SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 09de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Overlijdensakten BS 1895-
  • Huwelijksakten BS 1916
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Huwelijksakten BS 1911-1915
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-1894
  • Pv-WO I Itegem
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    26-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek anno 1900 (5)

    Geschiedkundige aantekeningen door E.H.Truyts.
    Deel 5

    II.
    GESCHIEDENIS

    1. Naam en oorsprong der parochie.
      1. Haar naam is op verschillige wijzen geschreven geweest. In de instellingsbrieven wordt zij geschreven Schriecke ; in andere stukken Schrick, Schriek : nu schrijft men Schrieck. Aangaande haren oorsprong is te bemerken dat de kerk ten tijde der oprichting der parochie reeds bestond, zooals schijnt te blijken uit de oprichtingsbrieven. Het is te denken dat dit deel der parochianen van Beerzel welk langs den zuidenkant woonde, zeer verwijderd zijnde van hunne parochiekerk, een verzoekschrift zullen ingediend hebben aan zijne Hoogw. Mgr.Philippus bisschop van Kamerijk (20) om de oprichting der reeds bestaande kerk als parochiekerk te bekomen. Ten gevolge van hetzelve zullen de zeer eerw. Heer Henricus, deken van H.Rumoldus te Mechelen en broeder Joannes de Marle, monik der abdij van den H.Bernardus voor zijne Hoogweerdigheid met een onderzoek gelast geweest zijn. Het verslag over hun onderzoek is in het jaar 1309 (feria IV infra Octavam Pascha) (21) aan zijne Hoogweerdigheid gezonden geweest en door brieven gegeven te Brussel den 2e Zondag na H.Drijvuldigheidsfeest (22) van hetzelfde jaar door den zeer eerw Heer Joannes de Monasterio bijzondere zaakgelastigde van zijne Hoogweerdigheid is het gunstig verslag van het onderzoek goedgekeurd en de parochie opgericht geweest.

    2. Tot welk bisdom behoorde de parochie : a) vóór 1559 ; b) sedert dien tijd tot op het einde der XVIII eeuw ? –Van welke dekenij ( of kerkelijke provincie ) maakte zij achtereenvolgens deel uit vóór 1559, van 1559 tot op het einde der XVIII eeuw, en in de XIX eeuw ?
    Was zij vroegertijds afhankelijk van eene abdij, van een kapittel, van eene hoogeschool, enz., of, wie was er de persona of de beschermer van ? – Werd de parochie door wereldlijke priesters of door kloosterlingen bediend ? ( Tot welke orde of vereeniging en tot welk huis behoorden die ? )
      2. Voor 1559 behoorde de parochie tot het bisdom van Kamerijk, zooals blijkt uit de instellingsbrieven, sedert dien zoo ik denk tot het bisdom Mechelen.De instellingsbrieven melden dat de zeer eerw. Heer Deken van Mechelen gelast geweest is met het onderzoek nopens de inrichting der parochie. Beersel zal dus deel gemaakt hebben van die dekenij. Te beginnen van 1309 tot 1564 blijft er ons in de archieven geen enkel stuk over. De doopregisters beginnen van 1651 en de doopakten van dan af tot 1779 zijn niet onderteekend en maken ook geene melding van dekanale visieten.(23) Het is dus onmogelijk van daarin te kunnen vinden tot welke dekenij zij behoorde. Uit de nrs van het inventaris 98, 1657 ; 139, 1701 ; 189, 1745 ; 228, 1773 ; 230, 1774 ; 247, 1786 ,blijkt dat zij deel maakte van de dekenij Mechelen ten West, en in het begin der XIX eeuw maakte zij deel van de dekenij Lier, Sinds 1873 van die van Heyst op den Berg. (24)
    De parochie is altijd door wereldlijke priesters bediend geweest. Patronatus spectat ad personam de Heyst, qui cum incorporatus sit archipresbyteratui cathedralis Antverpiensis eo jure utitur idem archipresbyter (Van Gestel). (25)

    3. Werd de parochie wellicht onderverdeeld vroegertijds of op onze dagen : of ontstond zij zelve uit de onderverdeeling van eene andere parochie ?
      3. De parochie is ontstaan uit de onderverdeeling met Beersel.

    4. Grenzen van vroeger.
      4. Nopens de grenzen der parochie van vroeger leest men in de instellingsbrieven : ipsum locum limitavimus : secundum quod antiquum fossatum de extendit, ad quem spectabut nihilominus quodam terra ibidem jaceus vocata theutonice “Berthout meer” pront se extendit circumquaque.
    Ik weet niet wat hier moet verstaan worden door dit antiquum fossatum tenzij de kleine rivier hier genoemd de Raam en die op de laatste kaarten voorkomt onder de naam van Raambeek. Zij loopt in de meeren gelegen Zuid-Oost en deze zullen waarschijnlijk dit Berthouts meer geweest zijn waarvan in de brieven gesproken wordt en die nu onder Bael zijn. Heeft deze rivier de grenzen der parochie langs dien kant gesteld dan moet zij ook langs dienzelfden kant merkelijk verkleind geweest zijn. De moeilijkheid bestaat van in te weten, hoe er dit deel zou bijgekomen zijn dat buiten de Raambeek valt en als met eenen tip in Tremeloo schiet. Dit kan ik noch vinden, noch uitleggen. Volgens nr 183 der arch. had de zeer eerw. Heer van Deutegem deken van Aerschot in het begin der 17e eeuw aan den E.H.Pastoor van Schrieck vijf huizen afgestaan. Deze sedert de nieuwe grensscheiding van het jaar 1807 maken nu deel van Bael. Ik heb nergens gevonden dat er eenige verandering aan de grenzen langs andere kanten zou gebracht geweest zijn.

    5. Bevolking der parochie op de verschillende tijdstippen waarover gij zekere en betrouwbare inlichtingen bezit.
      5. Het is onmogelijk van inlichtingen te geven nopens de bevolking der parochie gedurende de vijf eerste eeuwen van haar bestaan.
    In de oorkonden der kerk bestaan er geene statistieken van, en die der gemeente welke betrek op dien tijd hadden zijn afgehaald. Dezelve moet in het begin zeer klein geweest zijn aangezien de oudste doopregister dien wij hebben beginnende met het jaar 1604, voor hetzelfde jaar maar 12 doopen meldt. Volgens de nog bestaande statistieken op het gemeentehuis beliep zij in 1826 op 1514, in 1830 op 1535, in 1840 op 1566, in 1850 op 1852, in 1860 op 1820, in 1870 op 1864, in 1880 op 1889, in 1890 op 2014 en in 1900 op 2272.

    6. Kapelanijen of Beneficiën in de parochiale kerk gesticht. Datum en doel der stichting, naam des stichters ( met zijne levensbeschrijving, zoo dit mogelijk is ).
    Zoekt de stukken der stichting op, en schrijft er nauwkeurig den tekst van over, althans wat de belangrijkste deelen betreft.
    In geval de stichting te niet is, geve men daarvan den datum en de oorzaak op.
      6. In het jaar 1714 heeft Mevrouw Van Grootendael, lijftochtenares van den heer Hieronymus Zéty in de kerk een beneficie gesticht tot levensstand van eenen onderpastoor in dezes voegen : zie arch.
    De goederen waarvan spraak is in dit stuk (zie kaart : Koudhalzenhof) (26) zijn later verkocht en het geld gedeeltelijk uitgezet geweest op de Staten van Vlaanderen (500gld.) en op de gemeente (500 gld.). Deze renten zijn door het Fransch Staatsbestuur afgeschaft geweest. Het overige was uitgezet bij verschillige partikulieren waarvan er nog twee overblijven : eene van 180 en eene van 125 guldens. De kerk gebruikmakende van het besluit van 7 Jan.1834, heeft dezelve aangeslagen en het is voor die som van 305 gld. Dat in den staat der fondatiën opgemaakt in 1887 acht gelezene missen gebracht geweest zijn. Verdere inlichtingen nopens de voorgenoemde stichteres zijn in de oorkonden niet te vinden.

    (20) Philip van Marigny, bisschop van Kamerijk van 22.01.1306 tot 29.10.1309.
    (21) De datering van oude documenten is niet zo eenvoudig als op het eerste zicht zou lijken, daar men in deze oorkonden veelal gebruik maakt van kerkelijke feestdagen, welke dan meestal nog op variabele tijdstippen vallen zoals bv. Pasen. Om de juiste data te bepalen moeten we dus kennis hebben van de verschillende kalenders welke in de loop der tijden werden gebruikt. Aan de grondslag ligt de Joodse kalender, die steunt op de cyclus van de maan, nl. 29,5 dagen. Zij telden jaarlijks twaalf maanden van 29 of 30 dagen, beginnend bij de nieuwe maan die het dichts bij het begin van de lente ligt. Om de seizoenen een beetje op eenzelfde tijdstip van een zonnejaar te laten vallen, werd er soms een dertiende maand toegevoegd. Op de 15 van deze eerste maand, dus met volle maan, vierden de Joden hun Pascha of Pecha feest, de exodus uit Egypte. In onze westerse en christelijk geïnspireerde beschaving is het Paasfeest, de herdenking van Jezus verrijzenis. Historisch viel deze gebeurtenis samen met het Joodse Pascha, dus gaan de katholieken hun paasfeest vieren op de dag juist na de eerste volle maan in de lente. Maar de Romeinen, en later ook wij, gebruikten een zonnekalender van 12 maanden, 52 weken, 365 dagen met om de vier jaar een schrikkeldag. Deze kalender noemen we de Juliaanse kalender, naar de invoerder ervan : Julius Caesar. Tijdens het Concilie van Nicaea (Turkije) in 325 wordt Pasen officieel geplaatst op de eerste zondag (om niet samen te vallen met het Joodse Pascha op zaterdag) na de dag van de eerste volle maan, op of na de eerste dag van de lente. Het is monnik Dionysius Exiguus, die in 525 de eerste berekeningsmethode van Pasen en tegelijkertijd de start van onze jaartelling invoerde gebruikmakend van de Juliaanse kalender. Voor 525 zijn dus alle data vatbaar voor discussie. In de 16e eeuw vond paus Gregorius XIII de tijd rijp om de Juliaanse kalender aan te passen want er was ongeveer een verschil van 10 dagen met het echte zonnejaar opgetreden. Dus werd in 1582 van donderdag 4 oktober overgeschakeld op vrijdag 15 oktober. Tevens werd de schrikkeldag van 1700, 1800, 1900,… afgeschaft, maar die van 1600, 2000, … bleven behouden. De Gregoriaanse kalender was een feit, en wordt heden door ons nog steeds gebruikt. Dus dateert dit verslag van 2 april 1309 want Pasen viel dat jaar op zondag 30 maart 1309 (Juliaanse kalender)
    Wat blijkt nu : Truyts spreekt van de vierde vrije dag in het octaaf van Pasen, daar waar en in de brief van de pastoor van Aartselaar, en in de copia van het document sprake is van de zesde dag, dus 4 april 1309 (Juliaanse kalender).
    (22) 2e zondag na Drievuldigheid = 3e zondag na Pinksteren, dus 10 weken na Pasen of 8 juni 1309 (Juliaanse kalender). Indien we op dezelfde datum, nl. de 3e zondag na Sinksen 2009 willen vieren zal het dus 21 juni worden.
    (23) De doop-,huwelijk- en overlijdensregisters waarvan E.H.Truyts spreekt zijn de door pastoor Raeymaeckers en zijn onderpastoor Petrus Van Elst overgeschreven registers, omdat de originele registers door de Fransen zijn opgeeist. Ze bevinden zich nu in het kerkarchief onder het nummer 1. De originele boeken worden bewaard op het Rijksarchief te Beveren. Het doopregister begint in het jaar 1604. Dit zou dus betekenen dat Raeymaeckers en Van Elst net niet op tijd gelukt zijn in hun opzet, namelijk alle registers overschrijven voor ze deze moesten inleveren aan de Fransen.
    (24) De oudste kerkelijke indeling voor België, Nederland en Noord-Frankrijk kende zes bisdommen, te weten : Atrecht, Doornik, Kamerijk, Luik, Terenburg en Utrecht. Na de totale verwoesting van de stad Terenburg, verdwijnt ook het bisdom van de kaart in 1553. Deze bisdommen waren onderhorig aan twee grote metropolitaanse kerken, namelijk Reims en Keulen. Onze parochie hoorde thuis bij het bisdom Kamerijk en de metropool van Reims, Heist daarentegen resorteerde onder Luik en Keulen.
    Op 12 mei 1559 hertekende de toenmalige paus Paulus IV in zijn apostolische bul “ Super Universas “ het kerkelijk landschap. Voor onze streken kwamen er drie metropolen of aartsbisdommen : Mechelen, Kamerijk en Utrecht, met onder Mechelen de bisdommen Antwerpen, Brugge, Gent, Ieper, Roermond en ’s Hertogenbosch. Onze parochie maakte deel uit van het aartsbisdom Mechelen, dekenaat Mechelen ten West. Heist viel onder bisdom Antwerpen.
    Sinds 1789 werden er door de Franse soldaten kerken en kloosters gesloten, bestolen en vernietigd, bisdommen en dekanaten afgeschaft, geestelijken vervolgd en werd begin 1801 een lelijke streep getrokken door de kerkelijke structuren. Pas 29 november 1801 bereikte Paus Pius VII een overeenkomst met Napoléon welke op 8 april 1802 van kracht werd. Het Aartsbisdom Mechelen werd heropgericht samen met de bisdommen Aken, Doornik, Gent, Luik, Mainz, Namen en Trier. Geen spoor meer van Brugge ( heropgericht in 1827 ), Ieper ( bij Gent gevoegd ) en Antwerpen ( bij Mechelen gevoegd ). Ook de dekenaten werden hertekend. Voor onze parochie betekende dat de overgang naar het dekenaat Lier ( bestaande uit de kantons Lier, Duffel en Heist-op-den-Berg ). Voor het eerst in de geschiedenis maken Heist en Schriek deel uit van eenzelfde kerkelijke structuur.
    Wijlen kardinaal Dechamps zou op 30 maart 1873 het aantal dekenaten in ons bisdom van 7 naar 17 optrekken, dit tengevolge van het steeds groeiende aantal parochies in die tijd. Onze parochie resorteerde vanaf dat moment onder het dekenaat Heist-op-den-Berg, wat ongeveer overeenkomt met de grenzen van Groot-Heist en Groot-Putte nu. Het telde destijds slechts acht parochies, te weten : Sint-Jan Baptist Schriek, Sint-Guibertus Itegem, Sint-Jan Baptist Wiekevorst, Sint-Lambertus Heist-op-den-Berg, O.L.Vrouw van Bijstand Hallaar, Sint-Salvator Booischot, Sint-Nicolaus Putte en Sint-Remigius Beerzel. De oppervlakte bleef ongewijzigd, maar het aantal parochies groeide zienderogen. Zo werden achtereenvolgens opgericht : Sint-Alphonsus Heist-Goor ( 04.09.1873 ), O.L.Vrouw en Sint-Jozef Pijpelheide ( 14.10.1875 ), Sint-Gerardus Majella Grasheide ( 09.09.1905 ), H. Naam Jezus Grootlo ( 16.05.1906 ), H. Hart van Jezus Heist-Station ( 13.07.1914 ) en O.L.V. Koningin van de Vrede Heist-Zonderschot ( 19.04.1954 ).
    Wanneer uiteindelijk Johannes XXIII op 8 december 1961 in zijn bul “ Christi Ecclesia “ het bisdom Antwerpen heroprichtte, en het dekenaat Heist-op-den-Berg hieronder resorteerde, verliet onze parochie na meer dan 400 jaar het aartsbisdom Mechelen. Het nieuwe bisdom telde bij aanvang in 1961 slechts 271 parochies en 24 kapelanijen, gegroepeerd in 18 dekenaten. Deze structuur groeide uit tot een geheel van 300 parochies en 10 kapelanijen, gegroepeerd in 32 dekenaten en 3 streken.
    Door de fusies van gemeenten met de eventuele grenscorrecties tot gevolg, diende men ook in ons dekenaat op 1 januari 1977 een aanpassing door te voeren. Het gehucht Peulis, voorheen een deel van Rijmenam, werd overgeheveld naar Groot-Putte. Dit had voor gevolg dat nu ook de parochie Sint-Jozef Peulis ( gesticht op 15.04.1889 ) als vijftiende parochie van ons dekenaat deel uitmaakte.
    Eind 20e, begin 21e eeuw drong zich een nieuwe kerkelijke structuur op. In elke parochie werd er een parochieteam in het leven geroepen met als doel : de wereldlijke taken van de priesters zoveel mogelijk overnemen, zodat de pastoor zich uitsluitend met zijn opdracht van zielenherder kon bezig houden. Hiervoor deed men een beroep op een zestal mensen, zowel mannen als vrouwen. Ook op het gebied van de kerkfabrieken werden, door nieuwe wetten van de Vlaamse Regering, nieuwe structuren in het leven geroepen. Het grote gebrek aan priesters leidde tot nieuwe structuren binnen het bisdom. Vooreerst werden er federaties opgericht. Dat is een groep burenparochies die intens zullen moeten samenwerken, wil men het parochiële leven in de toekomst kunnen blijven verzorgen. Wij maken samen met de parochies van Beerzel, Putte, Grasheide, Grootlo en Peulis deel uit van de Federatie Putte. Met ingang van 1 januari 2005 werden de 48 federaties verdeeld over 5 nieuwe dekenaten. Onze federatie Putte maakt nu dus samen met 12 andere federaties deel uit van de nieuwe dekenij Rupel-Nete. Dit zijn niet minder dan 72 parochies en 1 kapelanij. (zie kaart bisdom Antwerpen 2005 )
    Let even op de tekening van onze federatie : het is alsof een deel van Schriek + Grootlo geen deel uitmaken van de federatie Putte.
    (25) Volgens Van Gestel, die zich waarschijnlijk steunt op “ Le grand theatre Sacré du Duché de Brabant “ van J. Le Roy uit 1734 zou Heist het personaat van Schriek hebben gehad.
    (26) Deze kaart heb ik tot op heden nog niet kunnen terugvinden.

     DEEL 6



    26-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (3)
    25-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek anno 1900 (6)

    Geschiedkundige aantekeningen door E.H.Truyts.
    Deel 6

    7. Bestaan er nog of bestonden er vroegertijds geestelijke stichtingen in kapellen die van de kerk afgescheiden zijn, of in de kapel van een kasteel ( beneficium castrale ) ?
    Stukken en staat dezer stichtingen. Wanneer en hoe zijn ze verdwenen, die, welke thans niet meer bestaan ?
      7. De E.H.Onderpastoor was gelast met den kleinen onderhoud der kapel van Grootloo.
    Te dien einde, alsook voor zijn eigen bestaan had hij behalve den offer die jaarlijks rond de 30 gulden beliep :1e den intrest der renten in vorig antwoord vermeld ; 2e eenen cijns van 12 gulden bezet op een huis van den heer Baron voor het ontvangen van eenen eerw.Pater Minderbroeder op den feestdag van den H.Naam ; 3e eenen cijns van 2 gulden en 2 stuivers van een huis dat gebouwd was op een goed gelegen rond de kapel, genoemd het “Kapellehof” ; 4e eenen cijns van 2 gld. en 2 stuivers van een huis dat gebouwd was op een hoekske land even toebehoorende aan de kapel ; 5e de opbrengst der boomen staande rond de kapel ; 6e van den eerw. Heer Pastoor jaarlijks 120 gulden ; 7e van de gemeente 30 gulden ; 8e van de kerk 15 gulden. In het jaar 1821 zijn de boomen staande rond de kapel verkocht geweest, de opbrengst beliep 188 gld. welke som is aangeslagen geweest door de gemeente even als de andere voorgestelde goederen die alsdan verkocht geweest zijn. Nu heeft de familie Goossens een deel van het voorgemelde Kapellehof teruggekocht. De lijst der voorgemelde goederen en cijnsen is opgemaakt geweest in het jaar 1787 door den E.H.Adriaan Snoeckx alsdan pastoor. In hetzelfde stuk leest men : Proviseurs ofte collateurs den President van het Seminarie tot Mechelen en den deken van het distrikt van Mechelen ten Westen, moeten die vergeven naar hun goeddunken, daarover eerst gehoord zijn de den Pastoor, alzoo spreekt de fondatie selfs. De eerste verhuring van dit goed in de arch. vermeld is van het jaar 1662.

    8. Andere weldoeners in vroegere en latere tijden. Giften van kerkmeubels en – vensters. Door wie geschonken ?
      8. In het jaar 1662 hadden de gemeentes van Schrieck en Grootloo van zekere Jufvrouw Catharina de Cleyn eene som geleend van 21000 gld.(In het verslag eener zitting van den gemeenteraad gehouden den 9 Sept.1819 leest men 22000)
    Na verloop van 55 jaren hebben de overheden dezer gemeentes in de onmogelijkheid zijnde, niet alleen van ooit zulk kapitaal te kunnen afleggen, maar ook van de achterstallige intresten te kunnen voldoen die van tot eene gezamentlijke som van 42000 gulden beliepen het geluk gehad de hiernagemelde overeenkomst te kunnen sluiten ; met de liefdadige erfgenamen der Jufvrouw De Cleyn. Bij deze was bepaald dat de schuldeischers zich zouden vergenoegen met eene som van 7000 gulden op voorwaarde dat de gemeentes zich zouden gelasten met het doen celebreren der missen en jaargetijden in de volgende akten vermeld.

    9. Broederschappen en gilden vroeger en nu. Hun oorsprong en hunne geschiedenis. Zijn hunne eereteekens nog heden bewaard ? Zoo ja, waar berusten die ? Plaatselijke gebruiken ter gelegenheid van sommige patroonfeesten of vergaderingen der leden.
      9. 1) (26)
          2) In het testament van den E.H.Carolus Lardinoy pastoor van Schrieck (1731-1771) leest men het volgende : Comende bij Eerw.Heere testateur, tot de dispositie van alle zijne resteerende mobilaire effecten ende constante penningen alsoock obligatien ende gesaemelijk al hetgene hij hiere van God verkregen heeft ende bezittende is, allen ’t selve laet maekt hij aen de taefele van den armen van Schrieck ende Grootloo, zoo nogthans dat sijne wille is dat alle jaeren de arme kinderen die hunnen eerste communie sullen doen wonende tot Schrieck ende Grootloo, zullen behoorelijk in staat gesteld worden om behoorelijk hunne eerste communie te doen (met last voor het armbestuur van een jaargetij te doen celebreeren voor den erflater).
          3) In het jaar 1839, 1 Juli heeft de E.H. Benedictus Kerselaers onderpastoor te O.L.V.Waver de inzichten kennende van zijnen overleden broeder de E.H. Carolus Kerselaers, onderpastoor te Schrieck (1837) aan het armbestuur eene som geschonken van 2000 fr met last van jaarlijks onder het octaaf der Geloovige Zielen te doen celebreeren 6 gezongen missen en loven tot lafenis der geloovige zielen.
          4) In het jaar 1847, 1 Juli heeft jufvrouw Catharina Rymenants bij testament aan het armbestuur eene som gemaakt van 4000 fr met last van jaarlijks onder het Octaaf van het Allerheiligste Sacrament ter harer intentie te doen celebreeren zes gezongen missen.
          5) In het jaar 1855, 20 October, heeft Philippus Claes bij testament aan de kerk gemaakt twee perceeltjes land gelegen onder Keerbergen, met last van jaarlijks te doen celebreeren 7 jaargetijden, vier voor hem, erflater, twee voor zijne ouders, een voor zijnen broeder Pieter.
          6) In het jaar 1858, 12 October heeft de heer Graaf Philippus van der Stegen de Schrieck door notariëlen akt aan het armbestuur afgestaan : 1e een perceel bouwland, 2e een perceel dennenbosch, 3e eene rent in kapitaal van 453,51 fr ; van het inkomen dezer goederen moet het derde deel aan het kerkfabriek afgestaan worden met last voor deze van jaarlijks te doen celebreeren een plechtig jaargetijde voor den gever en zijne afgestorvene familieleden.
          7) In het jaar 1875 heeft de E.H. Joannes Andreas Van Ourshagen alsdan priester te Schrieck gekocht ten prijze van omtrent 5000 fr twee stukjes bouwgrond en een stuk bouwland gelegen in het dorp en aan de kerk geschonken. Deze goederen waren beschreven geweest op den naam van den E.H. C.Vermylen pastoor alhier en door dezen bij testament aan de kerk gemaakt.
          8) In het jaar 1873 heeft de E.H. Carolus Vermylen aan het armbestuur gemaakt door testament een perceel land gelegen onder Heyst op den Berg met last van eene jaargetijde op zijnen sterfdag en eene uitdeeling van brood aan de armen.
          9) In het jaar 1879 heeft de liefdadige Mevr.We.Goossens-Rymenants op haren grond en op hare onkosten gebouwd twee schoon schoollokalen. Later heeft een liefdadige werkman genoemd Joannes Baptist Boexstaens uit eigen beweging eene som geschonken van 2000 fr voor het bouwen van een derde lokaal voor de bewaarschool.
         10) In het jaar 1882 heeft Mej.de Gravin Julia Van der Stegen geschonken eenen kruisweg geschilderd op doek en ingezet in eiken lijsten. De prijs beliep gezamentlijk 2152 fr.
         11) In het jaar 1891 hebben Mr Engelbert Goossens en zijne zuster Josephina de kapel van Grootloo hersteld, in het jaar 1894 hebben zij dezelve vergroot en er eenen toren bij gebouwd.
         11bis) In het jaar 1898 hebben de Jufvrouwen Ida en Maria Van den Eynde twee groote ramen in geschilderd en kathedraalglas geschonken. Zij hebben gekost 1500 fr. (27)
         12) Er bestond vroeger maar een broederschap, te weten dit van den H.Antonius.(28) Voor het jaar 1710 had Mevr.Fr. van Grootendael den autaar van den H.Antonius geschonken met het inzicht van de oprichting te vragen van een broederschap ter eere van den heiligen (zie antw. Op vraag 6 geschiedenis). Door brieven gegeven te Rome den 7 Juni 1710 heeft Z.H.de Paus Clemens XI het te oprichten broederschap met de volgende aflaten verrijkt : 1e een volle aflaat op den dag der inschrijving, 2e een volle aflaat in het stervensuur, 3e een volle aflaat op den bijzondersten feestdag, dag te stellen door den Aartsbisschop, 4e eenen aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen op vier min bijzondere feestdagen, insgelijks door den Aartsbisschop vast te stellen, 5e eenige gedeeltelijke aflaten vastgehecht aan sommige godvruchtige oefeningen. Door brieven gegeven te Brussel den 9 Augustus 1710 is het broederschap opgericht geweest door zijne Hoogw. Humbertus Guilielmus a Praecipiano (29) aartsbisschop van Mechelen en de feestdagen gesteld als volgt : de 2e Zondag van September als bijzonderste ; de feestdagen van O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis, Lichtmis, O.L.V.Boodschap en O.L.V.Hemelvaart als min bijzondere. Volgens de regels van dit broederschap betalen de leden geen jaargeld doch elk lid is verzocht eene offergift te doen volgens goeddunken op den dag zijner inschrijving en ook jaarlijks. De eerste beschermer is geweest de Heer Christijn, Ridder, de eerste beschermster Mevr.Fr. van Grootendael. Dit broederschap heeft sedert dien altijd bestaan. Het groot getal der ingeschrevenen, het godvruchtig vieren der feestdagen, de jaarlijksche offergiften getuigen van den eeredienst der parochianen voor dien grooten heiligen. In het jaar 1890 ter gelegenheid eener missie gepredikt door de eerw.Paters Minderbroeders, is het broederschap op eene bijzondere wijze aanbevolen geweest, 400 nieuwe leden hebben zich laten inschrijven en sedert dien is het wederom in vollen bloei.
    Behalve dit broederschap zijn in de kerk nog wettig opgericht de volgende :
        1e Het broederschap der gedurige aanbidding opgericht door zijne Eminentie den Cardinaal Sterckx.
        2e Het broederschap van O.L.V Onbevlekte Ontvangenis verbonden met het aartsbroederschap van O.L.V van Hanswijck opgericht door zijne Eminentie den Cardinaal Sterckx den 16 Juli 1856, op verzoek van den eerw. Heer Pauwels alsdan pastoor.
        3e Het broederschap der geloovige zielen verbonden met het aartsbroederschap van O.L.V. in Monterone te Rome, opgericht door zijne Eminentie den Cardinaal Deschamps (30) den 24 April 1877 op aanvraag van den E.H.Vermylen, pastoor.
    Eertijds bestond hier eene gilde van den H.Sebastianus ; ik weet niet wanneer dezelve ingericht is. Zij was in bezit van een zilveren eereteken (breuk) het wapen dragende van den Heer Marcus Roussel, met de zinspreuk “post fel mel”. In het jaar 1844 hebben de twee laatst overblijvende leden dit eereteeken door schriftelijken akt aan de kerk afgestaan welke nog in bezit van hetzelve is. Alle twee jaren had er eene prijsschieting plaats die den hoogen vogel afschoot was voor dien tijd koning ; zij teerden jaarlijks, zij hadden hunne plaats in de processie voor elk afgestorven lid werd eene mis gedaan. (31)

    (26) Dit nummer en de onderverdeling met het nummer 1 ontbreekt in het document.
    (27) Deze twee ramen zijn nog steeds te bewonderen in onze kerk. Ze zijn geplaatst in de kruisbeuk en bezitten centraal een groot medaillon met de H.Jozef langs de mannenzijde en O.L.Vrouw langs de vrouwenkant.
    (28) Antonius van Padua (°Lissabon 1195-†Padua 1231) Volgeling van Franciscus van Assisi. Patroonheilige van de bakkers, reizigers en geliefden. Kerkelijke feestdag op 13 juni.
    (29) Humbertus Guilielmus de Precipiano is de 8e bisschop van Mechelen van 1690 tot 1711.
    (30) Victor-Augustus Kardinaal Dechamps is de 14e bisschop van Mechelen van 1867 tot 1883
    (31) Deze breuk is tot op heden in de kerk bewaard gebleven.

    Foto 1 : Vooraanzicht van de kapel van Grootloo omstreeks 1900, dus na de restauratie met nieuwe toren door Engelbert Goossens betaald.(collectie Erik Ceuppens)
    Foto 2 : Detail van de zilveren breuk uit 1644 geschonken aan de kerk bij de laatste vergroting in 1844. Gelukkig heeft de pastoor deze breuk niet laten smelten en herwerken, zodat hij nu nog kan bewonderd worden.


    wordt vervolgd



    25-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek anno 1900 (7)

    Geschiedkundige aantekeningen van E.H.Truyts
    Deel 7

    10. Inventaris der parochiale registers ( tijdstippen waartoe zij betrekking hebben ). –Geordend inventaris der parochiale oorkonden ( datum, opstellers, bestemmelingen of beneficiarissen, en inhoudsstof der stukken ), - en insgelijks, waar het mogelijk is, der oorkonden van gemeenten en bijzondere personen.
      10. Zie bijv. n.2. (32)

    11. Mannen- en vrouwenkloosters. Hunne stichting, hunne uitbreiding in geestelijk en tijdelijk opzicht ; orde waaraan zij toebehooren.
    Naamlijst der abten, abdissen, oversten, enz. levensbijzonderheden.
    Indien deze geestelijke instellingen niet meer bestaan, geve men den datum van hare afschaffing op en de omstandigheden waarin die afschaffing of verdwijning gebeurde. Men duide ook aan wat er van die kloostergebouwen nog behouden bleef of afgebroken werd. Waartoe dienen nu de nog overblijvende deelen ?
      11. In het jaar 1878 is hier een vrouwenklooster opgericht bestaande uit drij zusters toebehoorende aan de instelling van de Zusters der Christelijke Scholen van den H. Jozef Calasanctus waarvan het moederhuis te Vorselaer is. Twee dezer waren genoemd als gemeente onderwijzeressen en bewoonden een huis behoorende aan de gemeente. In het jaar 1879 ter gelegenheid der nieuwe schoolwet hebben zij hun ontslag gegeven en het schoolhuis verlaten. Onmiddellijk daarna zijn er twee zusters bijgekomen en van dan tot in het jaar 1884 zijn zij gelast geweest met het onderwijs zoowel der jongens als der meisjes. De meisjesscholen werden voorloopig gedaan in een gehuurd huis en de jongensscholen in een huis kosteloos te hunner beschikking gesteld door den Heer Victor De Veuster. Aanstonds is men begonnen met het bouwen der vijf thans bestaande klaslokalen. Sedert het jaar 1884 hebben zij van het onderwijs der jongens afgezien en is hunne meisjesschool aangenomen geweest. Gedurende tien jaren hebben zij kosteloos een huis bewoond toehoorende eerst aan vrouwe We Rymenants, later aan Engelbert en Josephina Goossens. Sedert het jaar 1897 bewonen zij ten getalle van zes, een schoon nieuw gebouwd klooster.
    Op deze postkaart is er reeds een verdiep bijgebouwd op de klaslokalen ( foto collectie Erik Ceuppens)

    12. Levensbeschrijving van de heilige personen, van de geleerden, van de kunstenaars en andere beroemde mannen, die op de parochie geboren werden of geleefd hebben.
      12. Ik heb nooit vernomen dat er hier eenige dusdanige persoon zou geboren zijn of zou geleefd hebben.

    13. Bijzonderheden over kasteelen en heeren. Gemeentebestierders, enz.
      13. De gemeente van Schrieck bestond uit de heerlijkheden van Schrieck en Grootloo in sommige oude stukken worden deze ook genoemd de dorpen van Schrieck en Grootloo. Onder het geestelijk opzicht hadden zij maar eene pastoor, die daarom genoemd werd : Pastoor van Schrieck en Grootloo. Onder het burgerlijk opzicht tot op het einde der 18e eeuw wierden zij bestierd door eenen Drossaert, eenen Meyer, twee burgemeesters en vier schepenen. Die moet nochtans zoo ik denk niet verstaan worden, alsof elke heerlijkheid afzonderlijk bestierd werd, door haren eigen burgemeester en schepenen, maar wel dat beide, alhoewel elke haren burgemeester en schepenen hebbende, gezamentlijk bestierd werden door bovengenoemde overheden. Ik heb immers geen enkel stuk gevonden in hetwelk het een of ander bestier afzonderlijk genoemd wordt, maar altijd gezamentlijk. Ook werden B.V. de noeming van koster en schoolmeester door beiden gedaan.
    Volgens de instellingsbrieven hoorden de heerlijkheden van Schrieck en Grootloo toe aan den edele Heer Egidius Berthout. Later zijn zij tot verschilligen overgegaan Hierover zegt Van Gestel : Decantus Mechliniensis : Schrieck olem dictus Sint Jans int Schrieck. Districtus Arenlani tertio lapide a Mechlinia pagus conterminus dioecesi Antverpiensi. Dominium ejus postquam a variis jure pignoratitio pristinis temporibus fuit possessum, ejus jurisdictionem cum dominio de Grootloo aequisivit emptione absoluta a Philippo IV Hisp. Rege anno 1650, die 4e Martii. Theodorus Van der Nath, a quo eadem via emptionis ab eo devenit ad Antonium et Ferdinandum de Brouckhoven in qua stirpe hodie perseverat…Decimas hujus pagi pro duabas tertiis possidet parochus et restantem tertiam N.Wagewijns Hollandus, qui ea ratione fenetur annue solvere Parocho pro supplemento competentiae XVII flor. Porro proefatus Wagewijns an 1721 vendidet euneta sua bona possessiones et decimas quas in hoc pago possidebat D.N.Hagaert Pastori in Bonheyden. In hoc vico certum districtum decimarum possidet Abbas Parcensis, Novales utrius que loci (Schrieck et Grootloo) sunt Pastoris.
    Van bovengenoemde familie de Brouckhoven is de heerlijkheid overgegaan tot de familie van der Stegen. Met bovengenoemde Antoon en Ferdinand de Brouckhoven en met Jan Baptist de Brouckhoven, en ook met het gemeentebestuur of met eenige leden van hetzelve is de E.H. Mertens Pastoor (1655) dikwijls in geschil geweest nopens het aanmatigen en verkoopen der pastoreele tienden, het noemen van koster en schoolmeester, ambten die door Jan Baptist de Brouckhoven zelfs ten prijs gesteld geweest waren, het teruggeven der kerkelijke archieven die voor deze aangeslagen geweest zijn. Met den heer Karel van der Stegen en ook met het genoemde bestuur is de E.H. Lardinoy, Pastoor (1741) gedurende verscheidene jaren in proces geweest nopens zekere pastoreele goederen, rekeningen van kerk en armbestuur, de tienden, enz…Daar de gemeente geene archieven meer bezit is het ons onmogelijk geweest andere bijzonderheden te vinden.

    14. Geeft de lijst op der benaamde plaatsen, met andere woorden, de namen ( met de wijzigingen er bij ) der gehuchten, kasteelen, pachthoven, huizen, velden, bosschen, enz. ( b.v. Biest, Bruul, Ganzendries, Galgenberg, Bruine-Kruis, Neckerspoel, Papenhof, tot Mechelen ). Eene nauwkeurige en volgens tijdsorde geschikte opgave van die verschillende benamingen kan den geschiedschrijvers allergrootsten dienst bewijzen. Men zal die aantreffen, althans wat huizen, velden en bosschen aangaat, in de verkoopakten der bijzondere eigendommen. Het zoude gemakkelijk zijn de ligging dier benaamde plaatsen aan te duiden bij middel eener kaart, waarvan de parochiale kerk het middelpunt zoude uitmaken. Men teekene wel de windgewesten daar op aan.
      14. De benaamde plaatsen van gehuchten zijn : de Pandoerenhoek, het Jespers, Grootloo, het Kruispunt, de Hazenbergen ; van velden : de Leemvelden, het Lazarushof ; van pachthoeven : het Blokboschhof, de Kerkestede, de Kleine Schriecken, de Hommelen toren, de Steinehoef, het Grootloo-schrans, de Bollendijk, de Cauthalzen (op de nieuwe kaarten het Koudhalzenhof) ; een bosch genoemd de Puttebeemden, het Schavottenbrugske.
    Op deze foto een beeld van herberg 'De Kruisbrug' op 't Kruispunt (foto collectie Erik Ceuppens)

    15. Wanneer werd de kerk gebouwd ? Bestond er voordezen ééne of meer kerken, die sedertdien afgebroken werden of eene andere bestemming gekregen hebben ?
      15. Het is onmogelijk te vinden wanneer de kerk gebouwd werd, het is te denken dat zij in het jaar 1309 reeds bestond. Die welke met het onderzoek nopens de oprichting der parochie gelast geweest zijn verklaren dat zij hier gevonden hebben cappellans ook ecclesiam toegewijd aan den H.Jan Baptist, gebouwd door den Heer Egidius Berthout. De kapel van Grootloo kan daar niet bedoeld worden, die is toegewijd aan den H.Naam en nergens is te vinden dat sedert dien een kerk zou afgebroken of eene nieuwe gebouwd geweest zijn. (Bijv. n 1) (33)

    16. Bouwtrant der kerk ; vorm van het grondplan ( met éénen beuk of met meer ; in den vorm van een Latijnsch Kruis, enz.) Doet de verschillende deelen van den bouw in ’t bijzonder kennen ; zegt welk er de vorm van is . vorm en bouw van den toren.
      16. Het bijv.n 4 (34) verbeeldt de oude kerk alsook de kapel van Grootloo. Zij is tweemaal vergroot geweest, eens in het jaar 1792, en ook in ’t jaar 1844. Bij deze vergrootingen moet zij haren gothischen bouwtrant verloren hebben. De toren die onveranderd gebleven is heeft dien bouwtrant ; in den muur boven de pilaren waren kleine spitsvormige ramen die met de vergrooting toegemetseld geweest zijn omdat een enkel groot dak de twee kleinere vervangen heeft, de bogen tusschen de pilaren waren spitsvormig en nu rond. Op de plaat worden de groote ramen wel vierkantig verbeeld, doch dit is waarschijnlijk niet juist gedaan geweest. Het is even zoo met de raam in den toren boven de deur, die wordt er rond op getekend en zij is nog spitsvormig. De kerk heeft drij beuken en is in den vorm van een Latijnsch kruis. Het welfsel der middenbeuk is rond dat der zijbeuken plat. Zij heeft vijf autaren.

    (32) Het bijvoegsel is niet gevonden. Dit is hoogst waarschijnlijk de inventaris, waarvan we het klad ook in het archief hebben gevonden. Pastoor Truyts had hier het geluk dat zijn voorgangers erg zorgzame en ordelijke priesters waren. E.H.Snoeckx had reeds een inventaris met 245 verschillende items opgetekend en E.H.Raeymaeckers heeft deze lijst aangevuld tot nummer 376. Al deze vermelde documenten zijn helaas niet meer terug te vinden in het huidige kerk-archief. Toch laten vermeldingen van bepaalde brieven ons toe om een juister inzicht in ons verleden te krijgen.
    (33) Bijvoegsel 1 is waarschijnlijk de Latijnse tekst van de instellingsbrieven. Het is ook duidelijk : E.H. Truyts spreekt hier van een kapel en een kerk ten tijde van de oprichting in 1309.
    (34) Bijvoegsel 4 is een bedevaartsvaantje.

    wordt vervolgd


    24-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek anno 1900 (8)
    Geschiedkundige beschrijving door E.H.Truydts
    Deel  8

    17. Inventaris en beschrijving van de meubelen en den kunstschat der kerk : altaren, gestoelten, doopvonten, biechtstoelen, houtwerk, orgel en gansch de kleine meubeleering der kerk, in geval zij kunstwaarde bezit : heilige vaten, priestergewaad, kanten, koorlessenaars, kandelaars, wierookvaten, enz.
      17. De kerk heeft geene meubelen die kunstweerde bezitten, er is een oude roode stool die zeer schoon is.

    18. Inventaris en beschrijving der merkweerdige schilderijen en beeldhouwwerken der kerk.
      18. Er is een gotisch kruisbeeld hetgeen men zegt zeer schoon te zijn. Het beeld is 2,30 m hoog. Het heeft eenige herstelling nodig aan de kroon. Het beeld moet herschilderd en het kruis vernieuwd worden. De noodige aanvraag is gedaan.

    19. Beschrijving der grafsteenen met de nauwkeurige opgave dier opschriften, zelfs waar steen of opschrift maar gedeeltelijk meer bestaat.

    1

    2

    3

    4

    D O M

    Memorie van den eerweerdigen Heere Judocus Mertens 53 jaer pastoor dezer gemeynte waerachtigen vaeder der armen, trooster der siecken onderwyser der ongeleerden

    Weldoender van kercke en armen die onvermoeyt in het woord Godts te verkondigen 50 jaeren en keeren gepredikt heeft de passie

    Stierf oudt synde 80 jaer anno 1708 op den dagh van Sinte Michiel, dat ruste in peys bij Godt syne ziele

    D O M

    Hier leyde begraven den eerw. Heere

    Gerardus Bogaerts

    Pastoor van Schrieck

    En Grootloo

    Gestorven den 7e Xber 1721

    Bid voor de ziele

    Hier leyt begraven den eersaemen Adriaen Van Broeck Kerckmeester deser kercke die stierf den 12 February 1681 ende Cathelyne Hoylaerts syne ……huysvrouw

    Bidt voor de zielen

    Hier leyt begraven

    … Van den Broeck

    Bid voor de ziele

    5

    6

    7

    8

    Hier leyt Jufvrouw Anna Moreels weduwe van Jonckheer Andries Roussel heere van Hovel ende stierf den 28 Meirt 1647 ende Jonckheer Marcus Roussel Heere van Hovel hunne sone

    Stierf den 21 October 1650

    Hier leyt begraven Jan Somers proviseur van ’t broederschap van Sint Antonius geweest in zijn leven ende oudt schepene van Schrieck ende Grootloo die gestorven is op den 9 Meert 1670 ende Catharina Serneels syne wettige die gestorven is den 16 Meert…

    D O M

    Monumentum

    Perillustris Domini

    Joannis Baptistae

    de Brouckhoven

    toparcha de Schrieck

    Hier ligtht begraven den eerw.;digen heere










































      19.
    De vier eerste grafsteenen liggen voor de communiebank ; op de twee eerste is boven een kelk afgebeeld, onder een doodshoofd ; zij zijn 1,70 m lang, 0,95 m breed.
    n.5 ligt achter in de zijbeuk van den kant van het Evangelie, hij is 2,20 m lang, 1,25 m breed en draagt boven de wapenschild der familie Roussel.
    n.6 ligt achter n.5 ; hij is 1;70 m lang en 1 m breed.
    n.7 ligt achter in de zijbeuk van den kant van den Epistel en is 2,55 m lang, 1,40 m breed ; hij draagt boven het wapenschild der familie de Brouckhoven en op den boord 16 kleinere wapenschilden. Het bovenste deel ligt binnen de deur van de vont, het onderste buiten waardoor het opschrift van dit deel heel verdwenen is
    n.8 ligt in het midden van dezelfde beuk en draagt boven eene remonstrantie, onder een doodshoofd in witten marmer, hij is 1,70 m lang en 1 m breed.(35)

    20. Getal en toon der klokken ; haar gewicht en de opschriften die er op te lezen staan.
      20. Er zijn drij klokken ; hun toon is fa sol la (1391, 926 en 616 kilogrammen).

    21. Pastorij. Datum waarop zij gebouwd werd. Heeft zij aanmerkelijke veranderingen ondergaan ?
      21 De pastorij is gebouwd in het jaar 1775 door den E.H. Adr.Snoeckx pastoor. Deze had voor het voltrekken van dit werk aan den E.H. Vinc.Sebast.Snoeckx regent der Pedagogie het Centrum te Leuven en ten voordeele van hetzelfde eene som geleend van 4400 gld. Van deze som moet de E.H. Pastoor en zijne opvolgers jaarlijks den intrest betalen en dezelve afleggen met eene som van 75 gld.’s Jaars. Als bouw is ze bijna onveranderd gebleven. Zoo is het niet met hare inwendige versiering. De zolderingen der beneden plaatsen waren eertijds allen geschilderd ; eene waarvan ik de overblijfsels gezien heb verbeelde een lucht met engelen bloemkransen dragende. In dezelfde plaats ben ik genoodzaakt geweest het oude meubelpapier te doen aftrekken en men heeft er op de muren overblijfsels gevonden van verschillige geschilderde portretten met lauwerkransen omgeven. Het is te denken dat het zoo even met de andere plaatsen zal geweest zijn, daar men nog kan zien dat tenminste de zolderingen geschilderd waren. Nu zijn zij allen gewit. Ik weet niet wanneer dat dit vernielingswerk plaats gehad heeft. Rond het jaar 1840 is de zaal door zekeren heer Vandereycken in lijmverf geschilderd geweest. Deze schildering verbeeldt een oud kasteel met land, weiden, water en boomen. De oude schildering zal waarschijnlijk door deze laatste overdekt geweest zijn. (36)

    22. Geeft de lijst op der pastoors, der onderpastoors en der beneficiarissen der parochie. Levensbijzonderheden.
      22 De gekende Pastoors zijn de volgende : Reynkens Gregorius 1562 ; Geerts Georgius - (37); Bellemans Henricus 1604 (38); Rythovius Martinus 1605 ; Peetermans Godefridus 1607 ; Adriaensens Petrus 1613 ; Mertens Judocus 1655 ; Bogaerts Gerardus 1708 ; Blockx Franciscus 1724 ; Wendele Georgius 1727 ; Lardinoy Carolus 1731 ; Snoeckx Adrianus 1771 ; Raeymakers Joannes Franciscus 1791 ; Van Elst Petrus 1806 ; Op de Beeck Petrus 1831 ; Pauwels Ludovicus 1836 ; Vermylen Carolus 1865 ; Truyts Evaristus Ludovicus 1878.
    De gekende onderpastoors zijn : Bogaerts Gerardus 1705 ; Wils Joannes Baptista 1714 ; Huypens Henricus - ; Prevost Joannes Baptista - ; Vranckx Petrus - ; Marchant Nicolaus - ; Pentecras Antonius 1738 ; Hoeberghs Petrus - ; Helsen Amandus Bruno 1758 ; Blockx Petrus Franciscus 1766, Luytens Joannes Baptista 1771 ; Segers Petrus 1777 ; Wauters Joannes Franciscus 1781 ; Arnouts Ludovicus Antonius 1787 ; Dellemans Petrus 1791 ; Gerrebouts Joannes Baptista 1791 ; Van Elst Petrus 1792 ; Op de Beeck Petrus 1832 ; Kerselaers Carolus 1837 ; Van Gorp Joannes Franciscus 1846 ; Franck Hieronymus Petrus Norbertus 1863 ; Ruts Andreas Ludovicus 1867 ; Van Pelt Henricus 1879 ; De Laet Ernestus 1897 ; Vermeerbergen Franciscus 1897.

    (35) In de kerk liggen er op dit ogenblik 16 grafzerken waarvan 3 totaal onleesbaar zijn.
    (36) Op dit schilderij bevond zich ook een plassende hond, welke destijds door schilder Van den Broeck diende bijgewerkt te worden omdat de pastoor het niet gepast vond in zijn pastorie.
    (37) Pastoor Reynkens en Gheerts blijken dezelfde persoon te zijn. Dit is te verklaren door het feit dat de achternamen vroeger nog niet echt vaststonden.
    (38) Ook Henricus Bellenus ( Bellens) genoemd. Deze priester is nooit tot pastoor van Schriek benoemd geweest, hij was slechts een deservitor = een tijdelijk dienstdoende pastoor.

    Foto is de grafsteen van Marcus Rousselle achteraan in de kerk.

    wordt vervolgd.



    23-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    22-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek anno 1900 (9)

    Geschiedkundige aantekeningen door E.H. Truyts
    Deel 9

    23. Opgave, volgens tijdsorde van de merkweerdigste gebeurtenissen zoo op geestelijk als op wereldlijk gebied, die op de parochie van de vroegste tijden tot heden toe voorgevallen zijn.
      23 1309 : Inrichting der parochie.
           1650 4 Meert : De heerlijkheid van Schrieck en Grootloo wordt door Philippus koning van Spanje verkocht aan Theodorus Van der Nath door dezen later aan Ferdinand de Brouckhoven.
           1655 : Langdurig geschil tusschen E.H.Judocus Mertens pastoor en de heeren Antoon en Ferdinand de Brouckhoven nopens het aanslagen en verkoopen der tiende, het noemen van koster en schoolmeester, enz..
           1661 : Verkooping van 4 roeden land deelmakende van het kerkhof.
           1677 16 Juni : Kwijtschelding aan de gemeente van eene schuld van 35000 gulden door de erfgenamen van Jufv. De Cleyn.
           1710 : Instelling van het broederschap van den H.Antonius.
           1714 : Mevr. Van Grootendael schenkt aan de kerk een pachthof genoemd het Koudhulzenhof.
           1743 : Geschil gedurende verscheidene jaren tusschen M.Karel van der Stegen, de gemeente en de E.H.Carolus Lardenoy pastoor, aangaande rekeningen van Kerk en armbestuur, de tiende enz…
           1775 : Opbouw der pastorij.
           1793 : Herstelling en vergrooting der kerk.
           Ann VI Brum.5 : Aanslaging der pastoreele goederen.
           1820 11 November : Teruggave der pastoreele goederen. De pastorij wordt teruggegeven aan de gemeente, de andere goederen aan de Kerkfabriek.
           1821 21 Febr. : De registers der doopen, huwelijken en overlijdens worden aangeslagen door den arrondissements commissaris Van Velsen en den burgemeester van Schrieck J.N.Vermylen.
           1821 : Aanslaging door de gemeente der goederen van de kapel van Grootloo.
           1838 : Afschaffing der diensten in de kapel van Grootloo.
           1839 : Den E.H.Kerselaers maakt 2000 fr aan het armbestuur met last van 6 missen en loven.
           1844 : Vergrooting der kerk.
           1844 : Verval der gilde van St.Sebastianus, de twee laatste leden schenken het eereteeken aan de kerk.
           1855 20 Oct. : Philippus Claes maakt 2 stukjes land aan de kerk met last van zeven jaargetijden.
           1858 : De heer graaf Phil.van der Stegen maakt goederen en eene rente aan het armbestuur waarvan het 3e deel van het inkomen aan de kerk met last van een jaargetijde.
           1875 : De E.H. Van Ourshagen Joan.Andr. schenkt aan de kerk een stuk land te weerde van 5000 fr.
           1878 : Stichting van een vrouwenklooster.
           1879 : De E.H.Car.Vermylen maakt aan de kerk een stuk land met last van een jaargetijde.
           1879 : De pastorij wordt door de Bestendige Deputatie eigendom verklaard der kerkfabriek, de gemeente gedwongen tot eene vergoeding.
           1879 : Opbouwing der vrije schoollokalen.
           1891 : Herstelling der kapel van Grootloo.
           1894 : Vergrooting der kapel en bijvoeging van eenen toren.
           1895 : Instelling der Zondagsche mis in de kapel.
           1897 : Opbouwing van een nieuw klooster.

    24. Bestaan er op de parochie gedenkstukken, standbeelden of puinen, die voor de geschiedenis of de oudheidkunde belang opleveren ( zoals de schandpaal, le pilori, te Kasteel-Brakel ) ?
      24. ( er werd niets vermeld )

    25. Heeft men op de parochie sporen ontdekt uit de voorhistorische tijden, of uit den tijd der overheersing van de Romeinen en de Barbaren hier te lande, uit het tijdvak dus, hetwelk de prediking van het christendom in onze streken voorafging ?
    Nadere uitleggingen zullen later meegedeeld worden nopens de wijze waarop men op die vraag hoeft te antwoorden.
      25. ( er werd niets vermeld )

    III LEGENDEN EN GEBRUIKEN.

    1. Bestaan er min of meer belangrijke legenden met betrekking tot de geschiedenis uwer kerk of tot het een of het ander voorwerp, dat in uwe parochie vereerd wordt ? Doet er in het kort het onderwerp van kennen, en zegt waar men het verhaal daarvan aantreft.
      1. Eertijds heeft hier eene groote begankenis van ruiters plaats gehad. Zij volgden eenen weg die tamelijk lang is en nu nog St.Jansweg genoemd wordt. In dezelfde figureerden, zoo men nog zegt, de zogenoemde Heinen (die op het afdruksel schijnen verbeeld te zijn). Die begankenis van St.Jansweg wordt nu nog altijd gedaan door zeven vrouwspersonen die achtereenvolgens gaan, bij het overlijden van eenen parochiaan. Zij wordt ook nog gedaan door ruiters maar altijd bij nacht. Ik weet niet waar men er een verhaal van vindt maar het bijgev. Afdruksel der plaat die ik gevonden heb schijnt te bewijzen dat zij nog al vermaard moet geweest zijn. Er is vroeger ook een groote toeloop geweest tot de kapel van den H.Bernardus om verlost te worden of bevrijd te blijven van de koude koorts.

