In de naam van de schelp
Bij een Blog lees je de artikels van onder naar boven
Inhoud blog
  • Extra
  • Foto's
  • Maandag 17 juni – 98,59km – Portomarin-Compostela
  • Foto's
  • Zondag 16 juni – 65,46km – Alto de Poio-Portomarin
  • Zaterdag 15 juni – 69,8km – Molinaseca-Alto de Poio
  • Vrijdag 14 juni- 69km - Hospital de Orbigo-Molinaseca
  • Donderdag 13 juni - 48km- Leon-Hospital de Orbigo
  • Woensdag 12 juni - 69km - Sahagun-Leon
  • Dinsdag 11 juni - 94km - Castrojeriz-Sahagun
    Foto
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    16-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto's













    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 16 juni – 65,46km – Alto de Poio-Portomarin

    We zijn zelden met zo’n mooi uitzicht wakker geworden.

    Je zou nochtans zeggen dat de LU633 een verlaten reisweg is die bijna alleen door fietsers en begeleiders genomen wordt maar we hebben aan de lijve ondervonden dat dit gegeven zeker niet waar is. De hele nacht door passeerde er geregeld een auto die zijn aanwezigheid te kennen gaf door wat harde muziek op te zetten of te claxonneren hetgeen onze nachtrust zeker niet ten goede kwam, waar we blijven erbij, de locatie was meer dan de moeite.

    Tot gisterenavond laat zijn er fietsers en wandelaars onze parking voorbijgekomen. Om 21.50u volgens ons de laatste, 2 fietsers verbonden met een koord, om die enkele meters tot de ‘Alto de Poio’ nog te overbruggen.

    De zon schijnt, maar voor hoe lang nog? In de verte stapelen de wolken zich al op! Dat komt nooit goed.

    We vertrekken redelijk vroeg en na de enkele meters bergop gaat het bijna in één ruk bergaf tot ‘Tricastela’ zo’n 20km verderop. De afdaling gaat langs een brede, goed aangelegde asfaltweg en we zoeven de dieperik in. In het dal is een kleine Albergue en we laten onze carnet afstempelen.

    De weg gaat stilaan op en af en het is fijn rijden. Hoe veel fietsers we gisteren ook zagen, ze lijken één voor één hun zondagsrust te nemen, we zien er amper 7 waarvan 2 op de fiets…

    In ‘Samos’ stoppen we bij het grootste en tevens één van de oudste Spaanse kloosters. De motorhomes, die ons ondertussen gepasseerd waren, zijn hier ook gestopt en iedereen heeft het klooster bezocht en was danig onder de indruk. Vooral de muurschilderingen in de gangen waren nogal overweldigend!

    Thierry en ik stoppen even bij de portier, die een winkeltje draaiende houdt. De goedlachse pater moest met ons even op de foto, in ruil voor een joekel van een stempel.

    Tot ‘Sarria’ is het redelijk mooi cruisen. Af en toe een bultje maar voor de rest kunnen we wat rondzien en nagenieten van het uitdeinende bergmassief. ‘Sarria’ is een wat rare stad, de hoofdstraat is nogal smalletjes in vergelijking tot de hoogte van de gebouwen en geeft een wat claustrofobisch gevoel. Het ziet er zeker niet gezellig uit en ondanks de vele bars en café’s oogt er geen enkel echt uitnodigend om onze boterhammekes op te eten.

    De zon is volledig verdwenen achter een massieve grijze wolkenmassa. Het regent niet maar lang zal het niet meer duren. Het is nog 21km tot onze volgende slaapplaats in ‘Portomarin’ en als we al droog willen aankomen is het misschien nog niet zo’n slecht idee om verder te rijden.

    Buiten ‘Sarria’ draaien we linksom en meteen wacht ons een serieuze klim. Af en toe zit er wel een stukje vals plat tussen maar we moeten toch 13km recht op de trappers. Het is puffen en blazen en zonder onze ‘middagkoffie’ gaat het een stuk moeizamer.

    ‘Piradela’, we zijn boven. Tot ‘Portomarin’ is het nog een kilometer of 9, recht naar de ‘Rio Mino’. Ondanks het feit dat het vandaag een redelijk vlakke rit was met een serieuze afdaling in het begin sprokkelen we toch weer meer dan 700htm bij elkaar, het is echt ongelofelijk.

    Rond 13.30u zijn we al op de camping en kunnen we nog wat rust inbouwen voor de ‘laatste’ rit van morgen die toch nog 100km bedraagt; ‘Santiago de Compostela’, ons einddoel waar nog een klein aanhangselke van 100km aan vast hangt, maar da’s voor binnen enkele dagen…

    In de namiddag druppelt het af en toe wat flauwtjes, voor de volgende dagen wordt regen voorspeld… We zullen aankomen zoals we vertrokken zijn… met regen…




    15-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 15 juni – 69,8km – Molinaseca-Alto de Poio

    Spaans weer, geen wolkje aan de hemel, haast geen zuchtje wind, het kan nauwelijks beter voor de op één na zwaarste rit.

    Een bult of drie en 10km verder staan we al in ‘Ponferrada’, echt een mooie, propere stad, doormidden gesneden door de ‘Rio Sil’. Nauwelijks in de stad rijden we al langs één van de laatst bezette Tempeliersburchten. Het is echt een pareltje en een bezoek meer dan waard. Nieuwbouwvertrekken in moderne materialen zijn keurig aan de originele muren bevestigd en het ziet er piekfijn retro uit, hoewel ik me wel kan inbeelden dat niet iedereen dat zo een goed idee zal gevonden hebben. De burcht maakt nog steeds indruk op de bezoeker door zijn toegangsbrug en hoge gekartelde kanteeltorens.

    ‘Ponferrada’ is druk op een zaterdagmorgen. Het is markt en iedereen lijkt op de been. De industriestad oogt weinig Spaans, zelden gezien, maar er hangt zelfs een voorstad aan vast.

    Het is nog een twintigtal kilometer tot ‘Villafranca del Bierzo’. De grote verbindingsweg golft nu onophoudelijk.

    Tweewielers moeten minimum 300km doen voor een geldig Compostolaat, een afstand die we eergisteren ergens overschreden zijn en het valt dan ook op dat het aantal fietsers echt exponentieel is toegenomen. Je zou enige fris- en fitheid verwachten van de nieuwelingen maar dat is wat ver gezocht. Het gebrek aan ritme en tempo valt duidelijk op en bij de eerste knik stappen een groot aantal al af en zetten de weg verder met de fiets aan de hand.

    ‘Villafranca’ is nog zo’n mooie stad. De toegangsweg loopt langs een 16e eeuwse burcht met versterkte hoektorens, er is net een bus toeristen losgelaten. Het gaat nu bergaf tot op de ‘Plaza Mayor’ waar een indrukwekkend barokke gebouw staat met imposante voorgevel; een jezuïetenklooster. Er zijn vele terrasjes en zoals zovelen stoppen we en genieten van het uitzicht en vooral van een koffie met broodje…

    ‘Vanaf nu gaat het alleen maar bergop’ denk ik hardop, ‘meer dan 40km’…

    Het weer zit mee, het is nog niet ‘te’ warm en de wind speelt nog niet echt een grote rol, maar wat niet is kan nog komen.

    We volgen de oude weg door de beboste en smalle kloof van de ‘Rio Valcarce’. De relatief nieuwe autostrade A6 loopt in dezelfde kloof en we kruisen ze meermaals onder en boven. Er liggen wat kleinere dorpjes nog verder in de diepte van het dal, maar wij blijven zo hoog mogelijk. Het stijgingspercentage valt wel mee tot net voor ‘Trabadelo’, de wind raast met momenten langs onze oren. Na ‘Las Lamas’ gaat het weer wat vlakker, de wind is wat weggevallen. We zitten nu op 1.000htm, nog een dikke 300 te gaan.

    In ‘Pedrafita’ slagen we links af, nu komt het ergste nog, een viertal kilometer en nog meer dan 200htm te gaan. De weg kromt rond een heuvel. Nu we uit de kloof zitten zien we pas in welk fantastisch landschap we terecht zijn gekomen. Overal groene, frisse, afgebakende weien, afgewisseld met plukken bos. Overal hoor je koeien met bellen.

    Het is duwen nu. De meeste fietsers die we zien staan stil of lopen naast hun tweewieler. Thierry voelt zich nog super, ik moet de kadans iets laten zakken, nog 3km. Er volgt weer een steiler stuk en een stuk in dalende lijn. Ik blijf doorbijten en probeer wat te recupereren in die enkele meters bergaf. Nog 2km, in de verte zie ik de stopplaats, of toch tenminste de plek waar we afgesproken hebben met Ria, Malvina en Eddy, die ons een stuk tegemoet zijn gereden.

    Er staat nog een trosje Fransen langs de weg, ik weiger te plooien. Nog 1km, Thierry wacht me op, het eerste huis, we zijn er, het dorp ‘Cebreiro’. Niet meer dan een huis of twintig maar met een kerkje uit de 10e eeuw. Het dorp is één van de oudste toevluchtsoorden voor pelgrims en bestond waarschijnlijk al in de 9e eeuw. We zijn nu in ‘Galicia’. Het Keltische karakter weerspiegelt zich meteen aan de prularia die te koop zijn in de verschillende winkeltjes. De bevolking gebruikt nog een ‘eigen’ officiële taal, verschillend van het Spaans.

    We drinken iets op het terras naast de kerk.

    We zijn nog niet helemaal thuis. Onze motorhomes staan op een parking op de top van de Alto de Poio en het is best nog wat dalen en klimmen voor we uiteindelijk de achterkant van de 4 wagens zien, eindelijk.

    Qua vermoeidheidsgraad bengelt deze rit wel in de top 5. De laatste kilometers zijn de lastigste, ook al door het feit dat de wind hier fameus kan waaien op de hoogvlakte.

    Het zal haast 20u geweest zijn als ons een vrouw op een fiets voorbij kwam. We hadden haar eerder in ‘Villafranca’ gezien, zo’n 7u geleden, châpeau…

    We zitten nog buiten aan de motorhomes tot een uur of 9. We hebben een schitterend zicht op berg en dal en zitten letterlijk op de eerste rij. Niet zo ver onder ons lopen een dozijn of wat koeien, allemaal met een bel…




    14-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 14 juni- 69km - Hospital de Orbigo-Molinaseca

    Dit wordt een prachtige dag, zeker weten. Het weer is alvast van de partij. Om 10u starten we via de N120, niet meteen de rustigste route, maar zeker de kortste. het gaat al vlug wat op en neer maar met dit landschap stoort het absoluut niet. Na een kleine 20km zijn we al in ‘Astorga’ en het moet gezegd, de binnenstad is echt uit de duizend. Het eerste wat onmiddellijk opvalt is het voormalige bisschoppelijk paleis van Antoni Gaudi. Net ernaast staat de prachtige Santa Maria kathedraal waarin verschillende bouwstijlen werden gecombineerd. Naast de immense kerk staat een Romeinse poort en getralied venster met het opschrift: ‘Gedenk mijn toestand, gisteren ik, vandaag gij’…

    Recht tegenover heeft het toeristisch bureel haar zetel en da’s makkelijk meegenomen voor een stempel. Het centrum is meer dan proper en verzorgd.

    Na ‘Astorga’ gaat het meteen omhoog richting ‘Montes de Leon’ en op de top het befaamde ‘Cruz de Ferro’ op 1500meter hoogte.

