SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 09de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Overlijdensakten BS 1895-
  • Huwelijksakten BS 1916
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Huwelijksakten BS 1911-1915
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-1894
  • Pv-WO I Itegem
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    23-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv-WO I Tremelo-7
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) - Gemeente Tremelo - deel 7

    Bl. 64

    onze slaapkamer – voor onzen stal wil ik zeggen – stond eene pomp die overvloedig en goed water opleverde. Van dan af waren wij in het kamp wat vrijer en konden wij gesprekken aanknoopen met fransche soldaten en andere burgers.
    Niet allen toch werden wij voor de nachtrust in dien paardenstal gebracht : de oude broeder Rufinus, de eerw. Heer pastoor van Boisschot en pater Jan kregen een ander kwartier en mochten op eenen strooizak slapen; de twee eerste omdat zij oud waren, de laatste omdat zijn langen baard hem een oud voorkomen gaf.
    De eerste dag loopt ten einde. Wij hebben nu een gedacht van het leven in het kamp, wij zullen dan ook maar slapen gaan. Wij leggen ons neder op den steenen vloer, doch slapen doen wij niet; wie zou er slapen op een kussen zoo hard? En daarbij gansch den nacht gebons op de deur door menschen die willen buiten zijn om eenige noodwendigheid te voldoen. En de wachters daarbuiten zijn toch de knechten niet van de ‘Schweinhunden’ daarbinnen! Zij hoeven dan ook zoo ’n haast niet aan den dag te leggen om de deur te openen als men langs binnen klopt.
    Goddank! ’t Is morgend geworden! De poorten van ’t vagevuur gaan wagenwijd open; frissche lucht stroomt ons tegen. Wij spoeden ons naar buiten om nog meer van die goede lucht te genieten en ons toilet te maken. Dit zal gebeuren aan de pomp met helder water. Zeep en kam vinden wij niet; de meid zal die ongetwijfeld verkeerd weggelegd hebben! Als ze nu maar gezorgd heeft voor den koffie? Wij zullen eens gaan kijken; en vooruit naar de kantien.
    Natuurlijk dat wij daar zoo maar niet seffens gediend worden, elk moet zijn beurt afwachten. Nu dat wachten heeft soms ook zijn voordeel : ditmaal deed het ons kennis aanknopen met eenen franschen soldaat, eenen onderpastoor uit de omstreken van Lourdes. Deze vertelde ons zijn lotgevallen, deelde ons zijne vaste hoop mede op de eindzegepraal van zijn vaderland; wij van onzen kant spraken hem van ons wedervaren en zoo troostten wij elkander en spraken elkander moed in.
    Dien voormiddag moesten wij voor een soort van onderzoeksrechter verschijnen. De eerste die ondervraagd werd was de eerw. Heer pastoor van Boisschot. Daarop volgde pater overste en andere paters. Ik ben daar niet ondervraagd geweest. De paters moesten vertellen wat er te Aerschot gebeurd was.

    Bl. 65

    De persoon die dat onderzoek deed scheen niet vijandig gesteld ten onzen opzicht, wel integendeel, hij scheen ons genegen, en toen de ondervraging gedaan was verklaarde hij aan pater overste : “de zaak is klaar, gij zult waarschijnlijk in vrijheid gesteld worden.”
    De soldaten die gelast waren om ons te bewaken, waren katholieken en toonden ons oprechte genegenheid. Zij vroegen aan de paters eenige gewijde medaliën die hen geschonken werden. Zij van hunnen kant, trachten ons alle mogelijke diensten te bewijzen. Zij brachten ons broodjes; zij gingen voor ons naar de kantien leverworst koopen; dank aan hen kon ik ook een glas melk bekomen; tegen den avond bezorgden zij ons strooi zooveel als wij verlangden om op te slapen; zij verdedigden ons wanneer wij door andere Duitsche soldaten beleedigd of bespot werden.
    Dien dag werd ons gezelschap vergroot door de aankomst van vier broeders der christene scholen van Lebbeke en van den eerwaarden heer Bernard, pastoor van Ylemme bij Maubeuge. Deze even als wij moesten hunne priester- en kloosterkleederen afleggen om een pak aan het onze gelijk aan te trekken. Die broeders van Lebbeke waren : broeder Amedeus, overste; broeder Daniël, na zijner terugkeer in het Vaderland te Mechelen tweemaal tot gevangenisstraf veroordeeld; broeder Athanasius, hollander, en broeder Vulmarus.
    Het werd middag. Ditmaal was onze soep op tijd klaar: zij bevatte vooral roode koolen, aardappelen en spek. Rond den avond kregen wij nog een stuk brood. Verder niets bijzonders te melden.
    Den volgenden dag, 10 september, ontvingen wij het nieuws dat wij zouden vertrekken naar het priesterseminarie te Münster. Dien dag ontvingen wij geen brood, doch onze bewakers, zooals ik hooger reeds heb aangemerkt, bezorgden ons broodjes. Ik heb dien dag ook eene pint melk bekomen mits te betalen. Mijne makkers konden dit ook genieten. Onze soep was enkel gereed tegen 3 ure namiddag. Wij zouden na deze den kost van het kamp niet meer smaken.
    De 3 dagen in het kamp van Senne overgebracht waren dagen van verveling, angst en kommer, hoop en vrees. Die verschillige aandoeningen volgden elkander beurtelings op. De ‘far niente’ baarde verveling en deze werd nog vermeerderd door een ongenadig en lang wachten voor het minste dat er te doen was : eene oefening van geduld. De gedachten waren in het vaderland bij al wat ons dierbaar is. wat was er van onze naastbestaanden en vrienden geworden? Wat was er geworden van onze parochie? Hoe zou later leed hersteld en nood verdreven worden? Daaruit volgden kommer en angst die nochtans gematigd werden door het betrouwen op de goddelijke voorzienigheid.

