SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 15de week van 2021
 

Parochie
St.-Jan Baptist

Inhoud blog
  • Familieberichten
  • Overlijdensakten BS 1899-
  • Remember 40-45 (2)
  • Infogids Schriek
  • Overlijdensakten BS 1895-1898
  • Huwelijksakten BS 1916
  • Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 (11)
  • Huwelijksakten BS 1911-1915
  • Remember 14-18
  • Remember 40-45
  • Overlijdensakten BS 1891-1894
  • Pv-WO I Itegem
  • Overlijdens Schriek 2020-
  • Pv-WO I Tremelo-8
  • Huwelijksakten BS 1891-1898
  • Huwelijksakten BS 1899-1904
  • Huwelijksakten BS 1905-1910
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (10)
  • KOM MEE RADIO MAKEN IN SCHRIEK.
  • Geboorteakten BS 1891-1893
  • Geboorteakten BS 1894-1896
  • Geboorteakten BS 1897-1899
  • Geboorteakten BS 1900-1901
  • Geboorteakten BS 1902-1903
  • Geboorteakten BS 1904-1905
  • Geboorteakten BS 1906-1907
  • Geboorteakten BS 1908-1909
  • Geboorteakten BS 1910-1911
  • Geboorteakten BS 1912-1913
  • Geboorteakten BS 1914-1915
  • Geboorteakten BS 1916-1918
  • Geboorteakten BS 1919-1920
  • OPROEP.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (6)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (7)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (8)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (9)
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Overlijdens 2015-2019
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Pv-WO I Tremelo-7
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    24-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bouw der kerk

    Bouw van de kerk

    door René Lambrechts

    Deze begint in 1265 met het akkoord tussen Wouter V Berthout en de bisschop van Kamerijk.

    Wouter V krijgt er de novaaltienden van Schriek op voorwaarde dat hij er als heer een kerk zou bouwen en de pastoor vergoeden maar het benoemingsrecht ervan aan de bisschop zou laten. Mochten de offergiften en kleine tienden onvoldoende zijn voor inrichting en onderhoud, dan diende de heer het tekort bij te passen.

    De uitvoering van dit contract wordt door zijn schoondochter Adelisia de Guines en zijn kleinzoon Gillis Berthout verwezenlijkt.

    De eerste kerk werd hoogstwaarschijnlijk gebouwd in de jaren 1306-1309. Ze werd opgetrokken in witte zandsteen (vermoedelijk uit de omgeving van Grimbergen en aangevoerd met de boot tot Keerbergen (de Hansbrug) of Ninde en rode baksteen, in een Romaanse bouwstijl met een latijns kruis als grondplan en vijf altaren, wat heel uitzonderlijk is in onze streken. Onder aan de voet van de toren is een sierlaag aangebracht in Diestse ijzerzandsteen waaruit eveneens een “vostersteen’(1) werd vervaardigd en meer dan waarschijnlijk afkomstig van de groeven van Wezemaal. Of er aan de rest van de kerk destijds witte zandstenen of bruine ijzerzandstenen werden gebruikt is op het bedevaartvaantje niet meer vast te stellen en de constructie van het eerste kerkschip is volledig verdwenen bij de verschillende vergrotingen. De restanten van de Romaanse bouwstijl zijn terug te vinden in de ingangsdeur en de gebogen vensters van de toenmalige kruisbeuken en boven de kerkdeur zoals ze zijn afgebeeld op het bedevaartsvaantje dat dateert van omstreeks 1562. Trouwens men kan langs de binnenkant van de toren duidelijk de verandering van het venster boven de ingangsdeur waarnemen (zie foto). Van deze kerk rest ons nu noch slechts een aangepaste toren en een recent ontdekte grondvest van de oude kruisbeuk. Mocht er worden vastgesteld dat deze fondementen van latere datum zijn, dan zou dit betekenen dat er nog een bouwfase is geweest tussen de oprichting van 1309 en de tekening op het vaantje van 1562. Voor de andere grondvesten zal het wachten zijn tot op de dag dat men ook in onze kerk vloerverwarming zal aanleggen.


    Duidelijke aanpassing op de plaats waar de vroegere rondboog begint.


    Op de voorgrond de vostersteen. Let ook op de onderste lagen ijzerzandsteen en de wijze waarop de vergroting van 1795 tegen de toren is aangebouwd.


    Van de grondvesten van deze kerk zijn alleen die van de toren en een stukje kruisbeuk behouden, tenzij deze nog onder de vloeren van de kerk zouden zijn terug te vinden.

    Hadden de Berthouten grootse plannen met Schriek toen ze hier voor die tijd een toch vrij grote kerk lieten neerpoten ? Schriek, wel in volle ontwikkeling, telde wellicht geen 250 inwoners. En dan een kerk met vijf altaren bouwen, en ook nog een kapel bezitten die gebruikt werd, nl te Grootlo ! We zullen het helaas nooit weten, ze hebben deze geheimen vroegtijdig meegenomen in hun graf. En van de volgende heren onzer heerlijkheid moeten we echt niet te veel verwachten.

    Nadat de bouw van de kerk was voltooid richtten Adelisia de Guines en Gillis Berthout op 9 maart 1309 een schrijven aan de bisschop van Kamerijk met het verzoek de kerk van Schriek te erkennen en in te richten als parochiekerk.

    Bisschop Philippus de Marigny gelastte Heer Henricus, deken van H.Rumoldus te Mechelen en broeder Joannes de Marle (2), monnik der abdij van den H.Bernardus om te toestand ter plaatse te onderzoeken en hem hiervan op de hoogte te brengen. Dit verslag werd op 4 april 1309 overgemaakt aan de bisschop. Deze bracht zijn vertegenwoordiger te Brussel, de Heer Joannes de Monasterio, op de hoogte van zijn beslissing een gunstig gevolg te geven aan de vraag van de heren van deze heerlijkheid. In een brief van 8 juni 1309 werd de parochie Schriek officieel erkend met eigen doopvont en begraafplaats en alles wat een zelfstandige parochie toekomt.

    Deze brieven zijn te vinden in de bijlage onderaan.

    Was het nu nog wachten op de eerste presbyter of pastoor welke zou worden aangeduid door de bisschop of zijn vertegenwoordiger.

    Wanneer we nu aandachtig kijken naar de tekening op het bedevaartvaantje dan zien we duidelijk dat er zowel links als rechts een zijbeuk werd aangebouwd aan de eerste kerk. De constructie laat duidelijk zien dat dit geen bouwsel is van 1309, geen rondboogvensters of geen uitstaande steunberen. Wanneer deze zijbeuken zijn toegevoegd heb ik tot op heden niet kunnen achterhalen. De kans dat dit ooit gebeurd is zeer klein gezien het beperkte aantal documenten uit deze periode van onze geschiedenis. Toch geeft deze prent ons de mogelijkheid om te weten dat dit voor 1562 is gebeurd en kunnen we tevens een volgend grondplan van onze kerk samen stellen.


    De grondvesten van de mogelijke doopkapel rechts zijn niet opgenomen in dit plan.

    De volgende onverwachte fase in het bouwproces van de kerk is een zeer grote herstelling van de torenspits na een zware brand in 1654 na een blikseminslag. Deze gebeurtenis moet een grote indruk hebben nagelaten wat leidde tot een nieuwe legende want zie wat ik hierover vond in : UIT HET DAGBOEK van een OUD-HOLLANDER. Volume 33,Deel 4 - Pagina 394 (1869)

    “Een keurige anecdote, die beter den verhaler en de zijnen kenteekent dan hem van wien zij verhaald wordt. Zoo vast waren die brave katholieken overtuigd van de waarheid hunner kerkleer, dat zij een afwijkende belijdenis niet uit een andere denkwijs, maar alleen uit bijoorzaken wisten te verklaren. Alleraardigst zijn de tallooze gesprekken, door Doubleth over godsdienstige en kerkelijke 'onderwerpen met menschen van allerlei stand en ontwikkeling te Mechelen gevoerd. Bovenal die met de vier dames de la Forge, zijn naaste buren, geestelijke dochters, die een kinderschool hielden. Zij, en inzonderheid de oudste, Elisabeth, kwamen druk bij hem aan huis, vooral 's winters 's avonds: zij brachten dan haar naai- of borduurwerk mee, onderhielden zich met de jonge dames, terwijl de oude Heer aan zijn werk zat, en bleven vervolgens met hem en haar gezellig avondmalen, waarbij het aan gesprekken, veelal van stichtelijken aard , niet ontbrak. De toon dier samenspraken , uitvoerig in het journaal geboekt, is zeer eigenaardig : blijkbaar houden de rechtzinnigen en de ketters veel van elkaar, maar zij durven elkander toch niet vertrouwen en zijn voortdurend op hun hoede. De Jesuitessen, zoo heeten de geestelijke zusters doorgaans in het dagboek, gelooven dat, hoe braaf Doubleth en zijn dochters mogen schijnen, er toch ergens een adder onder het gras schuilt. Doubleth verdenkt van zijn kant de Jesuitessen van hetgeen zij bij hem zien en hooren te verklappen aan haar geestelijke overheid. Wat de Raadsheer boven de zusters vooruit heeft is een ruimer opvatting van godsdienst; hij eert het goede ook in het katholicisme; zij daarentegen verwonderen zich zoo dikwerf zij een gedachte of een gevoelen, dat zij moeten goedkeuren, bij hem aantreffen. Na zekere ontboezeming van Doubleth over de waarde en de vereischten van een gebed, dat Gode welgevallig kau zijn, sprak zuster Elisabeth onverholen haar verwondering uit, "en zeide nooit voor de kenuisse met de familie geloofd of gedacht te hebben, dat die van de gereformeerde relige in zoodanige manier godsdienstigheden voorstonden en pleegden". De oude man sprak gaarne met haar over denaard van zijn geloof, en schijnt het als een soort van plicht te hebben aangezien de vooroordeelen te bestrijden, die het protestantisme in België ook bij de liefderijkste menschen verdacht maakten. Hij was daartoe bijzonder geschikt, omdat hij het kwaad der katholieke kerk niet zoozeer in haar leer of gebruiken, als wel in de overdrijving er van en in het ingeslopen misbruik zocht. Het kruisslaan, het wijwater, de kerkbeelden enz. rekende hij onder dé onverschillige zaken; hij was er maar tegen ingenomen om het misbruik dat er van gemaakt, en het bijgeloof dat er door opgewekt werd. Hij bemerkte dit in zijn buurmeisjes zelf, die hem op een goeden avond over zijn gedachte aangaande het wijwater ondervroegen en niet begrijpen konden, dat iemand twijfelde aan de waarheid van wat hun verzekerd was: "dat de kerk van Schriek in de verleden week door den bliksem in brand geraakt, na drie dagen brandens eindelijk was gebluscht geworden door wijwater, hetwelk de pastoor met tonnen vol gewijd had". De rede, bij deze gelegenheid, door Doubleth een paar uren lang gehouden, is waarlijk een uitmuntende proeve van waardeering van hetgeen de katholieke ceremoniën goeds en kwaads bevatten. Op den langen duur worden die gerekte discoursen wel wat vervelend, maar zij bezitten toch voor mij een groote charme. want zij teekenen tot in de fijnste trekken de eigenaardigheid der kerkelijke begrippen van dien tijd, en (zooveel is er in dit opzicht onveranderd gebleven) ook nog de begrippen van den onzen.”


    De herstellingen aan de kerk en de toren zullen jaren duren en geven de toren het uitzicht zoals we hem heden ten dage nog steeds kunnen bewonderen. Op de foto met de tekening van het vaantje en de kerk naast elkaar zijn deze aanpassingen duidelijk waar te nemen.

    Voor de volgende grote restauratie en vergroting zitten we reeds op het einde van de 18e eeuw. Pastoor Raeymaeckers vraagt aan de bisschop de toelating tot restauratie aan. Lees hierover het document KAS 263 hier op dit blog. Het was de bedoeling om de zijbeuken tot vooraan de toren door te trekken, en alles onder een zadeldak te brengen. Nu waren de zijbeuken ook veel lager dan het schip (zie bedevaartvaantje). Dit plan heb ik tot op heden nog niet teruggevonden niettegenstaande we uit de brieven weten dat het bestond en gemaakt werd door Meester Joannes Gys van Bonheiden. Dat pastoor Raeymaeckers dit plan niet zou hebben bewaard in het archief kan ik moeilijk geloven, hij die alles zo nauwkeurig dag na dag noteerde.(zie KAS 265 op dit blog) En toch is er geen spoor meer van terug te vinden. Ik heb zo een vermoeden dat het is gebruikt bij de volgende vergroting in 1844 door architect Ferdinand Berckmans en zo is verdwenen uit het kerkarchief.


    De gele muren heeft men behouden, hoogstens wat bijgewerkt.

    Ik vermoed ook dat de restauratie niet volledig is uitgevoerd, gezien de eigenaardige vorm die de kerk toen kreeg (zie grondplan 3). Was de echte oorzaak daarvan de moeilijke situatie van die tijd (de Franse Revolutie) of waren de centen op of of of …? De vondst van dit plan zou veel duidelijk kunnen maken.

    Zo is het niet duidelijk of het gedeelte in het rode kader ook is uitgevoerd. Volgens het grondplan van de kerk in het stratenatlas van 1837 is dit wel gebeurd maar daardoor ontstaat er een asymmetrische constructie voor het dak. Dus blijf ik ervan overtuigd dat de restauratie niet volledig is kunnen uitgevoerd worden.


    Dorpsplan uit het stratenatlas van 1837. Let op de vorm van de kerk!

    Hoe kon men deze restauratie uitvoeren terwijl de kerkelijke diensten gewoon konden verder gaan?

    Zeer eenvoudig en tegelijk ook heel praktisch. De werken zijn zeker gestart aan de voorzijde van de toren, het nieuwe gedeelte dat er is bijgekomen. Daar diende men eerst nieuwe fondamenten aan te brengen. Daarna heeft men het dak behouden van het schip en alleen de zijbeuk verwijderd, zowel muur als dak om daarna de nieuwe zijmuren te metsen en het schipdak aan te werken aan de zijbeuk. Zo konden er steeds nog heel wat mensen in de kerk voor de wekelijkse zondagsvieringen, zij het dat er wel enkelen bij wijlen onder de blote hemel stonden, wat ’s zomers zelfs een echte verademing moet zijn geweest tegenover de muffige rotte lucht van weleer.

    Na deze restauratie werden nogal wat verbeteringswerken aan het koor en sacristie uitgevoerd, werken welke enkele jaren later grotendeels onder de sloophamer zullen belanden. Wel worden de materialen zoveel als mogelijk gerecupereerd.
    Dan volgde de laatste vergroting van onze kerk in 1844. Tegenover de aanpassing van 1795 was dit een merkelijke uitbreiding van het aantal plaatsen in de kerk. Er werd een volledige kruisbeuk toegevoegd samen met een nieuw hoogkoor en twee sacristieën.
    Op het volgende kaartje kan je de verschillende vergrotingen van de kerk bekijken. Ook het originele plan laat ons toe om de werken welke moesten worden uitgevoerd aan te tonen.


    De allereerste kerk in het geel, uitgebreid met lage zijbeuken in het groen; vervolgens de restauratie van 1795 in het oranje en de vergroting in 1844 in het lila.


    Origineel plan : zwart blijft behouden, het gele moet verdwijnen en het rode gedeelte wordt vernieuwd. Let op de foute voorstelling van de torentrap (niet vooraan maar bijna achteraan moet hij staan)

    Toch roepen de plannen nog heel wat vragen op als we de verbanden tussen de reeds uitgevoerde werken, de vooropgestelde vergrotingen en het huidige resultaat met elkaar vergelijken.

    Een voorbeeld: de drie laatste pilaren zouden in de kerk niet meer van plaats hoeven te veranderen, alleen de openingen van de vensters dienden te worden bijwerkt.zodat de pilaren juist tussen de vensters kwamen te staan. Van deze vensteraanpassingen is aan de buitenmuur totaal niets te zien, wel de aanzet van de vergroting na het vierde raam is duidelijk waarneembaar. Toch wel vreemd dat deze aanzet langs de noordzijde dezelfde is als langs de zuidzijde welke volgens het grondplan van 1837 duidelijk korter was. Maar er doet zich nu nog een andere eigenaardigheid voor. De plafondtekening van de middenbeuk klopt niet meer. Er zijn geen vijf maar zes panelen waarvan het laatste tegen de kruisbeuk slechts de helft is van de andere, dus eigenlijk vijf en een half paneel. Ook de hoge siersteunen staan niet meer loodrecht boven elke pilaar, maar verlopen naar links toe samen met de panelen. Dus het volgende plan is zeker niet uitgevoerd zoals het erop staat.


    Origineel plan : let op de vijf panelen van de middenbeuk met lijst en siersteunen loodrecht boven de pilaar.


    Origineel plan : de kruisbeuken met centraal het hoogkoor en twee mogelijke hoogten van de nissen van het zijaltaar. De uitvoering is mogelijk nog iets hoger.

    En wat dan te denken van de gotische vormgeving in de toren waarin het jaartal 1795 is aangebracht. Was het misschien de bedoeling om de ganse kerk een gotisch uitzicht te geven maar zijn deze plannen nooit uitgevoerd in het kerkschip?

    Als ik al deze zaken even op een rijtje zet kom ik tot het volgende besluit.
    Na de brand van 1654 is niet alleen de toren maar hoogstwaarschijnlijk ook het dak van het schip gerestaureerd geworden. Tijdens deze aanpassingswerken kreeg de toren zijn gotische stijl omdat de houten zolderingen in de toren dienden te worden vervangen door een stenen gewelf op de horlogekamer. Het dokzaal bestond nog niet en de houten torenzolder welke men vroeger verhuurde komt niet meer in de rekeningen voor.

    Bij de restauratie op het einde van de 18e eeuw heeft men het dak en plafond van de middenbeuk behouden en aangewerkt aan de nieuwe buitenmuren en pilaren. Iets wat men in 1844 nog eens overdeed voor de verlenging van het schip, de kruisbeuken en het hoogkoor. Daardoor is het plafond van de middenbeuk geen vijf maar vijf en een half panelen groot. Indien men hier volgens plan had willen werken, diende men ook de scheren van het dak iets te verplaatsen. Een enorm werk voor een miniem resultaat. Ik durf zelfs zeggen dat duizenden Schriekenaren welke honderden malen door de kerk liepen, dit nog nooit hebben waargenomen.

    Een volgende fout op het plan is het ontbreken van de vloer van het dokzaal welke men in 1807 heeft gebouwd voor de komst van het orgel in januari 1808. In 1855 wordt het dokzaal ongeveer 1 meter verhoogd maar niet in het portaal, zodat men boven twee verschillende niveaus bekomt, iets wat beneden niet echt opvalt omwille van de deuren die de kerk en het portaal van elkaar scheiden.
    Iets wat zeker ook onze aandacht trekt zijn de aanpassingswerken in het hoogkoor. Het lijkt alsof men boven de oude ramen een verstevigend bouwsel heeft aangebracht waarop men het verdere hoogkoor heeft opgebouwd. Niets van! Deze versteviging is gewoon aangebracht boven de toen gemaakte vensters in 1844 welke werden vervangen door de glasramen van Leopold Pluys uit Mechelen in 1876. Deze ramen blijken veel ouder te zijn zodat ze waarschijnlijk niet pasten in de openingen van 1844. De donkere stenen dateren dus van 1876 en zijn dus van jongere datum.


    Foto van het hoogkoor. Let op de verschillende steenkleur !

    Besluit:

    Van de oorspronkelijke Romaanse kerk uit 1309 rest ons heden nog een gerestaureerde en bijgewerkte toren. Alleen de kerkdeur, het kleine venster van de uurwerkkamer en de waterlijsten zijn nog origineel. Een eerste vergroting door de aanbouw van twee lage zijbeuken met een eventuele doopkapel vooraan rechts van de toren moeten we situeren voor 1550. Hiervan hebben we als enig bewijs de voorstelling van onze kerk op het bedevaartvaantje. Na de plunderingen van 1633-1636 en de grote brand van de toren en een deel van het dak van het schip in 1654, vergden de verschillende herstellingen vele jaren van intensieve restauratie. Het venster boven de deur en de galmgaten krijgen hun huidige vorm met typisch gotische spitsbogen. Ook voor het plaatsen van de zoldering van de horlogekamer, alwaar het mechanisme van het torenuurwerk staat wordt er binnen de toren gebruik gemaakt van de gotische bouwstijl. Herstellingswerken aan de steunberen van de toren werden dan weer uitgevoerd in typische renaissance stijl met speklagen. De volgende vergroting naar de plannen van Joannes Gys van Bonheiden rond 1794-1795 trekt de zijbeuken tot vooraan de toren door en brengt alles onder een dak. Hier vinden we een duidelijk voorbeeld van de Brabantse barok, de vorm van de vensters, de hoekpaal in zandsteen met er bovenop een siervaas en de plint van zandsteen onderaan. Dat het vroeger gerestaureerde dak van de middenbeuk is aangewerkt aan de nieuwe zijbeuken kan worden waargenomen in de zachte knik tussen beide dakgedeelten. De bouw van het dokzaal in twee fasen (1807 en 1855) zorgde voor de nodige scheiding tussen de gotisch uitziende toren en de barokke kerk. De laatste vergroting (1844) in typisch neoclassicistische stijl voor de kruisbeuk en het hoogkoor, smeedt al deze stijlen tot een zeer harmonisch geheel. Dit is duidelijk een gebouw met geschiedenis, waarvan bijna alle sporen nog zijn terug te vinden.