    ‘Castrillo de los Polvazares’, amper een kilometer of 10 meer westelijk dan ‘Astorga’ is een typisch dorp uit de ‘Maragateria’ streek. Smalle natuurstenen straten en woningen met vooruitstekende houten balkons zijn nogal frappante eigenschappen. Minder bekend zijn de uitbundige bruiloften…

    De natuur is prachtig en misschien wel mooist van wat we tot hiertoe gezien hebben. Korte struiken met gele geurige bloemen. In de verte een veld met lavendelkleurig gewas. We hebben ogen tekort. De klim is zeker in het begin niet te steil en enkel de laatste 5à6km gaat het echt flink omhoog, maar we zijn meer gewoon. Het is en blijft fantastisch en conditioneel kunnen we al een stootje verdragen.

    De wind komt pal uit het Noorden. Als we met momenten die kant opgaan is het even bijtrappen, maar echt overdreven is het nooit. Om de paar kilometer is er wel een dorpje met een ‘Albergue’. Bij wijze van welkome afwisseling rijden we dan door de hoofdstraat en laten enkele malen onze carnet afstempelen. Op de terrasjes voor de pelgrimhuizen zit altijd wel wat volk, afgepijgerd en op adem te komen. De Camino leeft en al maar goed voor de economie ook!

    We rijden door ‘El Ganso’, een éénstraatdorp met geplavijde slecht berijdbare tegels. Bovendien gaat het steil omhoog en er dient serieus bijgeschakeld te worden.

    We komen honderden wandelaars tegen, gepakt en gezakt. De enkele fietsers rijden stapvoets of gaan te voet naast de tweewieler. We kijken wat verwonderd naar elkaar. In het spookdorp ‘Foncebadon’ stoppen we bij één van de twee ‘Albergue’s’ en eten onze sandwiches op, geen koffie, maar een dikke Cola. Thierry rijdt wat sneller door. Malvina heeft een sms gestuurd en ze is, samen met Eddy, op weg naar de top maar dan langs de andere zijde. De Westzijde is serieus wat steiler met stukken tot 18% en Thierry besluit om ze tegen te rijden. We spreken af op de top van de ‘Cruz de Ferro’.

    Een kwartiertje later kom ik op de top aan. Op een gigantische steenheuvel staat een sobere houten paal met een ijzeren kruis er op. De geschiedenis wil dat pelgrims hier een deel van hun symbolische last aflegden. De modernere pelgrim houdt het gebruik in ere door van thuis meegebrachte voorwerpen hier achter te laten.

    Er heerst een soort beklemmende stilte als ik naast de heuvel rij. Enkel de wind zoeft langs het tarmac. Naast de kapel houden wandelaars hun siësta, er zijn tafeltjes en banken voorzien.

    Het is best wat emotioneel nu we al zo ver zijn gekomen om ook onze ‘steen’ achter te laten. Ik sudder wat in de zon, genietend van het moment…

    Een half uurtje later komen Malvina, Eddy en Thierry langs de andere kant bij de ‘Cruz’ aan. Iedereen heeft zijn moment van bezinning, iedereen op zijn manier.

    De afdaling naar ‘Molinaseca’ is spectaculair te noemen. Amai, de weg die Malvina en Eddy helemaal tot boven namen is echt wel ‘steil’. We stoppen nog in ‘Manjarin’ en ‘Acebo’ om iets te drinken en houden nog veel meer halt om te genieten van het uitzicht. Ver uit de mooiste beklimming en afdaling tijdens deze tocht en misschien wel sinds…

    In de verte zien we ‘Ponferrada’, maar houden onze ogen constant op de weg. De afdaling is 17km en vrij snel. We komen dichter en dichter bij de camperplaats. ‘Molinaseca’ ligt aan een stenen boogbrug. De ‘San Nicolaskerk’ staat op een hoogte en beheerst uit uitzicht in het centrum. De aankomst is later dan geland, genieten kost tijd en we hebben het er echt van genomen. In de motorhomes is het ondertussen koken geblazen, er is weinig schaduw, een ideaal moment om een kleinigheidje in het dorp te eten. Morgen nog een bergetappe, de ‘Cebreiro’ staat op het programma, straffe kost, we zien wel…




    13-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Donderdag 13 juni - 48km- Leon-Hospital de Orbigo

    Mooie liedjes duren niet lang, in ons geval mooi weer. Na één dag zit het er alweer op. De camping die gelegen is in een pijnboombos op de heuvels rond ‘Leon’ is in een grijze, sombere sfeer ondergedompeld. Het leven komt langzaam op gang. Bij de vier motorhomes is het routinewerk al volop aan de gang. Gezien de korte rit kunnen we ook wat later vertrekken.

    Vanuit de camping vertrekt een steil stukje d-weg, weeral gevolgd door de snelle afdaling van de N601, dezelfde weg die we gisteren al namen richting centrum van ‘Leon’. Nu echter blijven we op de zuiderring richting ‘Astorga’. Het is druk en op de vele ronde punten is het echt uitkijken. Tot ‘Villar de Mazarife’ is het landschap nogal gewoontjes. Niet dat we verwaand willen overkomen, maar de eindeloze graanvlaktes met hier en daar een plukje bos, hebben we nu wel gezien! Er zijn geen wandelaars in de buurt, het is dus weer een Sweerman-ommetje wat betekent rustig maar wat verder en vooral wat meer hoogtemeters.

    Ach, het is goed fietsweer houden we onszelf voor. Niet te koud en met 17°C ook niet te warm, maar toch geeft het landschap een desolatere indruk dan wanneer de zon schijnt.

    Rechts in de verte hangen donkergrijze wolken, gekabbeld met zwarte vegen die naar beneden lijken te vallen, regen dus…

    In ‘Villar de Mazarife’ halen we in de Albergue een stempel en nemen enkele foto’s van de lelijkste kerk die ik ooit heb gezien. Toegegeven, er moet een lelijkste kerk zijn en die hebben wij maar weeral gezien ook hé J

    Vanaf het dorpscentrum kruisen onze wegen terug met die van de wandelaars. Het tarmac loopt wat flauwtjes op, je kan het einde van de weg niet zien, kilometers en kilometers kaarsrecht voor ons uit. Voor de stappers is zoiets nefast voor de ‘moral’.

    We houden er een proper gemiddelde op na, temeer daar en steeds donker wordend plafond ons iets meer gas laat geven! We moeten een kilometer of 5 naar het noorden. De wind waar we nog niet al te veel last van hadden, kletst nu regelrecht in het gezicht. Van de ene moment op de andere wordt het weer beuken in de richting van de regen, hopelijk houden we’t nog wat droog.

    De laatste 7km tot ‘Hospital de Orbigo’ hebben we de wind weer schuins achter. Het wordt weer een ritje tegen de tijd want regen krijgen we toch. Er valt licht gedruppel naar beneden als we naar de beroemde brug over de ‘Rio Orbigo’ rijden. Deze Romeinse brug is vrij uniek door zijn lengte en onregelmatige vormen. Elk jaar, rond de 25e juli, is er een groot ridder- en steektornooi in de bedding van de ‘Rio Orbigo’

    De camping ligt net uit het centrum. We zijn ruim op tijd want de motorhomes zijn nog niet aangekomen.

    Morgen wordt het andere deeg. Na ‘Astorga’ gaat het dapper omhoog tot een hoogte van 1500m, waar het ijzeren kruis oftewel ‘Cruz de Ferro’ één van de bergen siert, maar daarover later meer!

    Rond 15u zijn de meeste wolken verdwenen. We kunnen nog wat nagenieten en een wandelingeske maken. Voor vanavond staat er een reuze spaghetti op het menu van meesterkok ‘Eddy’, jullie weten niet wat jullie gaan missen…




    12-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woensdag 12 juni - 69km - Sahagun-Leon

    Het dorpsfeest had tot de vroege uurtjes geduurd. Klokslag middernacht was er vuurwerk en om 01.30u begon de muziek op het ‘plaza major’. Toen ik me om 05.30u nog eens omdraaide hoorde ik in de verte nog altijd wat bas, niet echt storend maar het was er wel.

    Deze ochtend zag de hemel er uit zoals ik er al een tijdje van droomde, wolkeloos. Voor de relatief korte rit namen we niet veel extra mee, het zou wel lukken zonder al dat gewicht. Vanuit ‘Sahagun’ volgen we terug de pelgrimsroute. Na de inspannende namiddag van gisteren ging het vandaag wat rustiger. Waarom zouden we ons ook haasten. Na aankomst op de camping in ‘Leon’ gingen Malvina, Ria en Eddy terug op pad en die zouden wel voor enige uurtjes zoet zijn…

    We houden er dus een rustig tempo op na. Steeds links van de weg loopt een grindpad voor de wandelaars. Om de paar meter is een jonge plataan aangeplant. Veel schaduw geven ze nog niet maar alleszins beter dan de honderden paaltjes die helemaal tot niets dienen.

    Het 900m hoge plateau is zo plat als een biljart, rechts in de verte zien we de witte toppen van de ‘Picos’. Thierry en ik genieten van het uitzicht, echt prachtig. Elk dorpje dat we kruisen rijden we even in. Broeiende, dromerige dorpjes, levend van de Camino. Bij sommigen ligt de hoofdstraat nog in de grind. Bij anderen zijn de huizen opgetrokken in ‘adobebouw’, een soort leem dat jaarlijks dient aangevuld of vernieuwd.

    In ‘El Burgo’ zien we terug de Fransen van gisteren, ze zullen weer hun 15km doen tot ‘Mansilla de las Mulas’.

    Wij stoppen er ook en na de stempelzoektocht houden we onze middagpauze in het pelgrimscentrum. Het is een constant komen en gaan van mannen en vrouwen, soms zwaar beladen met rug- of fietszakken, soms mankend, zelden lachend. Voor het grootste deel zit de dagetappe er op, nog voor de grote hitte losbarst! Met de fiets heb je altijd wat wind, een zaligheid of een vloek!

    Tot ‘Leon’ kan het via de rustige, langere wegen maar Thierry en ik besluiten om maar meteen voor de korte pijn te kiezen op de N601, temeer daar we een sms’je ontvingen van Malvina met de boodschap om af te spreken aan de kathedraal. Nu stond ‘Leon’ eigenlijk voor morgenvroeg op de planning maar dat kunnen we onze vrouwtjes toch niet aandoen! De laatste kilometers gaat het flink omhoog, en daarna met een hellevaart naar beneden op de eivolle viervaksbaan! Het is en blijft wennen, net of je op de autostrade met je tweewieler paradeert. In ieder geval bollen we zonder problemen de binnenstad in, maar dan, de kathedraal. We vragen enkele Spanjaarden de weg, maar met het onverstaanbaar gebrabbel worden we geen sikkepit wijzer. Goed, wij zijn de toeristen en wij moeten ons aanpassen, maar het valt toch op dat er buiten Spaans enkele Spaans wordt gesproken!

    We komen er wel, het duurt alleen wat langer om met de Garmin de juiste zoekpunten te selecteren omdat we de straatnamen niet kennen, maar alé, na een kwartiertje zalig cruisen door het meer dan aantrekkelijke centrum komen we aan bij de kathedraal. Ria en Malvina zitten ons al op te wachten, Eddy is wat caches gaan zoeken!

    Een biertje en een dure ijscrème later rijden wij al naar de camping, de anderen komen nog later te voet terug. Voor ons is het nog een kleine 6km, en de Garmin heeft een pittig bosweggetje gevonden dat nogal dicht aanleunt tegen een mountainbikeroute, en met mountain bedoel ik wel degelijk mountain!

    Na het dagelijkse onderhoud aan de fietsen komen de vrouwtjes en Eddy aangestrompeld. De zin om nu nog te beginnen kokerellen is ver weg, dus besluiten we met z’n allen maar in de campingtaverne iets te eten. Dat hadden we beter niet gedaan. Als voorgerecht hadden we lasagne maar die trok eerder op een veel te lang gebakken ‘croque’. Mijn makreel kwam regelrecht uit het doosje om nog maar te zwijgen over de frieten en de kip die anderen geserveerd kregen.

