Zelfhulpgroep voor mensen met faalangst, sociale angst, agorafobie, straatvrees, hoogtevrees, claustrofobie, angst om te blozen, angst om te zweten, angst om te trillen, angst om te slikken, angst om te spreken, angst om te stotteren, angst voor slangen, angst voor bijen, angst voor spinnen, angst voor muizen, angst voor honden, angst voor katten, angst voor de dood, mensen die lijden aan hypochondrie, mensen die lijden aan hyperventilatie, mensen die lijden aan smetvrees, mensen die lijden aan paniek, mensen die lijden aan paniekaanvallen, gegeneraliseerde of algemene angststoornis.
De Zoektocht
Al duizenden jaren zijn mensen spiritueel zoekend en voor velen is het een zoeken gebleven.
Alleen hebben er enkelen, verdwaald in een woestijn, hun zoektocht moeten loslaten en zijn daardoor tot inzicht kunnen komen.
Gevoel en intellect, de menselijke kwaal
(Ramesh Balsekar)
Menselijke wezens gaan er in beginsel vanuit dat ze verschillend zijn van andere objecten. Maar ze zijn alleen in zoverre verschillend, dat menselijke wezens net als dieren en insecten extra uitgerust zijn met het vermogen te voelen.
Het menselijk wezen heeft het vermogen te voelen én hij heeft intellect. Als gevolg van de aanwezigheid van intellect wil het menselijk wezen vragen stellen.
Evenzeer is het het intellect dat hem zich ellendig laat voelen. Als er een dreigend gevaar gevoeld wordt, is het dier onmiddellijk waakzaam. Maar zodra het gevaar geweken is, ontspant het dier zich. Onder die omstandigheden laat bij het menselijk wezen het intellect hem vooruit blikken. Hij zegt: "Wat zal ik doen als er iets gebeurt? Wat zal ik doen als het niet gebeurt?"
Dus het intellect brengt een gevoel van angst met zich mee, omdat het intellect zekerheid wil. Het intellect verwerpt verandering en wil zekerheid. Omdat dat soort van denken bij het dier er niet is, maakt het zich geen zorgen over zekerheid.
Daar is geen bezorgdheid.
Er is geen bezorgdheid, omdat er geen verstand is dat denkt of begrippen en denkbeelden maakt.
Ik ben dat niets
(Ramesh Balsekar)
In het tijdperk van kleine koninkrijken was er eens een gelegenheid om feest te vieren. De koning, zijn ministers en alle belangrijke mensen zouden bijeenkomen. Alle mensen kregen een plaats toegewezen volgens de hiërarchie. Er was een troon voor de koning. De eerste minister wachtte op de komst van de vorst en het begin van de plechtigheid.
Plotseling komt er een soefi mysticus in haveloze kledij binnenwandelen. Tot afgrijzen van de premier loopt hij recht op de troon af en neemt plaats.
"Wat denk jij dat je doet?" De soefi zegt: "Ik zit hier alleen maar."
De minister zegt: "Je bent niet eens de premier, want dat ben ik." De soefi zegt: "Ik ben meer dan de eerste minister."
De minister vraagt: "Ben jij soms de koning?" De soefi antwoordt: "Nee, ik ben niet de koning. Ik ben meer dan de koning."
De minister vraagt: "Ben jij de keizer?" De soefi antwoordt: "Ik ben niet de keizer. Ik ben meer dan dat."
Dus vraagt de minister: "Ben jij dan de profeet?" "Nee, ik ben niet de profeet. Ik ben meer dan dat."
Uiteindelijk vraagt de eerste minister ten einde raad: "Ben jij dan God?" De soefi antwoordt: "Nee, ik ben niet God. Ik ben meer dan dat."
Vervuld van ergernis roept de minister uit: "Maar niets is meer dan God!"
Zegt de soefi: "Precies, ik ben dat niets."