou een tango schrijven aan zijn voeten een wilde polka
zwieren om zijn hals zich laten draaien in de wijde wals van grote dagen,
diepe nachten zoeten
met snoozy-lachjes op zijn ogen waar hij slaapt
in haar. Ze zou zijn wimpers groeten nog voor hij wakker werd. Er zou niets
moeten alleen maar mogen altijd mogen, maar....
Hij roept,
wil vlees! Ze schudt het pepervat doorprikt gebraad. Terwijl het witlof
fruit ontglipt het botervlootje aan haar handen.
Ze kijkt naar hem, ze
wil hem zeggen dat... Hij hoort niet meer, hij staart zijn ogen uit op
beelden van voor haar te verre landen.
Categorie:Sonnetten
De zevende dag
De storm jaagt wolken zand en schuim over het strand. Je rug gebalde weerstand recht je hoge kraag. Ik ken jouw wens:
altijd een zondag als vandaag, zo'n zweepslag in de mist van dit verwaterd
land.
Ik? Hoor Sibelius, een verre achtergrond, zie door het raam het
wuiven van mijn liefste boom. Het huis een warme haven voor intens
gedroom, glas binnen handbereik, pantoffels en de hond.
Zo leeft elkeen
op zondagen zijn kleine wens. Hoewel er in de schriften staat dat God die
dag tevreden zijn gedane werken overzag, denk ik dat Hij op 't laatst nog
even tot de mens
gesproken heeft: bekijk en kies, want alles mag. Dat
deelden wij, die avond na de rijke dag.
*idee en eerste versregel zijn van Joop Komen, waarvoor dank.
Categorie:Sonnetten
Gemis
ik weet niet van waaruit ik schrijf vanuit mijn
hart mijn maag mijn darmen vanuit de kriebel in mijn armen het stormen in
mijn helse lijf
of schrijf ik om het woord te leggen geheel gespreid
gestreeld gekozen een maagdeke dat ligt te blozen om wat het zich zichzelf
hoort zeggen
welneen, ik schrijf vanuit mijn ogen als orfeus die
verloren zingt nadat hij omkeek, omkeek mens!
naar haar die op de
teerste vliezen genadeloos - in één moment de tijd gebald - werd
uitgeprent
Categorie:Op rijm gezet
De terugkeer
Ze keek tot hij verdween in haar pupillen, de leegten die
haar doodgeboren droom naar binnen zogen in die dunne schroom, bij alles
wat ze ooit had durven willen
en dat haar stom ontglipte. Dat
fantoom- verdriet in kelen die niet kunnen gillen een onbestemde honger
moeten stillen: de wortelresten, de gevelde boom.
Maar door de tunnel,
achter zwarte gaten, ziet zij een nooit gedachte lente aan: zijn kind, zijn
naam, hij heeft haar niet verlaten.
Ze weet het nu, ze zal zijn wegen
gaan. Het spoor dat hij haar stervend heeft gelaten blijft in de welving
van haar voeten staan.
*in samenwerking met en naar een idee van Joop
Komen
Categorie:Sonnetten
Meeting
[de spreker stapt op de trede]
Behorend tot de
minderheden verhef ik thans mijn stem! We hebben nu genoeg geleden zeg
ik nogmaals met klem.
De haringen zijn uitgedeeld, en zie ons hier nu
staan! De een te veel, de and're niets om mee naar huis te
gaan!
Wie weet waar zijn zij heengegaan, die alte kameraden één
meldde zich al dood, morsdood!!
Want zonder haring, minstens
drie, wordt niemand hier nog groot!
[gaat af]
*levendige herinnering
aan de korte maar bruisende 'sterretjes'-tijd op Schrijf.Net, een initiatief van Gerard Dupree, die, samen met een onbekende jury, 'talentvolle dichters' met één tot drie *-retjes beloonde. Er was gemor, te voorzien, maar er roerde tenminste wat!
Categorie:Waar is de tijd
Laat mij
laat mij niet langer weten wat ik weet van
woorden de gestelde wetten leg mij geen kaarten voor waarop de weg met
naam geschreven staat en het waarheen
zeg niet dit is zeg
niets ik luister niet ik kijk veel liever weg tot is ontbloot wat
mij nooit eerder werd getoond
geschoond misschien zal ik dat kunnen
zeggen waar ik zwijg
Categorie:Dichten & zo
Perelieren
Op Schrijf.Net organiseerden Hubert Voorhoeve en Jeanine Hoedemakers een wedstrijd:
"Schrijf een gedicht
over een of de PEER."
