Het
dorpsfeest had tot de vroege uurtjes geduurd. Klokslag middernacht was er vuurwerk
en om 01.30u begon de muziek op het plaza major. Toen ik me om 05.30u nog
eens omdraaide hoorde ik in de verte nog altijd wat bas, niet echt storend maar
het was er wel.
Deze
ochtend zag de hemel er uit zoals ik er al een tijdje van droomde, wolkeloos.
Voor de relatief korte rit namen we niet veel extra mee, het zou wel lukken
zonder al dat gewicht. Vanuit Sahagun volgen we terug de pelgrimsroute. Na de
inspannende namiddag van gisteren ging het vandaag wat rustiger. Waarom zouden
we ons ook haasten. Na aankomst op de camping in Leon gingen Malvina, Ria en
Eddy terug op pad en die zouden wel voor enige uurtjes zoet zijn
We
houden er dus een rustig tempo op na. Steeds links van de weg loopt een
grindpad voor de wandelaars. Om de paar meter is een jonge plataan aangeplant.
Veel schaduw geven ze nog niet maar alleszins beter dan de honderden paaltjes
die helemaal tot niets dienen.
Het
900m hoge plateau is zo plat als een biljart, rechts in de verte zien we de
witte toppen van de Picos. Thierry en ik genieten van het uitzicht, echt
prachtig. Elk dorpje dat we kruisen rijden we even in. Broeiende, dromerige
dorpjes, levend van de Camino. Bij sommigen ligt de hoofdstraat nog in de
grind. Bij anderen zijn de huizen opgetrokken in adobebouw, een soort leem
dat jaarlijks dient aangevuld of vernieuwd.
In
El Burgo zien we terug de Fransen van gisteren, ze zullen weer hun 15km doen
tot Mansilla de las Mulas.
Wij
stoppen er ook en na de stempelzoektocht houden we onze middagpauze in het
pelgrimscentrum. Het is een constant komen en gaan van mannen en vrouwen, soms
zwaar beladen met rug- of fietszakken, soms mankend, zelden lachend. Voor het
grootste deel zit de dagetappe er op, nog voor de grote hitte losbarst! Met de
fiets heb je altijd wat wind, een zaligheid of een vloek!
Tot
Leon kan het via de rustige, langere wegen maar Thierry en ik besluiten om
maar meteen voor de korte pijn te kiezen op de N601, temeer daar we een smsje
ontvingen van Malvina met de boodschap om af te spreken aan de kathedraal. Nu stond
Leon eigenlijk voor morgenvroeg op de planning maar dat kunnen we onze
vrouwtjes toch niet aandoen! De laatste kilometers gaat het flink omhoog, en
daarna met een hellevaart naar beneden op de eivolle viervaksbaan! Het is en
blijft wennen, net of je op de autostrade met je tweewieler paradeert. In ieder
geval bollen we zonder problemen de binnenstad in, maar dan, de kathedraal. We vragen
enkele Spanjaarden de weg, maar met het onverstaanbaar gebrabbel worden we geen
sikkepit wijzer. Goed, wij zijn de toeristen en wij moeten ons aanpassen, maar
het valt toch op dat er buiten Spaans enkele Spaans wordt gesproken!
We
komen er wel, het duurt alleen wat langer om met de Garmin de juiste zoekpunten
te selecteren omdat we de straatnamen niet kennen, maar alé, na een kwartiertje
zalig cruisen door het meer dan aantrekkelijke centrum komen we aan bij de
kathedraal. Ria en Malvina zitten ons al op te wachten, Eddy is wat caches gaan
zoeken!
Een
biertje en een dure ijscrème later rijden wij al naar de camping, de anderen
komen nog later te voet terug. Voor ons is het nog een kleine 6km, en de Garmin
heeft een pittig bosweggetje gevonden dat nogal dicht aanleunt tegen een
mountainbikeroute, en met mountain bedoel ik wel degelijk mountain!
Na
het dagelijkse onderhoud aan de fietsen komen de vrouwtjes en Eddy
aangestrompeld. De zin om nu nog te beginnen kokerellen is ver weg, dus besluiten
we met zn allen maar in de campingtaverne iets te eten. Dat hadden we beter
niet gedaan. Als voorgerecht hadden we lasagne maar die trok eerder op een veel
te lang gebakken croque. Mijn makreel kwam regelrecht uit het doosje om nog
maar te zwijgen over de frieten en de kip die anderen geserveerd kregen.
Morgen
de laatste kalme rit, daarna wordt het weer afzien, dus nog even profiteren. Onze
laatste week is ingegaan
11-06-2013
Dinsdag 11 juni - 94km - Castrojeriz-Sahagun
Hoe
veelbelovend de nieuwsspreker gisterenavond het weerbericht ook bracht,
zwaaiend met hogedrukgebieden en temperaturen boven de 30°C, hoe
achterdochtiger we geworden zijn, en terecht
Het
is overwegend grijs als we rond 8u de deur van de motorhome openen, ze hebbe
ons weer goe liggen roept Thierry Wat had je verwacht antwoord ik terug!
Het
is 14°C en op zich al een hele verademing tegenover de graden die we al gehad
hebben maar toch. De Tierra de Campos bekend voor broeiende temperaturen en verschroeiende
winden laat zich alvast niet kennen door de eerste eigenschap.
Eén
na één verlaten de campinggasten hun slaapstek, wij volgen!
We
rijden naast de heuveltop die Castrojeriz zo bekend maakt. Het stadje ligt als
een sikkel rond de oude Tempeliersburcht. Tot Castrillo zon 5km verderop
krijgen we even tijd om in te rijden, maar dan barst het Westenwindgeweld in
alle hevigheid los. Tot Fromista rijdt je met wat verbeelding door een
polderlandschap, erna eerder door Het land van waas, met één verschil dat je
op een hoogvlakte zit op een hoogte van 800meter.
We
stoppen even bij de Middeleeuwse boogbrug over de Rio Pisuerga. Net ervoor
staat een 12e eeuwse kapel die eerder dienst heeft gedaan als
pelgrimshospitaal en tegenwoordig is omgetoverd tot Albergue.
Het
doet altijd even vreemd als je stilstaat bij de gedachte dat honderden duizenden
mensen deze brug met hetzelfde doel maar onder andere omstandigheden hebben
overgestoken. Achter ons stopt een Franse camionette en een klein busje. Er
stappen een handvol wandelaars uit 14km tot Fromista hoor ik de patron
zeggen en dan zit hun dag er weer op, de rest zal met het buske gebeuren
denken we! Het opperhoofd kijkt nogal laagdunkend op ons neer, steekt de neus
in de lucht, plant zijn wandelstokken in de grond en zet er de kadans in enkel
de Marseillaise ontbreekt
In
de verte zien we echte lopen, das andere koek, rechts van de weg. Wij volgen
het asfalt. Het is mooi rijden door de oneindigheid van graan en gras. Immense
vlakken, zonder afbakening, gaan vloeiend over de altijd aanwezige glooiingen.
Toch is het best duwen tegen de venijnige wind. Stilaan priemt de zuiderzon
door het wolkendek en scheurt de grijzigheid open, blauwe puzzelstukken
achterlatend.
Net
voor Fromista kruisen we de Canal de Castillo. De hoge, enigszins gebogen
sluizen liggen trapsgewijs boven elkaar. Op 200km wordt een hoogte van 150m
overbrugt door middel van 49 sluizen. Met de bouw werd in de 18eeeuw begonnen
maar eigenlijk is het nooit afgeraakt, zoals zo dikwijls. Nu is het cultureel
erfgoed.
Fromista
is best aantrekkelijk. Pelgrims komen en gaan. Er zijn al wandelaars die het al
voor bekeken houden voor vandaag, het is amper 11u. We halen onze stempel bij
de San-Martin kerk, houden even een babbel met Eddy die we eigenlijk wat op
het lijf lopen en zetten kort daarna onze weg verder.
Het
is nog te vroeg voor de siësta, we willen nog doorrijden tot Carrion de los
Condos een 20km verderop. Het tarmac strekt zich als een afgerolde lintmeter
door het landschap uit. De weg ligt wat lager dan de omliggende velden wat het
minder aangenaam maakt om te fietsen. De wind staat pal op kop, gekanaliseerd
door het talud, maar de zon maakt zo veel goed. Tientallen pelgrims stappen hun
camino op het speciaal aangelegde grindpad, bekostigd door Europa. Elke twintig
meter staat er een paaltje met een schelp. Een boompje of bankje ware beter
geweest
In
Carrion de los Condos worden we opgewacht door een wuivende Eddy. Hij was ons
met de motorhome al voorgereden en had al een terrasje gevonden voor de
sandwiches, maar eerst nog maar eens stempeltijd in een verstoken Albergue.
Twee nonnen waren er bezig met een verhuis., gemakkelijk zo wat werkvolk te hebben
en vooral zo goedkoop J
Het
is ondertussen best heet geworden als we ons neerpladijzen langs één van de
hoofdstraten. We zijn bijna halfweg.
Pelgrims
zijn Big Business. Elk jaar wandelen of fietsen er zon 500.000 tot
Compostela. 500.000 die moeten eten, drinken, slapen en naart WC gaan. Overal vind
je winkeltjes met prularia, voorverpakte sandwiches en water. Overal vind je
hotelletjes en restaurantjes waar je voor zon tiental euro een degelijk
3-gangenmenu voorgeschoteld krijgt. B&Bs rijzen uit de grond uit noodzaak
en bieden comfortabele slaapplaatsen aan diegenen die niet in slaapzalen willen
vertoeven
We
grappen en grollen wat, de tijd vliegt maar we zullen nog uit ons pijp moeten
komen willen we op een redelijk uur op de camping aankomen.
De
wind lijkt ons nog aangewakkerd, in de verte kleine donkergrijze wolken.
Daar
komen vodden van roept Thierry
En
inderdaad, enkele kilometer verder krijgen we een korte, niet zo felle regenbui
op ons dak, maar nat is nat
Het
is nu echt duwen en trekken voor elke meter. Het landschap biedt weinig
verandering, de dorpjes zijn zelfs nog schaarser geworden.
We
steken de lange Deen voorbij die we eerder in Burgos en Castrojeriz al
hadden gezien. Met pak en zak beladen nestelt hij zich netjes tussen Thierry en
mij in. Het ism gegund, zijn reis gaat nog tot Zuid-Afrika met de fiets!
We
wisselen nu constant van kop. Eigenlijk heb ik zelden zon goeie dag gekend. Het
loopt als een trein en ik verteer de glooiingen en de Westenwind als nooit
tevoren. Zelfs Thierry is wat verbaasd door mijn form J
We
halen een gemiddelde dat naar de omstandigheden best goed is te noemen. Niet dat
het er toe doet, maar door gebrek aan bezienswaardigheden onderweg kan je maar
beter de beentjes nog eens strekken voor de lastige ritten die nog in
aantocht zijn.
De
laatste 10km rijden we naast de autostrade, op en af, ik begin de kilometers nu
wel te voelen. Het constante gebeuk tegen de wind begint zo stilaan door te
wegen en ik ben maar wat blij als ik in de verte de contouren van Sahagun
zie, onze overnachtingsplaats voor vannacht.
De
hele stad maakt zich klaar voor het feest dat vandaag begint en duurt tot
vrijdag. Om 19.30 is er een stierenloop in de straten en alles wordt in
gereedheid gebracht, inclusief de duizenden ijzeren dwarsbalken die het
parcours afbakenen. Elke avond stijgt het tonnage van de viervoeters tot
vrijdag de echte Bulls losgelaten worden
10-06-2013
Foto's Castrojeriz
Maandag 10 juni - 58km - Burgos-Castrojeriz
Het
regent niet, maar daarmee is ook alles gezegd. Na de zware ritten van de laatste
dagen konden we het vandaag iets rustiger aan doen.