    (1) Vostersteen of gerechtsteen : laten we het de tegenhanger van de preekstoel noemen. Binnen in de kerk had de pastoor het grootste en laatste woord, buiten de kerk was het de heer van de heerlijkheid die de lakens uitdeelde. Via zijn klerken, notarissen of andere gezanten bracht hij zijn bevolking op de hoogte van allerlei mededelingen, vonnissen en dergelijke. Om beter gehoord te worden, ging de bode op deze steen staan, of in de zijbeuk buiten de kerk
    (2) Werd de 12e abt van de S. Bernardusabdij in 1311 ('XII. Joannes de Malre, S. Т. B., electus abbas Loci S. Bernardi an. 1311, ac Villariensis 1315, obiit in abbatia Claraevallensi an. 1317, vcal. aprilis.'  uit Synopsis actorum Ecclesiae Antverpiensis Pierre François Xavier de Ram - 1856)

    Bijlagen:
    Stichtingsbrieven van 1309.doc (45 KB)   



    24-06-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het bedevaartvaantje

    BEDEVAARTVAANTJE van Sint Jan Baptista tot Schrieck.
    Door René Lambrechts ©

    Zo lezen we bij Jan De Belser in zijn BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK 1943 op blz 19-21 en 72.
    (Ik geef de volledige tekst met kleine schrijffouten om alles in zijn juiste context te plaatsen)

    BEGANKENIS EN PROCESSIE. – Vroeger eeuwen heeft hier een groote begankenis, veelal bij nacht, plaats gehad zoo door ruiters als door voetgangers. Zij volgden eenen weg, die tamelijk lang is (1) en “ St.JANSWEG “ genoemd wordt. Deze werd ook vroeger tijd door de plechtige processie van St. Jan, op den eersten Zondag na den 23 Juni gevolgd (2) en over weinige jaren ( eerste jaren na den wereldoorlog) bij het overlijden van een dorpeling, nog gedaan door 7 jonge dochters, die biddend achter elkander gingen (3).

    (1) Vertrekkend van de kerk, langs Tuindijk, Puttestraat, Langstraat, Korte Meerweg, Payerstraat, Zandstraat, Grooteloo, Gommerijnstraat, Langstr., Lauwerijkestraat, Boschstraat, Kapel Heidestraat, Hoogstraat, Dorp, (Voetweg naar Pandoerenhoek, Haechtschebaan, Schrickstraat, St.Bernardus Kapel, terugkeerend naar de kerk. (E.H.Vermeerbergen zal dit onderzoeken.)

    (2) “ Een volksoverlevering, die op vasten grond schijnt te rusten, zegt dat de rijkelijke uitgedoschte processie op haren weg nabij de Bolloo, aangerand is geweest door een bende baanstroopers, maar ontzet is geworden door toegesnelde hulp uit Werchter, en dat de processie sinds dien een veel korteren weg – den tegenwoordigen processieweg (Kerk, Lovensche baan (Molensch(r)ans), Kapelheidestraat, Hoogstr., Kerk)- volgt” Aldus meegedeeld door de E.H.Ruts, onderpastoor te SCHRICK, ter congregatie voor jongelingen, die destijds (1875) vergaderden in een vertrek der woning van hr Petr. Van den Broeck. Op de Beeck, Hoogstraat, WB nr 679 b v ’t Kad.( Zie nr 158 van Inventaris. 158 24 oct 1713 Reglement van ’t Vicariaat van Mechelen over den processieweg op Sint Jansdag. (Is dit reglem. misschien ’t gevolg van dien aanval op de processie?)

    De driehoekige vaantjes – vorm als Scherpenheuvel – souveniers – waarop de kerk van SCHRICK, de kapel van GROOTLOO (rechts) en de St.Bernarduskapel (links) met eenige woningen en de uitgaande processie ruw afgebeeld zijn, zouden naar meening van eenigen uit dien tijd dagteekenen. (In 1896 herdrukt bij de inhuldiging van de heer Burgemeester Goossens. Platen bewaard op de pastorij.)

    In zijn werk “ LES DRAPELETS DE PELERINAGES EN BELGIQUE ET DANS LES PAYS VOISINS (ANVERS.J.E.Buschmann, imprim.-édit.Rempart de la porte du Rhin, 15, 1922) zegt Em.H.Van Heurck (bl. 409-410); het vaantje beschrijvend:

    « De gauche à droite au premier plan une rue bordée porte une clôture interrompue au milieu par une barrière et deux tourniquets et rejoignant de droite à gauche de vieilles maisons. La barrière vis-à-vis de l’entrée de l’église est ouverte pour le passage de la procession de St Jean Baptiste. Le cortège religieux se compose d’un porteur d’oriflamme, de la statue de St Jean-Baptiste, l’agneau sous le bras, portée par quatre hommes et suivie par quelques notables et trois jeunes filles tenant des devises. Un homme portant un agneau ferme la marche. Les fidèles, parmi lesquels un cavalier, se rangent au passage de la procession. En perspective, vue du côté de l’occident, l’église paroissiale de SCHRICK, qui est un bâtiment assez considérable à en juger par son imposante tour. En regard du collatéral du côté du midi, une assez grande maison, entourée d’un jardin, qui se prolonge jusqu’aux murs du temple. C’est peut être le presbytère. A gauche du drapelet, derrière le chœur, avenue ou chaussée plantée d’arbres. Entre l’église et le presbytère une terre ou s’élève une statue de Jésus enfant entourée de pélérins en oraison, et, enfin au troisième plan, entre les mêmes constructions, une chapelle à campanule du hameau de GROOTLOO, dédiée au Saint Nom de Jésus, «Den Soeten Naem Jesus tot GROOTLOO.» Au bas sous l’encadrement, l’invocation « SINTE JAN BAPTISTA, TOT SCHRIECK, BIDT VOOR ONS.»

    (zinco-gravure d’apres une grave en taille-douce du X 21ème siècle, à encadrement non signé, sans adresse d’éditeur. H.225.B.290. (Coll.VH)

    Le village de SCHRICK est situé dans le sud de la province d’Anvers à 7,5 kilom.S de HEYST-op-den-BERG et à 17 kilom.E. de Malines.»

    Over de vereering van St.Jan Baptist :

    “Une affiche de notre collection, imprimée à Malines en 1792, chez F.J.Van der Elst, mentionné que le 24 juin on célèbre solennellement dans l’église paroissiale de SCHRICK et de GROOTLOO la fête de St.Jean Baptiste, patron spécial contre le mal caduc, les maladies épidémiques, les épizooties et que cette solennité a été enrichie d’une indulgence plénière par le pâpe Pie VI. Une grande messe avec sermon a lieu à 9 heures et est suivie d’une procession solennelle avec le Saint-Sacrement. Une autre indulgence, annonce aussi la même affiche, est à gagner le lundi après le deuxième dimanche de septembre.

    Mais M. l’abbé Heymans, ancien vicaire de cette paroisse et qui s’est interessé à son histoire, a bien voulu nous renseigner sur l’importance de cette dévotion et nous a appris, qu’il n’y a jamais eu de pélérinage, au vrai sens du mot, en l’honneur de St.Jean Baptiste, ni à SCHRICK, ni à GROOTLOO. Aucun document d’archive, aucune traduction ne permet de supposer qu’il y ait jamais eu un pélérinage ou quelque chose de semblable en l’honneur du Saint. S’il y en avait été autrement, il en serait resté des traces. Le saint n’a pas d’autel et le sanctuaire possède de ses reliques.»

    Toutefois, les renseignements de M. le vicaire L.Heymans ne concordent pas entièrement avec ceux de M. l’abbé Fr.Vermeerbergen, curé de GROOTLOO. Celui-ci assure qu’à l’époque de la fête de Saint Jean Baptiste, les paysans faisaient à cheval le chemin de Saint Jean, de SINT-JANSWEG, le drapelot attaché à l’œillère de leur monture. Ils faisaient ce «tour» pour que leur bétail fût préservé de maladies. On faisait aussi ce chemin à pied, même jusque dans ces dernières années, au décès d’un paroissien. Alors sept jeunes filles, allant à la file, faisaient le chemin de Saint Jean en récitant le chapelet pour le défunt. Cette coutume a entièrement disparu depuis la guerre (1914-’18). Ce «tour» était long d’une heure et demie.

    Il y a quelques années on a découvert le cuivre gravé dans le sacristie. On en a fait faire un cliché qui a servi lors l’inauguration du nouveau curé de la paroisse, M. l’abbé Truyts et en 1895 du bourgemestre M.Goossens.»

    N.B. Van die beide verklaringen, in hun geheel genomen, houdt die van de E.H.Fr.Vermeerbergen alleen steek. Deze is van 1897 tot bij zijn benoeming tot pastoor van de parochie GROOTLOO in 1906, onderpastoor geweest van de parochie SCHRICK (St.Jan Bapt.), en HEEFT IN 1898 MEDE GEARBEID AAN ’t OPMAKEN VAN DEN INVENTARIS DER PAROCHIEARCHIEVEN VAN SCHRICK. (Schrijver dezes heeft binst de octaaf van St.Jan Baptist in 1873 of ’74 dezen nachtelijken beeweg met zijn vader meegemaakt.)

    (3) In onze kinderjaren (1870 – 1876) zijn wij daarvan menigmaal getuige geweest, en hoorden wij het noemen : “DEN WEG OMGAAN”.

    Blz 72

    De E.H. Pastoor Mertens (zie IX) verdedigde niet slechts de rechten en het eigendom der kerk, maar beijverde zich ook voor de verbetering van al wat aan zijn zorg was toevertrouwd :

    Verbeeld U, in de dorpskom, bij de kerk waar de meeste passage is van heel het dorp, tusschen het kerkhof eenerzijds, en de dorpsplaats met het pastorijstraatje anderzijds, - een gracht van vier, vijf roeden, -die, gezien deze grootte, bij zomer als bij winter voorzien is van water, water wellicht besmet door ondergrondsche insijpeling uit het kerkhof, zeker ongeschikt tot gebruik door stof en onreinheden van de straat weggevaagd door wind en regen, - een modderpoel uit welken verpestende uitwasemingen opstijgen! -" Die afzichtelijke en gevaarlijke modderplas moet weg; - meent de E.H. Pastoor, - en er moet daar tegen de dorpsplaats een sierlijke, stevige woning komen met een bevallig, afgesloten hofje!

    De hand werd aan 't werk geslaan: Een verzoekschrift aan de bevoegde overheid gezonden (Bl.14), genoot, - na verslag over 't onderzoek terplaatse door den E.H. Landdeken, een gunstig onthaal bij Z.E. den Aartsbisschop: Verkooping toegelaten (Bl.15),- heeft plaats (Bl.16)

    De E.H. Pastoor Mertens, kooper, heeft dan, naar de voorge­schreven conditiën een woning opgericht of laten oprichten, en wel,-zonder eenigen twijfel - , de woning die afgebeeld is rechts af op ‘t voorplan van de print (driehoekig vaantje) “Sint-Jan-Baptista tot Schriek” door Em. Van Heurck bescreven (Bl.20). Plaats.tijd en vorm pleiten daarvoor:

    a) “De cooper soude op de voors erfve niet een slecht huys moghen setten,maar een huys van fraye forme tegen de dorpsplaats"—en, de print vertoont op die aangeduide plaats een sierlijke woning.-

    b) Het erf begin 1662 verkocht zijnde, werd de woning na dien datum gebouwd, - en de print is ge(zink)drukt naar een kopersnede van de XVII eeuw (dus binnen de veertig jaren na de oprichting).

    c) Zoowel als de print de ligplaats der kapel van Grootloo en van 't “Lazarushofken" ten opzichte der kerk, behoorlijk juist opgeeft, -den vorm en de ingangsdeur der kerk, vorm en plaats van de vensters, conterforts, galmgaten en spits van den toren nagenoeg heel juist weergeeft, zal dit zonder twijfel, ook wel het geval zijn met de afbeelding der woning, welke laatste nog geen veerig jaar oud was.

    Die woning heeft echter geheel haar oorspronkelijk uitzicht niet altoos behouden. Even als er heden nog voortdurend, uit gemak-of modezucht, verandering aan oude woningen wordt toegebracht, zoo werden rondboogvenster - en deuropeningen door rechthoekige, de kruisvormige venterramen van de woonvertrekken door de meest heden-daagsche vervangen; de buitendeur van stal- of bergplaats (rechter-hoek van !t afgebeeld gebouw) bevond zich op die plaats nog in 1880, misschien wel tot bij de afbraak van de oude woning. In 1838 wer op het bij de woning behoorend erf een brouwerij opgericht. En na 1900 werd een nieuwe, moderne brouwerij met monumentalen voorgevel op de plaats der voormalige gebouwen opgetrokken.

    Hoe en wanneer, na 1661, de vervreemding van dit hoekje kerkhof plaats greep, konden wij niet achterhalen.

    Zo lezen we bij Verellen op blz 43:

    Op de voorgrond, van links naar rechts, een straat, met van weerskanten een huis en een afsluiting. Door het openstaande veken tussen de twee draaibomen, komt uit de kerk van Schriek de processie, waarin het beeld van Sint-Jan op een berrie wordt gedragen. Rechts van de stoet, staan de wildemans, de knots op de schouder geheven of erop steunend, gereed om de processie in orde te houden.
    In de diepte, tussen de kerk en het pastorijhuis, een beeld van het Kind Jezus op een verhevenheid met vereerders omringd, en daarachter, de kapel van de Zoete Naam Jezus te Grootlo.
    Sint Jan Baptista, tot Schriek, bid voor ons.
    De afbeelding werd gedrukt op de oorspronkelijke grootte van het vaantje, 29 cm breed en 33.3 cm hoog, (Vergelijk: : Van Heurck, Les drapelets de pélerinages... Antwerpen, 1922, blz. 409).

    Bij Renaat Van der Linden in Bedevaartvaantjes 1986 blz 134-135 lezen we het volgende:

    L.n.r. Langsheen de hoogte een weg met bomen en de kerk. De processie verlaat de kerk. Op een baar St.-Jan als volledige gestalte. De voorzijde toont in de rechte hoek een heer en dame, een ruiter, een afsluiting van het dorpsplein met een hekken en een kruisrad, een langwerpige woning. In het middenvlak leden van een schuttersgilde, een hond, een huis bij het dorpsplein. Verder op de achtergrond een kapel met de tekst in een boogvorm: Den Soeten naem Jesus tot Grotenloo. Onder de basis: Sinte Jan Baptiste tot Schrieck. Bidt – voor ons.
    h. 224 b. 290 V.H. 410 V.S. 63* : eerst kopergravure 17e eeuw, dan zinkografie voor de inhaling van de burgemeester en van de pastoor in 1895 (E. Van Heurck) Daarna steendruk.

    V.H. 410 verwijst naar Les drapelets de pélerinages... Antwerpen, 1922, blz. 410
    V.S. 63 verwijst naar Patricia Vansummeren Tentoonstelling bedevaartvaantjes uit de provincies Antwerpen en Limburg. Prof. Dr. J. Van Haver. Volksbedevaarten als Cultuurverschijnsel. Antwerpen, 1983, 95, buitentekstplaten.

    Hoe oud is dit vaantje?

    Vooraleer ik mijn beschrijving van dit vaantje ga geven, ga ik proberen, aan de hand van de tot op heden gekende gegevens en feiten, de ouderdom van de tekening te achterhalen want een exact bepaalde datum als schriftelijk bewijs is tot op heden nog niet gevonden.

    Het oudste geschreven bewijs vinden we in de kerkrekening van 1612 waarin de aankopen van vaantjes tegen de Sint-Jansprocessie staan genoteerd. Dus ligt de oorsprong voor 1612. We vinden ook wel aankopen van “beeldekens” in de jaren voordien, maar zijn dat wel vaantjes?

    Kan de tekening zelf ons iets vertellen?
    Heel veel !!!

    Gelukkig bezit het kerkarchief van Schriek een rekeningboekje dat teruggaat tot 1560 (KAS 86b) en daarin vinden we enkele interessante gegevens met betrekking tot het vaantje.
    Zo lezen we op bl 7/2
    “noch gegeven van het uere werck te mechelen te haelen dat daer te maeken was vi st
    noch gegeven acht rynse gulden den urewerck. van een groet rat te maken met noch ander werck voor de volle betalinge
    noch gegeven van dat het urewerck weder onstucken was van werck ghelde achtyen st
    noch gegeven van dat den urewerker jaerlyckx hebben moet ende van eenen slotel riem xviii st ende noch gegeven int ghelaeghe iii 1/2 st” (dit in de rekening van 1560 met nog verschillende onderhoudskosten in de volgende jaren.)

    Op de kerktoren van het vaantje is er geen uurwerk te bespeuren en bij deze zeer exacte weergave van alle details van de kerk en de rest zou het mij ten zeerste verwonderen dat de graveerder dit detail zou vergeten zijn, wat dus zou betekenen dat de tekening is gemaakt voor of begin 1560.

    Rijst nu de vraag: Wie gaat dat betalen, wie heeft dat besteld, wie heeft zoveel geld?

    De enige belangrijke personen die daarvoor in aanmerking komen zijn Nicolaas Van der Laen en Andries Rouselle.

    Bij Nicolaas Van der Laen zijn er heel veel verbanden te leggen met uitzondering van een exacte datum.

    • 1) De familie Van der Laen woonde in Mechelen, een plaats waar dergelijke kunstenaars zeker aanwezig waren. Zij waren er burgemeester en schepen, zelfs van horlogien! Hadden zij misschien ook iets te maken met het torenuurwerk?
    • 2) De familie Van der Laen waren kunstminnaars, schenkers van kunstwerken aan kerken.
    • 3) De Van der Laens werden de officiële heren van de Heerlijkheid Schriek en Grootlo in 1562, het jaar waarin er tevens een Sint-Jansbruiloft plaats vond, de enige tot nu toe teruggevonden.
    • 4) De familie Van der Laen werden de eigenaars van de steyne hoeve, de grootste en oudste hoeve van Schriek, alleen ontbreekt ons tot op heden een exacte datum. Ik vermoed dat dit omstreeks 1555 is gebeurd. Zo hebben zij Schriek leren kennen wat dan later heeft geleid tot het betalen van de pachtsom voor deze heerlijkheid. Tevens worden zij nog steeds beschouwd als de bouwers van de nieuwe steyne hoeve die is waar te nemen op de oude kaart uit 1651.
    • 5) Nicolaas zoon heette Jan zoals de patroonheilige van de Schriekse kerk. Hij volgt ook in 1565 zijn vader op als Heer van Schriek.

    We weten nu wel dat er een tijdsverschil is tussen de tekening van de graveur, het maken van de koperen etsplaat en het drukken van de vaantjes, en dat de verpanding van de heerlijkheden reeds begonnen was is 1558. Dus blijft het gissen naar de exacte datering. Met een aan de waarheid grenzende zekerheid kunnen we opteren voor een datum rond 1560.

    Bij Andries Rouselle liggen de zaken even anders.

    • 1) Hij was eigenaar geworden van de heerlijkheid Hovel ons beter gekend als de Uylehoef door aankoop van Hendric De Clerc op 05.10.1554, een datum die perfect zou passen in onze redenering.
    • 2) Wij weten uit geschriften dat de inwoners van de Uylehoef en omgeving, niettegenstaande zij officieel tot de parochie Putte behoorden, zich oriënteerden op de kerk van Schriek, minder dan 1 km verwijderd.
    • 3) Andries bezat de cijns op de kerkebossen van Schriek waarvan we bijna een jaarlijkse notering terugvinden in het oudste rekeningboek KAS 86b.
    • 4) Maar voor hun belangrijkste prestaties vinden we de Rouselles echter vermeld in Heist. Deze Andries was er hoofdman van de schuttergilde, zijn kleinzoon Andries werd er schout. Het is de andere kleinzoon Marcus die heer wordt van Uylenborg ( 19.04.1603) en nog een belangrijke rol zal spelen in de geschiedenis van de parochie Schriek.

    Welke zaken pleiten duidelijk in het voordeel van Van der Laen ?

    Hun houding tegenover de Kerk; de vermelding van Jaques Van der Laen heer van den dorpe in het zondagsgebed van 1604 waarin er geen Rouselle valt te bespeuren; hun grotere kapitaalkracht, hun belangrijke posities in het stadsbestuur van Mechelen, eigenaars van de Steyne hoeve en het feit dat de jonkheer te paard van links komt, dus van de Steyne hoef, en niet van rechts, van de Uylehoef. 