De debuutbundel van Danny Degenaar
"Eternelle lust geen bollen" werd ingezet als prijs.
Ik
noemde mij voor die gelegenheid Popote, en won de bundel met onderstaand
vers:
Gezellig perelieren
kom hier, jij
beurzeken vol sap jij malse venusdochter uit de verre bongerds van
mijn jeugd
je bent niet recht je bent niet krom je hebt geen
stekels of geen bolster je valt niet om gelijk een pruim
je zit
waar ik je zet. we kunnen dagen perelieren jij en ik, totdat je mij
verleidt het water langs mijn tanden loopt
wat mij genoopt te
bijten in je buik je kruikje van genietingen verzadigd
beet adam
in een appel? wat een grap!
uit: De keuken van
Popote
Ik had het gedichtje in 't Vlaams willen schrijven, dat vond
ik veel sappiger klinken, maar ik zou me daardoor te snel verraden
hebben tussen al de Nederlanders op deze .nl-site.
Hier dan:
Gezellig perelieren
kom hier, gij
beurzeken vol sap gij malse venusdochter uit de verre bongerds van
mijn jeugd
ge zijt niet recht ge zijt niet krom ge'n hebt geen
stekels of geen bolster ge rolt niet weg gelijk een pruim
ge zit
waar ik u zet. we kunnen dagen perelieren gij en ik, totdat ge mij
verleidt het water langs mijn tanden loopt
wat mij genoopt te
bijten in uw buik dat kruikje van genietingen verzadigd
beet
adam in een appel? wat een grap!.
Categorie:Waar is de tijd
Dichterbij
ik moest maar eens wat minder dichten zei de
dichter tegen zijn vrouw die naast hem stond en muffins bakte in de vormen van
papier waarop hij verzen schreef daar hij haar nog niet elders had zien
staan dan in zijn dompig brein waarin ze rook naar ambrozijn en koeler
maan verbaasd keek zij hem aan
legde
de vaatdoek in zijn handen toonde hem de weg de waarheid en het leven
dat hij met beide handen greep in schuimend sop de kommen en de koppen
van de menger klopper kneder en hoe hij nu wist dat zij niet langer geurde áls maar
echt een ovenwarme muffin was en hij volmondig at van haar
Categorie:Dichten & zo
Life sucks
op honger drijven wij gezellen naar de overkant
er
vaart een boot voorbij een dwaze vlag gebaart de oorlog is
gedaan een dode jongen gooit zijn lichaam overboord
de kapitien in
polychroom staat twee minuten uit de wind
wij vreten
gulzig zingen zelfs en zinken
Categorie:Korte verzen
Boegbeeld
de kleine kromgegroeide vrouw die
ik eerst grijs zag staan als leunde ze tegen de even grijze golven
aan die achter haar op witte regels een oneindig voortbewegen
schreven
zij stond zo stil
of toch niet want heel even heel
langzaam wiegde ze haar smalle schouders, haar getaand gelaat toonde
die glimlach die ik niet noemen kan
ze was niet grijs
verholen
kleuren lichtten op oud-rood een zindering van zijde een toets van
goud nog zichtbaar bij haar hals en vele blauwen in het
ogenschijnlijk vale van haar jas
een boegbeeld zag ik
dat ooit
gesneden uit nog te jong nog bijna bloeiend hout nu oud verweerd maar waardig voorwaardelijk de boot blijft sieren
Categorie:Over mensen
Het dagje wel
hijs de vlag de Friesche Vlag strooi
Completa in Moccona Petit Déjeuner van Lu pak de dag met
Compactuna Polifila in de scheuren Piwel staalwol schuurpapieren Levis
Mur Fluid Injection heksentoeren Sadolin Rubson Trimetal Satijn aan de
uitgestreken wanden
Fix & Finish schuur je handen zet de ladders
aan de kant plof en lees
de ochtendkrant
Categorie:Over dingen
Kleding-ketens
Ze zou 't klassieke pakje niet meer dragen. Het knelde, werd wat sleets na
zoveel jaar. Zo! Met een triompfantelijk gebaar trok zij het uit en stelde
zich geen vragen.
In blits-moderne snit wou ze behagen: gedurfd, uniek,
o noem het gerust raar! En nieuw van top tot teen tot in d'r haar: aan
rode piekjes wou ze zich ook wagen.
