We
hebben gisterenavond nog reuze gegeten op de camping. Voor 13 was er een vast
menu met soep, varkensribbetjes met frietjes à volonté, een dessert met koffie
en rode en witte wijn ook al à volonté. Als rasechte Belgen konden we ons
buikje nog eens lekker rond eten met FRIETEN
Toen
we het kleine restaurantje op de camping buitenkwamen restte ons nog een
surprise rond onze motorhomes stonden een half dozijn paarden rustig te
grazen met de poort wagenwijd open! Dat hadden we ook nog nooit meegemaakt!
Algemeen jolijt bij de bende natuurlijk
Het
slechte nieuws was dat het gisterenavond is beginnen te regenen en dat het de
hele nacht door is blijven regenen
Deze
ochtend zou je gedacht hebben dat het weer zou opentrekken en tegen beter weten
in hebben Thierry en ik voor onze laatste rit eerder luchtige kledij
aangetrokken. Dat, hadden we beter niet gedaan
Het
is dik negen uur als de laatste motorhome met de nodige slipproblemen van de
camping rijdt en de fietsers achterlaat. Daar staan we dan, nog droog, 12°C met
een frisse bries
Van
uit Portomarin gaat het de eerste 13km al snedig bergop, de wind zit echt
slecht en afhankelijk van de bochten voor het merendeel pal op kop. De gevoelstemperatuur
is dermate dat Thierry en ik afwisselend even stoppen om kledij bij aan te
trekken. De kilometers gaan tergend traag op de teller. Al snel komen we de
eerste fietser tegen, te voet Er zijn veel wandelaars op de been, ze moeten
minstens 100km afleggen voor hun Compostolaat en je ziet ze echt in bosjes. Ook
zijn er ineens veel taxis onderweg, toeval???
Bij
de Albergues is het plots aanschuiven voor een stempel of een kop koffie en
je moet echt oppassen om niet de pas te worden afgesneden door een busje, dat
op de smalle wegen, zo snel mogelijk hun vracht moet afzetten of ophalen
Je
houdt het niet voor mogelijk maar toch is het zo!
We
zijn amper een uur op de baan of de eerste bui is een feit. Eerst nog wat zacht
gesputter, maar dan in volle hevigheid. Kort, maar krachtig, net genoeg om van
kop tot teen doordrenkt te zijn.
We
passeren de zoveelste Albergue in de buurt van Ligonde. De weg is
nauwelijks meer dan enkele geplavijde tegels breed, gescheiden door een
aftandse goot in het midden. Kippen lopen los, honden op elk erf, een tractor
verspert ons even de weg.
De
tweede bui zit er aan te komen, de derde ook, het zal niet meer ophouden voor
de rest van de dag.
We
trekken alles van kleren aan wat we nog kunnen vinden in onze magere bagage. Het
lijkt nog kouder te worden, ijzig zelfs, er verschijnt warme damp uit onze
monden als we uitademen. De ene steile heuvel is net achter de rug als de
volgende zich al aanbiedt.
Dit
wordt zonder twijfel de zwaarste rit en we moeten nog meer dan 50km! De N547
is niet bepaald de lekkerste weg om op te fietsen maar wel de kortste. Het Sweerman
alternatief biedt twee lussen aan maar met een surplus van 20km, neen, dank u.
we kiezen beiden voor de korte pijn, en pijn zal het doen.
In
Boente, recht tegenover de kapel vinden we een kleine herberg waar we in alle
rust onze boterhammen kunnen opeten. Even buiten die vervelende wind, even opwarmen
zonder regen.
We
kijken elkaar aan, veel komt er niet uit, het is nog ver.
Daarbuiten
in de wrede wereld gaat het er hels aan toe. Het wolkendek hangt laag, veel te
laag zodat het zicht nauwelijks meer is dan enkele voetbalvelden lang. Het is
grijs, novemberweer, herfst, zelfs winter als je de temperaturen in acht neemt.
De wind giert in elke spleet, speelt met elk loshangend blad, maakt dat het nog
kouder aanvoelt.
Dit
is niet leuk meer!
Ik
zie amper nog iets door de zonnebril die voor de verandering nog maar eens
tegen de regen beschermt. Thierry rijdt nu constant enkele meters voor mij uit,
het is gevaarlijk rijden, in de afdalingen ligt het tarmac er maar natjes bij
en de wind maakt het er niet gemakkelijker op.
Nog
40km, er is nog geen beterschap op komst, wat het weer dan toch betreft. Ik tel
elke kilometer nu af, pruttel onverstaanbare woorden als Thierry naast mij komt
rijden Klote hé jong, nog nooit eerder meegemaakt, en da wil al wa zegge!
We
rijgen de kilometers en hoogtemeters aan elkaar, langzaam, maar zeker. Er is
geen millimeter op mijn hele lijf nog droog, Thierry vloekt hard, klote land!
In
al mijn miserie begin ik plots te lachen, klote land!
Mijn
automatische piloot staat aan, blik op oneindig, verstand op nul, enkel
fietsen, ik zie niet verder dan twee strepen op het asfalt ver. Mijn ogen staan
gefixeerd op de GPS, meter na meter. Nog een bergop, weeral veel te steil, een korte
bergaf, het spatwater kletst overal heen, neen, we zijn nog niet nat genoeg,
neen
30km.
Thierry houdt de moed er veel meer in. Ik denk niet, ik fiets. we zijn er
bijna, volhouden.
Voor
die laatste kilometers gaat ge me niet op de knieën zene, dan gaat ge wat
anders moeten verzinnen klinkt het veel te luid.
Het
regent nog harder, op mijn fietsbroek ontstaan blaasjes, ik moet zelfs even
lachen, groen.
20km.
We stoppen even aan de kant van de weg onder een klein overhangetje. Reservekledij,
ik denk er aan, als straks de vrouwen naar de kathedraal van Compostela gaan
moeten ze verse, warme kleren meebrengen, anders zijn we op enkele minuten
doorkoud en onderkoelt! Thierry belt Malvina op.
Ik
ben nog een wrak. De regen zwakt wat af, althans dat denk ik. Nog 10km, een
dikke bult, misschien de laatste, zeker weten van niet
Het
is al lang geleden dat we nog een fietser of wandelaar gezien hebben, de
taxibedrijven doen gouden zaken, zeker weten van wel
We
worden afgeleid van de weg, het gaat rond het vliegveld van Santiago, amper een
minuutje later scheert een passagiersvliegtuig op enkele meter boven onze
hoofden, Thierry lag van het verschieten bijna in de gracht klote land, roept
hij nog, alsof de piloot het wat kan schelen
De
weg ligt verschrikkelijk slecht, het tarmac kapot gebarsten van de warmte,
weeral steil bergop, nu zal het toch wel de laatste zijn!
Er
komt geen eind aan, bij de minste afdaling moeten we het stuur stevig
vasthouden om niet onderuit te gaan, ik heb hoofdpijn van de wind, van de
regen, van alles.
We
zien het bordje Santiago staan, dit moet op de foto, klote land
Ah
ja, dat mankeerde nog, een kasseistrook, van een kilometertje, fietsers naar
rechts, helaba, de kathedraal ligt wel links hé, klote land
We
draaien driekwart toer rond de kerk en besluiten dan maar tegen de richting in
te rijden, op het voetpad.
Smalle
straten, verdomd gladde kasseien en nog gladdere putdeksels. Komaan manne, een
trap, in twee delen, ik zie de torens van de kathedraal, heel dicht nu, we zijn
er, draaien het megagrote plein op.
Ria
en Malvina staan ons op te wachten en vliegen ons letterlijk om de hals. Er komt
een pakje emotie los, Thierry en ik omarmen elkaar, dat hebben we maar weeral
gedaan, dat vergeet je nooit meer, tot het einde der dagen, zelfs veel langer
Jef,
Christiane en Eddy stormen toe en feliciteren ons. Eerst gaan we voor het
Compostolaat en dan voor ne koffie en dan ..bergop naar de camping en uren
onder de douche
Gezien
het weer zal dit waarschijnlijk onze laatste rit geweest zijn, Finistera???
We
zijn vandaag met net geen 100km en een Ventouxke van 1.650htm serieus over de
rooie gegaan, zeker met de weersomstandigheden.
Het
einde is in zicht!
Een
vervolg komt er nog aan, zeker wat de blog betreft.
16-06-2013
Foto's
Zondag 16 juni 65,46km Alto de Poio-Portomarin
We
zijn zelden met zon mooi uitzicht wakker geworden.
Je
zou nochtans zeggen dat de LU633 een verlaten reisweg is die bijna alleen door
fietsers en begeleiders genomen wordt maar we hebben aan de lijve ondervonden
dat dit gegeven zeker niet waar is. De hele nacht door passeerde er geregeld
een auto die zijn aanwezigheid te kennen gaf door wat harde muziek op te zetten
of te claxonneren hetgeen onze nachtrust zeker niet ten goede kwam, waar we
blijven erbij, de locatie was meer dan de moeite.
Tot
gisterenavond laat zijn er fietsers en wandelaars onze parking voorbijgekomen.
Om 21.50u volgens ons de laatste, 2 fietsers verbonden met een koord, om die
enkele meters tot de Alto de Poio nog te overbruggen.
De
zon schijnt, maar voor hoe lang nog? In de verte stapelen de wolken zich al op!
Dat komt nooit goed.
We
vertrekken redelijk vroeg en na de enkele meters bergop gaat het bijna in één
ruk bergaf tot Tricastela zon 20km verderop. De afdaling gaat langs een
brede, goed aangelegde asfaltweg en we zoeven de dieperik in. In het dal is een
kleine Albergue en we laten onze carnet afstempelen.
De
weg gaat stilaan op en af en het is fijn rijden. Hoe veel fietsers we gisteren ook
zagen, ze lijken één voor één hun zondagsrust te nemen, we zien er amper 7
waarvan 2 op de fiets
In
Samos stoppen we bij het grootste en tevens één van de oudste Spaanse
kloosters. De motorhomes, die ons ondertussen gepasseerd waren, zijn hier ook gestopt
en iedereen heeft het klooster bezocht en was danig onder de indruk. Vooral de
muurschilderingen in de gangen waren nogal overweldigend!
Thierry
en ik stoppen even bij de portier, die een winkeltje draaiende houdt. De goedlachse
pater moest met ons even op de foto, in ruil voor een joekel van een stempel.
Tot
Sarria is het redelijk mooi cruisen. Af en toe een bultje maar voor de rest
kunnen we wat rondzien en nagenieten van het uitdeinende bergmassief. Sarria
is een wat rare stad, de hoofdstraat is nogal smalletjes in vergelijking tot de
hoogte van de gebouwen en geeft een wat claustrofobisch gevoel. Het ziet er
zeker niet gezellig uit en ondanks de vele bars en cafés oogt er geen enkel
echt uitnodigend om onze boterhammekes op te eten.
De
zon is volledig verdwenen achter een massieve grijze wolkenmassa. Het regent
niet maar lang zal het niet meer duren. Het is nog 21km tot onze volgende
slaapplaats in Portomarin en als we al droog willen aankomen is het misschien
nog niet zon slecht idee om verder te rijden.
Buiten
Sarria draaien we linksom en meteen wacht ons een serieuze klim. Af en toe
zit er wel een stukje vals plat tussen maar we moeten toch 13km recht op de
trappers. Het is puffen en blazen en zonder onze middagkoffie gaat het een
stuk moeizamer.
Piradela,
we zijn boven. Tot Portomarin is het nog een kilometer of 9, recht naar de Rio
Mino. Ondanks het feit dat het vandaag een redelijk vlakke rit was met een
serieuze afdaling in het begin sprokkelen we toch weer meer dan 700htm bij
elkaar, het is echt ongelofelijk.
