SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 04de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Huwelijksakten BS 1911
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-
  • Pv-WO I Itegem
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
  • Dopen 1828-1830
  • Dopen 1830-1833
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    03-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1659-1660

     KERKREKENINGEN 1659 - 1660.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    03-11-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    01-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1658-1659

     KERKREKENINGEN 1658 - 1659.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    01-11-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1657-1658

     KERKREKENINGEN 1657 - 1658.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    29-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrekening 1656-1657

     KERKREKENINGEN 1656 - 1657.

    Voor de volledige rekening in PDF file klik je gewoon op de foto.
    De persoonsnamen welke voorkomen in het document staan in het vetjes gedrukt, de plaatsnamen zijn onderlijnd.

    (KAS 503)



    27-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek - Het onderwijs tot 1800

    De school van de parochie Sint Jan Baptist.

    Oudste vermelding.

    -Van 1560 tot 1565 deed Jan Gas (wiens naam aan de grondslag ligt van Grasheide ) dienst als koster en schoolmeester te Schriek, iets wat hij in de jaren 1569 en 1570 ook deed.
    -De school wordt op rekening van de kerk, in 1564 voorzien : “zes voeren (=vrachten) leem en vier busselen walm (=stro) om te dekken”. Nog eens in 1569 : honderd en vijftig busselen walmstro tot de school en tot de stal van de school.

    -1599 : Marten Verschueren, koster, onderricht ook loffelijk en met vrucht de jeugd.

    -1606 : De kerk heeft een school gebouwd, waarin de pastoor woont tijdens zijn residentie, alhoewel hij ’s nachts naar de sacristie trekt.

    -1616 : Even vermeld : Hendrik Keinis, koster en schoolmeester.

    -Sedert Bamis 1617, meester Jan Serneels koster.

    -1623 : Er worden heilighertekens, beeldekens en andere prijzen uitgedeeld aan de jonkheid die de Katechismus bijwoont.

    -1635 De school getimmerd op het kerkhof, waartoe 103 busselen schutstro.

    -Sedert Lichtmis 1638 is Lodewijk Elen de nieuwe koster en schoolmeester. Benoemd op 8 augustus 1637 op de kondities door de schepenen goedgekeurd. Niettegenstaande de regeerders de pastoor verzochten om hem af te zetten wegens zijn hoge leeftijd (70 jaar) heeft de pastoor hem gehouden tot op zijn sterfdag.

    -Uit de rekeningen van de Heilig-Geesttafel of Armenzorg van 1619 is het duidelijk dat het onderwijs voor de armen kosteloos was. Voor hen wiens ouders er wat beter voorkwamen, diende men schoolgeld te betalen.

    -In 1617 had de deken er meermaals op aangedrongen dat de koster zijn eed zou doen en als schoolmeester de geloofsbelijdenis afleggen, wat wel bewijst dat beide ambten onder geestelijk toezicht stonden.

    -In 1659 wordt door de pastoor Peter Mangelschots (was tevens een belangrijk notaris) aangesteld en gepresenteerd aan de schepenen en kerkmeesters, die zijn keuze bijtreden. Zijn ambt van koster en schoolmeester wordt op Sinksen 1662 voor 12 jaar verlengd onder volgende voorwaarden :
    -Meester Mangelschots zal de kosterij bedienen gelijk dat behoort : ’s morgens, op de noen en ’s avonds de beeklok luiden, ook wanneer het tempeest is van donder en bliksem, en tot alle missen, gelijk het geplogen is.
    -Ook zal hij gehouden zijn, op zon- en heiligdagen de missen te zingen naar gewoonte, en alle ander missen te dienen of een bekwaam dienaar aan te stellen.
    -Nog verplicht de kerk net en schoon te houden, ten minste alle acht dagen eens uit te keren, de altaren te paleren, enz…
    -Altijd in het visiteren of communiceren van zieken mee te gaan.
    -De school zal hij moeten houden het geheel jaar, en niet alleen leren vlot te lezen en te schrijven, maar ook goede manieren, en van buiten de paternoster, weesgegroet, credo, tien geboden, zeven H.Sacramenten, vijf geboden der H.Kerk, enz…
    -Hiervoor zal hij hebben jaarlijks, eerst voor de kosterij zijn gewoon kosterskoren, van een ploeg : een moken, van een paard of half ploeg : een half moken, en van elk ander handwerker een brood van 10 pond of 5 stuivers.
    -Nog zal hij hebben jaarlijks uit het inkomen van de kerk 48 gulden, maar zal moeten ophalen het honderdgeld.
    -Zal nog genieten uit de H.Geesttafel, voor het stellen van de horloge, jaarlijks 12 gulden ; voor het leren van de arme kinderen, twee veertelen koren ; en van de andere kinderen voor schoolgeld, 2 gulden.
    -Hij mag het huis bewonen, gelijk tot nu toe.
    -Hij zal vrij wezen van tocht, wacht, impost, en mag zonder lasten een bunder land gebruiken ; de school moet gemaakt en hersteld worden om goed te kunnen leren, en de schepenen staan borg voor het koren of broodgraan.
    Over de ontvangsten van andere kerkelijke diensten als jaargetijden of lijkdiensten geen woord. Ook over het onderhoud van de school en de kosterswoning dat door de kerk wordt gedragen wordt niets vermeld.

    -1659 reparatie aan de school : 50 gulden

    -1698 aankoop van 10 banken : 7 gulden.

    -Rond 1698 : Toen Peter Mangelschots oud en ziek was, heeft de pastoor hem een helper plaatsvervanger gegeven, nl. Peter Van Hove, een weesjongen van eerlijke ingezeten ouders. De Heer van het dorp poogde echter vier andere kandidaten hetzelfde ambt te bezorgen, mits het nodige ‘smeergeld’. In 1701 trekken de drie eerste kandidaten hun woord in, en komen twee ingezetenen en een schepen hun handtekening herroepen voor de notaris, als beschonken of gedwongen geweest te zijn.
    Na de dood van Peter Mangelschots op 8 januari 1701, wordt op 13 januari Peter Van Hove aangesteld als nieuwe koster en schoolmeester. Op 29 januari schreef de deken, dat geen enkele kandidaat, in strijd met de kerkelijke en burgelijke wetten, koster en schoolmeester mocht worden, alvorens door de deken toegelaten te zijn.

    -Vanaf 1693 worden de kinderen van de Catechismus bijzonder bedacht met prijzen, paternosters, boekjes, perkamenten beeldekens ; ook vijgen en rozijnen te half-Vasten en als ze te biechten komen voor Pasen.

    -24 oktober 1713 : Ferdinand Van Hove wordt aangesteld als koster en schoolmeester door : de pastoor, de Heer van Schriek en Grootlo, de schepenen en de kerk- en H.Geestmeesters.
    De voorwaarden zijn ongeveer dezelfde als in 1662.
    -Zo zal hij school houden het geheel jaar of zo lang als tien of twaalf kinderen ter school komen. Zal ook enige kinderen die de beste stemmekens hebben, in de kerk leren zingen.
    -Hij zal zoveel half mokens koren hebben als er werkende paarden, jong of oud zijn.
    -Voor het stellen van de horloge, twaalf gulden, waarvan het dorp en de H.Geest elk de helft betalen.
    -De school zal onderhouden worden half van het dorp en half van de kerk.

    -1740 : Na het overlijden van Ferdinand Van Hove (04.10.1740) wordt Jacobus Weyns aangesteld tot de nieuwe koster en schoolmeester. Hij zal 23 januari 1799 overlijden en zonder enige eredienst zal hij begraven worden, omdat de kerken door de Fransen waren gesloten.
    Tijdens deze oorlogstijd is het ene zekere Anna Elisabeth Van Calsteren, een godvruchtige vrouw van meer dan 40 jaar, die de kinderen ergens in een schuur, catechismus onderricht gaf.

    -11 november 1802 wordt door de maire, de notabelen, de heer Van der Stegen en de pastoor, Guibertus De Meutter gekozen tot nieuwe koster en schoolmeester. Hij was reeds 14 jaar schoolmeester te Heist.

    -Na de Franse Revolutie komt onderwijs en armenzorg in handen van de gemeenten, evenals de eigendommen der kerk.

    wordt vervolgd



    21-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    11-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen in het blog
    Beste bezoeker,

    12 oktober 2014
    Heden is het derde en laatste blog op het web geplaatst. Hier vind je in de toekomst alle bewerkingen van de Akten van de burgerlijke stand en deze uit de parochieregisters van volgende gemeenten of parochies : Baal - Werchter - Tremelo en Keerbergen

    http://www.bloggen.be/schriek_de_buurgemeenten

    Met vriendelijke groeten,

    René



    5 oktober 2014
    Omdat er nogal wat bezoekers zijn bij wie het dropmenu van het Archief  in de linker kolom niet functioneert zoals voorzien heb ik een nieuw archief gecreëerd in de rechter kolom. Hopelijk werkt dit wel met de verschillende browsers. Dit menu moet nog wel verder worden uitgebreid in de komende dagen.

    Met vriendelijke groeten,

    René

    12 september 2014
    Om alles overzichtelijk te kunnen houden heb ik het volgende initiatief genomen.
    Vanaf gisteren is er een nieuw blog aangemaakt waarop in de toekomst alle akten van de burgerlijke stand en deze uit de parochieregisters van Heist-op-den-Berg en Booischot zullen verschijnen.
    Zo zal er ook een blog voor Groot-Putte worden aangemaakt met de akten van Putte en Beerzel en eentje voor Baal, Tremelo en Werchter.
    Dan zullen de nieuwe berichten over Schriek niet verzuipen tussen deze andere berichten.
    Je zal wel nog steeds vanaf dit blog kunnen zien welke aanvullingen er zijn geplaatst en ook kunnen doorlinken naar de betreffende sites.
    Het is tevens mijn bedoeling om jaarlijks 5000 akten online in te brengen, als mijn gezondheid dit toelaat.

    De akten van Heist zullen weldra van deze site verdwijnen, maar geen nood, je kan ze hier allemaal terugvinden :
    http://www.bloggen.be/akten_heist_op_den_berg

    Op heden, 19.09 is ook het blog Putte en Beerzel online gezet en terug te vinden via deze link :
    http://www.bloggen.be/putte_beerzel

    Met vriendelijke groeten,

    René

    11-10-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    17-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk

    ALTAARSTEEN IN DE ST.-JAN BAPTISTKERK

    Wat is een altaarsteen?

    Dit viel hierover te lezen in religieuse geschriften :

    Een altaarsteen is een in het altaarblad opgenomen steen dan wel een geheel stenen altaarblad, waarin of waaronder de bij het altaar behorende relieken rusten.

    De steen waaronder of waarin zich een reliekengraf bevindt, wordt altaarsteen genoemd. Het is bij voor de eredienst bestemde altaren inmiddels dwingend voorschrift dat een relikwie in of onder een altaarsteen wordt aangebracht (CIC, can. 1237, §2).

    Bij afbraak van de kerk en ontmanteling van het altaar wordt de altaarsteen uit het altaarblad verwijderd en overgedragen aan het bisdom.

    De altaarsteen heeft meestal de grootte van een plavuis en is voorzien van vijf wijdingskruisjes (deze herinneren aan de vijf kruiswonden van Christus). Oorspronkelijke was het een hardstenen altaarblad, dat de grootte had van een grafzerk, waarin een reliekengraf was uitgehouwen voor een reliek van de heilige of martelaar aan wie het altaar was toegewijd en waar ook een kerk werd rond gebouwd. Daar er meer kerken werden gebouwd dan er graven waren van heiligen of martelaren werd de altaarsteen ingevoerd.

    Grote kerken als kathedralen, domkerken en ook wel abdijkerken hadden altaarstenen even groot als het altaarblad. Kleinere landelijke kerken kregen een altaarsteen van ongeveer 30 x 30 cm voor elk gewijd altaar in de kerk zoals op de onderstaande foto. In deze steen was een relikwie van de heilige ingewerkt waar het altaar was aan toegewijd.

    Wat vinden we nu in Schriek terug?

    Op het hoogaltaar toegewijd aan St-Jan de Doper vinden we een altaarsteen zo groot als het altaarblad. Dit is voor een landelijke kerk al heel uitzonderlijk, maar tot mijn grote verbazing vond ik een document waarin het volgende te lezen was :

    De kerk van Schrieck is vergroodt in t jaer 1844.

    Zij is geconsacreert geworden int jaer 1849 17 September door den Aartsbisschop Engelbertus Sterkx Cardinael boven den hoogen Authaer stont dit Cronicum ût surrexi in Ventre filio Dei sic Gaudio vitû Cardinalis

    Den hoogen Authaer is toegeheiligt aen den Heyligen Joannes Baptista Patroon deezer kerke wiens Reliqui berust in den steen van den hoogen authaer als ook de Reliqui van Bernardus, van den H. Anthonius a Padua, van de H. Barbara en van Rumoldis

    Getekend : L. Pauwels Pastoor

    Met andere woorden : Deze altaarbladsteen bevat 5 relieken van 5 verschillende heiligen.

    Sint Jan de Doper = patroonheilige van de parochie en van het hoogaltaar.

    H.Bernardus = Schriek bezit een eeuwenoude kapel toegewijd aan Sint Bernardus, er was in die tijd ook nog een grote devotie tot deze heilige.

    H. Antonius van Padua = heeft sinds het begin van de 18e eeuw een eigen zijaltaar en er was ook een groot Vennootschap opgericht in de kerk van Schriek door Mevr. Zety

    H. Barbara = heeft van oudsher een zijaltaar aan haar toegewijd.

    H. Rumoldus = patroon van de aartsbisschoppelijke kerk te Mechelen. De verbondenheid van Schriek met Mechelen zowel kerkelijk als wereldlijk is pas verbroken bij de heroprichting van het bisdom Antwerpen in 1961. Deze relikwie moet een symbool geweest zijn van deze verbondenheid want bij mijn weten is er nooit enige verering van deze heilige in Schriek genoteerd.

    Foto 1 : Kleine altaarsteen uit het archief der kerk (foto Erik Ceuppens)
    Foto 2 : Altaarsteen met centraal onderaan de plaats waar de relieken zijn ingebouwd. (foto Fons Goovaerts)
    Foto 3 : Detailfoto van deze plaats. Het valt op dat er nog restanten van de rode zegellak zijn waar te nemen. (foto Fons Goovaerts)



    17-09-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    31-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van SCHRIEK

    Parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck

    De parochie van Sint Jan-Baptist te Schrieck is gelegen in het zuiden der provincie Antwerpen, op de grens der provincie Brabant.

    Vele maatregelen zijn er niet genomen tegen den inval der Duitschers, daar er geene kunstvoorwerpen bestonden, en ook daar de parochie nevens den weg lag, dien de Duitschers volgden om naar Frankrijk te rukken. Wel eenige Duitsche verkenners hebben zich in de parochie vertoond van het midden der maand Augustus 1914, doch die hebben geen kwaad verricht.

    Onze gemeente had 90 manschappen in het belgisch leger en 11 vrijwilligers.

    Onze belgische soldaten hebben van het begin af veel in onze parochie vertoefd. De overheid was zeer goed alsook de manschappen. Dagelijks waren zij te huis op de pastorij.

    Ons volk was zeer rustig; doch vele uitwijkelingen van den omtrek: Wijgmaal, Rotselaer, Tremeloo, kwamen dagelijks onderkomen zoeken in het dorp.

    In het begin was ons volk zeer godsdienstig en woonde met iever de goddelijke diensten bij; men naderde veel tot de H.H. Sacramenten; men deed openbare oefeningen van godsvruchtigheid die druk wierden bijgewoond én door de parochianen én door de vluchtelingen.

    Op 28 Augustus staken de Duitschers het dorp Tremeloo in brand, ¾ uren van ons. Ook kwamen er dien dag Duitsche verkenners in 't dorp, en maakten 11 burgers gevangen die zij naar Duitschland voerden.

    In het begin van September kwam ons leger om de Duitschers in de zijde aan te vallen, langs de streken van Leuven. Alsdan hebben er 900 soldaten in onze kerk vernacht en des anderen daags hebben er 34 priesters: almoezeniers en zieken verplegers, de H. Mis opgedragen.

    De belgische soldaten op de vlucht gedreven, kwamen langs ons dorp terug, en alsdan zijn de honderde vluchtelingen die hier verbleven, alsook een groot deel er parochianen weggevlucht. De Duitschers hebben hunne achtervolging gestaakt op een ½ uur van hier.

    Op Zaterdag 26 September 1914, waren de Duitschers rond ons dorp geschaard, om hunnen optocht naar Antwerpen te beginnen. Nu lag onze parochie midden in hunnen weg. Op Zondag 27 voorschreve heb ik mijn dienst gedaan in de kerk, doch rond 8 uren kwamen de eerste Duitschers het dorp ingereden, en bijna gansch de parochie is op de vlucht gegaan. Het verslag daarover heb ik ingezonden in ‘t jaar 1915.

    In het jaar 1915, heb ik de schade opgenomen, geleden door de familiën der parochie. De bewijzen rusten in de voorschreve commissie te Antwerpen. Ze beloopt 27.700 fr. Veel heeft onze parochie niet te verduren gehad van de Duitsche bezetting: van tijd tot tijd eene Duitsche bezetting van 10 of 12 soldaten, en eenige straffen voor de gemeente.

    Op het einde van September en begin October zijn de goddelijke diensten 14 dagen onderbroken geweest. Ik heb altijd de diensten gedaan onder de bezetting zooals vroeger, behalve in 1918, dat de Duitschers mij zijn komen verwittigen dat ik geene processiën meer mocht doen, zonder bijzondere aanvraag. De bisschoppelijke brieven heb ik altijd ontvangen en ook afgelezen. Eens zijn de Duitschers mij komen verbieden, doch hij was reeds afgelezen. Berechtingen heb ik altijd gedaan, zelfe in 't bijzijn der Duitschers en nooit is mij eene opmerking gemaakt.

    Het bijwonen der goddelijke diensten is stillekens aan verminderd, en de geest van godsdienstigheid neemt steeds af. De buitengewone diensten, zooals de wekelijksche mis voor de gesneuvelden, wierd goed bijgewoond, maar is ook niet meer goed bijgewoond. De zedelijkheid laat veel te wenschen.

    In het begin 1917, bij het ontvoeren der werklieden, was er eene ware paniek onder ons volk. Onmogelijk alles te beschrijven, doch Pater Stanislas der Minderbroeders te Mechelen heeft dit alles breedvoerig beschreven.

    Van een honderdtal die naar de laatste vergadering moesten gaan te Heyst op den Berg, zijn er maar een vijftiental gegaan: deze zijn door de Duitschers ingescheept en naar Duitschland gevoerd. Doch allen zijn gelukkiglijk gaaf en gezond wedergekeerd.

    De anderen die niet gegaan waren, hebben zich verscholen. Eenigen zijn aangehouden, en bij allen was de eerste vraag der Duitschers: "heeft uw pastoor u niet aangezet om naar de vergadering niet te gaan?" Gelukkiglijk, niet één heeft mij verraden. Dan is hunne woede gevallen op de gemeenteoverheid, en de burgemeester 80 jaren oud, en twee schepenen, waarvan één 68 jaren, zijn naar het gevang of liever als gevangenen in het militair hospitaal opgesloten geweest van 10 Januari tot 17 Januari (1918). Daar heb ik ze doen verzorgen door mijne zuster die te Mechelen woont.

    Politieke gevangenen hebben we niet gehad. De gemeente is in boet geslagen voor 5.150 marken, waaronder eene boet van 1.000 marken, voor het afsnijden van een telegraafdraad, die volgens het algemeen gevoelen door de Duitschers zelfs is afgesneden geweest. Verschillige burgers zijn in boet geslagen: alles te zamen voor 7.836 marken.

    Van al onze soldaten zijn er maar 6 gesneuveld.

    In onze kerk is er niet eene enkele huiszoeking gedaan: wel de opname der klokken en van 't orgel doch zonder gevolg.

    Voor onze bevolking heb ik altijd van 't begin van den oorlog af, met behulp van onzen geneesheer Fl. Vermijlen, de briefwisseling gedaan tusschen de soldaten van 't front en hunne ouders.

    De ontruiming is goed verloopen. Niets bijzonders is er gebeurd op hunnen doortocht. Twee nachten heb ik duitsche officieren op de pastorij moeten ontvangen, doch ze zijn zeer voorkomend geweest.

    In de kerk hebben we een "Te Deum" van dankzegging gezongen, en een eerelijst met den naam der gesneuvelden is in de kerk opgehangen. Eerstdaags zingen we een plechtige uitvaart voor onze zes gesneuvelden, en de gemeenteoverheid en de burgers worden allen uitgenoodigd.

    Onder den oorlog zijn de goddelijke diensten geschied zooals vroeger. Op de Plechtige Communie der kinderen ontbrak er nooit één.

    Ziehier de tafel der geboorten en sterfgevallen van 't jaar 1913 tot 1918:

    jaar geboorten overlljdens

    1913

    66

    31

    1914

    58

    36

    1915

    58

    19

    1916

    58

    48

    1917

    45

    57

    1918

    43

    39

    Schrieck, 1 april 1919

    Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

    Document 2

    Het aantal der binnengeroepen soldaten was 90, en het getal vrijwilligers 11.

    jaar

    comm.

    pl. comm.

    1913

    32.911

    49

    1914

    33.105

    52

    1915

    32.874

    55

    1916

    31.927

    33

    1917

    32.675

    55

    1918

    33.206

    45

    Schrieck, 7 Mei 1919

    Getekend: Hub. Van Hoof, pastoor

    Parochie Den Soeten Naem Jesus te Grootloo

    1. Parochie van Grootloo, gemeente Schrieck, Kanton Heyst op den Berg provincie Antwerpen. De parochie strekt zich ook uit op een gedeelte der gemeenten Tremeloo en Keerbergen, provincie Brabant. Door beslissing van Zijne Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Mechelen van 25 October 1906, werd dit laatste gedeelte aan de parochie toegekend.

    2. Bij het begin der vijandelijkheden werden de registers en de kostbaarste heilige vaten in veiligheid gebracht.

    4. Gedurende de eerste weken van den oorlog had het volk een groot betrouwen gesteld op het H.Hart. Het getal communiën vermeerderde merkelijk, de kerkelijke diensten werden druk bijgewoond; ’t was eenieders overtuiging dat deze streek ging gespaard blijven.

    5. In den voormiddag van 19 Oogst vertoonen zich de eerste uhlanen. Het vijandelijk leger bezet het zuidelijk deel der parochie.

    Op 21 Oogst wordt de parochie door enige Duitschers bezet die van hier dagelijks op verkenning uitgaan in de richting van Lier. Niemand wordt lastig gevallen.

    Den 25 Oogst trekt de bezetting terug vervolgd door eene afdeeling belgische ruiterij en cyclisten. In Werchter en Haecht wordt er gevochten tot 's anderdaags in den namiddag. De Belgen worden teruggeslagen en tot hier door den vijand vervolgd.

    Twee jongelingen werden door den vijand aangehouden, zij zouden onmiddelijk gefusilleerd worden. Op enige meters afstand van de soldaten geplaatst met de armen opgeheven wachtten zij het vonnis af. De 1e Henri Collaer werd op den slag dood, de 2e Karel Moris onderwijzer te Langdorp werd niet getroffen en vluchtte weg.

    Op 28 Oogst terwijl gansch het dorp Tremelo in brand staat worden ook vijf huizen der parochie in brand gestoken. Ondertusschen worden talrijke huizen op den grooten weg van Tremeloo naar Heyst op den Berg leeggeplunderd. De bevolking is bijna totaal op de vlucht gegaan; de weinige mannen en vrouwen die hunne huizen niet verlaten hebben worden aangehouden en moeten het leger vergezellen. Tegen den avond worden eenigen losgelaten, anderen opgesloten in de kerk van Werchter, weinigen worden ’s anderendaags meegevoerd tot Saventhem en daar losgelaten. Eenige burgers die gevlucht waren naar den kant van Heyst op den Berg, werden daar denzelfden dag gevangen genomen opgesloten in de kerk van Aerschot en later naar Duitschland vervoerd.

    Op 29 Oogst blijven slechts kleine wachten Duitschers op de oevers van Demer en Dijle. Dagelijks worden hier schoten gewisseld tusschen Duitsche en Belgische patrouilles.

    Op 3 september wordt in de nabijheid gevochten tusschen sterke patrouilles Duitschers en Belgische carabiniers.

    Op 5 September wordt volgens bevel der Belgische overheid, het rundvee binnen den fortengordel van Antwerpen gebracht. Door dien maatregel wordt de bevolking ten zeerste getroffen. Het vee kwijnt weg omdat er noch stalling noch voeder voorhanden is.

    Op 6 September worden de oudste en jongste burgers die te Aerschot opgesloten zitten vrijgelaten. Op 7 September botsing tusschen sterke patrouilles in de nabijheid van de parochie.

    Van 9 September 's morgens tot 13 September 's avonds wordt de parochie door de Belgen bezet, en intusschen wordt er gestreden in de richting van Leuven en Mechelen. Toen op 13 7ber de kerk van Haecht en op 15 7ber de kerk van Werchter waren afgebrand, bleef de bevolking niet meer kalm, velen gingen op de vlucht en de diensten in de kerk hielden op. De parochie blijft tusschen de twee vijandelijke kampen tot op 26 7ber wanneer de Duitschers beginnen op te trekken tegen Antwerpen. Op dien dag werd eene vrouw der parochie Petronella Goris door eenen Duitschen soldaat neergeschoten toen zij over den steenweg wilde stappen.

    Op 28 September werden nog twee inwoners der parochie die buiten hunne woning aangetroffen werden gevangen genomen en naar Duitschland vervoerd.

    9. Tijdens den doortocht van het leger bleef de kerk gespaard. Ook werd er door de bezettende macht iets gedaan, om de vrijheid van den eeredienst te belemmeren. Nochtans om niet gedwongen te zijn de toelating der bezetting te vragen, werden de processiën buiten de kerk geschorst.

    Gedurende de bezettingsjaren verminderde het bijwonen der goddelijke diensten en het getal communien. Velen hielden zich met smokkelhandel bezig ook op de Zondagen. ’t Verminderen van de communiën tijdens de week was meest toe te schrijven aan ’t vervroegen der officieele uur.

    De plechtige communie der kinderen had plaats gelijk voor den oorlog, geen enkel kind ontbrak.

    1913

    getal kinderen 21

    1914

    getal kinderen 19

    1915

    getal kinderen 15

    1916

    getal kinderen 16

    1917

    getal kinderen 33

    1918

    getal kinderen 21


    Werklieden werden ontvoerd: vier te Aerschot den 23 November 1915, drie te Heyst op den Berg den 6 Januari 1916, van deze drij laatsten waren twee in ’t geheel geen werkeloozen. Allen kwamen welbehouden terug, alhoewel zij veel hadden geleden. Geen enkele had een kontrakt geteekend. Zes anderen hebben zich niet willen aanbieden. Zij hebben zich verscholen gehouden totdat de bezetting verklaarde dat zij niet meer zouden ontvoerd worden. Toch werden zij veroordeeld tot eene boete van 40 mark omdat hun eenzelvigheidsbewijs niet was afgestempeld. Langen tijd heeft de bezetting nog onderzocht of deze laatste jongelingen niet weggevlucht waren op aanraden der geestelijken.

    10. Van de parochie werden 20 jongelingen onder de wapens geroepen en drij hebben vrijwillig dienst genomen in ‘t leger. Een enkele is gesneuveld te Haecht den 12 September 1914.

    11. Geene huiszoeking had plaats in de kerk, tenzij bij den doortocht van ’t leger in 1914, en voor de opname der klokken.

    De ontruiming verliep rustig. Een verongelukte Duitsche soldaat werd op ’t kerkhof begraven. Al de gevangenen en uitwijkelingen zijn in hunne haardsteden teruggekeerd.

    Schriek Grootloo 6 April 1919

    F Vermeerberge pastoor

    F. Storms P. Claes leden van den Fabriekraad der Kerk


    Parochie van Grasheide (H. Gerardus Majella) - Gemeente Putte-Schrieck

    1. De parochie is gelegen tegen de scheiding van de provinciën Antwerpen en Brabant en ten zuid-oosten gescheiden van de Parochie Keerbergen door de baan van Mechelen naar Schrieck, zij is maar op eenen afstand van eene uur vogelvlucht van Haecht, zoodat hier op den steenweg van Putte naar Keerbergen bij den uitval uit Antwerpen vele duizende soldaten zijn voorbijgetrokken.

    2. Bij plakbrieven werden de inwoners aangezet zich kalm te houden, de wapens in te leveren en verboden aan de krijgsverrichtingen deel te nemen; de burgerwacht wierd opgeroepen doch heeft maar eenige dagen dienst gedaan. Een groot deel der bevolking is gevlucht op 18 alsook op 28 Oogst 1914, maar het overgroot gedeelte is een, twee dagen daarna weergekeerd. Door de Belgische krijgsoverheid is op mijne parochie geene schade toegebracht.

    3. Wat de houding der Belgische Krijgsoverheid betreft, die was goed ten opzichte van onze soldaten. Eerst stond commandant von Stockhausen en later graaf de Renesse, kapitein, aan het hoofd der grenadiers hier ingekwartierd.

    De gesteltenis der soldaten was in ’t algemeen uitmuntend wanneer zij naar Haecht optrokken, maar ongelukkiglijk waren er veele achterblijvers: gedurende vierdaagsche en viernachtsche slag van Haecht schat ik op een honderd vijftigtal de achtergeblevene op de parochie, en wanneer het Belgisch leger zich moest terugtrekken uit Haecht op Antwerpen, waren zij de eerste om te vertrekken. Pijnlijk was het voor ons die vlucht te moeten bijwonen. Soldatentroepen, uitgeput van krachten, met een droef uiterlijk, met stof bedekt, kleederen gansch verhakkeld en verschillende met eene klak op het hoofd, blokken aan de voeten, zonder ransels, zonder wapenen, trokken zij hier voorbij.

    Op de parochie is er maar eene enkele vrijwilliger geweest, namentlijk Ernest Van der Borght, leerling-geneesheer die reeds twee broeders in het leger telde.

    4. De burgerlijke bevolking was door schrik en angst overstelpt, te meer daar er zooveele vluchtelingen aan kwamen van Aerschot, Rotselaer, Tremeloo … die getuigen geweest waren van de moorden, brandstichtingen en andere wreedheden aldaar gepleegd, die ongelukkiglijk alles overdreven, ja zelfs feiten vertelden waar geen enkel woord van waar was.

    Dagelijks was de kerk proppensvol gedurende de mis, en na de mis ging de kruisprocessie uit, opgevolgd van eene smeekende menigte. Dagelijks waren er menigvuldige communiën, bijzonder onder de kinderen.

    5. Rond den 20ste Oogst 1914 hebben wij de eerste maal zes Uhlanen te paard gezien op het grondgebied langs den steenweg van Keerbergen en nu en dan terugkeerende in de richting van Haecht, zijn er gebleven tot den 27 September, dag van den grooten inval. Een inwoner van vertrouwen heeft verzekerd dat de overste der Uhlanen, op zondag 27 September aan het hoofd stond van een leger van ongeveer 5000 man. Op dien dag had hier volgens gewoonte de vroegmis plaats om 6 uren, waarin een weinig volk afwezig was, maar in de hoogmis van 9 uren was de helft niet aanwezig, daar de inwooners van Keerbergen, die de gewoonte hebben hier de goddelijke diensten bij te wonen, niet mochten passeeren. Na de hoogmis telden wij een vijftigtal Duitschers die bezig waren met loopgrachten te graven op een vijftal minuten afstand van den kerk, en de Belgische Grenadiers lagen op een tiental minuten langs de andere zijde.

    Juist na den middag, rond één uur, verscheen er een Duitsche patroelje van ongeveer twintig man en reden in de richting van Beersel; op de steenweg van Putte naar Schrieck werden zij aangerand door een Belgische automobiel mitrailleuse, zij werden uiteengeslagen, peerden en velos in brand latende; de aanvoerder-commandant wiens peerd onder hem werd uitgeschoten, in eene gracht nevens den steenweg liggende, stak zijne armen omhoog en gaf zich over; hij werd op eenen automobiel geladen en geblinddoekt in de richting van Lier gevoerd.

    Op 28 September rond 6 uren ’s morgens, zonder wederstand te ontmoeten, komen zij in onze parochie aan ten getalle van ongeveer vijftien honderd en blijven er tot twee uren in den namiddag. De twee derden der inwoners, verrast door dien onverwachte inval, waren thuis gebleven.

    6. Opzichtens de achtergeblevene inwoners hebben de invallende troepen zich tamelijk wel gedragen. Uit de huizen der afwezigen hebben zij twee runderen en een zwijn gehaald dewelke zij geslacht hebben; in ander huizen zijn zij binnengedrongen, deuren en vensters verbrijzelende, alles meenemende wat niet te heet of te zwaar was.

    7. De geestelijkheid heeft geen last gehad van wegens de Duitsche Overheid.

    8. nihil

    9.a. Alles op den ouden voet gebleven.

    9.b. Den 21 October is de parochiale dienst opnieuw begonnen. Bij den terugkeer van het Duitsche leger alleen, heeft een Duitsche (Jezuit) katholieke aalmoezenier alhier mis gelezen.

    9.c. Er is geen verbod geweest wegens ’t lezen der bisschoppelijke brieven, men is de vermaarde brief (n.v.d.r.: Kerstboodschap 1914 van Kardinaal Mercier) zelfs niet komen afhalen. De processiën zijn geschorst geweest omdat wij ons voor den invaller niet wilden vernederen met eene afzonderlijke aanvraag te doen, wat onze jaarlijksche bedevaart met den tram naar Scherpenheuvel betreft: wij hebben ze ook onderbroken om reden dat wij eene verbintenis moesten teekenen dat alles onder onze verantwoordelijkheid was.

    9.d. Het bijwonen der diensten is zoo goed geweest onder de bezetting als te voren en het getal communiën is eerder geklommen. Al de kinderen zonder eene enkele uitzondering hebben hunne plechtige eerste Communie gedaan, zoowel tijdens als vóór den oorlog. De openbare zedelijkheid heeft veel te lijden gehad, menigvuldige diefstallen bijzonder van hout zijn er gepleegd, er is veel getuischt (n.v.d.r.: gegokt) voor groot geld in de herbergen, danspartijen hebben er gedurende gansch den oorlog plaats gehad, wat erger is: een viertal vrouwen, twee getrouwde waarvan de mannen in het leger, en twee ongetrouwde, hebben met den vijand geheuld.

    9.e. Alles is gegaan op den ouden voet, wat meer is: de zusters onderwijzeressen der aangenomene school hebben hun traktement (loon, wedde) zien verhoogen.

    9.f. niets te melden.

    9.g. Werden gevangen genomen te Putte en vervoerd uit de kerk van Konings-Hoyckt met den trein uit Heyst op den Berg naar Soltau, de volgende parochianen van Grasheide:

    Joannes Van de Vondel, Joseph Van de Vondel, Guilielmus Van de Vondel, Joseph Van den Vondel, Corneel Van Itterbeeck, Jan-Baptist Van Itterbeeck, Frans Vermeulen, Peer Moris en Lodewijk Geeraerts uit Putte; Edward Volkaerts, Clementina Volkaerts en Leontine Volkaerts uit Schrieck.

    Zij werden gevangen genomen op 29 September 1914 en zijn ruim vier maanden opgesloten geweest in het kamp van Soltau, uitgenomen Clementina & Leontina Volkaerts die dry weken in een klooster van Duitschland hebben verbleven en dan zijn terug gezonden.

    Op 11 Oogst is overleden Corneel Van Itterbeeck die na veel uitgestaan hebbende in het kamp, daar hij reeds ziekelijk was wanneer hij werd weggevoerd, bij zijne terugkeer eenigen tijd in het gasthuis van Antwerpen heeft verbleven. Na zijn terugkeer op Grasheide is hij niet meer gezond geweest.

    Werden later weggevoerd als zoogezegde werkeloozen alhoewel zij nooit eenigen onderstand hadden genoten:

    Alfons Heremans, Emiel Jennen en Alfons Volkaerts uit Schrieck; Norbert Van den Wijngaert en Jan-Baptist Van de Poel uit Putte.

    9.h. niets te melden

    9.i. niets te melden

    10. In ’t geheel waren er op de Parochie opgeroepen 34 soldaten plus één vrijwilliger.

    Gesneuveld reeds in Augustus 1914:

    Leopold Roggemans, gesneuveld te Herstal;
    Emiel De Keuster, gesneuveld te St-Marc, Namen;
    Alfons Van Roosbroeck op 19 Oogst 1914 te Werchter;
    Florimond Verstraeten, krijgsgevangen, overleden te Mannheim in 1918.

    Gekwetsten: Alfons Jansens, Emiel Van de Wijngaert, Ernest Van der Borght.

    Geboorten:  1913 – 49, 1914 – 51, 1915 – 29, 1916 – 41, 1917 – 24, 1918 – 24
    Overlijdens: 1913 –   9, 1914 – 30, 1915 – 14, 1916 – 17, 1917 – 28, 1918 – 18

    In de kerk werden geene huiszoekingen gedaan. De opname der klokken geschiedde.

    12. niets bijzonders

    13. niets bijzonders

    14. De bevrijding werd aangekondigd door het gelui der klokken en het hijschen der Belgische drijkleur. Het Te Deum werd in de kerk gezongen. Al de vluchtelingen waren reeds terug begin November 1914, uitgenomen eene vrouw, Josephine Van Rompaey, weduwe van Joannes Van der Auwera, teruggekeerd in Februari 1919, vergezeld van zes kinderen. Haar man is verongelukt in de koolmijnen van Engeland.

    Getekend: J.A. Van Eyck, pastoor Grasheide - Const. Vermylen



    31-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    30-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van HEIST-GOOR

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Heist-Goor (H. Alphonsus) – Gemeente Heist-op-den-Berg

    Document 1

    Verslag of geschiedenis van de parochie Sint Alfons Goor (Heist-op-den-Berg) gedurende den oorlog 1914-1918

    De ligging der parochie biedt niets merkweerdig aan betrekkelijk krijgsoogpunt : zij is eene effen oppervlakte zonder rivier, bergen ; daaruit volgt dat de krijgsoverheid alhier geene maatregelen genomen heeft tot verdediging of aanval. Niets is er weggeruimd, vernietigd of verbrand geweest.

    Vol angst en kommer waren de inwoners bij het naderen der vijandelijke legers, en allen namen de vlucht, omdat zij vernamen de vreede baldadigheden en moorderijen elders gepleegd.

    De parochie telt 5 vrijwilligers in het leger: Edm. Van Egdom, Verbist Josef, Van Tricht Adolf, De Preter Alfons en Goyvaerts Gustave.

    Weinige dagen na den inval der vijandelijke legers, keerden de meeste vluchtelingen terug, bezorgd voor hunne huizen, bezittingen. Welk was hunne teleurstellingen! De huizen waren gespaard, maar het vee was weggevoerd of geslacht; het huisraad en kleederen waren gestolen door de duitschers of door wederkeerende vluchtelingen.

    Bij den inval zijn maar drij huizen met aanhoorigheden vrijwillig in brand gestoken.

    De parochianen, van de vlucht teruggekeerd, waren getrouw aan hunne Kristelijke plichtigen. Daar de E.H. Onderpastoor als brancardier in het leger was, en de E.H. Pastoor van de duitsche op 28 augustus 1914, naar Duitschland gevoerd was, deed de E.H. Kanunnik van Tongerloo den dienst tot nieuwjaar 1915.

    Voor den inval der legers, door eenen kleine afdeeling soldaten, op 28 augustus 1914, zijn er vele parochianen uit hunne huizen, velden en straten medegenomen; zelfs moeders en kleine kinderen vonden geene genade bij de onmenschelijke soldaten.

    Bl.2

    Zij waren gedwongen in eene weide op hunne knieën te zitten, uren lang, bespot en bedreigt ; s’ avonds zijn zij als slachtvee naar de kerk van Aerschot gedreven. Daar waren, van ook andere parochie, omtrent 600 opgesloten, en verbleven daar 10 dagen. Dagelijks mochten vrouwen, kleine kinderen en oude grijsaard terugkeren.

    Op 5 september wierden de 300 overblijvers in de kerk met den beesten trein naar Duitschland gevoerd. Na twee nachten en dag, in den trein doorgebracht, kwamen zij te Sennelager, s’ nachts, aan. Het eerste vertoon, in het bos, voor het kamp, was de bust van Willem verlicht : s’ morgens voor generaal Bach verschijnen met zijnen vervloekende, smadelijke en ongoddienstige aanspraak. Daar moesten de priesters hunne kleeding verwisselen tegen het kostuum van metsersdienaars : zij onderstonden den smaad van naakt, in eene kamer te samen, door kokende wateren zoogezegd, gezuivverd te worden.

    Na eenige dagen, gebrek aan eten en slapen, versmaad en bespot wierden zij aanzocht zich naar Padenborg te begeven, maar de bisschop weigerde ons, priesters, aan te nemen ; dan naar Munster in Westphalen. Daar wierden wij door den bisschop aanveerd, en geplaast in het groot Seminarie, alwaar wij welkom waren ; goed verzorgd door de E.H. Zusters, en den E.H. Rector.

    Alles was daar uiterst goed, eten, elk eene kamer, dagelijks de mis lezen, enz. : wij stonden altijd nog onder de bewaking der soldaten, die voor ons en bij ons, in het Seminarie verbleven, totdat de krijgsraad, na onderzoek, ons vrijsprak van de beschuldiging dat de priesters hadden geschoten, het volk opgehist, hunne soldaten vermoord hadden. Wij verbleven in het Seminarie tot den zondag voor Kersmis 1914 : dus van Augustus tot December.

    De burgelijke gevangene van 't Goor (Louis De Cuyper, Aug. De Cuyper, Alf. Claes, Alf. Nijs, Leop. Liekens, Alf. Goossens, Jan Ooms, Alf. Wijns, Juul Wijns, Ant. Rens, Frans Van Nuffel) verbleven in het kamp van Senne tot hunne terugkeer Februari 1915. Beschrijven hunne ontbeeringen, mishandelingen, is onmogelijk : dit is immers het kenmerk der duitschers.

    Bl.3

    Bij de intrede der legers, werd alles door de soldaten geplunderd ; getuigen verklaren dat ze met wagens alles uit de pastorij vervoerd hebben : bedden, bedde goed, lijnwaad, meubelen en wijn. De pastorij was als een vuilen stal ; al de meubelen verbroken.

    In de kerk, zijn zij langs eene opening in de kerk gebroken ; hebben het H.Sacrament onteerd, de HH. vaten, kelken, ciboriën, remonstratie meedegenomen ; deze zijn later, in 1915, geschonden en beschadigd bij de E. Paters Minderbroeders te Leuven teruggevonden. Al de kanten van communiekleden, alben, roketten, zijn afgesneden en verdwenen, en nooit meer wedergevonden. Al de juwelen van goud en zilver, toebehoorende aan O.L.V.beeld zijn ook geroofd.

    Op 29 augustus 1918 bij den inval der duitschers zijn drij rustige burgers : Jan Cannaerts, Louis Vertommen, Alfons Vertommen, (twee maal, later nog met het meldambt). Zij vertellen met verachting hun ballingschap : zij zijn uitgeput teruggekomen en treuren nog met eene slappe gezondheid.

    Wanneer de duitsche legers verder ons land binnen rukten, na den val van Antwerpen, heeft de parochie, het algemeen juk van verdrukking gedragen : zoo als opeisschingen, huiszoekingen, boeten, processen en zware betalingen. Later zijn al de gebouwen behouden gebleven, geene moorden maar wel gevangnemingen.

    De diensten in de kerk geschieden volgens gewoonte met verbod van processiën, en wierden goed door de parochianen bijgewoond : In ’t algemeen allen volbrachten hunne Kristelijke plichten. Later is toegenomen het verzuimen der H. Mis op de zondagen ; ook het achterlaten der Paaschplicht, en dit is nu nog niet verbeterd, niettegenstaande dat er in Februari 1919 door de E. Paters Redemptoristen eene tiendaagsche missie gepredikt geweest is. De restitutie is ook niet bekend.

    Bl.4

    De plechtige communie is jaarlijks, gedurende den oorlog, door al de kinderen onderhouden geweest, gene enkele uitzondering, niettegenstaande de moeielijkheid der kleeding, is gebleken.

    De scholen zijn, als voor den oorlog, goed, door al de kinderen, bijgewoond.

    Alleen de staat van den burgerlijken staat, toont ons een klein staat van vermindering.
    jaar Geboortens Overlijdens
    1913   89   25
       14   82   29
       15   54   28
       16   74   30
       17   58   30
       19   58   39

    Het wegvoeren, naar Duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior, en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoe£ Corneel en Fons, Vertommen Alf. (voor de tweede maal), Verbeeck Jozef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen, maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.

    Alle huisgezinnen hebben geleden van de duitschers, van de verdrukking, opeisschingen ; eenige zijn gestraft geweest met eene mindere of meerdere geldboete, zelfs tot 4.000 fr. ; weinige door de duitsche tribunalen veroordeeld tot boete en gevang, zelfs tot verkoop van hunne haaf, dieren.

    Volgens officiële tijding zijn gesneuveld :

    1 Eerw.Heer Cannaerts,Priester in ‘t groot seminarie.
    2 Denis Geuten, hulponderwijzer, brancardier.
    3 Amandus De Haes, soldaat van de genie.
    4 Alf. De Preter, vrijwilliger.
    5 Leopold Van Loo, soldaat.
    +1 Alfons Geens, soldaat, gehuwd, is nog niet teruggevonden, is vermist en vrees dat hij is gesneuveld.

    Den 28 augustus 1914 is alhier een klein kind, in de armen zijner moeder doodgeschoten, begraven.*

    * SCHOOVAERTS Anne Maria
    ° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
    † doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
    Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat de pastoor zelf door de Duitsers was opgepakt.