    Bl. 66

    Voor ons eigen zelve was de toekomst onzeker : wij hoopten wel eene spoedige vrijstelling of ten allerminste eene spoedige verbetering van ons lot, en wij hadden de beste redenen om zulks te hopen; doch, wij kenden ook de valschheid en de wreedheid van den vijand en aldus was onze hoop niet zonder vrees.
    Dit heb ik nog kunnen bestatigen : bij al de gevangenen van het kamp, zoowel soldaten als burgers, eene vaste verzekering dat de verbondenen spoedig zouden zegepralen. Maar ook om bij zichzelven die verzekering te verwekken geloofde men graag en zelfs roekeloos al wat men vurig wenschte. Zoo werd er, den dag onzer aankomst in het kamp, rondgestrooid dat America naar Duitschland een ultimatum gezonden had : België moest binnen de 24 uren ontruimd worden. Dit nieuws, niettegenstaande zijne onwaarschijnlijkheid, werd gretig geloofd. Die lichtgeloovigheid voor het gewenschte maakt het geluk uit van den mensch die zich in druk bevindt.

    Op weg naar Münster.

    Het was den 10 september. Nadat wij, rond 3 ure namiddag, onze soep genuttigd hadden, kwam de tijding dat wij onmiddellijk gingen vertrekken. Wij vroegen om onze priesterkleederen mede te nemen? Er werd ons geantwoord : er blijft geen tijd meer om die te halen, wij moeten seffens weg om den tram te hebben naar Paderborn, de kleederen zullen zonder uitstel afgezonden worden. Wij vertrokken en vonden een tram gereed te Senne. Deze bracht ons te Paterborn aan de statie. Daar konden wij een glas bier bekomen en broodjes met vleesch koopen naar verlangen.
    Wij vertrokken uit Paterborn rond 6 ure ’s avonds en kwamen rond 11 ure te Soest aan. Daar moesten wij van trein veranderen en eenen geruimen tijd wachten. Eenige mensen die zich in de statie bevonden schaarden zich rond ons en ondervroegen ons. Wij antwoorden met voorzichtigheid en terughouding op de vragen die ons gesteld werden. Die menschen toonden ons genegenheid; er werden ons zelfs boterhammen met vleesch aangeboden. ’s Morgens rond 7 ure waren wij te Münster in Westfalen.
    Men bracht ons uit de statie langs eenen bijzonderen uitweg waar een electrieke tram gereed stond om ons naar het seminarie te voeren. De heer Subregens van het seminarie was naar de statie gekomen om ons af te halen. Hij stapte met ons in den tram waarvan men de rolgordijnen neergelaten had. In het seminarie was de tafel gedekt, en een lekkere koffie met suiker, fijne broodjes, vleesch en pompernikkel lachte ons tegen. Die plotselinge ommekeer en het ontmoeten van menschen die ons zulke genegenheid betoonden, maakten op ons den diepsten

    Bl. 67

    indruk. Wij verbleven in het seminarie van den 11 september tot den 19 december en werden er door de geestelijke overheid met de grootste voorkomendheid behandeld. Daarvoor zal ik de heren Regens en Subregens altijd dankbaar blijven, alsook de goede zusters en de knechten Herman en Joseph.

    In het seminarie te Münster.