Rond
13.30u zijn we al op de camping en kunnen we nog wat rust inbouwen voor de laatste
rit van morgen die toch nog 100km bedraagt; Santiago de Compostela, ons
einddoel waar nog een klein aanhangselke van 100km aan vast hangt, maar das
voor binnen enkele dagen
In
de namiddag druppelt het af en toe wat flauwtjes, voor de volgende dagen wordt
regen voorspeld We zullen aankomen zoals we vertrokken zijn met regen
15-06-2013
Zaterdag 15 juni 69,8km Molinaseca-Alto de Poio
Spaans
weer, geen wolkje aan de hemel, haast geen zuchtje wind, het kan nauwelijks
beter voor de op één na zwaarste rit.
Een
bult of drie en 10km verder staan we al in Ponferrada, echt een mooie,
propere stad, doormidden gesneden door de Rio Sil. Nauwelijks in de stad
rijden we al langs één van de laatst bezette Tempeliersburchten. Het is echt
een pareltje en een bezoek meer dan waard. Nieuwbouwvertrekken in moderne
materialen zijn keurig aan de originele muren bevestigd en het ziet er piekfijn
retro uit, hoewel ik me wel kan inbeelden dat niet iedereen dat zo een goed
idee zal gevonden hebben. De burcht maakt nog steeds indruk op de bezoeker door
zijn toegangsbrug en hoge gekartelde kanteeltorens.
Ponferrada
is druk op een zaterdagmorgen. Het is markt en iedereen lijkt op de been. De industriestad
oogt weinig Spaans, zelden gezien, maar er hangt zelfs een voorstad aan vast.
Het
is nog een twintigtal kilometer tot Villafranca del Bierzo. De grote
verbindingsweg golft nu onophoudelijk.
Tweewielers
moeten minimum 300km doen voor een geldig Compostolaat, een afstand die we
eergisteren ergens overschreden zijn en het valt dan ook op dat het aantal fietsers
echt exponentieel is toegenomen. Je zou enige fris- en fitheid verwachten van
de nieuwelingen maar dat is wat ver gezocht. Het gebrek aan ritme en tempo valt
duidelijk op en bij de eerste knik stappen een groot aantal al af en zetten de
weg verder met de fiets aan de hand.
Villafranca
is nog zon mooie stad. De toegangsweg loopt langs een 16e eeuwse
burcht met versterkte hoektorens, er is net een bus toeristen losgelaten. Het gaat
nu bergaf tot op de Plaza Mayor waar een indrukwekkend barokke gebouw staat
met imposante voorgevel; een jezuïetenklooster. Er zijn vele terrasjes en zoals
zovelen stoppen we en genieten van het uitzicht en vooral van een koffie met
broodje
Vanaf
nu gaat het alleen maar bergop denk ik hardop, meer dan 40km
Het
weer zit mee, het is nog niet te warm en de wind speelt nog niet echt een grote
rol, maar wat niet is kan nog komen.
We
volgen de oude weg door de beboste en smalle kloof van de Rio Valcarce. De relatief
nieuwe autostrade A6 loopt in dezelfde kloof en we kruisen ze meermaals onder
en boven. Er liggen wat kleinere dorpjes nog verder in de diepte van het dal,
maar wij blijven zo hoog mogelijk. Het stijgingspercentage valt wel mee tot net
voor Trabadelo, de wind raast met momenten langs onze oren. Na Las Lamas
gaat het weer wat vlakker, de wind is wat weggevallen. We zitten nu op
1.000htm, nog een dikke 300 te gaan.
In
Pedrafita slagen we links af, nu komt het ergste nog, een viertal kilometer
en nog meer dan 200htm te gaan. De weg kromt rond een heuvel. Nu we uit de
kloof zitten zien we pas in welk fantastisch landschap we terecht zijn gekomen.
Overal groene, frisse, afgebakende weien, afgewisseld met plukken bos. Overal hoor
je koeien met bellen.
Het
is duwen nu. De meeste fietsers die we zien staan stil of lopen naast hun
tweewieler. Thierry voelt zich nog super, ik moet de kadans iets laten zakken,
nog 3km. Er volgt weer een steiler stuk en een stuk in dalende lijn. Ik blijf
doorbijten en probeer wat te recupereren in die enkele meters bergaf. Nog 2km,
in de verte zie ik de stopplaats, of toch tenminste de plek waar we afgesproken
hebben met Ria, Malvina en Eddy, die ons een stuk tegemoet zijn gereden.
Er
staat nog een trosje Fransen langs de weg, ik weiger te plooien. Nog 1km,
Thierry wacht me op, het eerste huis, we zijn er, het dorp Cebreiro. Niet meer
dan een huis of twintig maar met een kerkje uit de 10e eeuw. Het dorp
is één van de oudste toevluchtsoorden voor pelgrims en bestond waarschijnlijk
al in de 9e eeuw. We zijn nu in Galicia. Het Keltische karakter
weerspiegelt zich meteen aan de prularia die te koop zijn in de verschillende
winkeltjes. De bevolking gebruikt nog een eigen officiële taal, verschillend
van het Spaans.
We
drinken iets op het terras naast de kerk.
We
zijn nog niet helemaal thuis. Onze motorhomes staan op een parking op de top
van de Alto de Poio en het is best nog wat dalen en klimmen voor we
uiteindelijk de achterkant van de 4 wagens zien, eindelijk.
Qua
vermoeidheidsgraad bengelt deze rit wel in de top 5. De laatste kilometers zijn
de lastigste, ook al door het feit dat de wind hier fameus kan waaien op de
hoogvlakte.
Het
zal haast 20u geweest zijn als ons een vrouw op een fiets voorbij kwam. We
hadden haar eerder in Villafranca gezien, zon 7u geleden, châpeau
We
zitten nog buiten aan de motorhomes tot een uur of 9. We hebben een schitterend
zicht op berg en dal en zitten letterlijk op de eerste rij. Niet zo ver onder
ons lopen een dozijn of wat koeien, allemaal met een bel
14-06-2013
Vrijdag 14 juni- 69km - Hospital de Orbigo-Molinaseca
Dit
wordt een prachtige dag, zeker weten. Het weer is alvast van de partij. Om 10u
starten we via de N120, niet meteen de rustigste route, maar zeker de kortste.
het gaat al vlug wat op en neer maar met dit landschap stoort het absoluut
niet. Na een kleine 20km zijn we al in Astorga en het moet gezegd, de
binnenstad is echt uit de duizend. Het eerste wat onmiddellijk opvalt is het
voormalige bisschoppelijk paleis van Antoni Gaudi. Net ernaast staat de
prachtige Santa Maria kathedraal waarin verschillende bouwstijlen werden
gecombineerd. Naast de immense kerk staat een Romeinse poort en getralied
venster met het opschrift: Gedenk mijn toestand, gisteren ik, vandaag gij
Recht
tegenover heeft het toeristisch bureel haar zetel en das makkelijk meegenomen
voor een stempel. Het centrum is meer dan proper en verzorgd.
Na
Astorga gaat het meteen omhoog richting Montes de Leon en op de top het
befaamde Cruz de Ferro op 1500meter hoogte.
Castrillo
de los Polvazares, amper een kilometer of 10 meer westelijk dan Astorga is
een typisch dorp uit de Maragateria streek. Smalle natuurstenen straten en
woningen met vooruitstekende houten balkons zijn nogal frappante eigenschappen.
Minder bekend zijn de uitbundige bruiloften
De
natuur is prachtig en misschien wel mooist van wat we tot hiertoe gezien
hebben. Korte struiken met gele geurige bloemen. In de verte een veld met
lavendelkleurig gewas. We hebben ogen tekort. De klim is zeker in het begin
niet te steil en enkel de laatste 5à6km gaat het echt flink omhoog, maar we
zijn meer gewoon. Het is en blijft fantastisch en conditioneel kunnen we al een
stootje verdragen.
De
wind komt pal uit het Noorden. Als we met momenten die kant opgaan is het even
bijtrappen, maar echt overdreven is het nooit. Om de paar kilometer is er wel
een dorpje met een Albergue. Bij wijze van welkome afwisseling rijden we dan
door de hoofdstraat en laten enkele malen onze carnet afstempelen. Op de
terrasjes voor de pelgrimhuizen zit altijd wel wat volk, afgepijgerd en op adem
te komen. De Camino leeft en al maar goed voor de economie ook!
We
rijden door El Ganso, een éénstraatdorp met geplavijde slecht berijdbare
tegels. Bovendien gaat het steil omhoog en er dient serieus bijgeschakeld te
worden.
We
komen honderden wandelaars tegen, gepakt en gezakt. De enkele fietsers rijden
stapvoets of gaan te voet naast de tweewieler. We kijken wat verwonderd naar
elkaar. In het spookdorp Foncebadon stoppen we bij één van de twee Albergues
en eten onze sandwiches op, geen koffie, maar een dikke Cola. Thierry rijdt wat
sneller door. Malvina heeft een sms gestuurd en ze is, samen met Eddy, op weg
naar de top maar dan langs de andere zijde. De Westzijde is serieus wat steiler
met stukken tot 18% en Thierry besluit om ze tegen te rijden. We spreken af op
de top van de Cruz de Ferro.
Een
kwartiertje later kom ik op de top aan. Op een gigantische steenheuvel staat
een sobere houten paal met een ijzeren kruis er op. De geschiedenis wil dat
pelgrims hier een deel van hun symbolische last aflegden. De modernere pelgrim
houdt het gebruik in ere door van thuis meegebrachte voorwerpen hier achter te
laten.
Er
heerst een soort beklemmende stilte als ik naast de heuvel rij. Enkel de wind
zoeft langs het tarmac. Naast de kapel houden wandelaars hun siësta, er zijn
tafeltjes en banken voorzien.
Het
is best wat emotioneel nu we al zo ver zijn gekomen om ook onze steen achter
te laten. Ik sudder wat in de zon, genietend van het moment
Een
half uurtje later komen Malvina, Eddy en Thierry langs de andere kant bij de Cruz
aan. Iedereen heeft zijn moment van bezinning, iedereen op zijn manier.
De
afdaling naar Molinaseca is spectaculair te noemen. Amai, de weg die Malvina
en Eddy helemaal tot boven namen is echt wel steil. We stoppen nog in Manjarin
en Acebo om iets te drinken en houden nog veel meer halt om te genieten van
het uitzicht. Ver uit de mooiste beklimming en afdaling tijdens deze tocht en
misschien wel sinds
In
de verte zien we Ponferrada, maar houden onze ogen constant op de weg. De afdaling
is 17km en vrij snel. We komen dichter en dichter bij de camperplaats. Molinaseca
ligt aan een stenen boogbrug. De San Nicolaskerk staat op een hoogte en
beheerst uit uitzicht in het centrum. De aankomst is later dan geland, genieten
kost tijd en we hebben het er echt van genomen. In de motorhomes is het ondertussen
koken geblazen, er is weinig schaduw, een ideaal moment om een kleinigheidje in
het dorp te eten. Morgen nog een bergetappe, de Cebreiro staat op het
programma, straffe kost, we zien wel
13-06-2013
Donderdag 13 juni - 48km- Leon-Hospital de Orbigo
Mooie
liedjes duren niet lang, in ons geval mooi weer. Na één dag zit het er alweer
op. De camping die gelegen is in een pijnboombos op de heuvels rond Leon is
in een grijze, sombere sfeer ondergedompeld. Het leven komt langzaam op gang.
Bij de vier motorhomes is het routinewerk al volop aan de gang. Gezien de korte
rit kunnen we ook wat later vertrekken.
Vanuit
de camping vertrekt een steil stukje d-weg, weeral gevolgd door de snelle afdaling
van de N601, dezelfde weg die we gisteren al namen richting centrum van Leon.
Nu echter blijven we op de zuiderring richting Astorga. Het is druk en op de
vele ronde punten is het echt uitkijken. Tot Villar de Mazarife is het
landschap nogal gewoontjes. Niet dat we verwaand willen overkomen, maar de
eindeloze graanvlaktes met hier en daar een plukje bos, hebben we nu wel
gezien! Er zijn geen wandelaars in de buurt, het is dus weer een
Sweerman-ommetje wat betekent rustig maar wat verder en vooral wat meer
hoogtemeters.
