16 weken stage op onbekend, ondoorgrondelijk grondgebied!
09-05-2010
Het degelijke doel
Beste lezer
Vandaag ben ik exact één week op dit eiland en ik begin
stilaan gewend te raken aan de lokale gewoontes. Later, als ik er genoeg
verzameld heb om een hilarische blog over te schrijven, zal ik al deze
gewoontes en vreemde feiten over Ijsland bundelen in één blogbericht, maar
eerst een verslag van mijn eerste week eigenlijk stage.
Mijn stage begon officieel op maandag 26 april, maar zoals
jullie intussen allemaal weten is dit dus door de Eyafjallajökull -de vulkaan
met de voor mij al bijna uitspreekbare naam [Eejafjallajeukethh] (probeer het maar uit te spreken, want deze
tongtwister gaat volgens mij nog decennia meegaan) met een week uitgesteld.
Ook de datum waarop mijn stage gedaan zal zijn, is dus ook van 13 augustus
veranderd in 20 augustus.
Ik werd op maandag 3 mei omstreeks 11:00 in de lobby van het
hotel verwacht, voor een eerste kennismaking met het gebouw, het hotel, de
faciliteiten en de collegas. Na deze rondleiding en de lunch werd ik verwacht
bij Bella . Bergþóra Bjarnadottir, je begrijpt nu waarom iedereen haar gewoon
Bella noemt- Zij is de Front Office manager en zal dus de volgende weken de
zware verantwoordelijkheid hebben mij aan haar receptie te dulden.
Bellas idee was mij een introductie te geven van Opera, het
computerprogramma dat aan de receptie wordt gebruik. Ik had reeds met dit
programma gewerkt tijdens mijn vorige stage in de Crowne Plaza Brussels
Airport, dus dit vormde geen probleem voor mij, want alles kwam zeer snel
terug. De eerste indruk die ik Bella dus naliet, was zeker niet slecht.
Twee uur vroeger dan gepland begaf ik me terug naar mijn
kamer om mij om te kleden en richting de Liquor store te gaan. Deze winkel,
uitgebaat door de overheid, is de enige plaats waar alcohol mag worden
verkocht. Het doel was om enkele pintjes in huis te halen voor mijn eenzame of
minder eenzame- avonden op te vrolijken en uiteraard- om mijn Belgische roots
niet te verloochenen. Eens aangekomen in deze winkel, die letterlijk álleen
alcohol verkoopt, had ik de zoveelste verbazing op rij over dit land. Dat de
alcohol in de bars vrij duur was wist ik al, maar zelfs voor een blikje Viking
het drinkbare lokale bier, de Stella van Ijsland zeg maar- vragen ze in deze
winkel ongevee 250 ISK ca. 1,50.
s Avond ben ik naar Alex kamer gegaan en hebben we een
biertje gedronken en films uitgewisseld. Daarna zijn we beiden op tijd gaan
slapen, want de dag erna begon het échte doel van deze reis.
Op dinsdagnamiddag om 16:00 kwam ik, perfect uitgedost in
kostuum- aan in de receptie en werd ik meteen voor de leeuwen gegooid. Er werd
mij uitgelegd waar alles lag en hoe de werking van het hotel draaide, maar
tussendoor moest ik zo goed en zo kwaad als ik kon- gasten de weg uitleggen,
restaurants en taxis reserveren, Toen Alex, die samen met mij op shift stond,
ging eten, gebeurde uiteraard het verwachte: de eerst check-in. Dit was een
Nederlands koppel, dus gelukkig kon ik nog in mijn eigen landstaal mijn plan
trekken. Verbazend genoeg was ik niet veel van mijn check-in-capaciteiten
verloren en ging dit behoorlijk vlot. Toen Alex gedaan had om 20:00 werd hij
afgelost door Kwaku, één van de Night Auditors. Hij heeft mij tot 00:00 het
einde van mijn shift- de werking van de night uitgelegd.