    Bl.5

    Bij die inval der duitschers is Gerard Verhaegen van ’t Goor te Berlaar doodgeschoten, omdat hij vluchtte.

    De verwoesting aan bosschen is aanzienlijk ; de schoone steenwegen staan naakt, de velden zijn ontruimd : niets is er van de beplanting overgebleven.

    Wij hebben getuigen geweest van den onbermertige aftoch der duitschers : het was eene burgerlijke begrafenis : arm en ellendig.

    Wij hebben het geluk niet gehad van bij te woonen de intrede onzer legers, soldaten. Maar wij zijn getuigen geweest van de vreugde, geestdrift der Belgen bij het zien van de soldaat die bij zijne familie terugkwam.

    In de kerk, bij de intrede, prijkt eenen schoonen lijst der gesneuvelde met hunne portretten : een schoon aandeken aan hunne heldenmoed en opoffering. Zij rusten bij den Heer. Leve België.

    Getekend J. Wouters Pastoor
    Sint-Alfons-Goor 29 maart 1919


    Bl. 6-7 Document 2

    Antwoord op de brief van kanunnik Laenen :

    1. Het getal binnengeroepen soldaten : 61

    2. Jaar Communiën
    1913   27.400
    1914   28.300
    1915   36.700
    1916   40.650
    1917   36.250
    1918 opgezonden voor de rekening tot goedkeuring.

    3. Plechtige communie. Al de kinderen hebben elk jaar, hunne plechtige eerste communie gedaan.
    Jaar Plechtige communicanten
    1913   55
    1914   62
    1915   54
    1916   58
    1917   46
    1918   49
    1919   56

    Getekend: J. Wouters, Pastoor
    Goor, 13.5.19

    vervolgd


    30-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-1
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo

    Bl. 1

    De Deutschers in de Gemeente Tremeloo

    19 augustus 1914.

      Den 19 augustus deden de Deutschers hunne intrede in Tremeloo. In den voormiddag verscheen er een Deutsche patrouille die binnendrong in het postkantoor en in het bureel der tramstatie waar zij alles doorzochten.

      Op de gehuchten Geetsvondel en Veldonck boden de Belgen (5e en 6e linieregiment) wederstand aan de overweldigers. Dit had voor gevolg dat op Veldonck en Geetsvondel dien dag 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Deutschers verrast geworden en gevlucht onder zijnen oven. Hij werd door de Deutschers niet opgemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel hebben de Belgen zes doden en een gekwetste achtergelaten. De gekwetste, zekere Verhooft, werd enkel gevonden den volgenden dag en door den eerw. Heer pastoor bediend van de H.H. Sacramenten.

    Aankomst der Deutschers in het dorp.

      Het was den 19 augustus 5 u. namiddag. Gansch de bevolking was gevlucht uitgenomen vier of vijf ouderlingen, twee zieken en den eerw. Heer pastoor. Toen de Deutschers het dorp naderden ging de eerw. Heer pastoor hen te gemoet en vroeg of zij van hem eenigen dienst verlangden? Zij vroegen brood. Daar de eerw. Heer pastoor geen brood meer had bood hij hen drank aan, namelijk bier of wijn; dovh zij weigerden en stelden zich tevreden met water dat zij op verzoek van den eerw. Heer pastoor haalden op de pastorij. Verder was hun werk de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, Kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan braken ze binnen in de verlaten huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de enkele woningen waar bewoners thuis gebleven waren werd niets weggenomen. Ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Deutschers zich heel fatsoenlijk.

      Een feit heeft plaats gehad waarvan ik mij de betekenis niet kan voorstellen. Toen de eerw. Heer pastoor juist voor den ingang der pastorij met den hoofdman der Deutschers in gesprek was, werd hem door een soldaat eene doos met kardoezen van 16 millim. aangeboden.

    Bl. 2a

    De hoofdman deed met de hand een afwijzende beweging en de soldaat met zijn kardoezen verdween.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Deutschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw met drie klein kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen open gevonden en kon niet verder. Nu kwam ze weenend terug te Tremeloo aan. De eerw. Heer pastoor deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Deutscher ontmoet die haar zegde dat zij mocht gerust zijn, dat haar geen kwaad zou geschieden. Zij vertelde ook dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk had zien liggen van een burger. Toen de eerw. Heer pastoor dit hoorde begaf hij zich naar de Deutschers en vroeg aan den hoofdman of het hem niet zou believen twee mannen mede te geven naar de plaats door de vrouw aangewezen. Die vraag werd aanstonds ingewilligd en de hoofdman zelf met twee zijner soldaten vergezelde den eerw. Heer pastoor tot bij het lijk.

      Het was het lijk van een jongeling van 22 jaren genaamd Aloysius Van Geel, zoon van den eersten schepen der gemeente. De hoofdman der Deutschers beweerde dat dit het lijk was van een belgische officier verkleed in burger, en hij voegde er bij papieren te bezitten van den overledenen die zulks bevestigden. Misschien had men op den gedooden een eenzelvigheidsbewijs gevonden met de melding “Korporaal der burgerwacht”. Dit is maar een veronderstelling, doch met zekerheid weet ik het niet. Twee dagen later werd omtrent dezelfde plaats in eene gracht met hout beplant het lijk gevonden van den genaamden Frans Schepers, vader van zes kinderen. Beiden werden met de bajonet doorboord. Ik stel mij voor dat zij gedood werden op de volgende wijze.

      Van Geel en Schepers alvorens te vluchten waren nog eens den steenweg naar Werchter opgereden (zij waren per velo). Halverwege werden zij verrast door de Deutschers die toen bevolen stil te houden. Van Geel werd eerst onderzocht en zijne papieren nagezien. Het noodlottig eenzelvigheidsbewijs met de melding “Korporaal der burgerwacht” werd gevonden. Hij werd voor officier aanzien en onmiddellijk met de bajonet doorbooord. Schepers dit ziende wilde vluchten, doch hij werd eenige stappen verder achterhaald en onderging hetzelfde lot. Al wat Van Geel en Schepers op zak hadden, ook hun geld, werd op hunne lijken teruggevonden.

    Bl. 2b

    Waarom gebrand.

      Toen de eerw. Heer pastoor met den hoofdman der Deutschers voorbij een huis ging dat brandde, verklaarde deze laatste dat men van uit dit huis op hen geschoten had, gelijk ook van uit de andere huizen. Dit is niet alleen onwaar, maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes, van wien ik hoger gewaagd heb, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Deutschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. Al de huizen werden in brand gestoken.

    Tweede bezoek der Deutschers.

      Omtrent een uur na de intrede der eerste Deutschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. Deze gedroegen zich weerom fatsoenlijk ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de burgers die hunne woning niet verlaten hadden. Zij vroegen wijn; doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen.

      Toen deze soldaten zich in het dorp bevonden, juist nabij het gemeentehuis, bemerktten zij een persoon die, twee of drie honderd meters verder, over een veldweg ging. Onmiddellijk werd er op geschoten; doch gelukkiglijk werd de mensch, een ouderling van ruim 70 jaren, niet getroffen.

    Deutsche patrouilles.

      Van den 20 augustus tot den 23 kregen wij in Tremeloo regelmatig het bezoek van Deutsche patrouilles. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald; men gaf hun eten en drinken (vooral bier en melk); fruit en cigaren.

      Deze patrouilles waren in het algemeen ook beleefd en zelfs vriendelijk. Zij spraken met de burgers als oude kennissen en trachten de bevolking gerust te stellen. Zij gaven den raad niet weg te vluchten : als de burgers rustig blijven, zegden zij, zullen de Deutschers hen ook geen kwaad doen.

      Twee zonderlinge gezegden dezer patrouilles verdienen hier aangestipt te worden. Den 21 augustus vertelde een deutsche soldaat dat Leuven geheel vernietigd was, dat er van die schoon kerken niets meer overbleef dan puinhoopen, dat de burgers er op de Deutschers geschoten hadden. Later toen ik vernam dat Leuven den 25 augustus was verwoest geworden, was ik dan ook niet weinig verwonderd …

    Bl. 3a

      Tien Deutsche soldaten waren gedurende twee dagen in den kost geweest bij eenen landbouwer der parochie Grootloo. Toen zij vertrokken gaven zij aan den boer den raad weg te vluchten wanneer hij het kanon dichtbij zou hooren, want, zegden zij, dan branden wij alles af.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van een belgische patrouille en tegen den avond kwam een gepanstert automobiel der belgen om een deutsche patrouille aan te randen. Den 24 augustus tegen den avond werden de Deutschen door belgische troepen uit Werchter verjaagd en ’s anderendaags werd er tusschen Deutschers en Belgen een gevecht aangegaan met gevolg dat tegen den avond de Belgen de terugtocht namen naar de forten. Na het vertrek der Belgen kwam een afdeeling Deutsche cavalerie door het dorp zonder eenige schade aan te richten. Alles bleef rustig tot den 27 tegen den avond. Toen werden op een honderd meters afstand van de pastorij twee huizen in brand gestoken. Het is alsdan dat pastoor en onderpastoor de pastorij verlieten om den nacht door te brengen, de eerste op de pastorij te Bael, de tweede op het gehucht genaamd Bolloo. Den 28ste in den morgend meende de eerw. Heer pastoor naar Tremeloo terug te keeren; doch halverwege werd hij door de parochianen gewaarschuwd dat de Deutschers alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf de eerw. Heer pastoor zich door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar hij eenige ogenblikken later samen met den eerw. Heer Wouters pastoor van ’t Goor, aangehouden werd.

    Waarom het dorp afgebrand?

      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich ten opzichte van de Deutschen van ’t begin af zeer correct gedragen en zich aan geen geweldaden plichtig gemaakt. Den 18 augustus, wel is waar, werd een Deutscher door de burgerwacht gevangen genomen, doch deze werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Deutschen honger leden was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Personen die den 28ste augustus aan de Deutschers vroegen waarom zij Tremeloo afbranden, kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten! Die verklaring “men heeft te Leuven op ons geschoten” werd reeds gedaan den 21 augustus door Deutsche patrouilles.

    Bl. 3b

    Op aanraden van die patrouilles waren eenige menschen den 28ste t’huis gebleven. Zij werden door de Deutschers genoodzaakt hun huis te verlaten zonder nog iets mogen te redden en, in hunne tegenwoordigheid werd hunnen woning in brand gestoken. Onder de inwoners die aldus behandeld werden bevond zich een oude vrouw van ongeveer 80 jaren; deze werd met andere inwoners naar Werchter gebracht en in de Kerk opgesloten. ’s Anderendaags nochtans mocht zij naar de rookende puinen harer woning terugkeeren.

      Den 28ste augustus werden te Tremeloo 174 woningen en gebouwen afgebrand : dit maakt met de 40 woningen afgebrand den 19 een totaal van 214 woningen en gebouwen.

    Plundering.

      Wat door de vlammen niet verslonden was werd geplunderd, deels door de Deutschers, deels door de burgers. Deze laatste hebben zich vooral meester gemaakt van winkelwaren en kleederstoffen.

      In ’t begin van september werd Tremeloo terug bezet door de Belgen en vanaf den 13 september wederom door de Deutschers. Tusschen 13 en 28 september hebben deze laatste op de pastorij al het linnengoed, dekens en ook al den wijn weggenomen; twee brandkassen opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven 300 à 400 fr. in geld.

      In de kerk hebben zij het tabernakel-brandkast, de brandkast der sacristij en eene anderen ijzeren kast opengebroken en het grootste deel der gewijde vaten geroofd. Het H. Sacrament was gelukkig weggehaald door den eerw. Heer pastoor van Bael den 10e september.

      Het geroofd zilverwerk hebben twee Deutschen beproefd te smelten. Toen zij met dit werk bezig waren kwam er bevel onmiddellijk te vertrekken en daardoor werden zij genoodzaakt hunnen buit achter te laten. Zij wierpen het zilverwerk half gesmolten en verbrijzeld in eenen waterput waar het later teruggevonden werd.

      Het priestergewaad werd in de kerk opengeworpen te midden van stof en vuiligheid. Terwijl Deutsche soldaten de brandkasten openbraken zijn Deutsche officieren in de kerk geweest en hebben maar laten begaan.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Deutsche officier die twee zusters in ’t klooster heeft en goed katholiek is. Deze was verontwaardigd over hetgeen in de kerk gebeurd was en trachtte nog te redden wat kon gered worden. Hij liet het priestergewaad alsook de stukken van de zilver eremonstrans, een kelk en een ciborie overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben.

    Bl. 4a

    Deze officier heeft bij de eerw. Zusters van Schrieck een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijn bloedverwanten te doen geworden.

      In de kerk werden ook al de offerblokken opengebroken; een beeld van den H. Dionysius werd de handen afgeslagen; eene statie van den kruisweg werd beschadigd waarschijnlijk door een schrapnel; drie geschilderde ramen nog onlangs geplaatst werden beschadigd door schrapnels; de vunt werd door de soldaten gebezigd om zich te wasschen en was gansch bevuild; het dak van kerk en toren werden erg beschadigd.

    Verdwenen of beschadigde voorwerpen
    Gewijde vaten en zilverwerk

    2 zilvere kelken waarvan een in geslagen zilver van 1772
    1 ciborie;
    1 zilvere remonstrans;
    1 kopere remonstrans verguld;
    2 zilvere kronen van O.L.Vr. en van het kind Jezus;
    1 zilvere kroon van de H. Barbara
    1 zilvere toren van de H. Barbara
    1 zilvere scepter van O.L.Vr.
      -half gesmolten of verbrijzeld

    2 gouden ketingen geofferd aan O.L.Vr.
    Een kruis en een hart in zilver bezet met 73 diamanten gebruikt tot versiering der remonstrans
    2 zilvere potjes der H. Olie en Chrisma;
    Eene zilvere schotel met twee zilvere ampullen hebbende oudheidkundige weerde
      -verdwenen

    Andere metalen voorwerpen.
    Vier koperen kandelabers van 3 bougies;
    Eene kopere bel;
    2 tinnen schotels;
      -verdwenen
    Het tabernakel-brandkast opengebroken en erg beschadigd; de brandkast der sacristij uit den muur gehaald en verbrijzeld; eene oude ijzeren kast verbrijzeld.

    Linnen
    7 alben verdwenen en eene albe den kant afgescheurd;
    13 altaardweilen verdwenen;
    8 biechtroketten verdwenen;
    Zijn ook verdwenen een aantal corporalen en punsicatorium.

    Priestergewaad
    Eene … zwarte koorkap verdwenen;
    Vele kazuivels min of meer beschadigd.

    Bl. 4b

    Processiegewaden.

    Eene mantel van O.L.Vr. gansch verscheurd;
    Eene groote hoeveelheid kleederen om in deprocessie door kinderen en jonge dochters gedragen te worden, verdwenen of geheel en al onbruikbaar teruggevonden.
    Symbolen en andere processieversiersels verdwenen of onbruikbaar teruggevonden.

    Andere voorwerpen
    2 klokzeelen door de Belgen medegenomen;
    85 pond was verdwenen;
    40 pakken bougies
    Een lange bamboustok.
    Bij dit alles te voegen de schade veroorzaakt aan deuren, vurst, vensterramen, stoelen, offerblokken, bedden, enz.

    Gevangen genomen Burgers.

      18 burgers van Tremeloo werden door de Deutschers gevangen genomen en naar Deutschland overgebracht, namelijk :
    De eerw. H.H. Pastoor en onderpastoor, gevangen den 28ste augustus en weergekeerd den 20ste December;
    Alfons Michiels, Lod. Van Vlasselaer, J.B. Goeron, Lod. Haegemans, Pepinus Torfs en Frans De Preter, gevangen genomen den 28ste augustus en weergekeerd op het einde van Februari;
    Lod. Van Vlasselaer en zijn zonen Frans en Jan Baptist, Frans Corebunders, Frans Van Eyken, Livinus Schoovaerts en Victor Ruttens gevangen genomen rond half september en weergekeerd in ’t begin van Februari;
    Eduard Van Leemputten, Martinus Goeron en Jan Van Goolen, gevangen genomen rond half september en weergekeerd 6 weken naderhand.

      Buiten deze werden nog ander personen gevangen genomen en een of meer dagen opgesloten hetzij in de Kerk te Aerschot, hetzij in de Kerk te Werchter. Onder de personen een of meer dagen gevangen gehouden in de Kerk te Werchter bevonden zich ook vrouwen en oude menschen.

    Bl. 5a

    TREMELOO

    Gedurende den grooten oorlog

    I.

    Bestuurlijke ligging.


      De gemeente Tremeloo gelegen in het noorden van de Provincie Brabant, maakt deel van het arrondissement Leuven en het kanton Haecht. De parochie behoort tot de dekenij Haecht.

      De gemeente Tremeloo bevindt zich op den steenweg van Werchter naar Lier. Het is langs dien steenweg dat de belgische troepen der bezetting van Antwerpen eenen uitval deden den 25 augustus 1914, en daarna wederom in het begin van september. Bij den eersten uitval werd de Deutsche bezetting van Werchter gebombardeerd van uit Tremeloo. Daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven dat Tremeloo door de Duitschers afgebrand werd den 28 augustus 1914. Zoo was het ook gebeurd den 19 augustus bij de eerste intrede der Duitschers. Belgische troepen van het 5e en 6e linieregiment hadden loopgrachten gegraven op het gehucht Veldonck. Van uit die loopgrachten en ook van achter andere verdedigingswerken in der haast door de belgische soldaten opgeworpen, werd tegenstand geboden aan de eerste Duitsche troepen. Deze tegenstand had voor gevolg dat bijna geheel het gehucht Veldonck door de Duitschers moedwillig afgebrand werd onder voorwendsel dat men vanuit de huizen op hen geschoten had.

      Het gehucht Veldonck is gelegen op den steenweg van Tremeloo naar Aerschot, die te Geetsvondel, op ongeveer drie kilometer van Tremeloo-dorp, samenkomt met den steenweg van Aerschot-Werchter-Brussel. Deze laatste steenweg werd gevolgd door eene groote menigte Duitsche troepen.

    II.

    Maatregelen bij den inval getroffen door burgerlijke en geestelijke overheid.


      Bij het naderen van den vijand had de burgerlijke overheid de burgerwacht ontbonden en alle vuurwapens doen binnenbrengen in het gemeentehuis. Het is aldaar dat die wapens door de eerste Duitsche troepen verbrijzeld werden.

      Elken zondag van op den predikstoel trachtte de eerw. Heer pastoor de parochianen tot kalmte op te wekken. Den zondag 9 augustus werden van op den predikstoel aan het volk de volgende woorden voorgelezen :

    Bl. 6a

    “indien de Duitschers in de parochie komen dan moet iedereen zich wel wachten van iets te miszeggen of te misdoen, wel integendeel aan de duitsche soldaten eten en drinken geven dit is het gekenste middel om moord en plundering te vermijden.”

      Daar ik niet voornemens was de parochie te verlaten, achtte ik de gewijde vaten voldoende in veiligheid in de brandkasten der Kerk. Ik kon niet gelooven dat de legervoerenden er zouden toe overgaan deze te verbrijzelen ingezien de particuliere eigendom en vooral de eigendom der Kerk door de Conventie van den Haag onschendbaar was verklaard.

      Bij het naderen van den vijand had gansch de bevolking, op eenige uitzonderingen na, de gemeente verlaten. Waren in de gemeente gebleven : Eerw. Heer pastoor Van Winkel en zijne meid; Evrard Godier en zijne zieke huisvrouw Julia Wouters; Joanna Maria Van Camp, zieke ouderlinge van 86 jaren en Maria Bosmans; Norbert Heylichen; Eduard Van Leemputten en zijne huisvrouw Angelina Wenderickx; Maria Teresia Vereecken. Al dezen waren ouderlingen uitgenomen de Eerw. Heer pastoor en zijne meid. Enkel twee van die ouderlingen zijn thans (1919) nog in leven Evr. Godier en Ed. Van Leemputten. Drie personen die meenden te vluchten werden door de aankomst der Duitschers verrast en verloren het leven zoals wij verder zullen zien.

    III

    A. Houding der krijgsoverheid.


      Tremeloo is driemaal bezocht geweest door afdeelingen van het belgisch leger, namelijk den 19 augustus, den 25 augustus en in ’t begin van september.

      Den 19 augustus hebben de belgische troepen hier niet vernacht; zij zijn aangekomen in den voormiddag en tegen den middag reeds vertrokken. Ik heb de generaal en twee zijner officieren bij mij op de pastorij ontvangen; hunne namen ben ik vergeten. Van den generaal heb ik alsdan vernomen dat er spraak was den kerktoren te doen springen, doch op het ogenblik dat daarover gehandeld werd, hoorde men op geringen afstand een kanonschot en orde werd gegeven om te vertrekken.

      Ik vroeg nog aan den heer generaal of er voor mij en andere burgers gevaar bestond ter plaatse te blijven en de komst van den vijand af te wachten? Zijn antwoord was wijfelend. ’t Is, ging ik verder, dat ik meen dat het mijn plicht is hier te blijven. Dit meen ik ook, gaf hij voor antwoord.

    Bl. 6b

      De belgische troepen die hier den 25 augustus aankwamen hadden aan hun hoofd generaal De Witte. Generaal De Witte met zijnen staf heeft vernacht op de pastorij. Moed en kalmte kenschetsten den generaal en zijne officieren.

      Een mijnen opzichte waren al de belgische officieren, met dewelke ik alsdan in aanraking geweest ben, in de hoogste mate voorkomend en beleefd.

    B. Gesteltenis der soldaten.

      De opgeroepenen van Tremeloo ontvingen veelal de tijding hunner oproeping onder de wapens met neerslachtigheid en tegenzin. Aan dezen regel waren er nochtans loffelijke uitzonderingen. Later, wanneer de wreedheden van den vijand bekend wierden, is de vaderlandsliefde bij allen levendiger geworden en verscheidene soldaten van Tremeloo hebben zich onder den oorlog eerlijk onderscheiden.

      In den nacht van 24 tot 25 augustus 1914 werd Tremeloo bezet door eene afdeeling Belgische troepen onder leiding van generaal De Witte. De burgerlijke bevolking was gevlucht omdat men een gevecht op het grondgebied der gemeente vreesde, zoodat de verlatene huizen geheel en al ter beschikking waren van de belgische soldaten. ’s Anderendaags was in de huizen alles letterlijk vernield of geschonden. Ik heb een winkel gezien waar al wat er in den winkel was, dooreengeworpen lag op den vloer. De verbittering der bevolking om die handelwijze der belgische troepen was alsdan uitnemend groot, en die verbittering zou lang voortgeduurd hebben hadden de Duitschers zich niet gelast de sporen van die verwoesting te doen verdwijnen met de huizen af te branden.

      Den 24 augustus kwam een belgische soldaat die den volgenden dag aan den aanval zou deel nemen, zich bij mij aanbieden om zijne biecht te spreken.

      Den 25 augustus, terwijl het gevecht te Haecht en te Wackerzeel woede, had ik mij tijdelijk van huis begeven. Toen ik een weinig na den middag op mijne pastorij terugkeerde, vond ik deze bezet door een aantal belgische gendarmen die een welgemeend bezoek brachten aan mijnen kelder en den vloer overstroomd hadden met wijn. Naderhand kon ik bestatigen dat zij ook huiszoeking gedaan hadden. Ik had eenige gedenkenissen van gesneuvelde soldaten verzameld met het gedacht deze later aan hunne familie te bezorgen, onder deze was er een geldbeugel die 5 fr. inhield : dit geld werd weggenomen door hoogervermelde belgische gendarmen.

    Bl. 7a

      Deze feiten heb ik alhier willen aanstippen uit onpartijdigheid, en ook om aan te toonen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tusschen de misdrijven begaan door eenvoudige soldaten op eigen krachten, en tusschen de misdrijven bevolen door de krijgsoverheid.

    C. vrijwillige dienstneming.

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers van Tremeloo. Later hebben eenige die gevlucht waren of van de Duitschers geleden hadden, als vrijwilligers het leger vervoegd.

    IV

    Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog.


      De eerste weken van den oorlog was de burgerlijke bevolking zeer ter neer geslagen. Er werd weinig gewerkt. Sommige zelfs hadden den moed niet hunnen oogst in de schuren te halen en verschoven zulks van dag tot dag, tot dat de tijding kwam dat de belgische krijgsoverheid de paarden opeischte. Dit was voor de moedeloozen een spoorslag : om zich niet aan zwaarderen arbeid bloot te stellen, maakten zij spoedig van hun paard gebruik om den oogst binnen te halen.

      Hier en daar ontmoette men hoopjes volk waaronder maar over een ding gesproken werd : de oorlog. Gansch in het begin, wanneer de dagbladen spraken van belgische overwinningen te Luik, werd de houding van Koning en ministerie door het volk algemeen goedgekeurd; doch, toen de eerste gekwetsten te Leuven aankwamen werd al eens gezegd : men had hem maar moeten laten doortrekken. Dit kenschetst het gewoon volk dat doorgaans eene daad oordeelt volgens den uitslag.

      In het algemeen werden gedurende die eerste weken de kerkelijke diensten beter bijgewoond dan vroeger, bijzonder de mis in de week en het lof; nochtans moet ik in alle rechtzinnigheid bekennen dat die geestelijke verbetering op verre na niet aan mijn verwachting beantwoordde. Honderden menschen die den ganschen dag niets verrichtten, gaven zich evenwel de moeite niet om naar de kerk te komen : van dan af waren er velen die morden tegen de goddelijke voorzienigheid.

      Ik had op den predikstoel gezegd dat God de oorlog en dergelijke plagen toelaat om de menschen tot inkeer te brengen; dat de zonden der menschen zoowel in het nieuw als in het oud testament de oorzaken waren van openbare straffen.

    Bl. 7b 

    Ik had het voorbeeld aangehaald der Ninivieten en het volk eveneens tot boetveerdigheid en godsvrucht opgewekt :sommige vreesden niet met mijne woorden den spot te drijven en wanneer den 19 augustus een veertigtal huizen der parochie in asch gelegd werden, dan waren er die uitriepen : God straft de menschen, nu ziet men wel welke straf verdiend hebben! Negen dagen later werden de huizen van wie zoo spraken insgelijks de prooi der vlammen.

      Tremeloo stond vroeger bekend voor zijne baldadige en buitensporige kermissen. De kermis van Tremeloo werd jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus. Eigenaardig toeval of zonderlinge schikking der voorzienigheid, Tremeloo werd door de Duitschers in asch gelegd den 28 augustus, juist twee dagen voor den laatsten zondag van die maand.

      De eerste weken van den oorlog waren er ook meer communiën, doch wederom niet zooveel als men zou hebben mogen verwachten. Ziehier een vergelijkende tafel der communiën uitgedeeld sedert 1913 :
    In 1913 werden uitgedeeld 15600 communiën
    1914   15600
    1915   20100
    1916   24300
    1917   18600
    1918   17900
    In 1913 en 1914 werd nagenoeg hetzelfde getal communiën uitgedeeld; doch in 1914 bleef de parochie twee maanden lang zonder priester zodat men moet besluiten dat het getal communiën voor 1914 gestegen was.

    V

    Inval van den vijand – Gevechten op het grondgebied der parochie.


      Den 19 augustus 1914 deden de Duitschers hunne intrede in Tremeloo. Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel boden belgische troepen behoorende tot de 5e en 6e linieregimenten wederstand aan de overweldigers. Zes belgische soldaten zijn op dien dag op het gehucht Veldonck gesneuveld voor het vaderland; een zekere Verooft, werd erg gekwetst aan de rechterwang. Den 20ste augustus gevonden door de bevolking, heb ik hem het H. Oliesel toegediend en doen overbrengen naar het klooster van Betecom. De zes gesneuvelden werden begraven op het kerkhof alhier op vrijdag 21 ste augustus.

      Ik had zorgvuldig verzameld al wat de gesneuvelden op zich hadden ten einde dit later aan de familie te bestellen.

    Bl. 8a

    Doch al deze voorwerpen zijn tijdens mijn ballingschap in Duitschland verloren geraakt. Een naam herinner ik mij nog, het is een zekere Breyne van Gheluwvelt. De familie van een tweede woont in de paleizenstraat te Schaerbeek; een derde was geboortig van O.L.Vr. Thielt. De drie andere waren geboortig uit het Walenland. Hunne medaliën met hun stamnummer heb ik overhandigd aan generaal De Witte den 25 augustus.

      De wederstand der Belgen op het gehucht Veldonck den 19 augustus had voor gevolg dat dien dag op Veldonck en Geetsvondel 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Duitschers verrast geworden. Uit schrik vluchtte hij onder zijnen oven. Hij werd door de Duitschers niet bemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Den 12 of 13 september, na den uitval uit Antwerpen, had een tweede gevecht plaats op het grondgebied der parochie. Na dit gevecht werden de lijken van vijf belgische soldaten voorlopig ter aarde besteld door de genaamde Joseph Wouters. Het waren die van twee carabiniers voor zooveel Wouters zich herinnert geboortig van Deerlijk en Schellebelle; van een grenadier; van een lancier en van een piot. Deze lijken werden later overgebracht naar het kerkhof.

      Tijdens dit gevecht werd het dak van toren en kerk erg beschadigd door de mitraljeuzen. De kerk werd getroffen door drie bommen (schrapnels). Eene verbrijzelde geheel en al de venster der vunt. Eene tweede kwam te recht boven een der kerkramen. Zij maakte een groot gat in de metserij ( voor de herstelling werden 1100 steenen gebezigd) en verbrijzelde gedeeltelijk de geschilderde raam waarboven zij te recht kwam. Twee steenen werden door de kerk geslingerd en kwamen te recht in eene geschilderde raam aan den tegenovergestelden kant der kerk. De derde bom ontplofte boven de sacristij en bracht schade toe aan eene geschilderde raam der koor.

      Andere schade werd door de gevechten op het grondgebied der parochie niet aangericht; doch, den 28 augustus, na den eersten uitval der Belgen, werden alhier moedwillig in brand gestoken 175 woningen, waaronder het huis bewoond door de zusters, gemeenteonderwijzeressen. Daarenboven werden nog afgebrand : de bijgebouwen der pastorij, dat is waschhuis en stalling; vier schoollokalen toehoorende aan de gemeente, en een lokaal dat tevens diende als bewaarschool en kapel der congregatie.

    Bl. 8b

    VI

    Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting.

    Aankomst der Duitschers in het dorp.


      Het was den 19 augustus rond 5 ure namiddag. Gansch de bevolking, uitgenomen de personen in hoofdstuk II genoemd, had het dorp verlaten. Veldonck en Geetsvondel stonden in laaie vlam. Om, zoo mogelijk, verdere brandstichtingen te voorkomen, waagde ik het de Duitschers te gemoet te gaan wanneer zij nog een vijftigtal meters van de pastorij verwijderd waren. De Duitschers gingen op twee rijen langs de zijkanten van den steenweg. De kapitein ging vooraan in ’t midden van den steenweg met blooten sabel op den schouder. Ik wendde mij tot hem en vroeg of hij iets verlangde? Hij vroeg brood. Daar ik geen brood meer had, bood ik hem drank aan, namelijk bier of wijn. Dit verlangde hij niet, doch hij vroeg verder of ik goed water had? Op mijn bevestigend antwoord en mijn verzoek tevens, gelastte hij zijne mannen water te halen op de pastorij.

      Terwijl ik met den kapitein nog sprak naderde een soldaat die hem een kas aanbood ter groote van een cigarenkas en gevuld met kardoezen ter groote van jachtkardoezen van 16 millimeters. Die kardoezen schenen geladen met een kogel. De kapitein deed met den arm eene afwijzende beweging. Later heb ik gedacht dat het misschien kardoezen waren die dienden voor brandstichtingen.

      De Duitsche soldaten verspreidden zich in het dorp. Hun eerste werk was de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan broken zij binnen in de verlatene huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de andere huizen waar iemand t’huis gebleven was, werd niets weggenomen. Een ruimen opzichte en ten opzichte van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Duitschers zich heel fatsoenlijk.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Duitschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw, de genaamde Florentina Verhoeven, evhtgenoote van Petrus Antoon Calluwaerts wonende te Baal, met drie kleine kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen opengevonden.

    Bl. 9a

    Nu kwam ze weenende terug te Tremeloo aan. Ik deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Duitscher ontmoet die haar zegde dat zij maar moest gerust zijn, dat haar geen leed zou geschieden. Die vrouw vertelde mij verder dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk van een burger had zien liggen.

      Toen ik zulks vernam begaf ik mij naar de Duitschers en verhaalde aan den kapitein hoe eene vrouw mij was komen aankondigen dat op den steenweg naar Werchter een man gedood was. Bij die woorden schoten de oogen der soldaten vlammen en zij kwamen een stap vooruit. Ik bemerkte dien indruk door mijne woorden gemaakt en hernam dat een civilist gedood was. Dit bedaarde de soldaten. Toen vroeg ik aan den kapitein of hij de goedheid wilde hebben mij twee mannen mede te geven om naar de aangeduide plaats te gaan. Hij zelf vergezelde mij met twee zijner mannen.

      Op de aangeduide plaats gekomen, vond ik het lijk eenen mijner parochianen, de genaamde Aloysius Van Geel, zoon van den eerste schepen der Gemeente en geboren te Tremeloo den 5 april 1891. Hij had de borst doorboord met eene bajonet. Bij het lijk verklaarde de hoofdman : dit is het lijk van een belgisch officier in burgerkleederen, ik heb papieren die dit bewijzen. Ik waagde het niet naar die papieren te vragen : dit kon den jongeling het leven toch niet weergeven en geen ander gevolg hebben dan de Duitschers te verbitteren.

      Welke papieren zouden de Duitschers op dien jongeling gevonden hebben? Ik veronderstel dat dit niet anders geweest is dan het pasport of eenzelvigheidsbewijs van Aloysius Van Geel. Daar in ’t begin van den oorlog de burgerwachten overal ingericht werden, zal dit stuk ongetwijfeld vermeld hebben de hoedanigheid van “korporaal der burgerwacht”, en daaruit zullen de Duitschers dan ook besloten hebben dat Van Geel een officier was van het belgisch leger. Dit is maar eene veronderstelling van mijnent wege : met zekerheid nochtans kan ik dit niet bevestigen.

      Dicht bij de plaats waar het lijk gevonden werd van Aloysius Van Geel, werd twee dagen nadien, tusschen struikgewas, het lijk gevonden van Franciscus Schepers, vader van zes kinderen waarvan vijf beneden de 16 jaar. Schepers was vroeger soldaat geweest en had zijn soldatenboekje op zak : dit schijnt te bewijzen dat Schepers door de Duitschers niet afgetast werd. Schepers was op dezelfde manier gedood als Van Geel, namelijk doorboord met de bajonet. Ik stel mij voor dat Van Geel en Schepers vermoord werden als volgt :

    Bl. 9b

      Van Geel en Schepers, beiden per velo, waren rond drie ure namiddag den weg naar Werchter opgereden (ik had rond dien tijd nog met hen gesproken). Halverwege Werchter werden zij verrast door de Duitschers die hen bevolen stil te houden. De Duitschers zullen Van Geel die het best gekleed was, eerst afgetast hebben en op hem het noodlottig eenzelvigheidsbewijs gevonden. Daarop onmiddellijk het bevel Van Geel dood te steken. Schepers dit ziende zal de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht hebben tusschen de struiken waar hij door de Duitschers werd achterhaald en doorboord.

    vervolgd



    29-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-2
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 2

    Waarom gebrand.

      Terwijl ik met den hoofdman der Duitschers voorbij een brandend huis ging, namelijk dit van juffrouw Maria Goossens op den steenweg naar Werchter, zegde deze laatste mij dat men van daar op hen geschoten had gelijk ook van uit de andere huizen die in brand stonden. Dit zegde hij als antwoord op mijn verzoek van niet meer te branden.

      Die beschuldiging van den Duitschen hoofdman is niet alleen onwaar maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes waarvan ik gesproken heb in hoofdstuk V, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Duitschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen zouden gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. De huizen werden niet in brand geschoten maar moedwillig in brand gestoken.

      In het meestendeel der woningen die den 19 augustus de prooi werden der vlammen, werden de dieren mede levend verbrand. Alvorens sommige huizen in brand te steken had men de dieren losgemaakt en in het veld gejaagd.

    Tweede bezoek der Duitschers.

      Omtrent eene uur na de intrede der eerste Duitschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. De huizen werden nog eens afgezocht en al wat mondbehoeften was werd medegenomen. Op de pastorij vroegen zij wijn, doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen die ik hen overhandigde. Voor het overige had ik over hun gedrag ten mijnen opzichte niet te klagen.

    Bl. 10a

      Terwijl deze duitsche soldaten zich op straat bevonden, bemerkten zij op een honderd meters afstand een burger die over een veldweg ging : onmiddelijk werd er op geschoten, doch gelukkiglijk werd de mens niet getroffen.

    Deutsche patrouillen.

      Van 20 tot 23 augustus kregen we in Tremeloo regelmatig bezoek van Duitsche patrouillen. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald : men gaf hun eten en drinken, vooral bier en melk, fruit en cigaren. Dit vriendelijk onthaal had natuurlijk zijnen oorsprong niet in eene wezenlijke genegenheid ; het was eerder het gevolg van eene algemeene vrees en had voor doel gevreesde onheilen te voorkomen.

      De duitsche soldaten die in Tremeloo patrouilleerden waren ten opzichte van de bevolking gespraakzaam en beleefd. De brandstichtingen en andere strenge maatregelen elders genomen door de krijgsoverheid waren toe te schrijven aan het wangedrag der burgers zelf. De burgers, zegden zij, mochten gerust t’huis blijven, zij hoefden voor de Duitschers niet te vluchten; indien de burgers rustig waren zouden de Duitschers hen ook geen kwaad doen.

      Ik ben overtuigd dat vele duitsche soldaten te goeder trouw geloofden dat op zekere plaatsen de burgers op de troepen zouden geschoten hebben, alhoewel de bijzonderste verwoestingen door de krijgsoverheden op voorhand bepaald waren. Den 21 augustus rond 11 ure ’s morgens sprak ik met een duitscher die patroeljeerde en zich bevond voor de herberg van Constant Godier. Die man vertelde aan mij en aan mijnen onderpastoor dat gans Leuven afgebrand was, dat al die schoone kerken gansch kapot waren omdat de burgers aldaar op hen geschoten hadden. Ik was niet weinig verwonderd toen ik later vernam dat de verwoesting van Leuven enkel gebeurd was den 25 augustus.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van eene belgische patroelje en tegen den avond kwam een gepantserde automobiel der Belgen eene Duitsche patroelje aanranden op den steenweg van Werchter. Tegen den avond waagde eene duitsche patroelje zich tot in het dorp van Tremeloo om na te gaan waar de gepantserde automobiel gebleven was. Deze patroelje heb ik hooren verklaren dat de burgers niet hoefden ongerust te zijn, dat hen geen kwaad zou geschieden. Niettemin waren er zeer velen die het niet waagden den nacht in het dorp door te brengen uit vrees voor weerwraak der Duitschers.

    Bl. 10b

      Den 24 augustus rond den middag nieuw bezoek van eene belgische patroelje. Door deze werd geschoten op eenen duitscher die in de verte bespeurd werd. Tegen den avond rukte eene afdeeling Belgische troepen op langs den steenweg van Schrieck. Kanonnen werden opgesteld in de nabijheid van de tramstatie en Werchter werd beschoten met gevolg dat de Duitsche bezetting het dorp verliet.

      De Belgen bleven vernachten in Tremeloo. Den 25 augustus had een gevecht plaats op het grondgebied Werchter-Wackerzeel en Haecht. De bevoorradingswagens bleven in Tremeloo en namen in ’t begin van den namiddag den weg naar de forten alsook een gedeelte van de belgische troepen. Het grootste deel dezer troepen was na het gevecht eenen anderen weg ingeslagen. Zie hooger hoofdstuk III-B.

      Na het vertrek der Belgen kwam eene afdeeling duitsche cavalerie door het dorp, doch zonder eenige schade aan te richten.

    Een burger doodgeschoten.

      Den 25 augustus waren vijf vluchtelingen aangekomen bij Lodewijk Morris, parochiaan van Grootloo, wonende op de grens dezer parochie op het gehucht Bolloo. Een dezer vluchtelingen, Hendrik Collart van Kessel-loo wilde den 26 naar Kessel-loo terug keeren, doch gelukte er niet in en keerde rond 3 ure in de namiddag terug bij Lod. Morris. Collart en Karel Morris, zoon van Lodewijk, vluchtten het veld in bij het zien van een dertigtal duitsche ruiters die zich vertoonden in de richting van Tremeloo. Collart en Morris werden bemerkt, aangehouden, afgetast en medegenomen tot aan de Raam, eene kleine beek. Daar werden zij op den akker geplaatst met de handen omhoog en zonder meer werd er op hen geschoten. Morris alhoewel niet getroffen liet zich insgelijks vallen, doch ziende dat een Duitscher op hun afkwam met de lans, nam hij ijlings de vlucht en had geluk, tusschen het kreupelhout, te ontsnappen aan de kogels die hem achterna gezonden werden.

      Wanneer men naderhand het lijk van Collart ter begrafenis weghaalde, heeft men bestatigd dat zijne borst doorboord was met eene lans. De vermoorde werd begraven te Grootloo.

    Bl. 11a

    27 augustus.


      Den 27 augustus in den voormiddag kwamen verscheidenen burgers van Werchter naar Tremeloo gevlucht omdat de Duitschers aldaar de menschen aanhielden en de huizen in brand staken. Ik ontving op de pastorij twee ouderlingen Guilielmus Van de Velde en zijne huisvrouw. Rond 4 ure waagden zij het naar Werchter terug te keeren, doch zij werden aangehouden, met ander volk in de kerk opgesloten en den volgenden dag overgebracht naar Leuven. Van uit mijn pastorij kon ik bemerken dat te Werchter en ook buiten het dorp in de richting van Tremeloo, het een huis na het andere in brand gestoken werd.

      De brandstichters naderden Tremeloo hoe langer hoe meer en rond half zeven ’s avonds, werden op een boogscheut afstand van mijn pastorij twee huizen, dat van Lucas Goris en dat van August Michiels, in brand gestoken. Het is alsdan dat ik besloot samen met mijn huisgenooten de pastorij te verlaten om elders de nacht te gaan doorbrengen. Ik begaf mij samen met mijne meid naar de pastorij van Bael, mijn onderpastoor zocht een nachtverblijf op het gehucht genaamd Bolloo.

    28 augustus – Brandstichtingen.

      Den 28 augustus in den morgend meende ik naar Tremeloo terug te keeren. Op het gehucht Langerechte gekomen werd ik door de parochianen gewaarschuwd dat de Duitschers in het dorp waren, alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf ik mij door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar ik eenige oogenblikken later samen met den pastoor van ’t Goor door de Duitschers aangehouden werd en overgebracht eerst naar Aerschot en later naar Duitschland.

    Wat gebeurde er in mijne parochie den 28 augustus?

      De Duitschers die den 27 rond half zeven ’s avonds hun vernielings werk gestaakt hadden, kwamen den volgenden dag in den vroegen morgen terug om hun werk voort te zetten. Het eerste huis dat dien dag in brand gestoken werd, was dit van Arthur De Loge; daarna kwamen zij aan het huis van Victor Goossens die zijne woning nog niet verlaten had.

      Victor Goossens, schatbewaarder der kerk, was een ouderling van 70 jaren. Hij werd door de Duitschers aangegrepen en afgetast; men vroeg hem of er nogt iemand binnen was? Of er nog geld in huis was? Nadat Goossens op beiden vragen had neen geantwoord, werd het huis in zijne tegenwoordigheid in brand gestoken.

    Bl. 11b

    Dan werd Goossens verplicht de Duitschers van huis tot huis te vergezellen en gedwongen getuige te zijn van al hunne brandstichtingen.

      Vele menschen werden weer als Victor Goossens in hun huis verrast door de Duitschers. Zij werden aangehouden en onder hunne oogen werd hun huis in brand gestoken zonder dat het hun gegund werd een en ander uit de vlammen te redden. De Duitschers schenen er een heimelijk plezier in te hebben zulks te weigeren. Vrouw Karel De Ryck bidde en smeekte om toch haar dieren te mogen loslaten : het werd geweigerd en de dieren moesten levend verbranden; bij haren gebuur nochtans gingen Duitschers zelf de dieren losmaken. Guilielmus Castermans vroeg insgelijks zijn varkens te mogen loslaten : zwijnenvleesch is goed als het gebraden is, gaf men hem voor antwoord.

      Onder de personen die uit hun huis gehaald werden en het in hunne tegenwoordigheid moesten zien in brand steken, bevond zich eene vrouw van 85 jaar de genaamde Maria Theresia Vereecken, weduwe Balthasar Uytterhoeven. Hare smeekingen vermochten niet de Duitsche harten te vermurwen. Samen met andere parochianen werd zij als vee vooruit gedreven naar Werchter en in de kerk opgesloten. ’s Anderendaags mocht zij terugkeren naar de rookende puinen harer woning.

      Terwijl een groep Duitschers de huizen in het dorp en langs den steenweg op Schrieck afbrandden, waren er anderen bezig de overgebleven huizen van Veldonck door het vuur te vernietigen; anderen nog meenden de overwinning van het Duitsche vaderland te bewerken met de woningen der boterstraat in asch te leggen. Onder de huizen den 19 augustus op Veldonck afgebrand bevond zich dit van den genaamden Joseph Buedts. De arme man had met vrouw en kinderen zijnen intrek genomen in een bakhuis dat in de nabijheid zijner woning den 19 augustus was gespaard gebleven. Dit bakhuis werd den 28 augustus insgelijks de prooi der vlammen, hetgeen bewijst dat de Duitschers de hen opgelegde taak met nauwgezetheid volbrachten.

      Al te samen werden in Tremeloo afgebrand :
    Den 19 augustus 40 woningen;
    Den 27 augustus 3 woningen;
    Den 28 augustus 172 woningen;
    Daarenboven het gemeentehuis, vier schoollokalen, de bijgebouwen der pastorij en de tramstatie.

