Onderzoeksvraag 3: Hoe staan de verschillende godsdiensten tegenover een terminale ziekte?
Ieder individu gaat op zijn eigen
manier met zijn eigen gedachten, opvattingen en gevoelens om met kanker. Maar
iedereen heeft ook zijn eigen angsten, vragen en twijfels over de ziekte.
Tijdens mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag, ben ik te weten gekomen
dat er in de niet-westerse culturen een hele andere sfeer en beleving heerst
wanneer het over kanker gaat.
Voor sommige culturen is kanker een
maatschappelijk taboe. De reden hiervoor kan de maatschappelijke norm zijn, maar
ook het (bij)geloof. Wanneer de persoon te horen krijgt dat hij of zij kanker
heeft, wekt dit een gevoel van schaamte op. Dit is niet expliciet voor een
bepaalde cultuur. Iedereen kan dit gevoel van schaamte ervaren. Maar in sommige
culturen, zoals in de Turkse cultuur, komt het taboe rond baarmoederkanker voort
uit de angst om als onvolmaakte vrouw te worden beschouwd. Wanneer er bij een
Turkse vrouw vastgesteld wordt dat ze geen kinderen meer kan krijgen vanwege da
kanker, wordt dit vaak verzwegen aan haar aangetrouwde familie. Voor hen is de
vrouw nu onvolmaakt en kunnen ze overwegen om haar uit de familie te zetten.
Zowel de zieke vrouw als haar omgeving, kunnen zich schamen voor de ziekte.
Verder bestaan er ook taboes rond
intimiteit en seksualiteit. Dit komt zowel bij vrouwen als bij mannen voor. Vaak
vind men het vervelend en raar om zijn of haar intieme plaatsen bloot te geven
aan een arts of verpleger. Dit zowel in de Westerse culturen als in andere
culturen. Maar in de Westerse cultuur is het bijna vanzelfsprekend dat een
patiënt zich uitkleedt tijdens een bezoek bij de dokter. Maar in de Marokkaanse
en Turkse cultuur is dit helemaal niet het geval. Zeker bij vrouwen van de
eerste generatie, is dit taboe nog groter omwille van maatschappelijke of
religieuze redenen. Wanneer er bij hen bijvoorbeeld borstkanker vastgesteld
wordt, willen zij vaak geen verdere behandeling. Hiervoor hebben ze allemaal hun
eigen redenen. Dit kan puur uit schaamte zijn omdat ze zich moet blootgeven aan
een arts en omdat het dan voor haar omgeving duidelijk wordt dat ze kanker
heeft. Sommige Islamitische vrouwen willen zich niet verder laten behandelen
omdat ze bang zijn dat hun man hen zal laten vallen of omdat ze het gevoel
hebben dat ze beschadigd zullen worden. Ze zijn bang dat ze niet langer seksueel
aantrekkelijk zullen gevonden worden door hun man, ze denken dat de kanker
besmettelijk is en ze de liefde met hun man niet meer mogen bedrijven en
hierdoor dus zullen scheiden. Een andere grote oorzaak voor het niet verder gaan
met de behandeling is dat ze niet geloven in herstel. Voor hen gaat kanker
gepaard met de dood.
Het woord kanker op zich wordt soms
als taboe ervaren. Sommige mensen linken kanker meteen aan de dood. Als arts
moet je dan ook goed weten van welke afkomst je patiënt is en op welke manier je
de patiënt met de waarheid kan confronteren. In sommige landen mag er niet over
de dood gesproken worden en moet men zoals het ware rond de pot draaien. In
andere landen moet men meteen zeggen waar het op staat. In de Marokkaanse
cultuur is het zo dat wanneer je kanker hebt, je deze ziekte zo veel mogelijk
moet verbergen. Want voor hen is ziek zijn een teken van zwakte en onrein. Bij
mannen werkt dit nog dieper in op hun persoonlijkheid. Een Marokkaanse man hoort
krachtig en sterk te zijn maar wanneer hij ziek is neemt dit af. Hun mannelijke
eer en trots wordt dus als het ware afgenomen. Hun status als vader van het
gezin en dus ook binnen de gemeenschap, komt als het ware onder druk te staan.
Sommige gelovigen, zoals
bijvoorbeeld de erg gelovigen in de Moslimcultuur, zien kanker als een straf dat
door hun God is opgelegd. Zij hebben de straf gekregen omdat ze in hun eigen
ogen of volgens hun religieuze overtuiging een aantal fouten gemaakt hebben.