    Daar de seminaristen in verlof waren mochten wij op het eerste verdiep de kamers betrekken die onder den trimester voor hen bestemd waren. Ik ben van gedacht dat de overheid er op rekende dat wij zouden in vrijheid gesteld worden voor den terugkeer der seminaristen. Dat was het geval niet en daarom werden wij genoodzaakt later te verhuizen naar het derde.
    Tot den 10 october bleven wij immer onder bewaking der militaire overheid. Eene wacht werd geplaatst beneden in den corridor nabij den ingang van het seminarie. De eerste dagen na onze aankomst mochten wij zelfs niet buitenkomen. Daarna werd ons toegestaan eenmaal daags gedurende eene uur in den hof te wandelen.
    Den derden dag van ons verblijf te Münster begon een nieuw onderzoek. Wij moesten voor twee officieren verschijnen; ditmaal allen zonder uitzondering. Men vroeg mij of ik mijn parochianen niet aangezet had tot weerstand? Of ik geene wapens uitgedeeld had? Of er op mijne parochie door de burgers niet geschoten was? Of er gebrand werd en waarom? Men vroeg mij ook of er geene van mijne parochianen in Duitschland gevangen waren? En na mijn bevestigend antwoord vroeg men mij hunne namen. Ik deelde deze mede. Later heb ik vernomen dat mijne parochianen te Sennelager ondervraagd zijn geweest. Deze hadden eenvoudig de waarheid te verklaren om ons vrij te pleiten. Om zijn pleit zekerder te winnen wilde Alfons Michiels mij zelfs voor eenen Duitschgezinde voorstellen. Niettemin beproefde men het uiterste, doch vruchteloos, om hun te doen zeggen dat wij het volk zouden opgehitst hebben.
    Drie weken later ontmoetten wij in het seminarie een der officieren die ons ondervraagd hadden. Hij liet ons hopen dat wij weldra in vrijheid zouden gesteld worden. “Sie kommen bald frei”. Aan pater Simon Goovaerts zegde hij nog : “nu weet ik waarom gij aangehouden werd. De verslagen van onze troepen zijn binnengekomen. Men heeft te Aerschot veel op onze troepen geschoten, daarom heeft men gansch de bevolking aangehouden, en natuurlijk u ook.”
    “Sie kommen bald frei”, werden ons zoo menigmaal herhaald door

    Bl. 68

    al de Duitschen die ons naderen dat zij ten slotte voor ons spreekwoordelijk geworden waren. “Kent gij het laatste nieuws?” vroeg mij regelmatig meester Huysmans toen ik ’s morgens in den refter kwam om te ontbijten. “Neen, welk?” “Sie kommen bald frei”, gaf hij dan lachend voor antwoord.
    Een onzer eerste zorgen na onze aankomst in het seminarie, was onze priesterkleederen terug te vragen ten einde ons gevangenenpak te kunnen afleggen. De eerweerde heer subregens beloofde ons uit te zien en stelde ons tevens gerust met de woorden : “in Duitschland gaat niets verloren.” Dagen verliepen en er kwam geen antwoord. Nog eens beproefd. Eindelijk na drie of vier weken wachten kwamen onze kleederen toe : het waren niet meer dan lodderen! De togen der paters waren tot op de hoogte der lenden afgesneden, met lansen doorstoken en verscheurd. Mijn toog was afwezig.
    Priesters van het bisdom Münster lieten ons in het seminarie kleergoed brengen : hemden en ander ondergoed, zakdoeken, kousen enz., ook bovenkleederen. Wij werden niet alleen in eens van dit alles voorzien : het ging er de eene voor, de andere na; doch, tegen den 10 october hadden wij allen het uitzicht gekregen van deftige Duitsche priesters. De overheid van het seminarie had het er op aangelegd ons in een behoorlijk pak te steken tegen dat de Duitsche pastoors in retret kwamen, hetgeen plaats had den 12 october.
    Tegen dien datum werd ook de militaire wacht uit het seminarie weggenomen en van dan af mochten wij naar goeddunken van den hof van het seminarie gebruik maken. De overheid van het seminarie had zich waarschijnlijk voor ons borg gesteld. Wij zijn dan ook eens buiten het seminarie geweest namelijk om op de plechtigheid der Gedurige aanbidding in de Domkerk het lof bij te wonen. De heer subregens vreesde dat ons verschijnen in de stad zou kunnen moeilijkheden verwekken, en daarom hebben wij dan ook het seminarie niet meer verlaten tot op den dag van ons vertrek.
    Nu eenige aanteekeningen over onze bezigheden in het seminarie en onze betrekkingen met de overheid en andere personen.

    Onze godvruchtige oefeningen.

    Van af den 12 september tot den dag van ons vertrek hebben wij alle dagen kunnen mis lezen. Dit gebeurde in de kapel van het seminarie en in een auditorium waar men tot dit doel twee altaars opgericht had.

    Bl. 69

    De eerweerde paters hadden hunnen brevier bij zich bewaard; de eerweerde heeren pastoors en onderpastoors niet, doch er werden ons drie of vier breviers bezorgd. Het kwaart voor middag vergaderden wij om samen het rozenhoedje te bidden, ’s avonds wederom voor het avondgebed.
    Van af den eersten dag dat wij in het seminarie waren hadden wij beslist ons den dag te verdeelen om het H.Sacrament te aanbidden. Die oefening werd alleen onderbroken tijdens het retret van de Duitsche priesters of wanneer de kapel ingenomen was door de seminaristen. Verder legde ieder volgens goeddunken zich toe op ander oefeningen van godsvrucht.
    Zondaags om 9 ure werd beurtelings door eenen der priesters eene plechtige mis gezongen.

    Ons tijdverdrijf.