      Het is heel zonderling dat kerk, pastorij en Gildehuis gespaard bleven. Dit meen ik te mogen dank weten aan Maria, patrones der parochie onder den titel van O.L.Vr. van Bijstand.

    Bl. 12a

    Van af de eerste dagen van den oorlog werd haar beeld in de kerk ten toon gesteld en versierd.

    Een kind doodgeschoten.

      De burgers welke de Duitsche brandstichters den 28 augustus verzameld hadden in het dorp van Tremeloo en langs den steenweg van Tremeloo naar Schrieck werden vooruitgedreven tot op het grondgebied dezer laatste gemeente. Gekomen omtrent aan de plaats het Kruispunt genaamd, waar de steenwegen Tremeloo – Goor en Schrieck – Busschot elkander kruisen, gaven de Duitschers aan de aangehoudene burgers bevel zich naar Antwerpen te begeven. Daarop gingen eenige burgers den weg in naar Schrieck, anderen verwijderden zich langs den tegenovergestelden kant, het meestendeel volgden den steenweg naar ’t Goor, de Gommerijstraat genaamd.

      In de Gommerijstraat bevonden zich reeds eenige andere inwoners van Tremeloo en Grootloo die onmiddelijk de vlucht genomen hadden toen zij hoorden dat de Duitschers in optocht waren. Onder dezen bevond zich de genaamde Maria Catharina Janssens, echtgenoote van Edmond Schoovaerts, vroeger koolmijnwerker, thans soldaat bij het belgisch leger. Voor den oorlog verbleven Edmond Schoovaerts en zijne huisvrouw in het Walenland. Bij het uitbreken van den oorlog moest Schoovaerts het leger vervoegen; zijn vrouw verliet alsdan het Walenland om zich met haar kind te huisvesten bij Jan Van Essche, wonende op de gemeente Schrieck, parochie Grootloo.

      Vrouw Schoovaerts droeg haar tweejarig kind, Anna Maria, op den arm. Bij de aankomst der laatste vluchtelingen in de Gommerijstraat, kwamen de bewoners dezer straat nieuwsgierig buiten geloopen om te vragen wat er in Tremeloo gaande was en wat al dien rook beteekende. Op dit oogenblik werd er door de Duitschers in de richting der Gommerijstraat geschoten zoodanig dat de aanwezige burgers de kogels in hunne nabijheid hoorden fluiten. Iedereen sprong weg : deze in de grachten langs de straat, anderen vluchten in de huizen. Het kind dat vrouw Schoovaerts op den arm droeg werd getroffen door een kogel in den mond en was op slag dood.

      Dit gebeurde op het grondgebied der parochie Grootloo. Ik heb dit feit eventwel willen aanteekenen omdat het nauw verbonden is met de vorige gebeurtenissen op mijne parochie.

    Bl. 12b

    Waarom nog gebrand?


      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich van ’t begin af ten opzichte van de Duitschers zeer correct gedragen, en hebben zich aan niet de minste daad van geweld plichtig gemaakt. Den 19 augustus, wel is waar, werd een Duitscher door de burgerwacht, wettig ingericht, gevangen genomen; doch deze gevangene werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Duitschers honger leden, was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Ter loops een woord over de gevangenneming van dezen Duitscher. Een hussard der dood te paard en gaande alleen patroeljeerde den 18 augustus op het gehucht Veldonck. Hij werd bemerkt door vier burgerwachten, de genaamden Van Houtvink Bernard, Van Cleynenbreugel Victor, Bosmans Karel en Jennes Leonard. Deze verborgen zich langs den kant van den weg en toen de Duitscher omtrent hunne schuilplaats gekomen was, sprongen ze eensklaps voor zijn paard met geen ander wapen dan een ongeladen revolver waarmede Van Houtvink den Duitscher bedreigde. Deze wilde zich doen doorgaan voor een engelschman, doch onze mannen lieten zich niet om den tuin leiden en rukten den Duitscher uit den zadel en brachten hem als krijgsgevangen naar het dorp. De aangehoudene was geboortig van Dantzig.

      Ik ben stellig overtuigd dat geen enkel Duitscher ooit geweten heeft dat een hunner mannen door burgerwachten van Tremeloo werd aangehouden, en dus is het ook wel zeker dat dit feit geen aanleiding heeft kunnen geven tot brandstichtingen. Ten andere ware dit geweest dan zou de Duitsche hoofdman mij zulks den 19 augustus wel verklaard hebben. Personen die den 28 augustus aan de Duitschers vroegen waarom zij de huizen in brand staken? Kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten. Denzelfden dag toen de eerw. Heer onderpastoor op den steenweg van Aerschot – Lier aangehouden werd en vroeg naar de reden zijner aanhouding, kreeg hij eveneens voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten.

    Tremeloo kermis.

    Bl 13a

      De kermis van Tremeloo wordt jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus; dit was in het jaar 1914 den 30 van die maand. Den 28 was Tremeloo afgebrand : overal met dan rookende puinen. Dat niemand lust had om kermis te vieren hoeft niet gezegd. Den 28 was geen mensch in Tremeloo gebleven; doch den volgenden dag begonnen de menschen stilaan terug te komen want de Duitschers hadden het dorp verlaten. De eerste burgers die terug kwamen waren zij die bedacht waren op roof en plundering. In den nacht van 29 tot 30 augustus werd de pastorij bezocht en wat er kostbaar gevonden werd, zoals zilverwerk, werd geroofd.

      Den 30 in den morgend kwam zich op de pastorij vestigen mijn vorige werkman met gans zijn huishouden. Van dan af tot aan den terugkeer der Duitschers mocht geen enkel burger nog op de pastorij komen, zelfs degenen niet die voornemens waren een of ander in veiligheid te brengen. Aangaande de gebeurtenissen van die dagen heb ik van mijnen werkman niet anders kunnen vernemen dan dat er op de pastorij belgische officieren vernacht hadden, dat hij de burgers belet had op de pastorij te komen en dat hij het niet geraadzaam geoordeeld had iets in veiligheid te brengen.

      Gelijk de pastorij bezocht geweest was door roofvogels, zoo werden andere huizen ook bezocht en al wat de prooi der vlammen niet geworden was, werd de prooi der roovers ten minste daar waar de eigenaars niet teruggekeerd waren.

      Waren er in 1914 geene tenten en danszalen, toch waren er menschen die op eene andere manier kermis vierden, en vermaak en lust vonden in het goed van hunne ongelukkige medeburgers te rooven.

    Een burger verminkt.

      De genaamde Jan Baptist Minnen, een ouderling van 77 jaren, wonende te Tremeloo op het gehucht Grijze stee was den 5 september aan den arbeid op zijnen akker dicht bij de Dijle gelegen. Aan den overkant der rivier verschenen eenige Duitschers die op hem riepen. De man verstond hen niet doch stak zijne handen omhoog. Zij schoten op hem en raakten hem in zijnen rechterarm die verbrijzeld werd. Daarop vluchtte de man weg en werd gelukkiglijk niet meer getroffen. Later is zijn verbrijzelde arm afgezet in het gasthuis te Lier.

    Bl. 13b

    De gebeurtenissen van september.


      Tusschen 28 augustus en 14 september waren er in de parochie geene Duitschers meer te zien. Den 2 september had een nieuwe uitval plaats van het Belgisch leger. Belgische kanonnen te Tremeloo opgesteld beschoten Werchter en verjoegen den vijand die dat dorp bezet hield. Dan vertrokken de Belgische troepen verder op naar Werchter en Wackerzeel om daar den vijand aan te randen. Volgens mij verzekerd wordt is Koning Albert per automobiel tweemaal door Tremeloo gekomen, namelijk, den 4 september. Dit feit werd ons ook gemeld in de kerk van Aerschot.

      Den 10 september kwam de eerw. Heer pastoor van Bael naar Tremeloo om de heilige speciën weg te halen.

      Den 12 en 13 september trokken de Belgische troepen zich terug naar de vesting van Antwerpen. Den 13 rond den avond hebben de Duitschers het dorp beschoten. Er zijn alsdan drie bommen op de kerk te recht gekomen. Deze hebben de raam der vunt volkomen verbrijzeld, drie geschilderde ramen erg beschadigd en een weinig schade toegebracht aan eene statie van den kruisweg. Het dak van kerk en toren werd beschadigd door mitraljeuzen.

      Den 14 september rond 8 ure ’s morgens deden de Duitschers op nieuw hunne intrede in het dorp. Zij vestigden zich in de huizen die de prooi der vlammen niet geworden waren. In het dorp zelf was niet veel meer te rooven, doch op het gehucht Cruys werden de winkels leeggeplunderd. De molen van Cruys toehoorend aan Petrus Liekens, en gelegen op het grondgebied der gemeente Keerbergen, werd dien dag afgebrand.

      De Duitschers die zich tusschen 14 en 27 september in Tremeloo vestigden waren niet talrijk. Zij hielden zich onledig met al wat in den grond en elders verborgen was op te zoeken. Linnen en beddedeksel werd door hen geroofd. het overige dat zij lieten liggen werd door burgerlijke dieven weggehaald. In die dagen werden onrechtveerdigheden begaan door menschen die ik vroeger onder de eerlijkste der parochie zou gerekend hebben. Die onrechtveerdigheden hebben natuurlijker wijze hunne godsdienstige gevoelens geknakt.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens werd Tremeloo overstroomd van Duitsche troepen op weg naar Antwerpen.

    Bl. 14a

    De inwoners van Tremeloo die het gewaagd hadden tusschen 14 en 27 naar huis terug te keeren, namen nu wederom de vlucht of werden door de Duitschers verdreven op enkele uitzonderingen na waaronder Joseph Wouters en Bernardina Pardon.

      In den nacht van 27 tot 28 september hebben de Duitschers in de kerk geslapen. Het is dan dat zij de kerkgewaden uit de sacristij gehaald hebben volgens alle waarschijnlijkheid om er op te slapen of zich er mede te dekken. In alle geval na den 28 werden de kerkgewaden gevonden in de kerk op den vloer, te midden van stof en vuiligheid. Toen Joseph Wouters den 28 september, na het vertrek der Duitschers, in de kerk kwam, brandde op de communiebank eene bougie die bijna opgebrand was en die zeker het vuur zou medegedeeld hebben aan het communiekleed en het strooi door de Duitschers in de kerk gebracht, ware die man niet gekomen op den gepasten oogenblik om zulks te verhinderen.

      Het is waarschijnlijk ter gelegenheid van dit bezoek der Duitschers in de kerk dat al de offerblokken opengebroken werden en de brandkast op de koor en in het tweede sacristij of bergplaats eene ijzere kas verbrijzeld. Alsdan ook is uit de kerk verdwenen ongeveer 80 pond was.

      De deur der brandkast op de koor had aan alle pogingen der Duitschers wederstaan. Dan hebben zij eene groote holte gekapt in den muur nevens de brandkast links. Alzoo gelukten zij erin een gat te kappen in de zijkant der brandkast die niet uit gepantserd staal vervaardigd was zooals de deur der brandkast. Doordie opening konden zij nu de hand in de brandkast steken en deze langs binnen onderzoeken. Enkel eene zilveren remonstrans bevond zich in de brandkast. Den 28 september was deze remonstrans nog ongeschonden.

      Nog eenige Duitschers waren in Tremeloo gebleven na den verderen optocht van hun leger naar Antwerpen. Op de pastorij was al den wijn en al het linnengoed en al het beddegoed verdwenen. Er werden daar ook twee brandkasten opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven ongeveer drie honderd franken in geld. In de sacristij was de brandkast nog ongeschonden. Deze bevatte de kerkregisters en de gewijde vaten.

      Twee Duitschers die hunnen intrek hadden in het huis van Jan Van Casteren nabij de tramstatie, kwamen den 30 september of 1 october naar de sacristij en kapten eerst de brandkast uit den muur; dan verbrijzelden zij deze met eene bijl.

    Bl 14b

    Dit werk duurde van ’s morgens tot tegen den middag. Het werd door verschillige personen gehoord die naderhand zijn gaan zien wat er gebeurd was. Mathilde Michiels bevond zich in het Gildehuis in de nabijheid der sacristij; Joseph Wouters bevond zich in de kerk. Terwijl de roovers in de sacristij hun werk verrichtten zijn Duitsche officieren in de kerk geweest, een is zelfs vooruitgegaan tot aan de communiebank en heeft met de roovers gesproken. Dit bewijst ten stelligste dat de plunderingen geschied zijn onder het welwillend oog van zekere officieren.

      De Duitsche roovers hebben de registers der kerk laten liggen, doch de gewijde vaten hebben zij medegenomen naar het huis van Jan Van Casteren. Daar hebben zij tegen den avond beproefd deze te smelten in eenen ketel van gegoten ijzer. Daartoe hadden zij een hevig vuur aangelegd en den ketel gansch gloeiend gestookt. Zij moeten geene kans gezien hebben den gewenschten uitslag te bekomen, want eenige dagen later werd de ketel met de gewijde vaten, deels nog in goeden staat, teruggevonden in den waterput van de familie Van Casteren.

      Den 28 september bevond de remonstrans zich nog ongeschonden in de brandkast der koor. Twee of drie dagen naderhand lag zij verbrijzeld in de kerk. De opening die de Duitschers in den zijkant der brandkast gemaakt hadden was te klein om er deze door te halen; zij werd ongetwijfeld met geweld aan stukken gerukt en zoo uit de brandkast gehaald.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Duitsche officier die twee zusters in het klooster heeft en goede katholiek is : deze heeft een groot deel van het priestergewaad alsook de stukken van de remonstrans, een kelk en eene ciborie doen overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben. Deze officier heeft bij de eerw. zusters een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijne bloedverwanten te zenden.

    Namen en aanteekeningen.

      Volgens ik vernomen heb van Joseph Wouters zou de pastorij in 1914 maar eenmaal bewoond geweest zijn door duitsche officiers, namelijk toen het duitsche leger in zijnen optocht naar Antwerpen door Tremeloo kwam den 27 september. Voor dezer aankomst was er nog veel wijn op de pastorij, na hun vertrek was alles verdwenen. De brandkasten waren opengebroken, in de zaal der pastorij had men verkens gejaagd. Met reden zullen wij dan veronderstellen dat den 27 september op de pastorij verbleven hebben de officieren wier namen vermeld waren op de deuren van de slaapkamers der pastorij.

    Bl. 15a

      Op de voordeur der pastorij stond de aanteekening II/14

      Op de slaapkamer van den eerw. heer pastoor : Lt. Umann en Lt. Streye. Op de kamer van den eerw. heer onderpastoor : Hptm. Amann en officiersmeis I komp. Op de kamer der meid : Lt. Wernisch; Lt. Stieglandt en Dr. Falta. Op de eerste logeerkamer : Oberst Wacke en Oberst Jozek. Op de tweede logeerkamer : Vc dt Spevae en Thalta.

    Wie heeft de pastorij geplunderd.

      Het valt niet te betwijfelen dat de Duitschers de groote plichtigen geweest zijn. Het is volstrekt zeker dat zij de brandkasten hebben opengebroken, bijna al de wijn en ook beddeksel hebben gestolen. Er hoeft evenwel bijgevoegd dat burgers ook aan de plundering hebben meegedaan. Tusschen 28 augustus en 14 september werd er op de pastorij wijn gedronken; de belgische troepen ook hebben eenige flesschen opgeëischt en daarvoor een bon achtergelaten. Een persoon door mij van diefstal overtuigd heeft in Februari 1915 eene gansche mand linnengoed en ook schoenen en andere voorwerpen teruggebracht. Twee personen die thans overleden zijn, Norbertus Heilighen en zijne huisvrouw, hebben gezien welke personen matrassen van de pastorij weghaalden. Aan vrouw Heilighen heb ik gevraagd aan het gerecht te willen verklaren wat zij gezien of van haren man gehoord had. Zij durfde niet. Aan mij heeft ze de namen der plichtigen bekend gemaakt op voorwaarde dat ik haar niet voor het gerecht zou roepen als getuige.

    Getuigenissen die betrekking hebben op feiten hooger aangehaald.

    Getuigenis van Maria Van Eyken, vrouw De Ryck.


      Wij waren naar den Loozenhoek gevlucht. ’s Morgens kwam ik met mijnen man naar het dorp om mijne beesten eten te geven. Toen dit werk gedaan was ging mijn man maar seffens terug naar onze kinderen. Vijf minuten later meende ik ook te vertrekken, maar als ik voor ons hof kwam stond er aan het huis van den secretaris een Duitscher met het geweer schietens gereed. Hij riep dat ik moest bij hem komen. Ik ging en hij kwam mij tegen tot aan het huis van Jef Coenen en vroeg of er iemand in dat huis was.

    Bl. 15b

    Ik zegde neen, die zijn gevlucht. Dan stampte hij de ruit kapot en stak het aan de gordijn in brand. Ik vroeg of ik mocht naar huis gaan om mijne beesten los te maken? Neen, zegde hij, hier blijven. Dan kwamen er nog vier Duitschen bij met Victor Goossens. Drie gingen op het hof van Edmond Anthonis; schoten den hond dood en gingen in stal en schuur om ze in brand te steken. Met de twee andere Duitschen moesten wij naar ons huis opgaan, en ik heb wel tienmaal gevraagd om onze beesten los te maken. Zij vroegen of er geen belgische soldaat in huis was? Ik zegde neen. Ik vroeg weer om mijn beesten los te maken? Ik mocht niet. Zij staken mijn huis in brand en mijne beesten moesten verbranden : eene koei, eene veers, een vet kalf, twee geiten en twee vette varkens. Als ik in het dorp aan Godier was brandde reeds alles. Wij moesten met de Duitsche troepen meegaan. In de Bolloo haalden zij Antoon Schoovaerts en zijne vrouw uit hun huis en gingen in de schuur; doch, wij moesten voortgaan, wij mochten niet omzien. Aan Victor Hermans moesten wij blijven staan en zij staken stal en schuur in brand. Dan moesten we weer voort tot aan Medard De Winter en daar staken ze weer aan stal en schuur in brand. Aan Amandus Van Dievel vroeg de Duitsche overste of er geene belgische soldaten waren, en er was een die zegde dat er belgische soldaten waren te Heyst-op-den-berg. En dan moesten wij voor de duitsche troepen gaan. En ik en Lien Van Loo zijn gaan loopen op den Schriekschen steenweg naar den ouden Dyck. En als wij er drij stappen ingeloopen waren dan schoten ze naar het volk en schoten in den arm eener moeder haar kind dood.

      Als wij in het huis van mijne schoonzuster waren te Bael, als den Duitsch naar Antwerpen ging, toen moesten wij uit het huis en den duitsch nam er zijn verblijf in; hij nam ons brood af. Ik vroeg er een van voor ons kinderen een boterham te geven en ik kreeg geen : gij moogt dat niet, zegde hij. En ze namen de kiekens en varkens en slachten ze voor hen.

      Maria Van Eycken (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Michiels-Beirinckx

      Den laatsten vrijdag van augustus 1914 kwamen hier vier Duitsche soldaten rond zes ure en kwaart ’s morgens, juist als ik met mijn peerd buiten kwam; zij hadden hunne geweeren schietens gereed. Seffens moest ik mijne handen omhoog steken om mij te laten aftasten; toen zegden zij dat zij mijn huis kwamen in brand steken.

    Bl. 16a

    Ik vroeg hun of ik mijn paard mocht inspannen, dat ik nog kleine kinderen had en er oude lieden bij ons waren, daar mijn oom en tante den nacht bij ons hadden doorgebracht. Dit wierd mij toegestaan, maar we mochten niet meer in huis komen om iets mede te nemen. Mijne vrouw die een pak wolle sargiën die in huis gereed stonden om op de kar te laden wilde redden, wierd den revolver op het hart gezet. Hij pakte het pak uit hare handen en wierp het terug in huis waar het moest verbranden. Seffens ging er een soldaat den stal in, maakte de koe los en liet de varkens uit hun kot en stak het vuur aan in de schuur, terwijl een ander het vuur aanstak in huis in de kleerkas. Toen zijn wij met hen moeten medegaan langs den steenweg op Schrieck. Aan den secretaris stonden nog soldaten te wachten; twaalf soldaten te peerd reden voor mij : daar moest ik achter rijden. Achter mij kwamen nog eenige burgers en dan voetvolk van soldaten. Onderweg hebben zij nog drij huizen in brand gestoken. Aan de kruisbrug bleven zij staan en toen zegde de overste dat wij naar Antwerpen moesten en onderweg de menschen verwittigen dat zij in aantocht waren en moesten vluchten.

      Jos Michiels (handtekening)

    Getuigenis van Guilielmus Van de Velde.

      Ik Guil. Van de Velde oud 73 jaren geboren en wonende te Tremeloo (Veldonck) heb gezien dat 9 Duitsche soldaten op het einde van augustus 1914 de huizen moedwillig in brand staken, wel 25 voor het minste dat ik gezien heb, en eenige dagen later als ik aan mijne afgebrande woning was hebben vier duitsche soldaten mij afgetast en mijn geld dat ik op zak had (4 fr. op 10 centiemen na) afgenomen; en dan hebben zij mij medegenomen naar het dorp en in een huizeke – het eenigste dat in het dorp was blijven staan en waar zij hunnen t’huis hadden – opgesloten en een uur of 3 nadien hebben zij mij weer vrij gelaten. En mijne vrouw hebben ze ook gepakt en eenen nacht in de kerk van Werchter opgesloten en ’s morgens weer in vrijheid gelaten.

      G Van de Velde (handtekening)

    Bl. 16b

    Getuigenis van Victor Hermans.


      Tremeloo den 9 februari 1919

      Den 28 augustus 1914 heb ik ’s nachts op 25 meters van ons huis geslapen in den kant. Om 3 ure ben ik opgestaan om mijne koeien te voederen. Mijne vrouw en kinderen waren ’s avonds uit vrees vertrokken. Om 5 ure hoorde ik niets en ging wat rusten op eenen stoel en een uur later hoorde ik in de buurt dorschen en dacht dat er niets was. Ik plaatste mij aan de tafel op eenen stoel en viel in slaap. Om half zeven a zeven ure hoorde ik de Duitschers op straat en keek door het venster. Ik zag er andere te peerd aan de We. Van Woensel. Ik dierf ons huis niet verlaten en deed de deuren los. Weldra hoorde ik de Duitschers mijn hof op stappen en schoten door het venster naast mij zonder binnen te komen. Ik opende zelf de deur en groette ze zeggende : heb medelijden met ons wij kunnen er niet aandoen aan den oorlog. Zij riepen : handen omhoog, en hij stak met zijne bajonet tot tegen mijn aangezicht met een streng gebaar maar stak niet. Een ander soldaat riep : tast hem af, wat hij ook deed. Hij haalde uit mijne zakken mijn geld omtrent 0.40 fr en gaf het mij terug; joeg mij op den steenweg en kwam bij eene kar met andere dorpsgenooten vergezeld met een Duitscher. Toch liet men mijne koeien los en vroeg naar de Luitenant. Na meer dan tien minuten daar gestaan te hebben stak men mijne woning in brand mij vragende of er geen personen meer in waren. Ik zegde neen in bijzijn van Frans Claes; Guil. Castermans; Ed. Van Leemputten; Victor Goossens; Joseph Michiels en zijne vrouw; We. Van Woensel; Antoon Schoovaerts; enz. Wanneer het in volle brand was, werden wij naar Schrieck opgezonden met een soldaat bij ons. De soldaat en zegde dat wij naar Antwerpen moesten gaan en dat niemand ons iets zou zeggen; wat wij dan deden. Als ik in Schrieck was kwamen de menschen buiten naar al die rook vragende. Maar de Duitschers begonnen op eens gaan te schieten en schoten op enkele meters afstand van mij een kind in de armen van den drager dood. Ik vluchtte langs Heyst-op-den-Berg naar Lier voor eene week en kwam terug tot het Belgisch leger naar Tremeloo kwam en daarna ben ik weer gevlucht naar Heyst-op-den-Berg, zoo naar Lier Antwerpen en de grenzen van Holland. Van daar naar Kortrijk en Issegem in Westvlaanderen tot omtrent 1 november als wij terug in Tremeloo kwamen

      V. Hermans (handtekening)

    Bl. 17a

    Getuigenis van Guilielmus Castermans

      Den 28 augustus 1914 in den morgend hebben de Duitschers mij uit mijn huis gehaald en geplaseerd tegen eenen mijner fruitbomen. Dan hebben zij mijn schuur, karkot en varkenskot met 12 zwijnen in brand gestoken, terwijl ik daar op 5 meters afstand moest blijven staan op zien. Ik sprak hen aan op zeer beleefden toon : heeren daar zitten nog zwijnen in. Zij antwoordden mij : zwijnevleesch is goed als het gebraden is. Dan hebben ze mij op de groote baan gebracht met andere menschen van mijn dorp en ons vooruit gedreven als eene kudde schapen van huis tot huis, en als zij nog andere huizen in brand staken moesten wij daar blijven staan zien tot alles in volle vlam was. Ik wilde vluchten, doch het mislukte mij; terwijl ik vluchtte kreeg ik wel 13 geweerkogels naar mijnen kop waar mij toch geenen enkelen heeft getroffen. Dan moesten wij verder tot op het grondgebied van Schrieck. En daar hebben ze nog geschoten en is een kind van 2 jaar in de armen zijner moeder doodgeschoten.

      G. Castermans (handtekening)

    Getuigenis van Lod. Morris, wonende Schrieck, Grootloo.

      De genaamde Henri Collart van Kesselloo met vier andere vluchtelingen had bij mij de nacht overgebracht tusschen 25 en 26 augustus. Den 26 augustus meende hij terug te keeren naar Kesselloo, doch hij geraakte niet door en kwam terug bij mij in den namiddag rond 3 ure. Een weinig later vertoonden zich 30 à 40 uhlanen op den steenweg langs den kant van Tremeloo. Collart en mijn zoon Karel vluchtten het veld in toen ze deze bemerkten. Doch zij ook werden bemerkt en aangehouden op honderd meters afstand van mijn huis. Zij moesten hunne zakken ledig maken en hunne handen omhoog steken. Uit den zak van mijnen zoon viel eene som van ongeveer 260 fr. in papieren geld. Hij vroeg of hij dit mocht oprapen. Dit werd hun toegestaan. Dan werden zij medegenomen naar den steenweg en verder in de richting van Grootloo. Gekomen aan de Raam werden zij op het land geplaatst met hunne handen omhoog. Terwijl ze daar stonden werd er op hen geschoten. Collart was getroffen en viel. Hij werd naderhand met de lans doorboord. Mijn zoon werd de klak van zijnen kop geschoten en speelde den doode alhoewel niet geraakt. De overste zond een man waarschijnlijk om beiden nog met de lans te doorsteken. Mijn zoon bemerkte dit en koos het hazenpad. Er werd nog wel dertigmaal naar hem geschoten doch gelukkiglijk zonder hem te raken.

    Bl. 17b

    Hij geraakte over de Raam in de bosschen tusschen het kreupelhout waar hij zijn leven heeft behouden. Naderhand is mijn zoon gevlucht naar Oostende en zoo naar Frankrijk waar hij gedurende twee jaren eene school bestuurd heeft. Dan heeft hij als brancardier dienst genomen in het leger.

      Moris L. (handtekening)

    Getuigenis van Jan Baptist Minnen, Tremeloo.

      Ik ondergeteekende verklaar den 5 september in het jaar 1914 op mijnen akker aan den arbeid te zijn geweest tegen de Dijle. Er kwamen op de richting van mij eenige Duitschers aan langs den anderen kant van de rivier die op mij riepen en ik riep dat ik hen niet verstond terwijl ik mijne armen omhoog stak. Maar niets kon baten ; zij schoten naar mij en mijnen rechter arm wierd verbrijzeld. Ik ging loopen terwijl zij nog maar altijd vuur op mij gaven. Gelukkig wierd ik niet meer getroffen. Jan Baptist Minnen geboren te Booischot den 15 october 1837.

      Voor vader Jos Minnen (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Wouters.

      Den 13 september rond den avond hebben de Duitschers op de kerk geschoten en hier en daar in het dorp. Den 14 september is de vijand terug binnengekomen. De bevolking was bijna gansch weggevlucht. De huizen die nog recht stonden werden bezet door een klein getal Duitschers. De groote hoop toen ze naar Antwerpen trokken, heeft maar een nacht hier geweest. Toen hebben ze in de kerk gelegen. Toen ook werd de pastorij geplunderd. Ik heb gezien dat ze alles uit den grond haalden wat de menschen weggestopt hadden. Daarvan namen ze hemden en sargiën ; het overige lieten ze liggen. Kiekens werden doodgeslagen en opgeëten. Verkens werden op wagens geladen en weggevoerd. Hetgeen de Duitschers aan kleergoed hadden laten liggen werd door de burgers weggenomen.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    vervolgd



    28-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-3
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

    Bl. 18a

    Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

      Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

      Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

      Phil. Feyaerts (handtekening)

    Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

      Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

      Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

    Bl. 18b

    2e Getuigenis van Wouters Joseph.


      Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

      Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

      Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

      Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

    Bl. 19a

    Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

      Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

      B. Pardon (handtekening)

    Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

      ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

    Bl. 19b

    Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

      Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

    Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

      Geliefde zusters,

      Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

      Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

    (*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
    (**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


    Bl. 20a

    Belangrijkheid der schade.
    Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


      Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

      De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
    Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
    Voor de meubelen 1169,71 fr.
    Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
      Meubels en archieven 12400,00 fr.
    Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
    Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
    Gendarmerie 21603,51 fr.
      Samen 91.071,65 fr.

      Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
    Kerk.

    Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
    Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
    In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
    Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
    Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
    In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
    In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

    Bl. 20b

      Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

    In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
    Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

    Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
    Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
    Samen 7084,68 fr.

    Pastorij

      Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
    Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
    Samen 3197,80 fr.

    Vrije bewaarschool.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

    Congregatie.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

      Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

    Bl. 21a

    Hoofdstuk VII

    De dagen die op den inval volgden.


      De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

      De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

      De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

      Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

      In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

      In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

    Bl. 21b

      Mijnheer de Pastoor,

     “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

     “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

     “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

      Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

      In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

     “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

     “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

     “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

      Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

      Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

    Bl. 22a

      In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

      Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

    Hoofdstuk VIII
    Latere gewelddaden.


      In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

      In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

    Bl. 22b

      Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

      Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

      De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

      Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

      Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

      Brüssel den 22 april 1916

      Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

      In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


    Bl. 23a

    Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

      Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


    Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

      1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

      2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

      3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

      4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

      Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

      Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

    Inbeslagneming van koper.

      Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

      Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

    Bl. 23b

    Hoofdstuk IX

      De Bezettingsjaren

    A. De Kerk.


      De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

      Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

      Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

      De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

      Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

      Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

      In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

      In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

    B. De goddelijke diensten.

      Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

      De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

    C. De eeredienst.

      Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

    Bl. 24a

    In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

      De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

      De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

    D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

      De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

    Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

    Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

    1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

      Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

      Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

    Bl. 25b

    De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

      Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

      Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

      Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

      Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

    Bl. 27

    Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

      Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

      De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

      Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

    2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

    Bl. 28

      Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

      Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

      Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

    3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

    4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

    a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

    b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

    c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

      Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

    vervolgd



    27-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-4
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 4

    Bl. 29

    Het naderen tot de H.H.Sacramenten.

      In 1915 en 1916 vermeerdering van communiën vooral toe te schrijven aan veelvuldige communiën der kinderen.

      De twee eerste jaren van den oorlog werd er veel onderstand uitgedeeld, en het Komiteit in zijn oordeelvellen over den nood was zeer breed. Alhoewel het komiteit steeds onpartijdig was in het uitdeelen van onderstand, bleven vele menschen toch bij de gedachte dat het hun voordeelig zou zijn hunne kinderen in de week naar de kerk te zenden. Personen die vroeger hunne godsdienstplichten niet onderhielden en die in ’t begin van den oorlog al gestolen hadden wat hun onder de handen viel, kwamen in 1915 alle veertien dagen of alle maanden te biechten en te communie. Wanneer ze de overtuiging hadden opgedaan dat ze daar niets mee verdienden, bleven ze weg.

      Ongevraagd of onverzocht had het Komiteit voor zekere familie eenen bijzonderen onderstand van het werk der oorlogsweezen bekomen. Later ingevolge eene verandering van reglement werd die onderstand geschorst. Nauwelijks had ik aan die familie dit slecht nieuws aangekondigd of de kinderen hielden op in de week naar de kerk te komen en tot de H.Tafel te naderen.

      In 1916 werd in de school eene tas melk gegeven aan een honderdtal der zwakste kinderen. De kinderen die ’s morgens communiceerden mochten in de school hunnen boterham gaan opeten, en kregen alsdan hunne tas melk of wel eene tas koffie. Later toen de melk te duur werd en de opeisching der boter in voege kwam, werd zulks veranderd. Waarschijnlijk is in die verandering eene reden te vinden van het afnemen der dagelijksche communie onder de kinderen.

      In 1917 en 1918 werd de onderstand merkelijk verminderd en aan een groot getal huisgezinnen werd door de nieuwe reglementen den onderstand geheel en al ontzegd : iedere maal ontstond er ten opzichte van den Voorzitter van het Komiteit (eerw. Heer Pastoor) blijkbare misnoegdheid. Elke verandering van reglement voor de verdeeling der eetwaren maakte eveneens misnoegden. Om die reden heb ik in november 1917 mijn ontslag als voorzitter en als lid van het Komiteit aangeboden.

      Eindelijk eene reden om het verzuimen der mis en het minder naderen tot de HH. Sacramenten uit te leggen vinden wij aangehaald door onzen Heer Jezus-Christus zelf : non potestis Deo servire et …… De twee laatste jaren van den oorlog waren voor bijna al onze menschen jaren van grote verdiensten. De gedachten stonden alleen op geld winnen en niemand bekommerde zich om de wijze waarop het verdiend werd; zelfs voor de nauwgezetste menschen waren alle winsten, diefstal alleen uitgezonderd, ten volle rechtveerdig.

    Bl. 30

      Eens het geld gewonnen moest er bij velen een middel gevonden worden om er van te genieten. De kermissen werden heringericht en wel zoodanig dat de kermissen van vroeger maar eene schaduw waren van de kermissen in 1917 en 1918. Waar vroeger honderd franken verkwist werden, besteedde men er nu ten minste twee duizend. ’t Is dan ook niet te verwonderen dat men minder hield van kerk en godsdienst, te meer daar in de kerk woeker en danspartij veroordeeld werden.

      De ondervinding leert het : ’t is enkel in den nood dat de mensch begrijpt afhankelijk te zijn van een Opperwezen dat hij dan ook aanroept. Wanneer hem alles toelacht en vooral wanneer geld toestroomt, dan vergeet hij gemakkelijk zijnen God, omdat het geld in zijn hart de plaats van God inneemt : “non potestis Deo servire et ……”.

    Plechtige communie der kinderen.

     Hier heb ik niets anormaal aan te stippen voor wat de deelneming betreft. Op twee uitzonderingen na hebben al de kinderen tot de jaren gekomen aan de plechtige communie deelgenomen. Die twee uitzonderingen waren kinderen van doorslechte ouders : een heeft tot den laatsten dag de oefeningen gevolgd en is niet omgezien den dag van de plechtige communie; de andere is weggebleven na van den eerw. Heer pastoor een kostuum gekregen te hebben.

     Het bijwonen van den catechismus van voorbereiding min regelmatig geweest dan vroeger bijzonder bij de jongens; en de eerste oorzaak daarvan moet gezocht worden in het onregelmatig sluiten en openen der scholen.

     Een woord ook over de kleeding der kinderen. In 1915 werden aan een groot getal kinderen kleederen geschonken door het armbestuur en den Heer pastoor die tot dit einde stof ontvangen had van eenen vriend. Onder de meisjes die stof ontvingen om zich een kleed te laten vervaardigen waren er deze die deze stof niet schoon genoeg vonden en er andere kochten : klaar bewijs dat de ouders zich aan aftruggelarij hadden plichtig gemaakt.

     Toen de volgende jaren de kleederen door zijne Eminentie bezorgd, uitgedeeld werden, achtte ik het noodig er op te drukken dat die kleederen den dag der plechtige communie moesten gebezigd worden. Die bepaling had voor gevolg dat er minder aanvragers waren. Dit getal werd nog geringer wanneer er niet meer dan katoenen kleederen te verdeelen vielen. Daaruit besluit ik dat sommige menschen zonder gegronde redenen onderstand vragen.

    Buitengewone diensten.

     De wekelijksche dienst voor de gesneuvelde soldaten werd in den beginne goed bijgewoond. Dit duurde eventwel niet lang en op het einde van 1915 trof men in die mis geene andere personen aan dan degenen die gewoonlijk naar de mis komen.

    Bl. 31

      Jaarlijks den 19 augustus om 10 ure heb ik een plechtig jaargetijde gedaan voor de gesneuvelde soldaten en medeburgers. Ik heb daartoe den 19 augustus verkozen omdat op dien datum alhier gesneuveld zijn zes soldaten en drie burgers. De twee eerste jaren werd dien dienst buitengewoon bijgewoond doch in 1917 en 1918 was dit veel minder.

      In 1918 van april tot december werd het H. Sacrament volgens verzoek van zijne Eminentie op den eersten vrijdag van elke maand gedurende twee uren uitgesteld : buiten eenige kinderen door de zusters opzettelijk aangezegd, en enkele godvruchtige personen, waren er geen aanbidders.

    De openbare zedelijkheid.

      De openbare zedelijkheid heeft tijdens den oorlog veel te wenschen overgelaten. Gedurende de vier oorlogsjaren heb ik 34 onwettige geboortens aangeteekend, waaronder een van eene soldatenvrouw. De openbare meening heeft nog andere soldatenvrouwen van zedeloosheid beticht. Ongetwijfeld is de werkeloosheid de oorzaak geweest van het zedenbederf. Vier en dertig onwettige geboortens gedurende de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918, dat is ruimschoots het dubbel van vroeger.

    E. De toestand der Vrije Scholen.

      Voor den oorlog bezat Tremeloo eene vrije bewaarschool en twee zondagscholen, eene voor jongens en eene voor meisjes.

      De vrije bewaarschool was ingericht door den eerw. Heer Verbeeck, vorige pastoor der parochie, ten voordeele van eene arme vrouw Maria Bosmans, die vroeger reeds eenig onderwijs verschafte aan kleine kinderen welke de ouders haar toevertrouwden tegen 50 centiemen per maand.

      Daar Maria Bosmans te oud geworden was had ik haar juist voor den oorlog op pensioen gesteld : de eerw zusters hadden de vrije bewaarschool overgenomen onder voorbehoud dat Maria Bosmans zou betaald worden gelijk vroeger en dat zij intusschen gratis het onderwijs zouden geven.

      Den 28 augustus 1914 werd het lokaal der vrije bewaarschool afgebrand, en daar er geen ander lokaal te vinden was om de kinderen te ontvangen, werden de toelagen ook niet meer uitbetaald. De gemeente nochtans is voortgegaan met jaarlijks 150 fr. te betalen voor Maria Bosmans. Verder heb ik voor haar 18 fr. per maand bekomen van het werk der bescheidene hulp.

    Bl. 32

      De toelagen voor de zondagscholen werden gedurende de bezetting regelmatig uitgekeerd; voor 1918 werden ze toegezegd, doch op heden 1 april 1919 zijn ze nog niet uitbetaald.

      Het programma bij de stichting dezer scholen bepaald, werd tijdens den oorlog ook gevolgd zonder dat eenige tusschenkomst der Duitse overheid zich heeft voorgedaan.

    F. Patronaten – Werken voor volwassenen – Liefdadigheidswerken

      Voor den oorlog bestond in de parochie een patronaat voor jongens bestuurd den E.H.Onderpastoor. dit patronaat was ingericht in het Gildehuis gebouwd in ’t begin van 1912. Daar in 1914 het meestendeel der schoollokalen afgebrand werden, bleef er geen ander middel dan klassen in te richten in het Gildehuis. Om die reden heeft het patronaat voor jongens, bij gebrek aan lokaal, sedert augustus 1914 tijdelijk opgehouden te bestaan.

      Een woord hier over de maatschappelijke werken der parochie.

      De Boerengilde was pas voor het uitbreken van den oorlog gesticht, en had nog maar twee of driemaal vergaderd. Daar het inrichten tijdens den oorlog niet gunstig scheen, werd dit werk dan ook tot later verschoven. Sedert januari 1919 is de Boerengilde in werking getreden.

      De veeverzekering was voor den oorlog zeer bloeiend : zij verzekerde meer dan zes honderd dieren. Alhoewel de veestapel sedert 1914 zeer verminderd was heeft zij eventwel hare werking voortgezet tot einde 1917. Doch het getal leden was aanhoudend verminderd en zou nog verminderen omdat de oorlog voor haar eenen anormalen toestand geschapen had. Om met meer kans van gelukken later te kunnen herbeginnen heeft de algemeene vergadering van Februari 1918 goedgevonden de werking der maatschappij tijdelijk op te schorsen.

      De pensioenkas is terug in werking getreden zoohaast de stortingen van hoogerhand aanvaard werden.

      De Spaar- en Leengilde heeft hare werking van af 1915 hervat en heeft tijdens den oorlog wezenlijke diensten bewezen door het uitleenen van geld voor aankoop van vee en voor het heropbouwen van woningen

    Bl. 33

    De belegde vergaderingen werden in gevolge de verordening van heer Gouverneur aan de Duitsche overheid medegedeeld. Slechts éénmaal hebben twee Duitschers zich op ene vergadering vertoond; andere last of moeilijkheden hebben wij langs dien kant niet ontmoet.

      De leden van Vincentiusgenootschap vergaderden vroeger alle zondagen na de hoogmis. Tijdens den oorlog heb ik meermaals beproefd die vergaderingen te hernemen. De leden kwamen dan eenige zondagen doch weldra was niemand meer te zien. Ik heb dan goed gevonden nog een weinig uit te stellen alvorens eene nieuwe poging te doen. De vergaderingen van het Vincentiusgenootschap beelden zich in dat dit genootschap nu geene reden van bestaan had omdat het Komiteit in alle noodwendigheden voorzag. Zij beseffen niet genoeg het geestelijk voordeel der bijeenkomsten.

    G. Het ontvoeren der werklieden.

      Den 18 november 1916 werden op de gemeente plakbrieven aangebracht waardoor al de mannen van Tremeloo van 17 tot 55 jaar verplicht werden zich naar Aerschot te begeven den 23 daaropvolgende. Zij moesten van het noodige voorzien zijn om desgevallend naar Duitschland te vertrekken.

      Zoo haast dit nieuws bekend was wilde iedereen naar de stad om zich kleergoed aan te schaffen. De stedelingen maakten van deze gelegenheid gebruik om geld te slaan op den rug der ongelukkige slachtoffers van de Duitschers. De prijzen van kleergoed en schoeisels werden van uur tot uur verhoogd. En toch zouden diezelfde stedelingen naderhand vuur en vlam spuwen tegen de boeren woekeraars.

      De gemeenteoverheid had eene lijst van werkeloozen aan de Duitschers medegedeeld. Het was voor de leden van den gemeenteraad, allen eenvoudige menschen, een moeilijken toestand. Werd de lijst niet gegeven dan zouden andere burgers naar Duitschland vervoerd worden en in grooter getal dan anders. Daarenboven geen enkel werkelooze zou op zich genomen hebben de familiën der weggevoerden door hun werk ter hulp te komen. Was het niet beter degenen die toch niets verrichten laten weg te nemen dan wel burgers die t’huis hoogst noodig waren? Was dit niet tusschen twee kwalen het minste kiezen? Zoo redeneerde de gemeenteoverheid.

      Zonder deze handelwijze der gemeenteoverheid te beoordeelen zonder goed of af te keuren, acht ik mij nochtans verplicht hier een woord te zeggen over de werkeloozen.

    Bl. 34

    1° Eenige persoonen, vooral huisvaders, hadden zich om den onderstand te genieten, ten onrechte werkeloozencertificaten doen afleveren.

    2° Sommige werkeloozen hadden geenwerk omdat zij er geen wilden, en op allerhande manieren trachten zij te ontsnappen aan het weinige dat hun gevraagd werd. Om niet te moeten werken verrichtten zij moedwillig slecht werk. Daar in de gemeente 215 woningen door den vijand vernield werden, had het komiteit besloten steen te bakken om alzoo de afgebranden ter hulp te komen en de werkeloozen werk te verschaffen : de moedwilligheid der werkeloozen heeft het Komiteit gedwongen na eene proef dit ontwerp te laten varen.

    3° Onder de werkeloozen waren ook eenige leegloopers, die binst den dag niet zelden den spot dreven met menschen die vlijtig werkten, en van den nacht gebruik maakten om zich middelen van bestaan aan te schaffen.

      Doch, niettegenstaande al hunne fouten en gebreken, het waren onze medeburgers; en daarom waren wij ten hoogste gevoelig aan het leed dat den vijand hun berokkend heeft met ze aan hunne familiën te ontrekken, om ze in een vreemd land de onmenschelijkste behandelingen te doen ondergaan.

      Het mededeelen van den lijst der werkeloozen werd in de gemeente verschillend beoordeeld volgens eigenbelang. De familiën der werkeloozen vonden het verkeerd, de anderen keurden het goed. Verhevene gevoelens die eigenbelang ter zijde laten, zijn hier in ’t algemeen niet gekend. Zelfopoffering beteekent hier opoffering voor zichzelf. Aldus de afkeuring van de eenen en de goedkeuring van de anderen waren niet anders dan de goedkeuring van de handelwijze der gemeente : allen zouden hetzelfde gedaan hebben.

      Eenige personen wier namen op de lijst der werkeloozen vermeld waren, werden aan het ballingschap bevrijd dank aan de tusschenkomst van Mr. Adriaen, geneesheer te Werchter. Eenige anderen door de gemeenteoverheid niet aangeduid, werden niettemin naar Duitschland vervoerd. De weggevoerden waren ten getalle van 33 waaronder 16 huisvaders en 17 ongehuwden.