    Beschrijving van het vaantje.

    1° De kerk

    In de vorm van een Latijns kruis met lage zijbeuken voorzien van twee rechthoekige vensters (deze zijbeuken zijn mijns inziens van een latere datum dan de rest van het gebouw, omdat er zich in de zijmuur van het schip geen kleine vensters bevinden boven het zijdak met als gevolg dat het in die kerk destijds vrij donker moet zijn geweest). De kruisbeuk heeft een grote rondboogvenster. De toren bezit een rondboogdeur en venster met daarboven het kleine venstertje en de galmgaten met de spits. Links van de toren onderscheidt men de wenteltrap naar boven en rechts een kleine ruimte, waarschijnlijk de plaats van de doopvond. Rechts naast de deur ligt meer dan waarschijnlijk de gerechtsteen of vostersteen, duidelijk hoger dan de steen die ons nu nog rest. Het is waarschijnlijk alleen de bovenste steen met bepaalde figuren die men heeft behouden.

    Bemerk dat de galmgaten en spits vandaag de dag er iets anders uitzien, omdat de kerktoren ernstig is beschadigd door een brand in 1654 na een blikseminslag en de jaren nadien terug is opgemaakt. Het schip is duidelijk korter dan nu het geval is, maar de nok van het dak is vrijwel nog steeds op dezelfde hoogte.

    Ook de venster boven de deur is heden spitsvormig en niet meer rondbogig; een gevolg van de werken in 1795, evenals de vergroting van het schip. Ook de restauratiewerken van de linkersteunbeer zijn van latere datum.

    2° De Kapel van Grootlo
    Hier is alle gelijkenis met de oude postkaarten of de huidige situatie onmogelijk zowel wat betreft de vorm als de grootte. Deze kapel is duidelijk verbouwd en vergroot geweest zonder behoud van bepaalde zichtbare delen. Naast het vaantje en een schets - naar een prent uit de XVIIe eeuw (Rijksarchief te Brussel) - zijn er weinig documenten met beschrijvingen van de verbouwingen aan de oude kapel terug te vinden, welke ons toelaten om een schets of beeld van de kapel te maken. Over de bouwgeschiedenis later meer in de rubriek Grootlo.

    Beide tekeningen geven ons echter enige aanwijzingen over de grootte van de kapel (ca.8 x 5m.) met een portaal ervoor en een kleine torenspits.

    Heel interessant is de afbeelding onder de kapel. Op een aarden heuveltje een beeld van het Kindje Jezus met in de ene hand een kruis en in de andere een wereldbol. Beneden aan de voet van het heuveltje knielende en biddende pelgrims. Uit geschriften weten we wel dat de processie halt hield aan de kapel van Grootlo en dat er gepreekt werd, maar hier is duidelijk getekend dat er ook een verering van het Kindje Jezus plaatsvond, waarschijnlijk tijdens de processie, maar zeker ook op de feestdag van de H.Naam Jezus op 2 januari in de kapel zelf, zoals we later meermaals konden lezen. Voor de processie was de kapel veel te klein maar op een boogscheut was er vrije ruimte zat op de Donken of op Bollo-heide, tevens plaatsen om zo’n duinheuvel aan te leggen die jaarlijks kon worden gebruikt.

    3° Huis links

    Vooraleer ik hier dieper op inga wil ik één zaak eerst verduidelijken. Ik denk nooit dat het dorpszicht een fotografisch (dus echte) voorstelling is van de situatie omstreeks 1560, maar eerder een collage (= verzameling) van belangrijke elementen en gebouwen en dit om volgende redenen:

    1° Op het vaantje is er geen spoor te vinden van het kerkhof rond de kerk en nog minder van de fruitbomen op het kerkhof. Nochtans lezen we in de rekening van 1560 en ook later : “noch ontfanghen vanden prochiaen vanden fruyte opt kerckhof xiiii st”

    2° Het stuk huis links is duidelijk een stenen woning met rondboogpoort (= Romaanse bouwstijl) dus daterend uit de periode van de kerk of daarvoor. Op die plaats echter stond tot de zestiger jaren het St.-Janshuis welke in vroegere tijden het huis was van de kapelaan-koster-schoolmeester en tevens voorzien was van een of twee klaslokalen van de toenmalige parochieschool. In de oude rekeningen vinden we uitgaven voor dekstro en voor leem voor de school, dus geen stenen, maar een lemen constructie met strodak.

    “Item noch gegeven voir vier voeder leems te halen x st
    Item noch gegeven van vier busselen walm toter scholen v st
    Item noch gegeven voer iii slooten totter schole ende gehenc(...) ken ende i paddeken xiiii st
    Item noch ghegeven kerst hoelmans vander scholen te placken ende de vloer te leggen iii 1/2 rijnse gulden
    Item noch ghegeven Jannen hoelmans alias bijlkken van tremeren aen de schoel iii gulden min iii st
    Item noch ghegeven Jan Schafs van een voer leems te halen totter schoolen iiii st (bl 26/2)”

    3° St.-Bernardus kapel, welke ook links boven de met bomen omzoomde weg (= Draeyboomstraete of de huidige dorpsstraat) is te zien op het vaantje stond aan de rand van de kerkebossen, die niet zijn getekend. 4° Achter de kerk stonden vroeger (maar ook nu nog) de Puttebossen, de resten van wat ooit het onontgonnen moeras van Grootlo was. Helaas ook niets van te bespeuren. 5° Van de gegraven gracht rondom de kerk waren nog grote delen aanwezig in 1560. Zij zouden pas veel later gedempt worden. Ook hiervan geen enkel spoor op het vaantje.

    Besluit : Deze afbeelding is meer dan waarschijnlijk het poorthuis van de Steyne hoeve, 200 m verder naar Heist toe. Let op de gelijkenis met de tekening van de steyne hoeve uit 1651

    4° De pastorij

    Huis met bijgebouwen volgens een h-grondplanvorm, met een portaaltje achteraan langs waar de pastoor naar de kerk kon via zijn tuin. Pastoors uit die tijd waren tevens boeren, die knechten en meiden in dienst hadden. Daarom was deze pastorie zo’n riante woning met schuren (wellicht ook de tiendenschuur) en stallen. Ook de ligging ten opzichte van de kerk is correct en waarschijnlijk binnen de oude uitgegraven grachten rond de kerk. De ingang, hier niet te zien, bevond zich uiterst rechts, langs het leiken dat we later Lege kerkweg zouden noemen. Het was deze pastorij die tweehonderd jaar later volledig verouderd en vervallen zal vervangen worden door een prachtig bouwwerk in 1776 door toedoen van pastoor Snoeckx. Heden is dit bouwwerk nog te bewonderen in al zijn glorie te Bokrijk.

    5° Het huis rechts vooraan

    Stond er rechts vooraan naast de kerk rond 1560 wel een huis? Ik denk van niet en wel om volgende redenen:

    1° De Berthouten hebben duidelijk omstreeks 1300 het rechthoekige stuk harde grond voorbehouden voor het oprichten van de nieuwe kerk met kerkhof en al dan niet met pastorij. Dit betekent dat het ganse perceel eigendom was van de kerk. Uit de oude geschriften van 1560 en wat later weten we dat er een pastorij stond en een huis voor de koster dat tevens dienst deed als school. Over een derde gebouw is totaal niets terug te vinden, geen huurgeld of reparatiekosten.

    2° Het oudste plan van het dorp uit 1742 maakt reeds veel duidelijk. We zien hier duidelijk de kerk (1) met de pastorij (2) en de school (3) met het kerkhof met fruitbomen (5) en de tuin van de pastoor (6). Let ook op de schandpaal voor de kerk op het kerkplein. Vooraan rechts van de kerk staat er in 1742 wel een huis (4) maar in de andere richting. Ook weten we dat pastoor Mertens (1655-1703) de laatste grachten rond de kerk heeft laten dempen en er een huis heeft op laten bouwen. Dit zou dus die nummer 4 kunnen zijn, maar deze is pas na 1650 opgericht. Doordat het huis eigendom was van de pastoor zelf, zijn er ook geen verdere huurgelden of reparatiekosten terug te vinden in de kerkrekeningen. Zo zal ook deze eigendom zijn overgegaan naar andere privé personen, en was het niet langer eigendom van de kerk. We zien later in die rechterhoek ook de brouwerij Vermylen verschijnen, het enige gebouw op het kerkplein in handen van een gewone burger. Het gemeentehuis met de school verschijnt links naast het kostershuis na de Franse Revolutie, omdat alle bezittingen van kerken en kloosters waren aangeslagen door de gemeentelijke overheid en zij zodoende over de gronden rond de kerk konden beschikken om gebouwen op te richten.

    Welk huis staat er dan wel op het vaantje?

    Wellicht is het één van de prachtige stenen huizen uit het dorp of zelfs een afbeelding van de oude steyne hoeve (van voor de verbouwingen zoals op de afbeelding uit 1651) of de uylehoeve van weleer. Dit zal waarschijnlijk nog lang of voor altijd een open vraag blijven.

    6° Personen en processie

    Op de straat: een ruiter gevolgd door een voornaam koppel. Dit zijn mijns inziens, gezien de tijd en de opdrachtgevers, Jonkheer Jan Van der Laen gevolgd door de pachter en zijn vrouw van de steyne hoeve.
    Uit de kerk komt de processie, met vooraan een vaandeldrager, gevolgd door de dragers van het beeld van Sint Jan Baptist, die op hun beurt gevolgd worden door een schare bedevaarders welke de kerk verlaten. Het beeld van Sint Jan is een wandelende figuur met wandelstaf, gekleed in een mantel van kamelenhaar en dragend een lammetje op de arm.
    Uit de rekening van 1561 lezen we: “noch gegeven vanden cruycen ende tortysen te draeghen op sinte jans dach midsomers met eenen speelman die voor sint jan speelde tsamen x st”
    In 1567 klonk het zo: “noch ghegeuen s jansmisse van die kerssen ende vanen te dragen/ x 1/2 s noch den speelman die voer s jan speelden 1 1/2 st”
    In 1575 noteerde men : “noch gegeven op sint jans dach vant tghene dat sy verdroencken hebben die ons lyef vrouwe ende sint jan inde processie oemme gedragen hebben”
    Links van de processie de ‘hondenslager’ die al te ijverige honden op afstand moest houden. Later werden daarvoor de ‘heinen’ ingehuurd, welke voorzien waren van vermommingen, en die de processie in goede banen moesten leiden. Het koppel zijn bedevaarders die eerst de processie aanschouwen om nadien er bij aan te sluiten. Rechts zien we enkele leden van de schuttersgilde St.-Sebastiaan en nog drie honden, wat duidelijk wijst op het probleem dat er toen bestond.
    De afsluiting van het kerkhof met een ‘muurtje’ lijkt mij enkel gebruikt om de collage tot een geheel te verwerken. De ingang met het veken en de twee draaibomen daarentegen weerspiegelen meer dan waarschijnlijk de realiteit. De straat noemde destijds immers ‘Draeyboomstraete’.

    Over de mogelijke processieweg volgt later een aanvullend bericht.



    23-06-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    22-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van der Laen

    Van der Laen

    Toen Nicolaus Van der Laen in 1562 de Heerlijkheid Schriek verwierf door aankoop was het reeds duidelijk dat hij dit zou voorbehouden voor zijn zoon Jan. De toekomst van zijn oudste zoon zag hij eerder in Hagelstein bij Mechelen en te Berendyck. Eindelijk werd de draad, welke de Berthouten 250 geleden hadden gevolgd, terug opgenomen. En Jan Van der Laen gaat dit helemaal proberen waar te maken. 

    NICOLAUS VAN DER LAEN


    ° ??  zoon van Nicolaus (Albert) van der Laen, heer van Berendyck, en Catharina (Walrava) van Assendelft († Haarlem 28.08.1534)

    Huwt op 31.08.1532 met Agathe de Huyter († 12.05.1547 en begraven in de St.-Janskerk te Mechelen), dochter van ridder Jan de Huyter (°1471 - † 27.05.1541) en Petronella van Diepenhorst († 01.12.1537)
    Kinderen :
     1. Nicolaus
     2. Maria
     3. Johanna
     4. Jan, ridder, heer van Schriek en Grootlo
     5. Petronella
     6. Anna
    Nicolaus koopt de Heerlijkheid Schriek op 15 april 1562 voor 10700 gulden. Het leenverhef voor het feodale hof van Mechelen en van Brabant gebeurde op 19 december 1562.   
    † 28.05.1565 en ligt begraven in de St.-Janskerk te Mechelen

    Wie was Nicolaus Van der Laen?
    Nikolaus was voor zijn huwelijk de kamermeester van de koningin van Frankrijk Eleonora van Oostenrijk. Zij was de oudste dochter van Filips de Schone en Johanna van Castilië en dus de zuster van Karel V. Zij werd geboren te Brussel in 1498 en huwde een tweede keer met Frans I van Frankrijk.
    Nicolaus zou het kasteel Hagelstein met zijn domein van 45 bunders afkopen van ridder Philip De Clerck - de Bouvekercke en nadien de heerlijkheid Schriek en Grootlo van Filips II. Zo voerde hij als titels : Heer van Hagelstein, Schriek en Grootlo.

    Gedurende ruim twintig jaar was hij rentmeester van het land van Mechelen en kende hij als dusdanig onze streken door en door. Het is in deze periode dat hij ook eigenaar is geworden van de steyne hoeve, welke hij hoogstwaarschijnlijk heeft vernieuwd in de stijl zoals ze is afgebeeld op de oudste détailkaart van 1651. Ook ben ik er van overtuigd dat hij de hand had in het ontstaan van het bedevaartsvaantje van onze parochie.
    Zijn huwelijk met een Nederlandse dame van adel hoeft ons niet te verwonderen, daar zijn voorouders zich rondom Haarlem situeren.

    Volgens de Vegiano, heer van Hovel (Uylehoef) ziet de stamboom er zo uit.
    I. Baudouin van der Laen, écoutête de Lierre, épousa Barbe VAN DER LIST, et en eut :
    II. Henri van der Laen, aussi écoutête de Lierre, mari d'Ementia DE HILLEGOM, fille de Bonaventure et de Lucrèce VAN LAETHEM. De cette alliance vint :
    III. Nicolas van der Laen, chevalier, et en 1599 seigneur de Berendyck, épousa Catherine VAN ASSENDELFT, fille d'Albert, seigneur de Veenhuysen, et d'Anne PERSYN, sa seconde femme, par laquelle il fut père de :
    IV. Nicolas van der Laen, seigneur de Haegelstein, Schrieck et Grootloo, trésorier-général d'Eléonore d'Autriche, reine de France, lequel testa le 5 janv. 1564 et mourut peu après la même année. Il avait épousé Agathe DE HUYTER, fille de Jean, chevalier, écoutête de Delft, et de Pétronille VAN DIEPENHORST
    Uit Nobiliaire des Pays-Bas et du comté de Bourgogne III 1868 blz 1153- 1156
    nota:
    1) Dat Nicolaus vader in 1599 heer wordt van Berendyck is onmogelijk, ik vermoed dat dit 1499 moet zijn.

    JAN VAN DER LAEN

    ° 1546 Zoon van Nicolaus van der Laen en Agathe de Huyter
    Ontvangt reeds op 5 januari 1564 de heerlijkheid Schriek van zijn vader, maar het leenverhef gebeurt pas op 18 juni 1565 door Jan van Huyter, zijn kozijn, omdat hij nog minderjarig was.
    Huwt met Anna Cymon († 13.03.1614 begraven in St.-Rombouts te Mechelen), dochter van Domingo Cymon en Clara d’Almaras)
    Kinderen : 1. Alexander, oudste zoon, werd pastoor te Mechelen St.Jan en later aartspriester van St. Rombouts.

    2. Jacques ° 1582 sneuvelt te Oostende op 17 december 1601 als soldaat in het Spaanse leger. Hij rust in het graf van zijn ouders in de kathedraal te Mechelen. Jacques wordt tevens vermeld op de oudste lijsten van het zondagsgebed van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek.

    3. Theodore, ° 2 december 1585 te Hoei, huwt te Mechelen op 4 augustus 1616 met Catharina van Liaukama. Theodore, die de naam heer van Schriek en Grootlo draagt tot bij zijn dood op 13 september 1644, maar het nooit is geweest, moet enorm fier geweest zijn op deze titel.

    Op 1 augustus 1578 verslaat het leger van de Staten-Generaal het leger van Don Juan van Oostenrijk te Rijmenam.

    "Dit fyn de Naemen van de Gilde van den Edelen Handtboge, die den 24. October 1595 ontzet hebben de Stad Lier, onder het gebiedt van Heer Jan Van der Laen, Over-Hooftman, Ridder, Heere van Schrieck ende Grootloo, etc. Heer Nicolaes Van der Laen, oock Ridder, Heer van Hagelfteyn, Gebroeders, Carolus Van Bouvekercke, Ladisl. Van Gottignies, Joannes ende Hendrick Van Wachtendonck, Heer Jan Van Lathem, Schouteth, Jacob Van Cranendonck, Den Baron Van Baffignies, Geeraert De Horne..".
    Source Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines (Volume 16-18), p 268.

    "Dese Kercke opgebouwt zynde,is gewydt geweeft ten jaere 1610 den 17 October, ende naermaels verciert met verscheyde Schilderyen, onder de welcke uytschynende is die in den hoogen Autaer inde Choor, geschildert door den vermaerden ANTONIUS VAN DYCK , verbeldende CHRISTUS gehecht aen het Cruys tusschen de twee Moordenaers, met MARIA ende JOANNES staende ontrent het selve : met dit schoon present heeft dese Kercke vereert JOANNES VAN DER LAEN , Heere van Schrieck, en Grootloo, den welcken, al was hy van Ridderlycke weerdigheyt , en naer geweest te hebben van deze Stadt Mechelen over de achthien mael Borgemeester , en naer omtrent de 40 jaeren bedient te hebben het ampt van geestlycken. Vader deser Convente , heeft gewilt volgens syn Testament naer zyn doodt begraeven te worden in het habyt der MinderBroeders”

    Ita Archiv. Conv. FF Minorum Mechl Cap.3 Parag. 2 Source Provincie, stad, ende district van Mechelen opgeheldert in haere kercken ., p 3, Joseph Ferdinand Cuypers d'Alsingen.

    In december 1612 wordt het pand gelicht en de som van 10700 gulden terug gegeven. Schriek en Grootlo zijn terug een deel van de kroon van Spanje.

    † op 10 juli 1633 en wordt begraven in St.-Rombouts te Mechelen 

    vervolgd



    22-06-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    15-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het klooster te Schriek

    Geschiedenis van het klooster
    te Schriek

    geschreven door een zuster

    De school van Schrieck is gesteld onder de bescherming van de goddelijke Voorzienigheid en heeft tot patronesse de H.Maagd Maria onder den titel van O.L.Vrouw van Gratie.

    In het jaar 1876 kwam op zekeren dag de Eerw. Heer Ruts, toen onderpastoor te Schrieck, thans Prior der Trappisten te Westmalle, in het moederhuis van de Zusters der Christelijke Scholen te Vorselaar aan, waar hij door de Eerw. Moeder Aldegondis Z.G. zeer vriendelijk werd ontvangen. De Eerw. Heer Onderpastoor deed de reden van zijn bezoek kennen. Hij kwam namelijk twee zusters vragen voor de gemeentemeisjesschool van Schrieck met welker opbouw men alsdan begonnen was. Het oogenblik was niet gunstig om aan het verlangen van den Eerw. Heer Onderpastoor te voldoen, daar men pas eenige dagen geleden dergelijke aanvraag door eene andere belangrijke gemeente gedaan, had moeten van de hand wijzen. De Eerw. Heer Ruts na al de voorwendsels en opwerpingen die de eerw. Moeder Aldegondis tegen het aannemen der school van Schrieck inbracht, aanhoord te hebben, wist het zoo gevoelig en vroom hart van onze duurbare Overste te raken door de volgende woorden : “Eerweerde Moeder, gij kunt of moogt mijne vraag niet afslaan. Het H.Hart van Jezus, Dat ik op mijne reis onophoudelijk heb gesmeekt, zal mij niet laten wederkeren zonder dat gij mijne bede goedwillig aanhoord hebt.” Eerweerde Moeder was overwonnen en de heer Onderpastoor vertrok met de verzekering dat hij zusters van Vorsselaar voor de gemeenteschool zou bekomen. Dit gebeurde in het jaar 1876 ; doch het duurde ruim twee jaar eer de lokalen in orde gebracht waren.

    Den 31 December 1878 vertrokken naar Schrieck : Moeder Ursula, Overste, Z. Odilia, hoofdonderwijzeres en Z. Domisilla Z.G. hulponderwijzeres.

    De jaarwedde der hoofdonderwijzeres bedroeg 1500 fr. Die der hulponderwijzeres 1200 fr.
    De klassen werden den 2e Januari 1879 geopend.
    De eerste klas telde 92 meisjes ; de tweede 120.