    2. Bestaan er ook legenden van anderen als geestelijken aard nopens de bevolking of de gedenkstukken, de velden, enz. Welk is daar het onderwerp van ? Waar vindt men die legenden te lezen ?
      2. Er bestaat een veld, of liever een ingesloten veld (enclave) den naam dragende van Lazarushof. Het veld hoorde toe aan de gemeente en het ingesloten stuk aan het armbestuur. Sedert eenige jaren heeft de gemeente dit ingesloten stukje van het armbestuur afgekocht welke nu eigenares van het heele stukje is. Men zegt hier dat dit ingesloten stuk den naam draagt van Lazarushof omdat op hetzelfde diegenen begraven werden die ten gevolge van pestziekte gestorven waren. Ik heb hierover nergens iets te lezen gevonden.

    3. Kent gij gebruiken, die aan uwe streek bijzonder eigen zijn ( zoo b.v. Vrouwkensavond te Brussel ) ? Welk is er de oorsprong van ? Onderhoudt men die nog, of sedert wanneer heeft men die laten vallen ?
      3. ( er werd niets vermeld )

    Deze beschrijving is opgemaakt volgens bevel gegeven door zijnen EM.den Cardinaal Aartsbisschop Petrus Lambertus Goossens, den 12 April 1898.
    E.Truyts, pastoor.

    Foto van de Sint-Bernarduskapel zoals ze nu te bewonderen is op het rondpunt van de Schriekstraat.



    22-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.23 Maart 1903

    Om de schrijver van deze historische brochure met zekerheid te kennen zal men beroep moeten doen op een grafoloog of schriftdeskundige, daar ze niet genaamtekend is, en uit de teksten van pastoor Truyts en deze versie niet duidelijk is over welke schoolmeester, Op de Beeck, De Belser of Cools, het nu gaat. Zeker is dat zij inzage hebben gekregen in de teksten van E.H.Truyts, of hebben zij er samen aan gewerkt ? De meeste aanwijzingen gaan in de richting van meester Jan Op de Beeck.
    Het is nu mogelijk, beste lezer, om na te gaan wie wat van zijn voorganger heeft overgenomen of ... tot dezelfde bevindingen is gekomen. Men kan de geschiedenis nu eenmaal niet herschrijven of bewerken zonder nieuwe of nieuw gestaafde elementen aan te brengen.

    Historische aantekeningen
     van meester ….
    Schrieck, den 23 Maart 1903

    De gemeente Schrieck is gelegen in het kanton Heyst-op-den-Berg, provincie Antwerpen, in het zuiden dezer provincie, tegen de grenzen van Brabant, omtrent op gelijken afstand der steden Mechelen, Lier en Leuven.

    Haar grondgebied beslaat eene oppervlakte van omtrent 12 vierkante kilometer en paalt ten noorden aan de gemeenten Beersel en Heyst-op-den-Berg, ten oosten aan Booisschot en Bael, ten zuiden aan Tremeloo,Keerbergen en Putte, ten westen aan Putte.

    Op de plaats waar nu Schrieck is bestond in oude tijden het Waverwald, dat zich uitstrekte tusschen beide Nethen en de Dijle. Dit woud werd door den Duitschen keizer bij gifte geschonken aan den prinsbisschop van Luik. Volgens de overleveringen verbleven er te dien tijde in deze streken tal van binders en roovers.

    Vandaar wellicht de legende dat de plaats waar zich thans het pachthof “ De uil “ bevindt, een nest was van zulke onbeschaamde roovers, dat zij het zinnebeeld der roofzucht, den uil, op hun slot dorsten plaatsen. En inderdaad tot over ruim twee jaar, bemerkte men nog een steenen uil op den top van den gevel der genoemde hoeve, die alsdan afgebroken en door een nieuwe woning vervangen werd.

    ’t Is wellicht de aanwezigheid dezer schrikaanjagende gasten, welke sommige lieden doet veronderstellen, dat de naam Schrieck betekent schrik, als ware ons grondgebied destijds eene plaats, welke men niet zonder schrik dorst betreden.

    Anderen vermeenen dat deze naam afgeleid is van schrieken of schrijden ; tot staving hunner zienswijze beweren zij dat Schrieck in vroegere eeuwen een moerassige streek was, te midden van het oude Waverwald, waar men, om er door te geraken, veelvuldig moest schrijden of schrieken.

    Wij houden het met de laatsten. Hunne veronderstelling schijnt niet van allen grond ontbloot. Inderdaad, het Schriecksch grondgebied is hedendaags nog eene lage, op vele punten door kleine verhevenheden ingeslotene streek, waar tal van kleine beken vloeien en die men met weinig moeite kan overschrijden. Volgens de kaart van het Oorlogsdepot verheft haar hoogste punt zich op slechts 12 m boven den spiegel der zee ; het bevindt zich ter plaatse Hazebergen. Zoo denken wij ook dat de naam Schrieckstraat beteekent : “Lage straat” wat zij inderdaad is, en niet “Straat die naar Schrieck leidt”. De “kleine schrieken” en de “Schrieken Deen” zijn insgelijks zeer lage plaatsen van het grondgebied der gemeente Schrieck

    In de middeleeuwen waren Schrieck en Grootloo (dit laatste vormt thans een belangrijk gehucht onzer gemeente) twee onderscheidene heerlijkheden. In een oud werk van baron Le Roy, gedrukt in 1678 vinden wij Schrieck en Grootloo opgesomd tusschen de heerlijkheden van het land van Arkel. De Galgestraat, ten noorden der gemeente gelegen, is waarschijnlijk zijnen naam verschuldigd aan de galg, die alsdan daar moest geplaatst zijn om de overtreders van ’s heeren rechten en reglementen op te stroppen. De volgende legende, welke men mij eens vertelde, staat waarschijnlijk hiermede in verband. “Een veroordeelde moest wegens zijne schelmstreken gehangen worden, doch kreeg genade op voorwaarde dat hij het vuur zou steken aan een stapel hout waaronder zich een gevaarlijke slang schuil hield. Voorzien van een brandende lont, stijgt hij te paard, na hetzelve met zeep bestreken te hebben ; hij begeeft zich naar de aangeduide plaats, werpt de brandende lont op den stapel die vuur vat, en vlucht in allerhaast weg. De slang, sissende van woede, ijlt den vluchteling achterna, werpt zich herhaalde malen op het paard, doch glijdt telkens naar beneden. Eindelijk, hare jongen in de vlammen hoorende kermen, geeft zij het op ; zij schiet terug ter hunner hulp en komt alzoo insgelijks in het vuur om.”

    De oudst bekende heeren dezer streek, na den dood van den prinsbisschop van Luik waren de Berthouden, die zich in de geschiedenis beroemd hebben door den tegenstand, dien zij in de twaalfde eeuw de hertogen van Brabant gedurende twintig jaren geboden hebben. Deze Berthouden waren heeren van het geheelen Land van Arkel, toen geheeten Land van Mechelen, omdat de Berthouden voogden waren van de heerlijkheid Mechelen; later werd dit land nog genoemd : Land van Cleef en van Arkel, volgens de familiën, waaraan het behoorde, ’t zij bij erfenis, ’t zij bij aankoop. Zoo werd het gekocht op 2 December 1384 door Jonkheer Jan, heer van Arkel, in 1445 met andere goederen door Jan, heer van Wesemael. Deze laatste heeft het op 29 Maart 1459 overgedragen of afgestaan aan en ten behoeve van den hertog van Burgondië, Filip den Goede, en zijne nakomelingen. Sedert is deze streek aan de Kroon gekomen en domeingoed gebleven tot in de helft van de 17e eeuw. Binds dit tijdperk van twee eeuwen moeten de heerlijkheden van Schrieck en Grootloo toebehoord hebben aan andere personen, die door pandverdrag ervan in het bezit gekomen waren, hetgeen zeggen wil dat de kroon het verkocht goed altijd kon wedereischen mits teruggave der koopsom.

    Op die wijze waren heeren van Schrieck en Grootloo : Nikolaus van der Laen in 1562 en na hem zijn zoon Joannes reeds in 1565. Dezez Joannes van der Laen was in ’t jaar 1595 communemeester der stad Mechelen en Hoofdman van de handbooggilden toen hij met de Mechelaren grooten roem behaald heeft met de stad Lier te ontzetten, die door de Hollanders onder beleid van kapitein Herougière, gouverneur van Breda, verrast was.

    Wij denken te mogen aannemen dat de heerlijkheden Schrieck en Grootloo in de familie van der Laen gebleven zijn tot de helft der 17e eeuw ; inderdaad, wij vinden dat een zekere Jan Baptist Van der Laen, heere van Schrieck en Grootloo, in de volle zeventiende eeuw een schilderij van Antoon van Dyck geschonken heeft voor het hoogaltaar der Minderbroederskerk te Mechelen. Dit klooster afgeschaft zijnde in de achttiende eeuw, is gemelde schilderij overgebracht in de Metropolitane Kerk waar zij misschien nu nog te zien is boven het altaar, dicht bij den zij-ingang langs de Groote Markt. Zij verbeeldt Kristus aan het kruis tusschen twee moordenaars.

    In de 17e eeuw, onder de regering van Filips IV, koning van Spanje, moet er hier, ten gehuchte Hazenbergen een versterkt legerkamp bestaan hebben.Voor dertig jaren was daar nog een overblijfsel van verschansing te zien, doch sinds is dit alles geslecht. Deze Filips IV verkocht alsdan in België vele domeingoederen om in de overvloedige oorlogskosten te voorzien. Zo werden de heerlijkheden van Schrieck en Grootloo den 14e Maart verkocht aan Diederik van der Nath, heer van Berlaer, Gestel, O.L.V.Waver en Putte, voor 10200 guldens, deze verkocht ze op zijn beurt in 1660 aan Antoon Ferdinand de Brouckhoven, burgemeester van Brussel. Dezes zoon Jan Baptist werd na de dood zijns vaders in 1689 heer van Schrieck en Grootloo. (‘t Is met de familie de Brouckhovens dat de E.H.Mertens (1655) alsdan pastoor, meermaals in proces is geweest nopens het aanmatigen en verkoopen der pastoreele tienden, het noemen van koster, schoolmeester, enz…, ambten die door Jan Baptist de Brouckhoven zelfs ten prijs gesteld waren, en het teruggeven der kerkelijke archieven, die door Jan Baptist de Brouckhoven aangeslagen geweest waren. Deze laatste, kinderloos gestorven zijnde, gingen deze streken over aan Helena de Brouckhoven, zijne zuster, welke getrouwd was met Jan Pieter Christyn, secretaris der Soevereine Staten van Brabant. Schrieck en Grootloo zijn vervolgens bij erfenis overgegaan aan de enige dochter van Joannes Jacobus de Brouckhoven, baron van Putte en oudste broeder van Jan Baptist en Helena voornoems dezes dochter, Clara geheeten, is in 1725 getrouwd met Karel Van der Stegen.

    Naar alle waarschijnlijkheid is het dezes eenige zoon, dien de hoogbejaarde lieden, van over zestig jaren aanduidden als den “Ouden Baron” dien zij nog gekend hebben en die naar het schijnt zeer oud geworden is. Daarbij zou hij wel drijmaal getrouwd geweest zijn en voor het minste een dozijn kinderen achtergelaten hebben. Hij droeg denzelfden naam als de graaf Filippus Norbertus Maria Van der Stegen, hier in 1874 begraven, wiens grootvader hij was.

    Tot voor dertig jaren verbleef de heer Albert van der Stegen, graaf van Schrieck en zoon van den laatst vermelden, metterwoon op het kasteel, hier in de gemeente. Gedurende verscheidene jaren maakte hij deel van den Schrieckschen Gemeente en vertegenwoordige insgelijks gedurende zes jaar, het kanton Heyst-op-den-Berg in den Provincialen Raad. In deze laatste vergadering had de brave heer, hoogst waarschijnlijk de inspraak van zijn geweten volgende, zekeren dag gestemd, evenals de tegenstrevers der partij tot welk hij behoorde ; hierom werd hij door zijn kiezers verworpen en bij de eerste gelegenheid niet meer herkozen, noch tot provinciaal raadslid, noch tot gemeenteraadslid.

    Toen men de Graaf Albert van der Stegen zijn domicilie in Antwerpen waar hij te voren telken jare zijn winterverblijf hield, en keerde nooit meer in Schrieck terug, tenzij levenloos ten jare 1884, ten einde bijgezet te worden in den grafkelder naast zijne ouders en verdere overleden leden der familie Van der Stegen. In de laatste jaren zijns levens had hij zijne eigendommen alhier verkocht aan zijne zuster, de gravin Juffrouw Julia Van der Stegen. Bij den dood dezer laatste in 1896, gingen het Schriecksch kasteel en de daarbij behoorende gronden over aan den tegenwoordigen eigenaar, den weledelen heer graaf Adolf Van der Stegen de Schrieck, oudsten zoon van graaf Albert voornoemd.

    De titel van graaf moet, zooals destijds spraak was, aan deze familie gekomen zijn door erfenis rond het jaar 1845. Volgens eenen geslachtsboom, die zich in de kapel der Van der Stegen’s bevindt, zijn deze heeren verwantschap met den beroemden Hollandschen dichter Jacobs cats, die in zijn leven, en ik en weet niet wat, al wonders heeft geschreven.

    Sinds de heer graaf Albert aan ons dorp vaarwel zegde, bleef het kasteel om zoo te zeggen onbewoond, toen Juffrouw gravin Julia ervan in bezit was, bracht haar neef, de heer Baron van Oldeneel tot Oldenzeel, met zijn huisgezin er enkele malen den zomer door.

    Volgens alle waarschijnlijkheid dagteekent het Schriecksch kasteel van het jaar 1471 ; onder opzicht van bouwkunde biedt het niets merkwaardigs aan ; in den loop van verleden jaar werd het binnen en buiten wat opgefrist en staat nu te huren aan den jaarlijkschen prijs van 2400 fr.

    Eene der belangrijkste gebeurtenissen uit de 17e eeuw is het proces tusschen de gemeente Werchter en de heeren van Schrieck over de Bolloo, gehucht tusschen Tremeloo en onze gemeente. Dit proces heeft vele jaren geduurd doch was waarschijnlijk reeds op den tijdstip der definitieve verkooping in 1650 afgelopen. De onregelmatige grensscheiding der gemeenten Schrieck en Tremeloo (vroeger Werchter) is waarschijnlijk hiervan het gevolg. Eene smalle strook lands, in vorm van zwaluwensteert, behoorend tot het grondgebied onzer gemeente, doorsnijdt voornoemd gehucht en strekt zich uit tot bij de kom der gemeente Tremeloo. Wij denken dat voor het afloopen van dit geding de Raambeek die thans nog voor een groot gedeelte de grensscheiding daarstelt tusschen Schrieck en Keerbergen, ook die van Schrieck en Tremeloo uitmaakte en dus het gehucht de Bolloo tot ons grondgebied behoorde. Het volgende gezegde vindt daarin zijnen oorsprong : “Arm Schrieck, ik ben zoo ziek ; De Bolloo verloren, den offer gestolen, den toren gebrand, enz… Dergelijke gedingen waren in dien tijd menigvuldig, want naarmate de bevolking aangroeide en men meer grond wou ontginnen, werden de heiden en onbebouwde gronden een bron van twist tusschen de aanpalende gemeenten.

    Zoo moet een ander proces in de achttiende eeuw plaats gehad hebben, tusschen de gemeente en den Heer over den eigendom der Kapelheide. Maria Theresia had een ordonnantie afgevaardigd, waarbij de vage en onbebouwde gronden aan de Heeren toegekend werden. De Heer wilde alsdan die heide met boomen beplanten, de gemeente kwam daartegen op : zij beweerde dat die heide altijd haar eigendom geweest was, en zij ze altijd gebruikt had om er schadden te steken, klei uit te halen, de koeien te laten grazen, er haksel en houtmijten op te stellen, enz… ; dat zij op diezelfde plaats altijd eene verschanste plaats gehad had, voorzien van grachten en wallen om in tijde van oorlog met hunne beesten daarin te vluchten, welke plaats tot op dien dag genoemd werd de Vluchtschrans, nu molenschrans. De Grootlooschrans zal waarschijnlijk ook totditzelfde einde ingericht geweest zijn. Voornoemd proces duurde omtrent vijf jaren en eindigde door een transactie of verdrag, waarvoor eene afbeeldende kaart is opgemaakt door den landmeter Van den Broeck. Deze kaart berust hedendaags nog op het kasteel.

    Uit de getuignissen, in dit proces afgelegd, verneemt men dat de plaats voor de Molenschrans, die thans nog Lazarushofken heet, eene verhevenheid was waar een pesthuis opgericht was, in hetwelk de personen, die met melaatschheid of eene andere ongeneesbare ziekte geslagen waren, van de andere burgers afgezonderd werden, en er nog in de 17e eeuw opvolgentlijk meer dan eenen leproos verbleven heeft. Bij het afvoeren dezer verhevenheid in 1845, heeft men er kruisen ontgraven, waaruit wij besluiten mogen, dat Lazarushofken ook diende tot begraafplaats der afgezonderde melaatschen.

    Het grootste gedeelte van het grondgebied onzer gemeente moet, evenals de Kapelheide, tot voor korten tijd onbebouwd geweest zijn ; daarvan hedendaags nog de benamingen van Kwadeheide, Masheiken, Lauwerheiken, enz… De ouderlingen van ons dorp vertellen dat hunne ouders het tijdstip der ontginning dezer streken beleefd hebben. Daartoe bezigde de eigenaar een groot getal werklieden, welke hij in troepen van honderd verdeelde, de honderste man had het toezicht over den arbeid ; men noemde hem tamboer, omdat hij de trom sloeg bij het begin en het einde van het dagwerk.

    Het is ook hoogst waarschijnlijk dat onze streken lang bewoond geweest zijn door menschen die slechts tot een lagen trap van beschaving gekomen waren. Tot op het einde der 18e eeuw verbeeldden een drietal mannen jaarlijksch in de processie de vroegere bewoners van Schrieck. Deze personen kleedden zich dien dag in en kostuum dat gansch met veilranken was afgelegd. Na de processie gedroegen zij zich in de herbergen zoo wild en veinsden zich zoo onwetend, dat zij echte heiden geleken. Hunne afstammelingen bleven bekend onder den naam van Heidemannen. Vele lieden hebben hier Heide Kobe en Heide Peer nog eenigzins gekend.

    Ook moet in vroegere eeuwen de bevolking van Schrieck heel gering zijn geweest. In het werk over Heyst-op-den-Berg door Lod. Liekens vinden wij dat er zich in de jaren 1480, 1496 en 1526 respectievelijk 72, 43 en 78 woningen op het Schriecksch grondgebied bevonden. Binds een tijdverloop van zestien jaren eene vermindering van 29 huizen, zulks kunnen wij niet begrijpen, ofwel moet de Loozenhoek, een volkrijk gehucht der gemeente Keerbergen, dat zich tot op heel kleinen afstand onzer dorpskom uitstrekt, te dien tijde aan Schrieck ontnomen zijn. De oudste doopregister, dien in de kerk nog bestaat, dagteekende van het jaar 1604, meldt voor hetzelfde jaar slechts 12 doopen. Volgens de nog bestaande statistieken op het gemeentehuis beliep de Schrieksche bevolking in het jaar 1800 op 1150 ; in 1826 op 1514 ; in 1830 op 1535 ; in 1840 op 1566 ; in 1850 op 1852 ; in 1860 op 1820 ; in 1870 op 1864 ; in 1880 op 1889 ; in 1890 op 2014 en in 1900 op 2272 (1907 …2617), die zich meest allen toeleggen op den landbouw, welke hun een ruim bestaan verschaft.

    Het vetten van verkens en vooral het kweeken van kiekens wordt hier door de bevolking op groote schaal uitgeoefend. Het eerste broeimachien werd hier ingebracht ten jare 1895, door den heer Doctor Florent Vermylen. Na zelf schitterende uitslagen er mede bekomen te hebben, liet hij hetzelfve gratis door vrienden en geburen gebruiken. Dit tuig viel zoo in den smaak der bevolking dat wij mogen verzekeren dat er thans in Schrieck ongeveer vijftig broeimachienen zijn. Geen wonder dus dat de hoenderkweek sinds eenige jaren hier op verbazende wijze is toegenomen. Ook denken wij niet te overdrijven met te zeggen dat de kiekens, welke op de markten van Brussel en andere groote steden, onder de naam van Merchtemsche kiekens te koop gesteld worden, meest allen oorspronkelijk zijn van Schrieck en omstreken en slechts tot hunne volkomene vetmaking een drietal weken te Merchtem of in de omstreken verbleven hebben.

    In Schrieck bestaat geene bijzondere nijverheid. Nochtans vindt men er twee stoombrouwerijen : St.-Jan Baptist en St.-Jozef, respectievelijk opgericht in de jaren 1838 en 1886 ; twee windmolens, de oude dagteekende van het jaar 1656 en de nieuwe van het jaar 1845 ; twee stoommolens, gevoegd bij elk der bovengemelde brouwerijen, die van St.-Jozef ingericht vier jaren na de stichting der brouwerij, die van St.-Jan Baptist is enkel in werking sedert het jaar 1899 ; eene steenbakkerij aangelegd in 1900.

    Sla een welkdanige almanak open en daar zult ge in vinden, dat er den Dinsdag van elke week in Schrieck eene botermarkt gehouden wordt. Dat was eertijds zoo ; nu bestaat zij enkel nog bij name. Zij werd opgericht bij koninklijk besluit van 1853 en was langen tijd zeer aanzienlijk ; de inwoners der gemeente, alsmede die der omliggende dorpen, stelden er hunne waar te koop en kooplieden van alle gewesten kwamen er hunnen voorraad opdoen. Tot over een vijftiental jaren zagen wij geregeld elken Dinsdag in Schrieck twee boterkooplieden uit het walenland. Nu nog wordt er wekelijks 500 kgr. boter verhandeld. Deze waar wordt niet meer te koop gesteld, maar enkel geleverd bij de twee boterkooplieden der plaats. Van den Maandag middag tot den Woensdag namiddag is het hier een aanhoudend gaan en keeren van mannen en vrouwen van Schrieck en omliggende dorpen en gehuchten, met welgevulde boterkorven aan den arm of op het hoofd. De boter die Dinsdags voormiddag verhandeld wordt, moet nog steeds in de Waag der weging aangeboden worden.

    Wat er daarentegen in geen enkele almanak aangestipt staat, is dat er hier elken Woensdag voormiddag een verkensmarkt gehouden wordt. Dit is nochtans zoo sedert 40 jaren, doch zij bestaat om zoo te zeggen enkel met de daad. De jonge zwijnen worden er niet op straat maar in de herbergen te koop gesteld. Men verzekert mij dat er gemiddeld elken marktdag ruim 200 dezer viervoeters verkocht worden.

    Buiten deze wekelijksche markten heeft men in Schrieck, sedert onheuglijke tijden een jaarmarkt, op den geboortedag van St.-Jan Baptist.

    Enkele vreemdelingen bestempelen ons dorp met den naam van Lomp Schrieck. Dien naam verdiende het in vroegere eeuwen, doch thans is dit gezegde op onze gemeente niet meer toepasselijk. Immers gedurende de vooruitstrevende 19e eeuw zijn hare inwoners geensinds ten achter gebleven op den weg des vooruitgangs. Moest er een Schrieckenaar, die over veertig jaren het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heeft, uit zijn graf opstaan, hij zou zich in zijn geboortedorp weinig of niet meer bekennen. De kleine lage huisjes die toen de kom der gemeente vormden, zijn thans vervangen door sierlijke woningen allen in steen gebouwd en die getuigen van den welstand harer inwoners. In 1864 werd een steenweg van Putte tot in ons dorp aangelegd. In het jaar 1874 werd hij verlengd tot in de gemeenten Tremeloo en Werchter en stelde van toen af onze gemeente in gemeenschap met Mechelen, Lier en Antwerpen van den eenen en Leuven van den anderen kant. Met Beersel werd ons dorp verbonden door een gekasseide baan ten jare 1874, met Boisschot 1891, langs twee zijden met Heyst-op-den-Berg in 1898.

    Op maatschappelijk gebied hebben de Schrieckenaars insgelijks den vooruitgang gevolgd. Sinds elf jaren bestaat er eene spaarmaatschappij tusschen volwassenen. Den 2e December 1900 werd de pensioenmaatschappij “Wie zaait, kan maaien” ingericht. Deze telt op den dag van heden 13 eere en 258 werkende leden. De Boerenbond, waar thans 152 landbouwers deel van maken, werd gevormd den 29 Juni 1890.

    Tot in 1878 was het onderwijs toevertrouwd aan onderwijzers. In het jaar 1878 was hier een vrouwenklooster opgericht : twee dezer zusters werden als gemeente-onderwijzeressen aangesteld en bewoonden een huis toebehoorende aan de gemeente. In 1879 ter gelegenheid der nieuwe schoolwet, hebben zij hun ontslag gegeven en het schoolhuis verlaten dat alsdan betrokken werd door eene onderwijzeres. Deze is in 1884 op wachtgeld gesteld. Gedurende een tijdstip van tien jaren was deze school alsdan verlaten ; eindelijk in 1894 is daar eene jongenschool gevestigd.

    Tot in 1884 zijn de zusters gelast geweest met het onderwijs, zoowel der jongens als der meisjes. In 1879 werd de meisjesschool voorlopig gedaan in een gehuurd huis en de jongenschool in een huis kosteloos ter hunner beschikking gesteld door den Heer Victor De Veuster. Aanstonds is men begonnen met de vijf thans bestaande schoollokalen. Sedert 1884 hebben zij van het onderwijs der jongens afgezien en is hunne meisjesschool aangenomen geweest. Gedurende tien jaren hebben de zusters kosteloos een huis bewoond toebehoorende aan weduwe Rijmenants, later aan Engelbert en Josephina Goossens. Sedert 1897 bewonen zij een schoon nieuw gebouwd klooster.

    Schrieck bestond uit de heerlijkheden van Schrieck en Grootloo. Op welk tijdstip hieruit de gemeente ontstaan is zouden wij niet met zekerheid kunnen zeggen, daar de statistieken welke betrek hadden op dien tijd, over eenige jaren door het provinciaal bestuur zijn weggehaald. (Men had beloofd dat de gemeente er een inventaris zou van gekregen hebben, maar tot hiertoe is aan die belofte nog niet voldaan geweest.) Het oudste stuk, waarin Schrieck als gemeente genoemd wordt dagteekent van het jaar 1612. In dat jaar had de gemeente Schrieck van een zekere Juffrouw Catharina De Cleyn eene som geleend van 21000 guldens. Na verloop van 55 jaren hebben de overheden dezer gemeente, in de onmogelijkheid zijnde niet alleen van art zulk een kapitaal te kunnen afleggen, maar ook van de achterstallige interesten te kunnen voldoen, die tot eene gezamelijke som van 4200 gulden beliepen, het geluk gehad eene overeenkomst te kunnen sluiten met de liefdadige erfgenamen der Juffrouw De Cleyn. Bij deze werd bepaald dat de schuldeischers zich zouden vergenoegen met eene som van 7000 gulden, op voorwaarde dat de gemeente zich zoude gelasten met het doen celebreeren der missen en jaargetijden in zekere akten vermeld.

    Tot op het einde der 18e eeuw, zoo zegt E.H.Truyts in zijne bijeengebrachte opzoekingen, werd de gemeente Schrieck bestuurd door eenen Drossaert, eenen Meyer, twee Burgemeesters en vier Schepenen. Wij voegen er bij dat onder de Fransche Overheersching de heer Jan Norbert Vermylen Maire was der gemeente Schrieck en onder het Hollandsch Bestuur Burgemeester, wat hij bleef tot in het jaar 1851. Verder waren opvolgentlijk Burgemeester van Schrieck de heeren Melchior Vermylen van 1852 tot 1866, Petrus Vermylen van 1867 tot 1872, Jan Baptist Mertens van 1872 tot 1896 en Engelbert Goossens van 1896 tot heden. Het Gemeentehuis werd gebouwd ten jare 1859. Vroeger hield de Raad zijn zittingen ten huize van den heer burgemeester.

    Onder geestelijk opzicht heeft de gemeente Schrieck altijd maar uit eene parochie bestaan. Deze is ontstaan uit de onderverdeeling van Beersel en opgericht bij brieve, gegeven te Brussel den tweeden Zondag van H.Drijvuldigheidsfeest van het jaar 1309. Uit de uitstellingsbrieven schijnt te blijken, zoo zegt de E.H.Truyts, dat de Kerk, waarschijnlijk gebouwd door Egidius Berthoud, ten tijde der oprichting der parochie reeds bestond. Zij is tweemaal vergroot geweest, eens in 1792 en in het jaar 1844. Bij deze vergrootingen moet zij den Gotischen bouwtrant verloren hebben daar de toren, die onveranderd gebleven is, dien bouwtrant nog heeft.

    Den 5e Brunaire van het jaar VI der Fransche Republiek werden de pastorale goederen der parochie door het Fransch staatsbestuur aangeslagen, doch den 11 November 1820 had de teruggave dezer goederen plaats : de pastorij werd teruggegeven aan de Gemeente en de andere goederen aan de Kerkfabriek. Ofschoon dit laatste bestuur beweerde dat de pastorij steeds haar eigendom geweest was, bleef de gemeente ervan in bezit tot 1879, in welk jaar de pastorij eigendom verklaard werd der kerkfabriek, door de Bestendige Deputatie, en als natuurlijk gevolg daarvan de Gemeente gedwongen tot het betalen van een jaarlijksche vergoeding voor huishuur aan den E.H.pastoor. Deze beslissing werd genomen op vertoon van een stuk destijds gevonden in de kerkelijke archieven. Hieruit bleek dat de pastorij gebouwd is in het jaar 1775 door den E.H.Adriaen Snoeckx ; dat deze pastoor voor het voltrekken van dit werk aan den E.H.Vinc. Sebast. Snoeckx, regent der Pedagogie Het Centrum te Leuven eene som van 4400 gulden geleend had en dat de E.H.pastoor en zijne opvolgers van dit kapitaal de interesten moesten betalen en het zelve afleggen met eene som van 75 gulden ’s jaars, dit alles ten voordeele van genoemd opvoedingsgesticht.

    Buiten de parochiekerk van St.-Jan Baptist bestaat er op het gehucht Grootloo nog eene groote kapel toegewijd aan den H.Naam Jezus. Eertijds werd in deze kapel op sommige feestdagen eene mis gezongen. Alzoo meldt de E.H.Raeymaekers dat bij zijne benoeming, ten jare 1791, als pastoor te Schrieck, de gewoonte bestond van eene mis te zingen in de kapel op de volgende feestdagen : Besnijdenis O.H.J.C., H.Naam Jezus, O.L.V.Boodschap, HH. Apostelen Petrus en Paulus, O.H.Hemelvaart. In het jaar 1838 werden al de diensten in de kapel afgeschaft. Sedertdien is dezelve ook niet meer behoorlijk onderhouden geworden en, na eenige jaren was zij zoodanig vervallen, dat men besloten had ze af te breken. Dit is niet gebeurd, dank aan de tegemoetkoming van Z.Em. den kardinaal aartsbisschop Sterckx, die dezelve wilde behouden, alszijnde de eenigste in het bisdom, toegewijd aan den H.Naam. Eindelijk in 1891 is de kapel, alsdan bouwvallig, teenemaal hersteld door de zorgen en milddadigheid der familie Goossens, en sedertdien wordt er op den derden Maandag van elke maand eene mis gelezen door den E.H.onderpastoor. In het jaar 1894 is door dezelfde familie Goossens de kapel merkelijk vergroot en voorzien van eenen toren ; sedert dien wordt er op alle Zondagen en heiligdagen eene mis gelezen, gepredikt, biecht gehoord en de H.Communie uitgedeeld door eenen E.H.Leeraar van het College van Aarschot.

    Vroeger was de E.H.onderpastoor gelast met den onderhoud der kapel van Grootloo. Te dien einde, alsook voor zijn eigen bestaan, had hij behalve den offer die jaarlijks rond de 30 gulden beliep ; 1° eenen cijns van 12 gulden bezet op een huis van den heer Baron voor het ontvangen van een eerw.pater Minderbroeder op den feestdag van den H.Naam, 2° eenen cijns van 2 gulden en 1 stuiver van een huis dat gebouwd was op een hoekske land, toebehoorende aan de kapel, 3° eenen cijns van 2 gulden en 2 stuivers van een huis dat gebouwd was op een goed gelegen rond de kapel, genoemd het Kapellehof, 4° de opbrengst der boomen, staande rondom de kapel, 5° van den E.H.pastoor jaarlijksch 120 gulden, 6° van de gemeente 30 gulden, 7° van de kerk 15 gulden. In het jaar 1821 zijn de boomen staande rond de kapel verkocht geweest ; de opbrengst beliep 188 gulden, welke som is aangeslagen geweest door de gemeente evenals de andere voorgemelde goederen die alsdan verkocht geweest zijn. Nu heeft de familie Goossens een deel van het voorgemelde kapellehof teruggekocht. De lijst der voorgemelde goederen en cijnsen is opgemaakt geweest in het jaar 1787 door den E.H.Adr. Snoeckx, alsdan pastoor. In hetzelfde stuk leest men : “Proviseurs ofte collateurs, den President van het Seminarie tot Mechelen en den deken van het distrikt van Mechelen ten Westen, moeten die vergeven naar hun goeddunken, daarvoor eerst gehoord zijnde den pastoor, alzoo spreekt de fondatie zelfs”. De eerste verhuring van dit goed in de archieven vermeld is van 1662.

    Het kerkhof is rond de kerk gelegen. Men zegt dat er eertijds een kerkhof geweest is rondom de kapel van Grootloo. Hiervan is geen enkel bewijs te vinden en alle spoor ervan is verdwenen.

    Eertijds heeft hier ook een begankenis van ruiters plaats gehad. Zij volgden eenen weg die tamelijk lang is en St.-Jansweg genoemd wordt, vroeger werd hij ook gevolgd door de processie. Deze weg wordt nu nog somtijds gedaan door zeven vrouwspersonen, die achtereenvolgens gaan, bij het overlijden van eenen dorpeling.

    Tot over eenige jaren heeft hier de gilde van St.Sebastiaen bestaan. Wanneer dezelve is ingericht weet men niet met zekerheid.Zij was in het bezit van een zilveren eereteeken, Breuk genaamd, met het wapen van den heer Marcus Rouselle, heer van Hove of Hovel, schout van Heyst-op-den-Berg en hoofdman der gilde. Op dezen “Breuk” bevindt zich ook de zinspeling : “Post fel mel” na gal honig. Langzamerhand is deze gilde in verval geraakt en eindelijk in 1844 hebben de twee laatste leden dit eereteeken door schriftelijken akt aan de kerk afgestaan, welke nog in het bezit van hetzelve is. Alle twee jaren had er een prijsschieting plaats. Wie den hoogen vogel afschoot was voor dien tijd koning en wie drijmaal achtereen den hoogen vogel afschoot, was en bleef keizer der gilde. Zij teerden jaarlijksch ; zij hadden hunne plaats in de processie en voor elk afgestorven lid werd eene mis gedaan.

    Wat de beroemde mannen van Schrieck betreft, ik heb nooit gehoord dat een Schrieckenaar, door de eene of andere beroemdheid zijnen naam onsterfelijk heeft gemaakt. De heer Victor De Veuster, hier op 22 December 1902 overleden, mocht nochtans een gewichtig man genoemd worden, ter oorzake van … zijn gewicht. In de laatste jaren woog hij ruim 160 kg. ’t Schijnt dat hij de zwaarste mensch was uit gansch de provincie Antwerpen en werd door tien man ter rustplaats gedragen. Hij verbleef hier gedurende 35 jaren, doch daar hij even als zijn kozijn Pater Damiaan, geboortig was van Tremeloo, laten wij aan die gemeente de eer, den naam te vereeuwigen van dien “Homme immense” zooals wij hem zekeren dag hoorden noemen door een vreemdeling die hem voor de eerste maal zag. Wij zullen er dus maar over zwijgen en tevens onze “Historische schets over de Gemeente Schrieck” sluiten.

    Schrieck, den 23 Maart 1903



    21-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    20-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. 1

    VOORWOORD. – Bij ’t opstellen eener geschiedkundige schets over onze streek, misstaat het, naar ons dunkt, niet met onze gedachten eens terug te keren naar den voortijd.

    VOORHISTORISCHE TIJD. – Naar algemeen gevoelen was het noordelijk deel van ons Vaderland voor een twintig - dertigtal eeuwen door de zee overstroomd. Naarmate de wateren van den oceaan langzamerhand terugwerken, kwamen de verhevenste punten des bodems al meer en meer te voorschijn, zoo nochtans dat zij bij elk tij gedurig al minder overstroomd werden tot dat de zee verder was terug getrokken. Uit de overstroomde laagten ontstonden later meren, poelen, moerassen en vennen, van welke de geschiedenis van verschillende tijdperken gewag maakt, en van welke heden de laatste sporen nog niet verdwenen zijn. Zoo treffen wij nabij de oostergrens onzer gemeente nu nog een lage moerasachtige streek aan, die deels bedekt is met poelen, riet, biezen en heestergewas en die bij de bewoners der omstreek bekend staan onder den naam van “ DE MEREN “.

    Zoals Lodewijk Liekens in zijn voortreffelijk werk “ Geschiedenis der gemeente HEIST-OP-DEN-BERG “ zegt, scholen in die moerassen en rietvelden en in de wouden op de meer verheven plaatsen, monsterdieren der voorwereld, die soms door het water verrast werden. De in dit werk vermelde en nog latere opgravingen (1) leveren daarvan het overtuigend bewijs. Wat verandering hier op onzen bodem al plaats greep !

    (1) Bij ’t graven van een bornput voor het oprichten der woning (rond 1890) op ’t perceel grond, wijk G, nr. 795e, zuidwaarts van de melkerij St.Jozef, tegen den steenweg naar GOOR-DORP, stiet men op 2-3 meter diepte op een hard voorwerp, dat men voor een boomstam aanzag, maar dat na afgezaagd en bovengehaald te zijn, een stuk been van meer dan 10 cm. doorsnede bleek te zijn. (Een gedeelte ervan werd ons getoond door voornoemden schrijver.
    Bij het delven der putten te HOFSTADE (Mechelen) ontdekte men overblijfselen van monsterdieren, en tijdens de werken van ’t Albertkanaal haalde men te GROBBENDONK zware boomtronken boven.

    HISTORISCHE TIJD. – Later komen Cesar en oude schrijvers bevestigen dat Taxandrië – onze hedendaagse kempen – een schrale streek is met zandige bodem, deels met moerassen en bossen bedekt.

    Bl. 2

      Nog later wordt in onderscheiden akten en oorkonden melding gemaakt van het zoogenaamde “ WAVERWALD ” (1) dat zich tijdens de middeleeuwen uitstrekte N.waarts tot boven de beide Neten, O.waarts tot aan een uitgestrekte moeras, Z.waarts tot de Dijle, W.waarts tot aan de Schelde (Baasrode) en de Rupel (Rumpst). Volgens historische oorkonden bestond dit woud niet meer in ’t begin der 17e eeuw. En van het moeras, dat zich naar oude aardrijkskundige kaarten (2) tussen Aarschot, Baal, Schriek en Heist uitstrekte, zijn de “ kwade plas ” en de “ Moeren ” (3) onder Heist en Boischot en boven de genoemde “ Meren ” het laatste overblijfsel. Zodat het hedendaags grondgebied van Schriek een deel inneemt van den Z-O. hoek van het historische “ WAVERWALD ” tegen vermeld moeras, dat in de instellingsbrieven der parochie van Schriek (1309) genoemd wordt “BERTHOUTMEER”.
    (1) Kronijke van den Lande en de Vrijheid van Heist (bl.6 en 7) door L.Liekens. Wavre N.D. et ses Seigneurs (p.1) par Th. De Raadt.
    (2) Vermeld bl.17 Gesch.v.HEIST-OP-DEN-BERG door L.Liekens.
    (3) Thans in bouwland herschapen.

    BEWONERS. – De geschiedenis leert ons, dat de Oude Belgen, van over den Rijn gekomen, in de 3e eeuw voor onze jaartelling, de Kelten of Gallen hier verjoegen en zelf die plaats innamen. Het grondgebied dat, elke stam bij den inval der Romeinen bezettende, had, zonder twijfel, geen nauw afgepaalde grenzen. Ook loopt de zienswijze der historie schrijvers nog al eens uiteen nopens het punt of onze streek hier door Menapiërs of Nerviërs bewoond was. Na Cesar zijn onze ontvolkte gewesten ingenomen door de Taxandriërs, die bij de aankomst der Franken in de 5e eeuw, met deze samenspanden en de Romeinen verjoegen.
    Onder Frankische vorsten is het land verbrokkeld (1) en de verdere verbrokkeling, vervreemding en versjachering onder allerlei vormen en voorwaarden, heeft geduurd tot de Fransche overheersing in 1794. Een van die vormde de “ HEERLIJKHEDEN SCHRICK en GROOTLOO ” en is nu de gemeente SCHRIEK.
    (1) In de “ geschiedenis van HEIST ”, zegt L.Liekens, bl.26 : de door de Franken veroverde grond werd onder de voornaamste legerhoofden of beambten verdeeld en in LEEN uitgegeven. De begiftigden splitsten hunne bezittingen in ONDERLENEN, om des gemakkelijker de bevolking, die wijd en zijd op hunne landerijen woonde, onder hun bewind te houden. Op die onderlenen

    Bl. 3
    deden zij een landhoeve bouwen en gaven het bestier ervan aan een opziener (proeter Williens of meyer genoemd), welke een leenrechtig gezag uitoefende over de boeren of laten zijner villa.

    Een leen was dus een goed door zijn bezitter aan een anderen gegeven onder verplichting van hulde, trouw en manschap en onder tegenverplichting van bescherming. De leenheer of de uitgever van het leen bleef de eigenaar van het goed, waarvan hij slechts het vruchtgebruik vervreemde, en dat hij, om reden van ontrouw, terugnemen mocht.

    Al deze bepalingen zijn in de loop der tijden gewijzigd geworden. De lenen werden naderhand erfelijk en de leenmannen zoo goed als eigenaars, doch altijd onder zekere voorwaarden. Ondertussen sproot hieruit voort het later algemeen geworden “ LEENROERIG STELSEL ” dat met merkelijke wijziging tot de Franse omwenteling voortgeduurd heeft.

    Door het uitgeven van leengoederen hebben de dorpen hun begin genomen. Het woord VILLA betekende bij de Romeinen een LUSTHOF, maar tijdens hun bestuur waren er hier ook reeds “ villa’s ” tot stand gekomen met de betekenis van HOFSTEDE, onder welke bediedenis zij in het begin van het Frankisch tijdvak hier bleven bestaan.

    Doch langzamerhand onderging dit een verandering, want onder Karel den Grote verstond men door ‘villa’ reeds een dorp of een bewoonden grondeigendom, toebehorende aan den enen of anderen landheer.

    En op bl.37 lezen wij : “ Men weet dat sedert de inbezitneming van Gallië door de Franken, er vrije dorpen of villa’s bestaan hebben, naast degenen die aan den Staat, aan Koning, aan Kerken of abdijen, of andere heren toebehoorden, en welke doorgaans door onderhorige of dienstbare lieden bewoond waren.”

    NAAM. – De naam van het dorp is op verschillende wijzen geschreven geweest : in de instellingsbrieven der parochie in 1309 zou staan : SCHRIECKE, - en dit woord zou, naar bewering van enigen betekenen “ schrijden ” (schrieken). Die naam zou hieruit ontstaan zijn, dat Schriek in vroegere eeuwen een moerassige streek was, waar men om er door te geraken, menigmaal moest schrijden of schrikken.(1)
    De naam SCHRICKE, SCHRICK, SCHRIK, die in andere stukken voorkomt, draagt weinig ter opheldering bij en heeft naar mening van velen, de betekenis van (schrik) vrees, angst, vervaardheid, wat laat vermoeden dat het in dit hoekje van het WAVERWALD eens onveilig is geweest. Zoals wordt beweerd – ’t is maar een volkslegende – dat Schrick bewoond geweest is door rovers, die hunne stoutmoedigheid zo ver dreven, dat ze het zinnebeeld van de

    Bl. 4

    roofzucht “ een uil “ op hunne verblijfplaats (2) zetten.
    Wij sluiten ons aan bij de eersten. Hun veronderstelling schijnt niet van allen grond ontbloot : het grondgebied van Schriek is heden nog een lage streek, waar tussen geringe verhevenheden talrijke beken vloeien, die men omtrent allen zonder veel moeite kan overschrijden. Dan zou de Schriekstraat betekenen “ lage ” straat, wat ze inderdaad is (3) en niet “ straat die naar Schriek leidt “.
    In stukken van 1125 en 1566 treft men de naam “ SCHRIECK ” aan.(4)
    (1) Het “ Modern Woordenboek van J.Verschuren S.J.” geeft : “ Schrikkelen Freq.(herhaling) van schrikken ”, bijgevolg springen. Z.N. overspringen ; overslaan.”
    (2) Dit gebouw, een zeer oude hoeve, eertijds omgeven door een brede gracht, en waarvan een gedeelte van de woning bestond uit overblijfselen van een oud kasteel of iets dergelijks, is in 1900 afgebroken en vervangen door een moderne boerenwoning die heden nog den naam draagt van “ den uil ” op ’t grondgebied van PUTTE, ongeveer 1100 meter van de kerktoren van Schriek. (Op de stafkaart, 1 / 20000, bl.XXIV. pl.2, aangeduid “ uilhoef ”. 
    Voor 1900 was de uil op den puntgevel reeds vervangen door of overdekt met een metalen pot, door de metselaar bij herstelling daarop geplaatst.
    (3) Tussen de Heistse en de Minkse beek werd de Schriekstraat na elke zware regenslag gans overstroomd.
    (4) “ Dictionnaire Hist. Et Geogr. Des Communes belges « par E.De Seyn (1933)

    HEREN. –De vroegst gekende heren dezer streek, na de Prinsbisschoppen van Luik (1) waren de BERTHOUTEN (2) van Mechelen, die zich beroemd gemaakt hebben door de tegenstand, die zij in de 12e eeuw gedurende 20 jaren aan de hertogen van Brabant geboden hebben. De Berthouten waren, als voogden, meester over het land van Mechelen, dat later ook “ land van CLEEF ” en “ land van ARKEL ” genoemd werd naar de familie aan welke het toebehoorde.(3) Ten laatste in 1459 werd het overgedragen aan Filips de Goede en diens nakomelingen. Sedertdien is onze streek aan de kroon en domeingoed gebleven tot in ’t midden der 17e eeuw.

    Binst dit tijdperk van twee eeuwen moeten de HEERLIJKHEDEN SCHRIEK EN GROOTLOO toebehoord hebben aan andere personen, die door pandverdrag ervan in bezit gekomen waren, d.w.z. dat de kroon het verkocht goed altoos mocht terugeisen tegen wedergave van de koopsom. Op die wijze zijn heer geweest van SCHRIEK en

    Bl. 5

    GROOTLOO : NIKOLAAS VAN DER LAEN (1562) en na hem, in 1565, zijn zoon Jan.(4) Vermoedelijk zijn Schriek en Grootloo in pand gebleven aan de familie van der Laen tot in 1650.(5)

    Om in de zware oorlogskosten te voorzien, verkocht Filips IV, koning van Spanje, vele domeingoederen. Zo werden de heerlijkheid van Schriek en Grootloo, bij openbare veiling te Brussel den 9 April 1650 toegewezen aan DIRCK VAN DER NATH, heer van BERLAAR en GESTEL, voor 102 000 gulden.

    Dirk van der Nath verkocht ze in 1660 aan ANTOON FERDINAND VAN BROECHOVEN, burgemeester van Brussel. Na zijn dood in 1687 of 1689 werd dezes zoon Jan Baptist heer van Schriek en Grootloo. Deze laatste overleed kinderloos. Zijn bezittingen gingen over aan zijn zuster HELENA VAN BROECHOVEN, die gehuwd was met JAN PIETER CHRISTYN. Van deze gingen ze bij erfenis over aan de enige dochter van JAN BAPTIST VAN BROECHOVEN, baron van PUTTE, en oudste broeder van Jan Baptist en Helena voornoemd. Door het huwelijk van dezes dochter Clara in 1725 met KAREL LODEWYK VAN DER STEGEN werd deze den 28 Juni 1727 in bezit gesteld van Schriek en Grootloo. En naar alle waarschijnlijkheid is het deze enige zoon die de rond 1850 levende oude Schriekenaars gekend hebben onder de naam van “DEN OUDEN BARON”.

    Naar de volksoverlevering zou deze driemaal gehuwd geweest zijn, minstens een dozijn kinderen achtergelaten, en een zeer hoge ouderdom bereikt hebben. Hij droeg dezelfde naam als graaf FILIP NORBERT MARIA VAN DER STEGEN, wiens grootvader hij was.De zoon van de vorige, graaf ALBERT VAN DER STEGEN hield tot rond 1875 zijn zomerverblijf op het kasteel van Schriek. Volgens een geslachtsboom die zich weleer in de huiskapel van ’t kasteel bevond, zouden deze heren aanverwant geweest zijn met de Hollandse dichter JACOB CATS.

    Naar bewering van enigen zou de adellijke titel van “graaf” aan deze familie gekomen zijn bij erfenis rond 1845, wat ons gegrond schijnt door het feit dat de voorzaten door de volksmond betiteld werden als “baron” – dat een streek grond N.W. waarts van ’t kasteel, “de kleine baronshoek” genoemd wordt en als zodanig op ’t kadaster aangetekend staat, - en dat in een akte (uit het proces over het bezit der “ Kapelleheide ” 1770-1776) de eerst vernoemde Filip Norb. Maria van der Stegen, als “ baron van Putte ” en heer van Schriek herkend is.

    Maar in voornoemd werk “ Dict. Des Comm. Belges “ vinden wij vermeld dat reeds de vader van Karel Lodewyk van der Stegen tot “ graaf “ verheven was.(6)

    Bl. 6

    Het kasteel is door een aanverwant, heer “ BARON VANOLDENEEL tot OLDENZEEL “ bewoond geweest van …. tot 1926, wanneer het door verkoop door de erfgenamen van der Stegen in bezit is gekomen van den heer AUGUST DE ROY.(7)
    (1) en (2) De eigenlijke heerlijkheid van Mechelen is naar gevoelen van verschillende geschiedschrijvers rond 915 door KAREL DEN EENVOUDIGE (Karel III), koning van Frankrijk, aan de Kerk van Luik geschonken. Later hebben Duitse vorsten die kerk begunstigd : in de “ Kronijke van het Land en de Vrijheid van Heist “ (Lod.Liekens), staat bl.5-8 vermeld dat keizer Hendrik II aan de kerk van Luik gaf : zekere koninklijke rechten van jacht in de bossen gelegen tussen de “ NETHE “ en de “ THILE “, gewoonlijk “ WAVERWALD “ genoemd. Oorkonden van latere datum bewijzen dat het Waverwald dus ook het land van Mechelen eigendom is geworden van de kerk van LUIK : in de “ Geschiedenis der gemeente SCHELLE door TH. DERAEDT en STOCKMANS “ staat op bl. 70 : “ WALTHER II BERTHOUT HEERSTE OVER DE STAD MECHELEN, een leen der kerk van Luik, wier beschermer hij was, en over een onoverzienbaar domein, dat zich tot aan de poorten van DENDERMONDE, BRUSSEL en ANTWERPEN tot in het hart der kempen uitstrekte. – En in “ Wavre-Notre-Dame door Th.de Raedt, bl.1 : “ Des le XIIe siècle la forêt de Wavre fut la propriété des Berthout, puissants dynastes qui règnaient alors sur Malines et le pays environnant. C’est sans aucun doute, à l’intelligente et énergique initiative de cette race redoutable que la plupart des localités crées dans cette forêt, doivent leur existence.»

      (3) Door het huwelijk van Floris Berthouts enige dochter Sophia met Renold II van Gelder in 1330 moest het land van Mechelen aan het huis van Gelder komen, maar Sophia stierf voor haar vader. Hun dochter Maria van Gelder huwde Jan van Cleef : van daar de naam van “ Land van Cleef “. Bij het tweede huwelijk van Maria van Gelder met Jan van Chatillon liet zij in 1384 het land van Mechelen aan haar nicht die getrouwd was met Jan van Arkel ; van daar de naam van “ LAND VAN ARKEL “.
    Na veel moeilijkheden was Jan van Arkel verplicht het land af te staan aan heer Jozef van Wezemaal. Willem van Egmont, zoon van Jan van Arkels enige dochter wist het in bezit te krijgen, maar werd genoodzaakt het aan den heer van Wezemaal terug af te staan in 1445. Reeds in de eerste akte van afstand (door Jan van Arkel aan den heer van Wezemaal) akte getekend 16 Januari 1427, zijn “ Schryeck – Grootloo “ (aldus in die akte geschreven) niet meer vermeld als deelmakende van “ het land van Mechelen “.
    Bl. 7
      (4) Deze Jan van der Laen was in het jaar 1595 commune meester van de stad Mechelen en hoofdman van de handboogschuttersgilde wanneer hij met de Mechelaars groten roem behaalde met de stad Lier te ontzetten, die door de Hollanders onder Kapitein Herougière, gouverneur van Breda, verrast was.

      (5) Zekere Jan Baptist van der Laen, heer van Schriek en Grootloo, heeft in de 17e eeuw een schilderij van Antoon Van Dyck, “ Christus aan het kruis tussen de twee moordenaars “ verbeeldend, geschonken voor het hoofdaltaar der Minderbroederskerk te Mechelen. Bij de afschaffing van dit klooster in de 18e eeuw (a) is die schilderij naar de metropolitane kerk overgebracht, waar ze boven het altaar dicht bij den Z. zij-ingang geplaatst werd en (misschien) nog te zien is. (a) De gebouwen van dit klooster, gelegen “ Onder den toren “ en tegen de “ Melaan “ dienen tot militair dépôt en voedermagazijn. In het nog bestaande kerkgebouw heeft men sedert enige jaren (193..) gezocht naar het graf van MARGARETHA VAN YORK.

      (6) Dict.Hist. et Géogr. Des Comm.belges, II, p.1133 : « Jean Bapt.de Broechoven releva la seigneurie (de Schriek et Grootloo) en septembre 1687 ; Charles Louis van der Stegen la fit relever le 28 juin 1727. Le père du nouveau seigneur de Schriek et Grootloo, Jean Adolphe van der Stegen, avait été créé « comte » par le roi Charles de Castille le 30 janvier 1698 avec faculté d’appliquer ce titre à une de ces terres. Cette faveur lui avait été accordée pour le récompenser des services rendus pendant 21 ans, comme drossard de Brabant et en reconnaissance des mérites de ses aieux. Le château et les terres de Schriek passèrent en dernier lieu à Julie Marie Joséphine comtesse van der Stegen de Schriek, née le 13 juin 1817. Le château, bâti par Charles Louis van der Stegen, baron de Putte, est d’une construction d’une grande simplicité, d’environ 15 mètres de façade. On y trouve le millésime de 1731 au plafond du corridor du premier étage. »

      (7) Zie daarover « Revue du Touring Club de Belgique « (jaarg.1933, nr 21 bl.321)

    Bl. 8

    BURGERLIJK BESTUUR. (1)

    Onder burgerlijk opzicht werden Schriek en Grootloo tot het einde van de 18e eeuw bestuurd door een DROSSAARD, TWEE BURGEMEESTERS en VIER SCHEPENEN, zo te verstaan, dat, alhoewel elke heerlijkheid haar eigen burgemeester en twee schepenen had, de beide plaatsen gezamenlijk door dezelfde personen bestierd werden.