Op maandagavond hadden Alex en ik afgesproken om op
dinsdagavond een tweede poging te doen een bar te zoeken waar ze leuke
livemuziek spelen, maar ook deze poging ging niet door, want toen we op weg
waren naar Hresso één van de leukere bars met livemuziek- kwamen we Ásgeir
een weekendreceptionist / student-. Hij had een hele dag gestudeerd en was nu
met enkele vrienden op pad voor een ontspannend biertje. Hij nodigde ons uit
kennis te maken met zijn vrienden en toen we aan de tafel kwamen was er nog een
onaangename- verrassing die me te beurt viel, want wat bleek: het is in
Ijsland een gewoont om een kan bier te bestellen serieus, een kan waar je op
scoutskamp water indoet- en dan gewoon verdeelt onder glazen. Ik heb echter
mijn eigen principes aan de kant kunnen zetten en er een gezellige avond van
gemaakt. Ik heb er nu ook weer enkele nieuwe Ijslandse vrienden bij
Op woensdag is er niets noemenswaardig gebeurd buiten het
feit dat ik nogmaals werd geconfronteerd met de Ijslandse zattigheid en het
effect dat dit heeft op toeristen. Een groep Amerikaanse vrienden kwamen bij
mij inchecken en vroegen onmiddellijk naar de lokale bars. Ze zijn snel hun
bagage naar de kamer gaan brengen en hebben zich richting Laugavegur de
belangrijkste shopping- en uitgaansbuurt van Reykjavík- begeven. Het is bij wet
verplicht dat cafés hier tijdens de week sluiten om 01:00, dus hebben ze hun
feestje voortgezet op hun kamer. Ze hadden enkele vrouwelijke gasten
uitgenodigd die ze hadden leren kennen in de bars en belden te receptie. Ze
vroegen of ze nog 24 pintjes konden krijgen, want hun minibars waren inmiddels
geledigd. Hanna, Night Audit nummer 2 heeft deze onmiddellijk gebracht en
vooral het management was hier zeer gelukkig mee, wetende dat een biertje aan
minibartarief 900 ISK kost. (een snelle
berekening: 90 0X 24=21600 / 170= 121,06. Dit is meer dan wat ze per nacht
betalen voor een kamer)
Dit was echter nog niet het einde van hun verhaal, want deze
partyanimals zouden de rest van de week kleuren. Op donderdag is er niets noemenswaardig
gebeurd tijdens de shift, maar na de shift had mijn wit hemd ik had er maar
één bij dat ik blijkbaar dagelijks moet aandoen- een wasbeurt nodig. Terwijl
mijn hemd in de wasmachine zat heb ik Hanna nog even gezelschap gehouden. Op
dit moment kwamen onze dronken Amerikaanse vrienden druppelsgewijs binnen met
een biertje in de hand. -Ik vergat trouwens nog te vermelden dat ze omstreeks
18:00 waren binnengewandeld met ongeveer 30 pintjes uit de liquor store- Weer
waren ze letterlijk- buiten geveegduit
de bars en gingen ze dus traditiegetrouw hun feestje voortzetten op een kamer.
Toen ik vanavond op mijn shift arriveerde en het logboek
nalas, had ik spijt dat ik geen halfuurtje langer meer was blijven plakken bij
Hanna, want blijkbaar is het hier nog zeer grappig geworden. Deze gasten zijn
met vijf en hebben 3 kamers. Blijkbaar had één van de heren het hof gemaakt aan
een lokale Reykjvavíkse meid en was de andere vriend zo vriendelijk geweest de
twee tortelduifjes wat privacy te gunnen. Hij had het idee te gaan slapen bij
de andere vriend, die geen kamergenoot had, maar deze wou hem niet meer
binnenlaten. Hij zag daarom dus geen andere optie dan zijn roes uit te slapen
voor zijn eigen deur.
Uiteraard werd hij gevonden door Hanna, die de grootste moeite
had de man, die zijn kamersleutel nog in de hand had, zijn kamer binnen te
loodsen Zoals ik al meerdere malen zei: Rare mensen die Ijslanders of in dit
geval is misschien meer gepast: vreemde invloed heeft Ijsland in combinatie
met alcohol- op mensen.
Vandaag zijn we dus vrijdagavond en onze Amerikaanse
vrienden zijn op dit moment hun laatste avond op het eiland aan het vieren. Ze
zijn allen naar bed gegaan omstreeks 23:00 en ik heb ze wakker gebeld om 01:30
zoals ze vroegen. Vol goede moed zijn ze zich nu aan het uitleven in het
bizarre nachtleven hier.
Normaal gezien was dit één van mijn laatste taken geweest
deze avond, maar er werd mij gevraagd tot 05:00 te blijven, enerzijds om
problemen met Amerikanen of andere dronken mensen te vermijden Hanna had
schrik voor wat er haar nog allemaal te wachten staat- en anderzijds omdat de
vulkaan weer in haar oude gewoontes aan het hervallen is Daarom zijn er veel
vluchten die worden omgeleid langs Akuyeri, een luchthaven in het noorden van
het eiland op ongeveer 6u rijden van de hoofdstad. Hierdoor verwachten we veel
early check-outs, een heuse rush zelfs.
De positieve keerzijde van de medaille is dan weer dat ik
voor deze opoffering een dagje meer vrij heb als mijn mama, papa en broertje
mij komen bezoeken. Ik zal dus slechts twee dagen moeten werken tijdens hun
verblijf.
Zo dit is ongeveer alles wat er hier voorlopig gebeurd. Het
is vooral spannend afwachten wat de vulkaan nog allemaal in petto heeft voor
ons Het zijn hier spannende tijden!
Dag drie in het schitterende Ijsland loopt stilaan op zijn
einde, maar toch heb ik het gevoel dat ik hier al dag 30 ben. Mijn nieuwe
collegas en diens lokale vrienden doen er werkelijk alles aan om mij zo goed
mogelijk te laten integreren in een voor mij althans- totaal vreemde cultuur.
Ik werd hiermee voor het eerst geconfronteerd op
vrijdagavond. Na de wijndegustatie en het uitpakken van mijn valies ben ik
samen met Alex iets gaan eten achter de hoek. Ons diner bestond uit een
veredelde, ietwat geraffineerde kebab van lamsvlees met spek, kaas, verse
groenten en verschillende sausen. Blijkbaar is zulk voedsel zeer populair bij
de gemiddelde Ijslander en in het bijzonder s avonds laat.
Alex wou me diezelfde avond ook voorstellen aan zijn
vrienden hier, dus stelde hij voor dat ik mee uitging met hun naar de lokale
bars, clubs en danscafés die slechts op 1 straat van ons hotel verwijderd zijn.