    ’s Middags en ’s avonds na de maaltijden vergaderden wij op het derde verdiep in de groote speelzaal der seminaristen. Daar trachtten we onder elkander verzet te vinden, daar werd eene pijp of eene cigaar gerookt; daar werd eene kaart gelegd, het schaakspel of het dambord aangesproken; daar werden hollandsche kranten gelezen voornamelijk het centrum; daar werden de gebeurtenissen van den oorlog besproken, daar werd ook wel eens vroolijk gezongen.
    Wij konden ons uit de bibliotheek van het seminarie boeken aanschaffen niet alleen duitsche maar ook fransche. Verder konden wij ons ook op de theologie toeleggen en daartoe de studieboeken der seminaristen benuttigen. Het heeft mij bijzonder getroffen in den tractaat “ de jure est justitia” in gebruik te Münster een hoofdstuk aan te treffen geheel en al gewijd aan het recht der krijgsvoerende militaire overheid tijdens den oorlog. Daarin werd klaar en duidelijk geleerd dat het den legeroversten vrij staat algemeene straffen om te passen om het misdrijf van een of meer burgers wanneer de tijd niet toelaat de plichtigen op te zoeken. Volgens dit princiep hebben de Duitschers in België gehandeld : zij hebben niet alleen verwaarloosd de plichtigen op te zoeken, maar ze hebben zelfs niet onderzocht of er wel plichtigen waren. Van daar ook de toepassing van hetgeen wij in Duitschland zoo menigmaal gehoord hebben, zelfs uit den mond van priesters, zelfs uit den mond van eenen bisschop : “de goeden moeten het met de kwaden bekoopen.”

    Onze betrekkingen.

    Tijdens ons verblijk in het seminarie zijn wij zeer weinig met menschen van ginder in betrekking geweest, en dus is het mij ook niet mogelijk een grondig oordeel over die menschen uit te brengen.

    Bl. 70

    Eenige woorden toch over de personen met dewelke wij in aanraking kwamen. in het algemeen moet van de Duitschers gezegd dat het echte vaderlanders zijn, menschen die hun vaderland beminnen gelijk eene moeder haar kind, en die niet zelden aan eene verblinde moeder gelijk ook blind zijn voor hetgeen dat vaderland tot oneer strekt. De Belg is genegen zijne landbesturen te beknibbelen; de Duitsch integendeel is meer genegen vrij te pleiten. Daaruit moet men afleiden dat de Duitschers in het algemeen volstrekt ongeloovig bleven aan onze gezegden.

    De zeer eerwaarde heer Regens van het seminarie was een goedhartig man; ten onzen opzichte zeer kiesch en bescheiden; wat hij zegde was doordacht en nooit heeft hij laten blijken dat hij aan onze gezegden eenigzins twijfelde. Welk zijn gevoelen was bleek evenmin. Hij betreurde de oorlog zonder meer. Kortom wij waren allen van gedacht : dat is geen fanatieke Duitsch. Toen Antwerpen gevallen was overhandigde hij ons volgens gewoonte de “Zeitung” : lij scheen het dat hij dien dag zulks deed met zekere verlegenheid alsof het hem griefde ons met dat kwaad nieuws te komen bedroeven. Ter gelegenheid van zijnen feestdag zouden wij den braven man eene afvaardiging om hem ons heilwenschen aan te bieden : aan die oplettendheid van onzen kant was hij zeer gevoelig.

    Den zeer eerwaarden heer subregens noemden wij een echten Deutsch. De spreuk “das ist Krieg” was hun eigen wanneer hij anders een kwaad niet kon verontschuldigen. Hij was wel van gevoelen dat de belgische priesters onschuldig waren, doch zonder reden werden ze niet aangehouden. Kon het niet dat socialisten, bv. zich in priester verkleed hadden om alzoo op de Duitsche troepen te schieten? Hij herhaalde ook meermaals dat de goeden met de kwaden moeten boeten. Toen ik hem den roep der gewijde vaten van Tremeloo verhaalde, dan was zijne vraag : hebben Duitsche soldaten dat gedaan? Dat kon hij moeilijk veronderstellen. Voor het overige beschouwden wij hem als een voorbeeldige priester, als een man van plicht en vol iever. Toen de tijding kwam dat zijn broeder gesneuveld was, hebben wij van die gelegenheid gebruik gemaakt om hem onze dankbaarheid te betoonen met het H.Misoffer tot lafenis der ziel van den overledene op te dragen.

    De eerste dagen van ons verblijf te Münster zijn wij ook in aanraking geweest met een kapelaan van Münster en een kapelaan van Bocholt. Die heeren brachten ons een bezoek en verschaften ons tabak, zeker uit genegenheid, doch zij hadden de kieschheid niet hun oordeel over den oorsprong en de gebeurtenissen van den oorlog, voor zich te houden. Zoo Duitschland aan België den oorlog verklaarde dan was dit de schuld van België dat met Franschen en Engelschen was aangespannen en deze binnen zijn grenzen reeds toegelaten had.

    Bl. 71

    Daarenboven was het voordeel van België gelegen in de Duitschen door te laten, enz. zulke gezegden werden natuurlijk door ons tegengesproken, en er werd onder andere gezegd dat België plicht en eer stelde boven stoffelijk belang. Volgens ik later heb kunnen te weet komen moet dit gezegde hun verergerd hebben, en sedert hebben wij ze niet meer gezeien.