In trendy look trad zij in 't
openbaar. Men bracht meteen de handen op elkaar. Een groot succes!
Aanbidders! Hoe conform
het kledingstuk nauw aansloot op zijn doel. Ze
pronkte, praalde in haar zelfgevoel, maar eer ze 't wist was zij... in
uniform.
*in samenspraak met en naar een idee van Joop Komen
Categorie:Sonnetten
Een bloemetje
o -o°O°o- °°O°° | | | ik kies die morgen voor je uit een hele
mooie kijk de zon loopt al ontbloot langs het gordijn we zijn voor
haar niet ver verwijderd van elkaar we liggen samen in haar oog te
slapen nog ze schuift geluidloos langs de schakelaars vult kamers met haar
licht van blauw naar rozerood-oranje tot een dag we kunnen onze
ogen sluiten droevig zijn en weifelen we doen het niet
*een
bloemetje voor J., toen jarig en wat ziekjes... - 25 april 2004
Categorie:Lichtjes typo
Zomerjeremiade
klamme dagen kleven op de nachten en
versmachten ze met laat lawaai
straten zwaar van oude
warmte in de gevelstenen opgesloten wijl de wind lamlendig ligt te
staken
open ramen lokken zelfs geen speeltjes uit met glasgordijnen en
het kleine anders o zo fris en kittel-lachend windorgeltje hangt er roerloos bij als dood
ik
zucht de woorden briesje... koelte... god,
waarom
verlaat gij mij
Categorie:SeiZoenen
Van de hitte
de straten stinken ingedikte hitte gist in de
cloaca van mijn stad
belegen zweet de tijd uit gore roosters goten
garen vuiligheid die niet verwaait niet eens met blikjes vrolijk meer de
nacht in danst of ritselt langs de gevel vriendelijk nog even navertelt
over hoe goed
de ijsco was
de dag blijft aan de avond kleven al
ligt de zon nu als een rijpe bes achter de huizen, zijn de schaduwen
gewist, de stenen houden al haar warmte binnen langzaam langzaam gaar
ik tussen lakentjes
van bladerdeeg
Categorie:SeiZoenen
Zonneslag
laat mij linnen hemelbogen spannen over
alle torens van mijn stad
zie de schepen binnenvaren porseleinen
uit Limoges op de langgerekte tafels
zachte leren van de
meesters uit Cordoba over stoelen lichte eiken
uit de wouden waar
het lommer heel een zomerlang blijft hangen
roep de donkere
zigeuners hun violen en hun ongeschoren bloed
blozend toont Babette
de wijnen terwijl Christo achter sari's
stenen eilanden
verbergt
Categorie:SeiZoenen
Zotte zomer
'hebban olla vogala nestas
hagunnan hinase hic anda thu...'
de bomen o bomende
waaiende bomen de bomen uit waaibomenhout
ze staan op hun dooie gemakje de
dromen te rooien in 't zonneveldwoud
het blauw te herkauwen van zuchtende
luchten de waters van klaterend goud
die komen hun wortelgestellen
bevruchten besluipen tot hoog in hun kruin
de takken waar vogelen
vedelend nestas hagannan aan de bazuin
van de engel de aap o!
calyptuslied het zingt en het klingt allemaal
hinase hic anda de
valkparkiet die stierf in een ander verhaal
Categorie:SeiZoenen
De belofte
ik zou zo graag eens in je auto rijden zei Daantje die
al op zijn sterfbed lag. toen ze de holten rond zijn ogen zag en wist: hij
is zijn dood aan't voorbereiden,
vertroostte ze: komt heus nog wel een
dag dat ik je bij je arm zal begeleiden dan kan je met me mee een ritje
rijden zodra je even uit je bedje mag...
mijnheer op kamer zes is
overleden. ze keek naar hem en dacht: we doen het, Daan en klampte op
de gang een zuster aan
ze heeft haar auto voor de deur gereden, en in
de witte stilte van die nacht is hij naar 't mortuarium
gebracht.
*Opgedragen aan Yvonne, beste vriendin en verpleegster op rust, want haar waar
gebeurd verhaal uit een kleine kliniek, anno 1950-55 ongeveer.