Toen Alex me kwam ophalen schrok ik me bijna een hoedje. Piekfijn uitgedost, in
maatpak, een perfect kapsel, geschoren en een parfumwalm stond hij klaar om uit
te gaan. Ik dacht dat hij zon macho was die op zon manier indruk probeert te
maken op de lokale Reykjavíkse meisjes. Maar wat bleek: dit is hier een lokale
gewoonte. Alle clubs zaten vol met heren in kostuum en dames met decolletés en
korte jurkjes waar ik mijn
18-jarige dochter als ik er al één zou hebben uiteraard-
niet mee zou willen zien verschijnen in het openbaar.
Tevens heerst er een groot alcoholisme bij de lokale
bevolking. Het leven is hier nogal aan de dure kant en blijkbaar hebben
Ijslanders niet te gewoonte om hun geld goed te beleggen. In tegendeel, ze
geven het liever uit. Daarom hebben Ijslanders meerstal meer dan één job. Een
voorbeeld. Eén van mijn collegas, Aldis, werkt in ons hotel een voltijdse job
als barvrouw/kelner. Daarnaast werkt ze gedurende enkele avonden per week nog
als barmeisje in een club en tijdens de weekends werkt ze nog halftijds als
verkoopster in een boekenwinkel in Krinlan, het grootste shoppingcenter van
Ijsland.
Door dit vele werken zijn Ijslanders zo opgefokt tegen dat
het weekend begint dat ze zich helemaal laten gaan: ze beginnen hier te feesten
rond 23:00 en drinken echt gigantisch veel. Deze feestjes duren meestal tot ver
de volgende morgen of tot ze zo dronken zijn dat ze niet meer weten wat ze doen
en door vrienden in bed worden gestoken.
Het uitgaansleven van
de Ijslanders is niet echt my cup of tea, maar ik kan er best mee leven. Ze
zijn zeer vriendelijk en zolang je eerlijk met hen bent, zal je er geen last
mee hebben, ook niet als ze dronken zijn. De enige overlast die ze veroorzaken,
is dat ze soms met hun zatte botten het hotel durven binnenkomen of in slaap
vallen in onze inkomhal. Daarom is het ook noodzakelijk dat er tijdens vrijdag-
en zaterdagnacht extra security rondloopt in en rond het hotel. Verder heb ik
ook al mijn eerste taakomschrijving gekregen voor de weekends waarin ik duty
zal zijn. Op zaterdag- en zondagmorgen moet er steeds een ronde rond het hotel
gemaakt worden om na te kijken of de buitengevel niet gebruikt is als toilet
Ik kijk er echt naar uit, naar deze jobkes
Door dit lange verhaal komen we dus terug uit waar we
vandaag mee begonnen zijn: de lokale gastronomie. De verklaring waaróm deze
Drunk Food zo populair is bij de lokale bevolking is dus zeer eenvoudig:
omdat ze er van uit gaan dat dit voedsel de kater tegen zal gaan... (Gekke jongens, die Ijslanders )
Alle eetkraampjes er staan er gigantisch veel in heel
Reykjavík, waaronder zelfs eentje dat Belgian Waffles verkoopt- zijn dus ook
bijna 24/24 open. Ook overdag en buiten Reykjavik vindt je overal eetkraampjes
en vooral Hotdog verkooppunten. In elke supermarkt, tankstation, verkopen ze Hotdogs
met rauwe ajuin, gefrituurde ajui, met spek, zonder spek, met zachte dressing
of pikante dressing, met tomatenketchup of chilliketchup, met gele of groene
saus waarvan de naam niet uit te spreken valt, Je kan hier voor een jaar lang
elke dag een Hotdogeten, zonder dat hij
ook maar één keer hetzelfde smaakt.
Het populairste Hotdogkraampje bevindt zich recht tegenover
de Radisson Blu 1919, mijn stage-/woonplaats. Dit eetstandje is extreem
populair bij zowat iedereen die Reykjavík bezoekt. Naar het schijnt gebeurd het
zelfs vaak dat mensen tijdens de zomermaanden tot anderhalf uur aanschuiven
voor een Hotdog van dit kraam te eten. Het is slechts 2 bij 3 meter groot en toch
kunnen 4 families leven van de winst dat het kraampje maakt.
De reden van de populariteit is in eigenlijk een zeer
grappig verhaal: Een tiental jaar geleden, toen Bill Clinton nog president was
van de USA, bracht hij een bezoek aan Ijsland. Toen hij van de hoofdstad naar
Keflavík reed, bedacht hij zich dat hij tijdens geen bezoek geen enkele Hotdog
had gegeten. Uiteraard, Amerikaans als hij is, wou hij zijn kennis over de
Amerikaanse Hotdogs toetsen aan de Ijslandse. Ze zijn toen gestopt aan het
eerst beste kraampje dat ze passeerden en dat bleek dit bewuste kraam te zijn.
Onder het toeziend oog van tientallen cameras beet Bill Clinton in het warme
broodje, kauwde, smaakte... en toen zijn mond leeggegeten was wendde hij zich
tot de cameras en zij recht in de lens: waw, this really is the best hotdog I ever ate! Ik heb op
youtube gezocht naar heb bewuste filmpje, maar kon dit verbazend genoeg niet
vinden. Wel blijkt youtube vol te staan met andere filmpjes over het bewuste
kraam. Hier vindt u twee links naar youtube met leuke Hotdogmovies: http://www.youtube.com/watch?v=aAklK4gPSTM
en http://www.youtube.com/watch?v=DDYFlIS4L7A.