    Morgen de laatste kalme rit, daarna wordt het weer afzien, dus nog even profiteren. Onze laatste week is ingegaan…




    11-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dinsdag 11 juni - 94km - Castrojeriz-Sahagun

    Hoe veelbelovend de nieuwsspreker gisterenavond het weerbericht ook bracht, zwaaiend met hogedrukgebieden en temperaturen boven de 30°C, hoe achterdochtiger we geworden zijn, en terecht…

    Het is overwegend grijs als we rond 8u de deur van de motorhome openen, ‘ze hebbe ons weer goe liggen’ roept Thierry… ‘Wat had je verwacht’ antwoord ik terug!

    Het is 14°C en op zich al een hele verademing tegenover de graden die we al gehad hebben maar toch. De ‘Tierra de Campos’ bekend voor broeiende temperaturen en verschroeiende winden laat zich alvast niet kennen door de eerste eigenschap.

    Eén na één verlaten de campinggasten hun slaapstek, wij volgen!

    We rijden naast de heuveltop die ‘Castrojeriz’ zo bekend maakt. Het stadje ligt als een sikkel rond de oude Tempeliersburcht. Tot ‘Castrillo’ zo’n 5km verderop krijgen we even tijd om in te rijden, maar dan barst het Westenwindgeweld in alle hevigheid los. Tot ‘Fromista’ rijdt je met wat verbeelding door een polderlandschap, erna eerder door ‘Het land van waas’, met één verschil dat je op een hoogvlakte zit op een hoogte van 800meter.

    We stoppen even bij de Middeleeuwse boogbrug over de ‘Rio Pisuerga’. Net ervoor staat een 12e eeuwse kapel die eerder dienst heeft gedaan als pelgrimshospitaal en tegenwoordig is omgetoverd tot ‘Albergue’.

    Het doet altijd even vreemd als je stilstaat bij de gedachte dat honderden duizenden mensen deze brug met hetzelfde doel maar onder andere omstandigheden hebben overgestoken. Achter ons stopt een Franse camionette en een klein busje. Er stappen een handvol wandelaars uit…’14km tot Fromista’ hoor ik de patron zeggen…en dan zit hun dag er weer op, de rest zal met’ het buske gebeuren denken we! Het opperhoofd kijkt nogal laagdunkend op ons neer, steekt de neus in de lucht, plant zijn wandelstokken in de grond en zet er de kadans in…enkel de ‘Marseillaise’ ontbreekt…

    In de verte zien we ‘echte’ lopen, da’s andere koek, rechts van de weg. Wij volgen het asfalt. Het is mooi rijden door de oneindigheid van graan en gras. Immense vlakken, zonder afbakening, gaan vloeiend over de altijd aanwezige glooiingen. Toch is het best duwen tegen de venijnige wind. Stilaan priemt de zuiderzon door het wolkendek en scheurt de grijzigheid open, blauwe puzzelstukken achterlatend.

    Net voor ‘Fromista’ kruisen we de ‘Canal de Castillo’. De hoge, enigszins gebogen sluizen liggen trapsgewijs boven elkaar. Op 200km wordt een hoogte van 150m overbrugt door middel van 49 sluizen. Met de bouw werd in de 18eeeuw begonnen maar eigenlijk is het nooit afgeraakt, zoals zo dikwijls. Nu is het cultureel erfgoed.

    ‘Fromista’ is best aantrekkelijk. Pelgrims komen en gaan. Er zijn al wandelaars die het al voor bekeken houden voor vandaag, het is amper 11u. We halen onze stempel bij de ‘San-Martin kerk’, houden even een babbel met Eddy die we eigenlijk wat ‘op het lijf lopen’ en zetten kort daarna onze weg verder.

    Het is nog te vroeg voor de siësta, we willen nog doorrijden tot ‘Carrion de los Condos’ een 20km verderop. Het tarmac strekt zich als een afgerolde lintmeter door het landschap uit. De weg ligt wat lager dan de omliggende velden wat het minder aangenaam maakt om te fietsen. De wind staat pal op kop, gekanaliseerd door het talud, maar de zon maakt zo veel goed. Tientallen pelgrims stappen hun camino op het speciaal aangelegde grindpad, bekostigd door Europa. Elke twintig meter staat er een paaltje met een schelp. Een boompje of bankje ware beter geweest…

    In ‘Carrion de los Condos’ worden we opgewacht door een wuivende Eddy. Hij was ons met de motorhome al voorgereden en had al een terrasje gevonden voor de sandwiches, maar eerst nog maar eens stempeltijd in een verstoken Albergue. Twee nonnen waren er bezig met een verhuis., gemakkelijk zo wat werkvolk te hebben en vooral zo goedkoop J

    Het is ondertussen best ‘heet’ geworden als we ons neerpladijzen langs één van de hoofdstraten. We zijn bijna halfweg.

    Pelgrims zijn ‘Big Business’. Elk jaar wandelen of fietsen er zo’n 500.000 tot Compostela. 500.000 die moeten eten, drinken, slapen en naar’t WC gaan. Overal vind je winkeltjes met prularia, voorverpakte sandwiches en water. Overal vind je hotelletjes en restaurantjes waar je voor zo’n tiental euro een degelijk 3-gangenmenu voorgeschoteld krijgt. B&B’s rijzen uit de grond uit noodzaak en bieden comfortabele slaapplaatsen aan diegenen die niet in slaapzalen willen vertoeven…

    We grappen en grollen wat, de tijd vliegt maar we zullen nog uit ons pijp moeten komen willen we op een redelijk uur op de camping aankomen.

    De wind lijkt ons nog aangewakkerd, in de verte kleine donkergrijze wolken.

    ‘Daar komen vodden van’ roept Thierry

    En inderdaad, enkele kilometer verder krijgen we een korte, niet zo felle regenbui op ons dak, maar nat is nat…

    Het is nu echt duwen en trekken voor elke meter. Het landschap biedt weinig verandering, de dorpjes zijn zelfs nog schaarser geworden.

    We steken de lange Deen voorbij die we eerder in ‘Burgos’ en ‘Castrojeriz’ al hadden gezien. Met pak en zak beladen nestelt hij zich netjes tussen Thierry en mij in. Het is’m gegund, zijn reis gaat nog tot Zuid-Afrika…met de fiets!

    We wisselen nu constant van kop. Eigenlijk heb ik zelden zo’n goeie dag gekend. Het loopt als een trein en ik verteer de glooiingen en de Westenwind als nooit tevoren. Zelfs Thierry is wat verbaasd door mijn ‘form’ J

    We halen een gemiddelde dat naar de omstandigheden best ‘goed’ is te noemen. Niet dat het er toe doet, maar door gebrek aan bezienswaardigheden onderweg kan je maar beter de beentjes nog eens strekken voor de ‘lastige’ ritten die nog in aantocht zijn.

    De laatste 10km rijden we naast de autostrade, op en af, ik begin de kilometers nu wel te voelen. Het constante gebeuk tegen de wind begint zo stilaan door te wegen en ik ben maar wat blij als ik in de verte de contouren van ‘Sahagun’ zie, onze overnachtingsplaats voor vannacht.

    De hele stad maakt zich klaar voor het feest dat vandaag begint en duurt tot vrijdag. Om 19.30 is er een stierenloop in de straten en alles wordt in gereedheid gebracht, inclusief de duizenden ijzeren dwarsbalken die het parcours afbakenen. Elke avond stijgt het tonnage van de viervoeters tot vrijdag de echte ‘Bulls’ losgelaten worden…




    10-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto's Castrojeriz

     










    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandag 10 juni - 58km - Burgos-Castrojeriz

    Het regent niet, maar daarmee is ook alles gezegd. Na de zware ritten van de laatste dagen konden we het vandaag iets rustiger aan doen.

    Eerste stop is uiteraard ‘Burgos’. Het is druk laveren met de fietsen. We cruisen wat door de binnenstad en halen aan de kathedraal een stempel. Er stopt een dame op de fiets bij ons, ze heeft ons Vlaams horen praten. Als Ex-kankerpatiente rijdt ze haar queeste voor de kankerliga. Ze denkt aan opgeven, haar fysieke conditie is zo verzwakt door de aanhoudend slechte weersomstandigheden dat ze waarschijnlijk zal afhaken. We horen schrijnende verhalen over de ‘Albergues’, zeg maar de rusthuizen voor pelgrims. De schimmel staat in haar reistassen, water dat van de muren loopt door de condensatie, enz.

    Veel fietsers zijn volgens haar al terug thuis, opgegeven door het slechte weer, ‘je moet’et ons vertellen’…

    Onder de grijze hemel houden we zeker een babbel van een dik kwartier, ze had echt behoefte aan een Vlaams luisterend oor, en dat heeft ze gekregen!

    ‘Burgos’ is echt de moeite. Ria en ik hebben al afgesproken om hier terug te komen.

    We rijden de stad uit langs de Zuiswest-zijde. Hier heb je geen voorstad of iets dergelijks. Je rijdt letterlijk de stad uit en enkele honderden meter verder sta je tussen de koeien. De korte rit brengt ons via enkele hellingen tot de hoogvlakte van Spanje. De eindeloze graan- en grasvelden voeren over de heuvels heen. Van vorm en uitzicht  is het zo wat de kruising tussen de Engelse ‘Cotswolds’ en de Schotse ‘Highlands’, maar dan zonder de typische hagen!

    We rijden zo goed als alleen, geen teken van enige andere pelgrim. De Sweerman-boekjes zoeken de vergetelheid nog maar eens op, maar toegegeven, het is best mooi rijden. Een vleugje zon zou weeral wonderen gedaan hebben, maar het blijft grijs met zelfs een verloren druppel. Net voorbij ‘Cavia’ krijgen we een viertal kilometer zand onder de wielen geschoven. Meer dan halverwege houden we even halt voor de koffiepauze. Na ‘Indurain’ komen we nu ook in ‘Iglesias’.

    In de verte spotten we eindelijk de eerste pelgrims, we voelden ons zo alleen, nu kunnen we de pijn en smart delen J…

    Na 2 korte pieken blijft het doorgaans of redelijk plat of licht bergaf gaan. Een drietal kilometer van ‘Castrojeriz’ rijden we onder de bogen van ‘San Anton’. De weg loopt letterlijk door de kerk. In twee nissen langs de weg zie je nog de plaatsen waar vroeger brood en drinken werd gelegd voor de pelgrims.

    Het was weeral plezant. Malvina, Ria en Eddy waren ons tegemoet gekomen en samen hangen we wat rond de oude ruïne en wachten tot enkele Italianen het hazenpad kiezen alvorens wat foto’s te nemen.

    Het is nog enkele minuutjes tot de camping. ‘Castrojeriz’ lijkt nog in de Middeleeuwen. Alles is oud, stokoud, echt een groezelig vergaan dorpje met op de top van een heuvel een Tempeliersburcht.

    Voor de moment hebben we geen last van de gevreesde ‘warmte’ op de Spaanse hoogvlakte, eerder van onderkoeling. Sinds mensenheugenis kennen ze dat hier niet, al maar goed dat wij er zijn om het mee te beleven…




    09-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 09 juni - 88km - Najera-Burgos

    Als er een tempel voor heroïek en zelfkastijding bestaat hebben we het al zeker tot het portaal of de zijbeuk geschopt!

    Met wat moeite kan je stellen dat het de laatste 36u nauwelijks is opgehouden met regenen! Zelfs onze slaap is onstandvastig en rusteloos.