Categorie:Sonnetten
Breekpunt
hij weet geen wijsjes meer ineen te flansen kan niet meer draaien voor z'n
daaglijks brood. het aapje op het orgeltje is dood bezweken aan het al te
gekke dansen
en aan het bedelen, het rokje rood van schaamte, aan het
knagende verlangen als vroeger in een speelse boom te hangen van alle
tinkelbelletjes ontbloot.
hij leeft, maar weet zich nu met alle
ogen die hij uiteindelijk begrepen heeft geen raad. zijn allermooiste
mededogen
zit diep in 't lijf, dat bang benepen leeft de huid te dun
en tranen die niet drogen een hart dat breekbaar in zijn handen beeft
Categorie:Sonnetten
Alluretje
Kan het zijn dat de man die
sonnetjes bakt dat die jambische hersentjes heeft? Dat ie 's morgens zijn
das met een jambische knoop al een jambisch alluretje geeft?
Dat ie
machteloos lonkt naar de anapest, het orakel dat over de kloof van de
tweebeners hups op een driepikkel zit en verlekkerd is op het
geloof
in het rime het rijm en de metrumpijn, in de dans van de
ooi-ievaar Ach ik weet het niet eens, ik beweer het ook niet wat ik stel
is een vraagje zomaar
Categorie:Dichten & zo
Een eind weegs
ik weet nog: het was bijna nacht waar
ik stond de auto's als haastige beesten met ogen te dicht bij de
grond, de weg met aan 't einde de warmte, het nest
ik hoopte niet
meer
ik ging achteruit en de wenk 'neem me mee' had eerder het
lome van wuiven naar niets want jou had ik niet meer
verwacht.
je zat hoog en je tilde mijn tas
er was koffie, dat
eerst, zei je want ik ben moe wil je praten, de hele tijd door, wil je
dat? ik móet niet meer ver...
maar ik hoorde: ik kán niet... ik
praatte op leven of dood
*geschreven n.a.v. "autostop" met een vrachtwagenchauffeur die écht voortdurend in slaap dreigde te vallen. Een beetje (?!)bang was ik wel...
Categorie:Belevenissen
Bevroren God
God - moet je weten - was van meet af aan al oud
nog ouder dan Methusalem die ik leerde kennen in het schooltje om de
hoek.
God had toen al een witte baard een mantel in de kleuren van mijn
jurkjes na de zomer.
Zo zag ik hem voor 't eerst op doek geschilderd hangen tussen "Het
Aardse Paradijs" en "De Kruisiging".
Hij had, zei Zuster Fabiana, een rechter- en een linkerhand waaraan we
zouden zetelen na onze dood.
Toen werd het winter, werd het heel lang winter. Het schooltje
sloot er vielen bommen heel nabij
Eén keer nog ging ik langs alleen met moeder.
"Kijk mam, ijsbloemen op de ruiten!" gebaarde ik. Ze keek niet weg, ze
haastte voort
"Mamie...? Is God nu ook bevroren?"
Ze durfde het niet horen.
*de titel van een opdracht bedacht door Margo van Gelder, op de toenmalige Werkgroep
Poëzie
Categorie:Waar is de tijd
Tu es sacerdos
ze hadden hem in 't riet gestuurd een
eeuwigheid naast god beloofd de gouden handdruk van de dood als hij maar
honger leed en liefde aan de apen liet het Brood verkruimelde zijn huid
omhing met zwarte rok en van de duizend knoopjes er niet een zou open
doen
hij kijkt naar elke Lieve Vrouw en denkt aan Zuster Beatrijs die hem
subtiel is voorgegaan
verrukt voelt hij de klepel slaan
Categorie:Over mensen
Ach en wee
de regen wist een palingdroom te schrijven op de ribbelstroom
de grote
ringel hoorde dat en trok de gronzel uit het nat
nog voor de inkt kon
drogen
ik zat met puimsteenogen te tranen naast de bibberrat
en
blikken mededogen te proppen in het gat
het was te laat de regen
boog en streek de ribbels glad
Categorie:Nonsens-Bizar
Het huis
Het huis, altijd een werf en altijd
elders.
Dagloners dragen stenen aan en af
er werd geen plan
getekend geen cohier van lasten voorgelegd geen paal geheid,
geeneen.
De bouwheer meet de tijd bepaalt de lichtinval de
ruimten en het schuinten van het dak
veranderlijk.
Soms lijkt
het afgewerkt. Dan sluit ik het gordijn. Een punt, de sleutel en -het
breekbaar- welbehagen
want rusteloosheid ruist allengs uit alle
hoeken de stilte weg en weer zie ik het elders staan en zal ik
gaan.