    Er bestaat geen enkel stuk waarin het een of ander bestuur afzonderlijk genoemd wordt, als bestuurd door een of meer van bedoelde overheden.

    Voornoemde overheden waren ook met het gerecht gelast, want Schriek had, evenals alle omliggende dorpen van dien tijd, zijn eigen of “ heerlijke “ rechtbank.(2)

    De DROSSAARD of SCHOUT werd door de heer, aan wie het dorp behoorde, aangesteld en was dezes plaatsvervanger. Hij was de ziel van het dorp, de verstandige, werkzame man die van dag tot dag ieder zijn plicht herinnerde, ten einde dat overal geschiedde wat het recht vereiste. Hij was de macht om het kwaad te voorkomen ; geen vergadering mocht gehouden worden, die niet door de schout bijeengeroepen was ; niemand mocht in een volksvergadering spreken zonder daartoe door hem gerechtigd te zijn. Hij was ambtenaar van den hogen heer, maar geen beambte van het lichaam der gemeente. Hij was rechter, rechtdoener of regeerder, maar de gemeente moest hem altijd met raad en daad bijstaan. Na maning van de schout moesten de schepenen “ wijzen en vonnissen “ maar het ging hem alleen aan het “ gewijsde “ uit te voeren. De gemeente vermocht niets zonder haar overheid, en deze kon niets uitrichten zonder de gemeente te raadplegen. De drossaard regeerde, en maande het recht, maar besturen deed hij niet. Gelden en geldwaarden had hij niet in handen, en de inkomsten en eigendommen van het dorp werden door hem noch beheerd, noch besteed.

    De SCHEPENEN, onder de aanzienlijkste ingezetenen gekozen, waren de eigenlijke rechters : alle vonnis werd door hen gewezen en moest door de schout uitgesproken worden gevoerd die er niets mocht aan veranderen. Wanneer een moeilijk geval zich voordeed, gingen zij naar de schepenen van Mechelen om raad. Deze schreven dan een vonnis, dat de zaak zonder beroep, besliste, en dat door de schout van het dorp, bijgestaan door de schepenen, moest afgekondigd worden.

    Destijds had elke rechtspleging meestal plaats in de open lucht en gewoonlijk in ’t midden van het dorp. De schout nochtans mocht de vergadering stellen waar hij wilde : op de grenzen der

    Bl. 9

    gemeente, op een brug, onder een boom, enz... Op deze plaats werd kringsgewijs een koord gespannen, in ’t midden van de kring zat de schout op een zetel, links en rechts de schepenen en buiten rond de afspanning was de plaats voor de ingezetenen van het dorp.

    Deze rechtsvergaderingen geschiedden buiten, omdat het recht de zaak was van allen en er geen oprechte waarheid kan zijn dan onder den blauwen hemel, waar iedereen kan tegenwoordig zijn en niemand om plaatsgebrek kan uitgeweerd worden.

    Het gerecht van die tijd was ook veel strenger dan hedendaags : onthoofden, radbraken, verminken, hangen waren gewone straffen voor zware misdaden. Een galg diende soms voor twee of meer gemeenten. Zo zal, zonder twijfel, de Schriekse galg, die op de plaats stond waar men in 1900 nog de herberg “ IN DE GALG “ op de grensscheiding van Schriek en Beerzel aantrof, voor deze twee gemeenten gediend hebben. De straat, sedert 1874 steenweg, sedert 1940 baan in beton, die er van Schriek naar toe leidt, is er ongetwijfeld, haar naam aan verschuldigd.(3) Dikwijls stond ze op een van de dorpskom ver afgelegen, eenzame plaats : de uiterste hoek der gemeente Putte tegen de baan naar Keerbergen is nog algemeen gekend onder de naam van Putse galg. Te Heist trof men het Galgeveld en de Galgehut aan tegen de baan van Bruggeneinde naar Wiekevorst.

    Het aandeel van de BURGEMEESTER in ’t besturen en beschermen der gemeente was niet zeer groot : waar de schout als regeerder niets anders kende dan het strenge recht en ’s heren bevelen, die hij op ban en boete moest doordrijven, daar had hij tegenover zich de burgemeester, bewaarder en beschermer van de rechten, gebruiken, keuren, enz… In rechtsgedingen echter kon hij door minnelijke tussenspraak, enige uitstel of matiging van al te harde eisen bekomen. Verder moest hij de schattingen inzamelen en mocht enige geldboeten gezamenlijk met de schout delen.

    Dit stelsel van bestuur bleef in voege tot dat het op het einde der 18e eeuw door de Franse republiek afgeschaft werd. Van af het jaar 1797 werd Schriek, naar het Franse regiem, bestuurd door een MAIRE (meier = heden burgemeester) en door twee ADJOINTS (schepenen) tot in 1815. Na dit tijdstip tot … bestond het gemeentebestuur uit één burgemeester, twee schepenen en zeven raadsleden, sinds … …raadsleden, allen door en tussen de inwoners der gemeente gekozen.

      (1) Overgenomen uit “ Aantekeningen van voornoemde heer Op de Beeck ; door deze waarschijnlijk grotendeels getrokken uit de Geschiedenis van Heist, door L.L.”

    Bl. 10

      (2) Er bestonden hier (voor het einde der 18e eeuw) geen wetten zoals nu, naar welke het bestuur der gemeente moest ingericht of geregeld, en het strafrecht moest uitgeoefend worden. Plaatselijke gebruiken en gewoonten waren wet. En deze verschilden merkelijk van de ene plaats tot de andere. Al de in voege zijnde gebruiken van een plaats samen, noemde men haar “ COSTUMEN “.
      (3) Nergens vonden wij een document uit vroegere eeuwen betreffende het strafgerecht (strafverordening, vonnis, uitspraak, uitvoering, enz…, hier ter plaatse.


    NAAMLIJST DER GEKENDE BURGEMEESTERS :

    De Preter Livien van  .... tot  1808 
    Vermylen Jan Norbert van 1808  tot 1830
    Storms Jan Baptist van 1830 tot 1831
    Vermylen Jan Norbert   van 1831 tot 1851
    Vermylen Melchior van 1851 tot 1867
    Vermylen Petrus van 1867 tot 1872
    Mertens Jan Baptist van 1872 tot 1894
    Goossens Engelbert van 1896 tot 1920
    Holemans Constant van 1921 tot 1932
    Beyens Jozef van 1933 tot ....


    SCHEPENEN :
    Croonen Jan van 1818 tot 1825
    Claes Jan Frans van 1818 tot 1829
    Storms Elico van 1825 tot 1830
    Storms Jan van 1829 tot 1830
    Ceulemans Jozef van 1830 tot 1852
    Rappoort Jan van 1830 tot 1832
    Van den Broeck Petrus van 1834 tot 1840
    Scheirens Frans van 1840 tot 1846
    Verstraeten Jozef van 1846 tot 1848
    Storms Jan Baptist van 1848 tot 1860
    Van den Eynde Petrus van 1852 tot 1861
    Verstraeten Jan Baptist van 1861 tot 1865
    Storms F van 1863 tot 1869
    Goossens Adriaan van 1865 tot 1881
    Op de Beeck Jan Corneel van 1867 tot 1878
    Goossens Engelbert van 1879 tot 1896
    Van den Eynde Jacobus van 1882 tot 1903
    Geeraerts Jozef van 1896 tot 1912

    Bl. 11

    Adams Karel van 1903 tot 1921
    Pelgrims Livinus van 1912 tot 1921
    Beyens Jozef van 1921 tot 1924
    Brabants Frans van 1921 tot 1932
    Van Woensel Juul van 1924 tot 1932
    Van Kelst Hendrik van 1933 tot …
    Wijns Jozef van 1933 tot …

    GEMEENTESECRETARISSEN :
    Van den Putte Theodoor van 1818 tot 1830
    Lambrechts Frans van 1830 tot 1831
    Holemans Karel van 1834 tot 1869
    Verschaeren Jan Baptist van 1869 tot 1894
    Van Roosbroeck Alfons van 1894 tot 1897
    Ceulemans Jozef Amand van 1897 tot 1918
    Op de Beeck Jozef van 1918 tot …

    ONDERWIJZERS :
    Verlinden Jozef van 1818 tot 1824
    Schoofs Guilielmus van 1824 tot 1830
    Lambrechts Frans van 1830 tot 1832
    Lambrechts Hendrik van 1830 tot 1832
    De Meutter Jozef van 1832 tot 1867
    Verboven Felix van 1842 tot …
    Van Erps Engelbert
    Van Dessel Frans
    Van Craen Jan Baptist van 1842 tot 1847
    Boelpaep Antoon
    Verkoyen Hendrik van 1847 tot 1849
    Van den Bosch Vital van 1849 tot 1852
    Sicard Paul Jan van 1853 tot 1854
    De Meutter Stanislas van 1854 tot 1864
    De Meutter Jan van 1863 tot 1865
    Van Eepoel Theofiel van 1865 tot 1866
    Van den Meutter Felix van 1866 tot 1873
    Viskens Lodewijk van 1867 tot 1894
    Van Hoof August van 1873 tot 1879
    Op de Beeck Jan van 1879 tot 1916
    ’t Servranckx Hendrik van 1894 tot 1899
    De Belser Victor van 1899 tot 1904
    Cools Alfons van 1901 tot 1930
    Verschaeren Louis van 1904 tot 1933
    Verstappen Edmond van 1906 tot 1912
    Peeters Frans van 1920 tot …
    Van der Auwera Frans van 1920 tot …

    Bl. 12

    VELDWACHTERS :
    De Preter Hendrik van …. tot 1832
    De Meutter Stanislas van …. tot 1851
    Van den Eynde Jozef van 1852 tot 1854
    Brabants Norbert van 1854 tot 1881
    Andries Adriaan van 1882 tot 1890
    Docx Edward van 1890 tot 1910
    Van Doorselaere Aloïs van 1910 tot 1928
    Verhoeven Denis van 1919 tot ….

    wordt vervolgd


    20-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    19-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (2)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    DE PAROCHIE.

    OORSPRONG OF ONTSTAAN.
    – De parochie is ontstaan uit een onderverdeling van Beersel in 1309. Uit de instellingsbrieven (1) blijkt dat er voor de oprichting der parochie, - dus voor vermeld jaar – ter plaatse reeds een hulpkerk bestond (2) zonder twijfel gebouwd door de Berthouten. Het is te denken, dat van den enen kant de grote afstand tot hun parochiekerk en van den anderen kant de nabijheid der hulpkerk, de parochianen van het zuidelijk deel van Beerzel aangezet heeft bij Z.Hoogw.Mgr.Philippus, bisschop van Kamerijk tot welk bisdom Beerzel alsdan behoorde (3), een verzoekschrift in te zenden van de verheffing der reeds bestaande kerk tot parochiekerk ; dus de oprichting ener parochie te bekomen. Ten gevolge daarvan zouden, luidens de inrichtingsbrieven, de Z.E.H..Henricus, deken van St.Rumoldus te Mechelen en broeder Joannes de Marle, monnik der abdij van St.Bernards, door Z.Hoogw. gezonden geweest zijn tot onderzoek. Het verslag over dit onderzoek moet Z.Hoogw. bevallen zijn, want door brieven gegeven te Brussel den 2e Zondag na H.Drievuldigheid 1309, door den Z.E.H.Joannes de Monasterio, bijzondere zaakgelastigde van Z.Hoogweerdigheid, is het gunstig verslag van onderzoek goedgekeurd en de parochie ingericht geworden.
    (1) Deels naar nota’s van vermelden hr. Op de Beeck.
    (2) Zie verder alinea “ Kerk “.
    (3) Naar vermelde instellingsbrieven, (en naar L.L. Geschied. Van Heist bl.22) Beerzel en Schriek maakten alsdan en tot in 1559 deel uit van de dekenij Mechelen en zijn bij ’t begin der 19e eeuw van de dekenij Mechelen-West overgegaan tot die van Lier, en bij de dekenij Heist bij dezer oprichting in 1873.


    GRENZEN.
    - Nopens de grenzen der parochie leest men in de instellingsbrieven : “ IPSUM LOCUM LIMITAVIMUS : SECUMDUM QUOD ANTIQUUM FOSSATIUM SE CIRCUMQUAQUE. “EXTENDIT AD QUEM SPECTABUT NIHILOMINUS QUOEDAM BIDEM JACIUS VOCATA THEUTONICE “ BERTHOUTMEER “ PROUT SE EXTENDIT

    Zonder twijfel moet hier door “ anticuum fossatium “ verstaan worden de RAAMBEEK die in het Berthoutmeer – nu de “ meren “

    Bl. 13

    - ontstaat, welke thans onder Baal gelegen zijn.
    Heeft die beek zoals te besluiten valt, de oorspronkelijke grenzen langs die kant vastgesteld, dan moet de parochie langs die zijde aanmerkelijk verkleind zijn ; volgens nr 183 van de inventaris der parochiale registers en archieven (1) had de Z.E.H.Van Dentegem, deken van Aarschot, in het begin der 17e eeuw, aan de E.H.Pastoor van Schriek vijf huizen afgestaan, die sedert de grensscheiding van 1807 deel maken van Baal. (1)

    (1) Een geordend inventaris der parochiale registers en documenten (naar omzendbrief van 02.04.1898 van Z.E.Kardinaal Goossens) door den E.H. Truyts, pastoor van Schriek, met bijzondere medewerking van den E.H.Fr. Vermeerbergen, onderpastoor, aldaar opgemaakt, bevat meer dan 300 nrs.(A) Het nr 183 luidt :
     
    “ Verklaring van heer Helsen vicaris van Baal, nu geestelijk onder Schriek.” (Eens dat het ons gegund geweest is inzage te nemen van die parochiale archieven, vonden wij vermelde verklaring, die luidt) : “ De ondergeschrevene zonder judictie of persuatie van iemand dan enkel in faveur van justitie en om de waarheid getuigenis te geven, attesteert mits deze van omtrent twintig jaar gezien en gelezen te hebben zekeren brief, onderteekend J. van Dentegem, plebaan van Aarschot bij adres aan den pastoor van Schriek, welken brief behelsde in substantie deze woorden : “ Alzoo omtrent U.E.parochie 4 à 5 huizen gelegen zijnde van mijne parochie van Aarschot ende het mij lastig valt om de verre afgelegenheit aldaar te moeten administreeren, en zo verzoeken U.E. van in de voorschreven huizen als het voorvallen zal de heilige sacramenten te willen administreeren, zal U.E. daarvoor laten genieten de emolumenten van hetgene nopende de voorschreven huizen can vervallen.”

    Item verklaart dezen brieve gezien te hebben in de pastorije van Schriek ten tijde dat aldaar pastoor was Gerardus Bogaerts, en, want het redelijk is de waarheit getuigenisse te geven bezonderlijk des versocht zijnde, zoo hebben onderteekend op heden 30 Meert 1743. (get) Adrianus Helsen, vicaris in Bael.
    Deze vijf huysen als wezenlijk nu Bael zijn overgegaen an Bael naer de nieuwe organisatie in het jaer 1807.
    (get) Ita testor P.Van Elst, past.loei 1807.
    DE KERK.
     – Uit het nr 13 van hierboven vermelden inventaris (1) blijkt dat de kerk zou gebouwd zijn in 1303, - dus voor de oprichting der parochie -, wat bevestigd schijnt door en overeenstemt met het (hoger vermeld) verslag van degenen, die met het onderzoek nopens de oprichting der parochie gelast geweest zijn, die namelijk verklaren gevonden te hebben “ CAPELLANUS “ en ook “ ECCLESIA “toegewijd aan den H.Joannes Baptista, gebouwd door

    Bl. 14

    Egidius Berthout. Daardoor zou de kapel van Grootloo kunnen bedoeld worden, maar die is toegewijd aan den H.Naam Jezus, en nergens is te vinden dat een kerk zou afgebroken, of een nieuwe opgericht geweest zijn. En wijl ten tijde van de oprichting der parochie, de heerlijkheden Schriek en Grootloo aan de Berthouten behoorden, die beschermers waren van de kerk, en doordien de meeste plaatsen in het Waverwald hun ontstaan aan dit huis te danken hebben, schijnt het zeker dat de kerk door hen opgericht is, wellicht zoals hoger gezegd door Egied of door de zoons van Walther IV, heer van Mechelen, over wie we verder – in het artikel over Grootloo – zullen spreken. Tijdens de eerste twee eeuwen half van hun bestaan, vinden wij over de parochie of de kerk niets meer vermeld. Van 1309 tot 1564 zouden er geen archieven (meer) bestaan. De doopregisters beginnen vanaf 1651 en de doopakten van af dit jaar tot 1779, zijn niet ondertekend. Een stuk uit 1661 (nr 14 van reeds vermelden inventaris), maakt als volgt melding van de verkoop van een parceeltje grond van het kerkhof. “ 1661. Verzoekschrift van den E.H.Mertens, pastoor om 4 roeden grond van ’t kerkhof te mogen verkopen.”(2)
    (1) Dit nr luidt : “ 1303. Litteroe fondationis Ecclesioe parochialis de Schriek (Transcriptoe fuerunt ex anthensias conservatis in archivis Ecclesioe parochiales de Aertselaer) “
    (2) Afschrift van een verzoekschrift, toelating en voorwaarden tot verkoop :
    1661.
    “ Request van d’heer Pastoor en kerkmeesteren van Schriek om van het kerkhof te mogen nemen 4 roeden erve tot het vullen van een gracht gelegen tusschen het kerkhof en de plaats, en dezelve gevuld zijnde, te mogen verkoopen.”
    Advies van den heer Landdeken omgegaen hebbende ter plaetse ende diegevisiteerd hebbende d’ zeer eerw heeren van ’t vicariaat 16 9bris 1661
    De mandato(g) Van Bosschoven Secr.subs tus.
    De zeer Eerw.heeren van ’t Vicariaat geinformeert synde van heer Landdeken, concenteeren in de vercoopinge alhier gementioneert mids remploy van penningen daervan komende sal gedaen worden prous in textu ende daer af doende behoorel, reckeninge bewysconde reliqua.
    Actum XIIII Decemb 1661
    De Mandato
    (g) B.van Bosschoven sec.substus
    De a° 1661 authorisatie van den Bisschop tot verkoopinge en goedenisse derzelve erve, Conditiën van verkooping, enz..
    Aan mijne hoochweerdigste heere den Arschbiscop van Mechelen oft mijn eerw. heeren van ’t vicariaat. Verthoonen met reverentie den heere Pastoor ende Kerkmeesters van Schrieck en Grootloo, hoe dat er is gelegen eenen gracht oft walle tusschen de plaetse van de parochie van Schrieck ende het Kerckhof van de parochiekercke ende alsoo dien voors grecht oft walle groot wesende ontrent de vier royen, soude wesen een bequame plaetsen om een huys te bouwen (zonder de kercke ofte kerckhof te beschaedigen) soo keeren zij verthoonders hun tot syne hooghweerdigste heere ootmoediglijk biddende te gelieven consenteeren, dat zij zouden mogenvan ’t voore Kerckhof afnemen ontrent vier oft vijf royen erve, om den voorn grecht mede te vullen ende alsoo te vercoopen om met de penningen daervan komende te maeken eenen muer tusschen ’t voorschreven Kerckhof ende plaetse van den dorpe, d’welk doende etc a,

    Bl. 15
    Dec. 1661.
    Andreas Dei et Aplica sedes gratia Archiepiscopus Mechliniensis, Omnibus presentes visuris salutem Domino.
    Recepimus supplicationem Pastoris Aeditiorum Eccliarum parochialium de Schriek et Grootloo, qua nobis exposuerunt in terminis, hoe dat er is gelegen eenen grecht of walle tusschen de plaetse van de parochie van Schriek ende het Kerckhof van de prochiekercke ende alsoo dien voors grecht ofte walle groot wesende ontrent de vier royen, soude wesen een bequam plaetse om een huys te bouwen (zonder de Kercke oft Kerckhof te beschadigen) soo keeren zij verthoonders hun tot syne hoogweerdigste heeren ootmoedelijk biddende te gelieven te consenteeren dat sy zouden mogen vant voorse kerckhof afnemen ontrent de vier of vijf royen erve om de voorse grecht mede te vullen ende alsoo te vercoopen om met de penningen daarvan komende te maeken eenen muur tusschen ’t voorse Kerckhof ende de plaetse van den dorpe, d’welk doende, hetwelk voorse wij hebben doen visiteeren ende doen ondersoeken bij die van onsen raede van het vicariaat ende daerop wel rypelijk geleth, soo concenteeren wij in de vercoopinge alhier gementioneert, de coopers daarinne te goeden ende erfven, midts observerende alle solemniteyten daer toe noodich, ende Remploy van de penningen daervan komende sal gedaen worden, prout in textu supra scripte libelli, ende daer af doende behoorel reckeninge bewijs ende reliqua. Toirconde hebben wij hetzelve bij den Secretaris van ons Vicariaat doen onderteekenen ende den ordinaris segel daerop doen drucken d’erthienden decembris a° Dmi Xuje seventsestich
    De mandato
    (g) B van Bosschoven, secret.
    Fiat goeyenisse sonder prejudicié van de pontpenningen Actum in Mechelen den 24 January 1662
    (g) G. van Uffels.
    Bl. 16

    19 DEC. 1661.
    Voorwaerde ende conditie waerop den heere pastoor ende kerckmeesters van Schrieck en Groteloo sullen heden dezen 19 Dec. 1661 vercoopen seecker eur met roye toecomen de kercke gelyck die gelegen is noordt ende oost aan ’t kerckhoff, west de plaetse vant dorp ende suydwaerts de pastorystraete ende d’erffgen Gillis Wauters alles achter volgende d’ octroy van Arschbiscop hiertoe verleent ende hier annex (A)

    In den eersten soo is conditie dat men dezelve erfve sal doen effenen op den kost van de kercke ende geffent zynde alsdan meten ontrent de 8, 9 of thien royen ende naer advenant de royen betalen.
    Noch is conditie dat betalinghe moet zyn in gereeden gelde oft uyterlycken binnen de veerthien daegen.

    Noch is conditie dat de cooper van vier 3 cyden sal moeten heymen ende de fruytboomen en den heym geplant sullen wezen tot profyt ende eyghen van den cooper.
    Noch is conditie dat de cooper op de voorse erfve niet en sal moghen een slecht huys setten dan een huys van fraye forme voort dminste met eenen steenen muer vant fondament tot aant dack ende dat naer den westen oft tegen de straete vant dorp.
    Noch is conditie dat den cooper voor ongelt sal betaelen eenen halven stuiver elcken gt.
    Item dat geviel datter moest gegeven worden eenich pontgelt oft oncosten van goedenisse sullen wesen half ten laste van de kercke ende half tot laste van den cooper.
    Den cooper sal voor zijn kloeckhyt profiteren eenen gul voor den palmslach ende daervoor sal hy hebben te stellen twee verdieren ieder van thien stuyvers tot profyte van kercke ende alle andere verdieren sullen wesen half tot profyte van de kercke ende half tot profyte van den setter.
    Op alle besproken conditiën is door palmslach gegeven aen Huybrecht Vercalstere voor seven gul ende thien stuyvers stelt boven de ordinarisse verdieren noch vier en twintich verdieren daer en boven stelt noch twelf ende heeft hiermede opgehouden dezen 19 dec. 1661.
    Aldus gedaen ter presentien van heer pastoor, meyer kerckmeesters Adriaens Tuytgans schepen en Huybrecht Van Calsteren.
    Noch heeft Huybrecht Vercalsteren op den 30 sten december gestelt twintich verdieren ter presentien van Aert Voet ende Coryn Mertens.
    (g) Huybrecht Van Casteren.
    Noch hebbe ick FR. Maertens pastoor van Schrieck gestelt veertich verdieren op den 2 Jan. 1662 ter presentiën van

    Bl.17

    Aert Somers meyer ende Peeter Claes.
    (g) Judoens Mertens Pastoor.
    Naer behoorlyk sondaeghs kerckgebot is door oordre van pastoor ende kerckmeesters de keerse gebrant. Present Adriaen Van den Broeck en Guylliam Van Eynde ende meer andere getuigen ende is mij pastoor bovens. aangebleven. Dezen vierden January 1662.
    (g) J.Mertens pastoor.
    (A) Z.W. hoek van ’t kerkhof waarop in 1838-’39 de brouwerij Vermylen opgericht werd.
    VERGROTINGEN DER KERK. – Dat de kerk meermaals verandering (vergroting) heeft ondergaan, daarvan levert het uitzicht, (bouwstoffen en –vormen, ouderdom, vensters en afmetingen der muren) duidelijk het bewijs. Voor dat zij de eerste maal vergroot werd, had zij, zonder twijfel, smalle zijbeuken (1) onder een afzonderlijk dak boven hetwelk de middenbeuk met ogivale vensters zich verhief. In 1793 werden die zijbeuken verbreed door het naar buiten plaatsen der (huidige) muren, die van ruime, bijna rechthoekige vensters voorzien zijn. Daar een afzonderlijk dak, als voorheen, geen genoegzame helling zou hebben, werd het nieuwe dak boven de zijbeuken langs boven verlengd en met het dak der middenbeuk tot een geheel verbonden. De drie of vier spitsvormige vensters der middenbeuk (van ongeveer 1,2 m hoogte en O,7 m breedte naar onderstelling van ambachtslieden (2), van licht beroofd, werden toegemetseld ; de ogivale bogen tussen de pilaren kregen een ronden vorm en de nieuwe zijbeuken een gewoon waterpasliggend plafond. Wanneer die vergroting pas geëindigd was, werd bevonden dat het nodig was het oud plafond der kerk gans te vernieuwen en bijwerken uit te voeren om het oud gedeelte der kerk in passend verband te brengen met het nieuw gedeelte (3). Jammer ging bij die verandering – te denken uit vrees voor te grote onkosten – gans de gothischen bouwtrant der kerk verloren (1795).

    Bij de tweede vergroting, in 1844, kreeg de kerk door het aanbrengen van brede kruisbeuken, wat het verplaatsen en vergroten der koor noodzakelijk maakte, de vorm van een Latijns Kruis. Tot uitvoering van dat werk, door de overheid volstrekt noodzakelijk erkend (4) kreeg het gemeentebestuur, na dringend verzoek – gezien de slechte financiële toestand der gemeente – vanwege de Best. Deputatie toelating zelf de bouwstoffen te leveren en niets te moeten aanbesteden dan de handenarbeid (arbeidsloon) onder directie en bewaking van de heer Prov. Bouwmeester. Dit werk werd den 13 Mei 1844, bij openbare aanbesteding ten gemeentehuize van Schriek aan den heer Petr.Jos.Gramme, meester-metser te Mechelen, toegewezen mits 5600 fr.

    De toren heeft altijd zijn oorspronkelijken bouwtrant behouden.
    (1) Bij herstelling van de vloer werden oude fundamenten aangetroffen. In meerdere kerken, o.a. te Baal en Werchter, vindt men nog zulke smalle zijbeuken. (Nu niet meer!)


    Bl. 18
    (2) Onder welke Norbert Kempeneers, die als schrijnwerker en timmerman, gedurende zeer vele jaren met alle onderhouds-, herstellings- en verbeteringswerk aan en in de kerk is gelast geweest.
    (3) Van het werk der eigenlijke vergroting in 1795 vonden we nergens een stuk. Van de rekening-bestek van dit bijgevoegde verbeteringswerk in ’t zelfde jaar volgt hier afschrift : “ Onkosten van een nieuw plafon in de kerk van Schriek, van afkappen van de oude mueren en beplacken derzelve, beplacken van de nieuwe mueren van den thoren, etc. gedaen ten jaere 1795.

    Syn in de onkosten van het plafon niet begrepen het hout geëmploieert in den corniche. Immers dit is gevonden van vijf einde balken, die men uit de kerk heeft genomen en van eene graet (goot?) die rondom het eind plafon was, deze einde stukken gezaagd zijnde hebben gegeven zooveel hout en dat zeer droog, als er is van doen geweest. Dus hier vooren 0-0-0

    Item en is in deze annotitie niet begrepen het ijzerwerk dat er gebruikt is boven in het houtwerk omdat ik de juiste quantiteit daarvan niet en kende, doch dit en is zo merkelijk niet geweest, en integendeel zijn ook in deze rekening begrepen het kuisen van al de autaren en van alle glazen der kerk, repareren derzelve, etc. welk ik reken dat malkanderen compenseert.

    De gehele onkosten van dat werk belopen volgens quitantiën en annotitiën ter somme van duisent agt en seventigh gls, vijf st. en een oord Brabants courant. Dus 1078=5=1 Op deze somme kan nog gekort worden… Plafon vergeten die er over zijn gevonden geweest. Item nog 6 à 7 bisselen latten. Hebbe nog ontvangen van overschot van materialen van de smit J.A.Mertens 4=1 Is nog te reflecteren dat men de plaken daar boven de coor en boven de choor van O.L.V. het eind plafon van was gemaakt, heeft latten geslagen, en dat nog al menige busselen, die niet gerekent en zijn, etc.etc.
    (g) J.A.Raeymaeckers, Pastoor van Schrieck.
    14 Xber 1795.
    Nota : Zijn ook niet begrepen in de onkosten van Plafon waarvan aan den andere kant het afkappen en dunner maken van de pilaeren en het insteken van stenen capitelen die er te voren op de pilaeren (geene er) waren, den onkost hiervan kan gezien worden in rekeningen der kerke en beloopt circa…….

    Bl. 19
    (4) In onze kinderjaren hoorden wij getuigen dat, bij gebrek aan plaats in de oude kerk, een groot deel gelovigen de goddelijke diensten tot buiten het kerkportaal bijwoonden, dat door uitwaseming (zweet) en ademhaling der opeengepakte menigte de vensterruiten somtijds dik beneveld waren en het vocht langs de muren neerdruipte, dat het meermaals gebeurd was, dat personen door de verpeste lucht kwalijk gevallen, moesten buitengebracht worden.
    BEGANKENIS EN PROCESSIE.
    – Vroeger eeuwen heeft hier een grote begankenis, veelal bij nacht, plaats gehad zo door ruiters als door voetgangers. Zij volgden een weg, die tamelijk lang is (1) en “ St.Jansweg “ genoemd wordt. Deze werd ook vroeger tijd door de plechtige processie van St.Jan, Op den eersten Zondag na den 23 Juni gevolgd (2) en over weinige jaren ( eerste jaren na de wereldoorlog ) bij het overlijden van een dorpeling, nog gedaan door 7 jonge dochters, die biddend achter elkander gingen (3).
    (1) Vertrekkend van de kerk, langs Tuindijk, Puttestraat, Langstraat, Korte Meerweg, Payerstraat, Zandstraat, Grootloo, Gommerijnstraat, Langstraat, Lauwerijkestraat, Boschstraat, Kapel Heidestraat, Hoogstraat, Dorp, Voetweg naar Pandoerenhoek, Haechtsebaan, Schriekstraat, St.Bernardus kapel, yerugkerend naar de kerk. (E.H.Vermeerbergen zal dit onderzoeken.)

    (2) “ Een volksoverlevering, die op vaste grond schijnt te rusten, zegt dat de rijkelijk uitgedoste processie op haar weg nabij de Bolloo, aangerand is geweest door een bende baanstropers, maar dat ontzet is geworden door toegesnelde hulp uit Werchter, en dat de processie sindsdien een veel kortere weg – de tegenwoordige processieweg (Kerk, Leuvensebaan, Molenschrans, Kapelheidestraat, Hoogstraat, Kerk)- volgt” Aldus meegedeeld door de E.H.Ruts, onderpastoor te Schriek, ter congregatie voor jongelingen, die destijds (1875) vergaderden in een vertrek der woning van hr Petrus Van den Broeck. Op de Beeck, Hoogstraat, WB nr 679 b v ’t Kad.( Zie nr 158 van Inventaris. Is dit reglement misschien ’t gevolg van die aanval op de processie?) De Driehoekige vaantjes – vorm als Scherpenheuvel – souveniers – waarop de kerk van Schriek, de kapel van Grootloo (rechts) en de St.Bernarduskapel (links) met enige woningen en de uitgaande processie ruw afgebeeld zijn, zouden naar mening van enige mensen uit die tijd dagtekenen. (In 1896 herdrukt bij de inhuldiging van de heer Burgemeester Goossens. Platen bewaard op de pastorij.) In zijn werk “ Les Drapelets de pèlerinages en Belgique et dans les pays voisins (Anvers.J.E.Buschmann, imprim.-édit.

    Bl.20
    Rempart de la porte du Rhin, 15 , 1922) zegt Em.H.Van Heurck (blz. 409-410) ; het vaantje beschrijvend :
    « De gauche à droite au premier plan une rue bordée porte une clôture interrompue au milieu par une barrière et deux tourniquets et rejoignant de droite à gauche de vieilles maisons. La barrière vis-à-vis de l’entrée de l’église est ouverte pour le passage de la procession de St Jean Baptiste. Le cortège religieux se compose d’un porteur d’oriflamme, de la statue de St Jean-Baptiste, l’agneau sous le bras, portée par quatre hommes et suivie par quelques notables et trois jeunes filles tenant des devises. Un homme portant un agneau ferme la marche. Les fidèles, parmi lesquels un cavalier, se rangent au passage de la procession. En Perspective, vue du côté de l’occident, l’église paroissiale de Schrieck, qui est un bâtiment assez considérable à en juger par son imposante tour. En regard du collatéral du côté du midi, une assez grande maison, entourée d’un jardin, qui se prolonge jusqu’aux murs du temple. C’est peut être le presbytère. A gauche du drapelet, derrière le chœur, avenue ou chaussée plantée d’arbres. Entre l’église et le presbytère une terre ou s’élève une statue de Jésus enfant entourée de pélérins en oraison, et, enfin au troisième plan, entre les mêmes constructions, une chapelle à campanule du hameau de Groteloo, dédiée au Saint Nom de Jésus, « Den Soeten Naem Jesus tot Groteloo. » Au bas sous l’encadrement, l’invocation « Sinte Jan Baptista tot Schrieck, Bidt voor ons. » (zinco-gravure d’apres une grave en taille-douce du XVIIème siècle, à encadrement non signé, sans adresse d’éditeur. H.225.B.290.

    Le village de Schrieck est situé dans le sud de la province d’Anvers à 7,5 kilom. De Heyst-op-den-Berg et à 17 kilom. De Malines.

    Over de verering van St.Jan Baptist :
    “Une affiche de notre collection, imprimée à Malines en 1792, chez F.J.Van der Elst, mentionné que le 24 juin on célèbre solonnellement dans l’église paroissiale de Schrieck et de Grootloo la fête de St.Jean Baptiste, patron spécial contre le mal caduc, les maladies épidémiques, les épizooties et que cette solennité a été enrichie d’une indulgence plénière par le pâpe Pie VI. Une grande messe avec sermon a lieu à 9 heures et est suivie d’une procession solonnelle avec le Saint-Sacrement. Une autre indulgence, annonce aussi la même affiche, est à gagner le lundi après le deuxième dimanche de septembre.

    Bl. 21
    Mais l’abbé Heymans, ancien vicaire de cette paroisse et qui s’est interessé à son histoire, a bien voulu nous renseigner sur l’importance de cette dévotion et nous a appris, qu’il n’y a jamais eu de pélérinage, au vrai sens du mot, en l’honneur de St.Jean Baptiste, ni à Schrieck, ni à Grootloo. Aucun document d’archive, aucune traduction ne permet de supposer qu’il y ait jamais eu un pélérinage ou quelque chose de semblable en l’honneur du Saint. S’il y en avait été autrement, il en serait resté des traces. Le saint n’a pas d’autel et le sanctuaire possède de ses reliques. »
    Toutefois, les renseignements de M.le vicaire L.Heymans ne concordent pas entièrement avec ceux de M.l’abbé Fr.Vermeerbergen, curé de Grootloo. Celui-ci assure qu’à l’époque de la fête de Saint Jean Baptiste, les paysans faisaient à cheval le chemin de Saint Jean, le Sint-Jansweg, le drapelot attaché à l’œillère de leur monture. Ils faisaient ce « tour » pour que leur bétail fût préservé de maladies. On faisait aussi ce chemin à pied, même jusque dans ces dernières années, au décès d’un paroissien. Alors sept jeunes filles, allant à la file, faisaient le chemin de Saint Jean en récitant le chapelet pour le défunt. Cette coutume a entièrement disparu depuis la guerre (1914-’18). Ce « tour » était long d’une heure et demie.

    Il y a quelgues années on a découvert le cuivre gravé dans le sacristie. On en a fait faire un cliché qui a servi lors l’inauguration du nouveau curé de la paroisse, M.l’abbé Truyts et en 1895 du bourgemestre M.Goossens. N.B. Van die beide verklaringen, in hun geheel genomen, houdt die van de E.H.Fr.Vermeerbergen alleen steek. Deze is van 1897 tot bij zijn benoeming tot pastoor van de parochie Grootloo in 1906, onderpastoor geweest van de parochie Schriek St.Jan Baptist, en heeft in 1898 mede gearbeid aan ’t opmaken van de inventaris der parochie archieven van Schriek. (Schrijver dezes heeft binst de octaaf van St.Jan Baptist in 1873 of ’74 dezen nachtelijken beeweg met zijn vader meegemaakt.)

    (3) In onze kinderjaren (1870 – 1876) zijn wij daarvan menigmaal getuige geweest, en hoorden wij het noemen : “Den weg omgaan”.
    PAROCHIALE INSTELLINGEN.
    BROEDERSCHAPPEN.
    – Het broederschap van St.Antonius in 1710 ingesteld, bestaat nog, maar na 1906 zijn slechts enkele namen van nieuwe leden ingeschreven, zoodat het aan ’t wegkwijnen is. In vermeld jaar bestond het Broederschap van den Levenden Rozekrans.

    Tijdens onze kinderjaren hoorden wij hoogbejaarde lieden spreken van het Broederschap van den H.Schapulier (1) en van de Goede Dood, maar het is twijfelachtig of die hier zouden bestaan hebben. Thans, 1940, bestaat nog het Broederschap der gelovige Zielen, dat honderden leden telt.

    Bl. 22

    GENOOTSCHAPPEN EN GILDEN. – De “Gilde van St.Sebastiaan”, (handboogschutters) die in ’t begin der 18e eeuw hier nog bloeide en zonder twijfel haar plaats in de plechtige processie innam, is wellicht tengevolge van ongunstige tijdsomstandigheden verzwakt en in 1844 te niet gegaan. De zilveren breuk met de spreuk : “Mel post fel” (2) die door de twee laatste leden aan de kerk werd geschonken, wordt hier nog bewaard. Ook prijkt het beeld van St.Sebastiaan, patroon der gilde, tussen andere heiligenbeelden nog in de kerk.

    Het genootschap van St.Vincentius à Paulo – een vereniging van liefdadige personen (in 18.. opgericht) dat voor doel had de behoeftigen vooral de schamele armen der parochie te ondersteunen, heeft na de wereldoorlog, ten gevolge van de algemene verbetering in de stoffelijke toestand der lagere volksklas, opgehouden te bestaan.

    Verder kunnen we noemen als thans bestaande verenigingen : de “Bond van het H.Hart”, ”Boerengilde en afdelingen”, “Congregatie”, “Derde Orde” die deelnemen aan de processie.
    (1) Naar getuigenis die wij hoorden afleggen, wanneer bij gelegenheid ener Missie (in de kerk gepredikt), schier alle huismoeders schapulieren kochten, lieten wijden, en hun kinderen, zo kleine als grote om de hals hingen.
    (2) Mel post fel = Miel après fiel = Honig na gal = Verblijden na Lijden = Na lijden komt verblijden (zinnebeeldige voorstelling) (Op dit tijdstip, 1844 – paste ’t echter beter : “Fel post mel”)

    FONDATIEN EN GIFTEN TEN VOORDELE VAN :
    A. DE KERK. 1. In het jaar 1714 gaf Mevr. Van Grootendael, lijftochtenares van de heer Hiëronymus Zety aan de kerk het pachthof “Koudhalzenhof” tot levensonderhoud van een onderpastoor onder zekere verplichting. De goederen waarvan spraak in het stuk van afstand, werden later verkocht en het bedrag ervan is uitgezet geweest : Op de Staten van Vlaanderen 500 gulden, - op de gemeente 500 gulden, - het overige bij verschillende partikulieren. De renten der twee eerste sommen zijn aangeslagen of afgeschaft geworden door het Frans Staatsbestuur. Van de partikulieren blijven er nog twee, een van 180 gulden en een van 125 gulden over. De Kerk gebruik makende van het Besluit van 7 Januari 1834, heeft dezelve aangeslagen, en het is voor die som van 305 gulden, dat in de staat der fondatiën, opgemaakt in 1887, acht gelezen missen gebracht werden.

    2. Den 12 Oktober 1855 heeft de heer Graaf Philippus van der Stegen de Schriek door notarieële akte aan het armbestuur van Schriek afgestaan : a) een parceel bouwland, b) een parceel dennenbos, c) een rente in kapitaal 4531 fr. Van de inkomsten dezer goederen moet 1/3 deel aan de kerkfabriek afgestaan worden met last voor deze van jaarlijks te doen celebreren een plechtige jaargetijde voor de gever en zijn afgestorven familieleden.

    Bl. 23

    3. Op 20 Oktober 1855 heeft heer Philippus Claes bij testament aan de kerk gemaakt twee perceeltjes land gelegen onder Keerbergen met last van jaarlijks te doen celebreren zeven jaargetijden, vier voor het erflater, twee voor zijn ouders en een voor zijn broeder Pieter.
    4. In 1875 heeft de E.H. Andreas van Ourshaegen, alsdan rustend priester te Schriek, gekocht ten prijze van omtrent 5000 fr twee stukjes bouwland en een perceeltje bouwland in en tegen het dorp van Schriek, en die aan de kerk geschonken. Deze goederen op de naam van Karolus Vermylen, pastoor te Schriek beschreven, zijn door deze aan de kerk overgemaakt.

    B. DE H. GEESTTAFEL. – (Armbestuur, Bureel van Weldadigheid, Commissie van Onderlingen Onderstand)

    1. In het testament van de E.H. Lardinoy, pastoor van Schriek ( 1731 – 1771 ) leest men het volgende : “ Comende hij E.H. Testateur tot de dispositie van alle syne resteerende mobiliere effecten ende constante penningen, alsook obligatiën, ende gesamenlyke al hetgeen hij hier van God verkregen heeft en bezittende is, - allen hetzelfve laat, maakt hij aan de taefele van den armen van Schrieck ende Grootloo, zoo nogthans dat zijn wille is dat alle jaeren de arme kinderen die hunne eerste communie sullen doen wonenede te Schrieck ende Grootloo, sullen behoorlyk in staet gestelt worden om behoorlyk hunne eerste communie te doen (met last voor het armbestuur van een jaargetij te doen celebreeren voor de erflater.

    2. Den 1 Juli 1839 heeft de E?H. Benedictus Kerselaers, onderpastoor te O.L.V.Waver, de inzichten kennende van zijn overleden broeder, onderpastoor te Schriek (1837 – 1846?), aan het armbestuur een som geschonken van 2000 fr met last van jaarlijks onder het octaaf van Allerzielen te doen celebreren 6 gezongen missen en loven tot lafenis der gelovige zielen.

    3. Op 1 Juli 1847 heeft Catharina Rymenants, echtgenote van Fr. Goossens, bij testament aan het Armbestuur een som vermaakt van vier duizend fr op last van jaarlijks onder het octaaf van het Allerh. Sacrament ter harer intentie te doen celebreren zes gezongen missen.

    4. Zoals hoger gezegd stond graaf Phil. Van der Stegen in 1855 aan het Armbestuur van Schriek af : een perceel bouwland, een perceel bos en een som van 4351 fr op voorwaarde dat 1/3 van de opbrengst der goederen aan de kerkfabriek zou overgelaten worden.

    5. In 1873 heeft de E.H.Kar.Vermylen, pastoor, door testament aan het Armbestuur gemaakt een perceel land gelegen onder Heist-op-den-Berg met last van een jaargetijde op zijn sterfdag en een uitdeling van brood aan de armen.

    Bl. 24

    C. DE GEMEENTE.

    In ’t jaar 1662 had de gemeente Schriek en Grootloo van zekere Juffrouw Catharina de Cleyn een som ontleend van Twwe en twintig duizend gulden. Na verloop van 55 jaar, hebben de overheden der gemeente, in de onmogelijkheid zijnde niet alleen dit kapitaal te kunnen afleggen, maar ook de achterstallige intresten te kunnen voldoen, die alsdan tot een gezamenlijke som van 42000 gulden beliepen, het geluk gehad een overeenkomst te sluiten met de liefdadige erfgenamen (fam.Ulens) van Juf. De Cleyn. Bij deze overeenkomst werd bepaald dat de schuldeisers zich zouden vergenoegen met een som van zeven duizend gulden, op voorwaarde dat de gemeente zich zou gelasten met het doen celebreren der missen en jaargetijden in de akte vermeld. Nopens deze overeenkomst lezen wij dat de gemeenteraad van Schriek in zitting van 15 Juli 1819 erover te beslissen had of de gemeente wettig verplicht is een wekelijkse mis en een jaargetijde te doen celebreren voor de familie Ulens. Reden :

    “ Par une transaction faite entre les échevins de cette commune et feu le révérent sieur Ulens, passée devant le notaire Hermans à Anvers, le 7 janvier 1717, ce qui conste de l’extrait ci-joint, d’un registre qui se trouve déposé aux archives de cette commune, - les représantants de la commune ne sont alors bien formellement obligés de faire célébrer toutes les semaines et en toute perpétuété une messe de requiem comme aussi une anniversaire pour le repos des âmes de la famille Ulens, et ce en considération du bienfait que feu le révérant et prédit Ulens vanait de faire à la dite commune de Schrieck et Grootloo, en la déchargeant d’une rente en capital de fl.22000 et de pareille somme d’intérêts arriérés, donc ensemble d’environ fl.44000, moyennant d’une somme de fl.7000 et une fondation d’une messe hebdomadaire de requiem et d’un anniversaire. »

    Deze som van 7000 gulden werd door de gemeente afgelegd den 17 Maart 1718. Uit de verklaring van de bedienaar van de eredienst en uit de belijdenis der oude rekenplichtigen en bestuurders blijkt dat deze diensten gecelebreerd zijn tot in 1794, wanneer de gemeente beroofd werd van de machtbelasting te zetten en over geen ponden meer beschikte. Het besluit van de gemeenteraad ( 15.07.1819 ) luidde : “ De gemeente is, blijft verplicht deze diensten te doen celebreren.”

    D. BIJZONDERE WERKEN.
    1. In ’t jaar 1879 heeft mevr. Weduwe Goossens – Rymenants (reeds vernoemd), op eigen grond en kosten twee schoollokalen gebouwd. Een weinig later heeft een liefdadig werkman, J.B.Boecxstaens een som van 2000 fr geschonken voor ’t bouwen ener derde klas tot bewaarschool.

    2. In 1882 heeft mej. Gravin Julia van der Stegen aan de kerk geschonken een “Kruisweg” op doek geschilderd en in eiken lijsten gezet (door N. Kempeneers) – Prijs 2152 fr. Een koperen plaatje langs onder op de lijst der eerste statie draagt dit inschrift : “ Proentis D.na Maria Jos. Julia Com.esse van der Stegen de Schrieck, an. 1882 D.D. – Obiit Lovani 18 Marti 1898.”

    Bl. 25

    3. In 1883 liet Joanna Wouters, dichtste gebuur van de kapel van Grootloo, al de vensters der kapel van ruiten voorzien.

    4. In ’t jaar 1891 hebben heer Eug. Goossens en mej. Zijn zuster Josephina de kapel van Grootloo hersteld en er, in 1894 – 1895 de N.beuk en een toren bijgebouwd. Grootloo was dan nog niet tot parochie opgericht.

    5. Ten jare 1898 hebben de juffrouwen Ida en Maria Van den Eynde (gezusters) twee grote vensterramen in Kathedraalglas aan de kerk van Schriek geschonken.

    BEMEUBELING DER KERK.

    De kerk bezit geen kunstschatten. Een gotisch Kruisbeeld van 2.30 met. Hoogte en een zeer oude stool schijnen van waarde. Twee gebeeldhouwde biechtstoelen met zinnebeelden van de “ Verloren Zoon en St.Pieter – St.Paulus en St.Jan de Evangelist” alsmede de predikstoel, wwaronder het Doopsel van Jezus door Joannes Baptista, patroon der parochie is afgebeeld, verdienen vermelding. (Men zie verder ruw plan en inwendige van de kerk.)

    KLOKKEN.
    – In de toren hangen drie klokken :

    I. Sint Jansklok : Gewicht 1391 kg Hoogte zonder oor 1,05 m Hoogte met oor 1,27 m Afmetingen langs onder 1,30 m Afmetingen langs boven 0,82 m Dikte van de wand 0,10 m Toon
    Langs boven rondom op de mantel staan 12 reliëfbeelden (12 apostelen ?)
    Langs onder rondom op de mantel in gotische letters : “Severinus Van Aerschodt sumptibus ecclesiae me fudit Junii 1866. Car. Vermylen pastore et M. Vermylen burgim. Patrinus Comis A. Van Der Stegen de Schriek loco Philippe Van Der Stegen patris Matrina Comitissa Alb. Van Der Stegen nata Odil. De Pret Roose de Calesberg.”

    II. Mariaklok : Gewicht 926 kg Hoogte zonder oor 0,95 m Hoogte met oor 1,15 m ;Afmetingen langs onder 1,10 m Afmetingen langs boven 0,65 m Dikte van de wand 0,08 m Toon
    Langs boven op de mantel drie bandjes , + , met het opschrift : “ + Anno Domini MCMIII R° D° E.L.Truyts par. me refundit M. Michiels et beatoe Mariae Virgini consderavit + Adm.rdus Ds. D.P.J.Van Roey DDC Heysten D° Joanne Silverio Medardo Vermylen Patrino et Da Maria Petronella Luyckx. + Vidua d.i Melchioris Vermylen MATRINA. »
    (Langs onder 2 beeltenissen in reliëf.)

    Bl. 26

    III. Sint Antoniusklok : Gewicht 616 kg Hoogte zonder oor 0,75 m Hoogte met oor 0,95 m Afmetingen langs onder 0,97 m Afmetingen langs boven 0,60 m Dikte van de wand 0,08 m Toon
    Langs boven op de mantel : 12 reliëfbeeltenissen, als op I
    Langs onder op de mantel : in gotische letters ’t volgend opschrift : “Severinus Van Aerschodt sumptibus ecclesiae me fudit Junii 1866 Car. Vermylen et M. Vermylen burgim. Patrinus Eug. Goossens – Matrina Cath. Rymenants »

    In de eiken houten klokkestoel is ingebeiteld : 1538. In de eiken houten stoel van ’t torenuurwerk : 1718.
    wordt vervolgd


    19-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    18-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (3)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    GRAFZERKEN EN GEDENKSTENEN.
    – Vele priesters en notabelen werden te Schriek, evenals elders, eertijds in de kerk begraven onder een zerk of grafsteen. Bij bevel van Jozef II, gedagtekend 26.06.1784, werd dit verboden, -en door een decreet van het Franse staatsbestuur gedateerd 23 prairial XII (= 12 Juni 1804) – werd daaraan voor goed een einde gesteld. Een veertien tal zerken liggen in de vloer der kerk. Zonder twijfel bedekken zij niet meer het graf van de overledene, maar worden bij de vergroting der kerk en bij latere herbevloering op geschikte plaatsen ingewerkt.

    De Ligplaats dezer zerken (in 1940) is aangeduid en genummerd (1 tot 16) op ’t grondplan der kerk hiernaast.  
    Op de nrs 1 en 2 is langs boven een kelk, langs onder een doodshoofd afgebeeld.  
    N° 8 - 2,20 m lang en 1,25 m breed – draagt aan de bovenkant het wapenschild der familie Roussel.  
    N° 11 – 2,55 x 1,40 m) draagt dit der familie de Brouchoven met 16 kleine blazoenen. Het onderste deel dezer zerk, buiten de deur der doopvont, is door voetstappen uitgewist.  
    De overige grafstenen hebben kleinere afmetingen.

    OPSCHRIFTEN VAN DEZE ZERKEN :

    Bl. 27

    N° 1 D.O.M. Memorie van den eerweerdigen Heere Judocus Mertens 53 jaer pastoor dezer gemeynte waerachtigen vaeder der armen, trooster der siecken onderwyser der ongeleerden Weldoender van kercke en armen die onvermoeyt in het woord Godts te verkondigen 50 jaeren en keeren gepredikt heeft de passie Stierf oudt synde 80 jaer anno 1708 op den dagh van Sinte Michiel.
    Dat ruste in peys bij Godt syne ziele

    N° 2 D.O.M. Hier leyde begraven den eerw. Heere Gerardus Bogaerts Pastoor van Schrieck En Grootloo Gestorven den 7e Xber 1721 Bid voor de ziele

    N° 3 Hier leyt begraven den eersaemen Adriaen Van Broeck Kerckmeester deser kercke die stierf den 12 February 1681 ende Cathelyne Hoylaerts syne huysvrouw
    Bidt voor de zielen

    N° 4 Hier leyt begraven… Van den Broeck ...
    Bid voor de ziele

    N° 5 Memoratus R.D.Caroli Lardinoy 40 anni Pastoris in SCHRIECK Qui ……..pauperum. Obiit 8 Dec.1770

    N° 6 Sculture van Judocus Vincx stierf den 4 Januari 1780 nen van Joanna Docx zijn huysvrouwe.
    ... 1789

    N° 8 Hier leyt Jufvrouw Anna Moreels weduwe van Jonckheer Andries Roussel heere van Hovel ende stierf den 28 Meirt 1647 ende Jonckheer Marcus Roussel Heere van Hovel hunne sone Stierf den 21 October 1650

    N° 9 Hier leyt begraven Jan Somers proviseur van ’t broederschap van Sint Antonius geweest in zijn leven ende oudt schepene van Schrieck ende Grootloo die gestorven is op den 9 Meert 1670 ende Catharina Serneels syne wettige die gestorven is den 16 Meert…

    N° 10 Hier ligtht begraven den eerw.;digen heere

    Bl. 28

    N° 11 D.O.M. Monumentum Perillustris Domini Joannis Baptistae de Brouckhoven toparcha de Schrieck

    De opschriften van de nrs 7, 12; 13, 14, 15, 16 zijn door voetstappen uitgesleten.
    Boven tegen de westelijke muur der doopvont hangen vijf obiitten van de grafelijke familie van der Stegen.

    Op het oude kerkhof (rond de kerk) zijn ingemetseld : in de muur der zuider zijbeuk 2 zerken nabij ’t venster der doopvont, en een nabij ’t volgend venster ; in de westermuur der zuiderkruisbeuk een gedenksteen van de vergroting der kerk in 1844, en een zerk naast het poortje in de scheimuur tussen de pastorij en het Z. kerkhof.

    Op de eerste zerk is langs boven een kelk tussen twee ampullen en langs onder een doodshoofd afgebeeld. Op nr 3 is langs boven het wapenschild van M(arcus) Roussel.

