SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 15de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Familieberichten
  • Overlijdensakten BS 1899-
  • Remember 40-45 (2)
  • Infogids Schriek
  • Overlijdensakten BS 1895-1898
  • Huwelijksakten BS 1916
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Huwelijksakten BS 1911-1915
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-1894
  • Pv-WO I Itegem
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    16-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(10)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 10
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 79/L
    den ontfanck vanden kerckmeesters ingaende // te lichtmisse an° LXX ende uitgaende // te lichtmisse an° LXXJ naer scriven des // hoofs van Camerycke nou Jan De Roeck // Henrickssone ende Lauwereys Hoolmans //
    nota //
    inden iersten ontfangen van Aerden // Hoolmans van vyer jaeren renten van // acht stuiver jaerlycx het jaer van // LXIX vol betaelt XXXIJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen korff raepen twee // blancken drye myten //
    Item ontfangen van twee korven raepen // twee stuiver een blanck ende IX myten //
    Item ontfangen van eenen pont boteren drye // blancken ende IX myten //
    Item ontfangen van eyeren drye stuiver //
    Item ontfangen van Jan Gheerts raeymaker // in minderinge van huyshueren verwooent // in de schole XXIX stuiver //
    Item ontfangen vanden dagelycxssen offer // ende van wassen eyenden keerssen XVIJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen kese IIJ blancken //
    Item ontfangen van vyer godts penningen eenen // braspenning ende IX myten //
    Item ontfangen van vyf jaeren verschenen // koren renten ende noch van drye jaeren // verschenen koren renten tsamen twee // veerdelen verdinct met ghelde van // Henrick Vercalsteren Willemssone over // de weduwe Willems Van Waest ende de weduwe // Willem Vercalsteren synder moeder // daer mede vol betaelt is in beye // de termynen het jaer van LXIX // drye rijnse gulden ende X stuiver //
    Item ontfangen op onser vrouwen lichtmis // dach vanden offere XJ stuiver //
    Item ontfangen van den rentmeester van den // heere van Scrieck ende Grootloo van // eenen jaere renten verschenen an° LXIX // vyer rijnse gulden //
    Item ontfangen van de weduwe Jans Verbeke // van twee jaeren verschenen renten // vande jaeren LXIX ende tseventich des // jaers XX stuiver afgenomen den C ten penningen // ontfangen in ghelde XXXVJ stuiver ende // een blancke XV myten //
    somma XIIIJ gulden IX stuiver een half blancke //

    Bl 79/R
    Item ontfangen van Jacop Machiels van // eenen jaere verschenen eusel hueren van // der Ghoten aen de Perbrugghe vanden // jaere LXIX afgenomen den C ten penningen // ontfangen in ghelde vyf gulden eenen stuiver //
    Item ontfangen van een pont boteren IJ stuiver //
    Item ontfangen van eyeren IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen op den pallemsondach doen men // die passie preckten gehaelt te kantaten // in der kercken seven stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van Henrick Cools inden // naeme ende over Thorcken Vanden Daele // synder meesterssen vander hooven van // twee jaeren renten verschenen vanden jaeren // LXVIIJ ende neghen ende tsestich des jaers // XIX ½ stuiver ende VJ myten comen die twee // jaeren op XXXIX stuivers XIJ myten //
    Item ontfangen van Gielis Tubbacx voor die // volle betalinge van eenen jaere eeussel // hueringe vanden Thuynlanden alsoe hy die // in hueringen is houdende gerekent op het // ghene dat hy inde voorgaende rekeninge // gegeven heeft het jaer van LXIX daer // mede vol betaelt XXVIJ stuiver IJ grooten //
    Item ontfangen vanden offere dyer is // geoffert geweest op den goeden vrydach // twee stuiver eenen halven IIJ myten //
    Item gehaelt op den goeden vrydacht uit // den stocke by sint jans autaere // ses gulden ende elf stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren seven stuiver //
    Item ontfangen van een rugghen broot // geoffert voor sint jan IIIJ stuiver IX myten //
    Item ontfangen van drye stucken boteren // geoffert al tsamen op eenen dach comen // die drye stucken op seven stuiver //
    Item op den paeschdach ontfanghen // uit handen van heer Goris prochiaen vanden offere geoffert voor onsse // lieff vrouwe van Camerycke vyer stuiver //
    Item ontfangen van Henrick De Neve // van een eynde wassen keersse IJ stuiver //
    Item ontfangen van twee godts penningen // drye stuiver eenen halven //
    summa XVIJ gulden J stuiver X myten //

    Bl 80/L
    Item ontfangen van Gielis Verloo over // derffghenaemen Eemonts Van Beverre van // drye jaeren verschenen renten vanden // jaeren XVc LXVIIJ - LXIX ende tseventich // des jaers X stuiver XXIIIJ myten comen die // drye jaeren op eenen derttich stuiver //
    Item ontfangen van Henrick Hoolmans // van verloopen renten met dat hy aff // rekent van inden jaere dat hy eertyden // gedient heeft alsoe dat af gedaen syn // vyff jaeren renten des jaers XXVJ // stuiver alsoe dat blyct dattet jaer // van tseventich het leste vol is // betaelt ontfangen in ghelde twee // gulden ende drye stuiver een half blancke //
    Item ontfangen van eenen pont boterren // twee stuiver min IX myten //
    Item ontfangen van eenen godts penning ½ stuiver //
    Item ontfangen van Henrick Van Yssche // voor de volle betalinge vanden // hout coope vanden Thuyn landen // vercocht an° IIIJ gulden XJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van een pont boter IJ stuiver //
    Item ontfangen van vier wassen keerssen // die Machiel Hoolmans huysvrouw // beert voor ons lief vrouwe inde // sonne vyff stuiver //
    Item ontfangen vande dagelijcxssen // offere allenskens vier stuiver //
    Item ontfangen vanden erffghenaemen Gelaud // Doubelet van twee jaeren renten // des jaers drye peeters verschenen // vanden jaeren LXIX ende tseventich // ende daer aff genomen den C ten // penning ontfangen in ghelde vyer // gulden ende XIX ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen stucke // boterren IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van dry godts penningen // tsamen IJ ½ stuiver //
    summa XIIIJ gulden IIJ stuiver J blancke //

    Bl 80/R
    item ontfangen van Hank Van Doren // pellen IX stuiver //
    Item ontfangen van eyeren V ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen stuck boteren IIJ blancken //
    Item ontfangen van den rentmeester van meester Jacop // Rosseeu inden naeme van meester Jacop synen // meester van twee jaeren renten verschenen vande // jaeren LXVIIJ ende LXIX des jaers vier // gulden comen de twee jaeren op acht gulden //
    Item ontfangen van Jan Hoolmans Gielissone // alsoo hy inde voorgaende rekeningen noch // allenskens gegeven heeft alsoe tsamen // afgerekent dat hy met desen al tsamen // heeft ten vollen betaelt het jaer van // LXIX daer af ontfangen in ghelde // drye rijnse gulden ende IX stuiver den Ruysschen bempt //
    Item ontfangen van eenen rooff wollen dyer // geoffert was voor sint jan XIJ stuiver //
    Item ontfangen vanden momboren der kinderen // Nicasius De Cuypere van seven jaeren // coren renten des jaers een quaerteel // corens verdinct in ghelde het jaer van // tseventich het leste betaelt in al // ontfangen XV stuiver //
    Item ontfangen van Peeter Vercalsteren Peeterssone // voor de volle betalinge van eenen jaere hueren // van Heynken Wouts lande aff genomen dry // termynen vande hondersten penninck welcke huere // verschenen is kersmisse an° tseventich seven gulden ende XVIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van joeffrouwe Katlyne Smeyers // over myn heere Vander Laen van ses // jaeren coren renten des jaers een // moken corens verdinckt in ghelde // de veerdele teghen XXXV stuiver comen // de ses moken tsamen twee gulden ende XIJ ½ stuiver ende dat vanden jaeren LVIIJ // LIX - LX - LXJ - LXIJ - LXIIJ vol betaelt //
    Item ontfangen vanden rentmeester over myn // heere Vander Laen van ses jaeren // coren renten des jaers een moken // ende dat vanden jaeren LXIIIJ – LXV – LXVJ – LXVIJ – LXVIIJ - LXIX verdinckt in // ghelde voor al twee gulden ende XIJ ½ stuiver //
    summa XXVJ rijnse gulden ende XV stuiver J oort //

    Bl 81/L
    Item ontfangen van Mergrieten // Boghaerts pellen IX stuiver //
    Item ontfangen datter in ghelde // geoffert werdt op de geheele // kermisse sint jansmisse mid somers // hier inde prochie kercke vier // gulden ende IJ stuiver J blancke //
    Item ontfangen vanden kesen ende // van kiekenen dyer geoffert waren // op de selve kermisse vier gulden // ende seven stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van eyeren op de selve // kermisse elff stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van wat corens dat // geoffert was op de selve kermisse // met eenen godts penninck twee blancken // ende een oort //
    Item ontfangen van noch acht // kesen dyer noch nae geoffert // waeren stuck eenen braspenning ende IIJ myten // comt alsoe op X stuiver eenen grooten //
    Item ontfangen van Machiel Ruysch // van wat wyns dat hy haelde // voor syn huysvrou eenen stuiver //
    Item ontfangen van Anna Lansmans voor // de volle betalinge van eenen coope // van eenen bouwen eertijden inde kercke // gecocht XXXV stuiver //
    Item ontfangen op sint jans dach midsomers // vanden offere gehaelt op Grootloo doen de // processie om ghinck ende preckte XIIIJ stuiver // ende een blancke //
    Item ontfangen uit den dagelijcxssen offere al // allenskens geoffert met eenen godts penninck tsamen // acht stuiver ende eenen halven //
    Item ontfangen van myn heer den prochiaen vanden // fruyte gewassen opt kerckhoff XXXJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen kese ende een stucke // boteren tsamen vier stuiver min ses myten //
    Item ontfangen van een halff pont wassen // keerssen die Jan Vanden Moere heeft doen berren // voor het heylich sacrament drye stuiver J oort //
    Item ontfangen van heer Wouter capilaen van // eyeren vyer stuiver //
    summa XV gulden ende IIIJ stuiver J blanck //

    Bl 81/R
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren // Peeterssone van twee jaeren verschenen // renten des jaers XV stuiver ende dat vanden // jaeren LXVIJ ende LXVIIJ comen die twee // jaeren op derttich stuiver //
    Item ontfangen vanden selven Vercalsteren // van eenen jaere bempt hueren van Hennen // Bruers hoff affgenomen ende gecort drye // termynen vanden C ten penninck ende daer en // boven ontfangen in ghelde voor de volle // betalinge vanden verschenen jaere an° XVc tseventich drye gulden ende XVJ stuiver oort //
    Item ontfangen uit den dagelycsschen // offere allenskens geoffert acht stuiver //
    Item ontfangen van eyeren vier stuiver //
    Item ontfangen op de kermisse sint jans // onthoofdinghe dach van acht kesen // vyftyen stuiver //
    Item ontfangen op den selven dach van // vyer kiekenen seven stuiver eenen halven //
    Item ontfangen op den selven dach van // eyeren ses stuiver eenen grooten //
    Item ontfangen op den selven dach vanden // offere geoffert in ghelde vyftyen stuiver //
    Item ontfangen op den selven dach van // wat corens datter geoffert was twee // blancken een oort //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren Peeterssone // als moomboor vanden kinderen Jans Van // Hove Wouterssone over ende inden naeme // heer Jans Verstappen voor de principale // hoodt penningen van eenen besetten jaergetyde // te doene tot eewigen daeghen over Jooris // Verstappen synen vadere ende Elisabette // Colimans synder moedere ende mede als hy // comt te stervene over syn siele derttich // karolus gulden den gulden gerekent ten XX stuiver // brabants XIJ stuiver mede gerekent een jaer rente // daer mere dierste jaergetyde mede gedaen heeft //
    Item ontfangen van Remeys Vermolen over // Berbele Hoolmans van ses jaeren renten // verschenen vanden jaeren LXV - LXVJ - LXVIJ – LXVIIJ // LXIX ende tseventich des jaers twaleff // stuiver comt tsamen op drye gulden XIJ stuiver //
    Item ontfangen van Jacop Machiels van eenen // jaere eeussel hueren vander Ghoten aen de // Per straete verschenen an° tseventich vyff // gulden ende sestien stuiver //
    summa XLVIIJ gulden IIJ stuiver J blanck VJ myten //

    Bl 82/L
    Item ontfangen van twee sieke perssoonen // van wyne die sy inder kercken gehaelt // hebben twee blancken //
    Item ontfangen van offere geoffert voor // sint jan eenen stuiver //
    Item ontfangen van Lembrecht De // Hont over ende inden naeme van // Cornelis Van den Ende van eenen jaere bosschweyde // inden Haechstrate verschenen an° LXIX // derttich stuiver //
    Item ontfangen van Jan De Herttoghe // van eenen jaere renten verschenen // an° LXIX sestyen stuiver //
    Item ontfangen van twee haenkens IIJ stuiver IX myten //
    Item ontfangen van drye godts penningen twee blancken //
    Item ontfangen allenskens vanden daghelycxssen // offere seven stuiver //
    Item ontfangen van de weduwe Ghoris Van Hove // over ende inden naeme Jans De Herttoghe // van eenen jaere renten verschenen an° LXX // sestyen stuiver //
    Item ontfangen van Gielis Verloo voor de voller // betalingen vanden geehen hout coope gevallen an° // XVc tseventich inde Haechstraete sessentwintich // rins gulden ende XVJ stuiver //
    Item ontfangen van twee haenkens twee // stuiver ende een blancke //
    Item ontfangen van een stuck boteren ende eenen // kese tsamen drye stuiver eenen halven VJ myten //
    Item ontfangen van een stuck boteren ende eenen // kese tsamen drye stuiver eenen halven VJ myten //
    Item ontfangen van sesse godts penningen IIJ stuiver //
    Item ontfangen van Wouters Honts wyff van // eyeren twee blancken //
    Item ontfangen van de weduwe Danys Schats van wat // wyns voor haer dochtere eenen halven stuiver //
    Item ontfangen van de huysvrou Machiel Hoolmans // van twee wassen keerssen gebert voor ons lieff // vrouwe inde sonne twee stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van de een helft van eenen lammeken // der kercken gegont ende gegeven eenen stuiver //
    Item ontfangen van Anniken Schats pellen IX stuiver //
    Item ontfangen van Gielis Vermelen huysvrouwen // pellen neghen stuiver //
    Item ontfangen van Mertten Lintermans // van eene oude reste van kerchoff // weyden eenen derttich stuiver //
    summa XXXIIJ gulden XV stuiver J blanck XV myten //

    Bl 82/R
    Item ontfangen van eyeren ses stuiver //
    Item ontfangen van eenen haenken J stuiver //
    Item ontfangen van eenen stuck boteren ende // twee kesen tsamen vyf stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen van eenen korff rapen // eenen braspenning ende VJ myten //
    Item ontfangen van de huysvrou Machielen // Hoolmans van een wassen keersse gebernt // voor ons lief vrou in sonne J braspenning //
    Item ontfangen vanden // waslichte met den pellen van dat // jaergethyde Nicasius Hoolmans vyf stuiver //
    Item ontfangen van vyff godts penningen // tsamen twee stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van heer Wouter capilaen // van eyeren vier stuiver //
    Item ontfangen van Niclaes Appostools // pellen inder cappellen gegraven XVIIJ stuiver //
    Item ontfangen van een verckens // half kinnibackens ende een pont // boteren tsamen IIIJ stuiver J oort //
    Item ontfangen van de weduwe Ghoris Van // Hove dat sy syeck lach van wat // wyns eenen halven braspenning //
    Item ontfangen van Wouter De Hont // van desen jaere voor de volle // betalinge vander kerckhof weyden // twintich stuiver //
    Item ontfangen van Willem Verhulst van // twee jaeren verschenen renten twee // levende hinden vercocht voerst opt // kerckhoff ontfangen vande selven hinden // met datter noch op leyde voor de volle // betalinge tsamen vyf stuiver verschenen // vande jaere LXX ende LXXJ //
    Item ontfangen van eenen kese IJ stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen vande dagelycksschen offere // allenskens geoffert IJ stuiver ½ blancke //
    Item ontfangen van eyeren IJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen kese ende eenen pont // boteren tsamen drye stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van Jan Kamps… over Cornelis // Verbruggen voor de volle betalinge vanden // houtcoope vercocht an° LXXJ gevallen in // de Hongerye straete in Jan Nys hoff der // kercken deel XVJ rins gulden ende XV stuiver los ghelts //
    summa XXJ gulden ende VJ myten //

    Bl 83/L
    Item ontfangen op onser vrouwen dach // lichtmisse van vele eyenden wassen // keerssen vercocht inder kercken XXIIIJ stuiver //
    Item ontfangen van Machiel Hoolmans // huysvrou van een wassen keersse gebert // voor ons lieff vrouwe in sonne J braspenning //
    Item ontfangen van wat wollen geoffert // inder kercken J braspenning IX myten //
    Item ontfangen van eenen korff appelen // geoffert inder kercken IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen haene IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van een ruggen broot // geoffert inder kercken vyf stuiver //
    Item ontfangen inder cappellen op Grootlo // op den soeten naeme Jhesus dach voor // der kercken deel neghen stuiver //
    Item ontfangen van Gielis Tubbacx van // eenen jaere eeussel hueren vanden Thuyn // eussele tegen Jans Cuyperre wooenstede // verschenen an° XVc tseventich vyff // gulden ende ses stuiver twee grooten //
    (geschrift pastoor) summa VIJ rijnse gulden // XIJ stuiver XXJ myten //
    summa den heele ontfanc C LXXXXVIIJ rijnse gulden // VJ stuiver XXJ myten //

    Bl 83/R
    den uitgeef tegen den ontfanck vande // kerckmeesters nou synder Jan De Roeck Henricxssone // ende Lauweryes Hoolmans ingaende te // lichtmisse an° LXX ende uitgaende te // lichtmisse an° LXX naer scryven Camerycks //
    Item geven den capilaen heer Wouter aen // raepen inde kercke op synen dienst J braspenning //
    Item gegeven ten twee reysen aen eenen // pot wyns met den halen ende aen misbroot // ende aen cys vanden Ruysschen bempt VIJ stuiver //
    item gegeven van XIJ busselen latten // aen Jan Pflips tot behoeff vanden // stalle aen de schole XXV stuiver //
    Item gegeven tot smeyers van verteerden // costen op den dach dat kerckmeesters // ende h geestmeesters hun rekeninge // deden XX stuiver //
    Item gegeven op onse vrouwe lichtmis dach tot smeyers ... keerssen IIJ stuiver //
    Item gegeven den smedt aen yseren // haeken ende ooghen ende naeghelen // tot den stal aen schole IIIJ stuiver ½ braspenning //
    Item gegeven Cornelis Vanden Ryne // inden naeme ende over Remeys Vermolen // in minderinge ende op rekeninge van // dat Remeyssen compt van syn laetste // rekeninge lest gepasseert XXXV stuiver IIJ myten // het welcke Cornelisen quam dat hy // Remeys tot synen laste genomen hadde // van Jan Gast van synen dyenste ende // noch van dat Cornelis gescreven // hadde de rekeninge gepasseert is //
    Item gegeven heer Wouter capilaen in eyeren // op synen dyenste IJ ½ stuiver //
    Item gegeven Aert De Cuyper van eender // doren te maeken aen den stalle aen die // schole vyf stuiver //
    Item gegeven aen twee pinten wyns soo aen // roomenye bastaert ende rinsschen wyns tsamen // vyf stuiver ½ braspenning //
    Item gegeven aen den kersmis cys an° LXX // afgecort den C ten penning XIX stuiver J blanck //
    Item gegeven den tweeden saterdach in // de vastene aen eenen pot roomenye ende // bastaert ses stuiver ende een oort //
    summa VJ gulden ende XV stuiver IIJ myten //

    Bl 84/L
    Item gegeven aen een hondert groot // misbroot eenen stuiver //
    Item gegeven op den pallem sondach den // predicant die de passye precten met // dat hy ende die kercmeesters tsamen verteerden // dys laet Jan De Roeck te nieute gaen synen // oock soe hy tot Mechelen geweest heeft om te // maenen ende om pepercoeken ende wyn te // coopen teghen paesschen ende synen ganck // dat hy het was te Heyste gedraegen heeft // teghen paesschen twee rijnse gulden voor al //
    Item gegeven aen vyer potten roomenyen ende // bastaert elcken pot VJ stuiver een oort compt // tsamen op XXV stuiver tegen paesschen //
    Item gegeven aen XX pepercoeken teghen // paesschen XVJ stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen vyer hondert cleyn mis broot // teghen paeschen IJ stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen ende costerre // op synen dyenste XXXIJ stuiver //
    Item gegeven vanden wassen keerssen te // haelen tot Heyste teghen het // hooghgetyde van paesschen J stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op // synen dyenste twee gulden //
    Item gegeven Henrick De Neve van elssenen // plantssoene te treckene ende weder omme // te slaegene op de Thuyn landen met // oocke twee (of vier) willighen poten tsamen // voor der kercken paerte VIIJ stuiver J grooten //
    Item gegeven den selven van seven // ooft boomen ende die opt kerchoff geplant // ende verdorent tsamen VIJ ½ stuiver //
    Item gegeven den selven van aent kerchoff // te heymene drye stuiver //
    Item gegeven heer Goris Reynkens prochiaen vanden // crisdoem te haelen XJ stuiver //
    Item gegeven aen twee pinten wyns het // een pinte rinschen wyn ende een pinte // roormenye ende bastaert vyf stuiver J blanck //
    Item gegeven op den dach dat kercmeesters // ende h gheestmeesters het vercocht hout inde // Haechstraete maeten om te bleckenen // verteert op dyen dach VIIJ stuiver J blancke //
    Item gegeven Remeys Vermolen in minderinge // van dat hy meer hadde utgegeven dan // ontfangen drye gulden XVIIJ stuiver //
    Item gegeven de weduwe Willems De Hont voorde // volle betalinge van wasschen ende schuerene // het jaer van tseventich vol betaelt XIIIJ stuiver //
    summa XIIIJ rijnse gulden ende XIIJ stuiver J blanck VJ myten //

    Bl 84/R
    Item gegeven heer Jan Roelants soo // vander paesch keersen ende den outaer // keerssen ende allen den anderen wassen // keerssen ende spinnen teghen paesschen // drye rijnse gulden ende XV stuiver //
    Item noch gegeven den selven van // acht pont ouwt was te hermakene // elck pont een blancke tsamen VJ stuiver //
    Item noch gegeven den selven van // eenen nevelyn voor sint jans outaer // met eenen nieuwen raeye tsamen // XXVIJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voor heer Jan // Roelants dat hy verteerde doen hy // de paesch keersse ende meer andere // keerssen stoffeerde IJ stuiver //
    Item noch ick Jan De Roeck verteert // tot Heyste dat ick heer Jan Roelants // allen dit was betaelden ende dat // ick het nevelyn haelde twee blancken //
    Item gegeven te sincxen den prochiaen // van eenen pont spinnen VJ ½ stuiver //
    Item gegeven van eenen clock rieme tot // der cleynder clocken XXIIJ ½ stuiver //
    Item gegeven den smedt alhier vanden // haemere vanden uurwercke doen te // her makene datten den clepele vander // cleynder clocken onstucken gevallen hadde // drye stuiver //
    Item gegeven aen een pinte romenyen ende // bastaerts drye stuiver //
    Item gegeven heer Wouter ons capilaen // op synen dyenste drye gulden //
    Item gegeven Jan Hoolmans Bylken van // de beke te vaegen int jaer van LXVJ // aen den Ruysschen bempt vyer stuiver //
    Item gegeven aen den meye cys an° LXXJ aff // getrocken den C ten penningh ende boven dyen // gegeven in ghelde XXXIIJ stuiver //
    Item gegeven aen misbroot ende aen groote // ouwelen IIJ stuiver J blanck //
    Item gegeven meester Peeter Vander Gheyen clock // gieter voor de volle betalinge vander // tweerder paeyen vander clocken verschenen den // XXV ten dach in meye an° LXXJ in ghelde twee // ende derttich rijnse gulden ende XVJ stuiver //
    summa XLV gulden IIIJ stuiver een blancke //

    Bl 85/L
    Item gegeven van twee cruycen ende // ses tortycen te Heyst inde processie // te draegen IX stuiver //
    Item gegeven heer Jan Roelants van // allen den waslichte teghen sint // jans daeghe mid somers met oocke // den ouden wasse vanden wisselen allen // tsamen drye gulden ende X ½ stuiver //
    Item gegeven de weduwe van Willem De // Hondt in minderinge van desen jaere // van wasschen ende schueren X stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot roomenyen ende // bastaert ses stuiver ende een oort //
    Item gegeven vanden was lichte te // haelen tot Heyste eenen stuiver //
    Item gegeven sint jans dach mid somers // eenen speelman die voor het heylich // sacrament inden ommeganck speelden // van ierste tot den lesten IJ ½ stuiver //
    Item gegeven op den selven dach noch // twee andere speellieden twee stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op // synen dienste twee gulden //
    Item gegeven aen vier cruycen ende // twaleff tortycen inde kermisse ende // processie te draegene acht stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot roemenyen // ende bastaert ses stuiver een oort //
    Item gegeven heer Wouter ons capilaen ende // costere voor de volle betalinge van allen // den dienste vander costeryen ende capilaenschap // vol betaelt tot sint jansmisse mid somers // an° XVc een ende tseventich twee gulden ende // eenen halven braspenning ses myten //
    Item gegeven Cornelis Vanden Ryne van allen // den rueten keerssen dyer gehaelt syn // int voorleden jaer doen Remeys Vermolen // diende ende in syn rekeninge niet en // hadde laten scryven midts dyen hy daer // vele in verleet hadde XXVIJ stuiver ½ braspenning IIJ myten //
    Item gegeven oock gehaelt int selve jaer // te paesschen twee pepercoeken te kersmis // twee pepercoeken ende een ½ vrlt (veertel) seepen // ende opt h sacraments dach aen sack bant // ende gaeren comt tsamen op IIIJ ½ stuiver VJ myten //
    Item gegeven oock gehaelt opt heel jaer doen // Remeys diende als voren drye potten ende een // half pinte smouts den pot vyf stuiver J blanck // comt op achttyen stuiver ½ braspenning VJ myten //
    summa XIJ gulden ende VIJ stuiver XIJ myten //

    Bl 85/R
    Item gegeven voor de volle betalinge myn // heere den prochiaen vol betaelt allent // tghene dat hem quam vander kercken van // allen synen dienste tot sint jansmisse midden // somers an° XVc een ende tseventich ende mede // vol betaelt allen die besette jaergetyden // die hy prochiaen doen sal nou inden naesten // toecomende wintere an° als voren nae kersmisse // vyff rijnse gulden ende twee stuiver eenen halven //
    Item gegeven myn heer den prochiaen vanden // besette jaergetyde dat hy gedaen heeft des // anderendaechs naer sinte pauwels dach // an° tseventich dat heer Jan Verstappen alle // syne ouders doet doen thyen stuiver //
    Item gegeven myn heer den prochiaen op synen // dienste die hy sal doen ingaende van sint jansdach // mid somers an° LXXJ op rekeninge XXXJ ½ stuiver //
    Item myn heer den prochiaen hadde hem misrekent // eenen braspenning die hem Remeys Vermolen gegeven hadde // ende staet gerekent in // Remeyssens rekeninge ende moet den prochiaen // cortten aen syne rekeninge ende en mach Jannen // De Roeck in syne rekeninge niet te baten comen //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op synen // dienste in eyeren vier stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot romenyen ende bastaerts // om de missen mede te doene ses stuiver een oort //
    Item gegeven heer prociaen soo op onser // liever vrouwen halff ooghst ende op sinte // jans onthooffdinge dach van eenen pont // wassen spinlichte ses stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen cleyn ende groot // misbroot twee stuiver //
    Item gegeven op sint jans dach onthoofdinge // vanden wassen keerssen tot Heyste te // haelene een ½ stuiver //
    Item gegeven Remeys Vermolen voor de volle // betalinge van allen den ghenen dat hem // quamp alsoe dat gebleken is in syne // rekeninge nou te lichtmisse gepasseert an° // XVc tseventich dat hy voor de kercke // meer hadde utgegeven dan ontfangen // twee ende veerttich gulden enden XIJ stuiver // een blancke ende IX myten //
    Item gegeven aen het wierroock dat doen te // makene drye stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot roomenyen ende // bastaerts ses stuiver een oort //
    Item gegeven aen misbroot eenen stuiver //
    summa XLV rins gulden VJ stuiver ½ blanck //

    Bl 86/L
    Item gegeven Lembrecht De Hont // voor syn comperytie dat hy tot // Bruessele int geestelyck hoff // heeft gegaen om der erffrenten // wille van Lembrecht Vanden Bossche // int gaen ende keeren drye daghen // tsamen XXIIIJ stuiver //
    Item gegeven Jan De Roeck kercmeester // alsoe hy met Lembrecht De Hont ook // te Bruessele was op syns selfs costen // op drye daegen int gaen ende weder // keeren sestyen stuiver //
    Item gegeven doen de leste gratie hier was // van eenen pot roomenien ende bastaerts ses // stuivers ende een oort //
    Item gegeven Gielis Verloo van eenen jaere renten // ende dat inden naeme ende over Gheert Van Roosbroeck // ende Magdaleene Mooens verchenen ende gevallen an° // XVc eenen tseventich thyen rinsgulden //
    Item gegeven van eenen pot roomenyen ende bastaerts // ses stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen een pinte rinsschen wyn IJ stuiver //
    Item gegeven aen groot misbroot eenen stuiver //
    Item gegeven den prochiaen op alder heyligen // dach van een halff pont spinnen IIJ ½ stuiver //
    Item gegeven Symoen Berchmans voor der kercken // deel van den berch aen der kercken bosschen // op de Mechelschen heer baene te slichtenen // ende af te kerrene XXV stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op synen dienste // die hy doet ingaende sint jansmisse an° LXXIJ // in minderinge ses rins gulden XJ stuiver //
    Item gegeven Lembrecht De Hont dat hy // gegeven heeft tot Bruessele int geesty // lyck hoff voor hun bescheet ende consent // van dat wy het heyken op den hoeck // vander Haechstraeten Lembrechten Vanden // Bossche vercochten vyer rins gulden //
    Item gegeven Lembrecht De Hont voor // syn comperitie ende ganck dat hy // tot Bruessele ginck om het bescheet // van dyen int geestelijck hoff XVJ stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op // synen dienste acht gulden X stuiver //
    Item gegeven aen een pinte rinschen // wyn drye blancken //
    summa XXXIIIJ gulden IIJ ½ stuiver X myten //

    Bl 86/R
    Item gegeven van seven ruemwerken // ende aen buydels tot den kelcke // ende kelck doecken doen te naeyen // en aen lint tot drij buydels allen // tsamen vier stuiver //
    Item gegeven den prochiaen op synen //dienste eenen korff raepen eenen // braspenning ende ses myten
    Item gegeven myn heer den prochiaen voor // de volle betalinge van synen dienste // van den missen die hy doen moet tot // kersmisse toe an° XVc eenen tseventich // drye rinsgulden ende thyen stuiver min VJ myten //
    Item gegeven aen een hondert groot ende // een vyftich cleyn misbroot eenen braspenning //
    Item gegeven aen eenen pot roomenyen // ende bastaerts VJ ½ stuiver //
    Item gegeven den prochiaen van eenen // half pont spin lichte IIJ ½ stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen voor // de volle betalinge van synen dienste // vol betaelt tot kersmisse an° LXXJ // neghentyen stuiver //
    Item gegeven Jan De Roeck Jacopssone // van ses busselen latten ende vier // busselen wallem strooys al verbesicht // aen de schole tsamen XXIIJ stuiver //
    Item gegeven heer Jan Roelants te // kersmisse van XIJ pont nieu // was mede gerekent twee // outaer keerssen van sint jans // daege onthoofdinge ende // van twee tortssen ende van drye // pont ende een halff ouwt was // te wisselen al tsamen vyf // rinsgulden ende VIJ stuiver ½ braspenning //
    Item gegeven van eenen nieuwen // schel zeele XXIJ stuiver //
    Item gegeven van eenen ghanck // bossch kolen met der vrachten // ende anderen onghelden XVIJ stuiver //
    Item gegeven te kersmisse aen // eenen pot ende een halff pinte // romenien ende bastaerts VIIJ stuiver //
    summa XIIIJ gulden ende XIJ stuiver IX myten

    Bl 87/L
    Item gegeven van luydene beyden // de sint jans daghen ende tsheylichs // sacraments dach ende op den kerst // nacht tsamen twintich stuiver //
    Item gegeven de weduwe Willems De Hont // in minderingen vanden wasschen ende schuerene // van desen jaere twaleff stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot roomenien ende // bastaerts ses stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen cleyn ende groot misbroot // tsamen een blancke //
    Item gegeven Jannen De Roeck Jacopssone van // misbroot dat hy seyde eertyden voor de kercke // verleet te hebbene eenen stuiver //
    Item gegeven aen ses potten smouts // gehaelt allenskens het geheel jaer // geduerende XXXV stuiver //
    Item gegeven aen achttyen pont ende een // vrlt rueten keersen gehaelt allenskens // het geheel jaer geduerende compt // tsamen op twee gulden XIJ stuiver ½ braspenning IIJ myten //
    Item gegeven Wouter De Hont van verteerde // costen doen den deeken quam visenter // ren der kercken deel XVJ stuiver //
    Item gegeven den prochiaen vanden // besetten jaergetyde van Joorissen // Verstappen gedaen des anderen daechs // nae sinte pauwels dach an° LXXJ stile // van Brabant thyen stuiver //
    Item gegeven myn heer den prochiaen op den // selve pas in ghelde dat Jan De Roeck // ende hy met een rekenden dattet was // voor die andere besette jaergetyden // die welcke nochtans te voren // betaelt syn geweest ende alsoo moet // dit staen gegeven op synen dienste // sestyen stuiver //
    Item gegeven den capilaen vanden besette // jaergetyde Jooris Verstappen met den // luyenne ende met den anderen besetten // jaergetyden tsamen XVJ stuiver //
    Item gegeven heer Jan Roelants van // eene pont ende een halff wassen // keersen tegen lichtmisse ende noch // van twee pont ende een half ouwt // was te vermakene tot spinnen // tsamen XXJ stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot rinsschen wyn // ende een hondert misbroot tsamen V stuiver //
    summa X gulden XJ stuiver J blanck XIJ myten //

    Bl 87/R
    Item gegeven van eenen jaere den // ontfanck ende het uit geven te // scrivene sestyen stuiver //
    Item gegeven ick Jan De Roeck van // verteerde costen op twee daeghen te // wesene doen der kercken ende h gheest // goeden verhuert werden ende op den dach // dat die huers lieden borge stelden ende // gelooften deden voor de betaling vande // hueren tsamen vyff stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen olie ten twee reysen // tot den uur wercke ende ten twee // reysen aen seeps om de clocke mede // te smoutene IJ blancken ende VJ myten //
    Item gegeven aen twee potten biers doen wy // dese rekeninge raemden ende maecten J stuiver //
    summa XXIIIJ stuiver VJ myten //
    (geschrift pastoor) summa sumarum hondert // gulden LXXXIIIJ rijnse gulden // IX stuiver een bl IIJ myten //
    Hier uit blyckt meer ont // fanghen te hebben dan // utgegeven XIIJ rijnse gulden // XVJ stuiver eenen halven //
    Item dese rekening is ghepasseert in presentie vanden prochiaen ende // in presentie vanden droesseert // mynder scepenen ende noch meer // ander goede mannen in de // maent van sproeckelle den // X dach //

    wordt vervolgd



    16-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    15-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(11)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 11
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 88/L
    Dits den ontfanck ende utgeven // van Lauwereys Hoolmans ende Peeter // Vercalsteren Peeterssone kercmeesters ingaende // an° LXXJ te lichtmisse ende utgaende // te lichtmisse an° LXXIJ //
    Inden iersten ontfangen van eenen // broeye geoffert inder kercken vyf stuiver //
    Item ontfangen van Wouter Claes Janssone // pellen neghen stuiver //
    Item ontfangen van Jan De Roeck Henricxssone // in minderinge van dat hy meer // hadde ontfangen dan ut gegeven // gebleken in syne rekeninge leste // gepasseert XXXJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Henrick De Neve te // lichtmisse an° LXXJ van eenen eyende // wassen keersen IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen vanden selven Henrick // De Neve van eenen jaere renten // verschenen an° XVc LXVIIJ - XVJ stuiver //
    Item ontfangen te lichtmisse an° als // voren vanden offere in ghelde XVIJ stuiver //
    Item ontfangen vanden pellen van Peeters // Van Ollimens huysvrouwe IX stuiver //
    Item ontfangen van drye godt penningen // twee blancken //
    Item ontfangen van Peeter Ramps van eenen // jaere hueren vanden Beers verschenen an° // LXX vier rinsgulden ende IJ blancken //
    Item ontfangen van joeffrouw Mergriet sCuypers // van drye jaeren verschenen chysse des jaers // eenen halven stuiver IIIJ myten betaelt vanden // jaeren XVc LXIX LXX LXXJ comen die // drye jaren op IJ blancken ende XIJ myten //
    Item gehaelt op den pallemsondach ter caritaten // doen men die passye precten IX ½ stuiver //
    Item gehaelt op den pallemsondach ut den // stocke by sint jans outaer vyer rinsgulden ende // neghen stuiver //
    Item ontfangen vanden rintmeester van den heer vanden // dorpe van eenen jaere renten verscenen an ° XVc LXX // vyer rinsgulden //
    Item ontfangen vanden selven over den selven heer van twee // jaeren verschenen coren renten des jaers een moken // ende dat vanden jaeren LXX ende LXXJ verdinckt // in ghelde ontfangen twintich stuiver //
    summa XVIIJ rins gulden XIIJ stuiver XIJ myten //

    Bl 88/R
    Item ontfangen datter geoffert wordt op de goede // vrydach ter cantaten ses stuiver een oort //
    Item ontfangen ut handen van heer Goris prochiaen // op den paessch dach datter geoffert werdt opt heylich // cruys outaer drye stuiver //
    Item ontfangen van vyff stucken boteren neghen // stuiver ende een blancke //
    Item ontfangen vanden ouden vekenstyle eenen stuiver //
    Item te paesschen ontfangen van joeffrouwe Mergriet // sCuypers van wyne dyer te paesschen over // schoot vyff stuiver //
    Item ontfangen van eenen godts pennick een ruyters // blancke //
    Item ontfangen van een pont boteren twee // blancken ende XV myten //
    Item ontfangen van een stuck boteren twee // stuiver een blancke ende IX myten //
    Item ontfanghen van een pont boteren IJ stuiver IIJ myten //
    Item ontfanghen van eenen pont boteren IJ ½ stuiver IIJ myten //
    Item ontfanghen van eyeren vyer stuiver IJ grooten //
    Item ontfanghen van Aert Hoelmans van eenen // jaere renten verschenen an° XVc tseventich // acht stuiver //
    Item ontfanghen van eenen pont boteren IJ ½ stuiver //
    Item ontfanghen van Jan De Smedt van eyeren // vyer stuiver ende een blancke //
    Item ontfanghen van Jan Vande Eyende van een // stuck wassen keersse IJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen rooff wollen geoffert // voor sint jan neghen stuiver een oort //
    Item ontfangen van Jacop Machiels in // minderinge van eenen jaere eeussel hueren // van vander Ghoten drye rins gulden //
    Item ontfangen van eenen haene IJ stuiver //
    Item ontfangen van Cornelis woonende tot // tot Beerssele van eenen jaere bosschweyden // inde Haechstraete verschenen an° // derttich stuiver //
    Item ontfangen van Jan De Roeck Henrickssone in // minderinge van dat hy meer hadde ontfangen // dan ute gegeven gebleken in syne rekeninge // lestmaele gepasseert seven rins gulden //
    Item ontfangen van eender hinnen geoffert IJ blancken //
    Item ontfanghen van Jan Vanden Moere van eenen // eyende wassen keersse drye stuiver //
    summa XV rins gulden IJ ½ stuiver VJ myten //