Eerste
stop is uiteraard Burgos. Het is druk laveren met de fietsen. We cruisen wat
door de binnenstad en halen aan de kathedraal een stempel. Er stopt een
dame op de fiets bij ons, ze heeft ons Vlaams horen praten. Als
Ex-kankerpatiente rijdt ze haar queeste voor de kankerliga. Ze denkt aan
opgeven, haar fysieke conditie is zo verzwakt door de aanhoudend slechte
weersomstandigheden dat ze waarschijnlijk zal afhaken. We horen schrijnende
verhalen over de Albergues, zeg maar de rusthuizen voor pelgrims. De schimmel
staat in haar reistassen, water dat van de muren loopt door de condensatie,
enz.
Veel
fietsers zijn volgens haar al terug thuis, opgegeven door het slechte weer, je
moetet ons vertellen
Onder
de grijze hemel houden we zeker een babbel van een dik kwartier, ze had echt
behoefte aan een Vlaams luisterend oor, en dat heeft ze gekregen!
Burgos
is echt de moeite. Ria en ik hebben al afgesproken om hier terug te komen.
We
rijden de stad uit langs de Zuiswest-zijde. Hier heb je geen voorstad of iets
dergelijks. Je rijdt letterlijk de stad uit en enkele honderden meter verder
sta je tussen de koeien. De korte rit brengt ons via enkele hellingen tot de
hoogvlakte van Spanje. De eindeloze graan- en grasvelden voeren over de heuvels
heen. Van vorm en uitzichtis het zo wat
de kruising tussen de Engelse Cotswolds en de Schotse Highlands, maar dan
zonder de typische hagen!
We
rijden zo goed als alleen, geen teken van enige andere pelgrim. De
Sweerman-boekjes zoeken de vergetelheid nog maar eens op, maar toegegeven, het
is best mooi rijden. Een vleugje zon zou weeral wonderen gedaan hebben, maar
het blijft grijs met zelfs een verloren druppel. Net voorbij Cavia krijgen we
een viertal kilometer zand onder de wielen geschoven. Meer dan halverwege
houden we even halt voor de koffiepauze. Na Indurain komen we nu ook in
Iglesias.
In
de verte spotten we eindelijk de eerste pelgrims, we voelden ons zo alleen, nu
kunnen we de pijn en smart delen J
Na
2 korte pieken blijft het doorgaans of redelijk plat of licht bergaf gaan. Een
drietal kilometer van Castrojeriz rijden we onder de bogen van San Anton.
De weg loopt letterlijk door de kerk. In twee nissen langs de weg zie je nog de
plaatsen waar vroeger brood en drinken werd gelegd voor de pelgrims.
Het
was weeral plezant. Malvina, Ria en Eddy waren ons tegemoet gekomen en samen
hangen we wat rond de oude ruïne en wachten tot enkele Italianen het hazenpad
kiezen alvorens wat fotos te nemen.
Het
is nog enkele minuutjes tot de camping. Castrojeriz lijkt nog in de
Middeleeuwen. Alles is oud, stokoud, echt een groezelig vergaan dorpje met op
de top van een heuvel een Tempeliersburcht.
Voor
de moment hebben we geen last van de gevreesde warmte op de Spaanse
hoogvlakte, eerder van onderkoeling. Sinds mensenheugenis kennen ze dat hier
niet, al maar goed dat wij er zijn om het mee te beleven
09-06-2013
Zondag 09 juni - 88km - Najera-Burgos
Als
er een tempel voor heroïek en zelfkastijding bestaat hebben we het al zeker tot
het portaal of de zijbeuk geschopt!
Met
wat moeite kan je stellen dat het de laatste 36u nauwelijks is opgehouden met
regenen! Zelfs onze slaap is onstandvastig en rusteloos.
Om
8u loopt de wekker af, ik wil er niet uit. Op het dak klettert het
onophoudelijk. Ik ben dit weer niet beu, ik ben het kotsbeu. De kilometers en
het hoogteprofiel maken de reis speciaal, het weer daarentegen maakt er een hel
van! Elke dag opnieuw moet je jezelf opladen om vooral te vertrekken in de
regen, wetende dat je er voor de volgende 5à6u kletsnat en verkleumd zal
bijlopen, in ons geval bijfietsen
Het
moet zo wat tegen tienen gelopen zijn als we met veel tegenzin de oude stier-arena
van de camping verlaten. De rit van Najera tot Burgos volgt voornamelijk de
N120 in afwachting van de nieuwe autostrade. Onze beste vriend Sweerman heeft 3
lussen voorzien om enerzijds de toch wel drukkere N120 te vermijden en
anderzijds enkele historisch traditionele bezienswaardigheden te bezoeken.
We
houden onszelf echter niet voor de zot. Als het regent of giet wil je maar één
ding, zo snel mogelijk op het eindpunt arriveren. Het zou ons een kleine 20km
opleveren, maar wel een 100 extra hoogtemeters.
Met
een kleine omweg komen we op de N120, het regent pijpenstelen als we de licht
stijgende nationale weg opdraaien. De wind blaast met enkele Beaufort fel in
het nadeel, de reclamevlaggen aan een grote winkelketen staan strak gespannen
en klapperen voortdurend. Thierry rijdt op kop, ik probeer me nijdig in het
wiel vast te zetten, dan wisselen we af. Mijn beurten zijn korter. Thierry is
conditioneel een pak sterker, zonder twijfel. Op korte tijd krijgen we 2
hagelbuien te verwerken. Kleine, fijne speldekoppen irriteren mateloos onze
gevoelige huid. Ik knijp mijn ogen toe, met bril is het helemaal niet te doen. De
weg stijgt behoorlijk. In de zeldzame bergaf halen we amper 18km/u om maar een
idee te geven hoeveel tegenwind we te verduren krijgen. Tot Santo Domingo de
Calzada is het 24km. We komen verscheidene fietsers tegen, maar niet één op
zijn of haar zadel. Velen duwen hun tweewieler nog vooruit, anderen staan
hulpeloos aan de kant. Ons gemiddelde haalt geen 14km/u. Op enkele kilometer
ben je geradbraakt, ver in het achterhoofd weet je dat er vandaag 90 op het
menu staan, je krimpt ineen, schudt nog maar eens met je hoofd, nijpt de
regendruppels uit je ogen en trapt verder
Naast
de N120 loopt het wandelpad van de Camino. Voor de eerste keer begint het echt
op een processie te gelijken. Grote kleurrijke regencapes dansen op een neer in
het overwegend groene landschap. Het is bijna half twaalf als we de beschermende
binnenstad van Santo Domingo binnenrijden. In het centrum vinden we een
pelgrimshuis. De deuren zijn nog gesloten, maar er wachten al zeker een
dertigtal wandelaars, hun dagetappe zit er al op, wel heel vroeg als jet ons vraagt,
maar ja, ieder zijn Camino
Als
wat later de voordeur opengaat is het net geen stormloop, iedereen wil wel een
slaapplaatsje, voor ons kon de volgorde niet zoveel schelen, het was maar voor
de stempel.
Het
begint terug harder te regenen en besluiten om even te schuilen en op te warmen
bij een café con leche. Je ziet haast iedereen denken Hoe zot kun je zijn
Ik
heb verse, droge kleren aangetrokken, een zalig gevoel. Na twee koffies gaat de
helletocht verder. Met de regelmaat van de klok krijgen we nog een bui op onze
nek hoewel de tussenpozen groter zijn dan gisteren. We rijden uit de Rioja. De
anders zo hete plek heeft ons alleen maar regen bezorgd. Op de hellingen staan
gras- en graangewassen. De wegen lijken eindeloos, als kilometerslange
krijtlijnen doorheen alle tinten groen. De wind is iets in kracht afgenomen en
staat dan weer pal op kop, dan weer rechts vooraan, maar nooit in het voordeel.
We passeren Belorado en stoppen even bij een lagere kerktoren waar een
ooievaar fier het nest bewaakt. In de verte schijnt heel even de zon, zou het?
We
rijden nu al meer dan 50km bergop, wind op de neus. Donkere wolken pakken samen
over de heuvels, maar voor één keer houden we het droog. Als we in Villafranca
een gezellig barreke zien is de beslissing snel genomen, lunch-time
We
zitten tussen een 82 jaar oude Nederlander en een jonge Spaanse, beiden met
hetzelfde doel, Compostela bereiken. Hij heeft vandaag nog geen stap gezet
wegens het weer en zij heeft er een uurtje opzitten voor dezelfde reden.
De
koffie is zoals gewoonlijk overheerlijk, onze sandwiches smaken.
Nog
35km voor de boeg, straks naar 1150m hoogte.
We
blijven niet te lang hangen. Ik verwissel nog van shirt en weg zijn we. Amper een
kilometertje verder gaat de hellingsgraad stevig de hoogte in. We tellen af tot
de top, 1150m op de Puerto de la Pedraja. De grens van de Tierra de Campos
is bereikt. Het ziet er uit als de Hoge Venen, maar met oeroude versleten en
verlaten dorpjes.
In
trapjes gaat de weg omlaag. Heel langzaam zien we in de verte Burgos
verschijnen en geven nog een trapje bij.
Als
we op de camping net buiten de stad arriveren is het net geen 17u, moe
gestreden maar met een voldaan gevoel. Dit hebben we alweer overleefd. Onze conditie
houdt ons recht, zeker weten, het weer krijgt er ons alvast niet onderdoor.
Malvina,
Ria en Eddy hebben deze namiddag Burgos bezocht en waren zeer onder de indruk
van de stad, maar zeker van de kathedraal.
Morgen
een relatief korte rit met een speciaal toetje, maar das voor morgen!
Hopelijk
eindelijk zon, das de voornaamste smeekbede
08-06-2013
Zaterdag 08 juni - 83km - Estella-Najera
We
zijn 4 weken onderweg, dus eerst even tijd om met wat cijfers te gooien :
-We
hebben 8 dagen geen regen gehad tijdens de fietstocht, dus 20 wel
-Er
is 1.987,48 km afgelegd met de fiets (de mth heeft er 2161,20)
-Met
21.230 hoogtemeters of net geen 800/dag
-Theoretisch
zijn we nog 660km verwijderd van Compostela
-En
760 van Fisterra
Het
is gisterenavond beginnen regenen en dat deed het deze morgen nog steeds. Er was
wat regen voorspeld maar dat het er als oude wijven ging uitvallen?
Ria
en ik zijn er verschillende keren van wakker geworden. Het is dan ook extra
lollig als de wekker afloopt; Regent het nog? de vraag waar je geest het
eerst aan denkt
En
ja, het regent nog altijd!
Ik
lig nog int bed, half in een roes als ik Thierry sms! Wat denk je?
We
wachten wel een uurtje langer het verlossende antwoord!
Met
momenten regent het best hevig, en even later heb je de indruk dat het wel gaat
ophouden. Het moet in zon moment geweest zijn dat we beslissen om er toch maar
een lap op te geven, ondanks de slechte voorspellingen.
Ik
heb er zelfs helemaal geen idee van hoe laat het geweest moet zijn als we de
camping in Estella afrollen. Ik heb mijn bril afgelaten, in dit weer helpt het
toch geen zier. Eerst gaat het even bergaf om vervolgens nijdig in de klim te
gaan. 2km verder draaien we een kleine aarden weg op richting Monasterio de
Irache.