    OPSCHRIFTEN :

    1. D.O.M. Hier lydt begraven den Eerw.Heer Adrianus Snoeckx gewesen pastoor deser parochie ten tijde van 2 jaeren sterft den 8 Mei 1791 oud 53 Jaeren. Bidt voor de siele. R.I.P.

    2. + D.O.M. Hier ligt begraven Isabella Wyns geboren te Schrieck deze 11 November 1780, die er sterft den 15 Augustus 1839 dochter van Adrianus Wyns en van Maria Van der Auwera die hier ook rusten ten grave egtgenoote van Jan Norbert Vermylen, geboren te Keerbergen den 13 Meert 1778, overleden te Schrieck den 18 Januari 1851 alwaar hij 42 jaren het ambt van Burgemeester heeft bekleed en hun dochter Regina Vermylen gebooren te Schrieck den 9 September 1819 en er overleden den 21 Maart 1854 . Jan Norbert Vermylen Burgemeester (1) zoon van Adriaan Frans en Petronel Beullens, die hier ook rusten ten grave. R.I.P.

    3. MEL POST FEL. 1650 M.ROUSSEL. (2)

    4. Kerk vergroot in 1844. L.Pauwels Past. , J.N.Vermylen Burgemeester, - E. Berkmans Arch.

    Bl. 29

    5. D.O.M. Hier rusten in hoope van verrysenisse Joan. Franc. Raeymaeckers, Roomsch Priester, Pastor van Schrieck ten tyde van 15 jaeren sterft den 1 Mey 1806 en Maria Elis. Raeymaeckers syne suster die sterft 20 mey 1799. Sy versoeken ul gebeden voor saligheyt hunner sielen. R.I.P.

    (1) De voornaamste ingezetene van het dorp en man van groot vermogen : Uit den Kadastrale legger (matrice cadastrale) van de gemeente Schriek blijkt dat zijn vier kinderen (van welke wij er drie gekend hebben) samen meer dan 100 ha onroerende goederen bezaten, (bijna 1/10 der gehele oppervlakte der gemeente die 1108 ha beslaat), buiten de goederen in de aanpalende gemeenten.
    (2) M.Roussel nabestaande van Andreas Rousselle, schout van Heist rond het midden der 17e eeuw.


     ALTAREN.
    - A. HOOFDALTAAR. – Achter en boven ’t tabernakel : “ Jezus aan ’t kruis hangend “ ; aan de voet van hetzelve Maria en Joannes. In de nis van ’t Fronton “ beeld van Sint Jan Baptist “, patroon der parochie. Rechts en links op het aftaarvoetstuk, de beelden van Maria en Elisabeth met hun beider kindjes.
    - B. ALTAAR VAN SINT BARBARA.
    - C. ALTAAR VAN ONZE LIEVE VROUW.
    - D. ALTAAR VAN SINT JOZEF.
    - E. ALTAAR VAN SINT ANTONIUS.

     HEILIGBEELDEN :
    A. – H. Elisabeth, - F. – Sint Bernardus. EVANGELISTEN : G. – Joannes (met arend), - H. – Marcus (leeuw), - I. – Matheüs (kind), - J.- Lucas (os).

    GEBEELDHOUWDE PREDIKSTOEL, met dubbele trap (leuningen in volutenband).
    Op de voor-, linker- en rechterzijde der kuip, in ovaalvormige lijst, reliëfbeelden van “Petrus”, van de “goeden Herder” en van “Maria Magdalena”. Onder de kuip: “Doopsel van Jezus” (beelden van Jezus en Joannes in levensgrootte.) Op het klankbord, in ovaalvormig half verheven beeldhouwwerk : “de Boodschap des engels”, - “Maria bezoekt Elisabeth”, - “de Hemelvaart van Maria” en (naar ons inzien) “de bruiloft van Cana”. Boven deze afbeeldingen “de Wettafelen van Mozes”.

    GEBEELDHOUWDE BIECHTSTOEL
    (II) : Aan de voet beelden van “Sint Paulus” en “Sint Jan de Evangelist”. Boven in bas-reliëf : “Petrus verloochent Jezus” (kraaiende haan).

    GEBEELDHOUWDE BIECHTSTOEL (III) : Aan de voet beelden van “Petrus” en van “de verloren zoon”. Boven in Bas-reliëf “ Het laatste oordeel”.

    GEBEELDHOUWDE COMMUNIEBANK.
    – Op de voorzijde, tussen volutenornament, voorafbeeldingen of zinnebeelden in bas-reliëf van : “het H.Sacrament”, “Ark des Verbonds”, “een Pelikaan”(zelfopofferende liefde van Jezus), “het Hoogwaardig” (monstrans met H.Hostie), “het Agnus Dei”(Jezus als zoenoffer), “de tafel met 12 toonbroden”. Naam onder elke afbeelding in het latijn.

    Bl.30

     KRUISWEG. – (reeds vermeld)

    GEDENKSTEEN DER OORLOGSSLACHTOFFERS 1914 – 1918. Namen van parochianen : 8 gesneuvelden, - 3 burgers.

    VENSTERRAMEN IN KATHEDRAALGLAS.
    In ’t N. Koorvenster : “Marteldood van joannes Baptista”. In ’t Z. Koorvenster : “Joannes doopt Jezus” In ’t rondboogvenster boven biechtstoel II : “Beeltenis van O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis”
    In ’t rondboogvenster boven biechtstoel III : “Beeltenis van Sint Jozef”.

     ORGEL. Opschrift in orgelkast : “…………..”

    ARCHIEVEN.
    – De kerk van Schriek bezit een rijke verzameling archieven, die, mochten ze geraadpleegd worden, een klaar licht zouden werpen op hetgeen hier voorheen gebeurd is, op feiten en toestanden vooral uit de 18e eeuw.
    Een “GEORDEND INVENTARIS DER PAROCHIEREGISTERS EN OORKONDEN OPGEMAAKT IN ’T JAAR 1898 DOOR DEN EERW.HEER TRUYTS, PASTOOR (met medewerking van den E.H. Fr. Vermeerbergen, onderpastoor) naar een omzendbrief van Z.E. Kardinaal Goossens (12.04.1898)” bevindt zich bij die archieven.

    Kopie van de daarin voorkomende stukken, die ons het meest aanbelangen, laten we hier volgen
    Nr Datum Inhoud der stukken
    13 1303 Litteroe fondationis Ecclesioe Parochialis de Schrieck (Transcriptoe fuerunt ex authentias conservatis in archivis Ecclesioe parochiales de Aertselaer. Meeste stukken betreffende goederen die aan de kerk toebehoren :
    14 1661 Verzoekschrift van den E.H. Mertens, pastoor, om 4 roeden grond van ’t kerkhof te mogen verkopen (3 stukken).
    15 Transport van den driehoek aan den pastoreelen hof.
    16 20 mei 1713 De E.H. Bogaerts, pastoor, vraagt toelating om een schuur te bouwen.
    17 21 juli 1744 Staat der goederen : land, meersen, bosch, beemd als renten competeerende de pastorij van Schrieck en Grootloo.
    86 bis 1564 Rekeningenboek der kerk.

    Bl. 30bis

    18 24 jan 1775 Opbouw van een nieuw pastoreel huis.
    20 2 juli 1776 Idem : rente van 4400 gulden ten bate van het College te Leuven.
    21 2 oct 1776 Idem : rekeningen.
    24 13 nov 1779 Uitgeving van het Draaiboombosch.
    31 5 brum VI Beslagneming der pastorij door de commissie van de uitvoerende macht van het Kanton Kathelijne Waver.
    32 7 therm XI Arrêté betreffende de niet vervreemde kerkelijke goederen en renten.
    32 bis 19 flor XII Staat der goederen aan de kerk weergegeven.
    37 4 maart 1834 Gevonden perceelgrond in bezit gesteld van de kerk.
     Fondatiën ten laste der kerk :
    42 5 jan 1879 Testament van den E.H.Vermylen, pastoor.
    46 1709 Goedenisse in de Koudhalzen.
    47 11 febr 1721 Fondatie Barbara Vertommen ( Verteunen ? )
    48 5 nov 1726 Fondatie Frans Blockx.
    49 21 nov 1745 Testament Frans Nys.
    50 23 oct 1748 Testament Elisabeth Somers.
    51 7 april 1784 Fondatie Egied De Reyck.
    52 18 maart 1788 Fondatie Elisabeth Van Roey.
    53 5 april 1806 Testament J.B. Van den Bossche.
    54 20 oct 1855 Fondatie Filip Claes.
    55 12 oct 1858 Fondatie graaf Filip van der Stegen.
    56 8 aug 1898 Fondatie gravin Julia van der Stegen.

    Bl. 31

     Fondatiën ten laste der gemeente :
    57 16 juni 1677 Godfried Ullens en familie, erfgenamen van juffrouw Catharina de Cleyn schelden een schuld kwijt van 35000 gulden.
    58 28 sept 1814 Fondatie Peter Verlinden, Elisabeth Verlinden, An. Van Calster.
    58 19 juli 1860 Fondatie Joseph Kiebooms.
     Fondatiën ten laste van ’t armbestuur :
    59 2 oct 1770 Testament van den E.H. Lardinoy, pastoor.
    60 1 juli 1839 Fondatie van den E.H. Kerselaers.
    61 1 juli 1847 Fondatie van Catharina Rymenants.
    62 5 jan 1879 Testament van den E.H. Vermylen, Pastoor.
     Jaargetijden :
    63 9 oct 1657 tot 
     86 14 aug 1863 Jaargetijden op goederen of renten door 25 verschillende personen. 
    Stukken betreffende tienden en 20sten penning (Verkopen, verpachten, vervreemden, terugeisen van tienden, XXn penning, enz…)
    87– 90 – 93 – 98 – 111 – 114 – 115 – 116 – 117 – 118 – 119 – 122 – 123 – 127 – 129 – 134 – 135 – 151 – 154 – 155 – 156 – 157 – 160 – 166 – 172 – 177 – 181 – 193 – 197 – 201 – 204 – 207 – 208 – 209 – 211 – 216 – 221 – 224 – 259 – 260 – 264 – 285
     Stukken betreffende de kosterije (en de school) :
    96 1655 E.H.Mertens, pastoor, tegen den dorpsheer.
    97 1655 E.H.Mertens, pastoor, tegen de gemeente.
    100 1659 E.H.Mertens, pastoor, tegen Jan Van Broeckhoven.
    103 1662 E.H.Mertens, pastoor, tegen de gemeente.
    104 1662 E.H.Mertens, pastoor, tegen drossaert, meyer, borgem., kerkmeesters.
    105 1662 Idem. 131 26 maart 1699 Dorpsheer – schepene.
    136 1701 Dorpsheer – verscheidene.
    137 1701 Hendrik De Ka – E.H.Mertens.
    138 13 jan 1701 Bezitneming van school en kosterije door Peeter Van Hoof.
    139 27 jan 1701 Advies van hr.Landdeken gevraagd – Hendrik De Ka.
    140 29 jan 1701 Verbod aan hr De Ka door hr.Landdeken.
    141 3 febr 1702 Zaak De Ka.
    142 10 febr 1702 Swiggers – Mertens – Van Broeckhoven.
    143 2 maart 1702 Mertens – Van Broeckhoven.
    144 28 april 1702 Adriaan Mangelschots : Verkoop der kosterije.
    145 13 mei 1701 Mertens – De Ka en dorpsheer.
    159 24 oct 1713 Ferdinand Van Hove.

    Bl. 32

    168 30 oct 1736 Geestelijk hof – Ferd. Van Hove en gemeente.
    265 16 nov 1801 Koster Guil.Schools afgezet, - Joseph De Meutter benoemd.
    301 13 nov 1801 Conditiën over kosterije en school.
     Allerlei :
    102 1662 Verhuring van het Kapellegoed van Grootloo.
    121 1675 Octroy op ieder ton bier tot 12 stuivers en van 100 Halfhout (mutsaard) één voor de kerk.
    149 1705 … Grootloo.
    158 24 oct 1713 Reglement van ’t Vicariaat van Mechelen over den processieweg op Sint Jansdag.
    165 31 juli 1733 Vonnis van het Geestelijk hof tegen Piet Van den Broeck maalder.
    174 31 maart 1741 Vonnis betreffende de klok van Schrieck.
    178 29 dec 1741 Contract betreffende de klok van Schrieck.
    172 – 173 – 175 – 179 – 182 – 210 E.H.Lardinoy.
    183 30 maart 1743 Verklaring van Hr.Helsen, vicaris in Bael over 5 huizen onder Bael, - nu geestelijk onder Schrieck.
    189 17 mei 1743 Versiering der kerk, witten dezelve.
    191 20 nov 1745 Overeenkomst tussen de E.H.Lardinoy en de gemeente over de onderpastorije.
    198 14 maart 1749 Vonnis tegen Joanna De Ridder voor het “overlezen”.
    203 9 mei 1750 Decreet van den bisscop tegen paarden en theaterkleederen in de processie.
    206 8 juli 1751 Decreet over het afschaffen van heiligdagen.
    232 19 febr 1777 Brief van den bisschop over de armen van Antwerpen elders besteed.
    235 6 aug 1778 Decreet der keizerin rakende geboorte-, huwelijks- en overlijdensregisters.
    247 – 248 – 249 – 268 : Bemoeiïng van Jozef II en Frans II met de kerk.
    251 28 sept 1789 Verhuring van een driekantig hoeksken erf “ den Altenaer “ toebehorende aan de kapel van Grootloo.
    270 27 nov 1793 Besluit van de volksrepresentanten aan het leger van het Noorden.
    271 Register der kerkgoederen.
    272 8 febr 1794 Proclamatie van de municipaliteit van Antwerpen.
    277 3 aug 1794 Lening van 70 gulden te Schrieck voor den Kardinaal Aartsbisschop.
    278 1794 Littera Archiepisc. Tempore belli scripta.
    279 1794 Inventorium mibilium, auri, argenti ex ecclesiae Schrieck.
    280 1794 Overdracht der pastoreele inkomens gedaan ter gelegenheid der contributiën geslagen op de geestelijkheid der kwartieren van Antwerpen.
    283 20 febr 1795 Geldheffing van 1.200.000 g.Br. op pastoors.
    284 26 mei 1795 Octrooi van ’t Vicariaat tot het lichten van 1025 g.
    287 8 april 1796 Bevel van op zekeren dag de klokken te luiden.
    288 20 fruct 1796 Bevel van de namen der overledenen op te geven.
    290 12 mei 1797 Brief van den commissaire du pouvoir exécutif aan den koordeken van Antwerpen en dezes antwoord.

    Bl. 33

    291 14 dec 1797 Mandement du Rév.M.Borgrave pour le serment exigé des ministres du culte.
    292 20 maart 1798 Brief van den commissaire du pouvoir exécutif over het sluiten der kerken.
    307 1804 Kwijtingen van verhuring van aangeslagen kerkegoed.
    308 18 pluv 1805 De bisschop van Mechelen aan de pastoors.
    310 5 frim XIII Exped. Van verhuring wegens de kerk van Schrieck.
    311 4 niv XIII Le prefet du département des Deux-Nethes aux curés.
    312 28 mess XIII Extrait des minutes de la secretairerie d’état touchant les biens des confrères.
    315 1 frim XIV Circul. du ministre des cultes touchant les traitements ecclesiastiques.
    316 16 sept 1807 Rekening der kapel van Sint Bernardus.
    326 1829 Inventaris der vaste goederen, cijnzen en meubelen der kerk.
    333 1833 Begroting en rekening over onderhoud der kapel van Grootloo.
    337 5 juli 1836 Missie en oprichting van den Kruisweg.

     ONDERPASTORIJE.
     Zoals we reeds zagen, had de heer Pastoor van Schrieck en Grootloo reeds van in 't begin der 18e eeuw, een helper, een onderpastoor. Deze werd bezoldigd met bijzondere giften en toelagen, die waatrschijnlijk nogal wisselvallig en ontoereikend waren. Om aan de bediening een billijk en verzekerd bestaan te geven, werd tussen den E.H.Pastoor en het gemeentebestuur een overeenkomst getroffen. Wij laten hier kopie van de akte dier overeenkomst volgen :

     ACCOORT EN DECRETEMENT NOPENS EEN TRANSACTIE VAN D’HEER LARDINOY MET DE GEMEENTE OVER DE ONDERPASTORIJE DE ANIS 1744 (25 NOV) EN 1745.

     Extract uit de verbaelen gehouden voor heeren commissarissen van den Soeverijnen Raede van Brabant.
    Tusschen
    Die Burgemeesters, Schepenen, Kerckmeesters ende H.Geestmeesters, gegoeyde ende gemeyntenaeren van Schrieck ende Grootloo, met hun gevoegt den heere der zelve jurisdictiën impetranten ter eene
     Den Eerweerdighen heere Prelaet van Perck,
     Den Cannoninck Ingelgrave,
    Den Pastoor van Schrieck ende Grootloo voorschrevene als respectieve thiendeheffers ter andere zijde

    Bl. 34

    Den 12 Oct. 1744
    Donroy voor d’impetranten met d’heer Abraham Frederick Golphus, drossaert van Schrieck ende Grootloo, Petrus van den Broeck meyer, Rombaut de Hont president schepene, Jan Van Herle gegoeyde, de welke alle protesteeren van hunne expresse comparitie uit Schrieck voorschreve, binnen deze stadt gedaen, geassisteert van den advocaet Fackels senior ende de welcke verclaere alhier te compareeren ten eynde als by den appointement van de voorgaende daege van den Eede hiertoe gedaeght per Ronveroy met leveringe van copye van den voorschreven appointemente ut constat.

    Adjdem van den Eede met den heere Pastoor van Schrieck ende Grootloo in persoon geassisteert van den advocaet Pantecras, Donroy hiertoe insgelycx gedaeght per Van Den Bruggen ut constat.
    Partyen aanhoort hebbende de middelen van accommodement voor ons eersten Commissaris hun geproponeert syn geconvinieert in de maniere naer volgende :

     Dat er voor de parochie van Schrieck ende Grootloo sal syn eenen onderpastoor, den welken voor syne competentie sal genieten het incomen van de hoeve ende van de annexe landen ende andere toebehoorten geleghen te Schrieck voors. Ende voordere emolumenten van de fondatie gemaekt by testament van wylen de Douariere Zethy, ten processi geexhibeert totter tyde dat de selve hoeve ende landen sullen worden vercocht, hetwelk sal moeten geschieden binnen s’jaers met den vrydom van de publieque lasten, ende penninghen daervan te provenieren sullen worden aangeleyt ter rente op goede ende suffisante panden ten behoeve van de voors.Onderpastorye op den last in het voors.testament ende fondatie uytgedruckt.
     Dat hy voorders jaerelyx sal trecken vyfthien guldens uyt het incomen van de fabrycke ende vyf guldens van den armen van Schrieck ende Grootloo voorschreven.
     Dat hy ook genieten sal de hellicht van den offer van St.Antonius autaer binnen de voors.parochiale Kercke.
     Dat hy alsnoch van den Pastoor van deselve kercke uyt syne tiende jaerelycx sal trekken de somme van honderdt twintch guldens.
    Dat hy ook sal moghen genieten den offer met de voordere accidenten van de capelle van Grootloo voorschreven mits deselve onderhoudende in behoorelycke staet.
     Dat bovendien de gemeynte der voors.parochie jaerelycx aan den Onderpastoor sal betaelen een somme van dertigh guldens.
     Dat ter consideratie van dien den Onderpastoor gehouden sal syn alle sondaegen ende heyligdaegen de vroegmisse te lesen ende andere dienste te doen voor de commoditeyt van de parochiaenen als voorafgaendelyck.


    Bl. 35

     Alles onder agreatie van beyde de overheyt, degene van syne Eminentie den Aertsbisschop van Mechelen te besorgen door den Pastoor voors. Binnen eene maendt date deser, mede onder aggreatie van den heere gegoeyde ende gemeynte van Schrieck ende Grootloo voors. Insgelycx te besorgen binnen eene maendt.
     Waermede dit proces tusschen de transigenten ten desen comt te cesseeren met compensatie van costen den voors.Pastoor geheel teghens d’andere thiendeheffers tot idemniteit ofte contributie van de voors.competentie.
     Versoekende partye op den voorschreven voet hiervan decretement ende acte.


     (get) F.Hoff aggreerende de bovenstaande transactie deselve ende verleent partyen daervan acte.
     (get) J.B. Pauwens. Den 25 9ber 1744.

     Donroy voor de impetranten eght over de aggreatie van de transactie aengegaen met d’heer Pastoor van Schrieck ende Grootloo mits by deselve worde voorders gevoeght dat den vrydomme der thiende van de hoeve ende andere landen ende andere toebehoorten breeder vermelt in de voors.transactie sal volgen, ingevolge de vorige transactie daervan synde gepasseert voor den notaris Jacobs, mede dat de voorschreven pastoor beneffens den heere gegoeyde ende gemeyntenaeren van Schrieck ende Grootloo geheel blyven teghens de andere thiendeheffers tot idemniteit ofte contributie van de competentie breeder by het voorschreven accoordt gevoert versoekende andermael op dien voet daervan decretement en acte.

     Van den Eede voor d’heer Lardinoy pastoor van Schrieck ende Grootloo zeght over d’aggreatie van den selven onder de twee conditiën breeder vermelt by de bovenstaende geverbaliseerde ende ad marginem van de overgelegde transactie aangeteelent versoekende op dien voet insgelycx decretement en acte.
     Idem van den Eede zeght over d’aggreatie van Syne Eminentie hierboven vermelt versoekende als voren.
    Ghesien de acten van aggreatie der voors.transactie met de byvoegsels door Donroy beroepen F.Hoff accordeert op dien voet andermael aen partyen daervan decretement ende acte, Actum 12 Jannuary 1743.
     (get) J.B. Pauwens.

    Bl. 36

    Hier onder voghen de aggreatiën by den voorenstaende accoorden beroepen.
    Thomas Philippus door Godts Bermhertigheit der H.Roomsche kerck, Priester Cardinael d’Alface de Bouffu Aertsbisschop van Mechelen, Primaet der Nederlanden, etc…
    Ghesien ende geexamineert de bovenstaende transactie ende daerover gehadt het advies van den seer Eerw. Heer onsen landtdeken van het district van Mechelen ten Westen, wy hebben deselve geagreëert ende geapprobeert gelyck dese door onse ordinarische macht ende authoriteyt aggreert ende approbeert by desen in alle syne pointen ende clausulen. Actum Mechelen den 9 January 1745, onderteekent TH.Cardinaal Aertsbisschop van Mechelen ende gecacheteerd, leeger stont
    Ter ordonnantie van Syne Eminentie, onderteekent : L. Dendon Secret.
     Den onderschreven accepteert dese transactie beneffens de twee renvoyen hierboven ad marginem. Was onderteekent: C.Lardinoy pastoor van Schrieck.

     Wy onderschreven Heere van Schrieck ende Grootloo, gegoeyde ende ingesetenen van aldaer, verklaeren de bovenstaende transactie te aggreere ende te approbeeren. Actum desen 21 Octobris 1744. Was onderteekent : Ch.van der Stegen, Baron van Putte, etc…,Abraham Golfus, Rombaudt de Hondt, Joannes Baptista Verhaest, Joannes Mylemans, Joannes Van Heerle, Joos Weyns, Cornelius Vercalstere, Gillis Van Hove, Servaes Geeraerts, Jan Hertsens, Jan Van Oosterwyck, Jan De Bie, -onderteekent by forme van een cruys waer by stont : dit is het merck van Jan Claes, by forme van een cruys waer by stont : dit is het merck van Peeter Hollemans, alsnoch by forme van een cruys waerby stont : dit is het handtmerck van Pieter Geens, alsnoch by forme van een cruys waer by stont : dit is het handtmerck van Jan Cobe, Peeter Storms, Adriaen Vinq, Peeter Melus, alsnoch onderteekent by forme van een cruys waer by stont : dit is het handtmerck van Jan Puttemans, Adriaen Geens, Jacobus Wyns, Peeter Docx, Jan Van Hove, Peeter Van den Broeck Meyer, Adriaen Op de Beeck kerckmeesters ende J.B.Reydams secret.
    (get) J.B.Pauwens.

    Bl. 37

    KOSTERYE. 
    Te Schrieck, evenals op menige andere plaats, werd over een eeuw en vroeger – ook nog later – de bediening van koster en onderwijzer door denzelfden persoon waargenomen. Dit gebeurde gewoonlijk door overeenkomst tussen geestelijke en burgerlijke overheid, en wel omdat de vereniging van deze twee bedieningen de nodige hulpmiddelen opleverde tot onderhoud van een huisgezin. Dit ambt was niet gemakkelijk : dagelijks 6 – 7 uren klas houden, in de kerkelijke diensten aanwezig zijn en dikwijls als helper gevraagd worden bij ander parochiaal werk. Niet te verwonderen dat er dan meermaals moeilijkheden, klachten en geschil oprezen tussen ondergeschikten en overheden, niet zelden tussen deze laatsten. Zo laten de stukken betreffende “ De kosterye school “, vermeld in de inventaris van 1898, vermoeden dat het er destijds soms moet “ gespannen “ hebben en dat die benoemingen veel stof opgejaagd hebben tussen dorpsheer en pastoor.

    PASTORIJ. 
    De heden nog bestaande pastorij werd in ’t jaar 1775 gebouwd door de E.H.Pastoor Snoeckx. Deze had voor de voltrekking van het werk van den E.H.Sebastiaan Snoeckx, regent van pedagogie in ’t Centrum Coll. Te Leuven en ten voordele van dit gesticht een som van 4400 gulden in leen gekregen, van welke som hij en zijn opvolgers jaarlijks de intrest moesten betalen en 75 gulden ’s jaars afleggen. Het was (voor die tijd) een prachtig gebouw, dat buiten de inwendige versiering onveranderd is gebleven. De hoofdbaluster van de nog bestaande trap is versierd met een gebeeldhouwde “ snoek “. De zolderingen der benedenplaatsen waren eertijds allen geschilderd ; een dezer stelde het luchtruim voor waarin engelen met bloemkransen zweefden. Op de muren zag men overblijfselen van geschilderde portretten met lauwerkransen omgeven. Later is dit alles met kalk overwit. Bij een schildering met lijnverf in 1840, verschenen weder versieringen in de zaal, onder welke een zicht op een oud kasteel met bevallige omgeving. Wellicht was het bekleden der wanden met behangpapier toen nog niet veel in de mode.

    NAAMLIJST DER GEKENDE E.E.H.H.PASTOORS
    Jan parochiaan van Schriek 1315
    Reynkens Gregorius 1562
    Geerts Gregorius ……
    Bellemans Hendricus 1604
    Rythovius Martinus 1605
    Peetermans Godfridus 1607
    Adriaensens Petrus 1613
    Mertens Judocus 1655
    Bogaerts Gerardus 1708
    Blockx Franciscus 1724
    Wendele Georgius 1727
    Lardinoy Carolus 1731
    Snoeckx Adrianus 1771
    Raeymaeckers Joannes Franciscus 1791
    Van Elst Petrus 1806
    Op de Beeck Petrus 1831
    Pauwels Ludovicus 1836
    Vermylen Carolus 1865
    Truyts Evaristus 1878
    Van Hoof Hubert 1908
    De Wachter Petrus 1932
    Van Cuyck Jozef 1951
    Van Bergen Jan, L.,Th. 1970
    Vanlommel Alois 1993


    Bl. 38

    E.E.H.H.ONDERPASTOORS
    Bogaerts Gerardus 1705               
    Wils Jan Baptist 1714               
    Huypens Hendricus 1722               
    Van Orshagen Joannes Baptist 1726               
    Prevost Joannes Baptist 1727               
    Vranckx Petrus 1728               
    Marchant Nicolaus 1731               
    Pantecras Anthonius 1732              
    Vloeberghs Petrus 1744               
    Helsen Amandus Bruno 1756               
    Broeckx Petrus Franciscus 1766               
    Luytens Jan Baptist 1771               
    Segers Petrus 1777               
    Wauters Joannes Franciscus 1780               
    Arnauts Ludovicus Antonius 1785               
    Luyten Jan Baptist 1790               
    Dellemans Petrus 1791               
    Van Elst Petrus 1791               
    Van Egeren Petrus 1811               
    Boomans K 1814
    Gelens K 1824
    Op de Beeck Petrus 1827
    Kerselaers Carolus 1835
    Van Gorp Joannes Franciscus 1839
    Franck Hieronimus Petr. Norb. 1863
    Van Ourshaegen J.A. 1865
    Ruts Andr. Lud. 1868
    Van Pelt Hendricus 1879
    De Laet Ernest 1897
    Vermeerbergen Frans 1897
    Heymans Leopold 1907
    Beyens Jacobus 1918
    Roosen Albertus 1919
    Van Brempt Augustinus 1922
    Verbruggen Joannes 1933
    Van Santvoort Frans 1937
    Van Riet Em 1944
    Dries Petrus 1946
    Beuger Herman 1948
    Broeckx Alfons 1963


    vervolgd


    18-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    17-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (4)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. A

    GROOTLO.  

    De naam van Grootlo, - in oude akten Grutlo, Groteloo, Grotloo, Grootte, Grootloy,- vinden wij de eerste maal vermeld in het stuk, waarbij Walther Berthout in 1220, - ter kruisvaart te Damiette – aan het Theuthoonse huis van Jerusalem 24 bunder land te Rama en zes bunder grond te Grutlo vermaakte (1).  

    Volgens de volksoverlevering zou die naam voortkomen van “ groot loon “, doordien de ambachtslieden, bij het opbouwen der kapel of kerk, om het werk te bespoedigen, aldaar groter loon verdienden dan elders ( aan de kerk van Aarschot, zeggen enigen). Er wordt zelfs bijgevoegd dat dit zou gebeurd zijn rond het jaar 1100.  

    Over het bouwen der kapel, het ontstaan en bestaan van Grootlo tot in de 17e eeuw, is tot heden weinig of niets met zekerheid gekend. In schier alle oude oorkonden, zo onder geestelijk als onder burgerlijk opzicht, gaat de naam “ Grootlo “ met die van Schriek gepaard. Schriek bestond uit “ de heerlijkheden Schriek en Grootlo “. In enkele oude stukken zou voorkomen : de dorpen van Schriek en Grootlo.

    (1) J.T.de Raadt geeft in zijn brochure “ À propos d’un diplôme relatif à la Maison des Berthout « bl.4 en 5, het volgend afschrift van dit oorspronkelijk schrijven :
    “ Waltherus Bertholdus, nobilis de Brabantia et Dominus de Machlinya, Domino Egidio, fratri suo Dilicti et filiis suis W. et H.Karissimus neenon universis sancte ecclesiae fidelibus omnibus que suis presentum paginam perspecturis salutem in auctore salutis. Quoniam ab humana facilius alabuntur memoria que nec scripto nec voce testium eternantur, ideo notum facimus presentibus et futuris Christi fidelibus quod cum in exercitu christiano apud Danyetham infirmi quidem corpore sani autem mente essermus, Divina consulente gratia, Hospitali sancte Marie Domus theutonicorum in Hierosolyma XXIIII bonuaria pratorum in Rama contulimus et VI bonuaria dure terre in Grutlo, ubi curtim sont facturi, et tantam libertatem super lignis incidendis in nemore nostro Wawir sicut III milites nostri incidere solent, candem quoque libertatem in pascendis porcis in predicta silva, qua III milites beneficiati a nobis ibidem utuntur. Hec autem omnia pro salute omnium progenitorum nostrorum animarum, prenotate domus religioni donavimus, utque Deus in novissima tuba nostri dignetur cum fidelibus misereri. Ut ituque hoc rationabile factum in posterum permaneat ratum et inconvulsum sigili nostri impressione et testium subscriptione hane litteram confirmavimus. Huius rei testes sont Dominus Gisilbertus de Sittenheim, Willelmus capellanus de Calmunt, Franco de Arkania, et Duo filii eins F. et W., Arnoldus de Ryminam, Egydius et Arnoldus filii nostri, Henricus de Dufele, Willelmus clericus noster de Belivort, Basilius famulus noster, ac alii plures. Acta sunt hec apud Damietham anno Dominice Incarnationis M.CC.XX.VI. Kal. February. »


    Bl. B

    KERKELIJK GROOTLO. 

    Eerst ruim vier eeuwen en half na de vermelding van de naam Grutlo (1220), vinden wij de naam Grootlo weer in een akte (1) van “ Verhuring van het Capellegoed van Grootloo “ in het jaar 1662. Uit deze titel, - wij hebben geen inzage kunnen nemen van het stuk – besluiten we dat de kapel dan al lang bestond vermits ze reeds in het bezit was van vast goed dat ze verhuurde, en dat daaruit te veronderstellen valt dat het inkomen van dit goed wel deels aangewend zou zijn tot uitoefening van de eredienst in de kapel.  

    Wel hadden Schriek en Grootlo alsdan maar één pastoor, die daarom genoemd “ Pastoor van Schriek ende Grootlo “, maar uit de overeenkomst tussen de E.H.Pastoor Lardinoy en de gemeente Schriek in 1744-’45, (2) die aan de E.H.Onderpastoor van Schriek de verplichting oplegt “ alle sondaegen ende heyligdaegen de vroegmisse te lesen ende andere dienste te doen (in de kapel van Grootlo) voor de commoditeyt van de parochiaenen als voorafgaendelyck “ – moet men besluiten dat die diensten reeds vroeger, zeker van bij de stichting der fondatie (3) van Mevr. Van Grootendael (lijftochtenares van de heer Hiéronymus Zety) in 1709 of 1714, - misschien nog vroeger verricht werden. (4)

    Later in 1778 werd het onderhouden der diensten in de kapel van Grootlo bevestigd door de E.H.Snoeckx in de lijst die hij opgemaakt heeft van de goederen en cijnzen der kapel. We lezen daarin : “ Daartoe (ttz. Tot het onderhouden der kapel) ontving hij (de heer onderpastoor) buiten het “ offer “, dat doorgaans rond de 30 gulden beliep ;
    a) Den interest van de renten der stichting van Mevr. Van Grootendael (opbrengst van ’t Koudhalzen hof) ;
    b) Een cijns van 12 gulden bezet op een huis van den heer Baron voor het ontvangen (bekostigen) van een Eerw.Pater Minderbroeder op den Feestdag van den “ Zoeten Naam “, patroonfeest der kerk van Grootlo ;
    c) Een cijns van 2 g. 2 st. van een huis gebouwd op goed bij de kapel gelegen en genoemd “ Kapellehof “ ;
    d) Een cijns van 2 g. 2 stuivers van een huis gebouwd op een hoeksken land dat aan de kapel toebehoorde ;
    e) De opbrengst der bomen rond de kapel ;
    f) van den E.H.Pastoor 120 g. ;
    g) Van de gemeente 30 g. ;
    h) van de kerk van Schriek 15 g. per jaar (5)”  

    Bl. C

    En de E.H.Jan Frans Raeymaekers, opvolger van de E.H.Pastoor Snoeckx, getuigt, dat bij zijn benoeming tot pastoor van Schriek in 1791, - de gewoonte bestond van mis te zingen in de kapel op de feestdagen van : de Besnijdenis O.H.J.C., - den H.Naam Jezus, - O.L.V.Boodschap, - de H.H.Apostelen Petrus en Paulus en O.H.Hemelvaart.

    Zoals hiervoren gezegd, had de eerste verhuring van “ het Kapellegoed “ plaats rond 1662, - de verhuring van een driekantig hoeksken erf “ den Altenaer “, toebehorend aan de kapel, greep plaats in 1789. (6)

    (1) Vermeld onder n° 102 van de inventaris van 1898.
    (2) Vermeld onder n° 191 van de inventaris van 1898.
    (3) Vermeld onder n° 46 van de inventaris van 1898.
    (4) Gebeurlijk vermeld in n° 149 : Grootlo
    (5) In dat stuk leest men : Proviseurs ofte collateurs den President van het Seminarie te Mechelen en den Deken van het district van Mechelen ten Westen, moeten die vergeven (toekennen) naar hun goeddunken, daarover eerst gehoord zijnde de Pastoor, alsoo spreekt de familie selfs.”
    (6) N° 251 van den inventaris.


    VERVAL. – In 1821 zijn de goederen der kapel van Grootlo door de gemeente aangeslagen en later verkocht. Het bedrag ervan vinden wij nergens vermeld. Dit van de verkoop der bomen beliep 188 gulden.

      In 1838 zijn de diensten in de kapel afgeschaft. Van dat ogenblik af werd de kapel niet meer onderhouden en na enige jaren was ze zodanig vervallen, dat men besloten had ze af te breken (1). Dat is echter, gelukkig, niet gebeurd, dank aan Z.Em.Kardinaal Sterckx, die dezelve wilde behouden, als zijnde de enigste kerk of kapel van het aartsbisdom, toegewijd aan de H.Naam Jezus.

      In 1870 en ook vroeger diende de kapel tot schuur. De landbouwers uit de buurt borgen er hun oogst in op. Voor die tijd heeft een wever er zelfs gedurende geruime tijd zijn getouw in opgesteld gehad en zijn ambacht in uitgeoefend.

    (1)Stenen en afval van uit- en afgebrokkelde muren en conterforts werden door de buren weggehaald en benuttigd als bouwstof tot herstelling en verbetering van woonhuis en afhankelijkheid.

    OP WEG NAAR HERSTEL EN OPRICHTING DER PAROCHIE. – De 16 december 1871 wordt door de hoofden van 124 huisgezinnen, die Grootlo alsdan

    Bl. D

    telde, een verzoekschrift tot oprichting eener parochie aan Z.EM.Kardinaal Aartsbisschop gezonden. Het gehucht wordt niet belangrijk genoeg geoordeeld, ofschoon de E.H.Schellebeek, destijds onderpastoor te Tremelo, die men met de oprichting der parochie wilde gelasten, het tegendeel beweerde. Een afgevaardigde van het bisdom wordt tot nader onderzoek ter plaatse gezonden. Deze oordeelt dat Heist-Goor, wiens ingezetenen rond dezelfde tijd om de oprichting ener parochie hadden verzocht, van meer belang is en brengt gunstig verslag uit voor Heist-Goor. (1)

      Is de eerste poging mislukt, toch verliest men de moed niet. De 28 maart 1874 vraagt Mevr.Wwe Frans Goossens, geboren Catharina Rijmenants, een der voornaamste ingezetenen van Schriek, woonachtig te Grootlo, aan het gemeentebestuur van Schriek toelating om op eigen kosten de bouwvallige kapel te herstellen. Het gemeentebestuur trekt zich uit de slag met te antwoorden dat de kapel de eigendom is van de kerk en het gemeentebestuur daar niets in te zien heeft.

      De 13 mei daarop volgend wordt dezelfde toelating gevraagd aan de kerkfabriek. Deze laat aanzoekster vrij van handelen, met de woorden : “ Doe ermee wat ge wilt “. Des ondanks bleef de uitvoering van het voorgenomen werk nog 17 jaar uit. Had die weldoenster van Grootlo wel toelating tot handelen? Wellicht voelde zij dat haar voorstel de algemene goedkeuring niet verwierf vanwege de overheden van Schriek, die in ’t herstellen der kapel de voorbode zagen van ’t inrichten ener parochie, waardoor de moeder-parochie zich onder meerdere opzichten in hare stoffelijke belangen benadeeld zag. Mogelijk heeft dit vertraag nog andere oorzaken.

      In 1883 liet Joanna Wouters, dichte gebuur van de kapel, al de vensters en ruiten voorzien.

      Eindelijk, in 1891 wordt de bouwvallige kapel gans hersteld door de zorgen van de heer Engelbert Goossens en dezes zuster, kinderen van voornoemde Wwe Goossens.(2) Hier weze terloops gezegd dat de voornoemde familie intussen de grootste weldoenster is geweest, o.m. tijdens de ongelukswet van 1879 voor katholieke scholen heeft gezorgd, wat later te Schriek een klooster en prachtige klassen heeft gebouwd en bijgedragen in al wat de gemeente en de kerk aangaat. Van dit ogenblik (1891) wordt in de kapel de 3e maandag van elke maand mis gelezen door de E.H.Onderpastoor van Schriek.

      1895. – In dit jaar komt een E.H.Professor aan het St.Jozefscollegie te Aarschot des zondags de goddelijke diensten verrichten (3), biecht horen, de H.Communie uitreiken en bijhorig werk verrichten. Een bijzonderheid : wijl het H.Sacrament in de kapel niet mocht

    Bl. E

    bewaard worden, werden slechts zoveel hostiën geconsacreerd als er personen ter H.Tafel zouden naderen, die vooruit geteld werden door Juf.Goossens.

    Nu al het parochiaal zondagswerk reeds in de te klein geworden kapel verricht wordt, en men aan het verlangen van dien milden weldoener niet kan blijven weerstaan, stemt de kerkfabriek (E.H.Pastoor Truyts) er dit zelfde jaar in toe dat vermelde heer Goossens de kapel zou vergroten. Dit gebeurde door het aanbrengen van een beuk (langs de N.zijde) en een toren, een werk dat onmiddellijk aangevat en uitgevoerd werd.

    1905. – Het verzoek aan Z.Em. de Kardinaal, ter gelegenheid van het toedienen des Vormsels ter kerke van Schriek gedaan om het H.Sacrament in de kapel van Grootlo te mogen bewaren, wordt niet ingewilligd. Maar om de aanzoekers zijn goeden wil in belangstelling te tonen, komt Z.E. persoonlijk ter plaatse kennis nemen van de toestand en raadt hun aan de inrichting ener parochie te vragen. Op de vraag daartoe aanstonds gedaan, volgt een gunstig advies vanwege de bevoegde overheid en worden de grenzen door het Aartsbisdom vastgesteld. Daarop volgt een Koninklijk Besluit dat de parochie opgericht verklaart.

    (1) Reeds in 1858 had de heer Jozef Verbist, een voornaam ingezetene van Goor, pogingen aangewend om een parochie op te richten. Machtige tegenstrevers van Heist deden zijn plan mislukken. Toch gaf hij zich niet verloren, want aan de vijanden die hem geluk wensten met zijn “ buis “, antwoordde hij : “ Wacht maar, ik zal die buis zo hoog opsteken, dat ge ze te Heist zult zien staan!” En, in 1873, het ogenblik gunstig achtend, begon hij opnieuw te werken en slaagde. Bij Kon. Besluit van 4 sept.1873 werd de parochie Goor opgericht. Een voorlopige kapel was weldra voltrokken en de 19e november 1873 werd E.H.Mellaerts, onderpastoor te Keerbergen, als eerste herder van Goor ingehuldigd. Deze bouwde de kerk in de jaren 1878-’79. De parochie kreeg tot beschermheilige “ St.Alfons “ die tijdens de eerste jaren ook tot patroon gekozen werd voor een groot getal dorpelingen.
    (2) Om aan de kapel zoveel mogelijk haar oorspronkelijk uitzicht en vorm te geven, verzamelde de heer Goossens in en buiten de huizen der buurt al de stenen die voorheen tot de kapel behoord hadden.
    (3) De E.E.H.H.Raeymaekers en Van de Voorde kwamen overhand des zondags de kerkelijke diensten celebreren.

    KONINKLIJK BESLUIT. Art. 1. – Le hameau dit Grootloo, commune de Schriek, est érigé en succursale sous le vocable de « St.Nom de Jesus ». Cette succursale aura pour circonscription la partie est de la commune de Schriek, séparée de la paroisse de St.Jean Baptiste à Schriek par la ligne séparative entre les parcelles n° 553 et 555 section B d’un part et les parcelles n° 558, 557 et 556, section B d’autre part ; l’axe du chemin dit « Lauwerijkensstraat »; l’axe du chemin dit « Langstraat » et l’axe du chemin dit « Trommelstraat ».

    Bl. F

    Art. 2. – Un conseil de fabrique y sera immédiatement établi conformement à l’art.6 du décret du 30 décembre 1809. Notre ministre est chargé…

    Donné à Laken le 16 mai 1906.
    (s) Léopold.

    A. – Pars parochiae de Tremeloo annexe parochiae de Grootloo :
    Te beginnen aan de grens der gemeente Schriek, de grensscheiding tussen de gemeenten Baal en Tremelo; op de gemeente Tremelo de scheidslijn tussen de percelen n° 300a enerzijds en 300b en 285c anderzijds, sectie A tot aan de baan van Baal naar Grootlo; de middellijn van die baan tot aan de Raambeek; de Raambeek tot aan de grens van Schriek.

    B. – Pars parochiae de Keerbergen annexe parochiae de Grootloo :
    Te beginnen van de grens der gemeente Schriek de middellijn van de Paalstraat tot aan de Leuvense baan; de Leuvense baan langs beide kanten met 100 meters buitenkant tot aan de grens van Schriek.
    De herder alleen ontbrak nu nog, maar dat duurde niet lang.

    DE EERSTE HERDER. – De Eerw.Heer Vermeerbergen Frans, sedert 1897 onderpastoor van Schriek, wordt door Z.Em.Kardinaal Mercier de 26 september 1906 als eerste pastoor der nieuwe parochie aangesteld, en wordt de 3 oktober ingehuldigd.

    1906-’07. – ’t Eerste werk van de eerste herder: onmiddellijk bouwt hij de Z.beuk bij aan de kapel, vergroting dringend nodig ingevolge aangroei van bevolking.
    Bijna terzelfdertijd vangt hij aan met het bouwen der pastorij die in 1907 voltrokken wordt.

    1910. – Een poging om een begraafplaats in te richten op de Donken, een honderdtal meters O.waarts van de kapel, mislukt doordat de eigenaar, hr.Vermeerstraeten, notaris te Brussel, weigert grond te verkopen. De heer Eug.Goossens (reeds vernoemd), burgemeester van Schriek sedert 1896 en Provinciaal Raadslid, staat daarop een perceel bouwland af van 33 are op ruim 200 meter Z.waarts van de kapel. Deze begraafplaats wordt de 12e juni 1910 gewijd door de E.H.Pastoor, bij ontstentenis van de Z.E.H.Deken.

    1925. – De E.H.Pastoor laat de kapel schilderen en opschikken. Onkosten ruim 9000 fr.

    Bl. G

    Buiten het werk voor de stoffelijke inrichting zijner parochie, heeft de herder door parochiale instellingen ook gezorgd voor ’t geestelijk welzijn zijner onderhorigen. Zo stichtte hij op:
    13 october 1907 – enkele dagen na zijn intrede – een congregatie voor jonge dochters;
    5 juni 1908 het Broederschap der Gedurige Aanbidding;
    5 augustus 1908 het Broederschap van den H.Naam Jezus;
    In 1909 de Bond van het H.Hart. De vlaggenwijding van deze Bond door Monseigneur Van Roey, dorpsgenoot en studiemakker van de E.H.Pastoor, had plaats de 28 mei 1911.

    VERDERE INRICHTING DER PAROCHIE. – De heer Burgemeester Goossens, de 11 juli 1920 kinderloos overleden, en zijn enige zuster, ongehuwd gestorven de 31 december 1925, hadden tijdens hun leven een gedeelte hunner goederen vermaakt aan de E.H.Pastoor met het inzicht deze er te laten over beschikken naar eigen goeddunken ten voordele zijner parochie.

    1927. – In ’t bezit der hun toegekende goederen, richt de E.H.Pastoor in vermeld jaar voor de meisjes een scholllokaal op met vier klassen, gehouden door de Zusters van St.Jozef van Calasance van Vorselaar, aan wie hij de pastorij tot woning afstaat.

    1928. – Nevens de zusterschool bouwt de E.H.Pastoor twee klassen voor de jongens (met onderwijzers). De kosten dezer gebouwen met bemeubeling belopen 298 760 fr.

    BOUWEN ENER KERK. – De sterke aangroei der bevolking had de E.H.P. sedert lang aan ’t oprichten ener kerk doen denken.

    1929. – Nu de scholen in regel zijn, begint hij daartoe middelen te beramen en wordt de hand aan ’t werk geslaan.

    1930. – In juni van dit jaar wordt, bij openbare verkoping der goederen van vermelden heer Vermeerstraeten, door de kerkfabriek mits 9875 fr een parceel grond aangekocht, dat allergunstigst gelegen en geschikt is voor de kerk (1). De goedkeuring van die aankoop door het hogere bestuur op de lange baan geschoven, verschijnt een jaar nadien. Een plan opgemaakt door de heer Prov. Bouwmeester Careels (vader) wordt ter goedkeuring naar het Aartsbisdom gezonden, waar men bepaalt dat de uitvoering van het gehele werk het miljoen niet mag overtreffen.

    Daarop volgt een reeks moeilijkheden van alle aard : beloofde toelagen worden eerst verminderd, daarna gans geweigerd ; het plan wordt afgekeurd, of dient gewijzigd, enz…, enz…- in een woord hinderpalen die onoverkomelijk schijnen en gehele mislukking doen vermoeden.

    Bl. H

    Maar door volharding en takt weet de E.H.Pastoor al die moeilijkheden te overwinnen. Het eerste plan, mits enige wijziging (door de heer Careels, zoon) wordt goedgekeurd. Het bestek beloopt 698.000 fr.
    De aanbesteding heeft plaats de 3 maart 1936 ter pastorij in aanwezigheid der kerkfabriek. Onder de zeven mededingers staat de hr. Jos IJzermans, aannemer te Mol, met de laagste aanbiedingsprijs, namelijk 675.410 fr(2) voor welke som hem het werk wordt toegewezen. Na goedkeuring der aanbesteding, wordt de 18 april 1936 aangevangen met de werken, die na 300 werkdagen moeten voltrokken zijn.

    1937. – De 15 juni van dit jaar heeft de wijding der kerk door Z.E.Kard.Aartsbisschop Van Roey plaats.
    De kerk, met een toren van 34 meter hoogte (24 m metselwerk) is in modern Romaanse stijl opgetrokken. Zij is 30 m lang en 20 m breed. Het is een wel verlicht en luchtig gebouw, zo bevallig dat men ’t gelijke ervan nergens aantreft.

    (1) De voornoemde heer Vermeerstraeten berichtte de E.H.Pastoor op voorhand dat er nu gelegenheid was het vroeger gewenste perceel grond aan te kopen.
    (2) De gebroeders Kempenaers uit Schriek stonden met de tweede laagste aanbiedingsprijs.


    BEMEUBELING. – Zoals we hoger zegden, werd het bouwen der kerk aangevangen in april 1936, en vorderden de werken goed. Intussen was ook voor de bemeubeling van de kerk gezorgd.

    ALTAREN. – Drie altaren, het hoofdaltaar toegewijd aan de Zoete Naam Jezus, de beide anderen aan O.L.Vrouw en aan St.Jozef, werden geleverd door het huis Gerrit, Lange Leemstraat, Antwerpen.

    BIECHTSTOELEN. – Twee biechtstoelen, in stijl der kerk, werden vervaardigd door het werkhuis L.Maes te St.Lenaerts.

    KLOKKEN. – Twee nieuwe klokken, de ene van 990 kg en de andere van 738 kg, een gift van de E.H. Alex.Vermijlen, aalmoezenier van ’t Godshuis en van ’t gesticht der Eerw.Zusters Annonciaden te Heist-op-den-Berg, werden de 8 augustus 1937 gewijd door de Z.E.H.Kannunik Sempels. De eerste draagt voor opschrift (in 4 onder elkander staande regels) :In nomine Domini, - Donator et Patrinus rev.Dominus Alex. Vermijlen, - Fr. Vermeerbergen, Parochus, - Me fundit Fr. Sergeys, Lovani 1937. De tweede : St.Aldegondis, consolatrix infirmorum, -(gevolgd van 3 regels als voren).

    Bl. I

    ELEKTRISCHE VERLICHTING. – Dit werk werd de 4 september 1937 aanbesteed op de pastorij in aanwezigheid van het kerkfabriek. Drie aannemers boden zich aan. Het werk werd toegewezen aan de heer Hendrik Anthonis te Lier, mits 15.156 fr.
    Voor de overige meubelen ; communiebank, kruisweg, predikstoel en orgel(harmonium), was eveneens gezorgd.
    Een gedenksteen langs de epistelzijde onder ’t hoogzaal in de muur gemetseld, draagt het inschrift : “ Deze kerk werd hier gebouwd in het jaar 1936 ter eere van den Zoeten Naam Jezus. – Fr. Vermeerbergen Pastoor, - J. Beyens Burgemeester, G. Careels, Provinciale Bouwmeester, J. Eysermans, aannemer.”

    Met voldoening mag de E.H.Pastoor terugblikken op al het werk dat hij hier, ten koste zijner beste krachten heeft tot stand gebracht en waarvoor hij de dank van heel de parochie geniet. Niet te verwonderen dat, naar getuigenis die wij in Grootlo hoorden afleggen, het voornemen tot aftreden van de E.H.Pastoor een pijnlijke indruk maakte op al de parochianen (1). Het verlies van de eerste herder werd echter spoedig vergoed door de benoeming tot pastoor van zijn broeder, de E.H.Vermeerbergen Lod. (2), die in Grootlo geen onbekende was en van stonden aan de voetstappen zijns Eerw.broeders drukte en alras alle harten wist te winnen.

    KERKFABRIEK : - Deze bestond uit de heren : Storms Gerardus, Claes Petrus, Maris Louis, De Zwert Petrus en Van Craen Jan Baptist.

    KOSTERIJE : - Het ambt van koster-orgelist wordt heden (1940) bekleed door den heer Albert De Meutter (3)

    (1) Afgetreden in september 1939 heeft de E.H.Pastoor zijn verblijf gekozen in de parochie van Sint-Jan Baptist (Schriek) waar hij van november 1897 tot september 1906 (datum zijner benoeming tot Pastoor van GROOTLOO) de bediening van onderpastoor had waargenomen.
    (2) Geboren te Vorselaar den 26 april 1884.
    (3) Deze behoort tot een familie van muziekkunstenaars :
    a) Zijn grootvader Simon De Meutter dirigeerde in zijn tijd met succes de fanfaremaatschappij “ De Ware Vrienden “ te Schriek.
    b) Zijn vader Alois De Meutter, die als kind in 1885 het werk van misdienaar verrichtte bij de godsdienstoefeningen ( rozenkrans, kruisweg ) door de geburen in hunne kapel alsdan uitgevoerd, nam bij de herinrichting der kerkelijke diensten in de kapel (1895) het ambt van koster-orgelist waar, daarin heden bijgestaan of vervangen door zijn voornoemden zoon. Vader Alois heeft nog zes andere zoons :


    Bl. J

    1. Armand : orgelist te Scherpenheuvel,
    2. Jozef : id te Neerijsche (Brabant),
    3. Alfons ; is te Waterschei
    4. Juul : id in St.-Michiel te Antwerpen,
    5. Emiel : leeraar aan de muziekschool te Berchem,
    6.George : gewezen bestuurder der school voor kerkkosters (normaalschool) te Torhout (W-V)
    En zijn enige dochter thans religieuse, zou voor haar broeders niet moeten onderdoen. Dit gezin zet de kroon op een 300-400 jaar oude familie.


    OPPERVLAKTE EN BEVOLKING DER PAROCHIE GROOTLOO.