    Bl 89/L
    Item ontfangen van Gielis Tubbacx in // minderinge van eenen jaere hueren vander // Thuynlanden drye rinsgulden opt jaer van // achtenen tseventich //
    Item ontfangen op der kermisse sint jansdage // mid somers van twaleff soe hinden ende // kiekenen tsamen XVJ stuiver //
    Item ontfangen op de selve kermisse vanden // offere gheoffert in ghelde boven het ghene // datter aff gegeven is vanden cruijcen ende // den tortysen te draegen inden ommeganck // tot Heyste op den kermis dach ende vanden // cruijcen ende tortysen te draeghen inden // ommeganck ende kermisse sint jansdaeghe mid // somers ende met die sint jan onssen patroon // omme droeghen boven dyen ontfangen in gelde // twee rinsgulden ende XIIJ stuiver //
    Item ontfanghen op de selve kermisse als // voren van eyeren ende oock mede // datter noch in ghelde geoffert was // achttyen stuiver //
    Item ontfangen op de selve kermisse vanden // kesen dyer de heele kermisse geoffert // waeren drye rinsgulden ende IX stuiver IJ grooten //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren // Peeterssone van eeussel hueren van Hennen // Bruers hoff verscene LXXJ vyer rins gulden X stuiver //
    daer mede is de hueringe u… //
    Item ontfangen van eenen haene J stuiver //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren Peeterssone // van twee jaeren renten verschenen an° LXIX ende LXX des jaers XV stuiver comen // de twee jaeren op derttich stuiver //
    Item ontfangen van Jan De Roeck Henricxssone // in minderinge vanden ghenen dat hy // meer hadde ontfangen dan utgegeven // gebleken in syne rekeninge gepasseert // lichtmisse an° LXXJ vyer rins gulden XIIJ stuiver //
    Item ontfangen van een broot geoffert voor // sint jan vyf stuiver ende ix myten //
    Item ontfanghen van eyeren allenskens // geoffert vyer stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van Ghysbrecht Hoolmans overe // ende inden naeme Jans De Pelsmakere // van twee jaeren renten verscenen an° LXXJ // ende LXXIJ des jaers XVJ stuiver comen // de twee jaeren op XXXIJ stuiver //
    Item ontfanghen van twee broeyen geoffert // voor sint jan tsamen IX stuiver //
    Item ontfangen van wat corens geoffert ½ stuiver //
    summa XXIIJ rins gulden XVIJ stuiver J blanc IIJ myten //

    Bl 89/R
    allenskens in ghelde ... // blanck //
    Item ontfangen van eenen hasene IJ blancken //
    Item ontfangen van Jan Claes Willemssone in // minderinge vander hueren vanden Thuyn landen // vyf rinsgulden IIJ ½ stuiver opt jaer an° LXXJ //
    Item ontfangen van heer Ghoris prochiaen van // eendere strunck eycken aent kerckhoff XIIIJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen rooff wollen IIIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen haene IJ stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen van Jan Gheerts raeymakere // in minderinge van der hueringen van Heynken // Wouts lande vyer rinsgulden ende XV stuiver ende // dat opt jaer van LXXJ //
    Item ontfanghen van Jan Van Dorene voor de // hele betalinge van synder hueringe van den Beers // verscenen an° vyer rinsgulden ende ses stuiver // tweentseventich //
    Item ontfangen van Ariaen Gheerts over de // weduwe Peeter Bollens van drye jaeren renten // des jaers thyen stuiver verschenen an° XVc // LXVIJ LXVIIJ LXIX comt op derttich stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren IJ stuiver //
    Item ontfanghen ten drye reyssen van drye // haenen geoffert tsamen vyff stuiver ende VJ myten //
    Item ontfangen van eenen pont boteren IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen op sint jans dagh onthoofdinge // ende de heele kermisse geoffert in ghelde // mede gerekent een haenken dat geoffert // was ende vercocht tsamen XX stuiver //
    Item ontfanghen op die selve kermisse van // allen den kesen dyer geoffert waeren // thyen stuiver ende een blancke //
    Item ontfangen vanden twee pellen soe van // Henrick Verstappen ende van Henrick Cools pellen // tsamen achthyen stuiver //
    Item ontfangen van eenen stuck boteren twee // stuiver ende eenen halven braspenning IIJ myten //
    Item ontfanghen van Jan Pflips onder Heyste // vanden waslichte tot der gulden missen IIIJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen kese IJ stuiver //
    Item ontfangen van eyeren VJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen godts penning ... blancken //
    Item ontfangen van vyer wassen keerssen die // ghebert syn voor ons lyef vrouwe in sonne // vyf stuiver //
    Item ontfangen vanden waslichte ende den // pellen tot die utvaert van Machielen // De Swertte tsamen derttich stuiver //
    Item ontfangen van coren geoffert XV ½ stuiver //
    summa XXIIJ rins gulden vyf stuiver XV myten //

    Bl 90/L
    ontfangen vanden pellen … // waslichte tot den jaergetyde van // Nicasius Hoolmans vyf stuiver //
    Item ontfanghen van de weduwe Jans Verbeke // van twee jaeren renten verschenen an° // LXXJ ende LXXIJ tsamen twee rinsgulden //
    Item ontfanghen op den soeten naeme jhs // dach vanden offere uter cappellen van // Grootloo elf stuiver //
    Item ontfangen van Jan Velle onder // Keerberghen van coope van houte // gevallen an° LXXIJ op Heynken Wouts / lant ses rinsgulden ende IJ stuiver //
    Item ontfangen te lichtmisse van Jannen De Roeck // van twee eyenden keerssen V ½ stuiver //
    Item ontfangen van Jacop Machiels op rekeninge // van eeussel hueringen ten twee reyssen // twee rinsgulden ende XV stuiver an° LXXJ betaelt //
    Item ontfangen van Jan Gheerts raeymakere // op rekeninge van synder hueringhen van // Heynken Wouts lande vyff rinsgulden //
    Item ontfangen van heer Ghoris Reynkens prochiaen // van eyeren twee stuiver //
    Item ontfangen van Peeter Ramps over // Remeys Hoolmans van drye jaeren renten // des jaers eenen pot wyns verdinck vor X ½ stuiver //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren // Peeterssone op rekeninge van den jaergetyde // Peeter Hoolmans huysvrouwe op Tremeloo // ende meer andere XV stuiver //
    Item ontfangen van Cornelis Vanden Ryne // vanden kerckhoff weyden an° LXXIJ // twee rinsgulden ende drye stuiver //
    Item ontfangen vanden selven Cornelis voor // der kercken deel van eenen jaere hueren // vanden Ruysschen bempt verscenen an° LXXIJ // te kersmisse drye rinsgulden ende IIJ stuiver //
    Item ontfangen van Henrick De Neve van eenen // eyende wassen keerssen IJ stuiver eenen halven //
    summa XXIIJ rinsgulden XIIIJ ½ stuiver //
    (geschrift pastoor) summa den ontfanc gedraecht // C vier rijnse gulden XIIJ stuiver oort //

    Bl 90/R
    den utgeven van Lauwerys Hoolmans // ende Peeter Vercalsteren Peeterssone kercmeesters // ingaende te lichtmisse an° LXXJ // ende utgaende te lichtmisse an° LXXIJ //
    Inden jersten gegeven van verteerde // costen op den dach dat h gheestmeesters // ende kercmeesters hun rekeninge deden // achtentwintich stuiver //
    Item gegeven aen den kersmis chyns // an° LXXJ vijventwintich stuiver J oort //
    Noch gegeven Henrick De Neve van // acht roeden grachten aent kerchoff // te gravene de roede eenen stuiver // comt tsaemen op acht stuiver //
    noch gegeven voor der kercken deel // den selven Henrick De Neve van sesse // roeden grachten te graeven aen // de Thuyn landen ende aent groot // eeussele ses stuiver //
    noch gegeven den selven van // twee daegen ende eenen halven // dach te werckene om den // berch op de Mechelsche heer // baene tegen de bosschen te slichtene // daechs IIIJ ½ stuiver comt alsoe op // elff stuiver ende een oort //
    noch gegeven op den tweeden saterdach // inde vastene aen een wyn vaetken // met eene ghelte roemenyen ende // bastaerts tsamen XVIJ stuiver X //
    noch gegeven Jan de smet van yser // werck ende yseren nagelen verbesicht aen // de clocke aent veeken aent kerckhoff // ende aen nagelen tot den veekene aen // de bosschen inde Haechstraete in al // eenentwintich stuiver min IIJ myten //
    Item gegeven heer Wouter capilaen in minderinge // ende op rekeninge van synen dienste vyer rijnse gulden //
    Item gegeven aen XX pepercoeken tegen het // hoochgetyde van paesschen XVIJ ½ stuiver //
    Item gegeven aen een pont wierroockx IIJ stuiver //
    Item gegeven aen cleyn ende groot misbroot // teghen paesschen drye stuiver //
    Item gegeven op den pallemsondach den predicant // van de passye te prekene met dat hy hadde // om op den wech te verteerene XXXIIIJ stuiver //
    summa XIJ rinsgulden XIIJ stuiver J blanck //

    Bl 91/L
    Item gehaelt op den pallemsondach ut // den stock by sint jans outaer // vyer rijnse gulden ende IX stuiver // (post doorstreept)
    Item gegeven op den pallemsondach vanden // verteerden costen van dyen daeghe voor // den predicant die de passie precte IIIJ stuiver //
    Item gegeven op den witten donderdach alsoe // voor heer Jan Roelants doen hy de paeskeerse // ende andere stoffeerde van verteerde costen // ende mede voor Lauwereys Hoolmans kerc meester // alsoe hy mede tot Heyste het was hadde // helpen halen ende hem noch moeste gereesschap // af ende aen halen tsamen IIIJ ½ stuiver //
    Item gegeven aen candilaerkens doen te makene // eenen halven st stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op rekeninge dat // hem comt op synen dyenste acht rinsgulden //
    Item gegeven opt hoochgetye van paesschen aen // wyn sestyen stuiver //
    Item gegeven myn heer den prochiaen vanden // crisdoem te haelen elff stuiver //
    Item gegeven van een hondert misbroot J stuiver // ende neghen myten //
    Item gegeven de weduwe Willems De Hont voor // de volle betalinge van eenen jaere te wasschen // ende schuerene tot paesschen lest leden XIIIJ stuiver // min IX myten //
    Item gegeven der selvere voor de volle betalinge // vanden selven jaere vanden eyeren die sy // hebben moeste sessenvyftich eyeren //
    Item gegeven aen een ghelte roomenyen ende // bastaerts derttyen stuiver //
    Item gegeven aen een steenen potteken om wyn // mede te haelene J blancke ende IX myten //
    Item gegeven aen een pinte rinsschen wyn // twee stuiver ende een halven //
    Item gegeven aen een dorsse een blancke //
    Item gegeven Franssen Bosschers schoenmaker // van eenen ryeme te makene tot der // cleynder clocken ses stuiver //
    Item gegeven aen twee ryemen om de albe // mede te schorssene ende op te bindene IIJ stuiver //
    Item gegeven aen een lange nestelle J grooten //
    Item gegeven aen een pinte wyns IIJ ½ stuiver //
    Item gegeven den meyere vanden kelckt // te lossene ut des prinssen volckx handen // drye rinsgulden ende thyen stuiver //
    Item gegeven aen een pinte bastarrts IIIJ stuiver //
    Item gegeven aen cleyn ende groot misbroot J stuiver //
    summa XV rins gulden XV stuiver J blanck XV myten //

    Bl 91/R
    Item gegeven aen drye potten rinschen // wyn XXJ stuiver //
    Item gegeven Jan Vanden Eyende van wat te // naeydene ende te riparerenen aen de beste // cappe ende van een cleet te naeyene om // achtter sint jan te doene aen de berryen // mede inde processye te draghene // tsamen drye stuiver //
    Item gegeven heer Jan Roelants vanden wasse // lichte doen te maekene teghen paesschen // voorde volle betalinge IJ rinsgulden //
    Item gegeven aen den meye chys an° LXXIJ // voor der kercken deel vanden Thuyn landen // elff stuiver ende IJ grooten //
    Item gegeven aen misbroot IJ blancken //
    Item gegeven aen twee potten roomenyen // ende bastaerts derttyen stuiver //
    Item gegeven tot smeyers huysse van een // pinte smouts drye stuiver J oort //
    Item gegeven aen eenen kyeken corff // vyff stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen meester Peetere Vander Gheyen // clockghyeter tot Mechelen voor de volle // betalinge ende de leste paeye van der grooter // clocken te her ghyetene verschenen op den // vyfften dach in juny an° LXXIJ ende dat // boven den lyfcoop die hy geven moeste // verteert doen hy de clocke aen nam te // herghyetene eenen derttich rinsgulden ende // elf stuiver //
    Item gegeven aen twee potten rinschen wyn // derttyen stuiver //
    Item gegeven aen cleyn ende groot misbroot // eenen stuiver ende IX myten //
    Item gegeven den luyers die opt h sacraments // dach ende op sint jans dach mid somers // gheluyt hebben op rekeninge ende in // corttinge van dyen elff stuiver eenen halven //
    Item gegeven den prochiaen van eenen ponde // spin lichts seven stuiver //
    Item gegeven de weduwe Peeter Bollens van eenen // pont boteren dat de schaellideckers daer gehaelt // hadden doen Jan De Roeck dyende IJ ½ stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen voor de vollen // betalinge van synen dyenste tot sint jansdage // mid somers an° LXXIJ vol betaelt vyer gulden //
    Item gegeven aen een albe om misse mede // te doene XJ ½ stuiver //
    Item gegeven aen eenen nieuwen quispele IIJ stuiver //
    Item gegeven vanden waslichte doen te makenen // teghen sint jansdaghe mid somers VJ ½ stuiver //
    summa XLIIJ rinsgulden VJ stuiver IIJ myten //

    Bl 92/L
    Item gegeven aen misbroot eenen stuiver //
    Item gegeven aen drye ysren banden gebonden // om de leer boomen van onser liever vrouwen // leere twee blancken //
    Item gegeven aen eenen stoop wyns XIIJ stuiver //
    Item gegeven aen cleyn ende groot misbroot // eenen stuiver ende IX myten //
    Item gegeven van twee nieuwe tortssen ende // het ouwt was doen te hermakene tsamen // achttentwintich stuiver teghen kersmisse //
    Item gegeven heer Wouter capilaen ende costere // vanden besetten kercken jaergetyden met den // jaergetyde van Nicasius Hoolmans XVJ stuiver // met den jaergetyde heer Jans Verstappen metten luyen //
    Item gegeven aen wyn ende aen misbroot tsamen // vyftyen stuiver ende IX myten //
    Item gegeven aen bossch colen teghen kersmisse // thyen stuiver //
    Item gegeven Jan de smedt van twee sloten // het eene tot der kisten voor sint jan ende // het andere in onser vrouwen koor en noch // gewrocht ende gemaeckt aen de taeffele op // den hooghen outaer tsamen vyer stuiver //
    Item gegeven aen eenen stoop wyns teghen het // hoochgetyde van kersmisse XIIIJ stuiver //
    Item gegeven teghen kersmisse aen een hondert // groot ende twee hondert cleyn misbroot IJ stuiver //
    Item gegeven den luyers van luydene opt // h sacraments dach op sint jansdach ende op den kerstnacht ende dach voor de volle // betalinge elff stuiver eenen halven //
    Item gegeven teghen lichtmisse van vyve wassen // keerssen met twee pont spinlichts tsamen // eenen derttich stuiver //
    Item gegeven aen verteerde costen ten twee // reyssen doen wy het oorlogie ofte uur // werck bestaeyden te hermakene soe // vore den prochiaen den drossaert beyde dye // kercmeesters den oorlogie makere Wouter De / Hont Cornelis Vanden Ryne ende meer andere // achttyen stuiver ende een oort //
    Item gegeven den oorlogie makere tot eenen // weerdere ofte godtspenninck XIIIJ stuiver //
    Item gegeven van allen den smoute verbesicht // inder kercken dit heel jaer gheduerende // comt op vyer potten smouts comt alsoe // tsamen op vijventwintich stuiver //
    Item gegeven dit jaer dore van XVJ pont ende // half rueten keerssen met eenen pepercoek IJ // gulden ende XXIIJ stuiver een oort //
    Item gegeven den prochiaen in ghelde // op synen dyenste ses rins gulden //
    Item gegeven heer Wouter capilaen op synen // dyenste op rekeninghe acht rinsgulden //

    Bl 92/R
    Item gegeven Jan de raeymakere van onser // vrouwen leere soen te herspo… V stuiver //
    Item gegeven van dese rekeninge te scryven // ende te her scryven met den … // twintich stuiver //
    Item gegeven Henrick De Neve vanden dyke te // makene inde Thuyn straete ende hier aent // kerchoff een brugge ende peling te makene // om de bruggen op te liggenen VIJ stuiver XIJ myten //
    summa XXVIIJ rinsgulden XV stuiver J blancken XIJ myten //
    (geschirft pastoor) somma het utgeven van dese // rekeninge C rijnse gulden XJ stuiver een blanck // het blyck meer ontfangen // dan utgegeven die somme // van vier rijnse gulden een stuiver // ende een half blanck //
    Item dese rekeninge is gepasseert // in presentie van den prochiaen ende // den drossaert en scepenen // ende noch van meer goede mannen // a° dusent vyfhondert // ende LXXIJ op den XXIIJ dach van februario //

    wordt vervolgd



    15-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    14-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(12)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 12
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 93/L
    Dit is den ontfanck van // Peeter Vercalsteren Peeterssone // ende Jan Claes als kercmeesters // ingaende an° XVc LXXIJ // ende utgaende te lichtmisse // an° LXXIIJ stile van Brabant //
    Item ontfanghen van jouffrou Mergriete // Scuypers van eenen jaere chysse verschenen // an° LXXIJ eenen halven stuiver ende VIJ myten //
    Item ontfangen van IJ godts penningen J stuiver //
    Item ontfanghen van eenen vrouwen bouwen // die Kateryne Van Roosbroeck der kercken // maecte vyer rinsgulden ende vyf stuiver //
    Item ontfangen van Willem Verhulst van eenen // jaere renten een hinde verdinct in ghelde // ende noch van eenen halven stuiver beyde verscenen // an° LXXIJ tsamen IIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Lauwereys Hoolmans voor // de volle betalinghe vanden ghenen dat hy // meer hadde ontfanghen dan ute gegeven // ghebleken in syne rekeninge nou lichtmisse // an° LXXIJ ghepasseert vyer rinsgulden ende eenen braspenning IX myten //
    Item ontfanghen van een broot gheoffert voor // sint jan seven stuiver eenen halven braspenning //
    Item ontfangen van Gielis Verlooy // over derffgenaemen Eemonts Van Beverre // van twee jaeren renten verschenen // an° LXXJ ende LXXIJ des jaers X stuiver // ende eenen grooten comen en twee // jaeren op twintich stuiver IJ grooten //
    (ander geschrift) Item noch onfangen van eenen goedts penning // vanden cappellaen halven stuiver //
    Item noch onfangen van Jan De Roeck Henricxssone // voor twee jaeren renten verscenen an° LXX // ende LXXJ des sciaers twee rijnse gulden ende X stuiver // afgecort voir den hondeste penninck VIJ stuiver // onfangen voir die twee jaeren in gelde vier // rijnse gulden ende XIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Peeter Ramps van // het ghene dat hy ten achter was van hueren // van berts geheeten voer die volle betaling // vier rijnse gulden ende IJ blancken //
    Item noch onfangen vanden offer op den lichtmis // dach en palmsondach ende goede vrydach ende metter // paesdach samen gereekent IJ rijnse gulden IIJ stuiver //
    somma XX rijnse gulen en XVIJ stuiver J blanck //

    Bl 93/R
    Item noch onfanghen van Jan Claes in wyn // van der cappelle op Grooteloo voor eenen // pot wyns die de cappellaen daer mede // allenschens gedragen hadde om mede // misedoen ut onser kercken daer voir // onfangen VIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van Michiel Vercalsteren // moller voor syn huysvrouwe pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van eenen grendel met // twee cleyn crammekens die aen kerckhof // werken was een blanck //
    Item noch onfangen van Aert Hoelmans // pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van eenen goedtspenninck ½ stuiver //
    Item noch onfanghen van Jacop Michiels // voir een jaer euselhueringe vander Ghote // vanden jaere an° LXXIJ - VIJ rijnse gulden ende V stuiver //
    Item noch onfanghen van Jan De Roeck Jacopssone // in minderinghe vander huere van Herman Bruers // geheeten IIJ rijnse gulden //
    Item noch onfanghen van Paeschier Vercalsteren // voor vyf jaer verscenen renten oft sys waer // af den leste verscenen an° LXXIJ het sciaers // eenen stuiver maect samen vyf stuiver //
    Item noch onfangen uten stock opden selve dach // dat men het uurgewerk stelde XX stuiver //
    Item noch onfanghen vanden heer Diercken Van // Wavere om sintjans rock mede te maken // gegeven VIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Wouter De Hont // in weeghe van derfgenaemen Reymeys Hoelmans // van ses jaeren des sciaers eenen pot wyns // verdinct in gelde voor XXI stuiver //
    Item noch onfanghen van Wouter De Hont van // twee merskorven raepen gecocht inder kercken // byder tyt van Lembrecht De Hont vier stuiver ½ //
    Item noch onfangen vanden selven Wouter De Hont // gecocht byder selver tyt eyeren vyf stuiver ½ //
    Item noch onfangen van een stuck boteren geoffert // voer sint jan vier stuiver //
    summa XIIIJ rijnse gulden XIX stuiver ½ //

    Bl 94/L
    Item noch onfanghen voer een stuck boteren // geoffert IJ blancken //
    Item noch onfanghen van Aert Geerts van // die kerckhofweyde twee rijnse gulden ende V stuiver ½ //
    Item noch onfanghen van Jan Hoelmans Miechielssone // ende Jan Van Doorne van haer beyde over derfgenaemen // Nicasius Hoelmans van vier jaeren renten des // sciaers ses stuiver ende eenen ouden grooten dat // verscenen te leste jaere an° LXXIJ comende // die vier jaren op eenendertich stuiver //
    Item noch onfanghen van eenen broode geoffert // ses stuiver ½ blancken //
    Item noch onfangen van twee stucken boteren // geoffert ses stuiver ende eenen grooten //
    Item noch onfanghen van Reymeys Vermolen // van twee jaeren renten des sciaers XIJ stuiver dat // vanden jaere verscenen an° LXXJ ende LXXIJ comende // die twee jaeren op XXIIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan De Cuyper over // derfgenaemen Nicasius De Cuyper van twee jaeren // renten des sciaers een quarteel corens dat // vande jaer verscenen an° LXXJ ende LXXIJ verdinct // in gelde voir ses stuiver oirt //
    Item noch onfanghen van twee stucken boteren // geoffert ses stuiver oort //
    Item noch onfanghen van Henrick Hoelmans // van twee jaeren renten des sciaers XXVJ stuiver // dat vanden verscenen an° LXXJ ende LXXIJ gecort // voer den hondersten penninck vyf stuiver onfangen // voir die twee jaeren in gelde twee rijnse gulden VIJ stuiver //
    Item noch onfanghen van eenen offer penninck // voor sintjan eenen stuiver //
    Item noch onfanghen van een stuck boteren // geoffert IIJ ½ stuiver //
    Item noch onfanghen voir een lyckerse die // inder kercken vercocht ende doer gebleven om daer / voer te doen bidden IJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Claes in weghen // van Jan De Roeck Henricxssone om sinjansrock // mede te maken VIJ stuiver //
    somma IX rijnse gulden ende VIIJ stuiver ende XV myten //

    Bl 94/R
    Item noch onfangen vanden rentmeester // van meester Jacop Rossel van twee jaeren // renten des sciaers vier rijnse gulden dat vanden jaere // verscenen an° LXX ende LXXJ gecort voirden // hondersten penninck XV onfangen in gelde voor // die twee jaeren VIJ rijnse gulden ende vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Van Arven in // weghen van derfgenaemen Gelaude Dobbelets // van een jaer renten verscenen an° LXXJ // twee rijnse gulden ende XIIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van een stuck boteren // geoffert IJ stuiver ½ blanck //
    Item noch onfangen van eyeren geoffert // IJ ½ stuiver //
    Item noch onfanghen van Jan Claes in // weghen vander cappele op Grooteloo // voir eenen pot wyns allensgens // daer ghehaelt acht stuiver //
    Item noch onfangen op de kermis te // sintjansdaghe geboorte midsomers van den // keesen die daer geoffert waren voer het // stuck twee stuiver daer effer gewest // XXIIJ beloopt twee rijnse gulden ende ses stuiver //
    Item noch onfangen op den selven kermis // van eyers boven die ghene die men // Magdaleena Timmermans geven moeste // van het scueren ende wasschen boven dien // vercocht om vier stuiver //
    Item noch onfangen op den selven kermisse // in gereede gelde geoffert was // drye rijnse gulden ende X stuiver //
    Item noch onfangen corts nader selven // kermis van vier keesen geoffert samen // brocht elf stuiver ½ braspenning //
    Item noch onfangen van eyers IJ stuiver IX myten //
    Item noch onfangen van wat wolle // geoffert IJ stuiver oert //
    somma XVIJ rijnse gulden ende seven stuiver J blancke IX myten //

    Bl 95/L
    Item noch onfangen van eenen keese // geoffert IJ stuiver IX myten //
    Item noch onfangen van Elisabeth Storms // van Haeht pellen IX stuiver //
    Item noch onfanghen van twee goedts // penninghen J stuiver IX myten //
    Item noch onfangen van Jan Vermolen over // Willem Ghuens van vyf jaeren renten // des sciaers vier stuiver den lesten vercenen an° // LXXIJ beloopende die vyf jaeren XX stuiver //
    Item noch onfangen van een haenken ge // offert IJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen voir een ketenen // daer die lampe aen gehanghen heft // IJ blancken //
    Item noch onfanghen voer een riem lint // geoffert was IJ blancken //
    Item noch onfangen van eyers VIJ orden //
    Item noch onfangen van Merten Voet huysvrou // we waslichte XXXV stuiver //
    Item noch onfangen vanden selven Merten Voet // huysvrouwe pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van eenen broode // geoffert VIJ stuiver //
    Item noch onfangen van eyers VIJ oirden //
    Item noch onfangen van een stuck booteren // geoffert IJ stuiver //
    Item noch onfangen van eenen keese/ geoffert vii oerden iii myten
    Item noch onfangen van eyers ii stuiver //
    Item noch onfangen van eenen keese // geoffert VIJ oerden IIJ myten //
    Item noch onfangen van eyers ii stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Vercalsteren // Claeskens pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van Henrick De Puetere als // heylighe geest meester in weghen vander heyigheest // in geleende gelde X rijnse gulden //
    somma XV rijnse gulden ende seven stuiver IIJ myten //

    Bl 95/R
    Item noch onfangen op de kermsmis op sint jans // daghe onthofdinge van eyers VJ stuiver //
    Item noch onfangen opden selve kermmis van // kiekkenen XV stuiver //
    Item noch onfangen op de selve kermmis // van gereede gelde XXV stuiver //
    Item noch onfangen van Lembrecht Vanden // Bosche op reekeninghe ende minderinghe // vander renten ende van het ghene dat hy ten // achter was van het principael coop daer // af onfanghen op reekeninghe dry rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Henrick Moens van een // jaer bosweye vanden jaere LXXIJ // drij rijnse gulden X stuiver //
    Item noch onfangen van Kersten Hoelmans // pelle IX stuiver //
    Item noch onfangen van twee keese // vyf stuiver halven //
    Item noch onfangen van eyers VIJ oerden //
    Item noch onfangen van twee keesen vier stuiver ½ //
    Item noch onfangen van Jan Hoelmans // Sieliessone van een jaer hueren van Ruyschen // bemt dry rijnse gulden ende IIJ stuiver die selve // heeft gecort voer den hondersten penninck // elf stuiver ende noch voer dat hy verdient // heeft aen die kercke met die cleyn // clocke te verhanghen ende andersins voer // onsen tyt des dienst gepassert daer // voer gecort XXJ stuiver ergo soe // blyft maer onfangen eenendertigh stuiver //
    item noch onfangen van eenen keese // geoffert IJ ½ stuiver //
    Item noch onfanghen van die monbors // van Geertruy Ruyssch van Miechiele // Ruysch met syn der huysvrouwe // pellen samen XVIIJ stuiver //
    somma XIJ rijnse gulden en // acht stuiver oert //

    Bl 96/L
    item noch onfangen vanden selven mombor // van elf jaren renten des sciaers een blanck // maect samen VIIJ stuiver oert //
    Item noch onfangen van een haenken // geoffert IJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van eenen merskorf // appelen geoffert VIJ oerden //
    Item noch onfangen van een haenken geoffert // IJ stuiver //
    Item noch onfangen van goetspenninghen IJ stuiver //
    Item noch onfangen van Merten Lintermans // van een jaer hueren van het Tuyneusel // vanden jaere verscenen LXXIJ voer kercken // part ses rijnse gulden ende twee grooten // afgecort IJ blancken bycoops soe blyft // mar onfangen vyf rijnse gulden negenthien // stuiver XIJ myten //
    Item noch onfangen van eyers IJ blancken VJ myten //
    Item noch onfangen van een haenken geoffert // IIJ stuiver ½ blanck IIJ myten //
    Item noch onfangen van een stuck boteren // geoffert IIJ stuiver ½ blanck //
    Item noch onfangen van Jan Claes Willemssone // op reekeninghe ende minderinge vander // hueren van die Thuyn landen vier rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Joost De Groote // als mombors vanden kinderen Sebastiaen De // Groote van waslichte ende pelle van // Jan De Groote de jonghe voer die // helft XVIIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van Willem Ghuens op // reekeninghe vanden corenen vier rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Lembrecht Kermans // van XV royen corenen IJ rijnse gulden ende vyff stuiver //
    somma XIJ rijnse gulden ende // VIJ stuiver ½ IJ myten //

    Bl 96/R
    Item noch onfangen van Wouter Baten // met synen consorten van thien royen corenen // dertich stuiver //
    Item noch onfangen van twee goedtspenningen // J stuiver //
    Item noch onfangen van Margriet // Smeeren pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van Nycasius Hoelmans // jaergetyde pellen vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Miechiel Hoelmans // huysvrouwe voors ene kerse die // verbert is voer ons lieve vrouwe inde // sonne (IJ stuiver ½ doorstreept) J braspenning //
    Item noch onfangen van een hespe // geoffert VIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van een keese // ende een stuck boteren geoffert samen // vyf stuiver oirt //
    Item noch onfangen van Jan Flips // van het waslicht toter guldener // missen IIJ stuiver ½ //
    Item noch onfangen van een stuck // boter geoffert IIJ stuiver ½ //
    Item noch onfangen van twee merskorven // rapen geoffert samen VJ stuiver //
    Item noch onfangen van Berbel // Bollens pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Geerts // raymaker van een jaer hueren // van Heynken Wouts lant vanden jaere // an° LXXIJ - X rijnse gulden // vier stuiver halven //
    Item noch onfangen van Jan Van Hove Aertssone over Maergriet Verstappen van drye jaeren // renten des sciaers een quaerteels rocks // ende dry blanken X myten daer af onfangen // in gelde XVJ stuiver IX myten //
    somma XV rijnse gulden ende IIJ stuiver ½ blanck //

    Bl 97/L
    Item noch onfangen van Jan Claes // in weghe vander cappelle voor // eenen pot wyns IX stuiver //
    Item noch onfangen van Peeter Vercalster // Peeterssone van elf royen corens // dryendertich stuiver //
    Item noch onfangen van my Peeter // Vercalsteren van my paert vanden // houte inde Haechstrate boeschen // op reekeninghe XIX rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Sielies Tubbacx // op reekeninghe van dat hy ten achter // was het Thuyn eusel XXXV stuiver //
    Item noch onfangen vanden // fruyte op het kerckhoef gewassen // es geweest vyfendertich stuiver //
    Item noch onfangen op reekeninge // ende minderinge van weduwe Jan Claes oft // Peeter haren soene van hetgenen // dat sy jarlycx der kerck geeft // op rekeninge onfangen X stuiver //
    Item noch onfangen van Anthonie // Vanden Dale van twee jaren renten // oft sys van jare verscenen an° LXX ende // LXXI het sciaers XIX stuiver halven VI myten // beloopt samen negendertich stuiver XIJ myten //
    (geschrift pastoor) Item den hele ontfanc // qaemp op hondert rijnse gulden // en eenvyftich rijnse gulden een halven stuiver ende XIJ myten //

    Bl 97/R
    Blanco

    Nota’s 98Av
    Wouter Vermolen rest // noch van Peeter Claes // rockx

    Dat Lyn Casens seyt dat heren // man verdienc heeft // noch vyf stuiver hier op gegeven // als blyckt int lesste blat vanden onfangh // van Lembrecht De Hont rekeninge //

    98 Aa
    Voir een memorie Wout De Hont heeffet fruyte // gecocht opt kerchof IJ rinsgulden XJ stuiver //
    Voor een memorie Willem Egghers pellen dye // staen te betaelene IX stuiver //
    Voir een memorie heeft Claes Stevens // huysvrou gecocht an° LXXVJ naer sint // jans onthoofdinge seven kesen stuck // IJ stuiver min IX myten //

    Inden iersten gemaect den voet vanden // ouwre wercke met anderen wercke alsoe // datter verdient waeren IJ dachhueren // X stuiver //
    noch eenen swertte kersselaeer van ontrent X // voeten om nagelen aff te maken tot den laetsten toren XIJ stuiver //
    Noch IIIJc latyserre die Andries haelde // IIIJ ½ stuiver //
    noch eenen veeken hals IJ stuiver //
    Noch dat lanck kandelaer datter staet // voor sinte sebastiaen het hout werck // daer aff gemaect den aerbeyt J stuiver //

    Bl 98/L
    Blanco

    Bl 98/R
    Dit is den utgeef van Peeter // Vercalsteren Peeterssone ende Jan Claes // Janssone ingaende te lichtmisse an° // XVc LXXIJ ende utgaende te lichtmisse an° LXXIIJ stillo van Brabant //
    Inden iersen gegeven opden dach dat // kerckmeesters ende heyliggheest meesters haer reekeninge // deden van verteerde costen XXXVJ stuiver //
    item noch gegeven Laureys Hoelmans // dat hy de prochiaen gegeven hadde van // offergelt van besetten jaergetyden ende in // syn reekeninge niet en staet IJ blancken //
    Item noch gegeven aen weechgelt tot Lier // daer wy het orlogie voerden ½ blanck //
    Item noch gegeven aen dry pinten wyns // acht stuiver //
    Item noch gegeven den kersmis sys an° // LXXIJ - XXV stuiver oirt
    Item noch gegeven teghen hoochgetyt van // paeschen aen vier potten wyns dertich stuiver //
    Item noch gegeven aen wierooeck IIJ stuiver //
    Item noch gegeven aen misbroot soe groot // ende cleyn samen IJ stuiver J blanck //
    Item noch gegeven voer die wassen kersen // ende paeskerse te maken samen IIJ rijnse gulden VIJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voer dry potten biers // alsoe heer Jan Roelants die kersen gemact hadde verdroncken IJ blancken //
    Item noch gegeven voer tweeentwintich // peeperkoeken teghen hoochgetyt van paeschen // XXIJ stuiver //
    Item noch gegeven die prekers van Loven // voer die passie te prediken dertich stuiver //
    Item noch gegeven voer een half pont rueten // kersen tot Smeyers VIJ oirden
    Item noch gegeven voer twee pont ende halff // rueten kersen tot Mechelen elck pont IIJ stuiver // maect VIJ ½ stuiver //
    summa XIJ rijnse gulden ende IJ stuiver IX myten //

    Bl 99/L
    Item gegeven den cappelaen tot eenen godts // penninck doenen hem aennam te dienen // gegeven eenen halven stuiver //
    Item noch gegeven den prochiaen voort // crisdom te halen XI stuiver //
    Item noch gegeven Aert Geerts voor een // pint smouts IIJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voir een veeterslot // aen het kerchoef veken IJ stuiver //
    Item noch gegeven voir een yser daer // die lampe voer het heylyeghe sacrament // aen hangt IJ stuiver //
    Item noch gegeven Magdaleena Tim // mermans voor het waeschen ende scueren // voor die volle betalinghe van het jaer // an° LXXIJ tot paeschen toe vyfendertich // stuiver ende een hondert eyers gegeven //
    Item noch gegeven meester Henrick den orlosie // maker tot Liere in minderinge van die // betalinghe aldoen by het orlosie gestelt // hadde gegeven XIJ rijnse gulden //
    Ende noch voor syne knecht dat hem // geloeft was X stuiver //
    Item noch gegeven Wouter De Hont // van verteerde costen die den orlosiemaker // met synen knecht verteert hadde die wyle // dat sy het orlosie stelden IJ rijnse gulden XVIJ stuiver //
    Item noch gegeven Wouter De Hont van // de verteerde costen aldoen den heer deeken // hier was XVIIJ stuiver //
    Item noch gegeven Francen Boschaers den // scoemaeker vanden cleynen clock reym te // vermaken IJ blancken //
    Item noch gegeven voor twee ellen roots // laken tot sintjans rock vier rijnse gulden VIIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer een elle tryps // tot boerden XVJ stuiver //
    summa XVIIIJ rijnse gulden en vier stuiver ½ //

    Bl 99/R
    Item noch gegeven voir blau lywaet // om te voyeren XJ stuiver oort //
    Item noch gegeven van verteerde costen met // ons twee kercmeesters tot Boenheyden aldan // wy het laken tot Mechelen haelden ende // cochten ende noch tot Mechelen allent // henen gelt maerden gegeven VIJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voir onderhalf pint // wyns VJ stuiver //
    Item noch gegeven voer misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven voir twee pont rueten // kersen tot Mechelen VJ stuiver //
    Item noch gegeven Aert Geerts voir // kerse ende smout ende synen gaeren tot sintjans // rock samen XIJ stuiver J blanck //
    Item noch gegeven meester Andries // Rosseeu van een jaer renten vanden jaere // an° LXIX - XIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven voer twee pont // rueten kerse VJ stuiver //
    Item noch gegeven voer eene pot wyns // VIIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer die wynpot om // den wyn inte doen IIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer den lymenlaken om // een rockelinck af te maken voer ses // ellen ende een half samen twee rijnse gulden IIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer dat rockelinck // te nayen vier stuiver halven //
    Item noch gegeven van verdroncken gelaghen // metten voerman aldoen wy het uurwerck // tot Liere haelden IJ stuiver //
    Item noch gegeven voir een coerden // om mede te beyaerden ½ stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen pot // wyns VIIJ stuiver //
    somma XVIJ rijnse gulden ende XIX stuiver ½ //

    Bl 100/L
    Item noch gegeven voer misbroot // soe groot ende cleyn J stuiver IX myten //
    Item noch gegeven Jan Smets van het ouwer // was te vermaken metten nieuwen teghen // sinjansdaghe midsomers samen XXIJ stuiver J blanck IX myten //
    Item noch gegeven voer een eyerkorfke // gecocht J blanck //
    Item noch gegeven Heynken Hoelmans // Aertssone ende Jan Vercalsteren brouwer voir beyde // die cruyssen te draghen tot Heyst samen IIJ stuiver //
    Item noch gegeven voir die vyff kerssen // te draghen tot Heyst vyf stuiver //
    Item noch gegeven Aert Geerts voer // eenen pot smouts allensgens gehaelt // met een maeken VIJ stuiver //
    Item noch gegeven den selven voir een half // pont rueten kersen IJ blanck oert //
    Item noch gegeven heer Wouter den // cappellaen voir een paer solen die hem // geloft waeren doenmen hem inhurde daer // voir gegeven XIJ stuiver //
    Item noch gegeven voir vier rueten // kersen tot Smeyers J braspenning //
    Item noch gegeven Jan Vercalsteren Willem bier / brouwerssone op het luyen XIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen pot wyns // VIIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer een half pont // rueten kerse IJ blancken VI myten //
    Item noch gegeven voir twee pont // rueten kersen VJ stuiver ½ //
    Item noch gegeven voir eenen pot wyns // VIIJ stuiver ½ //
    Item noch gegeven voir een pont spinnen // gecocht vande prochiaen VIJ stuiver //
    somma vier rijnse gulden ende XVIIJ stuiver grooten //

    Bl 100/R
    Item noch gegeven voor eenen pot // wyns metten doen te halen X stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken gelaghe // aldoen de uurwercken het uur… // quam vysenteren op sintjansdaghe onthoofdinge // met ons twee kerckmeesters ende metten // uuerwercker samen XIIIJ stuiver //
    Item noch gegeven heer Wouter // den cappilaen op synen dienst dry // vierendeel jaers te wetene eenen hueren // jaers dat Laureys Hoelmans ten achter // gebleven was by synder tyt des die rest // ende voerts een half jaer by Peeter Vercalsteren // gevallen dat het lesten vervallen ende verscenen // sintjansmis midsomers an° XVc LXXIIJ // daer voer gegeven samen XXIIIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven soe aen smout olye // ende kersen saemen vyf stuiver grooten //
    Item noch gegeven den orlosie maker // op cortinghe VJ stuiver //
    Item noch gegeven den prochiaen op synen // dienst soe in keesen ende in eyers samen // vier rijnse gulden ende vier stuiver J blanck IX myten //
    Item noch die selve gegeven in // gelde op synen dienst vier rijnse gulden //
    Item noch die selve een stuck boteren // van IIJ stuiver ½ blanck //
    Item die selve noch op reekening // ende voer die volle betalinghen // byder tyt van Peeter Vercalsteren // verscenen tot kersmis an° XVc LXXIIJ // dry rijnse gulden XJ stuiver oert //
    Item noch gegeven den prochiaen // op synen dienst op reekeninghe // ende volle betalinghe dat Laureys // Hoelmans hem ten achter gebleven // was VIJ rijnse gulden VJ stuiver //
    somma XLV rijnse gulden ende braspenning … //