Categorie:Over dingen
Het nieuws
koppig zuigt de dag zich vol met klaarte
zo is de
wet
een koffiezet verkracht genadeloos mijn dromen die zachter
waren dan de nieuwsberichten:
de doden slapen al de ziekelijke
schapen blaten nog
*n.a.v. de blauwtong-ziekte bij de schapen
Categorie:Korte verzen
Het werk
aan tafel zitten, op een stoel. papier en potlood aan de
rechterkant de linkerhand die nergens weet van heeft legt zich te
luisteren naar wat vanuit de grond omhoog kruipt langs de poten naar het
vlak onder de punt die registreert.
als alles is geschreven blijkt
het niet meer te zijn dan dit onmogelijk te lezen cardiogram van een
bestaan
Categorie:Korte verzen
Hip wil wat
de haren zorvuldig verward het hemd machinaal
ongestreken
de broekspijpen kundig versleten gerafeld op
maat
de schoenen gelompt -tegen zweverigheid- een veter
nauwlettend vergeten
het truitje moet binnenste buiten gekeerd
want mam heeft het anders geleerd
en dat ze zich hoedt om het jasje
te wassen want dan ga ik vrees'lijk te keer
wassen? hoe deed zíj dat ook
alweer?
Categorie:Vr.Vorm-rest
Wilde ego(s)trip
snel armen kruislings over buik naar
heupen trek ik al mijn kleren uit en zwier ze zwaaiend in de lucht
zie het purperen gareel beaat tussen kristallen hangen in
luchters klinken feestelijk de glazen
over een deur drapeerde zich de jurk als een guirlande zomerwitte
bloemen
het kanten slipje vlinderlicht vliegt naar het raam gaat
wonderbaar over het groen van de bonsai liggen als bloeide hij
en in mijn huid heeft nooit voordien de kamerlucht zo tintelfris
gebeten met niet te tellen tandjes van genot
Categorie:Over mensen
Ondraaglijke lichtheid
ik wou dat ik faalde ik wou
dat ik baalde ik wou dat ik vreselijk lelijk was pokdalig gebocheld
en arm als de straat
verlaten verstoten jaloers van de koek in de handen van bazige
bonzen opstandig mijn kruimeltjes gaarde
ik wou dat ik mee-lijden kon met de aarde de hemel de hel de
zaaiers van armoe en doem
ik wou dat want nu
rol ik rustig een rokertje luister ik naar Sibelius
en niets heb ik helemaal niets om over naar huis te schrijven
Categorie:Vr.Vorm-rest
Astrologica
ik kwam te voorschijn toen de Zon had
afgedaan de tekens tot voorbij de riem waaraan de Tweelingen de Maan naar
alle winden lieten waaien en tegendraads Saturnus zat te janken hopeloos
het schuim aanschouwend van de Ram die vierkant in het water viel
hoewel
het uur zat goed want Leo spuwde op de bol zijn hete driftendans waarvan
ik zo verschoot dat ik begon te beven vooraleer ik zelfs een eerste keer
geslagen werd
en nog
ik woon op nummer twaalf het laatste en het meest verborgen huisje in de
rij van Ik naar 't loze Wij dat later meer dan in mijn dromen na 't
verteren van dat Wonder wezenlijk begon te smaken naar
een Château-en-Espagne* Appellation Oubliée
vandaar
*Chateau-en-Espagne betekent luchtkasteel.
Categorie:Vr.Vorm-rest
Het Grote Gevoel
in het cafeetje Het Grote Gevoel zaten
zij beiden op eenzelfde stoel als je maar weet wat ik daarmee bedoel met
dat cafeetje de stoel en de boel
ze waren nog jong maar de tijd was al oud het bier was verschaald en maar
halvelings koud zijn handen begrepen haar heupkens zo stout ze keek wat
beteuterd geen mens is van hout
hij wriemelde bevend haar roksken omhoog de ober bezag dat van achter de
toog hij dacht aan zijn Trien en dat zij hem bedroog een brandende
braamdoorn schoot recht in zijn oog
hij wiste met woede zijn laatste traan en als hij dat slikkend had
afgedaan is hij voor de tortelse duifkens gaan staan boosaardig van aard
zei hij kort: jullie gaan!
toen stonden ze op van hun enkele stoel die dampte nog na van Het Grote
Gevoel hij zette haar kraag recht want buiten was 't koel de ober verzoop
zich daarna in 't gewoel
van zijn cafeetje Het G.... G......