Anderen die ook gelovig zijn, geven hun God helemaal niet de schuld van hun
ziekte. Zij geloven dat hun God hun lichaam geschonken heeft en ze dit zo goed
mogelijk moeten verzorgen. Ook wanneer je weet dat je gaat sterven. Andere
mensen geloven dan weer dat de kanker een straf is omdat ze nooit erg gelovig
geweest zijn. En verder zijn er ook mensen die geloven dat ze kanker verdiend
hebben om het gene wat ze in hun leven gedaan hebben.
Toen ik al deze informatie
gelezen en verwerkt had, stond ik er wel eventjes bij stil. Ik vind het
eigenlijk erg dat sommige culturen zo kunnen doen over kanker. Wanneer je kanker
hebt, moet je er in mijn ogen alles aan doen om weer beter te worden en dit via
steun van vrienden en familie. Persoonlijk kan ik er niet inkomen dat men in
sommige godsdiensten moet verzwijgen dat men kanker heeft.Verder geloof ik ook niet dat kanker een
straf is die God je heeft gegeven. Kanker is iets wat plots optreed en je
helemaal niet kan zien aankomen. Het is ook iets dat je niet in handen hebt.
Eigenlijk vind ik het best wel erg dat er in bepaalde godsdiensten zo gedaan
wordt over kanker
Deze informatie heb ik allemaal
gehaald uit onderstaande bron:
De
Meyer, L. & Van De Walle, G. (2010). Allochtonen en kanker. Pg 24-68. Brussel: VLK
Ik heb een interview afgenomen met
Siemen en zijn mama. Siemen is een vriend van mijn broer en had op jonge
leeftijd te maken met kanker. Nu is hij 16 jaar en kankervrij. Siemen en zijn
mama hebben mij vertelt over de ziekte en de behandeling. Ik heb veel
bewondering voor hen omdat het niet gemakkelijk is om jezelf sterk te houden in
zo een situatie. Ze hebben een heftige periode meegemaakt maar ze zijn er met
veel succes uitgeraakt. http://www.youtube.com/watch?v=5wm8n5NdQbE&feature=youtu.be
Toen Siemen in behandelig was,
heeft hij van het ziekenhuis de prentenboeken Chemo-Kasper en Prinses Lucie
en de Chemo-ridders gekregen. Deze boekjes zijn bedoeld om het zieke kind en
ook zijn klasgenootjes duidelijk te maken wat kanker is en hoe het hele
proces precies is zijn werk gaat.
In het verhaal van Lucie en de
chemo-ridders wordt kanker op een fantasierijke manier aangebracht. Het is een
verhaal over een prinsje dat kanker heeft. In haar lichaam vechten er
chemo-ridders tegen de slechte cellen waardoor ze weer beter wordt. Persoonlijk
vind ik dit een hele leuke manier om de kanker bij kinderen aan te brengen.
Vooral bij oudere kleuters omdat zij houden van fantasie. Maar ik kan me wel
voorstellen dat het moeilijk is voor de kinderen om zich op deze manier een
beeld te kunnen vormen over hoe de kanker in je lichaam echt is. De cellen die
in het lichaam zitten worden weergegeven als echte mannetjes, wat in werkelijk
niet zo is.
In het boekje Chemo-Kasper
daarentegen, worden het verhaal zelf en de prenten realistischer weergegeven. Er
wordt kennis gemaakt met enkele onderdelen van het lichaam en het kind wordt
echt betrokken bij het verhaal. De cellen hebben ook een vreemdere vorm en je
kan zien aan het kind in het boek dat het ook echt ziek is. In dit boekje wordt
de kanker dus voorgesteld zoals het ook echt is in je eigen lichaam wanneer je
kanker hebt.
Het verhaal van Chemo-Kasper en
zijn jacht op de slechte kankercellen kan je terugvinden op het internet.
Wanneer je op onderstaande link klikt, begint de voorstelling.
Onderzoeksvraag 1: Wat zijn de acties die de leerkracht onderneemt wanneer er een kind met kanker in de klas zit?
Wanneer er een kind met kanker in de klas zit, voelen de klasgenootjes aan dat er iets aan de hand is met het kind. Het is vaak niet op school en het heeft een veranderd uiterlijk. Daarom is het als leerkracht belangrijk dat je de klasgenootjes, na overleg met de ouders, op de hoogte brengt over wat er gaande is met het zieke kind. Tijdens een kringgesprek, leg je uit wat kanker precies is en wat eraan gedaan kan worden. De kinderen weten nu ook waarom het zieke kind soms afwezig is en wat er met hem of haar allemaal kan gebeuren.
Omdat het schoolbezoek erg kan afwisselen, is het belangrijk dathet zieke kind en diens oudersweten dat de klas en de school achter hen staan. Om dit zowel aan hen als aan de klasgenootjes van het zieke kind duidelijk te maken, onderneemt de leerkracht enkele interventies in de klas wanneer het kind niet op school kan zijn.