Om het hoofstuk Icelandic hotdogs af te sluiten misschien
toch nog even meedelen: de hotdogs van het bewuste kraam zijn inderdaad verdomd
lekker en qua prijs vergelijkbaar met een Belgische hotdog (±2,00).
Op zaterdagmorgen ben ik op tijd, vol goede moed, opgestaan
om mijn eerste volledige dag in te zetten met een stevig ontbijt in het
restaurant. Ik had verwacht een Ijslands ontbijt aan te treffen, maar ik moest
al snel mijn verwachtingen bijschaven. Een internationaal viersterren hotel
biedt zijn gasten uiteraard een Full American Breakfast aan, inclusief, spek,
eieren op verschillende wijzen, worstjes, aardappels, champignons, Toen ik het
buffet voor een tweede keer beter bekeek, vielen mij toch enkele
eigenaardigheden op. Ten eerste stond er wat vis op het buffet: gerookte en
gemarineerde zalm, daar kan ik nog bijkomen, maar daarnaast stond een grote pot
met zoete haring, een werkelijke delicatesse en absoluut onmisbaar bij een
Ijslands ontbijt. Toen ik voor de derde en laatste- maal langs het buffet
ging, werd mijn aandacht getrokken door een klein flesje met shotglaasjes. Ik
had de avond ervoor reeds het drinkgedrag van de Ijslanders mogen aanschouwen,
maar sterke drank bij het ontbijt, dit spant werkelijk alles, dacht ik bij
mezelf. Toen ik Alex vroeg wat voor shots de Ijslanders dan juist nemen bij het
ontbijt moest hij hier hartelijk mee lachen, want wat ik dacht dat sterke drank
was, bleek eigenlijk levertraan te zijn. Toen ik later aan de échte Ijslanders
vroeg of ze wel degelijk elke morgen levertraan drinken, knikten ze instemmend.
Volgens hen leven ze 4 jaar langer dan de gemiddelde Europeaan doordat ze elke
morgen wat van die goedje naar binnen werken Of dit wel degelijk zo is weet ik
zelf niet, maar het zou me ergens niet verbazen dat het juist een geloof is,
want goedgelovig zijn Ijslanders wel. Moest je ooit naar Ijsland komen, steek
het volgende dan goed in je koppeke: Lach nooit of te nimmer met de Elfjes uit
de bergen en zeker niet tegen de oudere generatie, want volgens hen en met de
hand op het hart- zij menen dit serieus, worden de bergen gebouwd door en voor
de elfjes die hierin wonen (ik heb het al eerder gezegd: Gekke jongens, die
Ijslanders )
Na het ontbijt hebben Alex en ik de auto van Aldis -het
barmeisje met de vele jobs- geleend met als wederdienst dat we haar olie
moesten vervangen. Stoere jongen als ik ben, ben ik braaf blijven toekijken
terwijl Alex de deal volbracht.
Daarna zijn we gaan roadtrippen in en rond Reykjavík; de
voornaamste winkelstraten, restaurants, shoppingcentra, Na een uurtje
rondrijden in de omgeving zijn we gestopt aan het hotel, onze zwembroek,
handdoek en badjas gaan halen en terug vertrokken richting het
appartementsgebouw waar de locals wonen. Van daaruit zijn we met zn vijven in
een kleine VW polo richting Bláa lónið, beter bekend als de Blue Lagoon.
Dit geothermaal openluchtzwembad bevindt zich op
driekwartier van Reykjavìk. Het water heeft een witblauwe kleur door de kleibodems,
lavasteen en het kalkrijke water. Alvorens je in het water te begeven, moet je
je uitgebreid wassen met diverse zepen. Eens in het water, dat een constante
temperatuur van tussen de 30 en de 70 graden Celsius telt, (als je
rondloopt/zwemt in het water kom je soms hetere of koudere stroken water tegen)
en gewend bent aan de temeratuursverschillen buiten was het rond de 3°C- moet
je je insmeren met kleimodder. Deze witte modder reinigt de huid en moet zo
tussen de 10 en 15 minuten in de huid intrekken. Anderzijds best wel een
grappig zicht, allemaal mensen met modder/klei op hun gezicht.
Daarna kan je kiezen tussen een stoombad of een sauna om de
gereinigde poriën uit te zweten en voor te bereiden op een tweede laagje
kleimodder. Dit ritueel kan je blijven herhalen tot je het beu bent. Toen onze
handen eruit zagen alsof we 102 waren, besloten we dat het allemaal welletjes
was en vertrokken we terug naar huis.
Die avond gingen we nog iets gaan drinken in een lokale bar
met livemuziek, want bijna elke avond wordt er in de meeste bars livemuziek
gespeeld. Uiteraard lijkt mij dit zeer interessant, want dan heb ik toch niet
voor niets aan die gitaar gesleurd... Maar uiteraard, als je echt iets wilt,
krijg je het vaak niet. De enige livemuziek die we vonden was écht niet
aangenaam om naar te luisteren, dus de avond eindigde goed op tijd. Gelukkig
maar, want de dag die komen zou, was zeker de moeite waard om er een pintje
voor te laten!