Ach,
het is goed fietsweer houden we onszelf voor. Niet te koud en met 17°C ook niet
te warm, maar toch geeft het landschap een desolatere indruk dan wanneer de zon
schijnt.
Rechts
in de verte hangen donkergrijze wolken, gekabbeld met zwarte vegen die naar
beneden lijken te vallen, regen dus
In
Villar de Mazarife halen we in de Albergue een stempel en nemen enkele fotos
van de lelijkste kerk die ik ooit heb gezien. Toegegeven, er moet een lelijkste
kerk zijn en die hebben wij maar weeral gezien ook hé J
Vanaf
het dorpscentrum kruisen onze wegen terug met die van de wandelaars. Het tarmac
loopt wat flauwtjes op, je kan het einde van de weg niet zien, kilometers en
kilometers kaarsrecht voor ons uit. Voor de stappers is zoiets nefast voor de
moral.
We
houden er een proper gemiddelde op na, temeer daar en steeds donker wordend
plafond ons iets meer gas laat geven! We moeten een kilometer of 5 naar het
noorden. De wind waar we nog niet al te veel last van hadden, kletst nu regelrecht
in het gezicht. Van de ene moment op de andere wordt het weer beuken in de
richting van de regen, hopelijk houden wet nog wat droog.
De
laatste 7km tot Hospital de Orbigo hebben we de wind weer schuins achter. Het
wordt weer een ritje tegen de tijd want regen krijgen we toch. Er valt licht
gedruppel naar beneden als we naar de beroemde brug over de Rio Orbigo
rijden. Deze Romeinse brug is vrij uniek door zijn lengte en onregelmatige
vormen. Elk jaar, rond de 25e juli, is er een groot ridder- en steektornooi
in de bedding van de Rio Orbigo
De
camping ligt net uit het centrum. We zijn ruim op tijd want de motorhomes zijn
nog niet aangekomen.
Morgen
wordt het andere deeg. Na Astorga gaat het dapper omhoog tot een hoogte van
1500m, waar het ijzeren kruis oftewel Cruz de Ferro één van de bergen siert,
maar daarover later meer!
Rond
15u zijn de meeste wolken verdwenen. We kunnen nog wat nagenieten en een
wandelingeske maken. Voor vanavond staat er een reuze spaghetti op het menu van
meesterkok Eddy, jullie weten niet wat jullie gaan missen
12-06-2013
Woensdag 12 juni - 69km - Sahagun-Leon
Het
dorpsfeest had tot de vroege uurtjes geduurd. Klokslag middernacht was er vuurwerk
en om 01.30u begon de muziek op het plaza major. Toen ik me om 05.30u nog
eens omdraaide hoorde ik in de verte nog altijd wat bas, niet echt storend maar
het was er wel.
Deze
ochtend zag de hemel er uit zoals ik er al een tijdje van droomde, wolkeloos.
Voor de relatief korte rit namen we niet veel extra mee, het zou wel lukken
zonder al dat gewicht. Vanuit Sahagun volgen we terug de pelgrimsroute. Na de
inspannende namiddag van gisteren ging het vandaag wat rustiger. Waarom zouden
we ons ook haasten. Na aankomst op de camping in Leon gingen Malvina, Ria en
Eddy terug op pad en die zouden wel voor enige uurtjes zoet zijn
We
houden er dus een rustig tempo op na. Steeds links van de weg loopt een
grindpad voor de wandelaars. Om de paar meter is een jonge plataan aangeplant.
Veel schaduw geven ze nog niet maar alleszins beter dan de honderden paaltjes
die helemaal tot niets dienen.
Het
900m hoge plateau is zo plat als een biljart, rechts in de verte zien we de
witte toppen van de Picos. Thierry en ik genieten van het uitzicht, echt
prachtig. Elk dorpje dat we kruisen rijden we even in. Broeiende, dromerige
dorpjes, levend van de Camino. Bij sommigen ligt de hoofdstraat nog in de
grind. Bij anderen zijn de huizen opgetrokken in adobebouw, een soort leem
dat jaarlijks dient aangevuld of vernieuwd.
In
El Burgo zien we terug de Fransen van gisteren, ze zullen weer hun 15km doen
tot Mansilla de las Mulas.
Wij
stoppen er ook en na de stempelzoektocht houden we onze middagpauze in het
pelgrimscentrum. Het is een constant komen en gaan van mannen en vrouwen, soms
zwaar beladen met rug- of fietszakken, soms mankend, zelden lachend. Voor het
grootste deel zit de dagetappe er op, nog voor de grote hitte losbarst! Met de
fiets heb je altijd wat wind, een zaligheid of een vloek!
Tot
Leon kan het via de rustige, langere wegen maar Thierry en ik besluiten om
maar meteen voor de korte pijn te kiezen op de N601, temeer daar we een smsje
ontvingen van Malvina met de boodschap om af te spreken aan de kathedraal. Nu stond
Leon eigenlijk voor morgenvroeg op de planning maar dat kunnen we onze
vrouwtjes toch niet aandoen! De laatste kilometers gaat het flink omhoog, en
daarna met een hellevaart naar beneden op de eivolle viervaksbaan! Het is en
blijft wennen, net of je op de autostrade met je tweewieler paradeert. In ieder
geval bollen we zonder problemen de binnenstad in, maar dan, de kathedraal. We vragen
enkele Spanjaarden de weg, maar met het onverstaanbaar gebrabbel worden we geen
sikkepit wijzer. Goed, wij zijn de toeristen en wij moeten ons aanpassen, maar
het valt toch op dat er buiten Spaans enkele Spaans wordt gesproken!
We
komen er wel, het duurt alleen wat langer om met de Garmin de juiste zoekpunten
te selecteren omdat we de straatnamen niet kennen, maar alé, na een kwartiertje
zalig cruisen door het meer dan aantrekkelijke centrum komen we aan bij de
kathedraal. Ria en Malvina zitten ons al op te wachten, Eddy is wat caches gaan
zoeken!
Een
biertje en een dure ijscrème later rijden wij al naar de camping, de anderen
komen nog later te voet terug. Voor ons is het nog een kleine 6km, en de Garmin
heeft een pittig bosweggetje gevonden dat nogal dicht aanleunt tegen een
mountainbikeroute, en met mountain bedoel ik wel degelijk mountain!
Na
het dagelijkse onderhoud aan de fietsen komen de vrouwtjes en Eddy
aangestrompeld. De zin om nu nog te beginnen kokerellen is ver weg, dus besluiten
we met zn allen maar in de campingtaverne iets te eten. Dat hadden we beter
niet gedaan. Als voorgerecht hadden we lasagne maar die trok eerder op een veel
te lang gebakken croque. Mijn makreel kwam regelrecht uit het doosje om nog
maar te zwijgen over de frieten en de kip die anderen geserveerd kregen.
Morgen
de laatste kalme rit, daarna wordt het weer afzien, dus nog even profiteren. Onze
laatste week is ingegaan
11-06-2013
Dinsdag 11 juni - 94km - Castrojeriz-Sahagun
Hoe
veelbelovend de nieuwsspreker gisterenavond het weerbericht ook bracht,
zwaaiend met hogedrukgebieden en temperaturen boven de 30°C, hoe
achterdochtiger we geworden zijn, en terecht
Het
is overwegend grijs als we rond 8u de deur van de motorhome openen, ze hebbe
ons weer goe liggen roept Thierry Wat had je verwacht antwoord ik terug!
Het
is 14°C en op zich al een hele verademing tegenover de graden die we al gehad
hebben maar toch. De Tierra de Campos bekend voor broeiende temperaturen en verschroeiende
winden laat zich alvast niet kennen door de eerste eigenschap.
Eén
na één verlaten de campinggasten hun slaapstek, wij volgen!
We
rijden naast de heuveltop die Castrojeriz zo bekend maakt. Het stadje ligt als
een sikkel rond de oude Tempeliersburcht. Tot Castrillo zon 5km verderop
krijgen we even tijd om in te rijden, maar dan barst het Westenwindgeweld in
alle hevigheid los. Tot Fromista rijdt je met wat verbeelding door een
polderlandschap, erna eerder door Het land van waas, met één verschil dat je
op een hoogvlakte zit op een hoogte van 800meter.
We
stoppen even bij de Middeleeuwse boogbrug over de Rio Pisuerga. Net ervoor
staat een 12e eeuwse kapel die eerder dienst heeft gedaan als
pelgrimshospitaal en tegenwoordig is omgetoverd tot Albergue.
Het
doet altijd even vreemd als je stilstaat bij de gedachte dat honderden duizenden
mensen deze brug met hetzelfde doel maar onder andere omstandigheden hebben
overgestoken. Achter ons stopt een Franse camionette en een klein busje. Er
stappen een handvol wandelaars uit 14km tot Fromista hoor ik de patron
zeggen en dan zit hun dag er weer op, de rest zal met het buske gebeuren
denken we! Het opperhoofd kijkt nogal laagdunkend op ons neer, steekt de neus
in de lucht, plant zijn wandelstokken in de grond en zet er de kadans in enkel
de Marseillaise ontbreekt
In
de verte zien we echte lopen, das andere koek, rechts van de weg. Wij volgen
het asfalt. Het is mooi rijden door de oneindigheid van graan en gras. Immense
vlakken, zonder afbakening, gaan vloeiend over de altijd aanwezige glooiingen.
Toch is het best duwen tegen de venijnige wind. Stilaan priemt de zuiderzon
door het wolkendek en scheurt de grijzigheid open, blauwe puzzelstukken
achterlatend.
Net
voor Fromista kruisen we de Canal de Castillo. De hoge, enigszins gebogen
sluizen liggen trapsgewijs boven elkaar. Op 200km wordt een hoogte van 150m
overbrugt door middel van 49 sluizen. Met de bouw werd in de 18eeeuw begonnen
maar eigenlijk is het nooit afgeraakt, zoals zo dikwijls. Nu is het cultureel
erfgoed.
Fromista
is best aantrekkelijk. Pelgrims komen en gaan. Er zijn al wandelaars die het al
voor bekeken houden voor vandaag, het is amper 11u. We halen onze stempel bij
de San-Martin kerk, houden even een babbel met Eddy die we eigenlijk wat op
het lijf lopen en zetten kort daarna onze weg verder.
Het
is nog te vroeg voor de siësta, we willen nog doorrijden tot Carrion de los
Condos een 20km verderop. Het tarmac strekt zich als een afgerolde lintmeter
door het landschap uit. De weg ligt wat lager dan de omliggende velden wat het
minder aangenaam maakt om te fietsen. De wind staat pal op kop, gekanaliseerd
door het talud, maar de zon maakt zo veel goed. Tientallen pelgrims stappen hun
camino op het speciaal aangelegde grindpad, bekostigd door Europa. Elke twintig
meter staat er een paaltje met een schelp. Een boompje of bankje ware beter
geweest
In
Carrion de los Condos worden we opgewacht door een wuivende Eddy. Hij was ons
met de motorhome al voorgereden en had al een terrasje gevonden voor de
sandwiches, maar eerst nog maar eens stempeltijd in een verstoken Albergue.
Twee nonnen waren er bezig met een verhuis., gemakkelijk zo wat werkvolk te hebben
en vooral zo goedkoop J
Het
is ondertussen best heet geworden als we ons neerpladijzen langs één van de
hoofdstraten. We zijn bijna halfweg.