Yep!
*leuke herinnering aan ons "kelderken" op Schrijf.Net, waar ik toen mee mocht werken aan het onderhoud van de site. Het vers werd geschreven t.a.v. Marc Boelens, die, zo schreef hij, in gedichten "het grote gevoel" wilde lezen.
Categorie:Waar is de tijd
Kwatrijntjes
De voorman
Een donderwoorden-bliksemend betoog 'Niet laten knechten,
vrienden, kijk omhoog!' Waarom maakt hij nu plots zo'n gek gebaar? Er
vloog een bijtend vliegje in zijn oog...
Samen-zin
Wat zou een
knotwilg zonder knot, Een prevelkwezel zonder god Een kuddenloze herder
zijn Zo bij een wijze hoort een zot
Opvoeding
Op
jambenpasjes leerde ze haar les Van één a twee en stoppen voor de
zes Maar stoppen heeft ze blijkbaar nooit gekund ze hakt de prei nu met
een jambisch mes
Bewolkt
De dag voldeed niet aan zijn
zondagsplicht. Vergat de zon te wassen, en haar licht Ligt vuilig grauw
langsheen de huizenrij. Verbolgen doe 'kmaar weer mijn ogen
dicht.
De reis
Levensmoe en Levenswijs Maken broederlijk
de reis. Zachte zetels in de trein Naar 't beloofde
Paradijs.
Los
Breng mij terug bij de rollende stenen. Roep
mij terug naar de bruisende zee! Weg zijn de muren, de grenzen
verdwenen. 'k Geef wat ik heb met de wolken mee!
Schrappen?
De
hoogste bomen worden door de wind gesnoeid, En zijn na elke barre storm weer
doorgegroeid. Als bakens kunnen zij nu in het landschap staan Omdat ze
nooit door regelneven zijn verknoeid.
Categorie:Op rijm gezet
Doffe ellende
de marsupilami zit hoog op een tak zijn
zeer lange staart te betreuren
de veer is gesprongen de lol is eruit. hij jengelt en jeremieert: iedereen
is gemeen! hij kijkt
naar zijn navel en denkt aan zijn moeder hij grient
uit zijn neus ja
toen kwam ze nog na met een doekje nu niet. hij dropt
zijn verdriet in het
stof van de wegel die onder hem doorloopt geen mens
die het ziet
Categorie:Over dieren
En de winnaar is... DRIEK
Onderstaand gedichtje schreef ik destijds op Schrijf.Net. Daar zwaaide toen wat! Protest, ontgoocheling, omzeggens totale verslagenheid. Een sonnettenbakker als Dichter Des Vaderlands (NL), stel je voor!!!
*
't Is nie waar!
zo zaten ze bijeen en klonken met holle ogen aan
elkaar gewaagd op een in gram verzonken hoerensjans onder hun
haar.
het platte plebs had hun een loer gedraaid. geen krijger geen
hervormer neen! een rijmelaar had uitgeblonken kreeg de eer om voor het
land
huns vaders en de schone ogen van het prinsendom te
dichten.
dit was een allereerste ramp daarover zal hij niet...
*
Op
26 januari 2005 werd Driek van Wissen door het Nederlandse publiek voor de komende
vier jaar verkozen tot derde Dichter des Vaderlands. Zijn voorgangers waren
Gerrit Komrij, die voortijdig afhaakte, en interimaris Simon
Vinkenoog.
De zogenaamd vernieuwende dichters, voorzien van inslaande
etiketten zoals jong, postmodern, absurdistisch of
gewoon absurd, experimenteel, conceptueel, meer anti dan pro
etc... afijn, samengevat: zij die Dada nog geen dada! toezwaaiden, kwamen in
opstand. De kersverse DDV kreeg van sommigen al direct een vuur... he, slijkdoop
te verwerken.
Precies op de dag van zijn inauguratie werd de sluiting van
het het concentratiekamp Auschwitz herdacht. Hoe rijmt men dat tesaam? Hij
deed het, tóch dus, en wel met een vers dat volgens mij van humor en
tegelijkertijd van respect getuigt. Een speedsonnet dat op een mild-cynische wijze
laat aanvoelen dat Driek zich bewust was van zijn ondankbare taak.