    Om 8u loopt de wekker af, ik wil er niet uit. Op het dak klettert het onophoudelijk. Ik ben dit weer niet beu, ik ben het kotsbeu. De kilometers en het hoogteprofiel maken de reis speciaal, het weer daarentegen maakt er een hel van! Elke dag opnieuw moet je jezelf opladen om vooral ‘te vertrekken’ in de regen, wetende dat je er voor de volgende 5à6u kletsnat en verkleumd zal bijlopen, in ons geval bijfietsen…

    Het moet zo wat tegen tienen gelopen zijn als we met veel tegenzin de oude stier-arena van de camping verlaten. De rit van Najera tot Burgos volgt voornamelijk de N120 in afwachting van de nieuwe autostrade. Onze beste vriend Sweerman heeft 3 lussen voorzien om enerzijds de toch wel drukkere N120 te vermijden en anderzijds enkele historisch traditionele bezienswaardigheden te bezoeken.

    We houden onszelf echter niet voor de zot. Als het regent of giet wil je maar één ding, zo snel mogelijk op het eindpunt arriveren. Het zou ons een kleine 20km opleveren, maar wel een 100 extra hoogtemeters.

    Met een kleine omweg komen we op de N120, het regent pijpenstelen als we de licht stijgende nationale weg opdraaien. De wind blaast met enkele Beaufort fel in het nadeel, de reclamevlaggen aan een grote winkelketen staan strak gespannen en klapperen voortdurend. Thierry rijdt op kop, ik probeer me nijdig in het wiel vast te zetten, dan wisselen we af. Mijn beurten zijn korter. Thierry is conditioneel een pak sterker, zonder twijfel. Op korte tijd krijgen we 2 hagelbuien te verwerken. Kleine, fijne speldekoppen irriteren mateloos onze gevoelige huid. Ik knijp mijn ogen toe, met bril is het helemaal niet te doen. De weg stijgt behoorlijk. In de zeldzame bergaf halen we amper 18km/u om maar een idee te geven hoeveel tegenwind we te verduren krijgen. Tot ‘Santo Domingo de Calzada’ is het 24km. We komen verscheidene fietsers tegen, maar niet één op zijn of haar zadel. Velen duwen hun tweewieler nog vooruit, anderen staan hulpeloos aan de kant. Ons gemiddelde haalt geen 14km/u. Op enkele kilometer ben je geradbraakt, ver in het achterhoofd weet je dat er vandaag 90 op het menu staan, je krimpt ineen, schudt nog maar eens met je hoofd, nijpt de regendruppels uit je ogen en trapt verder…

    Naast de N120 loopt het wandelpad van de Camino. Voor de eerste keer begint het echt op een processie te gelijken. Grote kleurrijke regencapes dansen op een neer in het overwegend groene landschap. Het is bijna half twaalf als we de beschermende binnenstad van ‘Santo Domingo’ binnenrijden. In het centrum vinden we een pelgrimshuis. De deuren zijn nog gesloten, maar er wachten al zeker een dertigtal wandelaars, hun dagetappe zit er al op, wel heel vroeg als je’t ons vraagt, maar ja, ieder zijn Camino…

    Als wat later de voordeur opengaat is het net geen stormloop, iedereen wil wel een slaapplaatsje, voor ons kon de volgorde niet zoveel schelen, het was maar voor de ‘stempel’.

    Het begint terug harder te regenen en besluiten om even te schuilen en op te warmen bij een ‘café con leche’. Je ziet haast iedereen denken ‘Hoe zot kun je zijn’…

    Ik heb verse, droge kleren aangetrokken, een zalig gevoel. Na twee koffie’s gaat de helletocht verder. Met de regelmaat van de klok krijgen we nog een bui op onze nek hoewel de tussenpozen groter zijn dan gisteren. We rijden uit de ‘Rioja’. De anders zo hete plek heeft ons alleen maar regen bezorgd. Op de hellingen staan gras- en graangewassen. De wegen lijken eindeloos, als kilometerslange krijtlijnen doorheen alle tinten groen. De wind is iets in kracht afgenomen en staat dan weer pal op kop, dan weer rechts vooraan, maar nooit in het voordeel. We passeren ‘Belorado’ en stoppen even bij een lagere kerktoren waar een ooievaar fier het nest bewaakt. In de verte schijnt heel even de zon, zou het?

    We rijden nu al meer dan 50km bergop, wind op de neus. Donkere wolken pakken samen over de heuvels, maar voor één keer houden we het droog. Als we in ‘Villafranca’ een gezellig barreke zien is de beslissing snel genomen, ‘lunch-time’

    We zitten tussen een 82 jaar oude Nederlander en een jonge Spaanse, beiden met hetzelfde doel, Compostela bereiken. Hij heeft vandaag nog geen stap gezet wegens het weer en zij heeft er een uurtje opzitten voor dezelfde reden.

    De koffie is zoals gewoonlijk overheerlijk, onze sandwiches smaken.

    Nog 35km voor de boeg, straks naar 1150m hoogte.

    We blijven niet te lang hangen. Ik verwissel nog van shirt en weg zijn we. Amper een kilometertje verder gaat de hellingsgraad stevig de hoogte in. We tellen af tot de top, 1150m op de ‘Puerto de la Pedraja’. De grens van de ‘Tierra de Campos’ is bereikt. Het ziet er uit als de ‘Hoge Venen’, maar met oeroude versleten en verlaten dorpjes.

    In trapjes gaat de weg omlaag. Heel langzaam zien we in de verte ‘Burgos’ verschijnen en geven nog een trapje bij.

    Als we op de camping net buiten de stad arriveren is het net geen 17u, moe gestreden maar met een voldaan gevoel. Dit hebben we alweer overleefd. Onze conditie houdt ons recht, zeker weten, het weer krijgt er ons alvast niet onderdoor.

    Malvina, Ria en Eddy hebben deze namiddag ‘Burgos’ bezocht en waren zeer onder de indruk van de stad, maar zeker van de kathedraal.

    Morgen een relatief korte rit met een speciaal toetje, maar da’s voor morgen!

    Hopelijk eindelijk zon, da’s de voornaamste smeekbede…




    08-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 08 juni - 83km - Estella-Najera

    We zijn 4 weken onderweg, dus eerst even tijd om met wat cijfers te gooien :

    -      We hebben 8 dagen geen regen gehad tijdens de fietstocht, dus 20 wel

    -      Er is 1.987,48 km afgelegd met de fiets (de mth heeft er 2161,20)

    -      Met 21.230 hoogtemeters of net geen 800/dag

    -      Theoretisch zijn we nog 660km verwijderd van Compostela

    -      En 760 van Fisterra

    Het is gisterenavond beginnen regenen en dat deed het deze morgen nog steeds. Er was wat regen voorspeld maar dat het er als oude wijven ging uitvallen?

    Ria en ik zijn er verschillende keren van wakker geworden. Het is dan ook extra lollig als de wekker afloopt; ‘Regent het nog?’ de vraag waar je geest het eerst aan denkt…

    En ja, het regent nog altijd!

    Ik lig nog in’t bed, half in een roes als ik Thierry sms! ‘Wat denk je?’

    ‘We wachten wel een uurtje langer’ het verlossende antwoord!

    Met momenten regent het best hevig, en even later heb je de indruk dat het wel gaat ophouden. Het moet in zo’n moment geweest zijn dat we beslissen om er toch maar een lap op te geven, ondanks de slechte voorspellingen.

    Ik heb er zelfs helemaal geen idee van hoe laat het geweest moet zijn als we de camping in Estella afrollen. Ik heb mijn bril afgelaten, in dit weer helpt het toch geen zier. Eerst gaat het even bergaf om vervolgens nijdig in de klim te gaan. 2km verder draaien we een kleine aarden weg op richting ‘Monasterio de Irache’.

    Het klooster is één van de oudste van Navarra en je kan in het portaal of net daarachter een stempel bemachtigen. De binnenbouw is eerder sober, maar de kerk is vooral bekend voor de Gregoriaanse gezangen tijdens de misvieringen…

    Toch is het spijtig dat het gebouw op zich een stuk verscholen ligt achter een in de jaren 90 gebouwd wijnbedrijf. Als compensatie is er een fonteintje voorzien waar pelgrims (en sympathisanten = zie blog mobiele honden) hun kruikje of wat dan ook kunnen vullen met water….en wijn!

    Jef en ik hadden gisteren ons glaasje al geproefd en ik moet zeggen dat de tafelwijn, die uiteraard weinig alcohol bevat, best lekker is…

    Het is de eerste keer dat we ons gratis aan wijn kunnen bezatten, maar het zal spijtig genoeg niet voor vandaag zijn. Thierry en ik staan er bij als 2 verzopen waterkiekens en vooral… we moeten nog 80km verder zien te geraken.

    Een kwartiertje later zijn we terug onderweg. Zoals gisteren al geschreven is ook dit stuk van de rit allesbehalve prettig. De reden is gewoon de aanleg van de nieuwe autostrade A12. Aan de wandelpaden is weinig verandert, maar de fietsers die gebruik maken van de parallelle N111 moeten toch wel over een portie vindingrijkheid en durf beschikken. Zo hebben we een stuk moeten rijden op een ‘autoweg’, echt leuk met al het verkeer, dat je op nauwelijks een meterke, tegen 120 km/uur passeert! Dan waren we weer op zoek naar enige asfaltstrook aangezien iedereen werd afgeleid naar de autostrade (die wel verboden is voor fietsers). Verder gaat het verscheidene keren op of onder de nieuwe A12. Eén maal gaat het echt fout als we op het parcours van de wandelaars terecht komen. De hellingsgraad gaat met een ruk de hoogte in en de staat van de weg laat echt te wensen over, zeker als je niet over mountainbikebanden beschikt.

    Wat vandaag gebod is, is morgen verbod en omgekeerd. Zolang de werken aan de gang zijn, is het onduidelijk welke weg de fietsers moeten volgen, hopelijk biedt de toekomst enige opheldering…

    Eindelijk zijn we in ‘Los Arcos’, weg van de A12. Met momenten regent het er nog lustig op los terwijl enkele kilometer verder de wegen volledig opgedroogd zijn. Tot ‘Sansol’ is het één rechte baan waar geen eind lijkt aan te komen. Duizenden en duizenden klaprozen staan vrolijk wiegend langs de kant van de weg. Uitgestrekte wijngaarden wisselen met al even uitgestrekte graanvelden. Tot ‘Logrono’ gaat de weg in trapjes omhoog. De fameuze vergezichten blijven voor ons echter verstoken, daar zorgen mist en regen wel voor.

    We naderen de hoofdstad van de ‘Rioja’.

    Net voor we de hoofdstraat opdraaien houden we pauze onder een overdekt terras. Er is een groot feest aan de gang ter ere van de een of andere heilige. Op de Rua Vieja is het echt koppenlopen. In de kathedraal is een trouwpartij aan de gang, en van het bekende plein voor de Santiagokerk is weinig te zien doordat marktkraampjes het hele plaveisel innemen. We kunnen wel de zijkant van de kerk bewonderen met een indrukwekkend gebeeldhouwd tafereel van Santiago Matamoros, maw St Jacob als Morendoder.

    Vanaf gisteren in ‘Puenta la Reina’ zien we op elke kerktoren ooievaarsnesten, vandaag zien we in levende lijve een ooievaar een duikvlucht nemen tot haar nest op de puntige Santiagokerk.

    De hele binnenstad is ingepalmd door kraampjes en we kunnen er met onze tweewieler nauwelijks doorheen. Op het einde van de hoofdstraat zijn we net op tijd om een optocht van reusachtige poppen te zien, begeleidt door waarschijnlijk traditionele gefluit en getrommel door muzikanten in al even traditionele kledij.

    De hoogste tijd om verder te fietsen. Voorbij ‘Navarrete’ is het weer serieus klimmen geblazen. Door de aanleg van de A12 zijn we ook hier weer verplicht om een alternatief te volgen langs ‘Sotes’, waar we een stempel halen, en ‘Ventosa’. Het ommetje levert je meteen 250 htm’s en een cartouche minder op.