    In deze woning vooraan hebben de zusters slechts enkele maanden verbleven. (collectie Eric Ceuppens)

    De zusters namen hun intrek in de woning der hoofdonderwijzeres. Met moed en iever zetteden de Zusters zich aan het werk, maar nauwelijks waren zij eenige maanden in Schrieck of de ongelukswet werd gestemd en zij haastten zich hun ontslag als gemeenteonderwijzeres in te dienen. Dit had plaats den 19e Juli 1879. Nog dien zelfden dag kwam hun een schrijven toe van wege hunne geestelijk Overheid, waardoor hun bevolen werd, dat zij voor den 21e Juli hunne woning en hunne school moesten verlaten.
    Gelukkiglijk hadden de zusters in de geachte en doorbrave familie Goossens – Rymenants milde beschermers gevonden, die eene gerieflijke woning nabij de kerk te hunner beschikking stelde. Nu, den 19e Juli 1879, droegen zij gansch hunnen inboedel, die zeker niet belangrijk was, naar hunne nieuwe woning. Gedurende de maanden Juli en Oogst 1879 gingen de zusters voort met onderwijs te geven aan de meisjes in de gemeenteschool.

    Ondertusschen hadden onze geachte Stichters, gelijk wij met recht de familie Goossens – Rymenants noemen, den opbouw begonnen van twee ruime en luchtige schoollokalen, die reeds op het einde der maand October 1879 voltrokken waren.
    Na de afkondiging der schoolwet van 1879 werd ook het onderwijs der jongens aan de zusters toevertrouwd.
    Den 1e October werden twee klassen geopend voor jongens in een huis toebehoorende aan den heer Victor De Veuster. De eerste klas telde 75 jongens en had Z. Odilia voor onderwijzeres. De tweede klas telde 124 jongens met Z. Anselma voor onderwijzeres.
    Wat de meisjes betreft, deze werden toevertrouwd aan Moeder Ursula en Z. Edmonda ; zij vestigden zich in de twee nieuwe lokalen.
    De eerste klas telde 96 meisjes ; de tweede 132. De gemeentejongens en meisjesscholen selven nauwelijks een tiental leerlingen.

    Het Komiteit der Katholieke School voorzag in de uitgaven voor schoolbehoeften en verwarming, den aankoop van meubels, enz…
    De zusters ontvingen jaarlijks ongeveer 1000 fr die hun door de milddadigheid der bevolking werden geschonken.

    In het jaar 1881 werd er eene derde klas gebouwd naast de lagere katholieke meisjesschool, die dienen moest voor eene gemengde bewaarschool. Dit lokaal hadden de zusters te danken aan de vrijgevigheid van hunnen werkman J.B. B. Z.G., die zonder zelfs een ontvangstbewijs te willen aanveerden hun eene som van twee duizend frank ter hand stelde zeggende : “Niemand dan God alleen moet weten dat ik u dit geld, mijne spaarpenningen, gegeven heb. Ik vraag alleen dat O.L.Heer er mij in de eeuwigheid voor beloone.

    De eerste drie klaslokalen samen met het klooster dat later werd gebouwd. (collectie Eric Ceuppens)

    De edele Gravin, Jvr Julie Van der Stegen bekostigde de meubels voor de bewaarschool en schonk jaarlijks tot aan hare dood eene gift van 100 fr voor de benoodigdheden der school. Zuster Edmonda gaf onderricht aan de 120 kleinen der bewaarschool en zuster Clementina nam de plaats in van zuster Edmonda als onderwijzeres der lagere school. Zoo bleef de toestand van het onderwijs in deze school tot aan de afschaffing der ongelukswet.

    Den 1e October 1884 keerden de jongens terug naar de gemeenteschool onder de leiding van de heeren Viskens en Op de Beeck, die hun ambt hadden blijven bedienen tijdens den schoolstrijd.
    Den 10e October 1884 werd de vrije meisjesschool door het gemeentebestuur in aangenomen school veranderd. Toen telde deze reeds drij klassen, daar in het begin van hetzelfde jaar nogmaals twee klassen bijgebouwd waren grootendeels op rekening van hunne geachte Stichters.
    Deze klassen waren beschikt om tot vrije jongensschool te dienen, doch daar de zusters van dit onderricht ontheven waren, werd een dezer lokalen gebruikt voor de leerlingen van den eersten graad. Het onderricht dezer meisjes werd gegeven door Zuster Celina, die van 1883 tot 1884 met het onderwijs der jongens was gelast geweest. De jaarwedde bedroeg alsdan 2800 fr.

    De 15 eerste jaren van de wet van 1884 waren er slechts twee klassen aangenomen, doch in 1899 werd ook de derde klas gesubsidieerd, waarvoor 500 fr. Toelage werd verleend.
    De bewaarschool bleef vrij tot in 1901. Daar het aantal kleinen meer en meer aangroeide, was men verplicht eene tweede klas aan de bewaarschool te voegen. Beide klassen werden gesubsidieerd in 1901 met eene toelage van 57 f.
    In 1902 waren de drie klassen der lagere school al te zeer bevolkt en de zusters werden verplicht eene vierde klas te bouwen. Datzelfde jaar werd er aan het bevel der burgerlijke overheid voldaan, en thans geeft Zuster Adelarda er onderricht aan 60 leerlingen van den 1e graad.

    Voor het schooljaar 1905-1906 zijn de klassen der meisjesschool van Schrieck ingericht, als volgt :

    1e klas Onderw. Zuster Odilia Hogere graad 1e en 2e jaar
    2e klas Onderw. Zuster Dyonisia Middelbare graad 1e en 2e jaar
    3e klas Onderw. Zuster Adelarda Lagere graad 2e jaar
    4e klas Onderw. Zuster Celina Lagere graad 1e jaar

    Leerlingen :
    1e klas 40 l.
    2e klas 65 l.
    3e klas 61 l.
    4e klas 60 l.
    Totaal 226 l.

    Bewaarschool
    1e klas Zuster Edmonda 72 leerlingen
    2e klas Zuster Valentina 122 leerlingen
                              Totaal 194 leerlingen

    Jaarwedde der onderwijzeressen der lagere school 4000 fr.
    Toelage voor de Bewaarschool 575 fr.
    Totaal 4575 fr.

    Enige bijzonderheden over de woning der zusters.

    Gedurende 17 jaar bewoonden de zusters het huis hun door hunne stichters geschonken. Deze nooit volprezen weldoeners verleenden hun niet alleen kosteloze huisvesting, maar gelasten zich tevens met het onderhoud en de nodige herstellingen, ja in 1888 lieten zij zelfs de kleine bidplaats der zusters tot een lief verblijf voor den goeden Jezus inrichten, zodat van op ’t einde van gemeld jaar de zusters den troost hebben, met den lieven Zaligmaker onder hetzelfde dak te wonen.
    Edoch, dewijl deze woning ruim 7 minuten gaans van de school gelegen was, hetgeen zoals men licht begrijpen kan, zekere moeilijkheden meebrengt, kwam er bij de zusters wel eens het verlangen op enen woonst bij de school te hebben, maar dewijl zij geen middel zagen om de kosten, die het bouwen van een huis veroorzaken, te kunnen dekken, leefden zij rustig en gelukkig in hunne kleine woning tot in het jaar 1896.
    Dit jaar had er een voorval plaats onbeduidend in schijn, maar waarin ons dunkens de tussenkomst van onze goede Moeder Maria al te klaar uitschijnt.

    Ziehier wat er alsdan gebeurde :
    In de maand Juli 1896 kwam een jongeling der gemeente, oud leerling van de zusters, hen verzoeken een beeldje van O.L.Vrouw van Lourdes te willen versieren en in een houten kastje te plaatsen. Hij was ziek geweest en zou om O.L.Vrouw te bedanken voor zijne genezing haar beeldje ter verering plaatsen aan ene Kruisstraat van het dorp. Getroffen door het betrouwen en de dankbaarheid van deze jongeling werd het beeld netjes versierd en in zijn kapelletje op de aangewezen plaats gesteld. Het beeldje stond op de eigendom van enen inwoner der gemeente en deze deed hetzelve verwijderen. Vol spijt haalde de dienaar van Maria het beeldje weg en verhaalde de zaak aan de Zusters er bijvoegende dat hij niet wist waar hij het kapelletje zou kunnen plaatsen.

    Ene wijl nagedacht hebbende zegde Moeder U ik heb ene goede plaats gevonden : Plant den paal met het kapelletje nevens de school, daar aan den weg zal Maria dikwijls door hare vrienden gegroet en vereerd worden. Dit voorstel werd door den braven Frans met veel blijdschap aangenomen, en reeds den volgenden morgen zagen de voorbijgangers met verwondering op naar het beeldje hunner Hemelmoeder.

    Het spijt ons niet al de omstandigheden en gevolgen die het plaatsen en het wegnemen van het beeldje vergezelden, niet te kunnen verhalen, alleenlijk voegen we hierbij dat, wanneer het kapelletje naast de school geplaatst was, aan O.L.Vrouw verzocht binnen het jaar den zusters een klooster te bezorgen op de plaats zelve, waar haar beeld zich bevond.

    En inderdaad, Maria voldeed aan het verlangen der zusters. Tot ieders verwondering werden alle moeilijkheden uit de weg geruimd, het plan van het klooster was al spoedig opgemaakt en door de Algemene Overste der Congregatie goedgekeurd; ene grote som geld, nogmaals door de stichters der school gulhartig geschonken, liet de Zusters toe onmiddellijk de bouw te beginnen en op 21 October 1898 verlieten zij hunne woning om zich in het nieuwe klooster te vestigen.

    Let op het ingewerkte kapelletje op de hoek met het Mariabeeldje waarover sprake in deze tekst.  (collectie Eric Ceuppens)

    Ja, zij betuigen het met een hart vol liefde en erkentenis, O.L.Vrouw heeft hun meer gegeven, dan zij gevraagd hadden. Niet tevreden met hun ene gerieflijke, ruime en gezonde woning bezorgd te hebben, heeft zij haar werk willen voltooien met hun in het jaar 1902 de middelen te verschaffen hunnen schonen en groten tuin met ene muur te omsluiten, zodat zij thans een rustig en afgesloten beluik genieten.

    Alvorens te eindigen willen we hier ook nog iets vermelden hetgeen de zusters uit goede bron weten, daar het hun door geloofwaardige personen werd medegedeeld en waarin klaar betoond wordt, hoe Gods Vaderlijke Voorzienigheid reeds lang vooraleer de school van Schrieck gesticht werd, in werking was om de zusters de best geschiktste plaats der gemeente voor hun klooster te bezorgen.

    Deze plaats was over een zestigtal jaren een stuk akkerland aan den ingang van het dorp. Toen ter tijd hoorde het toe aan ene brave familie der gemeente, deze lieden geld nodig hebbende besloten den akker te verkopen. De eigenaar bewerkte zelf dit land niet, maar verhuurde hem aan ene landman uit den omtrek. Deze het inzicht van zijnen eigenaar kennende, spoedde zich naar Mevr; Goossens-Rymenants en maakte hun de zaak bekend. Jufvrouw Rymenants die toen nog leefde keurde het voorstel goed: men zou die grond kopen met het gedacht hem later tot een of ander goed werk te besteden, en na korten tijd was het stuk land het eigendom van de geachte familie Goossens-Rymenants. De landman door wier tussenkomst de verkoping gebeurd was, bleef den akker bebouwen tot aan zijne dood, die voorviel weinig tijds voor het klooster gebouwd werd.

    In 1900 liet Moeder Overste de klas naast het huis en de keuken optrekken tot nieuwe slaapzaal; De 8 bedden werden rechts en tegen den achtermuur geplaatst.

    Let op het verdiep boven de derde klas, het was in eerste instantie een slaapzaal, later werd het een klaslokaal.  (collectie Eric Ceuppens)

    Ten slotte kunnen we niet nalaten de hoge wijsheid van onze duurbare Eerw. Moeder Aldegondis die het klooster van Schrieck onder de hoede der Goddelijke Voorzienigheid stelde, en met diepe aandoening en innige erkentenis herinneren we ons nog de woorden die onze Eerw. Moeder ons bij ons vertrek naar Schrieck toestuurde.

    Aangezien wij zulke droeve tijden beleven, kan ik niet beter doen dan uw huis en dese school stellen onder de bijzondere bescherming der Goddelijke en Minnelijke Voorzienigheid.



    15-06-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grootlo-1
    In deze nieuwe reeks van berichten gaan we op zoek naar de gebeurtenissen, de oude documenten en foto's om enig inzicht te krijgen in de geschiedenis van deze historisch interessante plaats. De titel verraadt het reeds. Grootlo is niet zomaar een gehucht zoals we er tientallen kennen. Het is een plaats met een eigen historische achtergrond, waarover het laatste woord nog niet is verteld en waarvan we het laatste nieuws nog niet hebben teruggevonden.  


    24-03-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grootlo-2

    SCHENKING VAN WOUTER III BERTHOUT IN 1220
    door René Lambrechts

    “ Waltherus Bertholdus, nobilis de Brabantia et Dominus de Machlinya, Domino Egidio, fratri suo Dilicti et filiis suis W. et H.Karissimus neenon universis sancte ecclesiae fidelibus omnibus que suis presentum paginam perspecturis salutem in auctore salutis. Quoniam ab humana facilius alabuntur memoria que nec scripto nec voce testium eternantur, ideo notum facimus presentibus et futuris Christi fidelibus quod cum in exercitu christiano apud Danyetham infirmi quidem corpore sani autem mente essermus, Divina consulente gratia, Hospitali sancte Marie Domus theutonicorum in Hierosolyma XXIIII bonuaria pratorum in Rama contulimus et VI bonuaria dure terre in Grutlo, ubi curtim sont facturi, et tantam libertatem super lignis incidendis in nemore nostro Wawir sicut III milites nostri incidere solent, candem quoque libertatem in pascendis porcis in predicta silva, qua III milites beneficiati a nobis ibidem utuntur. Hec autem omnia pro salute omnium progenitorum nostrorum animarum, prenotate domus religioni donavimus, utque Deus in novissima tuba nostri dignetur cum fidelibus misereri. Ut ituque hoc rationabile factum in posterum permaneat ratum et inconvulsum sigili nostri impressione et testium subscriptione hane litteram confirmavimus. Huius rei testes sont Dominus Gisilbertus de Sittenheim, Willelmus capellanus de Calmunt, Franco de Arkania, et Duo filii eins F. et W., Arnoldus de Ryminam, Egydius et Arnoldus filii nostri, Henricus de Dufele, Willelmus clericus noster de Belivort, Basilius famulus noster, ac alii plures.
    Acta sunt haec apud Damietham anno Dominicæ Incarnationis M.CC.XX.VI. Kal. Feb (ruary).»
    Rijksarchief Antwerpen

      Deze oorkonde, waarin Wouter III Berthout een gift doet aan het Maria hospitaal van de Teutonische Ridders van Jeruzalem, heeft al menig historicus kopzorgen gegeven. Zo waren er meningsverschillen over de datering, de aanwezigheid van de vermelde personen en de plaatsaanduidingen in dit document. Ik ga trachten om enige klaarheid te scheppen in de vele verschillende publicaties omtrent deze oorkonde.

    De tijdsaanduiding : M.CC.XX.VI. Kal. Feb

    In de brochure ‘Grootlo ook uw parochie’ van de Grootlose Vriendenkring lezen we :
    “Het eerste tot nu toe gevonden, geschreven stuk, waarin de naam Grootlo voorkomt, is de akte van 1226, waar op de keerzijde Groetloe vermeld is, een tekst opgemaakt in oud Nederlands. De achterzijde is opgesteld in het Latijn en daar schrijft men ‘Grutlo’.”

    Bij Verellen in zijn Parochiegeschiedenis van Sint-Jan Baptist te Schriek en de H; Naam Jezus te Grootlo lezen we :

    SCHENKING VAN WOUTER BERTHOUT
    TE GROOTLO, 1221

    Van Grootlo is er voor het eerst spraak in een akte van 27 januari 1221 (n. s.). Wouter Berthout, Brabantse edele en heer van Mechelen, laat weten aan zijn broeder Gillis en aan zijn eigen zonen Wouter en Hendrik. dat hij, in het leger der Kruisvaarders bij Damiette liggend, ziek van lichaam doch helder van geest, aan het Ste-Maria-hospitaal der Teutonische Ridderorde te Jeruzalem geschonken beeft, 24 bunder beemden in « Rama » en 6 bunder harde grond in « Grutlo », tot zielerust van zijn voorouders en opdat God zich over hem in het laatste oordeel moge erbarmen. Onder de getuigen bevinden zich zijn zonen Gillis en Arnout, zijn broeder Hendrik van Duffel en zijn eigen dienaar Baziel.

    Het gebeurde tijdens de vijfde kruistocht. Zij waren vertrokken in 1217; Damiette werd belegerd in 1218, ingenomen en bezet in 1219, en nadien weder ontruimd. De Berthouts waren vurige kruisvaarders, sedert hun stamvader, Wouter Berthout van Grimbergen, in 1096 met Godfried van Bouillon aan de eerste kruistocht had deelgenomen.

    In de vijfde kruistocht nu waren er, de oudste, Wouter IV van Grimbergen (of I van Mechelen), met twee van zijn zonen, Gillis en Arnout; zijn jongste broeder Hendrik van Geel, Walem en Duffel; en zijn ander broeder Gillis I van Keerbergen, Berlaar, enz., met zijn vrouw, die beide reeds voor de akte van 27 januari 1221 terug naar huis keerden. Deze Gillis begon rond 1220 aan de abdij Rozendaal onder Walem, die zijn twee dochters nadien als abdis bestuurden, en hij trad zelf rond 1228 in de Teutonische Ridderorde van Pitsemburg te Mechelen.

    In 1190 hadden Duitse ridders tijdens de derde Kruisvaart hun legertenten omgevormd in een hospitaal voor zieken te Jeruzalem, en sedert lang hadden de Berthouts hen leren kennen en waarderen. Zo schonk Wouter Berthout, heer van Mechelen, de 24 bunder beemden in Rama en de 6 bunder grond in Grootlo (nu nog is er de Raambeek onder Grootlo), aan de Duitse ridders, die intussen tot broederschap en Ridderorde erkend en verheven werden; en volgens de akte, moesten zij daar, in Grootlo, een van die grote hoven maken, en kregen zij meteen de vergunning om in het uitgestrekte woud van Waver, zoveel hout te kappen en zwijnen te hoeden, als drie begunstigde ridders gewoon zijn.

    Grootlo kreeg zijn oudste vermelding in 1221, op grond van de kristelijke weldadigheid der Berthouts, die toen reeds optraden als de bijzonderste beschermers van kerken en kloosters, vooral der Cisterciënsers en Premonstratensers.

    Karel Lemmens citeert uit de oorkonden van Pitsemburg deel I p. 16 ook op datum van 27 januari 1221.

    Rik Van den Broeck in Zwaantje XII p 102 houdt het op 26 januari 1221.

    Bij Miraeus-Foppens, die de tekst foutief overschreven als MCCXXVI VI Kal. Feb komen we zo op 27 januari 1226. Deze fout heeft lang bestaan tot o.a. Wauters, Th. De Raedt en M.J. Vannerus hun bedenkingen hadden bij de datering en ze de foute vermelding bij Miraeus-Foppens ontdekten. Zij konden moeilijk aannemen dat alle cijfers tot het jaartal behoorden, ook al omdat er in dat jaar te Damietta niets speciaals te beleven was.

    Hoe moeten we deze datum nu ontleden?

    Eerst even kort vooraf de gebeurtenissen schetsen.

    Omstreeks mei-juni 1217 vertrokken de kruisvaarders onder leiding van Willem I, graaf van Vlaanderen, naar het Heilig Land. In juli bereikte hun vloot de stad Lissabon, waar de aartsbisschop hun hulp inriep om het Alcazar te bevrijden van de Moren. Iets wat hen lukte na een belegering van ruim drie maanden. Daardoor was het reeds mei 1218 voor ze nabij Damietta ontscheepten. Na een strijd van enkele maanden werd Damietta op 6 november 1219 ingenomen en geplunderd door de kruisvaarders. Tijdens deze belegering en inname werd Wouter Berthout III zwaar gewond. Hij werd er verpleegd in een hospitaal van de Ridderorde van Pitsemburg. Op zijn sterfbed deed hij een gift aan deze orde, welke akte we bovenaan kunnen lezen.

    1° MCCXXVI kalendas februarii = 1 februari 1226 We zien alle Romeinse cijfers als een deel van het jaartal. Deze datum lijkt gezien de gebeurtenissen welke hierboven zijn geschetst onmogelijk; dit is ruim zes jaar na de feiten.

    2° MCCXX VI Kal. Feb = 6 februari 1220 (de zesde der kalenden van februari)

    Bij deze stelling welke meer aanvaardbaar is als de eerste komt er een nieuw probleem om de hoek kijken, nl. welke stijl van kalender is gebruikt door de schrijver van het document.

