SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 09de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Overlijdensakten BS 1895-
  • Huwelijksakten BS 1916
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Huwelijksakten BS 1911-1915
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-1894
  • Pv-WO I Itegem
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    27-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-3
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

    Bl. 18a

    Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

      Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

      Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

      Phil. Feyaerts (handtekening)

    Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

      Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

      Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

    Bl. 18b

    2e Getuigenis van Wouters Joseph.


      Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

      Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

      Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

      Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

    Bl. 19a

    Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

      Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

      B. Pardon (handtekening)

    Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

      ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

    Bl. 19b

    Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

      Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

    Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

      Geliefde zusters,

      Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

      Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

    (*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
    (**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


    Bl. 20a

    Belangrijkheid der schade.
    Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


      Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

      De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
    Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
    Voor de meubelen 1169,71 fr.
    Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
      Meubels en archieven 12400,00 fr.
    Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
    Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
    Gendarmerie 21603,51 fr.
      Samen 91.071,65 fr.

      Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
    Kerk.

    Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
    Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
    In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
    Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
    Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
    In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
    In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

    Bl. 20b

      Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

    In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
    Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

    Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
    Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
    Samen 7084,68 fr.

    Pastorij

      Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
    Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
    Samen 3197,80 fr.

    Vrije bewaarschool.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

    Congregatie.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

      Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

    Bl. 21a

    Hoofdstuk VII

    De dagen die op den inval volgden.


      De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

      De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

      De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

      Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

      In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

      In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

    Bl. 21b

      Mijnheer de Pastoor,

     “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

     “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

     “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

      Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

      In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

     “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

     “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

     “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

      Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

      Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

    Bl. 22a

      In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

      Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

    Hoofdstuk VIII
    Latere gewelddaden.


      In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

      In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

    Bl. 22b

      Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

      Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

      De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

      Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

      Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

      Brüssel den 22 april 1916

      Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

      In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


    Bl. 23a

    Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

      Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


    Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

      1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

      2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

      3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

      4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

      Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

      Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

    Inbeslagneming van koper.

      Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

      Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

    Bl. 23b

    Hoofdstuk IX

      De Bezettingsjaren

    A. De Kerk.


      De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

      Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

      Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

      De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

      Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

      Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

      In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

      In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

    B. De goddelijke diensten.

      Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

      De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

    C. De eeredienst.

      Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

    Bl. 24a

    In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

      De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

      De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

    D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

      De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

    Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

    Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

    1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

      Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

      Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

    Bl. 25b

    De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

      Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

      Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

      Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

      Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

    Bl. 27

    Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

      Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

      De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

      Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

    2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

    Bl. 28

      Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

      Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

      Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

    3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

    4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

    a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

    b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

    c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

      Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

    vervolgd





    Geef hier uw reactie door
    Uw naam *
    Uw e-mail
    URL
    Titel *
    Reactie * Very Happy Smile Sad Surprised Shocked Confused Cool Laughing Mad Razz Embarassed Crying or Very sad Evil or Very Mad Twisted Evil Rolling Eyes Wink Exclamation Question Idea Arrow
      Persoonlijke gegevens onthouden?
    (* = verplicht!)
    Reacties op bericht (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Klik hier
    om dit blog bij uw favorieten te plaatsen!
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!