Op zondagmorgen raakte ik voor het eerst verdwaald in de
backstage van het hotel, mijn zoektocht naar de Cantina
(=personeelsrestaurant) duurde langer dan gepland, maar toen ik ze eindelijk
gevonden had, smaakte mijn ontbijt -deze keer weliswaar zónder levertraan of
haring- dubbel zo goed. Gepakt en gezakt begaf ik me tegen 8:30 naar de lobby,
waar een minibusje me zou komen ophalen. Dit busje bracht me naar een terminal
waar verschillende grote bussen vertrekkenklaar stonden. De bestemming van mijn
excursie was de Golden Circle.
Eerst en vooral hielden we halt in een geothermische
krachtcentrale. Deze centrale had verscheidene boorplatformen waar ze koud
water oppompen. Dit water wordt gebruikt voor het afkoelen van de boren waarmee
heet water wordt opgepompt. Dit water gaat rechtstreeks naar de kranen in
Reykjavík evenals het koude water. De temperatuur van het warme water bedraagt 84°C en tijdens de 22 km lange trip die het
water aflegt van Nesjavellir de krachtcentrale- tot het verdeelpunt in Reykjavík,
is er een verlies van slechts 1 graad. Verder is er ook goed nagedacht over de
manier waarop de leidingen liggen voor en in de stad. Zo liggen de leidingen
net onder de asfaltlaag en de opritten van de huizen. Hierdoor zullen de wegen
in Reykjavík steeds bereikbaar zijn, zelfs al er op de daken 2m sneeuw ligt!
Ten slotte wordt er ook elektriciteit opgewekt in de
centrale. Dit gebeurd met de stoom die duidelijk te zien is op de foto. Deze
centrale voorziet zowat de helft van alle huizen in en rond Reykjavík!
De
volgende stop die werd gehouden, was de Gullfoss. Dit betekent letterlijk gouden
waterval. Waarom net deze naam, daar ben ik helaas niet achter gekomen, maar
spectaculair was het alleszins wel! Deze waterval in 2 grote niveauverschillen
ligt in de Hvítá witte- rivier en is de voorbode van een spectaculaire canyon
van 70 meter
diep!
De
volgende stopplaats van onze busrit was de wereldbefaamde Geysir. Dit
plaatsje binnen de Haukadalur een groot gebied waar het bruist van
geothermische natuurelementen- is vooral bekend om zijn geisers. Geysir zelf
was de eerste geiser ooit ontdekt en daarom werden alle soortgelijke
natuurelementen naar hem vernoemd. Helaas laat deze bekende geiser het de
laatste jaren een beetje afweten en is hij zeer onregelmatig en onvoorspelbaar
geworden. Gelukkig is er nog het jongere broertje van de Geysir, de Stokkur.
Deze
geiser is zeer regelmatig. Hij breekt gemiddeld om de zeven minuten uit, maar
mijns inziens zelfs vaker, met soms slecht enkele minuten, maar dit hangt
uiteraard af van de weersomstandigheden.
Indien je ooit naar Ijsland komt, mag je Geysir zeker niet links laten liggen!
De kracht van de natuur is zo groot, dat je het met je eigen ogen moet zien
vooraleer je het echt kan vatten!
De
laatste halte van de excursie is het door UNESCO erkende Nationale Park van Þingvellir.
In dit NP zou het eerste parlement van de Vikings gesitueerd zijn. Verder staat
het park erom bekend dat het de enige plek op aarde is waar je duidelijk het
verschil ziet tussen de aardplaten, want op dit punt en op de foto- zie je
duidelijk de Eurasiatische en de Noord-Amerikaanse aardplaat recht tegenover
elkaar staan. Wederom een bewijs hoe krachtig de natuur, de aarde en zijn vele
elementen zij!
Tot
slot van dit bericht zou ik nog graag even duidelijkheid willen brengen over de
huidige situatie in dit land. Meerbepaald over zijn misschien wel allerbekendste
natuurfenomeen: de beruchte vulkaan met de onuitspreekbare naam Eyafjallajökull.
Ik heb de voorbije dagen verscheidene mails, facebooks, skypes, gehad over de
mogelijke dreiging voor evacuatie van Reykjavík, as-regens, een astapijt van
meters dik rond de stad, dat stofmaskers verplicht zijn op straat, Hier is
echter allemaal niks van waar, behalve het feit dat er op 120 km van de deur effectief
een vulkaan aan het uitbarsten is. In een straal van enkele honderden meters
rond de vulkaan zijn er inderdaad as-neerslagen geweest, maar in Reykjavík
heeft niemand ooit iets gemerkt van de vulkaan. Men is het hier echter gewoon,
want uitbarstingen als deze vinden hier regelmatig plaats, zon één keer om de
vier jaar, alleen waait de as dan niet zo ver.
Het enige waar ze hier nog voor vrezen is de mogelijke
uitbarsting van de Katlá, de buurvrouw van de Eyafjallajökull. De kans is reëel
dat ze binnenkort uitbarst en als de wind dan richting Reykjavík waait, is de
kans bestaande dat er een klein beetje as zou neervallen, maar dat vinden de
Ijslanders niet erg, want deze as voedt de barre bodem en zou hem op termijn
een beetje vruchtbaarder kunnen maken!
Tot slot nog een foto van een vulkaankrater die inmiddels
3000 jaar uitgedoofd is.
En
enkele typisch Ijslandse landschappen!
Tot
binnenkort en vooral: laat nog wat warmte over voor mij!