Wanneer het zieke kind enige tijd afwezig is, kan je enkele leuke acties ondernemen en naar het zieke kind gericht, zodat het toch een gevoel krijgt dat het nog bij de klasgroep hoort. De leerkracht kan bijvoorbeeld gebruik maken van digitale mogelijkheden om het kind virtueel in de klas aanwezig te laten zijn. Ook video-opnames en fotos maken van de gebeurtenissen die zich voordoen in de klas zijn altijd leuk. Het is ook fijn wanneer de kleuters tekeningen maken, versjes en liedjes opnemen en kaartjes schrijven en deze daarna allemaal aan het zieke kind bezorgen. Ook fotos en video-opnamen die van bijhet zieke kind komen moeten opgehangen en bekeken worden in de klas. Verder kan de leerkracht uitzoeken of het mogelijk is om met de hele klashet zieke kind op te bellen en de luidspreker op te zetten, zodat alle klasgenootjes kunnen meeluisteren. De leerkracht kan ook een bezoekschema opstellen in overleg met de ouders zodat er telkens een deel van de klasgenoten thuis of in het ziekenhuis op bezoek kunnen komen. Een grote steun is ook wanneer je als leerkracht een plantje of bloem voorziet in de klas, ter gedachte van het zieke kind, dat elke dag door de kleuters verzorgd wordt. Wanneer het zieke kind na zijn verblijf in het ziekenhuis weer thuis of op school komt, moet je voor een warm ontvangst zorgen. Dit kan je doen door het huis of de klas te versieren en door kaartjes, brieven en tekeningen te voorzien. Verder is het ook belangrijk dat je de klas altijd op de hoogte houdt over de toestand van hun zieke klasgenoot. Vertel of er vordering is, of dat het net achteruit gaat. Dit maakt dat wanneer het plots slechter zou gaan met het kind, dit een minder grote klap is voor de klasgenoten. Buiten de interventies die je samen met de kleuters onderneemt is het ook belangrijk dat je als leerkracht de ouders op de hoogte houdt van het schoolgebeuren. Je moet ervoor zorgen dat informatie vanuit de school bij de ouders van het zieke kind terecht komt.
Wanneer het kind na de behandeling weer naar school komt, vergt dit ook enige voorbereiding van de leerkracht.
Eerst en vooral moet ze de klasgenoten voorbereiden op het veranderd uiterlijk van het kind. Wanneer er fotos, videos en bezoekjes uitgewisseld werden, is dit een minder grote shock voor de kinderen en zal het zieke kind eerder worden opgenomen in de groep. Verder moet ze aan de klasgenootjes ook uitleggen en verantwoorden dat het kind soms niet hele dagen op school zal zijn en dat het bepaalde dingen niet zal mogen doen. Wanneer het kind dan voor het eerst weer op school is moet je, na overleg met de ouders en het zieke kind, de dag beginnen met een kringgesprek waarbij het kind kan vertellen over zijn ziekte en behandeling. Naast deze acties in de klas, moet je als leerkracht, in samenspraak met de ouders, ook de andere ouders op de hoogte brengen van het zieke kind en de gevaren van de infectieziektes die zich eventueel kunnen voordoen.
Omdat men niet op voorhand weet of de kanker al dan niet geneeslijk is, moet je als leerkracht ook voorbereid zijn op de gevolgen.
Wanneer de behandeling met succes afgelopen is, betekent dit niet dat je geen rekening meer moet houden met het kind en diens ouders. Na de laatste bestraling moet men er rekening mee houden en meedelen aan de klasgenoten dat het kind nog vatbaar is en dat het snel moe is. Het kind zal ook nog vaak op controle moeten waardoor het afwezig zal zijn in de klas. Als leerkracht moet je de kinderen altijd op de hoogte brengen waarom dit is. De controles brengen altijd spannende gevoelens met zich mee. Daarom moet je als klas aantonen dat je ook hierbij volledig meeleeft met het kind en de ouders. Verder is het ook belangrijk dat je met de ouders in contact blijft. Zo weet je wanneer er controle is en kan je bovendien ook samen letten op lichamelijk of psychische veranderingen bij het kind.
Spijtig genoeg bestaat er ook een kans dat het kind niet beter kan worden. Wanneer dit zich voordoet is het contact met de ouders van groot belang. Samen met de ouders moet je nagaan wat je als leerkracht mag vertellen aan je klas, collegas en aan de rest van de school, hoe het kind zelf hiermee omgaat en hoe zijn of haar broers/zussen hierop reageren. Het is van uiterst belang dat deze informatie op alle betrokkenen is afgestemd. Daarna kan je beginnen met je klas voor te bereiden op het overlijden van hun klasgenoot. In dit stadium is het belangrijk dat de band tussen de kinderen onderhouden wordt en dat er de gelegenheid genomen wordt om op een goede wijze afscheid te nemen.