    Oppervlakte (ongeveer) op : Bevolking in 1906 : in 1940
    ’t grondgebied Schriek        207 Ha (1) 65 huisgezinnen ……….zielen
    ’t grondgebied Keerbergen 163 Ha (1) 25 gezinnen ……….zielen
    ’t grondgebied Tremeloo    164 Ha (1) 21 gezinnen ……….zielen

    (1) Naar opgave van den kadastralen legger (Poppe) dier gemeenten, de openbare wegen niet inbegrepen.

    wordt vervolgd


    17-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    16-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (5)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. 39

    SCHRICK ONDER AARDRIJKSKUNDIG.

    GRENZEN. Het grondgebied van SCHRICK is, zonder twijfel vroeger, t.t.z. voor de grensscheiding van 1807, uitgestrekter geweest dan heden. (l) Het schijnt zeker dat de Raambeek weleer de grensscheiding uitgemaakt heeft en dat het grondgebied van SCHRIEK langs den Z.O. kant verkleind is. En zou men uit het proces (2), dat, naar de volksoverlevering in de 17de eeuw, jaren geduurd heeft tusschen de gemeente Werchter en de heeren van SCHRICK over het bezit van de Bolloo (3) niet mogen besluiten, dat de gemeente SCHRIEK grond heeft bezeten, of minstens aanspraak gemaakt heeft op grond Z.waarts van vermelde beek ? De onregelmatige grensscheiding tusschen SCHRICK en TREMELOO, (voorheen Werchter (4), is zonder twijfel het gevolg van dit proces. (5)« En het gezegde: "Arm SCHRIEK; ik ben zoo ziek: de Bolloo verloren! het offer gestolen ! de kerk verbrandl (6) zou daarin zijn oorsprong vinden

    Dergelijke gedingen (processen) waren in dien tijd menigvuldig,- want naarmate de bevolking aangroeide en men meer grond begon te ontginnen, werden de heiden en ombebouwde gronden een bron van twist zoo tusschen aan elkander aanpalende gemeenten als tusschen gemeenten en heeren. (7) Ook hebben we gezien dat een gedeelte grond met 5 woningen hetwelk in het begin der 17de eeuw voor het geestelijk aan SCHRIEK was afgestaan, door de grensscheiding van 1807 aan Baal is teruggegeven.

    Zonder twijfel is langs andere zijden geen verandering toe-gebracht aan de grenzen. Evenwel zijn daartoe in 1818-'20 pogingen tot verbetering aangewend geweest : Doordien het grondgebied van PUTTE zich, als een inspringenden hoek, tusschen dit van SCHHICK en KEERBERGEN uitstrekt tot 640 met. van den kerketoren van SCHHIEK en 4960 met. (in vogelvlucht van dien van PUTTE, zijn er tusschen de beide gemeentebesturen onderhandelingen aangeknoopt geweest met het inzicht regelmatige grenzen daar te stellen. Maar de voorstellen wederzijds gedaan,werden door de tegenpartij niet aangenomen en zoo is de zaak blijven hangen" (8)

    Bij een blik op de kaart valt het op dat de vorm van het grondgebied van SCHRIEK veel gelijkenis heeft met dien der provincie Henegouw : De dorpskern op nagenoeg gelijken afstand van de drie uiterste punten, neemt de plaats in van de stad Bergen.

    Zooals men op de kaart ziet, grenst de gemeente SCHRIEK ten N. aan HEIST-op-den-BERG, ten O. aan BOOISCHOT, ten Z.O. aan BAAL, ten Z. aan TREMELOO Z.W. aan KEERBERGEN, ten W.aan PUTTE, ten ten N. W. aan BEERSEL. ( 9)

    Bl. 40

    (1) Verklaring uit den volksmond opgenomen.
    (2) We ontdekten geen enkel stuk over dit proces
    (3) Plaatselijke benaming der streek, voorheen gansch beboscht, waar de grenzen der gemeenten Schrick,Tremeloo, en Baal) samenloopen.
    (4) Tremeloo is van Werchter gescheiden in 1837.
    (5) Een smalle strook grond van ongeveer 1800 met. lengte en gemiddeld 250-300 m. breedte, gekend onder den naam van "KRUISLANDEN" en behoorend tot het grondgebied van SCHRICK ten Z. van GROOTLOO, doorsnijdt de Bolloo langs den W.kant en strekt zich uit tot dicht bij TREMELOO-dorp. (Op de aardrijkskundige kaarten afgebeeld als grondinham van de prov. Antwerpen in Brabant).
    (6) Uit aanteekening van heer J.Op de Beeck.
    (7) Zie "Proces over de Kapelheide (l771-‘75).
    (8) Het verslag eener gemeenteraadzitting te SCHRICK, over die kwestie luidt :

    "Seance du 20 septembre 1820.
    Présent Le -Bourgemestre , etc.

    Le bourgemestre, ayant déclaré la séance ouverte, a donné connaissance a l'assemblée que cette réunion extraordinaire avait pour objet de délibérer sur la résolution prise par le conseil minicipal de la commune de PUTTE, qui a proposé une toute autre délimitation entre les communes de PUTTE et SCHRICK, que celle conseil minicipal de cette commune avait demandée par sa résolution du 6 mai 1818, et qui, ainsi que celle du conseil municipal de la commune de PUTTE du 12 mai 18l9> a été communiquée à l'assemblée,avec invitation d'émettre son avis.

    Obtempérant a l'invitation du Bourgemestre le conseil municipal de la commune de SCHRIEK,

    Considérant que le conseil minic. de la commune de PUTTE exige trop en échange de la partie que le conseil municipal de SCHRICK avait demandée;

    Considérant que l'arrêté Royal du 5 janvier 1818 s'oppose à ce que des parties d'une commune soient cédées a une autre sans une compensation égale, ce qui ne peut avoir lieu entre ces deux communes,- est d'avis de renoncer à son projet proposé le 6 mai 18l8 et de laisser subsister la délimitation en statuquo jusqu'à l'époque ou les communes seront cadastrées, et qu'alors peut-être moyennant des concessions réciproques on pourra trouver les moyens de former une bonne limite.

    Copie de la présente, etc… Faite en séance à SCHRICK, etc…
    Le sécrétaire              Le Bourgemestre,
    (s)C. Van den Putte. (s)J.N. Vermijlen.
    Voor eensluidende copie.
    De secretaris der gemeente van SCHRICK,
    20 January 1845 (get) Ch. Holemans

    Bl. 41

    (9) Deze grenzen zijn voor 5 Juni 1825 bepaald vastgesteld geworden. Waarschijnlijk is deze grensbepaling door het Staatsbestuur (onder het Hollandsch regiem) voorgeschreven geweest. De leden der Commissie met dit werk gelast, bestond blijkens het verslag uit burgemeester, assessors en aanwijzers. De grens is zeer nauwkeurig aangewezen : van stipt bepaald vertrekpunt uit langs middenpunt of buitenkant van weg, beek, gracht, - met aanduiding langs beide zijden der (scheilijn) van den naam en de woonplaats der aanpalende eigenaars, dikwijls met aanwijzing van richting (N.O,Z.W.), van bochten, hoeken, en lengte daarvan, aard van goed, enz.

    Het verslag der bewerking aan de bevoegde overheid toegezonden is geteekend :
    "Gezien en goedgekeurd door den Staetsraed Gouverneur der provincie Antwerpen den 14 Maart 1826.
    Voor den Staetraed-Gouverneur der provincie,
    Het Lid der gedeputeerde Staeten,
    (g) Olivier.

    Jammerlijk zijn in het afschrift van 't proces-verbaal der grensbepaling, in 1845 door den heer gemeentesecretaris Holemans genomen, en van welk laatste wij afschrift bezitten, de namen niet vermeld van de leden der Commissie (burgemeester, assessors en aanwijzers) die ieder der 6 artikelen (1 art.per aanpalende gemeente : BEERSEL, HElST-o-d-BERG, (Booischot was dan nog een afhankelijkheid van Heist) , BAAL, WERCHTER , (Tremeloo hing af van Werchter)-KEERBERGEN en PUTTE) hebben onderteekend.

    Het verslag is te uitgebreid (beslaat ongeveer 25 bl. van hier bij gebruikt schrijfboek formaat) om in deze aanteekening opgenomen te worden. (Kopie ervan in ons archief).

    UITGESTREKHEID EN UITZICHT.

    Naar opgave van den "kadastralen legger (Tableau indicatif et matrice cadastrale par P.C.Poppe) heeft de gemeente een oppervlakte van 1109 Ha., waarvan heden 1940 meer dan 1000 Ha. bouwland. Het overige is door bosschen, kanten, wegen en waterloopen ingenomen. Maar voor betrekkelijk korten tijd - einde der 18de en begin der 19de eeuw - moet het grootste deel van het grondgebied met bosschen of heide bedekt en onbebouwd zijn geweest. Ouderlingen van het dorp hoorden wij tijdens onze kinderjaren vertellen, dat hun ouders het tijdstip van de ontginning dezer streek hadden beleefd. Daaroe bezigde de eigenaar of heer een zeer groot getal werkleiden, die in groepen van 100 man verdeeld werden. De honderdste man had het toezicht over het werk zijner groep. Men noemde hem "tamboer", omdat hij de trom sloeg bij het begin en het einde van het dagwerk.

    Bl. 42

    De ontgonnen gronden werden meestal in rechthoekige perceelen, doorgaans van 0.5 tot 2 Ha. oppervlakte verdeeld en van elkander gescheiden door grachten of greppels en omzoomd met struik en heestergewas, waartusschen vroeger jaren - tot het einde der 19de eeuw toe - gewoonlijk een rei strunken, soms ook boomen hunne koppen en kruinen verhieven. De onvruchtbaarste hoogten werden met den, de laagten met elzen schaarhout en canadaboomen beplant. De slooten en grachten dienen tot afvoer van het overtollige water en tot behoud der limiet tusschen het erf van verschillende eigenaars. Het houtgewas gaf, voor het gebruik der steenkool, het noodige brandhout, en geriefhout bij het bouwen.

    Die beplantingen met houtgewas benamen wel het vergezicht, maar vormden figuren, die door hun vormen en kleuren aan het oog niet mishaagden. Tijdens de laatste jaren der 19de en de eerste jaren der 20ste eeuw zijn, ingevolge de toeneming der bevolking en de hoogere opbrengst der landbouwprodukten, meer dan de negen tienden dier houtgewassen verdwenen en is de bodem tot labeur- en weiland herschapen.

    NATUUR VAN DEN GROND.- De bodem is zandig, tenzij langs hun de Raambeek waar hij uit rosgeelachtige aangespoelde kleiaarde bestaat. Uit eigen aard is grond schraal en onvruchtbaar, maar evenals in het "Land van Waas" door den aanhoudenden arbeid zoo zeer verbeterd, dat men nergens rijker oogsten aantreft.

    VERHEVENHEID.- De verhevenheid des bodems verschilt van 9 tot 13 met. boven den spiegel der zee. De hoogste punten bevinden zich op de Donken ten O. van GROOTLOO,- op de Hazenbergen tegen de grens van BAAL en bij het vereenigingspunt der gemeenten SCHHICK, BEERSEL en HElST-o-d-BERG. (het Masheiken).

    WATERLOOPEN.- Gansch het grondgebied vanSCHRlCK watert af naar de DIJLE door de Raambeek welke naar hare monding toe de namen draagt van Zwartwaterbeek, Boeimeerbeek (1) en Vrouwenvliet, en die het water van een 3 tal kleine beken ( uit de Hooge Heide, Putte-beemden en Kwade heide), van de Heistsche, - Minksche, - Beversluis, -Sluis en Valkelaarbeek opneemt en zich tusschen Mechelen en het "Zennegat" in de Dijle ontlast.

    Bl. 43

    Om de lage gronden tegen overstrooming te vrijwaren, werden al vroeg maatregelen getroffen : Zoo vinden we aangeteekend, dat zonder twijfel naar bevel der hoogere overheid, bij besluit van 25 Juli 1821, door het Collegie van Burgemeester en Schepenen, de eigenaars en huurders werden aanzocht beken en waterloopen te kuischen, verbreeden en zuiveren binnen de 14 dagen ; na dit tijdverloop zou dit werk op kosten der achterblijvers verricht worden.

    Waarschijnlijk scheen de breedte van zekere waterloopen onvoldoene, want den 13 Augustus 1824 werd door vermeld Collegie bevolen de breedte te brengen voor : de Raambeek op 4 ellen;- de Kleine beek op Hazebergen l el,- de Klein beek in Swarpenland op l ½ el,- (2) de Klein beek in de Wuijtjesstraat l el, (2)- de Heistschebeek tot in Adriaan Engelslanden l ½ el en vandaar tot de Raambeek 2 ½ ellen,- de Minksche beek l el,- de Valkelaar of Galgebeek 2 ellen,- de Kapellebeek l el,- de Leembeek l el,- de Kruislandenbeek 9 palmen.
    Later werd de ruiming dezer waterloopen door den Heer Gouverneur bevolen.

    (1) Verbastering van "Boden-meer" (Zie "Toerisme" jaargang 1936 blz. 503)
    (2) Hooger genoemd "beek uit de Hooge heide"


    PLAATSELIJKE BENAMINGEN. Alle hoeken of gedeelten van het grondgebied van SCHRIEK hebben hunne eigen benaming. Maar van vele, vooral van de minst bevolkte deelen is de naam mettertijd zoodanig in vergetelheid geraakt, dat de helft dier namen door het tegenwoordig geslacht ( 1e helft der 20e eeuw) niet meer gekend zijn. Buiten de dorpskom vinden wij op oude plans en in documenten vermeld,- gaande van West naar Oost : de Leembosschen, de Kleine Schrieken (1) de Blaekbosschen, de Pandoerenhoek, de Leemvelden, de Markieslanden, de Smolderhoeve, de St.Jansbosschen, de Valkelaarbosschen, de Hongeren (ook gezegd) Hommelentoren , de Beversluisbosschen, de Goorlanden, de Kleine Baronshoek, Jennekens achterste velden, de Pachtheilanden, Gasperslanden (meest verbasterd tot Jespers-), de Bijl, de Schriekschebosschen, de Kapelleheide, de Caserne, de Verbrandebosschen, de Draaiboombosschen, de Voorste Kwadeheide, de Koudhalzen, de Puttebeemden, het Voorste Roggeveld, het Achterste Roggeveld, de Kleine Lauwerijkens, de Achterste Kwadeheide, de Achterste Brakkenvelden , de Voorste Brakkenvelden, de Schanshoek, de Groote Lauwerijkens, de Bolloodijk, de Kruislanden, de Kouw Leezen, de Keulsche hoek, de Killige landen, het Rot, de Paijerlanden, de Donken, het Zwalperland ( op plans verminkt tot Zwarpenland), de Hooge Heide, Goor, de Haze(e)bergen, Klein Brabant.

    Bl. 44

    Hier kan men nog bijvoegen : GROOTLOO, het eenig gehucht (buiten de dorpskern) van SCHRIEK. In 1906 werd daar een parochie opgericht, welke zich mede uitstrekte over de BOLLOO (deel der gemeente TREMELOO),- en den LOOZENHOEK (een deel der gemeente KEERBERGEN).
    Verder het MASHEIKEN (rond het vereenigingspunt der gemeenten SCHRIEK, BEERSEL en HEIST),- de ACHTERHEIDE, een sterk bevolkt gehucht van HEIST (parochie GOOR) op de noordelijke grens van SCHRIEK,- het HOORNE KRUIS, kruispunt der oude Leuvenschebaan met de Langstraat tegen de grens van Keerbergen,- en Kruisbrug, kruispunt van de Langstraat met de Gommerinstraat, een weinig ten N. van GROOTLOO.

    DE WONINGEN met welke het grondgebied overal bezaaid is staan wel wat dichter ter plaatsen Pandoerenhoek, Kwade heide en Hazenbergen, maar vormden geen eigenlijke gehuchten.
    Tot rond 1870 bestonden de meeste woningen, buiten de dorpskom, uit leemen muren met strooien dak. Deze stonden bij, soms in ‘t midden van het land dat de bewooners uitbaatten. Tot gemak en bevallig uitzicht werden tijdens de laatste halve eeuw en vooral na den wereldoorlog schier alle woningen langsheen of nabij de steen- en moderne verkeerswegen opgebouwd.

    (1) De namen in hoofdletters of onderlijnd zijn die der heden nog algemeen gekende plaatsen.

    PACHTHOEVEN. Belangrijke pachthoeven als in de provintie Brabant, in de Polders en in Wallonië, heeft men in de gemeente nooit aangetroffen. Als de grootste uitbatingen in de vroeger jaren, hoorden wij noemen : de Molensch(r)ans, de Grootloosch(r)ans, de Bolloodijk, de Steine hoef, den Hommelentoren, de Kerkestee, de Klein Schrieken, de Blackboschhoeve. Al deze uitbatingen zijn thans in kleine winningen "handwerkerssteden” verbrokkeld.

    WIJKEN. Bij 't opmaken van het kadaster in 182... werd het grondgebied der gemeente in 3 wijken verdeeld, die van N. naar Z. voor twee scheidingslijnen hebben :
    1). de Breede (vroeger Draaiboom) straat, het midden van de dorpskom en de Hoogstraat (vroeger baan van Mechelen naar Schriek).
    2). de Gommerijnstraat. Wijk A ligt W. waarts Wijk C ligt O. waarts en wijk B tusschen beide vorigen.

    GEMEENSCHAPSWEGEN

    Schriek is bij gebrek aan goede verkeerswegen langen tijd van de omliggende dorpen en steden afgezonderd gebleven, te wijten aan toevallige omstandigheden, zooals wij verder zullen zien.
    De eerste steenweg, die van Putte tot in de dorpskom van Schriek, vlak voor de kerk,- werd in 1864 gelegd.

    Bl.45

    TOESTAND VOORHEEN ; VERVOER OP DEN BUITEN.
    Voor dien tijd waren het hier, evenals op de meeste andere dorpen, al aarden banen en straten, waarop niet zelden bij wintertijd of na zwaren regenslag alle verkeer met gespan onmogelijk was. (1) Tot aanvoer van de onmisbaarste koopwaren voor winkelier of handelaar trof men in de meeste dorpen - ook in Schriek - "boden" aan, die op bepaalde dagen der week met paardengespan de reis naar de stad, vooral Mechelen (magazijn of fabriek) ondernamen.

    LANDBOUWPRODUCTEN : graan ( tarwe en boekweit), vlas, enz... werden met paard en kar, zelfs veel per kruiwagen ter markt van Mechelen of elders ter levering gevoerd. (2)
    Na 't aanleggen van steenwegen verbeterde de toestand : Buiten het gespan van den "bode" verschenen voor het vervoer van zware vrachten uit magazijnen, molens en fabrien,- wagens op 4 wielen met 2 of meer paarden bespannen,- op den buiten bij handelaars en boeren de zoo genaamde "malbroekkarren", -"handkarren" door personen voortgesleept, en de "hondcnkarren" soms door 3 en meer honden bespannen.

    (l) We hoorden in onze kinderjaren eens van een grijsaard (hij was geboren in 1801 of '02) vertellen, dat hij als kind van 10 of 11 jaar, met zijn vader per gespan 's nachts eens mocht meerijden naar de merkt te Mechelen. Bij 't wederkeeren, door vaak overvallen, kroop hij in den "roszak" (een sterk netwerk tusschen de wielen onder den schoot der kar vastgemaakt en waarin de voerman hooi en haver voor het paard meevoerde) en viel in slaap. Aan het "Zwarte water" - dit woord hebben wij wel onthouden -'t was na een regenslag, sleepte de roszak deels door het water, en de jongen, bij 't ontwaken bezeerde zich ernstig aan het hoofd.

    (2) De kruiwagen was het onontbeerlijk voertuig van den kleinen man, die daar zware vrachten - soms verre afstanden - mee vervoerde :, Een gebuur J.B. Torfs, die voor 1870 in Booischot gewoond had, hoorden wij meermaals. zeggen, dat hij in zijn jonge jaren, gedurende geruimen tijd, alle weken de reis Booischot - Diest -Antwerpen en terug had gedaan met' den kruiwagen bespannen met een hond tot vervoer van gist voorbakkers te Antwerpen ( volgens overeenkomst), en uit die stad gewoonlijk een vracht koopwaar meebracht.
    In 1880 zagen wij dikwijls op de Havenwerf te Mechelen bij de aankomst van mosselschuiten, een groep meest jonge lieden uit Baal en omstreken hun kruiwagen overvol laden met een of meer zakken mosselen, waarmede zij, naar hun zeggen, dikwijls tot diep in 't Hageland of tot boven Scherpenheuvel moesten kruien eer ze hunne waar uitverkocht hadden.

    Bl. 46

    WETGEVING IN ZAKE OPENBARE BUURTWEGEN. A. Reeds voor onze onafhankelijkheid, namelijk tijdens het Hollandsch regiem, werden pogingen aangewend om de openbare wegen, die beschadigd, in onbruik soms deels vernietigd zijn geweest, te herstellen en verbeteren. Zoo vinden wij aangeteekend dat in 1820-'21 een commissie door 't Staatsbestuur aangesteld werd om de breedte der openbare wegen te onderzoeken en dat deze commissie bevonden heeft, dat een dertigtal eigenaars, wier goederen aan 12 verschillende straten paalden op het grondgebied van SCHRIEK,- zich van die openbare wegen ruim 2.30 Ha. hadden toegeëigend en meest met boomen en ander houtgewas beplant.

    Het gemeentebestuur stelde voor de teruggave daarvan, zoo mogelijk door een minnelijke schikking met de eigenaars te regelen (1)
    Deze onwettige toeeigening van - zooveel als verloren - brokjes grond moet niemand verwonderen, als men inziet dat dorps- en kasteelheeren zich uitgestrekte erven toeeigenden. (2)

    1) Zie beraadslaging van 26 Februari 1821.
    2) Zie proces over 't bezit der "KAPELHEIDE".
    B.- Op 10 April 1841 verscheen de

    WET OP DE BUURTWEGEN (Onderhoud en verbetering).

    Voor dat deze wet in voege trad, bestond de gewoonte dat de eigenaars, die aan de openbare wegen paalden, deze moesten onderhouden. Maar zooals wij hooger zagen plantten zij op de weinig of niet gebruikte wegen, boomen en houtgewas en ontnamen aan de straten de noodige breedte om er hun eigendom mee te vergrooten. Van daar de noodzakelijkheid eener wet.

    Art. 13 van bedoelde wet legde de onderhoudskosten der openbare wegen ten laste der gemeente, tenzij het provintiebestuur een gedeelte daarvan ten laste legde van de aanpalende eigenaars.
    Volgens art.14 mocht de gemeente, die geen voldoende inkomsten bezat, 1 dag werk vragen van het gezinshoofd, dat geen 3 fr. rechtstreeksche belasting betaalde, -2 dagen werk voor wie 3 fr. of meer betaalde, 2 dagen werk voor ieder paard, opcentiemen voor de overigen. Van daar het "PIONIEREN" bestaande in het vereffenen en herstellen van aarden banen en straten door personen in groep. Deze bewerking werd, voor en nadat er slechts enkele steenwegen aangelegd waren, bij oproep door de gemeenteoverheid, tijdens het minst drukke werksezoen (Juni), door al de gemeentenaren per groep, zooveel mogelijk in hunne buurt of omgeving uitgevoerd. Wij vinden aangeteekend dat in een beslissing van 16 Maart 1869 door den gemeenteraad daarover genomen, bepaald werd "dat de eigenaar-bezitter van een paard, 1 dag met paard en man zou helpen, de bezitter van een prachtpaard, ½ dag met paard en man ; de bezitter van een os, 2 dagen met os en man; de overigen 1 dag (met 1 man);- dat men van dit werk kon ontslagen worden mits betaling van 4 fr.per dag voor paard en man, betaling van 0.80 fr. per man en per dag;"-maar dat deze beslissing niet goedgekeurd werd, als niet overeenstemmend met de wet van 10-4-1841.

    Bl. 47

    BUURTSTEENWEGEN.- 1864. De eerste steenweg van PUTTE naar SCHRIEK in vermeld jaar aangelegd, heeft een lengte (op 't grondgebied van SCHRIEK) van 3455 met.
    1874 - De hiervoren vermelden steenweg werd verlengd tot TREMELOO en WERCHTER, 2765 met. op grond van SCHRIEK.
    1874.- Een vertakking van 930 met. door de Galgestraat naar BEERSEL gelegd.
    1891.- Een vertakking van 2120 met. (van Kruisbrug) door de Langstraat naar BOOlSCHOT (Pijpelheide) en BAAL.
    1898.- Een tak van 995 m. (van St. Bernardus Kapel) naar HEIST (Achterheide en Goor)
    1900.- Een steenweg (van Schriek-dorp) door de Hoogstraat naar KEERBERGEN,- lengte 640 met.
    1900.- Ken tak van 720 met. in de Gommerijnstraat (van Kruisbrug naar Goor).
    1903.- Deze laatste tak (Gommerijnstraat) voortgelegd naar HEIST-GOOR (in 't geheel) ongeveer 1000 met.
    1903.- Een tak van 950 m. door de Haachtsche baan (van Galgestraat naar KEERBERGEN, en een tak van 500 met. (aandeel van 5CHRIEK door de Leenstraat naar GRASHEIDE.
    1938.- Een zes met. breeden betonweg met rijwielpad in cementen dalles vervangt den kasseiweg PUTTE-SCHRIEK tot de Kapel St. Bernardus en wordt door de Kwadeheidestraat voortgetrokken tot in de Gommerijnstraat, 975 met. lengte.
    1939.- De Puttestraat, die de Kwadeheidestraat in rechte lijn met den steenweg SCHRlEK-TREMELOO verbindt, wordt gekasseid op ongeveer 1000 m. lengte.

    Ten gemeentehuize liggen afdruksels en bestek "der hiervoren vermelde en uitgevoerde werken, opgemaakt door den technischen dienst der prov. Antwerpen. Daarin vinden wij nadere inlichtingen aangestipt. (Gedeeltelijke Kopie ervan in ons archief)

    Al deze wegen sluiten bij de grens der gemeente aan met de steenwegen der omliggende plaatsen ; meestal zijn ze op hetgrondgebied der onderscheiden gemeenten als een geheel aanbesteed en uitgevoerd.

    Zooals we hooger zegden, bleef SCHRIEK langen tijd, bij gebrek aan goede verkeerswegen, van de omliggende dorpen en steden afgezonderd. Dit was te wijten aan mislukte pogingen : Wanneer de prov. Brabant in 1839 voornemens was Brussel rechtstreeks met de Noorderkempen te verbinden en daartoe de bestaande baan Brussel-Haacht N.waarts te verlengen tot op de bestaande (prov). baan Lier-Aarschot, dan besloot het gemeentebestuur van SCHRIEK alle krachten in te spannen, om 10% op de grondbelasting en 2% op de personeele belasting te heffen, om die baan over KEERBERGEN door de dorpskern van SCHRIEK naar HEIST-o-d-BERG te bekomen. Dit plan is echter niet uitgevoerd.

    Bl. 48

    In 1860 ontving het gemeentebestuur van SCHRIEK een afdruksel van een smeekschrift door den gemeenteraad van MECHELEN naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers gezonden om den ontworpen spoorweg LEUVEN-HERENTHALS langs HEIST-o-d-BERG te bekomen en niet langs AARSCHOT, met verzoek om steun door onze gemeente. Dit plan bleef - tot nadeel van SCHRIEK - ook weer steken.

    BUURTSPOORWEGEN.- De eerste buurtspoorlijn in onze streek is die van MECHELEN-HEIST-BOUWEL. Zij werd aangelegd in 1886. Aangaande die lijn vinden wij ten gemeentehuize van SCHRIEK een schrijven, gedagteekend 11 Augustus 1884 waarin het bestuur der Buurtspoorwegmaatschappij (Technische dienst, ingenieur Daniel Michotte) het gemeentebestuur aanzoekt te willen beraadslagen over het aandeel van tusshenkomst waarvoor de gemeente zou inschrijven, tot aanleg eener lijn MECHELEN ( Neckerspoel), PASBRUG, O.L.V.WAVER, PUTTE (standplaats ten N. van de dorpskom), BEERSEL (ten Z.O. van 't dorp), HEIST (statie), HALLAAR, ITEGEM, HERENTHOUT, HERENTHALS. Dit schrijven was vergezeld van een plan, waarop de richting van de eene stopplaats naar de door de velden heen was aangeduid.

    De heer Aug. Reypens, lid van de Bestendige Deputatie, maakte daarop, bij brief van 5 September 1884, zijn aanmerkingen over aan 't gemeentebestuur met een plan naar hetwelk de bestaande openbare wegen zooveel mogelijk zouden benuttigd worden, - en met een bestek waaruit bleek dat de bijdrage voor SCHRIEK slechts 102 fr. 's jaars zou bedragen. Met aandrang werd het gemeentebestuur tot aanvaarding van dit voorstel aangezet door schrijven die zoohaast mogelijk advies vraagt.

    Om te toonen met wat al zaken en omstangheden dient rekening gehouden te worden, wat al werk een ontwerp eischt tot slagen van zulke onderneming, en hoe men tot de berekening komt van het aandeel aan de gemeente gevraagd, - laten wij hier den korten inhoud volgen van vermelde stukken.

    Bl. 49

    A. - Schrijven van den heer Michotte. Daar is bijgevoegd een beschrijvend vertoog dat handelt over: 1. - Het doel der onderneming. 2.- De voordeelen voor 't publiek. 3. - de richting van 't spoor. 4. - De invloed van de bestaande lijnen. 5. - Het vermoedelijk trafiek : getal reizigers naar de bevolking der doorloopen plaatsen:
    NECKERSPOEL – PASBRUG “ 3000 inw.
    O.L.V.WAVER “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 4400 inw.
    HEIST-HALLAAR “ “ “ “ “ “ “ “ 9000 inw.
    ITEGEM “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3400 inw.
    PUTTE “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 4000 inw.
    BEERZEL “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3600 inw.
    HERENTHOUT “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3400 inw.
    zonder de twee eindstations Totaal 31700 inw. met den aangenomen vermenigvuldiger 4 maakt 126800 reizen, die aan 5 centiemen per Kilom. ontvangst zouden leveren (21 km. X 0,05 X 126800 = 133400 Fr.)
    Daar komt bij de opbrengst van postwagens, van rijtuigen naar markten, kermis, bedevaart, enz, Reisgoed : vee en alle waren geschat op 70500 Fr.
    Algem. jaarlijksche ontvangst 203900 Fr.
    Vermoedelijke uitgaven maakt per Kilom. 28490 Fr.) 982950 Fr.
    Exploitatiemateriaal (per Kilom. 34400 Fr.) 202000 Fr.
    Uitbatingskosten (interest en aflossing van Kapitaal (per Kilom. 2200 Fr. ) 138620 Fr.
    Finantieele uitslag : Vermoedelijke ontvangsten 203900 Fr.
    Winst 203.900 - 138.620 = 65280 Fr.
    Ttz. Een bijvoeglijke decidend van 65.280 X 100 = 5 p%
                                                               1.184.950

    B, - Schrijven van den heer Reypens.

    a)Richting: Statie aan 't Staatspoor op NECKERSPOEL, door de Berlaarbaan naar O.L. V. WAVER en PUTTE, rechts afwijken naar BEERZEL-DORP, naar de statie van HEIST, naar HALLAAR, ITEGEM, HERENTHOUT, - langs den ontworpen steenweg naar OOSTERHOVEN, ROSSOM en VELTHOVEN naar HERENTALS statie, - volgens een brief van heer De Bruyne, voorzitter der N.M. van buurtspoorwegen, - langs bestaande wegen te leggen.
    Volgens Michotte op 35.000 Fr.
    b)Onkosten geschat per Kil. volgens De Bruyne op 28.000 Fr.
    Verschil 7.000 Fr.
    Te voorzien 34 kil. aan 35.000 Fr. = 1.190.000 fr. in ronde som 1.200.000 Fr. waarvan door den Staat 50 % , door de prov. 25 % ; door de gemeenten 25 % , 't zij 300.000 Fr.
    Maar de gemeenten voldoen met den interest dier som aan 4,50 %, te voldoen gedurende 66 jaren.
    Deze interest beloopt 13.500 Fr. gedurende 66 j. tusschen de belanghebbende gemeenten te verdeelen.

    Bl. 50

    Deze verdeeling is door hr. Reypens op voorstel van den hr. Burgemeester van Mechelen in evenredigheid van de bevolking van iedere gemeente in ronde cijfers als volgt : Voor SCHRIEK en WICKEVORST om wille van den verren afstand dier gemeenten tot den tram is slechts een gedeelte der bevolking in rekening gebracht; even zoo is een kleine vermindering toegestaan aan HEIST en HERENTALS, omdat de bevolking der afgelegen gehuchten dichter bij den spoorweg woont. De vermindering legt aan de overige gemeenten een lichte verzwaring op Voor 66.000 inw. volgt de uitgave per inwoner 13.500 fr.: 66.000 = 0.204 fr.
    Voor MECHELEN 44.000 inw aan 0.204 fr. 8.872 fr.
    Voor O.L. V. WAVER 2600 “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 530,40 fr.
    Voor PUTTE 3400 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “775,20 fr.
    Voor BEERSEL 1600 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “326,-- fr.
    Voor SCHRIEK 500 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 102,-- fr.
    Voor HEIST 4200 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 856,80 fr.
    Voor HALLAAR 1000 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 204,-- fr.
    Voor ITEGEM 2000 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 408,-- fr.
    Voor WICKEVORST 600 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ 122,40 fr.
    Voor HERENTHOUT 2500 inw. “ “ “ “ “ “ “ 510,-- fr.
    Voor HERENTALS 4300 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ 877,20 fr.
    ---------------------------66100 inw.---------------13.485,40 fr.

    Verdere aanmerkingen. - Volgens de wet van 29 Mei 1884 mag elke gemeente 4/5 van haar aandeel aan particulieren overlaten. Zoohaast de tram meer dan de exploitatiekosten opbrengt hebben de gemeenten niets meer te betalen. Gemeenten en partikulieren die 't aandeel gestort hebben in plaats van den jaarlijkschen interest te betalen, ontvangen dan 5 % Indien na die afhouding de opbrengst der lijn niet uitgeput is, ontvangen de gemeenten van de rest nog 25 %

    Zoo de onkosten niet gedekt worden door de opbrengst, dan moet de My. der Tramwegen de verliezen lijden. Zoo dat de gemeenten nooit meer op te offeren hebben dan hun aandeel in de onkosten van oprichting."

    Voor SCHRIEK nogmaals gering voordeel.

    Van in het jaar 1906 doorsnijdt de buurtspoorlijn LIER - WERCHTER de gemeente SCHRIEK in hare grootste lengte. Het gedeelte LIER - SCHRIEK werd uitgebaat van in 1903 en het gedeelte SCHRIEK - WERCHTER van in 1909. Tijdens de bezetting is deze lijn door de Duitschers opgebroken in 191? zoo men zegde omdat de vijand behoefte had aan materiaal (spoorstaven). In 1919 is de lijn hersteld.

    wordt vervolgd


    16-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    15-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (6)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. 51

    BEVOLKING, - Het is ons tot heden (1940) toe onmogelijk geweest inlichtingen te bekomen nopens het bevolkingcijfer der parochie tijdens de 3 eerste eeuwen van haar bestaan. Noch in de archieven der kerk, noch elders zijn daarover bewijsstukken te vinden. De oudste doopregisters beginnen met jaar 1604 en vermelden in dat jaar slechts 12 doopen. In de "Geschiedenis van HEIST (door L.Liekens) 1° deel bl. 112. - vinden wij dat SCHRIEK telde: in 1480 : 72 haardsteden, - in 1496: 43, - en in 1526: 78 haardst.

    Volgens : a) documenten ten gemeentehuize (gem), b) statistieken uit den tijd der Fransche overheersching (Fr.rep.), c) schrijver De Seyn (D.S.) beliep de bevolking in ’t jaar :
    1789 (Sept.)-der Fr. rep.: 994 inw.
    IX (der Fr.rep.) 1800-1801 : 1118 inw.
    1800 (gem) : …………. 1150 inw.
    X (Fr.rep.) 1801-1802 : 1136 inw.
    XI “ “ “ “ 1802-1803 : 1163 inw.
    XII “ “ “ “ 1803-1804 : 1159 inw.
    1815 (D.S.) : ………… 1290 inw.
    1826 (gem) : ………… 1514 inw.
    1830 (gem) : ………… 1535 inw.
    1840 (gem) : ………… 1566 inw.
    1840 (D.S.) : ………… 1560 inw.
    1850 (gem) : ………… 1852 inw.
    1860 (gem) : ………… 1820 inw.
    1870 (gem) : ………… 1864 inw.
    1880 (gem) : ………… 1889 inw.
    1890 (gem) : ………… 2014 inw.
    1890 (D.S.) : ………… 2060 inw.
    1900 (gem) : ………… 2272 inw.
    1910 (gem) : ………… 2669 inw.
    1910 (D.S.) : ………… 2670 inw.
    1920 (gem) : ………… 2795 inw.
    1930 (gem) : ………… 3080 inw.
    1939 (31Dec) : ……… 3173 inw.

    De hierboven onder b) vermelde statistieken geven voor de jaren IX, X, XI en XII der Fransche republiek de bevolking (in cijfers) op: Aantal mannen, -id. vrouwen, -gehuwde mannen, id. vrouwen, ongehuwde mannen en vrouwen beneden en boven de 30 jaren, -geboorten, -huwelijken, -overlijdens, -eigenaars van vaste goederen, -personen die van de opbrengst hunner vaste goederen leven, bezoldigden van den Staat, -daglooners, dienstboden, bedelaars in gestichten, en die rondloopen van beide geslachten voor deze vier laatste soorten.

    BESCHAVING. - Het is hoogst waarschijnlijk dat onze bevolking in vroegeren tijd slechts tot een lagen graad van beschaving gekomen was. Tot het einde der 18de eeuw verbeeldden een drietal mannen jaarlijks in de processie, de vroegere bewoners van SCHRIEK. Deze personen kleedden zich dien dag in een kostuum dat gansch met veil- of klimopranken belegd was. Na de processie gedroegen zij zich in de herbergen en op de straat zoo wild en uitgelaten en veinsden zich zoo onwetend, dat zij echte heidenen geleken. Hunne afstamnelingen waren rond 1830 tot 1840 nog bekend onder den naam van HEIDE(n)MANNEN. (1)
    Maar die toestand uit vroegere eeuwen is niet te verwonderen :

    Bl. 52

    TAAL, GODSDIENST, ZEDEN, VERSTANDELIJKE ONTWIKKELING .

    De taal is het Vlaamsch. Maar de spreektaal is in Schriek (en in de omgeving) zoo ruw en hobbelig dat ze weinig gelijkenis heeft met het beschaafd Nederlandsch. (1)

    Meerdere (ontwikkelde) personen kennen de Fransche taal en bedienen er zich bij voorkomende gelegenheid van. Een groot getal verbasterde woorden en uitdrukkingen die te Schriek in 1875 en vroeger in den volksmond lagen. (2), gevolg en overblijfsel uit de Fransche overheersching - zijn thans vergeten en verdwenen.

    Geheel de bevolking tot den Roomsch Katholieken godsdienst behoorend, toont op Zon-en feestdag, bij kerkelijke of godsdienstige plechtigheid, dat hare godsvrucht gemeend is.

    De oude Vlaamsche zeden der 19e eeuw zijn in Schriek, evenal elders, vooral na den wereldoorlog verbasterd en verdwenen.
    De invloed van het hedendaagsch gemakkelijk verkeer, en de betrekking met de stad, schijnt al meer en meer uit in de kleeding, voeding huiselijke inrichting, het gedrag en de handelwijze onzer buitenlieden, onder welke bijzonder de werkersklas het verderfelijk voorbeeld uit stad en nijverheidsplaatsen meebrengt en verspreidt en ‘t zedelijk peil bij de hedendaagsche crisis doet dalen. Sport en cinema dragen daartoe ook het hunne bij.

    Onder verstandelijk oogpunt blijft Schriek niet ten achter. De huidige leerplicht maakt dat geen enkel kind de school verlaat zonder zekere dosis kennis en bekwaamheid verkregen te hebben, die door de overvloedig aangeboden lectuur van dag- nieuws-, bonds- en sportbladen van allen aantrekkelijken aard door radio, cinema, enz. gedurig versterkt en uitgebreid wordt.
    Op maatschappelijk gebied houdt Schriek in den algemeenen vooruitgang gelijken tred met de omgeving : Er bestaat een boerengilde met spaar- en leenkas een afdeeling van ' t "Boerenfront" , een B.J.B., verschillende vereenigingen die tot doel hebben het stoffelijk en zedelijk welzijn der jeugd te bevorderen als : een ondersteunde studiekring met maandelijksche voordracht, een bloeinde afdeeling van 't Davidsfonds ; id. Vlaamsche toeristenbond, Bond der Kroostrijke gezinnen; een Fanfaremaatschappij; een zangmaatschappij; kajjotsters; Vossen. Tot ontspanning en vermaak: 3 handboogrnaatschappijen (2 staande en 1 liggende wip); 3 duivermaatschappijen en en 1 kegelspel.

    Bl. 53

    (1) Gehoord uit boerenmond op 18 Mei 1940 : " Te Pit doa heget heit gebrand; zade ga nog nie we(e)st zien ? ge moet do(a) na es ne kië gön ka(j)ken; tes vreet."
    (2) Sjampetter (garde champêtre) - Z(j)uzepec (juge de paix), Kollezienen (in overtreding nemen). - trokeeren (verwisselen), -absoluut, - kapabel, - abominabel, - terribel, - korreuze (courage), -mèhè (mais hé!, - pitteleer (pet en l'air), - supeezen (sous-pieds), - portan(g) (pourtant), - ergo (dus), enz. enz.


    BEDRIJF. - LANDBOUW, - De akkerbouw levert aan meer dan 9/10 der inwoners de middelen van bestaan. Door degelijke bewerking van den grond, door doelmatige bemesting en door keuze en verzorging van zaai- en plantgoed naar voorschrift der wetenschappelijke landbouwleer, wint men er de schoonste vruchten en de weelderichtste oogsten. De hoofdteelten van den akkerbouw zijn naar den aard van den bodem, rogge en aardappelen. Verder teelt men tarwe, haver, gerst, erwten, enz., en als navrucht : beet, wortelen, rapen, raapkoolen, klaver, maïs, voederkoolen, spurrie enz. Al deze voortbrengselen, ter zondering van erwten en vroege aardappelen worden op de hoeve verbruikt tot het houden van vee (1)
    Onder de meeste winstgevende takken van het landbouwbedrijf kunnen wij aanstippen : het houden van rundren met het oog op de opbrengst van melk, boter en vleesch (slachtvee), het vetten van verkens en kalveren en het houden van hoenders. Dit laatst genoemd bedrijf, verdient om zijne belangrijkheid wel eenigen uitleg. Sedert het in voege brengen der broeimachine (2) tusschen 1890 en 1920, is de hoenderteelt op zulke groote schaal toegenomen, dat men niet zelden op een hof 500 en meer kiekens aantrof. In uitleg treden over zorgen waarmede men dit winstgevend bedrijf uitoefende zou ter ver leiden. Alleen weze gezegd, dat die gevleugelde gasten - tot oneer der lieden - soms beter opgepast werden dan de kinderen des huizes. Schriek overigens is sedert lang gekend voor 't kweeken van den geprezen " Mechelschen Koekoek" die, na gevet te zijn door tusschenhandelaars (3) als lieveling op de tafel verschijnt van de Brusselsche lekkerbekken.
    Tijdens de naoorlogsche jaren legt men er zich meer toe op ' houden van hoenders voor de eierproductie , die even loonend is, veel minder zorg eischt, en waarbij men door aankoop van kiekentjes van echt leggersras niet aan 't gevaar van mislukking in het broeien blootgesteld is. Om aan de vraag van zulke kiekentjes te kunnen voldoen, kwamen hier in 1938 twee inrichtingen met electrische broeimachine tot stand, die een capaciteit hadden om verscheidene duizende eieren te gelijkertijd uit te broeien. (4)

    (1) Tot rond 1870-75 teelde men te Schriek nog al veel vlas, en boekweit nog eenige jaren later, zelfs een weinig tot op heden toe.

    Bl. 54

    (2) De heer doktor Flor. Vermijlen heeft hiertoe een grooten stoot gegeven met, tot proeve, kosteloos een broeimachien uit te leenen.
    (3) Eens nagenoeg volgroeid, werden deze hoenders ter markt te Mechelen verkocht en geleverd aan kooplieden(poeldeniers) uit Merchtem, Londerzeel en omstreken.
    (4) In de aangifte van oorlogsschade (Aug.1940) door een dezer inrichtingen ten gemeentehuize ingebracht, lezen wij: "Schade aan broedeieren - 36000 stuks - 28000 Fr." dit voor schade uitsluitelijk aan de eieren.


    WELSTAND.- De eerste jaren na den wereldoorlog zijn voor onze landbouwers een gouden tijdstip geweest : Had de schaarschte aan voedings-en voederstoffen tijdens de bezetting den prijs derzelve , met woeker, vertienvoudigd, zoo bracht nadien de uitvoer van veld- en stalproducten, aan die behouden prijzen, schatten bij, totdat na eenige jaren, in korten tijd een crisis intrad, onder welke de gansche wereld heden nog lijdt, bij 't uitbreken van ‘t sedert lang dreigende gevaar.
    Intusschen zijn veel landbouwerszoons zich op bijzondere wijze op den kweek van groenten : tomaten; bloemkoelen, wortelen, porei, enz. gaan toeleggen, nadat zij vakleergangen en voordrachten gevolgd hadden. Deze teelt heeft zulke uitbreiding genomen dat hier (in 1936) reeds een groot getal serren en warenhuizen zijn tot stand gekomen tot aankweek van allerlei vroege groenten die, dank aan het hedendaagsch snel verkeer, tot voor 2-3 jaar, meest allen door samenwerkende maatschappijen, als b. v. " De Tuinbouwershalle" te Antwerpen, te huis werden afgehaald en bij opbod aldaar verkocht aan hooge prijzen, waarvan het bedrag mits een geringe afhouding voor de onkosten, aan de kweekers besteld werd. Meerderen onder deze laatsten, door dit bedrijf tot welstand gekomen, brengen met eigen voertuig of met dat van vervoeronderne-mers hunne producten op de voornaamste merkten of in andere streken aan den verbruiker.

    HUISHOUDKUNDIGE INRICHTING VAN DEN LANDBOUW.
    De grongeigendom onzer streek - dus ook van SCHRIEK - is tusschen velen, 't zij inwoners der gemeente, 't zij vreemden, verdeeld. Groote eigenaars bebouwen zelven hunne gronden niet, maar geven hunne pachthoeven en landerijen voor een min of meer langen termijn in huur aan dezen of geenen pachter. Het getal lanbouwers, die eigenaar zijn van al den grond dien zij bewerken, is zeer gering, ’t Getal dergenen die een deel gronds bezitten, denken wij te mogen schatten op ¼ der landbouwers. Dat dergenen die heden een huis of erfpacht bezitten, is hier zeer gering. Het ontstaan van veel klein eigendommen dient aan verschillende oorzaken toegeschreven. Gebrek aan werkvolk en daardoor verbrokkeling van groote hoeven; merkelijk hoogere opbrengst eener kleine uitgestrektheid door brakkering, bemesting en verzorging dan die van een groote uitbating, de zucht naar eigen bestaan en onafhankelijkheid ; de uitbreiding die land- en tuinbouw tijdens de laatste jaren heeft genomen ten gevolge van de talrijke uitwegen welke onze voortbrengselen vinden,- aan de inrichting van Raiffeissenkassen, die tot aankoop van eigendom aan gunstige voorwaarden geld verschieten aan veebonden, enz.

    Bl. 55

    Bij de dood der ouders wordt de eigendom verkocht als er gegronde redenen toe bestaan. Soms is hij tijdens het leven der ouders verdeeld. 't Gebeurt ook dat broeders en zusters, samen en vereenigd, de boederij voortzetten.

    De verhuring der goederen geschiedt doorgaans bij geschrevc akt voor negen soms wel dertig jaren. De huur van huis met land gaat gewoonlijk in op half Maart, van afzonderlijke stukken op half Oogst, met Baafmis (1 Oct.) of op St. Andries (30 Nov.). De pachtbrief bepaalt de rechten en plichten van eigenaar en pachter. Volgens deze bepalingen krijgt de pachter bij het aftrekken al of niet recht op schadeloosstelling voor uitgevoerde verbeteringswerken; voor navette, op halven afzaai, enz.

    De huurprijs die voor bouwland van 75 tot 120 Fr. beliep per hectare in 1910, is ingevolge de schaarschte en duurte van voedings- en voederstoffen tijdens den oorlog, na denzelven soms ge-stegen tot 1000 Fr. De waarde van bouw- en weiland in 1910 gemiddeld 5000 Fr. de Ha., klom in 1927-28 tot 30 en 40 duizend Fr. maar is sindsdien, ten gevolge der algemeene crisis met meer dan ¼ verminderd. Die stijging bij openbare verhuring en verkooping waar te nemen, kwam daaruit voort dat de landbouwers, met het oog op de hooge prijzen van land-en stalproducten als het ware jacht maakten om veel en beter land in bezit of gebruik te krijgen.

    De grondlasten worden in 't algemeen door den eigenaar betaald, die soms met hun bedrag den pachtprijs verhoogt. Bijzonderen verhuren hunne goederen doorgaans uit de hand ( niet in 't openbaar). Alhoewel eigenaar en huurder buiten de huurvoorwaarden geen verplichting tegenover elkander hebben, en gewoonlijk geen bijzondere betrekking met elkander hebben, bestaat in 't algemeen een inschikkelijkheid en dienstvaardigheid tusschen beiden. Soms gebeurt het dat nijveraar of handelaar als eigenaar uit winstbejag invloed en dwang uitoefent op zijn pachter.

    Zelden liggen al de perceelen land van een uitbating rond de woning aan elkander vast; soms liggen die meer dan 1 Km. verwijderd.

    Het getal volwassen personen, in ‘t landbouwbedrijf gebezigd, wordt door den band gerekend op 2 mannen en 2 vrouwen per 5 Ha.

    Bl. 56

    LANDBOUWVEREENIGlNG. Zooals hooger gezegd, hebben omtrent al onze landbouwers zich in een bond vereenigd. Meststoffen, veevoeder en brandstoffen werden in groote hoeveelheid en onder gunstige voorwaarden aangekocht, en vele landbouwvoortbrengselen door diens bemiddeling aan den man gebracht. Niet aangesloten landbouwers wenden zich bij voorkeur tot bijzondere handelaars, die gewoonlijk meststoffen op crediet afleveren of uitstel van betaling verleenen tot het oogenblik, waarop zij zelven de landbouwproducten kunnen koopen en in betaling aanveerden. De "Boerenbond" heeft verschillende afdeelingen doen ontstaan : aardappelbond, veeverzekering, Raifeissenkas, verzekering tegen brand, enz. 't al inrichtingen die onder allen vorm- (met uitsluiting van een enkele op dit oogenblik)- den vooruitgang van 't landbouwbedrijf bevorderen.

    ARBEIDERS. Veel klein landbouwers en hun zoons gingen weleer als werklieden op grootere winningen arbeiden bij het drukkenst werk in hooi- en oogsttijd van graan en aardappelen en tot voor eenige jaren bij 't dorschen, - en dit voor "paardsarbeid", dat wil zeggen dat de boer, in stede van zijn werkman in geld te betalen, voor dezen zijn paard inspande om 't veld te beploegen, oogst in te halen gekochte of verkochte waren te vervoeren. Vaste werklieden vindt men niet meer op de hoeve. Hooge loonen aan dokwerk, in de koolmijn in nijverheidsgestichten en openbare werken onttrok een groot deel mannelijke werklieden aan den landbouw, en menig aankomend meisje door den bedrieglijken glans der stad verleid, voelde afkeer van veld en stal. Om die ontbrekende krachten eenigszins aan te vullen, werden door enkele boeren onzer streek pik- en dorsmachienen aangekocht. Sedert 1937-38 wordt het dorschen zoo bij handwerker als bij boer aangenomen door lieden die met moteur en dorschtuig rondreizen, en dit werk soms op enkele uren verrichten. De melkafroomer is bij den geringsten landbouwer ingevoerd. Bracht het werk buiten 't dorp gezocht veel stoffenlijk voordeel bij, het heeft -zedelijk verval ter zijde gelaten - ook een schadelijken invloed : vele vrouwen kunnen door 't bijspringen aan 't landwerk, hunne taak van huismoeder niet gansch vervullen,- en vele knapen moesten, voor de invoering der schoolplicht, op 10-12 jarigen ouderdom de school verzuimen en verlaten om als slaven te arbeiden.

    DAGLOONEN. In de laatste jaren voor den oorlog bedroeg het dagloon, buiten kost en inwoon voor een volwassen knecht 30 Fr., voor een meid 20 Fr. in de maand. In gewone omstandigheden verdiende een werkman, zonder den kost 2 Fr. en een werkvrouw 1 Fr. daags. Maaiers en pikkers verdienden 3 tot 4 Fr. daags. Soms werden deze lastige werken, alsmede het uitdoen der aardappelen "entreprise" of tegen op voorhand overeengekomen prijs per Ha. of voor de geheele oppervlakte in eens aanbesteed.

    Het "duur leven" na den oorlog heeft het dagloon meer dan vertienvoudigd. En heden is de milde ondersteuning door Staat en openbare besturen, sedert het ontstaan der algemeene crisis, aan de werkloozen verleend, mede de oorzaak dat door een groot deel der arbeidende klas naar geen boerenwerk wordt uitgezien.

    Bl. 57

    VOEDING EN KLEEDING. Kechts, meiden en ander werkvolk zitten aan de tafel met hunne meesters. Het voedsel is, zoo niet overvloedig, toch voldoende en bestaat meest in brood, aardappelen, melk, vleesch en groenten.-

    De kleedij der mannelijke onderhoorigen was voorheen minder kostelijk dan die der meesters; tegenwoordig kan men die aan de kleederen niet meer onderscheiden. Bij de vrouwelijke ondergeschikten is dit sedert lang het geval, en in hun zondagspak wedijveren ze thans met de fijnste juffer der stad.

    De slaapplaatsen laten, voor wat verluchting, verlichting en zindelijkheid betreft niet meer te wenschen.
    Ondanks de huidige crisis mag men zeggen dat de voorspoedige jaren na den oorlog oneindig veel verbetering hebben gebracht in alle stoffelijke behoeften zoo van onderdaan als van meester.

    NIJVERHEID. Daarover is hier niets te.zeggen, wijl er geene nijverheidsgestichten bestaan. Alles bepaalt zich bij een brouwerij, 2 stoom en 2 windmolens tot plaatselijke behoeften, en een steenbakkerij, in 1900 opgericht, die tijdens de eerste jaren na den wereldoorlog een massa steen heeft uitgevoerd, maar op dit oogenblik stil ligt.