DICHTER DES
VADERLANDS
De nieuwe Dichter van het Vaderland Mag, in de
wolken door de eerbewijzen, In een speciale feesttrein huiswaarts
reizen En werpt daar nog een half oog in de krant
En leest dat exact
zestig jaar geleden De laatste treinen richting Auschwitz
reden.
het blijft te lang te stil op straat ik
bind de honden holle trommels aan hun staart er moet gekletter zijn geblaf
en dat ik hoor waarheen ze gaan en kerend ik de doening van hun neuzen
volg en weet wanneer en waar waarom ze blijven staan
want daar
daar
is er iets waarnaar ik later op de nacht kan graven
Categorie:Korte verzen
De man die
de man die verzen leest hij leest geen
verzen hij droomt dat scheerschuim geurt naar moeders borst naar romig
opgeklopte moedermelk en zwarte stoppels op zijn mansgezicht
verzacht
hij weekt zijn brood in lauw verdriet en roept de vrouw de
andere zij die de vorige uit zijn gedachten giet
Categorie:Over mensen
Aan mijn moni
moni o moni ik hou zo van jou jij bent mijn
alles mijn méér dan ik wou.
jij toont mij werelden wijder dan
wijd sust mij in webben, geen verte geen tijd
kunnen ons
scheiden van elkaar 'k trek al in dagen geen kam door mijn
haar
en je vierkantig cyclopenoog weet wat er mij naar je
toe bewoog.
was 't niet de roep van de Lorelei heel in de
verte aangrijpend nabij?
was het die
vreemde gedrevenheid: kennis vergaren? vergetelheid?
het is de duik in een kolkende zee Orfeus, vertel
mij Eurydike...
*ik had voor 't eerst een PC - november
2000 - begon toen pas gedichtjes te maken
Categorie:Waar is de tijd
Het weekje in de ruimte
Gaia in het midden? Ze méént het! Maar...
De Maan heeft een oog dat
nog lonkt naar de Zon
Mars ramt hun droom in elkaar maar de zalvende
Zeus weet wel donders goed hoe de pientere gast Mercurius aan
Venus te
koppelen valt die frivool haar dag vol marktmuziek op kopers speelt en
verzen breit uit dunne draden van White Linen geurend tot hij komt, het oude plichtsgetrouwe vadertje
Saturnus dat gedisciplineerd de tobbe-dag eert
Want straks troont de Zon weer.
We maken voor haar alles mooi!
Categorie:Over dingen
Loslaten
dit is een vruchtbare nacht zwaar hangen rijpe mispels maar de
bomen laten ze niet los
eerst moet het verlangen komen naar
verrotting naar vergaan
naar de smaak daarvan
Categorie:Korte verzen
Goddank
zo is het dus in februari jaar na jaar na jaar het kloppen van de stad het
sap in valentijnen harten verheven rood en afgerond
zijn het de vogels
al? of giechelen de cherubijntjes warmpjes ingevette lijfjes mij uit
bed?
hortensia's staan dood te kijk in stenen tuinen bevroren bruin
hun kleur verloren weren zij de scherpe geur van wat ontstuimig
zwelt
in teder doen de knoppen stoute knoppen durven weer en weten
niet
goddank
Categorie:SeiZoenen
Gij badt... G.G.
hoe moet ik hoor ik mij wie vraag ik het is er
nog één die mij niet jaagt ik klaag niet
hagel laat geen
wonden weegt onderhuids bloedt binnenwaarts mijn hals dicht lauw en
smoort mijn stamelen waar ik u roep waar ik u niet kan roepen
roept
gij mij
Categorie:Vr.Vorm-rest
Februari
vandaag kwam ik de liefde tegen ze leek te dampen in de winterkou de ruiten
bloosden reeds ze deed de stoep de goot waarin het schuim de schilfertjes
van gisteren gewillig loodste naar vergetelheid
ze was gewoon de
kleine dagelijkse vrouw haar handen spanden zich om zeem en lap en
dweil ze wrong hen wreed en wapperde bevrijd de straat vol geuren van
lavendel kamperfoelie en limoen
straks als hij thuiskomt zal zij
hem een schotel warmte doen
Categorie:SeiZoenen
Famke
hoe het begon: we zaten aan een tafel weet ik nog
de boter was heel
zacht het was zomer buiten, zwoel wij zouden praten over een tuin
geloof ik en een groter huis
ik zei hoe zei ik dat de hond is
vuil niet zo ik zei je hond zou ja en zonder overgang zag ik je
elders
zitten op de grond je rug gerecht de benen wijd gespreid de
hond zo dicht zo daar
en jij begon haar zijden haren te kammen
toegewijd aandachtig liefdevol omslachtig ook geen plekje heb je ongemoeid
gelaten
het bliksemde
ik had je lief ik had je kunnen
haten
*herinnering aan een geprek met mijn vriend A.B.