    • a) de kerststijl : het jaartal verandert met Kerstmis (deze stijl was in gebruik tot omstreeks 1200)
    • b) de paasstijl : het jaartal verandert met Pasen (deze stijl komt na de kerststijl). Deze stijl heeft één groot nadeel : omdat Pasen steeds op een andere datum valt, kan je het ene jaar twee dezelfde datums tegenkomen, en het andere jaar bepaalde dagen missen.
    • c) de nieuwjaarstijl : het jaar begint telkens op 1 januari (vanaf 1 januari 1576 voor Vlaanderen)

    Blijft nu de vraag : gebruikte men de kerstmistijd of de paastijd?

    Aangezien alle oude data worden omgezet naar de nieuwjaarstijl is dit hier van groot belang.

    De val van de stad Damietta situeerde zich begin november 1919. Daar is Wouter Berthout gewond geraakt, en bij de datum 6 februari 1220 (27.01.1220 kerststijl omgezet in nieuwjaarstijl) zou deze schenking dus ongeveer twee à drie maanden later zijn gebeurd. Een heel aannemelijke mogelijkheid. Bij de datum 6 februari 1220 (27.01.1221 paasstijl omgezet in nieuwjaarstijl) verlopen ruim 15 maanden na zijn verwonding. Dit is ook niet mogelijk omdat we weten dat sommige personen vermeld op de akte in 1220 reeds terug waren in Vlaanderen.

    Besluit : De meest logische en aanvaardbare optie is 27.01.1220 (n.s.)

    De genoemde en de aanwezige personen :
    Om dit beter te begrijpen ga ik eerst even hun stamboom tonen.

    WOUTER II BERTHOUT
    Vermeld tussen 1178 en 1202, zoon van Wouter I Berthout en Margareta van Grimbergen
    Huwt met Guda van Loon (1169-1202), dochter van graaf Lodewijk I van Loon (1141-1171) en Agnes van Metz
    Kinderen :
      1. Wouter III Berthout
     
    2. Gillis I heer van Berlaar (1195-†1241) huwt met Catharina van Belle en is de stamvader van de Berlaarse Berthouts
      3. misschien ook een Guda
    † vermoedelijk op 05.11.1202 en begraven in de St.-Romboutskerk te Mechelen

    WOUTER III BERTHOUT
    Vermeld tussen 1195 en 1220, zoon van Wouter II Berthout en Guda van Loon
    Huwt Sofie (1200-1220), waarschijnlijk de dochter van graaf Floris III van Holland
    Kinderen :
      1. Wouter IV Berthout
      2. Hendrik I (stamvader van de tak van Duffel en Geel)
      3. Gillis
      4. Dirk
      5. Arnold
      6. Maria
    † waarschijnlijk te Damiette (Egypte) tijdens de 5de Kruistocht, kort nadat hij de schenking had gedaan aan de Ridders van Pitsenburg op 27.01.1220.

    Waltherus Bertholdus, nobilis de Brabantia et Dominus de Machlinya, Domino Egidio, fratri suo Dilicti et filiis suis W. et H.

    We lezen hier: Wouter (III) Berthout, Brabants edelman en Heer van Mechelen, laat weten aan zijn broer Egidius (=Gillis I Berthout, heer van Berlaar), en zijn zonen W(outer IV Berthout, heer van Mechelen) en H(endrik I Berthout, heer van Duffel en Geel)*

    De getuigen :

    Dominus Gisilbertus de Sittenheim, Willelmus capellanus de Calmunt, Franco de Arkania, et Duo filii eins F. et W., Arnoldus de Ryminam, Egydius et Arnoldus filii nostri, Henricus de Dufele, Willelmus clericus noster de Belivort, Basilius famulus noster,

    Heer Gisilbertus van Sittenheim (= waarschijnlijk een Ridder van de Teutonische Ridderorde), kapelaan Willem van Calmunt (= waarschijnlijk Chaumont), Franciscus van Arkania (= waarschijnlijk Archennes), en twee zonen F. en W., Arnold van Ryminam (=Rijmenam, en hoogst waarschijnlijk een leenman van Wouter III Berthout), Gillis en Arnold zijn zonen, Hendrik van Dufele (Duffel), Willem zijn klerk van Belivort (= waarschijnlijk Belmont)*, Basiel zijn schildknaap.
    * gegevens tussen haakjes verduidelijken om welke personen het juist gaat.

    Hendrik van Duffel wordt door sommigen gezien als een broer van Wouter III. Waarom zou dit dan niet genoteerd zijn in de akte als voor zijn broer Gillis I van Berlaar? Vrij ongewoon toch!

    Volgens de stamboom zou het een broer kunnen zijn van Gillis en Arnold, maar dat lijkt mij even onwaarschijnlijk, omdat hij afzonderlijk (tussen komma’s) wordt vermeld en niet bij de twee andere zonen. Komt daarbij nog dat hij bovenaan vermeld is onder H. en dus niet meer aanwezig te Damietta op dat moment.

    Het meest doorslaggevend is wellicht dit.
    Voor het eerst in de geschiedenis wordt een lid van de Berthout dynastie genoemd als, heer van Mechelen. Iets wat heel eigenaardig is aangezien het Berthout imperium pas na zijn dood zal verdeeld worden. Gebruikte hij deze titel puur uit ijdelheid of waren er reeds plannen binnen de familie Berthout om over te gaan tot een opdeling van de eigendommen, en wist hij reeds over welke gebieden hij de titel kon voeren? We zullen het wellicht nooit te weten komen.

    Blijft natuurlijk de vraag : wie is dan die Hendrik van Duffel?

    Zoals voor Arnold van Rijmenam denk ik hier te maken te hebben met hun leenman, omdat leenmannen ook meestal hun heer volgden op kruistocht.

    De geschonken goederen.
    XXIIII bonuaria pratorum in Rama contulimus et VI bonuaria dure terre in Grutlo,
    24 bunder beemden in Rama en 6 bunder harde grond in Grutlo (=Grootlo)

    Het eerste deel is tot op heden steeds verklaard als beemden gelegen aan de Raambeek te Grootlo. Dit is volgens mijn bescheiden mening volledig fout, en wel om de volgende redenen :
     1. In 1309 bij de oprichting van de parochie Schriek wordt deze beek de grens van onze parochie en men noemt ze : walgracht
     2. De Raambeek bestond wel maar niet met deze naam – die wordt een eerste maal teruggevonden omstreeks 1700
     3. Op alle oude kaarten van 1550 en later vinden we als namen : Boeimeer fluvius, Bolsterbeek, Dolsterbeek
     4. Ook de omschrijving van de grond als zijnde beemden lijkt mij niet kunnen op de droge of natte heide- en veengronden van weleer !
     5. Van deze beemden is te Grootlo geen enkel spoor meer terug te vinden, noch in oude leenboeken, noch in oude cijnsboeken, noch als oude herenhoeve of dergerlijke.
     6. de Latijnse versie ‘in Rama’ betekent eigenlijk dat Rama een geografische streeknaam is en geen waterloop.
     7. Waar ligt Rama dan wel : Rama is het latijn voor terhameiden later omgevormd tot Ramijen = Gestel ; hameide = afsluiting bv. een hof werd afgesloten met vlechtwerk van takken
    Rama = vertaald uit het Latijn : takkenbos
    Rama is ook genoteerd op de kaart van de Amsterdammer Willem Blaeu (1571-1635) later vermeld men Ramay (zie detail van de kaart)

    Te Gestel zijn er wel een kasteel en oude hoeven terug te vinden omstreeks 1300. Ook op die alluviale gronden bij de Nete, past beter het woord beemd, dan op de zandgronden of veengronden van Grootlo.

    Waar bevinden zich die 6 bunder harde grond te Grootlo ?

    Om te beginnen gaan we eerst even kennismaken met de situatie in de XIIIe eeuw. De plaatsnamen in het blauw, rood en groen zijn allemaal nederzettingen met vermeldingen voor 1300. De grenzen zijn verre van duidelijk, maar in die tijd werden ze meestal gevormd door waterlopen en voor die tijd belangrijke wegen. Schriek (in het geel) maakte destijds deel uit van Beerzel, zoals Booischot van Heist en Baal van Aarschot. Veldonk en Ninde waren dan weer kleine nederzettingen onder Werchter.

    De grenzen van Schriek werden gevormd door:
    In het zuiden de huidige Raambeek, destijds walgracht, Boeimeer fluvius, Bolsterbeek, Dolsterbeek.
    In het noorden de oude baan naar Mechelen, komende van Booischot.
    In het oosten een doorsteek tussen het moerasgebied Grootlo en dat van de meren en moerassen van Pijpelheide en Begijnendijk.
    In het westen een verkorte doorsteek tussen enerzijds de oude Mechelbaan en de brug over de Raambeek op de weg (Leuvensebaan) van Putte naar Haacht (Hansbrug). Dat is de huidige meester Van der Borchtstraat.

    Welk deel van Schriek was nu Grootlo?

    Wel het grote moerassige gedeelte in het oosten van Schriek noemde men Grootlo (zie later ook de naamsverklaring van enkele oude toponiemen). De grens werd zowat gevormd door de huidige Leo Kempenaersstraat en de Leuvensebaan. Het gebied dat onder of juist boven de hoogtelijn van 10 meter ligt was destijds volledig onontgonnen, zeer nat, moeilijk toegankelijk en onbewoond. Alleen op de droge heidegronden aan de rand van het gebied waren er sporadische nederzettingen, zoals de Goorschrans op de Goorheide in het uiterste noordoosten.

    Op de kaart zie je 3 mogelijke locaties die in aanmerking komen : de Goorschrans, de Grootloschrans en de Steyne hoeve.

    De Goorschrans: in den beginne Schrieks grondgebied om volgende redenen :
    1° Goor of Goorheide is niet terug te vinden in de gehuchten van Oud-Heist, ook aerdtgangen genoemd.
    2° In Schriek loopt er een oude kerkweg met de naam Goorvoetweg : een verbinding tussen de Goorschrans en de huidige kerk.
    3° Bij de oprichting van onze parochie in aanwezigheid van de voornaamste inwoners van het dorp vinden we een zekere Walter van Goor terug.
    Maar deze locatie valt af omwille van de naam : het is een oude toponiem en de ligging : nl in het GOOR of Goorheide en niet in Grootloo

    De Grootlooschrans : die past volledig qua naamgeving maar niet qua ligging, nl; binnen de 10 meter grenslijn en dus met de pootjes midden in het veen, misschien zelfs in het water. Ook qua leeftijd klopt het niet, er zijn geen sporen voor 1500 terug te vinden van deze nederzetting.

    De steyne hoeve :
    Oudste vermelding in het oudste cynsboek van Schriek als de steyne hoeve van Ranst omstreeks 1450. De vermelding van Ranst verwijst ontegensprekelijk op de eigenaars van weleer. De ridders van Ranst waren bloedverwanten van de Berthouten zodat dit een logische zet was van de Berthouten bij het ontginnen van nieuwe gronden in het Waverwoud.

    In 1237 bij de oprichting van het klooster te Vremde (ook in handen van de Berthouten) vinden we reeds een Arnoldus Schrieck terug als molenaar bij de lekenbroeders. Waar had hij dat geleerd ? Ranst en Vremde liggen ook weer niet zo ver uit elkaar ! Ook bewijst dit dat de ontginning of de ontwikkeling van het gebied Grootlo volop bezig was.

    De naam steyne hoeve wijst duidelijk op het feit dat dit het eerste stenen gebouw was in het dorp, en een stenen gebouw overleeft vanzelf die 200 jaren verlopen tussen het ontstaan en de eerste vermelding in het cijnsboek.

    De ligging van het goed, nl. onder Grootlo. Mocht men het stuk grond situeren onder het oude Schriek, dat deel uit maakte van Beerzel, dan was het de pastoor van Beerzel die zijn heerlijke rechten op een deel van de tienden zou komen opeisen. Door onontgonnen gronden te cultiveren in het deel Grootlo, konden de Berthouten de volle buit binnenhalen, dachten ze. Later zal blijken dat ze hiervoor op het matje worden geroepen door de bisschop van Kamerijk, maar Wouter V Berthout weet het probleem in der minne op te lossen.

    In de omschrijving van het stuk grond in de akte van 1220 spreekt men terecht van harde grond. Grootlo was een groot veengebied dat zich uitstrekte tot het huidige Begijnendijk, slecht toegankelijk met hier en daar enkele hoger gelegen stukken heide als daar zijn : Kwade Heide, de Hoge Heide, de Donken, de Hazebergen, tegenover de laaggelegen delen als : Puttebeemden, het Rot, Paddepoelen, Brakkenvelden.

    De oudste kaart van Schriek dateert van 1651 en handelt over de bezittingen van de Steyne hoef, toen reeds uitgegroeid tot een prachtig herenhuis met alle luxe voor die tijd en ongeveer 32 ha ontgonnen landbouwgrond. Ook de eigenaars waren niet van de minsten. Zo vinden wij duidelijke aanwijzingen over meester Van der Laen, de vermoedelijke bouwer van het hof zoals afgebeeld op deze kaart, J.F. Van de Steenhuysen, heer van Poederlee en de familie Van der Stegen, heren van Schriek.

    De inplanting van de nieuwe kerk is duidelijk gekozen in samenhang met het leenhof Hovel of Uylenborch, en de Steyne hoeve, en niet in de omgeving van de kapel van Grootlo, waar zich de eerste kapel moet hebben bevonden. Zoals de kaart duidelijk maakt, kan men een prachtige rechte dreef tekenen tussen Uylenborch en de kerk, de huidige Hoogstraat met een stukje Grensstraat, en langs de andere kant de rechte dreef die men Drayboomstraet heette, de huidige Leo Kempenaersstraat met in zijn verlengde de Bredestraat. Ook de afstanden van beide belangrijke plaatsen passen perfect in dit concept.

    De verkregen gunsten:
    De ridders van Pitsemburg kregen het recht tot het kappen van hout en het hoeden van varkens in ‘het Waverwoud’, zoals het drie ridders toekomt.

    Dit betekende dat het Waverwoud eigendom was van de Berthouts (of zij beschouwden zich als de eigenaars) en in de naaste omgeving van de geschonken grond moest te vinden zijn.
    We weten uit oude geschriften dat er tussen de oude Mechelbaan en de huidige Schriekstraat zich een bos bevond, dus op luttele afstand van de locatie van de steyne hoeve.
    De weg tussen steyne hoeve en oude Mechelbaan heette “draaiboom”, wat betekende dat deze weg door het bos (de huidige Bredestraat) werd afgesloten met een boomstam, dus niet toegankelijk was voor vreemden, maar wel kon gebruikt worden door hen die van deze gunsten konden genieten. Weer een reden temeer om de locatie van de steyne hoeve als de 6 bunder harde grond in Grutlo aan te wijzen.



    21-03-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    20-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grootlo-3

    Grootlo – Wat betekent deze toponiem?

    Etymologie :
    Taalwetenschap op zoek naar oorsprong en geschiedenis van een woord of naam.
    Reeds eeuwen wordt de mens gefascineerd door de studie naar de herkomst van namen of woorden, omdat wij juist door deze woorden een duidelijker beeld van ons verleden willen verkrijgen. We willen ook weten wat ze juist betekenden.
    Bij deze zoektocht stuiten we op tal van problemen.
    1° Waar en wanneer werd het woord voor het eerst gebruikt ?
    2° Kan ik beschikken over betrouwbare bronnen ?
    Op de eerste vraag kan men enkel met benaderende veronderstellingen antwoorden. Ook de 2e vraag bezorgt elke taalvorser kopzorgen.
      a) Uit het Oudgermaans – Oudnoors of Oudnederfrankisch bezitten we zeer weinig geschriften.
      b) Daar er in die tijd en ook nog vele eeuwen later geen woordenboeken of spellingsregels bestonden, schreef ieder zijn eigen taaltje op eigen wijze neer (= dus dialect).
      c) Gelet op ons historisch verleden, wonen wij in een gebied waar vele volkeren, culturen en talen zich met elkaar hebben vermengd. ( het Latijn van de Romeinen, het Germaans van de Franken, het Noors van de Noormannen )
      d) Voor 1100 vinden we hooguit plaatsnamen en persoonsnamen uit onze streken terug in oorkonden of andere archiefstukken, meestal in een Latijnse versie. Pas in het begin van de XIIe eeuw verschijnen de eerste teksten in onze taal : het Middelnederlands. Onze huidige taal : het Nieuwnederlands begint met de onafhankelijkheid van Nederland omstreeks 1550.

    *De topografie is de wetenschap die zich bezig houdt met het zojuist mogelijk beschrijven van een plaats op onze aarde. Naast de omschrijvingen met alle mogelijke termen van natuurlijke elementen als meer, ven, rivier, … en beschrijvingen qua begroeiing als : moeras, heide, bos, … kende men vanouds ook namen toe aan grote of kleine gebieden. Deze toponiemen zijn op hun beurt de bronnen voor een nieuwe studie : Van waar komen die namen? Hoe oud is deze naam? Wat is hun betekenis? …? Zo noemde Caesar onze streken destijds “Belgica” wat later zal gebruikt worden om ons land de naam België te geven. Zo zal ook GRUTLO de naam geven aan dit gehucht en honderden jaren later zal EMELOO aan de basis liggen van het huidige Tremelo.

    Oude toponiemen blijven soms eeuwen bestaan, zijn zelfs terug te vinden in tal van achternamen van weleer, terwijl anderen slechts tijdelijk in gebruik zijn geweest om nadien in alle anonimiteit te verdwijnen of te worden vervangen door een nieuwe, misschien modernere naam. Vele oude benamingen komen op zeer veel verschillende plaatsen voor zoals het woord ‘broek’ dat men terugvindt van de kust tot in Limburg. Maar wie kent in Schriek nog de Springstokvoetweg van 1856 of de onderbanken te Grootlo van 1440 ? Namen die helaas soms volledig zijn verdwenen.

    Groot-loo
    We mogen hier het opzoekingswerk van de Grootlose Vriendenkring zeker niet vergeten, temeer dat het enkele merkwaardige uitspraken bevat welke om een woordje uitleg vragen.

    “NAAM BETEKENIS

    De ontleding van de plaatsnaam geeft zeer dikwijls bepaalde aanwijzingen in verband met de geschiedenis en de oorsprong van die plaats. Daarom gaan wij in dit hoofdstuk enkele bedenkingen wijden aan de naam Grootlo.
    Deze benaming vinden wij in oude geschriften op diverse wijzen geschreven, in vele gevallen neergepend zoals het blijkbaar werd uitgesproken.
    Het eerste tot nu toe gevonden, geschreven stuk, waarin de naam Grootlo voorkomt, is de akte van 1226, waar op de keerzijde Groetloe vermeld is, een tekst opgemaakt in oud Nederlands. De achterzijde is opgesteld in het latijn en daar schrijft men "Grutlo".(*1)
    In een schepenakte van 30 november 1481 vinden we terug de schrijfwijze Groetloe, (dit zou wel kunnen voortkomen van de gesproken taal, in ons huidig dialect klinkt het nog zo).
    In het inventaris van 1898 nr 162 schrijft men "de verhuring van het cappelgoed van Grootloo". Omstreeks het einde van de 17e eeuw treffen we op een vaantje "Den Soeten naem Iesus tot Groteloo". (*2) Behoudens enkele zeldzame schrijfwijzen als Grootte, Grootloy, wordt de betiteling Grootlo behouden tot omstreeks 1950, bij een nieuwe spelling werden alle plaatsnamen eindigend op Loo ingekort tot Lo. Welke schrijfwijze wij ook onder de loepe nemen, steeds vinden wij twee woorden: groot en lo(o) terug, uitgezonderd in de tekst der Berthouden.

    Wat het eerste gedeelte van het woord betreft, zijn er spraakkundig gezien weinig moeilijkheden te zoeken: groot betekent in onze taal: wijds, uitgestrekt.