    HANDEL. Deze bestaat vooral in 't uitvoeren van stalen veldproducten. Gedurende eene halve eeuw heeft hier een boterraarkt (opgericht in 1856) bestaan, welke door meerdere kooplieden uit Wallonië bezocht werd. Talrijke boerinnen uit al de omliggende dorpen brachten er met zware korven aan den arm of op 't hoofd, hunne waar aan den man. Deze markt is eerst in verval geraakt doordien kooplieden hunne boter bij de boeren afhaalden. In 1900 werden nog ongeveer 5000 Kg. boter van maandag namiddag tot woensdag van elke week afgeleverd aan de twee kooplieden ter plaatse. Wat later, bij de opkomst der melkerijën leverden de boeren tot meer gemak hunne melk daaraan af. In SCHRIEK bestaat nog een samenwerkende melkerij.
    Sinds 1885-86 wordt hier 's woensdags handel gedreven in jonge zwijnen (biggens). Kooplieden uit de omtrek brengen er bij verkoop in de herberg - er wordt geen openbare markt gehouden - tot 200 stuks aan den man.

    Van over onheuglijke tijden geniet de gemeente eene belangrijke jaarmarkt, dit tot 1911 op den 24 sten Juni, St.Jansdag-(patroonfeest der parochie) en later den daarop volgenden zondag gehouden werd. Deze markt wordt druk bezocht door vreemdelingen, zoo koopers als verkoopers en nieuwsgieringen. De ten toongestelde waren bestaan in ellegoederen, kleedingstukken, modeartikels, schoeisels, huis- en keukengerief, hout- en touwwerk, landbouwgereedschappen, jonge zwijnen, enz.

    Bl. 58

    ONDERWIJS. Naar wij tusschen 1874 en 1880 uit den mond van ouderlingen vernamen, werd op het eind der Fransche overheersching, door den eenen of anderen persoon, die eenige bekwaamheid bezat, school gehouden voor goedwilligen die wilden leeren lezen en schrijven ; bij enkelen leerde men ooi wat cijferen. In den vastentijd ter voorbereiding ter eerste communie, werd, buiten het godsdientonderricht in de kerk, in de eene en ander buurt - zooals dit in het omliggende de gewoonte was - door deze of gene brave vrouw, catechismusles gegeven, bestaande in door voor- en nazeggen - (de kinderen konden niet lezen) - den tekst van vraag en antwoord (van buiten) te leeren opzeggen (1)

    Wel werden door het Fransch bestuur (1798-1815) pogingen aangewend om door het onderwijs beschaving en verbetering te brengen in den ellendigen toestand des lands. Maar die pogingen mislukten schier overal doordien ons volk onder vreemde overheerschers wantrouwig stond tegenover elke nieuwigheid (2) en afkeer gevoelde tegen opdringende maatregelen. Bewijzen daarvoor vindt men in documenten(3)

    In dien toestand kwam verbetering onder 't Hollandsch bestuur Want den 14 December 1818 werd zekere Jos. Verlinden van KONINGSHOOIKT door het gemeentebestuur tot onderwijzer benoemd, en bekleede terzelfder tijd, met wederzijdsche instemming tusschen het "vicariaat" (geestelijke overheid) en het gemeentebestuur de bediening van "clerc" (koster). Naar voorschrift der wet moest de hr. Verlinden binnen de 6 maanden, als bewijs van bekwaamheid, een examen afleggen voor de "Jury voor middelbaar en lager ouderwijs", En wat later bij koninklijk besluit van 25 Juli 1822, werd vastgesteld dat niemand lager onderwijs mocht geven, soo hij van de"Jury van het onderwijs" of van de "Provinciale Commisie" geen toelatingsbewijs had ontvangen. De heer Verlinden genoot een vergoeding van 17 cents 14/100 of 4 sols zilver, Brabantsch courantgeld, per maand, betaalbaar door elken leerling zonder onderscheid van geslacht. Aan de kinderen der familiën, die door 't Weldadigheidsbureel ondersteund werden, moest hij kosteloos onderwijs verschaffen, maar daarvoor ontving hij jaarlijks een veertel koren (4) als een stichting van dit bureel. Het schoolokaal ter zijner beschikking gesteld, was het zuidelijk deel van het tegenwoordig gemeentehuis , destijds een gebouw zonder verdiep. De heer Verlinden werd den 25 Maart 1823 ontslagen. Zijn handteeken op menig geboorteakt ten gemeentehuize van Schriek, doet veronderstellen dat zijn geschrift zeer net en verzorgd was.

    Bij de indienstreding van den heer Schools, opvolger van heer Verlinden, in 1824, werd het schoollokaal verbeterd en van lessenaars voorzien alsook van andere meubelen.- De heer Schools ontving buiten het maandelijksch schoolgeld van 4 sols of stuivers courantgeld per leerling, van wege de gemeente nog 100.- Fr. wedde en 25.-Fr. voor huishuur, en van wege het Weldadigheidsbureel nog 9 schepels (Dl) rogge per jaar (4). Hij bleef in dienst tot 1830. Zijne opvolgers werden waarschijnlijk op dezelfde wijze vergoed.

    Bl. 59

    (1) De meeste kinderen woonden geen school bij en konden noch lezen, noch schrijven. Meerderen onder hen waren 17-18 jaar oud eer ze bekwaam geoordeeld werden om de 1ste communie te doen. Zelfs hoorden wij gewagen van een jongeling, wiens eerste communie kleederen hem eenigen tijd later dienden tot huwelijkscostuum.
    (2) Onder ander : De nieuwe " Catechismus" door Napoleon ingevoerd en door Cardinaal Caprana goedgekeurd, vond geen ingang en stiet overal op verzet. - Vele priesters weigerden het gebed :"Domine, salvum fac imperatorum nostrum Napoleon" op te zeggen.
    (3) Ten Gemeentehuize van Schriek liggen formulieren of afschriften daarvan, door 't fransch bestuur toegezonden tot het verstrekken van inlichtingen die zouden dienen tot het inrichten van een geregeld onderwijs. Bij 't verzuim deze formulieren in tijds of volledig in te zenden, werden "rappels" gezonden met bedreiging van straf.
    (4) Waarschijnlijk ligt daarin de oorsprong van het “kosterskoren", dat tot voor een veertigtal jaren op veel plaatsen rond Nieuwjaar door de kerkkosters bij de boeren werd rondgehaald (soms vervangen door een gift in geld).


    Van schoolprogramma en -verordening was er geen spraak : nergens daarover vinden we iets vermeld.

    DE SCHOOLWET van 1842. - Van het begin af onzer onafhankelijkheid werd de noodzakelijkheid ingezien van een nieuwe en algemeene regeling van het onderwijs. Na de stemming der gemeentewet in 1836, moest er iets komen, t.t.z. een wet- die iedereen zou bevredigen. Moeielijk werk voor ’s landsbestuur. Vele voorstellen werden gedaan, ontwerpen besproken, totdat daaruit eindelijk in 1842, de eerste wet, - een meesterstuk op gebied van onderwijs - te voorschijn kwam.
    Ten gevolge van het invoege treden dezer wet besliste de gemeenteraad in zitting van 13 Mei 1845; de school te vergrooten. En gezien er dan nog geen gemeentehuis bestond (5) en de heer Arrondissementskommissaris reeds te voren het oprichten eener bewaarplaats voor de archieven had bevolen, besloot de raad op het te vergrooten gebouw, een verdiep bevattende twee vertrekken, op te richten.
    Maar allerlei moeielijkheden : de slechte financieele toestand der gemeente (6), de geringe toelage van 't hooger bestuur, wijzigingen aan 't plan enz., waren oorzaak dat het werk eerst dertien jaar later (in 1858) werd uitgevoerd.
    Bracht de wet van 1842 veel verbetering in den toestand van het onderwijs , toch maakte de sterke aangroei der bevolking, na 30-35 jaren, een degelijk onderwijs onmogelijk (7). Ook zou men de geslachten scheiden : In 1877-1878 werd een school (met woning) voor de meisjes gebouwd (8) en den 10 Oktober 1878 werden twee religieuzen-onderwijzeressen (orde St Jozef van Calasance) uit 't moederhuis te Vorselaer, aan de school benoemd. Bij 't in voege treden der schoolwet van 1879, hebben deze zusters hun ontslag gegeven en de woning verlaten. Bij de opening der vrije school zijn twee zusters van dezelfde orde hen komen vervoegen en van dit oogenblik tot in 1884 zijn zij door de geestelijke overheid gelast geweest met het onderwijs aan jongens en meisjes. Voor de jongens werd een woning kosteloos ter beschikking gesteld door heer DE VEUSTER Victor en met de meisjes werd voorloopig klas gehouden in een gehuurd huis,-totdat de nog bestaande klassen voltrokken waren.

    Bl. 60

    Bij 't in werking treden der wet van 1884 hebben de religieuzen afgezien van 't onderwijs aan de jongens en is de meisjesschool aangenomen door de gemeente. De Zusters, die een huis bewoond hebben, dat aan Mevr. Wed. Goossens-Rijmenants en kinderen toebehoort, zijn in 1897 overgetrokken naar het kloostergebouw door vermelde weldoeners bij de klassen gebouwd
    De woning der gemeentelijke meisjesschool is in 1879 toegekend aan een onderwijzeres, die ambshalve (voor 't hoogere bestuur) benoemd was, wijl het gemeentebestuur weigerde tot een benoeming over te gaan.

    DE WET VAN 1884. Bij beraadslaging van 6 Oktober 1884 werd door den gemeenteraad beslist : 1. De gemeentejongensschool met haar personeel te behouden. 2. De meisjesschool aan te nemen met een toelage van 2.800 fr. 3. De gemeentelijke meisjesschool, die slechts negen leerlingen telde, af te schaffen. (Zie aanh. XXXIV)
    In 1894 zijn de jongens uit het oud gemeentelokaal naar de gemeentemeisjesschool overgetrokken . Heden (1940) telt die school … klassen.

    (5) In een gehuurde kamer werden alsdan de raadszittingen gehouden en de gemeentearchieven bewaard.
    (6) Door het vergrooten der kerk in 1844 was de gemeentekas uitgeput.
    (7) Rond 1873-‘77 woonden ongeveer 250 leerlingen (beide geslachten) de school bij, die twee klassen bevatte.
    (8) Door aannemer Petr. De Bie van Putte, mits 31419 fr.
    (9) "Omdat, - aldus in 't register der beraadslagingen aangetekend - de benoeming tegenstrijdig zou zijn met het algemeen gevoelen der inwoners en te voorzien is dat al de leerlingen naar de vrije school zullen gaan".


    GEBOUWEN. - De gebouwen in de gemeente Schriek zijn allen van hedendaagschen bouwtrant en bieden niets bijzonders aan. Als voornaamste gebouwen kunnen wij noemen: de parochiale kerk gebouwd in 1303, maar later tweemaal vergroot (toren in gotischen stijl), de kerk van Grootloo, een echt juweeltje in modern Romaanschen bouwtrant, in 1937 opgericht, - het gemeentehuis en de Scholen. Als privaat gebouw het kasteel van de adellijke familie Van der Stegen, dat uit de 18de eeuw schijnt te dagteekenen en door de vermelde familie tijdens de Fransche revolutie (1794) behouden bleef tot in 1926, wanneer graaf Rudolf Van der Stegen kasteel en domein verkocht aan hr. Aug. De Roy, afstammeling van een oude adellijke familie uit Picardie, - die het in 1946 verkocht aan ...
    De kleine, lage huisjes die rond 1870 en nog later de kom van het dorp vormden, zijn vervangen door moderne, sierlijke woningen die van welstand der bewoners getuigen.

    wordt vervolgd


    15-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    14-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (7)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 61

    KRONIEKEN.

    Nopens het bevolkingscijfer, den toestand der bevolking, GEWICHTIGE GEBEURTENISSEN EN FEITEN, die zouden plaats gehad hebben tijdens de twee-drie eerste eeuwen van het bestaan der parochie, is weinig met zekerheid gekend. De Geschiedenis leert ons, dat de middeleeuwen (ten naaste bij van 't jaar 450 tot 1450), tijdens welke Schriek ontstaan en opgekomen is, tijden waren van wanorde, onkunde en barbaarschheid ; dat de onwetendheid zoo groot was, dat de hoogst staande personen niet konden lezen, noch schrijven; dat alleen in de kloosters onderwijs en letteren, zoo goed mogelijk, in eere werden gehouden. Niet te verwonderen dat er geen documenten bestaan, welke op den toestand in dien tijd, eenig licht werpen. Naar aanteekening van den heer Cools (1) zouden de oudste archieven van Schriek maar dagteekenen van 1564. En dit schijnt zoo te zijn, want de stukken die ten gemeentehuize bewaard worden (2), - die op 't Staatsarchief te Antwerpen berustten in 1936 (3),- en degene die door den heer Conservator aldaar, bij brieven van 10-7-1936 aan den hr. Burgemeester van Schriek gevraagd (4) werden, alsmede de ruim drie honderd stukken, die opgesomd zijn in den "Ge-ordend inventaris der parochieregisters en oorkonden"(5), dagteekenen, op enkele uitzonderingen na, van later tijdstip. Te oordeelen naar hetgene verschillende geschiedschrijvers verhalen uit het verleden van omliggende plaatsen, besluiten wij dat Schriek, zooals we, om tijdsorde te volgen, verder zien zullen, - zijn aandeel heeft gehad in het "wel en wee" der naburige dorpen.

    (1) Heer Cools, onderwijzer en medewerker van den hr. Jan Op de Beek, bij 't opzoeken en verzamelen van geschiedkundige documenten en bijzonderheden.
    (2) Zie aanhangsel I
    (3) “””””””””””” II
    (4) “””””””””””” III
    (5) Zie bladen 29 tot 33.
    Beteekenis der verkorte wijzigingsteekens in de volg. bladzijden.
    (Bl. 12) = blad 12 van onderhavigen bundel.
    (Nr. 13) = nr 13 van "Geordend inventaris der parochie registers.
    (L.L.,II,33) = Geschiedenis van Heist door Lod. Liekens, 2e deel, blad.33.
    (A.B.,40) = Geschiedenis van Lier door Anton Bergmann, bladz. 40
    (Th.De R.150) = Eenige onuitgegeven stukken door Th.De Raedt, bl. 150
    (…) = Niet historisch feit, - of feit uit de buurt van Schriek.
    (Aanh. I) = Zie aanhangsel I.

    FEITEN MET JAARTALLEN UIT DE GESCHIEDENIS.

    1220 Walther Berthout, ter kruisvaart te Damiette, ziek gevallen schenkt aan het Tentonisch Huis te Jerusalem 6 bunder grond te Grutlo(Grootloo) (bl.40 of A)
    1303 In dit jaar zou de kerk van Schriek gebouwd zijn. (Bl. 12 en L3)
    1309 In dit jaar werd de parochie opgericht (Bl.12)

    Bl. 62

    1310 De Munksbosschen, 74 bunder groot, werden aan het klooster van Grimbergen verkocht door Gielis van Beirsele en Gijzel Vleminck (L.L.II,23)
    1427 Jan Van Arkel staat het Land van Mechelen, waartoe Schriek behoorde, af aan den heer Van Wezemaal (Bl.6). 1459 De heer Van Wezemaal staat het af aan Filips de Goede. Het goed blijft aan de Kroon tot bij de openbare verkooping in 1650. Dirk van der Nath koopt Schriek en Grootloo. 1660 Dirk van der Nath verkoopt Schriek en Grootloo aan M. van Brouckhoven. 1725 Graaf van der Stegen huwt een afstammelinge van van Brouckhoven.
    1480 Schriek en Grootloo tellen 72 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1496 Schriek en Grootloo tellen 43 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1526 Schriek en Grootloo tellen 78 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1542 Schriek en Grootloo geplunderd door de legerbende (rooversbende) van Marten van Rossem (Aanh.IV).
    1564 Van dit jaar dagteekent het oudste document van Schriek : "Rekeningenboek der kerk." (Nr 86 bis).
    1578 Vreemde legers verwoestten onze streek. Slag van Rijmenan (Aanh. V).
    1585 De kerk van Heist in asch gelegd (L.L.,II,84).
    1586-1590 De Spaansche linie opgeworpen.(Aanh.VI.)
    1600 Putte verwoest (L.L.,II,92).
    1604 Van dit jaar dagteekent het oudste doopregister (Aanh.l)
    1622 Van dit jaar dagteekent het oudste stuk waarin Schriek als GEMEENTE vermeld wordt.
    1622 Plundering en brandstichting in de dorpen rond Mechelen, Leuven en Brussel; vandalisme te Haacht.
    1634 Een leger met 1600 paarden gedurende 12 dag. te Keerbergen.
    1635 Een generaal met zijn leger te Keerbergen.
    1636 Vijf compagnie cavallerie gedurende 5 weken te Keerbergen. Doortrekken van troepen te Keerbergen, Putte en Schriek. Plundering en verwoesting van den oogst.
    1637 Cavalerie kampeert te Keerbergen. Brand bij genoemd dorp.
    1638 Doortocht van troepen tusschen Aarschot en Lier. Inlegering van troepen te Schriek. De kerk en de kapel van Grootloo door de Franschen geplunderd. Vlucht der inwoners, huizen in brand gestoken; besmettelijke ziekte in Schriek.(Zie volledige attestatie Aanh. VII.)
    1639 Vreemde legers in Keerbergen; brand in een hoeve.
    1641 Afpersingen en geweldenarijen tegen inwoners van Keerbergen, strooptochten, bedreigingen, gevecht.
    1642 Het bestuur van Keerbergen levert een bewijs af van goed gedrag aan den Spaanschen gouverneur van Lier.
    1643 Spaansche en Engelsche troepen passeeren gedurig door Keerbergen. Vernieling, oorlogschatting.

    Voor 1650 - PROCES TUSSCHEN WERCHTER EN SCHRIEK OVER HET BEZET DER BOLLOO.(Bl. 39).

    1651 De "STEINEN HOEVE" opgemeten. (Aanh.VIII).
    1653 Werving van rekruten te Keerbergen en Rijmenam. (Th.D.R.)
    1655 Een langdurig geschil ontstaat tusschen de E.H.Pastoor Mertens en Ferdinand en Antoon van Brouchoven.(Aanh.IX.)
    1656 De windmolen op de kapelheide (Leuvensche baan) opgericht. (Aanh.X.)

    Bl. 63

    1660-62 Verkoop van vier roeden kerkhof (Xl)
    1662 Juf. de Cleyn leent 22.000 gulden aan de gemeente.(Bl. 24)
    1705 Inwoners van Schriek en Grootloo vluchten op de "Molensch(r)ans". Ongemeen heete zomer. Oorzaak der vlucht.(Aanh.XIV)
    1710 Instelling van 't broederschap van St. Antonius. (Hr.A.Cools)
    1714 Mevr. van Grootendael schenkt het “Kaudhalzenhof” aan de kerk (bl.22)
    1717 De erfgenamen van juf. de Cleyn schelden 35.000 gulden kwijt aan de gemeente.(Bl. 24)
    1743 Vijf woningen van Baal aan Schriek afgestaan: Getuigenis van den E.H.Helsen, vicaris in Baal (Bl.13).
    1745 Inrichting der onderpastorije ( Bl. 34-36).
    1767 Vagebond Adriaan Schuerman te Schriek gegeeseld (Aanh.XIII).
    1770 Testament van den E.H.Pastoor Lardinoy (Blad.23).
    1771-’76 Proces tusschen de gemeente en hr.Fil.Norb.Mar. vander Stegen, baron van Putte en heer van Schriek over het bezit der "Kapel(le)heide" (Aanh. XIV).
    1775 Opbouw der pastorij.(Bl. 37).
    1789 VERMALEDIJT BACKHUYS TE SCHRIEK (Aanh. XV)
    1793 Herstelling en eerste vergrooting der kerk (Bl. 17)
    1794-’99 België ingelijfd bij de Fransche republiek
    1799-1804 België onder het Consulaat
    1804-’14 België onder het Fransch Keizerrijk (Aanh.XIX).
    1795 België verdeeld in departementen en Kantons
    1796 Nieuwe verdeeling van Kantons (Aanh.XX).
    17.. De Rooversbende van Pijpelheide (Aanh.XVIII).
    1798 De kerk door ‘t volk geopend; gendarmen verjaagd (Aanh.XVI).
    1799 De pastorij te koop aangeboden.(L.L.,II;204). (Aanh.XVII).
    1799 Nieuwe verdeeling en bestuur (Aanh.XX).
    1800-1804 Herstellingsmaatregelen door ‘t Consulaat
    1801 Concordaat (Aanh.XXI).
    1804-1815 Napoleon Bonaparte Keizer; heerschzucht; oorlogen; krijgsopschrijving (L.L.II,209,A.B.495). Tocht naar Moscou (1812); Slag van Leipzig (1813) Waterloo-(1815).
    1810 Registers van de verslagen der gemeenteraadzittingen (XXII).
    1819 Notaris J.Fr. Ceulemans benoemd, verblijft te Schriek (XXIII).
    1820 De pastoreele goederen wedergegeven (Aant.hr.J.Op de Beek).
    1820-’21 Onderzoek der openbare wegen,-verslag (Bl.57).
    1821 De doop- ,huwelijks- en overlijdensregisters (der kerk) worden aangeslagen door Commisaris Van Velsen en burgemeester J.N.Vermijlen (J.Op de Beek).
    1821 De goederen der kapel van Grootloo aangeslagen door de gemeente; de boomen rond de kapel verkocht.(Bl.42).
    1825 Moeielijkheden tusschen de gemeente en graaf Filip van der Stegen (Aanh. XXIV).
    1826 Broodzetting. (Aanh.XXV).
    1827 Geschil tusschen inwoners van Grootloo en Schriek-dorp over het houden van danspartijen. (Aanh.XXVI).
    1830 Tijdens de omwenteling van 1830 (15 tot 16 October) kampeert een » vrijwilligersleger te Schriek. (Aanh. XXVII).
    1838 De brouwerij Vermijlen opgericht. (Aanh. XI).
    1839 De EH. Kerselaers maakt 2000 Fr. aan 't armbestuur (Bl.23).
    1844 Vergrooting (2e vergr.) der kerk. (Bl.17).
    1844 Verval der gilde van St. Sebastiaan (Bl.22) en (Aanh.XXVIII)

    Bl. 64

    1845 2de Windmolen opgericht door Fr. Van Calsteren op grond aangekocht van J. Van den Broeck, wijk B,nr '27b (Hoek der Puttestraat met Langstraat.)
    1845 Lazarushofken vernietigd. (Aanh.XIV).
    1847 Cath. Rijmenants (Wwe Goossens) maakt 4000 fr. aan het Armbestuur (bl.23)
    1849 De Nederlandsche gewichten afgeschaft : vervangen door het metrieks stelsel. (Aanh. XXIX).
    1852 De school van Goor (Heist) met onderwijzerswoning gebouwd.
    1853 Oogst beschadigd door hagelslag (L.L.II,238)-(Aanh. XXX).
    1855 Filip Claes schenkt twee perceelen land, onder Keerbergen gelegen aan de kerk. (Bl. 23)
    1855 De botermerkt wordt ingericht (Bl.69).
    1856 Het gemeentehuis wordt opgebouwd.( ).
    1857 Graaf Filip Van der Stegen gemeenteraadslid. (Aanh. )
    1858 Graaf Filip Van der Stegen maakt vast goed en een som geld aan ‘t Armbestuur, met 1/3 van het inkomen aan de kerk.(Bl.22 en 23).
    1864 De eerste steenweg in de gemeente gelegd. (Bl. 58)
    1865 St. Bermardus kapel heropgebouwd.(Aanh. XXXII).
    1869 Pionieren. (Bl.57).
    1871 Inwoners van Grootloo vragen oprichting eener parochie in hun gehucht (Bl.42 en 43)
    1873 De dekenij Heist-op-den-Berg ingericht (Aanh.XXXIII)
    1873 De EH.Pastoor Kar. Vermeijlen vermaakt bij testament een perceel land aan het Armbestuur.(Bl.23)
    1875 De EH.Van Ourshagen Jan Adr. schenkt aan de kerk een stuk land ter waarde van 5.000 fr. (BI.23).
    1875 't Lazarushofken wordt door de gemeente aangekocht.
    1877 De jongensschool (Leuvensche baan) gebouwd.(Bl.59)
    1878 Stichting van het klooster. Meisjesschool . (Aanh.XXXIV).
    1679 De pastorij wordt aan de kerkfabriek toegekend. (Aanh.XXXV).
    1879 De vrije katholieke school opgericht.(Aanh.XXXIV).
    1882 Nieuwe kruisweg in de kerk.(Bl.24).
    1885 Handel in jonge zwijnen. (Bl.69).
    1886 Brouwerij De Veuster opgericht.(Wijk A, nr 587a).
    1890 Boerenbond gesticht.( Bl. 68) .
    1891 tot 1937 Herstel der kapel van Grootloo met vergrooting – maandelijksche mis ; -Zondagsche mis;- oprichting der parochie,- eerste herder;- inrichting der parochie;- bouwen en bemeubeling der kerk.(Bl.43 tot 49).
    1895 Invoering van den broeioven (broeimachien) bij de kiekenteelt (Bl 65 en 66)
    1895 Verlichting der dorpskom met petrolielantaarnen.
    1898 Gekleurde glasramen in de kruisbeuk der kerk.(Bl.25)
    1900 Oprichting der pensioenkas.
    1900 Oprichting der steenbakkerij De Veuster.(Bl.69)
    1905 Buurtspoorweg Lier-Werchter aangelegd.
    1906 Postkantoor ingericht.
    1919 Gedenkteeken der gesneuvelden opgericht.
    1921 Electrische verlichting ingevoerd.
    1923 Telefoonkantoor ingericht.
    1934 Nieuwe begraafplaats aangelegd.(op W.B.nr 294).

    Bl. 65

    AANHANGSEL I.

    Ten gemeentehuize berust een stuk luidend :
    'STAAT VAN INVENTARIS DER PAPIEREN EN DOCUMENTEN RAKENDE HET GEMEENTEBESTUUR VAN SCHRIEK EN GROOTLOO".
    Wij Burgemeester en Secretaris van de gemmente Schriek en Grootloo verklaren bij deze overgenomen te hebben op de gemeentekamer alhier uit handen van Jan Norbert Vermijlen, Burgemeester der gemeente op heden wezende zesde December achttien honderd dertig, de hierna genoemde stukken rakende het gemeentebestuur van Schriek en Grootloo :
    1.- Een register inhoudende de akten van geboorten, huwelijken en overlijdens van af drij November zestien honderd dertien tot zestien honderd een en vijftig.
    2.- Dito van zestien een en vijftig tot 1685.
    3.- Een register van geboorten en huwelijken van 1685 tot 1731.
    4.- Een register van de aflijvigen van 1685 tot 1731, vergezeld van het "Zondagsgebed".
    5.- Een register van de geboorten en huwelijken van 1604 tot 1623.
    6.- Een register van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1754 tot 1766.
    7.- Een register bavattende de tienjarige tabelle van 20 September 1792 tot het jaar XI der Fransche republiek van geboorten, huwelijken en aflijvigen in chronologische en alphabetische orde.
    8.- Dito van 1802 tot 1813.
    9.- Drie registers bevattende de tienjarige tabellen van 1 januari 1813 tot dito 1823.
    10.- Een register inhoudende 15 akten van overlijdens van militairen in dienst.
    11.- Een register van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1775 tot 1778, - alsmede de akten van 1792 tot 26 October 1797.
    12.- Dito van 1779 tot 1791.
    13.- Dito van 22 September 1796 .tot 1799 met eenige renseignementen van geordonneerde vonissen en rectificaties met tabellen van voorgaande administratuurs.
    14.- Register van geboorten van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    15.- Register van geboorten van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    16.- Register van huwelijken van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    17.- Register van geboorten van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    18.- Register van aflijvigen van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    19.- Register van aflijvigen van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    20.- Negen registers van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1821 tot 1829.
    21.- Een dooze inhoudende de titels "RENTE CONSTITUTIVE" toebehoorende aan de Armentafel met de inscriptie van nr 1 tot 15.
    22.- Dooze : politie, nachtwachte, bedelarij, jacht en veldinrichtersdienst.
    23.- Dooze inhoudende de stukken rakende de armen.
    24.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de publieke instructie.
    25.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de publieke instructie.
    26.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de kinderen van het borgerlijk hospitaal te Antwerpen.

    Bl. 66

    27.- Directe belastingen (Bestuurlijke zaken).
    28.- Reglementatie van politie. Tafel van betrekking of overeenkomst van den Republikeinschen met den Gregoriaanschen kalander.
    29.- Nationale militie.
    30.- Publieke wegen.
    31.- Comptabiliteit ; Kwitt. van de gemeente ontvangen wegens een borgtocht van 300 gulden van heer Segers.
    32.- Moederrollen der plaatselijke belasting.
    33.- Fournitures militaires.
    34.- Staat van akten, minuten, registers van het gesupprimeerd regentschap van Schriek, gedeponneerd te Mechelen den 20 mei 1809.
    35.- Rekeningen der gemeente van 't jaar X tot XIV van 1806 tot 1828
    36.- Idem van 1823 tot 1828.
    37.- 3 Registers van resolutiën van den gemeenteraad.
    38.- 1 Register van de bevolking van 1830.
    39.- Register van notiën, sloten en rekeningen van 1 Januari 1715
    40.- tot 47. (Meubelen, brandmateriaal, enz.)
    48.- Dooze: stukken over koeipokken + veeartsenij.
    49.- Rekeningen der Armentafel van 1802 tot 1827
    50.- Rekeningen en bewijsstukken van militairen dienst in de Nederlanden
    51.- Verkiezingsstukken.
    52.- Militiestukken.
    53.- Militiestukken : landmilitie 1815 - 1830.
    54.- Nog over de landmilitie.

    AANHANGSEL II

    Op het staatsarchief te Antwerpen (Door Verstraeteplaats,5) berusten :
    1. Archieven der Schepenbank door de gemeente ter Rechtbank van Mechelen gedeponneerd :
     Domaniaal hof van Befferen, Goedenissen van 1673, 1719, 1722, 1764, 1766, 1795 = 5 deelen
     Idem - minuten 1691 - 1719 = 1 deel.
     Voorwaarden 1731 - 1779; 1781 - 1783; 1785 - 1792 = 44 deelen.
     Rollen 1753 - 1770 = 3 deelen.
     Schepenakten 1760 - 1794 = 5 stukken.

    2. Andere archieven :
     H. Geestrekeningen 1619 - 1812 = 6 pakken.
     H. Geestrekeningen cijnsboekjes 1634 - 1688 = 1 pak
     H. Geestrekeningen varia 1672 - 1820 = 1 pak.
     Dorpslastboeken 1613 - 1789 = 20 pakken.
     Processen (gemeente-) 1770 - 1776 = 1 pak
     Notitieboek (rekeningen) 1715 - 1776 = 1 deel.
     Wettelijke akten en conditiën 1584 - 1775 = 1 pak.
     Weezenrekening 1638 - 1699 = 1 pak
     Militaire zaken 1648 - 1749 = 2 pakken.
     Contributieboek 1705 - 1706 = 1 deel.
     Lastenboekjes 1705 - 1708 = 3 deelen.
     Allerlei stukken 1.99 - 18.. = 3 pakken

    Bl. 67

    AANHANGSEL III

    Archieven gevraagd door den heer Conservator:
    Archieven van de Schepenbank en afgeschafte instellingen.
    Stukken ten voordeele van den H. Geest 1748 - 1 pakje.
    H. Geestrekeningen 1693 (nr 34), 1694 (nr 35) - 2 cahiers.
    Manuel: Inkomsten van den H. Geest, 18e eeuw - 1 cahier.
    1.- Andere archieven van het “oud regiem”: collectie van den XXn penning, rekening 1786 - 1 cahier.
    landboekje 17e eeuw.
    2.- De twee tafelboeken der oude parochieregisters.
    3.- Archieven van het “nieuw regiem” behalve burgerlijken stand : registers van den gemeenteraad, schepen collegie, militie, politie, bevolkingsregisters daarmee betrekking hebbend ± 1797-1837.

    AANHANGSEL IV.

    MARTEN VAN ROSSEM was legeroverste (maarschalk) van den graaf van Kleef (1) die den koning van Frankrijk steunde in den strijd tegen Keizer Karel V.
    Bij (A.B.178) vinden wij aangetekend: " ... Na de oude infirmerij van het Beggijnhof (te Lier), die buiten de Eekelpoort lag, verbrand te hebben, sloeg de bende van den Zwarten Marten den weg op Duffel in, om daar de Nethe over te trekken; doch men vond de brug afgebroken. Na twee dagen werkens gelukte de soldaten er in om bij middel van kuipen en bakken aan de klokzeelen gebonden, de rivier over te trekken. Maar van de dorpen Duffel en Waalhem bleef niets dan puinhoopen over. De abdij van Rosendaal werd verwoest, Mechelen bedreigd, SCHRIEK, Keerbergen, Wespelaar, Thildonck, Rotselaar geplunderd Herent en Winzele neergeblaakt en Leuven belegerd, doch niet ingenomen."

    AANHANGSEL V.

    VERWOESTING ONZER STREEK . De omwenteling der 16e eeuw , - strijd die meer dan veertig jaren duurde tusschen Spanje en Nederland, -is een van de rampzaligste tijdperken geweest, die ons land beleefde : (L.L. II ,78) " Te Heist was men dikwijls overlast van Krijgsvolk, want het lag op de groote baan van Lier naar Aarschot, welke twee versterkte plaatsen waren. Het was hier een gedurig heen - en weertrekken van legers en garnizoenen en dikwijls bleven die troepen hier vernachten of zelfs verscheidene dagen uitrusten."
    (A.B.248-249) : " Op 7 juli 1578, sloeg het Statenleger (2) zich op de heide tusschen Lier en Herenthals neder. De dorpen werden afgeloopen, de oogst verwoest, en de ongelukkige landlieden, vluchtten naar Lier, waar hun vee bij gebrek aan voedsel, ten grooten deele stierf.

    (1) In geschiedboeken ook genoemd "Duc de Clèves et de Juliers."
    (2) De Staten = Staatschen = Algem.staten waren de afgevaardigden der Nederlanders, vooral die uit de N.provinciën; Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, die samen aanspanden tegen Spanje. De Staatschen zoowel als de Spanjaarden, hadden vreemde ( Duitsche, Engelsche, Schotsche) soldaten in dienst, die slecht betaald en zonder regeltucht, meer last dan voordeel veroorzaakten, strooptochten ondernamen, en allerlei gruwelen bedreven.


    Bl. 68

    Op 23 juli werd het kamp naar Keerbergen verplaatst (waarbij het te Schriek ook niet rustig zal gebleven zijn)- en op 1 Augustus wonnen de Staatschen den slag van Rijmenam. Die overwinning verbeterde den toestand niet… Duitsche benden te Zandhoven gelegerd tot onderstand der Nederlanders, werden naar de Nijlensche heide overgebracht. Men had dus een Duitsch kamp te Nijlen en het Statenleger te Keerbergen. "Voeg daarbij de "Zwarte ruiters" zooals men de Spanjaards noemde die onophoudend strooptochten hielden, de boeren tot bij Antwerpen oplichten en op rantsoen stelden, en men kan zich een denkbeeld vormen van den toestand onzer streken. Op sommige dorpen waren noch menschen noch dieren te vinden. Lier integendeel was opgekropt met vluchtelingen, die met hun vee op de straten legerden en in groot getal van ellende bezweken. De lijken bleven boven de aarde liggen en weldra verscheen de pest, die, zooals Van Lom getuigt, in het volgend jaar 5000 slachtoffers maakte. Die pest woedde geheel het land door en sleepte ook Dom Jan (Spaanschen landvoogd) ten grave (1 October 1578).

    AANHANGSEL VI.

    DE SPAANSCHE LINIE. (L.L.,II,86-87) : "Op de Pijpelheide, onder Heist, hadden de Spanjaards een versterkt kamp ingericht tegen de inloopingen van Willem den Zwijger, die te Diest zijn kasteel had. Dit kamp van Baal-berg naar de Neet te Booischot, was ongeveer 4 Kilom. lang en voorzien van diepe grachten met water van 15 met. breedte."
    Rond 1870-'75 lagen, als overblijfselen van die verdedigingslijn, nog eenige kuilen bij aarden wallen op enkele honderd meters ten O. van 't kerkhof van Pijpelheide, langs de N. zijde tegen de baan naar Aarschot. Een gebuur Karel Eggers, die goed op de hoogte scheen van aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden, en onze kennis uit de lagere school over die vakken dikwijls wist aan te dikken,- duidde ons ter plaatse, als richting dier lijn aan : Baalberg, Pandhoeven,de Meren (bij voornoemde kuilen), de O.zijde van Pijpelheide, de spoorwegstatie van Booischot. En, Evarist Vleminckx, schaliedekker, Pijpelheide, wees ons, als laatste overblijfsel der linie - omstreeks 1900-den hoogen aarden dam of wal aan, die met zijn N.einde tegen de provinciale baan reikte, een honderdtal meters ten W. van den buurtsteenweg naar Booischot-Statie.

    AANHANGSEL VII.

    INLEGERING VAN TROEPEN TE SCHRIEK.

    "Wij schepenen der heerlijcheit van Keerbergen gemeyntelijk doen te weten ende certificeeren voir de gerechte waerheyt op den eedt int aennemen onse ampten gedaan, aen alle degene die dese tegenwoirdige letteren sullen sien oft hoeren lesen besunders de Hoog Mogende heeren staten generaal der vereenichde Nederlanden, ter instantie van Schepenen ende gesworen bedesitters der heerlijcheyt van Sint-Jans-int-Schriek ende Grootloo gelegen neffens ende paelende aen onse voerschreven heerlijcheit, dat tzelve dorp is een van de seventhiene maekende tsaemen het landt van Mechelen of landt van Arcle, wesende cleyn in sijn distrikt of begrijpe, hebbende dese inlantsche oirloege geleden

    Bl. 69

    groeten overlast van logeringe van soldaten ende dat de consideratie van de gelegentheyt de plaetsen op de baene tusschen Aerscot ende Liere, daer de passeringe ende repasseringe meest is gevallen, hebbende daer bij geleden groete schaede merckelijck ten tijde als de voern, heeren staten met sijne Majesteyt van Vranckrijck legers hadden belegert de stadt van Leuven, sijn van de franchoisen gansch ende geheelijck gepilleert geweest, ende affgerucft hunne kerke ende capelle van Groetloe respectieve, daer sij hunne meubelkens hadden gevlucht, sulex dat sij daer al hebben gelaten dgene sij ter wereld waeren hebbende, qualijck hen leven hebben connen salveren dwelck heeft gecauseert, datde gemeynte gansch ende geheelijcksijn verstroyct geweest ende veelen hebben verlaeten de voorschreven jurisdictie ende hebben hun gegeven met hunne residentie onder andere jurisdictie daer ontrent gelegen, doir weleke oirsaeke dat daer veele huysingen ledich ende onbewoont sijn liggende, die ooick woirden affgebroken ende verbrandt bij de soldaten, naer weleke voers, belegeringe Godt Almachtich de selve gemeynte heeft commen besoecken mette contagieuse sieckte die heeft geduert den tijdt van twee jaeren geduerende welcken tijd binnen de selve heerlijcheyt van de selve sieckte sijn gestorven menichte van de innegesetene, waardoir dat de gemeynte hun bevinden soe weynich en swack dat niet mogelijck en is, dat sij connen continueren in de betaelinge van de lasten die sij voirmaels hebben betaelt aen deen als dander sijde, sullen daerom genoetsaeckt sijn deselve heerlijcheyt te moeten abondonneren ende sedert laten liggen, ten waere hunne redelijcke moderatie ende quytscheldt geschiede. Ende want goddelijck ende redelijck is in alle rechtveerdige sacken der waerheyt gettuygenisse te geven, besunders des versocht synde, soe hebben wij schepenen voergenoemt dese bij onsen secretaris laten schrijven ende teeckenen ende onsen gemeynen schependoms segel op het spatium gedruckt.
    Gedaan desen IX Juny 1638

    AANHANGSEL VIII.

    DE STEINEN HOEF.
    De gebouwen dezer hoeve liggen ruim 300 met. N. waarts van den kerketoren. O.waarts tegen de baan naar Heist. 1651 werd deze hoeve opgemeten en op plan gebracht. Op dit plan met verklaring, waarvan wij hier een verkleinde schets bijgevoegen,- ligt de woning afgebeeld als een heeren verblijf : gebouw met verdiep puntgevels en torekens, sierlijke bijgebouwen en prieeltjes in den uitgestrekten tuin. Rond die gebouwen liggen 31 perceelen grond afgebeeld, die, bijna allen in vorm en oppervlakte overeenstemmen met de perceelen van kadastralen atlas Poppe. Van die naast elkander aangesloten perceelen, het al eigendom van zekeren heer Antoon Dierckx te Mechelen, waren in vermeld jaar alleen de dichts bij de woning of tegen de openbare wegen (1) gelegen perceelen, die ongeveer 2/5 van de totale oppervlakte uitmaakten, tot bouwland gebracht; de overige stukken waren beboscht of lagen vaag. De verdere ongeving was meestal heide. Bosschen en heide zijn na een verloop van 200 tot 300 jaren ontgonnen en in vruchtbaar bouwland herschapen en detoenmaals bewerkte perceelen zijn nu langsheen de baan met sierlijke villa's en woningen bezet.

    Bl. 70

    Wat de gebouwen de woning inzonderheid betreft, deze had rond het jaar 1870 het uit van een oud gebouw met hoogen voorgevel in welken deur- of vensteropening toegemetseld en door andere vervangen waren. Hoe die eerste woning tot verval gekomen en de uitgestrektheid der landerij tot enkele hectaren ingekrompen is, konnen wij niet achterhalen. Op 't plan of in de bijgaande verklaring vinden wij den naam niet vermeld van "Steine(n)hoef". Wellicht is dit heerenverblijf vervreemd en verbrokkeld en werd het vervallen gebouw tot landbouwuitbating ingericht, die van dit oogenblik met recht, den naam van Steinen (=steenen) hoef zou gekregen hebben.
    In of rond 't jaar 1872, tijdens een onweder op het middaguur van een heeten zomerdag, sloeg de bliksem op de woning, die met den aanpalenden stal, de prooi der vlammen werd. Enkele jaren nadien werd de heropgebouwde hoeve nogmaals door het hemelsch vuur getroffen zonder schade te lijden.
    Vermelde woning op een veertigtal meters van den steenweg gelegen zal weldra verborgen liggen achter moderne woningen en villa's, en binnen enkele jaren weet niemand .meer te spreken van de "STEINE HOEF".

    (1) De baan uit de dorpskom van Schriek naar Heist heette alsdan "draaiboomstraat", en de huidige Kwadeheidestraat de "Rommelarestraat"

    AANHANGSEL IX.

    Met de familie de Broechoven en ook met het gemeentebestuur of met eenige leden van hetzelfde is de E.H. Mertens , alsdan pastoor, dikwijls in geschil geweest nopens het aanmatigen en verkoopen van pastorale tienden, het benoemen van koster, schoolmeester, enz., ambten, die door de van Broechovens zelfs ten prijze gesteld geweest waren, - het teruggeven van kerkelijke archieven, welke door dezen aangeslagen werden. (Bl.32)
    Van de familie van Broechoven is de heerlijkheid van Schriek overgegaan aan de familie van der Stegen. Met den heer Karel van der Stegen en ook met het gemeentebestuur is de E.H. Pastoor Lardinoy (nr.59) gedurende verscheidene jaren in proces geweest nopens zekere pastoreele goederen, rekeningen van kerk- en armbestuur, tienden, enz. (Aantek., van hr. J. Op de Beeck).
    Over die geschillen tusschen voornoemde dorpsheeren en eerw. heeren Pastoors en de gemeente hebben wij in de gemeentearchieven tot op heden (1940) geen bijzonderheden aangetroffen. En van de archieven der kerk, voornamelijk de stukken nopens de geschillen nrs 96, 97, 100, 103, 104, 105, 131, 136 tot 145 en enkele andere uit den inventaris van 1898, - hebben wij, ondanks veel moeite niet voldoende inzage gekregen.
    Wij denken dat die heeren TOPARCHAS, zooals zij zich zelven wel eens betitelden, - zich dikwijls aan de rechten en aan de eigendommen der kerk hebben vergrepen.

    Bl. 71

    AANHANGSEL X.

    Tijdens en waarschijnlijk reeds voor het ongelukkig tijdstip waarover we hiervoren gewaagden (zie V), hadden de inwoners van Schriek en Grootloo, tot beveiliging van have en persoon en tot verdediging bij boosaardigen aanval door vreemde legers, ter plaatse de KAPELLE-HEIDE, op 400 met. Z.O .waarts van den kerketoren, een ruime "vluchtschans" met breede en diepe grachten opgeworpen. In het jaar 1656 werd binnen die schans een houten windmolen opgericht, die er heden nog draait. Vandaar kreeg die plaats den naam van MOLENSCH(r)ANS.
    1 kilometer Owaarts van de Molenschrans, ligt de GROOTLOOSCHRANS, hoeve voorheen door water omgeven ter plaatse genaamd SCHANSHOEK (zie Bl.54). Zulke omwaterde hoeven met den bijnaam van "Schrans" (verbastering van "Schans"), vindt men op veel plaatsen, en dienden in onveilige dagen zoowel tot bevrijding van de bevolking der omgeving als van de bewoners der hoeve: Te Beerzel heeft men "Beerzelschrans", - Bevel: " Bevelschrans", - Nijlen: "Tieboers" - met nog vier andere schransen, enz. Plaatsen, heden nog gekend onder den naam van "Schrans" of "schranskens", waar men breede grachten of vesten, zonder gebouwen aantreft, dienden tot hetzelfde doel : te Itegem, Wiekevorst, in de Antwerpsche en Limburgsche kempen, vooral daar waar passage was voor legerbenden.
    Het dagblad " Het Algemeen Nieuws" in zijn nr. van 30 November 1940, zegt daarover, in zijn artikel "in het land van Genk" onder meer :
    Even min als eenig ander dorp of stad in het "Loonsche" ontsnapte Genk de gewapende "uitstapjes" van de plunderende legerbenden der opeenvolgende graven, hertogen en prinsen, die ook de nederige Kempen met hun bezoek wilden vereeren. De inwoners waren daar evenwel op voorzien. Het dorp en ieder gehucht had zijn eigen "schans" d.i. een verdedigde wijkplaats in een lage waterrijke plaats van den omtrek waar iedereen, mits betaling aan den " schansmeester " zijn hutje of wijkplaats in tijd van nood kon betrekken. De ligging van de schans werd natuurlijk voor vreemden en krijgsvolk angstvallig geheim gehouden.... In 't klein is deze geest terug te vinden in de winningen - huizen zelf, die alhoewel uitsluitend uit hout getimmerd, en met leem gevoegd, zonder uitzondering door zoogenaamde "grachten en holten" en door slagboomen afgesloten waren."
    Een landkaart " Pays Nord-Ouest ou n° 8, Bruxelles, environs de Malines, publié par Ls. Capitaine, Associé et Premier Ingr. de la carte de France" geeft talrijke schansen op, bijzonder in en rond het hedendaagsch kolenbekken van Limburg. Maar veel Vlaamsche namen zijn daar op zoo eigenaardig verfranscht, dat men de koddigste vertaling ontmoet, o.a. de vroeger omwaterde hoeve " Schaleeken" in sommige oorkonden ook "Schaleken" - rond het jaar 1800 een zeer uitgestrekte landbouwuitbating, doch later verbrokkeld, op het grondgebied van Keerbergen (prov.Brabant) tegen dit van Schriek (prov. Antw.), - is op die kaart genaamd (Schaleeken) = "Charles Quint", - de “Bolloo" heet "Bois Bord", - de Heestenheide molen (in Oct. 1914 vernield): "Moulin de Tister" enz.

    Bl. 72

    AANHANGSEL XI.

    De E.H. Pastoor Mertens (zie IX) verdedigde niet slechts de rechten en het eigendom der kerk, maar beijverde zich ook voor de verbetering van al wat aan zijn zorg was toevertrouwd :
    Verbeeld U, in de dorpskom, bij de kerk waar de meeste passage is van heel het dorp, tusschen het kerkhof eenerzijds en de dorpsplaats met het pastorijstraatje anderzijds, - een gracht van vier, vijf roeden, die, gezien deze grootte, bij zomer als bij winter voorzien is van water, water wellicht besmet door ondergrondsche insijpeling uit het kerkhof, zeker ongeschikt tot gebruik door stof en onreinheden van de straat weggevaagd door wind en regen, - een modderpoel uit welken verpestende uitwasemingen opstijgen ! -" Die afzichtelijke en gevaarlijke modderplas moet weg; - meent de E.H. Pastoor, - en er moet daar tegen de dorpsplaats een sierlijke, stevige woning met een bevallig, afgesloten hofje !
    De hand werd aan 't werk geslaan : Een verzoekschrift aan de bevoegde overheid gezonden (Bl.14), genoot, - na verslag over 't onderzoek tcrplaatse door den E.H. Landdeken, een gunstig onthaal bij Z.E. den Aartsbisschop : Verkooping toegelaten (Bl.15), - heeft plaats (Bl.16)
    De E.H. Pastoor Mertens, kooper, heeft dan, naar de voorgeschreven conditiën een woning opgericht of laten oprichten, en wel, - zonder eenigen twijfel - , de woning die afgebeeld is rechts af op 't voorplan van de print (driehoekig vaantje) “Sint-Jan-Baptista tot Schriek" door Em. Van Heurck beschreven (Bl.20). Plaats.tijd en vorm pleiten daarvoor:
    a)"De cooper soude op de voors erfve niet een slecht huys moghen setten, maar een huys van fraye forme tegen de dorpsplaats" en, de print vertoont op die aangeduide plaats een sierlijke woning.-
    b)Het erf begin 1662 verkocht zijnde, werd de woning na dien datum gebouwd, - en de print is ge(zink)drukt naar een kopersnede van de XVII eeuw (dus binnen de veertig jaren na de oprichting).
    c) Zoowel als de print de ligplaats der kapel van Grootloo en van 't Lazarushofken" ten opzichte der kerk, vorm en plaats van de vensters, conterforts, galmgaten en spits van den toren nagenoeg heel juist weergeeft, zal dit zonder twijfel, ook wel het geval zijn met de afbeelding der woning, welke laatste nog geen veertig jaar oud was.
    Die woning heeft echter geheel haar oorspronkelijk uitzicht niet altoos behouden, Even als er heden nog voortdurend, uit gemak- of modezucht, verandering aan oude woningen wordt toegebracht, zoo werden rondboogvenster- en deuropeningen door rechthoekige, de kruisvormige vensterramen van de woonvertrekken door de meest hedendaagsche vervangen; de buitendeur van stal- of bergplaats (rechterhoek van 't afgebeeld gebouw) bevond zich op die plaats nog in 1880, misschien wel tot bij de afbraak van de oude woning. In 1838 wer op het bij de woning behoorend erf een brouwerij opgericht. En na 1900 werd een nieuwe, moderne brouwerij met monumentalen voorgevel op de plaats der voonmalige gebouwen opgetrokken.
    Hoe en wanneer, na 1661, de vervreemding van dit hoekje gewezen kerkhof plaats greep, konden wij niet achterhalen.

    wordt vervolgd


    14-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    13-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (8)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 73

    AANHANGSEL XII.

    In 1700 overleed de koning van Spanje kinderloos, op zijn sterfbed wees hij een Fransche prins als opvolger aan, alhoewel volgens overeenkomst tusschen de belanghebbenden, de Nederlanden aan Oostenrijk zouden komen. Van daar conflikt. Fransche troepen bezetten onze streek en wierpen een verdedegingslijn op van de Maas naar de Schelde. Marlborough, opperbevelhebber van het Engelsch-Nederlandsch leger veroverde die versterking gedeeltelijk in 1705. De Franschen trokken terug achter de Dijle en maakten een nieuwe lijn versterking van den Demer naar de Nethe te Lier. Op die lijn zou de beslissing vallen. Van daar dat de plattelandsche bevolking zich verschanste. Gelukkig verliet de Fransche generaal onze streek en werd wat later door Malborough (1) verslagen te Ramillies (zuiden der provincie Brabant).(A.B.310).

    AANHANGSEL XIII.

    De vagebond Adriaan Schuermans, te Heist geboren, leefde aldaar tijdens de Brabantsche en Fransche omwentelingen, gelijk God in Frankrijk. Ook diende hij meestal voor kinderschrik: Als hij ergens in kant of bosch gezien was, vluchten al de kinderen uit den omtrek weg. Met zijn langen, ongekamden baard en haarbos, zijn gekromden rug en verhakkelde kleederen scheen hij eerder zeventig dan wel vijftig jaren oud. Om van hem ontslagen te zijn schreef de schout van Heist hem in bij de pionniers die opgeeischt werden om te gaan arbeiden aan de versterkingswerken te Nieuwpoort.-"Ik heb nooit een schup in mijn handen gehad, zei hij, en ook niet in de kruiwagen gestaan, en nu zou men mij, in mijn ouden dag, nog willen doen doodwerken, maar 't zal geen waar zijn, zulle!" - En eer 't morgen werd, was hij ontsnapt. En, terwijl de overigen op weg gingen naar hun bestemming, onder geleide van de gewapende macht, stond Schuerman te midden van den berg, met de armen gekruist, en leunend tegen den paal, waaraan hij vroeg een geeseling had onderstaan. In 1765 was Schuerman te Heist gegeeseld en uit de Vrijheid van Heist gebannen. In 1769 werd hij andermaal gegeeseld, gebrandmerkt en uit de Nederlanden gabannen,- en in 1774 te Brussel nogmaals gegeeseld, gebrandmerkt en uit al de landen van Hare Majesteit gebannen.( Uit het nieuwsblad " Onse Swane" April 1900).

    AANHANGSEL XIV.

    PROCES OVER 't BEZIT VAN DE KAPELLEHEIDE.
    Aanleiding tot dit proces : Ingevolge het decreet van Maria Theresia, Keizerin van Oostenrijk, dat aan de dorpsheeren toeliet beslag te leggen op de onbebouwde en braakliggende gronden en heiden, wilde vermelde heer van der Stegen, baron van Putte en heer van Schriek, zich deze deels tot kultuur gebrachte en op andere wijze benuttigde heide toeeigenen om die met boomen te beplanten. De gemeente verzettede zich daar tegen. Zij beweerde dat die heide altijd haar eigendom geweest was en ze altoos gebruikt had om er schadden te steken, klei uit te halen, haksel en houtmijten op te zetten, koeien te laten grazen; dat zij op dezelve een verschanste plaats bezat, voorzien van grachten en wallen om in oorlogs- en onveilligen tijd met have en vee in te vluchten.

    (1) In onze kinderjaren hoorden wij grootvader dikwijls zingen "Malbroek trok naar den oorlog, mironton, mironton, mirontaine,- Malbroek trok…."

    Bl. 74

    Uit enkele stukken van het lijvig dossier halen wij hier eenige getuigenissen aan.

    GETUIGENISSEN.

    1.- Getuigen Pieter Holemans en Goswinus Verbeeck verklaren dat zij twee mannen van den heer hebben zien putten maken op zekere uitgegeven en opgebroken heide, competeerende aan de gemeente Schriek, genaamd "capelleheide".

    2.- Op 14 Oktober 1770 werden Antoon Van den Bosch en Frans Somers bij het opmaken van grachten op vermelde heide "gecallengiert" door Joes Holemans officier van Schriek die hem daarbij verbood voort te werken.