    Meermaals ontvingen wij het bezoek van den eerweerden heer pastoor van Buldren. Wij hieten hem telkens hartelijk welkom en noemden hem een goede vriend. Hij bezorgde ons het hollandsch dagblad “Noord-Brabantsch huisgezin”, dat verre van Duitsch gezind was. Die man wist dat dit blad ons moest genoegen doen en hij zocht niet andere dan ons genoegen te bezorgen. Toen wij hem de voorvallen in België verhaalden, was die man overtuigd dat wij waarheid spraken : hij vond immers onze gezegden in zijn hollandsche krant bevestigd. Van den oorlog spraken wij hem evenwel niet meer dan hij verlangde. Elk zijner bezoeken verschafte ons eene goede dosis moed en vroolijkheid.

    Op zekeren dag ontvingen wij ook het bezoek van de gravin van Westerholt-de Robiarro, een dame van belgische afkomst. Deze dame is met gedeeltelijke lamheid geslagen. Daarom was zij vergezeld van eene andere dame en van een jonge juffrouw, wellicht hare dochter. Uit onze samenspraak kon ik opmaken dat deze drie personen zeer godvruchtige christenen waren. De gravin verzocht mij haar de gebeurtenissen in België te willen verhalen, hetgeen ik zoo nauwkeurig mogelijk deed. Toen ik alles verhaald had, ook de heiligschennissen in mijne kerk begaan, riep de gravin uit : “quels châtiments vont tomber sur ma patrie!”

    In het klooster te Hougaerde verblijft eene Duitsche zuster die ik zeer goed ken reeds van in mijne kinderjaren, zuster Emma. Eene nicht van deze zuster verblijft te Münster. Toen mijne familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan hare nicht en verzocht deze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik mocht nodig hebben. Ik ontving dus het bezoek van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang. Er werd natuurlijk gesproken over het gebeurde in België, want die menschen waren benieuwd eene andere dan eene Duitsche klok te hooren; doch gelooven konden zij mij niet, zoodanig dat Madame Wildt zelve zegde : wij zullen best doen over den oorlog niet meer te spreken, want daarover kunnen wij niet ’t akkoord zijn. Ik antwoordde : Madame, dat is wijsselijk gesproken, laat ons liever over andere zaken spreken. Den dag van mijn vertrek heb ik samen met mijnen onderpastoor die menschen een bezoek gebracht en werd er zeer hartelijk ontvangen.

    Bl. 72

    Mijnheer Wildt vergezelde mij naar de statie waar Madame ook gekomen was om afscheid te nemen bij het vertrek en mij nog van cigaren te voorzien.
    De knechten van het seminarie en de zusters waren eenvoudige menschen die in hunnen persoon het gewoon Duitsch volk weerspiegelden : zij geloofden al wat zij wenschten en twijfelden geen oogenblik aan de volledige zegepraal van hun vaderland. Hunne legers gingen naar Calais om van daar Engeland plat te schieten en dan te overrompelen. Op zekeren avond kwam Herman naar boven aankondigen : “Verdun gefallen”. De seminaristen hadden hem dit wijs gemaakt. Den volgenden dag verkondigden al de dagbladen in groote letters den val der Duitsche kolonie in China : “Tsing-tao gefallen”. Herman was in verscheidene dagen niet meer te bespeuren.
    Herman was voor het overige een brave godsdienstige jongen. Wij hielden veel van hem omdat hij ons veel diensten bewees en altijd met de meeste bereidwilligheid. Op zekeren dag zegde Herman nog : “Belgiën existiert nicht mehr”. Dit was het algemeen gevoelen van het volk in Duitschland.
    Met de priesters die den 12 october hun retret begonnen en den vrijdag daaropvolgende eindigden, hebben wij niet de minste betrekking gehad. Den 18 october kwamen de seminaristen binnen. Met hen ook waren wij weinig in betrekking; nu en dan toch spraken wij met den eenen of anderen seminarist, of wij wenden ons tot hen om eenigen dienst die ons altijd met veel liefde bewezen werd. Wij namen onze eetmalen in dezelfde zaal als de seminaristen, doch aan eene afzonderlijke tafel. Elke Duitsche overwinning door de dagbladen aangekondigd bracht de seminaristen in bijzondere geestdrift.
    Ik heb nu gesproken over onze betrekkingen en dit doende heb ik meermaals den eersten persoon meervoud ‘wij’ gebezigd, en tot nog toe heb ik niet gezegd wie die ‘wij’ in het seminarie te Munster was. Om dit ten slotte niet te vergeten zal ik het hier maar zeggen : ‘wij’ waren : 1e de 22 personen (13 geestelijken, 8 broeders en Mr. Huysmans) vermeld als zijnde den 6 september van Aerschot naar Duitschland vervoerd; 2e de eerwaarde heeren pastoor en onderpastoor, en de koster van Steenokkerzeel, bij onzen groep gevoegd te Sennelager; 3e de vier broeders der christene scholen van Lebbeke te Sennelager aangekomen den 9 september; 4e de eerw. heer Bernard, fransche pastoor van Ylesmen (=Elesmes) bij Maubeuge; 5e de eerw. heer professor Warin van Bapeaume eenige dagen na ons in het seminarie aangekomen. Dus samen 17 priesters, 12 broeders en 2 wereldlijken. Eenige dagen hebben wij nog het gezelschap gehad van een engelschen Domine die op zijn aanvraag verhuisd is van Münster naar Sennelager.