    Bl 101/L
    Item noch gegeven Sielies Verloo van // een jaer renten over Magdaleena // Moens vander jaere verscenen an° LXXJ // thien rijnse gulden //
    Item noch gegeven voer een pint wyns // ende misbroot groot ende cleyn samen VJ stuiver J ort //
    Item noch gegeven voer eenen pot wyns // IX stuiver //
    Item noch gegeven voer een pont // rueten kersen IIJ stuiver ½ braspenning //
    item noch gegeven van verdroncken // gelaghe aldoen wy lieden die toren // gemeten hadden ende het hout besien // hadden met ons twee kercmeesters samen IX stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen lanteer // ne die inder kercke is VIJ stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken // gelaghe aldaer wyelieden het hout // vercoghten met ons twee kerckmeesters // ende clerck van sryven samen VJ stuiver oirt //
    Item noch gegeven voer eenen sluetel // toter kiste voir sintjan J stuiver //
    Item noch gegeven meester Andries // Rosseeu van een jaer renten vanden // jaere verscenen an° LXX - XIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven voer eenen pot // wyns X stuiver ½ //
    Item noch gegeven voir misbroot soe // groot ende cleyn VIJ oerden //
    Item noch gegeven voer een pont // rueten kersen IIJ stuiver ½ braspenning //
    item noch gegeven Jan Smets van waslicht // teghen alderheylighen mis van het out // was metten nieuwe te vermaken samen // XXIIIJ stuiver //
    Item noch gegeven heer Wouter den cappellaen // voer twee pont nieu was XIIJ stuiver //
    somma XXVJ rijnse gulden XV stuiver //

    Bl 101/R
    item noch gegeven voer een outaerdwee / le XIIJ stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken gelaghe // met ons twee kercmeesters alsdoen // wy het lant verhuerde samen vyf stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen pot wyns // acht stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken gelaghe // aldoen die huerlieden die borgh stelden // VIJ stuiver //
    Item noch gegeven heer Wouter // den cappellaen op synen dienst voir een // vierendeel jaers tyts tot bamis an° LXXIIJ verscenen acht rijnse gulden //
    Item noch gegeven voir eenen pot // wyns acht stuiver //
    Item noch gegeven Jan Van // Dorne voer nieut was XIJ stuiver oert //
    Item noch gegeven voir vier outaer // dweele ende lywaet samen drij rijnse XIX stuiver //
    Item noch gegeven Cornelis Vanden // Ryne voer rueten kersen ende smout // XV stuiver ½ VJ myten //
    Item noch gegeven heer Wouter den // cappellaen van wat lywaets te // doen waschen vyf stuiver XIJ myten //
    Item noch gegeven Jan Smets van het // out was metten nieuwen te vermaken // teghen het hoochgehetyt van kersmis // an° LXXIIJ samen XXIIIJ //
    Item noch gegeven van verdroncken // gelaghe by Jan Smets doen hy het // was hier brochte VJ stuiver ½ //
    Item noch gegeven voir twee potten // wyns teghen het hoochghetyt van // kersmis XVIIJ stuiver //
    Item noch gegeven voir misbroot soe // groot ende cleyn samen IJ blancken //
    somma XVIIJ rijnse gulden ende IIJ stuiver //

    Bl 102/L
    Item noch gegeven de luyers op // reekeninghe ende volle betalinghe // XIJ stuiver //
    Item noch gegeven van dese reekeninge // te scryven ende te her scryven XVJ stuiver //
    Item nog gegeven Magdaleena // Timmermans op het waschen // ende scuren X stuiver //
    XXXVIIJ stuiver //
    (geschrift pastoor) Item het utgeven ghedraecht // hondert rijnse gulden eenen vyftich // seven orden ende IIJ myten // alsoe blykt meer ontfan //ghen dan utgegeven suma // eenen halven stuiver ende VJ myten //

    wordt vervolgd



    14-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    13-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(13)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 13
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 102/R
    (nieuw geschrift)… kerckmeesters nou sinde ingaende // te kersmisse an° LXXIIIJ ende uitgaende // te kersmisse an° vijventseventich … // Jan Van Dorene ende Gommaer Thylemans //
    Item ontfanghen van Jacop Michiels van eenen // jaere hueren vander Goten verschenen kersmisse // an° XVc LXXIIIJ seven rinsgulden vyf stuiver //
    Item ontfangen van eender hinden sint jan // gheoffert vyer stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van eenen rugghen broot geoffert // voor sint jan vyer stuiver een blancke //
    Item ontfangen van een stuck boteren geoffert // voor sint jan drye stuiver ½ braspenning IIJ myten //
    Item ontfangen van eenen rugghen broot geoffert // voor sint jan vyff stuiver eenen halven //
    Item ontfangen van een stuck boterren // vyer stuiver ende IX myten //
    Item ontfangen van Peeter Ramps onder Beerssele // van vyer roeyen torven vyftyen stuiver //
    Item ontfangen van Ariaen Van Binnike meyer // van acht roeden bossch torven XXVIIJ stuiver //
    Item ontfangen voor der kercken deel vanden // offere op Grootloe op den soeten naeme // jhesus dach XIIJ stuiver //
    Item ontfangen van twee stucken boteren // gheoffert voor sint jan VIIJ stuiver J oort //
    Item ontfanghen voor der kercken deel van // Claes Stevens van houte gevallen op Hennen // Bruers hoff voor de volle betalinghe // sevenentwintich stuiver XV myten //
    Item ontfangen ick Jan Van Dorene by my selven // van eenen jaere eeussel hueren vanden Beers // verschenen an° LXXIIIJ vyer rinsgulden ses stuiver //
    Item ontfangen van Gielis Verloe over derffgenaemen Eemonts // Van Bevere van eenen jaere renten verschenen te // kersmisse an° LXXIIIJ - X stuiver J grooten //
    Item ontfangen van Gielis Verloo vande pellen mette // waslichte vanden derttichsten synder huysvrouwe // vyf stuiver //
    Item ontfangen van eyeren IJ stuiver min IX myten //
    Item ontfangen van een stuck boteren geoffert voor // sint jan drye stuiver J blanck //
    Item ontfangen van Symoen Berchmans wyffs pellen // neghen stuiver //
    Item ontfanghen van myn heere Vander Laene heere // vanden dorpe over derfgenaemen Roelandts Vanden Daele // van eenen jaere renten verschenen an° LXXIIIJ // kersmisse vyer rinsgulden //
    summa dese syde XXIJ gulden ende XV stuiver min IIJ myten //

    Bl 103/L
    Item ontfangen vanden heer vanden dorpe … // voren van twaleff jaeren renten van // Peeter Bollens des jaers J stuiver VIIJ myten // dat vanden jaeren ende dat vanden jaeren als men // screef XVc LXIJ totten jaere LXXIIIJ vol // betaelt tot kersmisse comt in al op // derttyen stuiver eenen grooten //
    Item ontfangen van eyeren J stuiver //
    Item ontfangen van eyeren J stuiver //
    Item ontfangen vanden offere geoffert op // onser vrouwen lichtmis dach XVJ stuiver //
    Item ontfangen van twee godts penningen J stuiver //
    Item ontfangen van eenen haene geoffert voor // sint jan drye stuiver J oort //
    Item ontfangen van eenen stuck boterren geoffert // voor sint jan drye stuiver ende twee grooten //
    Item ontfangen van Pauwels Van Cneepoel op // ende inden naeme van myn heere Vander Laen // van drye jaeren coren renten des jaers een // moken verschenen an° LXXIJ LXXIIJ ende LXXIIIJ // vercocht in ghelde voor XXVJ stuiver //
    Item ontfangen van Jan De Roeck van een jaere // renten verschenen an° LXXIIJ twee gulden X stuiver //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren over Peeter // Hoolmans Janssoone van twee jaeren renten verscenen // an° LXXJ ende tweentseventich des jaers XV stuiver // comen de twee jaeren op derttich stuiver //
    Item ontfangen van Peeter Vercalsteren Peeterssone // van synder huysvrouwen pellen IX stuiver //
    Item ontfangen van twee godts penningen J // blancken ende IX myten
    Item onfangen van een huyve corens J oort //
    Item ontfangen van een stuck boterren IIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen godts penninck vyf stuiver //
    Item ontfangen van Joost De Groote over Jan // Gas van twee jaeren renten des jaers XVIIJ // stuiver verscenen an° LXXJ ende LXXIJ compt op XXXVJ stuiver //
    Item ontfanghen van wat wieroocks ½ stuiver //
    Item ontfanghen op den pallemsondach gehaelt // ter karitaeten inder kercken doen men de // passye preckten XIIIJ stuiver J blancke //
    Item ontfangen op den goeden vridach datter // geoffert was IIIJ stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen op den paeschdach vanden offer // dyer geoffert was opt heylich cruys outaer // voort een derdendeel IIJ stuiver J blancke
    Item ontfangen van een wassen keersse IIJ stuiver //
    Item gehaelt ende ontfangen uten stocke by // sint jans outaer twee rinsgulden drye stuiver … // blanck //
    summa dese syde XIIJ gulden XJ stuiver IIJ myten //

    Bl 103/R
    Item ontfangen van … // geoffert voor sin jan dry stuiver … //
    Item ontfangen van twee godt penningen J braspenning //
    Item ontfangen van Wouter De Hont inden naeme ende // over de kinderen Jans De Roeck vaerts over Alyt // Tummermans van derttyen jaeren renten ofte chynsse des jaers eenen ouden grooten daer // mede dat hy heeft vol betaelt het jaer // van vyerentseventich comen die derttyen // jaeren op XXIIJ stuiver ende IX myten //
    Item ontfangen van eenen pont boterren IIJ blancken IX myten //
    Item ontfangen van Claes Stevens over Cornelis // Vanden Ryne van eenen jaer eeussel hueren vanden // Ruysschen bemdt verschenen an° LXIIIJ kersmisse // drye rinsgulden ende drye stuiver //
    Item ontfangen van een pont boterren IIJ stuiver IIJ myten //
    Item ontfangen van eenen pepercoeck ½ braspenning //
    Item ontfangen vanden houte gevallen op de // Ghote ende ten Beers onder Grootloe afgenomen // den lyfcoop ontfangen voor de volle betalinge // seven rinsgulden ende XIJ stuiver J oort //
    Item ontfangen van Henrick Moens van eenen // jaere bosch weyden inde bosschen inde Haech // straete vijvenderttich stuiver verschenen // an° LXXIIIJ kersmisse //
    Item ontfangen van mispileren hout gevallen // inde bosschen inde Haechstraete XX stuiver J oort //
    Item ontfanghen van vyer pont boterren geoffert // al tsaemen voor sint jan XIJ stuiver ende XIJ myten //
    Item ontfangen van Pauwels Van Houtven over de kinderen Willems Van Waest van acht jaren // verschenen renten des jaers thyen penninghen // paeymente ende noch over derffgenaemen Boudewyn // Boghaerts een quaertteel corens jaerlycken // van sesse jaeren ende noch de selve over de selve // jaeren waer mede dat alle dese drye termynen // compt in al tsamen ter sommen van twintich // stuiver ende een oort //
    Item ontfangen van Remeys Vermolen over Berbelle // Hoolmans van twee jaeren renten des jaers // XIJ stuiver verschenen an° LXXIIJ ende vierentseventich // comen die twee jaeren op XXIIIJ stuiver //
    Item ontfangen van Remeys Vermolen vanden // wassen lichte totter utvaert van Kersten // Vermolen ende vanden pellen van Kersten // Vermolen ende den pellen synder huysvrouw // in al tsaemen twee rinsgulden ende vyf stuiver //
    summa dese syde XX rins gulden V stuiver ½ braspenning //

    Bl 104 /L
    … Willems van … de weduwe Willems // Vercalteren synder moedere van vier jaeren eenen // renten des jaers een moken ende noch van vyer // jaer coren rentten oock over de weduwe Willems // Vercalsteren synder moeder des jaers een moken // ende dat vanden jaeren LXX LXXJ LXXIJ ende // dryentseventich alles tsaemen verdinckt in // ghelde comt in al tsaemen drye rinsgulden //
    Item ontfangen van eyeren geoffert voor sint // jan twee blancken //
    Item ontfangen van een pont boterren geoffert // voor sint jan drye stuiver min IX myten //
    Item ontfanghen van Jan Van Hove Aertssone over // Mergriete Verstappen van drye jaeren renten // des jaers een quaerteel corens verdinckt // in ghelde ende drye jaeren renten des jaers // drye blancken verschenen an° LXXIJ LXXIIJ ende vyerentseventich comen die drye jaeren // in al tsamen op // derttyen stuiver ende neghen myten //
    Item ontfangen van eyeren IJ blancken J oort //
    Item ontfangen van een stuck boterren IIJ blancken IX myten //
    Item ontfangen van offere gehaelt ter caritaeten inder kercken // omme gegaen tot behoeve om een cleedt te // maeken over het h sacraments huysken ende om // ons lieve vrouwe eenen rock mede te maeken // achttyen stuiver een blancke //
    Item ontfangen van eenen godtspenninck halven stuiver //
    Item ontfangen van Ghysbrecht Claes van eyeren J stuiver //
    Item ontfangen van offerre gehaelt ter caritaten inne // de kercken omme gegaen tot behoeve als boven // vyftyen stuiver een half blancke //
    item ontfanghen van twee stucken boteren geoffert // voor sint jan vyff stuiver een oort //
    Item ontfanghen van Peeter Vanden Broecke over ende in // den naeme van meester Jacop Rosseeu van eenen // jaere renten verschenen an° LXXIIJ vyer rins gulden //
    Item ontfangen van Machiel Vercalsteren molderre van // dat hy op syn molen heeft van mele ter eeren // van sinte huybrecht om keerssen voor sinte // huybrecht mede te coopen vyf stuiver //
    item ontfangen van Henrick Mooens voor de volle // betalinghe van bosch torven gesteken in de // bosschen inde Haechstraete XVIIJ stuiver //
    item ontfanghen van eyeren twee blancken //
    item ontfangen van twee pont boterren geoffert // voor sint jan vyf stuiver ½ blancke ende VJ myten //
    somma dese syde XJ gulden XIJ stuiver ½ blanck VJ myten //

    Bl 104/R
    Item ontfangen van een pont boteren geoffert voor // sint jan twee stuiver IJ blancke //
    item ontfangen van Jan Wouts inden naeme ende over // derffgenaemen Roelants Vanden Daele sins meesters van // drye jaeren renten des jaers XIX ½ stuiver VJ myten comt // de drye jaeren op twee rinsgulden ende XVIJ stuiver J blancken //
    Item ontfangen van eyeren geoffert IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van eenen pont boteren geoffert IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Jan Van Auene over ende // inden naeme vanden erffghenaemen Ghilaude Doubelet // van eenen jaere renten verschenen an LXXIIJ // twee rinsgulden ende XIIIJ stuiver //
    Item ontfangen van eenen wassens vercken weder // omme geoffert voor sint jan eenen stuiver //
    Item ontfangen van twee stucxkens boteren geoffert // doen Jan Claes noch dyende vyer stuiver J blanck IX myten //
    Item ontfangen van wat corens gheoffert voor // sint jan acht stuiver een blanck //
    Item ontfangen ghehaelt inder kercken ter // caritaeten doen ons lief vrouwen nieuwen // manttele gemaeckt was XXXIIIJ stuiver IX myten //
    Item ontfanghen van Willem Hoelmans Aertssone over // Aerden Hoolmans synen vaedere van drye jaeren // renten des jaers acht stuiver ende dat vanden jaeren // LXXJ LXXIJ ende dryentseventich compt op XXIJ stuiver //
    Item ontfangen van Henrick Vercalsteren pellen IX stuiver //
    Item ontfangen op den kerckwyinghe dach van een // half stucksken boteren J braspenning IIJ myten //
    Item ontfanghen vergaert allenskens uten daegelycxshe // offere met eenen godtspenninck XJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Jan Verbeke Janssone van twee // jaeren renten verschenen an° LXXIIJ ende LXXIIIJ // des jaers XX stuiver comen de twee jaeren op twee rins gulden //
    item ontfangen van een wassen peert dat weder op sint // jan geoffert werde eenen stuiver ende XIJ myten //
    Item ontfangen op sint jans dach baptisten mid somers // ende die geheele kermisse vanden offere geoffert // in ghelde ses rinsgulden ende X stuiver J blancke //
    Item ontfangen op de selve kermisse van boteren // thyen stuiver //
    Item ontfangen van eyeren op de selve kermisse // acht stuiver ½ blancke ende VJ myten //
    Item ontfangen op de selve kermisse van boteren // thyen stuiver //
    Item ontfangen van eyeren op de selve kermisse // acht stuiver ½ blancke ende VJ myten //
    Item ontfangen op de selve kermisse van eenen / rooff wollen IX stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen van kiekenen geoffert op den // selve kermisse XXXIIIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van allen den kesen gheoffert in de heele kermisse boven geschreven seven // rins gulden ende IJ blancken XIJ myten //
    summa dese syde XXIX gulden XJ stuiver XV myten //

    Bl 105/L
    Item ontfangen van Maria Lintermans lasarus // pellen neghen stuiver //
    Item ontfanghen van eenen kese IIJ stuiver //
    Item ontfangen van een pont boterren IJ ½ stuiver VJ myten //
    Item ontfanghen van eyeren eenen stuiver //
    Item ontfangen van eyeren een blancke IIJ myten //
    Item ontfanghen van heere Wouter capelaen van // boterre gheoffert voor sint jan IIJ stuiver XIJ myten //
    Item ontfanghen van eenen kese twee stuiver min IX myten //
    Item ontfanghen van Jan Hoolmans Machielssone // over ende inden naeme vande erffghenaemen Nicasis Hoolmans // van twee jaeren renten des jaers eenen ouden // grooten verschenen an° LXXIIJ ende LXXIIIJ ende noch // van twee jaeren renten des jaers ses stuiver // oock verschenen LXXIIJ ende LXXIIIJ comt tsamen in // in al op XV ½ stuiver //
    Item ontfangen vanden molder ter eeren van // sinte huybrecht van dat hy van sinte huybrecht // mele gemaect heeft thyen stuiver //
    Item ontfangen van heer Wouter van een // wassen keersse IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Wouter Hoolmans Kerstenssone // van eenen jaere lanthueren van Heynken Woutes / lande verschenen an° LXXIIIJ thyen rins gulden // ende eenen stuiver //
    Item ontfangen op sint jans dach ontfhoofdinge // van een half pont boteren J braspenning //
    Item ontfangen op den selven dach als boven // van eyeren ses stuiver J blancke ix myten //
    Item ontfangen op den selven dach vanden / kiekenen XXJ stuiver J blancke IX myten //
    Item ontfangen van seven kesen geoffert // op den selven dach neghentyen stuiver // ende een oort //
    Item ontfanghen van myn heere den prochiaen van XIIIJ hoopen schaer // mutssaert gevallen an° LXXV opt kerchof // drye rinsgulden ende drye stuiver //
    Item ontfangen van den selven heere prochiaen // van eenen korff raepen IJ ½ stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren J braspenning IX myten //
    Item ontfanghen van eenen kiekene IIJ stuiver // eenen halven braspenning VJ myten //
    Item ontfanghen van twee kesen vier // stuiver een blancken
    Item ontfangen van eenen roof wollen // ses stuiver een oort //
    Item ontfangen van eenen godtspenninck ½ stuiver //
    Summa dese syde XIX gulden IJ blanck J oort //

    Bl 105/R
    Item ontfangen sint jans daeghe onthoofdinge // van den offere gheoffert in ghelde XXXIIIJ stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren drye stuiver //
    Item ontfangen van eenen godts penninck eenen stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren twee blancken //
    Item ontfangen van eenen kieken IJ stuiver IX myten //
    Item ontfangen van een broeye gheoffert drye stuiver //
    Item ontfangen van eyeren drye stuiver //
    Item ontfangen in twee reyssen van IJ kiekenen IIIJ stuiver J oort //
    Item ontfangen van godtspenningen IJ stuiver ½ braspenning //
    Item ontfangen van Jan Hoolmans Machielssone als moemboor // van Machiel Ruyssch kinder van IX jaeren ende van // Jacop Machiels drye jaeren chyns over derffgenaemen Cornelis // De Wintere des jaers IX myten waer mede dat het jaer // van LXXIIIJ vol betaelt is comt in al op twee blanck //
    Item ontfangen van eenen kieken twee stuiver //
    Item ontfangen van eyeren twee stuiver //
    Item ontfangen van eyeren J stuiver min IIJ myten //
    Item ontfangen van eenen kieken IJ blanc IX myten //
    Item ontfangen van godts penningen doen der kerkcen // hout vercocht werdt IJ stuiver J blanck VJ myten //
    Item ontfangen van een kiekene drye stuiver min VJ myten //
    Item ontfangen van eyeren drye blancken ende IIJ myten //
    Item ontfangen van Lembrecht Vanden Bossche van // vyer roeden ende een half bosch torven vyftyen // stuiver een blancke //
    Item ontfangen van Jan Vermuelen tummerman van // vyf roeden ende een half bosch torven neghentyen // stuiver een oort //
    Item ontfangen van eenen kiekene IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen vanden moldere ter eeren van sinte // huybrecht dat hy ontfangen hadde van sinte huybrechts // meel om keerslicht te berren thyen stuiver //
    Item ontfanghen van drye godtspenningen IJ blancken //
    Item ontfanghen van eyeren acht stuiver min IX myten //
    Item ontfangen van eender hinden IIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van Willem Verhulst van eenen // jaere chyns oft rentten een levende hinne // ende eenen halven stuiver die hinne verdinckt in // ghelde tsamen vyer ½ stuiver verschenen an° //
    Item ontfangen van eenen pont boteren drye // stuiver ½ blancke ende IIJ myten //
    Item ontfangen van eyeren drye stuiver //
    Summa dese syde VIJ gulden IJ stuiver min VJ myten //

    Bl 106/L
    Item ontfangen van Wouter De Hont vanden fruyten // gewassen an° LXXV opt kerckhoff XX stuiver //
    Item ontfangen vanden pellen ende den wassen lichte // tot den jaergetyden Machiels De Hont V stuiver //
    Item ontfanghen van eyeren ende eenen godts penninck // tsamen twee blancken ende XIJ myten //
    Item ontfangen van eenen haene IJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van een pont boteren IJ stuiver J blanck IIJ myten //
    Item ontfangen van eenen haene IJ stuiver J blanck //
    Item ontfangen van Goemmaer Thyelemans van XIJ // roeden bosch torven twee rinsgulden IJ stuiver //
    Item ontfangen van een paer kiekenen // vyer stuiver eenen halven //
    Item ontfangen vanden wassen lichte gebert // inde gulden misse drye stuiver //
    Item ontfangen van twee godts penningen J stuiver IX myten //
    Item ontfangen van den prochiaen vander kercken // hoff weyden twee rinsgulden ende XIIJ ½ stuiver //
    Item ontfangen van godts penningen J blancke //
    Item ontfangen van Franssen Bosschers van bosch // torven van elf roeden ende een half twee // rins gulden //
    Item ontfangen van Goemmaer Thielemans over // ende inden naeme van Lemmen Tummermans // Lievenssone van XIJ roeden bossch torven // twee rinsgulden ende twee stuiver //
    Item ontfangen van eenen haene IJ stuiver //
    Item ontfangen van eyeren vyer stuiver //
    Item ontfangen van Machiels Vercalsteren Peeterssone // pellen neghen stuiver //
    Item ontfangen van Andries Verloe pellen IX stuiver //
    Item ontfangen van Jan Claes Janssone voor die // volle betalinge vanden ghenen dat hy ten // achter bleven was doen hy syne rekeninghe // dede te kersmisse an° LXXIIIJ als kercmeester // acht rinsgulden ende XVIJ stuiver J blanck IIJ myten //
    summa XXJ gulden IIJ stuiver ½ blancken //
    (geschrift pastoor) het ontfanck gedraecht // C XLV rijnse gulden twe // stuiver een half blanck //

    Bl 106/R
    Dit is den utgheeff teghen den ontfank // voren gescreven ingaende te kersmisse // an° LXXIIIJ ende utgaende te kersmisse // an° LXXV Jan Van Doren ende Gysbrecht Thyelemans kercmeesters //
    Item gegeven op den nieuwen jaers dach aen // een pont keerssen ende een half pinte smouts // tsamen ses stuiver eenen halven braspenning //
    Item gegeven den prochiaen op den nieuwen jaers // dach aen een pont spinnen seven stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot wyns X stuiver //
    Item gegeven aen eenen slotelle totter koordoren // eenen braspenning //
    Item gegeven van verteerde costen op den dach // dat kerckmeesters ende h gheestmeesters hun rekeninge // deden XXVIIJ stuiver //
    Item gegeven Gielis Verloo over Magdaleene // Mooens van eenen jaere renten verschenen an° // thyen rinsgulden //
    Item gegeven van eenen pot wyns IX stuiver //
    Item gegeven van IJ pont ende een vierendeel niewe // wassen keerssen ende van een pont ouwt was te // hermaken tsamen te lichtmis XXJ stuiver J oort //
    Item gegeven den capilaen heer Wouter op synen // dienste voor een volle jaers verschenen te // kersmisse an° LXXIIIJ neghen rins gulden // ende vyff stuiver //
    Item gegeven vanden heeren chyns verschenen // an° LXXIIIJ te kersmisse XXV stuiver J oort //
    Item gegeven van eenen hondert misbroot J stuiver //
    Item gegeven van eenen pot wyns X stuiver //
    Item gegeven den prochiaen vanden besette jaergetyden // metten jaergetyde Jooris Verstappen XXVJ stuiver //
    Item gegeven den prochiaen vanden offerghelden vanden // selven besetten jaergetyden IJ blancken //
    Item gegeven den capilaen vanden besetten jaerge // tyde metten jaergetyde Jooris Verstappen metten // luydene tsamen XVJ stuiver //
    Item gegeven van onderhalf pinte smouts // ses stuiver ende eenen halven //
    Item gegeven van neghen busselen wallem stroeys // verdeckt op de schole metten dach hueren vanden // selven stroeye te deckene XVJ stuiver een blancke //
    Item gegeven van eenen pot wyns thyen stuiver //
    somma is dese XXIX gulden J stuiver IX myten //

    Bl 107/L
    Item gegeven teghen het hoochgetyde van // paesschen aen XXIIJ pepercoecken XXIJ ½ stuiver //
    Item gegeven opt selve hoochgetyde van paesschen // aen vyer potten wyns XXXIJ stuiver //
    Item gegeven aen drye hondert cleyn ende een hondert // groot misbroot tsaemen IJ ½ stuiver //
    Item gegeven aen een pont wieroockx IJ stuiver //
    Item gegeven noch aen een hondert cleyn // misbroot eenen halven stuiver //
    Item gegeven op den pallemsondach den predicant // van der passien te preken XXX stuiver //
    Item gegeven op den selven dach van dry potten // biers gedroncken byden kerckmeesters doen sy den // predicant betaelden drye blancken //
    Item gegeven voor den predicant ten huysse // van Wouter De Hont van vyer maeltyden // doen hy de passye quam prediken ses stuiver //
    Item gegeven den was maeker Jan Smedts opt // hoochgetyde van paesschen vanden nieuwen // wasse ende vanden ouden wasse te hermaken ende // van de paessch keersse te stofferene ende // van twee potten biers die hy gedroencken // hadde op syn werck tsamen vyer rinsgulden // ende vyf stuiver een blancken //
    Item gegeven van twee keerssen doen te // haelen tot Putte die Jan Smedts vergheten // hadde mede te brenghene J blancke //
    Item gegeven vanden crisdoem te haelene // elff stuiver //
    Item ontfangen van twee godtspenningen eenen // braspenning (post doorstreept)
    Item gegeven van onder half pinte smouts // ende vant wee pont rueten keerssen tsamen // veerttyen stuiver een blancke //
    Item gegeven tot Bruesselle vanden erff brieve // vander renten van Lembrecht Vanden Bossche // thyen stuiver //
    Item gegeven den capilaen heer Wouter van // eenen vierendeel jaers synen dienst vol // betaelt verschenen te half meerte an° LXXIIIJ // style van Brabant neghen rinsgulden vyf stuiver //
    Item gegeven aen een elle gruen laeken // om de sitten cussenen inne den hooghen koor // mede te overtreckene XVJ ½ stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven Jan Van Hove Aertssone van het hout // opt kerckhof af te houden ende te mutsaerdden // van veerttyen hoopen XVIJ ½ stuiver //
    summa dese syde XXIJ rinsgulden ende IX stuiver //

    Bl 107/R
    Item gegeven aen eenen pot wyns XJ stuiver //
    Item gegeven aen elff ellen lyken laeken …// het heylich sacrament huysken te doene … // Lier gecocht acht stuiver een blancke comen die // elf ellen op vyer rinsgulden ende XVJ stuiver //
    Item gegeven vanden selven laekene roedt doen // te verwene elck elle IJ ½ stuiver comen die // elff ellen op XXVIJ ½ stuiver //
    Item gegeven van roedt ghaeren om dit cleedt mede // doen te naeyen eenen braspenning //
    Item gegeven te sinckssen aen eenen pot wyns // thyen stuiver //
    Item gegeven aen vyf pont rueten keerssen // ende aen onder half pinte smouts XXVJ stuiver J blanck //
    Item gegeven vanden meye chyns vanden Thuyn // landen XJ stuiver J blancke ende VJ myten //
    Item gegeven vanden meye chyns vanden kercken // goeden XXXJ ½ stuiver //
    Item gegeven van eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven tsondaechs naer theylich sacraments // dach van sesse tortysen ende twee cruyssen tot // Heyste inne den ommeghanck te draeghen // tsamen neghen stuiver //
    Item gegeven van eenen pont wassen spinnen VIJ stuiver //
    Item gegeven vanden ouden wasse tot Putte doen // te draeghen eenen halven stuiver //
    Item gegeven van twee yseren clampkens te slaeghen // aent heylich sacrament huysken met noch om eenen // stoeter yseren naeghelen soe groot ende cleyne verbesicht // binnen der kercken comt tsamen op vyer stuiver //
    Item gegeven van twee yseren gheerden verbesicht aen // de schole met wat naeghelen tsamen vyf stuiver //
    Item gegeven van groote ouwalen IJ blancken J oort //
    Item gegeven Jan Smedts vanden waslichte te maken // teghen sint jans dach baptisten mid somers soe aen // nieuf ende owt was mede gherekent den aerbeit // van twee toortssen ende mede gherekent van nieuf // was dat hy tot den toortssen dede twee rinsgulden ende // XIIIJ stuiver IX myten //
    Item gegeven vanden luydene op sint jans dach mid // somers opt heylich sacraments dach op sint jans // dach onthoofdinge ende te kersmisse voor die een // helft vanden betaelinghen XIIJ ½ stuiver //
    Item gegeven vanden torttysen ende den cruyssen te // draeghene op sint jans baptisten dach mid somers // inde processie neghen stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen van eenen vierendeel // jaers dat hy trecken moet vol betaelt tot op // sint jans dach mid somers an° LXXV van synen // dienste inder kercken neghen rins gulden ende vyf stuiver //
    somma dese syde XXV rinsgulden XIJ stuiver ½ braspenning …//

    Bl 108/L
    Item gegeven heer Wouter capilaen van drye // pont ende drye vierendeel nieuw was verbesischt // tot twee tortssen tseghen sint jansdach baptisten mid // somers derttich stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot wyns om misse mede te doene thyen stuiver //
    Item gegeven aen een hondert misbroot J stuiver //
    Item gegeven van smoute ende rueten keerssen gehaelt // allenskens ende inne der kercken verbesicht ende // verbert tsamen XXIIJ stuiver een oort //
    Item gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven aen eenen nieuwen ryem totten clepelle // vander grooter clocken XXXIJ stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven aen misbroot eenen stuiver //
    Item gegeven van gravene aen Heynken Wouts // lant XVIIJ roeden grachten aen de dobbelgracht // gegraevene achttentwintich stuiver //
    Item gegeven Jan Smedts vanden nieuwen wassen // keerssen ende vanden ouden wassen te her makene // teghen sint jans dach onthoofdinghe tsamen // seventhyen stuiver een blancke //
    Item gegeven van onderhalf pinte smouts // ende aen twee pont rueten keerssen // tsamen derttyen stuiver J blancke //
    Item gegeven van eenen ghelaese gheset op den // soldere inde schole V ½ stuiver //
    Item gegeven van eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven myn heere den prochiaen voor // de volle betalinghe van eenen halven jaere // loons dat hy jaerlyken moet hebben voor // synen dienste betaelt tot sint jans daeghe // mid somers an° LXXV ses rinsgulden //
    Item gegeven aen een veerdel kalcx verbesicht // buyten aen de tresorye V ½ stuiver //
    Item gegeven aen een pont rueten keerssen ende een // half pinte smouts tsamen vyf stuiver J blancke //
    Item gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven aen een hondert misbroot J stuiver //
    Item gegeven heer Wouter capilaen ende coster voor //die volle betalinge van eenen vierendeel jaers // van synen dienste betaelt tot bamisse an° LXXV // neghen rinsgulden ende vyf stuiver //
    Item gegeven van eenen pot wyns X stuiver //
    Item gegeven Jan de smedt van eenen yseren haecke tot // den kerckhof vekene drye stuiver //
    Summa dese syde XXVJ rins gulden XIJ ½ stuiver //

    Bl 108/R
    Item gegeven van verteerde costen tot … // huyse voor beyde die kercmeesters toen der kercken // ende h gheest hout vercocht werde vyff stuiver //
    Item gegeven den prochiaen op alder heyligen dach // aen een pont spinlicht seven stuiver //
    Item gegeven in twee reyssen aen misbroot VIJ oorden //
    Item gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    Item gegeven aen twee pont rueten keerssen // ende aen een pinte smouts elf stuiver eenen halven //
    Item gegeven heere Wouter capilaen ende costere // voor een paer solen XIJ stuiver //
    Item gegeven van eenen pot wyns X stuiver //
    Item gegeven teghen kersmisse aen eenen // ghanck colen XV ½ stuiver //
    Item gegeven den prochiaen van een half // pont spinlicht drye stuiver eenen halven //
    Item gegeven den prochiaen van een halff jaer // van synen dienste ende missen gedaen inder // kercken verschenen an° LXXV te kersmisse // ses rinssgulden //
    Item gegeven Franssen Bosschers huysvrouwe // van een jaer te schueren ende wasschen aene // de kercke boven die eyeren die sy hebben // in ghelde twee rinsgulden //
    Item gegeven myn heere den prochiaen vanden // drye besette jaergetyden metten offerghelde // tsaemen XVIJ ½ stuiver //
    Item gegeven myn heere den capilaen vanden selven besetten jaertyden vyf stuiver //
    Item gegeven aen eenen pot wyns tot den hoochgetyde // te kersmisse thyen stuiver //
    Item gegeven aen een hondert groot ende een vyftich // cleyn misbroot teghent tselve hoochgetyde // twee blancken ende een oort //
    Item gegeven mynheer Henderick den oorlogie maekere // vander oorlogien te onderhoudene des jaers // thyen stuiver betaelt vanden jaeren // tsamen twintich stuiver //
    Item gegeven … onderhalf pinte smouts // ende aen twee pont rueten keerssen teghen kersmis // tsaemen derttyen stuiver eenen halven //
    Item gegeven aen een seel totter groter clocken // ende een seel totter schellen gecocht elck XV stuiver // drye blancken comt tsamen drye rinsgulden // ende vyff stuiver een oort //
    Summa dese syde XVIIJ rinsgulden IX stuiver J oort //

    Bl 109/L
    Item gegeven den luyers dye geluyt hebben // beyden die sint jans daeghen opt h sacraments // dach ende te kersmisse voor die volle betalinge // tsaemen XIIJ ½ stuiver //
    Item gegeven mynheer Andries Rosseeu dat Jan Claes // in syne rekeninge hem te cort gegeven hadde // aen twee jaeren renten die hy soe nae aen den selven betaelde twee rinsgulden //
    Item gegeven vanden ontfanck ende den uitgeve // dit jaer te scryven twintich stuiver //
    somma d XIJ gulden XIIJ stuiver ½ //
    (geschrift pastoor) heel utgeve draecht C // XLVJ rijnse gulden XIJ stuiver een // half blanck VJ myten blyckt / meer (ontf doorstreept) utgegeven dan // ontfanghen XXX stuiver VJ myten

    wordt vervolgd



    13-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    12-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(14)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 14
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 109/R
    Dits den onfanck van Jan Claes Janssone // ende Jan Van Doorene Janssone beghinnende // te kersmis an° XVc LXXIIJ //
    Inden iersten onfangen van Peeter Vercalsteren // Peeterssone van het ghene dat hy meer // hadde onfangen dan utgeven gebleken // in syn reekeninghe eenen halven stuiver VJ myten //
    Item noch onfangen vanden daghelycschen // offer XVIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van my Jan Claes // Janssone over Jan De Roeck Jacopssone van // een jaer hueren van Hennen Bruers hof // gehuert vande jare verscenen te kersmisse // an° LXXIIJ voir kercken part vier rijnse gul IIJ stuiver //
    Item noch van goetspenninghen IJ stuiver //
    Item noch onfangen vanden offer opden // sueten naem jesus dach an° LXXIIJ op // Grootloo voir kercken part XIIIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen vanden offer op sinte // sebastiaens dach an° LXXIIJ vande gul // debuers voir het wassenlicht IIJ stuiver groot //
    Item noch onfangen van Sielies Verloo van // een jaer renten verscenen te kersmis // an° LXXIIJ - X stuiver XIIIJ myten //
    Item noch onfangen van Sielies Verloo // huysvrouwe jargetyde pellen vyf stuiver //
    Item noch onfangen vanden houte // gevallen op de Ruyschen beemt voir // voir kercken paert twee rijnse gul XV stuiver //
    Item noch onfangen van Jacop Miechils // van een jaer hueren vander Gooten verscenen // te kersmis an° LXXIIJ - VIJ rijnse gul vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Jan De Roeck // Henricssoone van een jaer renten verscenen te // kersmis an° LXXIIJ - IJ rijnse gulden X stuiver //
    somma negentien rijnse gulden seven stuiver VIIJ myten //

    Bl 110/L
    Item noch onfangen van Jan Doorene van // een jaer eusel hueringhe van het Beers // geheeten verscenen te kersmis an° LXXIIJ // vier rijnse gulden VJ stuiver //
    Item noch onfangen van Wouter Van Doorene // pellen IX stuiver //
    Item noch van Wouter Van Doorene // waslicht achtenttwintich stuiver //
    Item noch onfangen van heer Wouter // cappellaen van drooghe appellarts // ende peerrelaerts op het kerckhof // twee rijnse gulden ende XIIJ ½ stuiver //
    Item noch ontfangen van een hespe // geoffert VIJ ½ stuiver //
    Item noch onfanghen vanden offer // opden lichtmis dach an° LXXIIJ - XVIIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Hoelmans // Peeterssone van een jaer jaergetyden // pellen van Jan Claes met synen consorten // vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Huybrecht // den rentmeeser van meester Jacop // Rosseeu van een jaer renten verscenen // te kersmis an° LXXIJ vier rijnse gulden //
    Item noch onfangen van een wassenkerse // verbert al hier voir het weerdich // heylich sacrament IJ stuiver //
    Item noch onfangen van eenen merskorf // appelen geoffert IIJ stuiver oert //
    Item noch onfangen uten stock by sint // jans outaer negendertich stuiver //
    Item noch onfangen vanden daghelyksen // offer vyf stuiver //
    somma XVJ rijnse gulden XVJ stuiver oert //

    Bl 110/R
    Item noch onfangen van heer Wouter // cappellaen van vyf royen ende een vierendeel // vander royen corenen geslaghen inde Haeg // strate boschen XV stuiver blanck //
    Item noch onfangen van weduwe Jan Claes // op reekenninghe ende volle betalinge // van ses jaeren renten des sciaers vyf // plecken ende acht myten ende noch in eenen // Item dry blancken jaerlycx den lesten verscenen // te kersmis an° LXXIJ beloopende // die ses jaeren gereekent op XXIIIJ // stuiver ende XIJ myten daer op gegeven inde // voergaende reekeninghe X stuiver // soe hebbe ick Jan Claes onfangen // XIIIJ stuiver ende XIJ myten //
    Item noch onfangen van een stuck botere // geoffert IIJ ½ stuiver ende IIJ myten //
    Item noch van een stuck boteren geoffert IIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Peeter Verloo // van vyf jaeren renten van XJ plecken // ende VIIJ myten jaerlycx verscenen ten leste kersmis // an° LXXIIJ beloopende die vyf jaeren // gereekent op XVIIJ stuiver J blanck ende X myten //
    item noch onfangen van Gommaer Tielmans // van sesthien royen ende een half torve geslaghen // inde boschen twee rijnse gulden IX stuiver ½ //
    Item noch onfangen van wat corens // geoffert XIIJ stuiver blanck //
    Item noch onfangen van Jan Van Auenour // inde name van derffgenaemen Gelaude Dobbelet // van een jaer renten verscenen kersmis an° LXXIJ // twee rijnse gulden XIIIJ stuiver //
    Item noch van een stuck boteren geoffert IIJ stuiver //
    Item noch van een broode geoffert VJ stuiver oort //
    Item noch van stuck boteren geoffert vier stuiver IX myten //
    Item noch van eyers geoffert IJ stuiver blanck //
    somma IX rijnse gulden VIIJ stuiver ½ XVJ myten //