    3.- Getuige is in Schriek ende Grootloo geboren, heeft daar gewoond en alsnu wonende te Ramsel, - attesteert dat alsdan de heide, genaamd "capelheide", altijd wegens de gemeente is gebruikt geweest, hij daarop heeft hij daarop heeft gehakt, leem gestoken, hakselhoopen opgezet, schadden gestoken; dat zijn vader met zekeren Blasius Geens daar heeft gebaggerd volgens het zeggen van zijn vader; voorts deponneerd hij altijd gezien te hebben een uitgegraven hofken, genaamd het "Lazernijchofken" , recht tegenover de vluchtschans, alwaar hij deponeert den lesten gepasseerden oorlog hij is op gevlucht geweest, beneffens zijn ouders met al hun mobilieren, effecten en hoornvee, verklarende dat er geen andere gemeenteheide is, in den tr… van den dorpe van de "capelheide" welke heide van geen afgezetenen is ged…. ofte daaraan geen gezag en hebben dan enkelijk de gemeentenaren van Schriek ende Grootloo.
    Verleit binnen Ramsel den 17 Mey 1771»
    (get) Fracis Van Hove.

    4.- De 24 Mey 1771 verklaarde Jan Verschueren, Janszone, inwoner van Schriek ende Grootloo, oud 78 jaren, wezende gekend voor een eerlijk en deugdelijk man van goeden naam en faam, dat hij in 1705 is geweest op den Moeleschrans, gelegen in de capelheide, op welke schans waren gevlucht veel ingezetenen van Schriek ende Grootloo met hunne koeibeesten, meubelen andersints; dat daar door de gevluchte dieren schade werd veroorzaakt waarvan kennis werd gegeven aan den meulder Pieter Van den Broeck, die zeide dat die zaak de gemeente aanging. Voorts attesteert comparant dat hij verscheidene reizen van zijn vader zaliger heeft hooren zeggen dat hij, in persoon met alle alsdan zijnde gemeentenaren die voorzeide vluchtschans heeft helpen uitgraven en de vesten heeft helpen schieten. Voorts dat deze laatste van wijlen Joes Verschueren zijn gewezen wettigen vader heeft hooren zeggen dat alhier tot Schriek ende Grootloo heeft geweest een arme Lazarus met naam in 't vlams "Jockbloet", endat de armmeester aldan zijnde en geweest hebbende de eigen grootvader van hem attestant, in kweste was tegen het voorzeide dorp over het houden en alimenteeren van den voorzeiden Lazarus; dat alsdan de gemeentenaren met den voorzeiden armmeester eindelijk hebben gesloten van in de voorzeide gemeenteheide een hofken op te graven en daar een huisken op te stellen, waarin die voorzeide Lazarus ook gewoond heeft, en dat het uitgegraven hofken van toen af tot op den dag van heden altijd heeft den naam behouden van Lazarushofken,

    Bl. 75

    hetwelk omtrent 200 of meer jaren zoude geleden zijn, alzoo zijn vader den ouderdom van 80 jaren heeft bereikt ende zijn grootvader nog ouder, eer zij zijn gestorven, - gevende hij attestant voor redenen van wetenschap, dat hij alles hetgene voren staat, met zijne oogen heeft gezien en hetzelve gehoord, bereid wezende, des aanzocht zijne, deze attestatiën voor alle heeren, God, wetten en gerechten te vernieuwen en zelfs met eede te bevestigen.
    Aldus gedaan en geattesteerd binnen Grootloo ten woonhuize van den voorz. Attestant, ter presentie van Jan De Wever en Dries Van der Auwera, beiden daartoe als getuigen aanzocht.
    Waren onderteekend Jan Verschueren, alsnog met een kruisken waar onder stond geschreven : dat ist handmerk van Jan De Wever, (item) Andries Van der Auwera.
    Leeger stont.
    Diensvolgens compareerde voor mij, notaris, Joanna Geens, Blasius dochter, wedwe. van wijlen Peeter Claes, inwoonderesse van Begijnendijk, ressort der stad Aarschot oud omtrent 79 jaren, wezende gereputeerd voor een eerlijke en deugdelijke vrouw, welke heeft verklaard zonder predilectie en indictie van iemand dan alleen in faveur van justitie en ten verzoeke van de heeren wethouders ende gemeentenaren van Schriek ende Grootloo, waarachtig te wezen, dat zij met hare ouders tot Schriek is komen wonen als zij … oudt was en voorts aldaar gewoond omtrent 6 of 7 jaren, ten welken tijde zij aldaar ook wonende, heeft gezien dat zekere heide, gemeenlijk gemaand de “capelheide", altijd vanwege en door de voorzeide gemeentenaren is gebruikt geworden en daarop dezelve gemeentenaren heeft zien graven en leem steken, hakselhoopen zien opstaan ende schalle zien opsteken en van dezelve gemeentenaren daar op houtmijten gezien. Voorts verklaart zij dat haar vader wijlen Blasius Geens differente reizen op de voor de heide baggaert opgestoken en gew…,dat zij altijd ten tijde op deze wonende, heeft gezien een ..... hofken in de voorzeide kapelheide, genaamd het "Lazernijchofken" recht tegenover de vluchtschans, alwaar de molen van Schriek op staat; voorders dat zij in den jare 1705 met hare ouders aldaar is op gevlucht geweest, met hare ouders, koeien en huisraad, als wanneer het zoo heet was dat zij hunne koeien met water moesten begieten om de groote hitte; - verklarende voorders dat er geen andere gemeenteheide in Schriek en was als de voorseide kapelheide en dat dezelve gemeenteheide nooit van eenigen afgezeten is gebruikt geworden ofte daarvan iet hebben gehaald voor hun eigen,- bereid wezende des aanzocht zijnde, deze hare attestatiën voor alle heeren, God, wethouders en gerechten te vernieuwen en met eede te bevestigen.
    Aldus gedaan, geattesteerd ende gepasseert binnen voorz. Begijnendijk ten woonhuize van attestante ter presentie van Jan Op de Beek en Jan Verhaegen, inwoonders van Begijnendijk.
    Waren onderteekend met een kruisken waaronder stond geschreven; dat is handmerk van Jan Op de Beeck, item Jan Verhaegen.
    (get) Joannes Van Hove notaris.

    Bl. 76

    5.- Te Schriek ende Grootloo geboren, in huwelijken staat, 58 jaar oud, gewoont tot 1733 dan naar Heist getrokken, verklaart dat de capelheide van wege de gemeentenaren is gebruikt geweest, daarop hebben gehakt, leem gestoken, hakselhoopen op gezet, schobben op gezet, zonder dat van den heer aldaar ooit eenige stoornisse aan de gemeente is gedaan geweest of nooit heeft hooren zeggen dat de heer daar eenig recht tot zou hebben ;-dat hij te Schriek ende Grootloo elf jaren lang de secretarije als geëeden klerk heeft bediend en de boeken zoo van XXn pen., conincx beden en andere lasten heeft ge…,- alwaar nog van dezelve capelheide een parceèl in hure staat in G… aldan gebruikt wordende door Frans Somers en nadere bij zijn zone ook Frans Somers genaamd, hetwelk nu in de veertig jaren is geleden.
    Dit proces eindigde met een transactie, waarbij een afbeeldende kaart opgemaakt is, die heden (1936) op 't Staatsarchief te Antwerpen berust.

    LAZARUSHOFKEN.

    Tijdens onze kinderjaren zagen we in de schoei eens een grondplan hangen van de gemeente Schriek. Daarop waren al de perceelen grond : bouwland, beemd, bosch, zelfs wegen en gebouwen afgebeeld en genummerd. Omtrent in 't midden van de afbeelding der perceelen Nrs 450 en 452, die samen het bijna vierkant veld voorstelden, dat in de Leuvensche baan tegenover de molenschrans ligt,- was een bijna cirkelvormig perceeltje afgelijnd met het nr. 451 en den naam LAZARUSHOFKEN bij,- naam die ons beteekenisvol voorkwam, en des te zonderlinger doordien buiten op dit veld geen spoor te zien of te vinden was van een ingesloten of afgezonderd perceeltje. Nadat we enkele jaren later kennis hadden gekregen van 't bestaan van "lazer(n)ijen" of "pesthuizen" in vroegere eeuwen, vermoedden we dat op 't bedoeld perceeltje ook een "leprozenhuis" moest bestaan hebben en dit vermoeden werd bewaarheid door deze aanteekeningen van den hr. Jan Op de Beeck.
    Uit de getuigenis van dit proces(1) afgelegd, verneemt men dat de plaats voor den Molenschrans, die thans (1902) nog "Lazarushofken" heet, een verhevenheid was, waar een pesthuis was opgericht in hetwelk de personen, die met melaatschheid of een andere ongeneesbare ziekte geslagen waren, van de nadere burgers afgezonderd werden, en dat er nog in de 17de eeuw opvolgenlijk meer dan een Lazarus (lépreux) verbleven heeft. Bij het afvoeren der verhevenheid in 1845 heeft men er kruisen ontgraven, waaruit wij besluiten mogen dat Lazarushofken ook diende tot begraafplaats van de afgezonderde melaatschen."
    Het veld waarop dit hofje ingesloten lag, behoorde aan de gemeente, maar 't hofje zelf aan 't Armbestuur. De gemeente heeft dit stukje grond in 1875 afgekocht mits 270 fr. en in 1929 werden daarop een twaalftal noodwoningen opgericht. Nadere bijzonderheden nopens het getal, de levenswijze en het lot dier ongelukkigen, het tijdstip, waarop de laatste leproos er verbleven heeft, zijn ons niet gekend.

    Bl. 77

    Wij moeten veronderstellen, dat hier ter bestrijding dier vreeselijke kwaal dezelfde maatregelen werden genomen als elders.(Zie A.B.140. LL.I.225 - Pater Damiaan op Molokai).
    Zonderling samentrefen : Een kapelaan van St. Gom.kerk te Lier, een bijzondere weldoener der melaatschen - hij liet een derde zijner goederen na aan het Lazarusgodshuis - en de eerste melaatsche in Schriek, droegen denzelfden naam "Jonckbloet."

    (1) Proces over 't bezit der "Kapelheide".(1771-'76)
    (2) Volgens den kadastr. legger had dit hofje een oppervlakte van 6,75 aren.


    AANHANGSEL XV.

    't Was in den tijd der Patriotten (1789). J.B.Pansius, schout van Heist en hevig keizersgezind ( Oostenrijk), -fel verbitterd op J.F. Heylen, schepen en notaris te Heist, en vurig patriot, -snauwde aan dezen laatste toe: "Gij spreekt altijd tot naerdeel van den keizer, meynt gij dat ick geene spions en hebbe, ick hebbe ze van alle kanten ; gij zijt van daegh weer bij den onderpastoor van Schriek geweest, die een VERMALEDIJT BACKHUIS heeft (L.L.II,149)

    AANHANGSEL XVI.

    Naar aanteekening van den hr. Alf. Cools werden de pastoreele goederen aangeslagen in 1797. Ook zou dit jaar de kerk van Schriek gesloten zijn. We vonden over dit sluiten nergens iets vermeld; wel dat ze door de inwoners opengebroken werd en er de kerkelijke diensten weder in verricht werden : "Op Zondag 15 Juli 1798 waren de geloovigen weder vergaderd in de kerk. Een patroelje Fransche gendarmen van Heist, die haar ronde maakte en daarop uit kwam werd op een hagelbui steenen onthaald en vluchtte weg. Een ambtenaar die van dit feit kennis kreeg, schreef ;"Het inwendige der kerk was heelemaal door de inwoners ingenomen ; het altaar was versierd en verlicht; ik weet niet of het een derviche was of een weggeloopen Minderbroeder die den dienst deed, want nauwelijks vertoonde gendarmerie zich, of men wierp met steenen naar haar en zij zag zich verplicht voor de overmacht te wijken. Zij had slechts den tijd een schuilplaats te vinden bij den agent, die van het misdrijf geen verslag wilde opmaken.(Volgens August Thijs.)

    AANHANGSEL XVII.

    Wellicht is de pastorij niet verkocht bij gebrek aan koopers-liefhebbers. Die van Booischot geraakte den 3den zitdag verkocht. De Kerk van Hallaar den 3den Juni 1799 verkocht, werd in Februari 1819 teruggekocht.(L.L.)

    Bl. 78

    AANHANGSEL XVIII.

    Tijdens de laatste jaren der 18de eeuw,- dus hoorden wij van ouderlingen vertellen, die het van hun ouders hadden vernomen,- nestelde in de bosschen van Pijpelheide een rooversbende, die de omstreken onveilig maakte, reizigers en kooplieden uitschuddede, afgelegen hoeven en huizen, waar wat te vinden was, innam, en er niet van terugdeinsde, bij verzet, lieden te martelen en te dooden (L.L.II.188)- maar die,- werd er bijgevoegd aan meerdere inwoners der omstreken, vooral aan hen die zich bij nacht of duisternis ter markt naar Aarchot, Diest of elders begaven en zich op voorhand aanmelden,- mits betaling eener zekere som, min of meer groot, al naar gelang de persoon geoordeeld werd,- aan dezen een wachtwoord, een afgesproken erkenningsteeken afleverde, zelfs een lid der bende tot vrijgeleide medezond tot beveiliging tegen leden derzelfde bende, die op verschillende plaatsen van hun gebied strooptochten uitoefenden.

    AANHANGSEL XIX.

    Was ons land meermaals het strijdperk waar vreemde legerbenden hunne oorlogsroes kwamen uitvechten, bij het einde der 18de eeuw was het er, zoo niet erger, even erg aan toe, door de dwingelandij van den veroveraar, die daarbij, al met een, de eeuwenoude staatsinrichting kwam afbreken en vervangen door een nieuw regiem. Zooals L.L.II,169 zegt, waren de Franschen ten gevolge van den veldslag van Fleurus nauwelijks meester geworden van den Belgischen bodem, of zij deden op onze streken een dwingelandij wegen, waarvan men geen weerga vindt in de geschiedenis. Zonder omwegen verklaarde men in Frankrijk dat België als een veroverd wingewest moest behandeld worden en de geleden verliezen vergoeden : Het werd verdrukt drukt, uitgeplunderd en van al zijn instellingen beroofd "Wij vinden in een oud stuk het resumé der bijzonderste feiten, als volgt aangestipt :
    "Opeischingen, afpersingen, assignaten, oorlogsschatting, gijzelaars. Roof van kunstvoorwerpen, inlevering van zilverwerk en kerksieraad ; aanslagen en verkoopen van kerke- en kloostermeubelen. Lichting van geldkassen. Verwoesting van den oogst; huiszoekingen; hongersnood; klagen verboden. Inlegering van soldaten. Republikeinsche feesten ; vieren van den decadi. Vergaderingen verboden. Municipaliteiten. Afschaffing van alle oude instellingen : gilden, ambachten, kloosters; verkoop van hun meubelen en eigendommen. Hoogere standen en hun voorrechten afgeschaft. Belastingstelsel van den XXn penning en andere door de grondbelasting vervangen. Kerken en kloosters gesloten; eeredienst verboden; beelden en eereteekens uit kerk en klooster; kruis van torens weggenomen; eed van haat aan 't koningdom van de priesters geeischt; godsdienstoefening in 't geheim; vervolging, oplichting en deportatie van priesters; verkoop van domein-, klooster- en pastoreele goederen; opstand, Boerenkrijg.

    Bl. 79

    Napoleon Bonaparte uit Egypte terug, als redder begroet, Ie consul. Constitutie : nieuwe verdeeling en bestuur. Herstellings- en verzoeningsmaatregelen, Concordaat. Napoleon Keizer : heerschzucht, oorlogen, krijgsopschrijving; réfractaires, gijzelaars, Oneenigheid met Paus; ballingschap. Priesters vervolgd; nieuwe catechismus, gebed "Salvum fac....” Oorlog tegen Rusland : Moscou, slag van Leipzig; Elba, Waterloo."
    Over dit alles vonden wij in de gemeentearchieven niets bijzonders vermeld. Alles bepaalt zich hierin bij eenige cijfers uit statistieken van bevolking, (ingevulde) tabellen over landbouw, nijverheid en onderwijs en bij onderrichtingen nopens het naleven van voorschriften. Eenige stukken uit den "Geordend inventaris van 1890", o.a. Nrs 278 en volgende zouden misschien uit dit tijdstip wel iets bijzonders opleveren.
    Mondelinge overlevering en bijzondere aanteekeningen hebben het een en ander uit dit beroerd tijdperk bewaard : Tijdens onze kinderjaren luisterden wij gretig naar wat grootvader, wiens ouders veel beleefd en meegemaakt hadden, daarover vertelde. En zoo vernamen we :
    1.- Dat het mansvolk eens gedwongen werd een driekleurige "cocarde" te dragen.
    2.- Dat een zijner broeders geboren was "in den tijd als de uilen in de kerk predikten" (gesloten tijd) en gedoopt was in een kamer van …
    3.- Dat een vervolgde priester, bij een boer gevlucht, bij deze in burgerpak op 't veld aan 't werk was, terwijl gendarmen hem kwamen opzoeken, en dat hij dank aan die kleederen, ontsnapte.
    4.- Dat het "zwart goed" dikwijls voor een appel en een ei verkocht werd. In "A.B.479" lezen wij daarover :
    "De vaste goederen worden te Antwerpen verkocht in 't lokaal van 't centraal bestuur, thans provinciaal Gouvernement. Op 16 Pluviose V (4 Febr. 1797) begonnen, werden elke decade twee zitdagen gehouden tot op Germinal VIII (9 April 1800) … Niettegenstaande de verregaande schraapzucht (van 't Fransch bestuur) leverden de veilingen weinig baat op. Vele lieden wilden geene zwarte goederen koopen uit gewetensbezwaar, of uit mangel aan vertrouwen in den nieuwen staat van zaken; en de massa goederen was zoo ontzettend, dat men ten laatste geen liefhebbers meer vond. De voorwaarden waren echter zeer voordeelig, een tiende van den prijs moest aanstonds voldaan worden, vier tienden binnen de vier jaren, en de overige som kon men in papier, requisitie- en restitutiebons betalen, zoodat vele koopers met de pachten der vier jaren gevoegd bij de opbrengst der boomen of de afbraak der gebouwen, de schoonste landgoederen verkregen."
    5.- Dat de ouders van grootvader, een zijner broeders, die reeds langs ingelijfd was, maar nog geen verlof had gekregen, hem naar Kortrijk zijn gaan bezoeken, waar de legerafdeeling tot dewelke hij behoorde, uit "Seppekensbosch" (soldatentaal) = ’s Hertogenbosch aangekomen, eenigen tijd gelegerd bleef, en hem daar in goede gezondheid wederzagen.

    Bl. 80

    6.- Dat een andere broeder, die gedeserteerd was, zich met een of twee kameraden verstoken hield in bremvelden, waar men hun bij duisternis mondbehoeften bracht; dat gendarmen, na herhaald vruchteloos zoeken, zijne ouders aanhielden en deze te Mechelen werden opgesloten; dat zijn gevluchte broeder door een nachtelijken bezoeker daarvan kennis gekregen hebbend ondanks het aandringen zijner gezellen tot desertie,- zich ging aangeven en zijne ouders binnen een week te huis weerkeerden; dat deze laatsten na eenigen tijd een brief ontvingen van een kameraad huns zoons, meldend dat deze te Douai overleden was; dat enkele maanden later de jacht op deserteurs geëindigd was en veel soldaten ongehinderd terugkeerden."
    In 1936 werd ons dit overlijden bevestigd door een akt van volgenden inhoud, die de heer Burgemeester van Schriek ons ten gemeentehuize toonde :

    MAIRIE DE DOUAI.
    Dep. du Nord 6e arrondiss Etat-civil Décès Ars.80,chap. 4 du code Napoleon N° 1516 De Belser François N° 27
    De registre aux actes de Décès a été extrait ce qui suit Le nommé de Belser François soldat au 9me regiment d'artillerie a pied, âgé de dix-huit ans, fils de François et Elisabeth Janson, né à Schrieck, arrondissement de..... Département des Deux-Nèthes, est décédé a l'hospice de l'Hotel Dieu a Douai le trente du mois de juillet an mil huit cent treize.
    Le Maire de la ville de Douai certifie que l'extrait ci-dessus est conforme a l'original. Fait au Bureau de l'état civil, le trente un du mois de juillet mil huit cent treize et signé Bommart.
    Vu par nous Sous-préfet de l'Arrondissement de Douai pour valoir légalisation de la signature de Mr Bommart, Maire de Douai, le deux août mil huit cent treize.
    signé De Croy
    Pour expédition conforme, ce 29 novembre 1813. (s) J.Vermijlen.

    7.- Dat een derde broeder, gelukkiger dan de beide vorigen, na zijn diensttijd wederkeerde. Dezes verlofpas geeft zijn persoonsbeschrijving aan als volgt :
    "Signalement van de Belser Johan, Houder van deze pas.
    Houder dezes zal verpligt zijn, zoodra enz.
    Oud 23 jaren Oogen grijs
    Geboren te Beerzel Neus groot
    Zoon van Pieter F. Mond klein
    En van Elisabeth Jansen Kin rond
    Lengte vijf voet 2 duimen Haar (bruin
    Bedrijf Wenkbrauwen(
    Aangezigt ovaal Merkbare teekenen: een lidteeken aan de linker hand"
    en is geteekend :
    Gezien door den Plaatselijken Kommandant
    (get) …. (onleesbaar)
    De Kommanderende Officier van bovengenoemd Bataillon
    (get) …. (onleesbaar)
    …. te Antwerpen, 16 October 1817.
    De Gouverneur der provincie van Antwerpen.
    (get) …. (onleesbaar)
    Vu à Schrick, le 17 octobre 1800 dix sept.
    (get.) J.N. Vermijlen, maire

    Bl. 81

    Brieven, in ons bezit, gedagteekend: " Weimar 7 Mey 1813,- Dresden , 24 Mey en 13 Juny 1813, aan zijn ouders te Itegem gezonden door Pet. Jos. Papen, behoorend tot de "garde impériale" van Napoléon, en op dezes tweeden tocht naar Rusland verdwenen - waarschijnlijk gevallen in den slag van Leipzig, - alsmede een uittreksel uit de akte van "remplacement" (koop van een plaatsvervanger), gepasseerd voor Jan Ferdinand Van Cauwenberghe notaris te Lier, ten voordeele van Michiel Papen, broeder des voorgaanden -, werpen een klaar licht op het treurig lot der jongheid, die van het eene slagveld naar het andere werd gesleept, op het lijden en de ontberingen van ouders en nabestaanden.

    AANHANGSEL XX.

    Na den slag van Fleurus (1794) stonden wij onder de heerschappij van Frankrijk. Alles werd hier op Franschen voet ingericht : Ons land werd, zooals dit in Frankrijk reeds in voege was, - verdeeld in departementen en deze werden onderverdeeld in kantons. De grenzen der departementen kwamen nagenoeg overeen met die onzer tegenwoordige provinciën. Hier heette het "le département des deux Nethes" met Antwerpen voor hoofdplaats. Het kanton Heist bevatte de gemeenten Heist (met zijn gehuchten Booischot en Hallaar), Beerzel, Houtven, Hulshout, Schriek en Wiekevorst. (1795)
    Wijl Heist door zijn bevolking (minstens 5000 zielen), volgens de grondwet, zelf een municipaal bestuur moest hebben, werden Beerzel en Schriek (met Grootloo) bij het kanton St. Kathelijne-Waver,- Houtven en Hulshout bij dit van Westerloo, - en Wiekevorst bij dat van Berlaar ingelijfd. (1796)
    Ten gevolge van de nieuwe grondwet van 't jaar VIII (einde 1799) werden de departementen verdeeld in arrondissementen, zekere kantons ook gewijzigd : Heist bleef de hoofdplaats van een kanton, dat de gemeenten Heist, Beerzel, Bevel, Itegem, Putte, Schriek en Wiekevorst bevatte. Aan 't hoofd van de departementen kwam een prefect, in de arrondissementen een sous-prefect, in de gemeenten van 5 tot 10 duizend inwoners, buiten een maire, twee adjoints en een politiecommissaris (L.L.II,207)

    Bl. 82

    AANHANGSEL XXI.

    Napoleon in 1799 zegevierend uit Egypte weergekeerd, werd als redder van Frankrijk onthaald. Met twee anderen nam hij 't bestuur in handen en vormde wat men noemt het CONSULAAT. Dit nam wijze maatregelen : Vervolgingen hielden op; bannelingen mochten ongehinderd terugkeeren; de eeredienst mocht uitgeoefent worden in de kerk; de eed van haat aan 't koningdom van de priesters geeischt, werd vervangen door de belofte van getrouwheid en gehoorzaamheid; een overeenkomst met den Paus- CONCORDAAT genoemd, - regelde verder den toestand der kerk : 60 bisdommen werden ingericht; priesters en bisschoppen mochten onder de beëedigde en onbeëedigde priesters gekozen worden; de bisschoppen werden door den consul benoemd onder goedkeuring door den Paus, de priesters door den bisschop onder goedkeuring van den prefect; de koopers van zwart goed mochten dit behouden; het verlies van die goederen door kerk en klooster geleden, zou door een vergoeding (jaarwedde) aan de bedienaars (priesters) van den eeredienst vergoed worden; de meeste heiligedagen werden afgesteld.

    AANHANGSEL XXII.

    De registers van de verslagen der gemeenteraadzittingen dagteekenend van 10 1810, zijn opgesteld in de Fransche taal, met de benamingen "maire" conseil municipal en "département des deux-Nethes" tot in 1816, - en van dit jaar af met de benamingen "province d ' Anvers", "conseil communal" en "bourgemestre" tot in 1821.

    AANHANGSEL XXIII.

    De pastorale goederen door de Fransche republiek aangeslagen, worden weergegeven: De pastorij komt aan de gemeente, de andere goederen komen aan de kerk.

    AANHANGSEL XXIV.

    Graaf Filip van der Stegen wil tusschen de St. Bernardus kapel en het kasteel, nog boomen bijplanten op grond (overschot van wegen) die aan de gemeente toebehoort, - en heeft den waterloop aan vermeld kapelleken reeds verlegd met het doel, - beweert hij, aan 't water beteren afloop gegeven te hebben. Het gemeentebestuur verzet zich tegen die toeeigening en beplanting, maar stemt er om onkosten te vermijden in toe, dat de uitgevoerde werken behouden blijven.

    AANHANGSEL XXV.

    Buiten de wet, die belasting op 't gemeel stelde, werd een verordening - misschien gevolg van de toepassing dier wet - op het gebak van brood voorgeschreven. Voornaamste punten :

    Bl. 83

    Elke bakker of broodslijter moet :
    1. Bij 't gemeentebestuur aangeven welke soorten van brood hij bakt.
    2. Buiten op zijn winkel een uithangbord plaatsen, waarop zijn naam, voornaam en beroep aangeduid zijn.
    3. Een afdruksel van het reglement der broodzetting in zijn wikkel aanplakken.
    4. In zijn winkel een zwart bord plaatsen waarop iedere broodsoort met haar prijs aangeduid is.
    5. Met een of ander bijzonder merk elk brood teekenen.
    6. Zijn brooden in den winkel tentoonstellen.
    7. In zijn winkel een weegschaal met de noodige gewichten plaatsen, om 't gewicht van 't brood na te zien.
    8. Aan een kooper, die zulks verlangt, een gedeelte van een brood ter hand stellen, zoo de verlangde hoeveelheid minstens een "once" bedraagt.

    AANHANGSEL XXVI.

    In 1826 rees er geschil op tusschen inwoners van Grootloo en Schriek (parochie St. Jan Baptist), doordien deze laatsten tot nadeel van de eersten, ook spel en danspartijen hielden tijdens den eenigen kermis van Grootloo op den Zondag van den "Zoeten Naam" en twee volgende dagen. Om dit geschil te vereffenen, besliste de gemeenteraad begin 1827, dat alleen de inwoners uit de omgeving der kapel van Grootloo en degenen uit de Goor-, Trommel-, Wuytjes-, Gommerijn- en Langstraat, tot aan 't begin der Puttestraat, als behoorende tot Grootloo, ter gelegenheid der kermis aldaar, zouden mogen bal- en danspartijen houden,- en dat het aan de inwoners van Schriekdorp en van de niet voornoemde straten alleen zou toegelaten zijn spel en danspartij te houden ter gelegenheid der kermis van St.Jan Batist (24 Juni) en in de maand September.
    Een schrijven van den heer Gouverneur, gedagteekend 14 Jan. 1834 berichtte aan het gemeentebestuur, dat al de inwoners wederzijds tijdens de verschillende kermissen gerechtigd zijn danspartijen te houden.

    AANHANGSEL XXVII.

    (A.B.566): "Den 15 October, bij het krieken van den dag, trok Niellon (1) den Demer over, bracht zijn hoofdkwartier naar Schriek, in den schijn Mechelen bedreigend; doch, bij gesloten brief, had elk korps bevel gekregen, om zich 's anderendaags te vijf ure 's morgens te Heist-op-den-Berg te bevinden."
    Bij de naamafroeping aldaar bleek de aanwezigheid van 2100 man, onder welke Jenneval, de dichter der Brabançonne en graaf Frederik de Merode. Den 16e October trok het leger naar Lier, waar veel soldaten uit het Hollandsch leger overliepen, anderen hunne wapens wegwierpen, en de Hollanders de stad ontruimden. Twee dagen later, bij de achtervolging der Hollanders maar Antwerpen toe, sneuvelde Jenneval nabij de herberg "de Papagaai", en een 10tal dagen later werd Frederik de Merode te Berchem doodelijk gekwetst.

    Bl. 84

    (1) Niellon was een Franschman, die onder Napoleon gediend had, en na den slag van Waterloo, waar hij gekwetst werd zich te Brussel gevestigd had. Hij stelde zich aan het hoofd eener Fransche legerafdeeling, die door toegeloopen vrijwilligers uit Leuven en de omstreken van Diest en Aarschot versterkt, Lier aan de Hollanders wilden ontnemen.

    AANHANGSEL XXVIII.

    Wanneer deze gilde ingericht is, weet men niet met zekerheid. Naar aanteekening van hr. Jan Op de Beeck, "had er alle twee jaren eene prijsschieting plaats, - en wie den hoogvogel afschoot was voor dien tijd koning. De gilde had hare plaats in de processie en voor elk afgestorven lid werd eene mis opgedragen. Zij was in bezit van een zilveren eereteeken, "breuk" genaamd, dat het wapen draagt van den heer Marcus Rousselle, heer van Hovel, schout van Heist,- met de zinspreuk: "Mel post fel" In het jaar 1844 hebben de twee laatste leden dit eereteeken door schriftelijke akte aan de kerk afgestaan, welke nog in bezit is van hctzelve, "Op het plan of afbeeldende kaart van de kapelheide opgemaakt in 1771-75 door den hr. L. Van den Broeck, landmeter te Heist, staat de " Schietboom (wip) der gilde afgebeeld in den Noorder hoek bij het kruispunt der heden nog bestaande wegen (dreven) welke de kapelheide van N.W. naar Z.O. en van Z.W. naar N.O. doorsnijden.

    AANHANGSEL XXIX.

    Waarschijnlijk ten gevolge der schoolwet van 1842, die het metriek stelsel op 't leerprogramma inschreef, werden de tot dan toe gebruikte Nederlandsche gewichten : pond, once, lood .enz. en andere maten : roede, el, palm, duim; streep,- mud, schepel, enz. vervangen door die van ‘t metriek stelsel.

    AANHANGSEL XXX.

    Op Zaterdag 9 Juli 1853 is een hagelbui losgeborsten en heeft den oogst verwoest op een groot gedeelte der gemeente. Verslag daarover werd op verzoek aan de hoogere overheid door het gemeentebestuur overgemaakt tot schadevergoeding. Voor de totale schade van al de lieden wier verlies de 50 Fr. overtrof, op ruim 90.000 Fr. geschat, werd 4596 Fr. toegekend.

    AANHANGSEL XXXI.

    Graaf Albert van der Stegen, den 21 October 1857 tot gemeenteraadslid gekozen, heeft als zoodanig gezeteld tot hij in de gemeenteverkiezing van 26 October 1869 gevallen is door het feit dat hij als provinciaal raadslid eens met de tegenpartij gestemd had.

    wordt vervolgd


    13-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    12-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (9)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 85

    Daarop heeft hij Schriek voor goed verlaten en zich te Antwerpen gevestigd. Hij vermaakte (verkocht) het kasteel aan zijn zuster gravin Julia Maria Josephina van der Stegen. Haar neef baron van Oldeneel tot Oldenzeel bracht er alsdan eenige zomers door. Bij haar dood in 1896 gingen kasteel en bijhoorend goed over aan graaf Rudolf, zoon van Albert. Bij verkooping in 1926 kwam het kasteel in bezit van den hr. August De Roy. Graaf Albert van der Stegen overleed in 1875 en werd te Schriek begraven.

    AANHANGSEL XXXII.

    Bij het aanleggen van den steenweg Putte-Schriek (1864) viel de kapel van St. Bernardus,- reeds op een kaart van de 18e eeuw aangeteekend,- binnen de rooilijn en moest weggeruimd worden. Er werd door de plaatselijke overheid besloten, ter plaatse, maar buiten de rooilijn, op 't gemeenteerf een nieuwe kapel te bouwen. Dat gebeurde in 1865. De kosten van dat werk werden gedragen : 300 Fr. door het gemeentebestuur en 200 Fr. door de kerkfabriek.

    AANHANGSEL XXXIII.

    In 1873 werd de dekenij Heist-op-den-Berg ingericht. Zij bevat de parochiën : Beersel, Booischot, Hallaar, Heist, Itegem, Putte en Schriek; afgenomen van de dekenij Lier,- Houtvenne, vroeger behoorend tot de dekenij Aarschot,- Hulschout voorheen afhangend van de dekenij Geel,- en Wiekevorst van de dekenij Herentals. Eerste hoofd der nieuwe dekenij : de Z.E.H. Van Bulck.

    AANHANGSEL XXXIV.

    Tot in 1878 was het onderwijs der jeugd toevertrouwd aan onderwijzers. In dit jaar werd hier een vrouwenklooster gesticht van de Zusters der Christelijke scholen (moederhuis Vorselaar). Twee dezer zusters werden als gemeenteonderwijzeres benoemd en betrokken met de meisjes de pas gebouwde school.
    VRIJE KATHOLIEKE SCHOOL. - Bij het in voege treden der schoolwet van 1879 gaven de Zusters hun ontslag en verlieten de schoolwoning. Bij de opening der vrije school zijn twee relegieuzen van dezelfde orde hen komen vervoegen en van dat oogenblik tot in 1884 zijn zij door de geestelijke overheid gelast geweest met het onderwijs aan jongens en meisjes. Voor de meisjes werd voorloopig klas gehouden in een gehuurd huis en voor de jongens in een woning kosteloos ter beschikking gesteld door den hr. Victor De Veuster, tot dat de vijf nog bestaande klassen, aan welke men onmiddelijk begon te bouwen voltrokken waren. Bij het in werking treden der wet van 1804 hebben de religieuzen afgezien van het onderwijs aan de jongens en is de meisjesschool aangenomen door de gemeente. Gedurende 10 jaren hebben de Zusters kosteloos een huis bewoond, dat toebehoorde aan Mevr. Wwe Goossens-Rijmenamts en hare kinderen Engelbert en Josephina. Sedert 1897 bewonen de religieuzen het klooster door deze weldoeners bij hun klassen gebouwd.

    Bl. 86

    De woning der meisjesschool is in 1879 ter beschikking gekomen van een onderwijzeres, die ambtshalve (door het hoogere bestuur) benoemd was, wijl het gemeentebestuur (4-10-1879) besloten had "zich te onthouden van over te gaan tot de benoeming eener onderwijzeres."
    VERDERE REGELING VAN 'T ONDERWIJS. Bij beraadslaging van 6 October 1884 : a) Werd de gemeentejongensschool met haar personeel behouden;- b) werd, zooals hooger gezegd, de vrije meisjesschool door het gemeentebestuur aangenomen met een globale toelage van 2800 Fr. per jaar;-c) werd de gemeentemeisjesschool, die 9 leerlingen telde, afgeschaft en de onderwijzeres in beschikbaarheid gesteld.
    Wij gelooven niet dat de schoolwet van 1879 in Schriek zooveel haat en tweedracht heeft gezaaid als op sommige andere plaatsen, maar we meenen dat zij zeer nadeelige gevolgen heeft gehad voor 't onderwijs en de opvoeding der jeugd. In 1894 hebben de jongens het oud gemeentelokaal in de dorpskom verlaten, en zijn naar de gerneentemeisjesschool overgetrokken. Heden (1940) telt die school 6 klassen.

    AANHANGSEL XXXV.

    Bij de teruggave in 1820 van de door de Fransche republiek aangeslagen pastorale goederen, werd de pastorij toegekend aan de gemeente. En thans, 1879 verklaart de Bestendige Deputatie (prov.Raad) de pastorij eigendom der kerk. De reden van deze beslissing kennen wij niet. Heeft men in oude oorkonden, dat de pastorij opgebouwd werd door den E.H. Snoeckx (1775), zonder dat de Staat, de gemeente óf eenig openbaar bestuur in de onkosten van opbouw hebben bijgedragen?

    AANHANGSEL XXXVI.

    Het nr. 198 van den "Geordend inventaris van de parochieregisters en oorkonden", in 't Latijn op perkament geschreven, draagt voor opschrift : VONNIS TEGEN JOANNA DE RIDDER VOOR HET "OVERLEZEN". De korte inhoud van dit stuk komt hierop neer :
    Een genaamde Joanna de Ridder, verlaten echtgenoote van Joannis Adriaenssens, heeft voor het geestelijk gerechtshof (1) bekend, dat zij sedert verscheidene jaren zich bezig heeft gehouden met bezweringen tegen kwalen onder mensch en dier, dat zij het lichtgeloovig volk wijs maakte en overtuigde dat bedoelde menschen en dieren door .een vreemden geest bezeten waren, dat zij dien geest zag onder verschillende gedaanten als een wagen van duiven, zelfs als een doode, die op haar aanspreken antwoordde. Dat zij te dien einde misbruik maakte van kerkelijke ceremoniën en gebeden, - niet alleen in het dorp Willebroek, waar zij woonde, maar ook in de omliggende en meer verwijderde plaatsen, zooals Leest, Effen (Heffen), Humbeek St. Martinus en Schriek.

    Bl. 87

    VONNIS : De schuldige werd veroordeeld in hechtenis te blijven in het "Huis van 't H. Kruis", nabij het kanaal te Mechelen, om daar boete te doen en een algemeene biecht te spreken; gedurende een volle maand over ander dag te vasten op brood van pijn en water van droefheid; dat zij door den mond der E.E.H.H. Pastoors van de voornoemde plantsen zal laten vergiffenis vragen, over de ergernis door haar gegeven, met belofte zulke daden niet meer te verrichten; dat zij ten minste elke maand een sacramenteele biecht zal spreken zoolang zij in dit huis zal verblijven, dat zij gedurende dien tijd elken Vrijdag het vasten op water en brood gedurende twee jaren volstrekt zal onderhouden; dat ze bij terugkeer op haar dorp den eersten Zondag met een brandende kaars van blauwe kleur in de hand, op een plaats van de geloovigen verwijderd, den geheelen mistijd zal nederknielen, en onder voorzeggen van den E.H. Pastoor, door eigen mond bekennen zal, het lichtgeloovig volk door superstitieuze praktijken bedrogen te hebben; dat zij van parochie niet zal mogen weggaan zonder toelating van den E.H. Pastoor, aan wien zij alle maanden hare biecht zal spreken en volgens wiens goedvinden zij zal mogen communicieeren. Aangehoudene wordt bovendien tot eene geldboete veroodeeld. Stipte uitvoering van deze uitspraak werd bevolen. Ieder pastoor wien het aanbelangt, wordt verzocht van op den predikstoel aan het volk gezegde uitspraak voor te lezen en dit in een verstaanbare taal aan het volk uit te leggen.
    Aldus ingeschreven te Brussel den 14 Maart van het jaar 1749. Op bevel geteekend J. F.Papegaey , tegengeteekend en gezegeld in voorgeschreven vorm.
    (1) Franciscus Nicolaus Josephus, beheerder van "Ons Huis" met naam Vercammen, priester J. V. L., gewoon Kannunik der Metrop. Kerk van St.Rumoldus te Mechelen, alsook van het Aartsbisdom Mechelen, synodaal en officieel rechter.

    AANHANGSEL XXXVII.

    Wanneer, in November 1918, ons Vaderland uit de zware klauwen des vijands verlost, weer vrij begon te ademen en te herleven, voelde iedereen dat de overwinning moest gevierd worden. Betoogingen en feestelijkleden grepen plaats tot in de kleinste dorpen. Terzelfder tijd gingen de gedachten naar duurbare afwezigen, naar hen, die voor de verlossing hun bloed hadden vergoten. En bij de herlevende menigte rees, uit gevoel van erkentelijkheid en dank, het denkbeeld op de gedachtenis aan die betreurde helden door eenig gedenkteeken in eere te houden. Weldra zag men in stad en dorp gedenkteekenen , van het heerlijkste monument tot den eenvoudigsten gedenksteen oprijzen.
    Schriek bleef hierbij ook niet ten achter : Door een gedenkplaat in de kerk en in den voorgevel van het gemeentehuis , en door een arduinen gedenkstuk bij den ingang van het kerkportaal tegenover 't beeld van 't H.Hart, gaven de geestelijke en burgerlijke overheden met hun ondergeschikten , gaf heel de bevolking van Schriek getuigenis van dank en erkentelijkheid jegens de mannen die voor onze vrijheid hun bloed hadden vergoten. Die gedenkstukken vereeuwigen de namen der volgende jongelingen :

    Bl. 88

    1.- Ceuppens Antoon Alfons, geboren te Schriek den 15 December 1886
    gesneuveld te Rotselaar den 12 September 1914.
    2.- Ceupens Jozef Filip, geb.te Heist-o-d-Berg den 10 October 1896,
    gesneuveld te Champagné ( Frankrijk) den 23 September 1918 (-)
    3.- Dom Jan-Bapt. Prosper, geboren te Putte den 9 October 1892,
    gekwetst te Nieuwrode, overleden te Werchter den 26 Aug. 1914
    4.- Torfs Frans, geb. te Schriek den 21 Januari 1894.-
    gesneuveld te Kaaskerke den 28 Juni 1915 (1)
    5.- Roggemans Pieter Leopold, beg.te Putte den 23 maart 1884.-
    gevallen te Herstal in den nacht van 5 tot 6 Augustus 1914.
    6.-Op de Beeck Philibert, geb.te Schriek, den 14 Mei 1898
    gesneuveld te Stuivekenskerke den 18 Maart 1918.
    7.- Tuerlinkx Jozef Frans, geb. te Schriek den 5 December 1895.-
    gesneuveld te Adinkerke den 1 Augustus 1915.
    8.- Van Stijvoort Jan Bapt., geb.te Schriek, den 24 Mei 1894.-
    gesneuveld te Oudekapelle den 3 Juni 1917 (2)
    9»- Steurs … geb. te Schriek den 17 Februari 1893.-
    overleden te Antwerpen den 5 Juni 1919, na krijgsgevangen geweest te zijn.
    (1) Overgebracht naar 't kerkhof van Schriek.
    (2) Begraven te Oeren (W.Vl.)


    Onder de burgerlijke bevolking vielen als slachtoffer :
    10.- Goris Petrenella, geb. te Schriek den 9 April 1840, overl. te Schriek den 26 Sept. 1914.
    11.- Van Essche Corneel, geb.te Baal den 9 Juli 1880, overl. te Schriek den 27 September 1914.
    12.- Nagels Frans, geb. te Putte den 13 Oct. 1898, overleden te Antwerpen, den 30 September 1914.
    13.- Van Acker … (Noch geboorte-,noch overlijdensakt te Schriek)

    Bl. 89

    AANHANGSEL XXXVIII.

    BESCHAVING
    .- Het is hoogst waarschijnlijk dat onze bevolking in vroegeren tijd slechts tot een lagen graad van beschaving gekomen was. Tot het einde der 18e eeuw verbeeldden een drietal mannen jaarlijks in de processie, de vroegere bewoners van Schriek. Deze personen kleedden zich dien dag in een kostuum dat gansch met veil- of klimopranken belegd was. Na de processie gedroegen zij zich in de herbergen en op de straat zoo wild en uitgelaten en veinsden zich zoo onwetend, dat zij echte heidenen geleken. Hunne afstammelingen waren rond 1830 tot 1840 nog bekend onder den naam van HEIDE(N)MANNEN.(1) Maar die toestand uit vroegere eeuwen is niet te verwonderen. De geschiedenis wijst erop, dat rust en vrede in een land bronnen zijn van voorspoed en welvaart, van ontwikkeling en veredeling der menschelijke vermogens tot verheffing der samenleving, - dat ramp, verdrukking en ruw geweld tot achteruitgang en verval, tot verwildering en barbaarschheid leiden : Men denke slechts aan den toestand des lands tijdens de laatste maanden van den wereldoorlog.
    Als men nu inziet dat ons land door de eeuwen heen zeer weinig tijdstippen gekend heeft, waarin maatschappelijke ontwikkeling en opbloei mogelijk was, dan zal het niemand bevreemdend voorkomen, dat velen onzer voorzaten slechts tot een lagen trap van ontwikkeling en beschaving gekomen waren, dat daarbij uit onwetendheid voortspruitende gevoelens van "bijgeloof” dikwijls een grooten invloed uitoefenden op het doen en laten der menigte, bijgeloof dat tot voor vijftig jaar en zelfs nog later op sommige plaatsen zoo ingeworteld was, dat men 't met geweldige maatregelen niet kon uitroeien. Hoorden wij in onze kinder- en latere jaren niet gewagen over "het afbinden en afnemen van de twee- en driedaagsche koorts," ongesteldheid die, naar bewering van geneeskundigen, 't gevolg was van ondervoeding vooral bij min vruchtbare jaren: De venstertraliën der kapel van "Kruiskensberg" met honderde snoeren, linten en kousenbanden omwonden, leverden in 1870 nog ‘t overtuigend bewijs van bijgeloof. - Werden tegen de "Kwade hand" (tegenspoed onder het vee, kwaadaardige kinderziekte enz.), geen superstitieuze middelen" ter genezing aangewend ? - Nam men bij "ongeval of klein onheil" (verstuiktheid, tandpijn, pijn van verbranding, roos (wond-infectieziekte), enz. niet zijn toevlucht tot overlezen ? (2) En hoe graag hoorden wij tijdens onze jongste jaren niet vertellen over 't verzenden van ratten, muizen en rupsen" van eigen naar andermans goed, wat maar alleen mogelijk was door middel van "bezwering" Over tooverij; hekserij en spokerij zullen wij hier niet spreken. Gelukkig zijn bijgeloof en wat daarmede gepaard gaat, heden geweken vooral door een goed volksonderwijs, en wel zoodanig dat het jonge kind aan spoken geen geloof meer hecht.
    Moge het droombeeld "nieuwe orde" onder alle opzicht werkelijkheid worden, en bij het uitwoeden van den krijg met vrede hoogere beschaving brengen.
    (1) Heiden Koben en Peer staan gekend als de laatste afstammelingen.
    (2) Zie aanhangsel XXXVI.


    Bl. 90

    AANHANGSEL XXXIX.

    -HET GRAFELIJK DOMEIN VAN DER STEGEN TE SCHRIEK.-

    UITZICHT EN TOESTAND VAN WELEER.


    Bij het jammerlijk verdwijnen van het mooiste hoekje natuurschoon van Schriek, “trekken beelden uit ons kinderjaren (1870-'73), uit onze jeugd zoo vrij en blij, nog eens kalm en rustig, aan ons peinzend oog voorbij."
    Bij het naderen van de dorpskom uit de richting van Heist, valt ons oog op een oude, lange en rechte dreef, die naar het kasteel leidt. De ingang ervan, tusschen vier zware eiken met neerhangende takken, schijnt ons bij zomertijd toe als een groot lommerhuis, dat,- door twee kanteelen, een rechts en een links met een stevigen draaiboom in ‘t midden om den doortocht van rijtuig en gespan te beletten,- van de dreef afgescheiden is. Deze kanteelen, een oud metselwerk, van ongeveer 5 met. lang, ruim één meter dik en 3 met. hoog, voorzien van een scherpe kap, dragen in den zwaren, vierkanten kop, die boven de nok uitsteekt en onder in den voet, zware haken, die eens de dubbelen ijzeren poort recht hielden, welke den ingang der dreef en tot het kasteel versperden.
    Even voorbij de kanteelen bestaat de dreef uit twee roten eeuwenoude, dikke beuken, van welke meerdere door ouderdom afgestorven takken als naakte armen ten hemel opsteken en enkele in den stam diepe holten en sporen van vermolming dragen.
    Op ongeveer 300 meter en 550m. voorbij de kanteelen, leiden twee evenwijdig loopende dreven haak rechts, naar den steenweg Schriek-Put-te, die door een 10 met. breede hofgracht van het heerengoed gescheiden ligt. De eerste dier dreven, een van fleurige beuken, noemt men de "verboden dreef", omdat zij tijdens het zomerverblijf der grafelijke familie op 't kasteel altoos wel onderhouden en voor andere personen ontoegankelijk was. De andere dreef bestaat uit oude kroezelige eiken en is gekend als "Deezekensdreef" omdat zij uitzicht geeft op een uiterst eenvoudig kapelleken, waarin de beeltenis des Verlossers aan .een kruishout opgehangen is.
    Op 70-80 met. voor den steenweg zijn deze twee dreven met elkaar verbonden door een vierde dreef, .welke vanaf elk uiteinde met dikke, oude kastanjeboomen bezet is tot aan de hofgracht, die het kasteel en bijhoorige gebouwen omringt. Deze gebouwen, het kasteel in 't midden langs den N.kant, de hovenierswoning aan de W. en het koetshuis met paardenstallen aan de O.zijde, als op een eiland gelegen, steken met hun lichtgeel gekalkte muren en schoorsteenen, en met hun donkergrijs dak, fel af tegen den helderen hemel en 't groene geblaarte der omgeving, en weerspiegelen zich in 't klare water der "vest", die met een ophaalbrug de bwoners met have en goed tegen boosaardigen overval beveiligt.

    Bl. 91

    Het ver uitgestrekt terrein tusschen de vier vermelde dreven is langs den Z.O.kant ingenomen door boschage, "de doolhof" genaamd, waarin honderden Amerikaansche eiken met daaronder elzen, eiken en ander schaarhout welig tieren. Langs de N.W.zijde daarvan, bijna in 't midden van het terrein, ligt een park of lusthof, welke aan den buitenkant met sierlijke, vreemde houtsoorten en sierstruiken begroeid is, boven welke hier en daar een mast zijn top verheft. In den N.O.hoek van dit park ligt een put, die naar 't zeggen van ouderlingen, het verblijfsel is van een langen en breeden vijver, die denkelijk eens tot bad- en zwemplaats diende. Door het midden meest grasplein, slingeren van nabij de ophaalbrug naar den "doolhof" meerdere kronkelpaden, hier en daar met bloemperken afgeboord. Aan den Z.W. kant van het park bedekken massa's zware en hooge rhodondendrons met hun immergroen bladerdak den bodem, naast eenige zware masten, waarvan de onderste neehangende takken zich tot 7-6 stappen van den stam uitstrekken. Nabij die masten rijzen eenige reusachtige dennen op, die van op hoogtepunten ander Putte, Beerzel en Heist gezien, hunne kruinen en toppen hooger dan het metselwerk van den dorpstoren verheffen,-en die den heelen omtrek - een deel van de Demer- en Dijlevallei met de torens van Aarschot, Baal , Tremeloo, Wachter en Haacht, en enkele molens -schijnen te beleerschen.
    Meer N.waarts tot tegen de kastanjedreef verbergen hooge sierstruiken en allerlei geboomte een ruime schuur of bergplaats voor veevoeder, strooisel, brandstof en tuinbouwgereedschappen en sluiten den lusthof af nabij de ophaalbrug.
    Tusschen het park, de "verboden" en de kastanjedreef ligt een groote moestuin. Deze is door wegels in perceelen verdeeld, waarop, buiten de gewone groenten uit boerentuin, meerdere van ons nog onbekende gewassen, weelderig opbloeien in 't goede seizoen. Op de zoombedden staan allerlei fruitboomen, in den zomer en 't najaar met toelachendfruit beladen, elders struiken stekelbes en framboos, wier twijgen onder het gewicht der bessen gehogen hangen. Zoo ligt daar een heerlijk stuk natuurschoon, dat het oog bekoort door verscheidenheid van vorm en kleur,- dat het oor streelt door zoethuiden gekweel van gevogelte, onder hetwelk de nachtegaal en merel bij lentetijd, weduwaal en elkele andere zangers in vollen zomer de kroon spannen,- en dat tijdens het schoone sezoen de lucht in de omgeving dikwijls met verfrisschende balsemgeuren vervult,- dat in het najaar honderden kinderen doet wedijveren in vergaren van beukennootjes, kastanjes en eikels, en 's winters de jeugd, groot en klein tot ijsvermaak doet samentrippelen.
    "Maar de tijd die steden verslindt en geen tronen laat staan," bracht ook hier groote verandering.

    VERVAL.

    Het kasteel door zijn adellijken bezitter verlaten, geraakte met al zijn bekoorlijkheden in verval. Van lieverlede verdwenen dreven en hoog geboomte (1898-‘99) en werd al wat roerbaar was, vervreemd. Pogingen in 1904-‘05 aangewend tot herstel van vroegeren luister, liepen spaak. Van veel mooi's veroofd, werd het heerengoed waarop Schriek fier mocht zijn, in 1926 onder den hamer gebracht. In tweede vreemde hand overgegaan zijnde (1941), werd het, ondanks bede tot behoud, van zijn schoonste parel, de bevallige boschage, beroofd. En weinig later werd het monumentaal gebouw zelf in een kaal, nu nieuw modisch, plunje gestoken, ttz. gedeeltelijk onder pannen dak van bruine kleur gelegd. En naar ons toegekomen bericht, wordt de langscheen den steenweg liggende hofgracht reeds aangewend tot stortplaats van allerlei afval en vuilnis. -(1943)»

    Bl. 92

    Zoo ligt dat heerlijk brokje van weleer daar nu als een woestenij te midden van vruchtbare landerijen, te wachten op nieuwe rijken of op liefhebbers met wel voor ene beurs. Dus denken wij.
    En zoo gaat het oud grafelijk domein, verbrokkeld, het spoor in van zijn vroegeren gebuur, het in 1651 zoo bevallige buitengoed van "Sr Anthoni Dierckx, woonachtigh tot Mechelen" uit welks puinen de "Steijne hoef" oprees, die op hare beurt verbrokkeld werd en zelfs haren naam verloren heeft.

    Zonder twijfel strekte het domein van der Stegen zich weleer veel verder N.W. waarts uit. De plaatselijke benaming "Kleine Baronshoek", tusschen de Heistsche- en Minksbosschenbeek laat daarover geen twijfel.
    Wanneer en hoe dit goed in andere handen overgegaan is, vonden wij nergens. .Naar veronderstelling van O. Petitjean in zijn artikel "Le Chateau de Schrieck- lez- Putte" verschenen in "Revue du Touring Club de Belgique", -1933 bl.321- zou door het aanleggen der baan Putte-Schrieck, dit heerengoed in twee gescheiden zijn. Het N.W.deel, waarschijnlijk meest boschage, van de heerenwoning afgescheiden, en daardoor minderwaardig in 't oog van den bezitter, zou door deze, brok voor brok, aan de toenemende landbouwbevolking verkocht zijn.