      Hier laten wij de namen volgen der weggevoerden te beginnen met de huisvaders :

      Anthonis Ignatius, Baumans Alfons, Bouckhuydt Thomas, De Winter Alfons, Mastien Constant, Soetewey Alfons, Van Eyken Felix, Verhaegen Frans, Verschoren Alfons, Verstraeten Benedictus, Wouters Petrus, Van Woensel Jan Baptist, Verhoeven Andreas, Verhoeven Felix, Van Casteren Karel, Verhard Alfons.

    Bl. 35

      De Winter Gustaaf, Laureys Petrus, L’Enfant Jules, Leys Jan Baptist, Op de Beeck Frans, Storms Guilielmus, Van den Notelaer Frans, Van Eyken Jan Baptist, Verbeeck Frans, Verhoeven Lambert, Mattheus Felix, De Coster Joseph, Iwens Frans, Schoovaerts Lodewijk, Verelst Lodewijk, Storms August, Crabbé Isidoor.

      Een dezer de genaamde Van Eyken Jan Baptist, is, ten gevolge van de slechte behandelingen in Duitschland ondergaan, bezweken bij zijne terugreis naar het Vaderland, namelijk te Luik waar hij in het gasthuis gebracht werd.

      In Duitschland hadden de weggevoerde ongehoorde behandelingen te ondergaan met het inzicht hen tot het werk te dwingen. Dit blijkt uit de twee volgende getuigenissen die ik onder meer andere gekozen heb :

    Getuigenis van Alfons Soetewey te Tremeloo, Veldonck.

      Den 23 november 1916 was een der droevigste dagen van mijn leven. Even als zoveel andere jongens en huisvaders werd ik tegen wil en dank door de duitsche barbaren van vrouw en kinders weggerukt en naar Duitschland gestuurd.

      In Duitschland aangekomen werden wij in het kamp Weschede in barakken opgesloten als beesten in eenen stal, waar wij verbleven tot 1 maart 1917.

      Dan hebben ze ons naar Neerath bij Greevenbroek naar ’t werk gezonden, waar ik den zesden dag al bijna verongelukt was; zoodat ze mij met gebroken arm naar het gasthuis gedaan hebben, waar ik 42 dagen schrikkelijke pijnen, ijselijken honger en veel verdriet doorstaan heb.

      Toen mijn arm half hersteld was, moest ik terug naar ’t werk, waar ik meer slagen dan eten gehad heb, als men bieten- en raapkoolsoep en een hap slecht brood wilt eten noemen.

      Het is onmogelijk al het lijden en de ellende te beschrijven die ik daar uitgestaan heb zoo 9 maand en 7 dagen lang, en waar ik een gebrek gehaald heb voor mijn leven lang, want mijn arm doet nog altijd zeer, en nooit zal ik voor vrouw en kinderen er nog kunnen den kost mee verdienen.

    Handtekening Alfons Soetewey

    Bl. 36

    Getuigenis van Anthonis Ignatius.

      Den 23 november 1916 werd ik met een dertigtal andere burgers van Tremeloo op den kontrool te Aerschot aangehouden en weggevoerd naar Duitschland. Bij onze aankomst in het kamp te Weschede werd ons voorgelezen : “gij zijt juist als gevangene soldaten, gij moet als zulke gehoorzamen.”

      In het kamp kregen wij : ’s morgens een halve liter soort van pap; ’s middags een liter soep of pap; ’s namiddags ongeveer 200 grammen brood. ’s Avonds een liter soep of pap. Door soep moet verstaan worden water met rapen of bladeren van rapen of raapkoolen of beeten; soms was er een weinig meel in, doch ik kan niet zeggen welk.

      Dit rantsoen was maar half genoeg om onzen honger te stillen. Van honger raapten wij op : patatenschillen, pellen van visch, pellen van appelsienen en de vischgraten uit den vuilbak. Soms bekwamen wij wat overschot van de fransche soldaten; doch meermaals werden wij belet van de soldaten iets te aanvaarden.

      In het kamp moesten wij soms twee uren lang buiten staan in koude en wind.

      Eens wilde men mij dwingen te werken : om die weigering werd ik geslaan met de bajonet zoodanig dat ik ’s morgens niet meer recht kon.

      Den 1 maart 1917 werden wij naar het werk gevoerd in de provincie Rhijnland te Nerraht in eene koolgroef. Wij weigerden te werken. Dan hebben ze ons in eene barak gesloten zonder eten tot ’s anderdaags ’s morgens 5 ure. Wij hadden daar wat strooi om op te liggen. ’s Morgens om 5 ure kwamen de soldaten ons uit de barak halen en plaatsten ons in regen en wind totdat wij ons wilden aangeven om te werken. Ik met zes andere ben alzoo blijven staan tot 11 ure; de andere zijn gaan werken. Om 11 ure werden wij in een soort kelder gesloten zonder eten en zonder bed. Die bak was zeer vuil. Er stonden onder andere twee nachtkuipen die overliepen en gevuld waren met de uitwerpsels van twee russische soldaten die daar eveneens verbleven hadden.

      Den volgende dag om 9 ure kwam men ons in dien vuilnisbak melden dat wij daar zouden blijven zonder eten indien wij voortgingen met niet te willen werken. Wij weigerden nog. Om 12 ure zelfde spel. Vreezende van honger te moeten sterven hebben wij alsdan het werk aangenomen. Dan hebben wij daar dagelijks gewerkt in de koolgroef.

      Het gebeurde dat ik mij ziek bevond. Ik moest dan om een ziekbiljet gaan. De geneesheer onderzocht mij en riep uit : “laus arbeiten”. Ik was nochtans zoo stijf dat ik bijna niet gaan kon.

    Bl. 37

      Zaterdags ’s avonds werd ons opgelegd dat wij zondags ook moesten komen werken. Gingen wij niet dan kwam men ons met den stok halen en dan sloegen ze totdat wij gingen.

      Wij verdienden alzoo 12 mark per week. Daarvan werden 5 mark afgehouden voor familiegeld, zegde men, dat is om aan vrouw of ouders te zenden. Mijne vrouw heeft daar nooit iets van ontvangen.

      Om een hemd te koopen moest men een bewijs hebben van den burgemeester die dit regelmatig weigerde zoodat er onder ons waren die zonder hemd geraakten en de anderen hadden de gelegenheid niet het hunne te zuiveren. Ik ben in het vaderland teruggekeerd den 19 augustus 1917, dus na eene afwezigheid van omtrent negen maanden.

      Handtekening Anthonis Ignatius.

      Van af de eerste dagen na de wegvoering der werklieden werden er verzoekschriften ingediend aan den heer Gouverneur ten einde hunnen terugkeer naar het Vaderland te bekomen. Inzonderheid voor de huisvaders werd geene moeite gespaard. Te Leuven had men aan hunne vrouwen gezegd een verzoekschrift binnen te brengen : voor ieder dan werd een verzoekschrift opgemaakt waarin de bijzondere toestand van het huishouden uitgelegd werd. Wanneer sommige vrouwen hun verzoekschrift overhandigden werd hen zelfs gezegd dat het goed was en dat ze mochten vertrouwen hebben. Nooit is op die verzoekschriften eenig antwoord toegekomen.

       In den zomer 1917 mochten de weggevoerden de eene na den andere aan hunne familie een bezoek brengen mits belofte naar Duitschland terug te keeren om te werken. Velen hebben, na lang dralen, die belofte gedaan om hunne familie te kunnen wederzien, doch geen enkel is naar Duitschland teruggekeerd. In ’t begin hebben de Duitschers wel eenige opzoekingen gedaan om de verlofmannen terug naar Duitschland te zenden; doch, die opzoekingen bleken niet ernstig te zijn, en weldra werden de teruggekeerden geheel en al met rust gelaten.

    Bl. 38

    H. Ondersteuningswerken.

    Voor vrouwen en kinderen van soldaten.

      Zoohaast de oorlog uitgebroken was wezrd door den eerw. Heer Pastoor het gedacht opgevat onderstand te verschaffen aan de vrouwen en kinderen der opgeroepen soldaten. De heeren studenten in verlof zouden zich gelasten wekelijks eene rondhaling te doen in de gemeente. Het gemeentebestuur zou wekelijks vijftig franken verleenen. De eerste rondhaling gedaan in de week van 2 tot 9 augustus bracht meer dan honderd franken bij. Deze was gedaan zonder voorafgaande aanbeveling op den predikstoel. Op zondag 9 augustus werd dit werk aanbevolen met de volgende woorden :

      “De week die voorbij is hebben onze vaderlandslievende studenten eene rondhaling gedaan voor de vrouwen en kinderen van onze medeburgers die het vaderland verdedigen. Die rondhaling zullen wij wekelijks vernieuwen. Wij kunnen u allen niet genoeg aanzetten aan dit werk van liefdadigheid en vaderlandsliefde deel te nemen. Iedereen geve vrijelijk volgens goeddunken, en daarom zullen de studenten zich niet op nieuw aanbieden bij degenen die hunne hulp afzeggen. Eene zaak vraag ik van allen en van ieder in ’t bijzonder : dat werk, dat niets dan lof verdient, niet te beknibbelen.”

      “Het rondgehaald geld zal des zondags na het lof uitgedeeld worden in bons voor eetwaren. Al de vrouwen van binnengeroepen soldaten gelieven hun aandeel te komen ontvangen. Zijn er die het niet noodig hebben en het willen laten voor hen die nood hebben, dan moeten zij eenvoudig den bon die hun gegeven wordt terug in de beurs steken van de studenten wanneer zij rondkomen. Ik heb liefst dat allen komen den bon halen die voor hen bestemd is opdat niemand zou verlegen zijn.”

      De inval van den vijand en onze wegvoering naar Duitschland hebben aan dit werk een einde gemaakt. De opbrengst der tweede rondhaling werd op de pastorij gestolen door de Duitschers.

    Het Komiteit.

      Na onze terugkomst uit Duitschland vonden wij het Komiteit ingericht. Het Komiteit hield zich alsdan uitsluitelijk bezig met onderstand te verleenen aan de afgebranden, onderstand in brood en kleergoed.

      Later werden door het Komiteit de volgende werken ingericht : Gewone onderstand aan al de noodlijdenden; Onderstand aan de soldatenfamiliën; onderstand aan de werkeloozen; onderstand aan verminkten; oorlogsweezen en schamele armen; werk der schoolmaaltijden, der zwakke kinderen, der teringlijders.

    Bl. 39

      In December 1914 werd het komiteit samengesteld als volgt : voorzitter : Petrus Feyaerts, burgemeester; schrijver : pater René De Batseleer van de congregatie der H.H. Harten; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens; Lodewijk Dockx en Frans De Vadder.

      De eerw. Heeren pastoor en onderpastoor werden als leden van het Komiteit aangenomen bij hunne terugkomst uit Duitschland. In de maand Februari gaf Frans De Vadder zijn ontslag. Daar er van wege het provinciaal komiteit aangedrongen werd om ook een liberaal als lid van het komiteit aan te nemen, werd Prosper Fonteyn als dusdanig erkend. Deze nochtans heeft maar tweemaal de zitting bijgewoond en dan weder zijn ontslag genomen uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom.

      In de maand Maart verliet pater René de gemeente en een weinig later nam de heer burgemeester zijn ontslag om mogelijke moeilijkheden met de bezettende macht te vermijden. Van dan af bleef het Komiteit samengesteld als volgt :

      Voorzitter : Karel Van Winkel, pastoor; schrijver : Emiel Van Giel, onderpastoor; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens en Lodewijk Dockx.

      Victor Goossens nam zijn ontslag in 1916 en werd vervangen door Joseph Jalet. Op het einde des jaars werd nog een lid aan het komiteit bijgevoegd, namelijk Hendrik Wouters.

      In November 1917 gaven alle leden van het komiteit hun ontslag en verzochten het provinciaal komiteit in hunne vervanging te voorzien tegen 1 Januari daaropvolgende. Op aandringen van den heer Ed. Gilmont, voorzitter van het regionaal komiteit van Haacht, zijn de leden voortgegaan hun ambt uit te oefenen tot in het begin van Maart 1918 wanneer ze onwederroepelijk hun ontslag genomen hebben. De grote oorzaak van dit ontslag was de misnoegdheid onder het volk verwekt door het toepassen der reglementen over de verdeeling der eetwaren, alsmede de ondergeschikte rol welke het provinciaal komiteit van de plaatselijke komiteiten vereischte tegenover de beheerder aan denwelken de komiteitszaken geheel en al toevertrouwd werden.

      Hier laten wij nu eenige tafels volgen die den toestand van hoogeraangehaalde ondersteuningswerken telkens op 31 December weergeven :

    Er volgen nu een reeks tabellen met cijfers.

    wordt vervolgd



    26-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    25-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-5
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 5

    Bl. 43

    Hoofdstuk X.

    Geestelijken in de gebeurtenissen betrokken.


    - Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; aangehouden den 28 augustus en gebracht in de Kerk van Aerschot; van daar weggevoerd naar Duitschland den 6 september 1914.

    - Eerw. Heer Emiel Van Giel, onderpastoor: idem.

    - Frater Edgard De Coster; frater Octaaf Igodt en broeder Julius Haegen bevonden zich in 1914 in het klooster te Ninde. Zij zijn op het einde van augustus gevlucht naar West Vlaanderen en van daar naar Holland, waar ze door de belgische militaire overheid opgeroepen. Zij hebben in het leger gediend als ziekenverzorgers.

      Thans bevinden zich in het klooster der Picpussen te Ninde 10 brankardiers die tijdens den oorlog dienst gedaan hebben. Hier volgen hunne namen :

    - Frater Pamphilus (Lodewijk) Verdeyen van Herent, was aug. 1914 leraar in het Damiaangesticht te Aerschot; werd den 6 september weggevoerd naar Duitschland. Hij heeft zijne eeuwige beloften uitgesproken en is thans leerling in de Godgeleerdheid.
    - Frater Edgard De Coster; hoger reeds genoemd, heeft tijdelijke geloften uitgesproken en is leerling in Godgeleerdheid.
    - Frater Leopold (Willem) Jeurissen van Vlijtingen, novice, leerling in de wijsbegeerte.
    - Frater Oswald (Joseph) Van Neste van Gulleghem, idem.
    - Frater Odilo (Antoon) Van Gestel van Borgerhout, idem.
    - René Muller van Antwerpen, postulant, leerling in de wijsbegeerte.
    - Matthijs Gielen van Vlijtingen, idem.
    - Jaak Bos van Turnhout, idem.
    - Lodewijk Van de Velde van Schoten, idem.
    - Frater Octaaf (Gaston) Igodt, hoger genoemd, van Watou, novice leerling in wijsbegeerte.

    Parochianen onder de wapens.

    In 1914 werden 55 parochianen onder de wapens geroepen. Onder dezen waren 27 gehuwden hebbende samen 70 kinderen. Van dezen zijn er drie geboren na het vertrek van vader.

    Bl. 44

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers, doch naderhand hebben de volgende jongelingen als vrijwilligers het leger vervoegd : Feyaerts Joseph; Van den Notelaer Alfons; Storms Frans; De Keyzer Joseph en Van Vlasselaer Leo.

      Tijdens den oorlog werden nog opgeroepen 32 parochianen die zich in het buitenland bevonden; zoodat in ’t geheel 92 parochianen in het leger hebben dienst genomen.  Er zijn enkel vier parochianen gesneuveld, namelijk, Hendrik Verhaegen, vader van twee kinderen; Alfons Verbeeck; Alfons Claes en Alfons De Mees.

      Een soldaat werd verminkt te Luik, namelijk Franciscus Van Eyken, vader van 4 kinderen. Hij is getroffen geweest in den schouder en kan van zijnen arm geen gebruik maken.

      Geboorten en sterfgevallen.
    1913 Geboorten : 95 sterfgevallen : 40
    1914                     58                         26
    1915                     68                         27
    1916                     57                         22
    1917                     57                         32
    1918                     58                         42

      In november 1918 zijn 16 personen gestorven ten gevolge van de Spaansche griep.

      Hoofdstuk XI
    Huiszoekingen in kerken of kloosters. – De opname der klokken.


      Huiszoekingen in kerken of kloosters hebben alhier geene plaats gehad.
    Bij de opname der klokken ben ik niet tegenwoordig geweest. Voor zooveel ik mij herinner heeft deze opname plaats gehad in de maand juni 1918. Ziehier wat Lod. Dockx, koster, desaangaande getuigt.

      “Op zekeren dag kwamen er bij mij twee Duitschers welke vroegen om op den toren te gaan om de klokken te meten; na dit gedaan te hebben en al de opschriften en versiersels der klokken zorgvuldig aangeteekend te hebben, zijn ze naar het hoogzaal gekomen en hebben daar de groote orgelpijpen gemeten en nagezien uit welk metaal zij vervaardigd waren.”

    Bl. 45

    Hoofdstuk XII

    Feiten van verscheiden aard.


      Bijzondere daden van vaderlandsliefde heb ik niet aan te stippen.

      In het moeilijk Komiteit werk heb ik bij de leden van het Komiteit en ook bij anderen goede en bereidwillige helpers aangetroffen : aan hen allen mijnen innigsten dank. Eenmaal heb ik een gebrek aan offervaardigheid bevonden bij personen van dewelke ik nochtans eene gansch bijzondere offervaardigheid had mogen verwachten.

      Onder de landbouwers zijn er zeker menschen geweest die niet naar woekerprijzen getracht hebben, en die hunnen evennaaste vooral de armen genadig behandelden. Ik persoonlijk heb bij brave menschen steeds waren bekomen aan fatsoenlijken prijs. Doch de menschen die liefdadig gehandeld hebben roemen hun eigenzelven niet, en degene die het voorwerp van hunne liefdadigheid geweest zijn zwijgen het ook. Om wille der waarheid moet ik nochtans bekennen dat de algemeenheid der landbouwers, enkele uitzonderingen daargelaten, voor hunne waren de hoogste prijzen eischten : velen waren bevreesd van te weinig te vragen. Er worden personen genoemd die brood vervalschten met gekookte aardappelschillen en raapkoolen, en dit mengsel verkochten aan 7.50 fr. en meer den kilogram.

      Er is tijdens den oorlog veel gestolen bijzonder op de velden, doch niet zoozeer uit nood en voor eigen gebruik dan wel om het gestolene te verkoopen aan woekerprijzen. Het geld alzoo vergaard werd gebruikt voor spel en vermaak. Het is ongelooflijk hoe zeer de jonkheid tijdens den oorlog bedorven werd door zucht naar geld en vermaak.

      Meermaals heb ik van op den predikstoel den parochianen herinnert dat het niet betaamd zich aan overdreven vermaken over te leveren, terwijl onze soldaten aan den IJzer hun bloed voor het vaderland veil hadden en den dood te gemoet liepen; ik beriep mij op hunne vaderlandsliefde; ik gewaagde zelfs van het genoegen dat zij den vijand verschaften met te juichen terwijl het vaderland treurt. Dit alles maakte geenen indruk : er was geld, gemakkelijk vergaard en de voorraad eens uitgeput kon spoedig vernieuwd worden, waartoe zou het dan dienen tenzij tot plezier en vermaak? Ook werd er op de kermissen tien, twintigmaal zooveel geld verkwist dan vroeger.

      De Duitschers van den omtrek namen regelmatig aan de kermissen deel en keerden nooit dan wel beschonken naar huis. Daartoe hoefden zij geen geld op zak te hebben : van dieven en smokkelaars mochten zij drinken zooveel zij wilden. Er wordt van een dezer verhaald dat hij op een enkelen kermis vijf honderd mark met de Duitschers verteerde.

    Bl. 46

    Hoofdstuk XIII

    De ontruiming.


      Op donderdag 7 november ontvingen wij het eerste bezoek van vijandelijke troepen op weg naar Duitschland. Aangaande dezen niets bijzonders op te merken.

      Vanaf dijnsdag 12 november tot maandag 18 november had de gemeente Tremeloo aanhoudend vijandelijke troepen te vernachten. De neerslachtigheid der officieren was merkbaar, en wat de soldaten betreft, het groot getal wapens door hen weggeworpen geeft genoeg hunne ware gevoelens te kennen.

      Er valt niets op te merken aangaande de houding der vijandelijke legers ten opzichte van de inwoners. Op de pastorij waren de officieren zoowel als de eenvoudige soldaten die hen dienden zeer inschikkelijk en voorkomend.

      Voor het overige heb ik veel klachten gehoord over schade die zij aan de inwoners veroorzaakt hebben door het gebruik van ongedorschen graan, van hooi en ander veevoeder dat de landbouwers zelf groot noodig hadden. In den nacht van donderdag tot vrijdag werden twee paarden opgeëischt. In de scholen werden verschillige banken aan stukken gekapt en opgestookt; de deuren der gemakken ondergingen hetzelfde lot.

      Niettegenstaande mijn verzet werd de Kerk in den nacht van donderdag tot vrijdag door de Duitsche soldaten ingenomen. Vier wassen kaarsen, drie handdoeken en een paar pantoffels werden gestolen. De troepen trokken verder rond drie uur ’s morgens en lieten veel wapens en schietvoorraad achter.

    Hoofdstuk XIV

    De bevrijding.


      Nauwelijks hadden de laatste vijanden het grondgebied van de gemeente verlaten, of de vaderlandsche werd op den kerktoren geheschen en met tallooze vreugdeschoten begroet.

    Bl. 47

    De inwoners maakten gebruik van de wapens door den vijand achtergelaten om de bevrijding te vieren. De vreugdeschoten hadden buitendien een heilzaam gevolg : zij ontnamen aan de dieven hunne stoutmoedigheid. Deze waren nu overtuigd dat er wapens in overvloed voorhanden waren, en zij twijfelden geenszins of die wapens zouden bij gelegenheid tegen hen gebruikt worden.

      De eerste belgische troepen deden hunne intrede te Tremeloo op donderdag 21 november. Zij werden verwelkomt door het gelui der groote klok die hare vreugdetonen uitgalmde en de inwoners noodigden onze helden te gemoet te snellen. Dit gebeurde dan ook en eene vroolijke Brabançonne werd door eenige inwoners aangeheven.

      Op dit ogenblik april 1919, zijn het meestendeel onzer uitwijkelingen uit hun ballingschap teruggekeerd. Degene die uit Engeland terugkeeren zijn ten uiterste tevreden over hun verblijf aldaar : zij hebben noch honger noch gebrek geleden. Zij hebben er gewerkt om hunnen kost te verdienen, doch geld verzameld hebben zij niet. Het eenige waar ze goed van voorzien zijn is kleergoed.

      Degene die uit Holland wederkeeren zijn min tevreden : zij beweren veel honger geleden te hebben. Een geruimen tijd kregen zij niet meer dan twee honderd grammen brood en vier of vijf aardappelen per dag. Daarbij soep die weinig of geene voedzame bestanddeelen bevatte.

      Eenen en anderen keerden blijgemoed naar het Vaderland weder, waar hen, helaas! eene droevige teleurstelling verwachtte. Geen woonst : enkel nog de puinen van hunne vroegere woningen; geen bed : sommige zijn genoodzaakt te slapen tegen den grond op wat strooi; geen land : het land dat zij vroeger bewerkten ging tijdens hunne afwezigheid over in de handen van andere huurders. Dus ook geen werk, geene kostwinning. Laat ons hopen dat het nationaal komiteit of het landbestuur dien toestand zal willen inzien en de noodige hulp verleenen.

      Ik eindig. Ik heb alle feiten onpartijdig medegedeeld, en desgevallend mijn gevoelen uitgedrukt volgens ik in geweten oordeelde. Moge mijn werk eenig nut voor de geschiedenis opleveren.

      Handtekeningen :
    K Van Winkel - pastoor Tremeloo
    Feyaerts - gemeentesecretaris Tremeloo
    F. Verhoeven - bakker Tremeloo

    wordt vervolgd



    25-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-6
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) - Gemeente Tremelo - deel 6

    Bl. 48

    Bijvoegsel aan hoofdstuk IV

    In Ballingschap

      Den 28 augustus 1914 werden de volgende personen van Tremeloo door de Duitschers aangehouden en opgesloten in de kerk van Aarschot. Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; Eerw. Heer Emiel van Giel, onderpastoor; Alfons Michiels; Guilielmus Van Vlasselaer; Lodewijk Van Vlasselaer; Jan Baptist Goeron; Lodewijk Haegemans; Pepinus Torfs en Frans De Preter. Deze personen werden aangehouden deels op den steenweg Lier-Aerschot, deels te Heyst-Goor. Enige aanteekeningen getrokken uit het notaboekje van Alfons Michiels.

    28 augustus - Gevangengenomen op den steenweg Lier-Aerschot. -Gebracht in het kolenkot van M. Van Tricht. -Twee uren in eene weide. -Aankomst in de kerk om half vijf. -Water en brood. -Slapen op de stoelen.

    29 augustus - Wat droevig geschrei der kinderen met ons in de kerk opgesloten. - Wat duurt de tijd lang. -Vandaag brood en soep.

    30 augustus - In de kerk aankomst van Aerschotsche burgers die eerst naar Leuven gestuurd waren en nu teruggebracht werden naar Aerschot. - Vrouwen en kinderen worden overgebracht naar de woning van notaris Fontaine recht over de Kerk.

    31 augustus - Om 4 ure nog geen eten gehad. - Een stuk brood en een klein stuk spek, gift van een burger van Aerschot, werden wij ontstolen. -Goed nieuws : morgen mogen wij vertrekken.

    1 september - Nieuwe wachten zen streng. - Weinig eten maar veel gekijf en gegrol der wachten. - Bittere teleurstelling : van vertrek geen spraak meer.

    2 september - Burgers moeten de kerk kuischen. - 's Morgens een stuk brood, 's middags soep. - Een jonge huisvader van Westmeerbeek is zot geworden; hij wil zich de keel oversnijden met een stuk glas : dit wordt hem belet. Dan wil hij zich dooden tegen de verwarmingstoestellen.

    3 september - Eten redelijk goed, doch ontoereikend. - Wij worden medegedeeld door de vrouwen van Aerschot die brood, fruit en koffie brengen voor hunne familieleden. - In den nacht van 2 tot 3 september om half drie sterft een jongeling van Aerschot juist voor mij.

    Bl. 49

    4 september – Weinig voedsel. – Wij kunnen in stilte wat brood en tabak kopen. – Eenige vrouwen uit Tremeloo komen hunne mannen en broeders bezoeken en brengen slecht nieuws : alles is afgebrand.

    5 september – Verheugend nieuws : morgen zondag mogen de priesters mis doen en de burgers die willen mogen tot de H. Communie naderen.

    6 september – De dag verheugend doorgebracht. – Al de priesters hebben mis gedaan. – De burgers boven de 45 jaar mogen vertrekken. – Om half vijf slecht nieuws : allen naar Duitschland. Droevige stoet. Gekerm en geween van vrouwen en kinderen.

    7 september – In de statiën waar onze trein blijft staan worden wij aanzien als bandieten.

    8 september – Aankomst te Sennelager. –Eerst verscheidene uren wachten. – Dan krijgen wij een stuk brood. – ’s Middags naar het bad. – Slapen onder den bloten hemel.

    9 september – Drie engelsche soldaten worden met handen tegen den rug tegen eenen boom gebonden : dat is de straf voor de minste overtreding. – Slapen in open lucht.

    10 september – Drie zieken zien wegdragen. – Slapen hetzelfde.

    11 september – Ik ben stijf van buitenslapen. – Wij kregen een deksel. – ’s Nachts felle regen : het water loopt onder mijn lichaam door.

    12 september – De zon komt vroeg te voorschijn en wel van pas om onze natte kleederen te droogen: de wind helpt ook. – Te weinig eten. – Zieken naar het gasthuis.

    17 september – Wij worden naar het verhoor geroepen : 6 van Tremeloo; 6 van Busschot en 6 van Heyst-Goor. Ik dacht dat is voor de priesters dat wij zullen moeten naar het verhoor gaan. Het was zoo. Ik deed mijn best om de anderen eenigen goeden raad te geven. Die binnen geweest waren werden afgezonderd. Ik werd de laatste ondervraagt als volgt :
    -Hoe is uw naam?
    -Alfons Michiels.
    -Uw beroep?
    -Schrijnwerker.
    -Waar woont gij?
    -Te Tremeloo in het dorp.
    -Kent gij de pastoor van Tremeloo
    -Ja.
    -Hoe was die ten opzichte van de Duitsche soldaten?
    -Ik geloof dat hij Duitschgezind was, want den 19 augustus zijn er velen gaan wijn drinken; ik weet ook dat er Duitsche officiers geeten hebben, en hij is bij mij geweest met twee Duitsche soldaten om logist.

    Bl. 50

    -Wat is er van de geweren van Tremeloo geworden?
    -De Burgemeester heeft die doen binnen brengen.
    -Ja, maar er is een gebleven en de pastoor heeft toegelaten van uit den toren daarmede te schieten op de Duitsche soldaten?
    -Neen, mijnheer , dat is niet waar.
    -Ja wel !
    -Neen, Mijnheer.
    -Ja wel !
    -Neen Mijnheer.
    -Zeker is het waar geweest?
    -Neen Mijnheer, en daar ik tegen de kerk woon, zou ik dat moeten gezien of gehoord hebben, en anders ten minste hooren zeggen, het is niet waar geweest.

    18 september – Slechte nacht. – Hevige windvlagen die de pilaren in onze tent deden omvallen. – Vier zieken zien wegdragen.

    19 september – Koude nacht. –Geluk gehad een pint bier te drinken in de kantin. – Worst gekocht van een franschen soldaat. – 2 Zieken zien wegdragen. – Namiddag aankomst van nieuwe gevangenen waaronder drie van Werchter.

    20 september – Om 9 ure worst. – ’s Middags soep, daarna een stuk brood. – Wind en regen. – Een zieke engelsche soldaat zien wegdragen.

    21 september – Slapelooze nacht. – Twee burgers naar het hospitaal vervoerd. – Om half zeven slapen op ons strooi met eene sargie in de flauw verlichte tent; doch ik kan mij niet verwarmen.

    22 september – Slecht geslapen. –Koude voeten. – Twee personen voor eene kleine overtreding gedurende twee of drie uren aan eenen boom gebonden. Alle gevangenen loopen doorheen en spreken niet dan van voedsel. – Om 6 ure slapen gegaan doch niet kunnen verwarmen.

    23 september – Honger. – Groot geluk : een soldaat koopt voor mij uit medelijden een brood van een mark. Dit deel ik met een vriend Gust Budts van Werchter; mijn deel, deel ik nog met Lod. Van Vlasselaer. Wij worden afgezonderd : rond den avond worden 200 belgen met 400 fransche burgers in eene tent geduwd.

    24 september – ’s Morgens om 6 ure naar de statie van Sennelager. – Om half twaalf aankomst te Werl in de gevangenis.

    Bl. 51

    In de gevangenis


      De tien eerste dagen na onze aankomst te Werl hebben wij doorgebracht elk in eene cel inhoudende 22 kubieke meters lucht. Mijne cel was zeer goed ingericht en van een verwarmingstoestel voorzien. Voor de nachtrust beschikte ik over een engelsch bed met ressort en twee wollen dekens. Niettemin heb ik de eerste nachten slapeloos doorgebracht: nu meer dan ooit dacht ik aan mijn vaderland, aan mijn geboortedorp, aan mijne woning, aan mijne familie. Die tien dagen in verveling overgebracht schenen mij jaren.

      De vier eerste dagen hebben wij onze cel moeten houden zonder buiten te komen. Van op den vijfden dag mochten wij 20 minuten buiten wandelen. Daarin werden wij behandeld als andere gevangenen: wij moesten op bepaalden afstand van elkander blijven en mochten niet spreken.

      Den 11den dag moet ik werken in eene smidse. Mijn werk bestond in den voorhamer te slaan en den blaasbalg te trappen. Dit was buitengewoon zwaar werk. Gedurende zes dagen heb ik dit werk verricht; daar ik het niet langer kon volhouden werd ik aan eene machien geplaatst. Dit werk was nog te zwaar om reden dat men aanhoudend werken moest. Wilde men een oogenblik rusten of adem scheppen dan was het kijven en grollen bovenarms. De officieren vooral schenen kijven en schelden op bijzondere wijze aangeleerd te hebben.

      Als voedsel kregen wij dagelijks: ’s morgens koffie met 250 grammen brood. Het brood was vervaardigd uit 80% meel en 20% meel van aardappelschillen. Om 12 ure kregen wij soep. Deze soep was gemaakt met boonen, raapkolen, vitsen, aardappelen, enz, er was ook een weinig vleesch in, doch minder dan in Sennelager. Om 6 ure kregen wij nogmaals 250 gr brood en daarbij als dranck een liter water met melk. Van 100 liters afgeroomde melk vervaardigde men 700 liters van dien dranck.

      Gedurende al den tijd dat wij te Werl doorbrachten hebben wij driemaal voor 50 pfenningen mogen koopen in de kantien. Door al mijn werk had ik ten laatste vier mark en 31 pfenningen verdiend.

      Den 11 Februari 1915 liepen ons ballingschap en onzen dwangarbeid ten einde. Om 7 ure 15 ’s morgens vertrokken wij uit Werl om den 13 ’s morgens te Brussel aan te komen.

    (handtekening) Alphons Michiels

    Verklaring van Frans De Preter, landbouwer te Tremeloo Geetsvondel.

      Ik ben gevangen genomen te Boisschot den 28 augustus 1914. Ik werd met honderden anderen burgers opgesloten in de kerk van Aerschot tot 6 september ’s avonds. Van daar naar Deutschland : veertien dagen in Sennelager en dan naar Werl in Westfalen. Daar heb ik in de gevangenis gezeten. Ik moest eerst in den hof graven en later met os en paard rijden. Ik heb geene mishandelingen ondergaan : alleenlijk niet genoeg eten gekregen. Te Werl bestond onze kost uit 500 grammen brood en één liter soep, die bestond uit boonen, raapkoolen , vitsen, aardappelen, enz; er was ook een weinig vleesch in doch minder dan te Sennelager. Wij zijn in het vaderland teruggekeerd den 13 Februari 1915. Voor mijn werk heb ik ontvangen 10 mark en 76 pfenningen.

    (handtekening) Frans De Preter.

    Bl. 52

    Ons Ballingschap.

    Verhaal van den eerweerden Heer Karel Van Winkel, pastoor te Tremeloo.
    Op vlucht.

    Den 27 augustus om half zeven ’s avonds had ik mijne pastorij verlaten en was samen met mijne meid den nacht gaan doorbrengen op de pastorij te Bael. Mijn eerw. Heer onderpastoor had een nachtverblijf gevonden op het gehucht Bolloo. De reden waarom wij besloten te vertrekken was het naderen der Deutsche brandstichters.
    ’s Anderendaags, den 28 augustus, meende ik naar mijne pastorij terug te keeren; maar op het gehucht Langerechte gekomen werd ik gewaarschuwd door de parochianen dat de Deutschers in het dorp alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Ik gelastte een mijner parochianen den eerw. Heer onderpastoor te zeggen dat hij zich naar zijnen vader te Koersel zou begeven, dat ik eveneens voornemens was te vertrekken.
    Ik begaf mij dan naar de parochie Heyst-Goor. Op de pastorij las ik juist in de “Bien Public” dat de forten van Luik nog altijd stand hielden, toen de eerw. Heer pastoor Wouters kwam binnengestormd en riep : “ de Deutschers zijn daar, spoedig vluchten.” Ik volgde hem in den hof. Daar sprak hij van ons te verbergen in het hout. Ik zegde : neen, dat niet, dan ga ik liever terug binnen. Ik wist bij ondervinding dat de Deutschers schoten wanneer zij ergens van verre eenige beweging bemerkten. Daarbij den 19 augustus had ik van de Deutschers niet te klagen gehad, en ik vertrouwde dat het nu eveneens alzoo zou verloopen.
    Ik ging dan terug binnen en opende de voordeur om te zien wat er op straat gaande was. Een tiental Deutschers waren juist voor de pastorij op straat. Zij waren vergezeld van eenen wagen met twee paarden bespannen. Ik ging er naartoe en vroeg wat zij verlangden. Zij vroegen den sleutel der Kerk. Deze werd hen besteld en ik vergezelde hen naar de kerk. Daar gingen zij op den toren, waarschijnlijk om te zoeken naar wapens die zij er natuurlijk niet vonden. Hunne houding was voorkomend en beleefd en boezemde mij vertrouwen in zoodanig dat ik den eerw. Heer pastoor Wouters deed verwittigen zich gerust te vertoonen. Deze kwam alsdan buiten met eene kas cigaren waarvan hij er aan de soldaten elk twee of drie overhandigde.

    Aangehouden.

    Al de personen die zich straat vertoonden werden door de Deutschers samengeroepen.

    Bl. 53

    Bij slot van rekening moesten de mannen eenige stappen medegaan tot bij den ‘Hauptman’, doch zij zouden onmiddellijk terugkeeren. Ik was blootshoofd en om op dien laatsten oogenblik geen argwaan te verwekken vroeg ik ook niet om mijn hoed te halen.
    Wij werden gebracht tot op den grooten steenweg Aerschot-Lier. Daar stond een officier vergezeld van nog andere Duitschers. Ik meende dezen aan te spreken, doch er werd mij toegesnauwd : “ich wollen nicht sprechen mit ihr”. Wij werden vier en vier geplaatst en vervoegd met andere burgers die reeds vroeger aangehouden werden, en de komst van nieuwe gevangenen afgewacht hadden in een kolenmagazijn. Onder deze laatsten bevond zich mijn onderpastoor Emiel Van Giel. Hij werd aangehouden op den steenweg Aerschot-Lier. Toen hij vroeg waarom men hem aanhield kreeg hij voor antwoord : omdat men te Leuven op ons geschoten heeft. Mijn onderpastoor werd vooraan gesteld en er werd hem gezegd : gij blijft borg voor degenen die zouden wegloopen. Daarenboven moest hij het volk verwittigen dat degenen die beproefde weg te loopen, zou doodgeschoten worden.

    Op weg naar Aerschot.

    Toen al de gevangenen, een honderdtal ongeveer, op rijen van vier geplaatst waren, moest de karavaan vooruit in de richting van Aerschot. Op ongeveer eene halve uur afstand van Heyst-Goor werden wij in eene weide gebracht, waar men ons gebood neer te zitten. Daar hebben wij twee uren vertoefd. Intusschen hoorden wij boven ons hoofd de bommen sissen die voor Heyst-op-den-Berg bestemd waren en afgezonden werden door kanonnen te Busschot geplaatst.
    Eindelijk werd de reis voortgezet naar Aerschot. Het was tamelijk warm en velen even als ik hadden grooten dorst. Halverwege Aerschot kwam de vrouw uit eene herberg buiten met eenen emmer water. Zij had ons van verre zien aankomen en met reden vermoed dat wij lust zouden gehad hebben om te drinken. Er werd ons toegestaan in der haast een teug water door te halen.
    De soldaten die ons omringden waren nog van de ergste niet; er waren er wel tusschen die ons brutaal aanspraken, doch er waren er ook anderen die poogden ons gerust te stellen.

    Aankomst te Aerschot.

    In Aerschot waren de straten met soldaten vervuld. Bij het zien van dien groep burgers, waaronder drie geestelijken, ontstond er een ononderbroken geroep van ‘schweinhunden’ en ‘sie mussen ersoschen werden’. Het was vooral op de geestelijken dat zij het gemund hadden. Wij werden naar de kerk gebracht.

    Bl. 54

    Alvorens de kerk binnen te treden moesten wij een zorgvuldig onderzoek doorstaan. Onze zakken moesten uitgeladen worden en onze pennemessen werden afgenomen : dit waren gevaarlijke wapens die de zegepraal van het machtige Deutschland konden verhinderen. Wij werden bovendien nog eens afgetast. Zoolang dit onderzoek duurde werden wij aanhoudend beledigd en ‘schweinhunden’ genoemd. Nu mochten we de kerk binnen.
    In de kerk moesten de leeken zich vervoegen bij een vijf honderd mannen, vrouwen en kinderen, die zich reeds in het schip der kerk bevonden; wij geestelijken werden gebracht op de koor alwaar wij als lotgenoten ontmoetten de eerweerde heeren pastoor en onderpastoor van Busschot, en de eerweerde paters en broeders der congregatie van de H.H.Harten, Damianusgesticht te Aerschot. Deze ontmoeting was voor ons een groote troost. Mij dunkt ik zie nog voor mijne oogen pater Simon Goovaerts en zijne broeders die ons vanuit het gestoelte met een lachend en geruststellend gezicht bejegenden om ons op te beuren en moed in te spreken.
    Onder onze lotgenoten in de kerk van Aerschot bevonden zich broeder Sylvarius Van Volsem, genaturaliseerde Amerikaan, en broeder Adelberken Craste, hollander. De papieren van dezen waren volkomen in regel, niettemin werden zij niet onmiddellijk in vrijheid gesteld : zij moesten wachten tot zondag 30 augustus. Pater Camillus Busard en broeder Willibrordus Slaets waren beiden hollanders, doch hadden hunne papieren niet bij : zij werden enkel den 5 september losgelaten.
    Buiten deze vier bevonden zich in de kerk de volgende geestelijken en broeders :
    Eerw. Heer A. Houtmeyers, pastoor te Boisschot,
    Eerw. Heer F. Mellaerts, onderpastoor te Boisschot,
    Eerw. Heer G.H. Wouters, pastoor te Heyst-Goor,
    Eerw. Heer A. Houtmeyers, pastoor te Boisschot,
    Eerw. Heer K. Van Winkel, pastoor te Tremeloo,
    Eerw. Heer T. Van Giel, onderpastoor te Tremeloo,
    Eerw. Heer Simon Goovaerts, overste, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Arthur Deckers, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Lambertus Van Quathem, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Hilonius De Busscher, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Joannes Lud. Nijs, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Blasius Moors, Damianusgesticht Aerschot,
    Eerw. pater Leo Teyaerts, Damianusgesticht Aerschot,
    Frater Pamphydus Verdeyen, Damianusgesticht Aerschot,
    Frater Joris De Freye, Damianusgesticht Aerschot,

    Bl. 55

    Broeder Rufirius Vreugde, Damianusgesticht te Aerschot,
    Broeder Benedictus Louez, Damianusgesticht te Aerschot,
    Broeder Gerard Linkens, Damianusgesticht te Aerschot,
    Broeder Simon Allaerts, Damianusgesticht te Aerschot,
    Broeder Gonsalve Teugels, Damianusgesticht te Aerschot,
    Broeder Amandus van de Broeders van Scherpenheuvel.
    Buitendien bevond zich onder ons een wereldlijke : Mr. Huysmans, onderwijzer te Aerschot. Al de paters en broeders droegen den band van het Rood kruis van België. Pater Hubertus Verschueren bevond zich uit hoofde van ziekte in het klooster der zusters : hij werd later met ons naar Duitschland gezonden.

    Ons verblijf in de kerk te Aerschot.

    Den 28 en den 29 augustus bestond onze kost uit water en brood. De twee eerste nachten moesten wij overbrengen in het gestoelte. Den derde nacht zegde men ons het altaartapijt te nemen, dit uit te spreiden op den vloer langs de muur van de sacristij en ons daarop neer te leggen. Later werden ons ook eenige bussels strooi bezorgd, doch veel te weinig voor drie en twintig personen.
    Vanaf zondag 30 augustus werd ons lot wat verzacht door de zusters en andere liefdadige personen die ons boterhammen, koffie, melk en fruit bezorgden. Daarenboven was de meid van den heer pastoor van Boisschot erin gelukt aan haren meester een gebraden kieken te doen bestellen, en de zusters van Tremeloo hadden ook aan hunne geestelijken gedacht en ons boterhammen en kaas doen geworden. Brave zielen! ’t Was Tremeloo kermis in de kerk van Aerschot.
    De Duitschers ook bezorgden ons wat buiten brood en water. Eenmaal boden zij ons zelfs een glas wijn aan. Wij lieten het ons smaken zonder teruggehouden te zijn door de gedachte dat het gestolen wijn was. Op zekeren dag bracht men ons een stuk spek. Terwijl de Duitscher het aan mijn onderpastoor overhandigde voegde hij er spottend bij : “Schweinenfleisch is gut für Scheinhunden”. Wij kregen nog soep met aardappelen en vleesch doch zeer onregelmatig. Het is eens gebeurd dat men daarmede afkwam om 11 ure ’s nachts. Aardappelen en rijst werd ons ook eens opgediend. Het is gebeurd dat burgers in de kerk om 4 ure namiddag nog volkomen nuchter waren. Onder dat opzicht waren wij priesters iets bevoordeeligd door de tusschenkomst der liefdadige personen.

    Bl. 56

    De twee eerste dagen mochten wij, om onze noodwendigheden te voldoen, gebruik maken van het gemak der herberg op den hoek der Kerkstraat. Wij werden telkens door eenen schildwacht vergezeld. Eens dat ik van daar naar de kerk terugkeerde werd ik door eenen soldaat aangesproken die mij vroeg : “do you speak english?” Ik antwoordde : “nein”. Die vraag had voor doel te onderzoeken of wij soms geene engelsche officiers waren in priesterkleederen. Een “yes, sir” ware misschien voldoende geweest om hen daarvan te verzekeren.
    De volgende dagen werd het gemak der herberg ons ontzegd. Men had op het oud kerkhof eenen diepen put gegraven. Op vier palen had men een balk en eene plank genageld. Daar in het openbaar mochten wij ons ontlasten. ’s Nachts werden emmers in de kerk geplaatst. Dezelfde emmers dienden voor nachtpotten, daarna voor waskommen en dan voor waterkruiken om ons drinken te bezorgen.
    De drie eerste dagen mochten wij niet buiten de kerk komen tenzij om hoogergemelde reden. Het hoeft niet gezegd dat de lucht in de kerk bedorven was en wel zoo zeer dat de Duitschers zelf het zelf het bemerkten. Wij zouden dan ook dagelijks eene halve uur mogen buitengaan om versche lucht in te ademen. Dit gebeurde op het oud kerkhof nabij den put die voor gemak diende. Wij moesten daar wandelen op afstand de eene achter den anderen rond het kerkhof. Onze wandeling werd niet zelden vervroolijkt door de spotternijen der soldaten die ons bewaakten.
    Toen wij den 28 augustus in de kerk gebracht werden was deze bezet niet alleen met vier honderd of meer mannelijke burgers maar ook nog met vrouwen en kinderen. Vrouwen en kinderen werden den volgenden dag namiddag overgebracht naar de woning van den heer notaris Fontaine, recht tegenover de kerk. Dat gebeurde waarschijnlijk om plaats te maken voor gevangenen die zondag morgend uit Leuven aangebracht werden.
    Een der eerste dagen van de week werd er aangekondigd dat de mannen boven de vijf en veertig jaar zouden mogen vertrekken. Wij vroegen aan den feldwebel of dit ook was voor de priesters? Het antwoord klonk : “nein, sie sind extra”. Al goed want ik meende eene kleine leugen te wagen. Daar ik 45 jaar was op drie maanden na zou ik mij zeker voor een ouderling van 45 jaren uitgegeven hebben.
    Terwijl wij in de kerk verbleven spraken wij zoo weinig mogelijk met de Duitschers die ons bewaakten, of om uit nieuwsgierigheid kwamen in oogenschouw nemen.