De periode nadat het kind is overleden vergt veel aandacht. De school en de leerkracht moeten ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is voor het rouwproces van deleerlingen.Gedurende de rest van het schooljaar moet er plaats gemaakt worden om te praten over het gestorven kind en moeten voorwerpen die ons aan het kind doen denken een plaatsje hebben in de klas.
Deze informatie heb ik grotendeels
gevonden op de website van de Vereniging Ouder, Kinderen en Kanker:
Vereniging
Ouders, Kinderen en Kanker. (2011). Het kind en de school.[Online]. Beschikbaar:http://vokk.nl/
Om het onderwerp 'kanker in de klas' te onderzoeken, heb ik enkele onderzoeksvragen opgesteld waarop ik graag een antwoord zou willen vinden.
1. Wat zijn de acties die de leerkracht onderneemt wanneer er een kind met kanker in de klas zit? 2.Op welke manier kan het kind met de kanker omgaan? 3. Hoe staan de verschillende godsdiensten tegenover een terminale ziekte?
Kanker is een ziekte die we in België vaak aantreffen. Iedereen kent wel iemand in zijn omgeving die met deze ziekte te maken heeft. Meestal gaat het om oudere mensen maar er zijn ook heel wat jonge kinderen die door kanker getroffen worden.
In sommige landen wordt kanker beschouwt als een straf. Ik vind dat wanneer iemand kanker krijgt, deze geen enkele schuld treft. Niemand is verantwoordelijk voor het ontstaan van deze ziekte. Natuurlijk zijn er wel bepaalde factoren die een verhoogt risico geven op kanker zoals slechte leefgewoontes en erfelijkheid. Ik vind het dan ook belangrijk dat mensen proberen om zo gezond mogelijk te leven.
Wanneer je te maken hebt met kanker, vind ik het van groot belang dat je vooral hulp en steun krijgt van je nabije omgeving. Dat je de kracht en de moed kan halen uit datgene wat je het meeste na staat. Ik denk dat je je op de deze manier het sterkste zal kunnen houden en je het meest kan genieten van het leven dat je nog te gaan hebt. Ikzelf geloof soms een beetje. Het is moeilijk om het mij voor te stellen maar ik dat wanneer ik kanker zou krijgen, ik mij ook vragen zou stellen over waarom God mij heeft uitgekozen. Ik kan het dan ook begrijpen dat sommige mensen beginnen te twijfelen aan hun religie en soms zelf alle geloof verliezen. Maar anderzijds zou ik er denk ik toch in geloven en vragen naar hoop en steun. Vanuit mijn opvoeding ben ik mij ervan bewust dat je het leven moet nemen zoals het is maar dat je wel moet ondernemen. Gaat het even niet goed, zit je in een dipje? Dan moet je er wat aan doen. Maar dit kan je niet alleen. Dit gaat alleen maar met de steun van mensen die je dierbaar zijn. Verder heeft mijn oma mij geleerd dat ik altijd positief moet blijven denken. In een situatie zoals kanker is dit niet altijd even gemakkelijk maar zoals mijn oma mij meegeven heeft, moet je genieten van de momenten die je in je leven nog kan meemaken.
Wanneer een leerkracht te maken heeft met een kind dat kanker heeft in de klas, vind ik het belangrijk dat ook zij een steun is voor zowel het kind als voor de ouders van het zieke kind. De leerkracht moet er zijn en een luisterend oor hebben. Zowel voor de ouders als voor het kind. Ook de klasgenootjes van het kind kunnen een ondersteuning zijn. Daarom vind ik het belangrijk dat wanneer er een kindje kanker heeft in de klas, hier ook rond gewerkt wordt. Zo weet het zieke kind dat hij nog steeds aanvaard wordt en dat hij nog bij de groep hoort.
In het artikel wordt beschreven dat België op de vijfde plaats staat in de lijst van landen waarin kanker het meeste voorkomt. Omdat kanker een actueel onderwerp is en ook een ziekte is die veel aan bod komt in ons land, wil ik mij graag in dit onderwerp verdiepen. Wanneer ik zelf een in kleuterklas zal staan, zal ik misschien ook in contact komen met kleuters die kanker hebben of met ouders van kleuters die deze ziekte dragen. Om deze redenen zou ik graag willen onderzoeken hoe men hiermee als leerkracht in de kleuterklas mee omgaat.