Pelgrims
zijn Big Business. Elk jaar wandelen of fietsen er zon 500.000 tot
Compostela. 500.000 die moeten eten, drinken, slapen en naart WC gaan. Overal vind
je winkeltjes met prularia, voorverpakte sandwiches en water. Overal vind je
hotelletjes en restaurantjes waar je voor zon tiental euro een degelijk
3-gangenmenu voorgeschoteld krijgt. B&Bs rijzen uit de grond uit noodzaak
en bieden comfortabele slaapplaatsen aan diegenen die niet in slaapzalen willen
vertoeven
We
grappen en grollen wat, de tijd vliegt maar we zullen nog uit ons pijp moeten
komen willen we op een redelijk uur op de camping aankomen.
De
wind lijkt ons nog aangewakkerd, in de verte kleine donkergrijze wolken.
Daar
komen vodden van roept Thierry
En
inderdaad, enkele kilometer verder krijgen we een korte, niet zo felle regenbui
op ons dak, maar nat is nat
Het
is nu echt duwen en trekken voor elke meter. Het landschap biedt weinig
verandering, de dorpjes zijn zelfs nog schaarser geworden.
We
steken de lange Deen voorbij die we eerder in Burgos en Castrojeriz al
hadden gezien. Met pak en zak beladen nestelt hij zich netjes tussen Thierry en
mij in. Het ism gegund, zijn reis gaat nog tot Zuid-Afrika met de fiets!
We
wisselen nu constant van kop. Eigenlijk heb ik zelden zon goeie dag gekend. Het
loopt als een trein en ik verteer de glooiingen en de Westenwind als nooit
tevoren. Zelfs Thierry is wat verbaasd door mijn form J
We
halen een gemiddelde dat naar de omstandigheden best goed is te noemen. Niet dat
het er toe doet, maar door gebrek aan bezienswaardigheden onderweg kan je maar
beter de beentjes nog eens strekken voor de lastige ritten die nog in
aantocht zijn.
De
laatste 10km rijden we naast de autostrade, op en af, ik begin de kilometers nu
wel te voelen. Het constante gebeuk tegen de wind begint zo stilaan door te
wegen en ik ben maar wat blij als ik in de verte de contouren van Sahagun
zie, onze overnachtingsplaats voor vannacht.
De
hele stad maakt zich klaar voor het feest dat vandaag begint en duurt tot
vrijdag. Om 19.30 is er een stierenloop in de straten en alles wordt in
gereedheid gebracht, inclusief de duizenden ijzeren dwarsbalken die het
parcours afbakenen. Elke avond stijgt het tonnage van de viervoeters tot
vrijdag de echte Bulls losgelaten worden
10-06-2013
Foto's Castrojeriz
Maandag 10 juni - 58km - Burgos-Castrojeriz
Het
regent niet, maar daarmee is ook alles gezegd. Na de zware ritten van de laatste
dagen konden we het vandaag iets rustiger aan doen.
Eerste
stop is uiteraard Burgos. Het is druk laveren met de fietsen. We cruisen wat
door de binnenstad en halen aan de kathedraal een stempel. Er stopt een
dame op de fiets bij ons, ze heeft ons Vlaams horen praten. Als
Ex-kankerpatiente rijdt ze haar queeste voor de kankerliga. Ze denkt aan
opgeven, haar fysieke conditie is zo verzwakt door de aanhoudend slechte
weersomstandigheden dat ze waarschijnlijk zal afhaken. We horen schrijnende
verhalen over de Albergues, zeg maar de rusthuizen voor pelgrims. De schimmel
staat in haar reistassen, water dat van de muren loopt door de condensatie,
enz.
Veel
fietsers zijn volgens haar al terug thuis, opgegeven door het slechte weer, je
moetet ons vertellen
Onder
de grijze hemel houden we zeker een babbel van een dik kwartier, ze had echt
behoefte aan een Vlaams luisterend oor, en dat heeft ze gekregen!
Burgos
is echt de moeite. Ria en ik hebben al afgesproken om hier terug te komen.
We
rijden de stad uit langs de Zuiswest-zijde. Hier heb je geen voorstad of iets
dergelijks. Je rijdt letterlijk de stad uit en enkele honderden meter verder
sta je tussen de koeien. De korte rit brengt ons via enkele hellingen tot de
hoogvlakte van Spanje. De eindeloze graan- en grasvelden voeren over de heuvels
heen. Van vorm en uitzichtis het zo wat
de kruising tussen de Engelse Cotswolds en de Schotse Highlands, maar dan
zonder de typische hagen!
We
rijden zo goed als alleen, geen teken van enige andere pelgrim. De
Sweerman-boekjes zoeken de vergetelheid nog maar eens op, maar toegegeven, het
is best mooi rijden. Een vleugje zon zou weeral wonderen gedaan hebben, maar
het blijft grijs met zelfs een verloren druppel. Net voorbij Cavia krijgen we
een viertal kilometer zand onder de wielen geschoven. Meer dan halverwege
houden we even halt voor de koffiepauze. Na Indurain komen we nu ook in
Iglesias.
In
de verte spotten we eindelijk de eerste pelgrims, we voelden ons zo alleen, nu
kunnen we de pijn en smart delen J
Na
2 korte pieken blijft het doorgaans of redelijk plat of licht bergaf gaan. Een
drietal kilometer van Castrojeriz rijden we onder de bogen van San Anton.
De weg loopt letterlijk door de kerk. In twee nissen langs de weg zie je nog de
plaatsen waar vroeger brood en drinken werd gelegd voor de pelgrims.
Het
was weeral plezant. Malvina, Ria en Eddy waren ons tegemoet gekomen en samen
hangen we wat rond de oude ruïne en wachten tot enkele Italianen het hazenpad
kiezen alvorens wat fotos te nemen.
Het
is nog enkele minuutjes tot de camping. Castrojeriz lijkt nog in de
Middeleeuwen. Alles is oud, stokoud, echt een groezelig vergaan dorpje met op
de top van een heuvel een Tempeliersburcht.
Voor
de moment hebben we geen last van de gevreesde warmte op de Spaanse
hoogvlakte, eerder van onderkoeling. Sinds mensenheugenis kennen ze dat hier
niet, al maar goed dat wij er zijn om het mee te beleven
09-06-2013
Zondag 09 juni - 88km - Najera-Burgos
Als
er een tempel voor heroïek en zelfkastijding bestaat hebben we het al zeker tot
het portaal of de zijbeuk geschopt!
Met
wat moeite kan je stellen dat het de laatste 36u nauwelijks is opgehouden met
regenen! Zelfs onze slaap is onstandvastig en rusteloos.
Om
8u loopt de wekker af, ik wil er niet uit. Op het dak klettert het
onophoudelijk. Ik ben dit weer niet beu, ik ben het kotsbeu. De kilometers en
het hoogteprofiel maken de reis speciaal, het weer daarentegen maakt er een hel
van! Elke dag opnieuw moet je jezelf opladen om vooral te vertrekken in de
regen, wetende dat je er voor de volgende 5à6u kletsnat en verkleumd zal
bijlopen, in ons geval bijfietsen
Het
moet zo wat tegen tienen gelopen zijn als we met veel tegenzin de oude stier-arena
van de camping verlaten. De rit van Najera tot Burgos volgt voornamelijk de
N120 in afwachting van de nieuwe autostrade. Onze beste vriend Sweerman heeft 3
lussen voorzien om enerzijds de toch wel drukkere N120 te vermijden en
anderzijds enkele historisch traditionele bezienswaardigheden te bezoeken.
We
houden onszelf echter niet voor de zot. Als het regent of giet wil je maar één
ding, zo snel mogelijk op het eindpunt arriveren. Het zou ons een kleine 20km
opleveren, maar wel een 100 extra hoogtemeters.
Met
een kleine omweg komen we op de N120, het regent pijpenstelen als we de licht
stijgende nationale weg opdraaien. De wind blaast met enkele Beaufort fel in
het nadeel, de reclamevlaggen aan een grote winkelketen staan strak gespannen
en klapperen voortdurend. Thierry rijdt op kop, ik probeer me nijdig in het
wiel vast te zetten, dan wisselen we af. Mijn beurten zijn korter. Thierry is
conditioneel een pak sterker, zonder twijfel. Op korte tijd krijgen we 2
hagelbuien te verwerken. Kleine, fijne speldekoppen irriteren mateloos onze
gevoelige huid. Ik knijp mijn ogen toe, met bril is het helemaal niet te doen. De
weg stijgt behoorlijk. In de zeldzame bergaf halen we amper 18km/u om maar een
idee te geven hoeveel tegenwind we te verduren krijgen. Tot Santo Domingo de
Calzada is het 24km. We komen verscheidene fietsers tegen, maar niet één op
zijn of haar zadel. Velen duwen hun tweewieler nog vooruit, anderen staan
hulpeloos aan de kant. Ons gemiddelde haalt geen 14km/u. Op enkele kilometer
ben je geradbraakt, ver in het achterhoofd weet je dat er vandaag 90 op het
menu staan, je krimpt ineen, schudt nog maar eens met je hoofd, nijpt de
regendruppels uit je ogen en trapt verder
Naast
de N120 loopt het wandelpad van de Camino. Voor de eerste keer begint het echt
op een processie te gelijken. Grote kleurrijke regencapes dansen op een neer in
het overwegend groene landschap. Het is bijna half twaalf als we de beschermende
binnenstad van Santo Domingo binnenrijden. In het centrum vinden we een
pelgrimshuis. De deuren zijn nog gesloten, maar er wachten al zeker een
dertigtal wandelaars, hun dagetappe zit er al op, wel heel vroeg als jet ons vraagt,
maar ja, ieder zijn Camino
Als
wat later de voordeur opengaat is het net geen stormloop, iedereen wil wel een
slaapplaatsje, voor ons kon de volgorde niet zoveel schelen, het was maar voor
de stempel.
Het
begint terug harder te regenen en besluiten om even te schuilen en op te warmen
bij een café con leche. Je ziet haast iedereen denken Hoe zot kun je zijn
Ik
heb verse, droge kleren aangetrokken, een zalig gevoel. Na twee koffies gaat de
helletocht verder. Met de regelmaat van de klok krijgen we nog een bui op onze
nek hoewel de tussenpozen groter zijn dan gisteren. We rijden uit de Rioja. De
anders zo hete plek heeft ons alleen maar regen bezorgd. Op de hellingen staan
gras- en graangewassen. De wegen lijken eindeloos, als kilometerslange
krijtlijnen doorheen alle tinten groen. De wind is iets in kracht afgenomen en
staat dan weer pal op kop, dan weer rechts vooraan, maar nooit in het voordeel.
We passeren Belorado en stoppen even bij een lagere kerktoren waar een
ooievaar fier het nest bewaakt. In de verte schijnt heel even de zon, zou het?
We
rijden nu al meer dan 50km bergop, wind op de neus. Donkere wolken pakken samen
over de heuvels, maar voor één keer houden we het droog. Als we in Villafranca
een gezellig barreke zien is de beslissing snel genomen, lunch-time
We
zitten tussen een 82 jaar oude Nederlander en een jonge Spaanse, beiden met
hetzelfde doel, Compostela bereiken. Hij heeft vandaag nog geen stap gezet
wegens het weer en zij heeft er een uurtje opzitten voor dezelfde reden.
De
koffie is zoals gewoonlijk overheerlijk, onze sandwiches smaken.
Nog
35km voor de boeg, straks naar 1150m hoogte.
We
blijven niet te lang hangen. Ik verwissel nog van shirt en weg zijn we. Amper een
kilometertje verder gaat de hellingsgraad stevig de hoogte in. We tellen af tot
de top, 1150m op de Puerto de la Pedraja. De grens van de Tierra de Campos
is bereikt. Het ziet er uit als de Hoge Venen, maar met oeroude versleten en
verlaten dorpjes.
In
trapjes gaat de weg omlaag. Heel langzaam zien we in de verte Burgos
verschijnen en geven nog een trapje bij.
Als
we op de camping net buiten de stad arriveren is het net geen 17u, moe
gestreden maar met een voldaan gevoel. Dit hebben we alweer overleefd. Onze conditie
houdt ons recht, zeker weten, het weer krijgt er ons alvast niet onderdoor.