    Bl 111/L
    Item noch onfangen van vier peeper // kooken die te paeschen ten overt // waren vier stuiver IX myten //
    Item noch van een stuck boteren geoffert IIJ stuiver ½ //
    Item noch van een stuck boteren IIJ stuiver oert //
    Item noch onfangen vanden daghelycke // offer ende mede van goetspenningen vyf stuiver ½ //
    Item noch onfangen vande kerckhof // weyde an° LXXIIIJ twee rijnse gulden IX stuiver //
    Item noch van een stuck boteren IJ stuiver ½ braspenning //
    Item noch van een stuck boteren IIJ stuiver IX myten //
    Item noch van een stuck boteren ende mede // van eyers samen IJ stuiver blanck //
    Item noch van een stuck boteren IIJ stuiver //
    Item noch onfangen vanden offer opden // palmsondach aldoen men die passie // prediken XIIIJ stuiver //
    Item noch onfangen vanden offer opden // goede vrijdach vier stuiver ½ blancken //
    Item noch onfangen vanden offer opden // paesdach in weghen van ons lieve // vrouwe van Camerycxs vier stuiver //
    Item noch onfangen van Ydekens Vanden // Broecke pellen IX stuiver //
    Item noch van eenen stucsken boteren IJ blancken //
    Item noch onfangen van Gysbrecht Hoelmans // inden name van Jan De Peelsmaker van // dry jaeren renten des sciaers XVJ stuiver den // leste verscenen kersmis an° LXXIIJ - IJ rijnse gulden acht stuiver //
    Item noch onfangen voer eenen bouwen // die de huysvrowe van Sielies Tubbacx // der kercken gemaect hadde // VJ rijnse gulden ende XIJ stuiver //
    somma vierthien rijnse gulden IX stuiver J blancken //

    Bl 111/R
    Item noch onfangen van Jan Claes Willemssone // van een jaer lant hueringen vande Thuyn // landen verscenen te kersmis an° LXXIJ op // reekeningen ende volle betalinghe IIJ rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Cornelis Hoelmans // Aertssone op reekeninghe vanden eusel // hueringhe van Ruyschen beemt XXXIJ stuiver //
    Item noch onfangen op sintejandach // geboorte midsomers vanden offer in // gelde vier rijnse gulden vyf stuiver //
    Item noch van hienenen geoffert waren VJ stuiver //
    Item noch van eyers geoffert waren VJ stuiver //
    Item noch onfangen van het stuck vanden // keesen IJ stuiver halve daer eesser geweest // sevenenviertich dat beloopt samen // vyf rijnse gulden ende XVIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van Miechiel Hoelmans // huysvrouwe voir vier kersen die voor ons // lieve vrouwe inde sonne verbert synde vyf stuiver //
    Item noch onfangen van een stuck boteren // geoffert IIJ stuiver ½ //
    Item noch van twee stucken boteren geoffert // samen VJ stuiver ½ IIJ myten //
    Item noch een stuck boteren geoffert IIJ stuiver ½ //
    Item noch van wat eyers geoffert J stuiver J blanck IX myten //
    Item noch onfangen van Willem Ghuens op // reekeninghen ende volle betalinghe // vanden torven die hy geslaghen hadde XIIIJ stuiver //
    Item noch van wat wollen geoffert vier stuiver ½ //
    Item noch van twee goetspenninghen ii stuiver //
    Item noch onfangen van heer Ghoris // prochiaen van thien royen ende half torven // geslaghen XXXJ stuiver ½ //
    Item noch van wat eyers geoffert IJ blanck //
    somma negenthien rijnse gulden ½ blanck IIJ myten //

    Bl 112/L
    Item noch onfangen van eenen keese // geoffert IJ stuiver J blanck //
    Item noch onfangen van den cappellaen van // eyers allensgens gecocht ende gereekent // op XJ stuiver //
    Item noch onfangen vanden ofte // op het kerckhof gewassen XIIIJ stuiver //
    Item noch onfangen vanden offer op // sint jans dach onthofdinghe in // gelde twee rijnse gulden //
    Item noch van hienenen ende duyven die // geoffert waren samen XIIIJ stuiver oert //
    Item noch van eyers geoffert waren vier stuiver //
    Item noch vanden keese die geoffert // waren samen XXV stuiver ½ blanck IIJ myten //
    Item noch onfangen van Henrick De Roeck // van het cleyn Thuyn eusel van een jaer // weyde twee rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Willem Verhulst // Jacopssone als meecooper met Miechiel // Vercalsteren Peeterssone vanden houtcoope // inde Haechstrate boschen op reekeninge // ende volle betalinghe van syn paert ter // some van XIX rijnse gulden ende acht stuiver blanck //
    Item noch van eenen keese geoffert dry blanck IX myten //
    Item noch van eyers geoffert IJ stuiver ½ //
    Item noch van twee goetspenninghen J stuiver //
    item noch onfanghen voer wassen koe // vercocht ende hier gebleven IJ stuiver //
    Item noch van twee kiecenen vier stuiver ½ blanck //
    Item noch van een stuck boteren geoffert vier stuiver //
    Item noch van twee kiecenen VJ stuiver //
    somma XXVIIJ rijnse gulden IJ stuiver ½ blanck IIJ myten //

    Bl 112/R
    Blanco

    Bl 113/L
    Blanco

    Bl 113/R
    item noch gegeven van rueten keersen // ende smout ende seepe om die clocke // mede te smerten samen IX stuiver oert //
    Item noch gegeven voir hout te // halen aen de kercken ute Ruyschen // beemt ende mede van oftboomkens // te brenghen van Mechelen samen VJ stuiver //
    Item noch gegeven van dese reeken // ninghen te scryven ende te herscryven // van het onfanck ende utgeef XX stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken // gelaghe die ick Jan Claes alleen // lyc om der kercken wille moeten // verdrincken hebben in een reyse // tot Peeters Van Olmen dat ick // lyn casus gelt maenden om te // betalinghe te hebben ende dat // ick het outwas tot Putte gedra // ghen hadde aldoen verdroncken vier stuiver … // ende noch een reyse tot Francen // Boschaerts by Jan Smets om met // hem te reekenen dat hy die kerse // gebrocht hadde IIJ ½ stuiver //
    ende noch tot Wouters Honts byden // gelaesmaker IJ blancken //
    Ende noch tuschen weghen Meche // len dat ick alleenlyc om der kercken // wille moesten gaen om wyn ende broot // ende andersins somma in al gerekent // op XX stuiver //
    (geschrift pastoor) alsoe blyck dat // het utgeve draeghende // is hondert LX rijnse gulden // XIJ stuiver ½ blancken // soe blyck meer ontfan // ghen dan utgegeven // VIIJ rijnse gulden XVIJ stuiver // een blanck IIJ myten //

    Bl 114/L
    (geschrift pastoor) Item dese rekeninge is ghe // passeert in presentie van den // prochiaen ende den drossaert // ende scepenen ende noch meer // aude goede mannen an° // duysent vyf hondert ende // LXIIIJ den IX dach januario //
    Ita est (handmerk) Gregoris // Gheerdts prochiaen van // Scrieck ende Groetello //
    (ander recent geschrift) ita est d Gregoris Gheerdts // parochiaen van Schriek ende // Groetello //
    quod supra //
    dees rekening is ghepasseeert in // presentie van den prochiaen // ende den drossaert en schepenen // ende nog meer aude goede mans // anno 1500 en vier en sestig den // negensten dach januario // van voor nochtans 1573 //

    Bl 114/R
    Item noch onfangen van eenen roeck die // de huysvrouwe van Cornelis Vanden Ryne // der kercke gemaect hadde vier rijnse gulden //
    Item noch van een botere geoffert IIJ stuiver J blanck IIJ myten //
    Item noch onfangen voer een wassen kerse // vercocht ende hier gebleren IJ stuiver //
    Item noch van eenen broode geoffert vyf stuiver IIJ myten //
    Item noch van een stuck boteren geoffert vier stuiver //
    Item noch van gootspenninghen IJ stuiver XV myten //
    Item noch onfanghen van Merten Lintermans // van een jaer eusel hueringhen van het // Thuyneusel verscene te kersmis an° // LXXIIJ ses rijnse gulden ende twee grooten //
    Item noch onfangen van Jan Docx pellen IX stuiver //
    Item noch vanden daghelyxchen offer VIJ stuiver //
    Item noch onfangen van Nycasyus Hoel // mans jaergetyde pellen vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Miechiel Hoelmans // vande kersen verbert voir ons lieve vrouwe // inde sonne vyf stuiver //
    Item noch onfangen van Peeter Vercalsteren // Peeterssone als mede cooper vanden hout // coop inde Haechstrate boschen op // reekeninghen ende volle betalinghe // voir syn paert XIX rijnse gulden ende XVIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan Claes Willemssoone // op reekeninghe ende minderinghe // vanden Thuyn lande vyff rijnse gulden //
    Item noch onfangen van een kieken IIJ stuiver //
    Item noch van een stuck boteren IIJ stuiver oert //
    Item noch onfangen van Willem Verhulst // van een jaer renten van een levende hinne // ende eenen halve stuiver jaerlicx verdinct in // gelde voir vier stuiver ½ //
    somma sevendertich rijnse gulden XIJ stuiver min IIJ myten //

    Bl 115/L
    Item noch onfangen vanden rentmeester // van myn heer Vander Laen van twee // jaeren renten des sciaers vier rijnse gulden // verscenen den lesten an° LXXIIJ kersmis // onfangen acht rijnse gulden //
    Item noch onfangen van Jan Geerts // raymaker van eenen jaer lanthuringen // van Heynken Wuts geheeten van jaere // verscenen kersmis an° LXXIIJ // thien rijnse gulden vier stuiver ½ //
    Item noch onfangen van den cappellaen // van keesen ende kiecenen inder kerck // gecocht samen X stuiver IX myten //
    Item noch onfangen van Cornelis Hoelmans // Aertssone van een jaer eusel hueringhen // vanden Ruyschen beemt vanden jaere // verscenen kersmis LXXIIJ op reeke // ninghe ende volle betalinghe XXXJ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan De Cuyper // huysvrouwe pellen IX stuiver //
    Item noch onfangen van Francen Boschaers // van VJ royen torven geslachen XXJ stuiver //
    Item noch onfangen van Jan De Roeck // Jacopssone van een jaer eusel hueringe // van Hennen Breurs hoff geheel van // jaere verscenen kersmis LXXIJ op ree // keninghen ende volle betalinghe XXIIJ ½ stuiver //
    Item noch onfangen vanden prochiaen // van allen het ghene dat hy inder // kercken gecocht heeft soe in keesen // ende in botere gerekent op vierendertich stuiver // ½ blanck IIJ myten //
    somma vierentwintich rijnse gulden XIIJ ½ stuiver IIJ myten //

    Bl 115/R
    (geschrift pastoor) Item alsoe blyckt het onfangh // gedraeghende is hondert ende // LXVI (doorstreept) LXIX rijnse gulden ende X // stuivers XIJ myten //

    Bl 116/L
    Dits is het utgeef van Jan // Claes Janssone ende Jan Van Doorene // beghinnende te kersmis an° XVc LXXIIJ //
    Inden iersten gegeven van verdroncken // gelaghe ende verteerde costen aldoen // wy kerckmeesters haer reekenin // ghe deden XXVIIJ stuiver ½ //
    Item noch gegeven den gelaesmaker // van die gelaese te stoppen IIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven voir eenen pot wyns IX stuiver //
    Item noch voir misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven Sielis Verloo over // Magdaleena Moens van een jaer // renten verscenen an° LXXIJ - X rijnse gulden // afgecort voir den hondersten penninck // dryendertich stuiver soe blijft maer // gegeven acht rijnse gulden VIJ stuiver //
    Item noch gegeven meester Henrick // den orlosye maker voer dat hy het // orlosye gemaect hadde voir // die volle betalinghe gegeven XIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven voer vier pont // rueten kersen allensgens gehaelt // XIIIJ stuiver ½ //
    Item noch gegeven Jan Vaes smet // voer yseren geerden aent gelas // verbesicht IJ blancken //
    Item noch gegeven voir XVJ pont // loots verbesicht aen het uurwerck XVJ stuiver //
    Item noch gegeven voer jonghe oftboom // kens geplant op het kerckhof XVIIJ stuiver ort //
    Item noch gegeven voir het outwas // mette nieuwe te maken teghen // lichtmis an° LXXIIJ achtendertich stuiver IX myten //
    Item noch gegeven voir eenen pot // smouts allensgens gehaelt VIIJ stuiver //
    somma dertich rijnse gulden J stuiver J blanc IX myten //

    Bl 116/R
    Item noch gegeven heer Wouter // cappellaen op synen dienst voor // een vierendeel jaers tyts verscenen // te kersmis an° LXXIIJ acht rijnse gulden //
    Item noch gegeven de cappelaen tot // eenen goetspenninck doemen hem een // jaer tyts in huerde ½ braspenning //
    Item noch gegeven den cappellaen // op synen van die kercken ende heylych // jaergetyde vyf stuiver //
    Item noch gegeven den cappellaen // op synen dienst voer Jooris Verstappen // jaergetyde metten luyen elf stuiver //
    Item noch gegeven Wouter De Hont // van verteerde costen die den uuerwercker // daer verteerde doen hy die volle be // talinge haelde vier stuiver J blanck //
    Item noch gegeven van verdroncken gelaghe // tot Boenheyen metten cappellaen // aldoen wy die cleyn seborye te Meche // len gedraghen hadden om te doen maken vier rijnse gulden //
    Item noch voir eenen pot wyns IX stuiver //
    Item noch voir misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven voer boscolen teghen // kersmis an° LXXIIJ die Peter Vercalster // niet betaelt en hadde XVJ stuiver //
    Item noch gegeven voer dry potten // biers aldoen wy de kercken boeck op // geteekent hadden met Cornelis Vanden // Ryne dry blancken //
    Item noch gegeven voren die cleyn // seborye te doen maken vier rijnse gulden //
    Item noch gegeven voer die // passye te doen predyken dertich stuiver //
    somma XVJ rijnse gulden ende vier stuiver IX myten //

    Bl 117/L
    Item noch gegeven van verteerde costen // tot Wouter Honts die den predicant // daer verteerde op den palmsondach // om dat hy die weduwe Jan Claes niet gaen // en woude ende ons kerckmeesters by // hem hebbe woude ende onsen maeltyt // daer samen hielen gegeven XVIIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer vier potten // wyns teghen paeschen an° LXXIIJ // sesendertich stuiver //
    Item noch voir misbroot soe groot // ende cleyn IJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voer sesentwintich // peeperkoken negentwintich stuiver //
    Item noch gegeven Jan Smets van het // out was metten nieuwen te vermaken // ende met die paeskerse IJ rijnse gulden VIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer twee potten // biers aldoenen die paeskerse maecten // IJ blancken //
    Item noch gegeven voer het crisdom // te halen elf stuiver //
    Item noch gegeven van het kerckhof // veken te lappen IJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven Jan Vaess smet voir // het ghene dat hy aen het uuer // werck gedaen hadde IIJ stuiver //
    Item noch gegeven van een slot te // doen rekenen IJ blancken //
    Item noch gegeven den cappellaen op // synen dienst voer een vierendeel // jaers cys verscenen halfmeert an° LXXIIJ acht rijnse gulden //
    somma XV rijnse gulden XIJ stuiver //

    Bl 117/R
    Item noch gegeven voer eenen pot // wyns IX stuiver //
    Item noch gegeven voer twee potten // rynschen wyn aldoene die grasye // hier hiele XVJ stuiver //
    Item noch voor misbroot groot ende clyen // IIJ stuiver //
    Item noch gegeven die huysvrouwe // van Francen Boschaerts van een heel jaer // te waschen ende te scueren IJ rijnse gulden // ende een vyftich eyers //
    Item noch gegeven tot Cornelis Van // Ryne van kersen smout allensgens // daer gehaelt XXXIJ stuiver //
    Item noch gegeven Jan Vaes smet voer // nagelen aen de kercke verbesicht J blanck IX myten //
    Item noch gegeven Francen Boschaerts vanden // grooten clock riem te maken XVJ stuiver //
    Item noch gegeven Jan Smets van het // outwas metten nieuwen te vermaken // ende met een tortyse teghen sintjans // daghe geboorte IIJ rijnse gulden XIJ stuiver //
    Item noch gegeven eenen boy die het // outwas tot Put gedraghen hadde J stuiver //
    Item noch gegeven voer twee cruyssen // tot Heyst inde prosessie te draghen IIJ stuiver //
    Item noch voer ses tortysen te draghen // tot Heyst inde prosessie VJ stuiver //
    Item gegeven voer luyen op beyde // sintjansdaghe sacramentsdaghe // ende kersdaghe XXIIIJ stuiver //
    item noch gegeven den cappellaen // voir een paer soelen die hem // geloeft waren XIJ stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen // pot wyns X stuiver //
    somma XIJ rijnse gulden ende vier stuiver J blanck IX myten //

    Bl 118/L
    Item noch gegeven den prochiaen op // synen van die besetten jaergetyden te // doen XXVJ stuiver //
    Item noch gegeven voer dry potten // wyns allengens gehaelt XXX stuiver //
    Item noch voer misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven den cappellaen // op synen dienste voer een vierendeel // jaers tyts verscenen te sinjansdaghe // midsomers an° LXXIIIJ acht rijnse gulden //
    Item noch voer eenen pot wyns X stuiver //
    Item noch voer misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven voir vier strengen // om mede te luyen vier stuiver //
    Item noch gegeven voir kersen smout // olye allensgens gehaelt XIIIJ stuiver //
    Item noch gegeven Michiel Vercalsteren // als heylyghestmeester in weghen // van geleende gelde dat den // heylygenghest der kercken geleent // hadde op reekenninghe ende minde // ringhe gegeven vier rijnse gulden //
    Item noch gegeven voir eenen pot // wyns X stuiver //
    Item noch voor pot wyns X stuiver //
    Item noch voer misbroot J stuiver //
    Item noch gegeven voir lynen laken // om een rockelinck af te doen // maken voer seven ellen gegeven // samen twee rijnse gulden XJ stuiver oert //
    Item noch gegeven voir twee ellen ende een // vierendeel halfest laken om die // kassufel mede te lappen XIIJ ½ stuiver //
    somma twintich rijnse gulden elf stuiver J blanck //

    Bl 118/R
    Item noch gegeven van het outwas // metten nieuwen te vermaken teghen alder // heylighen an° LXXIIIJ - IIJ rijnse gulden // ende ses stuiver //
    Item noch gegeven voir eenen pot wyns // X stuiver //
    Item noch gegeven voer een lastvoer // te wisselen VJ stuiver ½ //
    Item noch voir een pot wyns X stuiver //
    Item noch voor misbroot J stuiver //
    item noch gegeven Aert Geerts van // die kassuyvele te lappen IJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voer een rockelinck // te nayen vier stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken gelage // aldoen wy het kerken goet verhuerden // ende die huerlieden haer borghen stelden // samen XXJ stuiver blanck //
    Item noch gegeven de cappellaen // op synen dienst voer een vierendeel // jaers tyts vercenen te bamis an° // LXXIIIJ - IX rijnse gulden vyf st //
    Item noch gegeven voer twee voyer // leemts te halen aen die scole // VJ stuiver //
    Item noch gegeven Laureys Hoelmans // voir eelsen plantsoen dat in het // cleyn Thuyn eusel geslaghen es IIJ ½ stuiver //
    Item noch gegeven voor boscolen // teghen kersmis an° LXXIIIJ - VIJ stuiver blancke //
    Item noch gegeven den rentmeester // van verloopen sysen soe kersmis ende mey // sys tot mey an° LXXIIIJ vol betaelt // VIJ rijnse gulden ende VJ stuiver //
    somma dry entwintich rijnse gulden X stuiver //

    Bl 119/L
    Item noch gegeven meester Andries // Rosseeu van twee jaeren renten verscenen // an° LXXJ ende LXXIJ - XIJ gulden jaerlijck afgecort voer // twee rijnse gulden soe blyft maer // gegeven XXIJ rijnse gulden voor die // twee jaeren //
    Item noch gegeven den prochiaen op // synen dienst voor die volle betalinge // voor een heel jaer tyts verscenen // kersmis an° LXXIIIJ - XIJ rijnse gulden //
    Item noch gegeven Francen Boschaerts van // den cleynen clock riem te maken // vyf stuiver //
    Item noch gegeven van verdroncken gela // ghe aldoen wy lieden naeden ... // ken wachten en niet en quam VJ stuiver min X myten //
    Item noch gegeven Jan Smets voer // het outwas metten nieuwen te vermaken // teghen kersmis an° LXXIIIJ drij rijnse gulden X stuiver //
    Item noch gegeven voer eenen pot // wyns X stuiver //
    Item noch voor misbroot soe groot // ende cleyn IJ blancken //
    Item noch gegeven voir eenen pot // rynschen wyns VIJ stuiver //
    Item noch gegeven den prochiaen voir // een pont spinnen VIJ stuiver //
    Item noch gegeven van offer gelt // vanden besetten jaergetyden IJ blancken //
    Item noch gegeven den prochiaen op // synen dienst op coemende jaer dat // hy dit jaer over gehadt heeft vier stuiver ½ braspenning //
    somma negendertich rijnse gulden XIJ ½ stuiver //

    wordt vervolgd



    12-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    11-12-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1561-(15)

     KERKREKENINGEN 1561 - ... 
    deel 15
    Oudste kerkrekeningenboek van 1564.
    KAS 86b
    Bewerkt door René Lambrechts

    Bl 119/R
    (ander schrift) Dit is den ontfanck van Goemmaer // Thyelimans ende Jan van Dorenne als // kerckmeesters nou synde ingaende te kersmisse // an° LXXV en utgaende kersmisse an° LXXVJ //
    Inden jersten ontfangen van een rugghen broot // geoffert voor sint jan drye stuiver //
    noch ontfangen van thyen eyeren twee stuiver //
    noch ontfangen van eenen stuck boteren drye blancken //
    noch ontfangen van een stuck boteren drye stuiver XIJ myten //
    noch ontfangen van eyeren twee stuiver eenen blanck //
    noch ontfangen van eenen haene twee stuiver eenen blanck //
    noch gehaelt op den soeten naeme jhesus dach // tot Grootloe gheoffert inder cappellen // derttyen stuiver een ½ blanck ende IIJ myten //
    noch ontfangen van Jan De Cuypere Janssone // in minderinge ende op corttinge van eenen // jaere eeussel hueringen verschenen an° LXXV // vanden cleynen Thuyn eeusselle XXXIJ stuiver //
    noch ontfangen van Jannen Thorf van eenen // jaere bosch weyden verschenen kersmisse an° // LXXV vol betaelt der kercken deel // sessenderttich stuiver //
    Noch ontfangen op onser vrouwen lichtmis // dach vanden offere neghenthyen stuiver //
    noch ontfangen van eyeren allenskens // geoffert vyer stuiver ende XV myten //
    Noch ontfangen vanden pellen met den // wassen lichte tot Nicasius Hoolmans // jaergetyde vyf stuiver //
    Noch ontfangen voor een jaer betalingen // van allen den wassen keerssen gebert // voor ons lyeve vrouwe in sonne // thyen stuiver //
    noch ontfangen van een hinne geoffert // voor sint jan vyer stuiver een blancke //
    noch ontfangen van twee pont boteren // vyf stuiver eenen grooten //
    noch ontfangen in drye reyssen van eyeren // gheoffert seven stuiver ½ braspenning IIJ myten //
    noch ontfangen van eenen stuck vleesch // gheoffert vyf stuiver eenen halven //
    noch ontfangen van een rugghen broot // geoffert drye stuiver eenen halven //
    somma dese syde acht rinsgulden IJ stuiver … //

    Bl 120/L
    Item ontfangen in vyf godts penningen IJ stuiver IX myten //
    noch ontfangen van eyeren geoffert IIJ stuiver ½ blancke //
    noch ontfangen van Jan De Roeck van eenen eyende // wassen keerssen drye stuiver eenen halven //
    noch ontfanghen van een stuck boteren geoffert // drye stuiver een oort //
    noch ontfangen van Jan Vermolen tummerman // over Willem Ghuens van drye jaren rentten // des jaers vyer stuiver verschenen an° LXXIIJ - LXXIIIJ ende vijventseventich comt op twalef stuiver //
    noch ontfangen van Jan Vermolen tummerman over // Wouter Vermolen synen sone op corttinge van // eenen pantrock gecocht jnne der kercken // derttich stuiver //
    noch ontfangen op den goeden vrijdach van // meester Peeter schaellidecker oft hem gecort // aent ghene dat hy verdient met deckene // van eyeren ses stuiver eenen halven //
    Noch ontfangen op den goeden vrydach in ghelde // datter geoffert werdde vyf stuiver een blancke //
    noch ontfangen op den pallemsondach ghehaelt // ter karitaten inne die kercken doen men // die passye preckten vyftyen stuiver een blanck //
    noch ontfangen van een eyende wassen keerssen // twee blancken //
    noch ontfangen van vyer stucken boteren al // allenskens geoffert // derthyen stuiver een oort //
    noch ontfangen van eenen stuck boteren geoffert // drye stuiver een oort //
    noch ontfangen te paesschen voor een derde // deel vanden offere geoffert voer ons lieve // vrouwe van Cameryck vyf stuiver //
    Noch ontfangen ten twee reyssen van // twee stucken boteren vyf stuiver min IX myten //
    Noch ontfangen van Machiel de moldere // in ghelde vanden mele dat hy heeft // vergaert ter eeren van sinte huybrecht // om keerssen mede te coopen om te berren // voor sinte huybrercht twintich stuiver //
    Noch ontfangen van een stuck boterren // gheoffert twee stuiver eenen halven //
    noch ontfangen vanden daeghelyckssen offere // allenskens vergaert ende geoffert ende alsoe // in goedts penningen derttyen stuiver eenen halven //
    noch ontfangen van wat corens gheoffert // op de kerckwyinge dach vore der // kercken deel vyer stuiver eenen halven //
    noch ontfangen van eenen broode geoffert // voor sint jan twee stuiver eenen halven //
    summa dese syde seven rinsgulden XIIJ stuiver IX myten //

    Bl 120/R
    noch ontfangen vanden offere op sin jans // dach baptisten mid somers der af genomen // dat wy hebben moeten gheven vanden cruycen // en den torttycen te draeghen // op sint jans dach inne den ommeganck // boven dyen ontfangen in ghelde XXXIJ stuiver //
    noch ontfanghen van drye kiekenen inne der // kercken geoffert in al drye stuiver eenen halven //
    Noch ontfangen van drye kiekenen geoffert // inder kercken vyf stuiver //
    noch ontfangen van eenen stuck boteren twee // stuiver ende IX myten //
    noch ontfangen vanden prochiaen van // eenen roof wollen ende van kesen ende // boterre tsaemen XXIIJ stuiver //
    noch ontfangen sint jansdaeghe mid somers // gheoffert inde kermisse van kesen // van Jan Hoolmans dryentwintich stuiver //
    noch ontfanghen van kiekenen op die // selve kermisse geoffert XVIJ ½ stuiver //
    noch ontfangen van twintich kesen ende // van botere geoffert als boven op de // kermisse twee rinsgulden ende XIIJ stuiver //
    noch ontfangen van eyeren geoffert op // de selve kermisse seven stuiver een oort //
    noch ontfangen van Jan Bollens cleermaker over Peeter Hoolmans // in minderinge ende op corttinge van synen // paertte van synder hueringhen verschenen // an 75 van Hennen Bruers Hof twee rinsgulden //
    noch ontfangen van Jan De Hont meyere // tot Putte vanden pellen ende den wassen // lichte tot den jaergetyde van synen vader // ende moedere vyf stuiver //
    Noch ontfangen van Lembrecht Vanden // Bossche op rekeninge ende in minderinge // vanden verschenen rentte vanden lande op // den hoeck vander Haechstraeten twee // rins gulden ende vyftyen stuiver //
    noch ontfanghen vanden daegelycxsssen // offere soe van kiekenen eyeren ende in // ghelde allenskens geoffert XIIJ ½ stuiver //
    noch ontfangen op sint jans dach onthoof // dinghe vanden offere geoffert op die // geheele kermisse soe aen kiekenen // aen eyeren aen kese ende aen botere al // tsaemen gerekent met heer Wouteren // capilaen twee rinsgulden een blancke IX myten //
    summa dese syde sestyen rinsgulden een blancke //

    Bl 121/L
    noch ontfangen door handen Cornelis Vanden // Ryne inden naeme ende voor Machielen // Goemmers in minderinge van eenen jaere // lant hueren voor syn paerte van Heynken // Wouts lande verschenen an° LXXV op rekeninghe // drye rinsgulden //
    noch ontfangen van Cornelis Vanden Ryne van // cleyn lutter corens geoffert voor sint Jan // seven stuiver //
    Noch ontfangen van Jan Claes Janssone // voor de volle betalinge van eenen // jaere hueren verschenen an° // van Hennen Bruers hoff vyer rinsgulden // ende drye stuiver eenen halven //
    noch ontfanghen van Ghoris Van // Sint Truyen voor de volle betalinge // van eenen jaere hueren verschenen an° // van den Beers twaleff rinsgulden // ende XVJ stuiver //
    noch ontfangen van Machiel Hoolmans // van wassen keerssen ghebert voor ons // lief vrouwe in sonne thyen stuiver //
    Noch ontfangen vanden selven van // den pellen ende den wassen lichte // van syns vaeders jaergetyde vyf stuiver //
    noch ontfangen van eyeren allens // kens gheoffert ende van eenen haene // tsaemen seven stuiver XIJ myten //
    noch ontfangen van eenen moken corens // geoffert voor sint jan XIIJ stuiver J oort //
    noch ontfangen vanden waslichte // gebert inde gulden misse drye stuiver //
    noch ontfangen ende gehaelt uten stock // by sint jans outaer twee rinsgulden min // ses myten //
    noch ontfangen van heer Wouter capilaen // van dat hy allenskens gecocht heeft inne // der kercken dryenderttich stuiver //
    noch ontfangen van eenen pepercoecke dyer // geovert was te paesschen lestleden J stuiver //
    noch ontfangen van heer Wouters capilaen // van eenen jaere hueren vanden Ruysschen // bempt verschenen an° 75 drye rinsgulden IIJ stuiver //
    summa dese syde XXVIIJ rinsgulden XV stuiver J blanck VJ myten //

    Bl 121/R
    noch ontfangen van Cornelis Vanden // Ryne van seven roeden ende een half // bosch torven gestoken an° LXXV inden somer XXVJ stuiver //
    noch ontfangen van Wouter De Hont van // een jaer eeussel hueren van den grooten Thuyn // eeusselle verschenen an° LXXV ses rinsgulden ende XIIIJ stuiver //
    noch ontfangen van Wouter De Hont vanden // fruyte gewassen opt kerckhoff an° LXXVJ // twee rinsgulden ende twalef stuiver //
    noch ontfangen ick Goemmaer Thyelemans van // myns deels ende dat vanden houtcoope gevallen // an° LXXVJ inden meye inde bosschen geleghen // aen de Haechstraete hondert ende twee rins gulden // altyt tot goeder rekeningen //
    summa een hondert ende XIJ rinsgulden ende XIJ stuiver //
    (geschrift pastoor) Item het ontfanck gedraecht C // LXXVJ rijnse gulden ende IIIJ stuiver //

    Bl 122/L
    Blanco

    Bl 122/R
    Dit is den utgheef teghen den // ontfanck voren gescreven vanden // kercmeesters nou synde Gommaer Tyelmans ende Jan Van Dorene ingaende kersmisse // an° LXXV ende utgaende kesmisse an° LXXVJ
    Item inden jersten gegeven den gelaesmaker // vanden gelaesen aene der kercken te stoppen // derttyen stuiver //
    Item gegeven Jan Smidts vanden waslichte soo // owt ende nieut tseghen kersmisse ende vander // h kersmis keerssen twee rinsgulden ende XVIIJ ½ stuiver //
    noch gegeven heer Wouter capilaen dat hem // quam van synen dyenste kersmisse an° LXXV gedaen inne der // kercken neghen rinsgulden ende vyf stuiver //
    noch gegeven van eenen pot wyn om de // missen mede te doene inder kercken thyen stuiver //
    noch gegeven vanden wassenen keerssen tseghen // onser vrouwen lichtmis dach twee rinsgulden // ende drye stuiver een blancke IX myten //
    noch gegeven myn heere den prochiaen vanden // jaergetyde Jooris Verstappen thyen stuiver //
    noch gegeven heer Wouter capelaen voor het // luyden ende synen loon vanden selven jaeregetyde // Jooris Verstappen elf stuiver //
    Noch gegeven aen sackbant verbesicht tot // tseel vanden grooten steene aen die // oorlosye twee stuiver //
    noch gegeven aen onder half hondert groot // misbroot twee blancken //
    noch gegeven meester Lauwerys Broechoven // prokeruer van verdienden aerbeyts loen alsoo // hy gedient heeft eertyden in rechte tegen // Lembrecht Vanden Perre meyer tot Beerssel // ende Franssen Verlinden ende meer andere XXX stuiver //
    noch gegeven voor der kercken deel vanden // kersmis chyns an° LXXV - XXV stuiver J oort //
    noch gegeven van drye potten roominyen ende // bastaerts derttich stuiver //
    noch gegeven op den pallemsondach den // predicant die te passye preckte van aerbeyts // looen voort clooster derthig stuiver ende //
    noch voor hem selven vyff stuiver //
    noch gegeven op den selven dach aan beyde // die kercmeesters van verteerde costen gedaen by // den predicant voor al ses stuiver //
    noch gegeven heer Wouter capilaen een volle // betalinge van synen dienste verschenen half // an° LXXV style van Brabant IX rinsgulden //
    summa dese syde XXXIJ rinsgulden … //

    Bl 123/L
    noch gegeven van eenen duysent vanden // besten schaellyen seven rins gulden X stuiver //
    noch gegeven van twee duysent schaellye // naegelen ende een duysent stopnaeghelen // tsaemen twintich stuiver //
    noch gegeven vander waeghenvrachten // vanden schaellyen metten naeghelen // tot Dyeste te haelen daer mede inne // gerekent wat haeveren die de peerden // gheten hebben op den wech van Dyeste // in al vyerenderttich stuiver eenen halven //
    noch gegeven ick Goemmaer Thyelimans aen // my selven voor myne verteerde costen // gedaen op den wech van Dyeste doen wy // die schaellyen ende naegelen cochten ende // voer mynen ganck in twee daeghen // sestyen stuiver //
    noch gegeven van een hondert misbroot J stuiver //
    noch gegeven tseghen het hoochgetyde van // paesschen aen vyer potten ende een pinte // wyns twee rinsgulden eenen halven stuiver //
    noch gegeven aen XXIIIJ pepercoeken // tseghen paesschen dryentwintich stuiver //
    Noch gegeven aen vyer hondert cleyn ende // een hondert groot misbroot drye stuiver //
    noch verteert oft gedroencken op den wech // van Mechelen doen ick den wyn ende die pepercoecken ende het misbroot haelden // eenen pot biers een blancke //
    noch gegeven meester Peeter den schaellye // decker in minderinge ende op rekeninge // van dat hy verdient met synen sone // ende synen cnaepe mede gerekent die // eyeren die hy inder kercken ghehaelt // heeft tsaemen vyf rinsgulden ende XJ ½ stuiver //
    noch gegeven te paesschen vanden // crisdoem te haelen elff stuiver //
    noch gegeven van ses veerdelen // kalcx metter vrachten ghehaelt in // twee reyssen twee rinsgulden XIJ ½ stuiver //
    noch gegeven van een half duysent stop // naegelen ende een half duysent // schaellye naegelen seven stuiver //
    noch gegeven meester Peeter schaellideckere // in ghelde opt ghene dat hy verdient // aen wercken als voren neghen // rinsgulden ende drye stuiver eenen halven //
    … syde XXXIJ rinsgulden XIIIJ stuiver //

    Bl 123/R
    noch gegeven op den kerckwydinge dach // myn heere den prochiaen van een half // pont spinnen drye stuiver eenen halven //
    noch gegeven Franssen de smedt van solder // ysere latysere ende van yseren haeken // die de schaellideckers besichden in al // dryentwintich stuiver //
    noch gegeven meester Peeter schaellidecker dat // hy over ...oyst dat Cornelis Vanden Ryne in // synen naeme trecken moet van dat meester // Peeter en synen sone en synen cnecht daer // verteert hebben binnen synen huysse in al // twalef rinsgulden ende thyen stuiver //
    noch gegeven Jan de smedt van yseren // haeken die hy heeft moeten hermaeken // datse Franssen qualyken gemaect hadden // thyen stuiver min IX myten //
    noch gegeven aen eenen pot wyns thyen stuiver //
    noch gegeven te paesschen van neghen // pont owt was te hermaekene ende van // noch neghen pont nyeu was met den // blaemmen ende van die paesch keersse te // stofferen ende maeken in al vyff // rinsgulden ende ses stuiver eenen halven //
    noch gegeven joeffrou Mergriete sCuypers // van eender dweelen inne der kercken // vyerentwintich stuiver //
    noch gegeven aen groote gheverfde // ouwelen om den hoogen koor ende het // h sacrament huysken mede te stofferen // ende aen een hondert misbroots drye stuiver J ort //
    noch gegeven aen een pot roomenyen ende // bastaerts thyen stuiver ende doen verteert eenen stuiver //
    noch gegeven aen niewe wassen outaer keerssen // ende andere tseghen sint jans dach baptisten // midsomers vyer rinsgulden ende XIX stuiver //
    noch gegeven op sint jans dach vant // tghene dat sy verdroencken hebben die ons // lyef vrouwe ende sint jan inde processie // oemme gedraegen hebben ende dat Jan Smedts // wat onbeten hadde dat hy het was hadde // ghebrocht ende met wat broets dat dye // kiekenen geten hebben in al VIJ ½ stuiver //
    noch gegeven myn heer den prochiaen // van een half pont spinnen IIJ ½ stuiver //
    summa dese syde XXVIJ rinsgulden XJ stuiver myten //

    Bl 124/L
    Item gegeven van twee potten roomenyen // ende bastaerts twintich stuiver //
    Noch gegeven heer Wouter capilaen // tot sint jans daeghe baptisten vol // betaelt neghen rinsgulden ende vyf stuiver //
    Noch gegeven aen eenen pot wyns gehaelt // tot Putte seven stuiver //
    noch gegeven aen een hondert misbroots // enen stuiver //
    noch gegeven heer Wouter capilaen voor // een paer solen in ghelde betaelt XIJ stuiver //
    noch gegeven aen twee potten roomenye ende // bastaerts twintich stuiver //
    noch gegeven heer Wouter capilaen van // eenen vierendeel vers betaelt van synen // dyenste gedaen inder kercken daer mede // tot bamisse an° LXXVJ vol betaelt // neghen rinsgulden ende vyf stuiver //
    noch gegeven aen naeghelen verbesicht // totden voonten eenen halven stuiver //
    noch gegeven aen groot ende cleyn misbroot // twee stuiver eenen halven //
    noch gegeven myn heere den prochiaen // voor een heel jaer betaelt van synen // dyenste die hy doet inne der kercken // verschenen an° LXXVJ te kersmisse // twaeleff rinsgulden betaelt ter kersmis //
    noch gegeven heer Jan Vanden Ryne // te kersmisse vanden ouden wasse te // vermakene vanden spinnen van seven // lyckkeerssen ende vander heyliger kersmis // keerssen ende vanden nieuwen wasse // van allen den outaer keerssen in al // tsaemen drye rinsgulden ende XIJ ½ stuiver //
    noch gegeven Cornelis Van den Ryne van // allen den rueten keerssen ende allen den // smoute datter ghehaelt ende geberdt // is inne der kercken van sints dat // den leste rekeninge gepasseert is // tot noch toe tot kersmisse ses rinsgulden // ende twee stuiver ½ blancken //
    noch gegeven heer Wouter caepilaen // van een vierendeel jaers betaelt van // synen dyenste tot kersmisse an° LXXVJ // vol betaelt metten besetten jaergetyden // van dyen jaere neghen rinsgulden ende // thyen stuiver //
    summa dese syde LIJ rinsgulden XVIIJ stuiver min IX myten //

    Bl 124/R
    noch gegeven meester Peeter schaellidecker // van een hondert ende twintich dosynen stop … // elck dosyne twee blancken compt in al // op neghen rinsulden //
    noch gegeven aen vyer potten wyns // allenskens gehaelt twee rinsgulden //
    noch gegeven meester Peeter schaellidecker // voor die leste paeye ende volle betalinge // van al dat hem comt van al dat hy // met synen sone ende met synen cnaepe // verdient hebben ende aendersints seven // rinsgulden ende acht stuiver eenen halven //
    noch gegeven te kersmisse van boschkolen // om op den kersnacht ende vorts inden winter // allenskens te berrende XVJ stuiver //
    noch gegeven vanden ontfanck ende den // utgeven een jaer lanck te scryven // twintich stuiver //
    noch gegeven Jan Van Dorene van dat // hy meer hadde utgegeven dan ontfangen // gebleken te kersmisse an° LXXV in // syne rekeninge als doen gepasseert // derttich stuiver ende ses myten //
    noch gegeven an° LXXVJ vanden mey // chyns vanden Thuyn landen elff // stuiver een blancke ses myten //
    noch gegeven ten huyse van Wouter De Hont // van verteerde costen gedaen doen wy der // kercken ende h gheest hout teekenden // LXXVJ inden meye XX stuiver //
    summa dese syde XXIIJ rins gulden VJ stuiver ½ blanck IIJ myten //
    boven dese somme gegeven van luydene XIIJ ½ stuiver //
    (geschrift pastoor) het utgeve draegt C // LXIX rijnse gulden IX stuiver een oot drie myten //
    alsoe blyckt meer ontfanghen // dan utgegeven IIJ rijnse gulden // ende XIIIJ stuiver eenen halven // braspenning //

    Bl 125/L
    Blanco

    Bl 125/R
    Dat … // te kersmisse an° LXXIIIJ … // termyn van drye jaeren … //
    Inden eersten de Goote //
    Inden eersten Goris van Sint // Truyen heeft gehuert de Goote // XIJ rijnse gulden XVIIJ stuiver het siaers // ende moet noch planten in het // eerste jaer ses willegen pooten //
    Peeter Hoelmans Kerstenssone heeft // Hennen Bruers hof voer Jan // Laukens voer XIJ gulden siaers // ende XIIJ stuiver waer af de kercke // heeft de helft //
    Wouter De Hont hevet // tgroot Tuyn eussel thien // gulden J stuiver waer af de kercke heeft de twee deel //
    Passchen Vercalsteren heeft de // Beers voer seven gulden XIIJ stuiver //
    Noch heer Wouter cappellaen // heeft den Ruyschen beempt der // kercken deel IIJ gulden IIJ stuiver //
    Jan De Cuyper in de Putten // strate hevet cleyn Thuyn // eeusselken een jaer te weten // an° LXXVIJ - IIIJ ½ gulden // faut der kercken deel IIJ gulden //
    Jan Claes coster heeft in huringe // gehadt het cleyn Tuyn eussel anno 76 // IIIJ gulden der kercken deel IJ gulden // XIIJ stuiver J grooten //
    Wouter Kerstens alias Hoelmans // heeft in hueren Heynken Wouts // lant metten eussel het … // X gulden J stuiver den termyn … // jaren beginnende kersmis … //

    Bl 126/L
    Jan Claes coster heeft in hueren // beyde de winnende Thuynen landen // eenen termyn van ses jaren // het tsiaers seven gulden XIIJ stuiver // opder kercken deel vyf gulden IJ stuiver // ende dese hueringe gaet in te // kersmis anno LXXIIJ
    Oek vanden offer by Jan Hoelmans // IIJ ende X ½ stuiver //

    Dits den valeur vanden // cleynen chyns munte //
    Ses swertte tournoysen doet ix myten //
    ses tournoysen doet ix myten //
    Negen myten doen een negenmenneken //
    Een plecke doet een oirt VJ myten oft eenen // grooten brabants //
    Een grooten doet een oirt VJ myten //
    Eenen grooten vlaems doet ½ braspenning
    Eenen ouden grooten is seven oorden //
    Eenen moettoen doet IIIJ ½ stuiver //
    Eenen gulden hollants doet XVJ stuiver //
    Eenen pont parasyns X stuiver //
    eenen penninck chyns doet XV myten //
    Een pont pennicken doet J oordt IJ myten //
    Een pont swerts doet een braspenning VJ myten //

    Op jaersdach ontfangen metter // schaelen mede gerekent IJ guldens // elck van J blanck thien XIIIJ ½ //
    … //
    Uyter schalen X stuiver ½ blancken //
    Noch een goedtspenning J blancken //
    Noch ontfangen uytter schalen // tvrydaechs nae derthiendach IX ½ stuiver //

    Einde



    11-12-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    03-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1659-1660

     KERKREKENINGEN 1659 - 1660.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    03-11-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    01-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1658-1659

     KERKREKENINGEN 1658 - 1659.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    01-11-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1657-1658

     KERKREKENINGEN 1657 - 1658.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    29-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1656-1657

     KERKREKENINGEN 1656 - 1657.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    27-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek - Het onderwijs tot 1800

    De school van de parochie Sint Jan Baptist.