    Bl. 73

    Onze weldoeners in Duitschland.

    Op het einde van dit verhaal mag ik niet nalaten dankbaarheid te betuigen aan de personen welke ons in Duitschland diensten hebben bewezen.
    Op de eerste plaats komt voorzeker zijne Hoogweerdigheid de bisschop van Münster. Ik durf veronderstellen dat von Bissing bij zijnen terugkeer uit het kamp van Senne, zijne Hoogweerdigheid is gaan vinden en voorstellen om in zijn seminarie op te nemen. Indien dit is dan zijn wij aan generaal von Bissing eveneens dank verschuldigd. Wat zeker is dat zijne Hoogweerdigheid ons in zijn seminarie heeft opgenomen en gedurende meer dan drie maanden heeft doen behandelen op denzelfden voet als de priesters van zijn bisdom, op denzelfden voet als zijn seminaristen.
    Op de tweede plaats innigen dank aan de zeer eerweerde heeren Regens en subregens van het seminarie. Zij waren ongetwijfeld de uitvoerders der schikkingen door zijne Hoogweerdigheid genomen, doch de hartelijkheid en genegenheid waarmede ons alles geschonken werd, waren zeker van het hunne zoowel als de cigaren die zij ons zoo menigmaal aanboden. Daarenboven hebben wij vooral aan hen te danken de kleederen die ons geschonken werden, en het geld dat de geestelijken van het bisdom bijeenbrachten om onze terugreis bekostigen. Bij ons vertrek ontvingen wij elk 40 mark.
    Wij betuigen nog onzen dank aan al degenen die ons in het seminarie ten dienste gestaan hebben. Aan de goede zusters steeds zoo minzaam, zoo vriendelijk, zoo medelijdend en zoo ervaren in het bereiden en afwisselen der spijzen. En wat dan gezegd van de aangename verrassing die zij ons hadden bereid op den dag van Sinter Klaas : voor elk eene telloor gansch opgestapeld met beste speculaas, met noten, appelen, enz. Oh! Ik ben zeker dat ze alsdan heimelijk geloerd hebben door het een of ander sleutelgat om den indruk te zien welke die opgevulde telloor op ons maakte! En dan zullen zij wel bijzonder geloerd hebben op den ouden eenvoudigen broeder Rufius die och arme! Bij zijne telloor speculaas ook eene roede gekregen had! Die goede broeder moest maar geplaagd worden, dan was hij het best gemutst.
    Dank aan den gedienstigen Herman. De jongen was zeker Duitsch tot in de ziel, maar dit belette hem niet om alle mogelijke diensten te bewijzen, en daarom met evenveel bereidwilligheid en genegenheid vergeven wij hem dat duitsch zijn, oh! Zoo graag! De brave Joseph –hij is thans in den hemel –was wel niet bijzonder voor onzen dienst aangewezen, toch betoond hij ons meermaals zijne bereidwilligheid.

    Bl. 74

    Daarbij hij was gedurende de eerste weken van ons verblijf in het seminarie, onze tafelgast, en ik ben zeker dat hij leute had wanneer hij ons, na de magere dagen van Aerschot en Sennelager, zoo smakelijk zag binnenspelen.
    En buiten het seminarie hadden wij ook onze weldoeners. De godvruchtige gravin von Westerholt te Ludwinghausen die eene som van honderd mark afzond zoohaast zij onze aankomst in het seminarie vernomen had. Later was het zij nog die ons een aantal boeken bezorgde om onzen tijd nuttig en aangenaam door te brengen. Persoonlijk ben ik haar nog meer dank verschuldigd. Toen ik vernam dat de Duitschers de gewijde vaten mijner kerk gestolen hadden, deelde ik haar dat nieuws mede. Ik kreeg voor antwoord dat zij voor mijne kerk eenen nieuwe kelk zou koopen. Eenige dagen daarna ontving ik het bezoek van een juwelier uit Münster die mij eenige teekeningen van kelken aanbood en ook twee nieuwe kelken bij had. Ik verkoos een van deze twee om reden dat ons alle dagen aan vertrek verwachtten. Aan deze edele en achtbare dame en aan hare familie onzen en mijnen dank.
    Verder dank ik nog den onbekenden persoon die ons zoo menigmaal intentiën bezorgde, en niet zelden ook tabak en cigaren bijhad. Van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang zal ik immer een dankbaar aandenken bewaren.

    Onze briefwisseling.