    HET ACHTERVOEGSEL LO
    Wat Lo(o) betreft is het heel wat anders. In vele plaatsbenamingen, vooral in de oudst gekende, vinden wij dit achtervoegsel terug, o.a. Westerlo, Tessenderlo, Tongerlo, enz... (Deze twee laatste dorpen bestonden reeds ten tijde van de romeinen.)
    Aangaande de betekenis van dit woord zijn de meningen van de geschiedschrijvers nogal verdeeld. Sommige beweren dat het afgeleid is van het latijnse woord "locus", wat plaats betekent. Zo wordt beweerd dat de oorspronkelijke benaming van Tessenderlo "Taxandria Locus" zou geweest zijn. De Kempen werd inderdaad ten tijde van de romeinen Taxandria genoemd, zodat Tessenderlo een plaats in Taxandria betekent.
    Het is zeer goed mogelijk dat Lo het latijnse woord locus vertegenwoordigd, wat echter niet wil zeggen dat het er werd van afgeleid. Immers in de streken, ten noorden van onze huidige taalgrens, waar de romeinse kultuur praktisch niet is doorgedrongen, vinden we evenzeer "Lo" terug op diverse plaatsbenamingen.
    Volgens Smits, in zijn schatkamer van de Nederlandse oudheden, afgeleid van het friesche woord "loeg", wat niets anders betekent als dorp.
    Alting daarentegen beweert dat het komt van het keltische woord "loog", wat betekent een dorp bij of op een hoogte.
    Willems en Schayes laten uitschijnen dat het een bos is, terwijl De Smet en Warnkoenig er een beboste hoogte mee aanduiden.
    Bij Becanus vinden we een hoogte naast een moeras of vliet, Kannegieter vertaalt Loo door een vochtige, moerassige streek, Kreglinger door een dorre zandige plaats maar voegt er tevens aan toe dat het een plaats of streek kan betekenen.
    Vele van deze betekenissen zijn wat Grootlo betreft aanneembaar. Immers ten tijde van de Berthouden, was het gelegen aan een rand van een groot moeras (het Berthoutmeer), waarvan de meren te Pijpelheide een de moer in Grootlo een overblijfsel zijn. Anderzijds lag het aan de rand van het Waverwoud, dat zich uitstrekte van Mechelen tot aan het Graafschap Aarschot.

    Hieruit mogen we besluiten, dat Grootlo betekent: een grote plaats of dorp in het woud, gelegen aan een moeras.

    Het achtervoegsel LO geeft ons tevens een groot vermoeden dat de benaming zeer oud is.

    VOLGENS DE LEGENDE
    Volgens de legende zou het woord voortkomen van "Groot Loon". Op de plaats waar de kapel thans staat, was er vroeger een groot bos. Op een bepaalde dag was een boer er stronken aan het rooien en vond er een schat, welke hij zonder veel plichtplegingen op zijn zolder verborg, als een appel voor de dorst, maar sinds zijn vondst had hij geen rust meer en besloot met het gevonden geld een.kapel te bouwen. Om zo gauw mogelijk van zijn onrechtmatige eigendom verlost te zijn, betaalde hij zeer hoge lonen, vandaar "Groot Loon".(*3)
    Er wordt zelfs beweerd dat dit gebeurde tijdens de bouw van de kerk van Aarschot, rond 1100.

    EEN ANDERE MOGELIJKHEID
    Wanneer wij de benaming,uit de akte van W. Berthout, nader bezien en i.p.v. groot, grut (Grutlo) bestuderen kunnen wij het volgende besluiten.
    Grutte is een plant of beter gezegd en kruid dat in de middeleeuwen gebruikt werd om een bepaald aroma aan bier te geven. Zoals de geschiedenis ons leert, kende onze voorouders iets van dit brouwsel. Pratisch elke "oude belg" brouwde zijn eigen bier.
    Welnu dit kruid groeide uitsluitend in moerasgebied. En aangezien Grootlo gelegen was aan een groot moeras en lo in woordverklaring plaats kan betekenen, zou het kunnen zijn!!! dat de benaming van ons dorpje komt van "een plaats waar men grutte vond".(blz 37-39)
    *1 In het vorige bericht heb ik het uitgebreid gehad over deze akte van 1220. De Nederlandse tekst op de rugzijde is een notitie welke is aangebracht door een onbekende archivaris of historicus op een onbepaald tijdstip, misschien slechts tweehonderd jaar geleden. Het tot op heden oudste nederslandstalige document heb ik teruggevonden in het RA Arnhem. Het bevat de rekening van de inkomsten voor het land van Mechelen van 18 november 1331 tot 30 januari 1333 en daar is te lezen:
    “Dits op Grote Loe te meye 107 lb.8s. tor., valent …”
    “Dits op Groetloe ten selven tide: ….” En dit in hetzelfde document.

    *2 Voor de beschrijving van het bedevaartvaantje verwijs ik naar het bericht met die naam. Ondertussen weten we dat de tekening van het vaantje beduidend ouder is.

    *3 Wie beweert dat legenden verhaaltjes zijn zonder waarheden, doet de geschiedenis oneer aan. Zie wat ik vond op de eerste blz van het oudste doopregister van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek anno 1604.
    “…in ecclesiæ nostra St Jois Schriek et Hoogeloon co tompore quo suit Pastore Henricus Bellenus Lovaniensis…”
    Kwam dit verhaal misschien van de pastoor en was het wellicht in oorsprong Leuven in plaats van Aarschot. Wie zal het ons nog kunnen vertellen? Maar één zaak staat vast, deze legende was destijds sterk in de omgang, zelfs zo erg dat de pastoor de naam van de legende gebruikte om de gemeenschap van Grootlo aan te duiden in zijn doopregister.

    Wat zeggen taalkundigen nu over de betekenis van LOO?
    D. Buddingh heeft in zijn “Verhandeling over het Westland ter opheldering der LOO-EN, WOERDEN en HOVEN IN 1844“ een stukje neergeschreven met de verschillende betekenissen van het achtervoegsel -loo in vele plaatsnamen.

    “Kiliaan, Alting, Piccart en Smids, en anderen, verklaren dit woord door: ‘een verheven hoek lands’ en trachten dit door voorbeelden te bewijzen. De Hoogl. Ypey , Mr. Bilderdyk en Hoeufft , omhelzen dit gevoelen (11); de Franschman Rocquefort stemt daarmede vrijwel overeen (12) ; doch Ds. Heldring zegt: ‘Loo is ligt het heilig bosch, waar de Batavier zijnen Wodan diende.’ (13) Geene dier verklaringen kunnen wij als de onze omhelzen: wij zien in ‘ Loo’ en in al die Loo-en, waarvan ons vaderland nog vol is, niet anders dan de eenvoudige beteekenis van ‘water’, en denken daarbij aan de ‘bron’ der Germanen, waarvan Tacitus gewaagt; aan de waterdienst der Germaansche volksstammen, aan de heilige bron des voortijds, waaraan wij thans vertoeven, de Urdr-bron der Scandinaviërs.” (blz 11)
    Becanus verklaarde wellicht als eerste dat loo komt van het Latijnse locus, wat plaats betekent. Hij voegde er aan toe: plaats aan een moer, of aan een veen. Velen volgden zijn zienswijze, maar de meeste plaatsen op lo komen voor in Vlaanderen en Nederland, dus boven de taalgrens, waar de invloed van de Romeinen zeer gering was. Picart haalt er zelfs het Hebreeuws bij waar het ‘hoek land’ zou betekenen. Smids ziet Friese verbanden met ‘loeg’ wat dorp betekent.”

    In Vlaanderen worden bijna alle dorpsnamen op lo omschreven als bos (open plek in het bos), in navolging van de grote Van Dale en zijn etymologisch woordenboek.
    Geldt dit nu ook voor Grootlo = groot bos of grote open ruimte in het bos?
    Alle oude kaarten van onze streek situeren ten oosten van de kerk van Schriek een vrij groot moerassig gebied, dus geen bos of geen open ruimte. Belangrijk in de schenkingsakte van 1220 is ook dat het gaat om 6 bunder HARDE grond, dus niet gelegen in het moeras. Ook de verklaring voor Bollo = rond bos in veen- en moerasgebied of Tremelo = bos aan of in de weide lijken mij moeilijk te kunnen. Daarentegen kan ik het volledig vinden bij een verklaring lo = water, geen stromend water, maar vrij grote ondiepe waterplassen met enige specifieke begroeiing van struiken en waterplanten. Ooit las ik als verklaring : buitendijks water, wat we nu zouden kunnen omschrijven als overstromingsgebied bij beken en rivieren.

    Zo betekent Grootlo dus een groot buitendijks water (zie de kaart in het vorige bericht met de 10 meter hoogtelijn en het adjectief groot is hier niet overdreven); Bollo als rond buitendijks water en Tremelo wordt dan buitendijks water in de beemden. Nu nog zijn deze stellingen met oude, en nu nog aanwezige bewijzen te staven.

    Ouderen zullen zich zeker nog herinneren hoe de beemden tussen Tuindijk en Tramlei ’s winters onder water kwamen te staan. Daar hebben velen van ons nog leren ‘schofferdanen rijden’ = schaatsen. Ook in de omgeving van het Schrieks kerkhof zien we zowel links als rechts van de Tuindijk de lager gelegen delen welke in onze jonge jaren dikwijls onder water stonden. Voor de Bollo, vinden we nu nog grote vijvers van camping ‘De Meren’ en Tremeland. Ook ten westen van de kerk van Tremelo zijn nog vijvers of poelen terug te vinden. En bij de grensbepaling van de parochie Schriek in 1309 lezen we: “ We hebben de afbakening bepaald de loop van de walgracht die heel het gebied omsluit. Toch hoort tot dit gebied ook een stuk grond dat buiten de dijk ligt, genoemd het Berthoutmoer.” Dat Berthoutmoer waren de vroegere moerputten gelegen ten zuiden de Raambeek met een gedeelte heide tot Tremelo-kruis en de grenzen van Aarschot (Baal), een gebied dat we nu kennen als de Bollo.
    Ook op de vrij gedetailleerde Ferrariskaarten van 1777 zijn de historische restanten van deze poelen nog duidelijk zichtbaar.

    Ook de toponiemen van de kleinere deeltjes van Grootlo verwijzen naar de vochtige moerassige ofwel de droge heideachtige delen binnen Grootlo. Hier een opsomming van deze oude namen.
    Natte delen: 1. Berthoutmoer – 2. Puttebeemden – 3. de Koudhalzen – 4-5. de Voorste en Achterste Brakkenvelden – 6. de Schanshoek – 7. de killige landen – 8. het Rot – 9. Zwalperland – 10. de Verdronken ves(=vors) – 11. het Goor
    Droge delen: 12. de Donken – 13. de Hazebergen – 14. de Hoge Heide – 15. de Kwade heide – 16. de Capelle heide



    20-03-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    19-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grootlo-4

    Grootlo in beeld!

    1.DE KAPEL

    Tekening van de oude kapel omstreeks 1560 op het bedevaartvaantje van Schriek.
    Schets naar een prent uit de XVII eeuw in het RA Brussel. Wat opvalt is de omheining rond de kapel. 
    Schets naar een prent uit de XVII eeuw in het RA Brussel. Let op de waterput links boven!
    Schets van de kapel op het plan van Schriek uit 1742 (detail) RA Brussel. Deze kapel lijkt heel erg op die van het bedevaartvaantje, nl. met een kleiner voorportaal en de toren middenin. Let ook op het grote huis of was het een huizenrij op het kerkplein. 
    Grondplan van de kapel (76) op het stratenplan van 1837. N° 53 zijn de huizenrij welke zichtbaar zijn op de oude postkaart met zicht op het kerkplein. 
    Oude postkaart met een beeld van de nieuwe vergrote kapel. Rechts het huis van de burgemeester, later omgevormd tot pastorij. 
    Een zelfde beeld vanuit een iets veranderende hoek.
    Beeld op de kapel vanaf de grote baan naar Tremelo met links weer de woning van Engelbert Goossens. 
    Zicht op het driehoekig kerkplein, met links die oude huizenrij, achter de kerk de woning van de burgemeester en rechts het klooster van de zusters. 
    Zelfde beeld als hierboven iets meer naar rechts genomen met de school uiterst rechts.
     Met dank aan Eric Ceuppens die de beelden van zijn verzameling oude postkaarten ter beschikking stelde.

    vervolgd


    19-03-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-02-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stratenplan + buienradar

    Stratenplan + Buienradar


    Grotere kaart weergeven

    Je kan de radar instellen volgens je postcode en zo tevens de verwachtingen van de komende uren raadplegen. Klik daarvoor op het beeld en volg de instructies.


    28-02-2010, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen...

    Onder deze hoofding zullen regelmatig oude publicaties zoals krantenknipsels, affiches, herinneringsprentjes en andere druksels verschijnen zoals ik ze terugvond. U mag steeds reageren want u zal merken dat het niet altijd 'historisch' juist is wat er ooit is geschreven.

    Een zicht uit het Schriekse kinderkarnaval.

    Schriek heeft nu ook een karnavalviering

    Op woensdag 7 maart organiseerde de gemeenteschool van Schriek voor de eerste maal een kinderkarnaval. Vanzelfsprekend dat het wellukken van zulk een initiatief valt of staat met de belangstelling die het van het jeugdig publiek mag ontvangen. Deze belangstelling was er niet alleen doch overtrof in hoge mate alle verwachtingen. Juist geteld 235 verklede jongens en meisjes uit het «Schriekse lager onderwijs » (al of niet vergezeld van hun moeder) boden zich om 14 u. aan in de turnzaal van de gemeenteschool.

    Gedurende bijna twee uur werd er door een bonte bende harlekijntjes, klowns, cowboy's, indianen, zeerovers, chinezen, schotten, filmsterren, danseresjes, elfjes, feeën, heksen enz. gedanst en gezongen dat horen en zien verging. Ondertussen werd alles overvloedig gegarnierd met kilo’s confetti en serpentines.

    Toen werd overgegaan tot de trekking van de eerste prins en princes karnaval, steeg de spanning ten top. Uit de bus kwamen Ria Van den Acker (6e leerjaar) en Patrick Verschueren (5e leerjaar). Door prins Hedwig I (Prins Karnaval 72 der Aarschotse Kasseistampers) werden zij gekroond. Zij kregen tevens een sierlijk gegraveerd plakket om de hals.

    De joelende en feestvierende jeugd begaf zich dan naar buiten en trok in stoet door de voornaamste straten van het dorp. Op een praalwagen werden Prinses Ria I en Prins Patrick I meegevoerd en op hun beurt konden ze nogmaals zowel het toekijkend publiek, als de straten en de riolering van felgekleurde confetti voorzien. Waarlijk een dag die uitgroeide tot een feestdag voor de Schriekse jeugd en wellicht de eerste stap naar een jaarlijkse traditie.

    Uit “ons” nieuws – jaargang 83 nummer 11 – vrijdag 16 maart 1973
    Commentaar :
    Dit was niet de eerste, maar de tweede carnavalviering te Schriek. De eerste had plaats gevonden op woensdag 16 februari 1972 vanaf 14.00 u in de turnzaal van de gemeentelijke jongensschool. Wie bezit daarvan nog fotomateriaal?
    In 1973 was de school reeds met een wagen, verklede kinderen en 'bloedpensen' te bewonderen in de internationale carnavalstoet van Aarschot met als thema: "Tijl en Nele uit vrolijk Schriek".

    WIE BEZIT ER NOG EEN FOTO VAN DEZE GROEP IN DIE CARNAVALSTOET ???
    Ik zou deze heel graag hier willen bijplaatsen als uniek bewijs!

    Op de foto bovenaan:
    op de wagen : Alex Verschoren en Jan Schoovaerts
    trekkers : Jan Verlinden en Jan Mees
    drager van het bord "SRT" (Schriekse Radio en Televisie) Danny Maes
     
    Dit zijn de eerste foto's mij bezorgd door Alex Verschoren, waarvoor dank!
    Wie herkent zichzelf nog op deze foto's en kan het zich nog levendig herinneren? Laat het mij weten aub. 
    Enkele sfeerbeelden van de carnavalstoet van 11 maart 1989 mij bezorgd door Jos Daans.


    28-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (2)

    Ooit gelezen ...(2)

    DE HOUTEN WONING VAN SCHRIEK

    Hoe attentievol onze lezers zijn wordt hier nog eens bewezen. Énkele tijd geleden verscheen reeds op deze bladzijde onderstaande foto, voorstellend een houten woning te Schriek, in de Hoogstraat. De vraag was : welke lezer kan ons vertellen wanneer en door wie ze gebouwd werd en wanneer ze verdwenen is ? Het heeft wel een paar maand geduurd eer we antwoord ontvingen maar dit antwoord is er dan toch gekomen. Onder vorm van een vriendelijk briefje uit Berlaar.

    De heer J. Kempenaers, Stationsstraat, 188, te Berlaar, schrijft ons wat volgt : «In uw informatieblad van vrijdag 20 oktober - blz. 16 . zie ik bij toeval een foto staan van mijn ouderlijke woonst, met daarvoor mijn persoonlijke foto. Welnu, deze houten woning werd door ondergetekende, met medehulp van mijn vader — bekend onder de naam “de Kemp” – gebouwd in de zomermaanden van het jaar 1919. Enkele jaren nadien— werd er langs de noordelijke kant een schrijnwerkerij tegenaan gebouwd. In 1935 — als ik me goed herinner in de maand juli — is deze schrijnwerkerij in de vlammen opgegaan en werd die woning, een gemakkelijke prooi, door het vuur totaal verwoest, hetgeen me thans nog leed doet. Met gans bijzondere hoogachting...»

    Veel dank aan de heer Kempenaers, wiens antwoord vooral aan onze talrijke Schriekse lezers, zeker veel plezier zal doen. Als algemene oproep aan al onze lezers kunnen we eraan toevoegen : wie bezit nog een foto van vroeger die interessant zou zijn om in ons blad eens te publiceren : een verdwenen landschap, een bekende figuur van vroeger, een mooie groepsfoto enz. ?

    Uit “ons” nieuws – jaargang 51 nummer 3 – vrijdag 19 januari 1973
    Commentaar :
     


    27-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (3)

    Ooit gelezen ...(3)

    MILITIEKANTON HEYST-OP-DEN-BERG

    UITSLAG DER LOTING

    Uit  privé verzameling

    van MAANDAG, 3 FEBRUARI 1908
    Laag getal : 33 – Hoog getal : 224
    Eene r voor het nummer beteekent dat de loteling gereklameerd heeft.

    Beersel.
    1. Aerts, Jan Frans
    2. Augustynen, Jan Frans
    3. Badts, Jozef
    4. Crokaert, Alfons Louis
    5. De Haes, Frans Alfons
    6. Lambaerts Jan Baptist
    7. Lambrechts, Jozef Felix
    8. Leers, Frans Lodewijk
    9. Marien, Jan Augustijn
    10. Maris, Frans
    11. Peeters, Emiel
    12. Swiggers, Jan Gommaar
    13. Truyts, Ernest
    14. Verreth, Lodewijk
    15. Van Dessel, Frans Valentijn
    16. Van Genechten, Frans Camiel
    17. Van Kelst, Lodewijk
    18. Verbiest, Jules
    19. Verschoren, Constantijn
    20. Vertommen, Jozef
    Boisschot.
    1. Claes, Pieter
    2. De Cock, Pieter Leonard
    3. De Roover, Florentijn
    4. Goossens, Alfons
    5. Goris, Frans
    6. Houtmeyers, Frans Jozef Juliaan
    7. Lambrechts, Lodewijk
    8. Lambrechts, Lodewijk Emiel
    9. Leys, Alfons
    10. Liekens, Philip Frans
    11. Meulenbergs, Jan Jozef Karel
    12. Peeters, Alfons
    13. Peeters, Pieter Frans
    14. Peeters, Pieter Frans
    15. Rosiers, Lodewijk
    16. Salien, Jaak Corneel
    17. Steurs, Jozef
    18. Van Calster, Edmond Sebast.
    19. Van den Bosch, Gustaaf Adolf
    20. Van den Broeck, Frans
    21. Van den broeck, Jozef Alfons
    22. Van den Eynde, Julius
    23. Van Egdom, Frans
    24. Van Herck, Jan Baptist
    25. Van Rompaey, Hendrik
    26. Van Rompuy, Jan
    27. Van Roosendael, Hendrik
    28. Vekemans, Maria August Jaak
    29. Vermeulen, Alfons Frans
    30. Vincx, Jozef
    31. Vlemings, Frans
    32. Wouters. Frans Aloïs
    Hallaer
    1. Bellekens, Jan Frans Louis
    2. Compagnie, Jozef Alfons
    3. Docx, Constantinus Ludovicus
    4. Hermans, Jos. Maria Florentinus
    5. Moris, Franciscus
    6. Spits, Felix
    7. Van Hout, Louis Frans
    8. Van Loo, Louis Emiel
    9. Van Roy, Jan Emiel
    10. Verscuren, Leopold
    Heyst-op-den-Berg
    1. Bastaens, Petrus Alphonsus
    2. Bellekens, Theofiel
    3. Bogaerts, Franciscus Alphonsus
    4. Bruyndonckx, Julius Franciscus
    5. Ceulemans, Joannes Alphonsus
    6. De Lat, Petrus Ludovicus
    7. De Vries, Eugenius
    8. Geens, Henricus Amandus
    9. Geens, Josephus Silverius Aloys
    10. Geens, Petrus Alphonsus
    11. Goris, Eduardus
    12. Goyvaerts, Felix Alphonsus
    13. Goyvaerts, Franciscus Alphons
    14. Harlet, Joannes Franciscus
    15. Helsen, Franciscus Xaverius
    16. Lambrechts, Franciscus
    17. Lambrechts, Franciscus
    18. Lambrechts, Ludovicus Egidius
    19. Leys, Petrus Franciscus
    20. Liekens, Cornelius Dionisius
    21. Mans, Josephus Henricus
    22. Milo, Emiel
    23. Naulaerts, Amandus Julianus
    24. Ooms, Joannes Baptista r 79
    25. Paermentier, Firminus Carolus
    26. Panken, Adolphus
    27. Panken, Ludovicus
    28. Pauwels, Julius Reneirus
    29. Quaeyhaeghen, Julius Ludovic
    30. Salien, Amandus
    31. Scheirs, Franciscus