Malvina,
Ria en Eddy hebben deze namiddag Burgos bezocht en waren zeer onder de indruk
van de stad, maar zeker van de kathedraal.
Morgen
een relatief korte rit met een speciaal toetje, maar das voor morgen!
Hopelijk
eindelijk zon, das de voornaamste smeekbede
08-06-2013
Zaterdag 08 juni - 83km - Estella-Najera
We
zijn 4 weken onderweg, dus eerst even tijd om met wat cijfers te gooien :
-We
hebben 8 dagen geen regen gehad tijdens de fietstocht, dus 20 wel
-Er
is 1.987,48 km afgelegd met de fiets (de mth heeft er 2161,20)
-Met
21.230 hoogtemeters of net geen 800/dag
-Theoretisch
zijn we nog 660km verwijderd van Compostela
-En
760 van Fisterra
Het
is gisterenavond beginnen regenen en dat deed het deze morgen nog steeds. Er was
wat regen voorspeld maar dat het er als oude wijven ging uitvallen?
Ria
en ik zijn er verschillende keren van wakker geworden. Het is dan ook extra
lollig als de wekker afloopt; Regent het nog? de vraag waar je geest het
eerst aan denkt
En
ja, het regent nog altijd!
Ik
lig nog int bed, half in een roes als ik Thierry sms! Wat denk je?
We
wachten wel een uurtje langer het verlossende antwoord!
Met
momenten regent het best hevig, en even later heb je de indruk dat het wel gaat
ophouden. Het moet in zon moment geweest zijn dat we beslissen om er toch maar
een lap op te geven, ondanks de slechte voorspellingen.
Ik
heb er zelfs helemaal geen idee van hoe laat het geweest moet zijn als we de
camping in Estella afrollen. Ik heb mijn bril afgelaten, in dit weer helpt het
toch geen zier. Eerst gaat het even bergaf om vervolgens nijdig in de klim te
gaan. 2km verder draaien we een kleine aarden weg op richting Monasterio de
Irache.
Het
klooster is één van de oudste van Navarra en je kan in het portaal of net
daarachter een stempel bemachtigen. De binnenbouw is eerder sober, maar de kerk
is vooral bekend voor de Gregoriaanse gezangen tijdens de misvieringen
Toch
is het spijtig dat het gebouw op zich een stuk verscholen ligt achter een in de
jaren 90 gebouwd wijnbedrijf. Als compensatie is er een fonteintje voorzien
waar pelgrims (en sympathisanten = zie blog mobiele honden) hun kruikje of wat
dan ook kunnen vullen met water .en wijn!
Jef
en ik hadden gisteren ons glaasje al geproefd en ik moet zeggen dat de
tafelwijn, die uiteraard weinig alcohol bevat, best lekker is
Het
is de eerste keer dat we ons gratis aan wijn kunnen bezatten, maar het zal
spijtig genoeg niet voor vandaag zijn. Thierry en ik staan er bij als 2
verzopen waterkiekens en vooral we moeten nog 80km verder zien te geraken.
Een
kwartiertje later zijn we terug onderweg. Zoals gisteren al geschreven is ook
dit stuk van de rit allesbehalve prettig. De reden is gewoon de aanleg van de
nieuwe autostrade A12. Aan de wandelpaden is weinig verandert, maar de fietsers
die gebruik maken van de parallelle N111 moeten toch wel over een portie
vindingrijkheid en durf beschikken. Zo hebben we een stuk moeten rijden op een autoweg,
echt leuk met al het verkeer, dat je op nauwelijks een meterke, tegen 120
km/uur passeert! Dan waren we weer op zoek naar enige asfaltstrook aangezien
iedereen werd afgeleid naar de autostrade (die wel verboden is voor fietsers). Verder
gaat het verscheidene keren op of onder de nieuwe A12. Eén maal gaat het echt
fout als we op het parcours van de wandelaars terecht komen. De hellingsgraad gaat
met een ruk de hoogte in en de staat van de weg laat echt te wensen over, zeker
als je niet over mountainbikebanden beschikt.
Wat
vandaag gebod is, is morgen verbod en omgekeerd. Zolang de werken aan de gang zijn,
is het onduidelijk welke weg de fietsers moeten volgen, hopelijk biedt de
toekomst enige opheldering
Eindelijk
zijn we in Los Arcos, weg van de A12. Met momenten regent het er nog lustig
op los terwijl enkele kilometer verder de wegen volledig opgedroogd zijn. Tot Sansol
is het één rechte baan waar geen eind lijkt aan te komen. Duizenden en
duizenden klaprozen staan vrolijk wiegend langs de kant van de weg. Uitgestrekte
wijngaarden wisselen met al even uitgestrekte graanvelden. Tot Logrono gaat
de weg in trapjes omhoog. De fameuze vergezichten blijven voor ons echter
verstoken, daar zorgen mist en regen wel voor.
We
naderen de hoofdstad van de Rioja.
Net
voor we de hoofdstraat opdraaien houden we pauze onder een overdekt terras. Er is
een groot feest aan de gang ter ere van de een of andere heilige. Op de Rua
Vieja is het echt koppenlopen. In de kathedraal is een trouwpartij aan de gang,
en van het bekende plein voor de Santiagokerk is weinig te zien doordat marktkraampjes
het hele plaveisel innemen. We kunnen wel de zijkant van de kerk bewonderen met
een indrukwekkend gebeeldhouwd tafereel van Santiago Matamoros, maw St Jacob
als Morendoder.
Vanaf
gisteren in Puenta la Reina zien we op elke kerktoren ooievaarsnesten,
vandaag zien we in levende lijve een ooievaar een duikvlucht nemen tot haar
nest op de puntige Santiagokerk.
De
hele binnenstad is ingepalmd door kraampjes en we kunnen er met onze tweewieler
nauwelijks doorheen. Op het einde van de hoofdstraat zijn we net op tijd om een
optocht van reusachtige poppen te zien, begeleidt door waarschijnlijk
traditionele gefluit en getrommel door muzikanten in al even traditionele
kledij.
De
hoogste tijd om verder te fietsen. Voorbij Navarrete is het weer serieus
klimmen geblazen. Door de aanleg van de A12 zijn we ook hier weer verplicht om
een alternatief te volgen langs Sotes, waar we een stempel halen, en Ventosa.
Het ommetje levert je meteen 250 htms en een cartouche minder op.
Op
enkele kilometer van Najera, de plaats waar we op camping gaan, krijgen we de
zoveelste bui, zelfs met de nodige portie hagel.
Het
was een lastige rit vandaag. De weersomstandigheden en de 1200 htms deden zeker
hun duit in het zakje. We gaan uit eten, 3-gangenmenu voor 14, een
pelgrimsmenu, met macaroni als voorgerecht, varkenslapjes als hoofdschotel en
een ijsje als negerecht. De calorieën zijn er weer bij. Voor morgen staat ons
de langste rit te wachten, tot Burgos en de Tierra de Campos!
07-06-2013
Vrijdag 07 juni - 80km - Lumbier-Estella
De
hemel is toegetrokken, het druppelt boven de Hoz de Lumbier. De vale gieren
zitten droog op hun grote nesten, wij moeten erdoor. Om 9.50u staan we al te
wachten voor het toeristenbureau om als eerste onze stempal te bemachtigen, nu
ja, als eerste! We zijn nog altijd niet de processie van Echternach
tegengekomen en dat zal vandaag ook wel niet gebeuren.
In
Lumbier krijg je niet zomaar een fiets als kind, daar moet je echt al iets
serieus voor mispeuterd hebben. De klim tussen de rand van het dorp en het
centrum is zelfs best beklijvend te noemen.
De
jonge twintiger die het bureau bemand spreekt een mondje Engels en we leggen
onze bedoelingen uit. Geen erg maar wij hebben zo geen stempel
En
nu?
Ik
begeleid jullie wel naar het gemeentehuis, daar hebben ze zeker één, maar ik
ben er zeker van dat ze daar geen Engels praten, gaat ze verder!
En
wij op weg
Het
gemeentehuis is nauwelijks honderd meter en één straat verder. Thierry blijft
bij de fietsen, ik volg de jonge deerne de trap op van t schoon verdiep!
Ze
klopt kort op de deur van de burgervader die iets later een burgerdame bleek te
zijn. Tien minuten en een hele uitleg later sta ik terug bij Thierry met een
stempel in onze carnet, das al een goed begin.
Bij
het verlaten van Lumbier draaien we op de NA2012, een alternatief stuk om de
drukkere N240 te vermijden. Het is vooral rustig rijden. De relatieve omweg en
de enkele honderden hoogtemeters nemen we er gewoontegetrouw maar bij, we zijn
het al gewoon. Een tiental kilometer verder rijden we rechts van Induraïn,
een klein en verlaten dorp met nauwelijks wat huizen en een kerk. Of San Miguël
hier ooit is geweest? Geen idee, niets herinnert er aan, dat is wel een feit.
Het gaat constant op en af, tussen de honderden hectare gras- en graanvelden.
In Reta houden we even halt, er vallen wat druppels en het ziet er niet goed
uit. We doen een regenjack aan, maar amper enkele minuten later houdt het alweer
op, terug de regenjack opbergen
Het
is weinig spectaculair rijden, na een maand ben je ook al wat gewoon en het
moet je ook al overdonderen wil je nog iets nieuws zien. Maar, het is vooral
rustig peddelen in de natuur en daar doe jet toch voor!
We
rijden nu zon 15km ten zuiden van Pamplona, kruisen de N240 en komen nu in
het drukkere gedeelte van de etappe. Op de flanken van de heuvels staat de ene
steengroeve naast de andere. De bekende wijnstreek en de kleine, gezellige
wijndorpjes gaan gebukt onder de stoffige industrie die hen volledig wegdrukt
en overheerst. Op de N121 raast de ene na de andere bijna overladen
vrachtwagen. Het is haast 13u, tijd voor onze dagelijkse portie cafeïne, die we
nog nooit zo goedkoop vonden aan de rand van Campana.
Na
de siësta is het nog even tot we op de kleinere NA601 draaien. Hoe het komt of
waar we met onze gedachten waren, maar beiden missen we de bordjes naar de Sta
Maria de Eunate. De kleine afslag was zelfs geprogrammeerd op onze Garmin,
maar neen, de achthoekige begrafeniskapel zal voor een andere keer zijn. Onze
euro valt pas een tiental kilometer later en dan was het al veel te laat!
Ondertussen
rijden we langs een weinig interessant landschap zonder veel afwisseling tot
Puenta la Reina. Net voor de entrée stoppen we even bij een pelgrimshuis en
laten onze carnet afstempelen. De kleine, groezelige straatjes ogen best
gezellig. Via de smalle hoofdstraat kom je langs de Jacobskerk die een kort
bezoek meer dan waard is. Grote bombastische ingekerfde en overdadig met
bladgoud versierde tabernakels tegenover de sobere zit- en knielbanken, het is
best het bekijken waard. Recht tegenover de kerk bevindt zich het voormalig
pelgrimshospital. We volgen de hoofdstraat en komen uit op de beroemde oude
stenen boogbrug over de Rio Arga.
Vanaf
Puenta la Reina kunnen we, en das lang geleden, nog eens Buen Camino
zeggen, een verwelkoming en groet die zoveel betekent als een goede weg. Het
verbindt pelgrims aller landen. In de pelgrimshuizen is een toeloop van
wandelaars die vooral via de verbinding met St Jean-Pied-de-Port rechtstreeks
naar het zuiden zijn gelopen. Fietsers zijn ruim in de minderheid, in totaal
steken we maar een koppel of vijf voorbij. Nochtans blijven we er beiden bij
dat de fiets nog altijd het reismiddel is bij uitstek, maar ja, iedereen zijn
goesting!