    A/ De Sint Jansweg vroeger gevolgd door bedevaarders en Processie begint aan de kerk van St.Jan Baptist. Van de kerk uit wordt de baan gevolgd naar de Sint Bernardus Kapel. Vandaar de Kwadeheidestraat, Gommerijnstraat, Langstraat, Korte Moerweg naar de Kapel der drij Maagden op de Hazebergen. Dan wordt de Zandstraat gevolgd naar de kapel van den Zoeten Naam Jezus. Van Grootloo uit de kapelstraat, de Langstraat, de Leuvenschebaan, de Kapelledreef naar de Kapel van O.L. Vrouw vandaar eindelijk den weg naar de Hoogstraat en terug naar de Kerk.
    De bedevaartgangers beginnen hunnen weg aan de Kerk van St.Jan Baptist of op eene plaats naar keuze waar zij dan ook eindigen. De weg wordt afgelegd hetzij te voet, hetzij te paard zelfs dikwijls des nachts. De bedevaarders gaan drijmaal rond de kerk en drijmaal rond elke kapel. De voetgangers bidden den rozekrans.
    Bij het overlijden van een parochiaan wordt de weg gedaan door zeven jonge dochters die den rozekrans bidden. De gewoonte bestond voor een gedeelte der gemeente in 1914, maar ging tijdens de oorlogsjaren gansch uiteen.
    Fr. Vermeerbergen.

    Bl. 93

    1946
    B/ Noodlottig jaar voor Schriecks natuurschoon.
    -1) De houten molen die voor 1670 op de schans van de kapelheide tegenover "Lazarushofken" draaide en in den storm van 13-14 November 1940 twee wieken verloor, wordt afgebroken.v) Het kasteel waarschijnlijk opgeboud in 1731, naar mening van sommigen op de puinen van een hamoir of herenwoning een monumentaal gebouw, waarop Schrieck fier kon zijn en waaraan herinneringen van min of meer historische feiten zouden verbonden zijn, wordt tot in zijne grondvesten gesloopt. Echt vandalenwerk !

    Gehechtheid aan het geboortedorp deed eene brochure verschijnen.
    Wij bedanken al degenen die daartoe bijgedragen hebben, inzonderheid den Eerw. Heer Vermeerbergen Fr., eersten Pastoor van Grootloo, en den heer Jos. Op de Beeck, gemeentesecretaris , beiden te Schrieck.

    1943. Jan De Belser.


    12-03-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    05-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nacht van de geschiedenis.

    LEZING

    GRASDUINEN IN DE SCHRIEKSE GESCHIEDENIS
    deel III
    door René Lambrechts

    Zaal De Ware Eendracht
    Leo Kempenaersstraat  2223 SCHRIEK
    20.00 u.
    Inkom € 4 ( € 3 voor Davidsfonds leden)
    Davidsfonds Schriek
    Martine Kerremans 015-23.53.72
    optiekvdwijngaert(at)scarlet.be



    05-03-2007, 22:21 geschreven door renic
    Reacties (1)
    08-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Winter 2007
    SFEERBEELDEN VAN DE WINTER 2007
    Foto genomen op 8 februari 2007, om te bewijzen dat het seizoen 'winter' toch even langs is gekomen !


    08-02-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    11-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stamboom Van der Stegen de Schrieck

    Op naar de oorsprong van de familie
    VAN DER STEGEN de SCHRIECK

    Herwerkt door Tom Stroobants

    We kennen de familie Van der Stegen (de Schrieck) nu allemaal als de familie die van 1725 tot aan de Franse Revolutie onze heerlijkheid Schriek heeft bestuurd. Ze waren ook bijna 200 jaar lang onze kasteelheren. Maar waar kwam die familie Van der Stegen nu vandaan ? Waren het rasechte Schriekenaren ? En is het altijd al zo’n vooraanstaande familie geweest ? Verschillende vragen waar we zullen proberen een antwoord op te geven.

    Voor we aan dit artikeltje beginnen wil ik de lezers toch even attent maken op het feit dat de onderstaande gegevens niet 100 % foutloos kunnen zijn ! De oudste bronnen waarin de familie Van der Stegen voorkomt spreken elkaar soms tegen en zijn zeker niet allemaal even nauwkeurig of volledig. De afkomst van de familie Van der Stegen moeten we immers gaan zoeken in een ver verleden waarvan de bronnen vaak uiterst schaars zijn. Toch hebben we getracht om deze gegevens zo correct en overzichtelijk mogelijk voor U beschikbaar te maken.

    Wapen van de familie Van der Stegen

     We beginnen deze genealogie met een legende. De voorouders van onze heren van Schriek zouden afkomstig zijn van een zekere Jan Baptist STEGRIANUS die heer zou geweest zijn van een plaats in de omgeving van Brugge. Hij raakte bekend omwille van zijn moed die hij toonde op het slagveld van Oudenaarde bij de opstand van de Gentenaars (in het jaar 1370-1371 of 1379). Lodewijk van Male, de toenmalige graaf van Vlaanderen, beloonde diens moed door hem de titel van “ridder” toe te kennen en hem een wapenschild te geven: “De zwarte leeuw met dubbele staart” die, zo zegt althans de legende, een zoon was van “de leeuw van Vlaanderen”. Jan Baptist Stegrianus (of Van der Stegen) zou in 1330 getrouwd geweest zijn met Béatrice de Boonem, dochter van ridder Nicolas, baljuw van Brugge. Uit dit huwelijk ontspoten er minstens 4 kinderen: 2 zonen en 2 dochters.
    Een kleinkind van Jan Baptist Van der Stegen en Béatrice de Boonem, ook Jan geheten, wordt als de echte stamvader beschouwt van onze familie Van der Stegen. Hij zou de zoon geweest zijn van een zekere Nicolas. Deze Jan Van der Stegen was al gestorven voor het jaar 1459 en de naam van zijn vrouw is ons niet met zekerheid bekend. Toch weten we dat hij kinderen had : namelijk Claes,Gérard, Heylwich = religieuse en Aleyt. 

     Nicolaes Van der Stegen, zoon van de voornoemde Jan Van der Stegen, huwde met Helwige Pinne (of Pynne). Volgens het jaargetijdenboek van de St. Janskerk te ’s Hertogenbosch moet hij gestorven zijn op 9 oktober 1490 op een leeftijd van 78 jaar. Helwige Pinne moet op 15 juli gestorven zijn (het jaar van overlijden is onbekend). Nicolaes moet zijn vrouw overleefd hebben want hij testeerde als haar weduwnaar in het jaar 1483. Er zijn uit zijn huwelijk drie kinderen bekend: Jan (die zijn vader opvolgt), Elisabeth en Rutger of Rogier.

    Jan Van der Stegen, Nicolaes zoon, was raadsman in de raad van ’s Hertogenbosch en in het jaar 1496 werd hij lid van het Lieve Vrouwe Broederschap van diezelfde stad. Hij zou getrouwd geweest zijn met Margaretha Kemp die op 10 juli 1519 overleed. Hij stierf op 20 november 1534 en werd naast zijn vrouw in de St. Janskerk te ’s Hertogenbosch begraven. Jan Van der Stegen kreeg verschillende kinderen : Goeswijn, Jan, Claes, Aleyt en Rogier.

    Goeswijn Van der Stegen was een leenman van Brabant, verschillende jaren fabrieksmeester van de St. Janskerk in ’s Hertogenbosch en schepen en raadsman van den Bosch (1522-1558). Goeswijn huwde met Anna van Kessel (dochter van Jan, schout van Boxtel, en Elisabeth Van den Poll). Uit dit huwelijk ontsproten vier kinderen : Jan, Claes, Elisabeth en Heilwich.

    Nicolaes Van der Stegen, een zoon van voornoemde Goeswijn Van der Stegen en Anna van Kessel, werd burgemeester van de stad ’s Hertogenbosch en huwde op 28 februari 1593 met Margaretha Sterck. Door de onrusten die de Beeldenstorm met zich meebrachten verliet hij de stad ’s Hertogenbosch en trok naar Brussel, zijn nieuwe thuisbasis. Hij werd advocaat van deze stad en zetelde er in de raad van Brabant. Van dit gezin kennen we een zoon Jan.

    Deze Jan Van der Stegen werd lid van de rekenkamer van Brabant en nog later werd hij president van deze instelling. Jan huwde Catherine de Favre.

    Hun zoon, Philippe Van der Stegen, (°1595 - †1659) was schepen en schatbewaarder van Brussel. Hij zou twee keer getrouwd zijn. De eerste keer met Anna Isabelle van Assche en de tweede keer met Jeanne Marie Maes.

    Uit het eerste huwelijk van Philippe Van der Stegen ontsproot o.a. Jean Adolphe Van der Stegen. Deze werd op 7 september 1653 te Brussel geboren. Op 30 januari 1698 werd hij door Karel II, toenmalige koning van Spanje, tot “graaf” benoemd als erkenning voor de trouwe uitoefening van 21 jaar van het drossaardschap. Naast drossaard was Jean Adolphe ook nog heer van St. Wauldru en van Wachene. Hij huwde twee keer. De eerste keer met Jacqueline van Assche. Uit dit huwelijk is er een zoon bekend: Norbert Charles. Hij werd geboren in 1680 maar stierf nog in hetzelfde jaar. Uit zijn tweede huwelijk met Marie Françoise Van der Meere zijn er vijf kinderen bekend:
    1. Maximilien François Joseph Van der Stegen (1687 – 1710).
    2. Marie Adrienne Van der Stegen (1690-1737). Zij huwde Corcol Baillencour en werd begraven in de St. Michiels en St. Goedele kathedraal te Brussel.
    3. Philippe Norbert Marie Van der Stegen (1691-1743). Deze erfde van zijn vader de titel van “Graaf”, en kocht in zijn leven de heerlijkheid Bousval aan. Tevens werd hij net als zijn vader grootdrossaard van Brabant. Hij huwde Anne Antoinette Joseph de Man. Er zijn van hen acht kinderen bekend.
    4. Jacques Joseph Van der Stegen (1696-1724).
    5. Karel Lodewijk Van der Stegen (1696-1748). Door het huwelijk met Maria Magdalene Clara Nicola de Brouchoven werd hij in het bezit gesteld van de heerlijkheid Schriek-Grootlo (maar daarover meer in het tweede deel).

    De familie Van der Stegen is een wijdvertakte familie die afkomstig is van het Nederlandse, meerbepaald uit ’s Hertogenbosch en het omliggende. Wat opvalt is dat zij al vanaf de 14de eeuw vooraanstaande ambten bekleden. Het is in ieder geval een familie met een heel rijke geschiedenis.

    DEEL 2

    We beginnen dit artikeltje waar we in het eerste deel gestopt zijn, nl. bij Karel Lodewijk Van der Stegen (°08/11/1698 - †22/06/1748), de jongste zoon van graaf Jean Adolphe Van der Stegen.

    Karel Lodewijk Van der Stegen erfde de grafelijke titel na zijn vader niet, die ging naar zijn oudste broer. Er werd hem ook geen heerlijkheid nagelaten en dus moest hij zichzelf zien groot te maken, en dat was hij ook van plan!

    In zijn 27ste levensjaar trouwde hij met Maria Magdalena Clara Nicole de Brouchoven (°13/08/1698 - †16/02/1743), de laatste telg van een schatrijke familie en dochter van Marie Claire Louise de Rietwyck, de toenmalige vrouwe van Schriek en Grootlo.

    Het huwelijk dat Karel Lodewijk op 01 juni 1725 met vrouwe de Brouchoven aanging was een slimme zet. Hij en zijn kinderen zouden later het complete “Brouchoven-imperium” overerven.

    Meteen na zijn huwelijk voert Karel Lodewijk Van der Stegen een proces tegen zijn schoonmoeder om het bezit te verkrijgen van de heerlijkheid Schriek. Karel Lodewijk won dit proces, maar de baronie Putte en enkele andere kleinere heerlijkheden bleven in het bezit van Marie Claire Louise de Rietwijck. Pas na haar dood zou haar kleinzoon, Philippe Norbert Marie Van der Stegen, deze nog verkrijgen.

    In 1727 begon Karel Lodewijk met de versterkte hoevens, gelegen in de Schriekstraat, om te vormen tot het kasteel van Schriek. Zijn nakomelingen zouden het tot 1926 in bezit houden.

    De nieuwe jonge heer van Schriek kreeg uit zijn huwelijk minstens drie kinderen:

    - Jean François Van der Stegen (†Brussel 14/07/1728). Dit kind stierf in zijn tweede of derde levensjaar.
    - Philippe Norbert Marie Van der Stegen (die volgt);
    - Marie Charlotte Van der Stegen (°Brussel 1727 - †06/01/1782).
      Deze huwde op 21 november 1750 met Joseph François de Man (°Brussel 17/05/1703 - †Brussel 04/07/1777).

    Nadat de vrouw van Karel Lodewijk Van der Stegen op 16 februari 1743 stierf hertrouwde hij op 17 juni 1743 met Florence-Charlotte Van der Meere (†Brussel 14/06/1776)

    Uit dit huwelijk ontsproten er ook nog eens minstens twee kinderen:

    - Jeanne Louise Van der Stegen (°1743). Ze huwde achtereenvolgens met François Philippe de Ruysschen en Isidore Marie Jean de Lados.
    - Françoise Philippine Van der Stegen.

    Karel Lodewijk Van der Stegen stierf heel waarschijnlijk te Schriek en dit aan een beroerte. Hij werd begraven op het hoogkoor van de St.-Jan Baptist kerk te Schriek.

    Philippe Norbert Marie Van der Stegen (°Brussel 07/05/1726 – †Brussel 11/04/1799) was de oudste zoon van Karel Lodewijk en volgde zo zijn vader op als heer van Schriek en Grootlo. Wanneer Philippe Norbert Marie meerderjarig werd verkreeg hij door de dood van zijn grootmoeder ook de baronie Putte en nog enkele andere kleinere heerlijkheden.

    Op 22 december 1753 trouwt Philippe Norbert Marie te Brussel met Marie Françoise de Gruutere (†Leuven 24/11/1771), barones van Gruutere en vrouwe van Yedeghem.

    Na haar dood gaat Philippe Norbert Marie een tweede huwelijk aan en dit met Thérèse Françoise Bols d’ Arendonck (°Turnhout 26/08/1732) te Leuven op 21 mei 1773.

    Er zijn van Philippe Norbert Marie Van der Stegen maar liefst twaalf nakomelingen bekend!

    - Josephus Franciscus Philippus (°1754 - †Brussel 06/05/1799). Hij huwde Marie Françoise de Cannart d’ Hamale.
    - Gaspar Joseph Marie (°1763 - †1803). Deze trouwde met Marie Thérèse de Doncquers en werd de stamvader van de familie Van der Stegen DE PUTTE.
    - Joseph Constantin Philippe (die volgt);
    - Isabella Gomaria Josepha (°1765? - †Leuven 05/03/1849). Deze trouwde met Leopoldus de Mangeer;
    - Henriette die trouwde met Ferdinandus de Villegas de Kinschot (†Brussel 1815);
    - Justine (†25/07/1856) trouwde met Sebastianus Jacobus Anneet (†26/12/1827);
    - Constancia Françoise Josephine (†St. Jans Molenbeek 31/07/1821) trouwde met Jacobus Petrus Henricus Van Nouhuys (†Luik 04/01/1828);
    - Caroline (†Brussel 08/11/1805) was kloosterlinge in de abdij van Oriënten;
    - Isabelle Louise huwde Sammels Joseph, een apotheker uit het Brusselse;
    - Emilie Caroline trouwde met Victor Moreau de Bellaing;
    - Jan;
    - Charlotte.

    Joseph Constantin Philippe Van der Stegen (°Leuven 06/12/1768 - †Leuven 12/01/1828) had na de dood van zijn vader het kasteeldomein van Schriek geërfd.

    Op 12 maart 1816 verkreeg hij van koning Willem I van Oranje Nassau de persoonlijke titel van “graaf”. Hij was lid van de Provinciale Staten van Zuid-Brabant.

    Op 27 september 1793 trouwde hij te Leuven met Catherine Isabelle Ghislaine d’ Onyn (°Leuven 30/10/1766 - †Leuven 24/11/1842). Ze was de dochter van Jacques François Joseph, heer van Chastre en burgemeester van Leuven, en Marie Catherina de Herckenrode, vrouwe van de baronie van Roost, Tendael en Moorsele.

    Uit hun huwelijk ontsproten er twee kinderen:

    - Philippe Norbert Marie (die volgt);
    - Adèle Gérardine Thérèse (°Brussel 14/01/1799 - †Leuven 11/08/1846). Op 4 augustus 1819 trouwde Adèle te Leuven met Ferdinand d’ Udekem (°Leuven 25/09/1798 - †Leuven 28/03/1853). Deze was senator, burgemeester van Leuven, ridder in de Léopoldsorde en verre familie van prinses Mathilde!
    Ferdinand d’ Udekem was de zoon van François Philippe Félix, wethouder van Leuven, en Jeanne Ludwine de Cuypere.

    Philippe Norbert Marie Van der Stegen (°Brussel 25/07/1796 - †Leuven 02/06/1874) erfde samen met zijn zuster het kasteel van Schriek. Later verkocht echter Adèle Gérardine Thérèse Van der Stegen haar helft in het “domein van Schriek” aan haar broer.

    Philippe Norbert Marie was Provincieraadslid van Antwerpen.

    Na de dood van zijn vader verkreeg ook hij de titel van graaf en dat op 21 oktober 1828 en op 12 maart 1829 werd hem zelfs een vrijstelling gegeven van de vereiste betaling die daarbij komt kijken. Doch, de patentbrieven werden niet gelicht waardoor de twee beschikkingen ongeldig werden.

    Later, op 8 juni 1871, krijgt hij dan toch de titel van graaf voor hem en al zijn afstammelingen.

    Philippe Norbert Marie Van der Stegen trouwde twee keer:

    De eerste keer was dit te Brussel op 9 september 1816 met Fulvie Caroline Antoinette de Longpré (°Brussel 04/09/1794 - †Leuven 21/10/1826), dochter van Jean Philippe Eugène en Marie Thérèse d’ Onyn.

    Zijn tweede huwelijk werd gesloten in ’s Hertogenbosch op 17 april 1828 met burggravin Justine Anne Ghislaine Van der Fosse (°Brugge 14/09/1795 - †Leuven 11/03/1853), dochter van burggraaf Alexander François Ghislain, gouverneur van de provincie Antwerpen en nadien van Brabant, en Marie Françoise Eugenie d’ Affaytadi de Ghistelles.

    Uit zijn eerste huwelijk haalde Philippe Norbert Marie drie kinderen:

    - Marie Julie Josephine (°Brussel 13/06/1817 - †Leuven 13/03/1898);
    - Albert Philippe Joseph Marie (die volgt);
    - Emma Eulalie Josephine (°Brussel 27/09/1821 - †Leuven 05/03/1910). Ze trouwde te Leuven op 24 april 1856 met haar neef baron Alexander van Oldeneel tot Oldenzeel, kantonrechter van Brede (° ’s Hertogenbosch 17/10/1829 - †Breda 21/09/1858). Hij was de zoon van baron Karel Hyacinthe Willem Jan en burggravin Leocadie Félicité Isabelle Van der Fosse.

    Uit zijn tweede huwelijk haalde hij eveneens drie kinderen:

    - Alexander Ghislain Marie (°Leuven 12/04/1829 - †26/11/1910). Deze huwde te Leuven op 25 juni 1861 met Léontine Thérèse Josephine Caroline Eulalie de Wyels (°Leuven 28/09/1824 - †Wespelaar 13/10/1895). Ze was de dochter van ridder Charles Jean Ferdinand, kolonel en burgemeester van Loonbeek, en Eulalie Wilhelmina Angélique Eugénie de Longpré;
    - Eugéne Gérard Gislain (°Leuven 06/04/1830 - †Rosée 14/10/1907). Hij was president van de Provincieraad van Brabant, senator en officier in de Léopoldsorde.
    Eugéne trouwde te Rosée op 15 oktober 1867 met Cécile Alexandrine Octavie Emérence de Cesve (°Givet 23/11/1833 - †Rosée 27/12/1901). Ze was de dochter van baron Eugène Alexander André Theophile, senator en burgemeester van Rosée, en Josephine Jeanne de Jacquier de Rosée;
    - Louis Léopold Charles Ghislain (°Brussel 25/08/1831 - †Leuven 02/05/1916).

    Albert Philippe Joseph Marie Van der Stegen (°Brussel 22/09/1819 - †Leuven 20/01/1884) was oudste zoon, en dus opvolger, van zijn vader Philippe Norbert Marie.

    De drie voorkinderen van Philippe Norbert Marie Van der Stegen bewoonden één na één het kasteel maar het is wellicht de oudste dochter, met name Marie Julie Josephine Van der Stegen die het kasteeldomein effectief in eigendom had!

    Albert Philippe Joseph Marie Van der Stegen was gemeenteraadslid van Schriek geweest en daarbovenop was hij ook kapitein van de artillerie en ridder in de Léopoldsorde.

    Hij huwde te Schoten op 11 oktober 1854 met Odile Françoise Philippine de Pret Roose de Calesberg (°Antwerpen 16/05/1830 - †Antwerpen 01/06/1907). Ze was de dochter van Jacques en Eulalie Thuret. Ze kregen vier kinderen:

    - Cécile Philippine Eulalie Fulvie (°Antwerpen 26/11/1855 - †Gent 31/08/1934).
    Ze trouwde twee keer. De eerste keer was dit te Antwerpen op 6 mei 1882 met Raymond Edouard de Maere, kapitein-commandant van de artillerie (°Gent 22/06/1849 - †Thieusies 06/10/1892). Hij was de zoon van baron Emile en Leonie Fanny Adèle Grenier.
    Haar tweede huwelijk ging ook te Antwerpen door op 7 februari 1903 met baron Georges de Maere (°Gavere 30/08/1850 - †Antwerpen 19/01/1906), eveneens kapitein-commandant en broer van haar eerste man;
    - Amélie Julie Jacqueline (°Schoten 27/08/1858 - †Antwerpen 02/02/1897);
    - Gabrielle Emma Philippine (°Antwerpen 31/01/1863 - †Etterbeek 27/05/1919). Ze huwde Gaston Eugène Fortemps de Loneux (°luik 05/07/1861 - †Etterbeek 28/02/1925) te Antwerpen op 4 april 1888.
    Hij was de zoon van Antoine Eugène Hubert en Eveline Hélène Suzanne de Schoutheere de Tervarent;
    - Rodolphe Alexander Odilon Philippe Joseph Marie (die volgt).

    Rodolphe Van der Stegen (°Antwerpen 09/12/1864 - †Kapellen 13/04/1942) huwde te Antwerpen op 3 mei 1892 met Marthe Emilie Barbe Geelhand (°Antwerpen 08/02/1870 - †Antwerpen 30/12/1934). Ze was de dochter van Raymond en Emilie Meyers.

    Na de dood van zijn tante, Marie Julie Josephine Van der Stegen, erfde hij het kasteeldomein van Schriek. In 1926 verkocht hij het aan het echtpaar De Roy – Praet.

    Uit zijn huwelijk haalde hij twee dochters:

    - Andrée Barbe Ghislaine Emilie Odile Raymonde (°Antwerpen 06/02/1893 - †Langley, U.S.A. 04/09/1952). Ze trouwde te Kapellen op 4 augustus 1921 met graaf Henri Cornet de Ways Ruart (°Vonêche 05/07/1879 - †Kapellen 09/02/1948). Hij was de zoon van Arthur, burgemeester van Vonêche en Marie Josephine Ghislaine Cordine de Jacquier de Rosée;
    - Nicole Barbe Ghislaine Cécile (°Antwerpen 27/05/1898 - †Antwerpen 22/05/1910) stierf op 12-jarige leeftijd aan een appendix.

    Vermeldenswaard is dat verschillende leden van de familie Van der Stegen op 19 september 1887 de toelating kregen om bij hun naam “de Schrieck” toe te voegen. Dit toevoegsel aan hun achternaam was erfelijk op zowel de mannelijke als de vrouwelijke erfgenamen.
    Doch gebruikten de Van der Stegens al lang voor die datum de term “de Schrieck” bij hun naam.

    Door dit en het voorgaande deel hebben we een hele familiegeschiedenis van een vooraanstaande familie kunnen nagaan, strekkende van de 14de tot de 20ste eeuw.
    Voor meer informatie over de personen die in dit artikel werden behandeld kun je altijd de voorgaande artikeltjes die handelen over dit onderwerp bekijken.
    Binnenkort zal de verwantschap Van der Stegen de Schrieck – van Oldeneel tot Oldenzeel uit de doeken worden gedaan want ook de baronnen van Oldeneel hebben verschillende zomers op het kasteel van Schriek gelogeerd en er zijn verschillende afstammelingen van hen in het grafmonument van de Van der Stegens te Schriek begraven.

    Als er mensen zijn die deze stamboom verder kunnen aanvullen of ons informatie kunnen bezorgen (in welke vorm dan ook) over deze en aanverwante families mogen mij steeds contacteren op dit e-mail adres: tom.schriek@skynet.be
    Hebt U vragen of opmerkingen mogen deze ook steeds naar de bovenstaande e-mail verzonden worden.

    Bronnen:
    Stroobants Tom: De heren de Brouchoven – Van der Stegen en de laatste kasteelbewoners in de heerlijkheid Schriek;
    Etat Présent de la Noblesse Belge (annuaire de 1999);
    Taxandria, Tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde – Aflevering 3(1904)




    11-01-2007, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    15-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.© Kerkrestauratie in 2010 ?

    RESTAURATIE van de Sint-Jan Baptist kerk.

    Na de erkenning van onze kerk als beschermd monument, heeft men nu een architect aangesteld met als doel : een zo correct mogelijk beeld van dit gebouw op te stellen in functie van komende restauratiewerken, welke in de nabije toekomst dienen te gebeuren, om het gebouw in orde te houden. Dit betekent dat de eerste zorg zal gaan naar het gebouw zelf, en nog niet naar het interieur. Maar wat nu nog niet aan de orde is, kan in een latere fase zeker gebeuren. Het is de Antwerpse meester Jan Frateur, architect, die met het voorbereidende werk werd belast. Daarvoor dient men ook de historiek van dit gebouw te kennen. In volgend bericht zullen we trachten de bouwgeschiedenis van de kerk in grote lijnen te schetsen aan de hand van documenten welke we tot op heden konden terugvinden.
    Omstreeks 1970 was de linkersteunbeer dringend aan restauratie toe. Dit is nu weer het geval.

    1265 : Wouter V Berthout, Heer van Mechelen en ook van het toenmalige Schriek, krijgt van de bisschop van Kamerijk, Nicolaas III van Fontaines (1249-1272), de tienden van Schriek, op voorwaarde dat hij er ene nieuwe kerk zou oprichten en deze begiftigen met een som van 12 pond Leuvens. De uitvoering van dit akkoord zal nog ongeveer 40 jaar op zich laten wachten.
    Adelisia de Guines, weduwe van Wouter VI Berthout, heeft na de dood van haar man zich bijzonder ingezet voor abdijen en kerken en om de aangegane verbintenissen van haar schoonvader en man met de bisschoppen na te leven. Zo ook voor Schriek, waar zij samen met haar zoon Gillis een nieuwe kerk liet oprichten en op 9 maart 1309 aan bisschop Filippus ootmoedig smeekte om deze kerk als parochiekerk te erkennen.
    De eerste kerk werd hoogstwaarschijnlijk gebouwd in de jaren 1306-1309. Ze werd opgetrokken in witte zandsteen (vermoedelijk uit de omgeving van Grimbergen en aangevoerd met de boot tot Ninde of Dansbrug) en rode baksteen, in een Romaanse bouwstijl met een latijns kruis als grondplan en vijf altaren, wat uitzonderlijk is in onze streken. Onder aan de voet van de toren is een sierlaag aangebracht in Diestse ijzerzandsteen waaruit eveneens een “vostersteen’( = een justitiesteen) werd vervaardigd. Of er aan de rest van de kerk destijds witte zandstenen of bruine ijzerzandstenen werden gebruikt is op het bedevaartvaantje niet vast te stellen en de constructie van het eerste kerkschip is volledig verdwenen bij de verschillende vergrotingen. De restanten van de Romaanse bouwstijl zijn terug te vinden in de ingangsdeur en de gebogen vensters van de toenmalige kruisbeuken en boven de kerkdeur zoals ze zijn afgebeeld op het bedevaartsvaantje dat dateert van omstreeks 1564. Trouwens men kan langs de binnenkant van de toren duidelijk de verandering van het venster boven de ingangsdeur waarnemen. Van deze kerk rest ons nu noch slechts een aangepaste toren en een recent ontdekte grondvest van de oude kruisbeuk. Mocht er worden vastgesteld dat deze fondementen van latere datum zijn, dan zou dit betekenen dat er nog een bouwfase is geweest tussen de oprichting van 1309 en de tekening op het vaantje van 1563. Voor de andere grondvesten zal het wachten zijn tot op de dag dat men ook in onze kerk vloerverwarming zal aanleggen.
    Detail uit het bedevaartsvaantje van Sint-Jan Baptist te Schriek anno 1563
    Vervolgd.



    15-12-2006, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    30-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.© Oorlogsslachtoffers WO I

    ZIJ STIERVEN VOOR ONS.

    OORLOGSSLACHTOFFERS
     van SCHRIEK

    Foto : Gedenkplaat van de oorlogsslachtoffers in de kerk van Schriek.






















    Met dit naslagwerk willen we allen eren, welke hun leven hebben gegeven voor ons leven in welstand en vrijheid waarvan wij nu kunnen genieten. Opdat onze kinderen en al hun nakomelingen nooit zouden vergeten, willen wij met deze bijdrage alle informatie van gesneuvelden, welke op enige wijze banden hadden met Schriek, voor het nageslacht bewaren. Jaren heeft kolonel op rust Joseph Vaes opzoekingswerk verricht naar de slachtoffers van beide oorlogen van Groot-Heist, dus ook van Schriek. Hij heeft alle informatie in zijn bezit over onze Schriekse zonen en dochters ter beschikking gesteld van ons blog. Ook mogen we het fotomateriaal van Alex Verschoren en de foto's en doodsprentjes van Marieke Janssens gebruiken. Mocht ook U in het bezit zijn van informatie, en u wil ook een steentje bijdragen, aarzel niet en neem contact op met de blogmaster via e-mail.

    Foto : Monument der gesneuvelden aan de kerk te Schriek.
    De namen op beide gedenkplaten zijn niet identiek, wat vroeger wel het geval was. Doch sinds men op het monument een nieuwe naamplaat heeft aangebracht met daarop ook de slachtoffers van WO II, heeft men ook de vergeten doden van WO I  hierop aangebracht.

    > 

    CEUPPENS Alphons, Antoon
    Soldaat 1906 - 5 Linie Regiment - Stamnummer 53584
    ° Schriek 15 december 1886
    † Werchter-Rotselaar 12 september 1914















    Begraven te Veltem-Beisem - nr 397
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Haechtsebaen A139 te Schriek
    Zijn ouders :
    Joannes (° Schriek 25.09.1842 zoon van Jan Baptist en Joanna Van Noten) en
    Anna Elisabeth Goossens (° Schriek 02.06.1845 dochter van Franciscus en Catharina Storms)
    Broers en zussen :
    -Melanie ° Schriek 03.08.1883
    -Elisabeth Julia ° Schriek 21.01.1885
    -Joannes Franciscus ° Schriek 24.03.1889
    Gehuwd te Beerzel op 27.12.1910 met
    Anna, Maria, Catharina VAN HERCK (° Heist-op-den-Berg 03.03.1887 - † Beerzel 08.07.1936  dochter van Van Herck Franciscus (ex Beerzel) en Joanna Van Overstraeten (ex Heist-op-den-Berg)
    Kinderen :
    -Joannes Franciscus ° Putte 13.05.1911
    -Franciscus Leopoldus ° Putte 10.07.1912
    -Franciscus Gerardus ° Schriek 06.11.1914

    Hij was de eerste van de familie Ceuppens die sneuvelde. Bij gevechten te Wakkerzeel-Werchter en Rotselaar in augustus 1914 zijn meerdere Belgische soldaten in de Slag van de Dijle vermist. Daar sneuvelde ook Alphons Ceuppens zo dicht bij zijn Schriek. Zijn jongste zoon zal zijn vader slechts kennen van een foto.
    Hij sneuvelde voor België

    CEUPPENS Filip, Jozef
    Van links naar rechts : Ceuppens Louis, Emiel en Filip-Jozef
    Soldaat – 18 Linie Regiment Stamnummer 2203
    ° Heist-op-den-Berg 10 oktober 1898
    † Yvoire (Frankrijk – nabij Genève) 29 september 1918
    Begraven te Schriek in een gezamenlijk graf ‘Drie gebroers soldaat’
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Tuindijk B91 te Schriek
    Zijn ouders :
    Amandus (° Schriek 04.12.1863 zoon van Joannes Anthonius en Elisabeth Costers) en
    Maria, Theresia Verbeeck (° Heist-op-den-Berg 05.10.1862 dochter van Petrus en Joanna Op de Beeck)
    Broers en zussen :
    -Petrus, Alphonsus ° Schriek 19.05.1889
    -Louis ° Heist-op-den-Berg 25.01.1893 – soldaat
    -Emiel, Lodewijk ° Heist-op-den-Berg 06.01.1895 – soldaat
    -Leopold, Engelbert, Maria, Norbertus ° Schriek 09.03.1900
    -Maria, Josephina, Bertha ° Schriek 15.06.1902
    Ongehuwd

    Filip Jozef heeft op alle fronten gevochten, de wapenstilstand mocht hij helaas niet meer beleven.
    Korte tijd voor het einde van de oorlog bezweek hij in Frankrijk aan zijn opgelopen verwondingen. Jozef, wij bewonderen jou en je broers, voor de soms roekeloze durf en moed, die heden nog door mensenlippen worden verteld : “Boven op de loopgrachten de vijand durven tarten !” Het verdient onze bewondering, maar vooral onze dank voor jou strijd.
    Deze soldaat sneuvelde voor België

    DOM Jan Baptist, Prosper
    Soldaat – 6 Linie Regiment Stamnummer 72066
    ° Putte 09 oktober 1892
    † Werchter 26 augustus 1914
    Begraven te Werchter, nadien overgebracht naar het Militaire Kerkhof te Veltem-Beisem - nr 742















    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Hoogstraat 86 te Schriek
    Zijn ouders :
    Gommer, Eduard (°Beerzel 04.03.1873 zoon van Joannis, Isidorius en Maria Catharina Bogaerts)
    Maria, Josephine Hellemans (° Putte 11.09.1873 dochter van Henricus en Joanna Catharina Van de Vijver)
    Broers en zussen :
    -Jan, Frans ° Putte 20.06.1895
    -Constancia ° Putte 05.07.1898
    -Eduard, Arthur ° Schriek 04.08.1901
    -Maria ° Schriek 09.10.1902
    -Augustinus, David ° Schriek 16.04.1904
    -Clara, Maria ° Schriek 14.06.1906
    -Desideria, Elisabeth ° Schriek 02.09.1908
    -Florentina, Augustina ° Schriek 20.10.1909
    -Celina, Maria ° Schriek 30.04.1913
    -Melania, Clementina ° Schriek 03.09.1914
    Ongehuwd

    Op 19 augustus 1914 was Pros zijn eenheid betrokken bij de gevechten te Aarschot en werd ernstig gekwetst in Nieuwrode. Overgebracht achter de frontlijn sterft hij te Werchter. Bij de ontgraving te Werchter wenste zijn moeder dat hij bij zijn strijdmakkers op het Militair Kerkhof van Velthem werd bijgezet. Augusta en Bertha, een andere zuster, gingen menigmaal per fiets naar het graf van hun broer. Prosper werd in onze onmiddellijke nabijheid een held.
    Hij stierf voor België.

    OP DE BEECK Philibert
    Soldaat milicien Machinist 4.L.A (1 Bon. Karabiniers wielrijders ) Stamnummer 40229
    ° Schriek 14 mei 1898
    † Stuyvenskerke 18 maart 1918
    Begraven te Steenkerke - nr 197
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Slootstraat C206 te Schriek-Grootlo
    Zijn ouders :
    Eduard (°Schriek 26.05.1864 zoon van Franciscus en Maria Theresia Geens)
    Maria, Theresia Vertommen (° Putte 29.09.1864 dochter van Franciscus, Isidorius en Anna Catharina Cools (weduwe van Joseph Van Nuffelen))
    Broers en zussen :
    -Jan Baptist ° Schriek 09.10.1899 - oorlogsvrijwilliger
    -Ludovicus, Henricus ° Schriek 19.12.1901
    -Maria Stephania ° Schriek 21.12.1903
    -Emilius, Julius ° Schriek 09.10.1905
    Ongehuwd

    Hij overlijdt aan zijn verwondingen opgelopen bij een obusinslag.

    STEURS Frans
    ° Schriek 17 februari 1893
    † Antwerpen 5 juni 1919
    Begraven op het Militair Kerkhof te Hoboken
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Gommerijnstraat te Schriek
    Zijn ouders :
    Frans (° Bael 01.04.1868 zoon van Carolus en Catharina Delcon)
    Anna Philimena Borglevens (° Schriek 06.09.1868 dochter van Franciscus, Ludovicus en Maria Theresia De Bie)
    Broers en zussen :
    -Ludovicus ° Schriek 12.07.1894
    -Maria Josephina ° Bael 06.01.1898
    -Anna Maria Elisabeth ° Schriek 24.06.1901
    -Franciscus Marcellus ° Schriek 02.05.1903
    -Bernardus ° Schriek 05.08.1905
    -Joanna Maria Antonia ° Schriek 28.12.1906
    -Florimondus Ludovicus ° Schriek 23.12.1908
    -Alphonsus Antonius ° Schriek 17.02.1911
    Ongehuwd

    Op 24 augustus 1914 werd Frans reeds krijgsgevangen genomen te Namen. Hij verbleef gedurende vier jaar in een Kriegsgefangenenlager Soltau in de nabijheid van Hannover. Hij keerde ziek terug en werd verpleegt in het krijgshospitaal te Antwerpen alwaar hij overleed. Hij stierf voor België.

    TORFS Frans
    ° Schriek 21 januari 1894
    † Caeskerke 28 juni 1915
    Begraven te Kaaskerke, daarna overgebracht naar Schriek oud kerkhof rond de kerk op 24.03.1922 en nadien naar het nieuwe kerkhof. Het graf ligt naast dat van de gebroeders Ceuppens.
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Leuvensebaan B9 te Schriek
    Zijn ouders :
    Jan Baptist (° Schriek 04.11.1856 zoon van Franciscus en Isabella Van Loock)
    Maria Catharina Van der Weyer (° Nieuwrode 27.03.1861 dochter van )
    Broers en zussen :
    -Maria Josepha ° Schriek 14.01.1886
    -Dorothea ° Schriek 21.03.1888
    -Rosalia ° Schriek 28.05.1889
    -Joseph ° Schriek 24.11.1890 - † Marcinelle 03.05.1920
    -Maria Rosalia ° Schriek 25.09.1892
    -Maria Ludovica ° Schriek 27.03.1895
    -Ludovica Leonia ° Schriek 12.06.1897
    -Alfons ° Schriek 27.07.1901
    -Melchior ° Schriek 19.04.1903
    Ongehuwd

    Frans, soldaat van het 7e Linie Regiment, maakte deel uit van de vechtende troepen in de 'Dodengang' op 21 februari 1915. Later is hij gevallen in de gevechten van den Ijzer. Te vergeefs zal zijn verloofde zijn pasgeboren kindje en zijn familie wachten op een nooit weerkerende vader. Frans stierf als een held op het ereveld voor België.

    TUERLINCKX Jozef Frans
    ° Schriek 05 december 1895
    † Ijzerveld 6 augustus 1915
    Begraven op het Militair kerkhof van Adinkerke – grafnummer 566.

    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Heistsebaan 19 te Schriek
    Zijn ouders :
    Karel Marcel (° Schriek 31.01.1872 zoon van Joseph Basiel en Antonia Bastiaens)
    Maria Van Uytven (° Bonheiden 22.04.1867 dochter van )
    Broers en zussen :
    -Maria, Josepha, Ludovica ° Schriek 05.04.1897
    -Emilius, Ludovicus ° Schriek 23.04.1899
    -Julius, Florimondus, Joseph ° Schriek 19.03.1900
    -Franciscus, Emilius ° Schriek 09.11.1901
    - Josephina, Ludovica ° Schriek 19.03.1903
    Ongehuwd

    Jozef Frans, nog zo jong zoals zo velen van zijn strijdmakkers, heeft om het laatste stukje Belgisch grondgebied dapper gestreden. Helaas is ook hij gevallen op het ‘Ijzerveld’. Hij stierf in het HMB Cabour te Adinkerke aan zijn verwondingen opgelopen bij een obusinslag. Wij danken je vol eerbied om je jong geofferd leven. Hij sneuvelde voor België.


    VAN STYVOORT Jan Baptist
    Soldaat 17 Linie Regiment
    ° Schriek 24 mei 1894
    † Crognie 3 juni 1917
    Begraven op het Militair kerkhof van Oeren – grafnummer 87.


    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Trommelstraat 181 te Schriek-Grootlo
    Zijn ouders :
    Egidius (° Schriek 24.08.1850 zoon van Ferdinandus en Maria Theresia Scheerens)
    Elisabeth Mathildis Geens (° Tremelo 24.03.1861 dochter van )
    Broers en zussen :
    -Antonia ° Schriek 08.02.1891
    -Joanna ° Schriek 31.07.1892
    -Joanna Julia ° Schriek 12.06.1893
    -Virginia ° Schriek 11.10.1895
    -Maria ° Schriek 24.07.1897
    -Maria Virginia ° Schriek 09.06.1899
    -Joannes Cornelius Augustinus ° Schriek 12.10.1901
    Ongehuwd

    Jan werd zwaar gekwetst en overleed twee uur later reeds aan zijn verwondingen. Hij was een dapper soldaat en viel op het veld van Eer voor God en zijn Vaderland. Hij stierf zo jong opdat wij zouden leven. ’t Vaderland is je dankbaar en zal je blijvend herinneren. Hij sneuvelde voor België.

    Dit zijn de acht soldaten, vermeld op de gedenkplaat in de kerk, welke zijn gesneuveld of gestorven voor 1920, het jaar waarin deze plaat werd vervaardigd en geplaatst, en wonende onder de parochie Sint-Jan Baptist Schriek.

    BURGERSLACHTOFFERS

    GORIS Petronella

    Burger martelares
    ° Schriek 29 mei 1840
    † doodgeschoten te Schriek 26 september 1914
    Begraven op 27 september te Schriek
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde in de Zandstraat 230 te Schriek-Grootlo
    Haar ouders :
    Norbertus (° Schriek 06.06.1805 zoon van Franciscus en Anna Maria Ceulemans)
    Anna Maria Van Poyer (° Schriek 08.06.1807 dochter van Verpoyer Adrianus en Theresia De Swert)
    Broers en zussen :

    Gehuwd te Schriek op 10.07.1878 met
    Ferdinandus DE BIE ° Tremelo 10.01.1850 zoon van Petrus en Dymphna Van den Eynde
    Kinderen :
    -Anna Maria ° Schriek 01.08.1880
    -Joseph ° Schriek 17.12.1881
    -Rosalia ° Schriek 14.12.1883
    -Catharina ° Schriek 12.06.1886

    Als enige vrouw is Petronella in “Groot” Heist-op-den-Berg op een monument vermeld. Zij was in september 1914 aan het gras snijden met de sikkel op de grachtkant in de Langstraat, wanneer de Duitsers vanaf de Kruisbrug haar neerschoten. Zij was een onschuldig slachtoffer van het oorlogsgeweld. Als martelares stierf ze voor België.

    NAGELS Petrus Franciscus
    Burger aan de verwondingen van een granaatinslag overleden
    ° Putte 13 oktober 1898
    † in het gasthuis te Antwerpen 30 september 1914
    Begraven ?
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde in de Heistsebaan 28 te Schriek
    Zijn ouders :Frans Leopold (° Heist 27.07.1866 zoon van
    Rosalia De Wullé (° Putte 22.10.1866 dochter van Joannes Baptist en Anna Van Roosbroeck)
    Broers en zussen :
    -Anna Clara ° Heist 20.09.1892
    -Gommer ° Heist 03.01.1894
    -Petrus Louis ° Putte 29.08.1895
    -Carolina ° Putte 24.01.1897
    -Petrus ° Putte 13.10.1898
    -Philomena ° Putte 17.01.1900
    -Maria Clementina ° Putte 21.02.1902
    -Petrus Jozef ° Putte 10.03.1906
    -Maria Rosalia ° Schriek 20.07.1908
    Ongehuwd

    Petrus stond als voerman naast zijn kar op de vlucht zijnde van Schriek naar Koningshooikt. Plots begon een beschieting van Duitse artillerie en er sloeg een artilleriegranaat in op de binnenkoer van de brouwerij te Koningshooikt, juist naast Petrus. Zijn zuster, een neef en Petrus werden gekwetst. Petrus werd overgebracht naar een gasthuis in Antwerpen alwaar hij overleed. Zijn zus en neef overleefden hun verwondingen.
    Petrus was een onschuldig slachtoffer gestorven voor België.

    VAN ESSCHE Corneel

    Burger martelaar
    ° Bael 29 juli 1880
    † doodgeschoten te Schriek 27 september 1914
    Begraven op 29 september te Schriek
    Naam vermeld op de gedenkplaat in de kerk en op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde in de Gommerijnstraat 132
    Zijn ouders :
    Felix ( ° Tremelo 30.01.1851 zoon van Franciscus en Anna Maria Nijs)
    Maria Theresia Claes ( ° Betekom 10.01.1851 dochter van Ludovicus en Maria Dorothea Verbruggen)
    Broers en zussen :
    -Leonard ° Bael 06.11.1873
    -Karel ° Bael 23.01.1877
    -Maria ° Schriek 12.08.1882
    -Mathildis ° Schriek 05.12.1884
    -Joannes Baptist ° Schriek 23.07.1886
    -Angelina ° Schriek 16.08.1888
    -Franciscus ° Schriek 06.12.1890
    -Leonia ° Schriek 06.12.1890
    Ongehuwd

    Corneel wil zich verstoppen en vlucht bij het zien van de Duitsers, helaas, hij wordt doodgeschoten op het huisveld in de Gommerijnstraat.
    Zijn jong leven werd geofferd voor België.

    VAN DEN ACKER Franciscus Alphonsus
    ° Schriek 24.11.1895
    † Tamines 22.08.1914 waarschijnlijk samen met enkele honderden aldaar gefusilleerd.
    Begraven “onbekend” in Tamines
    Naam vermeld op het monument bij de kerk te Schriek
    Woonde Haachtsebaan 121 Schriek in 1910
    Zijn ouders :
    gehuwd in Keerbergen
    VAN DEN ACKER Joannes Baptist (° Putte 05.01.1847 - † Schriek 17.11.1931 zoon van Van den Acker Bernardus & Op de Beeck Joanna Maria ° Keerbergen 22.03.1812 - † Putte 14.11.1877) & VONCKX Virginia (° Heist-op-den-Berg 22.12.1861 )
    Broers en zussen :
    Van den Acker Joannes Franciscus ° Schriek 08.01.1886
    Van den Acker Maria Theresia ° Schriek 07.10.1887
    Van den Acker Paulina ° Schriek 22.04.1889
    Van den Acker Joseph ° Schriek 24.07.1892
    Van den Acker Leonardus Antonius ° Schriek 27.10.1897
    Van den Acker Bernardus Amandus ° Schriek 23.12.1899
    Van den Acker Florimondus ° Schriek 12.10.1901
    Van den Acker Joannes Emilius ° Schriek 23.08.1903 Burgerslachtoffer WO II
    Van den Acker Irma Anna Victoria ° Schriek 05.03.1907
    Ongehuwd
    Als mijnwerker verbleef Frans Alphons te Tamines in 1914 en werd daar op de 22 augustus samen met honderden andere burgers gefusilleerd door de Duitsers. Hij is daar begraven als een van de vele onbekenden te Tamines.
    Hij stierf als een martelaar voor België.

    SCHOOVAERTS Anne Maria

    ° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
    † doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
    Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat pastoor De Herdt zelf door de Duitsers was opgepakt.
    Geen vermelding op een gedenkplaat of monument.
    Haar ouders :
    Edmond (° Schriek 17.05.1884 zoon van ) en
    Maria Philippa JANSSENS (° Haacht 25.12.1894 dochter van )
    Zij zijn getrouwd te Velaine-sur-Sambre op 12.07.1912 en woonden Rue Culot dubois, 9

    Vader was soldaat bij het Belgisch leger, en moeder was met haar kind op de vlucht in haar geboortestreek, waaruit ze ook moest vertrekken wegens de grote onlusten in de streek rond Tremelo. Moeder , met het kind op haar arm bevond zich op het fatale moment in de Gommerijnstraat ter hoogte van het huis van Jan Van Essche. Duitse soldaten, komende vanuit Grootlo, openden vanaf de Kruisbrug het vuur in de richting van Heist-Goor. Het kindje werd door een kogel in haar mond getroffen, en was hoogstwaarschijnlijk op slag dood. De moeder vluchtte hals over kop richting Heist-Goor, niet beseffend dat voor haar kind geen hulp meer kon baten. Te Heist-Goor werden hoogst waarschijnlijk moeder en kind opgevangen door de Zusters aldaar, welke er ook voor gezorgd zullen hebben dat het kind, in de gewijde grond van het kerkhof kon begraven worden, daar pastoor De Herdt op datzelfde moment zelf was opgepakt door de Duitsers. Het zoveelste onschuldige slachtoffertje van deze barbaarse oorlog!

    De dood en begrafenis van dit kind is waarschijnlijk in geen enkel register genoteerd.

    COLLAER Hendrik
    ° Pellenberg 11.12.1890
    † doodgeschoten in de omgeving van de Raambeek te Tremelo op 26 augustus 1914
    Begraven te Schriek-Grootlo
    Geen vermelding op een gedenkplaat of monument.

    Zijn ouders :
    Joannes Baptist (° zoon van )
    Philomena MAY (° dochter van )

    Vijf vluchtelingen brachten de nacht van 25 augustus door bij Louis Moris te Tremelo. De volgende morgen wilden ze terugkeren naar Kessel-Lo maar door de wegversperringen geraakten zij er niet door. In de namiddag kwamen ze terug bij Louis Moris aan, maar werden door een veertigtal Duitse ruiters onderschept en in een weide langs de Raambeek met de handen in de lucht onder vuur genomen. Collaer werd dodelijk getroffen en met een bajonet afgemaakt, de anderen onder wie de zoon van Louis Moris, Karel, konden zich al lopend in veiligheid brengen.

    Oudstrijders vermeld op het monument voor de kerk maar niet in de kerk, omdat zij na 1920 zijn overleden of tot een andere parochie behoorden.

    CEUPPENS Emiel, Lodewijk
    Soldaat oorlogsvrijwilliger – 2 Regiment Karabiniers Stamnummer 25987
    ° Heist-op-den-Berg 06 januari 1895
    † Schriek 24 mei 1923
    Begraven te Schriek in een gezamenlijk graf ‘Drie gebroers soldaat’
    Naam vermeld op het monument voor de kerk te Schriek
    Woonde voorheen in de Leuvensebaan 76 nadien Tuindijk B91 te Schriek
    Zijn ouders :
    Amandus (° Schriek 04.12.1863 zoon van Joannes Anthonius en Elisabeth Costers) en
    Maria, Theresia Verbeeck (° Heist-op-den-Berg 05.10.1862 dochter van Petrus en Joanna Op de Beeck)
    Broers en zussen :
    -Petrus, Alphonsus ° Schriek 19.05.1889
    -Louis ° Heist-op-den-Berg 25.01.1893 – soldaat
    -Filip, Jozef ° Heist-op-den-Berg 10 oktober 1898 – soldaat
    -Leopold, Engelbert, Maria, Norbertus ° Schriek 09.03.1900
    -Maria, Josephina, Bertha ° Schriek 15.06.1902
    Ongehuwd

    Emiel werd zwaar verminkt aan den Ijzer. Zij waren met drie broers en een kozijn in de strijd. Hij keerde terug met zijn broer Louis. Zijn andere broer Jozef en kozijn Antoon stierven voor ’t Vaderland op het veld van Eer.
    De jaren bij de zijnen in Schriek waren van zeer korte duur. Deze soldaat oorlogsvrijwilliger, al was zijn leven kort, was zo rijk aan gulle goedheid. Zijn lichaam was getekend door de oorlog. Hij stierf voor België.

    ROGGEMANS Petrus Leopoldus
    Soldaat - 12 Linie Regiment, 3e bon/4 Cie stamnr 112/51960
    ° Putte 23 maart 1884
    † Herstal 6 augustus 1914
    Begraven : eerst op het kerkhof van Herstal, nadien op de gemeentelijke begraafplaats van Rhees
    Naam vermeld op het monument voor de kerk te Schriek en te Putte, op de gedenkplaat in de kerk van Grasheide en op het monument te Rhees
    Woonde voorheen in de Leemstraat 149 te Schriek onder de parochie Grasheide (Sinds 06-09-1916 verbleef het gezin in de Vogelstraat 219 te Putte
    Zijn ouders :
    Joannes Baptist (° Putte 26.09.1853 zoon van Petrus Joannes & Goossens Anna Maria )
    Maria Theresia MARIEN ( ° Putte 22.09.1856 dochter vanPetrus Franciscus & Van den Broeck Antonia )
    Broers en zussen :
    Joannes ° Putte 29.08.1882
    Melania ° Putte 28.04.1886
    Victor ° Putte 09.11.1888
    Carolus Cornelius ° Putte 02.07.1891
    Maria ° Putte 25.01.1894
    Petrus ° Putte 17.10.1896
    Alphons ° Putte 12.03.1898
    Leontina ° Putte 17.08.1901
    Gehuwd te Putte op met
    Antonia Regina Maria VAN DEN WEYNGAERT (° Putte 30.10.1891 dochter van
    Kinderen :
    -Ludovica Adelina Joanna ° Schriek 27.05.1911
    -Karel Jules ° Schriek 21.02.1913
    -Jan Jozef ° Schriek 02.11.1914

    Opgeroepen bij het 12 Linie Regiment in juli 1914. Petrus was betrokken bij de gevechten rond Luik. Zijn Regiment onderscheidde zich door het eerste vijandelijke Vaandel buit te maken van het Duitse grenadiers regiment nummer 89. Soldaat Roggemans sneuvelde begin augustus 1914 te Herstal. Hij was het eerste Schriekse slachtoffer van deze WO I. Hij werd postuum vereerd met de orde Leopold II, het oorlogskruis, de overwinningsmedaille en herinneringsmedaille 1914-1918. Hij stierf voor België. Met onze dank om zijn heldenoffer.



    30-11-2006, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!