    Op enkele kilometer van ‘Najera’, de plaats waar we op camping gaan, krijgen we de zoveelste bui, zelfs met de nodige portie hagel.

    Het was een lastige rit vandaag. De weersomstandigheden en de 1200 htm’s deden zeker hun duit in het zakje. We gaan uit eten, 3-gangenmenu voor 14€, een pelgrimsmenu, met macaroni als voorgerecht, varkenslapjes als hoofdschotel en een ijsje als negerecht. De calorieën zijn er weer bij. Voor morgen staat ons de langste rit te wachten, tot Burgos en de Tierra de Campos!




    07-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 07 juni - 80km - Lumbier-Estella

    De hemel is toegetrokken, het druppelt boven de ‘Hoz de Lumbier’. De vale gieren zitten droog op hun grote nesten, wij moeten erdoor. Om 9.50u staan we al te wachten voor het toeristenbureau om als eerste onze stempal te bemachtigen, nu ja, als eerste! We zijn nog altijd niet de processie van Echternach tegengekomen en dat zal vandaag ook wel niet gebeuren.

    In ‘Lumbier’ krijg je niet zomaar een fiets als kind, daar moet je echt al iets serieus voor mispeuterd hebben. De klim tussen de rand van het dorp en het centrum is zelfs best beklijvend te noemen.

    De jonge twintiger die het bureau bemand spreekt een mondje Engels en we leggen onze bedoelingen uit. ‘Geen erg…maar wij hebben zo geen stempel’…

    En nu?

    ‘Ik begeleid jullie wel naar het gemeentehuis, daar hebben ze zeker één, maar ik ben er zeker van dat ze daar geen Engels praten’, gaat ze verder!

    En wij op weg…

    Het gemeentehuis is nauwelijks honderd meter en één straat verder. Thierry blijft bij de fietsen, ik volg de jonge deerne de trap op van ’t schoon verdiep!

    Ze klopt kort op de deur van de burgervader die iets later een burgerdame bleek te zijn. Tien minuten en een hele uitleg later sta ik terug bij Thierry met een stempel in onze carnet, da’s al een goed begin.

    Bij het verlaten van ‘Lumbier’ draaien we op de NA2012, een alternatief stuk om de drukkere N240 te vermijden. Het is vooral rustig rijden. De relatieve omweg en de enkele honderden hoogtemeters nemen we er gewoontegetrouw maar bij, we zijn het al gewoon. Een tiental kilometer verder rijden we rechts van ‘Induraïn’, een klein en verlaten dorp met nauwelijks wat huizen en een kerk. Of San Miguël hier ooit is geweest? Geen idee, niets herinnert er aan, dat is wel een feit. Het gaat constant op en af, tussen de honderden hectare gras- en graanvelden. In ‘Reta’ houden we even halt, er vallen wat druppels en het ziet er niet goed uit. We doen een regenjack aan, maar amper enkele minuten later houdt het alweer op, terug de regenjack opbergen…

    Het is weinig spectaculair rijden, na een maand ben je ook al wat gewoon en het moet je ook al overdonderen wil je nog iets nieuws zien. Maar, het is vooral rustig peddelen in de natuur en daar doe je’t toch voor!

    We rijden nu zo’n 15km ten zuiden van ‘Pamplona’, kruisen de N240 en komen nu in het drukkere gedeelte van de etappe. Op de flanken van de heuvels staat de ene steengroeve naast de andere. De bekende wijnstreek en de kleine, gezellige wijndorpjes gaan gebukt onder de stoffige industrie die hen volledig wegdrukt en overheerst. Op de N121 raast de ene na de andere bijna overladen vrachtwagen. Het is haast 13u, tijd voor onze dagelijkse portie cafeïne, die we nog nooit zo goedkoop vonden aan de rand van ‘Campana’.

    Na de siësta is het nog even tot we op de kleinere NA601 draaien. Hoe het komt of waar we met onze gedachten waren, maar beiden missen we de bordjes naar de ‘Sta Maria de Eunate’. De kleine afslag was zelfs geprogrammeerd op onze Garmin, maar neen, de achthoekige begrafeniskapel zal voor een andere keer zijn. Onze ‘euro’ valt pas een tiental kilometer later en dan was het al veel te laat!

    Ondertussen rijden we langs een weinig interessant landschap zonder veel afwisseling tot ‘Puenta la Reina’. Net voor de ‘entrée’ stoppen we even bij een pelgrimshuis en laten onze carnet afstempelen. De kleine, groezelige straatjes ogen best gezellig. Via de smalle hoofdstraat kom je langs de Jacobskerk die een kort bezoek meer dan waard is. Grote bombastische ingekerfde en overdadig met bladgoud versierde tabernakels tegenover de sobere zit- en knielbanken, het is best het bekijken waard. Recht tegenover de kerk bevindt zich het voormalig pelgrimshospital. We volgen de hoofdstraat en komen uit op de beroemde oude stenen boogbrug over de ‘Rio Arga’.

    Vanaf ‘Puenta la Reina’ kunnen we, en da’s lang geleden, nog eens ‘Buen Camino’ zeggen, een verwelkoming en groet die zoveel betekent als ‘een goede weg’. Het verbindt pelgrims aller landen. In de pelgrimshuizen is een toeloop van wandelaars die vooral via de verbinding met St Jean-Pied-de-Port rechtstreeks naar het zuiden zijn gelopen. Fietsers zijn ruim in de minderheid, in totaal steken we maar een koppel of vijf voorbij. Nochtans blijven we er beiden bij dat de fiets nog altijd ‘het’ reismiddel is bij uitstek, maar ja, iedereen zijn goesting!

    Net voorbij de middeleeuwse brug moeten we stoppen voor een kudde schapen, inclusief herder, die de hele weg afzet en het dorp inwandelt. De kale lijven lopen wat onwennig op en neer, keurig achternagelopen door een hijgende schaapshond.

    Net buiten ‘Puenta la Reina’ gaat het heftig omhoog. De Parallelle N111 volgt nauwgezet de nieuwe snelweg A12. Het uitzicht is saai en je voelt de drukte op de aanpalende autoweg. Zoals zo dikwijls wegen de laatste loodjes het zwaarst. De hoogtemeters laten zich voelen en zijn zowat het belangrijkste waar we mee bezig zijn. Het wolkendek trekt ondertussen steeds dichter en dichter toe. We zijn zo goed als in Estella of Lizarra in het Baskisch, een gezellig stadje met een bekende pelgrimsbrug. Net over de brug nemen links en twee kilometer verder belanden we op de camping. Jef, Eddy, Malvina, Christiane en Ria waren eerder vandaag de ‘Monasterio de Irache’ gaan bezoeken, maar daarover morgen meer…

    Het is nu 21u, we hebben ruim aan de apero gezeten tot een onweer, inclusief bakken hagelbollen ons minifeestje uiteen hebben geblazen…

    We’ll be back…




    06-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Donderdag 06 juni - 74km - Jaca-Lumbier

    De rustdag heeft iedereen goed gedaan, de kasten liggen weer vol met frisruikende fietskleren, de waston is leeg. De batterijen zijn weer opgeladen en iedereen stond deze morgen met vernieuwde kracht en energie te wachten op het startschot.

    De zon schijnt en alleen boven de Pyreneeën hangen wat stapelwolken. Volgens de berichtgeving zou het enkel tegen de avond wat kunnen druppelen. De motorhomes rijden nog langs de ‘Mercadona’ terwijl Thierry en ik al richting Lumbier denderen. Jaca ligt nog steeds op 800m hoogte en voor één keer hebben we dus geluk. Vooral de eerste 40km gaat het steeds bergaf wat uiteraard het gemiddelde de hoogte in jaagt. De N240 is een vrij brede, drukke weg. Druk, nu ja, er vliegen wat vrachtwagens voorbij en af en toe een wagen of wat moto’s, maar zeker niet overdreven. De meeste chauffeurs zijn o.i. vrij fietsminnend en schuiven geregeld op het linkse rijvak als ze ons passeren. Rechts in de verte krijgen we fraaie overzichten op de besneeuwde bergtoppen. Op de verweerde heuvels liggen diep ingekraste valleien, soms op de top gedeeltelijk of helemaal verlaten dorpen. Berdun en Esco zijn zo typische voorbeelden van verval. De weg gaat kaarsrecht gedurende meerdere kilometers en maakt dan enkele rare op en afgaande kronkels om vervolgens terug kaarsrecht verder te gaan. Aan de rechterzijde gebeuren grote werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe autostrade A21. Vrachtwagens vervoeren dwarsbalken van verscheidene tientallen meters. We zien meer politie dan in drie weken samen. Immense graanpartijen staan langs het ‘Canal de Berdun’. We stoppen even om naar de aanleg van een nieuwe brug te kijken, gigantische poten rijzen uit de aarde, bijna klaar om het nieuwe brugvlak te dragen. Grote kranen heffen de dwarsbalken in één keer op de pijlers, knap bedacht.

    We rijden langs het ‘Embalse de Yesa’, een grote kunstmatige stuwdam. Het water is doorschijnend groen, met sterke inhammen afgebakend. De N240 gaat nu kronkelend verder met meestal overzichtige bochten. Het is echt mooi rijden ondanks het feit dat er soms wat zwaar verkeer voorbijsteekt. Een achteruitrijspiegeltje is bijna onontbeerlijk. Net voor Yesa staan we voor een dilemma. De N240 is onderbroken voor alle verkeer en de toegang is nogal drastisch afgegrendeld. Als alternatief wordt de nieuwe autostrade aangeboden hoewel er uiteraard geen plaats is voor fietsers, voetgangers en tractoren…

    Probleem dus, een derde optie is er niet voorhanden.

    We negeren het verbodsteken van de N240 en worden enkele meter verderop tegengehouden door een werknemer. De man steekt een nogal overijverige Spaanse monoloog af waar noch Thierry, nog ik ook maar één woord van verstaan. Eerst mogen we niet door, maar als we de kerel aan het verstand brengen dat de autostrade ook niet echt een optie is, draait hij wat bij…

    We mogen door maar…hij begeleidt ons met de auto, ook goed. De weg heeft inderdaad wat afgezien en er zijn echte dwarse scheuren in het wegdek. Het gaat nu deftig omhoog, de werfauto als een schaduw tegen ons geplakt, een bocht en dan uitbollen tot ‘Yesa’. We bedanken de man en houden wat verder halt bij een hotelterras. Daar hebben we even geluk, tja wat moet men doen in zo’n situatie, geen idee, wachten tot de weg hersteld is zeker? J

    We hebben al 6Okm gereden, de café con leche is net van pas. Een half uurtje later vertrekken we terug. Tot ‘Liédena’ is het heftig klimmen en ook zalig dalen over de ganse breedte van de weg. Net achter ‘Liédena’ gaat het asfalt over in grind, we naderen de ‘Hoz de Lumbier’, een oude tramspoorbedding.

    Malvina en Eddy waren eerder op de camping in Lumbier vertrokken en ons tegengereden. Altijd plezant om het laatste stuk in gezelschap af te leggen.