Zoals je wellicht weet ben ik op stage in Reykjavik, Ijsland, en dit voor 16
weken. Ijsland, hoor ik je al zeggen, wat is daar nou te beleven? Wel ik weet
het zelf ook nog niet, maar ik hoop dit in de komende weken te ontdekken!
Het vertrek was gepland op zaterdag 24 april 2010 met een vlucht om 9:55 vanuit
Brussel naar Londen Heathrow, van waaruit ik om 13:00 lokale tijd een vlucht
zou nemen naar Keflavik, de internationale luchthaven van Reykjavik. Ik was er
helemaal klaar voor: mijn valies was gepakt, iedereen had voldoende
persoonlijke aandacht gekregen en de mama haar tranen waren opgeweend.
Maar helaas liep niet alles zoals gepland, want door de uitbarsting -en de daardoor
ontstane aswolk- van wellicht de bekendste vulkaan van dit land, de
Eyafjallajökull, werd de luchthaven van Keflavik, voor het eerst sinds de
befaamde uitbarsting, gesloten. Daarom moest mijn vlucht verplaatst worden naar
de maandag erop, 26 april. De man met het hollandse accent aan de andere kant
van de lijn wist mij te vertellen dat het zeer druk was ten huize Icelandair,
dus dat mijn nieuw ticket met enige vertraging zou worden doorgemaild. Toen ik
dit zaterdagnamiddag nog steeds niet ontvangen had, belde ik terug met de
bedoeling te vragen wanneer mijn ticket zou worden doorgestuurd, wisten ze mij
daar te vertellen dat de luchthaven zeker gesloten zou blijven tot en met
maandagavond.
Zodoende werd mij een nieuwe vlucht geregeld, dit keer op woensdagmorgen,
dezelfde uren als oorspronkelijk gepland. Ik was er niet helemaal gerust op,
dus dinsdagmiddag belde ik voor alle veiligheid nogmaals naar Icelandair. Het
leek wel of de duivel ermee gemoeid was, want blijkbaar was beslist om de
vluchten uit Noord-Amerika voorrang te geven op de vluchten uit Europa. Daarom
werd mijn vlucht van Londen naar Reykjavik verplaatst naar woensdagavond, maar
omdat alle vluchten van Brussel naar Londen op woensdagnamiddag reeds volzet
waren, vertrok ik om 9:55 al richting Londen.
Om de 9u wachttijd in Londen-Heathrow te overbruggen, heb ik Caroline,
collega-student Hotelmanagement, die momenteel stage loopt in Londen gevraagd
of ze geen tijd/zin had om mij gezelschap te komen houden. Zij bleek een vrije
dag te hebben, dus zodoende hebben we afgesproken op de luchthaven. We zijn
iets gaan drinken en hebben bijgepraat tot ik rond 18:00 lokale tijd het
verontrustende nieuws kreeg dat mijn vlucht van 21:10 gecancelled zou zijn.
We hebben ons toen onmiddellijk naar de balie van Icelandair in de vertrekhal
gegeven, waar dit nieuws helaas bevestigd werd. De dame achter de balie, die
duidelijk niet met de stress van deze onvoorziene situatie omkon, heeft mij
vlucht dan verplaatst naar vrijdag 30 april, omdat de vlucht van donderdag
reeds volzet was. Ze wist mij ook te vertellen dat ze helaas niets kon regelen
voor een mogelijke overnachting, maar dat ik in de arrivals hall een balie zou
vinden, waar ze me konden verder helpen. Ook zou ik daar -met veel geluk- mijn
bagage -die ik in Brussel al had ingecheckt tot in Keflavik- heel misschien zou
kunnen terugkrijgen.
Zodoende begaven Caroline en mezelf ons richting de arrivals hall, waar we een
gore, gele telefoon vonden waarmee we de bagageservice van Icelandair konden
bereiken. Uiteraard kregen we deze mensen niet meteen aan de lijn, maar bij de
12e keer -het kon ook 11e of 13e keer zijn- ging de deur naast de telefoon open
en kwam er een norse man naar buiten die me naar een zéér beveiligde zone
bracht. De securitycontroles in luchthavens om naar de gates te gaan zijn zeer
streng, maar nog niets in vergelijking wat ik heer meemaakte: Ik moest mijn
schoenen uitdoen, mijn trui uitdoen, mijn gsm werd volledig gedemonteerd en elk
stukje met een rare 'tool' gescant, ik moest door een metaaldetector lopen
-deze piepte niet- maar werd toch tweemaal gefouilleerd,... 10 minuten later
werd ik losgelaten in een chaos van valiezen, waar ik vrij snel mijn eigen
exemplaar opmerkte. Toen moest ik één van die securitygasten -degene met de
dikste buik- roepen, en deze vroeg mijn identiteitskaart, controleerde naam op
het label dat ik zelf aan de valies had gehangen met de naam die op de groene
sticker staat die rond het handvat was gehangen, toen schermde hij dit alles
van mij af en moest ik mijn naam voluit zeggen en spellen. Uiteraard kende ik
mijn eigen naam uit het hoofd en zelfs het spellen ging vlot, dus werd mij mijn
valies teruggegeven.
Een propere onderbroek had ik dus al, nu enkel nog een bed om in te slapen.