Het
klooster is één van de oudste van Navarra en je kan in het portaal of net
daarachter een stempel bemachtigen. De binnenbouw is eerder sober, maar de kerk
is vooral bekend voor de Gregoriaanse gezangen tijdens de misvieringen
Toch
is het spijtig dat het gebouw op zich een stuk verscholen ligt achter een in de
jaren 90 gebouwd wijnbedrijf. Als compensatie is er een fonteintje voorzien
waar pelgrims (en sympathisanten = zie blog mobiele honden) hun kruikje of wat
dan ook kunnen vullen met water .en wijn!
Jef
en ik hadden gisteren ons glaasje al geproefd en ik moet zeggen dat de
tafelwijn, die uiteraard weinig alcohol bevat, best lekker is
Het
is de eerste keer dat we ons gratis aan wijn kunnen bezatten, maar het zal
spijtig genoeg niet voor vandaag zijn. Thierry en ik staan er bij als 2
verzopen waterkiekens en vooral we moeten nog 80km verder zien te geraken.
Een
kwartiertje later zijn we terug onderweg. Zoals gisteren al geschreven is ook
dit stuk van de rit allesbehalve prettig. De reden is gewoon de aanleg van de
nieuwe autostrade A12. Aan de wandelpaden is weinig verandert, maar de fietsers
die gebruik maken van de parallelle N111 moeten toch wel over een portie
vindingrijkheid en durf beschikken. Zo hebben we een stuk moeten rijden op een autoweg,
echt leuk met al het verkeer, dat je op nauwelijks een meterke, tegen 120
km/uur passeert! Dan waren we weer op zoek naar enige asfaltstrook aangezien
iedereen werd afgeleid naar de autostrade (die wel verboden is voor fietsers). Verder
gaat het verscheidene keren op of onder de nieuwe A12. Eén maal gaat het echt
fout als we op het parcours van de wandelaars terecht komen. De hellingsgraad gaat
met een ruk de hoogte in en de staat van de weg laat echt te wensen over, zeker
als je niet over mountainbikebanden beschikt.
Wat
vandaag gebod is, is morgen verbod en omgekeerd. Zolang de werken aan de gang zijn,
is het onduidelijk welke weg de fietsers moeten volgen, hopelijk biedt de
toekomst enige opheldering
Eindelijk
zijn we in Los Arcos, weg van de A12. Met momenten regent het er nog lustig
op los terwijl enkele kilometer verder de wegen volledig opgedroogd zijn. Tot Sansol
is het één rechte baan waar geen eind lijkt aan te komen. Duizenden en
duizenden klaprozen staan vrolijk wiegend langs de kant van de weg. Uitgestrekte
wijngaarden wisselen met al even uitgestrekte graanvelden. Tot Logrono gaat
de weg in trapjes omhoog. De fameuze vergezichten blijven voor ons echter
verstoken, daar zorgen mist en regen wel voor.
We
naderen de hoofdstad van de Rioja.
Net
voor we de hoofdstraat opdraaien houden we pauze onder een overdekt terras. Er is
een groot feest aan de gang ter ere van de een of andere heilige. Op de Rua
Vieja is het echt koppenlopen. In de kathedraal is een trouwpartij aan de gang,
en van het bekende plein voor de Santiagokerk is weinig te zien doordat marktkraampjes
het hele plaveisel innemen. We kunnen wel de zijkant van de kerk bewonderen met
een indrukwekkend gebeeldhouwd tafereel van Santiago Matamoros, maw St Jacob
als Morendoder.
Vanaf
gisteren in Puenta la Reina zien we op elke kerktoren ooievaarsnesten,
vandaag zien we in levende lijve een ooievaar een duikvlucht nemen tot haar
nest op de puntige Santiagokerk.
De
hele binnenstad is ingepalmd door kraampjes en we kunnen er met onze tweewieler
nauwelijks doorheen. Op het einde van de hoofdstraat zijn we net op tijd om een
optocht van reusachtige poppen te zien, begeleidt door waarschijnlijk
traditionele gefluit en getrommel door muzikanten in al even traditionele
kledij.
De
hoogste tijd om verder te fietsen. Voorbij Navarrete is het weer serieus
klimmen geblazen. Door de aanleg van de A12 zijn we ook hier weer verplicht om
een alternatief te volgen langs Sotes, waar we een stempel halen, en Ventosa.
Het ommetje levert je meteen 250 htms en een cartouche minder op.
Op
enkele kilometer van Najera, de plaats waar we op camping gaan, krijgen we de
zoveelste bui, zelfs met de nodige portie hagel.
Het
was een lastige rit vandaag. De weersomstandigheden en de 1200 htms deden zeker
hun duit in het zakje. We gaan uit eten, 3-gangenmenu voor 14, een
pelgrimsmenu, met macaroni als voorgerecht, varkenslapjes als hoofdschotel en
een ijsje als negerecht. De calorieën zijn er weer bij. Voor morgen staat ons
de langste rit te wachten, tot Burgos en de Tierra de Campos!
07-06-2013
Vrijdag 07 juni - 80km - Lumbier-Estella
De
hemel is toegetrokken, het druppelt boven de Hoz de Lumbier. De vale gieren
zitten droog op hun grote nesten, wij moeten erdoor. Om 9.50u staan we al te
wachten voor het toeristenbureau om als eerste onze stempal te bemachtigen, nu
ja, als eerste! We zijn nog altijd niet de processie van Echternach
tegengekomen en dat zal vandaag ook wel niet gebeuren.
In
Lumbier krijg je niet zomaar een fiets als kind, daar moet je echt al iets
serieus voor mispeuterd hebben. De klim tussen de rand van het dorp en het
centrum is zelfs best beklijvend te noemen.
De
jonge twintiger die het bureau bemand spreekt een mondje Engels en we leggen
onze bedoelingen uit. Geen erg maar wij hebben zo geen stempel
En
nu?
Ik
begeleid jullie wel naar het gemeentehuis, daar hebben ze zeker één, maar ik
ben er zeker van dat ze daar geen Engels praten, gaat ze verder!
En
wij op weg
Het
gemeentehuis is nauwelijks honderd meter en één straat verder. Thierry blijft
bij de fietsen, ik volg de jonge deerne de trap op van t schoon verdiep!
Ze
klopt kort op de deur van de burgervader die iets later een burgerdame bleek te
zijn. Tien minuten en een hele uitleg later sta ik terug bij Thierry met een
stempel in onze carnet, das al een goed begin.
Bij
het verlaten van Lumbier draaien we op de NA2012, een alternatief stuk om de
drukkere N240 te vermijden. Het is vooral rustig rijden. De relatieve omweg en
de enkele honderden hoogtemeters nemen we er gewoontegetrouw maar bij, we zijn
het al gewoon. Een tiental kilometer verder rijden we rechts van Induraïn,
een klein en verlaten dorp met nauwelijks wat huizen en een kerk. Of San Miguël
hier ooit is geweest? Geen idee, niets herinnert er aan, dat is wel een feit.
Het gaat constant op en af, tussen de honderden hectare gras- en graanvelden.
In Reta houden we even halt, er vallen wat druppels en het ziet er niet goed
uit. We doen een regenjack aan, maar amper enkele minuten later houdt het alweer
op, terug de regenjack opbergen
Het
is weinig spectaculair rijden, na een maand ben je ook al wat gewoon en het
moet je ook al overdonderen wil je nog iets nieuws zien. Maar, het is vooral
rustig peddelen in de natuur en daar doe jet toch voor!
We
rijden nu zon 15km ten zuiden van Pamplona, kruisen de N240 en komen nu in
het drukkere gedeelte van de etappe. Op de flanken van de heuvels staat de ene
steengroeve naast de andere. De bekende wijnstreek en de kleine, gezellige
wijndorpjes gaan gebukt onder de stoffige industrie die hen volledig wegdrukt
en overheerst. Op de N121 raast de ene na de andere bijna overladen
vrachtwagen. Het is haast 13u, tijd voor onze dagelijkse portie cafeïne, die we
nog nooit zo goedkoop vonden aan de rand van Campana.
Na
de siësta is het nog even tot we op de kleinere NA601 draaien. Hoe het komt of
waar we met onze gedachten waren, maar beiden missen we de bordjes naar de Sta
Maria de Eunate. De kleine afslag was zelfs geprogrammeerd op onze Garmin,
maar neen, de achthoekige begrafeniskapel zal voor een andere keer zijn. Onze
euro valt pas een tiental kilometer later en dan was het al veel te laat!
Ondertussen
rijden we langs een weinig interessant landschap zonder veel afwisseling tot
Puenta la Reina. Net voor de entrée stoppen we even bij een pelgrimshuis en
laten onze carnet afstempelen. De kleine, groezelige straatjes ogen best
gezellig. Via de smalle hoofdstraat kom je langs de Jacobskerk die een kort
bezoek meer dan waard is. Grote bombastische ingekerfde en overdadig met
bladgoud versierde tabernakels tegenover de sobere zit- en knielbanken, het is
best het bekijken waard. Recht tegenover de kerk bevindt zich het voormalig
pelgrimshospital. We volgen de hoofdstraat en komen uit op de beroemde oude
stenen boogbrug over de Rio Arga.
Vanaf
Puenta la Reina kunnen we, en das lang geleden, nog eens Buen Camino
zeggen, een verwelkoming en groet die zoveel betekent als een goede weg. Het
verbindt pelgrims aller landen. In de pelgrimshuizen is een toeloop van
wandelaars die vooral via de verbinding met St Jean-Pied-de-Port rechtstreeks
naar het zuiden zijn gelopen. Fietsers zijn ruim in de minderheid, in totaal
steken we maar een koppel of vijf voorbij. Nochtans blijven we er beiden bij
dat de fiets nog altijd het reismiddel is bij uitstek, maar ja, iedereen zijn
goesting!
Net
voorbij de middeleeuwse brug moeten we stoppen voor een kudde schapen,
inclusief herder, die de hele weg afzet en het dorp inwandelt. De kale lijven
lopen wat onwennig op en neer, keurig achternagelopen door een hijgende
schaapshond.
Net
buiten Puenta la Reina gaat het heftig omhoog. De Parallelle N111 volgt
nauwgezet de nieuwe snelweg A12. Het uitzicht is saai en je voelt de drukte op
de aanpalende autoweg. Zoals zo dikwijls wegen de laatste loodjes het zwaarst.
De hoogtemeters laten zich voelen en zijn zowat het belangrijkste waar we mee
bezig zijn. Het wolkendek trekt ondertussen steeds dichter en dichter toe. We
zijn zo goed als in Estella of Lizarra in het Baskisch, een gezellig stadje met
een bekende pelgrimsbrug. Net over de brug nemen links en twee kilometer verder
belanden we op de camping. Jef, Eddy, Malvina, Christiane en Ria waren eerder
vandaag de Monasterio de Irache gaan bezoeken, maar daarover morgen meer
Het
is nu 21u, we hebben ruim aan de apero gezeten tot een onweer, inclusief bakken
hagelbollen ons minifeestje uiteen hebben geblazen
Well
be back
06-06-2013
Donderdag 06 juni - 74km - Jaca-Lumbier
De
rustdag heeft iedereen goed gedaan, de kasten liggen weer vol met frisruikende
fietskleren, de waston is leeg. De batterijen zijn weer opgeladen en iedereen
stond deze morgen met vernieuwde kracht en energie te wachten op het
startschot.