    De ingang is een donker gat in de rotsen, een onverharde grindweg door een tunnel. Je ziet het einde niet. Het zal wel niet zo erg zijn zeker? Thierry had zijn voorzorgen genomen en een fietslamp aangebracht voor vandaag. Uiteraard hadden we aan de grot eerst een kwartiertje in de lucht staan gapen naar een twintigtal gieren die majestueus op de thermiek aan het zweven waren, waardoor ons zicht helemaal niet aan het donker was aangepast. Het is echt pikkedonker, het pad draait naar rechts, hobbels en in de verte, slechts een speldekop groot, een lichtvlekje, de uitgang. Het is verdomd lastig niet tegen de muren op te knallen. Stapvoets proberen we het midden van het wegje te volgen richting ‘licht’ wat wonderwel lukt. Licht en schaduw in de gang maakt het zelfs wat griezelig. Als we de tunnel uitrijden wacht ons een knappe kloof. Beneden loopt de kolkende ‘Irati’ rivier, links en rechts loodrechte rotswanden en hoog boven ons cirkelende vale gieren. We houden met z’n vieren geregeld halt als de één of andere lefgozer van daarboven een scheervlucht maakt en enkele tientallen meters boven onze hoofden vliegt.

    Wanneer de grindweg overgaat in asfalt zijn we zo goed als op de camping in ‘Lumbier’. De dagen vliegen tegenwoordig, we zagen een groot bord vandaag ‘Santiago de Compostela – 820km’, de Countdown loopt, onze tijd tikt




    05-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foto's Col du Somport

    Op de top










    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dinsdag 04 juni - 89km - Oloron-Jaca

    Eindelijk volle zon, eindelijk geen wolken, eindelijk een zicht over berg en dal. Een mens zou er emotioneel van worden, bang dat het einde der tijden een donkere en grijze voorbode had gestuurd. Maar neen, de zon leeft, de warmte en gloed doet al meteen wonderen. Iedereen is druk in de weer, goed gezind. Het zal ook nodig zijn om het dak van dit avontuur te overschrijden.

    We spreken af met de motorhomes net voor de tunnel onder de Col, voorbehouden voor gemotoriseerd verkeer. Het is tien uur als we voor de laatste keer vertrekken vanuit Frankrijk. ‘Oloron’ ziet er helemaal anders uit dan gisteren, opgewekter, ook drukker!

    We volgen de Sweerman boekjes (deel III ondertussen) nauwgezet. De voorliefde om ook in dit geval de rustiger paden op te zoeken en zodoende een 150-tal htm er op de koop toe bij te nemen lijkt ons in dit geval niet echt noodzakelijk. In de verte zien we de besneeuwde toppen van de bergen.

    In ieder geval nemen we in het begin niet de N134, maar de veel kleinere D238. Het gaat langs kleine uitgesleten dorpjes, steeds op en neer, op veel te slecht tarmac. In ‘Escot’, zo’n 15km van ‘Oloron’ vervoegen we de Noord-zuid-as tussen Frankrijk en Spanje. Er is veel zwaar verkeer onderweg, vrachtwagens met laadbakken en flapperende afdekzeilen zoeven ons voorbij. Voor de fietsers is een breed, goed berijdbaar fietspad voorzien, weliswaar op de grote weg, maar duidelijk gemarkeerd.

    Tot ‘Pont-Suzon’, een kleine 20km van het beginpunt heb je nauwelijks het gevoel dat je aan het klimmen bent, de weg gaat wel op maar evengoed naar beneden. Net voor ‘Bedous’ worden de fietsers afgeleid en het dorp ingestuurd. Het is even op de trappers duwen. Het centrum is mooi en vooral proper aangelegd. We profiteren ervan om onze laatste Franse stempel te halen.

    Het zat er al enkele kilometer aan te komen, maar het is mijn dagje niet. Bij de minste krachtinspanning moet ik al veel te snel lichter schakelen. Ik hou het even voor mezelf, maar Thierry maak je geen blazen wijs. ‘Wat is’t manneke, geen goei benen?’

    Neen, absoluut geen goeie benen. Hoe is het toch mogelijk dat ik telkens op min of meer cruciale dagen lood in de benen heb, een vraag waar nog ik, nog Thierry een antwoord op hebben. ‘Dat worden nog lange kilometers’!!!

    In ‘Accous’ komen we terug op de N134. Vanaf nu gaat een met een gelijkmatig percentage bergop. De dorpjes hebben smalle hoofdstraten waar het als fietser even uitkijken is met al dat vrachtvervoer. We rijden een heel stuk langs de ‘Gave d’Aspe’ een wild kronkelende bergrivier met de mogelijkheid om op te kayakken of te raften. Ik kijk weinig in het rond en heb al de moeite van de wereld om de ketting rond te krijgen. We stoppen af en toe om wat foto’s te nemen vooral van het watergeweld aan onze rechterzijde.

    ‘Urdos’, op 770m hoogte is zowat het laatste bewoonde dorpje. Nog 6km en een hoogteverschil van bijna 350m en we zijn aan de tunnel, daar wachten Jef en de madammen ons op. We zijn bijna 50km op pad. Thierry neemt ongewild wat afstand. Nog even, ik zie de fiets van Thierry maar met iemand anders op het zadel…

    Eddy, die ons ging vervoegen in Burgos, sluit nu al bij ons aan. Ik kan bijna geen pap meer zeggen, maar ben blij. Nog enkele honderden meters en dan even uitblazen en eten!

    Het grote spandoek ‘Zot van A’ drapeert langs Eddy’s motorhome, typisch. Niet dat we knuffelen, maar na een klein jaar is het weerzien in de mate van het mogelijke toch plezant.

    Ik eet wat, drink veel en kijk af en toe over de schouder naar hetgeen nog komen moet, niet direkt het makkelijkste van het traject. Zoals meestal het geval zit het venijn in de staart. We hebben nog 8km en 550m te gaan.

    Na een uurtje rijden de 4 motorhomes door de tunnel naar ‘Jaca’, Thierry en ik nemen de Col. Niet dat het zo verschrikkelijk stijgt, maar het is puffen en blazen. Ik wil nog maar eens gezegd hebben dat de opeenvolging van, het er niet gemakkelijker op maakt. We nemen een schaarse haarspeldbocht en zien nu recht op de toppen van de Pyreneeën. De sneeuwgrens ligt op een meter of 1500, een grens die we weldra zullen overstijgen. De weg is verlaten, het landschap open. We zien nog een verloren kudde schapen en voor de rest is het niets dan stilte, enkel en alleen doorbroken door kabbelend water van steeds sneller lopende beekjes of van watervalletjes. Hoe hoger we komen, hoe breder de weg lijkt te worden. Links zie ik een dikke pluk vuilgrijze sneeuw. Thierry rijdt al een poosje voor mij uit. Mijn tempo zakt tot twee derde van wat ik normaal haal als het bergop gaat. ‘het is geen wedstrijd’ hou ik mij voor. Ik probeer te genieten van het tafereel waar ik momenteel deel van uit maak. Thierry is gestopt en maakt enkele foto’s als ik passeer. Ik tel de hoogtemeters af per 100 meter, nog 400, 300, een haarspeld gevolgd door een fantastisch zicht. Zelden gezien hoe moederziel je hier alleen op een Col kan rijden, nog 200. We kunnen nog altijd niet inschatten waar de top zich bevindt, we draaien nu constant van links naar recht, nog 100, het kan nu niet ver meer zijn. Thierry komt me tegemoet, ‘we zijn er makker’. Er is een grote lege parking, de sneeuw geruimd maar geen auto die hier staat. We nemen wat foto’s tussen grote sneeuwmuren en rijden iets daarna eerst langs het infopunt en daarna langs de Frans/Spaanse grenspost. Alles is doods en verlaten, de kantoortjes zijn dicht, het restaurant op de top is dicht, 1 wagen, 1 motorfiets en 1 camper staan aan de grens. We houden een eenzame wandelaar tegen en vragen’m om enkele foto’s te nemen, that’s it, dat was de ‘Col du Somport’, we zijn nu veruit 57km aan’t klimmen en hebben 1650m geklommen. Nu gaat het in rechte lijn ‘Jaca’, alé, dat dachten we toch…

    Het begin van de afdaling is het steilst, met stukken van 10%, we proberen onze schijfremmen wat te ontzien want de afdaling is nog ver, meer dan 30km.

    We zijn net onderweg als rechts het afschuwelijk lelijke winterdorp ‘Candanchu’ verschijnt. De wegen zijn bijzonder breed en zelfs met de fiets kunnen we ons permitteren om het beste traject uit te zoeken. Er volgen wat s-bochten. Na 9km komen we aan de uitgang van de tunnel en is de pret over, we moeten terug aan de kant van de weg. Links in ‘Canfranc-Estacion’ staat een enorm en bijzonder fraai stationsgebouw, in het begin van vorige eeuw hier neergepoot als overgangs- en grensstation tussen Parijs en Madrid. Het is een beetje misgelopen, maar zou toch een grote rol hebben gespeeld in het vluchtproces van menig Nazi!

    Hoe dieper we zakken, hoe meer de wind aanwakkert en in ons nadeel blaast. We moeten met momenten serieus mee peddelen ook al gaat het bergaf. Elke spier doet nu pijn, ook het zitvlak kan met moeite de druk nog verdragen. Het gaat zelfs met stukken terug bergop. Het vatje is leeg. We komen in ‘Jaca’, doel bereikt. Naast de ‘Ciudadela, een vijfhoekig bastion gaat het nog een laatste keer serieus bergop. Meer dan moe bollen we uit tot de camping aan de Westzijde van ‘Jaca’.

    We besluiten om onze eerste rustdag in te lassen. Niet alleen voor de fietsers wordt het de hoogste tijd, maar iedereen is er aan toe. De was en plas, grote boodschappen, eens uitslapen, nietsdoen, iedereen plant wel iets.

    Thierry en Malvina gaan fietsen naar het klooster van San Juan de la Pena.




    03-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maandag 03 juni - 92km - Maubourguet-Oloron

    Het zag er weer niet goed uit. Rond 7u was er nog een bui uitgevallen, nu, was het over met een redelijke temperatuur, maar het zag er allesbehalve goed uit. Voor mij kan het verrekken, ik vertrek in korte broek, Thierry is wat terughoudender en houdt het op overtrekken.

    Het is 10u als we Maubourguet achter ons laten. De eerste kilometers is het al fameus klimmen tot Monségur. Langs de kant ligt een dode slang, gesneuveld door het verkeer!

    We zijn al direct op 300 meter hoogte, ik kijk in de rijrichting, op zoek naar de Pyreneeën, het strijdtoneel voor morgen.

    De zon komt er door, het is zelfs warm, dat hebben we gemist! De D202 gaat gestaag omhoog, ideaal om warm te draaien. We malen de kilometers af. Sinds we het bordje ‘Hoge-Pyreneeën’ gezien hebben is het landschap nog niet zo relatief plat geweest. In de verte doemen grijze, hoge schaduwen op, nauwelijks af te lijnen, de bergen van de waarheid.

    De huizen zien er Belgisch uit, zeker niet zuiders. Mooie, afgewerkte huizen, met open zwembaden en grote opritten. Af en toe moeten we wat haarspelden op, het gaat goed, ik kan het tempo redelijk vasthouden, de conditie wordt beter en beter, logisch na 3 weken dagelijks labeur.

    In Nay, een prachtig, mooi en proper stadje houden we middagpauze. Volle zon, mokken hete koffie en rust voor achterwerk en benen. Dit is het, eindelijk.

    We kunnen er beiden niet van over hoe on-zuiders dit er allemaal uitziet.

    Het is 14u als we terug op de fiets stappen. We zijn goed halfweg. Het gaat meteen deftig bergop, het ergste ligt nog voor ons. Nu stopt het niet meer, op en neer, de hele tijd, niet echt de grote percentages maar wel geleidelijk aan. We rijden haast moederziel alleen op de weg, uiteraard geen enkele andere pelgrim of iets anders te zien, hoewel we dichter en dichter bij één van de bastions komen. De D287 kronkelt rond elke heuvel. Het wordt stilaan drukker, in Arudy bereiken we het hoogste punt, nu is het alleen nog maar dalen. We hebben geluk, de wind staat rechtsachter, de snelheid zit er nu goed in, de laatste 23km doen we in een dik half uur. Jef en de vrouwen wachten ons op aan de katheraal van Oloron. We hebben er meer dan 90km op zitten met weeral een dikke 900htm. We kunnen voor de eerste keer buiten eten, met iedereen samen aan één grote tafel, daar doen we’t voor.