Caroline had intussen haar stageplaats al gebeld, maar bij haar op de kamer
blijven slapen bleek onmogelijk en ook de Amigo-rate die ze eventueel had
kunnen regelen bleek niet voor de geldbuidel van student geschikt. Dan maar
naar de befaamde "Hotelbalie" beslisten we. De man achter deze balie,
die zijn job overduidelijk extreem graag deed, merkte pas na een dikke halve
minuut op dat wij voor zijn neus stilaan ongeduldig begonnen te worden. Hij zij
onmiddellijk dat dit geen probleem was, integendeel zelfs. Hij kon mij een
kamer aanbieden in het hotel in de luchthaven voor 'slechts' £404 (± 500)...
Voor twee nachten? Waarop de geïntresseerde man twee hotelmanagers in spé grof
antwoordde: "Meneer; de prijzen van hotelkamers zijn áltijd per kamer per
nacht) Toen we hem de situatie probeerden uit te leggen, bood hij mij
hotelkamers aan in en rond Londen tussen de £90 en de £250.
Deze waren uiteraard ook veel te duur, dus beslisten we het
avontuur op te zoeken en met de Tube richting het centrum van Londen te
begeven, waar ik mijn gitaar en valies veilig in de Luggage Room van het NH
hotel Harrington hall Carolines stageplaats-kon opbergen.
Daarna hebben we op het internet gezocht naar jeugdherbergen
in de buurt, maar volgens het wereldwijde web bleken deze allemaal volzet voor
de nacht van donderdag op vrijdag. Daar we allebei ooit een gastspreker hadden
gehad die het systeem internetboeken had verklaard, wisten we dat er een
kleine kans was dat de jeugdherberg toch nog vrije bedden had. Helaas bleken ze
toch niet zo management gericht te zijn en waren er helaas geen bedden meer
vrij voor de tweede nacht. Tevens namen ze ook geen walk-in boekingen aan, dus
daar ging onze eerste optie (voor de leken in het vakjargon der hotelindustrie:
een walk-in is een gast die zich zonder reservatie aanbiedt aan de receptie)
De receptioniste van dienst wist me nog wel te vertellen dat er in de buurt nog
een andere jeugdherberg van dezelfde keten was, waar misschien nog wel plaats
was. Echter gold hier dezelfde regel: boeken via het wereldwijde web.
Eigenwijs als we zijn, gingen we toch eerst even kijken of
ze wel degelijk plaats hadden voor de twee nachten en of ze wel degelijk geen
walk-ins accepteerden. Op weg van de ene jeugdherberg naar de andere, merkten
we een standbeeld op van een man die ons bekend voorkwam. Het was niemand
minder dan Robert Baden-Powell, de stichter van de scouts Caroline lachte er
nog mee: A scout always know how to find his Baden-Powell. Achter dit
standbeeld bleek echter het Baden-Powell House gevestigd, curieus als we waren,
gingen we toch even binnenpiepen en wat bleek: dit huis was een
jeugdherberg/onderdak voor groepen en scholen, uitgebaad door een Duitse keten
in opdracht van de Scouts.
Deze mensen hebben hun uiterste best gedaan voor mij, want
door het verschuiven van kamers en reservaties, slaagden ze erin me onderdak te
kunnen verlenen voor de twee nachten tegen een schappelijke plaats.
Om deze overwinning te vieren hebben we onszelf getrakteerd
op een Burger King. Daarna heb ik nog even kennis kunnen maken met Carolines
collegas, die in een bar naar het voetbal aan het kijken waren. Moe maar niet
voldaan- kroop ik in mijn bed. Enerzijds was ik blij dat ik een slaapplaats had
gevonden, maar anderzijds knaagde er iets in mij omdat besefte dat ik eigenlijk
in een Ijslands bed diende wakker te worden de morgen erop.
Op donderdagmorgen had ik terug afgesproken met Caroline,
omdat ze pas in de namiddag moest werken. Toen ik opstond, het wisselvallige
weer bekeek en een blik wierp op het stadsplan dat ik de avond ervoor aan de
receptie van de Hostel gekregen had, besefte ik plots dat The British museum
zich in Londen bevond. Deze plaats stond zeer hoog op mijn verlanglijstje der
musea, met dank aan Mevrouw Van Gerven mijn zeer gedreven lerares esthetica
uit het 5e en 6e middelbaar.
Na een ontbijtje in de Starbucks, hebben we ons dus verdiept
in de Egyptische -, Griekse -, Romeinse -en Oudbritse kunst. Na dit
interessante bezoek hebben we een Britse lunch genomen op een gezellig terrasje
en toen zijn onze wegen zich gesplitst. Caroline naar haar bureau in de NH en
ik werd helemaal alleen losgelaten in het grote, onbekende Londen, met enkel
een stadsplannetje, een metroplannetje en ticketje op zak.
Eerst en vooral ben ik richting Piccadilly gegaan, om er
vlakbij de speelgoedwinkel Hamleys te bezoeken, dit op aanraden van Caroline.
En terecht zo bleek, want ik dacht dat zulke speelgoedwinkels enkel in films
bestonden. Ze verkochten hier allerhande speelgoed. Je kan het zo gek niet
bedenken of ze verkopen en demonstreren het daar. Ik voelde me terug 10 jaar en
dit bezoek deed me de eenzaamheid even vergeten.