    Daar onze bloedverwanten, vrienden en kennissen ongetwijfeld in angst en ongerustheid verkeerden nopens ons wedervaren, zochten wij natuurlijk naar middelen om deze aangaande onzen toestand in te lichten. Er viel niet aan te denken brieven te verzenden naar België. In Holland kende ik een enkel adres : dit van den broeder mijner meid. Rond eind september werd mij toegestaan op dit adres te schrijven. Als voorwaarde was gesteld dat de heer subregens de briefwisseling zou onderzoeken. Deze schonk ons zijn vertrouwen en liet de briefwisseling vrij weggaan. Acht dagen later ontving ik antwoord. Mijn schrijven was daar goed toegekomen en vrienden en kennissen werden de eene na de andere ingelicht nopens ons verblijf, zoodat wij na vier of vijf weken regelmatig brieven ontvingen en beantwoordden altijd langs Holland, waar ons gedurig nieuwe adressen werden aangeduid.
    In het seminarie te Münster kwam op zekeren dag eene postkaart aan bestemd voor den eerw. Heer Huypens, onderpastoor te Herent. De afzender had die kaart naar Münster gezonden op goed valle uit. Daaruit konden wij besluiten dat men in het vaderland niets wist over het lot van sommige geestelijken. Wij wisten ook niet waar bedoelde heer Huypers mocht verblijven, doch wij zochten inlichtingen.

    Bl. 75

    Gravin von Westerholt bracht ons op het juiste spoor. Zij had vernomen dat er belgische geestelijken opgehouden werden in het Koninklijk slot te Celle, en zij deelde mij het adres mede van pastoor Kog. Ik schreef aan dezen geestelijken en vernam dat te Celle opgehouden werden benevens een pater Jesuiet en andere geestelijken van het bisdom Namen, de eerw. Heeren pastoor en onderpastoor van Wesemael, eerw. heer Huypens, eerw. heer Spruyt, bestierder te Haecht, en eerw. Heer Tuyls, aalmoezenier van het arresthuis te Leuven. Deze inlichtingen werden onmiddellijk naar Holland overgebriefd.
    Al deze briefwisselingen bezorgden ons een groote troost. Tegen December nochtans werd men moeilijker om onze brieven te verzenden en wij voorzagen dat onze briefwisseling ging afgebroken worden.
    Rond den 10 november verzonden wij een adres aan zijne Eminentie te Mechelen. Het kwam ons terug met de melding : “zurück wegen kriegszustand”. Dan zouden wij hetzelfde adres aan den eerw. Heer Langpaep te Baerle-Hertog met verzoek het verder aan zijne Eminentie te bezorgen.

    Onze terugkeer.

    Den 23 november, indien mijn geheugen getrouw is, werd ons aangekondigd dat wij zouden mogen terugkeeren naar het vaderland. Algemeene vreugde. Wij kregen last ons portret te laten maken bij een fotograaf in de nabijheid van het seminarie. Dit werd zoo spoedig mogelijk gedaan want elken dag uitstel was een dag die wij verloren achtten. Helaas! Er was ons nog geduld noodig, want, op de kommandantur scheen men ernstiger werk te hebben dan paspoorten in gereedheid te brengen. Dagen, weken vervlogen en de dagen schenen ons nu veel langer dan vroeger, alhoewel ze feitelijk korter werden. Eindelijk den 19 December rond den middag waren de paspoorten aangekomen. De eerw. heer pastoor van Busschot bracht ze triomfantelijk binnen.
    Zonder uitstel werd alles in gereedheid gebracht voor het vertrek. De eerweerde paters besloten hun vertrek uit te stellen tot den volgenden dag. Ik besloot dienzelfden dag nog te vertrekken en te gaan vernachten bij onzen vriend van Buldern; de andere wereldlijke priesters en de heeren Huysmans en Michiels besloten ’s nachts te reizen om zondag ’s morgens reeds in het vaderland weer te zijn.
    Namiddag brachtten ik en mijn onderpastoor een bezoek aan Mr. en Mme. Wildt. Daar werd de reisgids zorgvuldig nagezien en ons vertrek werd vastgelegd. Ik zou vertrekken om 6 ure; te Buldern vernachten en den volgenden dag voortreizen over Holland naar Loenhout.