    Bl. 57

    Nochtans waren er twee onderofficieren die ons eenige genegenheid betoonden en die we dan ook eens meer het woord toestuurden. Deze vertelden ons op zekeren dag dat in den nacht twee Duitsche soldaten geweerschoten gelost hadden van uit het klooster der paters; dat zij gelukkiglijk betrapt waren en ook eene straf hadden opgeloopen. Zij noemden die daad “eine schweinerei!” Dit was zij ten minste, want die schurken hadden voorzeker geen ander doel dan de terechtstelling van eenige schuldelooze burgers uit te lokken.
    Deze laffe daad van twee Duitsche schurken zal eventueel niemand verwonderen wanneer men in aanmerking neemt dat bijna dagelijks een officier in de kerk kwam afkondigen : “verleden nacht is er nogmaals op onze soldaten geschoten, indien er dezen nacht nog geschoten wordt dan zult gij allen, de priesters op de eerste plaats, doodgeschoten worden”. Zulke bedreigingen konden niet anders dan gewetenlooze en bloeddorstige monsters aanzetten om daden te plegen die een onrechtveerdig bloedvergieten zouden voor gevolg hebben.
    De gezegden van dien officier waren natuurlijk valsch en dienden enkel om de opgehouden burgers schrik aan te jagen en mogelijke opstand te voorkomen. Zoo oordeelden wij er over, doch zoo oordeelden sommige Duitsche monsters niet : zij hadden vroeger wat anders ondervonden. Die bedreigingen hadden waarschijnlijk nog voor gevolg dat een burger in de kerk zijn zinnen verloor en poogde zich te zelfmoorden met een stuk glas.
    Een burger van Aerschot is in de kerk gestorven ten gevolge van eene bloedspuwing. Hij werd op het oud kerkhof begraven; een der priesters werd gevraagd om de kerkelijke gebeden te lezen. Het was de eerw. Heer Wouters, pastoor van Heyst-Goor, die zich daarmede gelastte.
    Aan de geestelijken was het streng verboden te spreken met de burgers in de kerk. Nochtans den zaterdag 5 september werd ons door een Duitscher gevraagd of wij in de kerk wilden biecht hooren voor de aanwezigen die verlangden te biechten. Wij raadpleegden elkander en vonden dat zulks gevaar opfeverde. Immers moest er naderhand onder dit volk eenige oproer, hoe onbeduidend ook, ontstaan, dan zou de schuld daarvan op de biechtvaders geworpen worden. Terzelfder tijd vernamen wij dat de kommandant ons toestond den volgenden dag mis te lezen. Die toelating werd met veel genoegen ontvangen en den volgenden dag, zijnde zondag 6 september, voelden wij ons innig gelukkig het H. Sacrificie den Heer te mogen opdragen. De heer kommandant Wenne heeft dien dag de mis zeer godvruchtig bijgewoond.
    Het is van af zaterdag 5 september dat wij van wege den kommandant eenige voorkomendheid ten onzen opzichte bemerkten. Buiten de toelating van biecht te hooren en den volgenden dag mis te lezen, stond hij ons nog toe van daar af vrij in en uit de sacristij te gaan, waarvan men de deur opengebroken had; en gebruik te maken van de W.C. die zich aldaar bevindt.

    Bl. 58

    Dit alleen moesten wij zorgvuldig vermijden : langs den kant der straat geen enkel venster openen, zooniet zouden de soldaten schieten.

    Op weg naar Duitschland.

    Den 6 september om 5 ure ’s avonds, kwamen de kommandant gevolgd van eenige officieren in de kerk. Hij deed aankondigingen dat wij gingen vertrekken. Men zou ons vervoeren naar Leuven, misschien naar Luik toch zeker niet verder dan Aken.
    Zoohaast wij buiten de kerk kwamen werden wij overladen met scheldwoorden en beleedigingen met het den Duitschers geliefkoosde ‘Scheinhunden!’ Een onderofficier gaf den toon en had het bijzonder op de geestelijken geladen : “diese kommen wieder” zegde hij en hij wees op de burgers; “aber diese willen ersoschen werden” en hij wees naar de priesters. Zoo ging het tot in de statie.
    Nevens mij ging een Duitsche officier, vrederechter van beroep. Deze was katholiek en ten onzen opzichte zeer vriendelijk en beleefd. Meermaals zegde hij mij onder weg niet bekommerd te zijn met al die bedreigingen, dat er ons geen leed zou geschieden. De kommandant ook vergezelde de groep gevangenen naar de statie.
    De Duitsche soldaten die ons beleedigden bevonden zich meestal langs den linkerkant der statiestraat; langs den tegenovergestelden kant stonden veelal vrouwen en kinderen die bitter weenden en smeekten om de vrijstelling van vader of broeder of echtgenoot te bekomen, doch vruchteloos. Gansch de groep moest den trein opstappen : de gewone burgers in beestenwagens, de priesters en kloosterlingen in rijtuigen van derde klas. In elk kompartiment bevonden zich vier gevangenen en een soldaat bajonet op ’t geweer. Deze wachten spraken met ons op beleefden toon. Het was zichtbaar dat hun zulks opgelegd was. Ik heb onze wachter onder weg meermaals tot andere Duitschers hooren zeggen : ‘die Leute haben nichts gemacht’.
    Wij vertrokken uit Aerschot rond 6 ure ’s avonds en kwamen rond 6 ure ’s morgens te Luik aan. Te Leuven werden wij weinig beleedigd, doch te Thienen en te Landen ging het er hevig toe. Te Luik aangekomen kregen wij eene tas vleeschsoep die zeer goed was, en die bij ons brood de koffie vervangde.
    Eens op Duitsch grondgebied bleef de trein in bijna alle statiën staan. Overal was er veel volk als ware de trein aangekondigd geweest. Wij werden overal voor Francs-tireurs gehouden en als dusdanigen beleedigd.

    Bl. 60

    Het mag nochtans niet gezegd dat allen ons beleedigden : er waren ook personen die, als zij den trein konden naderen ons met belangstelling aanhoorden en voor het minst aan onze plichtigheid twijfelden. Doch bij het meestendeel bestond de zekerheid dat wij plichtig waren en den dood schuldig. Die gedachten moeten wij aan velen van die menschen vergeven om reden dat zij misleid waren door de drukpers. De mensch gelooft gemakkelijk wat hij geerne gelooft, en ten tijde van oorlog verontschuldigt men gaarne zijne medeburgers.
    Aan de Duitsche soldaten werden in elke statie allerhande snapperingen ter hand gesteld, zooals broodjes met hesp, fijne boterhammen, leverworst en ander koud vleesch, koffie, cigaren, enz., in zulke mate dat zij terwijl de trein voortreed, ons wel eens mededeelden. Aan ons echter werd door de burgerlijke bevolking niets aangeboden tenzij op aanvraag onzer wachters een glas water en soms eene tas koffie. In de statie van Keulen werd eene tas koffie aangeboden aan den Duitschen soldaat die geen lust meer had om ze uit te drinken en ze verder overhandigde aan den ouden broeder Rufinus. De burger dit ziende haastte zich ze uit de handen van den broeder te rukken. Ook waren er meer die aan onze bewakers zegden dat het geschonkene voor hen persoonlijk was.
    Te Keulen werden onze wachten afgelost. Onze nieuwe bewakers die ongetwijfeld uit verhalen der dagbladen opgemaakt hadden dat wij gevaarlijke kerels waren, begonnen met ons zorgvuldig af te tasten en toonden zich tamelijk brutaal. Onder weg nochtans moet hun oordeel ten onzen opzichte gewijzigd zijn, want die eerste brutaliteit maakte nog al spoedig plaats voor zekere beleefdheid.
    Te Ohligs werden aan de eerw. paters en andere leden van het Rood Kruis, hunne armbanden van het rood Kruis ontnomen. Een man die ik aanzag voor statieoverste of bediende, ondervroeg ons met veel belangstelling. Ik meen dat hij onze gezegden aannam en de daden zijner landgenoten ten onzen opzichte afkeurde.
    Den 8 september om 3 ure ’s morgens kwamen wij te Sennelager aan.

    In Sennelager.

    Het was een kouden morgend. Daar ik geen overjas bij had bibberde ik van koude. Op rijen van vier werden wij naar het kamp gebracht. Onder weg vielen onze oogen op het borstbeeld van den keizer gansch verlicht. Omtrent het kamp gekomen hield men ons staan en deze halt duurde tot ongeveer 6 ure. Middelerwijl werden wij omringd van een honderdtal soldaten die niet ophielden ons te bespotten en te bedreigen. Hunne bedreigingen beteekenden klaar en duidelijk : gij zijt de kogel niet waard; wij zullen u met de kolven onzer geweren doodslaan.

    Bl. 61

    Daar ook kregen wij het bezoek van majoor Bach, de baas van het kamp. Hij begroette ons in geradbrakt Fransch met de woorden : “Ah! Voila l’Eglise! vous tous francs-tireurs. Vous tire sur nos troupes, n’est-ce pas? Vous êtes des criminels. Nous allons vous traiter militairement.” En na eene poos : “J’espère que vous avez honte de poster en habite-là, n’est-ce pas?” Niemand antwoordde op die domheden. Dan ging hij voort : “avez-vous de l’argent?” op ons bevestigend antwoord zegde hij dat men ons andere kleederen zou bezorgd hebben. Dan vroeg hij verder of iemand van ons Duitsch verstond! Pater overste trad vooruit. “Voilà votre commandant”, zegde major Bach alsdan tot den groep priesters, “si quelqu’un ne lui obiit pas, il sera fusillé.”
    Nu vooruit naar het kamp alwaar wij in de kantien gebracht werden en bedeeld van brood en koffie. Het brood dat wij kregen schat ik op ongeveer 400 grammen. Na ontbijt te hebben werden wij in groep geplaatst langs een der lanen van het kamp niet ver van de kantien. Aan den overkant dezer laan bemerkten wij drie burgers die de oogen van ons niet afwendden en die wij op dit oogenblik niet erkenden : het waren de heeren pastoor en onderpastoor van Steenockerzeel met hunnen koster. Het was ons alsdan nog niet toegelaten met hen te spreken.
    Terwijl wij daar stonden kwam op ons toegegaan generaal von Bissing vergezeld van twee officieren. Volgens mijn beschgeiden oordeel scheen hij ons niet ongenegen. Hij vroeg waarom men ons had aangehouden? Wij antwoordden dat wij zulks niet wisten, dat men het ons niet eens gezegd had. Heeft men u dan van niets beschuldigd? vroeg hij verder. Neen zegden wij. Dat zullen wij onderzoeken was zijn antwoord, en hij ging.
    Na eenigen tijd bracht men ons in een lokaal waar men ons broek en vest in grof wit linnen deed aantrekken. Daar een dergelijk kostuum ook gebezigd werd door de soldaten op hun werk, moesten wij er twee blauwe lintjes kruisgewijs op naaien om ons van dezen te onderscheiden. Dit kostuum kostte ons negen mark : een frank werd gerekend voor zestig pfenningen. Dit was de prijs van den frank in de kantien en bij de burgers handelaars die in het kamp kwamen. het was van eenen burger dat wij deze kleederen kochten. Wij mochten ook nog ander kleergoed bestellen dat ons den volgenden dag geleverd werd, alles aan overdreven prijzen zooals onze Duitsche bewakers zelf getuigden. Een dezer nam zelfs de stoutmoedigheid onzen meester kleerverkooper zijnen woekerhandel te verwijten.
    Hier stel ik de vraag : waarom deed men ons van kleederen veranderen? Dit was niet met een verkeerd inzicht opgevat maar wel met een kwaad inzicht uitgevoerd. De woorden van major Bach : “J’espère que vous avez honte …” hadden zeker deze beteekenis : ik denk dat gij u met die in verlegen toestand zult bevinden en aan onaangenaamheden blootgesteld zijn, daarom hoop ik dat gij liever andere kleederen zult aantrekken.”

    Bl. 62

    Hadde men ons eenvoudige burgerkleederen laten aankoopen dan hadden wij dit zeker moeten goedkeuren en besluiten dat dit geen ander doel kon hebben dan ons onaangenaamheden te sparen; maar nu gaf men ons kleederen waardoor wij weer goed als met onze priesterkleederen aan de Duitsche soldaten aangewezen waren. De Kölnische Volkszeitung heeft later geschreven dat men ons in dit pak gestoken had om ons te onttrekken aan de spotternijen der belgische soldaten krijgsgevangenen te Senne. Dit was onbeschaamde laster; want, de belgische soldaten hebben ons van eerst af met de grootste voorkomendheid en genegenheid bejegend.
    Eens in ons nieuw pak werden wij gebracht bij den barbier die ons haar zou knippen op een millimeter. “C’est aussi qu’on traite les criminels”, zegde major Bach. Bij eenige gevangenen werden haar en baard geschoren langs eenen kant van den kop en langs den anderen niet.
    Na ons bezoek bij den barbier werden wij verzocht aan major Bach af te geven de kostelijke voorwerpen die wij mochten bij hebben. Ik had niets te overhandigen, doch de eerw. paters hadden hunne kelken medegebracht. Major Bach ontving ze in bewaring, en vroeg aan een der paters de namen en het adres zijner erfgenamen : “alors, zegde hij, on peut le leur envoyez quand vous serez fusillé”. Bij het zien van een klein vaatje dat de H.Olie voor de stervenden inhield, riep hij uit : “Ah! Ah! C’est pour vous que vous avez pris cela; vous savez que vous ètes coupable et que vous serez fusillé”.
    Nu gaan wij de badplaats bezoeken.
    Onze priesterkleederen mochten wij eerst afgeven : deze zouden ontsmet en bewaard worden tot later. Men bracht ons in de badplaats bestaande uit twee deelen : een groote zaal en verder de plaats met de stortbaden. In de eerste plaats moesten wij ons ontkleeden. Elk moest zijne kleederen, uitgenomen broek en vest die nieuw waren, in een pak binden. Die pakken werden weggenomen om ontsmet te worden. Wij hebben daar ongeveer een halve uur naakt gestaan en een medicaal onderzoek ondergaan, alvorens onder de stortbaden gebracht te worden. Het water der stortbaden was tamelijk heet en om die reden lieten wij er zoo weinig mogelijk op ons lichaam neerkomen. Deze komedie afgeloopen werden onze onderkleederen terug gebracht en wij mochten ons aankleeden.
    Het was reeds twee ure namiddag geworden en sedert zeven ure ’s morgens hadden wij niet meer geëten. Nu zouden wij in de kantien onze soep ontvangen. Dit zou nochtans niet zoo spoedig van stapel loopen. Tegenover de bank van het kamp hield men ons staan en wij werden uitgenoodigd ons geld uit te wisselen.

    Bl. 63

    Dit was, zegde mij een Duitscher om te voorkomen dat anderen ons zouden te kort doen met maar 60 pfenningen te geven voor een frank. Die bank gaf 70 pfenningen. Daar er maar betrekkelijk weinig uitgewisseld werd, kwam men ons melden dat alles moest uitgewisseld worden, dat men ons zou aftasten en dat degenen die nog vreemd geld op zak hadden zouden doodgeschoten worden. Wat wilden wij doen dan maar toegeven en uitwisselen.
    Terwijl wij daar stonden te wachten tot onze beurt zou komen om naar de kantien te gaan; terwijl onze maag gescherpt door het stortbad vruchteloos alarm klopte, kregen wij het bezoek van den heer pastoor van Senne die tevens ook aalmoezenier was van het kamp. Wij spraken hem natuurlijk van onze onschuld. Hij gedoogde zich aan deze te gelooven, doch van het gedacht dat anderen, ook priesters, plichtig waren wilde hij niet afzien. Daar ik mij in het deutsch niet kon doen verstaan, sprak ik hem aan in ’t latijn en vroeg :”au tu, sacerdos, …”. “Nein”, was zijn antwoord. “Quod tu, sacerdos, …, ging ik verder, …” Gij niet, zegde hij, maar anderen. “…” was mijn antwoord. Daarop begon hij luidop zijne vaderlandschliefde lucht te geven. Wat hij uitkraamde heb ik niet verstaan, dit alleen heb ik gevat dat hij sprak van “barmharziger Kaiser”. Wat zou er toch gebeurd zijn ware die “Kaiser” niet “barmharzig” geweest! Wij zouden later nog meer ondervinden dat geen enkel Duitsch wil gelooven aan eenig onrecht door zijne landgenooten gepleegd.
    Zoo was het stilaan vier ure geworden en waren wij ook aan de kantien geraakt. Wij kregen er eene kom soep tamelijk goed voorzien van vleesch en aardappelen. Door het toedoen van eenen belgischen krijgsgevangene, bediende in de keuken, werd ik goed meegedeeld. Ik kocht voor 20 pfenningen een lepel, maakte een kruisje en liet het mij goed smaken.
    Nu dat de meeste formaliteiten afgeloopen waren werden wij door onze bewakers naar ons nachtkwartier gebracht. Een ruime paardenstal van geen strooi voorzien waar wij vrijelijk op de bloote steenen onze rustplaats konden kiezen. Andere gevangenen die daar reeds vernacht hadden, zooals pastoor en onderpastoor van Steenockerzeel, hadden zich wat strooi weten aan te schaffen, doch zij waren niet voorzien om ons mede te deelen. ’t Is daar dan ook dat wij met genoemde heeren kennis maakten en van hen zoo een en ander vernamen over de aantrekkelijkheden van het kamp.
    Voor dorst moesten wij niet meer bekommerd zijn; recht voor

    wordt vervolgd



    24-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv-WO I Tremelo-7
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) - Gemeente Tremelo - deel 7

    Bl. 64

    onze slaapkamer – voor onzen stal wil ik zeggen – stond eene pomp die overvloedig en goed water opleverde. Van dan af waren wij in het kamp wat vrijer en konden wij gesprekken aanknoopen met fransche soldaten en andere burgers.
    Niet allen toch werden wij voor de nachtrust in dien paardenstal gebracht : de oude broeder Rufinus, de eerw. Heer pastoor van Boisschot en pater Jan kregen een ander kwartier en mochten op eenen strooizak slapen; de twee eerste omdat zij oud waren, de laatste omdat zijn langen baard hem een oud voorkomen gaf.
    De eerste dag loopt ten einde. Wij hebben nu een gedacht van het leven in het kamp, wij zullen dan ook maar slapen gaan. Wij leggen ons neder op den steenen vloer, doch slapen doen wij niet; wie zou er slapen op een kussen zoo hard? En daarbij gansch den nacht gebons op de deur door menschen die willen buiten zijn om eenige noodwendigheid te voldoen. En de wachters daarbuiten zijn toch de knechten niet van de ‘Schweinhunden’ daarbinnen! Zij hoeven dan ook zoo ’n haast niet aan den dag te leggen om de deur te openen als men langs binnen klopt.
    Goddank! ’t Is morgend geworden! De poorten van ’t vagevuur gaan wagenwijd open; frissche lucht stroomt ons tegen. Wij spoeden ons naar buiten om nog meer van die goede lucht te genieten en ons toilet te maken. Dit zal gebeuren aan de pomp met helder water. Zeep en kam vinden wij niet; de meid zal die ongetwijfeld verkeerd weggelegd hebben! Als ze nu maar gezorgd heeft voor den koffie? Wij zullen eens gaan kijken; en vooruit naar de kantien.
    Natuurlijk dat wij daar zoo maar niet seffens gediend worden, elk moet zijn beurt afwachten. Nu dat wachten heeft soms ook zijn voordeel : ditmaal deed het ons kennis aanknopen met eenen franschen soldaat, eenen onderpastoor uit de omstreken van Lourdes. Deze vertelde ons zijn lotgevallen, deelde ons zijne vaste hoop mede op de eindzegepraal van zijn vaderland; wij van onzen kant spraken hem van ons wedervaren en zoo troostten wij elkander en spraken elkander moed in.
    Dien voormiddag moesten wij voor een soort van onderzoeksrechter verschijnen. De eerste die ondervraagd werd was de eerw. Heer pastoor van Boisschot. Daarop volgde pater overste en andere paters. Ik ben daar niet ondervraagd geweest. De paters moesten vertellen wat er te Aerschot gebeurd was.

    Bl. 65

    De persoon die dat onderzoek deed scheen niet vijandig gesteld ten onzen opzicht, wel integendeel, hij scheen ons genegen, en toen de ondervraging gedaan was verklaarde hij aan pater overste : “de zaak is klaar, gij zult waarschijnlijk in vrijheid gesteld worden.”
    De soldaten die gelast waren om ons te bewaken, waren katholieken en toonden ons oprechte genegenheid. Zij vroegen aan de paters eenige gewijde medaliën die hen geschonken werden. Zij van hunnen kant, trachten ons alle mogelijke diensten te bewijzen. Zij brachten ons broodjes; zij gingen voor ons naar de kantien leverworst koopen; dank aan hen kon ik ook een glas melk bekomen; tegen den avond bezorgden zij ons strooi zooveel als wij verlangden om op te slapen; zij verdedigden ons wanneer wij door andere Duitsche soldaten beleedigd of bespot werden.
    Dien dag werd ons gezelschap vergroot door de aankomst van vier broeders der christene scholen van Lebbeke en van den eerwaarden heer Bernard, pastoor van Ylemme bij Maubeuge. Deze even als wij moesten hunne priester- en kloosterkleederen afleggen om een pak aan het onze gelijk aan te trekken. Die broeders van Lebbeke waren : broeder Amedeus, overste; broeder Daniël, na zijner terugkeer in het Vaderland te Mechelen tweemaal tot gevangenisstraf veroordeeld; broeder Athanasius, hollander, en broeder Vulmarus.
    Het werd middag. Ditmaal was onze soep op tijd klaar: zij bevatte vooral roode koolen, aardappelen en spek. Rond den avond kregen wij nog een stuk brood. Verder niets bijzonders te melden.
    Den volgenden dag, 10 september, ontvingen wij het nieuws dat wij zouden vertrekken naar het priesterseminarie te Münster. Dien dag ontvingen wij geen brood, doch onze bewakers, zooals ik hooger reeds heb aangemerkt, bezorgden ons broodjes. Ik heb dien dag ook eene pint melk bekomen mits te betalen. Mijne makkers konden dit ook genieten. Onze soep was enkel gereed tegen 3 ure namiddag. Wij zouden na deze den kost van het kamp niet meer smaken.
    De 3 dagen in het kamp van Senne overgebracht waren dagen van verveling, angst en kommer, hoop en vrees. Die verschillige aandoeningen volgden elkander beurtelings op. De ‘far niente’ baarde verveling en deze werd nog vermeerderd door een ongenadig en lang wachten voor het minste dat er te doen was : eene oefening van geduld. De gedachten waren in het vaderland bij al wat ons dierbaar is. wat was er van onze naastbestaanden en vrienden geworden? Wat was er geworden van onze parochie? Hoe zou later leed hersteld en nood verdreven worden? Daaruit volgden kommer en angst die nochtans gematigd werden door het betrouwen op de goddelijke voorzienigheid.

    Bl. 66

    Voor ons eigen zelve was de toekomst onzeker : wij hoopten wel eene spoedige vrijstelling of ten allerminste eene spoedige verbetering van ons lot, en wij hadden de beste redenen om zulks te hopen; doch, wij kenden ook de valschheid en de wreedheid van den vijand en aldus was onze hoop niet zonder vrees.
    Dit heb ik nog kunnen bestatigen : bij al de gevangenen van het kamp, zoowel soldaten als burgers, eene vaste verzekering dat de verbondenen spoedig zouden zegepralen. Maar ook om bij zichzelven die verzekering te verwekken geloofde men graag en zelfs roekeloos al wat men vurig wenschte. Zoo werd er, den dag onzer aankomst in het kamp, rondgestrooid dat America naar Duitschland een ultimatum gezonden had : België moest binnen de 24 uren ontruimd worden. Dit nieuws, niettegenstaande zijne onwaarschijnlijkheid, werd gretig geloofd. Die lichtgeloovigheid voor het gewenschte maakt het geluk uit van den mensch die zich in druk bevindt.

    Op weg naar Münster.

    Het was den 10 september. Nadat wij, rond 3 ure namiddag, onze soep genuttigd hadden, kwam de tijding dat wij onmiddellijk gingen vertrekken. Wij vroegen om onze priesterkleederen mede te nemen? Er werd ons geantwoord : er blijft geen tijd meer om die te halen, wij moeten seffens weg om den tram te hebben naar Paderborn, de kleederen zullen zonder uitstel afgezonden worden. Wij vertrokken en vonden een tram gereed te Senne. Deze bracht ons te Paterborn aan de statie. Daar konden wij een glas bier bekomen en broodjes met vleesch koopen naar verlangen.
    Wij vertrokken uit Paterborn rond 6 ure ’s avonds en kwamen rond 11 ure te Soest aan. Daar moesten wij van trein veranderen en eenen geruimen tijd wachten. Eenige mensen die zich in de statie bevonden schaarden zich rond ons en ondervroegen ons. Wij antwoorden met voorzichtigheid en terughouding op de vragen die ons gesteld werden. Die menschen toonden ons genegenheid; er werden ons zelfs boterhammen met vleesch aangeboden. ’s Morgens rond 7 ure waren wij te Münster in Westfalen.
    Men bracht ons uit de statie langs eenen bijzonderen uitweg waar een electrieke tram gereed stond om ons naar het seminarie te voeren. De heer Subregens van het seminarie was naar de statie gekomen om ons af te halen. Hij stapte met ons in den tram waarvan men de rolgordijnen neergelaten had. In het seminarie was de tafel gedekt, en een lekkere koffie met suiker, fijne broodjes, vleesch en pompernikkel lachte ons tegen. Die plotselinge ommekeer en het ontmoeten van menschen die ons zulke genegenheid betoonden, maakten op ons den diepsten

    Bl. 67

    indruk. Wij verbleven in het seminarie van den 11 september tot den 19 december en werden er door de geestelijke overheid met de grootste voorkomendheid behandeld. Daarvoor zal ik de heren Regens en Subregens altijd dankbaar blijven, alsook de goede zusters en de knechten Herman en Joseph.

    In het seminarie te Münster.

    Daar de seminaristen in verlof waren mochten wij op het eerste verdiep de kamers betrekken die onder den trimester voor hen bestemd waren. Ik ben van gedacht dat de overheid er op rekende dat wij zouden in vrijheid gesteld worden voor den terugkeer der seminaristen. Dat was het geval niet en daarom werden wij genoodzaakt later te verhuizen naar het derde.
    Tot den 10 october bleven wij immer onder bewaking der militaire overheid. Eene wacht werd geplaatst beneden in den corridor nabij den ingang van het seminarie. De eerste dagen na onze aankomst mochten wij zelfs niet buitenkomen. Daarna werd ons toegestaan eenmaal daags gedurende eene uur in den hof te wandelen.
    Den derden dag van ons verblijf te Münster begon een nieuw onderzoek. Wij moesten voor twee officieren verschijnen; ditmaal allen zonder uitzondering. Men vroeg mij of ik mijn parochianen niet aangezet had tot weerstand? Of ik geene wapens uitgedeeld had? Of er op mijne parochie door de burgers niet geschoten was? Of er gebrand werd en waarom? Men vroeg mij ook of er geene van mijne parochianen in Duitschland gevangen waren? En na mijn bevestigend antwoord vroeg men mij hunne namen. Ik deelde deze mede. Later heb ik vernomen dat mijne parochianen te Sennelager ondervraagd zijn geweest. Deze hadden eenvoudig de waarheid te verklaren om ons vrij te pleiten. Om zijn pleit zekerder te winnen wilde Alfons Michiels mij zelfs voor eenen Duitschgezinde voorstellen. Niettemin beproefde men het uiterste, doch vruchteloos, om hun te doen zeggen dat wij het volk zouden opgehitst hebben.
    Drie weken later ontmoetten wij in het seminarie een der officieren die ons ondervraagd hadden. Hij liet ons hopen dat wij weldra in vrijheid zouden gesteld worden. “Sie kommen bald frei”. Aan pater Simon Goovaerts zegde hij nog : “nu weet ik waarom gij aangehouden werd. De verslagen van onze troepen zijn binnengekomen. Men heeft te Aerschot veel op onze troepen geschoten, daarom heeft men gansch de bevolking aangehouden, en natuurlijk u ook.”
    “Sie kommen bald frei”, werden ons zoo menigmaal herhaald door

    Bl. 68

    al de Duitschen die ons naderen dat zij ten slotte voor ons spreekwoordelijk geworden waren. “Kent gij het laatste nieuws?” vroeg mij regelmatig meester Huysmans toen ik ’s morgens in den refter kwam om te ontbijten. “Neen, welk?” “Sie kommen bald frei”, gaf hij dan lachend voor antwoord.
    Een onzer eerste zorgen na onze aankomst in het seminarie, was onze priesterkleederen terug te vragen ten einde ons gevangenenpak te kunnen afleggen. De eerweerde heer subregens beloofde ons uit te zien en stelde ons tevens gerust met de woorden : “in Duitschland gaat niets verloren.” Dagen verliepen en er kwam geen antwoord. Nog eens beproefd. Eindelijk na drie of vier weken wachten kwamen onze kleederen toe : het waren niet meer dan lodderen! De togen der paters waren tot op de hoogte der lenden afgesneden, met lansen doorstoken en verscheurd. Mijn toog was afwezig.
    Priesters van het bisdom Münster lieten ons in het seminarie kleergoed brengen : hemden en ander ondergoed, zakdoeken, kousen enz., ook bovenkleederen. Wij werden niet alleen in eens van dit alles voorzien : het ging er de eene voor, de andere na; doch, tegen den 10 october hadden wij allen het uitzicht gekregen van deftige Duitsche priesters. De overheid van het seminarie had het er op aangelegd ons in een behoorlijk pak te steken tegen dat de Duitsche pastoors in retret kwamen, hetgeen plaats had den 12 october.
    Tegen dien datum werd ook de militaire wacht uit het seminarie weggenomen en van dan af mochten wij naar goeddunken van den hof van het seminarie gebruik maken. De overheid van het seminarie had zich waarschijnlijk voor ons borg gesteld. Wij zijn dan ook eens buiten het seminarie geweest namelijk om op de plechtigheid der Gedurige aanbidding in de Domkerk het lof bij te wonen. De heer subregens vreesde dat ons verschijnen in de stad zou kunnen moeilijkheden verwekken, en daarom hebben wij dan ook het seminarie niet meer verlaten tot op den dag van ons vertrek.
    Nu eenige aanteekeningen over onze bezigheden in het seminarie en onze betrekkingen met de overheid en andere personen.

    Onze godvruchtige oefeningen.

    Van af den 12 september tot den dag van ons vertrek hebben wij alle dagen kunnen mis lezen. Dit gebeurde in de kapel van het seminarie en in een auditorium waar men tot dit doel twee altaars opgericht had.

    Bl. 69

    De eerweerde paters hadden hunnen brevier bij zich bewaard; de eerweerde heeren pastoors en onderpastoors niet, doch er werden ons drie of vier breviers bezorgd. Het kwaart voor middag vergaderden wij om samen het rozenhoedje te bidden, ’s avonds wederom voor het avondgebed.
    Van af den eersten dag dat wij in het seminarie waren hadden wij beslist ons den dag te verdeelen om het H.Sacrament te aanbidden. Die oefening werd alleen onderbroken tijdens het retret van de Duitsche priesters of wanneer de kapel ingenomen was door de seminaristen. Verder legde ieder volgens goeddunken zich toe op ander oefeningen van godsvrucht.
    Zondaags om 9 ure werd beurtelings door eenen der priesters eene plechtige mis gezongen.

    Ons tijdverdrijf.

    ’s Middags en ’s avonds na de maaltijden vergaderden wij op het derde verdiep in de groote speelzaal der seminaristen. Daar trachtten we onder elkander verzet te vinden, daar werd eene pijp of eene cigaar gerookt; daar werd eene kaart gelegd, het schaakspel of het dambord aangesproken; daar werden hollandsche kranten gelezen voornamelijk het centrum; daar werden de gebeurtenissen van den oorlog besproken, daar werd ook wel eens vroolijk gezongen.
    Wij konden ons uit de bibliotheek van het seminarie boeken aanschaffen niet alleen duitsche maar ook fransche. Verder konden wij ons ook op de theologie toeleggen en daartoe de studieboeken der seminaristen benuttigen. Het heeft mij bijzonder getroffen in den tractaat “ de jure est justitia” in gebruik te Münster een hoofdstuk aan te treffen geheel en al gewijd aan het recht der krijgsvoerende militaire overheid tijdens den oorlog. Daarin werd klaar en duidelijk geleerd dat het den legeroversten vrij staat algemeene straffen om te passen om het misdrijf van een of meer burgers wanneer de tijd niet toelaat de plichtigen op te zoeken. Volgens dit princiep hebben de Duitschers in België gehandeld : zij hebben niet alleen verwaarloosd de plichtigen op te zoeken, maar ze hebben zelfs niet onderzocht of er wel plichtigen waren. Van daar ook de toepassing van hetgeen wij in Duitschland zoo menigmaal gehoord hebben, zelfs uit den mond van priesters, zelfs uit den mond van eenen bisschop : “de goeden moeten het met de kwaden bekoopen.”

    Onze betrekkingen.

    Tijdens ons verblijk in het seminarie zijn wij zeer weinig met menschen van ginder in betrekking geweest, en dus is het mij ook niet mogelijk een grondig oordeel over die menschen uit te brengen.

    Bl. 70

    Eenige woorden toch over de personen met dewelke wij in aanraking kwamen. in het algemeen moet van de Duitschers gezegd dat het echte vaderlanders zijn, menschen die hun vaderland beminnen gelijk eene moeder haar kind, en die niet zelden aan eene verblinde moeder gelijk ook blind zijn voor hetgeen dat vaderland tot oneer strekt. De Belg is genegen zijne landbesturen te beknibbelen; de Duitsch integendeel is meer genegen vrij te pleiten. Daaruit moet men afleiden dat de Duitschers in het algemeen volstrekt ongeloovig bleven aan onze gezegden.

    De zeer eerwaarde heer Regens van het seminarie was een goedhartig man; ten onzen opzichte zeer kiesch en bescheiden; wat hij zegde was doordacht en nooit heeft hij laten blijken dat hij aan onze gezegden eenigzins twijfelde. Welk zijn gevoelen was bleek evenmin. Hij betreurde de oorlog zonder meer. Kortom wij waren allen van gedacht : dat is geen fanatieke Duitsch. Toen Antwerpen gevallen was overhandigde hij ons volgens gewoonte de “Zeitung” : lij scheen het dat hij dien dag zulks deed met zekere verlegenheid alsof het hem griefde ons met dat kwaad nieuws te komen bedroeven. Ter gelegenheid van zijnen feestdag zouden wij den braven man eene afvaardiging om hem ons heilwenschen aan te bieden : aan die oplettendheid van onzen kant was hij zeer gevoelig.

    Den zeer eerwaarden heer subregens noemden wij een echten Deutsch. De spreuk “das ist Krieg” was hun eigen wanneer hij anders een kwaad niet kon verontschuldigen. Hij was wel van gevoelen dat de belgische priesters onschuldig waren, doch zonder reden werden ze niet aangehouden. Kon het niet dat socialisten, bv. zich in priester verkleed hadden om alzoo op de Duitsche troepen te schieten? Hij herhaalde ook meermaals dat de goeden met de kwaden moeten boeten. Toen ik hem den roep der gewijde vaten van Tremeloo verhaalde, dan was zijne vraag : hebben Duitsche soldaten dat gedaan? Dat kon hij moeilijk veronderstellen. Voor het overige beschouwden wij hem als een voorbeeldige priester, als een man van plicht en vol iever. Toen de tijding kwam dat zijn broeder gesneuveld was, hebben wij van die gelegenheid gebruik gemaakt om hem onze dankbaarheid te betoonen met het H.Misoffer tot lafenis der ziel van den overledene op te dragen.

    De eerste dagen van ons verblijf te Münster zijn wij ook in aanraking geweest met een kapelaan van Münster en een kapelaan van Bocholt. Die heeren brachten ons een bezoek en verschaften ons tabak, zeker uit genegenheid, doch zij hadden de kieschheid niet hun oordeel over den oorsprong en de gebeurtenissen van den oorlog, voor zich te houden. Zoo Duitschland aan België den oorlog verklaarde dan was dit de schuld van België dat met Franschen en Engelschen was aangespannen en deze binnen zijn grenzen reeds toegelaten had.

    Bl. 71

    Daarenboven was het voordeel van België gelegen in de Duitschen door te laten, enz. zulke gezegden werden natuurlijk door ons tegengesproken, en er werd onder andere gezegd dat België plicht en eer stelde boven stoffelijk belang. Volgens ik later heb kunnen te weet komen moet dit gezegde hun verergerd hebben, en sedert hebben wij ze niet meer gezeien.

    Meermaals ontvingen wij het bezoek van den eerweerden heer pastoor van Buldren. Wij hieten hem telkens hartelijk welkom en noemden hem een goede vriend. Hij bezorgde ons het hollandsch dagblad “Noord-Brabantsch huisgezin”, dat verre van Duitsch gezind was. Die man wist dat dit blad ons moest genoegen doen en hij zocht niet andere dan ons genoegen te bezorgen. Toen wij hem de voorvallen in België verhaalden, was die man overtuigd dat wij waarheid spraken : hij vond immers onze gezegden in zijn hollandsche krant bevestigd. Van den oorlog spraken wij hem evenwel niet meer dan hij verlangde. Elk zijner bezoeken verschafte ons eene goede dosis moed en vroolijkheid.

    Op zekeren dag ontvingen wij ook het bezoek van de gravin van Westerholt-de Robiarro, een dame van belgische afkomst. Deze dame is met gedeeltelijke lamheid geslagen. Daarom was zij vergezeld van eene andere dame en van een jonge juffrouw, wellicht hare dochter. Uit onze samenspraak kon ik opmaken dat deze drie personen zeer godvruchtige christenen waren. De gravin verzocht mij haar de gebeurtenissen in België te willen verhalen, hetgeen ik zoo nauwkeurig mogelijk deed. Toen ik alles verhaald had, ook de heiligschennissen in mijne kerk begaan, riep de gravin uit : “quels châtiments vont tomber sur ma patrie!”

    In het klooster te Hougaerde verblijft eene Duitsche zuster die ik zeer goed ken reeds van in mijne kinderjaren, zuster Emma. Eene nicht van deze zuster verblijft te Münster. Toen mijne familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan hare nicht en verzocht deze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik mocht nodig hebben. Ik ontving dus het bezoek van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang. Er werd natuurlijk gesproken over het gebeurde in België, want die menschen waren benieuwd eene andere dan eene Duitsche klok te hooren; doch gelooven konden zij mij niet, zoodanig dat Madame Wildt zelve zegde : wij zullen best doen over den oorlog niet meer te spreken, want daarover kunnen wij niet ’t akkoord zijn. Ik antwoordde : Madame, dat is wijsselijk gesproken, laat ons liever over andere zaken spreken. Den dag van mijn vertrek heb ik samen met mijnen onderpastoor die menschen een bezoek gebracht en werd er zeer hartelijk ontvangen.

    Bl. 72

    Mijnheer Wildt vergezelde mij naar de statie waar Madame ook gekomen was om afscheid te nemen bij het vertrek en mij nog van cigaren te voorzien.
    De knechten van het seminarie en de zusters waren eenvoudige menschen die in hunnen persoon het gewoon Duitsch volk weerspiegelden : zij geloofden al wat zij wenschten en twijfelden geen oogenblik aan de volledige zegepraal van hun vaderland. Hunne legers gingen naar Calais om van daar Engeland plat te schieten en dan te overrompelen. Op zekeren avond kwam Herman naar boven aankondigen : “Verdun gefallen”. De seminaristen hadden hem dit wijs gemaakt. Den volgenden dag verkondigden al de dagbladen in groote letters den val der Duitsche kolonie in China : “Tsing-tao gefallen”. Herman was in verscheidene dagen niet meer te bespeuren.
    Herman was voor het overige een brave godsdienstige jongen. Wij hielden veel van hem omdat hij ons veel diensten bewees en altijd met de meeste bereidwilligheid. Op zekeren dag zegde Herman nog : “Belgiën existiert nicht mehr”. Dit was het algemeen gevoelen van het volk in Duitschland.
    Met de priesters die den 12 october hun retret begonnen en den vrijdag daaropvolgende eindigden, hebben wij niet de minste betrekking gehad. Den 18 october kwamen de seminaristen binnen. Met hen ook waren wij weinig in betrekking; nu en dan toch spraken wij met den eenen of anderen seminarist, of wij wenden ons tot hen om eenigen dienst die ons altijd met veel liefde bewezen werd. Wij namen onze eetmalen in dezelfde zaal als de seminaristen, doch aan eene afzonderlijke tafel. Elke Duitsche overwinning door de dagbladen aangekondigd bracht de seminaristen in bijzondere geestdrift.
    Ik heb nu gesproken over onze betrekkingen en dit doende heb ik meermaals den eersten persoon meervoud ‘wij’ gebezigd, en tot nog toe heb ik niet gezegd wie die ‘wij’ in het seminarie te Munster was. Om dit ten slotte niet te vergeten zal ik het hier maar zeggen : ‘wij’ waren : 1e de 22 personen (13 geestelijken, 8 broeders en Mr. Huysmans) vermeld als zijnde den 6 september van Aerschot naar Duitschland vervoerd; 2e de eerwaarde heeren pastoor en onderpastoor, en de koster van Steenokkerzeel, bij onzen groep gevoegd te Sennelager; 3e de vier broeders der christene scholen van Lebbeke te Sennelager aangekomen den 9 september; 4e de eerw. heer Bernard, fransche pastoor van Ylesmen (=Elesmes) bij Maubeuge; 5e de eerw. heer professor Warin van Bapeaume eenige dagen na ons in het seminarie aangekomen. Dus samen 17 priesters, 12 broeders en 2 wereldlijken. Eenige dagen hebben wij nog het gezelschap gehad van een engelschen Domine die op zijn aanvraag verhuisd is van Münster naar Sennelager.

    Bl. 73

    Onze weldoeners in Duitschland.

    Op het einde van dit verhaal mag ik niet nalaten dankbaarheid te betuigen aan de personen welke ons in Duitschland diensten hebben bewezen.
    Op de eerste plaats komt voorzeker zijne Hoogweerdigheid de bisschop van Münster. Ik durf veronderstellen dat von Bissing bij zijnen terugkeer uit het kamp van Senne, zijne Hoogweerdigheid is gaan vinden en voorstellen om in zijn seminarie op te nemen. Indien dit is dan zijn wij aan generaal von Bissing eveneens dank verschuldigd. Wat zeker is dat zijne Hoogweerdigheid ons in zijn seminarie heeft opgenomen en gedurende meer dan drie maanden heeft doen behandelen op denzelfden voet als de priesters van zijn bisdom, op denzelfden voet als zijn seminaristen.
    Op de tweede plaats innigen dank aan de zeer eerweerde heeren Regens en subregens van het seminarie. Zij waren ongetwijfeld de uitvoerders der schikkingen door zijne Hoogweerdigheid genomen, doch de hartelijkheid en genegenheid waarmede ons alles geschonken werd, waren zeker van het hunne zoowel als de cigaren die zij ons zoo menigmaal aanboden. Daarenboven hebben wij vooral aan hen te danken de kleederen die ons geschonken werden, en het geld dat de geestelijken van het bisdom bijeenbrachten om onze terugreis bekostigen. Bij ons vertrek ontvingen wij elk 40 mark.
    Wij betuigen nog onzen dank aan al degenen die ons in het seminarie ten dienste gestaan hebben. Aan de goede zusters steeds zoo minzaam, zoo vriendelijk, zoo medelijdend en zoo ervaren in het bereiden en afwisselen der spijzen. En wat dan gezegd van de aangename verrassing die zij ons hadden bereid op den dag van Sinter Klaas : voor elk eene telloor gansch opgestapeld met beste speculaas, met noten, appelen, enz. Oh! Ik ben zeker dat ze alsdan heimelijk geloerd hebben door het een of ander sleutelgat om den indruk te zien welke die opgevulde telloor op ons maakte! En dan zullen zij wel bijzonder geloerd hebben op den ouden eenvoudigen broeder Rufius die och arme! Bij zijne telloor speculaas ook eene roede gekregen had! Die goede broeder moest maar geplaagd worden, dan was hij het best gemutst.
    Dank aan den gedienstigen Herman. De jongen was zeker Duitsch tot in de ziel, maar dit belette hem niet om alle mogelijke diensten te bewijzen, en daarom met evenveel bereidwilligheid en genegenheid vergeven wij hem dat duitsch zijn, oh! Zoo graag! De brave Joseph –hij is thans in den hemel –was wel niet bijzonder voor onzen dienst aangewezen, toch betoond hij ons meermaals zijne bereidwilligheid.