    Oudste vermelding.

    -Van 1560 tot 1565 deed Jan Gas (wiens naam aan de grondslag ligt van Grasheide ) dienst als koster en schoolmeester te Schriek, iets wat hij in de jaren 1569 en 1570 ook deed.
    -De school wordt op rekening van de kerk, in 1564 voorzien : “zes voeren (=vrachten) leem en vier busselen walm (=stro) om te dekken”. Nog eens in 1569 : honderd en vijftig busselen walmstro tot de school en tot de stal van de school.

    -1599 : Marten Verschueren, koster, onderricht ook loffelijk en met vrucht de jeugd.

    -1606 : De kerk heeft een school gebouwd, waarin de pastoor woont tijdens zijn residentie, alhoewel hij ’s nachts naar de sacristie trekt.

    -1616 : Even vermeld : Hendrik Keinis, koster en schoolmeester.

    -Sedert Bamis 1617, meester Jan Serneels koster.

    -1623 : Er worden heilighertekens, beeldekens en andere prijzen uitgedeeld aan de jonkheid die de Katechismus bijwoont.

    -1635 De school getimmerd op het kerkhof, waartoe 103 busselen schutstro.

    -Sedert Lichtmis 1638 is Lodewijk Elen de nieuwe koster en schoolmeester. Benoemd op 8 augustus 1637 op de kondities door de schepenen goedgekeurd. Niettegenstaande de regeerders de pastoor verzochten om hem af te zetten wegens zijn hoge leeftijd (70 jaar) heeft de pastoor hem gehouden tot op zijn sterfdag.

    -Uit de rekeningen van de Heilig-Geesttafel of Armenzorg van 1619 is het duidelijk dat het onderwijs voor de armen kosteloos was. Voor hen wiens ouders er wat beter voorkwamen, diende men schoolgeld te betalen.

    -In 1617 had de deken er meermaals op aangedrongen dat de koster zijn eed zou doen en als schoolmeester de geloofsbelijdenis afleggen, wat wel bewijst dat beide ambten onder geestelijk toezicht stonden.

    -In 1659 wordt door de pastoor Peter Mangelschots (was tevens een belangrijk notaris) aangesteld en gepresenteerd aan de schepenen en kerkmeesters, die zijn keuze bijtreden. Zijn ambt van koster en schoolmeester wordt op Sinksen 1662 voor 12 jaar verlengd onder volgende voorwaarden :
    -Meester Mangelschots zal de kosterij bedienen gelijk dat behoort : ’s morgens, op de noen en ’s avonds de beeklok luiden, ook wanneer het tempeest is van donder en bliksem, en tot alle missen, gelijk het geplogen is.
    -Ook zal hij gehouden zijn, op zon- en heiligdagen de missen te zingen naar gewoonte, en alle ander missen te dienen of een bekwaam dienaar aan te stellen.
    -Nog verplicht de kerk net en schoon te houden, ten minste alle acht dagen eens uit te keren, de altaren te paleren, enz…
    -Altijd in het visiteren of communiceren van zieken mee te gaan.
    -De school zal hij moeten houden het geheel jaar, en niet alleen leren vlot te lezen en te schrijven, maar ook goede manieren, en van buiten de paternoster, weesgegroet, credo, tien geboden, zeven H.Sacramenten, vijf geboden der H.Kerk, enz…
    -Hiervoor zal hij hebben jaarlijks, eerst voor de kosterij zijn gewoon kosterskoren, van een ploeg : een moken, van een paard of half ploeg : een half moken, en van elk ander handwerker een brood van 10 pond of 5 stuivers.
    -Nog zal hij hebben jaarlijks uit het inkomen van de kerk 48 gulden, maar zal moeten ophalen het honderdgeld.
    -Zal nog genieten uit de H.Geesttafel, voor het stellen van de horloge, jaarlijks 12 gulden ; voor het leren van de arme kinderen, twee veertelen koren ; en van de andere kinderen voor schoolgeld, 2 gulden.
    -Hij mag het huis bewonen, gelijk tot nu toe.
    -Hij zal vrij wezen van tocht, wacht, impost, en mag zonder lasten een bunder land gebruiken ; de school moet gemaakt en hersteld worden om goed te kunnen leren, en de schepenen staan borg voor het koren of broodgraan.
    Over de ontvangsten van andere kerkelijke diensten als jaargetijden of lijkdiensten geen woord. Ook over het onderhoud van de school en de kosterswoning dat door de kerk wordt gedragen wordt niets vermeld.

    -1659 reparatie aan de school : 50 gulden

    -1698 aankoop van 10 banken : 7 gulden.

    -Rond 1698 : Toen Peter Mangelschots oud en ziek was, heeft de pastoor hem een helper plaatsvervanger gegeven, nl. Peter Van Hove, een weesjongen van eerlijke ingezeten ouders. De Heer van het dorp poogde echter vier andere kandidaten hetzelfde ambt te bezorgen, mits het nodige ‘smeergeld’. In 1701 trekken de drie eerste kandidaten hun woord in, en komen twee ingezetenen en een schepen hun handtekening herroepen voor de notaris, als beschonken of gedwongen geweest te zijn.
    Na de dood van Peter Mangelschots op 8 januari 1701, wordt op 13 januari Peter Van Hove aangesteld als nieuwe koster en schoolmeester. Op 29 januari schreef de deken, dat geen enkele kandidaat, in strijd met de kerkelijke en burgelijke wetten, koster en schoolmeester mocht worden, alvorens door de deken toegelaten te zijn.

    -Vanaf 1693 worden de kinderen van de Catechismus bijzonder bedacht met prijzen, paternosters, boekjes, perkamenten beeldekens ; ook vijgen en rozijnen te half-Vasten en als ze te biechten komen voor Pasen.

    -24 oktober 1713 : Ferdinand Van Hove wordt aangesteld als koster en schoolmeester door : de pastoor, de Heer van Schriek en Grootlo, de schepenen en de kerk- en H.Geestmeesters.
    De voorwaarden zijn ongeveer dezelfde als in 1662.
    -Zo zal hij school houden het geheel jaar of zo lang als tien of twaalf kinderen ter school komen. Zal ook enige kinderen die de beste stemmekens hebben, in de kerk leren zingen.
    -Hij zal zoveel half mokens koren hebben als er werkende paarden, jong of oud zijn.
    -Voor het stellen van de horloge, twaalf gulden, waarvan het dorp en de H.Geest elk de helft betalen.
    -De school zal onderhouden worden half van het dorp en half van de kerk.

    -1740 : Na het overlijden van Ferdinand Van Hove (04.10.1740) wordt Jacobus Weyns aangesteld tot de nieuwe koster en schoolmeester. Hij zal 23 januari 1799 overlijden en zonder enige eredienst zal hij begraven worden, omdat de kerken door de Fransen waren gesloten.
    Tijdens deze oorlogstijd is het ene zekere Anna Elisabeth Van Calsteren, een godvruchtige vrouw van meer dan 40 jaar, die de kinderen ergens in een schuur, catechismus onderricht gaf.

    -11 november 1802 wordt door de maire, de notabelen, de heer Van der Stegen en de pastoor, Guibertus De Meutter gekozen tot nieuwe koster en schoolmeester. Hij was reeds 14 jaar schoolmeester te Heist.

    -Na de Franse Revolutie komt onderwijs en armenzorg in handen van de gemeenten, evenals de eigendommen der kerk.

    wordt vervolgd



    21-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    11-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen in het blog
    Beste bezoeker,

    12 oktober 2014
    Heden is het derde en laatste blog op het web geplaatst. Hier vind je in de toekomst alle bewerkingen van de Akten van de burgerlijke stand en deze uit de parochieregisters van volgende gemeenten of parochies : Baal - Werchter - Tremelo en Keerbergen

    http://www.bloggen.be/schriek_de_buurgemeenten

    Met vriendelijke groeten,

    René



    5 oktober 2014
    Omdat er nogal wat bezoekers zijn bij wie het dropmenu van het Archief  in de linker kolom niet functioneert zoals voorzien heb ik een nieuw archief gecreëerd in de rechter kolom. Hopelijk werkt dit wel met de verschillende browsers. Dit menu moet nog wel verder worden uitgebreid in de komende dagen.

    Met vriendelijke groeten,

    René

    12 september 2014
    Om alles overzichtelijk te kunnen houden heb ik het volgende initiatief genomen.
    Vanaf gisteren is er een nieuw blog aangemaakt waarop in de toekomst alle akten van de burgerlijke stand en deze uit de parochieregisters van Heist-op-den-Berg en Booischot zullen verschijnen.
    Zo zal er ook een blog voor Groot-Putte worden aangemaakt met de akten van Putte en Beerzel en eentje voor Baal, Tremelo en Werchter.
    Dan zullen de nieuwe berichten over Schriek niet verzuipen tussen deze andere berichten.
    Je zal wel nog steeds vanaf dit blog kunnen zien welke aanvullingen er zijn geplaatst en ook kunnen doorlinken naar de betreffende sites.
    Het is tevens mijn bedoeling om jaarlijks 5000 akten online in te brengen, als mijn gezondheid dit toelaat.

    De akten van Heist zullen weldra van deze site verdwijnen, maar geen nood, je kan ze hier allemaal terugvinden :
    http://www.bloggen.be/akten_heist_op_den_berg

    Op heden, 19.09 is ook het blog Putte en Beerzel online gezet en terug te vinden via deze link :
    http://www.bloggen.be/putte_beerzel

    Met vriendelijke groeten,

    René

    11-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    17-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk

    ALTAARSTEEN IN DE ST.-JAN BAPTISTKERK

    Wat is een altaarsteen?

    Dit viel hierover te lezen in religieuse geschriften :

    Een altaarsteen is een in het altaarblad opgenomen steen dan wel een geheel stenen altaarblad, waarin of waaronder de bij het altaar behorende relieken rusten.

    De steen waaronder of waarin zich een reliekengraf bevindt, wordt altaarsteen genoemd. Het is bij voor de eredienst bestemde altaren inmiddels dwingend voorschrift dat een relikwie in of onder een altaarsteen wordt aangebracht (CIC, can. 1237, §2).

    Bij afbraak van de kerk en ontmanteling van het altaar wordt de altaarsteen uit het altaarblad verwijderd en overgedragen aan het bisdom.

    De altaarsteen heeft meestal de grootte van een plavuis en is voorzien van vijf wijdingskruisjes (deze herinneren aan de vijf kruiswonden van Christus). Oorspronkelijke was het een hardstenen altaarblad, dat de grootte had van een grafzerk, waarin een reliekengraf was uitgehouwen voor een reliek van de heilige of martelaar aan wie het altaar was toegewijd en waar ook een kerk werd rond gebouwd. Daar er meer kerken werden gebouwd dan er graven waren van heiligen of martelaren werd de altaarsteen ingevoerd.

    Grote kerken als kathedralen, domkerken en ook wel abdijkerken hadden altaarstenen even groot als het altaarblad. Kleinere landelijke kerken kregen een altaarsteen van ongeveer 30 x 30 cm voor elk gewijd altaar in de kerk zoals op de onderstaande foto. In deze steen was een relikwie van de heilige ingewerkt waar het altaar was aan toegewijd.

    Wat vinden we nu in Schriek terug?

    Op het hoogaltaar toegewijd aan St-Jan de Doper vinden we een altaarsteen zo groot als het altaarblad. Dit is voor een landelijke kerk al heel uitzonderlijk, maar tot mijn grote verbazing vond ik een document waarin het volgende te lezen was :

    De kerk van Schrieck is vergroodt in t jaer 1844.

    Zij is geconsacreert geworden int jaer 1849 17 September door den Aartsbisschop Engelbertus Sterkx Cardinael boven den hoogen Authaer stont dit Cronicum ût surrexi in Ventre filio Dei sic Gaudio vitû Cardinalis

    Den hoogen Authaer is toegeheiligt aen den Heyligen Joannes Baptista Patroon deezer kerke wiens Reliqui berust in den steen van den hoogen authaer als ook de Reliqui van Bernardus, van den H. Anthonius a Padua, van de H. Barbara en van Rumoldis

    Getekend : L. Pauwels Pastoor

    Met andere woorden : Deze altaarbladsteen bevat 5 relieken van 5 verschillende heiligen.

    Sint Jan de Doper = patroonheilige van de parochie en van het hoogaltaar.

    H.Bernardus = Schriek bezit een eeuwenoude kapel toegewijd aan Sint Bernardus, er was in die tijd ook nog een grote devotie tot deze heilige.

    H. Antonius van Padua = heeft sinds het begin van de 18e eeuw een eigen zijaltaar en er was ook een groot Vennootschap opgericht in de kerk van Schriek door Mevr. Zety

    H. Barbara = heeft van oudsher een zijaltaar aan haar toegewijd.

    H. Rumoldus = patroon van de aartsbisschoppelijke kerk te Mechelen. De verbondenheid van Schriek met Mechelen zowel kerkelijk als wereldlijk is pas verbroken bij de heroprichting van het bisdom Antwerpen in 1961. Deze relikwie moet een symbool geweest zijn van deze verbondenheid want bij mijn weten is er nooit enige verering van deze heilige in Schriek genoteerd.

    Foto 1 : Kleine altaarsteen uit het archief der kerk (foto Erik Ceuppens)
    Foto 2 : Altaarsteen met centraal onderaan de plaats waar de relieken zijn ingebouwd. (foto Fons Goovaerts)
    Foto 3 : Detailfoto van deze plaats. Het valt op dat er nog restanten van de rode zegellak zijn waar te nemen. (foto Fons Goovaerts)



    17-09-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    31-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van SCHRIEK

    Parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck

    De parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck is gelegen in het zuiden der provincie Antwerpen, op de grens der provincie Brabant.

    Vele maatregelen zijn er niet genomen tegen den inval der Duitschers, daar er geene kunstvoorwerpen bestonden, en ook daar de parochie nevens den weg lag, dien de Duitschers volgden om naar Frankrijk te rukken. Wel eenige Duitsche verkenners hebben zich in de parochie vertoond van het midden der maand Augustus 1914, doch die hebben geen kwaad verricht.

    Onze gemeente had 90 manschappen in het belgisch leger en 11 vrijwilligers.

    Onze belgische soldaten hebben van het begin af veel in onze parochie vertoefd. De overheid was zeer goed alsook de manschappen. Dagelijks waren zij te huis op de pastorij.

    Ons volk was zeer rustig; doch vele uitwijkelingen van den omtrek: Wijgmaal, Rotselaer, Tremeloo, kwamen dagelijks onderkomen zoeken in het dorp.

    In het begin was ons volk zeer godsdienstig en woonde met iever de goddelijke diensten bij; men naderde veel tot de H.H. Sacramenten; men deed openbare oefeningen van godsvruchtigheid die druk wierden bijgewoond én door de parochianen én door de vluchtelingen.

    Op 28 Augustus staken de Duitschers het dorp Tremeloo in brand, ¾ uren van ons. Ook kwamen er dien dag Duitsche verkenners in 't dorp, en maakten 11 burgers gevangen die zij naar Duitschland voerden.

    In het begin van September kwam ons leger om de Duitschers in de zijde aan te vallen, langs de streken van Leuven. Alsdan hebben er 900 soldaten in onze kerk vernacht en des anderen daags hebben er 34 priesters: almoezeniers en zieken verplegers, de H. Mis opgedragen.

    De belgische soldaten op de vlucht gedreven, kwamen langs ons dorp terug, en alsdan zijn de honderde vluchtelingen die hier verbleven, alsook een groot deel er parochianen weggevlucht. De Duitschers hebben hunne achtervolging gestaakt op een ½ uur van hier.

    Op Zaterdag 26 September 1914, waren de Duitschers rond ons dorp geschaard, om hunnen optocht naar Antwerpen te beginnen. Nu lag onze parochie midden in hunnen weg. Op Zondag 27 voorschreve heb ik mijn dienst gedaan in de kerk, doch rond 8 uren kwamen de eerste Duitschers het dorp ingereden, en bijna gansch de parochie is op de vlucht gegaan. Het verslag daarover heb ik ingezonden in ‘t jaar 1915.

    In het jaar 1915, heb ik de schade opgenomen, geleden door de familiën der parochie. De bewijzen rusten in de voorschreve commissie te Antwerpen. Ze beloopt 27.700 fr. Veel heeft onze parochie niet te verduren gehad van de Duitsche bezetting: van tijd tot tijd eene Duitsche bezetting van 10 of 12 soldaten, en eenige straffen voor de gemeente.

    Op het einde van September en begin October zijn de goddelijke diensten 14 dagen onderbroken geweest. Ik heb altijd de diensten gedaan onder de bezetting zooals vroeger, behalve in 1918, dat de Duitschers mij zijn komen verwittigen dat ik geene processiën meer mocht doen, zonder bijzondere aanvraag. De bisschoppelijke brieven heb ik altijd ontvangen en ook afgelezen. Eens zijn de Duitschers mij komen verbieden, doch hij was reeds afgelezen. Berechtingen heb ik altijd gedaan, zelfe in 't bijzijn der Duitschers en nooit is mij eene opmerking gemaakt.

    Het bijwonen der goddelijke diensten is stillekens aan verminderd, en de geest van godsdienstigheid neemt steeds af. De buitengewone diensten, zooals de wekelijksche mis voor de gesneuvelden, wierd goed bijgewoond, maar is ook niet meer goed bijgewoond. De zedelijkheid laat veel te wenschen.

    In het begin 1917, bij het ontvoeren der werklieden, was er eene ware paniek onder ons volk. Onmogelijk alles te beschrijven, doch Pater Stanislas der Minderbroeders te Mechelen heeft dit alles breedvoerig beschreven.

    Van een honderdtal die naar de laatste vergadering moesten gaan te Heyst op den Berg, zijn er maar een vijftiental gegaan: deze zijn door de Duitschers ingescheept en naar Duitschland gevoerd. Doch allen zijn gelukkiglijk gaaf en gezond wedergekeerd.

    De anderen die niet gegaan waren, hebben zich verscholen. Eenigen zijn aangehouden, en bij allen was de eerste vraag der Duitschers: "heeft uw pastoor u niet aangezet om naar de vergadering niet te gaan?" Gelukkiglijk, niet één heeft mij verraden. Dan is hunne woede gevallen op de gemeenteoverheid, en de burgemeester 80 jaren oud, en twee schepenen, waarvan één 68 jaren, zijn naar het gevang of liever als gevangenen in het militair hospitaal opgesloten geweest van 10 Januari tot 17 Januari (1918). Daar heb ik ze doen verzorgen door mijne zuster die te Mechelen woont.

    Politieke gevangenen hebben we niet gehad. De gemeente is in boet geslagen voor 5.150 marken, waaronder eene boet van 1.000 marken, voor het afsnijden van een telegraafdraad, die volgens het algemeen gevoelen door de Duitschers zelfs is afgesneden geweest. Verschillige burgers zijn in boet geslagen: alles te zamen voor 7.836 marken.

    Van al onze soldaten zijn er maar 6 gesneuveld.

    In onze kerk is er niet eene enkele huiszoeking gedaan: wel de opname der klokken en van 't orgel doch zonder gevolg.

    Voor onze bevolking heb ik altijd van 't begin van den oorlog af, met behulp van onzen geneesheer Fl. Vermijlen, de briefwisseling gedaan tusschen de soldaten van 't front en hunne ouders.

    De ontruiming is goed verloopen. Niets bijzonders is er gebeurd op hunnen doortocht. Twee nachten heb ik duitsche officieren op de pastorij moeten ontvangen, doch ze zijn zeer voorkomend geweest.

    In de kerk hebben we een "Te Deum" van dankzegging gezongen, en een eerelijst met den naam der gesneuvelden is in de kerk opgehangen. Eerstdaags zingen we een plechtige uitvaart voor onze zes gesneuvelden, en de gemeenteoverheid en de burgers worden allen uitgenoodigd.

    Onder den oorlog zijn de goddelijke diensten geschied zooals vroeger. Op de Plechtige Communie der kinderen ontbrak er nooit één.

    Ziehier de tafel der geboorten en sterfgevallen van 't jaar 1913 tot 1918:

    jaar geboorten overlljdens

    1913

    66

    31

    1914

    58

    36

    1915

    58

    19

    1916

    58

    48

    1917

    45

    57

    1918

    43

    39

    Schrieck, 1 april 1919

    Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

    Document 2

    Het aantal der binnengeroepen soldaten was 90, en het getal vrijwilligers 11.

    jaar

    comm.

    pl. comm.

    1913

    32.911

    49

    1914

    33.105

    52

    1915

    32.874

    55

    1916

    31.927

    33

    1917

    32.675

    55

    1918

    33.206

    45

    Schrieck, 7 Mei 1919

    Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

    Parochie Den Soeten Naem Jesus te Grootloo

    1. Parochie van Grootloo, gemeente Schrieck, Kanton Heyst op den Berg provincie Antwerpen. De parochie strekt zich ook uit op een gedeelte der gemeenten Tremeloo en Keerbergen, provincie Brabant. Door beslissing van Zijne Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Mechelen van 25 October 1906, werd dit laatste gedeelte aan de parochie toegekend.

    2. Bij het begin der vijandelijkheden werden de registers en de kostbaarste heilige vaten in veiligheid gebracht.

    4. Gedurende de eerste weken van den oorlog had het volk een groot betrouwen gesteld op het H.Hart. Het getal communiën vermeerderde merkelijk, de kerkelijke diensten werden druk bijgewoond; ’t was eenieders overtuiging dat deze streek ging gespaard blijven.

    5. In den voormiddag van 19 Oogst vertoonen zich de eerste uhlanen. Het vijandelijk leger bezet het zuidelijk deel der parochie.

    Op 21 Oogst wordt de parochie door enige Duitschers bezet die van hier dagelijks op verkenning uitgaan in de richting van Lier. Niemand wordt lastig gevallen.

    Den 25 Oogst trekt de bezetting terug vervolgd door eene afdeeling belgische ruiterij en cyclisten. In Werchter en Haecht wordt er gevochten tot 's anderdaags in den namiddag. De Belgen worden teruggeslagen en tot hier door den vijand vervolgd.

    Twee jongelingen werden door den vijand aangehouden, zij zouden onmiddelijk gefusilleerd worden. Op enige meters afstand van de soldaten geplaatst met de armen opgeheven wachtten zij het vonnis af. De 1e Henri Collaer werd op den slag dood, de 2e Karel Moris onderwijzer te Langdorp werd niet getroffen en vluchtte weg.

    Op 28 Oogst terwijl gansch het dorp Tremelo in brand staat worden ook vijf huizen der parochie in brand gestoken. Ondertusschen worden talrijke huizen op den grooten weg van Tremeloo naar Heyst op den Berg leeggeplunderd. De bevolking is bijna totaal op de vlucht gegaan; de weinige mannen en vrouwen die hunne huizen niet verlaten hebben worden aangehouden en moeten het leger vergezellen. Tegen den avond worden eenigen losgelaten, anderen opgesloten in de kerk van Werchter, weinigen worden ’s anderendaags meegevoerd tot Saventhem en daar losgelaten. Eenige burgers die gevlucht waren naar den kant van Heyst op den Berg, werden daar denzelfden dag gevangen genomen opgesloten in de kerk van Aerschot en later naar Duitschland vervoerd.

    Op 29 Oogst blijven slechts kleine wachten Duitschers op de oevers van Demer en Dijle. Dagelijks worden hier schoten gewisseld tusschen Duitsche en Belgische patrouilles.

    Op 3 september wordt in de nabijheid gevochten tusschen sterke patrouilles Duitschers en Belgische carabiniers.

    Op 5 September wordt volgens bevel der Belgische overheid, het rundvee binnen den fortengordel van Antwerpen gebracht. Door dien maatregel wordt de bevolking ten zeerste getroffen. Het vee kwijnt weg omdat er noch stalling noch voeder voorhanden is.

    Op 6 September worden de oudste en jongste burgers die te Aerschot opgesloten zitten vrijgelaten. Op 7 September botsing tusschen sterke patrouilles in de nabijheid van de parochie.

    Van 9 September 's morgens tot 13 September 's avonds wordt de parochie door de Belgen bezet, en intusschen wordt er gestreden in de richting van Leuven en Mechelen. Toen op 13 7ber de kerk van Haecht en op 15 7ber de kerk van Werchter waren afgebrand, bleef de bevolking niet meer kalm, velen gingen op de vlucht en de diensten in de kerk hielden op. De parochie blijft tusschen de twee vijandelijke kampen tot op 26 7ber wanneer de Duitschers beginnen op te trekken tegen Antwerpen. Op dien dag werd eene vrouw der parochie Petronella Goris door eenen Duitschen soldaat neergeschoten toen zij over den steenweg wilde stappen.

    Op 28 September werden nog twee inwoners der parochie die buiten hunne woning aangetroffen werden gevangen genomen en naar Duitschland vervoerd.

    9. Tijdens den doortocht van het leger bleef de kerk gespaard. Ook werd er door de bezettende macht iets gedaan, om de vrijheid van den eeredienst te belemmeren. Nochtans om niet gedwongen te zijn de toelating der bezetting te vragen, werden de processiën buiten de kerk geschorst.

    Gedurende de bezettingsjaren verminderde het bijwonen der goddelijke diensten en het getal communien. Velen hielden zich met smokkelhandel bezig ook op de Zondagen. ’t Verminderen van de communiën tijdens de week was meest toe te schrijven aan ’t vervroegen der officieele uur.

    De plechtige communie der kinderen had plaats gelijk voor den oorlog, geen enkel kind ontbrak.

    1913

    getal kinderen 21

    1914

    getal kinderen 19

    1915

    getal kinderen 15

    1916

    getal kinderen 16

    1917

    getal kinderen 33

    1918

    getal kinderen 21


    Werklieden werden ontvoerd: vier te Aerschot den 23 November 1915, drie te Heyst op den Berg den 6 Januari 1916, van deze drij laatsten waren twee in ’t geheel geen werkeloozen. Allen kwamen welbehouden terug, alhoewel zij veel hadden geleden. Geen enkele had een kontrakt geteekend. Zes anderen hebben zich niet willen aanbieden. Zij hebben zich verscholen gehouden totdat de bezetting verklaarde dat zij niet meer zouden ontvoerd worden. Toch werden zij veroordeeld tot eene boete van 40 mark omdat hun eenzelvigheidsbewijs niet was afgestempeld. Langen tijd heeft de bezetting nog onderzocht of deze laatste jongelingen niet weggevlucht waren op aanraden der geestelijken.

    10. Van de parochie werden 20 jongelingen onder de wapens geroepen en drij hebben vrijwillig dienst genomen in ‘t leger. Een enkele is gesneuveld te Haecht den 12 September 1914.

    11. Geene huiszoeking had plaats in de kerk, tenzij bij den doortocht van ’t leger in 1914, en voor de opname der klokken.

    De ontruiming verliep rustig. Een verongelukte Duitsche soldaat werd op ’t kerkhof begraven. Al de gevangenen en uitwijkelingen zijn in hunne haardsteden teruggekeerd.

    Schriek Grootloo 6 April 1919

    F Vermeerberge pastoor

    F. Storms P. Claes leden van den Fabriekraad der Kerk


    Parochie van Grasheide (H. Gerardus Majella) - Gemeente Putte-Schrieck

    1. De parochie is gelegen tegen de scheiding van de provinciën Antwerpen en Brabant en ten zuid-oosten gescheiden van de Parochie Keerbergen door de baan van Mechelen naar Schrieck, zij is maar op eenen afstand van eene uur vogelvlucht van Haecht, zoodat hier op den steenweg van Putte naar Keerbergen bij den uitval uit Antwerpen vele duizende soldaten zijn voorbijgetrokken.

    2. Bij plakbrieven werden de inwoners aangezet zich kalm te houden, de wapens in te leveren en verboden aan de krijgsverrichtingen deel te nemen; de burgerwacht wierd opgeroepen doch heeft maar eenige dagen dienst gedaan. Een groot deel der bevolking is gevlucht op 18 alsook op 28 Oogst 1914, maar het overgroot gedeelte is een, twee dagen daarna weergekeerd. Door de Belgische krijgsoverheid is op mijne parochie geene schade toegebracht.

    3. Wat de houding der Belgische Krijgsoverheid betreft, die was goed ten opzichte van onze soldaten. Eerst stond commandant von Stockhausen en later graaf de Renesse, kapitein, aan het hoofd der grenadiers hier ingekwartierd.

    De gesteltenis der soldaten was in ’t algemeen uitmuntend wanneer zij naar Haecht optrokken, maar ongelukkiglijk waren er veele achterblijvers: gedurende vierdaagsche en viernachtsche slag van Haecht schat ik op een honderd vijftigtal de achtergeblevene op de parochie, en wanneer het Belgisch leger zich moest terugtrekken uit Haecht op Antwerpen, waren zij de eerste om te vertrekken. Pijnlijk was het voor ons die vlucht te moeten bijwonen. Soldatentroepen, uitgeput van krachten, met een droef uiterlijk, met stof bedekt, kleederen gansch verhakkeld en verschillende met eene klak op het hoofd, blokken aan de voeten, zonder ransels, zonder wapenen, trokken zij hier voorbij.

    Op de parochie is er maar eene enkele vrijwilliger geweest, namentlijk Ernest Van der Borght, leerling-geneesheer die reeds twee broeders in het leger telde.

    4. De burgerlijke bevolking was door schrik en angst overstelpt, te meer daar er zooveele vluchtelingen aan kwamen van Aerschot, Rotselaer, Tremeloo … die getuigen geweest waren van de moorden, brandstichtingen en andere wreedheden aldaar gepleegd, die ongelukkiglijk alles overdreven, ja zelfs feiten vertelden waar geen enkel woord van waar was.

    Dagelijks was de kerk proppensvol gedurende de mis, en na de mis ging de kruisprocessie uit, opgevolgd van eene smeekende menigte. Dagelijks waren er menigvuldige communiën, bijzonder onder de kinderen.

    5. Rond den 20ste Oogst 1914 hebben wij de eerste maal zes Uhlanen te paard gezien op het grondgebied langs den steenweg van Keerbergen en nu en dan terugkeerende in de richting van Haecht, zijn er gebleven tot den 27 September, dag van den grooten inval. Een inwoner van vertrouwen heeft verzekerd dat de overste der Uhlanen, op zondag 27 September aan het hoofd stond van een leger van ongeveer 5000 man. Op dien dag had hier volgens gewoonte de vroegmis plaats om 6 uren, waarin een weinig volk afwezig was, maar in de hoogmis van 9 uren was de helft niet aanwezig, daar de inwooners van Keerbergen, die de gewoonte hebben hier de goddelijke diensten bij te wonen, niet mochten passeeren. Na de hoogmis telden wij een vijftigtal Duitschers die bezig waren met loopgrachten te graven op een vijftal minuten afstand van den kerk, en de Belgische Grenadiers lagen op een tiental minuten langs de andere zijde.

    Juist na den middag, rond één uur, verscheen er een Duitsche patroelje van ongeveer twintig man en reden in de richting van Beersel; op de steenweg van Putte naar Schrieck werden zij aangerand door een Belgische automobiel mitrailleuse, zij werden uiteengeslagen, peerden en velos in brand latende; de aanvoerder-commandant wiens peerd onder hem werd uitgeschoten, in eene gracht nevens den steenweg liggende, stak zijne armen omhoog en gaf zich over; hij werd op eenen automobiel geladen en geblinddoekt in de richting van Lier gevoerd.

    Op 28 September rond 6 uren ’s morgens, zonder wederstand te ontmoeten, komen zij in onze parochie aan ten getalle van ongeveer vijftien honderd en blijven er tot twee uren in den namiddag. De twee derden der inwoners, verrast door dien onverwachte inval, waren thuis gebleven.

    6. Opzichtens de achtergeblevene inwoners hebben de invallende troepen zich tamelijk wel gedragen. Uit de huizen der afwezigen hebben zij twee runderen en een zwijn gehaald dewelke zij geslacht hebben; in ander huizen zijn zij binnengedrongen, deuren en vensters verbrijzelende, alles meenemende wat niet te heet of te zwaar was.

    7. De geestelijkheid heeft geen last gehad van wegens de Duitsche Overheid.

    8. nihil

    9.a. Alles op den ouden voet gebleven.

    9.b. Den 21 October is de parochiale dienst opnieuw begonnen. Bij den terugkeer van het Duitsche leger alleen, heeft een Duitsche (Jezuit) katholieke aalmoezenier alhier mis gelezen.

    9.c. Er is geen verbod geweest wegens ’t lezen der bisschoppelijke brieven, men is de vermaarde brief (n.v.d.r.: Kerstboodschap 1914 van Kardinaal Mercier) zelfs niet komen afhalen. De processiën zijn geschorst geweest omdat wij ons voor den invaller niet wilden vernederen met eene afzonderlijke aanvraag te doen, wat onze jaarlijksche bedevaart met den tram naar Scherpenheuvel betreft: wij hebben ze ook onderbroken om reden dat wij eene verbintenis moesten teekenen dat alles onder onze verantwoordelijkheid was.

    9.d. Het bijwonen der diensten is zoo goed geweest onder de bezetting als te voren en het getal communiën is eerder geklommen. Al de kinderen zonder eene enkele uitzondering hebben hunne plechtige eerste Communie gedaan, zoowel tijdens als vóór den oorlog. De openbare zedelijkheid heeft veel te lijden gehad, menigvuldige diefstallen bijzonder van hout zijn er gepleegd, er is veel getuischt (n.v.d.r.: gegokt) voor groot geld in de herbergen, danspartijen hebben er gedurende gansch den oorlog plaats gehad, wat erger is: een viertal vrouwen, twee getrouwde waarvan de mannen in het leger, en twee ongetrouwde, hebben met den vijand geheuld.

    9.e. Alles is gegaan op den ouden voet, wat meer is: de zusters onderwijzeressen der aangenomene school hebben hun traktement (loon, wedde) zien verhoogen.

    9.f. niets te melden.

    9.g. Werden gevangen genomen te Putte en vervoerd uit de kerk van Konings-Hoyckt met den trein uit Heyst op den Berg naar Soltau, de volgende parochianen van Grasheide:

    Joannes Van de Vondel, Joseph Van de Vondel, Guilielmus Van de Vondel, Joseph Van den Vondel, Corneel Van Itterbeeck, Jan-Baptist Van Itterbeeck, Frans Vermeulen, Peer Moris en Lodewijk Geeraerts uit Putte; Edward Volkaerts, Clementina Volkaerts en Leontine Volkaerts uit Schrieck.

    Zij werden gevangen genomen op 29 September 1914 en zijn ruim vier maanden opgesloten geweest in het kamp van Soltau, uitgenomen Clementina & Leontina Volkaerts die dry weken in een klooster van Duitschland hebben verbleven en dan zijn terug gezonden.

    Op 11 Oogst is overleden Corneel Van Itterbeeck die na veel uitgestaan hebbende in het kamp, daar hij reeds ziekelijk was wanneer hij werd weggevoerd, bij zijne terugkeer eenigen tijd in het gasthuis van Antwerpen heeft verbleven. Na zijn terugkeer op Grasheide is hij niet meer gezond geweest.

    Werden later weggevoerd als zoogezegde werkeloozen alhoewel zij nooit eenigen onderstand hadden genoten:

    Alfons Heremans, Emiel Jennen en Alfons Volkaerts uit Schrieck; Norbert Van den Wijngaert en Jan-Baptist Van de Poel uit Putte.

    9.h. niets te melden

    9.i. niets te melden

    10. In ’t geheel waren er op de Parochie opgeroepen 34 soldaten plus één vrijwilliger.

    Gesneuveld reeds in Augustus 1914:

    Leopold Roggemans, gesneuveld te Herstal;
    Emiel De Keuster, gesneuveld te St-Marc, Namen;
    Alfons Van Roosbroeck op 19 Oogst 1914 te Werchter;
    Florimond Verstraeten, krijgsgevangen, overleden te Mannheim in 1918.

    Gekwetsten: Alfons Jansens, Emiel Van de Wijngaert, Ernest Van der Borght.

    Geboorten:  1913 – 49, 1914 – 51, 1915 – 29, 1916 – 41, 1917 – 24, 1918 – 24
    Overlijdens: 1913 –   9, 1914 – 30, 1915 – 14, 1916 – 17, 1917 – 28, 1918 – 18

    In de kerk werden geene huiszoekingen gedaan. De opname der klokken geschiedde.

    12. niets bijzonders

    13. niets bijzonders

    14. De bevrijding werd aangekondigd door het gelui der klokken en het hijschen der Belgische drijkleur. Het Te Deum werd in de kerk gezongen. Al de vluchtelingen waren reeds terug begin November 1914, uitgenomen eene vrouw, Josephine Van Rompaey, weduwe van Joannes Van der Auwera, teruggekeerd in Februari 1919, vergezeld van zes kinderen. Haar man is verongelukt in de koolmijnen van Engeland.