De
zon schijnt en alleen boven de Pyreneeën hangen wat stapelwolken. Volgens de
berichtgeving zou het enkel tegen de avond wat kunnen druppelen. De motorhomes
rijden nog langs de Mercadona terwijl Thierry en ik al richting Lumbier
denderen. Jaca ligt nog steeds op 800m hoogte en voor één keer hebben we dus
geluk. Vooral de eerste 40km gaat het steeds bergaf wat uiteraard het
gemiddelde de hoogte in jaagt. De N240 is een vrij brede, drukke weg. Druk, nu
ja, er vliegen wat vrachtwagens voorbij en af en toe een wagen of wat motos, maar
zeker niet overdreven. De meeste chauffeurs zijn o.i. vrij fietsminnend en
schuiven geregeld op het linkse rijvak als ze ons passeren. Rechts in de verte
krijgen we fraaie overzichten op de besneeuwde bergtoppen. Op de verweerde
heuvels liggen diep ingekraste valleien, soms op de top gedeeltelijk of
helemaal verlaten dorpen. Berdun en Esco zijn zo typische voorbeelden van
verval. De weg gaat kaarsrecht gedurende meerdere kilometers en maakt dan
enkele rare op en afgaande kronkels om vervolgens terug kaarsrecht verder te
gaan. Aan de rechterzijde gebeuren grote werkzaamheden voor de aanleg van de
nieuwe autostrade A21. Vrachtwagens vervoeren dwarsbalken van verscheidene
tientallen meters. We zien meer politie dan in drie weken samen. Immense
graanpartijen staan langs het Canal de Berdun. We stoppen even om naar de
aanleg van een nieuwe brug te kijken, gigantische poten rijzen uit de aarde,
bijna klaar om het nieuwe brugvlak te dragen. Grote kranen heffen de
dwarsbalken in één keer op de pijlers, knap bedacht.
We
rijden langs het Embalse de Yesa, een grote kunstmatige stuwdam. Het water is
doorschijnend groen, met sterke inhammen afgebakend. De N240 gaat nu kronkelend
verder met meestal overzichtige bochten. Het is echt mooi rijden ondanks het
feit dat er soms wat zwaar verkeer voorbijsteekt. Een achteruitrijspiegeltje is
bijna onontbeerlijk. Net voor Yesa staan we voor een dilemma. De N240 is
onderbroken voor alle verkeer en de toegang is nogal drastisch afgegrendeld.
Als alternatief wordt de nieuwe autostrade aangeboden hoewel er uiteraard geen
plaats is voor fietsers, voetgangers en tractoren
Probleem
dus, een derde optie is er niet voorhanden.
We
negeren het verbodsteken van de N240 en worden enkele meter verderop
tegengehouden door een werknemer. De man steekt een nogal overijverige Spaanse
monoloog af waar noch Thierry, nog ik ook maar één woord van verstaan. Eerst
mogen we niet door, maar als we de kerel aan het verstand brengen dat de
autostrade ook niet echt een optie is, draait hij wat bij
We
mogen door maar hij begeleidt ons met de auto, ook goed. De weg heeft inderdaad
wat afgezien en er zijn echte dwarse scheuren in het wegdek. Het gaat nu deftig
omhoog, de werfauto als een schaduw tegen ons geplakt, een bocht en dan
uitbollen tot Yesa. We bedanken de man en houden wat verder halt bij een
hotelterras. Daar hebben we even geluk, tja wat moet men doen in zon situatie,
geen idee, wachten tot de weg hersteld is zeker? J
We
hebben al 6Okm gereden, de café con leche is net van pas. Een half uurtje later
vertrekken we terug. Tot Liédena is het heftig klimmen en ook zalig dalen
over de ganse breedte van de weg. Net achter Liédena gaat het asfalt over in
grind, we naderen de Hoz de Lumbier, een oude tramspoorbedding.
Malvina
en Eddy waren eerder op de camping in Lumbier vertrokken en ons tegengereden.
Altijd plezant om het laatste stuk in gezelschap af te leggen.
De
ingang is een donker gat in de rotsen, een onverharde grindweg door een tunnel.
Je ziet het einde niet. Het zal wel niet zo erg zijn zeker? Thierry had zijn
voorzorgen genomen en een fietslamp aangebracht voor vandaag. Uiteraard hadden
we aan de grot eerst een kwartiertje in de lucht staan gapen naar een
twintigtal gieren die majestueus op de thermiek aan het zweven waren, waardoor
ons zicht helemaal niet aan het donker was aangepast. Het is echt pikkedonker,
het pad draait naar rechts, hobbels en in de verte, slechts een speldekop
groot, een lichtvlekje, de uitgang. Het is verdomd lastig niet tegen de muren
op te knallen. Stapvoets proberen we het midden van het wegje te volgen
richting licht wat wonderwel lukt. Licht en schaduw in de gang maakt het
zelfs wat griezelig. Als we de tunnel uitrijden wacht ons een knappe kloof.
Beneden loopt de kolkende Irati rivier, links en rechts loodrechte rotswanden
en hoog boven ons cirkelende vale gieren. We houden met zn vieren geregeld
halt als de één of andere lefgozer van daarboven een scheervlucht maakt en
enkele tientallen meters boven onze hoofden vliegt.
Wanneer
de grindweg overgaat in asfalt zijn we zo goed als op de camping in Lumbier. De
dagen vliegen tegenwoordig, we zagen een groot bord vandaag Santiago de
Compostela 820km, de Countdown loopt, onze tijd tikt
05-06-2013
Foto's Col du Somport
Op de top
Dinsdag 04 juni - 89km - Oloron-Jaca
Eindelijk
volle zon, eindelijk geen wolken, eindelijk een zicht over berg en dal. Een
mens zou er emotioneel van worden, bang dat het einde der tijden een donkere en
grijze voorbode had gestuurd. Maar neen, de zon leeft, de warmte en gloed doet
al meteen wonderen. Iedereen is druk in de weer, goed gezind. Het zal ook nodig
zijn om het dak van dit avontuur te overschrijden.
We
spreken af met de motorhomes net voor de tunnel onder de Col, voorbehouden voor
gemotoriseerd verkeer. Het is tien uur als we voor de laatste keer vertrekken
vanuit Frankrijk. Oloron ziet er helemaal anders uit dan gisteren,
opgewekter, ook drukker!
We
volgen de Sweerman boekjes (deel III ondertussen) nauwgezet. De voorliefde om
ook in dit geval de rustiger paden op te zoeken en zodoende een 150-tal htm er
op de koop toe bij te nemen lijkt ons in dit geval niet echt noodzakelijk. In de
verte zien we de besneeuwde toppen van de bergen.
In
ieder geval nemen we in het begin niet de N134, maar de veel kleinere D238. Het
gaat langs kleine uitgesleten dorpjes, steeds op en neer, op veel te slecht
tarmac. In Escot, zon 15km van Oloron vervoegen we de Noord-zuid-as tussen
Frankrijk en Spanje. Er is veel zwaar verkeer onderweg, vrachtwagens met
laadbakken en flapperende afdekzeilen zoeven ons voorbij. Voor de fietsers is
een breed, goed berijdbaar fietspad voorzien, weliswaar op de grote weg, maar
duidelijk gemarkeerd.
Tot
Pont-Suzon, een kleine 20km van het beginpunt heb je nauwelijks het gevoel
dat je aan het klimmen bent, de weg gaat wel op maar evengoed naar beneden. Net
voor Bedous worden de fietsers afgeleid en het dorp ingestuurd. Het is even
op de trappers duwen. Het centrum is mooi en vooral proper aangelegd. We
profiteren ervan om onze laatste Franse stempel te halen.
Het
zat er al enkele kilometer aan te komen, maar het is mijn dagje niet. Bij de
minste krachtinspanning moet ik al veel te snel lichter schakelen. Ik hou het
even voor mezelf, maar Thierry maak je geen blazen wijs. Wat ist manneke,
geen goei benen?
Neen,
absoluut geen goeie benen. Hoe is het toch mogelijk dat ik telkens op min of
meer cruciale dagen lood in de benen heb, een vraag waar nog ik, nog Thierry
een antwoord op hebben. Dat worden nog lange kilometers!!!
In
Accous komen we terug op de N134. Vanaf nu gaat een met een gelijkmatig
percentage bergop. De dorpjes hebben smalle hoofdstraten waar het als fietser
even uitkijken is met al dat vrachtvervoer. We rijden een heel stuk langs de Gave
dAspe een wild kronkelende bergrivier met de mogelijkheid om op te kayakken
of te raften. Ik kijk weinig in het rond en heb al de moeite van de wereld om
de ketting rond te krijgen. We stoppen af en toe om wat fotos te nemen vooral
van het watergeweld aan onze rechterzijde.
Urdos,
op 770m hoogte is zowat het laatste bewoonde dorpje. Nog 6km en een
hoogteverschil van bijna 350m en we zijn aan de tunnel, daar wachten Jef en de
madammen ons op. We zijn bijna 50km op pad. Thierry neemt ongewild wat afstand.
Nog even, ik zie de fiets van Thierry maar met iemand anders op het zadel
Eddy,
die ons ging vervoegen in Burgos, sluit nu al bij ons aan. Ik kan bijna geen
pap meer zeggen, maar ben blij. Nog enkele honderden meters en dan even
uitblazen en eten!
Het
grote spandoek Zot van A drapeert langs Eddys motorhome, typisch. Niet dat
we knuffelen, maar na een klein jaar is het weerzien in de mate van het
mogelijke toch plezant.
Ik
eet wat, drink veel en kijk af en toe over de schouder naar hetgeen nog komen
moet, niet direkt het makkelijkste van het traject. Zoals meestal het geval zit
het venijn in de staart. We hebben nog 8km en 550m te gaan.
Na
een uurtje rijden de 4 motorhomes door de tunnel naar Jaca, Thierry en ik
nemen de Col. Niet dat het zo verschrikkelijk stijgt, maar het is puffen en
blazen. Ik wil nog maar eens gezegd hebben dat de opeenvolging van, het er niet
gemakkelijker op maakt. We nemen een schaarse haarspeldbocht en zien nu recht
op de toppen van de Pyreneeën. De sneeuwgrens ligt op een meter of 1500, een
grens die we weldra zullen overstijgen. De weg is verlaten, het landschap open.
We zien nog een verloren kudde schapen en voor de rest is het niets dan stilte,
enkel en alleen doorbroken door kabbelend water van steeds sneller lopende beekjes
of van watervalletjes. Hoe hoger we komen, hoe breder de weg lijkt te worden. Links
zie ik een dikke pluk vuilgrijze sneeuw. Thierry rijdt al een poosje voor mij
uit. Mijn tempo zakt tot twee derde van wat ik normaal haal als het bergop
gaat. het is geen wedstrijd hou ik mij voor. Ik probeer te genieten van het
tafereel waar ik momenteel deel van uit maak. Thierry is gestopt en maakt
enkele fotos als ik passeer. Ik tel de hoogtemeters af per 100 meter, nog 400,
300, een haarspeld gevolgd door een fantastisch zicht. Zelden gezien hoe
moederziel je hier alleen op een Col kan rijden, nog 200. We kunnen nog altijd
niet inschatten waar de top zich bevindt, we draaien nu constant van links naar
recht, nog 100, het kan nu niet ver meer zijn. Thierry komt me tegemoet, we
zijn er makker. Er is een grote lege parking, de sneeuw geruimd maar geen auto
die hier staat. We nemen wat fotos tussen grote sneeuwmuren en rijden iets
daarna eerst langs het infopunt en daarna langs de Frans/Spaanse grenspost.
Alles is doods en verlaten, de kantoortjes zijn dicht, het restaurant op de top
is dicht, 1 wagen, 1 motorfiets en 1 camper staan aan de grens. We houden een
eenzame wandelaar tegen en vragenm om enkele fotos te nemen, thats it, dat
was de Col du Somport, we zijn nu veruit 57km aant klimmen en hebben 1650m
geklommen. Nu gaat het in rechte lijn Jaca, alé, dat dachten we toch
Het
begin van de afdaling is het steilst, met stukken van 10%, we proberen onze
schijfremmen wat te ontzien want de afdaling is nog ver, meer dan 30km.