Net
voorbij de middeleeuwse brug moeten we stoppen voor een kudde schapen,
inclusief herder, die de hele weg afzet en het dorp inwandelt. De kale lijven
lopen wat onwennig op en neer, keurig achternagelopen door een hijgende
schaapshond.
Net
buiten Puenta la Reina gaat het heftig omhoog. De Parallelle N111 volgt
nauwgezet de nieuwe snelweg A12. Het uitzicht is saai en je voelt de drukte op
de aanpalende autoweg. Zoals zo dikwijls wegen de laatste loodjes het zwaarst.
De hoogtemeters laten zich voelen en zijn zowat het belangrijkste waar we mee
bezig zijn. Het wolkendek trekt ondertussen steeds dichter en dichter toe. We
zijn zo goed als in Estella of Lizarra in het Baskisch, een gezellig stadje met
een bekende pelgrimsbrug. Net over de brug nemen links en twee kilometer verder
belanden we op de camping. Jef, Eddy, Malvina, Christiane en Ria waren eerder
vandaag de Monasterio de Irache gaan bezoeken, maar daarover morgen meer
Het
is nu 21u, we hebben ruim aan de apero gezeten tot een onweer, inclusief bakken
hagelbollen ons minifeestje uiteen hebben geblazen
Well
be back
06-06-2013
Donderdag 06 juni - 74km - Jaca-Lumbier
De
rustdag heeft iedereen goed gedaan, de kasten liggen weer vol met frisruikende
fietskleren, de waston is leeg. De batterijen zijn weer opgeladen en iedereen
stond deze morgen met vernieuwde kracht en energie te wachten op het
startschot.
De
zon schijnt en alleen boven de Pyreneeën hangen wat stapelwolken. Volgens de
berichtgeving zou het enkel tegen de avond wat kunnen druppelen. De motorhomes
rijden nog langs de Mercadona terwijl Thierry en ik al richting Lumbier
denderen. Jaca ligt nog steeds op 800m hoogte en voor één keer hebben we dus
geluk. Vooral de eerste 40km gaat het steeds bergaf wat uiteraard het
gemiddelde de hoogte in jaagt. De N240 is een vrij brede, drukke weg. Druk, nu
ja, er vliegen wat vrachtwagens voorbij en af en toe een wagen of wat motos, maar
zeker niet overdreven. De meeste chauffeurs zijn o.i. vrij fietsminnend en
schuiven geregeld op het linkse rijvak als ze ons passeren. Rechts in de verte
krijgen we fraaie overzichten op de besneeuwde bergtoppen. Op de verweerde
heuvels liggen diep ingekraste valleien, soms op de top gedeeltelijk of
helemaal verlaten dorpen. Berdun en Esco zijn zo typische voorbeelden van
verval. De weg gaat kaarsrecht gedurende meerdere kilometers en maakt dan
enkele rare op en afgaande kronkels om vervolgens terug kaarsrecht verder te
gaan. Aan de rechterzijde gebeuren grote werkzaamheden voor de aanleg van de
nieuwe autostrade A21. Vrachtwagens vervoeren dwarsbalken van verscheidene
tientallen meters. We zien meer politie dan in drie weken samen. Immense
graanpartijen staan langs het Canal de Berdun. We stoppen even om naar de
aanleg van een nieuwe brug te kijken, gigantische poten rijzen uit de aarde,
bijna klaar om het nieuwe brugvlak te dragen. Grote kranen heffen de
dwarsbalken in één keer op de pijlers, knap bedacht.
We
rijden langs het Embalse de Yesa, een grote kunstmatige stuwdam. Het water is
doorschijnend groen, met sterke inhammen afgebakend. De N240 gaat nu kronkelend
verder met meestal overzichtige bochten. Het is echt mooi rijden ondanks het
feit dat er soms wat zwaar verkeer voorbijsteekt. Een achteruitrijspiegeltje is
bijna onontbeerlijk. Net voor Yesa staan we voor een dilemma. De N240 is
onderbroken voor alle verkeer en de toegang is nogal drastisch afgegrendeld.
Als alternatief wordt de nieuwe autostrade aangeboden hoewel er uiteraard geen
plaats is voor fietsers, voetgangers en tractoren
Probleem
dus, een derde optie is er niet voorhanden.
We
negeren het verbodsteken van de N240 en worden enkele meter verderop
tegengehouden door een werknemer. De man steekt een nogal overijverige Spaanse
monoloog af waar noch Thierry, nog ik ook maar één woord van verstaan. Eerst
mogen we niet door, maar als we de kerel aan het verstand brengen dat de
autostrade ook niet echt een optie is, draait hij wat bij
We
mogen door maar hij begeleidt ons met de auto, ook goed. De weg heeft inderdaad
wat afgezien en er zijn echte dwarse scheuren in het wegdek. Het gaat nu deftig
omhoog, de werfauto als een schaduw tegen ons geplakt, een bocht en dan
uitbollen tot Yesa. We bedanken de man en houden wat verder halt bij een
hotelterras. Daar hebben we even geluk, tja wat moet men doen in zon situatie,
geen idee, wachten tot de weg hersteld is zeker? J
We
hebben al 6Okm gereden, de café con leche is net van pas. Een half uurtje later
vertrekken we terug. Tot Liédena is het heftig klimmen en ook zalig dalen
over de ganse breedte van de weg. Net achter Liédena gaat het asfalt over in
grind, we naderen de Hoz de Lumbier, een oude tramspoorbedding.
Malvina
en Eddy waren eerder op de camping in Lumbier vertrokken en ons tegengereden.
Altijd plezant om het laatste stuk in gezelschap af te leggen.
De
ingang is een donker gat in de rotsen, een onverharde grindweg door een tunnel.
Je ziet het einde niet. Het zal wel niet zo erg zijn zeker? Thierry had zijn
voorzorgen genomen en een fietslamp aangebracht voor vandaag. Uiteraard hadden
we aan de grot eerst een kwartiertje in de lucht staan gapen naar een
twintigtal gieren die majestueus op de thermiek aan het zweven waren, waardoor
ons zicht helemaal niet aan het donker was aangepast. Het is echt pikkedonker,
het pad draait naar rechts, hobbels en in de verte, slechts een speldekop
groot, een lichtvlekje, de uitgang. Het is verdomd lastig niet tegen de muren
op te knallen. Stapvoets proberen we het midden van het wegje te volgen
richting licht wat wonderwel lukt. Licht en schaduw in de gang maakt het
zelfs wat griezelig. Als we de tunnel uitrijden wacht ons een knappe kloof.
Beneden loopt de kolkende Irati rivier, links en rechts loodrechte rotswanden
en hoog boven ons cirkelende vale gieren. We houden met zn vieren geregeld
halt als de één of andere lefgozer van daarboven een scheervlucht maakt en
enkele tientallen meters boven onze hoofden vliegt.
Wanneer
de grindweg overgaat in asfalt zijn we zo goed als op de camping in Lumbier. De
dagen vliegen tegenwoordig, we zagen een groot bord vandaag Santiago de
Compostela 820km, de Countdown loopt, onze tijd tikt
05-06-2013
Foto's Col du Somport
Op de top
Dinsdag 04 juni - 89km - Oloron-Jaca
Eindelijk
volle zon, eindelijk geen wolken, eindelijk een zicht over berg en dal. Een
mens zou er emotioneel van worden, bang dat het einde der tijden een donkere en
grijze voorbode had gestuurd. Maar neen, de zon leeft, de warmte en gloed doet
al meteen wonderen. Iedereen is druk in de weer, goed gezind. Het zal ook nodig
zijn om het dak van dit avontuur te overschrijden.
We
spreken af met de motorhomes net voor de tunnel onder de Col, voorbehouden voor
gemotoriseerd verkeer. Het is tien uur als we voor de laatste keer vertrekken
vanuit Frankrijk. Oloron ziet er helemaal anders uit dan gisteren,
opgewekter, ook drukker!
We
volgen de Sweerman boekjes (deel III ondertussen) nauwgezet. De voorliefde om
ook in dit geval de rustiger paden op te zoeken en zodoende een 150-tal htm er
op de koop toe bij te nemen lijkt ons in dit geval niet echt noodzakelijk. In de
verte zien we de besneeuwde toppen van de bergen.
In
ieder geval nemen we in het begin niet de N134, maar de veel kleinere D238. Het
gaat langs kleine uitgesleten dorpjes, steeds op en neer, op veel te slecht
tarmac. In Escot, zon 15km van Oloron vervoegen we de Noord-zuid-as tussen
Frankrijk en Spanje. Er is veel zwaar verkeer onderweg, vrachtwagens met
laadbakken en flapperende afdekzeilen zoeven ons voorbij. Voor de fietsers is
een breed, goed berijdbaar fietspad voorzien, weliswaar op de grote weg, maar
duidelijk gemarkeerd.
Tot
Pont-Suzon, een kleine 20km van het beginpunt heb je nauwelijks het gevoel
dat je aan het klimmen bent, de weg gaat wel op maar evengoed naar beneden. Net
voor Bedous worden de fietsers afgeleid en het dorp ingestuurd. Het is even
op de trappers duwen. Het centrum is mooi en vooral proper aangelegd. We
profiteren ervan om onze laatste Franse stempel te halen.
Het
zat er al enkele kilometer aan te komen, maar het is mijn dagje niet. Bij de
minste krachtinspanning moet ik al veel te snel lichter schakelen. Ik hou het
even voor mezelf, maar Thierry maak je geen blazen wijs. Wat ist manneke,
geen goei benen?
Neen,
absoluut geen goeie benen. Hoe is het toch mogelijk dat ik telkens op min of
meer cruciale dagen lood in de benen heb, een vraag waar nog ik, nog Thierry
een antwoord op hebben. Dat worden nog lange kilometers!!!
In
Accous komen we terug op de N134. Vanaf nu gaat een met een gelijkmatig
percentage bergop. De dorpjes hebben smalle hoofdstraten waar het als fietser
even uitkijken is met al dat vrachtvervoer. We rijden een heel stuk langs de Gave
dAspe een wild kronkelende bergrivier met de mogelijkheid om op te kayakken
of te raften. Ik kijk weinig in het rond en heb al de moeite van de wereld om
de ketting rond te krijgen. We stoppen af en toe om wat fotos te nemen vooral
van het watergeweld aan onze rechterzijde.
Urdos,
op 770m hoogte is zowat het laatste bewoonde dorpje. Nog 6km en een
hoogteverschil van bijna 350m en we zijn aan de tunnel, daar wachten Jef en de
madammen ons op. We zijn bijna 50km op pad. Thierry neemt ongewild wat afstand.
Nog even, ik zie de fiets van Thierry maar met iemand anders op het zadel
Eddy,
die ons ging vervoegen in Burgos, sluit nu al bij ons aan. Ik kan bijna geen
pap meer zeggen, maar ben blij. Nog enkele honderden meters en dan even
uitblazen en eten!
Het
grote spandoek Zot van A drapeert langs Eddys motorhome, typisch. Niet dat
we knuffelen, maar na een klein jaar is het weerzien in de mate van het
mogelijke toch plezant.
Ik
eet wat, drink veel en kijk af en toe over de schouder naar hetgeen nog komen
moet, niet direkt het makkelijkste van het traject. Zoals meestal het geval zit
het venijn in de staart. We hebben nog 8km en 550m te gaan.
Na
een uurtje rijden de 4 motorhomes door de tunnel naar Jaca, Thierry en ik
nemen de Col. Niet dat het zo verschrikkelijk stijgt, maar het is puffen en
blazen. Ik wil nog maar eens gezegd hebben dat de opeenvolging van, het er niet
gemakkelijker op maakt. We nemen een schaarse haarspeldbocht en zien nu recht
op de toppen van de Pyreneeën. De sneeuwgrens ligt op een meter of 1500, een
grens die we weldra zullen overstijgen. De weg is verlaten, het landschap open.