Categorie:Belevenissen
Re-ACTIE!
Alles voor 't plezier van 't schrijven
reactieversjes op
-de zich 'objectief'
noemende dichters en recensenten -de maniakale woordverkrachters -de
vrijdenkende anti-sonnettirannen -de magerzuchtigen -de uitvinders van de
naamwoordvervoeging en het jejijen -de scouts-op-zondag-van-de-straat -de
veelplempers -enzovoort
testcase
de dichterkens op 't
wereldwijdeweb ze lurken aan de tijd al bakkeleiend als mottenballen
tantes pinkhoog vleiend elkanders en een anders holle kweb
een enkel
keertje zinken heel omzichtig hun afgeroomde ogen in het dik ze schrikken
dan en murmelen doorzichtig: ik vind, nou ja, ik meen, maar wie ben
ik?
eens thuisgekomen schoppen ze hun toffels niet onder stoel of bank
maar door de ruit en trekken zij hun stoute schoenen aan
dan gaan ze
anoniem en zonder moffels -hoe tegendraads dit hier ook staat te staan- zo
dagen zij de rauwe waarheid uit
eigen weurden
zeer langwerpig slingerapen zich de miksoepweurden van het grootste naar het kleiner grut der blaters aan de dunharige draden van
het winternet
bakelei een koekoeksklok van eigen deeg hoor hoor hoe
aborigineel ze interapig in de potten slepelen want eigen weurden eerst en
wie niet meedoet
is een vlieger voor de klater van hun
zelfrijzende zandtaarten de staart onwederroepelijk
verkleefd vercollageend in saamgeraapsel niets staat nog
apart de
eigeneerstigheid blendeert ogen oren mond we eten wortelkool en preibes
peerknollen met zie naast appelsaus en kelen onze slikken
in
vrij moet
en kent er iemand nou een fijner
nummer dan stappen op de maat van het sonnet de slenterende straat een
neus gezet met hakken op de klinkers als een drummer
en tussentoontjes
fluiten voor de pret tot ergernis van menig scheve hummer die zwalkt van
hot naar her of nog de hm'er de laaggebrilde hooggeneusde wet
die jou
in vrijheids naam een voetje licht de prei de selder alles voor je soep de
krant de mug de olifant een troep
van dingen die je liefhebt op de
stoep en niemand hoort je stomverbaasde roep je reutel in jouw ongelikt
gedicht
minimalisme
de gezette gesettelde dichter
schrijft
ik zit op waarop? de gezette dichter hoort zijn zwaar te
dragen lezer lichtjes denken
schrapt op weegt voeg ik iets
toe? schrapt ik
zitten
zit
door De Gezette
Dichter uit: "Het Niets"
de gezette dichter is
tevreden een geur van puur humaan geluk omkrult zijn zinnen nadat
hij als poogde hij om op te staan een bil verheft
vanuit het
centrum vult de periferie zich met vlucht de vleugels van zijn
neus verwijden fijner nu geniet hij zich een zelf
vertoevend in een
geur van onderbuiks geluk snuift hij de geest
je nept me
nipt
je tippelt steels mijn ogen je horizont mijn zicht je
wil mij mede dogen je valst mijn ochtendlicht
je nept me nipt. de
stilte kamert rondom ons bed dat davert van de bilte je zweet je handen
wet
ik boxershort mijn delen maar jij behaat geen moer je deurt in
ambergelen je draait en baadt me loer
nooit zal ik nog bebillen een
blauwe pelikaan ik rood mij nu ik shirt me ik trek mijn schamen
aan
doeternietoe hoehoe
allez hup et on y
va! geen gedoe geen tralala dichies aan ballonnetjes
waaien boven
festivals hippig hopt een nieuwe wals boven bier in tonnetjes
en
wie wet ons en wat let ons poëzie? is blablabla maar zo'n festi! vals
of... zeg maar dat brengt centjes in de la