    Getekend: J.A. Van Eyck, pastoor Grasheide - Const. Vermylen



    31-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    30-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van HEIST-GOOR

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Heist-Goor (H. Alphonsus) – Gemeente Heist-op-den-Berg

    Document 1

    Verslag of geschiedenis van de parochie Sint Alfons Goor (Heist-op-den-Berg) gedurende den oorlog 1914-1918

    De ligging der parochie biedt niets merkweerdig aan betrekkelijk krijgsoogpunt : zij is eene effen oppervlakte zonder rivier, bergen ; daaruit volgt dat de krijgsoverheid alhier geene maatregelen genomen heeft tot verdediging of aanval. Niets is er weggeruimd, vernietigd of verbrand geweest.

    Vol angst en kommer waren de inwoners bij het naderen der vijandelijke legers, en allen namen de vlucht, omdat zij vernamen de vreede baldadigheden en moorderijen elders gepleegd.

    De parochie telt 5 vrijwilligers in het leger: Edm. Van Egdom, Verbist Josef, Van Tricht Adolf, De Preter Alfons en Goyvaerts Gustave.

    Weinige dagen na den inval der vijandelijke legers, keerden de meeste vluchtelingen terug, bezorgd voor hunne huizen, bezittingen. Welk was hunne teleurstellingen! De huizen waren gespaard, maar het vee was weggevoerd of geslacht; het huisraad en kleederen waren gestolen door de duitschers of door wederkeerende vluchtelingen.

    Bij den inval zijn maar drij huizen met aanhoorigheden vrijwillig in brand gestoken.

    De parochianen, van de vlucht teruggekeerd, waren getrouw aan hunne Kristelijke plichtigen. Daar de E.H. Onderpastoor als brancardier in het leger was, en de E.H. Pastoor van de duitsche op 28 augustus 1914, naar Duitschland gevoerd was, deed de E.H. Kanunnik van Tongerloo den dienst tot nieuwjaar 1915.

    Voor den inval der legers, door eenen kleine afdeeling soldaten, op 28 augustus 1914, zijn er vele parochianen uit hunne huizen, velden en straten medegenomen; zelfs moeders en kleine kinderen vonden geene genade bij de onmenschelijke soldaten.

    Bl.2

    Zij waren gedwongen in eene weide op hunne knieën te zitten, uren lang, bespot en bedreigt ; s’ avonds zijn zij als slachtvee naar de kerk van Aerschot gedreven. Daar waren, van ook andere parochie, omtrent 600 opgesloten, en verbleven daar 10 dagen. Dagelijks mochten vrouwen, kleine kinderen en oude grijsaard terugkeren.

    Op 5 september wierden de 300 overblijvers in de kerk met den beesten trein naar Duitschland gevoerd. Na twee nachten en dag, in den trein doorgebracht, kwamen zij te Sennelager, s’ nachts, aan. Het eerste vertoon, in het bos, voor het kamp, was de bust van Willem verlicht : s’ morgens voor generaal Bach verschijnen met zijnen vervloekende, smadelijke en ongoddienstige aanspraak. Daar moesten de priesters hunne kleeding verwisselen tegen het kostuum van metsersdienaars : zij onderstonden den smaad van naakt, in eene kamer te samen, door kokende wateren zoogezegd, gezuivverd te worden.

    Na eenige dagen, gebrek aan eten en slapen, versmaad en bespot wierden zij aanzocht zich naar Padenborg te begeven, maar de bisschop weigerde ons, priesters, aan te nemen ; dan naar Munster in Westphalen. Daar wierden wij door den bisschop aanveerd, en geplaast in het groot Seminarie, alwaar wij welkom waren ; goed verzorgd door de E.H. Zusters, en den E.H. Rector.

    Alles was daar uiterst goed, eten, elk eene kamer, dagelijks de mis lezen, enz. : wij stonden altijd nog onder de bewaking der soldaten, die voor ons en bij ons, in het Seminarie verbleven, totdat de krijgsraad, na onderzoek, ons vrijsprak van de beschuldiging dat de priesters hadden geschoten, het volk opgehist, hunne soldaten vermoord hadden. Wij verbleven in het Seminarie tot den zondag voor Kersmis 1914 : dus van Augustus tot December.

    De burgelijke gevangene van 't Goor (Louis De Cuyper, Aug. De Cuyper, Alf. Claes, Alf. Nijs, Leop. Liekens, Alf. Goossens, Jan Ooms, Alf. Wijns, Juul Wijns, Ant. Rens, Frans Van Nuffel) verbleven in het kamp van Senne tot hunne terugkeer Februari 1915. Beschrijven hunne ontbeeringen, mishandelingen, is onmogelijk : dit is immers het kenmerk der duitschers.

    Bl.3

    Bij de intrede der legers, werd alles door de soldaten geplunderd ; getuigen verklaren dat ze met wagens alles uit de pastorij vervoerd hebben : bedden, bedde goed, lijnwaad, meubelen en wijn. De pastorij was als een vuilen stal ; al de meubelen verbroken.

    In de kerk, zijn zij langs eene opening in de kerk gebroken ; hebben het H.Sacrament onteerd, de HH. vaten, kelken, ciboriën, remonstratie meedegenomen ; deze zijn later, in 1915, geschonden en beschadigd bij de E. Paters Minderbroeders te Leuven teruggevonden. Al de kanten van communiekleden, alben, roketten, zijn afgesneden en verdwenen, en nooit meer wedergevonden. Al de juwelen van goud en zilver, toebehoorende aan O.L.V.beeld zijn ook geroofd.

    Op 29 augustus 1918 bij den inval der duitschers zijn drij rustige burgers : Jan Cannaerts, Louis Vertommen, Alfons Vertommen, (twee maal, later nog met het meldambt). Zij vertellen met verachting hun ballingschap : zij zijn uitgeput teruggekomen en treuren nog met eene slappe gezondheid.

    Wanneer de duitsche legers verder ons land binnen rukten, na den val van Antwerpen, heeft de parochie, het algemeen juk van verdrukking gedragen : zoo als opeisschingen, huiszoekingen, boeten, processen en zware betalingen. Later zijn al de gebouwen behouden gebleven, geene moorden maar wel gevangnemingen.

    De diensten in de kerk geschieden volgens gewoonte met verbod van processiën, en wierden goed door de parochianen bijgewoond : In ’t algemeen allen volbrachten hunne Kristelijke plichten. Later is toegenomen het verzuimen der H. Mis op de zondagen ; ook het achterlaten der Paaschplicht, en dit is nu nog niet verbeterd, niettegenstaande dat er in Februari 1919 door de E. Paters Redemptoristen eene tiendaagsche missie gepredikt geweest is. De restitutie is ook niet bekend.

    Bl.4

    De plechtige communie is jaarlijks, gedurende den oorlog, door al de kinderen onderhouden geweest, gene enkele uitzondering, niettegenstaande de moeielijkheid der kleeding, is gebleken.

    De scholen zijn, als voor den oorlog, goed, door al de kinderen, bijgewoond.

    Alleen de staat van den burgerlijken staat, toont ons een klein staat van vermindering.
    jaar Geboortens Overlijdens
    1913   89   25
       14   82   29
       15   54   28
       16   74   30
       17   58   30
       19   58   39

    Het wegvoeren, naar Duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior, en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoe£ Corneel en Fons, Vertommen Alf. (voor de tweede maal), Verbeeck Jozef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen, maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.

    Alle huisgezinnen hebben geleden van de duitschers, van de verdrukking, opeisschingen ; eenige zijn gestraft geweest met eene mindere of meerdere geldboete, zelfs tot 4.000 fr. ; weinige door de duitsche tribunalen veroordeeld tot boete en gevang, zelfs tot verkoop van hunne haaf, dieren.

    Volgens officiële tijding zijn gesneuveld :

    1 Eerw.Heer Cannaerts,Priester in ‘t groot seminarie.
    2 Denis Geuten, hulponderwijzer, brancardier.
    3 Amandus De Haes, soldaat van de genie.
    4 Alf. De Preter, vrijwilliger.
    5 Leopold Van Loo, soldaat.
    +1 Alfons Geens, soldaat, gehuwd, is nog niet teruggevonden, is vermist en vrees dat hij is gesneuveld.

    Den 28 augustus 1914 is alhier een klein kind, in de armen zijner moeder doodgeschoten, begraven.*

    * SCHOOVAERTS Anne Maria
    ° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
    † doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
    Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat de pastoor zelf door de Duitsers was opgepakt.


    Bl.5

    Bij die inval der duitschers is Gerard Verhaegen van ’t Goor te Berlaar doodgeschoten, omdat hij vluchtte.

    De verwoesting aan bosschen is aanzienlijk ; de schoone steenwegen staan naakt, de velden zijn ontruimd : niets is er van de beplanting overgebleven.

    Wij hebben getuigen geweest van den onbermertige aftoch der duitschers : het was eene burgerlijke begrafenis : arm en ellendig.

    Wij hebben het geluk niet gehad van bij te woonen de intrede onzer legers, soldaten. Maar wij zijn getuigen geweest van de vreugde, geestdrift der Belgen bij het zien van de soldaat die bij zijne familie terugkwam.

    In de kerk, bij de intrede, prijkt eenen schoonen lijst der gesneuvelde met hunne portretten : een schoon aandeken aan hunne heldenmoed en opoffering. Zij rusten bij den Heer. Leve België.

    Getekend J. Wouters Pastoor
    Sint-Alfons-Goor 29 maart 1919


    Bl. 6-7 Document 2

    Antwoord op de brief van kanunnik Laenen :

    1. Het getal binnengeroepen soldaten : 61

    2. Jaar Communiën
    1913   27.400
    1914   28.300
    1915   36.700
    1916   40.650
    1917   36.250
    1918 opgezonden voor de rekening tot goedkeuring.

    3. Plechtige communie. Al de kinderen hebben elk jaar, hunne plechtige eerste communie gedaan.
    Jaar Plechtige communicanten
    1913   55
    1914   62
    1915   54
    1916   58
    1917   46
    1918   49
    1919   56

    Getekend: J. Wouters, Pastoor
    Goor, 13.5.19

    vervolgd


    30-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-1
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo

    Bl. 1

    De Deutschers in de Gemeente Tremeloo

    19 augustus 1914.

      Den 19 augustus deden de Deutschers hunne intrede in Tremeloo. In den voormiddag verscheen er een Deutsche patrouille die binnendrong in het postkantoor en in het bureel der tramstatie waar zij alles doorzochten.

      Op de gehuchten Geetsvondel en Veldonck boden de Belgen (5e en 6e linieregiment) wederstand aan de overweldigers. Dit had voor gevolg dat op Veldonck en Geetsvondel dien dag 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Deutschers verrast geworden en gevlucht onder zijnen oven. Hij werd door de Deutschers niet opgemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel hebben de Belgen zes doden en een gekwetste achtergelaten. De gekwetste, zekere Verhooft, werd enkel gevonden den volgenden dag en door den eerw. Heer pastoor bediend van de H.H. Sacramenten.

    Aankomst der Deutschers in het dorp.

      Het was den 19 augustus 5 u. namiddag. Gansch de bevolking was gevlucht uitgenomen vier of vijf ouderlingen, twee zieken en den eerw. Heer pastoor. Toen de Deutschers het dorp naderden ging de eerw. Heer pastoor hen te gemoet en vroeg of zij van hem eenigen dienst verlangden? Zij vroegen brood. Daar de eerw. Heer pastoor geen brood meer had bood hij hen drank aan, namelijk bier of wijn; dovh zij weigerden en stelden zich tevreden met water dat zij op verzoek van den eerw. Heer pastoor haalden op de pastorij. Verder was hun werk de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, Kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan braken ze binnen in de verlaten huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de enkele woningen waar bewoners thuis gebleven waren werd niets weggenomen. Ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Deutschers zich heel fatsoenlijk.

      Een feit heeft plaats gehad waarvan ik mij de betekenis niet kan voorstellen. Toen de eerw. Heer pastoor juist voor den ingang der pastorij met den hoofdman der Deutschers in gesprek was, werd hem door een soldaat eene doos met kardoezen van 16 millim. aangeboden.

    Bl. 2a

    De hoofdman deed met de hand een afwijzende beweging en de soldaat met zijn kardoezen verdween.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Deutschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw met drie klein kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen open gevonden en kon niet verder. Nu kwam ze weenend terug te Tremeloo aan. De eerw. Heer pastoor deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Deutscher ontmoet die haar zegde dat zij mocht gerust zijn, dat haar geen kwaad zou geschieden. Zij vertelde ook dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk had zien liggen van een burger. Toen de eerw. Heer pastoor dit hoorde begaf hij zich naar de Deutschers en vroeg aan den hoofdman of het hem niet zou believen twee mannen mede te geven naar de plaats door de vrouw aangewezen. Die vraag werd aanstonds ingewilligd en de hoofdman zelf met twee zijner soldaten vergezelde den eerw. Heer pastoor tot bij het lijk.

      Het was het lijk van een jongeling van 22 jaren genaamd Aloysius Van Geel, zoon van den eersten schepen der gemeente. De hoofdman der Deutschers beweerde dat dit het lijk was van een belgische officier verkleed in burger, en hij voegde er bij papieren te bezitten van den overledenen die zulks bevestigden. Misschien had men op den gedooden een eenzelvigheidsbewijs gevonden met de melding “Korporaal der burgerwacht”. Dit is maar een veronderstelling, doch met zekerheid weet ik het niet. Twee dagen later werd omtrent dezelfde plaats in eene gracht met hout beplant het lijk gevonden van den genaamden Frans Schepers, vader van zes kinderen. Beiden werden met de bajonet doorboord. Ik stel mij voor dat zij gedood werden op de volgende wijze.

      Van Geel en Schepers alvorens te vluchten waren nog eens den steenweg naar Werchter opgereden (zij waren per velo). Halverwege werden zij verrast door de Deutschers die toen bevolen stil te houden. Van Geel werd eerst onderzocht en zijne papieren nagezien. Het noodlottig eenzelvigheidsbewijs met de melding “Korporaal der burgerwacht” werd gevonden. Hij werd voor officier aanzien en onmiddellijk met de bajonet doorbooord. Schepers dit ziende wilde vluchten, doch hij werd eenige stappen verder achterhaald en onderging hetzelfde lot. Al wat Van Geel en Schepers op zak hadden, ook hun geld, werd op hunne lijken teruggevonden.

    Bl. 2b

    Waarom gebrand.

      Toen de eerw. Heer pastoor met den hoofdman der Deutschers voorbij een huis ging dat brandde, verklaarde deze laatste dat men van uit dit huis op hen geschoten had, gelijk ook van uit de andere huizen. Dit is niet alleen onwaar, maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes, van wien ik hoger gewaagd heb, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Deutschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. Al de huizen werden in brand gestoken.

    Tweede bezoek der Deutschers.

      Omtrent een uur na de intrede der eerste Deutschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. Deze gedroegen zich weerom fatsoenlijk ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de burgers die hunne woning niet verlaten hadden. Zij vroegen wijn; doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen.

      Toen deze soldaten zich in het dorp bevonden, juist nabij het gemeentehuis, bemerktten zij een persoon die, twee of drie honderd meters verder, over een veldweg ging. Onmiddellijk werd er op geschoten; doch gelukkiglijk werd de mensch, een ouderling van ruim 70 jaren, niet getroffen.

    Deutsche patrouilles.

      Van den 20 augustus tot den 23 kregen wij in Tremeloo regelmatig het bezoek van Deutsche patrouilles. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald; men gaf hun eten en drinken (vooral bier en melk); fruit en cigaren.

      Deze patrouilles waren in het algemeen ook beleefd en zelfs vriendelijk. Zij spraken met de burgers als oude kennissen en trachten de bevolking gerust te stellen. Zij gaven den raad niet weg te vluchten : als de burgers rustig blijven, zegden zij, zullen de Deutschers hen ook geen kwaad doen.

      Twee zonderlinge gezegden dezer patrouilles verdienen hier aangestipt te worden. Den 21 augustus vertelde een deutsche soldaat dat Leuven geheel vernietigd was, dat er van die schoon kerken niets meer overbleef dan puinhoopen, dat de burgers er op de Deutschers geschoten hadden. Later toen ik vernam dat Leuven den 25 augustus was verwoest geworden, was ik dan ook niet weinig verwonderd …

    Bl. 3a

      Tien Deutsche soldaten waren gedurende twee dagen in den kost geweest bij eenen landbouwer der parochie Grootloo. Toen zij vertrokken gaven zij aan den boer den raad weg te vluchten wanneer hij het kanon dichtbij zou hooren, want, zegden zij, dan branden wij alles af.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van een belgische patrouille en tegen den avond kwam een gepanstert automobiel der belgen om een deutsche patrouille aan te randen. Den 24 augustus tegen den avond werden de Deutschen door belgische troepen uit Werchter verjaagd en ’s anderendaags werd er tusschen Deutschers en Belgen een gevecht aangegaan met gevolg dat tegen den avond de Belgen de terugtocht namen naar de forten. Na het vertrek der Belgen kwam een afdeeling Deutsche cavalerie door het dorp zonder eenige schade aan te richten. Alles bleef rustig tot den 27 tegen den avond. Toen werden op een honderd meters afstand van de pastorij twee huizen in brand gestoken. Het is alsdan dat pastoor en onderpastoor de pastorij verlieten om den nacht door te brengen, de eerste op de pastorij te Bael, de tweede op het gehucht genaamd Bolloo. Den 28ste in den morgend meende de eerw. Heer pastoor naar Tremeloo terug te keeren; doch halverwege werd hij door de parochianen gewaarschuwd dat de Deutschers alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf de eerw. Heer pastoor zich door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar hij eenige ogenblikken later samen met den eerw. Heer Wouters pastoor van ’t Goor, aangehouden werd.

    Waarom het dorp afgebrand?

      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich ten opzichte van de Deutschen van ’t begin af zeer correct gedragen en zich aan geen geweldaden plichtig gemaakt. Den 18 augustus, wel is waar, werd een Deutscher door de burgerwacht gevangen genomen, doch deze werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Deutschen honger leden was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Personen die den 28ste augustus aan de Deutschers vroegen waarom zij Tremeloo afbranden, kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten! Die verklaring “men heeft te Leuven op ons geschoten” werd reeds gedaan den 21 augustus door Deutsche patrouilles.

    Bl. 3b

    Op aanraden van die patrouilles waren eenige menschen den 28ste t’huis gebleven. Zij werden door de Deutschers genoodzaakt hun huis te verlaten zonder nog iets mogen te redden en, in hunne tegenwoordigheid werd hunnen woning in brand gestoken. Onder de inwoners die aldus behandeld werden bevond zich een oude vrouw van ongeveer 80 jaren; deze werd met andere inwoners naar Werchter gebracht en in de Kerk opgesloten. ’s Anderendaags nochtans mocht zij naar de rookende puinen harer woning terugkeeren.

      Den 28ste augustus werden te Tremeloo 174 woningen en gebouwen afgebrand : dit maakt met de 40 woningen afgebrand den 19 een totaal van 214 woningen en gebouwen.

    Plundering.

      Wat door de vlammen niet verslonden was werd geplunderd, deels door de Deutschers, deels door de burgers. Deze laatste hebben zich vooral meester gemaakt van winkelwaren en kleederstoffen.

      In ’t begin van september werd Tremeloo terug bezet door de Belgen en vanaf den 13 september wederom door de Deutschers. Tusschen 13 en 28 september hebben deze laatste op de pastorij al het linnengoed, dekens en ook al den wijn weggenomen; twee brandkassen opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven 300 à 400 fr. in geld.

      In de kerk hebben zij het tabernakel-brandkast, de brandkast der sacristij en eene anderen ijzeren kast opengebroken en het grootste deel der gewijde vaten geroofd. Het H. Sacrament was gelukkig weggehaald door den eerw. Heer pastoor van Bael den 10e september.

      Het geroofd zilverwerk hebben twee Deutschen beproefd te smelten. Toen zij met dit werk bezig waren kwam er bevel onmiddellijk te vertrekken en daardoor werden zij genoodzaakt hunnen buit achter te laten. Zij wierpen het zilverwerk half gesmolten en verbrijzeld in eenen waterput waar het later teruggevonden werd.

      Het priestergewaad werd in de kerk opengeworpen te midden van stof en vuiligheid. Terwijl Deutsche soldaten de brandkasten openbraken zijn Deutsche officieren in de kerk geweest en hebben maar laten begaan.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Deutsche officier die twee zusters in ’t klooster heeft en goed katholiek is. Deze was verontwaardigd over hetgeen in de kerk gebeurd was en trachtte nog te redden wat kon gered worden. Hij liet het priestergewaad alsook de stukken van de zilver eremonstrans, een kelk en een ciborie overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben.

    Bl. 4a

    Deze officier heeft bij de eerw. Zusters van Schrieck een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijn bloedverwanten te doen geworden.

      In de kerk werden ook al de offerblokken opengebroken; een beeld van den H. Dionysius werd de handen afgeslagen; eene statie van den kruisweg werd beschadigd waarschijnlijk door een schrapnel; drie geschilderde ramen nog onlangs geplaatst werden beschadigd door schrapnels; de vunt werd door de soldaten gebezigd om zich te wasschen en was gansch bevuild; het dak van kerk en toren werden erg beschadigd.

    Verdwenen of beschadigde voorwerpen
    Gewijde vaten en zilverwerk

    2 zilvere kelken waarvan een in geslagen zilver van 1772
    1 ciborie;
    1 zilvere remonstrans;
    1 kopere remonstrans verguld;
    2 zilvere kronen van O.L.Vr. en van het kind Jezus;
    1 zilvere kroon van de H. Barbara
    1 zilvere toren van de H. Barbara
    1 zilvere scepter van O.L.Vr.
      -half gesmolten of verbrijzeld

    2 gouden ketingen geofferd aan O.L.Vr.
    Een kruis en een hart in zilver bezet met 73 diamanten gebruikt tot versiering der remonstrans
    2 zilvere potjes der H. Olie en Chrisma;
    Eene zilvere schotel met twee zilvere ampullen hebbende oudheidkundige weerde
      -verdwenen

    Andere metalen voorwerpen.
    Vier koperen kandelabers van 3 bougies;
    Eene kopere bel;
    2 tinnen schotels;
      -verdwenen
    Het tabernakel-brandkast opengebroken en erg beschadigd; de brandkast der sacristij uit den muur gehaald en verbrijzeld; eene oude ijzeren kast verbrijzeld.

    Linnen
    7 alben verdwenen en eene albe den kant afgescheurd;
    13 altaardweilen verdwenen;
    8 biechtroketten verdwenen;
    Zijn ook verdwenen een aantal corporalen en punsicatorium.

    Priestergewaad
    Eene … zwarte koorkap verdwenen;
    Vele kazuivels min of meer beschadigd.

    Bl. 4b

    Processiegewaden.

    Eene mantel van O.L.Vr. gansch verscheurd;
    Eene groote hoeveelheid kleederen om in deprocessie door kinderen en jonge dochters gedragen te worden, verdwenen of geheel en al onbruikbaar teruggevonden.
    Symbolen en andere processieversiersels verdwenen of onbruikbaar teruggevonden.

    Andere voorwerpen
    2 klokzeelen door de Belgen medegenomen;
    85 pond was verdwenen;
    40 pakken bougies
    Een lange bamboustok.
    Bij dit alles te voegen de schade veroorzaakt aan deuren, vurst, vensterramen, stoelen, offerblokken, bedden, enz.

    Gevangen genomen Burgers.

      18 burgers van Tremeloo werden door de Deutschers gevangen genomen en naar Deutschland overgebracht, namelijk :
    De eerw. H.H. Pastoor en onderpastoor, gevangen den 28ste augustus en weergekeerd den 20ste December;
    Alfons Michiels, Lod. Van Vlasselaer, J.B. Goeron, Lod. Haegemans, Pepinus Torfs en Frans De Preter, gevangen genomen den 28ste augustus en weergekeerd op het einde van Februari;
    Lod. Van Vlasselaer en zijn zonen Frans en Jan Baptist, Frans Corebunders, Frans Van Eyken, Livinus Schoovaerts en Victor Ruttens gevangen genomen rond half september en weergekeerd in ’t begin van Februari;
    Eduard Van Leemputten, Martinus Goeron en Jan Van Goolen, gevangen genomen rond half september en weergekeerd 6 weken naderhand.

      Buiten deze werden nog ander personen gevangen genomen en een of meer dagen opgesloten hetzij in de Kerk te Aerschot, hetzij in de Kerk te Werchter. Onder de personen een of meer dagen gevangen gehouden in de Kerk te Werchter bevonden zich ook vrouwen en oude menschen.

    Bl. 5a

    TREMELOO

    Gedurende den grooten oorlog

    I.

    Bestuurlijke ligging.


      De gemeente Tremeloo gelegen in het noorden van de Provincie Brabant, maakt deel van het arrondissement Leuven en het kanton Haecht. De parochie behoort tot de dekenij Haecht.

      De gemeente Tremeloo bevindt zich op den steenweg van Werchter naar Lier. Het is langs dien steenweg dat de belgische troepen der bezetting van Antwerpen eenen uitval deden den 25 augustus 1914, en daarna wederom in het begin van september. Bij den eersten uitval werd de Deutsche bezetting van Werchter gebombardeerd van uit Tremeloo. Daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven dat Tremeloo door de Duitschers afgebrand werd den 28 augustus 1914. Zoo was het ook gebeurd den 19 augustus bij de eerste intrede der Duitschers. Belgische troepen van het 5e en 6e linieregiment hadden loopgrachten gegraven op het gehucht Veldonck. Van uit die loopgrachten en ook van achter andere verdedigingswerken in der haast door de belgische soldaten opgeworpen, werd tegenstand geboden aan de eerste Duitsche troepen. Deze tegenstand had voor gevolg dat bijna geheel het gehucht Veldonck door de Duitschers moedwillig afgebrand werd onder voorwendsel dat men vanuit de huizen op hen geschoten had.

      Het gehucht Veldonck is gelegen op den steenweg van Tremeloo naar Aerschot, die te Geetsvondel, op ongeveer drie kilometer van Tremeloo-dorp, samenkomt met den steenweg van Aerschot-Werchter-Brussel. Deze laatste steenweg werd gevolgd door eene groote menigte Duitsche troepen.

    II.

    Maatregelen bij den inval getroffen door burgerlijke en geestelijke overheid.


      Bij het naderen van den vijand had de burgerlijke overheid de burgerwacht ontbonden en alle vuurwapens doen binnenbrengen in het gemeentehuis. Het is aldaar dat die wapens door de eerste Duitsche troepen verbrijzeld werden.

      Elken zondag van op den predikstoel trachtte de eerw. Heer pastoor de parochianen tot kalmte op te wekken. Den zondag 9 augustus werden van op den predikstoel aan het volk de volgende woorden voorgelezen :

    Bl. 6a

    “indien de Duitschers in de parochie komen dan moet iedereen zich wel wachten van iets te miszeggen of te misdoen, wel integendeel aan de duitsche soldaten eten en drinken geven dit is het gekenste middel om moord en plundering te vermijden.”

      Daar ik niet voornemens was de parochie te verlaten, achtte ik de gewijde vaten voldoende in veiligheid in de brandkasten der Kerk. Ik kon niet gelooven dat de legervoerenden er zouden toe overgaan deze te verbrijzelen ingezien de particuliere eigendom en vooral de eigendom der Kerk door de Conventie van den Haag onschendbaar was verklaard.

      Bij het naderen van den vijand had gansch de bevolking, op eenige uitzonderingen na, de gemeente verlaten. Waren in de gemeente gebleven : Eerw. Heer pastoor Van Winkel en zijne meid; Evrard Godier en zijne zieke huisvrouw Julia Wouters; Joanna Maria Van Camp, zieke ouderlinge van 86 jaren en Maria Bosmans; Norbert Heylichen; Eduard Van Leemputten en zijne huisvrouw Angelina Wenderickx; Maria Teresia Vereecken. Al dezen waren ouderlingen uitgenomen de Eerw. Heer pastoor en zijne meid. Enkel twee van die ouderlingen zijn thans (1919) nog in leven Evr. Godier en Ed. Van Leemputten. Drie personen die meenden te vluchten werden door de aankomst der Duitschers verrast en verloren het leven zoals wij verder zullen zien.

    III

    A. Houding der krijgsoverheid.


      Tremeloo is driemaal bezocht geweest door afdeelingen van het belgisch leger, namelijk den 19 augustus, den 25 augustus en in ’t begin van september.

      Den 19 augustus hebben de belgische troepen hier niet vernacht; zij zijn aangekomen in den voormiddag en tegen den middag reeds vertrokken. Ik heb de generaal en twee zijner officieren bij mij op de pastorij ontvangen; hunne namen ben ik vergeten. Van den generaal heb ik alsdan vernomen dat er spraak was den kerktoren te doen springen, doch op het ogenblik dat daarover gehandeld werd, hoorde men op geringen afstand een kanonschot en orde werd gegeven om te vertrekken.

      Ik vroeg nog aan den heer generaal of er voor mij en andere burgers gevaar bestond ter plaatse te blijven en de komst van den vijand af te wachten? Zijn antwoord was wijfelend. ’t Is, ging ik verder, dat ik meen dat het mijn plicht is hier te blijven. Dit meen ik ook, gaf hij voor antwoord.

    Bl. 6b

      De belgische troepen die hier den 25 augustus aankwamen hadden aan hun hoofd generaal De Witte. Generaal De Witte met zijnen staf heeft vernacht op de pastorij. Moed en kalmte kenschetsten den generaal en zijne officieren.

      Een mijnen opzichte waren al de belgische officieren, met dewelke ik alsdan in aanraking geweest ben, in de hoogste mate voorkomend en beleefd.

    B. Gesteltenis der soldaten.

      De opgeroepenen van Tremeloo ontvingen veelal de tijding hunner oproeping onder de wapens met neerslachtigheid en tegenzin. Aan dezen regel waren er nochtans loffelijke uitzonderingen. Later, wanneer de wreedheden van den vijand bekend wierden, is de vaderlandsliefde bij allen levendiger geworden en verscheidene soldaten van Tremeloo hebben zich onder den oorlog eerlijk onderscheiden.

      In den nacht van 24 tot 25 augustus 1914 werd Tremeloo bezet door eene afdeeling Belgische troepen onder leiding van generaal De Witte. De burgerlijke bevolking was gevlucht omdat men een gevecht op het grondgebied der gemeente vreesde, zoodat de verlatene huizen geheel en al ter beschikking waren van de belgische soldaten. ’s Anderendaags was in de huizen alles letterlijk vernield of geschonden. Ik heb een winkel gezien waar al wat er in den winkel was, dooreengeworpen lag op den vloer. De verbittering der bevolking om die handelwijze der belgische troepen was alsdan uitnemend groot, en die verbittering zou lang voortgeduurd hebben hadden de Duitschers zich niet gelast de sporen van die verwoesting te doen verdwijnen met de huizen af te branden.

      Den 24 augustus kwam een belgische soldaat die den volgenden dag aan den aanval zou deel nemen, zich bij mij aanbieden om zijne biecht te spreken.

      Den 25 augustus, terwijl het gevecht te Haecht en te Wackerzeel woede, had ik mij tijdelijk van huis begeven. Toen ik een weinig na den middag op mijne pastorij terugkeerde, vond ik deze bezet door een aantal belgische gendarmen die een welgemeend bezoek brachten aan mijnen kelder en den vloer overstroomd hadden met wijn. Naderhand kon ik bestatigen dat zij ook huiszoeking gedaan hadden. Ik had eenige gedenkenissen van gesneuvelde soldaten verzameld met het gedacht deze later aan hunne familie te bezorgen, onder deze was er een geldbeugel die 5 fr. inhield : dit geld werd weggenomen door hoogervermelde belgische gendarmen.

    Bl. 7a

      Deze feiten heb ik alhier willen aanstippen uit onpartijdigheid, en ook om aan te toonen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tusschen de misdrijven begaan door eenvoudige soldaten op eigen krachten, en tusschen de misdrijven bevolen door de krijgsoverheid.

    C. vrijwillige dienstneming.

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers van Tremeloo. Later hebben eenige die gevlucht waren of van de Duitschers geleden hadden, als vrijwilligers het leger vervoegd.

    IV

    Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog.


      De eerste weken van den oorlog was de burgerlijke bevolking zeer ter neer geslagen. Er werd weinig gewerkt. Sommige zelfs hadden den moed niet hunnen oogst in de schuren te halen en verschoven zulks van dag tot dag, tot dat de tijding kwam dat de belgische krijgsoverheid de paarden opeischte. Dit was voor de moedeloozen een spoorslag : om zich niet aan zwaarderen arbeid bloot te stellen, maakten zij spoedig van hun paard gebruik om den oogst binnen te halen.

      Hier en daar ontmoette men hoopjes volk waaronder maar over een ding gesproken werd : de oorlog. Gansch in het begin, wanneer de dagbladen spraken van belgische overwinningen te Luik, werd de houding van Koning en ministerie door het volk algemeen goedgekeurd; doch, toen de eerste gekwetsten te Leuven aankwamen werd al eens gezegd : men had hem maar moeten laten doortrekken. Dit kenschetst het gewoon volk dat doorgaans eene daad oordeelt volgens den uitslag.

      In het algemeen werden gedurende die eerste weken de kerkelijke diensten beter bijgewoond dan vroeger, bijzonder de mis in de week en het lof; nochtans moet ik in alle rechtzinnigheid bekennen dat die geestelijke verbetering op verre na niet aan mijn verwachting beantwoordde. Honderden menschen die den ganschen dag niets verrichtten, gaven zich evenwel de moeite niet om naar de kerk te komen : van dan af waren er velen die morden tegen de goddelijke voorzienigheid.

      Ik had op den predikstoel gezegd dat God de oorlog en dergelijke plagen toelaat om de menschen tot inkeer te brengen; dat de zonden der menschen zoowel in het nieuw als in het oud testament de oorzaken waren van openbare straffen.

    Bl. 7b 

    Ik had het voorbeeld aangehaald der Ninivieten en het volk eveneens tot boetveerdigheid en godsvrucht opgewekt :sommige vreesden niet met mijne woorden den spot te drijven en wanneer den 19 augustus een veertigtal huizen der parochie in asch gelegd werden, dan waren er die uitriepen : God straft de menschen, nu ziet men wel welke straf verdiend hebben! Negen dagen later werden de huizen van wie zoo spraken insgelijks de prooi der vlammen.

      Tremeloo stond vroeger bekend voor zijne baldadige en buitensporige kermissen. De kermis van Tremeloo werd jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus. Eigenaardig toeval of zonderlinge schikking der voorzienigheid, Tremeloo werd door de Duitschers in asch gelegd den 28 augustus, juist twee dagen voor den laatsten zondag van die maand.

      De eerste weken van den oorlog waren er ook meer communiën, doch wederom niet zooveel als men zou hebben mogen verwachten. Ziehier een vergelijkende tafel der communiën uitgedeeld sedert 1913 :
    In 1913 werden uitgedeeld 15600 communiën
    1914   15600
    1915   20100
    1916   24300
    1917   18600
    1918   17900
    In 1913 en 1914 werd nagenoeg hetzelfde getal communiën uitgedeeld; doch in 1914 bleef de parochie twee maanden lang zonder priester zodat men moet besluiten dat het getal communiën voor 1914 gestegen was.

    V

    Inval van den vijand – Gevechten op het grondgebied der parochie.


      Den 19 augustus 1914 deden de Duitschers hunne intrede in Tremeloo. Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel boden belgische troepen behoorende tot de 5e en 6e linieregimenten wederstand aan de overweldigers. Zes belgische soldaten zijn op dien dag op het gehucht Veldonck gesneuveld voor het vaderland; een zekere Verooft, werd erg gekwetst aan de rechterwang. Den 20ste augustus gevonden door de bevolking, heb ik hem het H. Oliesel toegediend en doen overbrengen naar het klooster van Betecom. De zes gesneuvelden werden begraven op het kerkhof alhier op vrijdag 21 ste augustus.

      Ik had zorgvuldig verzameld al wat de gesneuvelden op zich hadden ten einde dit later aan de familie te bestellen.

    Bl. 8a

    Doch al deze voorwerpen zijn tijdens mijn ballingschap in Duitschland verloren geraakt. Een naam herinner ik mij nog, het is een zekere Breyne van Gheluwvelt. De familie van een tweede woont in de paleizenstraat te Schaerbeek; een derde was geboortig van O.L.Vr. Thielt. De drie andere waren geboortig uit het Walenland. Hunne medaliën met hun stamnummer heb ik overhandigd aan generaal De Witte den 25 augustus.

      De wederstand der Belgen op het gehucht Veldonck den 19 augustus had voor gevolg dat dien dag op Veldonck en Geetsvondel 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Duitschers verrast geworden. Uit schrik vluchtte hij onder zijnen oven. Hij werd door de Duitschers niet bemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Den 12 of 13 september, na den uitval uit Antwerpen, had een tweede gevecht plaats op het grondgebied der parochie. Na dit gevecht werden de lijken van vijf belgische soldaten voorlopig ter aarde besteld door de genaamde Joseph Wouters. Het waren die van twee carabiniers voor zooveel Wouters zich herinnert geboortig van Deerlijk en Schellebelle; van een grenadier; van een lancier en van een piot. Deze lijken werden later overgebracht naar het kerkhof.

      Tijdens dit gevecht werd het dak van toren en kerk erg beschadigd door de mitraljeuzen. De kerk werd getroffen door drie bommen (schrapnels). Eene verbrijzelde geheel en al de venster der vunt. Eene tweede kwam te recht boven een der kerkramen. Zij maakte een groot gat in de metserij ( voor de herstelling werden 1100 steenen gebezigd) en verbrijzelde gedeeltelijk de geschilderde raam waarboven zij te recht kwam. Twee steenen werden door de kerk geslingerd en kwamen te recht in eene geschilderde raam aan den tegenovergestelden kant der kerk. De derde bom ontplofte boven de sacristij en bracht schade toe aan eene geschilderde raam der koor.

      Andere schade werd door de gevechten op het grondgebied der parochie niet aangericht; doch, den 28 augustus, na den eersten uitval der Belgen, werden alhier moedwillig in brand gestoken 175 woningen, waaronder het huis bewoond door de zusters, gemeenteonderwijzeressen. Daarenboven werden nog afgebrand : de bijgebouwen der pastorij, dat is waschhuis en stalling; vier schoollokalen toehoorende aan de gemeente, en een lokaal dat tevens diende als bewaarschool en kapel der congregatie.

    Bl. 8b

    VI

    Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting.

    Aankomst der Duitschers in het dorp.


      Het was den 19 augustus rond 5 ure namiddag. Gansch de bevolking, uitgenomen de personen in hoofdstuk II genoemd, had het dorp verlaten. Veldonck en Geetsvondel stonden in laaie vlam. Om, zoo mogelijk, verdere brandstichtingen te voorkomen, waagde ik het de Duitschers te gemoet te gaan wanneer zij nog een vijftigtal meters van de pastorij verwijderd waren. De Duitschers gingen op twee rijen langs de zijkanten van den steenweg. De kapitein ging vooraan in ’t midden van den steenweg met blooten sabel op den schouder. Ik wendde mij tot hem en vroeg of hij iets verlangde? Hij vroeg brood. Daar ik geen brood meer had, bood ik hem drank aan, namelijk bier of wijn. Dit verlangde hij niet, doch hij vroeg verder of ik goed water had? Op mijn bevestigend antwoord en mijn verzoek tevens, gelastte hij zijne mannen water te halen op de pastorij.

      Terwijl ik met den kapitein nog sprak naderde een soldaat die hem een kas aanbood ter groote van een cigarenkas en gevuld met kardoezen ter groote van jachtkardoezen van 16 millimeters. Die kardoezen schenen geladen met een kogel. De kapitein deed met den arm eene afwijzende beweging. Later heb ik gedacht dat het misschien kardoezen waren die dienden voor brandstichtingen.

      De Duitsche soldaten verspreidden zich in het dorp. Hun eerste werk was de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan broken zij binnen in de verlatene huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de andere huizen waar iemand t’huis gebleven was, werd niets weggenomen. Een ruimen opzichte en ten opzichte van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Duitschers zich heel fatsoenlijk.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Duitschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw, de genaamde Florentina Verhoeven, evhtgenoote van Petrus Antoon Calluwaerts wonende te Baal, met drie kleine kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen opengevonden.

    Bl. 9a

    Nu kwam ze weenende terug te Tremeloo aan. Ik deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Duitscher ontmoet die haar zegde dat zij maar moest gerust zijn, dat haar geen leed zou geschieden. Die vrouw vertelde mij verder dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk van een burger had zien liggen.

      Toen ik zulks vernam begaf ik mij naar de Duitschers en verhaalde aan den kapitein hoe eene vrouw mij was komen aankondigen dat op den steenweg naar Werchter een man gedood was. Bij die woorden schoten de oogen der soldaten vlammen en zij kwamen een stap vooruit. Ik bemerkte dien indruk door mijne woorden gemaakt en hernam dat een civilist gedood was. Dit bedaarde de soldaten. Toen vroeg ik aan den kapitein of hij de goedheid wilde hebben mij twee mannen mede te geven om naar de aangeduide plaats te gaan. Hij zelf vergezelde mij met twee zijner mannen.