    Bl. 74

    Daarbij hij was gedurende de eerste weken van ons verblijf in het seminarie, onze tafelgast, en ik ben zeker dat hij leute had wanneer hij ons, na de magere dagen van Aerschot en Sennelager, zoo smakelijk zag binnenspelen.
    En buiten het seminarie hadden wij ook onze weldoeners. De godvruchtige gravin von Westerholt te Ludwinghausen die eene som van honderd mark afzond zoohaast zij onze aankomst in het seminarie vernomen had. Later was het zij nog die ons een aantal boeken bezorgde om onzen tijd nuttig en aangenaam door te brengen. Persoonlijk ben ik haar nog meer dank verschuldigd. Toen ik vernam dat de Duitschers de gewijde vaten mijner kerk gestolen hadden, deelde ik haar dat nieuws mede. Ik kreeg voor antwoord dat zij voor mijne kerk eenen nieuwe kelk zou koopen. Eenige dagen daarna ontving ik het bezoek van een juwelier uit Münster die mij eenige teekeningen van kelken aanbood en ook twee nieuwe kelken bij had. Ik verkoos een van deze twee om reden dat ons alle dagen aan vertrek verwachtten. Aan deze edele en achtbare dame en aan hare familie onzen en mijnen dank.
    Verder dank ik nog den onbekenden persoon die ons zoo menigmaal intentiën bezorgde, en niet zelden ook tabak en cigaren bijhad. Van Mijnheer en Madame Wildt-Vogelsang zal ik immer een dankbaar aandenken bewaren.

    Onze briefwisseling.

    Daar onze bloedverwanten, vrienden en kennissen ongetwijfeld in angst en ongerustheid verkeerden nopens ons wedervaren, zochten wij natuurlijk naar middelen om deze aangaande onzen toestand in te lichten. Er viel niet aan te denken brieven te verzenden naar België. In Holland kende ik een enkel adres : dit van den broeder mijner meid. Rond eind september werd mij toegestaan op dit adres te schrijven. Als voorwaarde was gesteld dat de heer subregens de briefwisseling zou onderzoeken. Deze schonk ons zijn vertrouwen en liet de briefwisseling vrij weggaan. Acht dagen later ontving ik antwoord. Mijn schrijven was daar goed toegekomen en vrienden en kennissen werden de eene na de andere ingelicht nopens ons verblijf, zoodat wij na vier of vijf weken regelmatig brieven ontvingen en beantwoordden altijd langs Holland, waar ons gedurig nieuwe adressen werden aangeduid.
    In het seminarie te Münster kwam op zekeren dag eene postkaart aan bestemd voor den eerw. Heer Huypens, onderpastoor te Herent. De afzender had die kaart naar Münster gezonden op goed valle uit. Daaruit konden wij besluiten dat men in het vaderland niets wist over het lot van sommige geestelijken. Wij wisten ook niet waar bedoelde heer Huypers mocht verblijven, doch wij zochten inlichtingen.

    Bl. 75

    Gravin von Westerholt bracht ons op het juiste spoor. Zij had vernomen dat er belgische geestelijken opgehouden werden in het Koninklijk slot te Celle, en zij deelde mij het adres mede van pastoor Kog. Ik schreef aan dezen geestelijken en vernam dat te Celle opgehouden werden benevens een pater Jesuiet en andere geestelijken van het bisdom Namen, de eerw. Heeren pastoor en onderpastoor van Wesemael, eerw. heer Huypens, eerw. heer Spruyt, bestierder te Haecht, en eerw. Heer Tuyls, aalmoezenier van het arresthuis te Leuven. Deze inlichtingen werden onmiddellijk naar Holland overgebriefd.
    Al deze briefwisselingen bezorgden ons een groote troost. Tegen December nochtans werd men moeilijker om onze brieven te verzenden en wij voorzagen dat onze briefwisseling ging afgebroken worden.
    Rond den 10 november verzonden wij een adres aan zijne Eminentie te Mechelen. Het kwam ons terug met de melding : “zurück wegen kriegszustand”. Dan zouden wij hetzelfde adres aan den eerw. Heer Langpaep te Baerle-Hertog met verzoek het verder aan zijne Eminentie te bezorgen.

    Onze terugkeer.

    Den 23 november, indien mijn geheugen getrouw is, werd ons aangekondigd dat wij zouden mogen terugkeeren naar het vaderland. Algemeene vreugde. Wij kregen last ons portret te laten maken bij een fotograaf in de nabijheid van het seminarie. Dit werd zoo spoedig mogelijk gedaan want elken dag uitstel was een dag die wij verloren achtten. Helaas! Er was ons nog geduld noodig, want, op de kommandantur scheen men ernstiger werk te hebben dan paspoorten in gereedheid te brengen. Dagen, weken vervlogen en de dagen schenen ons nu veel langer dan vroeger, alhoewel ze feitelijk korter werden. Eindelijk den 19 December rond den middag waren de paspoorten aangekomen. De eerw. heer pastoor van Busschot bracht ze triomfantelijk binnen.
    Zonder uitstel werd alles in gereedheid gebracht voor het vertrek. De eerweerde paters besloten hun vertrek uit te stellen tot den volgenden dag. Ik besloot dienzelfden dag nog te vertrekken en te gaan vernachten bij onzen vriend van Buldern; de andere wereldlijke priesters en de heeren Huysmans en Michiels besloten ’s nachts te reizen om zondag ’s morgens reeds in het vaderland weer te zijn.
    Namiddag brachtten ik en mijn onderpastoor een bezoek aan Mr. en Mme. Wildt. Daar werd de reisgids zorgvuldig nagezien en ons vertrek werd vastgelegd. Ik zou vertrekken om 6 ure; te Buldern vernachten en den volgenden dag voortreizen over Holland naar Loenhout.

    Bl. 76

    Daar verbleef mijn meid die reeds gezorgd had om het noodigste aan te koopen, en dat van daar naar Tremeloo moest vervoerd worden. De andere heeren pastoors en onderpastoors zouden vertrekken om 7 ure om alzoo den volgenden dag ’s morgens in Leuven aan te komen. Mijnheer Wildt zou mij naar de statie vergezellen.
    Alles verliep zooals het voorzien was. Ik werd bij onzen vriend te Bulderen gulhartig ontvangen. Er werd vroolijk gekout tot laat in den avond. Den volgenden dag, zondag 20 December, na in de kerk van Buldren mis gelezen te hebben, rond 8 ure trok ik verder met den trein die de eerw. paters van Aerschot uit Münster medebracht.
    Te Werel moesten wij twee uren wachten van dewelke wij gebruik maakten om een bezoek te brengen aan de kerken der stad. Onder weg werden wij door soldaten en officieren eerbiedig gegroet.
    Aan de Duitsche grens wilden de heeren Duitschers ons wit kostuum van Sennelager afnemen onder voorwendsel dat het een militair kostuum was; waarop een der paters zegde : wij zullen graag dit kostuum afstaan indien gij terugbetaald hetgeen men ons verplicht heeft daarvoor te geven, namelijk negen mark. Toen mochten wij alles medenemen.
    Aan de hollandsche grens had ik moeilijkheid met den kelk die ik uit Duitschland medebracht. Ik moest hem daarlaten. Men zou den kelk naar Roosendael zenden en daar kon ik hem terugbekomen. Na meer dan eens moedwilligheid van wege de hollandsche bedienden ondervonden te hebben, geraakte ik toch weder in het bezit van mijnen kelk; doch uit dien hoofde zag ik mij genoodzaakt mijn terugkeer naar Tremeloo tot na Kersmis te verschuiven. Ik had nochtans vurig gehoopt Kersmis in Tremeloo te vieren. Op maandag 28 December rond 6 ure ’s avonds kwam ik in Tremeloo aan voorzien van kleer- en beddegoed en van eetwaren.
    Mijn eerwaarde heer onderpastoor had meer geluk op zijne reis. Den 20 December om 7 ure ’s morgens was hij reeds met de andere priesters in Leuven, en in den voormiddag te Tremeloo.
    Wij werden de eene en de andere in Tremeloo geestdriftig ontvangen. Iedereen wilde ons om ter eerst wederzien en de hand drukken.

    Bl. 77

    Naar Soltau.

    Den 26 september 1914 werden de volgende burgers van Tremeloo door de Duitschers aangehouden : Van Vlasselaer Lodewijk en zijne twee zonen Frans en Jan Baptist; van Eyken Frans; Schoovaerts Livinus; Corebunders Frans; Goeron Martinus; Ruttens Victor en Van Leemputten Eduard. Deze werden opvolgentlijk gebracht : in de kerk van Bael gedurende twee nachten en een dag; te Beerzel in eene danszaal gedurende 2 nachten en twee dagen; in een kolenmagazijn gedurende drie uren; te Konings-Hoyckt in eenen stal gedurende vier dagen; te Konings-Hoyckt in de kerk gedurende een nacht. Van daar werden zij gebracht naar Heyst-op-den-Berg waar zij op den trein moesten stappen om de reis naar Duitschland aan te vangen. Na drie nachten en twee dagen overgebracht te hebben in den trein kwamen zij op de plaats hunner bestemming : het kamp van Soltau.
    Onder deze gevangenen was er een man van 75 jaar, de genaamde Ed. Van Leemputten, die bijna gansch blind is. Dezes blindheid had voor gevolg dat hij veel meer honger geleden heeft dan de andere gevangenen zooals blijkt uit zijn verhaal dat wij verder weergeven.

    Verhaal van Corebunders Frans, 49 jaar oud.

    Den 26 september 1914 bevond ik mij op mijn land toen ik omtrent mij een kogel hoorde fluiten. Ik legde mij op den grond neer. Daar ik niets meer hoorde ben ik verder weggevlucht in de richting van Bolloo. Daar liep ik op eenen groep Duitschers en werd aangehouden. Ik werd medegenomen naar Bael en bij officiers gebracht. Deze dreven met mij den spot zeggende : de eene dat zij mij zouden doorsteken met de lans, de andere spraken van mij de kop af te slaan, andere nog spraken van doodschieten, neus en ooren afsnijden, enz. Ik bevond mij aldaar in gezelschap van drie andere gevangenen insgelijks van Tremeloo, te weten : Lodewijk Van Vlasselaer en zijne twee zonen. De Duitschers deden ons plat op onzen buik liggen en dan gebaarden zij dat zij ons gingen doorsteken.
    Wij hebben alzoo een tiental minuten gelegen. Dan hebben ze mij een paard gegeven en bevolen er mede naer Bael te loopen. Op het grondgebied van Bael is dat paard gestorven en wij werden verplicht het te begraven. Rond den avond werden wij gebracht in de kerk van Bael waar wij gebleven zijn tot maandag, 28 september, ‘smorgens. Van de Duitschers hebben wij daar geen eten ontvangen, doch de vrouw van Frans De Preter bracht ons brood en melk.
    Maandag ’s morgens werden wij buiten de kerk gebracht en verplicht 20 minuten te loopen zoo hard als wij konden.

    wordt vervolgd



    23-08-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    11-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdensakten BS 1816-

     BURGELIJKE STAND - SCHRIEK 
    Overlijdensakten
    1816 -
    bewerkt door
    René Lambrechts

    LIEKENS Maria Anna † Schriek 1816.01.28 om 02.15 u. ° Heist-op-den-Berg dagwerkster 81 jaar d Liekens Bartholomeus † & Van Deuren Catharina † - echtgenote van Vincx Joannes handwerker te Schriek - aangifte 1816.01.28 door Goovaerts Joannes dagwerker 65 jaar = buur en Verreth Joannes landbouwer te Putte 38 jaar = buur (1816-1)

    LENS Maria Theresia † Schriek 1816.01.31 ° Werchter (° Keerbergen 1764.12.12) landbouwster 42 jaar d Lens Joannes & Docx (Joanna Maria) tot Keerbergen - echtgenote van Van Heerle Joannes - aangifte 1816.02.01 door Van Heerle Joannes landbouwer 60 jaar = man en Claes Petrus landbouwer te Keerbergen 61 jaar = buur (1816-2)

    VAN MARIVELD Andreas † Schriek 1816.02.12 om 22 u. geplaatst door de stad Mechelen bij Verschueren Joannes 7 weken - aangifte 1816.02.13 door Verschueren Joannes dagwerker 30 jaar en Geens Antonius dagwerker 25 jaar (1816-3)

    HUYBRECHTS Maria † Schriek 1816.03.19 om 10 u. ° Schriek dagwerkster 40 jaar d Huybrechts Petrus † & Wouters Magdalena † - echtgenote van Dom Joannes handwerker te Schriek - aangifte 1816.03.19 door Dom Joannes dagwerker 43 jaar = man en Van Rymenam Adrianus Franciscus dagwerker 41 jaar = buur (1816-4)

    THYS Petrus Anthonius † Schriek 1816.03.29 om 08 u. ° Keerbergen dagwerkster 69 jaar z Thys Egidius † & Dockx Elisabeth † - aangifte 1816.03.29 door Van den Eynde Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 36 jaar en Goossens Josephus landbouwer te Werchter 51 jaar (1816-5)

    MICHIELS Elisabeth † Schriek 1816.03.29 om 23 u. ° Schriek 3 jaar d Michiels Joannes & Van de Vliet Maria Catharina - aangifte 1816.03.30 door Michiels Joannes dagwerker 39 jaar = vader en Holemans Jacobus dagwerker te Keerbergen 41 jaar = buur (1816-6)

    SERNEELS Joanna † Schriek 1816.04.21 om 10 u. ° Schriek 3 maanden d Serneels Franciscus & Ceulemans Anna - aangifte 1816.04.22 door Serneels Franciscus dagwerker 23 jaar = vader en Verstraeten Antonius landbouwer 60 jaar = buur (1816-7)

    VERSCHUEREN Dorothea † Schriek 1816.05.12 om 14 u. ° Schriek 8 jaar d Verschueren Egidius & Ludovicus Maria Theresia - aangifte 1816.05.13 door Verschueren Egidius wever 55 jaar = vader en De Bie Adrianus dagwerker 22 jaar = buur (1816-8)

    VERBEECK Maria † Schriek 1816.05.22 om 06 u. ° Schriek 14 dagen d Verbeeck Joannes Baptist & Van Herck Lucia - aangifte 1816.05.22 door Verbeeck Joannes Baptist wever 32 jaar = vader en Nys Josephus dagwerker 22 jaar = buur (1816-9)

    WOUTERS Joanna † Schriek 1816.06.12 om 03 u. ° Schriek 6 maand d Wouters Judocus & Michiels Theresia - aangifte 1816.06.12 door Wouters Judocus dagwerker 39 jaar = vader en Michiels Franciscus dagwerker 38 jaar = buur (1816-10)

    WOUTERS Franciscus † Schriek 1816.08.11 om 16 u. ° Schriek 9 dagen d Wouters Petrus & Uytgeerts Petronella - aangifte 1816.08.12 door Wouters Petrus landbouwer 31 jaar = vader en Wyns Franciscus landbouwer te Baal 46 jaar = buur (1816-11)

    VERSCHAEREN Egidius † Schriek 1816.09.08 om 12 u. ° Keerbergen dagwerkster 61 jaar z Verschaeren Egidius & Op de Beeck Maria - echtgenoot van Lambrechts Catharina - aangifte 1816.09.09 door Lambrechts Adrianus dagwerker 52 jaar = schoonbroer en Verschaeren Petrus Franciscus landbouwer 55 jaar = broer (1816-12)

    STORMS Francisca † Schriek 1816.09.17 om 11 u. ° Schriek 7 dagen d Storms Joannes & Claes Theresia - aangifte 1816.09.17 door Storms Joannes landbouwer 48 jaar = vader en Van Casteren Judocus kuiper te Keerbergen 27 jaar = buur (1816-13)

    VERSCHUEREN Antonius † Schriek 1816.09.23 om 14 u. ° Schriek 7 dagen z Verschueren Adrianus & Op de Beeck Anna - aangifte 1816.09.23 door Verschueren Adrianus dagwerker 43 jaar = vader en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar = kennis (1816-14)

    DOCX Joannes Franciscus † Schriek 1816.11.12 om 07 u. ° Schriek landbouwer 79 jaar woonde Mechelbaan z Dockx Andreas & Doms Maria (= Adriana) - weduwnaar Van den Brande Elisabeth - aangifte 1816.11.12 door Dockx Adrianus landbouwer 40 jaar = zoon en De Haes Franciscus hovenier te Heist-op-den-Berg 59 jaar = schoonzoon (1816-15)

    VINCX Maria † Schriek 1816.11.26 om 01 u. ° Schriek 4 maand d Vincx Joannes Baptist & Meylemans Theresia - aangifte 1816.11.26 door Vincx Joannes Baptist landbouwer 33 jaar = vader en Meylemans Franciscus landbouwer 35 jaar = oom (1816-16)

    DE PEUTER Henricus † Schriek 1816.11.27 om 04 u. ° Baal dagwerker 65 jaar woonde Mechelbaan z De Peuter Adrianus & Van Vlasselaer Catharina - weduwnaar Lens Maria - aangifte 1816.11.27 door De Peuter Petrus dagwerker te Putte 28 jaar = zoon en Creynus Guilielmus dagwerker 35 jaar = schoonzoon (1816-17)

    UYTERHOEVEN Franciscus † Schriek 1816.12.08 om 07 u. in het huis van juffrouw Buls ° Heist-op-den-Berg 13 jaar z Uyterhoeven Daniël & Wouters Joanna Maria - aangifte 1816.12.09 door Uyterhoeven Daniël dagwerker 43 jaar = vader en Rymenams Joannes hovenier 55 jaar = buur (1816-18)

    DE PRETER Joanna Maria † Schriek 1816.12.20 om 11 u. ° Heist-op-den-Berg landbouwster 76 jaar woonde Schriekstraat d De Preter Joannes & Everaerts Anna - echtgenote Meylemans Joannes - aangifte 1816.12.20 door Meylemans Joannes landbouwer 73 jaar = man en Meylemans Franciscus landbouwer 34 jaar = zoon (1816-19)

    VAN RILLAER Anna † Schriek 1816.12.22 om 10 u. in het huis van haar schoonzoon Brouwers Joannes ° Werchter spinster 88 jaar d Van Rillaer Adrianus & Claes Anna - weduwe De Meyer Adrianus - aangifte 1816.12.23 door Wyns Philippus landbouwer 57 jaar = buur en Van Dessel Egidius smid 57 jaar = buur (1816-20)

    VINCX Catharina † Schriek 1817.01.29 om 10 u. ° Begijnendijk spinster 76 jaar d Vincx Petrus & Op de Beeck Joanna - weduwe Peeters Franciscus - aangifte 1817.01.30 door Eggers Antonius landbouwer 42 jaar = neef en Goris Joannes landbouwer 26 jaar = neef (1817-1)

    VAN DUVEL Joanna † Schriek 1817.02.14 om 15 u. ° Schriek 12 jaar d Van Duvel Franciscus & Claes Theresia - aangifte 1817.02.15 door Van Duvel Franciscus dagwerker 40 jaar = vader en Huybrechts Joannes Baptist dagwerker 25 jaar = buur (1817-2)

    GYSELINCX Joannes † Schriek 1817.02.25 om 05 u. ° Schriek 6 weken z Gyselincx Petrus & Van Craen Catharina - aangifte 1817.02.25 door Gyselincx Petrus dagwerker 48 jaar = vader en Volkaers Egidius dagwerker 50 jaar = buur (1817-3)

    VAN UFFEL Theresia † Schriek 1817.02.27 om 09 u. ° Schriek 5 dagen d Van Uffel Franciscus & Verbinnen Maria - aangifte 1817.02.27 door Van Uffel Franciscus dagwerker te Heist-op-den-Berg 25 jaar en Verbinnen Lambertus schoenmaker 50 jaar (1817-4)

    PEETERS Lucia † Schriek 1817.03.12 om 04 u. ° Schriek 5 weken d Peeters Joannes Baptist & Van Gysel Anna - aangifte 1817.03.12 door Peeters Joannes Baptist dagwerker 22 jaar = vader en Van Casteren Ludovicus kuiper te Keerbergen 27 jaar = buur (1817-5)

    DE BELDER Petrus † Schriek 1817.03.20 om 20 u. ° Beerzel dagwerker 57 jaar woonde Schriekstraat z De Belder Egidius † & Roothooft NN † - echtgenoot Janssens Elisabeth - aangifte 1817.03.21 door Lens Franciscus dagwerker 60 jaar = buur en De Winter Josephus dagwerker 30 jaar = buur (1817-6)

    DOCX Petrus † Schriek 1817.04.11 om 01.30 u. ° Schriek landbouwer 22 ½ jaar z Docx Petrus Antonius & Heremans Maria Elisabeth - aangifte 1817.04.11 door Docx Petrus Antonius landbouwer 70 jaar = vader en Van Hove Cornelius dagwerker 35 jaar = schoonbroer (1817-7)

    GROUDON Gregorius † Schriek 1817.04.28 om 13 u. ° Antwerpen 3 jaar geplaatst door de Stad Antwerpen - aangifte 1817.04.28 door Van Oosterwyck Petrus Franciscus kleermaker 43 jaar = pensionhouder en De Winter Joannes Baptist dagwerker 26 jaar = buur (1817-8)

    DE RYCK Anna Catharina † Schriek 1817.05.02 om 04 u. ° Schriek 54 jaar woonde Dorpstraat d De Ryck Joannes † & Suetens Joanna † - echtgenote Nys Egidius - aangifte 1817.05.02 door Nys Egidius wagenmaker 53 jaar = man en Nys Franciscus wagenmaker 22 jaar = zoon (1817-9)

    WOUTERS Franciscus † Schriek 1817.05.07 om 10 u. ° Schriek 3 weken min 1 dag z Wouters Judocus & Michiels Theresia - aangifte 1817.05.08 door Wouters Judocus dagwerker 40 jaar = vader en Kettermans Joannes dagwerker 44 jaar = buur (1817-10)

    STROOBANTS Egidius † Schriek 1817.05.18 om 14 u. ° Baal dagwerker 51 jaar z Stroobants Franciscus † & Michiels Joanna † - echtgenoot Buls Maria Anna - aangifte 1817.05.19 door Stroobants Wynandus dagwerker te Heist-op-den-Berg 29 jaar = zoon en Scheerens Lambertus dagwerker 44 jaar = buur (1817-11)

    VINCX Joannes Baptist † Schriek 1817.05.22 om 03 u. ° Oosterwijk-Houtvenne dagwerker 83 jaar woonde Jespers z Vincx Adrianus † & Van Poppel Christina † - weduwnaar Liekens Anna - aangifte 1817.05.22 door Feyaerts Franciscus dagwerker 34 jaar = schoonzoon en Goovaerts Joannes dagwerker 67 jaar = buur (1817-12)

    GEENS Gommarus † Schriek 1817.05.31 om 15 u. wever te Beerzel 60 jaar overleden in het huis van De Winter Franciscus - aangifte 1817.05.31 door De Winter Franciscus dagwerker 65 jaar en Van Breeuwen Mattheus dagwerker 54 jaar (1817-13)

    VAN HERCK Adrianus † Schriek 1817.06.01 om 08 u. ° Schriek landbouwer 61 jaar z Van Herck Joannes † & Roothooft Joanna † - echtgenoot Goris Joanna Maria - aangifte 1817.06.02 door Goossens Petrus landbouwer 44 jaar = buur en Vermylen Joannes Baptist landbouwer 45 jaar = buur (1817-14)

    … Maria Catharina † Schriek 1817.06.03 om 01 u. 1 jaar 6 maand geplaatst door de stad Antwerpen bij Van Breeuwen Egidius - aangifte 1817.06.03 door Van Breeuwen Egidius dagwerker 42 jaar en De Winter Joannes Baptist dagwerker 30 jaar (1817-15)

    wordt vervolgd



    11-06-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    07-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Huwelijksakten BS 1816-

     BURGELIJKE STAND SCHRIEK
    Huwelijksakten
    1816 -
    bewerkt door
    René Lambrechts


    1816.01.03 BASTAENS Joannes Baptist ° Heist-op-den-Berg 1794.06.06 landbouwer te Heist-op-den-Berg 21 jaar 7 maand 3 dagen z Bastaens Joannes Andreas & Nys Anna Catharina landbouwers te Heist-op-den-Berg & WYNS Catharina ° Schriek 10 Frimaire VI = 1797.11.30 landbouwster 18 jaar d Wyns Phillippus & Eggers Joanna landbouwers te Schriek - Getuigen : Mylemans Joannes landbouwer te Heist-op-den-Berg 33 jaar, Brabants Franciscus 63 jaar, Gyselincx Joannes dagwerker 55 jaar en Brabants Petrus landbouwer 30 jaar = schoonbroer man (1816-1)

    1816.01.03 OP DE BEECK Cornelius ° Putte 1788.05.25 landbouwer te Putte 27 jaar 7 maand 9 dagen z Op de Beeck Petrus † Putte 1814.03.28 & Vermeylen Anna Elisabeth landbouwster te Putte & VERMEYLEN Elisabeth ° Schriek 1788.08.25 landbouwster 27 jaar 4 maand 9 dagen d Vermeylen Cornelius herbergier te Schriek & Van den Broeck Magdalena † Schriek 1815.06.21 - Getuigen : Van den Brande Joannes herbergier 36 jaar, Brabants Petrus landbouwer 30 jaar, Vermeylen Joannes landbouwer 26 jaar = broer en Op de Beeck Joannes landbouwer te Putte 22 jaar = broer (1816-2)

    1816.01.30 NYS Joannes Baptist ° Schriek 1792.02.11 dagwerker 24 jaar min 13 dagen z Nys Joannes Franciscus handwerker & Waeyenbergh Catharina & WOUTERS Joanna ° Schriek 1780.05.21 landbouwster 35 jaar 8 maand 9 dagen d Wouters Joannes Franciscus † Schriek 1814.09.11 & Doms Anna Catharina dagwerkster te Schriek - Getuigen : Wouters Egidius winkelier te Tremelo 33 jaar = broer, Scheerens Joannes landbouwer 42 jaar, Waeyenbergh Guilielmus dagwerker 79 jaar = oom en De Preter Henricus veldwachter 30 jaar (1816-3)

    1816.02.01 FEYAERTS Joannes Franciscus ° Werchter 1786.03.08 dagwerker te Keerbergen 30 jaar min 37 dagen z Feyaerts Petrus landbouwer te Keerbergen & Goovaerts Anna Maria weduwnaar Meuris Petronella † Werchter 1815.01.13 & VINCX Anna Carolina ° Begijnendijk 1777.03.11 dagwerkster te Schriek 39 jaar min 40 dagen d Vincx Joannes dagwerker te Schriek & Liekens Anna Maria † Schriek 1816.01.28 - Getuigen : Meylemans Joannes landbouwer 70 jaar, Wyns Philippus landbouwer 30 jaar, Verschueren Petrus schoenmaker 56 jaar en Van den Broeck Franciscus maalder (1816-4)

    1816.02.07 VERVLOESEM Guilielmus ° Schriek 1779.09.12 landbouwer 36 jaar 5 maand min 4 dagen z Vervloesem Adianus † Schriek 1815.02.11 & Schoeters Anna Maria landbouwster te Schriek & SWAELEN Elisabeth ° Schriek 1783.09.23 dagwerkster te Schriek 34 jaar 4 maand 16 dagen d Swaelen Christianus † Schriek 1810.06.10 & Frans Anna landbouwster te Schriek - weduwe Verlinden Petrus † Schriek 1814.10.09 - Getuigen : Swaelen Joannes landbouwer 29 jaar = broer, Vervloesem Josephus landbouwer 29 jaar = broer, Serneels Philippus landbouwer 43 jaar en De Preter Henricus veldwachter 30 jaar (1816-5)

    1816.02.15 CAERS Adrianus Cornelius ° Herselt 1776.02.02 dagwerker te Schriek 40 jaar 13 dagen z Caers Cornelius dagwerker te Herselt & Van der Borght Elisabeth † Herselt 1790.01.31 & VAN ITTERBEECK Anna Maria ° Putte 1788.06.13 dagwerkster te Schriek 27 jaar 8 maand 2 dagen d Van Itterbeeck Antonius & Op de Beeck Elisabeth landbouwster te Schriek - weduwe Van den Eynde Joannes Baptist † Keerbergen 1815.03.15 - Getuigen : Op de Beeck Henricus schoenmaker 43 jaar = schoonbroer man, Op de Beeck Jacobus dagwerker 60 jaar, Brabants Franciscus particulier 64 jaar en Brabants Petrus landbouwer 26 jaar (1816-6)

    1816.04.26 MERTENS Henricus ° Schriek 1784.05.28 smid te Schriek 32 jaar min 1 maand 2 dagen z Mertens Joannes Antonius smid te Schriek & Nys Maria Theresia † Schriek 1798.02.06 & STORMS Joanna ° Schriek 1783.07.19 landbouwster te Schriek 27 jaar 8 maand 2 dagen d Storms Adrianus landbouwer & Wyns Elisabeth † Schriek 27 (=7) Ventose X = 1802.02.26 - Getuigen : De Weerdt Petrus koopman te Keerbergen 52 jaar, De Weerdt Joannes dagwerker 22 jaar, Nys Egidius rademaker = wielenmaker 53 jaar = oom en Verschueren Petrus schoenmaker 50 jaar (1816-7)

    1816.04.26 DE WEERDT Joannes ° Keerbergen 1793.12.06 dagwerker te Schriek 22 jaar 4 maand 20 dagen z De Weerdt Petrus koopman te Keerbergen & Van Woensel Anna Catharina † Keerbergen 1813.03.05 & VERSCHUEREN Theresia ° Schriek 1791.09.11 dagwerkster te Schriek 24 jaar 6 maand 15 dagen d Verschueren Petrus schoenmaker te Schriek & Huybrechts Anna Elisabeth † Schriek 1811.08.10 - Getuigen : Mertens Joannes Antonius smid 70 jaar, Storms Adrianus landbouwer 74 jaar, Nys Egidius rademaker = wielenmaker 53 jaar en Mertens Henricus smid 32 jaar (1816-8)

    1816.06.24 VERSCHOREN Joannes Baptist ° Schriek 1764.03.30 (=1766.04.12) dagwerker te Schriek 50 jaar 4 maand z Verschoren Adrianus † & Gysemans Joanna Catharina † - weduwnaar Troosters Anna Catharina † Schriek 1810.10.27 & HOLEMANS Anna ° Schriek 1781.05.21 dagwerkster te Schriek 35 jaar 2 maand 10 dagen d Holemans Petrus & Vermeulen Catharina dagwerkers te Schriek - weduwe van Van Oosterwyck Cornelius † Schriek 1712.04.22 (= 1812.04.22) - Getuigen : Holemans Franciscus dagwerker 25 jaar = broer, Luyten Joannes Baptist dagwerker te Hulshout 24 jaar = schoonbroer man, Verschueren Joannes Baptist dagwerker 30 jaar en Schroyens Adrianus dagwerker 34 jaar (1816-9)

    1816.08.02 SCHERENS Franciscus ° Schriek 1783.04.26 dagwerker te Schriek 33 jaar 3 maand 6 dagen z Scherens Petrus landbouwer te Schriek & Goris Isabella † Schriek 1791.01.21 & SCHEIRS Elisabeth ° Heist-op-den-Berg 1787.02.24 dagwerkster te Schriek 29 jaar 5 maand 8 dagen d Scheirs Petrus dagwerker te Heist-op-den-Berg & Ceulemans Anna † Heist-op-den-Berg 1807.07.19 - Getuigen : Verstraeten Guilielmus landbouwer 42 jaar, Vincx Joannes Baptist landbouwer 29 jaar, De Preter Adrianus dagwerker 46 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar en erkenning van het kind Scheirens Joannes Baptist ° Schriek 1816.01.19 (1816-10)

    1816.08.12 VAN NOTEN Henricus ° Heist-op-den-Berg 1777.11.17 landbouwer te Schriek 38 jaar 8 maand 25 dagen z Van Noten Adrianus Franciscus † Schriek 1783.11.25 & Van den Broeck Magdalena † Schriek 1815.06.21 & VERBEECK Elisabeth ° Schriek 1779.02.06 landbouwster te Schriek 37 jaar 6 maand 5 dagen d Verbeeck Antonius landbouwer te Schriek & Wouters Joanna Maria † Schriek 1810.02.17 - Getuigen : Verstraeten Guilielmus winkelier 44 jaar, Brabants Franciscus particulier 60 jaar, Somers Wynandus smid 54 jaar en Verbeeck Petrus landbouwer 33 jaar = broer (1816-11)

    1816.10.12 SCHIPPERS Sebastianus ° O.L.V.-Waver 1771.01.21 wever te Schriek 45 jaar 8 maand 23 dagen z Schippers Joannes † O.L.V.-Waver 1774.02.01 & Cuypers Maria Francisca † O.L.V.-Waver 1815.09.11 & ECKERS Maria Catharina ° Schriek 1768.08.03 dagwerkster te Schriek 48 jaar 2 maand 9 dagen d Eckers Jacobus † Begijnendijk 25 Floreal X = 1802.05.15 & Op de Beeck Joanna Maria † Schriek 1796.11.08 - weduwe Van den Broeck Joannes Franciscus † Schriek 1814.12.21 - Getuigen : Eggers Martinus wever 50 jaar = broer, Holemans Joannes herbergier 40 jaar, Wouters Petrus bakker 36 jaar en De Preter Henricus veldwachter 30 jaar (1816-12)

    1816.10.28 BULS Andreas ° Schriek 1765.07.19 landbouwer te Schriek 51 jaar 4 maand 7 dagen z Buls Nicolaus † Schriek 1808.04.07 & Nys Barbara † Schriek 1797.09.29 weduwnaar Liekens Isabella † Schriek 1811.02.26 & BUDTS Joanna ° Beerzel 1785.11.18 meid te Schriek 30 jaar 11 maand 10 dagen d Budts Petrus † Beerzel 1807.03.05 & Serneels Elisabeth dagwerkster te Beerzel - Getuigen : Somers Wynandus smid 55 jaar, Wyns Philippus particulier 31 jaar, Suetens Franciscus dagwerker 24 jaar en Verstraeten Guilielmus winkelier 45 jaar (1816-13)

    1816.11.02 VAN DEN BROECK Augustinus ° Heist-op-den-Berg 1786.08.01 landbouwer te Heist-op-den-Berg 30 jaar 3 maand 1 dag z Van den Broeck Petrus & Van den Broeck Maria Theresia landbouwers te Heist-op-den-Berg & BRABANTS Joanna ° Keerbergen 1788.04.21 landbouwster te Schriek 28 jaar 6 maand 11 dagen d Brabants Joannes † Schriek 1814.08.08 & Op de Beeck Maria Theresia landbouwster te Schriek - Getuigen : Brabants Franciscus particulier 64 jaar = oom, Op de Beeck Jacobus dagwerker 60 jaar = oom, De Winter Franciscus dagwerker 34 jaar en Lambrechts Jacobus winkelier 46 jaar (1816-14)

    1816.11.06 HEYCHé Petrus ° Betekom 1794.06.20 dagwerker te Schriek 22 jaar 4 maand 10 dagen z Heyché Leonardus † Begijnendijk 1811.11.13 & Van Woensel Maria Theresia dagwerkster te Betekom & VERBINNEN Joanna ° Schriek 1796.12.09 landbouwster te Schriek 19 jaar 10 maand 24 dagen d Verbinnen Cornelius & Van Rompa Maria Anna landbouwers te Schriek - Getuigen : De Ryck Michiel landbouwer te Heist-op-den-Berg 34 jaar, Van den Eynde Petrus Franciscus winkelier 40 jaar, Somers Wynandus smid 55 jaar en Verstraeten Guilielmus winkelier 44 jaar (1816-15)

    1817.02.10 VINCX Franciscus ° Schriek 1788.03.17 dagwerker te Schriek 28 jaar 10 maand 14 dagen z Vincx Magdalena dagwerkster te Schriek & WYNS Elisabeth ° Schriek 1784.04.27 landbouwster te Schriek 23 jaar 9 maand 14 dagen d Wyns Joannes Baptist † Schriek 1793.06.21 & Wyns Joanna landbouwster te Schriek - Getuigen : Vincx Jacobus landbouwer 44 jaar = oom, Vincx Gisbertus landbouwer 24 jaar = neef, Vincx Joannes landbouwer 33 jaar = neef en Brabants Franciscus landbouwer 62 jaar (1817-1)

    1817.02.14 MEYLEMANS Franciscus ° Schriek 1781.02.09 landbouwer te Schriek 36 jaar 5 dagen z Meylemans Joannes landbouwer te Schriek & De Preter Joanna Maria † Schriek 1816.12.20 & WYNS Maria ° Schriek 1795.02.03 landbouwster te Schriek 22 jaar 11 dagen d Wyns Phillipus & Eggers Joanna landbouwers te Schriek - Getuigen : Vincx Joannes landbouwer 33 jaar = schoonbroer bruidegom, Brabants Franciscus particulier 62 jaar, Op de Beeck Henricus schoenmaker 44 jaar en Van den Eynde Petrus Franciscus winkelier 43 jaar (1817-2)

    1817.02.18 VAN UFFEL Franciscus ° Heist-op-den-Berg 1791.11.13 dagwerker te Heist-op-den-Berg 25 jaar 3 maand 5 dagen z Van Uffel Joannes Franciscus landbouwer te Schriek & Verhaegen Maria Theresia † Schriek 1816.12.20 & VERBINNEN Maria ° Schriek 1795.02.03 landbouwster te Schriek 22 jaar maand 11 dagen d Wyns Phillipus & Eggers Joanna landbouwers te Schriek - Getuigen : Vincx Joannes landbouwer 33 jaar = schoonbroer bruidegom, Brabants Franciscus particulier 62 jaar, Op de Beeck Henricus schoenmaker 44 jaar en Van den Eynde Petrus Franciscus winkelier 43 jaar (1817-3)

    1817.03.12 MAURIËN Franciscus ° Keerbergen 1794.07.10 dagwerker te Keerbergen 22 jaar 8 maand 2 dagen z Mauriën Joannes & Liekens Elisabeth dagwerkers te Keerbergen & VAN ITTERBEECK Theresia ° Putte 1795.04.25 dagwerkster te Schriek 23 jaar 10 maand 17 dagen d Van Itterbeeck Antonius & Op de Beeck Elisabeth landbouwers te Schriek - Getuigen : Boekstaens Adrianus landbouwer 26 jaar = schoonbroer bruid, Brabants Franciscus landbouwer 63 jaar = vriend, Mauriën Albertus dagwerker te Keerbergen 21 jaar = broer en Van Camp Joannes Baptist dagwerker te Keerbergen 56 jaar (1817-4)

    1817.03.20 PEETERS Joannes Baptist ° Schriek 1796.09.15 dagwerker 20 jaar 5 maand 5 dagen z Peeters Andreas dagwerker & Lambrechts Anna Maria † Schriek 1805.01.14 & GYSELINCKX Anna ° Putte 1796.12.22 dagwerkster te Schriek 20 jaar 3 maand min 2 dagen d Gyselincx Adrianus dagwerker & Goris Anna Maria † Schriek 27 Fructidor X = 1802.09.14 - Getuigen : Storms Joannes Baptist landbouwer 48 jaar, Wyns Phillipus landbouwer 57 jaar, De Preter Henricus veldwachter 30 jaar en Kettermans Joannes dagwerker 42 jaar (1817-5)

    1817.03.20 VERSTRAETEN Franciscus ° Rijmenam 1786.01.23 dagwerker te Keerbergen 30 jaar 2 maand min 3 dagen z Verstraeten Joannes dagwerker te Rijmenam & Van Rillaer Elisabeth - weduwnaar Jacobs Joanna † Keerbergen 1817.01.16 & PUTTEMANS Catharina ° Schriek 1789.04.12 landbouwster 27 jaar 11 maand 8 dagen d Puttemans Petrus † Schriek 4 Floreal X = 1802.04.24 & Augustynen Catharina landbouwster te Schriek - Getuigen : Thys Joannes landbouwer 30 jaar = schoonbroer bruid, Jacobs Franciscus dagwerker 59 jaar = schoonvader bruidegom, De Preter Henricus veldwachter 30 jaar en Somers Wynandus smid 54 jaar (1817-6)

    1817.04.21 VAN DEN BROECK Judocus (Franciscus) ° Schriek 1789.10.13 landbouwer 27 jaar 6 maand 8 dagen z Van den Broeck Joannes & Bruyndonckx Joanna landbouwers & DE WINTER Joanna ° Schriek 1796.07.11 landbouwster 20 jaar 10 maand 10 dagen d De Winter Petrus † Schriek 1813.06.25 & Goris Joanna † Schriek 1809.11.20 - Getuigen : De Winter Joannes dagwerker 25 jaar = oom bruid, De Winter Franciscus dagwerker 64 jaar = oom bruid, De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Liekens Jacobus landbouwer 44 jaar = schoonbroer bruid (1817-7)

    1817.04.21 GEENS Gommarus ° Berlaar 1784.04.20 dienstbode 33 jaar 1 dag z Geens Jacobus † Berlaar 1785.05.24 & Ooris Theresia † Berlaar 1785.04.21 & LIEKENS Theresia ° Heist-op-den-Berg 1793.01.11 dienstmeid 24 jaar 3 maand 10 dagen d Liekens Franciscus Petrus dagwerker te Heist-op-den-Berg & De Hoef Anna Catharina - Getuigen : Torfs Joannes dagwerker 25 jaar, De Preter Henricus veldwachter 34 jaar, Van den Broeck Joannes dagwerker 62 jaar en De Winter Franciscus dagwerker 64 jaar (1817-8)

    1817.05.06 GULDENTOPS Egidius ° O.L.V.Waver 1781.07.05 landbouwer 35 jaar 10 maand 1 dag z Guldentops Franciscus † O.L.V.Waver 30 Nivose X = 1802.01.20 & Van Camp Petronella landbouwster te O.L.V.Waver & VAN DEN BRANDE Joanna ° Schriek 1781.11.14 landbouwster 35 jaar 6 maand min 8 dagen d Van den Brande Joannes † Schriek 1806.02.23 & Van den Eynde Joanna Maria † Schriek 1814.06.15 - Getuigen : Van Camp Joannes dagwerker te Keerbergen 60 jaar = oom bruidegom, Marien Petrus dagwerker 56 jaar = oom bruidegom, Torfs Joannes dagwerker 26 jaar en Thys Andreas dienstbode te Bonheiden 36 jaar (1817-9)

    1817.05.07 CEUPPENS Joannes ° Schriek 1772.02.13 wever 45 jaar 3 maand min 6 dagen z Ceuppens Egidius † Schriek 1808.04.13 & De Meyer Elisabeth † Schriek 1811.05.26 & NYS Joanna Catharina ° Werchter 1780.01.30 dagwerkster 37 jaar 3 maand 6 dagen d Nys Cornelius dagwerker te Beerzel & Serneels Anna Catharina † Beerzel 1813.10.27 weduwe Verhoeven Judocus † Schriek 1809.11.09 - Getuigen : Van Oosterwyck Petrus Franciscus kleermaker 45 jaar, Wouters Petrus winkelier 38 jaar, Aertgeerts Ferdinandus schoenmaker 34 jaar en Verbeeck Guilielmus mandenmaker 50 jaar (1817-10)

    1817.11.18 VAN IMBEECK Guillielmus ° Schriek 1795.02.01 landbouwer 22 jaar 9 maand 17 dagen z Van Imbeeck Joannes Franciscus & Waeyberghs Anna Maria & BOSMANS Joanna ° Keerbergen 1796.11.04 dagwerkster 21 jaar 13 dagen d Bosmans Petrus dagwerker te Keerbergen & Momens Elisabeth - Getuigen : Verstraeten Antonius landbouwer 36 jaar, De Wever Joannes Baptist landbouwer 31 jaar, Uyterhoeven Joannes landbouwer te Bonheiden 60 jaar en Uyterhoeven Petrus landbouwer te Bonheiden 25 jaar (1817-11)

    1818.01.12 GOOSSENS Petrus ° Schriek 1778.12.05 landbouwer 39 jaar 1 maand 7 dagen z Goossens Josephus & Van der Auwera Theresia † Schriek 1794.08.27 & DE RYCK Joanna ° Heist-op-den-Berg 1796.11.04 meid 32 jaar 3 maand 5 dagen d De Ryck Petrus Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg & Goris Theresia - Getuigen : De Ryck Joannes landbouwer 64 jaar = schoonbroer man, Wyns Philippus landbouwer 32 jaar, Vincx Gisbertus particulier 72 jaar en Goris Joannes dagwerker 26 jaar (1818-1) NIET IN KERKARCHIEF

    1818.03.26 VAN DEN BROECK Joannes Baptist ° Schriek 1792.04.19 landbouwer 26 jaar min 14 dagen z Van den Broeck Franciscus molenaar & Lens Anna Maria & MEYLEMANS Joanna ° Schriek 1788.05.04 landbouwster 30 jaar min 1 maand 9 dagen d Meylemans Joannes particulier & De Preter Joanna Maria † Schriek 1816.12.20 - Getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 33 jaar = schoonbroer bruid, Van Oosterwyck Petrus Franciscus kleermaker 47 jaar, Vincx Gisbertus particulier 75 jaar en Somers Wynandus smid 54 jaar (1818-2)

    1818.04.02 WYNS Petrus ° Heist-op-den-Berg 1796.09.27 landbouwer 21 jaar 6 maand 6 dagen z Wyns Joannes Franciscus † Heist-op-den-Berg 1814.09.21 & Goyvaerts Catharina Theresia & VAN OURSHAGEN Isabella ° Schriek 1796.03.06 landbouwster 22 jaar min 21 dagen d Van Ourshagen Joannes Andreas landbouwer & Wyns Maria Theresia - Getuigen : Wyns Jacobus landbouwer te Heist-op-den-Berg 44 jaar = broer man, Stroobants Norbertus schoolmeester 22 jaar, Op de Beeck Henricus schoenmaker 48 jaar en Verstraeten Guilielmus winkelier 47 jaar (1818-3)