    Frankrijk eindigt in schoonheid, daar waar we’t gedurende enkele weken vervloekt hebben, morgen de koninginnenrit over de Col du Somport en dan Spanje, Olé




    02-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zondag 02 juni - 76km - Castéra-Maubourguet

    In heel de wereld schijnt de zon, behalve in Castéra-Verduzan, zo leek het tenminste. Van overal krijgen we bemoedigende berichten wat het weer betreft, maar hier hangt een dik pak mist, die uitvalt. Je kan nauwelijks twee fietsen ver zien, en na amper tien minuten onderweg is alles al kleddernat. We waren iets later vertrokken dan normaal, Thierry had er helemaal geen zin in, ik nog minder. Met dit weer wordt het hoe langer hoe moeilijker om ons op te krikken. We zijn nu net 3 weken onderweg, 21 dagen waarvan we er 5 geen regen hebben gehad, hebben op enkele kilometer na heel Frankrijk doorkruist en alleen maar water, water en water gezien, was het niet van boven dan kwam het wel van onder…

    Eenmaal onderweg valt het al bij al wel mee, je moet gewoon vertrekken, maar daar ligt soms de drempel.

    Enfin, we zijn dus wat later dan gewoonlijk vertrokken, tussen de marktkramen van Castéra. Het is al meteen behoorlijk vals plat. Al maar goed dat de Garmin het hoogteprofiel bijhoudt, we zouden nog aan onze conditie beginnen twijfelen. Van het uitzicht kan ik vandaag weinig schrijven, we zien met momenten enkele honderden meter vooruit. Het is echt mistroostig herfstweer. In ‘Brian’ een mooi dorpje op een heuvelrug, moet Thierry nogal fors in de remmen, dan zie je maar waar goed materiaal voor dient, met prullewiet was het waarschijnlijk anders afgelopen!

    In Laubare volgen we de uitgeschreven route, toch is het oppassen want de weg is in zeer slechte staat en wordt nog nauwelijks gebruikt. Op het eerste kruispunt staan borden met ‘Weg afgesloten’. Het is riskant om dit bord te negeren omdat we niet weten wat er voor ons ligt. De ‘Baïse’, het lokale beekje, hebben we hier al serieus zien uitdeinen en we zijn wat bang dat we onszelf gaan blokrijden. We kiezen eieren voor ons geld en draaien op de grotere D939. Ook daar staan borden dat de weg afgesloten is binnen 8km. Het is bang afwachten, als onze lef wat tegenvalt doen we 16km voor niets.

    Het zijn lange kilometers. In l’Isle de Noe’ hebben we geluk. De wegomlegging was te wijten aan werken in het dorpscentrum en hadden niets te maken met de overstromingen. Het is even wringen, draaien en keren om erdoor te geraken, maar met de fiets lukt nogal veel…

    We zijn haast halverwege, kletsnat en beginnen wat zin in koffie te krijgen. We houden het op het volgende dorpje. Het gaat nu serieus op en af, nochtans hadden we weinig te klagen over de hoogtemeters, maar dat wil moeder natuur wel even rechtzetten. De klimpercentages worden groter, de heuvels nijdiger om op te rijden. Het trekt wat open, het wolkendek is wat hoger gaan hangen maar van enige zon of iets dergelijks is nog helemaal geen sprake. Tot Montesquiou is het eindeloos klimmen, Thierry rijdt wat voorop, hij heeft koffie geroken!

    We houden halt in een aftands café, de patron staat al zeker 105jaar achter de tap, wat hij daarvoor heeft gedaan, daar durven we niet naar raden. We zijn de enige klanten. In normale omstandigheden zou ik hier nooit een stap binnenzetten, maar we maken van de nood een deugd. De koffie is lekker en goedkoop, we krijgen zelfs een stempel voor de carnet en een Armagnac, in de prijs inbegrepen.

    In het dorp staat volgens het Sweerman boekje een prachtig verweerd Jacobsbeeld maar dat is verleden jaar meegegraaid door één of andere bezeten Compostelaganger. In plaats daarvan staat nu een vrij kleine replica. We nemen wat foto’s van het beeld en ook van wat pittoreske plaatsjes in het dorp.

    De 15km tot Marciac blijven echt aan de ribben plakken. Steile, lange, ambetante klimmen, dan weer even bergaf om weeral aan de volgende te beginnen, eindeloos. We zien twee fietsende pelgrims die ons tegemoet komen, ik roep nog ‘’t Is naar de andere kant’ maar ze zijn alweer uit het zicht…

    Marciac ziet er best gezellig uit en vooral, het dorpje biedt enige afwisseling tegenover de rest van de omgeving. Het stratenplan is rechthoekig opgesteld en op het grote binnenplein zijn enkele café’s en eetgelegenheden.

    Het is nog 14km tot Maubourguet, er resten nog twee beklimmingen, hoge, moeilijke, ambetante. De camping gaat pas open op 1 juli, we moeten weeral uitwijken naar de camperplaats op 3km uit het centrum. Maubourguet ziet er wat Mexicaans uit, of in ieder geval een dorpje uit de spaghetti-westerns. Er is veel volk op de been, ’t is zondag natuurlijk. We hebben weeral een dikke dag in de benen. Morgen gaat het naar Oloron, dat wordt andere koek, als alles goed loopt onze laatste dag in ‘La Douce’, we hebben genoeg water gezien…




    01-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zaterdag 01 juni - 80km - Castelsarrasin-Castéra Verduzan

    De avondstond van gisterenavond zag er veelbelovend uit. Een langzaam donker wordende vuurbal die haast onzichtbaar naar de horizon kroop en er uiteindelijk achter verdween. Dat was lang geleden dat we dat nog eens konden zien. Mei is afgesloten, bijna 3 weken onderweg en 4 dagen zonder regen, een echte schande, juni kan alleen maar beter…

    Deze morgen ziet het er echt niet naar uit dat het gaat beteren. De lucht is egaal donkergrijs gekleurd. Toch duidt de thermometer 16°C aan, ideaal fietsweer, dat wel, ware het niet dat er een fris windje door Castelsarrasin waait EN zo te zien komt die uit het Westen, de richting die we straks uit moeten, nu dat weer!

    Het is goed half tien, iets vroeger dan gewoonlijk omdat vandaag meer dan 80km op het schema staat en met die wind kunnen we maar beter op tijd vertrekken.

    In Castelsarrasin nemen we de drukke D12 tot Auvillar, de wind met een redelijke hevigheid, plat voor op de snoet. 20km die pijn doen, 20km die voor de rest van de dag pijn zullen doen, zeker weten. Langs de ene kant wil je zo vlug mogelijk van de hoofdbaan af, langs de andere ben je vol energie en wil je daarvoor gerust al een cartouche verschieten…

    In Auvillar draaien we links op en komen zo terug op de Sweerman route uit. In het dorp ligt een uit de kluiten gewassen molshoop, zo eentje à la Berendries. Een kilometertje lang aan beslist 12% of meer! In St Antoine zien we het eerste stel met rugzak, tegen het eind van de dag zullen we de tel kwijt zijn. Bij welke halte ze van de bus zijn gestapt, geen kat die het weet maar ze zijn er wel, modieus gekleed met jeans of erger, kleine rugzak, wandelstokken EN grote St Jacobsschelp op de rug.

    Tussen de halve toeristen lopen een handvol ‘echte’, zwaar beladen met regenhoes over de rugzak en slaapmatje, houten wandelstok en afgesleten schoeisel, dat zijn de mannen die je respect afdwingen!

    Het gaat nu constant op en af, het glooiende landschap wordt grimmiger, dieper ingesneden. Waterlopen staan nog altijd ver buiten de oevers. We houden soms even halt om dat natuurgeweld even te bekijken. Op onze weg zien we geen ondergelopen huizen of kelders, op de weg die de motorhomes hebben genomen langs ‘Fleurance’ is het andermaal prijs. De ‘Gers’ heeft hele dorpen en campings onderwater gezet, het is ongelofelijk.

    Om Miradoux te bereiken moeten we weer serieus op de trappers. Alle vestigingsdorpjes liggen op de heuveltoppen, een vaststaand feit, en alle wegen lopen door de vestigingsdorpjes, nog een vaststaand feit. Er komt aardig wat klimwerk aan te pas vandaag, we zullen weer meer dan 1000htm op de Garmin hebben!

    Het is markt in Miradoux; 2 kramen en evenveel marktkramers. Er houden wat auto’s halt om een kaasbol en een gedroogde worst. Wij zijn bijna halverwege en besluiten pas bij het volgende dorp te stoppen voor onze verkorte siësta. Vanaf vandaag zien we in bijna elk dorpje de plataanrijen verschijnen, hier en daar hoor je een krekel, alles doet aan het zuiden denken, behalve het weer. Buiten de wind is het redelijk fietsweer. Links in de verte hadden we nog wat donkere wolken zien hangen, maar persoonlijk hebben we er weinig last van gehad. De zon komt er met momenten door en dan is het ‘echt’ warm. Toch hangen er nog dikke wolkenplukken. In de schaduw is het echt frisjes en zou je een vestje kunnen verdragen.

    We rijden nu echt in één grote achtbaan langs immense akkers. Met de regelmaat van de klok moeten we uitwijken voor de restanten van de modderstromen die eerder deze week de helft van Frankrijk hebben overspoeld.

    In trosjes lopen pseudo-schelpdragers nu langs de kant van de weg, druk gesticulerend, waarschijnlijk op wandelretraite. ‘Lectoure’ is nog enkele kilometer en een steile klim verwijderd. ‘Als dat zo voort gaat kunnen we het wel schudden voor een terrasje’, da’s een feit, als die allemaal gaan neerdalen op een terrasstoel wordt het inderdaad ‘Nada’.

    Thierry steekt een tandje bij, ik kan nog net ‘Voor mij een Grand-Crême’ roepen, dan is hij weg. Nog 3, 2, 1 kilometer, de weg gaat liggen, de zoveelste top bereikt. Het is weeral na den twaalven op een zaterdag, dus de stempel zal wel weeral niks worden. De terrasjes zitten aardig vol, maar Thierry had al eentje op het oog.

    Als we twee koffie’s later terug op de fiets zitten zien we geen pelgrim meer, ze zijn waarschijnlijk op de bus gestapt, een ritje dichter bij het einddoel, een kerfje meer in de schelp, een illusie rijker…

    De hoogtemeters beginnen hun tol te eisen, het worden nog meer dan 25 lange kilometers. De D42 kronkelt niet veel maar gaat nogal resoluut naar het volgende dorpje toe, steil omhoog, en weer naar beneden…

    Terraube en Mas-d’Auvignon zijn knappe stukjes geschiedenis, daar ben ik zeker van. Castéra-Verduzan, een oud mondain kuurplaatsje komt nu snel dichterbij. Op de toegangsweg ligt opgedroogde smurrie. Jef en de madammen staan op een parking aan de Noordkant, de camping is afgesloten wegen ‘overstroomd’.




    31-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdag 31 mei - 74km - Cahors-Castelsarrasin

    Als ik ’s nachts wakker wordt is het weer hard aan’t regenen op de motorhome. Het geeft een onbehaaglijk gevoel. We staan in Cahors net naast de wassende ‘Lot’ en op de televisie heeft men aangekondigd dat reeds 6 departementen in fase oranje verkeren, allen in het zuiden van Frankrijk. Elke beek, kanaal, stroom of rivier bruist van geweld en beukt onophoudelijk tegen de zijwanden van de normale loop. In het water liggen ontwortelde bomen, kilometers meegesleurd.