      Op de aangeduide plaats gekomen, vond ik het lijk eenen mijner parochianen, de genaamde Aloysius Van Geel, zoon van den eerste schepen der Gemeente en geboren te Tremeloo den 5 april 1891. Hij had de borst doorboord met eene bajonet. Bij het lijk verklaarde de hoofdman : dit is het lijk van een belgisch officier in burgerkleederen, ik heb papieren die dit bewijzen. Ik waagde het niet naar die papieren te vragen : dit kon den jongeling het leven toch niet weergeven en geen ander gevolg hebben dan de Duitschers te verbitteren.

      Welke papieren zouden de Duitschers op dien jongeling gevonden hebben? Ik veronderstel dat dit niet anders geweest is dan het pasport of eenzelvigheidsbewijs van Aloysius Van Geel. Daar in ’t begin van den oorlog de burgerwachten overal ingericht werden, zal dit stuk ongetwijfeld vermeld hebben de hoedanigheid van “korporaal der burgerwacht”, en daaruit zullen de Duitschers dan ook besloten hebben dat Van Geel een officier was van het belgisch leger. Dit is maar eene veronderstelling van mijnent wege : met zekerheid nochtans kan ik dit niet bevestigen.

      Dicht bij de plaats waar het lijk gevonden werd van Aloysius Van Geel, werd twee dagen nadien, tusschen struikgewas, het lijk gevonden van Franciscus Schepers, vader van zes kinderen waarvan vijf beneden de 16 jaar. Schepers was vroeger soldaat geweest en had zijn soldatenboekje op zak : dit schijnt te bewijzen dat Schepers door de Duitschers niet afgetast werd. Schepers was op dezelfde manier gedood als Van Geel, namelijk doorboord met de bajonet. Ik stel mij voor dat Van Geel en Schepers vermoord werden als volgt :

    Bl. 9b

      Van Geel en Schepers, beiden per velo, waren rond drie ure namiddag den weg naar Werchter opgereden (ik had rond dien tijd nog met hen gesproken). Halverwege Werchter werden zij verrast door de Duitschers die hen bevolen stil te houden. De Duitschers zullen Van Geel die het best gekleed was, eerst afgetast hebben en op hem het noodlottig eenzelvigheidsbewijs gevonden. Daarop onmiddellijk het bevel Van Geel dood te steken. Schepers dit ziende zal de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht hebben tusschen de struiken waar hij door de Duitschers werd achterhaald en doorboord.

    vervolgd



    29-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-2
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 2

    Waarom gebrand.

      Terwijl ik met den hoofdman der Duitschers voorbij een brandend huis ging, namelijk dit van juffrouw Maria Goossens op den steenweg naar Werchter, zegde deze laatste mij dat men van daar op hen geschoten had gelijk ook van uit de andere huizen die in brand stonden. Dit zegde hij als antwoord op mijn verzoek van niet meer te branden.

      Die beschuldiging van den Duitschen hoofdman is niet alleen onwaar maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes waarvan ik gesproken heb in hoofdstuk V, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Duitschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen zouden gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. De huizen werden niet in brand geschoten maar moedwillig in brand gestoken.

      In het meestendeel der woningen die den 19 augustus de prooi werden der vlammen, werden de dieren mede levend verbrand. Alvorens sommige huizen in brand te steken had men de dieren losgemaakt en in het veld gejaagd.

    Tweede bezoek der Duitschers.

      Omtrent eene uur na de intrede der eerste Duitschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. De huizen werden nog eens afgezocht en al wat mondbehoeften was werd medegenomen. Op de pastorij vroegen zij wijn, doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen die ik hen overhandigde. Voor het overige had ik over hun gedrag ten mijnen opzichte niet te klagen.

    Bl. 10a

      Terwijl deze duitsche soldaten zich op straat bevonden, bemerkten zij op een honderd meters afstand een burger die over een veldweg ging : onmiddelijk werd er op geschoten, doch gelukkiglijk werd de mens niet getroffen.

    Deutsche patrouillen.

      Van 20 tot 23 augustus kregen we in Tremeloo regelmatig bezoek van Duitsche patrouillen. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald : men gaf hun eten en drinken, vooral bier en melk, fruit en cigaren. Dit vriendelijk onthaal had natuurlijk zijnen oorsprong niet in eene wezenlijke genegenheid ; het was eerder het gevolg van eene algemeene vrees en had voor doel gevreesde onheilen te voorkomen.

      De duitsche soldaten die in Tremeloo patrouilleerden waren ten opzichte van de bevolking gespraakzaam en beleefd. De brandstichtingen en andere strenge maatregelen elders genomen door de krijgsoverheid waren toe te schrijven aan het wangedrag der burgers zelf. De burgers, zegden zij, mochten gerust t’huis blijven, zij hoefden voor de Duitschers niet te vluchten; indien de burgers rustig waren zouden de Duitschers hen ook geen kwaad doen.

      Ik ben overtuigd dat vele duitsche soldaten te goeder trouw geloofden dat op zekere plaatsen de burgers op de troepen zouden geschoten hebben, alhoewel de bijzonderste verwoestingen door de krijgsoverheden op voorhand bepaald waren. Den 21 augustus rond 11 ure ’s morgens sprak ik met een duitscher die patroeljeerde en zich bevond voor de herberg van Constant Godier. Die man vertelde aan mij en aan mijnen onderpastoor dat gans Leuven afgebrand was, dat al die schoone kerken gansch kapot waren omdat de burgers aldaar op hen geschoten hadden. Ik was niet weinig verwonderd toen ik later vernam dat de verwoesting van Leuven enkel gebeurd was den 25 augustus.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van eene belgische patroelje en tegen den avond kwam een gepantserde automobiel der Belgen eene Duitsche patroelje aanranden op den steenweg van Werchter. Tegen den avond waagde eene duitsche patroelje zich tot in het dorp van Tremeloo om na te gaan waar de gepantserde automobiel gebleven was. Deze patroelje heb ik hooren verklaren dat de burgers niet hoefden ongerust te zijn, dat hen geen kwaad zou geschieden. Niettemin waren er zeer velen die het niet waagden den nacht in het dorp door te brengen uit vrees voor weerwraak der Duitschers.

    Bl. 10b

      Den 24 augustus rond den middag nieuw bezoek van eene belgische patroelje. Door deze werd geschoten op eenen duitscher die in de verte bespeurd werd. Tegen den avond rukte eene afdeeling Belgische troepen op langs den steenweg van Schrieck. Kanonnen werden opgesteld in de nabijheid van de tramstatie en Werchter werd beschoten met gevolg dat de Duitsche bezetting het dorp verliet.

      De Belgen bleven vernachten in Tremeloo. Den 25 augustus had een gevecht plaats op het grondgebied Werchter-Wackerzeel en Haecht. De bevoorradingswagens bleven in Tremeloo en namen in ’t begin van den namiddag den weg naar de forten alsook een gedeelte van de belgische troepen. Het grootste deel dezer troepen was na het gevecht eenen anderen weg ingeslagen. Zie hooger hoofdstuk III-B.

      Na het vertrek der Belgen kwam eene afdeeling duitsche cavalerie door het dorp, doch zonder eenige schade aan te richten.

    Een burger doodgeschoten.

      Den 25 augustus waren vijf vluchtelingen aangekomen bij Lodewijk Morris, parochiaan van Grootloo, wonende op de grens dezer parochie op het gehucht Bolloo. Een dezer vluchtelingen, Hendrik Collart van Kessel-loo wilde den 26 naar Kessel-loo terug keeren, doch gelukte er niet in en keerde rond 3 ure in de namiddag terug bij Lod. Morris. Collart en Karel Morris, zoon van Lodewijk, vluchtten het veld in bij het zien van een dertigtal duitsche ruiters die zich vertoonden in de richting van Tremeloo. Collart en Morris werden bemerkt, aangehouden, afgetast en medegenomen tot aan de Raam, eene kleine beek. Daar werden zij op den akker geplaatst met de handen omhoog en zonder meer werd er op hen geschoten. Morris alhoewel niet getroffen liet zich insgelijks vallen, doch ziende dat een Duitscher op hun afkwam met de lans, nam hij ijlings de vlucht en had geluk, tusschen het kreupelhout, te ontsnappen aan de kogels die hem achterna gezonden werden.

      Wanneer men naderhand het lijk van Collart ter begrafenis weghaalde, heeft men bestatigd dat zijne borst doorboord was met eene lans. De vermoorde werd begraven te Grootloo.

    Bl. 11a

    27 augustus.


      Den 27 augustus in den voormiddag kwamen verscheidenen burgers van Werchter naar Tremeloo gevlucht omdat de Duitschers aldaar de menschen aanhielden en de huizen in brand staken. Ik ontving op de pastorij twee ouderlingen Guilielmus Van de Velde en zijne huisvrouw. Rond 4 ure waagden zij het naar Werchter terug te keeren, doch zij werden aangehouden, met ander volk in de kerk opgesloten en den volgenden dag overgebracht naar Leuven. Van uit mijn pastorij kon ik bemerken dat te Werchter en ook buiten het dorp in de richting van Tremeloo, het een huis na het andere in brand gestoken werd.

      De brandstichters naderden Tremeloo hoe langer hoe meer en rond half zeven ’s avonds, werden op een boogscheut afstand van mijn pastorij twee huizen, dat van Lucas Goris en dat van August Michiels, in brand gestoken. Het is alsdan dat ik besloot samen met mijn huisgenooten de pastorij te verlaten om elders de nacht te gaan doorbrengen. Ik begaf mij samen met mijne meid naar de pastorij van Bael, mijn onderpastoor zocht een nachtverblijf op het gehucht genaamd Bolloo.

    28 augustus – Brandstichtingen.

      Den 28 augustus in den morgend meende ik naar Tremeloo terug te keeren. Op het gehucht Langerechte gekomen werd ik door de parochianen gewaarschuwd dat de Duitschers in het dorp waren, alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf ik mij door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar ik eenige oogenblikken later samen met den pastoor van ’t Goor door de Duitschers aangehouden werd en overgebracht eerst naar Aerschot en later naar Duitschland.

    Wat gebeurde er in mijne parochie den 28 augustus?

      De Duitschers die den 27 rond half zeven ’s avonds hun vernielings werk gestaakt hadden, kwamen den volgenden dag in den vroegen morgen terug om hun werk voort te zetten. Het eerste huis dat dien dag in brand gestoken werd, was dit van Arthur De Loge; daarna kwamen zij aan het huis van Victor Goossens die zijne woning nog niet verlaten had.

      Victor Goossens, schatbewaarder der kerk, was een ouderling van 70 jaren. Hij werd door de Duitschers aangegrepen en afgetast; men vroeg hem of er nogt iemand binnen was? Of er nog geld in huis was? Nadat Goossens op beiden vragen had neen geantwoord, werd het huis in zijne tegenwoordigheid in brand gestoken.

    Bl. 11b

    Dan werd Goossens verplicht de Duitschers van huis tot huis te vergezellen en gedwongen getuige te zijn van al hunne brandstichtingen.

      Vele menschen werden weer als Victor Goossens in hun huis verrast door de Duitschers. Zij werden aangehouden en onder hunne oogen werd hun huis in brand gestoken zonder dat het hun gegund werd een en ander uit de vlammen te redden. De Duitschers schenen er een heimelijk plezier in te hebben zulks te weigeren. Vrouw Karel De Ryck bidde en smeekte om toch haar dieren te mogen loslaten : het werd geweigerd en de dieren moesten levend verbranden; bij haren gebuur nochtans gingen Duitschers zelf de dieren losmaken. Guilielmus Castermans vroeg insgelijks zijn varkens te mogen loslaten : zwijnenvleesch is goed als het gebraden is, gaf men hem voor antwoord.

      Onder de personen die uit hun huis gehaald werden en het in hunne tegenwoordigheid moesten zien in brand steken, bevond zich eene vrouw van 85 jaar de genaamde Maria Theresia Vereecken, weduwe Balthasar Uytterhoeven. Hare smeekingen vermochten niet de Duitsche harten te vermurwen. Samen met andere parochianen werd zij als vee vooruit gedreven naar Werchter en in de kerk opgesloten. ’s Anderendaags mocht zij terugkeren naar de rookende puinen harer woning.

      Terwijl een groep Duitschers de huizen in het dorp en langs den steenweg op Schrieck afbrandden, waren er anderen bezig de overgebleven huizen van Veldonck door het vuur te vernietigen; anderen nog meenden de overwinning van het Duitsche vaderland te bewerken met de woningen der boterstraat in asch te leggen. Onder de huizen den 19 augustus op Veldonck afgebrand bevond zich dit van den genaamden Joseph Buedts. De arme man had met vrouw en kinderen zijnen intrek genomen in een bakhuis dat in de nabijheid zijner woning den 19 augustus was gespaard gebleven. Dit bakhuis werd den 28 augustus insgelijks de prooi der vlammen, hetgeen bewijst dat de Duitschers de hen opgelegde taak met nauwgezetheid volbrachten.

      Al te samen werden in Tremeloo afgebrand :
    Den 19 augustus 40 woningen;
    Den 27 augustus 3 woningen;
    Den 28 augustus 172 woningen;
    Daarenboven het gemeentehuis, vier schoollokalen, de bijgebouwen der pastorij en de tramstatie.

      Het is heel zonderling dat kerk, pastorij en Gildehuis gespaard bleven. Dit meen ik te mogen dank weten aan Maria, patrones der parochie onder den titel van O.L.Vr. van Bijstand.

    Bl. 12a

    Van af de eerste dagen van den oorlog werd haar beeld in de kerk ten toon gesteld en versierd.

    Een kind doodgeschoten.

      De burgers welke de Duitsche brandstichters den 28 augustus verzameld hadden in het dorp van Tremeloo en langs den steenweg van Tremeloo naar Schrieck werden vooruitgedreven tot op het grondgebied dezer laatste gemeente. Gekomen omtrent aan de plaats het Kruispunt genaamd, waar de steenwegen Tremeloo – Goor en Schrieck – Busschot elkander kruisen, gaven de Duitschers aan de aangehoudene burgers bevel zich naar Antwerpen te begeven. Daarop gingen eenige burgers den weg in naar Schrieck, anderen verwijderden zich langs den tegenovergestelden kant, het meestendeel volgden den steenweg naar ’t Goor, de Gommerijstraat genaamd.

      In de Gommerijstraat bevonden zich reeds eenige andere inwoners van Tremeloo en Grootloo die onmiddelijk de vlucht genomen hadden toen zij hoorden dat de Duitschers in optocht waren. Onder dezen bevond zich de genaamde Maria Catharina Janssens, echtgenoote van Edmond Schoovaerts, vroeger koolmijnwerker, thans soldaat bij het belgisch leger. Voor den oorlog verbleven Edmond Schoovaerts en zijne huisvrouw in het Walenland. Bij het uitbreken van den oorlog moest Schoovaerts het leger vervoegen; zijn vrouw verliet alsdan het Walenland om zich met haar kind te huisvesten bij Jan Van Essche, wonende op de gemeente Schrieck, parochie Grootloo.

      Vrouw Schoovaerts droeg haar tweejarig kind, Anna Maria, op den arm. Bij de aankomst der laatste vluchtelingen in de Gommerijstraat, kwamen de bewoners dezer straat nieuwsgierig buiten geloopen om te vragen wat er in Tremeloo gaande was en wat al dien rook beteekende. Op dit oogenblik werd er door de Duitschers in de richting der Gommerijstraat geschoten zoodanig dat de aanwezige burgers de kogels in hunne nabijheid hoorden fluiten. Iedereen sprong weg : deze in de grachten langs de straat, anderen vluchten in de huizen. Het kind dat vrouw Schoovaerts op den arm droeg werd getroffen door een kogel in den mond en was op slag dood.

      Dit gebeurde op het grondgebied der parochie Grootloo. Ik heb dit feit eventwel willen aanteekenen omdat het nauw verbonden is met de vorige gebeurtenissen op mijne parochie.

    Bl. 12b

    Waarom nog gebrand?


      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich van ’t begin af ten opzichte van de Duitschers zeer correct gedragen, en hebben zich aan niet de minste daad van geweld plichtig gemaakt. Den 19 augustus, wel is waar, werd een Duitscher door de burgerwacht, wettig ingericht, gevangen genomen; doch deze gevangene werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Duitschers honger leden, was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Ter loops een woord over de gevangenneming van dezen Duitscher. Een hussard der dood te paard en gaande alleen patroeljeerde den 18 augustus op het gehucht Veldonck. Hij werd bemerkt door vier burgerwachten, de genaamden Van Houtvink Bernard, Van Cleynenbreugel Victor, Bosmans Karel en Jennes Leonard. Deze verborgen zich langs den kant van den weg en toen de Duitscher omtrent hunne schuilplaats gekomen was, sprongen ze eensklaps voor zijn paard met geen ander wapen dan een ongeladen revolver waarmede Van Houtvink den Duitscher bedreigde. Deze wilde zich doen doorgaan voor een engelschman, doch onze mannen lieten zich niet om den tuin leiden en rukten den Duitscher uit den zadel en brachten hem als krijgsgevangen naar het dorp. De aangehoudene was geboortig van Dantzig.

      Ik ben stellig overtuigd dat geen enkel Duitscher ooit geweten heeft dat een hunner mannen door burgerwachten van Tremeloo werd aangehouden, en dus is het ook wel zeker dat dit feit geen aanleiding heeft kunnen geven tot brandstichtingen. Ten andere ware dit geweest dan zou de Duitsche hoofdman mij zulks den 19 augustus wel verklaard hebben. Personen die den 28 augustus aan de Duitschers vroegen waarom zij de huizen in brand staken? Kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten. Denzelfden dag toen de eerw. Heer onderpastoor op den steenweg van Aerschot – Lier aangehouden werd en vroeg naar de reden zijner aanhouding, kreeg hij eveneens voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten.

    Tremeloo kermis.

    Bl 13a

      De kermis van Tremeloo wordt jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus; dit was in het jaar 1914 den 30 van die maand. Den 28 was Tremeloo afgebrand : overal met dan rookende puinen. Dat niemand lust had om kermis te vieren hoeft niet gezegd. Den 28 was geen mensch in Tremeloo gebleven; doch den volgenden dag begonnen de menschen stilaan terug te komen want de Duitschers hadden het dorp verlaten. De eerste burgers die terug kwamen waren zij die bedacht waren op roof en plundering. In den nacht van 29 tot 30 augustus werd de pastorij bezocht en wat er kostbaar gevonden werd, zoals zilverwerk, werd geroofd.

      Den 30 in den morgend kwam zich op de pastorij vestigen mijn vorige werkman met gans zijn huishouden. Van dan af tot aan den terugkeer der Duitschers mocht geen enkel burger nog op de pastorij komen, zelfs degenen niet die voornemens waren een of ander in veiligheid te brengen. Aangaande de gebeurtenissen van die dagen heb ik van mijnen werkman niet anders kunnen vernemen dan dat er op de pastorij belgische officieren vernacht hadden, dat hij de burgers belet had op de pastorij te komen en dat hij het niet geraadzaam geoordeeld had iets in veiligheid te brengen.

      Gelijk de pastorij bezocht geweest was door roofvogels, zoo werden andere huizen ook bezocht en al wat de prooi der vlammen niet geworden was, werd de prooi der roovers ten minste daar waar de eigenaars niet teruggekeerd waren.

      Waren er in 1914 geene tenten en danszalen, toch waren er menschen die op eene andere manier kermis vierden, en vermaak en lust vonden in het goed van hunne ongelukkige medeburgers te rooven.

    Een burger verminkt.

      De genaamde Jan Baptist Minnen, een ouderling van 77 jaren, wonende te Tremeloo op het gehucht Grijze stee was den 5 september aan den arbeid op zijnen akker dicht bij de Dijle gelegen. Aan den overkant der rivier verschenen eenige Duitschers die op hem riepen. De man verstond hen niet doch stak zijne handen omhoog. Zij schoten op hem en raakten hem in zijnen rechterarm die verbrijzeld werd. Daarop vluchtte de man weg en werd gelukkiglijk niet meer getroffen. Later is zijn verbrijzelde arm afgezet in het gasthuis te Lier.

    Bl. 13b

    De gebeurtenissen van september.


      Tusschen 28 augustus en 14 september waren er in de parochie geene Duitschers meer te zien. Den 2 september had een nieuwe uitval plaats van het Belgisch leger. Belgische kanonnen te Tremeloo opgesteld beschoten Werchter en verjoegen den vijand die dat dorp bezet hield. Dan vertrokken de Belgische troepen verder op naar Werchter en Wackerzeel om daar den vijand aan te randen. Volgens mij verzekerd wordt is Koning Albert per automobiel tweemaal door Tremeloo gekomen, namelijk, den 4 september. Dit feit werd ons ook gemeld in de kerk van Aerschot.

      Den 10 september kwam de eerw. Heer pastoor van Bael naar Tremeloo om de heilige speciën weg te halen.

      Den 12 en 13 september trokken de Belgische troepen zich terug naar de vesting van Antwerpen. Den 13 rond den avond hebben de Duitschers het dorp beschoten. Er zijn alsdan drie bommen op de kerk te recht gekomen. Deze hebben de raam der vunt volkomen verbrijzeld, drie geschilderde ramen erg beschadigd en een weinig schade toegebracht aan eene statie van den kruisweg. Het dak van kerk en toren werd beschadigd door mitraljeuzen.

      Den 14 september rond 8 ure ’s morgens deden de Duitschers op nieuw hunne intrede in het dorp. Zij vestigden zich in de huizen die de prooi der vlammen niet geworden waren. In het dorp zelf was niet veel meer te rooven, doch op het gehucht Cruys werden de winkels leeggeplunderd. De molen van Cruys toehoorend aan Petrus Liekens, en gelegen op het grondgebied der gemeente Keerbergen, werd dien dag afgebrand.

      De Duitschers die zich tusschen 14 en 27 september in Tremeloo vestigden waren niet talrijk. Zij hielden zich onledig met al wat in den grond en elders verborgen was op te zoeken. Linnen en beddedeksel werd door hen geroofd. het overige dat zij lieten liggen werd door burgerlijke dieven weggehaald. In die dagen werden onrechtveerdigheden begaan door menschen die ik vroeger onder de eerlijkste der parochie zou gerekend hebben. Die onrechtveerdigheden hebben natuurlijker wijze hunne godsdienstige gevoelens geknakt.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens werd Tremeloo overstroomd van Duitsche troepen op weg naar Antwerpen.

    Bl. 14a

    De inwoners van Tremeloo die het gewaagd hadden tusschen 14 en 27 naar huis terug te keeren, namen nu wederom de vlucht of werden door de Duitschers verdreven op enkele uitzonderingen na waaronder Joseph Wouters en Bernardina Pardon.

      In den nacht van 27 tot 28 september hebben de Duitschers in de kerk geslapen. Het is dan dat zij de kerkgewaden uit de sacristij gehaald hebben volgens alle waarschijnlijkheid om er op te slapen of zich er mede te dekken. In alle geval na den 28 werden de kerkgewaden gevonden in de kerk op den vloer, te midden van stof en vuiligheid. Toen Joseph Wouters den 28 september, na het vertrek der Duitschers, in de kerk kwam, brandde op de communiebank eene bougie die bijna opgebrand was en die zeker het vuur zou medegedeeld hebben aan het communiekleed en het strooi door de Duitschers in de kerk gebracht, ware die man niet gekomen op den gepasten oogenblik om zulks te verhinderen.

      Het is waarschijnlijk ter gelegenheid van dit bezoek der Duitschers in de kerk dat al de offerblokken opengebroken werden en de brandkast op de koor en in het tweede sacristij of bergplaats eene ijzere kas verbrijzeld. Alsdan ook is uit de kerk verdwenen ongeveer 80 pond was.

      De deur der brandkast op de koor had aan alle pogingen der Duitschers wederstaan. Dan hebben zij eene groote holte gekapt in den muur nevens de brandkast links. Alzoo gelukten zij erin een gat te kappen in de zijkant der brandkast die niet uit gepantserd staal vervaardigd was zooals de deur der brandkast. Doordie opening konden zij nu de hand in de brandkast steken en deze langs binnen onderzoeken. Enkel eene zilveren remonstrans bevond zich in de brandkast. Den 28 september was deze remonstrans nog ongeschonden.

      Nog eenige Duitschers waren in Tremeloo gebleven na den verderen optocht van hun leger naar Antwerpen. Op de pastorij was al den wijn en al het linnengoed en al het beddegoed verdwenen. Er werden daar ook twee brandkasten opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven ongeveer drie honderd franken in geld. In de sacristij was de brandkast nog ongeschonden. Deze bevatte de kerkregisters en de gewijde vaten.

      Twee Duitschers die hunnen intrek hadden in het huis van Jan Van Casteren nabij de tramstatie, kwamen den 30 september of 1 october naar de sacristij en kapten eerst de brandkast uit den muur; dan verbrijzelden zij deze met eene bijl.

    Bl 14b

    Dit werk duurde van ’s morgens tot tegen den middag. Het werd door verschillige personen gehoord die naderhand zijn gaan zien wat er gebeurd was. Mathilde Michiels bevond zich in het Gildehuis in de nabijheid der sacristij; Joseph Wouters bevond zich in de kerk. Terwijl de roovers in de sacristij hun werk verrichtten zijn Duitsche officieren in de kerk geweest, een is zelfs vooruitgegaan tot aan de communiebank en heeft met de roovers gesproken. Dit bewijst ten stelligste dat de plunderingen geschied zijn onder het welwillend oog van zekere officieren.

      De Duitsche roovers hebben de registers der kerk laten liggen, doch de gewijde vaten hebben zij medegenomen naar het huis van Jan Van Casteren. Daar hebben zij tegen den avond beproefd deze te smelten in eenen ketel van gegoten ijzer. Daartoe hadden zij een hevig vuur aangelegd en den ketel gansch gloeiend gestookt. Zij moeten geene kans gezien hebben den gewenschten uitslag te bekomen, want eenige dagen later werd de ketel met de gewijde vaten, deels nog in goeden staat, teruggevonden in den waterput van de familie Van Casteren.

      Den 28 september bevond de remonstrans zich nog ongeschonden in de brandkast der koor. Twee of drie dagen naderhand lag zij verbrijzeld in de kerk. De opening die de Duitschers in den zijkant der brandkast gemaakt hadden was te klein om er deze door te halen; zij werd ongetwijfeld met geweld aan stukken gerukt en zoo uit de brandkast gehaald.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Duitsche officier die twee zusters in het klooster heeft en goede katholiek is : deze heeft een groot deel van het priestergewaad alsook de stukken van de remonstrans, een kelk en eene ciborie doen overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben. Deze officier heeft bij de eerw. zusters een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijne bloedverwanten te zenden.

    Namen en aanteekeningen.

      Volgens ik vernomen heb van Joseph Wouters zou de pastorij in 1914 maar eenmaal bewoond geweest zijn door duitsche officiers, namelijk toen het duitsche leger in zijnen optocht naar Antwerpen door Tremeloo kwam den 27 september. Voor dezer aankomst was er nog veel wijn op de pastorij, na hun vertrek was alles verdwenen. De brandkasten waren opengebroken, in de zaal der pastorij had men verkens gejaagd. Met reden zullen wij dan veronderstellen dat den 27 september op de pastorij verbleven hebben de officieren wier namen vermeld waren op de deuren van de slaapkamers der pastorij.

    Bl. 15a

      Op de voordeur der pastorij stond de aanteekening II/14

      Op de slaapkamer van den eerw. heer pastoor : Lt. Umann en Lt. Streye. Op de kamer van den eerw. heer onderpastoor : Hptm. Amann en officiersmeis I komp. Op de kamer der meid : Lt. Wernisch; Lt. Stieglandt en Dr. Falta. Op de eerste logeerkamer : Oberst Wacke en Oberst Jozek. Op de tweede logeerkamer : Vc dt Spevae en Thalta.

    Wie heeft de pastorij geplunderd.

      Het valt niet te betwijfelen dat de Duitschers de groote plichtigen geweest zijn. Het is volstrekt zeker dat zij de brandkasten hebben opengebroken, bijna al de wijn en ook beddeksel hebben gestolen. Er hoeft evenwel bijgevoegd dat burgers ook aan de plundering hebben meegedaan. Tusschen 28 augustus en 14 september werd er op de pastorij wijn gedronken; de belgische troepen ook hebben eenige flesschen opgeëischt en daarvoor een bon achtergelaten. Een persoon door mij van diefstal overtuigd heeft in Februari 1915 eene gansche mand linnengoed en ook schoenen en andere voorwerpen teruggebracht. Twee personen die thans overleden zijn, Norbertus Heilighen en zijne huisvrouw, hebben gezien welke personen matrassen van de pastorij weghaalden. Aan vrouw Heilighen heb ik gevraagd aan het gerecht te willen verklaren wat zij gezien of van haren man gehoord had. Zij durfde niet. Aan mij heeft ze de namen der plichtigen bekend gemaakt op voorwaarde dat ik haar niet voor het gerecht zou roepen als getuige.

    Getuigenissen die betrekking hebben op feiten hooger aangehaald.

    Getuigenis van Maria Van Eyken, vrouw De Ryck.


      Wij waren naar den Loozenhoek gevlucht. ’s Morgens kwam ik met mijnen man naar het dorp om mijne beesten eten te geven. Toen dit werk gedaan was ging mijn man maar seffens terug naar onze kinderen. Vijf minuten later meende ik ook te vertrekken, maar als ik voor ons hof kwam stond er aan het huis van den secretaris een Duitscher met het geweer schietens gereed. Hij riep dat ik moest bij hem komen. Ik ging en hij kwam mij tegen tot aan het huis van Jef Coenen en vroeg of er iemand in dat huis was.

    Bl. 15b

    Ik zegde neen, die zijn gevlucht. Dan stampte hij de ruit kapot en stak het aan de gordijn in brand. Ik vroeg of ik mocht naar huis gaan om mijne beesten los te maken? Neen, zegde hij, hier blijven. Dan kwamen er nog vier Duitschen bij met Victor Goossens. Drie gingen op het hof van Edmond Anthonis; schoten den hond dood en gingen in stal en schuur om ze in brand te steken. Met de twee andere Duitschen moesten wij naar ons huis opgaan, en ik heb wel tienmaal gevraagd om onze beesten los te maken. Zij vroegen of er geen belgische soldaat in huis was? Ik zegde neen. Ik vroeg weer om mijn beesten los te maken? Ik mocht niet. Zij staken mijn huis in brand en mijne beesten moesten verbranden : eene koei, eene veers, een vet kalf, twee geiten en twee vette varkens. Als ik in het dorp aan Godier was brandde reeds alles. Wij moesten met de Duitsche troepen meegaan. In de Bolloo haalden zij Antoon Schoovaerts en zijne vrouw uit hun huis en gingen in de schuur; doch, wij moesten voortgaan, wij mochten niet omzien. Aan Victor Hermans moesten wij blijven staan en zij staken stal en schuur in brand. Dan moesten we weer voort tot aan Medard De Winter en daar staken ze weer aan stal en schuur in brand. Aan Amandus Van Dievel vroeg de Duitsche overste of er geene belgische soldaten waren, en er was een die zegde dat er belgische soldaten waren te Heyst-op-den-berg. En dan moesten wij voor de duitsche troepen gaan. En ik en Lien Van Loo zijn gaan loopen op den Schriekschen steenweg naar den ouden Dyck. En als wij er drij stappen ingeloopen waren dan schoten ze naar het volk en schoten in den arm eener moeder haar kind dood.

      Als wij in het huis van mijne schoonzuster waren te Bael, als den Duitsch naar Antwerpen ging, toen moesten wij uit het huis en den duitsch nam er zijn verblijf in; hij nam ons brood af. Ik vroeg er een van voor ons kinderen een boterham te geven en ik kreeg geen : gij moogt dat niet, zegde hij. En ze namen de kiekens en varkens en slachten ze voor hen.

      Maria Van Eycken (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Michiels-Beirinckx

      Den laatsten vrijdag van augustus 1914 kwamen hier vier Duitsche soldaten rond zes ure en kwaart ’s morgens, juist als ik met mijn peerd buiten kwam; zij hadden hunne geweeren schietens gereed. Seffens moest ik mijne handen omhoog steken om mij te laten aftasten; toen zegden zij dat zij mijn huis kwamen in brand steken.

    Bl. 16a

    Ik vroeg hun of ik mijn paard mocht inspannen, dat ik nog kleine kinderen had en er oude lieden bij ons waren, daar mijn oom en tante den nacht bij ons hadden doorgebracht. Dit wierd mij toegestaan, maar we mochten niet meer in huis komen om iets mede te nemen. Mijne vrouw die een pak wolle sargiën die in huis gereed stonden om op de kar te laden wilde redden, wierd den revolver op het hart gezet. Hij pakte het pak uit hare handen en wierp het terug in huis waar het moest verbranden. Seffens ging er een soldaat den stal in, maakte de koe los en liet de varkens uit hun kot en stak het vuur aan in de schuur, terwijl een ander het vuur aanstak in huis in de kleerkas. Toen zijn wij met hen moeten medegaan langs den steenweg op Schrieck. Aan den secretaris stonden nog soldaten te wachten; twaalf soldaten te peerd reden voor mij : daar moest ik achter rijden. Achter mij kwamen nog eenige burgers en dan voetvolk van soldaten. Onderweg hebben zij nog drij huizen in brand gestoken. Aan de kruisbrug bleven zij staan en toen zegde de overste dat wij naar Antwerpen moesten en onderweg de menschen verwittigen dat zij in aantocht waren en moesten vluchten.

      Jos Michiels (handtekening)

    Getuigenis van Guilielmus Van de Velde.

      Ik Guil. Van de Velde oud 73 jaren geboren en wonende te Tremeloo (Veldonck) heb gezien dat 9 Duitsche soldaten op het einde van augustus 1914 de huizen moedwillig in brand staken, wel 25 voor het minste dat ik gezien heb, en eenige dagen later als ik aan mijne afgebrande woning was hebben vier duitsche soldaten mij afgetast en mijn geld dat ik op zak had (4 fr. op 10 centiemen na) afgenomen; en dan hebben zij mij medegenomen naar het dorp en in een huizeke – het eenigste dat in het dorp was blijven staan en waar zij hunnen t’huis hadden – opgesloten en een uur of 3 nadien hebben zij mij weer vrij gelaten. En mijne vrouw hebben ze ook gepakt en eenen nacht in de kerk van Werchter opgesloten en ’s morgens weer in vrijheid gelaten.

      G Van de Velde (handtekening)

    Bl. 16b

    Getuigenis van Victor Hermans.


      Tremeloo den 9 februari 1919

      Den 28 augustus 1914 heb ik ’s nachts op 25 meters van ons huis geslapen in den kant. Om 3 ure ben ik opgestaan om mijne koeien te voederen. Mijne vrouw en kinderen waren ’s avonds uit vrees vertrokken. Om 5 ure hoorde ik niets en ging wat rusten op eenen stoel en een uur later hoorde ik in de buurt dorschen en dacht dat er niets was. Ik plaatste mij aan de tafel op eenen stoel en viel in slaap. Om half zeven a zeven ure hoorde ik de Duitschers op straat en keek door het venster. Ik zag er andere te peerd aan de We. Van Woensel. Ik dierf ons huis niet verlaten en deed de deuren los. Weldra hoorde ik de Duitschers mijn hof op stappen en schoten door het venster naast mij zonder binnen te komen. Ik opende zelf de deur en groette ze zeggende : heb medelijden met ons wij kunnen er niet aandoen aan den oorlog. Zij riepen : handen omhoog, en hij stak met zijne bajonet tot tegen mijn aangezicht met een streng gebaar maar stak niet. Een ander soldaat riep : tast hem af, wat hij ook deed. Hij haalde uit mijne zakken mijn geld omtrent 0.40 fr en gaf het mij terug; joeg mij op den steenweg en kwam bij eene kar met andere dorpsgenooten vergezeld met een Duitscher. Toch liet men mijne koeien los en vroeg naar de Luitenant. Na meer dan tien minuten daar gestaan te hebben stak men mijne woning in brand mij vragende of er geen personen meer in waren. Ik zegde neen in bijzijn van Frans Claes; Guil. Castermans; Ed. Van Leemputten; Victor Goossens; Joseph Michiels en zijne vrouw; We. Van Woensel; Antoon Schoovaerts; enz. Wanneer het in volle brand was, werden wij naar Schrieck opgezonden met een soldaat bij ons. De soldaat en zegde dat wij naar Antwerpen moesten gaan en dat niemand ons iets zou zeggen; wat wij dan deden. Als ik in Schrieck was kwamen de menschen buiten naar al die rook vragende. Maar de Duitschers begonnen op eens gaan te schieten en schoten op enkele meters afstand van mij een kind in de armen van den drager dood. Ik vluchtte langs Heyst-op-den-Berg naar Lier voor eene week en kwam terug tot het Belgisch leger naar Tremeloo kwam en daarna ben ik weer gevlucht naar Heyst-op-den-Berg, zoo naar Lier Antwerpen en de grenzen van Holland. Van daar naar Kortrijk en Issegem in Westvlaanderen tot omtrent 1 november als wij terug in Tremeloo kwamen

      V. Hermans (handtekening)

    Bl. 17a

    Getuigenis van Guilielmus Castermans

      Den 28 augustus 1914 in den morgend hebben de Duitschers mij uit mijn huis gehaald en geplaseerd tegen eenen mijner fruitbomen. Dan hebben zij mijn schuur, karkot en varkenskot met 12 zwijnen in brand gestoken, terwijl ik daar op 5 meters afstand moest blijven staan op zien. Ik sprak hen aan op zeer beleefden toon : heeren daar zitten nog zwijnen in. Zij antwoordden mij : zwijnevleesch is goed als het gebraden is. Dan hebben ze mij op de groote baan gebracht met andere menschen van mijn dorp en ons vooruit gedreven als eene kudde schapen van huis tot huis, en als zij nog andere huizen in brand staken moesten wij daar blijven staan zien tot alles in volle vlam was. Ik wilde vluchten, doch het mislukte mij; terwijl ik vluchtte kreeg ik wel 13 geweerkogels naar mijnen kop waar mij toch geenen enkelen heeft getroffen. Dan moesten wij verder tot op het grondgebied van Schrieck. En daar hebben ze nog geschoten en is een kind van 2 jaar in de armen zijner moeder doodgeschoten.

      G. Castermans (handtekening)

    Getuigenis van Lod. Morris, wonende Schrieck, Grootloo.

      De genaamde Henri Collart van Kesselloo met vier andere vluchtelingen had bij mij de nacht overgebracht tusschen 25 en 26 augustus. Den 26 augustus meende hij terug te keeren naar Kesselloo, doch hij geraakte niet door en kwam terug bij mij in den namiddag rond 3 ure. Een weinig later vertoonden zich 30 à 40 uhlanen op den steenweg langs den kant van Tremeloo. Collart en mijn zoon Karel vluchtten het veld in toen ze deze bemerkten. Doch zij ook werden bemerkt en aangehouden op honderd meters afstand van mijn huis. Zij moesten hunne zakken ledig maken en hunne handen omhoog steken. Uit den zak van mijnen zoon viel eene som van ongeveer 260 fr. in papieren geld. Hij vroeg of hij dit mocht oprapen. Dit werd hun toegestaan. Dan werden zij medegenomen naar den steenweg en verder in de richting van Grootloo. Gekomen aan de Raam werden zij op het land geplaatst met hunne handen omhoog. Terwijl ze daar stonden werd er op hen geschoten. Collart was getroffen en viel. Hij werd naderhand met de lans doorboord. Mijn zoon werd de klak van zijnen kop geschoten en speelde den doode alhoewel niet geraakt. De overste zond een man waarschijnlijk om beiden nog met de lans te doorsteken. Mijn zoon bemerkte dit en koos het hazenpad. Er werd nog wel dertigmaal naar hem geschoten doch gelukkiglijk zonder hem te raken.

    Bl. 17b

    Hij geraakte over de Raam in de bosschen tusschen het kreupelhout waar hij zijn leven heeft behouden. Naderhand is mijn zoon gevlucht naar Oostende en zoo naar Frankrijk waar hij gedurende twee jaren eene school bestuurd heeft. Dan heeft hij als brancardier dienst genomen in het leger.

      Moris L. (handtekening)

    Getuigenis van Jan Baptist Minnen, Tremeloo.

      Ik ondergeteekende verklaar den 5 september in het jaar 1914 op mijnen akker aan den arbeid te zijn geweest tegen de Dijle. Er kwamen op de richting van mij eenige Duitschers aan langs den anderen kant van de rivier die op mij riepen en ik riep dat ik hen niet verstond terwijl ik mijne armen omhoog stak. Maar niets kon baten ; zij schoten naar mij en mijnen rechter arm wierd verbrijzeld. Ik ging loopen terwijl zij nog maar altijd vuur op mij gaven. Gelukkig wierd ik niet meer getroffen. Jan Baptist Minnen geboren te Booischot den 15 october 1837.

      Voor vader Jos Minnen (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Wouters.