    1818.04.02 VAN DESSEL Joannes ° Heist-op-den-Berg 1796.10.16 landbouwer 21 jaar 5 maand 17 dagen z Van Dessel Adrianus landbouwer & Claes Maria & VERSTRAETEN Maria ° Baal 1796.03.09 dagwerkster 22 jaar 23 dagen d Verstraeten Petrus Franciscus landbouwer & Wouters Catharina † Baal 20 Pluvose VIII - Getuigen : Tielemans Ludovicus timmerman 70 jaar = broer man, Stroobants Guilielmus koster schoolmeester te Tremelo Werchter 63 jaar, Stroobants Norbertus schoolmeester 22 jaar en Brabants Franciscus particulier 66 jaar (1818-4)

    wordt vervolgd


    07-06-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geboorteakten BS 1816-1819

     BURGELIJKE STAND - SCHRIEK 
    Geboorteakten 1816 - 18..
    bewerkt door
    René Lambrechts


    VAN ROMPAEY Catharina ° Schriek 1816.01.04 om 14 u. d Van Rompaey Leonardus ° Schriek landbouwer 38 jaar & Van den Eynde Maria Teresia ° Schriek 39 jaar - aangifte op 1816.01.04 - getuigen : Verbeeck Antonius landbouwer 69 jaar en Budts Norbertus schoolmeester 34 jaar (1816-1)

    VAN DEN EYNDE Joannes Baptist ° Schriek 1816.01.02 om 22 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus ° Schriek herbergier 40 jaar & Van den Eynde Maria Josepha ° Herselt 30 jaar - aangifte op 1816.01.04 - getuigen : Wyns Philippus landbouwer 30 jaar en Budts Norbertus schoolmeester 34 jaar (1816-2) KAS 1815.11.10

    DE WINTER Josephus ° Schriek 1816.01.12 om 06 u. z De Winter Franciscus ° Schriek dagwerker 40 jaar & Van den Wyngaert Maria ° O.L.V.-Waver 34 jaar - aangifte op 1816.01.12 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-3)

    SERNEELS Joanna ° Schriek 1816.01.15 om 23 u. d Serneels Franciscus ° Beerzel dagwerker 21 jaar & Ceulemans Anna ° Schriek 35 jaar - aangifte op 1816.01.16 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-4)

    SCHEERENS Joannes Baptist ° Schriek 1816.01.18 om 21 u. z Scheerens Franciscus ° Schriek landbouwer 32 jaar woonde Bolloo & Scheerens Elisabeth 28 jaar - aangifte op 1816.01.19 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-5)

    DE GROODT Petrus en DE GROODT Egidius ° Schriek 1816.01.22 om 02 u. z De Groodt Catharina ° Schriek 35 jaar - aangifte op 1816.01.22 door De Groodt Joannes Baptist schoenmaker 72 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-6) NIET IN KERKARCHIEF

    GOOSSENS Franciscus ° Schriek 1816.02.03 om 11 u. z Goossens Petrus Joannes ° Schriek landbouwer 44 jaar & Van Tiggelen Elisabeth 26 jaar - aangifte op 1816.02.05 - getuigen : Eggers Franciscus landbouwer ?? jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-7)

    RYMENAMS Joannes Baptist ° Schriek 1816.02.07 om 22 u. z Rymenams Jacobus ° Schriek dagwerker 35 jaar & Claes Catharina ° O.L.V.-Waver 35 jaar - aangifte op 1816.02.08 - getuigen : Claes Joannes Baptist 40 jaar woonde Keerbergen en De Preter Henricus boswachter 30 jaar (1816-8)

    VAN DEN EYNDE Franciscus ° Schriek 1816.02.10 om 09 u. z Van den Eynde Elico ° Schriek dagwerker 32 jaar & Van der Auwera Maria Theresia ° Schriek 26 jaar - aangifte op 1816.02.12 - getuigen : Van den Eynde Petrus Franciscus winkelier en Somers Wynandus 54 jaar (1816-9)

    FEYAERTS Petrus ° Schriek 1816.02.25 om 05 u. z Feyaerts Franciscus ° Werchter landbouwer 38 jaar & Scheerens Anna Catharina ° Schriek 46 jaar - aangifte op 1816.02.26 - getuigen : Van Loock Petrus landbouwer 38 jaar en Budts Norbertus schoolmeester 35 jaar (1816-10)

    VAN CASTEREN Josephus ° Schriek 1816.03.01 om 02 u. z Van Casteren Petrus Antonius ° Schriek kuiper 48 jaar & Huybrechts Anna Catharina ° Schriek 46 jaar - aangifte op 1816.03.01 - getuigen : De Groodt Petrus landbouwer 43 jaar woonde Heist-op-den-Berg en Budts Norbertus schoolmeester 34 jaar (1816-11)

    BROUWERS Dominicus ° Schriek 1816.03.14 om 10 u. z Brouwers Joannes ° Duffel wever 40 jaar & De Meyer Catharina ° Keerbergen 37 jaar - aangifte op 1816.03.14 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-12)

    BULS Anna ° Schriek 1816.03.13 om 21 u. d Buls Andreas handwerker 54 jaar & Budts Joanna 31 jaar - aangifte op 1816.03.14 - getuigen : Claes Egidius landbouwer 35 jaar en Liekens Jacobus landbouwer 40 jaar (1816-13)

    RAEYMAEKERS Franciscus ° Schriek 1816.03.22 om 18 u. z Raeymaekers Petrus landbouwer te Begijnendijk 22 jaar & Van Imbeeck Magdalena ° Schriek 25 jaar - aangifte op 1816.03.23 - getuigen : De Preter Henricus boswachter 30 jaar en Van Imbeeck Guilielmus dagwerker 21 jaar (1816-14)

    SCHEERENS Maria Anna ?? ° Schriek 1816.04.01 om 18 u. d Scheerens Joannes landbouwer 42 jaar & Van Tiggelen Magdalena ° Schriek 25 jaar - aangifte op 1816.04.02 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-15)

    MORTELMANS Franciscus ° Schriek 1816.04.06 om 18 u. z Mortelmans Antonius ° Ranst dagwerker 62 jaar & Verbeeck Joanna ° Schriek 25 jaar - aangifte op 1816.04.07 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-16)

    HOLEMANS Antonetta ° Schriek 1816.04.09 om 22 u. d Holemans Joannes ° Schriek herbergier 38 jaar & Wyns Maria ° Schriek 35 jaar - aangifte op 1816.04.10 - getuigen : Geens Gommarus dagwerker 30 jaar en De Bie Benedictus maalder te Heist-op-den-Berg 33 jaar (1816-17)

    VOLKAERTS Joannes Baptist ° Schriek 1816.04.30 om 12 u. z Volkaerts Joannes ° Putte dagwerker 43 jaar & Van den Brande Anna Catharina ° Schriek 41 jaar - aangifte op 1816.05.01 - getuigen : Aertgeerts Ferdinandus schoenmaker 34 jaar en Van den Brande Joannes herbergier 36 jaar (1816-18)

    UYTERHOEVEN Isabella ° Schriek 1816.05.01 om 05 u. d Uyterhoeven Daniël ° Mechelen dagwerker 43 jaar & Wouters Joanna Maria ° Heist-op-den-Berg 38 jaar - aangifte op 1816.05.01 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 31 jaar (1816-19)

    VERBEECK Maria ° Schriek 1816.05.09 om 20 u. d Verbeeck Joannes ° Heist-op-den-Berg dagwerker 33 jaar & Van Herck Lucia ° Schriek 26 jaar - aangifte op 1816.05.10 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-20)

    MELIS Joanna ° Schriek 1816.05.23 om 03 u. d Melis Guilielmus ° Schriek landbouwer 33 jaar & Van Herck Theresia ° Schriek 23 jaar - aangifte op 1816.05.24 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en De Preter Henricus boswachter 33 jaar (1816-21)

    VAN GYSEL Joannes Baptist ° Schriek 1816.05.23 z Van Gysel Adrianus & Zwaelen Joanna - ingeschreven 1841.06.08 te Schriek 1841.06.13 Griffie Mechelen

    VAN HOVE Joannes Baptist ° Schriek 1816.05.24 om 16 u. z Van Hove Maria dagwerkster te Putte - aangifte op 1816.05.25 door Van Hove Martinus dagwerker 55 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en De Preter Henricus veldwachter 33 jaar (1816-22)

    DE PRETER Maria ° Schriek 1816.05.30 om 02 u. d De Preter Henricus ° Schriek veldwachter 31 jaar & Van Meel Maria Elisabeth ° Antwerpen 22 jaar - aangifte op 1816.05.30 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar (1816-23)

    GOOSSENS Petrus ° Schriek 1816.06.04 om 22 u. z Goossens Franciscus ° Schriek dagwerker 30 jaar & De Mees Joanna ° Schriek barbierster 38 jaar - aangifte op 1816.06.05 - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-24)

    BUDTS Anna Theresia ° Schriek 1816.06.09 om 23 u. d Budts Joanna dagwerkster - aangifte op 1816.06.10 door Van Loock Petrus dagwerker 50 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-25)

    VAN DEN BOSCH Regina ° Schriek 1816.06.14 om 14 u. d Van den Bosch Franciscus ° Rijmenam 24 jaar & Vermeulen Catharina ° Keerbergen 27 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 25 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-26)

    LIEKENS (VAN NUFFEL) Theresia ° Schriek 1816.06.17 om 07 u. d Liekens (Van Nuffel) Franciscus ° Baal landbouwer 34 jaar & Vincx Elisabeth ° Heist-op-den-Berg 32 jaar - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 60 jaar en Vermylen Franciscus landbouwer 21 jaar (1816-27)

    NYS Catharina ° Schriek 1816.06.17 om 15 u. d Nys Joannes ° Schriek dagwerker 24 jaar & Wouters Joanna ° Schriek 35 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 32 jaar (1816-28)

    VERHAEGEN Maria Theresia ° Schriek 1816.06.21 d Verhaegen Petrus ° Schriek landbouwer 43 jaar & Cools Anna ° Schriek 35 jaar - getuigen : Liekens Petrus dagwerker 34 jaar en Van den Bosch Joannes dagwerker 60 jaar (1816-29)

    VEKEMANS Joannes Franciscus ° Schriek 1816.07.03 om 09 u. z Vekemans Joannes Baptist ° Heist-op-den-Berg landbouwer 35 jaar & Wouters Anna Maria ° Herselt 22 jaar - getuigen : Van Nuffel Petrus dagwerker 45 jaar en Van der Auwera Franciscus dagwerker 52 jaar (1816-30)

    VINCX Maria ° Schriek 1816.07.26 om 06 u. d Vincx Joannes ° Schriek landbouwer 32 jaar & Meylemans Theresia ° Schriek 30 jaar - getuigen : De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Vincx Gisbertus landbouwer 70 jaar (1816-31)

    MICHIELS Livinus ° Schriek 1816.07.27 om 08 u. z Michiels Anna Maria dagwerkster 43 jaar weduwe Lambrechts Joannes Andreas woonde in het Dorp - aangifte door De Preter Livinus bakker 54 jaar - getuigen : De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Nicolay Joannes Baptist timmerman 40 jaar (1816-32)

    VAN DEN BROECK Maria ° Schriek 1816.07.27 om 06 u. d Van den Broeck Theresia ° Schriek dagwerkster 23 jaar woonde in het Henkenstraat - aangifte door Van den Broeck Joannes dagwerker 62 jaar = grootvader - getuigen : Van den Broeck Franciscus dagwerker 25 jaar en Geens Gommarus dagwerker 32 jaar (1816-33)

    DE BIE Franciscus ° Schriek 1816.08.02 om 04 u. z De Bie Joannes dagwerker 50 jaar & Torfs Teresia ° Schriek 33 jaar - getuigen : Verschueren Egidius dagwerker 54 jaar en De Clyn Cornelius dagwerker 40 jaar (1816-34)

    WOUTERS Franciscus ° Schriek 1816.08.03 om 14 u. z Wouters Petrus ° Schriek dagwerker 32 jaar & Uytgeerts Petronella ° Schriek 23 jaar - getuigen : Uytgeerts Franciscus landbouwer 53 jaar en Uytgeerts Joannes landbouwer 33 jaar (1816-35)

    JANSSENS Maria ° Schriek 1816.08.10 om 03 u. d Janssens Petrus ° Putte dagwerker 41 jaar & Goelen Petronella ° Schriek 42 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-36)

    GEERAERTS Catharina ° Schriek 1816.08.24 om 17 u. d Geeraerts Josephus ° Schriek dagwerker 42 jaar & Wyns Theresia ° Keerbergen 40 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 60 jaar en Rymenams Jacobus dagwerker 35 jaar (1816-37)

    DE WINTER Theresia ° Schriek 1816.08.27 d De Winter Josephus & Rymenamts Maria - ingeschreven 1850.10.28 te Schriek 1850.11.05 Griffie Mechelen (1816-37b)

    EGGERS Andreas ° Schriek 1816.08.30 om 12 u. z Eggers Adrianus ° Schriek dagwerker 40 jaar & Van Tongelen Theresia ° Tremelo 40 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 40 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-38)

    STORMS Francisca ° Schriek 1816.09.11 om 09 u. d Storms Joannes Baptist ° Schriek landbouwer 38 jaar & Claes Theresia ° Keerbergen 38 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-39)

    VERMYLEN Dympna ° Schriek 1816.09.11 om 21 u. d Vermylen Joannes Norbertus ° Keerbergen burgemeester 38 jaar & Wyns Isabella ° Schriek 36 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-40)

    VERSCHUEREN Antonius ° Schriek 1816.09.16 om 05 u. z Verschueren Adrianus ° Heist-op-den-Berg landbouwer 43 jaar & Verbeeck Anna ° Schriek 39 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-41)

    VAN HERCK Josephus ° Schriek 1816.09.18 om 16 u. z Van Herck Joannes Baptist ° Begijnendijk dagwerker 58 jaar & Sjongers Anna Catharina ° Haacht 47 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-42)

    VAN DEN EEDE Elisabeth ° Schriek 1816.09.28 om 08 u. d Van den Eede Egidius ° Londerzeel dagwerker 38 jaar & De Winter Catharina ° Schriek 47 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-43)

    GIELENS Anna Catharina ° Schriek 1816.10.10 om 02 u. d Gielens Joannes Baptist ° Westerlo dagwerker 35 jaar & Goossens Theresia ° Schriek 26 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-44)

    VAN HOVE Maria ° Schriek 1816.10.11 om 23 u. d Van Hove Leonardus ° Beerzel dagwerker 44 jaar & Verbruggen Maria Anna ° Putte 44 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1816-45)

    ENGELS Anna Maria ° Schriek 1816.10.11 om 19 u. d Engels Adrianus ° Schriek landbouwer 51 jaar & De Hondt Aldegondis ° Schriek 37 jaar - getuigen : Heremans Joannes dagwerker 50 jaar en Van den Broeck Franciscus dagwerker 25 jaar (1816-46)

    DE WEERDT Josephus ° Schriek 1816.12.12 om 07 u. z De Weerdt Joannes ° Keerbergen dagwerker 23 jaar & Verschueren Theresia ° Schriek 25 jaar - getuigen : Verschueren Petrus schoenmaker 60 jaar en Geens Gommarus dagwerker 35 jaar (1816-47)

    MOORTGATS Joannes Franciscus ° Schriek 1816.12.12 om 00.30 u. z Moortgats Joannes Baptist ° Zemst dagwerker 45 jaar & Nys Anna Maria ° Aarschot 37 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 23 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar (1816-48)

    VAN DEN BRANDE Regina ° Schriek 1816.12.18 om 14 u. d Van den Brande Joannes ° Putte 36 jaar & De Cleyn Elisabeth ° Heist-op-den-Berg 35 jaar - getuigen : Nicolay Joannes Baptist timmerman 41 jaar en Geens Gommarus dagwerker 34 jaar (1816-49)

    BRABANTS Norbertus ° Schriek 1816.12.20 om 05 u. z Brabants Petrus ° Keerbergen landbouwer 26 jaar & Wyns Elisabeth ° Schriek 25 jaar - getuigen : Wyns Philippus landbouwer 62 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 66 jaar (1816-50)

    AERTGEERTS Fredericus Cornelius ° Schriek 1816.12.23 om 06 u. z Aertgeerts Ferdinandus ° Werchter schoenmaker 34 jaar & Van Roosbroeck Theresia ° Putte 37 jaar - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 54 jaar en Aertgeerts Cornelius schoenmaker te Tremelo 39 jaar (1816-51)

    WOUTERS Franciscus ° Schriek 1816.12.27 om 06 u. z Wouters Egidius ° Heist-op-den-Berg dagwerker 39 jaar & Heremans Anna Maria ° Schriek 44 jaar - getuigen : Heremans Franciscus dagwerker te Rijmenam 54 jaar en Van Hove Petrus Joannes wever 38 jaar (1816-52)

    GYSELINCX Joannes Baptist ° Schriek 1817.01.10 om 14 u. z Gyselincx Petrus ° Schriek dagwerker 50 jaar & Van Craen Catharina ° Schriek 37 jaar - getuigen : Gyselincx Joannes landbouwer 56 jaar en Geens Gommarus landbouwer 33 jaar (1817-1)

    BOEKSTAENS Joannes ° Schriek 1817.01.13 om 20 u. z Boekstaens Gabrielis ° Schriek dagwerker 43 jaar & Van den Broeck Emerentiana ° Heist-op-den-Berg 32 jaar - getuigen : Torfs Joannes landbouwer 24 jaar en Geens Gommarus landbouwer 33 jaar (1817-2)

    VAN LOOCK Theresia ° Schriek 1817.01.15 om 03 u. d Van Loock Petrus ° O.L.V.-Waver dagwerker 50 jaar & Docx Carolina ° Westmeerbeek 38 jaar - getuigen : Storms Petrus landbouwer 37 jaar en De Reyck Philippus landbouwer te Heist-op-den-Berg 61 jaar (1817-3)

    MARIËN Rosa ° Schriek 1817.01.20 om 03 u. d Mariën Theresia dagwerkster woonde Galgestraat aangifte door Mariën Petrus dagwerker 57 jaar - getuigen : Van Hoof Petrus Joannes wever 34 jaar en Jacobs Franciscus dagwerker 60 jaar (1817-4)

    HEYCHé Lambertus ° Schriek 1817.01.25 om 18 u. z Heyché Petrus ° Betekom landbouwer 22 jaar & Verbinnen Joanna ° Schriek 20 jaar - getuigen : Verbinnen Cornelius landbouwer 50 jaar en Verbinnen Adrianus landbouwer 25 jaar (1817-5)

    PEETERS Lucia ° Schriek 1817.02.04 om 12 u. d Peeters Joannes Baptist ° Schriek dagwerker 20 jaar & Gyselincx Anna ° Putte dagwerkster 20 jaar - getuigen : Voncx Adrianus dagwerker 22 jaar en Geens Gommarus dagwerker 32 jaar (1817-6)

    BOEKXSTAENS Theresia ° Schriek 1817.02.12 om 20 u. d Boekxstaens Adrianus ° Schriek dagwerker 26 jaar & Van Itterbeeck Joanna ° Putte 26 jaar - getuigen : Van Itterbeeck Antonius landbouwer 55 jaar en Boekstaens Franciscus landbouwer 31 jaar (1817-7)

    BOEKXSTAENS Maria ° Schriek 1817.02.12 om 20.30 u. d Boekxstaens Adrianus ° Schriek dagwerker 26 jaar & Van Itterbeeck Joanna ° Putte 26 jaar - getuigen : Van Itterbeeck Antonius landbouwer 55 jaar en Boekxstaens Franciscus landbouwer 31 jaar (1817-8)

    VAN DER SANDEN Joanna ° Schriek 1817.02.14 om 04 u. d Van der Sanden Adrianus ° Velthoven Noord-Brabant wever 22 jaar & Delen Theresia ° Heist-op-den-Berg 22 jaar - getuigen : Geens Gommarus dagwerker 33 jaar en Torfs Joannes dagwerker 25 jaar (1817-9)

    SCHUEREWEGEN Joannes ° Schriek 1817.02.17 om 09 u. z Schuerewegen Franciscus ° Berlaar dagwerker 39 jaar & Eskens Maria ° Kampenhout 38 jaar - getuigen : Schroyens Petrus dagwerker te Rijmenam 38 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar (1817-10)

    VAN UFFEL Theresia ° Schriek 1817.02.22 om 05 u. in het huis van Verbinnen Lambertus d Van Uffel Franciscus ° Heist-op-den-Berg dagwerker te Heist-op-den-Berg 25 jaar & Verbinnen Maria ° Schriek 24 jaar - getuigen : Lambrechts Jacobus winkelier 45 jaar en Verbinnen Lambertus schoenmaker 47 jaar (1817-11)

    LAMBRECHTS Philippus Norbertus ° Schriek 1817.02.22 om 22 u. z Lambrechts Jacobus ° Leuven winkelier 45 jaar & Wyns Maria Anna ° Heist-op-den-Berg 35 jaar - getuigen : Wyns Philippus landbouwer 31 jaar en Verbinnen Lambertus schoenmaker 47 jaar (1817-12)

    DE ROYE Cornelius ° Schriek 1817.02.25 om 05 u. z De Roye Henricus ° Keerbergen dagwerker 31 jaar & Vermeylen Elisabeth ° Keerbergen 27 jaar - getuigen : Geens Gommarus dagwerker 33 jaar en Torfs Joannes dagwerker 25 jaar (1817-13)

    VAN ALPHEN Thomas ° Schriek 1817.02.28 om 12.30 u. z Van Alphen Leonardus ° Leende wever 31 jaar & Cremers Joanna ° Heist-op-den-Berg 30 jaar - getuigen : Geens Gommarus dagwerker 33 jaar en Torfs Joannes dagwerker 25 jaar (1817-14)

    JACOBS Joannes ° Schriek 1817.03.13 om 06.30 u. z Jacobs Jacobus ° Schriek landbouwer 27 jaar & Rymenams Theresia ° Schriek 23 jaar - getuigen : Rymenams Joannes landbouwer 26 jaar en Torfs Joannes dagwerker 23 jaar (1817-15)

    WOUTERS Franciscus ° Schriek 1817.04.17 om 01.30 u. z Wouters Judocus ° Werchter dagwerker 40 jaar & Machiels Theresia ° Werchter 30 jaar - getuigen : De Bie Gisbertus dagwerker 42 jaar en Kettermans Joannes dagwerker 45 jaar (1817-16)

    WOUTERS Theresia ° Schriek 1817.04.21 om 19 u. d Wouters Petrus ° Schriek winkelier 39 jaar & Van den Broeck Catharina ° Schriek 40 jaar - getuigen : Tielemans Ludovicus schrijnwerker 44 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar (1817-17)

    KETTERMANS Angelina ° Schriek 1817.04.30 om 04 u. d Kettermans Joannes ° Antwerpen dagwerker 40 jaar & Scheerens Philippina ° Schriek 41 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 25 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1817-18)

    GYSEMANS Maria ° Schriek 1817.05.02 om 16 u. d Gysemans Joannes Franciscus ° Keerbergen landbouwer 44 jaar & Van Craen Elisabeth ° Schriek 45 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 25 jaar en Geens Gommarus dagwerker 30 jaar (1817-19)

    MERTENS Maria ° Schriek 1817.06.18 om 01 u. d Mertens Henricus ° Schriek smid 33 jaar & Storms Joanna ° Schriek 34 jaar - getuigen : Storms Adrianus landbouwer 67 jaar en Nys Franciscus rademaker 25 jaar (1817-20)

    FEYAERTS Petrus ° Schriek 1817.06.21 om 18 u. z Feyaerts Joannes Franciscus ° Werchter dagwerker 33 jaar & Vincx Carolina ° Begijnendijk 34 jaar - getuigen : Rymenams Jacobus dagwerker 31 jaar en Van den Bosch Franciscus dagwerker 30 jaar (1817-21)

    VINCX Joanna ° Schriek 1817.07.14 om 05 u. d Vincx Franciscus ° Schriek landbouwer 30 jaar & Wyns Elisabeth ° Schriek 33 jaar - getuigen : Vincx Benedictus landbouwer 60 jaar en Vincx Jacobus landbouwer 41 jaar (1817-22)

    VAN NOTEN Theresia ° Schriek 1817.07.18 om 15 u. d Van Noten Henricus ° Heist-op-den-Berg landbouwer 38 jaar & Verbeeck Elisabeth ° Schriek 43 jaar - getuigen : Verbeeck Petrus landbouwer 30 jaar en Verstraeten Guilielmus landbouwer 40 jaar (1817-23)

    STROOBANTS Petrus ° Schriek 1817.07.26 om 16 u. z Stroobants Joannes Franciscus ° Herent blokmaker 25 jaar & Van Kriekinge Anna Maria ° Rotselaar 25 jaar - getuigen : Van den Broeck Franciscus dagwerker 45 jaar en Geens Gommarus dagwerker 34 jaar (1817-24)

    NYS Egidius ° Schriek 1817.08.07 om 23 u. z Nys Joannes ° Schriek dagwerker 25 jaar & Wouters Joanna ° Schriek 38 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 30 jaar en Geens Gommarus dagwerker 33 jaar (1817-25)

    VERBEECK Joanna ° Schriek 1817.08.12 om 21 u. d Verbeeck Joannes ° Heist-op-den-Berg dagwerker 32 jaar & Van Herck Lucia ° Schriek 30 jaar - getuigen : Scheerens Lambertus dagwerker 44 jaar en Nys Joannes dagwerker 30 jaar (1817-26)

    WOUTERS Theresia ° Schriek 1817.08.24 om 17 u. d Wouters Petrus ° Schriek landbouwer 32 jaar & Uytgeerts Petronella ° Schriek 24 jaar - getuigen : Eggers Antonius dagwerker 47 jaar en Goris Joannes dagwerker 26 jaar (1817-27)

    SERNEELS Joanna ° Schriek 1817.09.05 om 09 u. d Serneels Franciscus ° Beerzel dagwerker 24 jaar & Ceulemans Anna ° Schriek 37 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 26 jaar en De Roy Henricus dagwerker 40 jaar (1817-28)

    SCHEERENS Joannes ° Schriek 1817.09.11 om 05 u. z Scheerens Franciscus ° Schriek dagwerker 33 jaar & Scheerens Elisabeth ° Heist-op-den-Berg 28 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 30 jaar en Goris Joannes dagwerker 25 jaar (1817-29)

    VAN DEN BROECK Joannes Baptist ° Schriek 1817.09.16 om 01 u. z Van den Broeck Judocus ° Schriek dagwerker 28 jaar & De Winter Joanna ° Schriek 21 jaar - getuigen : Van den Broeck Joannes Baptist 35 jaar en De Winter Jacobus 44 jaar (1817-30)

    VAN DEN EYNDE Hieronymus ° Schriek 1817.10.30 om 09 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus ° Schriek winkelier 44 jaar & Van den Eynde Maria Josephina ° Herselt 33 jaar - getuigen : Storms Elico landbouwer 60 jaar en Torfs Joannes dagwerker 25 jaar (1817-31)

    VAN ROMPAEY Petrus ° Schriek 1817.10.05 om 21 u. z Van Rompaey Leonardus ° Schriek dagwerker 43 jaar & Van den Eynde Maria Theresia ° Schriek 44 jaar - getuigen : Van Rompaey Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 60 jaar (1817-32)

    DE HAES Petrus ° Schriek 1817.10.07 om 06 u. z De Haes Joannes ° Baal dagwerker 22 jaar & Van Meerbeeck Theresia ° Betekom 21 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1817-33)

    GEENS Joanna ° Schriek 1817.10.06 om 01 u. d Geens Gommarus ° Berlaar dagwerker 32 jaar & Liekens Theresia ° Heist-op-den-Berg 24 jaar - getuigen : Van Duvel Franciscus dagwerker 41 jaar en Vervloesem Guilielmus dagwerker 35 jaar (1817-34)

    SCHROEYENS Joanna ° Schriek 1817.10.13 om 14 u. d Schroeyens Petrus ° Putte landbouwer 40 jaar & Van Dessel Elisabeth ° Schriek 33 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1817-35)

    GOOSSENS Maria ° Schriek 1817.10.14 om 01 u. d Goossens Carolus ° Schriek beenhouwer 28 jaar & Van Noten Carolina ° Heist-op-den-Berg 25 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1817-36)

    STORMS Regina ° Schriek 1817.10.21 om 08 u. d Storms Joannes Baptist ° Schriek landbouwer 49 jaar & Claes Theresia ° Keerbergen 39 jaar - getuigen : Dom Joannes dagwerker 46 jaar en Torfs Joannes dagwerker 24 jaar (1817-37)

    DOM Joanna ° Schriek 1817.10.20 om 23 u. d Dom Joannes dagwerker 46 jaar & Bruylants Elisabeth dagwerkster 29 jaar woonde Schriekstraat - getuigen : Feyaerts Franciscus dagwerker 38 jaar en Reymenants Jacobus dagwerker 40 jaar (1817-38)

    HOLEMANS Joanna ° Schriek 1817.10.23 om 02 u. d Holemans Petrus ° Schriek dagwerker 61 jaar & Lens Catharina ° Heist-op-den-Berg 46 jaar - getuigen : Holemans Franciscus dagwerker 30 jaar en Verschooren Joannes Baptist dagwerker 54 jaar (1817-39)

    VERBEECK Antonius ° Schriek 1817.10.22 om 02 u. z Verbeeck Andreas ° Baal landbouwer 42 jaar & Calottens Joanna ° Putte 37 jaar - getuigen : Verbeeck Antonius dagwerker te Betekom 34 jaar en Goris Joannes dagwerker 25 jaar (1817-40)

    LENS Elisabeth ° Schriek 1817.11.05 om 17 u. d Lens Antonius ° Keerbergen landbouwer 38 jaar & Van den Broeck Anna ° Schriek 34 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 70 jaar (1817-41)

    VERSCHUEREN Antonius ° Schriek 1817.11.23 om 21 u. z Verschueren Adrianus ° Schriek landbouwer 45 jaar & Verbeeck Anna ° Schriek 40 jaar - getuigen : Verschueren Franciscus dagwerker 65 jaar en Verschueren Joannes Franciscus dagwerker 31 jaar (1817-42)

    VERHAEGEN Augustinus ° Schriek 1817.11.30 om 22 u. z Verhaegen Antonius ° Schriek dagwerker 39 jaar & Verschueren Anna ° Schriek 43 jaar - getuigen : Verschueren Franciscus dagwerker 65 jaar en Torfs Joannes dagwerker 29 jaar (1817-43)

    MEYLEMANS Angelina ° Schriek 1817.11.29 om 21 u. d Meylemans Franciscus ° Schriek landbouwer 36 jaar & Weyns Maria ° Schriek 23 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 70 jaar (1817-44)

    DE MEES Henricus ° Schriek 1818.01.22 om 08 u. z De Mees Michaël ° Keerbergen landbouwer 46 jaar & Goris Anna Maria ° Schriek 39 jaar - getuigen : De Cuyper Henricus landbouwer te O.L.V.-Waver 27 jaar en Stroobants Norbertus Guilielmus schoolmeester 22 jaar (1818-1)

    DE WEVER Theresia ° Schriek 1818.02.08 om 22 u. d De Wever Joannes Baptist ° Schriek landbouwer 40 jaar & Verschueren Petronella ° Schriek 30 jaar - getuigen : Verschueren Franciscus dagwerker 65 jaar en Nys Franciscus dagwerker 50 jaar (1818-2)

    VERVOORT Anna ° Schriek 1818.03.06 om 20 u. d Vervoort Joannes ° Keerbergen dagwerker 29 jaar & Budts Catharina ° Beerzel 30 jaar - getuigen : Budts Egidius dagwerker 25 jaar en Torfs Joannes dagwerker 26 jaar (1818-3)

    VAN DEN BROECK Petrus ° Schriek 1818.03.14 om 20 u. z Van den Broeck Augustinus ° Heist-op-den-Berg landbouwer 32 jaar & Brabants Joanna ° Keerbergen 30 jaar - getuigen : Op de Beeck Jacobus dagwerker 61 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1818-4)

    DE REYCK Petrus ° Schriek 1818.04.05 om 05 u. z De Reyck Guilielmus ° Schriek landbouwer 31 jaar & Van Craen Theresia ° Schriek 34 jaar - getuigen : Docx Petrus landbouwer te Booischot 48 jaar en Gyselincx Petrus dagwerker 53 jaar (1818-5)

    VAN REYMENAM Rosa ° Schriek 1818.04.28 om 03 u. d Van Reymenam Adrianus ° Schriek metselaar 44 jaar & Van den Brande Maria Catharina ° Schriek 44 jaar - getuigen : Op de Beeck Adrianus kuiper 25 jaar en Van den Eynde Elio dagwerker 33 jaar (1818-6)

    DE PRETER Joannes Baptist ° Schriek 1818.04.26 om 04 u. z De Preter Henricus ° Schriek veldwachter 33 jaar & Van Meel Maria ° Antwerpen 24 jaar - getuigen : Goris Joannes dagwerker 26 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1818-7)

    DE WINTER Elisabeth ° Schriek 1818.05.07 om 06 u. d De Winter Josephus ° Schriek dagwerker 32 jaar & Rymenams Maria ° Schriek 27 jaar - getuigen : De Preter Henricus boswachter 33 jaar en Torfs Joannes dagwerker 30 jaar (1818-8)

    GOOSSENS Theresia ° Schriek 1818.05.14 om 04 u. d Goossens Petrus ° Schriek landbouwer 39 jaar & De Reyck Joanna ° Heist-op-den-Berg 33 jaar - getuigen : Goossens Josephus dagwerker 83 jaar en Stroobants Norbertus schoolmeester 22 jaar (1818-9)

    GOOSSENS Petrus ° Schriek 1818.05.05 om 14 u. z Goossens Franciscus ° Schriek dagwerker 33 jaar & De Mees Joanna ° Schriek 40 jaar - getuigen : Goossens Egidius dagwerker te O.L.V.-Waver 41 jaar en Mortelmans Antonius dagwerker 62 jaar (1818-10)

    OP DE BEECK Anthonia ° Schriek 1818.06.14 om 02 u. d Op de Beeck Adrianus ° Schriek kuiper 25 jaar & Van Camp Angelina ° Keerbergen 25 jaar - getuigen : Storms Joannes landbouwer 34 jaar en Wyns Philippus landbouwer 35 jaar (1818-11)

    VAN DEN EYNDE Joanna ° Schriek 1818.06.25 om 22 u. d Van den Eynde Elico ° Schriek dagwerker 35 jaar & Van der Auwera Theresia ° Schriek 28 jaar - getuigen : Van den Eynde Joannes landbouwer te Keerbergen 38 jaar en Somers Wynandus smid 53 jaar (1818-12)

    DE WINTER Adrianus ° Schriek 1818.07.15 om 14 u. z De Winter Norbertus Franciscus ° Schriek kleermaker 21 jaar & Ceuls Petronella ° Schriek 23 jaar - getuigen : De Winter Matheus dagwerker 65 jaar en Gyselincx Joannes dagwerker 54 jaar (1818-13)

    HOES Catharina ° Schriek 1818.07.17 om 01 u. d Hoes Josephus ° Heist-op-den-Berg dagwerker 41 jaar & Lodewyckx Magdalena ° Schriek 23 jaar - getuigen : De Kok Franciscus dagwerker 42 jaar en Goossens Josephus dagwerker 20 jaar (1818-14)

    VAN DEN BOSCH Anna Catharina ° Schriek 1818.08.02 om 14 u. z Van den Bosch Franciscus ° Keerbergen dagwerker 25 jaar & Vermeulen Catharina ° Keerbergen 28 jaar - getuigen : Van den Bosch Joannes dagwerker te Keerbergen 23 jaar en Vermeulen Jacobus dagwerker te Keerbergen 40 jaar (1818-15)

    VEKEMANS Adrianus ° Schriek 1818.08.03 om 10 u. z Vekemans Joannes Baptist ° Heist-op-den-Berg landbouwer 37 jaar & Wouters Anna Maria ° Herselt 24 jaar - getuigen : Van Nuffel Petrus landbouwer 45 jaar en De Preter Petrus landbouwer 42 jaar (1818-16)

    DE PRETER Regina ° Schriek 1818.08.14 om 05 u. d De Preter Joannes Baptist ° Schriek dagwerker 27 jaar & Van den Bosch Joanna ° Heist-op-den-Berg 31 jaar - getuigen : Volkaerts Cornelius dagwerker 49 jaar en Verhaegen Joannes dagwerker 23 jaar (1818-17)

    VAN HIMBEECK Theresia ° Schriek 1818.08.15 om 09 u. d Van Himbeeck Guillielmus ° Schriek dagwerker 22 jaar & Bosmans Joanna ° Keerbergen 22 jaar - getuigen : Van Himbeeck Franciscus dagwerker 58 jaar en Liekens Petrus dagwerker 33 jaar (1818-18)

    VAN CRAEN Regina ° Schriek 1818.09.08 om 23 u. d Van Craen Joannes Baptist ° Schriek dagwerker 36 jaar & Laeremans Anna Catharina ° Herselt 37 jaar - getuigen : De Vries Joannes dagwerker 56 jaar en Rymenams Petrus dagwerker 61 jaar (1818-19)

    BOECKSTAENS Joannes Baptist ° Schriek 1818.09.09 om 01 u. z Boeckstaens Franciscus ° Schriek dagwerker 33 jaar & Torfs Maria ° Schriek 41 jaar - getuigen : Croonen Joannes Baptist wever 30 jaar en Budts Egidius landbouwer 25 jaar (1818-20)

    CEUPPENS Joanna ° Schriek 1818.09.18 om 13 u. d Ceuppens Joannes ° Schriek wever 47 jaar & Nys Joanna ° Werchter 37 jaar - getuigen : Boeckstaens Adrianus dagwerker 26 jaar en Lens Franciscus dagwerker 61 jaar (1818-21)

    JANSSENS Cornelius ° Schriek 1818.09.23 om 14.30 u. z Janssens Petrus ° Putte dagwerker 41 jaar & Goelen Petronella ° Schriek 42 jaar - getuigen : Ceulemans Cornelius dagwerker 22 jaar en Van Nuffel Petrus dagwerker 50 jaar (1818-22)

    HOLEMANS Maria ° Schriek 1818.09.23 om 23 u. d Holemans Joannes ° Schriek herbergier 42 jaar & Wyns Maria ° Mechelen 38 jaar - getuigen : Brabants Franciscus particulier 61 jaar en Mertens Henricus smid 36 jaar (1818-23)

    PEETERS Joannes Baptist ° Schriek 1818.09.27 om 19 u. z Peeters Joannes Baptist ° Schriek dagwerker 21 jaar & Gyselincx Anna ° Putte 20 jaar - getuigen : Peeters Andreas dagwerker 50 jaar en Liekens Joannes Baptist landbouwer 41 jaar (1818-24)

    VINCX Gisbertus ° Schriek 1818.10.12 om 08 u. z Vincx Joannes Baptist ° Schriek landbouwer 33 jaar & Van der Auwera Theresia ° Putte 22 jaar - getuigen : Vincx Gisbertus particulier 71 jaar en Brabants Franciscus particulier 66 jaar (1818-25)

    GOOVAERTS Adrianus ° Schriek 1818.10.14 om 02 u. z Goovaerts Josephus ° Heist-op-den-Berg dagwerker 39 jaar & Van den Broeck Anna ° Schriek 33 jaar - getuigen : Govaerts Franciscus dagwerker 55 jaar en Claes Adrianus dagwerker 28 jaar (1818-26)

    BULS Egidus ° Schriek 1818.10.22 om 01 u. z Buls Andreas ° Schriek dagwerker 53 jaar & Budts Joanna ° Beerzel 32 jaar - getuigen : Claes Egidus landbouwer 33 jaar en Liekens Jacobus dagwerker 45 jaar (1818-27)

    BRABANTS Franciscus ° Schriek 1818.10.22 om 06 u. z Brabants Petrus ° Keerbergen landbouwer 29 jaar & Wyns Elisabeth ° Schriek 28 jaar - getuigen : Wyns Philippus landbouwer 58 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 61 jaar (1818-28)

    VAN HOVE Maria ° Schriek 1818.10.27 om 21 u. d Van Hove Cornelius ° Schriek dagwerker 28 jaar & Docx Joanna ° Schriek 30 jaar - getuigen : Docx Joannes landbouwer 22 jaar en Van Nuffel Joannes dagwerker 39 jaar (1818-29)

    TRAETS Joannes Baptist ° Schriek 1818.10.30 om 05.30 u. z Traets Franciscus ° Schriek landbouwer 43 jaar & De Ryck Catharina ° Schriek 33 jaar - getuigen : Verschueren Adrianus dagwerker 45 jaar en Verhaegen Antonius dagwerker 41 jaar (1818-30)

    WUYBERGS Petrus ° Schriek 1818.10.28 om 15 u. z Wuybergs Franciscus ° Schriek dagwerker 34 jaar & Van Nuffelen Maria Theresia ° Baal 23 jaar - getuigen : Wuybergs Guilielmus dagwerker 72 jaar en Van den Broeck Joannes dagwerker 40 jaar (1818-31)

    LIEKENS Jacobus ° Schriek 1818.11.02 om 04 u. z Liekens Franciscus ° Baal landbouwer 34 jaar & Vincx Elisabeth ° Heist-op-den-Berg 30 jaar - getuigen : Op de Beeck Jacobus landbouwer te Putte 32 jaar en Gyselincx Joannes dagwerker 55 jaar (1818-32)

    NEYS Joanna ° Schriek 1818.11.04 om 05 u. d Neys Joannes Franciscus ° Schriek landbouwer 58 jaar & Goossens Maria ° Schriek 42 jaar - getuigen : Goossens Petrus dagwerker 45 jaar en Geens Gummarus dagwerker 32 jaar (1818-33)

    VAN DUVEL Elisabeth ° Schriek 1818.11.12 om 10 u. d Van Duvel Franciscus ° Putte dagwerker 41 jaar & Claes Theresia ° Schriek 38 jaar - getuigen : Swaelen Joannes dagwerker 26 jaar en Geens Gummarus dagwerker 35 jaar (1818-34)

    RYMENAMS Franciscus ° Schriek 1818.11.23 om 07 u. z Rymenams Jacobus ° Putte dagwerker 40 jaar & Claes Catharina ° O.L.V.-Waver 40 jaar - getuigen : Van den Bosch Franciscus dagwerker 25 jaar en Feyaerts Franciscus dagwerker 38 jaar (1818-35)

    COSTERS Petrus ° Schriek 1818.11.28 om 08 u. z Costers Cornelius ° Haacht dagwerker 28 jaar & Timmermans Petronella ° Muizen 37 jaar - getuigen : Torfs Joannes dagwerker 62 jaar en Torfs Antonius dagwerker 25 jaar (1818-36)

    VERVLOESEM Maria Anna ° Schriek 1818.11.30 om 04 u. d Vervloesem Guilielmus ° Schriek landbouwer 39 jaar & Swaelen Elisabeth ° Schriek 37 jaar - getuigen : Swaelen Joannes dagwerker 33 jaar en Van Duvel Franciscus dagwerker 41 jaar (1818-37)

    CREYNIERS Dympna ° Schriek 1818.12.04 om 04 u. d Creyniers Guilielmus ° Londerzeel dagwerker 33 jaar & De Peuter Catharina ° Heist-op-den-Berg 35 jaar - getuigen : De Peuter Petrus dienstbode te Beerzel 30 jaar en De Winter Josephus dagwerker 32 jaar (1818-38)

    MICHIELS Maria ° Schriek 1818.12.19 om 11 u. d Michiels Joannes ° Keerbergen dagwerker 40 jaar & Van de Vliet Maria Catharina ° Schriek 43 jaar - getuigen : Lens Antonius dagwerker 35 jaar en Kettermans Joannes dagwerker 45 jaar (1818-39)

    VERHAEGEN Henricus ° Schriek 1818.12.21 om 13 u. d Verhaegen Petrus ° Schriek dagwerker 45 jaar & Ceuls Anna ° Schriek 38 jaar - getuigen : De Bie Joannes dagwerker 35 jaar en Liekens Petrus dagwerker 33 jaar (1818-40)

    JACOBS Franciscus ° Schriek 1818.12.24 om 05 u. d Jacobs Jacobus ° Schriek landbouwer 27 jaar & Rymenams Theresia ° Schriek 25 jaar - getuigen : Verstraeten Franciscus dagwerker tot Beerzel 32 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 29 jaar (1818-41)

    VAN DE VLIET Maria ° Putte 1797.11.10 d Van de Vliet Henricus & Suetens Theresia (ontbrekende akte – rechtzetting Griffie Mechelen) (1818-41a)

    VAN DE VLIET Franciscus ° Schriek 1800.06.01 z Van de Vliet Henricus & Suetens Theresia (ontbrekende akte – rechtzetting Griffie Mechelen) (1818-41b)

    VAN DE VLIET Franciscus ° Schriek 1800.06.01 z Van de Vliet Henricus ° Putte landbouwer 50 jaar & Suetens Maria Theresia ° Heist-op-den-Berg 47 jaar - ingeschreven 1819.01.17 - getuigen : Van de Vliet Joannes dagwerker tot Putte 48 jaar en De Preter Petrus dagwerker tot Putte 55 jaar (1819-1)

    MARIËN Josephus ° Schriek 1819.01.17 om 07 u. z Mariën Theresia ° Schriek dagwerkster 26 jaar - aangifte Mariën Petrus dagwerker 57 jaar woonden Galgestraat - getuigen : Mariën Jacobus dagwerker tot Berlaar 29 jaar en Gyselincx Joannes dagwerker 55 jaar (1819-2)

    CUYPERS Michaël ° Schriek 1819.01.30 om 18 u. z Cuypers Henricus ° Putte dagwerker tot O.L.V.-Waver 29 jaar & De Mees Lucia ° Schriek 22 jaar - getuigen : De Mees Michaël dagwerker 47 jaar en De Preter Henricus veldwachter 30 jaar (1819-3)