We
zijn net onderweg als rechts het afschuwelijk lelijke winterdorp Candanchu
verschijnt. De wegen zijn bijzonder breed en zelfs met de fiets kunnen we ons permitteren
om het beste traject uit te zoeken. Er volgen wat s-bochten. Na 9km komen we
aan de uitgang van de tunnel en is de pret over, we moeten terug aan de kant
van de weg. Links in Canfranc-Estacion staat een enorm en bijzonder fraai stationsgebouw,
in het begin van vorige eeuw hier neergepoot als overgangs- en grensstation tussen
Parijs en Madrid. Het is een beetje misgelopen, maar zou toch een grote rol
hebben gespeeld in het vluchtproces van menig Nazi!
Hoe
dieper we zakken, hoe meer de wind aanwakkert en in ons nadeel blaast. We moeten
met momenten serieus mee peddelen ook al gaat het bergaf. Elke spier doet nu
pijn, ook het zitvlak kan met moeite de druk nog verdragen. Het gaat zelfs met
stukken terug bergop. Het vatje is leeg. We komen in Jaca, doel bereikt.
Naast de Ciudadela, een vijfhoekig bastion gaat het nog een laatste keer
serieus bergop. Meer dan moe bollen we uit tot de camping aan de Westzijde van Jaca.
We
besluiten om onze eerste rustdag in te lassen. Niet alleen voor de fietsers
wordt het de hoogste tijd, maar iedereen is er aan toe. De was en plas, grote
boodschappen, eens uitslapen, nietsdoen, iedereen plant wel iets.
Thierry
en Malvina gaan fietsen naar het klooster van San Juan de la Pena.
03-06-2013
Maandag 03 juni - 92km - Maubourguet-Oloron
Het
zag er weer niet goed uit. Rond 7u was er nog een bui uitgevallen, nu, was het
over met een redelijke temperatuur, maar het zag er allesbehalve goed uit. Voor
mij kan het verrekken, ik vertrek in korte broek, Thierry is wat terughoudender
en houdt het op overtrekken.
Het
is 10u als we Maubourguet achter ons laten. De eerste kilometers is het al
fameus klimmen tot Monségur. Langs de kant ligt een dode slang, gesneuveld door
het verkeer!
We
zijn al direct op 300 meter hoogte, ik kijk in de rijrichting, op zoek naar de
Pyreneeën, het strijdtoneel voor morgen.
De
zon komt er door, het is zelfs warm, dat hebben we gemist! De D202 gaat gestaag
omhoog, ideaal om warm te draaien. We malen de kilometers af. Sinds we het
bordje Hoge-Pyreneeën gezien hebben is het landschap nog niet zo relatief
plat geweest. In de verte doemen grijze, hoge schaduwen op, nauwelijks af te
lijnen, de bergen van de waarheid.
De
huizen zien er Belgisch uit, zeker niet zuiders. Mooie, afgewerkte huizen, met
open zwembaden en grote opritten. Af en toe moeten we wat haarspelden op, het
gaat goed, ik kan het tempo redelijk vasthouden, de conditie wordt beter en
beter, logisch na 3 weken dagelijks labeur.
In
Nay, een prachtig, mooi en proper stadje houden we middagpauze. Volle zon,
mokken hete koffie en rust voor achterwerk en benen. Dit is het, eindelijk.
We
kunnen er beiden niet van over hoe on-zuiders dit er allemaal uitziet.
Het
is 14u als we terug op de fiets stappen. We zijn goed halfweg. Het gaat meteen
deftig bergop, het ergste ligt nog voor ons. Nu stopt het niet meer, op en
neer, de hele tijd, niet echt de grote percentages maar wel geleidelijk aan. We
rijden haast moederziel alleen op de weg, uiteraard geen enkele andere pelgrim
of iets anders te zien, hoewel we dichter en dichter bij één van de bastions
komen. De D287 kronkelt rond elke heuvel. Het wordt stilaan drukker, in Arudy
bereiken we het hoogste punt, nu is het alleen nog maar dalen. We hebben geluk,
de wind staat rechtsachter, de snelheid zit er nu goed in, de laatste 23km doen
we in een dik half uur. Jef en de vrouwen wachten ons op aan de katheraal van
Oloron. We hebben er meer dan 90km op zitten met weeral een dikke 900htm. We
kunnen voor de eerste keer buiten eten, met iedereen samen aan één grote tafel,
daar doen wet voor.
Frankrijk
eindigt in schoonheid, daar waar wet gedurende enkele weken vervloekt hebben,
morgen de koninginnenrit over de Col du Somport en dan Spanje, Olé
02-06-2013
Zondag 02 juni - 76km - Castéra-Maubourguet
In
heel de wereld schijnt de zon, behalve in Castéra-Verduzan, zo leek het
tenminste. Van overal krijgen we bemoedigende berichten wat het weer betreft,
maar hier hangt een dik pak mist, die uitvalt. Je kan nauwelijks twee fietsen
ver zien, en na amper tien minuten onderweg is alles al kleddernat. We waren
iets later vertrokken dan normaal, Thierry had er helemaal geen zin in, ik nog
minder. Met dit weer wordt het hoe langer hoe moeilijker om ons op te krikken.
We zijn nu net 3 weken onderweg, 21 dagen waarvan we er 5 geen regen hebben
gehad, hebben op enkele kilometer na heel Frankrijk doorkruist en alleen maar
water, water en water gezien, was het niet van boven dan kwam het wel van onder
Eenmaal
onderweg valt het al bij al wel mee, je moet gewoon vertrekken, maar daar ligt
soms de drempel.
Enfin,
we zijn dus wat later dan gewoonlijk vertrokken, tussen de marktkramen van
Castéra. Het is al meteen behoorlijk vals plat. Al maar goed dat de Garmin het
hoogteprofiel bijhoudt, we zouden nog aan onze conditie beginnen twijfelen. Van
het uitzicht kan ik vandaag weinig schrijven, we zien met momenten enkele
honderden meter vooruit. Het is echt mistroostig herfstweer. In Brian een
mooi dorpje op een heuvelrug, moet Thierry nogal fors in de remmen, dan zie je
maar waar goed materiaal voor dient, met prullewiet was het waarschijnlijk
anders afgelopen!
In
Laubare volgen we de uitgeschreven route, toch is het oppassen want de weg is in
zeer slechte staat en wordt nog nauwelijks gebruikt. Op het eerste kruispunt
staan borden met Weg afgesloten. Het is riskant om dit bord te negeren omdat
we niet weten wat er voor ons ligt. De Baïse, het lokale beekje, hebben we
hier al serieus zien uitdeinen en we zijn wat bang dat we onszelf gaan
blokrijden. We kiezen eieren voor ons geld en draaien op de grotere D939. Ook
daar staan borden dat de weg afgesloten is binnen 8km. Het is bang afwachten,
als onze lef wat tegenvalt doen we 16km voor niets.
Het
zijn lange kilometers. In lIsle de Noe hebben we geluk. De wegomlegging was
te wijten aan werken in het dorpscentrum en hadden niets te maken met de
overstromingen. Het is even wringen, draaien en keren om erdoor te geraken,
maar met de fiets lukt nogal veel
We
zijn haast halverwege, kletsnat en beginnen wat zin in koffie te krijgen. We
houden het op het volgende dorpje. Het gaat nu serieus op en af, nochtans
hadden we weinig te klagen over de hoogtemeters, maar dat wil moeder natuur wel
even rechtzetten. De klimpercentages worden groter, de heuvels nijdiger om op
te rijden. Het trekt wat open, het wolkendek is wat hoger gaan hangen maar van
enige zon of iets dergelijks is nog helemaal geen sprake. Tot Montesquiou is
het eindeloos klimmen, Thierry rijdt wat voorop, hij heeft koffie geroken!
We
houden halt in een aftands café, de patron staat al zeker 105jaar achter de
tap, wat hij daarvoor heeft gedaan, daar durven we niet naar raden. We zijn de
enige klanten. In normale omstandigheden zou ik hier nooit een stap
binnenzetten, maar we maken van de nood een deugd. De koffie is lekker en
goedkoop, we krijgen zelfs een stempel voor de carnet en een Armagnac, in de
prijs inbegrepen.
In
het dorp staat volgens het Sweerman boekje een prachtig verweerd Jacobsbeeld
maar dat is verleden jaar meegegraaid door één of andere bezeten
Compostelaganger. In plaats daarvan staat nu een vrij kleine replica. We nemen
wat fotos van het beeld en ook van wat pittoreske plaatsjes in het dorp.
De
15km tot Marciac blijven echt aan de ribben plakken. Steile, lange, ambetante
klimmen, dan weer even bergaf om weeral aan de volgende te beginnen, eindeloos.
We zien twee fietsende pelgrims die ons tegemoet komen, ik roep nog t Is naar
de andere kant maar ze zijn alweer uit het zicht
Marciac
ziet er best gezellig uit en vooral, het dorpje biedt enige afwisseling
tegenover de rest van de omgeving. Het stratenplan is rechthoekig opgesteld en
op het grote binnenplein zijn enkele cafés en eetgelegenheden.
Het
is nog 14km tot Maubourguet, er resten nog twee beklimmingen, hoge, moeilijke,
ambetante. De camping gaat pas open op 1 juli, we moeten weeral uitwijken naar
de camperplaats op 3km uit het centrum. Maubourguet ziet er wat Mexicaans uit,
of in ieder geval een dorpje uit de spaghetti-westerns. Er is veel volk op de
been, t is zondag natuurlijk. We hebben weeral een dikke dag in de benen.
Morgen gaat het naar Oloron, dat wordt andere koek, als alles goed loopt onze
laatste dag in La Douce, we hebben genoeg water gezien
01-06-2013
Zaterdag 01 juni - 80km - Castelsarrasin-Castéra Verduzan
De
avondstond van gisterenavond zag er veelbelovend uit. Een langzaam donker
wordende vuurbal die haast onzichtbaar naar de horizon kroop en er uiteindelijk
achter verdween. Dat was lang geleden dat we dat nog eens konden zien. Mei is
afgesloten, bijna 3 weken onderweg en 4 dagen zonder regen, een echte schande,
juni kan alleen maar beter
Deze
morgen ziet het er echt niet naar uit dat het gaat beteren. De lucht is egaal
donkergrijs gekleurd. Toch duidt de thermometer 16°C aan, ideaal fietsweer, dat
wel, ware het niet dat er een fris windje door Castelsarrasin waait EN zo te
zien komt die uit het Westen, de richting die we straks uit moeten, nu dat
weer!
Het
is goed half tien, iets vroeger dan gewoonlijk omdat vandaag meer dan 80km op
het schema staat en met die wind kunnen we maar beter op tijd vertrekken.
In
Castelsarrasin nemen we de drukke D12 tot Auvillar, de wind met een redelijke
hevigheid, plat voor op de snoet. 20km die pijn doen, 20km die voor de rest van
de dag pijn zullen doen, zeker weten. Langs de ene kant wil je zo vlug mogelijk
van de hoofdbaan af, langs de andere ben je vol energie en wil je daarvoor
gerust al een cartouche verschieten
In
Auvillar draaien we links op en komen zo terug op de Sweerman route uit. In het
dorp ligt een uit de kluiten gewassen molshoop, zo eentje à la Berendries. Een
kilometertje lang aan beslist 12% of meer! In St Antoine zien we het eerste
stel met rugzak, tegen het eind van de dag zullen we de tel kwijt zijn. Bij
welke halte ze van de bus zijn gestapt, geen kat die het weet maar ze zijn er
wel, modieus gekleed met jeans of erger, kleine rugzak, wandelstokken EN grote
St Jacobsschelp op de rug.