      Den 13 september rond den avond hebben de Duitschers op de kerk geschoten en hier en daar in het dorp. Den 14 september is de vijand terug binnengekomen. De bevolking was bijna gansch weggevlucht. De huizen die nog recht stonden werden bezet door een klein getal Duitschers. De groote hoop toen ze naar Antwerpen trokken, heeft maar een nacht hier geweest. Toen hebben ze in de kerk gelegen. Toen ook werd de pastorij geplunderd. Ik heb gezien dat ze alles uit den grond haalden wat de menschen weggestopt hadden. Daarvan namen ze hemden en sargiën ; het overige lieten ze liggen. Kiekens werden doodgeslagen en opgeëten. Verkens werden op wagens geladen en weggevoerd. Hetgeen de Duitschers aan kleergoed hadden laten liggen werd door de burgers weggenomen.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    vervolgd



    28-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-3
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

    Bl. 18a

    Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

      Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

      Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

      Phil. Feyaerts (handtekening)

    Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

      Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

      Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

    Bl. 18b

    2e Getuigenis van Wouters Joseph.


      Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

      Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

      Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

      Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

    Bl. 19a

    Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

      Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

      B. Pardon (handtekening)

    Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

      ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

    Bl. 19b

    Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

      Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

    Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

      Geliefde zusters,

      Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

      Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

    (*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
    (**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


    Bl. 20a

    Belangrijkheid der schade.
    Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


      Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

      De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
    Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
    Voor de meubelen 1169,71 fr.
    Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
      Meubels en archieven 12400,00 fr.
    Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
    Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
    Gendarmerie 21603,51 fr.
      Samen 91.071,65 fr.

      Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
    Kerk.

    Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
    Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
    In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
    Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
    Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
    In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
    In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

    Bl. 20b

      Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

    In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
    Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

    Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
    Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
    Samen 7084,68 fr.

    Pastorij

      Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
    Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
    Samen 3197,80 fr.

    Vrije bewaarschool.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

    Congregatie.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

      Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

    Bl. 21a

    Hoofdstuk VII

    De dagen die op den inval volgden.


      De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

      De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

      De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

      Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

      In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

      In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

    Bl. 21b

      Mijnheer de Pastoor,

     “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

     “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

     “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

      Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

      In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

     “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

     “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

     “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

      Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

      Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

    Bl. 22a

      In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

      Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

    Hoofdstuk VIII
    Latere gewelddaden.


      In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

      In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

    Bl. 22b

      Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

      Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

      De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

      Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

      Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

      Brüssel den 22 april 1916

      Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

      In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


    Bl. 23a

    Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

      Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


    Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

      1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

      2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

      3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

      4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

      Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

      Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

    Inbeslagneming van koper.

      Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

      Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

    Bl. 23b

    Hoofdstuk IX

      De Bezettingsjaren

    A. De Kerk.


      De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

      Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

      Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

      De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

      Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

      Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

      In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

      In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

    B. De goddelijke diensten.

      Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

      De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

    C. De eeredienst.

      Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

    Bl. 24a

    In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

      De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

      De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

    D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

      De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

    Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

    Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

    1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

      Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

      Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

    Bl. 25b

    De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

      Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

      Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

      Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

      Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

    Bl. 27

    Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

      Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

      De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

      Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

    2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

    Bl. 28

      Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

      Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

      Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

    3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

    4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

    a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

    b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

    c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

      Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

    vervolgd



    27-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-4
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 4

    Bl. 29

    Het naderen tot de H.H.Sacramenten.

      In 1915 en 1916 vermeerdering van communiën vooral toe te schrijven aan veelvuldige communiën der kinderen.

      De twee eerste jaren van den oorlog werd er veel onderstand uitgedeeld, en het Komiteit in zijn oordeelvellen over den nood was zeer breed. Alhoewel het komiteit steeds onpartijdig was in het uitdeelen van onderstand, bleven vele menschen toch bij de gedachte dat het hun voordeelig zou zijn hunne kinderen in de week naar de kerk te zenden. Personen die vroeger hunne godsdienstplichten niet onderhielden en die in ’t begin van den oorlog al gestolen hadden wat hun onder de handen viel, kwamen in 1915 alle veertien dagen of alle maanden te biechten en te communie. Wanneer ze de overtuiging hadden opgedaan dat ze daar niets mee verdienden, bleven ze weg.

      Ongevraagd of onverzocht had het Komiteit voor zekere familie eenen bijzonderen onderstand van het werk der oorlogsweezen bekomen. Later ingevolge eene verandering van reglement werd die onderstand geschorst. Nauwelijks had ik aan die familie dit slecht nieuws aangekondigd of de kinderen hielden op in de week naar de kerk te komen en tot de H.Tafel te naderen.

      In 1916 werd in de school eene tas melk gegeven aan een honderdtal der zwakste kinderen. De kinderen die ’s morgens communiceerden mochten in de school hunnen boterham gaan opeten, en kregen alsdan hunne tas melk of wel eene tas koffie. Later toen de melk te duur werd en de opeisching der boter in voege kwam, werd zulks veranderd. Waarschijnlijk is in die verandering eene reden te vinden van het afnemen der dagelijksche communie onder de kinderen.

      In 1917 en 1918 werd de onderstand merkelijk verminderd en aan een groot getal huisgezinnen werd door de nieuwe reglementen den onderstand geheel en al ontzegd : iedere maal ontstond er ten opzichte van den Voorzitter van het Komiteit (eerw. Heer Pastoor) blijkbare misnoegdheid. Elke verandering van reglement voor de verdeeling der eetwaren maakte eveneens misnoegden. Om die reden heb ik in november 1917 mijn ontslag als voorzitter en als lid van het Komiteit aangeboden.

      Eindelijk eene reden om het verzuimen der mis en het minder naderen tot de HH. Sacramenten uit te leggen vinden wij aangehaald door onzen Heer Jezus-Christus zelf : non potestis Deo servire et …… De twee laatste jaren van den oorlog waren voor bijna al onze menschen jaren van grote verdiensten. De gedachten stonden alleen op geld winnen en niemand bekommerde zich om de wijze waarop het verdiend werd; zelfs voor de nauwgezetste menschen waren alle winsten, diefstal alleen uitgezonderd, ten volle rechtveerdig.

    Bl. 30

      Eens het geld gewonnen moest er bij velen een middel gevonden worden om er van te genieten. De kermissen werden heringericht en wel zoodanig dat de kermissen van vroeger maar eene schaduw waren van de kermissen in 1917 en 1918. Waar vroeger honderd franken verkwist werden, besteedde men er nu ten minste twee duizend. ’t Is dan ook niet te verwonderen dat men minder hield van kerk en godsdienst, te meer daar in de kerk woeker en danspartij veroordeeld werden.

      De ondervinding leert het : ’t is enkel in den nood dat de mensch begrijpt afhankelijk te zijn van een Opperwezen dat hij dan ook aanroept. Wanneer hem alles toelacht en vooral wanneer geld toestroomt, dan vergeet hij gemakkelijk zijnen God, omdat het geld in zijn hart de plaats van God inneemt : “non potestis Deo servire et ……”.

    Plechtige communie der kinderen.

     Hier heb ik niets anormaal aan te stippen voor wat de deelneming betreft. Op twee uitzonderingen na hebben al de kinderen tot de jaren gekomen aan de plechtige communie deelgenomen. Die twee uitzonderingen waren kinderen van doorslechte ouders : een heeft tot den laatsten dag de oefeningen gevolgd en is niet omgezien den dag van de plechtige communie; de andere is weggebleven na van den eerw. Heer pastoor een kostuum gekregen te hebben.

     Het bijwonen van den catechismus van voorbereiding min regelmatig geweest dan vroeger bijzonder bij de jongens; en de eerste oorzaak daarvan moet gezocht worden in het onregelmatig sluiten en openen der scholen.

     Een woord ook over de kleeding der kinderen. In 1915 werden aan een groot getal kinderen kleederen geschonken door het armbestuur en den Heer pastoor die tot dit einde stof ontvangen had van eenen vriend. Onder de meisjes die stof ontvingen om zich een kleed te laten vervaardigen waren er deze die deze stof niet schoon genoeg vonden en er andere kochten : klaar bewijs dat de ouders zich aan aftruggelarij hadden plichtig gemaakt.

     Toen de volgende jaren de kleederen door zijne Eminentie bezorgd, uitgedeeld werden, achtte ik het noodig er op te drukken dat die kleederen den dag der plechtige communie moesten gebezigd worden. Die bepaling had voor gevolg dat er minder aanvragers waren. Dit getal werd nog geringer wanneer er niet meer dan katoenen kleederen te verdeelen vielen. Daaruit besluit ik dat sommige menschen zonder gegronde redenen onderstand vragen.

    Buitengewone diensten.

     De wekelijksche dienst voor de gesneuvelde soldaten werd in den beginne goed bijgewoond. Dit duurde eventwel niet lang en op het einde van 1915 trof men in die mis geene andere personen aan dan degenen die gewoonlijk naar de mis komen.

    Bl. 31

      Jaarlijks den 19 augustus om 10 ure heb ik een plechtig jaargetijde gedaan voor de gesneuvelde soldaten en medeburgers. Ik heb daartoe den 19 augustus verkozen omdat op dien datum alhier gesneuveld zijn zes soldaten en drie burgers. De twee eerste jaren werd dien dienst buitengewoon bijgewoond doch in 1917 en 1918 was dit veel minder.

      In 1918 van april tot december werd het H. Sacrament volgens verzoek van zijne Eminentie op den eersten vrijdag van elke maand gedurende twee uren uitgesteld : buiten eenige kinderen door de zusters opzettelijk aangezegd, en enkele godvruchtige personen, waren er geen aanbidders.

    De openbare zedelijkheid.

      De openbare zedelijkheid heeft tijdens den oorlog veel te wenschen overgelaten. Gedurende de vier oorlogsjaren heb ik 34 onwettige geboortens aangeteekend, waaronder een van eene soldatenvrouw. De openbare meening heeft nog andere soldatenvrouwen van zedeloosheid beticht. Ongetwijfeld is de werkeloosheid de oorzaak geweest van het zedenbederf. Vier en dertig onwettige geboortens gedurende de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918, dat is ruimschoots het dubbel van vroeger.

    E. De toestand der Vrije Scholen.

      Voor den oorlog bezat Tremeloo eene vrije bewaarschool en twee zondagscholen, eene voor jongens en eene voor meisjes.

      De vrije bewaarschool was ingericht door den eerw. Heer Verbeeck, vorige pastoor der parochie, ten voordeele van eene arme vrouw Maria Bosmans, die vroeger reeds eenig onderwijs verschafte aan kleine kinderen welke de ouders haar toevertrouwden tegen 50 centiemen per maand.

      Daar Maria Bosmans te oud geworden was had ik haar juist voor den oorlog op pensioen gesteld : de eerw zusters hadden de vrije bewaarschool overgenomen onder voorbehoud dat Maria Bosmans zou betaald worden gelijk vroeger en dat zij intusschen gratis het onderwijs zouden geven.

      Den 28 augustus 1914 werd het lokaal der vrije bewaarschool afgebrand, en daar er geen ander lokaal te vinden was om de kinderen te ontvangen, werden de toelagen ook niet meer uitbetaald. De gemeente nochtans is voortgegaan met jaarlijks 150 fr. te betalen voor Maria Bosmans. Verder heb ik voor haar 18 fr. per maand bekomen van het werk der bescheidene hulp.

    Bl. 32

      De toelagen voor de zondagscholen werden gedurende de bezetting regelmatig uitgekeerd; voor 1918 werden ze toegezegd, doch op heden 1 april 1919 zijn ze nog niet uitbetaald.

      Het programma bij de stichting dezer scholen bepaald, werd tijdens den oorlog ook gevolgd zonder dat eenige tusschenkomst der Duitse overheid zich heeft voorgedaan.

    F. Patronaten – Werken voor volwassenen – Liefdadigheidswerken

      Voor den oorlog bestond in de parochie een patronaat voor jongens bestuurd den E.H.Onderpastoor. dit patronaat was ingericht in het Gildehuis gebouwd in ’t begin van 1912. Daar in 1914 het meestendeel der schoollokalen afgebrand werden, bleef er geen ander middel dan klassen in te richten in het Gildehuis. Om die reden heeft het patronaat voor jongens, bij gebrek aan lokaal, sedert augustus 1914 tijdelijk opgehouden te bestaan.

      Een woord hier over de maatschappelijke werken der parochie.

      De Boerengilde was pas voor het uitbreken van den oorlog gesticht, en had nog maar twee of driemaal vergaderd. Daar het inrichten tijdens den oorlog niet gunstig scheen, werd dit werk dan ook tot later verschoven. Sedert januari 1919 is de Boerengilde in werking getreden.

      De veeverzekering was voor den oorlog zeer bloeiend : zij verzekerde meer dan zes honderd dieren. Alhoewel de veestapel sedert 1914 zeer verminderd was heeft zij eventwel hare werking voortgezet tot einde 1917. Doch het getal leden was aanhoudend verminderd en zou nog verminderen omdat de oorlog voor haar eenen anormalen toestand geschapen had. Om met meer kans van gelukken later te kunnen herbeginnen heeft de algemeene vergadering van Februari 1918 goedgevonden de werking der maatschappij tijdelijk op te schorsen.

      De pensioenkas is terug in werking getreden zoohaast de stortingen van hoogerhand aanvaard werden.

      De Spaar- en Leengilde heeft hare werking van af 1915 hervat en heeft tijdens den oorlog wezenlijke diensten bewezen door het uitleenen van geld voor aankoop van vee en voor het heropbouwen van woningen

    Bl. 33

    De belegde vergaderingen werden in gevolge de verordening van heer Gouverneur aan de Duitsche overheid medegedeeld. Slechts éénmaal hebben twee Duitschers zich op ene vergadering vertoond; andere last of moeilijkheden hebben wij langs dien kant niet ontmoet.

      De leden van Vincentiusgenootschap vergaderden vroeger alle zondagen na de hoogmis. Tijdens den oorlog heb ik meermaals beproefd die vergaderingen te hernemen. De leden kwamen dan eenige zondagen doch weldra was niemand meer te zien. Ik heb dan goed gevonden nog een weinig uit te stellen alvorens eene nieuwe poging te doen. De vergaderingen van het Vincentiusgenootschap beelden zich in dat dit genootschap nu geene reden van bestaan had omdat het Komiteit in alle noodwendigheden voorzag. Zij beseffen niet genoeg het geestelijk voordeel der bijeenkomsten.

    G. Het ontvoeren der werklieden.

      Den 18 november 1916 werden op de gemeente plakbrieven aangebracht waardoor al de mannen van Tremeloo van 17 tot 55 jaar verplicht werden zich naar Aerschot te begeven den 23 daaropvolgende. Zij moesten van het noodige voorzien zijn om desgevallend naar Duitschland te vertrekken.

      Zoo haast dit nieuws bekend was wilde iedereen naar de stad om zich kleergoed aan te schaffen. De stedelingen maakten van deze gelegenheid gebruik om geld te slaan op den rug der ongelukkige slachtoffers van de Duitschers. De prijzen van kleergoed en schoeisels werden van uur tot uur verhoogd. En toch zouden diezelfde stedelingen naderhand vuur en vlam spuwen tegen de boeren woekeraars.

      De gemeenteoverheid had eene lijst van werkeloozen aan de Duitschers medegedeeld. Het was voor de leden van den gemeenteraad, allen eenvoudige menschen, een moeilijken toestand. Werd de lijst niet gegeven dan zouden andere burgers naar Duitschland vervoerd worden en in grooter getal dan anders. Daarenboven geen enkel werkelooze zou op zich genomen hebben de familiën der weggevoerden door hun werk ter hulp te komen. Was het niet beter degenen die toch niets verrichten laten weg te nemen dan wel burgers die t’huis hoogst noodig waren? Was dit niet tusschen twee kwalen het minste kiezen? Zoo redeneerde de gemeenteoverheid.

      Zonder deze handelwijze der gemeenteoverheid te beoordeelen zonder goed of af te keuren, acht ik mij nochtans verplicht hier een woord te zeggen over de werkeloozen.

    Bl. 34

    1° Eenige persoonen, vooral huisvaders, hadden zich om den onderstand te genieten, ten onrechte werkeloozencertificaten doen afleveren.

    2° Sommige werkeloozen hadden geenwerk omdat zij er geen wilden, en op allerhande manieren trachten zij te ontsnappen aan het weinige dat hun gevraagd werd. Om niet te moeten werken verrichtten zij moedwillig slecht werk. Daar in de gemeente 215 woningen door den vijand vernield werden, had het komiteit besloten steen te bakken om alzoo de afgebranden ter hulp te komen en de werkeloozen werk te verschaffen : de moedwilligheid der werkeloozen heeft het Komiteit gedwongen na eene proef dit ontwerp te laten varen.

    3° Onder de werkeloozen waren ook eenige leegloopers, die binst den dag niet zelden den spot dreven met menschen die vlijtig werkten, en van den nacht gebruik maakten om zich middelen van bestaan aan te schaffen.

      Doch, niettegenstaande al hunne fouten en gebreken, het waren onze medeburgers; en daarom waren wij ten hoogste gevoelig aan het leed dat den vijand hun berokkend heeft met ze aan hunne familiën te ontrekken, om ze in een vreemd land de onmenschelijkste behandelingen te doen ondergaan.

      Het mededeelen van den lijst der werkeloozen werd in de gemeente verschillend beoordeeld volgens eigenbelang. De familiën der werkeloozen vonden het verkeerd, de anderen keurden het goed. Verhevene gevoelens die eigenbelang ter zijde laten, zijn hier in ’t algemeen niet gekend. Zelfopoffering beteekent hier opoffering voor zichzelf. Aldus de afkeuring van de eenen en de goedkeuring van de anderen waren niet anders dan de goedkeuring van de handelwijze der gemeente : allen zouden hetzelfde gedaan hebben.

      Eenige personen wier namen op de lijst der werkeloozen vermeld waren, werden aan het ballingschap bevrijd dank aan de tusschenkomst van Mr. Adriaen, geneesheer te Werchter. Eenige anderen door de gemeenteoverheid niet aangeduid, werden niettemin naar Duitschland vervoerd. De weggevoerden waren ten getalle van 33 waaronder 16 huisvaders en 17 ongehuwden.

      Hier laten wij de namen volgen der weggevoerden te beginnen met de huisvaders :

      Anthonis Ignatius, Baumans Alfons, Bouckhuydt Thomas, De Winter Alfons, Mastien Constant, Soetewey Alfons, Van Eyken Felix, Verhaegen Frans, Verschoren Alfons, Verstraeten Benedictus, Wouters Petrus, Van Woensel Jan Baptist, Verhoeven Andreas, Verhoeven Felix, Van Casteren Karel, Verhard Alfons.

    Bl. 35

      De Winter Gustaaf, Laureys Petrus, L’Enfant Jules, Leys Jan Baptist, Op de Beeck Frans, Storms Guilielmus, Van den Notelaer Frans, Van Eyken Jan Baptist, Verbeeck Frans, Verhoeven Lambert, Mattheus Felix, De Coster Joseph, Iwens Frans, Schoovaerts Lodewijk, Verelst Lodewijk, Storms August, Crabbé Isidoor.

      Een dezer de genaamde Van Eyken Jan Baptist, is, ten gevolge van de slechte behandelingen in Duitschland ondergaan, bezweken bij zijne terugreis naar het Vaderland, namelijk te Luik waar hij in het gasthuis gebracht werd.

      In Duitschland hadden de weggevoerde ongehoorde behandelingen te ondergaan met het inzicht hen tot het werk te dwingen. Dit blijkt uit de twee volgende getuigenissen die ik onder meer andere gekozen heb :

    Getuigenis van Alfons Soetewey te Tremeloo, Veldonck.

      Den 23 november 1916 was een der droevigste dagen van mijn leven. Even als zoveel andere jongens en huisvaders werd ik tegen wil en dank door de duitsche barbaren van vrouw en kinders weggerukt en naar Duitschland gestuurd.

      In Duitschland aangekomen werden wij in het kamp Weschede in barakken opgesloten als beesten in eenen stal, waar wij verbleven tot 1 maart 1917.

      Dan hebben ze ons naar Neerath bij Greevenbroek naar ’t werk gezonden, waar ik den zesden dag al bijna verongelukt was; zoodat ze mij met gebroken arm naar het gasthuis gedaan hebben, waar ik 42 dagen schrikkelijke pijnen, ijselijken honger en veel verdriet doorstaan heb.

      Toen mijn arm half hersteld was, moest ik terug naar ’t werk, waar ik meer slagen dan eten gehad heb, als men bieten- en raapkoolsoep en een hap slecht brood wilt eten noemen.

      Het is onmogelijk al het lijden en de ellende te beschrijven die ik daar uitgestaan heb zoo 9 maand en 7 dagen lang, en waar ik een gebrek gehaald heb voor mijn leven lang, want mijn arm doet nog altijd zeer, en nooit zal ik voor vrouw en kinderen er nog kunnen den kost mee verdienen.

    Handtekening Alfons Soetewey

    Bl. 36

    Getuigenis van Anthonis Ignatius.

      Den 23 november 1916 werd ik met een dertigtal andere burgers van Tremeloo op den kontrool te Aerschot aangehouden en weggevoerd naar Duitschland. Bij onze aankomst in het kamp te Weschede werd ons voorgelezen : “gij zijt juist als gevangene soldaten, gij moet als zulke gehoorzamen.”

      In het kamp kregen wij : ’s morgens een halve liter soort van pap; ’s middags een liter soep of pap; ’s namiddags ongeveer 200 grammen brood. ’s Avonds een liter soep of pap. Door soep moet verstaan worden water met rapen of bladeren van rapen of raapkoolen of beeten; soms was er een weinig meel in, doch ik kan niet zeggen welk.

      Dit rantsoen was maar half genoeg om onzen honger te stillen. Van honger raapten wij op : patatenschillen, pellen van visch, pellen van appelsienen en de vischgraten uit den vuilbak. Soms bekwamen wij wat overschot van de fransche soldaten; doch meermaals werden wij belet van de soldaten iets te aanvaarden.

      In het kamp moesten wij soms twee uren lang buiten staan in koude en wind.

      Eens wilde men mij dwingen te werken : om die weigering werd ik geslaan met de bajonet zoodanig dat ik ’s morgens niet meer recht kon.

      Den 1 maart 1917 werden wij naar het werk gevoerd in de provincie Rhijnland te Nerraht in eene koolgroef. Wij weigerden te werken. Dan hebben ze ons in eene barak gesloten zonder eten tot ’s anderdaags ’s morgens 5 ure. Wij hadden daar wat strooi om op te liggen. ’s Morgens om 5 ure kwamen de soldaten ons uit de barak halen en plaatsten ons in regen en wind totdat wij ons wilden aangeven om te werken. Ik met zes andere ben alzoo blijven staan tot 11 ure; de andere zijn gaan werken. Om 11 ure werden wij in een soort kelder gesloten zonder eten en zonder bed. Die bak was zeer vuil. Er stonden onder andere twee nachtkuipen die overliepen en gevuld waren met de uitwerpsels van twee russische soldaten die daar eveneens verbleven hadden.

      Den volgende dag om 9 ure kwam men ons in dien vuilnisbak melden dat wij daar zouden blijven zonder eten indien wij voortgingen met niet te willen werken. Wij weigerden nog. Om 12 ure zelfde spel. Vreezende van honger te moeten sterven hebben wij alsdan het werk aangenomen. Dan hebben wij daar dagelijks gewerkt in de koolgroef.

      Het gebeurde dat ik mij ziek bevond. Ik moest dan om een ziekbiljet gaan. De geneesheer onderzocht mij en riep uit : “laus arbeiten”. Ik was nochtans zoo stijf dat ik bijna niet gaan kon.

    Bl. 37

      Zaterdags ’s avonds werd ons opgelegd dat wij zondags ook moesten komen werken. Gingen wij niet dan kwam men ons met den stok halen en dan sloegen ze totdat wij gingen.

      Wij verdienden alzoo 12 mark per week. Daarvan werden 5 mark afgehouden voor familiegeld, zegde men, dat is om aan vrouw of ouders te zenden. Mijne vrouw heeft daar nooit iets van ontvangen.

      Om een hemd te koopen moest men een bewijs hebben van den burgemeester die dit regelmatig weigerde zoodat er onder ons waren die zonder hemd geraakten en de anderen hadden de gelegenheid niet het hunne te zuiveren. Ik ben in het vaderland teruggekeerd den 19 augustus 1917, dus na eene afwezigheid van omtrent negen maanden.

      Handtekening Anthonis Ignatius.

      Van af de eerste dagen na de wegvoering der werklieden werden er verzoekschriften ingediend aan den heer Gouverneur ten einde hunnen terugkeer naar het Vaderland te bekomen. Inzonderheid voor de huisvaders werd geene moeite gespaard. Te Leuven had men aan hunne vrouwen gezegd een verzoekschrift binnen te brengen : voor ieder dan werd een verzoekschrift opgemaakt waarin de bijzondere toestand van het huishouden uitgelegd werd. Wanneer sommige vrouwen hun verzoekschrift overhandigden werd hen zelfs gezegd dat het goed was en dat ze mochten vertrouwen hebben. Nooit is op die verzoekschriften eenig antwoord toegekomen.

       In den zomer 1917 mochten de weggevoerden de eene na den andere aan hunne familie een bezoek brengen mits belofte naar Duitschland terug te keeren om te werken. Velen hebben, na lang dralen, die belofte gedaan om hunne familie te kunnen wederzien, doch geen enkel is naar Duitschland teruggekeerd. In ’t begin hebben de Duitschers wel eenige opzoekingen gedaan om de verlofmannen terug naar Duitschland te zenden; doch, die opzoekingen bleken niet ernstig te zijn, en weldra werden de teruggekeerden geheel en al met rust gelaten.

    Bl. 38

    H. Ondersteuningswerken.

    Voor vrouwen en kinderen van soldaten.

      Zoohaast de oorlog uitgebroken was wezrd door den eerw. Heer Pastoor het gedacht opgevat onderstand te verschaffen aan de vrouwen en kinderen der opgeroepen soldaten. De heeren studenten in verlof zouden zich gelasten wekelijks eene rondhaling te doen in de gemeente. Het gemeentebestuur zou wekelijks vijftig franken verleenen. De eerste rondhaling gedaan in de week van 2 tot 9 augustus bracht meer dan honderd franken bij. Deze was gedaan zonder voorafgaande aanbeveling op den predikstoel. Op zondag 9 augustus werd dit werk aanbevolen met de volgende woorden :

      “De week die voorbij is hebben onze vaderlandslievende studenten eene rondhaling gedaan voor de vrouwen en kinderen van onze medeburgers die het vaderland verdedigen. Die rondhaling zullen wij wekelijks vernieuwen. Wij kunnen u allen niet genoeg aanzetten aan dit werk van liefdadigheid en vaderlandsliefde deel te nemen. Iedereen geve vrijelijk volgens goeddunken, en daarom zullen de studenten zich niet op nieuw aanbieden bij degenen die hunne hulp afzeggen. Eene zaak vraag ik van allen en van ieder in ’t bijzonder : dat werk, dat niets dan lof verdient, niet te beknibbelen.”

      “Het rondgehaald geld zal des zondags na het lof uitgedeeld worden in bons voor eetwaren. Al de vrouwen van binnengeroepen soldaten gelieven hun aandeel te komen ontvangen. Zijn er die het niet noodig hebben en het willen laten voor hen die nood hebben, dan moeten zij eenvoudig den bon die hun gegeven wordt terug in de beurs steken van de studenten wanneer zij rondkomen. Ik heb liefst dat allen komen den bon halen die voor hen bestemd is opdat niemand zou verlegen zijn.”

      De inval van den vijand en onze wegvoering naar Duitschland hebben aan dit werk een einde gemaakt. De opbrengst der tweede rondhaling werd op de pastorij gestolen door de Duitschers.

    Het Komiteit.

      Na onze terugkomst uit Duitschland vonden wij het Komiteit ingericht. Het Komiteit hield zich alsdan uitsluitelijk bezig met onderstand te verleenen aan de afgebranden, onderstand in brood en kleergoed.

      Later werden door het Komiteit de volgende werken ingericht : Gewone onderstand aan al de noodlijdenden; Onderstand aan de soldatenfamiliën; onderstand aan de werkeloozen; onderstand aan verminkten; oorlogsweezen en schamele armen; werk der schoolmaaltijden, der zwakke kinderen, der teringlijders.

    Bl. 39

      In December 1914 werd het komiteit samengesteld als volgt : voorzitter : Petrus Feyaerts, burgemeester; schrijver : pater René De Batseleer van de congregatie der H.H. Harten; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens; Lodewijk Dockx en Frans De Vadder.

      De eerw. Heeren pastoor en onderpastoor werden als leden van het Komiteit aangenomen bij hunne terugkomst uit Duitschland. In de maand Februari gaf Frans De Vadder zijn ontslag. Daar er van wege het provinciaal komiteit aangedrongen werd om ook een liberaal als lid van het komiteit aan te nemen, werd Prosper Fonteyn als dusdanig erkend. Deze nochtans heeft maar tweemaal de zitting bijgewoond en dan weder zijn ontslag genomen uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom.

      In de maand Maart verliet pater René de gemeente en een weinig later nam de heer burgemeester zijn ontslag om mogelijke moeilijkheden met de bezettende macht te vermijden. Van dan af bleef het Komiteit samengesteld als volgt :

      Voorzitter : Karel Van Winkel, pastoor; schrijver : Emiel Van Giel, onderpastoor; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens en Lodewijk Dockx.

      Victor Goossens nam zijn ontslag in 1916 en werd vervangen door Joseph Jalet. Op het einde des jaars werd nog een lid aan het komiteit bijgevoegd, namelijk Hendrik Wouters.

      In November 1917 gaven alle leden van het komiteit hun ontslag en verzochten het provinciaal komiteit in hunne vervanging te voorzien tegen 1 Januari daaropvolgende. Op aandringen van den heer Ed. Gilmont, voorzitter van het regionaal komiteit van Haacht, zijn de leden voortgegaan hun ambt uit te oefenen tot in het begin van Maart 1918 wanneer ze onwederroepelijk hun ontslag genomen hebben. De grote oorzaak van dit ontslag was de misnoegdheid onder het volk verwekt door het toepassen der reglementen over de verdeeling der eetwaren, alsmede de ondergeschikte rol welke het provinciaal komiteit van de plaatselijke komiteiten vereischte tegenover de beheerder aan denwelken de komiteitszaken geheel en al toevertrouwd werden.

      Hier laten wij nu eenige tafels volgen die den toestand van hoogeraangehaalde ondersteuningswerken telkens op 31 December weergeven :

    Er volgen nu een reeks tabellen met cijfers.

    wordt vervolgd



    26-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    25-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-5
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 5

    Bl. 43

    Hoofdstuk X.

    Geestelijken in de gebeurtenissen betrokken.


    - Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; aangehouden den 28 augustus en gebracht in de Kerk van Aerschot; van daar weggevoerd naar Duitschland den 6 september 1914.

    - Eerw. Heer Emiel Van Giel, onderpastoor: idem.

    - Frater Edgard De Coster; frater Octaaf Igodt en broeder Julius Haegen bevonden zich in 1914 in het klooster te Ninde. Zij zijn op het einde van augustus gevlucht naar West Vlaanderen en van daar naar Holland, waar ze door de belgische militaire overheid opgeroepen. Zij hebben in het leger gediend als ziekenverzorgers.

      Thans bevinden zich in het klooster der Picpussen te Ninde 10 brankardiers die tijdens den oorlog dienst gedaan hebben. Hier volgen hunne namen :

    - Frater Pamphilus (Lodewijk) Verdeyen van Herent, was aug. 1914 leraar in het Damiaangesticht te Aerschot; werd den 6 september weggevoerd naar Duitschland. Hij heeft zijne eeuwige beloften uitgesproken en is thans leerling in de Godgeleerdheid.
    - Frater Edgard De Coster; hoger reeds genoemd, heeft tijdelijke geloften uitgesproken en is leerling in Godgeleerdheid.
    - Frater Leopold (Willem) Jeurissen van Vlijtingen, novice, leerling in de wijsbegeerte.
    - Frater Oswald (Joseph) Van Neste van Gulleghem, idem.
    - Frater Odilo (Antoon) Van Gestel van Borgerhout, idem.
    - René Muller van Antwerpen, postulant, leerling in de wijsbegeerte.
    - Matthijs Gielen van Vlijtingen, idem.
    - Jaak Bos van Turnhout, idem.
    - Lodewijk Van de Velde van Schoten, idem.
    - Frater Octaaf (Gaston) Igodt, hoger genoemd, van Watou, novice leerling in wijsbegeerte.

    Parochianen onder de wapens.

    In 1914 werden 55 parochianen onder de wapens geroepen. Onder dezen waren 27 gehuwden hebbende samen 70 kinderen. Van dezen zijn er drie geboren na het vertrek van vader.

    Bl. 44

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers, doch naderhand hebben de volgende jongelingen als vrijwilligers het leger vervoegd : Feyaerts Joseph; Van den Notelaer Alfons; Storms Frans; De Keyzer Joseph en Van Vlasselaer Leo.

      Tijdens den oorlog werden nog opgeroepen 32 parochianen die zich in het buitenland bevonden; zoodat in ’t geheel 92 parochianen in het leger hebben dienst genomen.  Er zijn enkel vier parochianen gesneuveld, namelijk, Hendrik Verhaegen, vader van twee kinderen; Alfons Verbeeck; Alfons Claes en Alfons De Mees.

      Een soldaat werd verminkt te Luik, namelijk Franciscus Van Eyken, vader van 4 kinderen. Hij is getroffen geweest in den schouder en kan van zijnen arm geen gebruik maken.

      Geboorten en sterfgevallen.
    1913 Geboorten : 95 sterfgevallen : 40
    1914                     58                         26
    1915                     68                         27
    1916                     57                         22
    1917                     57                         32
    1918                     58                         42

      In november 1918 zijn 16 personen gestorven ten gevolge van de Spaansche griep.

      Hoofdstuk XI
    Huiszoekingen in kerken of kloosters. – De opname der klokken.


      Huiszoekingen in kerken of kloosters hebben alhier geene plaats gehad.
    Bij de opname der klokken ben ik niet tegenwoordig geweest. Voor zooveel ik mij herinner heeft deze opname plaats gehad in de maand juni 1918. Ziehier wat Lod. Dockx, koster, desaangaande getuigt.

      “Op zekeren dag kwamen er bij mij twee Duitschers welke vroegen om op den toren te gaan om de klokken te meten; na dit gedaan te hebben en al de opschriften en versiersels der klokken zorgvuldig aangeteekend te hebben, zijn ze naar het hoogzaal gekomen en hebben daar de groote orgelpijpen gemeten en nagezien uit welk metaal zij vervaardigd waren.”

    Bl. 45

    Hoofdstuk XII

    Feiten van verscheiden aard.


      Bijzondere daden van vaderlandsliefde heb ik niet aan te stippen.

      In het moeilijk Komiteit werk heb ik bij de leden van het Komiteit en ook bij anderen goede en bereidwillige helpers aangetroffen : aan hen allen mijnen innigsten dank. Eenmaal heb ik een gebrek aan offervaardigheid bevonden bij personen van dewelke ik nochtans eene gansch bijzondere offervaardigheid had mogen verwachten.

      Onder de landbouwers zijn er zeker menschen geweest die niet naar woekerprijzen getracht hebben, en die hunnen evennaaste vooral de armen genadig behandelden. Ik persoonlijk heb bij brave menschen steeds waren bekomen aan fatsoenlijken prijs. Doch de menschen die liefdadig gehandeld hebben roemen hun eigenzelven niet, en degene die het voorwerp van hunne liefdadigheid geweest zijn zwijgen het ook. Om wille der waarheid moet ik nochtans bekennen dat de algemeenheid der landbouwers, enkele uitzonderingen daargelaten, voor hunne waren de hoogste prijzen eischten : velen waren bevreesd van te weinig te vragen. Er worden personen genoemd die brood vervalschten met gekookte aardappelschillen en raapkoolen, en dit mengsel verkochten aan 7.50 fr. en meer den kilogram.

      Er is tijdens den oorlog veel gestolen bijzonder op de velden, doch niet zoozeer uit nood en voor eigen gebruik dan wel om het gestolene te verkoopen aan woekerprijzen. Het geld alzoo vergaard werd gebruikt voor spel en vermaak. Het is ongelooflijk hoe zeer de jonkheid tijdens den oorlog bedorven werd door zucht naar geld en vermaak.

      Meermaals heb ik van op den predikstoel den parochianen herinnert dat het niet betaamd zich aan overdreven vermaken over te leveren, terwijl onze soldaten aan den IJzer hun bloed voor het vaderland veil hadden en den dood te gemoet liepen; ik beriep mij op hunne vaderlandsliefde; ik gewaagde zelfs van het genoegen dat zij den vijand verschaften met te juichen terwijl het vaderland treurt. Dit alles maakte geenen indruk : er was geld, gemakkelijk vergaard en de voorraad eens uitgeput kon spoedig vernieuwd worden, waartoe zou het dan dienen tenzij tot plezier en vermaak? Ook werd er op de kermissen tien, twintigmaal zooveel geld verkwist dan vroeger.

      De Duitschers van den omtrek namen regelmatig aan de kermissen deel en keerden nooit dan wel beschonken naar huis. Daartoe hoefden zij geen geld op zak te hebben : van dieven en smokkelaars mochten zij drinken zooveel zij wilden. Er wordt van een dezer verhaald dat hij op een enkelen kermis vijf honderd mark met de Duitschers verteerde.

    Bl. 46

    Hoofdstuk XIII

    De ontruiming.


      Op donderdag 7 november ontvingen wij het eerste bezoek van vijandelijke troepen op weg naar Duitschland. Aangaande dezen niets bijzonders op te merken.

      Vanaf dijnsdag 12 november tot maandag 18 november had de gemeente Tremeloo aanhoudend vijandelijke troepen te vernachten. De neerslachtigheid der officieren was merkbaar, en wat de soldaten betreft, het groot getal wapens door hen weggeworpen geeft genoeg hunne ware gevoelens te kennen.

      Er valt niets op te merken aangaande de houding der vijandelijke legers ten opzichte van de inwoners. Op de pastorij waren de officieren zoowel als de eenvoudige soldaten die hen dienden zeer inschikkelijk en voorkomend.

      Voor het overige heb ik veel klachten gehoord over schade die zij aan de inwoners veroorzaakt hebben door het gebruik van ongedorschen graan, van hooi en ander veevoeder dat de landbouwers zelf groot noodig hadden. In den nacht van donderdag tot vrijdag werden twee paarden opgeëischt. In de scholen werden verschillige banken aan stukken gekapt en opgestookt; de deuren der gemakken ondergingen hetzelfde lot.

      Niettegenstaande mijn verzet werd de Kerk in den nacht van donderdag tot vrijdag door de Duitsche soldaten ingenomen. Vier wassen kaarsen, drie handdoeken en een paar pantoffels werden gestolen. De troepen trokken verder rond drie uur ’s morgens en lieten veel wapens en schietvoorraad achter.

    Hoofdstuk XIV

    De bevrijding.


      Nauwelijks hadden de laatste vijanden het grondgebied van de gemeente verlaten, of de vaderlandsche werd op den kerktoren geheschen en met tallooze vreugdeschoten begroet.

    Bl. 47

    De inwoners maakten gebruik van de wapens door den vijand achtergelaten om de bevrijding te vieren. De vreugdeschoten hadden buitendien een heilzaam gevolg : zij ontnamen aan de dieven hunne stoutmoedigheid. Deze waren nu overtuigd dat er wapens in overvloed voorhanden waren, en zij twijfelden geenszins of die wapens zouden bij gelegenheid tegen hen gebruikt worden.

      De eerste belgische troepen deden hunne intrede te Tremeloo op donderdag 21 november. Zij werden verwelkomt door het gelui der groote klok die hare vreugdetonen uitgalmde en de inwoners noodigden onze helden te gemoet te snellen. Dit gebeurde dan ook en eene vroolijke Brabançonne werd door eenige inwoners aangeheven.

      Op dit ogenblik april 1919, zijn het meestendeel onzer uitwijkelingen uit hun ballingschap teruggekeerd. Degene die uit Engeland terugkeeren zijn ten uiterste tevreden over hun verblijf aldaar : zij hebben noch honger noch gebrek geleden. Zij hebben er gewerkt om hunnen kost te verdienen, doch geld verzameld hebben zij niet. Het eenige waar ze goed van voorzien zijn is kleergoed.

      Degene die uit Holland wederkeeren zijn min tevreden : zij beweren veel honger geleden te hebben. Een geruimen tijd kregen zij niet meer dan twee honderd grammen brood en vier of vijf aardappelen per dag. Daarbij soep die weinig of geene voedzame bestanddeelen bevatte.

      Eenen en anderen keerden blijgemoed naar het Vaderland weder, waar hen, helaas! eene droevige teleurstelling verwachtte. Geen woonst : enkel nog de puinen van hunne vroegere woningen; geen bed : sommige zijn genoodzaakt te slapen tegen den grond op wat strooi; geen land : het land dat zij vroeger bewerkten ging tijdens hunne afwezigheid over in de handen van andere huurders. Dus ook geen werk, geene kostwinning. Laat ons hopen dat het nationaal komiteit of het landbestuur dien toestand zal willen inzien en de noodige hulp verleenen.

      Ik eindig. Ik heb alle feiten onpartijdig medegedeeld, en desgevallend mijn gevoelen uitgedrukt volgens ik in geweten oordeelde. Moge mijn werk eenig nut voor de geschiedenis opleveren.

      Handtekeningen :
    K Van Winkel - pastoor Tremeloo
    Feyaerts - gemeentesecretaris Tremeloo
    F. Verhoeven - bakker Tremeloo

    wordt vervolgd



    25-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!