    172
    68
    85
    137
    110
    184
    82
    r 55
    128
    40
    102
    106
    66
    143
    201
    112
    r 69
    77
    70
    213

    122
    r 33
    136
    131
    140
    57
    123
    157
    150
    182
    91
    211
    74
    r 197
    219
    43
    59
    81
    114
    218
    r 204
    189
    48
    220
    r 105
    111
    187
    124
    104
    169
    193
    67

    210
    103
    r 202
    61
    113
    41
    r 42
    214
    38
    95

    117
    158
    83
    63
    44
    216
    78
    223
    222
    r 207
    98
    93
    46
    84
    73
    174
    221
    178
    97
    34
    208
    r 196
    r 60
    r 79
    r 49
    88
    118
    52
    145
    163
    130

    32. Tielemans, Franciscus Florentius
    33. Truyts, Franciscus Joan. Arm.
    34. T'Seyen, Petrus Julius
    35. Vaes, Franciscus
    36. Van Beethoven, Franciscus
    37. Van de Meuter, Ludov. August.
    38. Van den Bosch, Joannes Joseph
    39. Van den broeck, Emilius Carolus
    40. Van den Eynde, Josephus
    41. Van Dessel, Egidius Victor
    42. Van Herck, Julius
    43. Van Hoof, Aloysius Franciscus
    44. Van hoof, Alphonsus
    45. Van Overstraeten, Alfons
    46. Van Roosbroeck, Jan.M.Jos. Alb.
    47. Van Vooren, Cyrillus Franciscus
    48. Van Woensel, Jan Baptist
    49. Verbist, Josephus Leonardus M.
    50. Verelst, Franciscus Josephus
    51. Verhaert, Joannes Ludovicus
    52. Vermaelen, Guilielmus Alphonsus
    53. Verschueren, Julius Ludovicus
    54. Verschuren, Julianus
    55. Vets, Jan Lodewijk
    56. Wellens, Joannes Leo
    57. Weyns, Franciscus Ludovicus
    58. Wuyts, Amandus
    59. Wuyts, Leopoldus
    60. Wyns, Franciscus
    61. Wyns, Ludovicus Julius
    Putte
    1. Boeckxstaens, Jan Baptist
    2. Bogaerts, Jules Emiel
    3. Bogaerts, Victor
    4. Boschmans, Jan Baptist Florimond
    5. Bydekerke, Frans Aloys
    6. Cartuyvels, Jan Baptist
    7. Ceulemans, Lodewijk Frans
    8. Coudré, Frans
    9. Crauwels, Jozef
    10. Déaspé, Jan Frans
    11. De Haes, Petrus Alfons
    12. De Preter, Ernest Jozef
    13. De Preter, Theophiel
    14. De Wachter, Egied
    15. Dirix, Jozef
    16. Frans, Amand Alfons
    17. Geens, Jan Baptist
    18. Goossens, Hendrik Jozef
    19. Goovaerts, Jan Frans
    20. Goyvaerts, Jan Baptist
    21. Gullentops, Jan Baptist
    22. Gullentops, Martin Karel
    23. Haecx, Emiel Frans
    24. Jacobs, Petrus Francis
    25. Lambrechts, Julius
    26. Lens, Jozef Constant
    27. Meuris, Jozef Leopold
    28. Meurs, Livinus
    29. Nestor, Jozef Aloys
    30. Op de Beeck, Jozef
    31. Provinciael, Norbert Gustaaf
    32. Roggemans, Victor Theodoor
    33. Rousseau, Ernest
    34. Serneels, Pieter Aloys
    35. Thys, Alfons
    36. Thys, Jan Frans
    37. Van Camp, Frans
    38. Van Camp, Jozef Corneel
    39. Van den Eynde, Firmin Frans L.
    40. Van den Wyngaert, Jan Baptist
    41. Van der Auwera, Amand
    42. Van der Auwermeulen, Karel B.
    43. Van Dessel, Jan Renaat
    44. Van de Wouwer, Egied Leopold
    45. Van Joenerboey, Petrus Joseph
    46. Van Roy, Jan Marcel
    47. Vermeulen, Lodewijk Frans
    48. Vervloet, Lodewijk Frans
    49. Vervoort, Petrus
    50. Volckaerts, Frans
    51. Wittocx, Frans Alfons
    52. Wittocx, Jan Baptist Alfons
    Schrieck
    1. Claes, Jan Baptist
    2. De Ryck, Jozef
    3. Goris, Pieter Frans
    4. Lambrechts, Amand
    5. Op de Beeck, Gisbert Jozef
    6. Van Camp, Willem
    7. Van den Put, Frans Alfons
    8. Van den Put, Jan Baptist
    9. Van der Auwermeulen, Jozef Gust.
    10. Van Nuffelen, Emiel
    11. Verbeeck, Willem Alfons
    12. Vercammen, Jozef
    13. Verhaegen, Edward

    r 37
    139
    151
    147
    101
    76
    209
    r 62
    192
    66
    190
    89
    133
    45
    119
    86
    r 125
    135
    121
    224
    r 99
    126
    154
    72
    r 80
    96
    177
    87
    r 175
    134

    r 108
    198
    199
    194
    179
    r 170
    144
    r 191
    r 65
    36
    115
    r 176
    188
    155
    51
    146
    r 168
    r 205
    167
    r 212
    159
    165
    r 116
    161
    92
    152
    148
    217
    160
    149
    94
    171
    206
    39
    47
    127
    50
    180
    r 132
    142
    r 90
    r 173
    120
    75
    107
    156
    r 183
    r 53
    203
    r 71
    164
    58

    215
    181
    138
    r 100
    r 162
    200
    141
    129
    r 185
    186
    54
    56
    35

    Commentaar :
     


    26-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    25-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (4)

    Ooit gelezen ...(4)

    Uit “kerkarchief Schriek"
    Vollen aflaet ter eeren van den gelukzaligen Franciscus de Hieronymo

    Voor eeuwig vergunt door onzen H.Vader Pius 7 Paus Van Roomen en alle Christene geloovigen, die met een waer leetweezen gebiecht en gecommuniceert hebbende zullen koomen bezoeken de kerke van Werchter, en aldaer zullen bidden tot intentie van onze Moeder de H.Kerk.
     De plegtige hoogmisse op vrijdag 11 mey enzeven volgende dagen zal geschieden ten 10 ueren, nae dewelke zal gezegent worden met de Reliquie van den gelukzaligen Franciscus de Hieronymo.
     Nota Vollen aflaet op den zondag enzeven volgende dagen naet octaef van alle heyligen, ter eeren van den gelukzaligen Franciscus de Hieronymo

    Commentaar :
     











    Ook bekend als :
    Francis di Girolamo
    Francis de Geronimo
    Francis de Hieronymo
    Franciscus de Hieronymo
    Francis Jerome

    Herdenkingsdag 11 mei

    Levensbeschrijving:
    Geboren op 17 december 1642 op Grottaglie, Apulië, in de buurt van Taranto, Italië
    Studeerde letteren en filosofie aan het Jezuïetencollege van Taranto, Italië op de leeftijd van 16 jaar, nadien theologie en canoniek recht aan het college van Gesù Vecchio. Priester gewijd in Napels, Italië op 18 maart 1666. Jezuïet geworden op 1 juli 1670. Landelijke missionaris in en rond Napels voor ongeveer 40 jaar.

    Succesvol en effectief predikant, zelfs in gevangenissen, voor bordelen of bij de galeislaven. Hielp bij de uitwisseling van Moorse en Turkse oorlogsgevangenen. Redde kinderen uit gevaarlijke en vernederende situaties.

    Enkele van zijn brieven zijn gekend, maar geen preken.

    Overleden 11 mei 1716 te Napels, Italië natuurlijke dood

    Zalig verklaard 2 mei 1806 door Paus Pius VII
    Heilig verklaard 26 mei 1839 door Paus Gregorius XVI



    25-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (5)

    Ooit gelezen ...(5)

    De «Uyle» krijst te Schriek

    In oude archiefstukken komt de naam van Schriek voor onder verschillende schrijfvormen : Schrick, Schriecke, Schrieck, Schriek. In een bekende, zeer belangrijke oorkonde, staat Schriecke. Naar de bewering van sommige geschiedkundigen zou de naam Schriecke afgeleid zijn van «schriecken» wat niets anders betekend als schrijden. In vroegere eeuwen moet de streek zeer drassig geweest zijn. Om er droogvoets door te geraken moest men dikwijls schrijden. Aldus zou Schriekstraat «schrijdstraat» kunnen betekenen, hetgeen wil zeggen, dat men meermaals moest schrijden om langs die straat in of uit de dorpskom te komen. Schriekenaar zou in dit geval «schrijdenaar», schrijder betekenen ; iemand die met wijd uitgezette benen, met schrijdbenen loopt !

    In andere oudere stukken staat Schriek vermeld als «Schrick». De geschiedschrijvers verklaren dat dit de verfranste naam is voor Schriecke, terwijl «Verschuerens verklarend woordenboek» Schriecke opgeeft als hoek, bocht of kronkel. Alle voorgaande beweringen worden evenwel met klem tegengesproken door een oud Schriekenaar die zich met de heemkunde en de studie van onze foklore heeft bezig gehouden. Volgens hem betekent Schriek niets anders dan schrik of angst. Hij bejaat zijn verklaring als zou het hier, in dit hoekje van het Waverwoud, vroeger onveilig zijn geweest. Een roversbende, die zich in deze streek schuil hield en er heel eigenaardige roversmethoden op nahield, joeg de SCHRIK op het lijf van sommige personen. Zo zou Schriekenaar, schrikkenaar, een schrik betekenen ; iemand die bij sommige mensen zekere angstgevoelens, gewoonlijk vergezeld met onwillekeurige bewegingen, verwekt !

    De «Uylehoeve».

    De roversbende die indertijd de streek onveilig maakte, dreef haar stoutmoedigheid zo ver door dat ze, als zinnebeeld van haar nachtelijke tochten, een uit eik gekapte uil boven op de puntgevel van haar schuiloord liet zetten. Die verblijfplaats was een zeer oude hofstede, een schrans, omgeven door een brede gracht. Een gedeelte van de woonst bestond uit overblijfselen van een oude Karolingse hoeve. In de loop van de 19e eeuw werd dit «bolwerk» afgebroken. Een meer moderne, stenen hoeve, die heden nog de naam draagt van Uyle-hoeve, herrees op dezelfde plaats. Deze hofstade is gelegen een kilometer westwaarts van de dorpskerk, op het grondgebied van de gemeente Putte. Ondertussen is de oude Uylehoeve echter eigendom geworden van een stadsbewoner die het gebouw vernieuwde en het omliggende omvormde tot bouwgrond. Vóór 1850 had de toenmalige bewoner van de hoeve de «Uyle», het symbool van de roversbende, op de puntgevel laten bedekken met een aarden pot, waarop een zware ijzeren plaat. De «moderne» Uyle-hoeve staat er nog ; een gedeelte van de oude omwatering is nog te zien, doch... de Uyle is verdwenen, zoek geraakt bij verbouwingswerken uit voorgaande eeuw.

    Ten voordele der armen

    Naar de bewering van onze folklorist trokken de «schrik aanjagende bewoners van de Uyle» regelmatig op rooftocht. Evenals de echte uilen het gemunt hebben op schadelijk gedierte, zouden onze rovers hun plunderingen hebben gepleegd bij en op personen die «schadelijk» waren voor een gezond maatschappelijk leven ; die hun onderdanen, hun hovigen of hun lijfeigenen, onmenselijk behandelden en voor gepresteerde arbeid meer stokslagen dan voedsel en kleren vergoedden, Telkens, een hovige uit de streek in nood verkeerde, vergaderde de bende om te beraadslagen op welke manier men het best die arme zou kunnen helpen ; om te bespreken en te beramen hoe en waar een roofoverval met het meeste sukses van slagen zou kunnen plaats hebben. Ze bedachten de meest angstaanjagende middelen om hun slachtoffers de SCHRIK op het lijf te jagen. De bevreesde en verschrikte benadeelden vertelden dan ook de luguberste verhalen over de rovers en over de streek, zodat men ze weldra de SCHRIK ging noemen.

    Na een gelukte nachtelijke tocht, en zo waren er verschillende, nodigden de rovers de streekhovigen.uit op een of andere plaats. De bijeenkomsten verliepen meestal in een sfeer van vreugde en jolijt, van plezier en spel. De hoofdman van de bende verdeelde dan de buit onder de aanwezige armen, het grootste deel aan de meest behoeftige.

    Dergelijke bijeenkomsten of feestelijkheden hadden regelmatig plaats. Later, wanneer de rovers uitgestorven of gevangen waren genomen en de streek weer veilig was, kwamen de Schrikkenaren af en toe samen op een feestje om, naar het voorbeeld der ridderlijke Uylen, het een en ander bijeen te brengen voor een behoeftige uit het dorp, voor een ongelukkige uit.de streek. Met dit droegen zij dan hun partje bij tot het verwezenlijken van een goede zaak. Die feesten noemde men dan de «UYLE-FEESTEN».

    Naar het voorbeeld van hun voorvaderen houden de Schriekenaren nu ook «UYLE-FEESTEN» ; een verbroederingsfeest tussen de bewoners en de verenigingen van Schriek, Deze Uylefeesten. gaan door op zaterdag 13, zondag 14 en maandag 15 mei 1967. De «be hoeftige» is E. H. Broeckx die op zo'n prachtige wijze voor de verbeteringswerken van de parochiezaal instond. De feesten gaan door op de speelplaats van de zusterschool en het programma vermeldt heel wat attrakties met onder andere een handelsbeurs, een reuze kaartwedstrijd, een vlaamse kermis, een kinderfeest en verschillende dansavonden.

    Het programma zal met datum en uur ten gepaste tijde in ons blad verschijnen.

    De «Uyle-hoeve» zoals zij er thans uitziet. De oorspronkelijke bouw bleef behouden, doch zoals dat in het kader van de dennenbossen past (?) werd zij omgevormd tot… «fermette».
    Uit Ons Puts Weekblad van Zaterdag 8 april 1967 blz 3



    24-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (6)

    Ooit gelezen ...(6)

    EEN "VLIEGENDE BOM" VOOR GROOTLO

    Pastoor Louis Vermeerbeeck (*) trok die zondagmorgen de misgewaden van over het hoofd. De vroegmis was ten einde en de gelovigen spoedden zich naar huis. Het was een morgen zoals al die andere morgenden van 1944. De zon stond helder en al wees de kalender 30 oktober aan dan was de weermaker toch eerder gunstig gestemd. Voor een najaarsdag was het weder zelfs buitengewoon en de menigvuldige vogelvangers, die het dorpje Grootlo bevolkten, konden niet beter wensen. Voor hen liep het seizoen ten einde en men was reeds aan het bedenken wat men na de vogelvangst als hobby zou kiezen. De oorlog bood niet veel bezigheden. Eten was er weinig, doch voor de inwoners van Grootlo was dat nog niet zo erg. Ieder huisgezin bebouwde immers wat land en af en toe kwam er wel eens een haasje of konijntje in de pot na een nachtelijke strooptocht.

    Jef Van Neef zoals iedereen hem te Grootlo kent : de pet scheef op het hoofd en de sjaal stevig aangeknoopt.

    Vanuit dé vroegmis stapten die morgen van 30 oktober verschillende jonge mannen de bossen in, op zoek naar de vogelhut die zij ’s morgens hadden verlaten om de mis bij te wonen. Sommigen trokken in de richting Schriek, anderen naar de «Hazebergen» of «Putte bossen», nog anderen naar de omgeving van «den Eikenbos». Den Eikenbos was voor de vogelvangers een echt paradijs. Het gesjirp was er nooit uit de lucht en vooral de «sijsjesvangers» vonden er hun gading. Zo trok die morgen ook Jef Wouters (Jef van Neef) naar zijn vogelhut in «den Èikenbos».

    Jef was 22 jaar en het vogelvangen zat hem in het bloed van toen hij nog school liep. Jef's lievelingsvogel was het sijsje en hij had zijn hut dan ook opgeslagen te midden van elsenstruiken of «katjes», zoals men dat in de omgeving noemt. De vriend van Jef van Neef, Frans Gijsemans (Frans van de Poenne) keerde huiswaarts. Hij had samen met Jef de mis bijgewoond en zijn maag «gromde van de honger». Zo trokken beide jonge mensen in een andere richting. Frans zou Jef wel vervoegen wanneer hij een zwarte boterham door ‘t keelgat had en met een tas «malt» de laatste stukjes doorgespoeld !

    Jef van Neef vergrootte zijn stap want het was ondertussen reeds kwart na acht geworden. Toen de Eikenbos voor hem opdoemde was de grote wijzer nog vijf minuten verder gezakt en konden de netten opnieuw opengeworpen worden. Jef kroop achter de uitgekapte takken die zijn hut uitmaakten en pas trok hij zijn roervogeltje een beetje omhoog of daar hoorde hij een eigenaardig geschuifel. Een grote zwarte schaduw schoof bijna geluidloos langs hem heen. Instinktief liet de schrikkende vogelvanger zijn roerkoordje los en dook vanuit zijn hut in de naastliggende gracht ! Toen volgde een eksplosie...

    Een «Vliegende bom»

    Eén minuut voor de duiksprong van Jef van Neef stond Jules Van Craen, herberghouder en varkenskoopman te Grootlo, in zijn buitendeur. Jules stond zo maar te kijken... eenvoudig de lucht in, speurend naar die eigenaardige tuigen welke sinds een paar weken boven de Zuiderkempen pruttelden. «Allemaal voor Antwerpen», zegden de mensen. De vliegende bommen, Duitslands laatste stuiptrekking, zaaiden overal dood en vernieling. De eerste lanceerbasis stond in de omgeving van Antwerpen. Vandaar stuurde men de V1 naar Engeland waar vooral Londen het zwaar te verduren kreeg. De Engelse hoofdstad was weken een spektakel van dood en ellende. Toen vonden de Britten het welletjes. De Duitse afvuurbasis werd gebombardeerd door de Engelse vliegtuigen doch, toen de Duitsers terug achter hun grenzen trokken, begon de vliegende bommenregen opnieuw. Ditmaal met eindpunt Antwerpen.

    «Langs ginder ging de bom», zegt Jules Van Craen. Van in «de doelen» wijst hij de plaats vanwaar de V1 kwam aandrijven toen hij door het steegje naast zijn huis in de richting van de Oude Kapel vluchtte.

    Jules Van Craen stond dus zo maar in de lucht te turen. De gecensureerde dagbladen brachten geregeld verslagen van de verwoestingen te Antwerpen. De Zuiderkempen lag niet zover af en... men kon nooit weten. Geregeld trokken de vliegende bommen over Grootlo. Er waren er in de omgeving reeds enkele gevallen doch heel erg was dat tot dan toe niet geweest. Jules' gedachten aan de vliegende bommen en al wat de oorlog met zich bracht kregen plots een lelijke deuk toen hij vanuit de richting Schriek plots een groot tuig pruttelend zag komen aandrijven. Jules schrok zo hevig dat hij zich vliegensvlug uit de voeten maakte. Hij vluchtte door «de doelen», het smal steegje naast zijn woning, in de richting van de Oude Kapel. Achteruitkijkend zag Jules de bom in de richting van de toren drijven. Wiegend van links naar rechts kon zij alle ogenblikken tegen de toren terechtkomen of het dak van de kerk raken. Het angstzweet brak Jules uit en roepend «allemaal de kelder in» drong hij steeds verder achteruit. Jules zag nog juist hoe de vliegende bom plots naar links zwaaide en zo van een niet toren en kerk miste. Steeds dalend en wiegend zakte de bom over Jan Wouters' bos in de richting van de Bollo. Achter het toen nog kleine dennenbos van Jan Wouters zaten de gebroeders Gustaaf en Louis De Weerdt vogels te vangen. Met hun grote netten konden zij de bom, die rakelings over hun hoofden scheerde, gemakkelijk trekken. Gustaaf en Louis trokken echter de koppen in en ondertussen had Jules Van Craen zich te Grootlo plat op de grond geworpen. Enkele seconden later daverde de hele omgeving. Ruiten vlogen aan stukken. De gevelankers van het huis Jan Geens braken over en in sommige woningen werden de raamkozijnen overgerukt... De vliegende bom was gevallen ; bijna 1 km. ten zuid-oosten van Grootlo, op 250 meter van het broederpaar De Weerdt en slechts op 30 meter van Jef van Neef die onder een hoop bladeren versuft in een gracht lag.