Tussen
de halve toeristen lopen een handvol echte, zwaar beladen met regenhoes over
de rugzak en slaapmatje, houten wandelstok en afgesleten schoeisel, dat zijn de
mannen die je respect afdwingen!
Het
gaat nu constant op en af, het glooiende landschap wordt grimmiger, dieper
ingesneden. Waterlopen staan nog altijd ver buiten de oevers. We houden soms
even halt om dat natuurgeweld even te bekijken. Op onze weg zien we geen
ondergelopen huizen of kelders, op de weg die de motorhomes hebben genomen langs
Fleurance is het andermaal prijs. De Gers heeft hele dorpen en campings
onderwater gezet, het is ongelofelijk.
Om
Miradoux te bereiken moeten we weer serieus op de trappers. Alle vestigingsdorpjes
liggen op de heuveltoppen, een vaststaand feit, en alle wegen lopen door de
vestigingsdorpjes, nog een vaststaand feit. Er komt aardig wat klimwerk aan te
pas vandaag, we zullen weer meer dan 1000htm op de Garmin hebben!
Het
is markt in Miradoux; 2 kramen en evenveel marktkramers. Er houden wat autos
halt om een kaasbol en een gedroogde worst. Wij zijn bijna halverwege en
besluiten pas bij het volgende dorp te stoppen voor onze verkorte siësta. Vanaf
vandaag zien we in bijna elk dorpje de plataanrijen verschijnen, hier en daar
hoor je een krekel, alles doet aan het zuiden denken, behalve het weer. Buiten
de wind is het redelijk fietsweer. Links in de verte hadden we nog wat donkere
wolken zien hangen, maar persoonlijk hebben we er weinig last van gehad. De zon
komt er met momenten door en dan is het echt warm. Toch hangen er nog dikke
wolkenplukken. In de schaduw is het echt frisjes en zou je een vestje kunnen
verdragen.
We
rijden nu echt in één grote achtbaan langs immense akkers. Met de regelmaat van
de klok moeten we uitwijken voor de restanten van de modderstromen die eerder
deze week de helft van Frankrijk hebben overspoeld.
In
trosjes lopen pseudo-schelpdragers nu langs de kant van de weg, druk
gesticulerend, waarschijnlijk op wandelretraite. Lectoure is nog enkele
kilometer en een steile klim verwijderd. Als dat zo voort gaat kunnen we het
wel schudden voor een terrasje, das een feit, als die allemaal gaan neerdalen
op een terrasstoel wordt het inderdaad Nada.
Thierry
steekt een tandje bij, ik kan nog net Voor mij een Grand-Crême roepen, dan is
hij weg. Nog 3, 2, 1 kilometer, de weg gaat liggen, de zoveelste top bereikt.
Het is weeral na den twaalven op een zaterdag, dus de stempel zal wel weeral
niks worden. De terrasjes zitten aardig vol, maar Thierry had al eentje op het
oog.
Als
we twee koffies later terug op de fiets zitten zien we geen pelgrim meer, ze
zijn waarschijnlijk op de bus gestapt, een ritje dichter bij het einddoel, een
kerfje meer in de schelp, een illusie rijker
De
hoogtemeters beginnen hun tol te eisen, het worden nog meer dan 25 lange kilometers.
De D42 kronkelt niet veel maar gaat nogal resoluut naar het volgende dorpje
toe, steil omhoog, en weer naar beneden
Terraube
en Mas-dAuvignon zijn knappe stukjes geschiedenis, daar ben ik zeker van.
Castéra-Verduzan, een oud mondain kuurplaatsje komt nu snel dichterbij. Op de
toegangsweg ligt opgedroogde smurrie. Jef en de madammen staan op een parking aan
de Noordkant, de camping is afgesloten wegen overstroomd.
31-05-2013
Vrijdag 31 mei - 74km - Cahors-Castelsarrasin
Als
ik s nachts wakker wordt is het weer hard aant regenen op de motorhome. Het
geeft een onbehaaglijk gevoel. We staan in Cahors net naast de wassende Lot
en op de televisie heeft men aangekondigd dat reeds 6 departementen in fase oranje
verkeren, allen in het zuiden van Frankrijk. Elke beek, kanaal, stroom of
rivier bruist van geweld en beukt onophoudelijk tegen de zijwanden van de
normale loop. In het water liggen ontwortelde bomen, kilometers meegesleurd.
Als
we opstaan is windstil, het regent niet, maar voor hoelang. De thermometer
staat op +13°C, het is misschien te riskeren om in korte broek van start te
gaan, waarom ook niet. Voor de rest blijft de outfit er nogal winters uitzien,
maar een korte broek moet kunnen. Op ons normale uur vertrekken Thierry en ik
eerst richting Cahors, we moeten immers onze carnet nog laten valideren voor
vandaag. Via de Pont Neuf belanden we in de binnenstad. Ik heb gelezen dat Cahors
vrij uniek is qua ligging. De afstand tot de Atlantische oceaan, de
Middellandse zee en de Pyreneeën zouden nagenoeg identiek zijn, het zal wel.
Het
begint te druppelen, de schrale zon is verdwenen achter een donker scherm. We vinden
de toeristische dienst en schuilen terwijl we onze tampon halen. Het zijn
maar wat druppels, voor wer ons druk in maken is de vlaag alweer voorbij.
Buitenrijden doen we langs de bekende Pont Valentré. Met de fiets heb je toch
wel wat voordelen, je geraakt overal en je snelheid is nog aannemelijk. Zo
hebben we in een mum van tijd de oudstad doorkruist en verlaten de stad langs
de drukke N20.
Het
is even doorbijten als logge camions met hun stinkende uitlaten ons passeren.
Nu we de laatste weken bijna letterlijk door moeder natuur rijden is het altijd
even aanpassen als we een stad moeten doorkruisen. Opletten, 1000 ogen hebben
en met de fiets altijd het zekere voor het onzekere nemen.
Een
drietal kilometer verderop draaien we op de D659, een veel rustigere
departementale weg die ons op een dikke 7km bijna 200htm hoger brengt in lHospitalet.
Tot Castelnau-Montratier brengt het landschap weinig nieuws. Op schrale
graslanden grazen wat schapen, op de heuvelruggen wat bebost gebied en voor de
rest braak liggende kalkgrond. De koepel van de kerk in Castelnau brengt een
welkome afwisseling in de eerder mistroostige woningbouw van de oudere dorpen.
Het is bijna middag, tijd om een terrasje op te zoeken. We hebben geluk, op het
marktplein staat één kraam EN twee cafés. het is moeilijk kiezen, we hebben de
laatste weken nooit voor dat dilemma gestaan! Lang duurt het niet want het
begint terug wat te druppelen en we nemen het terras met de beste overdekte
plaats. De Grand-Crême smaakt lekker, warme, droge spullen aan, boterhammekes
op en 50min later klikken we de pedalen alweer vast om deel 2 aan te vatten. De
afdalingen in de vallei van de Lupte en de Lemboulas zijn de moeite. Het
landschap is best glooiend te noemen, op de rondingen liggen vaak kastelen,
kerken, ruïnes of chique landhuizen met zwembad. In Vazerac staan we voor een
bord Route Barée. Het heeft ons nooit tegengehouden omdat we met de fiets
nogal soepel zijn in de keuze van de weg, maar dit hadden we nog niet
meegemaakt!
De
Lemboulas was nogal agressief uit haar oevers gebarsten en met volle vaart
het dorp ingelopen met ondergelopen huizen en kelders tot gevolg. We proberen
de weg door het modderwater heen te zien en waden tot de trapas door de
smurrie. Ons kan het niet echt deren, maar de bewonerszitten met de handen in het haar. Eens wat bergop
stoppen we even en kan ik mijn sokken uitwringen. Hoe dichter we bij Moissac
komen hoe eentoniger het landschap wordt, wat afgedekte kersen- en perenbomen uitgezonderd.
Van
Moissac krijgen we niet echt een positief beeld. Her en der staan maffiagozers
wat te niksen, Slavische types, dikke sigaret, veel praat, kortom niet de stek
om een benefietbal voor Vestaalse maagden te organiseren. We zoeken de beroemde
abdijkerk en zien voor het eerst sinds lang nog eens nep-pelgrims. Een rare
snuiter met paard staat wat pocherig op te scheppen tegen enkele bedevaarders
met wel een zeer kleine rugzak.
Het
is ons al enkele malen opgevallen maar rond die pelgrimages hangt toch een
duistere sluier van ongeloof, zo zagen we in Rocamadour een Duitse vrouwelijke,
overdreven geschminkte pelgrim, met een nogal safari-achtige outfit, inclusief vers
gepermanenteerd haar en een tropenhoed, ingeschoven wandelstokken en vooral een
nieuwe, grote St Jacobsschelp, duidelijk geëtaleerd op ooghoogte en aangebracht
op de achterklep van de nieuwe backpack. Het zou me niet verbazen mocht ze nog
geen meter te voet hebben afgelegd met hun carnet onder de arm
Ach,
wie houden ze voor de zot?
Hoe
nauwgezet we de Sweerman-boekjes ook volgen, we komen zelden, zelfs eerder nooit
enige compaan tegen, het is geleden van de Maaslander die vandaag in Lourdes
moest zijn. Ik ben benieuwd of hij het gehaald heeft! Thierry en ik hadden nu
niet echt de processie van Echternach verwacht, maar 1 per week??? Hoe komen ze
in s Hemelsnaam aan meer dan 500.000 man per jaar???
Ik
hoor het hen graag vertellen: Wij, wij rijden 100 à 150km per dag .
Eerlijk
toegegeven, als je de route volgt ben je wel klaar na 60 tot 80 km.
In
Moissac kunnen we door de te lage ingangspoort niet op de camping en wijken uit
naar de camperplaats van Castelsarrasin, zon 7km ten zuiden van Moissac.
Morgen wordt het weer een pittige halve bergrit, hopelijk met het weer van
vandaag, gedaan met gesmos
Ook
Jef en de dames verdienen een pluim, zeker weten. Hoe moeilijk het ook is om als
beginnende campingcarist rond te hotsen, ik vind dat Malvina en Ria het
voortreffelijk doen, ook in de nauwe Franse dorpjes. En zeker ook châpeau voor
Jef en Christiane voor hun charismatische drang om alles en iedereen perfect te
begeleiden.
Châpeau
en bedankt!
30-05-2013
Donderdag 30 mei - 67km - Rocamadour-Cahors
Ik
moet het waarschijnlijk niet herhalen, maar deze ochtend werden we al vroeg
gewekt door een portie gekletter op het dak van de motorhome. Volgend weekend
zou het moeten beteren, eerst zien en dan pas geloven, en ik ben niet de enige
die dat hardop zingt !!!
Juul
en Roos, vrienden van Thierry en Malvina zijn ons komen vervoegen en dobberen
nu mee langs de overgelopen rivieren en door het verzopen subtropisch klimaat!
Voor
het vertrek regelt Thierry voor de derde keer de achterrem, het ding is zo krap
afgesteld dat de schijf met momenten een schurend geluid produceert en das
verlies van energie. Voor de rest houden we het ochtendritueel intact en dat
wil o.a. zeggen dat we rond 10u uit de startblokken vliegen, alhoewel!
Gewoonlijk
worden we uitvoerig uitgewaaid door onze vrouwtjes maar door de één of andere
duistere reden waren die al vertrokken. We blijven dus min of meer verlaten
achter, Thierry en ik kijken elkaar aan, halen de schouders op, en ik was nog
een koekje vergeten nemen snikt Thierry!