    Als we opstaan is windstil, het regent niet, maar voor hoelang. De thermometer staat op +13°C, het is misschien te riskeren om in korte broek van start te gaan, waarom ook niet. Voor de rest blijft de outfit er nogal winters uitzien, maar een korte broek moet kunnen. Op ons normale uur vertrekken Thierry en ik eerst richting Cahors, we moeten immers onze carnet nog laten valideren voor vandaag. Via de ‘Pont Neuf’ belanden we in de binnenstad. Ik heb gelezen dat Cahors vrij uniek is qua ligging. De afstand tot de Atlantische oceaan, de Middellandse zee en de Pyreneeën zouden nagenoeg identiek zijn, het zal wel.

    Het begint te druppelen, de schrale zon is verdwenen achter een donker scherm. We vinden de toeristische dienst en schuilen terwijl we onze ‘tampon’ halen. Het zijn maar wat druppels, voor we’r ons druk in maken is de vlaag alweer voorbij. Buitenrijden doen we langs de bekende ‘Pont Valentré’. Met de fiets heb je toch wel wat voordelen, je geraakt overal en je snelheid is nog aannemelijk. Zo hebben we in een mum van tijd de oudstad doorkruist en verlaten de stad langs de drukke N20.

    Het is even doorbijten als logge camions met hun stinkende uitlaten ons passeren. Nu we de laatste weken bijna letterlijk door moeder natuur rijden is het altijd even aanpassen als we een stad moeten doorkruisen. Opletten, 1000 ogen hebben en met de fiets altijd het zekere voor het onzekere nemen.

    Een drietal kilometer verderop draaien we op de D659, een veel rustigere departementale weg die ons op een dikke 7km bijna 200htm hoger brengt in l’Hospitalet. Tot Castelnau-Montratier brengt het landschap weinig nieuws. Op schrale graslanden grazen wat schapen, op de heuvelruggen wat bebost gebied en voor de rest braak liggende kalkgrond. De koepel van de kerk in Castelnau brengt een welkome afwisseling in de eerder mistroostige woningbouw van de oudere dorpen. Het is bijna middag, tijd om een terrasje op te zoeken. We hebben geluk, op het marktplein staat één kraam EN twee café’s. het is moeilijk kiezen, we hebben de laatste weken nooit voor dat dilemma gestaan! Lang duurt het niet want het begint terug wat te druppelen en we nemen het terras met de beste overdekte plaats. De ‘Grand-Crême’ smaakt lekker, warme, droge spullen aan, boterhammekes op en 50min later klikken we de pedalen alweer vast om deel 2 aan te vatten. De afdalingen in de vallei van de ‘Lupte’ en de ‘Lemboulas’ zijn de moeite. Het landschap is best glooiend te noemen, op de rondingen liggen vaak kastelen, kerken, ruïnes of chique landhuizen met zwembad. In Vazerac staan we voor een bord ‘Route Barée’. Het heeft ons nooit tegengehouden omdat we met de fiets nogal soepel zijn in de keuze van de weg, maar dit hadden we nog niet meegemaakt!

    De ‘Lemboulas’ was nogal agressief uit haar oevers gebarsten en met volle vaart het dorp ingelopen met ondergelopen huizen en kelders tot gevolg. We proberen de weg door het modderwater heen te zien en waden tot de trapas door de smurrie. Ons kan het niet echt deren, maar de bewoners  zitten met de handen in het haar. Eens wat bergop stoppen we even en kan ik mijn sokken uitwringen. Hoe dichter we bij ‘Moissac’ komen hoe eentoniger het landschap wordt, wat afgedekte kersen- en perenbomen uitgezonderd.

    Van Moissac krijgen we niet echt een positief beeld. Her en der staan maffiagozers wat te niksen, Slavische types, dikke sigaret, veel praat, kortom niet de stek om een benefietbal voor Vestaalse maagden te organiseren. We zoeken de beroemde abdijkerk en zien voor het eerst sinds lang nog eens nep-pelgrims. Een rare snuiter met paard staat wat pocherig op te scheppen tegen enkele bedevaarders met wel een zeer kleine rugzak.

    Het is ons al enkele malen opgevallen maar rond die ‘pelgrimages’ hangt toch een duistere sluier van ongeloof, zo zagen we in Rocamadour een Duitse vrouwelijke, overdreven geschminkte pelgrim, met een nogal safari-achtige outfit, inclusief vers gepermanenteerd haar en een tropenhoed, ingeschoven wandelstokken en vooral een nieuwe, grote St Jacobsschelp, duidelijk geëtaleerd op ooghoogte en aangebracht op de achterklep van de nieuwe backpack. Het zou me niet verbazen mocht ze nog geen meter te voet hebben afgelegd met hun carnet onder de arm…

    Ach, wie houden ze voor de zot?

    Hoe nauwgezet we de Sweerman-boekjes ook volgen, we komen zelden, zelfs eerder ‘nooit’ enige compaan tegen, het is geleden van de Maaslander die vandaag in Lourdes moest zijn. Ik ben benieuwd of hij het gehaald heeft! Thierry en ik hadden nu niet echt de processie van Echternach verwacht, maar 1 per week??? Hoe komen ze in ’s Hemelsnaam aan meer dan 500.000 man per jaar???

    Ik hoor het hen graag vertellen: ‘Wij, wij rijden 100 à 150km per dag’….

    Eerlijk toegegeven, als je de route volgt ben je wel klaar na 60 tot 80 km.

    In Moissac kunnen we door de te lage ingangspoort niet op de camping en wijken uit naar de camperplaats van Castelsarrasin, zo’n 7km ten zuiden van Moissac. Morgen wordt het weer een pittige halve bergrit, hopelijk met het weer van vandaag, gedaan met gesmos…

    Ook Jef en de dames verdienen een pluim, zeker weten. Hoe moeilijk het ook is om als beginnende campingcarist rond te hotsen, ik vind dat Malvina en Ria het voortreffelijk doen, ook in de nauwe Franse dorpjes. En zeker ook châpeau voor Jef en Christiane voor hun charismatische drang om alles en iedereen perfect te begeleiden.

    Châpeau en bedankt!




    30-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Donderdag 30 mei - 67km - Rocamadour-Cahors

    Ik moet het waarschijnlijk niet herhalen, maar deze ochtend werden we al vroeg gewekt door een portie gekletter op het dak van de motorhome. Volgend weekend zou het moeten beteren, eerst zien en dan pas geloven, en ik ben niet de enige die dat hardop zingt…!!!

    Juul en Roos, vrienden van Thierry en Malvina zijn ons komen vervoegen en dobberen nu mee langs de overgelopen rivieren en door het verzopen subtropisch klimaat!

    Voor het vertrek regelt Thierry voor de derde keer de achterrem, het ding is zo krap afgesteld dat de schijf met momenten een schurend geluid produceert en da’s verlies van energie. Voor de rest houden we het ochtendritueel intact en dat wil o.a. zeggen dat we rond 10u uit de startblokken vliegen, alhoewel!

    Gewoonlijk worden we uitvoerig uitgewaaid door onze vrouwtjes maar door de één of andere duistere reden waren die al vertrokken. We blijven dus min of meer verlaten achter, Thierry en ik kijken elkaar aan, halen de schouders op, ‘en ik was nog een koekje vergeten nemen’ snikt Thierry!

    Achteraf bekeken was het voor Jef en de dames wat onzeker of ze, door de overvloedige regen, op een degelijke manier van het perceel zouden geraken. De focus zat met andere woorden ergens anders, en toen ze eenmaal vertrokken waren was er geen stoppen meer aan…

    De camping ligt op een boogscheut van de Middeleeuwse site van Rocamadour en voor de tweede maal in evenveel dagen vliegen we de berg af tot de wortels van de loodrechte gebouwenwand, deze keer echter met onze geliefde tweewieler. Vrachtwagens brengen kilo’s toeristenvoer aan. We klieven door het dal en passeren de site langs de overkant. We nemen enkele foto’s en moeten daarna recht op de trappers. Er liggen een vijftal heuvels te wachten en het gaat crescendo. Van 125htm tot 440htm in Labastide-Murat.

    Het oogt allemaal niet zo zwaar, maar telkens gaat het flink naar beneden en dan met een gemiddeld stijgingspercentage van 7% omhoog.

    We komen mooie, uitgestorven dorpjes zoals Couzou en Carlucet tegen. Het is echt knap rijden. Bij volle maan vliegen hier nog gegarandeerd bezems door de lucht. Vanaf de Bastide van Montfaucon is de pret helaas nog maar eens over. We rijden een gordijn van regen binnen en zijn binnen de kortste keren doorweekt. De top van de rit ligt nog een kilometer of 5 verder en we beslissen ondanks de felle regen om tot daar door te rijden.

    In Labastide-Murat zoeken we een café op en pelsen ons bijna tot op de draad uit. De verse, warme kledij is meer dan welkom, de ‘Grand-Crême’ ook. De boterhammekes smaken. We blijven een dik uur aan de klap terwijl het buiten onafgebroken pijpenstelen regent. De kleine, afgeleefde, echte Française achter de toog komt wat tegen haar zin afrekenen: ‘Dit weer hebben we hier met Kerstmis’, da’s duidelijke taal…

    Het miezert nog wat als we ons voor de zoveelste keer op onze tweewieler hijsen. ‘Ik ben benieuwd, 20km bergaf’, Thierry knikt en fronst de wenkbrauwen. We kennen de boekjes al!

    Met een duik tussen de bossen en de rotsen gaat het tot St Sauveur, ‘Dat houden we zo geen 20km vol’ lach ik naar Thierry! Het gaat echt heftig en het is opletten geblazen in de bochten, maar het is best eens welkom na bijna 3 weken klimmen. Het oorspronkelijke idee liet nog wat plaats om hier de D13 op te draaien en langs de ‘Grotte du Peche Merle’ en ‘St Cirq-Lapopie’ terug op het traject te komen, maar door het aanhoudende slechte weer laten we dat idee maar weeral varen. Tot het ‘Oppidium de Mursens’ gaat het met een rotvaart, daarna slabakt het een beetje tot vals plat naar beneden. Tot ‘Vers’ is het inderdaad 22km bergaf, in alle eerlijkheid moet je wel vermelden dat de laatste 5à6km moet bijgetrapt worden, wat Thierry ook op de letter neemt en ons tegen meer dan 30km/u tot de brug over de ‘Lot’ voert.

    Het gaat met een knik bergop en we blijven een 10-tal kilometer op de flanken van een heuvelrug rijden, met zicht op de ‘Lot’. Stilaan komen we in de buitenwijken van ‘Cahors’. Het begint terug te gieten. We haasten ons om op de camping te geraken, plaatsen fiets en mens in de daartoe voorziene afspuitplaats, en hopen maar weeral eens op beter weer.

    Sinds 15u is het niet meer opgehouden met regenen en het is nu 19u, tijd om de blog bij te werken.

    Morgen zitten we echt in het Middellands zeeklimaat, het water hebben we al!

     




    Archief per maand
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 11--0001
    Gastenboek
  • Tour for Life
  • Leuk om te lezen
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • Geweldig
  • fenomenaal ! !

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Laatste commentaren
  • Proficiat (Croissy)
        op Extra
  • in naam van de schelp (ginette en jan)
        op Trekkersfiets
  • Goede tips (Jurgen)
        op Extra
  • CHAPEAU (JIMMY & LUCIENNE)
        op Foto's
  • Super proficiat (jp Van Hullebus.)
        op Maandag 17 juni – 98,59km – Portomarin-Compostela

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!