    Schade

    Enkele tientallen meter van de ontploffing stond het lemen huisje van het echtpaar De Winter-Goossens. Stef en Trees, zoals men hen te Grootlo noemt, woonden er sinds vele jaren. In het hartje van «den Èikenbos» lag hun woning er in een droomkader, omgeven door een eupenhaag, dennenbossen, loofbomen en heide. Stef en Trees verbleven er sinds hun trouwdag en hun zeven kinderen werden er allemaal geboren. In 1944 waren er daarvan echter vier getrouwd, zodat nog drie jongens deel uitmaakten van dat een zo grote gezin.

    Stef De Winter en zijn vrouw Trees voor de puinen van hun verwoeste woning

    Trees was die morgen vroeg opgestaan en stond aan de bornput water te schelpen. Plots zag zij de bom langzaam naderbij komen. Tergend langzaam zakte het tuig weg tussen de dennenbomen, 50 meter vóór haar afgelegen woning. Toen ging de knal. Gans het huis daverde; het dak brak in twee en zakte als een kaartenhuisje in mekaar. Pannen en balken vlogen in het rond en toen Trees opnieuw recht wou komen zat zij bedolven onder de hoop puin die haar tegen de bornput klemde. Wonder boven wonder liep zij geen letsel op. Zelfs Stef, die naar de schuilkelder vluchtte toen de bom grond raakte liep geen schram op. Stef was juist de eerste trap genaderd toen de knal ging. Met een ruk vloog hij tot achter in het hol en ... «mij zelfs nog niet zeer gedaan», zegde hij later ! Als bij mirakel ontsnapten vele mensen aan de dood of aan zware verwondingen. De schade was beperkt, uitgenomen het huis van Stef en Trees dat tot op heden toe nog steeds in dezelfde staat ligt. Stef bouwde later een soort blokhut waarin hij nu samen met Trees zijn oude dag slijt.

    Het verwoeste huis van Stef De Winter werd nog steeds niet heropgebouwd.


    De «vliegende bom» bracht voor Grootlo dus geluk en ongeluk. Wanneer de bom iets meer naar rechts was afgeweken, wanneer zij de toren passeerde had Grootlo er thans misschien heel anders uitgezien. Dan hadden vele mensen er het leven gelaten en was er van de heden bestaande huizen misschien niet veel meer recht gebleven. Thans blijft het, bij herinneringen. «Als de bom dit en als de bom dat !» Het heeft in feite allemaal geen betekenis. De mensen zijn de vliegende bommen bijna vergeten; Jef van Neef, Trees, Stef en al die andere personen die kort bij de eksplosie zaten komen op winteravonden, bij de kachel, of op zomeravonden, in de schaduw van een lindeboom, op de tong der vertellers ! Zij gaven kleur aan de ontploffing van een vliegende bom die geen mensenlevens eiste. Was het tijdens de oorlog maar altijd zo geweest !
    D.V.

    Uit Ons Puts Weekblad van zaterdag 17 juni 1967

    Commentaar
    (*) De pastoor heette niet Frans Vermeerbeeck maar Frans Vermeerbergen. Dit is duidelijk een fout van de drukker want ik vermoed dat DV staat voor Dré Verhoeven, een Grootlonaar die zeker de naam van de toenmalige pastoor kende.

    Oproep !
    Kan iemand mij de juiste plaats waar de bom insloeg laten weten. Dit zou mij heelwat opzoekwerk besparen. Je kan daarvoor de google maps gebruiken of een zo juist mogelijke omschrijving geven.
    O
    p aanwijzingen van Tom Stroobants zou dit de hoeve van Stef De Winter en zijn vrouw Trees geweest zijn. (In het rode cirkeltje)


    23-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (2)
    22-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen (7)

    Ooit gelezen 7

    'De Vluchtelingen'

    Burgers Vluchten voor den Oorlog

    Te Schrieck, den 13n September 1914, na twee dagen vechten te Wackerzeele. Een Zondagmorgen.

    Alhoewel wij uitgeput waren door het lange gevecht en nog doornat van den regen, kon geen enkel van ons slapen, dien morgen. Want de slag duurde voort ginder verder. De geweldige Krupp's dreunden in de ochtendlucht. Wij hadden het pijnlijk gevoel dat weldra alles zou gedaan zijn en wij terug naar Antwerpen zouden moeten gaan. De officieren hadden ons gezegd dat het doel bereikt was: Duitsche troepen, op weg naar Frankrijk, werden verplicht terug te komen. Het was dus enkel een uitval van wege ons klein leger. Wij hadden nochtans zoo gehoopt naar Brussel te kunnen gaan; dat zou echter voor een andere maal zijn, werd er troostgewijze gezegd.

    Wij gingen wandelen in het dorp. Plots zagen wij, langs den steenweg die naar Schrieck leidt, een langen onregelmatigen, armzaligen stoet: De vluchtelingen!
    Zij naderden traag, gebogen onder hun smart en hun last. Zwijgend gingen zij voorbij, in de pijnlijke stilte.

    Vrouwen van te lande, met kleine, moezaam beenen - de kinderen die rondom krioelden of aan hun rok hingen en braaf en onbegrijpend verder trokken. Enkele vrouwen droegen hun zuigeling. Dan mannen met kruiwagens, steek-karretjes of, hier en daar, een bespannen paard. En al de arme, arme inboedel van die lieden, gepakt lijk het kon, in dubbele haast.

    Hier kwamen twee oudjes, hand aan hand en gebogen; kinderen weer, gedrukt door lijden en vrees. Een man voerde een zieke vrouw op een ratelenden, schokkenden kruiwagen; de vrouw hield haar hoofd verdoken en weende zacht, zonder geluid en immer aan. Dan weer vrouwen met hun pakjes van goed en de kinderen, en dan weer mannen, norsch en gesloten met een sombere vlam in de ogen. Nu en dan werd een koe met koorstige haast voortgedreven. Honden liepen naast hun meester en wilden niet teruggaan.

    En de ellendige stoet stapte zwijgend verder, steeds verder van de hutjes en hoeven welke - voor hoelang? - moesten verlaten worden en waar het leven zoo stil en goed was. Waarheen gingen zij? Zij wisten niets; zij vluchtten. Zij ontvluchtten de akelige bedreiging van moord en brand, met de vage hoop ergens langs een der verre banen de goede haven te kunnen vinden waar rust zou zijn.

    Wat achter hun rug lag was dood en vernieling en met hun vreedzame dorpjes zou gebeuren wat zij misschien gezien hadden langs hun weg, in het verkoolde Tremeloo.

    En 't schoot ons te binnen, met diepe pijn en schrijnend medelijden, hoe wij zelf die verbrande woningen hadden gezien die hun zwart geraamte opspookten langs de verlaten wegen en zoo hartverscheurend dood waren, voor altijd, te midden der groene, rijke velden en door de zon beschenen boomen. Ik had in de puinen van een dier huizen verkoolde overblijfsels gezien van alle blijdschap, van alle fierheid, van alle werk; kromgewrongen stukken van een rijwiel en een naaimachien, en dan vooral de zwartgebrande tarwe van den laatsten oogst... En onder allerlei plaaster en scherven en verbrand hout zag ik een hoofd van een Kristus-beeld; gesmolten glas lag in een band rond den mond gekleefd, als ware sedert deze sombere tijden die groote, schoone stem die tot de wereld sprak, thans voor eeuwen tot zwijgen gebracht.

    De stoet van wanhoop en ellende was voorbij, 't Was Zondag; de lucht was blauw, met prachtige wolken en de zon scheen feestelijk. En de losbarstingen der geweldige Krupp's donderden steeds een klein uur verder.

    Maar wie ooit zulk een schouwspel van ongeluk en rampzaligheid zag en daarbij zijn onmacht voelde en die zijn land en zijn volk lief heeft, die herinnert zich voor zijn gansche leven hoe hij in woede de vuisten balde en hoe zijn keel kropte en zijn oog vol tranen schoot...

    En die weet dat zulks nooit meer gebeuren mag noch zal en dat ons land gereed zal zijn, altijd nu gereed moet zijn voor zijne zelfverdediging.

    D.
    uit het tijdschrift 'De Legerbode' No. 720, 19 september 1920



    22-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ooit gelezen-8

    Ooit gelezen 8

    'En waar de ster bleef stille staan'
    opvoering te Schriek in februari 1930
    In de bijlage vind je een afdruk van het voorblad en een afdruk met alle gegevens van de opvoeringen, de tekst van de volgende twee blz vind je hier onderaan

    BEKNOPTE. INHOUD.
    VAN:
    EN WAAR DE STER BLEEF STILLE STAAN.

    ZE KOMEN !!!
    PITJE VOGEL, SCHROBBERBEECK en SUSKEWIET —

    Het zijn de straatloopers; van overal en de dingen die ze vertellen en beleven liggen in den mond van het volk en gebeuren in elke streek.

    Het zijn de schooiers, die nooit eens een heete stoof hebben om zich te warmen en dag-in, dag-uit rondloopen met een gelapte broek en een vest waarbij hen de lodderen achterna zwieren.

    Zij bezitten geen rooden duit, leven van den hemelschen dauw en van wat ze dagelijks per abuus kunnen meenemen.

    Hun neus gloeit als een nachtlichtje: van de vele borrels die ze naar binnen klinken en hun ziel is zoo zwart als hun voeten; van de vele kiekens die ze 's nachts bij de boeren den nek. omwringen.

    Hun ideaal is een kruik genever, zoo groot dat z' er recht op kunnen instaan en eenen ronden buik vol eten dat z’ er een vlooiken kunnen op kraken. Het is de oude historie van een man die zijn ziel aan den duivel verkoopt.

    Het is het legendespel van Felix Timmermans. Een spel dat méér dan honderd maal door het Vlaamsche Volkstooneel werd opgevoerd in Vlaanderen en in het buitenland.

    Een internationaal succes.

    Het is een verbeelding die als een drieluik drie Kerstmissen omvat. De eerste vangt aan in de staminee van Polien Pap " In 't Zeemeerminneke ,, Tusschen de drinkende en tierende boeren zijn drie trouwe kamaraden vergaderd : de palingvisscher Pitje Vogel, de herder Suskewiet en de bedelaar Schrobberbeeck, drie wilde vogels langs de wegen. Met een lei vol schuld bij Polien, een zak vol lucht, een leegen buik en een on-verzadigden dorst, is 't drietal er ellendig aan toe. De bijtende Winter is ook voor Schrobberbeeck, den bedelaar, een ernstige ambtsbelemmering.

    Zoo gaat het niet langer. Suskewiet krijgt een " blinkend gedacht,,, ze zullen op Kerstmis met de ster rond gaan. en de Drie Koningen spelen. Het zal een geweldig winstgevend bedrijf worden. Opgewonden als kinderen voor een feest verdringen de kerels zich met elkaars plannen. Suskewiet kent een gepast liedje. Hij zal het voordoen, maar Pitje Vogel moet het leeren zingen. Suskewiet zal ook de ster ineenkleuteren. Schrobberbeeck van zijn kant zal het wit van zijn oogen laten zien, en paternosters lezen. Uitgedost als hansworsten, trekken zij er op af. Bij hun terugkomst bemerken ze opeens aan een root droomende knotwilgen een kreupel foorwagentje. En als ze zien dat Jozef en Maria en Jezus — want 't is die heilige Familie die in den foorwagen zit — geen eten hebben en geen vuur, geven en geven ze van hun opgeborgde schatten. En dan na die overrompelende edelmoedigheid, hun bevreemding over het wonderlijke, even een ontdaanheid dat de glorie van den buit plotseling is verdwenen.

    Als er een haakje los is, heeft de duivel houvast. De tweede Kerstmis bewijst het. Van de drie trawanten is alleen Suskewiet standvastig gebleven. Hij is van het Kerst-miswonder doodernstig geworden, hij predikt van ijdelheid der ijdelheden tegen wie hooren of niet hooren wil. Hij deelt het lot der profeten en de burgemeester dreigt hem in een zottenhuis op te sluiten.

    Pitje Vogel en Schrobberbeeck slijpen nog altijd de straten af, met spijt om hun dwaze goedgeefschheid. Pitje Vogel droomt altijd van " een ronden buik waar ge de wereld op teekenen kunt" en Schrobberbeeck die maar één holleke had willen vullen, kan zich maar niet vergeven, dat hij eens twee kiekens ongemoeid heeft laten loopen.

    Die twee komen den vromen Suskewiet wat treiteren, maar ze hebben hem weer spoedig noodig als den derden koning met de ster. Suskewiet wil wel meedoen met zijn ster, maar dan moet 't profijt voor arme menschen zijn. Schrobberbeeck en Pitje Vogel willen heel de opbrengst omzetten in tabak en genever. “Met mijn ster geen zonde " houdt Suskewiet vol, en van armoe gaan de twee begeerige koningen dan maar alleen op stap. Hun oogst is schraal: slechts drie centen en een onbelegde boterham! De duivel ziet zijn kans en verschijnt in de gedaante van de Zwarte Madam: Pitje Vogel verkoopt zijn ziel.

    Suskewiet is aan 't sterven in denzelfden nacht. Hij was zoo graag opnieuw met de ster het.Goddelijk Kind gaan aanbidden, maar het Kindje Jezus komt zelf: " Omdat gij niet naar mij kunt komen, kom ik naar u. „ Dan is de tweede Kerstmis om. Het derde deel "geeft Pitje Vogel als slaaf van den duivel. Hij heeft overvloed van geld ; genever een vat vol, maar het smaakt hem als zeepwater. Hij leeft in doodsangst voor den duivel. Schrobberbeeck, aan wien hij zijn ellende klaagt, voelt zich veilig met zijn schapulier. Pitje Vogel zal door den duivel naar den Heksensabbath gebracht worden, doch hij vlucht, met. Satan op de hielen, den nacht in, waar juist het witte wonder van Kerstmis is begonnen; de lievenvrouwenbeelden van Vlaanderen worden levend, om 't Goddelijk kind te gaan aanbidden.

    Pitje .Vogel valt radeloos en berouwvol neer aan den voet van de Moeder der Smarten en wordt gered. Hij sterft met het Wees Gegroet op de lippen. Schrobberbeeck is zijn armzalig zondaarsleven aan het bepeinzen: "Och.... mijn handen zijn rapper dan mijn gedachten en de kiekens loopen zoo bekoorlijk tegen mijn voeten. ,,

    Een fijne stem klinkt tot hem op: Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, verlaat door de redding van Pitje Vogel, is bang niet tijdig bij de Kerstmis te zijn en vraagt Schrobberbeeck met zijn groote beenen er haar heen te dragen.

    " Ach „ — klaagt hij — " ik durf u niet dragen, Lieve Vrouwke! Mijn ziel is zoo zwart als mijn voeten. „ Maar Maria zal zijn ziel beschijnen tot ze blinkt en zuiver is als parlemoer.

    In een visioen verschijnt Jezus, stralend aan het kruis Schrobberbeeck, met een gebaar of hij een ster in zijn hand laat draaien, zingt.

    De Kerstmis is om. Alle drie de Koningen zijn binnengegaan.
    uit de uitnodigingen welke vroeger werden verstuurd.

    Bijlagen:
    Waardesterbleefstillestaan.pdf (741.5 KB)   



    21-02-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    30-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek in beeld (1)

    SCHRIEK IN BEELD

    Maak even kennis met Schriek aan de hand van oude landkaarten, prentkaarten,  oude foto's en filmopnamen.


    (uit privé verzameling)

    Detail van de kaart Brabantiae Germaniae inferioris nobilissimae provinciae descriptio 1570
    Jacobus van Deventer
    Scrieck omringt door Bersel - Gestel - Itegem - Heist - Boesch(ot) - Balem - Veldonck - Werchten -Neyde - Kierbergen
    De huidige Raambeek noemde Boymer fluvius


    (uit privé verzameling)

    Detail van de kaart Brabantiae descriptio 1591 van de Antwerpenaar Abraham Ortelius
    Scriek omringt door Bersel - Ghestel - Hallar - Heyst - Boesschot - Balem - Veldonck - Werchten- Neinde - Keerbergen
    De huidige Raambeek noemde Boeymeer fluvius


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    Zijaanzicht van de kerk omstreeks 1900. Op de plaats van het houten kruis uiterst links tegen de kerkhofmuur hing vroeger een triomfkruis met een gebeeldhouwde Christus. Dit kruisbeeld met de gekruisigde Jezus van ongeveer 2 meter, volgens bouwmeester Careels van grote kunstwaarde, werd gerestaureerd door Jan Gerrits, beeldhouwer te Antwerpen en in 1902 in de kerk opgehangen, waar het nu nog altijd te bewonderen is. Het gebouw voor de toren is de brouwerij Vermylen afgebroken omstreeks 1956. Uiterst rechts een klein fragment van het toenmalige gemeentehuis met enkele klassen van het lager onderwijs. Het stukje muur rond het kerkhof bakende ook de speelplaats van weleer af.


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    Vooraanzicht van de kerk omstreeks 1930. Bemerk de smeedijzeren afsluiting van het kerkhof, een werk van August Van Aerschot uit Herentals van 1870. Met het verdwijnen van het kerkhof is ook dit prachtige smeedwerk gesloopt. Alleen de ankerpunten in de kerkmuur herinneren ons aan deze machtige omheining. Rechts zie je het beeld van het H.Hart, een werk van het Antwerpse huis Sartini, dat in 1920 plechtig werd ingewijd. Links op de foto het herdenkingsmonument voor de slachtoffers van W.O. I en opgericht door de gemeente.



    30-01-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek in beeld (2)

    SCHRIEK IN BEELD-2

    Maak even kennis met Schriek aan de hand van oude landkaarten, prentkaarten, oude foto's en filmopnamen.


    (uit privé verzameling)

    Oudste detailkaart van Schriek

    Caerte ende metinghe van sekere partye bosschen bempden ende landen gelegen onder Schrieck, Grootloen, Put, Keerberghen ende Wachter toebehoorende Nots. Anthoni Viersh woonachtich tot Mechelen gedaen by my Martinus Van der Poorten gesworen landtmeter van den Raede van Brabant, residerende tot Antwerpen opden 12 juni anno 1651 ende andere naer volgende ...eghen ende syn de selve bevonden soo volght

    Landen onder Schrieck ende Grootloen


    (uit privé verzameling)

    Detail van de kaart : de Steynehoef


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    Kerk en pastorij omstreeks 1900.


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    De pastorij. Deze prachtige pastoorswoning was het werk van E.H.Adrianus Snoeckx. Met eigen middelen liet hij het optrekken in 1776 en twee jaar later en 5854 gulden armer, was zijn nieuwe woonst een feit. Helaas heeft men dit gebouw met de aanleg van het kerkplein in 1967-68 gesloopt, maar het was wijlen Dr. Jozef Weyns, conservator van het openluchtmuseum te Bokrijk, die het gebouw van de totale vernietiging wist te redden door het over te brengen naar Bokrijk, waar het nu nog steeds in gedeeltelijke glorie kan bewonderd worden. Mocht u nog eens in het openluchtmuseum komen, vergeet dan zeker niet even in de pastorij binnen te wippen, en te kijken naar de twee gebeeldhouwde snoeken onder aan de trappaal !

     



    29-01-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schriek in beeld (3)

    SCHRIEK IN BEELD-3

    Maak even kennis met Schriek aan de hand van oude landkaarten, prentkaarten, oude foto's en filmopnamen.


    (uit privé verzameling)

    Oude detailkaart van Schriek-dorp
    Dit is een deel van de eerste kadasterkaart van P.C.Popp - 1858
    Développement du Village


    (uit privé verzameling)

    Het onderwijzend personeel van de gemeenteschool begin de jaren dertig (1931-1933).
    vlnr. Verschaeren Corneel, Lemmens Alfons, Wijns Louis, Pelgrims Jules
    zittend : Moris Theofiel en Op de Beeck Laura


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    Zicht op het dorp vanaf de Hoogstraat. Rechts het huis en café van "Ware Jeron" en links het houten huis van "de Kemp". Achteraan de brouwerij, de feestzaal "De Ton" en het brouwershuis Vermeylen, later omgebouwd tot restaurant "Brouwershof" en nu tot Italiaans restaurant "Il Parma Antica".


    (uit de verzameling van Erik Ceuppens)

    Het kasteel van de graven Van der Stegen de Schrieck. Het centrale gebouw werd opgericht door Karel Lodewijk Van der Stegen, heer van Schriek en Grootlo, omstreeks 1731, met rechts van het woonhuis de huiskapel. De twee gebouwen links en rechts van het kasteel zijn de 100 jaar oudere gebouwen van een herenhoeve, welke nu nog altijd hun functie hebben behouden. Het kasteel met kapel werd juist na W.O.II gesloopt.



    28-01-2009, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Akten BS en PR
    Heist-op-den-Berg

    Booischot

    Akten BS en PR
    Putte & Beerzel

    Akten BS en PR
    Baal
    Tremelo
    Werchter
    Keerbergen

    Akten Bierbeek
    Korbeek-lo
    Lovenjoel
    Ophelp

    Archief per maand
  • 03-2021
  • 02-2021
  • 01-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 07-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 02-2017
  • 01-2016
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!