Achteraf
bekeken was het voor Jef en de dames wat onzeker of ze, door de overvloedige
regen, op een degelijke manier van het perceel zouden geraken. De focus zat met
andere woorden ergens anders, en toen ze eenmaal vertrokken waren was er geen
stoppen meer aan
De
camping ligt op een boogscheut van de Middeleeuwse site van Rocamadour en voor
de tweede maal in evenveel dagen vliegen we de berg af tot de wortels van de
loodrechte gebouwenwand, deze keer echter met onze geliefde tweewieler.
Vrachtwagens brengen kilos toeristenvoer aan. We klieven door het dal en
passeren de site langs de overkant. We nemen enkele fotos en moeten daarna
recht op de trappers. Er liggen een vijftal heuvels te wachten en het gaat
crescendo. Van 125htm tot 440htm in Labastide-Murat.
Het
oogt allemaal niet zo zwaar, maar telkens gaat het flink naar beneden en dan
met een gemiddeld stijgingspercentage van 7% omhoog.
We
komen mooie, uitgestorven dorpjes zoals Couzou en Carlucet tegen. Het is echt
knap rijden. Bij volle maan vliegen hier nog gegarandeerd bezems door de lucht.
Vanaf de Bastide van Montfaucon is de pret helaas nog maar eens over. We rijden
een gordijn van regen binnen en zijn binnen de kortste keren doorweekt. De top
van de rit ligt nog een kilometer of 5 verder en we beslissen ondanks de felle
regen om tot daar door te rijden.
In
Labastide-Murat zoeken we een café op en pelsen ons bijna tot op de draad uit.
De verse, warme kledij is meer dan welkom, de Grand-Crême ook. De
boterhammekes smaken. We blijven een dik uur aan de klap terwijl het buiten
onafgebroken pijpenstelen regent. De kleine, afgeleefde, echte Française achter
de toog komt wat tegen haar zin afrekenen: Dit weer hebben we hier met
Kerstmis, das duidelijke taal
Het
miezert nog wat als we ons voor de zoveelste keer op onze tweewieler hijsen.
Ik ben benieuwd, 20km bergaf, Thierry knikt en fronst de wenkbrauwen. We
kennen de boekjes al!
Met
een duik tussen de bossen en de rotsen gaat het tot St Sauveur, Dat houden we
zo geen 20km vol lach ik naar Thierry! Het gaat echt heftig en het is opletten
geblazen in de bochten, maar het is best eens welkom na bijna 3 weken klimmen.
Het oorspronkelijke idee liet nog wat plaats om hier de D13 op te draaien en
langs de Grotte du Peche Merle en St Cirq-Lapopie terug op het traject te
komen, maar door het aanhoudende slechte weer laten we dat idee maar weeral
varen. Tot het Oppidium de Mursens gaat het met een rotvaart, daarna slabakt
het een beetje tot vals plat naar beneden. Tot Vers is het inderdaad 22km
bergaf, in alle eerlijkheid moet je wel vermelden dat de laatste 5à6km moet
bijgetrapt worden, wat Thierry ook op de letter neemt en ons tegen meer dan
30km/u tot de brug over de Lot voert.
Het
gaat met een knik bergop en we blijven een 10-tal kilometer op de flanken van
een heuvelrug rijden, met zicht op de Lot. Stilaan komen we in de
buitenwijken van Cahors. Het begint terug te gieten. We haasten ons om op de
camping te geraken, plaatsen fiets en mens in de daartoe voorziene
afspuitplaats, en hopen maar weeral eens op beter weer.
Sinds
15u is het niet meer opgehouden met regenen en het is nu 19u, tijd om de blog
bij te werken.
Morgen
zitten we echt in het Middellands zeeklimaat, het water hebben we al!
29-05-2013
Woensdag 29 mei - 63km - Donzenac-Rocamadour
Toen
ik wakker werd voelde ik het al, pijn in de benen, niet stijf en stram zoals ik
nog al een keer heb gehad, neen, gewoon pijn. Even uitstrekken, nog eens, nog
wat verder, neen, de pijn bleef! Dat belooft voor vandaag, net nu we de eerste,
echte, halve bergrit voor de boeg hebben. Tot overmaat van ramp is het voor de
zoveelste keer weer beginnen regenen, relatief korte buien van een half uur,
maar de kraan staat wel op een serieus debiet.
Gisterenavond
hebben we nog een onweer gehad. Flink wat water met kleine ijsknikkers, een
donderslag of drie, zo van de bergmokerslagen. Je voelde haast de elektriciteit
in de lucht.
We
hadden afgesproken om wat vroeger te vertrekken om zeker op tijd in Rocamadour
aan te komen. Zo konden de fietsers ook de middeleeuwse site bezoeken en een
terrasje meepikken, alé, dat was de planning toch!
Om
9u zijn we er klaar voor. Mijn benen hebben de cyclocrosspartij van gisteren
nog helemaal niet verteerd en ze voelen als 2 betonpalen. Ik verwittig Thierry
maar al op voorhand. Ach, het loop wel los na enkele kilometers, niet dus!
Van
de camping gaat het rechtsaf richting Brive-la-Gaillarde. Toch vond de
schrijver van onze route het noodzakelijk om nog een klimmetje langs Ussac in
te lassen. Waarom??? De afkorting brengt zeker geen meerwaarde, alleen een
honderdtal hoogtemeters en een boel gevloek en getier.
Er
hangt wat motregen in de lucht als we de gezellige stadskern van Brive inrijden
op zoek naar onze stempel. We vinden uiteindelijk de toeristische dienst, die in
een soort vuurtoren is ondergebracht. Patat, veruit het lelijkste exemplaar
siert nu de, door ons met zorg beschermde, carnet. Het is druk, autos links en
rechts snijden ons de pas af, hier is hoffelijkheid tegenover de zwakke
weggebruiker nog niet echt in voege. Zelfs in de winkelwandelstraat rijden
wagens op en af.
In
tegenstelling tot de voorop gestelde weg van onze vriend Sweerman rijden we de
stad uit op de drukkere D38. Zo mijden we een pak hoogtemeters en vooral, de
zeer slechte wegen hier in de regio.
Tot
Jugeals-Nazareth, een dikke 8km verderop is het stevig klimmen. Daarna volgt
een welkome afdaling tot Turenne. Ondertussen is het weer beginnen regenen en
niet zon klein beetje ook. Ook de temperatuur lijkt een serieuze duik te
hebben genomen. Er verschijnen dampwolkjes voor onze mond als we uitademen.
Turenne,
een vestingstadje, ligt gelegen op een hoge rotsheuvel en bij mooi weer moet
het best imposant en het bezoeken waard zijn, nu nemen we amper de tijd om een
foto te nemen. Het is koud, ijzig.
We
nemen scherp rechts de D23, terug op de Sweerman-route. Ik kijk ontredderd naar
het straatschild of hier ook een muur van Turenne bestaat of zoiets. Zeker 15%
in het begin, lichtjes afzwakkend tot 12, het kan zelfs best nog wat meer
geweest zijn, met een Kapelmuur er bovenop! Tot Hôpital St Jean gaat het stevig
bergop, ik ben kapot als ik bovenkom. Thierry rijdt een 200m voor mij uit. Ik
wil stoppen om droge, warme kleren aan te trekken. Na een kilometertje of 2 bergaf
ril ik uit mijn vel, ik moet stoppen en wel meteen om geen dikke verkoudheid op
te doen! In een abri, min of meer beschut tegen de alweer volgende bui kan ik
eindelijk wisselen en nemen we even de tijd om wat te eten. Het regent nu pijpenstelen.
Daar staan we dan, zielig en alleen, wat te verkleumen in een jaargetijde waar
het nu op zn minst tussen de 25-30°C zou moeten zijn. Ik twijfel of we de
volle 10°C hebben, ik geloof er niets van.
Tot
Martel is het klimmen en dalen, het tweede iets meer dan het eerste, wat ons
bijna een euforisch gevoel oplevert. Met momenten krijgen we zelfs een
nagelnieuw loopvlak onder de wielen geschoven, hoewel het merendeel van de
kilometers op geasfalteerde dolomiet dient afgelegd te worden.
We
storten ons in de diepte van de Dordogne-vallei. Van het subtropisch klimaat
dat hier met een redelijke zekerheid heerst valt weinig te merken. Een oranje
doorzopen zonnetje piept af en toe vanachter zware stapelwolken. Nog enkele
kilometer en er wacht ons nog een muur volgens het hoogteprofiel van de GPS. Net
voorbij Meyronne draaien we rechts op tot Mayrinhac. Dit wordt stampen en
trekken. De fut is er uit. Weer een dikke 2km aan meer dan 10%. De opeenvolging
is moordend, zeker met dit weer. De motor begint wat te sputteren, de tank is
helemaal leeg als ik puffend en hijgend de wachtende Thierry bijbeen. Nog
eentje, en we zijn er vanaf! Het druppelt weer.
Geen
minuut te vroeg land ik op de camping in Rocamadour, totaal uitgeput zet ik de
fiets in de garage van de motorhome en slenter naar de veel te kleine douches. Ik
kom er niet uit het eerste kwartier.
Stilaan
terug op krachten wandelen we met de hele bende naar het centrum van
Rocamadour, steil bergaf gevolgd door 216 trappen en een kruisweg over een
geplaveid wandelpad bergop. We eten een bak frieten en slenteren door de smalle
straatjes en toeristische winkeltjes. Het is goed om even de zinnen op iets
anders te zetten, de Off-day mag niet te lang int kopke zitten zegt Thierry,
slecht voor de moral
Morgen
een halve bergrit tot Cahors, de eerste 30km bergop en daarna 35 naar beneden op
papier
28-05-2013
Dinsdag 28 mei - 67km - St Germain-Donzenac
Deze
nacht om 2u exact is het beginnen regenen, om 3u nog een bui en om 6u was het
echt met bakken. Dat belooft weeral. Thierry heeft er al evenveel zin in als
ik. We treuzelen wat en proberen het vertrek zo lang mogelijk uit te stellen.
Rond half 10 houdt het op met regenen, we maken ons klaar om zo snel mogelijk
te vertrekken. Het zou een plezant ritje moeten worden volgens de Sweerman
boekjes. De hoogtemeters leken, zo op het eerste zicht, wel mee te vallen, veel
bossen doorspekt met kleine dorpjes, het klonk haast idyllisch!
Het
is net iets anders uitgedraaid.
Voor
vandaag was het stoofpotje van Amstel Gold heuveltjes voorzien, gelardeerd met
het wegdek van Parijs-Roubaix. Neem daar nog een breed assortiment van
tegenwind bij, geblust met wat smeuïge bakjes regen en je hebt de perfecte mix
van wat we allemaal zijn tegengekomen
Het
begon al meteen van bij het vertrek. Boem, patat, 2 gemene hellingen van zeker
meer dan 12%, zo, juist uit bed, koud, lap Ik vertik het om te plooien,
Thierry heeft al de moeite van de wereld. De trend is gezet. De banen liggen
nat, het is opletten geblazen. Het asfalt is veruit versleten en is over de
hele breedte afgebrokkeld. Dit, zouden we best als typerend en als résumé over
de hele rit kunnen zeggen. Het is allesbehalve comfortabel rijden en zouden
mensen met bagagezakken willen adviseren de route na Uzerche te mijden
Maar
zo ver zijn we nog niet. De hellingen zijn kort en nijdig, het is steeds de
hele cassette afschakelen. Eerst tot La Porcherie, waar we terug de kaap van de
500htm overschrijden, en dan geleidelijk tot La Faurie waar we via een landweg
op de kam van een heuvelrug rijden. Het duurt niet lang of we hebben de eerste
regendruppels op ons dak. 10 minuutjes, niet langer, net genoeg om ons er aan
te herinneren dat dit geen plezierreisje is!