We zien nog een verloren kudde schapen en voor de rest is het niets dan stilte,
enkel en alleen doorbroken door kabbelend water van steeds sneller lopende beekjes
of van watervalletjes. Hoe hoger we komen, hoe breder de weg lijkt te worden. Links
zie ik een dikke pluk vuilgrijze sneeuw. Thierry rijdt al een poosje voor mij
uit. Mijn tempo zakt tot twee derde van wat ik normaal haal als het bergop
gaat. het is geen wedstrijd hou ik mij voor. Ik probeer te genieten van het
tafereel waar ik momenteel deel van uit maak. Thierry is gestopt en maakt
enkele fotos als ik passeer. Ik tel de hoogtemeters af per 100 meter, nog 400,
300, een haarspeld gevolgd door een fantastisch zicht. Zelden gezien hoe
moederziel je hier alleen op een Col kan rijden, nog 200. We kunnen nog altijd
niet inschatten waar de top zich bevindt, we draaien nu constant van links naar
recht, nog 100, het kan nu niet ver meer zijn. Thierry komt me tegemoet, we
zijn er makker. Er is een grote lege parking, de sneeuw geruimd maar geen auto
die hier staat. We nemen wat fotos tussen grote sneeuwmuren en rijden iets
daarna eerst langs het infopunt en daarna langs de Frans/Spaanse grenspost.
Alles is doods en verlaten, de kantoortjes zijn dicht, het restaurant op de top
is dicht, 1 wagen, 1 motorfiets en 1 camper staan aan de grens. We houden een
eenzame wandelaar tegen en vragenm om enkele fotos te nemen, thats it, dat
was de Col du Somport, we zijn nu veruit 57km aant klimmen en hebben 1650m
geklommen. Nu gaat het in rechte lijn Jaca, alé, dat dachten we toch
Het
begin van de afdaling is het steilst, met stukken van 10%, we proberen onze
schijfremmen wat te ontzien want de afdaling is nog ver, meer dan 30km.
We
zijn net onderweg als rechts het afschuwelijk lelijke winterdorp Candanchu
verschijnt. De wegen zijn bijzonder breed en zelfs met de fiets kunnen we ons permitteren
om het beste traject uit te zoeken. Er volgen wat s-bochten. Na 9km komen we
aan de uitgang van de tunnel en is de pret over, we moeten terug aan de kant
van de weg. Links in Canfranc-Estacion staat een enorm en bijzonder fraai stationsgebouw,
in het begin van vorige eeuw hier neergepoot als overgangs- en grensstation tussen
Parijs en Madrid. Het is een beetje misgelopen, maar zou toch een grote rol
hebben gespeeld in het vluchtproces van menig Nazi!
Hoe
dieper we zakken, hoe meer de wind aanwakkert en in ons nadeel blaast. We moeten
met momenten serieus mee peddelen ook al gaat het bergaf. Elke spier doet nu
pijn, ook het zitvlak kan met moeite de druk nog verdragen. Het gaat zelfs met
stukken terug bergop. Het vatje is leeg. We komen in Jaca, doel bereikt.
Naast de Ciudadela, een vijfhoekig bastion gaat het nog een laatste keer
serieus bergop. Meer dan moe bollen we uit tot de camping aan de Westzijde van Jaca.
We
besluiten om onze eerste rustdag in te lassen. Niet alleen voor de fietsers
wordt het de hoogste tijd, maar iedereen is er aan toe. De was en plas, grote
boodschappen, eens uitslapen, nietsdoen, iedereen plant wel iets.
Thierry
en Malvina gaan fietsen naar het klooster van San Juan de la Pena.
03-06-2013
Maandag 03 juni - 92km - Maubourguet-Oloron
Het
zag er weer niet goed uit. Rond 7u was er nog een bui uitgevallen, nu, was het
over met een redelijke temperatuur, maar het zag er allesbehalve goed uit. Voor
mij kan het verrekken, ik vertrek in korte broek, Thierry is wat terughoudender
en houdt het op overtrekken.
Het
is 10u als we Maubourguet achter ons laten. De eerste kilometers is het al
fameus klimmen tot Monségur. Langs de kant ligt een dode slang, gesneuveld door
het verkeer!
We
zijn al direct op 300 meter hoogte, ik kijk in de rijrichting, op zoek naar de
Pyreneeën, het strijdtoneel voor morgen.
De
zon komt er door, het is zelfs warm, dat hebben we gemist! De D202 gaat gestaag
omhoog, ideaal om warm te draaien. We malen de kilometers af. Sinds we het
bordje Hoge-Pyreneeën gezien hebben is het landschap nog niet zo relatief
plat geweest. In de verte doemen grijze, hoge schaduwen op, nauwelijks af te
lijnen, de bergen van de waarheid.
De
huizen zien er Belgisch uit, zeker niet zuiders. Mooie, afgewerkte huizen, met
open zwembaden en grote opritten. Af en toe moeten we wat haarspelden op, het
gaat goed, ik kan het tempo redelijk vasthouden, de conditie wordt beter en
beter, logisch na 3 weken dagelijks labeur.
In
Nay, een prachtig, mooi en proper stadje houden we middagpauze. Volle zon,
mokken hete koffie en rust voor achterwerk en benen. Dit is het, eindelijk.
We
kunnen er beiden niet van over hoe on-zuiders dit er allemaal uitziet.
Het
is 14u als we terug op de fiets stappen. We zijn goed halfweg. Het gaat meteen
deftig bergop, het ergste ligt nog voor ons. Nu stopt het niet meer, op en
neer, de hele tijd, niet echt de grote percentages maar wel geleidelijk aan. We
rijden haast moederziel alleen op de weg, uiteraard geen enkele andere pelgrim
of iets anders te zien, hoewel we dichter en dichter bij één van de bastions
komen. De D287 kronkelt rond elke heuvel. Het wordt stilaan drukker, in Arudy
bereiken we het hoogste punt, nu is het alleen nog maar dalen. We hebben geluk,
de wind staat rechtsachter, de snelheid zit er nu goed in, de laatste 23km doen
we in een dik half uur. Jef en de vrouwen wachten ons op aan de katheraal van
Oloron. We hebben er meer dan 90km op zitten met weeral een dikke 900htm. We
kunnen voor de eerste keer buiten eten, met iedereen samen aan één grote tafel,
daar doen wet voor.
Frankrijk
eindigt in schoonheid, daar waar wet gedurende enkele weken vervloekt hebben,
morgen de koninginnenrit over de Col du Somport en dan Spanje, Olé
02-06-2013
Zondag 02 juni - 76km - Castéra-Maubourguet
In
heel de wereld schijnt de zon, behalve in Castéra-Verduzan, zo leek het
tenminste. Van overal krijgen we bemoedigende berichten wat het weer betreft,
maar hier hangt een dik pak mist, die uitvalt. Je kan nauwelijks twee fietsen
ver zien, en na amper tien minuten onderweg is alles al kleddernat. We waren
iets later vertrokken dan normaal, Thierry had er helemaal geen zin in, ik nog
minder. Met dit weer wordt het hoe langer hoe moeilijker om ons op te krikken.
We zijn nu net 3 weken onderweg, 21 dagen waarvan we er 5 geen regen hebben
gehad, hebben op enkele kilometer na heel Frankrijk doorkruist en alleen maar
water, water en water gezien, was het niet van boven dan kwam het wel van onder
Eenmaal
onderweg valt het al bij al wel mee, je moet gewoon vertrekken, maar daar ligt
soms de drempel.
Enfin,
we zijn dus wat later dan gewoonlijk vertrokken, tussen de marktkramen van
Castéra. Het is al meteen behoorlijk vals plat. Al maar goed dat de Garmin het
hoogteprofiel bijhoudt, we zouden nog aan onze conditie beginnen twijfelen. Van
het uitzicht kan ik vandaag weinig schrijven, we zien met momenten enkele
honderden meter vooruit. Het is echt mistroostig herfstweer. In Brian een
mooi dorpje op een heuvelrug, moet Thierry nogal fors in de remmen, dan zie je
maar waar goed materiaal voor dient, met prullewiet was het waarschijnlijk
anders afgelopen!
In
Laubare volgen we de uitgeschreven route, toch is het oppassen want de weg is in
zeer slechte staat en wordt nog nauwelijks gebruikt. Op het eerste kruispunt
staan borden met Weg afgesloten. Het is riskant om dit bord te negeren omdat
we niet weten wat er voor ons ligt. De Baïse, het lokale beekje, hebben we
hier al serieus zien uitdeinen en we zijn wat bang dat we onszelf gaan
blokrijden. We kiezen eieren voor ons geld en draaien op de grotere D939. Ook
daar staan borden dat de weg afgesloten is binnen 8km. Het is bang afwachten,
als onze lef wat tegenvalt doen we 16km voor niets.
Het
zijn lange kilometers. In lIsle de Noe hebben we geluk. De wegomlegging was
te wijten aan werken in het dorpscentrum en hadden niets te maken met de
overstromingen. Het is even wringen, draaien en keren om erdoor te geraken,
maar met de fiets lukt nogal veel
We
zijn haast halverwege, kletsnat en beginnen wat zin in koffie te krijgen. We
houden het op het volgende dorpje. Het gaat nu serieus op en af, nochtans
hadden we weinig te klagen over de hoogtemeters, maar dat wil moeder natuur wel
even rechtzetten. De klimpercentages worden groter, de heuvels nijdiger om op
te rijden. Het trekt wat open, het wolkendek is wat hoger gaan hangen maar van
enige zon of iets dergelijks is nog helemaal geen sprake. Tot Montesquiou is
het eindeloos klimmen, Thierry rijdt wat voorop, hij heeft koffie geroken!
We
houden halt in een aftands café, de patron staat al zeker 105jaar achter de
tap, wat hij daarvoor heeft gedaan, daar durven we niet naar raden. We zijn de
enige klanten. In normale omstandigheden zou ik hier nooit een stap
binnenzetten, maar we maken van de nood een deugd. De koffie is lekker en
goedkoop, we krijgen zelfs een stempel voor de carnet en een Armagnac, in de
prijs inbegrepen.
In
het dorp staat volgens het Sweerman boekje een prachtig verweerd Jacobsbeeld
maar dat is verleden jaar meegegraaid door één of andere bezeten
Compostelaganger. In plaats daarvan staat nu een vrij kleine replica. We nemen
wat fotos van het beeld en ook van wat pittoreske plaatsjes in het dorp.
De
15km tot Marciac blijven echt aan de ribben plakken. Steile, lange, ambetante
klimmen, dan weer even bergaf om weeral aan de volgende te beginnen, eindeloos.
We zien twee fietsende pelgrims die ons tegemoet komen, ik roep nog t Is naar
de andere kant maar ze zijn alweer uit het zicht
Marciac
ziet er best gezellig uit en vooral, het dorpje biedt enige afwisseling
tegenover de rest van de omgeving. Het stratenplan is rechthoekig opgesteld en
op het grote binnenplein zijn enkele cafés en eetgelegenheden.
Het
is nog 14km tot Maubourguet, er resten nog twee beklimmingen, hoge, moeilijke,
ambetante. De camping gaat pas open op 1 juli, we moeten weeral uitwijken naar
de camperplaats op 3km uit het centrum. Maubourguet ziet er wat Mexicaans uit,
of in ieder geval een dorpje uit de spaghetti-westerns. Er is veel volk op de
been, t is zondag natuurlijk. We hebben weeral een dikke dag in de benen.
Morgen gaat het naar Oloron, dat wordt andere koek, als alles goed loopt onze
laatste dag in La Douce, we hebben genoeg water gezien
01-06-2013
Zaterdag 01 juni - 80km - Castelsarrasin-Castéra Verduzan
De
avondstond van gisterenavond zag er veelbelovend uit. Een langzaam donker
wordende vuurbal die haast onzichtbaar naar de horizon kroop en er uiteindelijk
achter verdween. Dat was lang geleden dat we dat nog eens konden zien. Mei is
afgesloten, bijna 3 weken onderweg en 4 dagen zonder regen, een echte schande,
juni kan alleen maar beter
Deze
morgen ziet het er echt niet naar uit dat het gaat beteren. De lucht is egaal
donkergrijs gekleurd. Toch duidt de thermometer 16°C aan, ideaal fietsweer, dat
wel, ware het niet dat er een fris windje door Castelsarrasin waait EN zo te
zien komt die uit het Westen, de richting die we straks uit moeten, nu dat
weer!