    Bl. 76

    Daar verbleef mijn meid die reeds gezorgd had om het noodigste aan te koopen, en dat van daar naar Tremeloo moest vervoerd worden. De andere heeren pastoors en onderpastoors zouden vertrekken om 7 ure om alzoo den volgenden dag ’s morgens in Leuven aan te komen. Mijnheer Wildt zou mij naar de statie vergezellen.
    Alles verliep zooals het voorzien was. Ik werd bij onzen vriend te Bulderen gulhartig ontvangen. Er werd vroolijk gekout tot laat in den avond. Den volgenden dag, zondag 20 December, na in de kerk van Buldren mis gelezen te hebben, rond 8 ure trok ik verder met den trein die de eerw. paters van Aerschot uit Münster medebracht.
    Te Werel moesten wij twee uren wachten van dewelke wij gebruik maakten om een bezoek te brengen aan de kerken der stad. Onder weg werden wij door soldaten en officieren eerbiedig gegroet.
    Aan de Duitsche grens wilden de heeren Duitschers ons wit kostuum van Sennelager afnemen onder voorwendsel dat het een militair kostuum was; waarop een der paters zegde : wij zullen graag dit kostuum afstaan indien gij terugbetaald hetgeen men ons verplicht heeft daarvoor te geven, namelijk negen mark. Toen mochten wij alles medenemen.
    Aan de hollandsche grens had ik moeilijkheid met den kelk die ik uit Duitschland medebracht. Ik moest hem daarlaten. Men zou den kelk naar Roosendael zenden en daar kon ik hem terugbekomen. Na meer dan eens moedwilligheid van wege de hollandsche bedienden ondervonden te hebben, geraakte ik toch weder in het bezit van mijnen kelk; doch uit dien hoofde zag ik mij genoodzaakt mijn terugkeer naar Tremeloo tot na Kersmis te verschuiven. Ik had nochtans vurig gehoopt Kersmis in Tremeloo te vieren. Op maandag 28 December rond 6 ure ’s avonds kwam ik in Tremeloo aan voorzien van kleer- en beddegoed en van eetwaren.
    Mijn eerwaarde heer onderpastoor had meer geluk op zijne reis. Den 20 December om 7 ure ’s morgens was hij reeds met de andere priesters in Leuven, en in den voormiddag te Tremeloo.
    Wij werden de eene en de andere in Tremeloo geestdriftig ontvangen. Iedereen wilde ons om ter eerst wederzien en de hand drukken.

    Bl. 77

    Naar Soltau.

    Den 26 september 1914 werden de volgende burgers van Tremeloo door de Duitschers aangehouden : Van Vlasselaer Lodewijk en zijne twee zonen Frans en Jan Baptist; van Eyken Frans; Schoovaerts Livinus; Corebunders Frans; Goeron Martinus; Ruttens Victor en Van Leemputten Eduard. Deze werden opvolgentlijk gebracht : in de kerk van Bael gedurende twee nachten en een dag; te Beerzel in eene danszaal gedurende 2 nachten en twee dagen; in een kolenmagazijn gedurende drie uren; te Konings-Hoyckt in eenen stal gedurende vier dagen; te Konings-Hoyckt in de kerk gedurende een nacht. Van daar werden zij gebracht naar Heyst-op-den-Berg waar zij op den trein moesten stappen om de reis naar Duitschland aan te vangen. Na drie nachten en twee dagen overgebracht te hebben in den trein kwamen zij op de plaats hunner bestemming : het kamp van Soltau.
    Onder deze gevangenen was er een man van 75 jaar, de genaamde Ed. Van Leemputten, die bijna gansch blind is. Dezes blindheid had voor gevolg dat hij veel meer honger geleden heeft dan de andere gevangenen zooals blijkt uit zijn verhaal dat wij verder weergeven.

    Verhaal van Corebunders Frans, 49 jaar oud.

    Den 26 september 1914 bevond ik mij op mijn land toen ik omtrent mij een kogel hoorde fluiten. Ik legde mij op den grond neer. Daar ik niets meer hoorde ben ik verder weggevlucht in de richting van Bolloo. Daar liep ik op eenen groep Duitschers en werd aangehouden. Ik werd medegenomen naar Bael en bij officiers gebracht. Deze dreven met mij den spot zeggende : de eene dat zij mij zouden doorsteken met de lans, de andere spraken van mij de kop af te slaan, andere nog spraken van doodschieten, neus en ooren afsnijden, enz. Ik bevond mij aldaar in gezelschap van drie andere gevangenen insgelijks van Tremeloo, te weten : Lodewijk Van Vlasselaer en zijne twee zonen. De Duitschers deden ons plat op onzen buik liggen en dan gebaarden zij dat zij ons gingen doorsteken.
    Wij hebben alzoo een tiental minuten gelegen. Dan hebben ze mij een paard gegeven en bevolen er mede naer Bael te loopen. Op het grondgebied van Bael is dat paard gestorven en wij werden verplicht het te begraven. Rond den avond werden wij gebracht in de kerk van Bael waar wij gebleven zijn tot maandag, 28 september, ‘smorgens. Van de Duitschers hebben wij daar geen eten ontvangen, doch de vrouw van Frans De Preter bracht ons brood en melk.
    Maandag ’s morgens werden wij buiten de kerk gebracht en verplicht 20 minuten te loopen zoo hard als wij konden.

    wordt vervolgd





    Geef hier uw reactie door
    Uw naam *
    Uw e-mail
    URL
    Titel *
    Reactie * Very Happy Smile Sad Surprised Shocked Confused Cool Laughing Mad Razz Embarassed Crying or Very sad Evil or Very Mad Twisted Evil Rolling Eyes Wink Exclamation Question Idea Arrow
      Persoonlijke gegevens onthouden?
    (* = verplicht!)
    Reacties op bericht (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Klik hier
    om dit blog bij uw favorieten te plaatsen!
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!