De
boekjes van Sweerman spreken nogal verbloemend over de te volgen weg, maar je
mag er van op aan dat het af en toe heavy is. Ook nu zien we geen enkele pelgrim
of iets dat daar zou voor moeten doorgaan. Het bevestigt nog maar eens onze gedachte
dat de meesten de boekjes als leidraad gebruiken maar de shortcuts via de grote
wegen nemen!
Thierry,
als doorwinterd en ervaren fietskenner, vond het met momenten onverantwoord om
met pak en zak dit traject te volgen, het weze gezegd!
Eerst
met een stevige afdaling gevolgd door een steile klim komen we in Uzerche aan. Toeval
of niet, maar we zijn bijna gelijktijdig met de 3 motorhomes hier. We wijken af
van de Sweerman-boekjes om de historische binnenstad even te bezoeken en laten
onze carnet afstempelen in het gemeentehuis, net tegenover de 11e
eeuwse Petruskerk. Om in het centrum te geraken moet je toch even op de
trappers staan. We trakteren onszelf op een heerlijke kop koffie en houden een
uitgebreide eetpauze van zeker een half uurtje.
Na
het bezoek aan de Middeleeuwse site gaat het pas echt bergop. De staat van de
weg is echt allesbehalve en zal tot het einde aanhouden.
Volgens
het roadbook zou nu een rustig, tamelijk vlak pad van een voormalige spoorbaan
te volgen zijn maar daar moeten we toch even de puntjes op de I zetten door te
stellen dat het tracé allesbehalve vlak is.
De
opeenvolging van korte, nijdige heuveltjes beginnen de beenspieren danig te
geselen. Tot overmaat van ramp krijgen we nog een serieuze bui. We besluiten te
schuilen onder het bladerdak van een statige boom. We staan hulpeloos aan de
zijkant van de weg geparkeerd, hopend dat het maar een bui is!
Na
een tiental minuutjes en net niet volledig afgekoeld gaan we terug op pad. Het
druppelt nog, de wind staat pal op de neus. De weg slingertvoortdurend op, onder en over de, met bomen
afgezette heuvelkam. In andere omstandigheden zou het best mooi zijn, maar nu
is het nat en koud.
De
dorpjes lijken nog doodser dan ze al zijn, troosteloos, ver van God en de
wereld, een kerkhof ligt schots en scheef achter een al even macabere kerk. We
zijn er rotsvast van overtuigd dat de lichamen hier tijdens de nacht uit de
kist rijzen.
In
St Germain-les-Vergnes houdt al het leven op, rest niets, niets en verder niets!
Van de D170 rest niets anders dan zwaar beschadigd asfalt, door bosbouw
vernietigd. De 7km afdaling overbrugt bijna 250htm. Ik sta heel de bergaf recht
op de trappers, bang om de wielen te beschadigen. Thierry heeft de voorvering
van de mtb geactiveerd. Rug en armspieren worden danig op de proef gesteld. Dit
is echt niet te doen met bagagezakken links en rechts van de fiets. Het blijft
en blijft baggeren. Hortend en stotend laten we ons uitbollen tot Donzenac. Nog
even en we zijn op de camperplaats. We worden achtervolgd door zwarte donderwolken.
Nog even, droog, pfff.
De
rit was technisch één van de meest belastende, net geen 1000htm op 67km. Morgen
trekken we het voorgebergte in en kunnen we eindelijk wat klimmen naar
Rocamadour hiphip!
27-05-2013
Maandag 27 mei - 62km - Châtelus-St Germain les Belles
We
vertrekken voor de tweede dag op rij in korte broek, vandaag zelfs met shirt.
Voor Thierry is het voor deze items nog wat te friskes. We moeten er enigszins
wat van profiteren want vanaf morgen wordt de zondvloed weer voorspeld, maar
dat zien we dan wel weer.
We
rijden nog altijd door een semi-Ardennen landschap. Deze morgen is het echt knap
vertoeven. Steil-glooiend met een lange aanzet van enkele kilometers of lichtlopend
bergaf. Het uitzicht is ronduit schitterend. De bomenrijen of hagen die de
wegen flankeren zijn weggevallen wat het panorama toch zoveel mooier maakt.
St
Léonard-de-Noblat ligt op een heuveltop en de meer dan 50m hoge granieten
kerktoren is dan ook al van heel ver te zien. We hebben er nu 25km opzitten en
een tasje koffie op een terrasje zou smaken. We hadden ons nochtans voorgenomen
om geregeld op het dorpsplein een stop in te lassen, maar door enerzijds de
weersomstandigheden en anderzijds het gebrek aan cafés is het er nog niet echt
van gekomen. Een inhaalbeweging is meer dan gepast, maar eerst stempeltijd.
Op
het terras was het buitengewoon zalig. We aten onze versgebakken
Malvina-broodjes, onze pannenkoek met choco, een suikerwafel EN een banaan op.
Thierry geraakt aan de babbel met enkele Engelse ladys. Het was ons eerder
al opgevallen hoeveel Engelse nummerborden hier in de contreien op de wagens
plakten en daar moest hij het fijne over weten.
St
Léonard is echt een gezellig stadje, behalve als je net voor je communie een fiets
hebt gekregen. Kleine groezelige straatjes, met grote tegels geplaveid. Er is
geen meter plat, alles gaat, of steil bergop, of steil bergaf, behalve het
kleine marktplein dat min of meer gevrijwaard is van enige hoogteverschil.
Het
is zelfs zo warm dat Thierry zn beenstukken uitschiet, en dat wil al wat
zeggen!
We
rijden het stadje uit via een 13e eeuwse stenen boogbrug bij
Pont-de-Noblat en nemen wat fotos. De volgende 30 kilometer kent weinig
afwisseling. De ene steile klim na de andere, een bomenrij links en rechts van
de weg die ons spijtiggenoeg het zicht ontnemen. Dit wordt weer een klimdag
die ons , ook voor de tweede dag op rij, meer dan 1.000htm doet overbruggen.
Onderweg
komen we enkele pelgrims te voet tegen, zelfs eentje met een zwaar bepakte ezel
bij. We zijn echt blij dat we dit avontuur met de fiets kunnen doen. Te voet is
toch nog een ander paar mouwen, zeker als je moet logeren in pelgrimshuizen
o.d. Het middenstuk van Frankrijk was of beter gezegd is niet dik bezaaid met
cafés, eetgelegenheden of gewoonweg bakkers en andere kleine winkels, en als
wandelaar kan je toch niet alles meesleuren.
Fietsers
komen we echt zelden tegen. Zoals eerder gemeld nemen ze waarschijnlijk andere
routes of de grote wegen.
Het
bergop fietsen gaat al ietsje beter, we hebben al meer dan 10.500htm achter
de rug en ondanks de constante belasting van de beenspiertjes merk ik toch een
verschil, wat zich laat merken aan de snelheid en het gemak waarmee ik de
hoogtelijnen overschreid. De conditie van Thierry blijft ondertussen meer dan
top. Ik ken weinigen die met zon gemak de bergen of hellingen lijken te
verslinden. Als ik het al even moeilijk krijg rijdt Thierry als een schaduw
naast mij en geeft wat peptalk, echt châpeau en dat wil ik ook hier gezegd en
geschreven hebben.
Na
62km ligt de eindmeet voor vandaag op de knap verzorgde camping in St Germain
les Belles, net onder Limoges. De Nederlandse uitbater is uitermate vriendelijk
en behulpzaam, de camping een echte aanrader.
We
zitten nog enkele uurtjes languit in de ligstoelen, met uiteraard een 51 bij
de hand. De dag loopt langzaam ten einde, weer een dag voorbij
26-05-2013
Zondag 26 mei - 70km - Crozant-Châtelus
Voor
één keer ziet het er niet slecht uit. In de valleien van de Creuse hangt nog
wel een dikke mistlaag maar je kan de zon al zien. Deze nacht was er lokaal wat
nachtvorst aan de grond. Er zat dus niets anders op dan te wachten tot de mist op
zn minst wat was opgetrokken en de temperatuur rijdbaar aanvoelde.
Het
moet na tien uur geweest zijn toen we de remmen losten. Het is mooi rijden
temeer daar elke minuut de zon de temperatuur wat deed stijgen. Glooiend dat
wel, maar de hoge hagen langs de straatkant waren nu verdwenen zodat we een ruimtelijker
gevoel kregen. Na goed een uurtje rijden we door Souterraine. Tussen de hoofdkerk
en de Porte St Jean, een oorspronkelijke stadspoort heerst een waarschijnlijk
ongeziene drukte, vandaag is communiefeest en vele ouders en kinderen in
paterspijen staan in groepjes te praten. Toch wagen we het om in onze
opvallende fietstenue de kerk binnen te gaan en een stempel te zoeken wat in
eerste instantie mislukt. Maar de aanhouder wint, Thierry vindt toch nog een
stempeldame zodat we verlost geraken van onze dagelijkse queeste.
De
weg gaat resoluut de hoogte in. Eerst met een kwaaie knik tot Le Grand-Bourg en
wat later naar Bénévant lAbbaye. Je kan het uitzicht niet beter vergelijken
als met de Ardennen. De open vlaktes, met overwegend bruine koeien, worden
schaarser. De bossen dichter en schaarser. De dorpjes lijken uitgestorven en
buiten en enkele toeschouwer is alles doods. In de boskant bemerken we een schuchtere
ree.
Na
50km rollen we in Bénévant lAbbaye en besluiten te stoppen in het eerste beste
café . Tot daar onze ijdele hoop. Buiten een indrukwekkende abdij is er niks,
maar dan ook niks te zien. We besluiten dan maar te picknicken op de parking
van een grootwarenhuis
Tot
Châtelus-le-Marcheix nemen we de alternatieve route over Marsac. Deze is een
pak steiler en met wat geluk zou je de Puy-de-Dôme kunnen zien.
Tussen
Arrènes en St Goussaud liggen zon 250 hoogtemeters te wachten, met momenten
tussen de 8-10%.
Het
weer speelt deze keer in ons voordeel, niet te warm, niet te koud. De zon
speelt wat verstoppertje achter de opgekomen wolkenplukken en van wind is helemaal
geen sprake.
Tijdens
de lange afdaling naar de overnachtingsplaats komen we plots Jef met de dames
tegen die aan een lange wandeling waren begonnen.
Na
enkele minuutjes laten we ons uitbollen naar de camperplaats in Châtelus. De
dag zit er weeral op, 70km en 1120 htm. We zijn nu ter hoogte van Lyon en
Clermont-Ferrand.
25-05-2013
Stempelkot
Een
stempelkot is niet echt hoe het er uit ziet. Wij gaan onze stempels halen waar
we ze kunnen halen, er is niet echt een plek voorzien
Meestal
kan het in grote kerken die gekend en bekend zijn bij de bedevaarders, hoe
dichter bij de plek des aankomst, des te meer plekken vind je zo. Soms kan het
zijn dat die kerken zelfs speciale stempels hebben, uitsluitend om in een
bedevaarderscarnet te plaatsen. Bij gebrek aan, of wanneer we op een slecht uur
passeren (etenstijd), zoeken we naar een alternatief en Thierry heeft al een
paar keer chance gehad. Zo zijn er : gemeentehuizen, VVV-kantoren, e.a. Alles
wat open is en een stempel kan geven. Bij bakkers en beenhouwers zou in het
slechtste geval ook gaan, t is maar om je volgroute te bewijzen
Wij
vinden het wel plezant om op zoek te gaan naar en spenderen er wel wat tijd
aan, al is het maar bij wijze van eens iets anders te doen hebben dan