    VAN DEN BROECK Andreas ° Schriek 1819.01.30 om 21 u. z Van den Broeck Joannes ° Heist-op-den-Berg dagwerker 39 jaar & Verhoeven Catharina ° Heist-op-den-Berg 42 jaar - getuigen : Van den Broeck Andreas landbouwer 23 jaar en De Preter Henricus veldwachter 34 jaar (1819-4)

    SCHEERENS Antonius ° Schriek 1819.02.04 z Scheerens Joannes ° Heist-op-den-Berg landbouwer 44 jaar & Van Tiggelen Magdalena ° Schriek 27 jaar - getuigen : Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar en Goossens Petrus landbouwer 45 jaar (1819-5)

    VERMEYLEN Elisabeth ° Schriek 1819.02.07 d Vermeylen Joannes Baptist ° Schriek herbergier 33 jaar & Helm Maria Helena ° Brussel 28 jaar - getuigen : Somers Wynandus smid 56 jaar en Wyns Philippus landbouwer 35 jaar (1819-6)

    DE CUYPER Michael ° Schriek 1819.02.09 z De Cuyper Henricus ° Putte dagwerker tot O.L.V.-Waver 27 jaar & De Mees Lucia ° Schriek 21 jaar - getuigen : De Mees Michael dagwerker 51 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-7)
    Zelfde personen als in akte (1819-3)

    LIEKENS Franciscus ° Schriek 1819.02.14 z Liekens Jacobus ° Schriek landbouwer 46 jaar & De Winter Anna ° Schriek 31 jaar - getuigen : Van den Broeck Franciscus dagwerker 30 jaar en Van den Broeck Joannes dagwerker 66 jaar (1819-8)

    VAN DEN BROECK Joannes Baptist ° Schriek 1819.02.27 z Meylemans Joanna ° Schriek landbouwster 32 jaar weduwe Van den Broeck Joannes Baptist woonde Schriekstraat - getuigen : Van den Broeck Melchior molenaar 25 jaar en Meylemans Joannes particulier 78 jaar aangifte door Lens Anna Maria 69 jaar (1819-9)

    DE ROYE Josephus ° Schriek 1819.03.02 z De Roye Henricus ° Keerbergen dagwerker 33 jaar & Vermeylen Elisabeth ° Keerbergen 29 jaar - getuigen : De Roye Egidius herbergier te Keerbergen 38 jaar en Van Tongelen Cornelius dagwerker 47 jaar (1819-10)

    VAN TONGELEN Joannes Baptist ° Schriek 1819.03.01 om 22 u. z Van Tongelen Cornelius ° Werchter dagwerker 47 jaar & Van Calsteren Catharina ° Schriek 46 jaar - getuigen : De Roye Henricus dagwerker 33 jaar en Van Tongelen Joannes Baptist smid te Werchter 27 jaar (1819-11)

    WEYNS Franciscus ° Schriek 1819.03.08 om 06 u. z Weyns Josephus ° Schriek landbouwer 32 jaar & Nysmans Maria ° Heist-op-den-Berg 19 jaar - getuigen : Nysmans Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 46 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-12)

    DE COSTER Maria ° Schriek 1819.03.28 om 09 u. d De Coster Joannes ° Schriek dagwerker 18 jaar & Scheerens Anna Catharina ° Heist-op-den-Berg dagwerkster 23 jaar woonde Hoogeheydestraat bij Scheerens Lambertus - getuigen : De Coster Joannes dagwerker 54 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-13)

    DE BIE Isabella ° Schriek 1819.04.02 om 04 u. d De Bie Gisbertus ° Schriek dagwerker 45 jaar & Holemans Anna Catharina ° Schriek 46 jaar - getuigen : Holemans Joannes Baptist dagwerker 25 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-14)

    DE BIE Petrus ° Schriek 1819.04.09 om 01 u. z De Bie Joannes ° Schriek dagwerker 53 jaar & Teurfs Theresia ° Schriek 32 jaar - getuigen : De Clyn Cornelius landbouwer 43 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-15)

    DE CLYN Theresia ° Schriek 1819.04.18 om 15 u. d De Clyn Cornelius ° Schriek landbouwer 43 jaar & Van Herck Joanna ° Keerbergen 40 jaar - getuigen : Claes Adrianus dagwerker 27 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-16)

    VERELST Elisabeth ° Schriek 1819.04.19 om 12 u. d Verelst Andreas ° Baal dagwerker te Baal 25 jaar & De Mees Joanna Catharina dagwerkster 20 jaar woonde Waitjensstraat bij De Mees Michaël - getuigen : De Mees Michaël dagwerker 50 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-17)

    HOLEMANS Theresia ° Schriek 1819.04.26 om 15 u. d Holemans Jacobus ° Schriek dagwerker 40 jaar & Van Caster Joanna Catharina ° Heist-op-den-Berg 31 jaar - getuigen : Holemans Joannes Baptist dagwerker 25 jaar en Schroyens Adrianus dagwerker 40 jaar (1819-18)

    VERSTREPEN Joannes Baptist ° Schriek 1819.05.04 om 18.30 u. z Verstrepen Joannes Franciscus ° Berlaar landbouwer te Berlaar 29 jaar & De Bie Lucia ° Schriek 20 jaar woonde bij De Bie Joannes - getuigen : De Bie Joannes dagwerker 55 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-19)

    MORTELMANS Henricus ° Schriek 1819.05.12 om 09 u. z Mortelmans Antonius ° Ranst dagwerker 66 jaar & Verbeeck Joanna ° Schriek 28 jaar - getuigen : De Roye Henricus schoenmaker te Beerzel 25 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-20)

    STORMS Francisca ° Schriek 1819.05.15 om 20 u. d Storms Joannes Baptist ° Schriek landbouwer 50 jaar & Claes Theresia ° Keerbergen 41 jaar - getuigen : Storms Antonius landbouwer 48 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 31 jaar (1819-21)

    WOUTERS Felix Josephus Franciscus ° Schriek 1819.05.15 om 16 u. z Wouters Petrus Josephus ° Zoerle-Parwijs dokter 41 jaar & Van den Abeelen Maria Theresia ° Werchter 28 jaar - getuigen : De Belder Joannes Franciscus particulier te Putte 64 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 31 jaar (1819-22)

    VERMYLEN Josephus Amandus ° Schriek 1819.05.25 om 11 u. z Vermylen Joannes Norbertus ° Keerbergen koopman en burgemeester 41 jaar & Wyns Isabella ° Schriek 39 jaar - getuigen : Wyns Philippus landbouwer 37 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-23)

    STROOBANTS Joannes Baptist ° Schriek 1819.06.02 om 19 u. z Stroobants Joannes Franciscus ° Herent blokmaker 26 jaar & Van Criekinge Anna Maria ° Rotselaar 26 jaar - getuigen : Stroobants Joannes Baptist blokmaker te Herent 58 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-24)

    VERBRUGGEN Joanna ° Schriek 1819.06.20 om 23 u. ten huize Van den Broeck Joannes in de Henkensstraat d Verbruggen Joannes Baptist ° Heist-op-den-Berg dienstbode te St.-Kat.-Waver 48 jaar & Van den Broeck Theresia ° Schriek 28 jaar - getuigen : Verhaegen Petrus dagwerker 48 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-25)

    ENGELS Antonius ° Schriek 1819.07.02 om 0.30 u. z Engels Adrianus ° Schriek landbouwer 53 jaar & De Hond Aldegondis ° Schriek 41 jaar - getuigen : Croonen Joannes landbouwer 55 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-26)

    CEULEMANS Egidius ° Schriek 1819.07.22 om 04 u. z Ceulemans Josephus ° Schriek landbouwer 33 jaar & Vets Maria ° Heist-op-den-Berg 26 jaar - getuigen : Croonen Joannes eerste schepen 54 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-27)

    CLAES Petronella ° Schriek 1819.07.26 om 19 u. d Claes Petrus ° Schriek dagwerker 33 jaar & Pelgrims Anna Maria ° Werchter 31 jaar - getuigen : Claes Ferdinandus dagwerker 88 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-28)

    GULDENTOPS Petrus ° Schriek 1819.07.31 om 12 u. z Guldentops Egidius ° O.L.V.-Waver landbouwer 38 jaar & Van den Brande Joanna ° Schriek 38 jaar - getuigen : Guldentops Petrus landbouwer te O.L.V.-Waver 60 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-29)

    VAN UFFEL Joanna ° Schriek 1799.07.15 d Van Uffel Petrus Franciscus ° Schriek dagwerker 47 jaar & Spruydt Joanna Maria ° Schriek 43 jaar - getuigen : Van de Vliet Joannes dagwerker te Putte 60 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-30) - ingeschreven 1819.08.02 te Schriek

    VAN UFFEL Joannes ° Schriek 1802.06.29 z Van Uffel Petrus Franciscus ° Schriek dagwerker 47 jaar & Spruydt Joanna Maria ° Schriek 43 jaar - getuigen : Van de Vliet Joannes dagwerker te Putte 60 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-31) - ingeschreven 1819.08.02 te Schriek

    VERBOOM Gommarus ° Schriek 1819.09.09 om 02 u. z Verboom Catharina ° Schriek dagwerkster 23 jaar woonde Hoogstraat - getuigen : De Preter Henricus veldwachter en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar - aangifte door Verboom Cornelius 66 jaar dagwerker (1819-32)

    VERSCHUEREN Ludovicus ° Schriek 1819.09.10 om 04 u. z Verschueren Joannes ° Oelegem dagwerker 35 jaar & Verstraeten Joanna ° O.L.V.-Waver 40 jaar - getuigen : De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 30 jaar (1819-33)

    VAN DEN VENNE Petrus Antonius ° Schriek 1819.09.11 om 18 u. z Van den Venne Petrus ° Mierlo dagwerker 44 jaar & Van Camp Anna Maria ° Keerbergen 41 jaar - getuigen : De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 31 jaar (1819-34)

    VAN LOOCK Jacobus ° Schriek 1819.09.26 om 01 u. z Van Loock Petrus ° Schriek dagwerker 43 jaar & Wouters Isabella ° Schriek 27 jaar - getuigen : De Preter Henricus veldwachter 34 jaar en Verlinden Josephus schoolmeester 31 jaar (1819-35)

    wordt vervolgd



    26-05-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    03-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdensakten BS 1807-1809

     BURGERLIJKE STAND - SCHRIEK 
    Overlijdensakten
    1807 -
    bewerkt door
    René Lambrechts

    VAN ROMPAEY Catharina † Schriek 1807.09.05 om 13 u. ° Werchter 76 jaar d Van Rompaey Joannes & Beullens Catharina - echtgenote Verbinnen Adrianus - aangifte 1807.09.05 door Verbinnen Adrianus landbouwer 75 jaar = man en Goovaerts Joannes strodekker 57 jaar = kennis (502b)

    EGGERS Joanna † Schriek 1807.09.16 ° Schriek 3 jaar d Eggers Adrianus & Van Tongelen Theresia - aangifte 1807.09.17 door Eggers Adrianus landbouwer 30 jaar = vader en Van Rymenam Adrianus landbouwer 37 jaar = buur (503a)

    EGGERS Carolina † Schriek 1807.09.18 ° Schriek 1 jaar 2 maand d Eggers Adrianus & Van Tongelen Theresia - aangifte 1807.09.19 door Eggers Adrianus landbouwer 30 jaar = vader en Van Rymenam Adrianus landbouwer 37 jaar = buur (503b)

    ECKERS Catharina † Schriek 1807.10.06 om 17 u. ° Schriek 73 jaar woonde Gommerijnstraat d Eckers Petrus & Ceuls Theresia - aangifte 1807.10.07 door De Cleyn Petrus landbouwer 53 jaar woonde Heist-op-den-Berg = zoon en De Cleyn Michaël landbouwer 37 jaar = zoon (504a)

    VERHAEGEN Anna † Schriek 1807.10.13 om 17 u. ° Schriek 74 jaar woonde Gommerijnstraat d Verhaegen Nicolaus & Van den Broeck Anna - weduwe Van den Broeck Judocus - aangifte 1807.10.14 door Van den Bosch Henricus landbouwer 52 jaar woonde Heist-op-den-Berg = schoonzoon en Serneels Philippus landbouwer 35 jaar = buur (504b)

    HUYGENS Joannes Baptist † Schriek 1807.10.16 om 09 u. ° Schriek 74 jaar woonde Gommerijnstraat d Huygens Joannes Baptist & Franckx Elisabeth - aangifte 1807.10.16 door Huygens Martinus kruidenier = zoon en Lambrechts Joannes Andreas rentenier 65 jaar = buur (505a)

    DE BIE Theresia † Schriek 1807.10.22 om 16.30 u. ° Heist-op-den-Berg 4 jaar d De Bie Joannes Baptist & Goris Joanna Catharina - aangifte 1807.10.23 door De Bie Joannes Baptist landbouwer 42 jaar = vader en De Meutter Guibertus onderwijzer 42 jaar = kennis (505b)

    DE BIE Isabella † Schriek 1807.10.19 ° Schriek 2 jaar 6 maand d De Bie Gisbertus & Holemans Catharina - aangifte 1807.10.23 door De Bie Gisbertus landbouwer 35 jaar = vader en Holemans Jacobus landbouwer 26 jaar (506a)

    GEERAERTS Hieronymus † Schriek 1807.11.07 om 05 u. ° Schriek 1 jaar woonde Cappelheyde z Geeraerts Franciscus & Storms Anna Maria - aangifte 1807.11.07 door Geeraerts Franciscus landbouwer 31 jaar = vader en Goovaerts Joannes strodekker 57 jaar = buur (506b)

    VAN LOY Joannes Baptist † Schriek 1807.12.01 ° Schriek 1 maand z Van Loy Catharina - aangifte 1807.12.02 door De Mees Joannes 37 jaar woonde Putte en De Meutter Guibertus onderwijzer 44 jaar (507a)

    VERSCHOOREN Catharina † Schriek 1807.12.14 om 12 u. ° Schriek 1 maand d Verschoren Joannes Baptist & Troosters Catharina - aangifte 1807.12.14 door Verschoren Joannes Baptist landbouwer 42 jaar = vader en Verschoren Joannes landbouwer 40 jaar = oom (507b)

    SPRUYT Isabella † Schriek 1808.01.04 om 05 u. ° Schriek 3 jaar d Spruyt Petrus & Van Hove Maria - aangifte 1808.01.04 door Spruyt Petrus landbouwer 34 jaar = vader en Bogaerts Franciscus landbouwer 23 jaar = buur (620b)

    NYS Franciscus † Schriek 1808.01.04 om 11.30 u. ° Schriek 2 jaar 9 maand z Nys Petrus Franciscus & Van Craen Catharina landbouwers woonden Hoogeheyde - aangifte 1808.01.05 door Van Craen Joannes Baptist landbouwer 26 jaar = buur en Van Craen Petrus landbouwer 72 jaar = buur (621a)

    SCHEERENS Jacobus † Schriek 1808.01.04 om 13.30 u. ° Schriek 6 dagen z Scheerens Joannes & Van Loock Elisabeth landbouwers woonden Klijn Brabant - aangifte 1808.01.05 door Van Craen Joannes Baptist landbouwer 26 jaar = buur en Van Craen Petrus landbouwer 72 jaar = buur (621b)

    VAN DE VLIET Joannes (= Gisbertus) † Schriek 1808.01.18 om 06 u. ° Schriek 4 dagen z Van de Vliet Joannes & Van Noten Maria woonden Grootloostraet - aangifte 1808.01.19 door Van de Vliet Joannes schoenmaker 30 jaar = vader en Verschoren Franciscus landbouwer 21 jaar = buur (622a)

    WOUTERS Joanna † Schriek 1808.01.18 om 20 u. ° Schriek 7 jaar z Wouters Egidius & Heremans Anna Maria woonden Masheydestraet - aangifte 1808.01.19 door Wouters Egidius landbouwer 30 jaar = vader en De Ryck Guilielmus landbouwer 42 jaar = buur (622b)

    WOUTERS Joannes Baptist † Schriek 1808.01.21 om 15 u. ° Schriek kruidenier 68 jaar woonde Schriek-centrum z Wouters Egidius & De Ryck Elisabeth - weduwnaar Eggers Anna - aangifte 1808.01.22 door De Cuyper Petrus landbouwer 33 jaar = schoonzoon en Wouters Franciscus kruidenier te Werchter 40 jaar = zoon (623a)

    COLFS Amandus † Schriek 1808.01.28 om 00 u. ° Schriek 6 dagen z Colfs Joannes Baptist & Van den Borne Maria Catharina - aangifte 1808.01.28 door Colfs Joannes Baptist verver 45 jaar = vader en De Meutter Guibertus onderwijzer 44 jaar = kennis (623b)

    VAN NUFFEL Anna † Schriek 1808.02.20 om 08 u. ° Putte spinster 75 jaar woonde Gommerijnstraat d Van Nuffel NN & … - weduwe Bruyndonckx Petrus - aangifte 1808.02.20 door Van Heymbeeck Henricus landbouwer 33 jaar = schoonzoon en De Meutter Guibertus onderwijzer 44 jaar = kennis (624a)

    DE GROODT Joannes Baptist † Schriek 1808.02.19 om 23.30 u. ° Schriek schoenmaker 22 jaar z De Groodt Joannes Baptist & Van Oosterwyck Joanna - aangifte 1808.02.20 door De Groodt Joannes Baptist schoenmaker 62 jaar = vader en De Meutter Guibertus onderwijzer 44 jaar = buur (624b)

    RAEYMAECKERS Joannes Baptist † Schriek 1808.02.27 om 05 u. ° Schriek 17 dagen z Raeymaeckers Joannes Baptist & Scherens Maria Anna - aangifte 1808.02.27 door Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 57 jaar = vader en Goossens Petrus landbouwer 37 jaar = buur (625a)

    WENDERICKX Theresia † Schriek 1808.02.28 om 09 u. ° Baal landbouwster 78 jaar woonde Hoogstraat d Wenderickx Joannes & Bruynseels Elisabeth - aangifte 1808.02.29 door Vercasteren Joannes expert 77 jaar = man en Storms Adrianus landbouwer 44 jaar = buur (625b)

    EGGERS Joannes † Schriek 1808.03.06 om 21 u. ° Schriek landbouwer 69 jaar woonde Schriekstraat z Eggers Adrianus & Nys Maria - echtgenoot Gyselinckx Philippina landbouwster - aangifte 1808.03.07 door Claes Joannes Franciscus landbouwer 36 jaar = schoonzoon en Mylemans Joannes landbouwer 65 jaar = buur (626a)

    VAN EEDE Franciscus † Schriek 1808.03.10 om 11.30 u. ° Schriek 13 maand 4 dagen woonde Gasseheydestraat z Van Eede Egidius & De Winter Catharina - aangifte 1808.03.10 door Van Eede Egidius handwerker en landbouwer 33 jaar = vader en Van Hoof Cornelius dagloner 28 jaar = buur (626b)

    RYMENAMS Theresia † Schriek 1808.03.22 om 08 u. ° Schriek 1 jaar d Rymenams Joannes & Buls Maria - aangifte 1808.03.22 door Rymenams Joannes landbouwer 38 jaar = vader en Van Camp Adrianus landbouwer 58 jaar = buur (628a)

    CEULEMANS Joanna † Schriek 1808.03.23 om 14 u. ° Schriek 2 jaar d Ceulemans Adrianus & De Peuter Philippina kleermakers - aangifte 1808.03.24 door Van Nuffel Egidius landbouwer 29 jaar = buur en Van Hoof Cornelius landbouwer 27 jaar = buur woonden Gasseheyde (628b)

    WOUTERS Guilielmus † Schriek 1808.03.25 om 14.30 u. ° Schriek 48 jaar landbouwer woonde Klijn Brabant bij Scherens Adrianus z Wouters Joannes & Goovaerts Joanna - aangifte 1808.03.26 door Scherens Adrianus landbouwer 69 jaar = schoonbroer en De Preter Livinus bakker 58 jaar = kennis (629a)

    OP DE BEECK Cornelius † Schriek 1808.03.28 om 22 u. ° Putte 84 jaar 7 maanden woonde Schriekstraat z Op de Beeck Guilielmus & Janssens Anna - weduwnaar Verhaeghen Catharina - echtgenoot De Ryck Joanna - aangifte 1808.03.29 door Op de Beeck Joannes landbouwer 52 jaar = zoon en Op de Beeck Henricus landbouwer 47 jaar = zoon woonden Putte (629b)

    DE PEUTER Cornelius † Schriek 1808.03.29 om 20.30 u. ° Keerbergen landbouwer 74 jaar woonde Wuitjensstraat z De Peuter Adrianus & Lontie Maria - echtgenoot Van Poeyer Maria - aangifte 1808.03.30 door Vermylen Joannes Baptist landbouwer 36 jaar = buur en De Peuter Franciscus landbouwer 23 jaar = zoon (630a)

    VAN DEN EYNDE Cornelius (= Joannes Franciscus) † Schriek 1808.04.03 om 04.30 u. ° O.L.V.-Waver dagloner 54 jaar woonde Grootloostraet z Van den Eynde Franciscus & Marien Gommara - echtgenoot Theys Elisabeth - aangifte 1808.04.03 door Verhaegen Joannes landbouwer 51 jaar woonde Werchter = buur en Van den Brande Joannes wever 59 jaar = buur (630b)

    WUYBERGS Elisabeth † Schriek 1808.04.06 om 02 u. ° Schriek spinster 68 jaar overleden bij Wuybergs Guilielmus in de Trommelstraat d Wuybergs Petrus & De Haes Maria - weduwe Janssens Michaël - aangifte 1808.04.06 door Janssens Petrus wever 32 jaar woonde Booischot = zoon en Nys Petrus landbouwer 40 jaar = buur (631a)

    CEULEMANS Bernardus † Schriek 1808.04.06 om 12 u. ° Heist-op-den-Berg dagloner 56 jaar woonde Wuitjensstraat z Ceulemans Adrianus & De Roy Anna - echtgenoot Bruyndoncx Elisabeth - aangifte 1808.04.06 door Vermylen Joannes Baptist landbouwer 36 jaar = buur en De Clyn Michael landbouwer 37 jaar = buur (631b)

    CLAES Franciscus † Schriek 1808.04.07 om 06 u. ° Schriek 5 jaar woonde Gommerijnstraat z Claes Joannes & Van Lier Joanna - aangifte 1808.04.07 door Claes Joannes landbouwer 51 jaar = vader en Buls Andreas landbouwer 42 jaar = buur (632a)

    BULS Nicolaes † Schriek 1808.04.12 om 05 u. ° Schriek landbouwer 77 jaar woonde Quadeheydestraat z Buls Joannes & Rymenams Maria - weduwnaar Nys Isabella (= Barbara) - aangifte 1808.04.12 door Rymenams Joannes landbouwer 37 jaar = schoonzoon en Schroyens Adrianus landbouwer 30 jaar = buur (632b)

    CEUPPENS Egidius † Schriek 1808.04.13 om 01 u. ° Putte wever 71 jaar woonde Gasseheydestraat z Ceuppens Egidius (=Joannes) & Wauters Petronella - echtgenoot De Meyer Elisabeth - aangifte 1808.04.13 door Ceuppens Franciscus landbouwer 32 jaar woonde Baal = zoon en Ceuppens Joannes Baptist wever 35 jaar = zoon (633a)

    VAN VLASSELAER Joanna † Schriek 1808.04.14 om 03.30 u. ° Schriek 6 jaar woonde Quadeheydestraat d Van Vlasselaer Antonius & De Wever Catharina landbouwers - aangifte 1808.04.14 door Melis Guilielmus landbouwer 23 jaar = buur en Van Rompaey Franciscus landbouwer 24 jaar = buur (633b)

    VAN DEN BRANDE Petrus † Schriek 1808.04.22 om 21.30 u. ° Schriek wever 64 jaar woonde Langstraat d Van den Brande Adrianus & Claes Theresia - aangifte 1808.04.23 door Van den Brande Joannes wever 63 jaar = broer en De Ryck Joannes landbouwer 55 jaar = buur (634a)

    VERHAEGEN Joanna † Schriek 1808.05.10 om 13 u. ° Schriek landbouwster 21 jaar overleden bij haar moeder in de Wuitjensstraat d Verhaegen Joannes & Scheerens Catharina - echtgenote Op de Beeck Joannes - aangifte 1808.05.11 door Op de Beeck Joannes landbouwer 25 jaar = man en Vermylen Joannes Baptist landbouwer 37 jaar = buur (634b)

    VAN RYMENAM Elisabeth † Schriek 1808.05.17 om 22 u. ° Schriek landbouwster 20 jaar overleden bij haar vader in de Dorpstraat d Van Rymenam Martinus & De Cock Anna Catharina - aangifte 1808.05.18 door Van Rymenam Martinus metser 67 jaar = vader en Van Rymenam Franciscus landbouwer 34 jaar = broer (635a)

    NIS Joannes † Lille 1808.03.19 ° Schriek gevangene 20 jaar (z Nys Egidius & De Ryck Anna Catharina) (635b) NIET IN KERKARCHIEF

    FEYAERTS Barbara † Schriek 1808.07.11 om 05 u. ° Schriek 1 jaar 4 maand d Feyaerts Joannes Franciscus & Scheirens Catharina - aangifte 1808.07.11 door Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 30 jaar = vader en De Vries Joannes landbouwer 46 jaar = buur (637a)

    VERBOOM Franciscus † Putte 1808.07.17 om 17 u. gevonden in het Grashey-ven en begraven te Putte op 18 juli - ° Schriek dagloner 18 jaar z Verboom Cornelius & Bruyndonckx Anna Catharina dagloners – ingeschreven op 1808.08.08 (637b) NIET IN KERKARCHIEF van Schriek of Putte

    NAEGELS Joannes Baptist † Schriek 1808.08.08 om 03.30 u. ° Schriek 10 maand z Naegels Henricus & Boeckstaens Maria - aangifte 1808.08.08 door Naegels Henricus landbouwer 29 jaar = vader en Beullens Antonius landbouwer 34 jaar woonde Heist-op-den-Berg = buur (638a)

    MEURRENS (MARIËN) Joanna † Schriek 1808.08.20 om 02 u. ° O.L.V.-Waver landbouwster 46 jaar woonde Gommerijnstraat d Meurrens Joannes & Van den Eynde Adriana - echtgenote Van den Broeck Henricus - aangifte 1808.08.20 door Van den Broeck Henricus landbouwer 48 jaar = man en De Cuyper Egidius landbouwer 65 jaar woonde Heist-op-den-Berg = buur (638b)

    VERBEECK Maria † Schriek 1808.08.24 om 07 u. ° Rijmenam landbouwster 68 jaar woonde Langstraat d Verbeeck Joannes & Doms N. - echtgenote Verbeeck Petrus - aangifte 1808.08.25 door Verbeeck Petrus landbouwer 70 jaar = man en Verschueren Adrianus landbouwer 35 jaar = schoonzoon (639a)

    EGGERS Maria † Schriek 1808.09.11 om 12 u. ° Schriek 10 jaar woonden Cappelheyde d Eggers Adrianus & Van Tongelen Theresia - aangifte 1808.09.12 door Eggers Adrianus landbouwer 34 jaar = vader en Geens Joannes Franciscus landbouwer 63 jaar = buur (639b)

    VAN ROMPAEY Maria Catharina † Schriek 1808.10.06 om 06.30 u. 6 jaar overleden in de woning van haar moeder d Van Rompaey Petrus & Verschueren Maria - aangifte 1808.10.06 door Verschueren Franciscus kleermaker 26 jaar = oom en Liekens Egidius landbouwer 37 jaar = buur (640a)

    HUYBRECHTS Catharina † Schriek 1808.11.12 om 08 u. ° Schriek 3 jaar 6 maand d Huybrechts Franciscus & Franqui Margarita Josephina - aangifte 1808.11.13 door Huybrechts Franciscus dagloner 46 jaar = vader en Op de Beeck Jacobus landbouwer 49 jaar = buur (640b)

    VAN HOOF Maria † Schriek 1808.11.27 om 10 u. ° Schriek 6 maand d Van Hoof Petrus & Heremans Joanna - aangifte 1808.11.28 door Van Hoof Petrus wever 32 jaar = vader en Puttemans Joannes landbouwer 23 jaar = buur (641a)

    VAN DEN BROECK Adrianus † Schriek 1808.12.09 om 10 u. ° Schriek 4 maand z Van den Broeck Henricus & Meurens Joanna - aangifte 1808.12.09 door Van den Broeck Henricus landbouwer 46 jaar = vader en Van den Broeck Franciscus landbouwer 49 jaar = buur (641b)

    VAN RYMENAM Theodorus † Schriek 1808.12.26 om 10.30 u. ° Schriek 5 weken z Van Rymenam Adrianus & Van den Brande Maria Catharina - aangifte 1808.12.27 door Van Rymenam Adrianus landbouwer 35 jaar = vader en Wyns Petrus kuiper 26 jaar = buur (642a)

    CLAES Joannes † Schriek 1809.01.01 om 07 u. ° Schriek 49 jaar woonde Gommerijnstraat z Claes Adrianus & Janssens Maria - echtgenoot Van Lier Joanna - aangifte 1809.01.01 door Van Herck Joannes Baptist landbouwer 43 jaar = buur en Serneels Petrus landbouwer 40 jaar = buur (1809-1)

    VAN NUFFEL Josephus † Schriek 1809.01.01 om 08 u. ° Schriek 19 dagen woonde Gommerijnstraat z Van Nuffel Petrus & Spruyt Maria - aangifte 1809.01.01 door Van Nuffel Petrus landbouwer 46 jaar = vader en Ceuls Elico dagwerker 60 jaar = vriend (1809-2)

    CLAES Joannes † Schriek 1809.01.12 om 07 u. ° Heist-op-den-Berg 78 jaar z Claes Franciscus & NN - weduwnaar Budts Maria - aangifte 1809.01.13 door Van Dessel Adrianus landbouwer 60 jaar = schoonzoon en Scheerens Lambertus landbouwer 37 jaar = buur (1809-3)

    VERBEECK Elisabeth † Schriek 1809.02.07 om 17.30 u. ° Schriek 14 jaar woonde Dorpstraat d Verbeeck Guilielmus & Ceulemans Theresia - aangifte 1809.02.07 door Verbeeck Guilielmus mandenmaker 42 jaar = vader en Geens Joannes landbouwer 63 jaar = vriend (1809-4)

    OP DE BEECK Franciscus † Schriek 1809.02.11 om 10.30 u. ° Schriek 2 jaar 5 maand z Op de Beeck Andreas & Calottens Joanna - aangifte 1809.02.11 door Op de Beeck Andreas landbouwer 36 jaar = vader en Gysemans Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 24 jaar = buur (1809-5)

    VAN CASTEREN Judocus † Schriek 1809.02.11 om 10.30 u. ° Schriek 1 jaar 10 maand z Van Casteren Petrus & Huybrechts Catharina - aangifte 1809.02.12 door Van Casteren Petrus kuiper 40 jaar = vader en Boeckstaens Franciscus landbouwer 23 jaar = buur (1809-6)

    VAN DEN BOSCH Joannes Baptist † Schriek 1809.02.19 om 21 u. ° Schriek 9 maand z Van den Bosch Joannes & Van den Broeck Joanna - aangifte 1809.02.20 door Van den Bosch Joannes landbouwer 60 jaar = vader en Liekens Egidius landbouwer 37 jaar = buur (1809-7)

    DE RYCK Joanna † Schriek 1809.02.20 om 01 u. ° Schriek 6 maand d De Ryck Joannes Baptist & Van Herck Maria Anna - aangifte 1809.02.21 door Van Casteren Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 26 jaar = buur en De Ryck Joannes Baptist landbouwer 48 jaar = vader (1809-8)

    VAN EYKEN Anna Maria † Schriek 1809.03.04 om 06 u. ° Werchter 62 jaar landbouwster woonde Langstraat d Van Eyken Guilielmus & Van Gorp Elisabeth - weduwe Denkens Franciscus - aangifte 1809.03.04 door Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 31 jaar = buur en Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 58 jaar = buur (1809-9)

    VAN DEN BROUCK Franciscus † Saint Quentin 1808.12.14 om 21 u. ° Schriek 24 jaar – ingeschreven in de registers te Schriek op 1809.03.31 (1809-10)

    VAN HERCK Maria † Schriek 1809.04.02 om 18 u. ° Schriek 3 dagen d Van Herck Adrianus & Goris Joanna Maria - aangifte 1809.04.03 door Van Herck Adrianus landbouwer 48 jaar = vader en Van Herck Joannes Baptist landbouwer 55 jaar = oom (1809-11)

    VAN DEN BROECK Joanna † Schriek 1809.04.26 om 05 u. ° Schriek 40 jaar landbouwster woonde Wuitjensstraat d Van den Broeck Judocus & Verhaegen Anna - echtgenote Van den Bosch Joannes - aangifte 1809.04.26 door Van den Bosch Joannes landbouwer 60 jaar = echtgenoot en Gysemans Henricus landbouwer 38 jaar = buur (1809-12)

    DOMS Michaël † Schriek 1809.04.28 om 18 u. ° Schriek 78 jaar dagwerker woonde Leuvensebaan z Doms Gerardus & Ceulemans Catharina - weduwnaar Vervoort Joanna - aangifte 1809.04.29 door Doms Guilielmus landbouwer te Mechelen 24 jaar = zoon en Geens Joannes Franciscus landbouwer 64 jaar = buur (1809-13)

    VERMYLEN Rosa † Schriek 1809.04.28 om 23 u. ° Schriek 14 maand d Vermylen Guilielmus & Engels Anna Maria - aangifte 1809.04.29 door Vermylen Guilielmus landbouwer 35 jaar = vader en Wauters Judocus landbouwer 31 jaar = buur (1809-14)

    VAN TIGGELEN Joanna † Schriek 1809.05.16 om 03 u. ° Schriek 24 jaar landbouwster d Van Tiggelen Joannes Baptist & Wauters Anna Maria - aangifte 1809.05.16 door Van Tiggelen Joannes Baptist landbouwer 65 jaar = vader en Eggers Adrianus landbouwer 35 jaar = buur (1809-15)

    DE CLYN Egidius † Schriek 1809.05.17 om 05 u. ° Heist-op-den-Berg 24 jaar landbouwer woonde Soetstraet z De Clyn Petrus & Somers Elisabeth - echtgenoot Adams Theresia - aangifte 1809.05.17 door De Clyn Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 54 jaar = vader en Van Woensel Joannes landbouwer te Heist-op-den-Berg 60 jaar = buur (1809-16)

    VERHAEGEN Theresia † Schriek 1809.06.01 om 08 u. ° Schriek 8 dagen d Verhaegen Petrus & Ceuls Anna - aangifte 1809.06.01 door Verhaegen Petrus landbouwer 36 jaar = vader en Liekens Jacobus landbouwer 36 jaar = buur (1809-17)

    VAN DEN BROECK Anna † Schriek 1809.05.29 om 11 u. ° Schriek 7 jaar woonde Trommelstraat d Van den Broeck Joannes Baptist & Verschueren Joanna - aangifte 1809.06.03 door Van den Broeck Joannes Baptist landbouwer 30 jaar = vader en De Wever Joannes Baptist landbouwer 30 jaar = buur (1809-18)

    GEERAERTS Theresia † Schriek 1809.05.08 om 19 u. ° Schriek 10 maand d Geeraerts Franciscus & Storms Maria - aangifte 1809.05.09 door Geeraerts Franciscus landbouwer 33 jaar = vader en Geeraerts Adrianus landbouwer 34 jaar = oom (1809-19)

    VAN LOOCK Anna Maria † Schriek 1809.06.21 om 23.30 u. ° Schriek 55 jaar landbouwster d Van Loock Cornelius & Ciers Theresia - echtgenote Ceuls Elia - aangifte 1809.06.22 door Ceuls Elia landbouwer 58 jaar = echtgenoot en Van der Auwera Guilielmus schoenmaker 37 jaar = buur (1809-20)

    SCHEERS Adrianus † Antwerpen 1809.06.29 om 05 u. ° Schriek 20 jaar soldaat z Scheers Petrus & Goris Maria - ingeschreven in de registers te Schriek op 1809.07.05 (1809-21)

    DE CLYN Philippus † Schriek 1809.07.23 ° Schriek 5 maand z De Clyn Cornelius & Van Herck Joanna - aangifte 1809.07.24 door De Clyn Cornelius landbouwer 32 jaar = vader en Truyts Franciscus landbouwer 32 jaar = buur (1809-22)

    VERBRUGGEN Elisabeth † Schriek 1809.08.02 om 08 u. ° Weerd 62 jaar d Verbruggen Joannes & Noebels Christina - weduwe Verweust Joannes - aangifte 1809.08.02 door Van Rompaey Franciscus metselaar 46 jaar = echtgenoot en Van Herck Joannes Baptist metselaar 32 jaar = buur (1809-23)

    VERSCHUEREN Adrianus † Schriek 1809.08.12 om 05 u. ° Schriek 14 dagen z Verschueren Franciscus & Verhaegen Elisabeth - aangifte 1809.08.12 door Verschueren Franciscus kleermaker 27 jaar = vader en Wauters Egidius timmerman 26 jaar = buur (1809-24)

    DE MEES Petrus † Schriek 1809.08.21 om 09.30 u. 5 jaar woonde Dorpstraat z De Mees Adrianus & Huybrechts Joanna - aangifte 1809.08.21 door De Mees Adrianus barbier 54 jaar = vader en Somers Wynandus veldwachter 47 jaar = buur (1809-25)

    SCHROEYENS Carolus † Schriek 1809.08.30 om 18.30 u. 21 jaar landbouwer woonde Bredestraat z Schroeyens Adrianus & Van Camp Anna Maria - aangifte 1809.08.30 door Schroeyens Adrianus landbouwer 44 jaar = broer en Schroyens Franciscus landbouwer te Keerbergen 38 jaar = broer (1809-26)

    ENGELS Petrus † Schriek 1809.09.17 om 01 u. ongehuwd 38 jaar landbouwer woonde Schriekstraat z Engels Martinus & Lambrechts Elisabeth - aangifte 1809.09.17 door Engels Adrianus landbouwer 43 jaar = broer en Engels Joannes Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 48 jaar = broer (1809-27)

    WAUTERS Adrianus † Schriek 1809.09.20 om 10 u. 7 dagen z Wauters Adrianus Franciscus & Caers Theresia - aangifte 1809.09.20 door Wauters Adrianus Franciscus landbouwer 35 jaar = vader en Geerts Joannes landbouwer 26 jaar = buur (1809-28)

    WAUTERS Joannes Baptist † Schriek 1809.09.21 om 07 u. ° Schriek 8 dagen z Wauters Adrianus Franciscus & Caers Theresia - aangifte 1809.09.21 door Wauters Adrianus Franciscus landbouwer 35 jaar = vader en Geerts Joannes landbouwer 26 jaar = buur (1809-29)

    VAN DESSEL Petrus † Schriek 1809.09.25 om 20 u. ° Schriek 14 dagen z Van Dessel Petrus & Goossens Anna Maria Theresia - aangifte 1809.09.26 door Van Dessel Petrus landbouwer 54 jaar = vader en Geens Joannes landbouwer 64 jaar = vriend (1809-30)

    VAN DEN BRANDE Regina † Schriek 1809.10.05 om 05 u. ° Schriek 20 dagen d Van den Brande Joannes & De Clyn Elisabeth - aangifte 1809.10.06 door Van den Brande Joannes herbergier 30 jaar = vader en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar = buur (1809-31)

    VERHOEVEN Judocus † Schriek 1809.11.09 om 01 u. ° Schriek landbouwer 48 jaar woonde Schriekstraat z Verhoeven Franciscus & Somers Maria - echtgenoot Nys Joanna - aangifte 1809.11.10 door Verhoeven Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 50 jaar = broer en Verhoeven Franciscus landbouwer 80 jaar = vader (1809-32)

    SPRUYT Petrus † Schriek 1809.11.11 om 17 u. ° Schriek 6 dagen z Spruyt Petrus & Van Hove Maria - aangifte 1809.11.11 door Spruyt Petrus landbouwer 40 jaar = vader en Ceuppens Joannes wever 40 jaar = oom (1809-33)

    GORIS Joanna † Schriek 1809.11.21 om 03 u. ° Schriek landbouwster 59 jaar woonde Hentjensstraat d Goris Joannes & Tubbacx Catharina - echtgenoot De Winter Petrus - aangifte 1809.11.21 door De Winter Petrus landbouwer 60 jaar = echtgenoot en De Winter Joannes Antonius landbouwer te Booischot 32 jaar = zoon (1809-34)

    VAN CRAEN Petrus † Schriek 1809.12.03 om 17 u. ° Schriek 6 maand z Van Craen Joannes Baptist & Laeremans Anna Catharina - aangifte 1809.12.03 door Van Craen Joannes Baptist landbouwer 26 jaar = vader en Van Dessel Joannes landbouwer 61 jaar = buur (1809-35)

    VINCX Elisabeth † Schriek 1809.12.05 om 00 u. ° Begijnendijk landbouwster 76 jaar woonde Slootstraat d Vincx Petrus & Everaerts Maria - weduwe Goris Franciscus en Ceuppens Joannes - aangifte 1809.12.05 door Goris Franciscus landbouwer 38 jaar = zoon en Scheerens Joannes Baptist landbouwer 33 jaar = buur (1809-36)

    DE VRIES Lucia † Schriek 1809.12.17 om 22.30 u. ° Schriek landbouwster 73 jaar woonde Waetjensstraat d De Vries Marcus & Geens Elisabeth - weduwe Goris Adrianus - aangifte 1809.12.18 door De Bie Joannes landbouwer 45 jaar = schoonzoon en Goris Petrus Franciscus koopman 39 jaar = zoon (1809-37)

    VAN DEN BOSCH Petrus † Schriek 1809.12.22 om 04 u. ° Heist-op-den-Berg 2 jaar woonde Wuitjensstraat z Van den Bosch Egidius & Verbeeck Anna - aangifte 1809.12.22 door Van den Bosch Egidius dagwerker 30 jaar = vader en Liekens Egidius landbouwer 39 jaar = buur (1809-38)

    VAN DESSEL Adrianus † Schriek 1800.09.30 echtgenoot Melis Catharina - ingeschreven 1810.01.10 (1809-39)

    VAN DEN BOSCH Theresia † Schriek 1810.01.19 om 07 u. ° Schriek 1 maand d Van den Bosch Egidius & Verbeeck Anna - aangifte 1810.01.19 door Van den Bosch Joannes landbouwer 62 jaar = buur en Liekens Egidius landbouwer 38 jaar = buur (1810-1)

    VERCALSTEREN Joannes † Schriek 1810.01.30 om 06.30 u. ° Schriek expert 80 jaar woonde Hoogstraat z Vercalsteren Cornelius & Van der Auwermolen Joanna - echtgenoot Wonderikx Theresia - aangifte 1810.01.30 door Vercalsteren Petrus expert te Booischot 48 jaar = zoon en Geluyckens Joannes Baptist bakker te Rijmenam 41 jaar = schoonzoon (1810-2)

    VAN CRAEN Theresia † Schriek 1810.02.07 om 11 u. ° Putte 8 jaar d Van Craen Adrianus & Roelants Anna Catharina - aangifte 1810.02.07 door Van Craen Adrianus landbouwer 39 jaar = vader en De Ryck Guilielmus landbouwer 24 jaar = oom (1810-3)

    VAN VLASSELAER Joannes Baptist † Schriek 1810.02.11 om 03 u. ° Schriek landbouwer ongehuwd 67 jaar z Van Vlasselaer Joannes & Verbinnen Elisabeth - aangifte 1810.02.11 door Torfs Cornelius kleermaker 63 jaar = schoonbroer en Wauters Henricus landbouwer 34 jaar = buur (1810-4)

    WOUTERS Joanna Maria † Schriek 1810.02.17 om 18.15 u. ° Schriek landbouwster 59 jaar woonde Dorpstraat d Wouters Judocus & Liekens Anna - echtgenote Verbeeck Antonius - aangifte 1810.02.18 door Verbeeck Antonius landbouwer 64 jaar = man en Verbeeck Petrus landbouwer 27 jaar = zoon (1810-5)

    VERCALSTEREN Theresia † Schriek 1810.02.21 om 05.30 u. ° Schriek landbouwster ongehuwd 44 jaar d Vercalsteren Joannes & Wanderikx Theresia - aangifte 1810.02.21 door Vercalsteren Petrus expert te Booischot 48 jaar = broer en Geluyckens Joannes Baptist bakker te Rijmenam 41 jaar = neef (1810-6)

    VAN DER AUWERA Cornelius † Metz 1810.01.27 om 17 u. ° Schriek 24 jaar militair (1810-7) NIET IN KERKARCHIEF

    DE CLYN Catharina † Schriek 1810.03.10 om 04 u. ° Schriek landbouwster 51 jaar woonde Gommerijnstraat d De Clyn Judocus & Eckers Catharina - echtgenote Van Herck Joannes Baptist - aangifte 1810.03.10 door Van Herck Joannes Baptist landbouwer 56 jaar = man en De Clyn Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 55 jaar = broer (1810-8)

    BRUYLANTS Joannes Baptist † Gent 1810.03.07 om 13 u. ° Rossum dagwerker 70 jaar woonde te Schriek z Bruylants Joannes Franciscus & Ver… Elisabeth - echtgenoot Rymenants Joanna Maria (1810-9) NIET IN KERKARCHIEF

    VERSTRAETEN Joannes † Schriek 1810.04.14 om 06 u. ° Heist-op-den-Berg landbouwer 76 jaar woonde Wuitjensstraat z Verstraeten Nicolaus & Lens Joanna - weduwnaar Van Noten Elisabeth - echtgenoot Mommens Maria - echtgenote Van Herck Joannes Baptist - aangifte 1810.04.14 door Van Herck Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 48 jaar = schoonzoon en Vermylen Joannes Baptist landbouwer 38 jaar = buur (1810-10)

    wordt vervolgd



    03-05-2014, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!