Het
is goed half tien, iets vroeger dan gewoonlijk omdat vandaag meer dan 80km op
het schema staat en met die wind kunnen we maar beter op tijd vertrekken.
In
Castelsarrasin nemen we de drukke D12 tot Auvillar, de wind met een redelijke
hevigheid, plat voor op de snoet. 20km die pijn doen, 20km die voor de rest van
de dag pijn zullen doen, zeker weten. Langs de ene kant wil je zo vlug mogelijk
van de hoofdbaan af, langs de andere ben je vol energie en wil je daarvoor
gerust al een cartouche verschieten
In
Auvillar draaien we links op en komen zo terug op de Sweerman route uit. In het
dorp ligt een uit de kluiten gewassen molshoop, zo eentje à la Berendries. Een
kilometertje lang aan beslist 12% of meer! In St Antoine zien we het eerste
stel met rugzak, tegen het eind van de dag zullen we de tel kwijt zijn. Bij
welke halte ze van de bus zijn gestapt, geen kat die het weet maar ze zijn er
wel, modieus gekleed met jeans of erger, kleine rugzak, wandelstokken EN grote
St Jacobsschelp op de rug.
Tussen
de halve toeristen lopen een handvol echte, zwaar beladen met regenhoes over
de rugzak en slaapmatje, houten wandelstok en afgesleten schoeisel, dat zijn de
mannen die je respect afdwingen!
Het
gaat nu constant op en af, het glooiende landschap wordt grimmiger, dieper
ingesneden. Waterlopen staan nog altijd ver buiten de oevers. We houden soms
even halt om dat natuurgeweld even te bekijken. Op onze weg zien we geen
ondergelopen huizen of kelders, op de weg die de motorhomes hebben genomen langs
Fleurance is het andermaal prijs. De Gers heeft hele dorpen en campings
onderwater gezet, het is ongelofelijk.
Om
Miradoux te bereiken moeten we weer serieus op de trappers. Alle vestigingsdorpjes
liggen op de heuveltoppen, een vaststaand feit, en alle wegen lopen door de
vestigingsdorpjes, nog een vaststaand feit. Er komt aardig wat klimwerk aan te
pas vandaag, we zullen weer meer dan 1000htm op de Garmin hebben!
Het
is markt in Miradoux; 2 kramen en evenveel marktkramers. Er houden wat autos
halt om een kaasbol en een gedroogde worst. Wij zijn bijna halverwege en
besluiten pas bij het volgende dorp te stoppen voor onze verkorte siësta. Vanaf
vandaag zien we in bijna elk dorpje de plataanrijen verschijnen, hier en daar
hoor je een krekel, alles doet aan het zuiden denken, behalve het weer. Buiten
de wind is het redelijk fietsweer. Links in de verte hadden we nog wat donkere
wolken zien hangen, maar persoonlijk hebben we er weinig last van gehad. De zon
komt er met momenten door en dan is het echt warm. Toch hangen er nog dikke
wolkenplukken. In de schaduw is het echt frisjes en zou je een vestje kunnen
verdragen.
We
rijden nu echt in één grote achtbaan langs immense akkers. Met de regelmaat van
de klok moeten we uitwijken voor de restanten van de modderstromen die eerder
deze week de helft van Frankrijk hebben overspoeld.
In
trosjes lopen pseudo-schelpdragers nu langs de kant van de weg, druk
gesticulerend, waarschijnlijk op wandelretraite. Lectoure is nog enkele
kilometer en een steile klim verwijderd. Als dat zo voort gaat kunnen we het
wel schudden voor een terrasje, das een feit, als die allemaal gaan neerdalen
op een terrasstoel wordt het inderdaad Nada.
Thierry
steekt een tandje bij, ik kan nog net Voor mij een Grand-Crême roepen, dan is
hij weg. Nog 3, 2, 1 kilometer, de weg gaat liggen, de zoveelste top bereikt.
Het is weeral na den twaalven op een zaterdag, dus de stempel zal wel weeral
niks worden. De terrasjes zitten aardig vol, maar Thierry had al eentje op het
oog.
Als
we twee koffies later terug op de fiets zitten zien we geen pelgrim meer, ze
zijn waarschijnlijk op de bus gestapt, een ritje dichter bij het einddoel, een
kerfje meer in de schelp, een illusie rijker
De
hoogtemeters beginnen hun tol te eisen, het worden nog meer dan 25 lange kilometers.
De D42 kronkelt niet veel maar gaat nogal resoluut naar het volgende dorpje
toe, steil omhoog, en weer naar beneden
Terraube
en Mas-dAuvignon zijn knappe stukjes geschiedenis, daar ben ik zeker van.
Castéra-Verduzan, een oud mondain kuurplaatsje komt nu snel dichterbij. Op de
toegangsweg ligt opgedroogde smurrie. Jef en de madammen staan op een parking aan
de Noordkant, de camping is afgesloten wegen overstroomd.
31-05-2013
Vrijdag 31 mei - 74km - Cahors-Castelsarrasin
Als
ik s nachts wakker wordt is het weer hard aant regenen op de motorhome. Het
geeft een onbehaaglijk gevoel. We staan in Cahors net naast de wassende Lot
en op de televisie heeft men aangekondigd dat reeds 6 departementen in fase oranje
verkeren, allen in het zuiden van Frankrijk. Elke beek, kanaal, stroom of
rivier bruist van geweld en beukt onophoudelijk tegen de zijwanden van de
normale loop. In het water liggen ontwortelde bomen, kilometers meegesleurd.
Als
we opstaan is windstil, het regent niet, maar voor hoelang. De thermometer
staat op +13°C, het is misschien te riskeren om in korte broek van start te
gaan, waarom ook niet. Voor de rest blijft de outfit er nogal winters uitzien,
maar een korte broek moet kunnen. Op ons normale uur vertrekken Thierry en ik
eerst richting Cahors, we moeten immers onze carnet nog laten valideren voor
vandaag. Via de Pont Neuf belanden we in de binnenstad. Ik heb gelezen dat Cahors
vrij uniek is qua ligging. De afstand tot de Atlantische oceaan, de
Middellandse zee en de Pyreneeën zouden nagenoeg identiek zijn, het zal wel.
Het
begint te druppelen, de schrale zon is verdwenen achter een donker scherm. We vinden
de toeristische dienst en schuilen terwijl we onze tampon halen. Het zijn
maar wat druppels, voor wer ons druk in maken is de vlaag alweer voorbij.
Buitenrijden doen we langs de bekende Pont Valentré. Met de fiets heb je toch
wel wat voordelen, je geraakt overal en je snelheid is nog aannemelijk. Zo
hebben we in een mum van tijd de oudstad doorkruist en verlaten de stad langs
de drukke N20.
Het
is even doorbijten als logge camions met hun stinkende uitlaten ons passeren.
Nu we de laatste weken bijna letterlijk door moeder natuur rijden is het altijd
even aanpassen als we een stad moeten doorkruisen. Opletten, 1000 ogen hebben
en met de fiets altijd het zekere voor het onzekere nemen.
Een
drietal kilometer verderop draaien we op de D659, een veel rustigere
departementale weg die ons op een dikke 7km bijna 200htm hoger brengt in lHospitalet.
Tot Castelnau-Montratier brengt het landschap weinig nieuws. Op schrale
graslanden grazen wat schapen, op de heuvelruggen wat bebost gebied en voor de
rest braak liggende kalkgrond. De koepel van de kerk in Castelnau brengt een
welkome afwisseling in de eerder mistroostige woningbouw van de oudere dorpen.
Het is bijna middag, tijd om een terrasje op te zoeken. We hebben geluk, op het
marktplein staat één kraam EN twee cafés. het is moeilijk kiezen, we hebben de
laatste weken nooit voor dat dilemma gestaan! Lang duurt het niet want het
begint terug wat te druppelen en we nemen het terras met de beste overdekte
plaats. De Grand-Crême smaakt lekker, warme, droge spullen aan, boterhammekes
op en 50min later klikken we de pedalen alweer vast om deel 2 aan te vatten. De
afdalingen in de vallei van de Lupte en de Lemboulas zijn de moeite. Het
landschap is best glooiend te noemen, op de rondingen liggen vaak kastelen,
kerken, ruïnes of chique landhuizen met zwembad. In Vazerac staan we voor een
bord Route Barée. Het heeft ons nooit tegengehouden omdat we met de fiets
nogal soepel zijn in de keuze van de weg, maar dit hadden we nog niet
meegemaakt!
De
Lemboulas was nogal agressief uit haar oevers gebarsten en met volle vaart
het dorp ingelopen met ondergelopen huizen en kelders tot gevolg. We proberen
de weg door het modderwater heen te zien en waden tot de trapas door de
smurrie. Ons kan het niet echt deren, maar de bewonerszitten met de handen in het haar. Eens wat bergop
stoppen we even en kan ik mijn sokken uitwringen. Hoe dichter we bij Moissac
komen hoe eentoniger het landschap wordt, wat afgedekte kersen- en perenbomen uitgezonderd.
Van
Moissac krijgen we niet echt een positief beeld. Her en der staan maffiagozers
wat te niksen, Slavische types, dikke sigaret, veel praat, kortom niet de stek
om een benefietbal voor Vestaalse maagden te organiseren. We zoeken de beroemde
abdijkerk en zien voor het eerst sinds lang nog eens nep-pelgrims. Een rare
snuiter met paard staat wat pocherig op te scheppen tegen enkele bedevaarders
met wel een zeer kleine rugzak.
Het
is ons al enkele malen opgevallen maar rond die pelgrimages hangt toch een
duistere sluier van ongeloof, zo zagen we in Rocamadour een Duitse vrouwelijke,
overdreven geschminkte pelgrim, met een nogal safari-achtige outfit, inclusief vers
gepermanenteerd haar en een tropenhoed, ingeschoven wandelstokken en vooral een
nieuwe, grote St Jacobsschelp, duidelijk geëtaleerd op ooghoogte en aangebracht
op de achterklep van de nieuwe backpack. Het zou me niet verbazen mocht ze nog
geen meter te voet hebben afgelegd met hun carnet onder de arm
Ach,
wie houden ze voor de zot?
Hoe
nauwgezet we de Sweerman-boekjes ook volgen, we komen zelden, zelfs eerder nooit
enige compaan tegen, het is geleden van de Maaslander die vandaag in Lourdes
moest zijn. Ik ben benieuwd of hij het gehaald heeft! Thierry en ik hadden nu
niet echt de processie van Echternach verwacht, maar 1 per week??? Hoe komen ze
in s Hemelsnaam aan meer dan 500.000 man per jaar???
Ik
hoor het hen graag vertellen: Wij, wij rijden 100 à 150km per dag .
Eerlijk
toegegeven, als je de route volgt ben je wel klaar na 60 tot 80 km.
In
Moissac kunnen we door de te lage ingangspoort niet op de camping en wijken uit
naar de camperplaats van Castelsarrasin, zon 7km ten zuiden van Moissac.
Morgen wordt het weer een pittige halve bergrit, hopelijk met het weer van
vandaag, gedaan met gesmos
Ook
Jef en de dames verdienen een pluim, zeker weten. Hoe moeilijk het ook is om als
beginnende campingcarist rond te hotsen, ik vind dat Malvina en Ria het
voortreffelijk doen, ook in de nauwe Franse dorpjes. En zeker ook châpeau voor
Jef en Christiane voor hun charismatische drang om alles en iedereen perfect te
begeleiden.