Daarna ben ik te voet alle bezienswaardigheden van London
gaan verkennen: The Thames, The House Of Parliaments, Big Ben, Westminster
Abbey, London Eye, Hyde Park, Moe en dit keer ook voldaan ben ik teruggekeerd
naar de Hostel om even uit te rusten en mijn bed voor de volgende avond op te
maken. (Ik moest van kamer veranderen, anders konden ze me geen twee nachten
aanbieden)
s Avonds ben ik gaan dineren in het Hard Rock Café, omdat
ik wist dat hier vele relikwieën van rockgoden als Jimmy Hendrickx, Queen, Bob
Dylan, Bo Diddley, te vinden zijn, die je genoeg kijkgenot kunnen bezorgen om
een eenzame avond mee op te vullen. De dienster gaf me een plaatsje aan de toog,
vanwaar ik ook een zicht had op de open keuken. Wat ik echter niet wist, was dat
deze plaatsten ook enkel aan eenzamen gegeven werden. Dit was wel geweten
door de meeste mensen die hier zaten, dus raakte ik al snel aan de praat met
mijn buurman, Ted, een Amerikaanse zakenman. Het was best een animerend gesprek
waarin hij vooral zijn ervaring als zakenman in de wereld met me deelde,
evenals de ervaringen hij had met verschillende hotels. Later dan gepland kwam
ik terug in de Hostel, waar ik nog snel mijn vlucht voor de dag erna heb
gecheckt en daarna moe en helemaal voldaan mijn bed ben ingekropen.
Op vrijdagmorgen veerde ik fris als een hoentje uit bed,
klaar om eindelijk naar Ijsland te vertrekken. Na snel nog een ontbijtje mee te
pikken bij Starbucks en mijn gitaar op te halen in de NH Harrington Hall ben ik
met de Tube richting Heathrow vertrokken. Ik begaf me opnieuw naar de balie van
Icelandair, waar ik nog geen 48u ervoor het slechte nieuws had gekregen en daar
gaf men mij het goede nieuws waar ik al bijna een week op aan het wachten was:
ik kon vertrekken.
Maar dat was buiten een ingewikkeld luchtvaartsysteem
gerekend, want blijkbaar ging men ervan uit dat ik reeds gevlogen had op
woensdag, omdat ik was ingechekt in Brussel. Toen ik de dame achter deze balie
er toch van overtuigd kreeg dat dit onmogelijk was door de sluiting van de
luchthaven, kreeg ik toch het ticket, checkte ik mijn bagage in, trakteerde
mezelf op een laatste Britse koffie en begaf me dan richting departures hall,
waar ik nog een uur moest wachten voor de eigenlijke gate waar ik moest
inschepen werd bekendgemaakt. Toen deze een half uur voor vertrek werd
meegedeeld, haastte ik me ongeduldig naar de gate, ging aan Ik boord van de
boeiing 757 en was er helemaal klaar voor. Toen werd plots omgeroepen dat het
nog minsten een half uur ging duren voor we eigenlijk konden opstijgen, door de
drukte op de luchthaven. -Ik begon me op dit moment écht af te vragen of ze me
wel wilden in Ijsland - Toen we drie kwartier later ons eindelijk richting
startbaan begaven kon de reis naar het eiland eindelijk beginnen.
Na een aangename vlucht Icelandair biedt films, series,
aan op een televisiescherm in de zetel voor je- van net geen 3 uur landden we
op de luchthaven van Keflavik, Ijsland. Hier werd ik opgewacht door Haukür, een
man die vroeger duiker was op de basis van het Amerikaanse leger, maar toen
deze enkele jaren gesloten werd besloot freelance taxichauffeur te worden. Hij
werkt voornamelijk voor het hotel waar ik de komende 16 weken van mijn leven
zal doorbrengen, dus hij was zeer gekend met het reilen en zeilen van het hotel
en het hele eiland. Hij animeerde me tijdens de rit van drie kwartier met
allerlei merkwaardige weetjes over Ijsland. Deze weetjes ga ik binnenkort
allemaal bundelen in een ander blogbericht!-
Eindelijk aangekomen in het hotel,
werd me onmiddellijk een mooie kamer gegeven, maar net toen ik me wou beginnen
instaleren, werd er op de deur gekopt. Het was Alex, een Franse stagiair die de
opdracht gekregen had me gedurende de eerste dagen onder zijn vleugels te
nemen. Hij heeft me onmiddellijk voorgesteld aan de rest van het personeel.
Op zich is dit zeer normaal, zijnde
het niet dat het voltallige personeel op dit moment een wijndegustatie hield om
de nieuwe wijnkaart te keuren. Ik kwam aan in de bar, werd aan iedereen
voorgesteld en onmiddellijk op een barkruk geduwd met 4 glazen wijn voor mijn
neus. Ik werd dus meteen volledig opgenomen in de teamgeest
Intussen ben ik geïnstalleerd en
voel ik me hier zelfs al een beetje thuis En nu ik er over nadenk London was
zo erg nog niet In tegenstelling tot wat ik altijd vermoedde, is het best een
aangename stad, waar ik zeker ooit nog naar terugkeer.
Dit alles had ik uiteraard allemaal
niet ontdekt of misschien zelfs niet eens aangedurfd zonder de hulp van
Caroline, dus bij deze: Caroline nogmaals nen dikke merci!!
Þangað til
fljótlega(Tot gauw in het Ijslands, waar ik zelf
ook echt geen woord van versta)