Inhoud blog
  • Overlijden Robert De Telder
  • Corona
  • Chronologische schema's - afbeeldingen - vanaf de Grote Vloed tot de Spraakverwarring
  • Joeja
  • De eerste drieduizend jaar, hoofdstuk 1
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    13-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Moabietische steen van koning Mesa – een buiten-Bijbelse getuige.

    2 Koningen 3:1 Joram nu, de zoon van Achab, werd koning over Israël te Samaria, in het achttiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en hij regeerde twaalf jaren. 2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, doch niet gelijk zijn vader en gelijk zijn moeder; want hij deed dat opgerichte beeld van Baäl weg, hetwelk zijn vader gemaakt had. 3 Evenwel hing hij de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, aan, die Israël deed zondigen; hij week daarvan niet af. 4 Mesa nu, de koning der Moabieten, was een veehandelaar, en bracht op aan den koning van Israël honderd duizend lammeren, en honderd duizend rammen met de wol. 5 Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israël afviel. 6 Zo toog de koning Joram ter zelfder tijd uit Samaria, en monsterde gans Israël. (Statenvertaling)

     

     

    Van de hierboven in de Bijbel vermelde koning Mesa van Moab, is een stele bewaard gebleven, waarin deze Moabietische koning naar Omri en zijn geslacht van het tienstammenrijk verwijst.

    Het is een zogenaamde buiten-Bijbelse verwijzing naar een koning van Israël en voor sommigen aldus van grote waarde. Chronologisch gezien echter leverde de berichtgeving op de steen aanvankelijk heel wat problemen op.

    De stele werd anno 1868 door de Duitse zendeling F.A. Klein, in Trans-Jordanië gevonden en bevind zich tegenwoordig in het Louvre. De steen is beschadigd en dit als gevolg van het feit dat lokale Arabieren na het bekendmaken van de vondst in 1868, de steen hebben laten springen door verhitting. De gedachte moet geweest zijn dat aangezien Europeanen er belang aan hechtten, er misschien een schat in verborgen was. Dank zij een eerder gemaakte gipsafdruk door F.A. Klein, konden later de stukken op de juiste plaats weer samengevoegd worden. Hierna volgt een gedeeltelijke vertaling (enkele letters zijn onleesbaar en de zin van enige woorden niet zeker):

     

    “Ik ben Mesa, zoon van Kamos-.., koning van Moab, uit Dibon afkomstig. Mijn vader is koning geweest over Moab dertig jaar en ik werd koning na mijn vader en ik maakte deze offerhoogte in Karko.. omdat hij mij gered heeft van alle koningen en mij heeft doen neerzien op al mijn haters. Omri, de koning van Israël, hij verdrukte Moab vele dagen, want Kamos was vertoornd op zijn land. En zijn zoon (Achab) volgde hem op en ook hij sprak: Ik ga Moab verdrukken. In mijn tijd sprak hij deze woorden, maar ik heb hem en zijn huis overwonnen…Omri had het land van Medeba bezet en Israël woonde daarin in zijn tijd en in de helft van de tijd van zijn zoon(Joram) veertig jaar….”

     

     

    Na de dood van Achab verhaalt het Bijbelboek 2 Koningen hoofdstuk 3, stopt de schatplichtige Mesa met zijn jaarlijkse betalingen aan Israël en geraakt alzo in conflict met Joram. Vanuit chronologisch oogpunt is het belangrijk de vermelding op de Moabietische steen van een periode van veertig jaar verdrukking, op de tijdsbalk in harmonie met de Bijbelse chronologische gegevens, te verankeren.

    Op het eerste gezicht namelijk lijkt een periode van veertig jaar Israëlitische verdrukking van Moab, niet met de Bijbelse chronologische gegevens te passen. De seculiere revisionist Dr. Immanuel Velikovsky wist met de veertigjarige vermelding geen raad en trok zelfs de Bijbelshistorische berichtgeving omtrent deze koningen in twijfel (Eeuwen in Chaos, 1952, hoofdstuk 6, Achab of Joram: twee versies in de Bijbel).

     

    De Moabietische steen vermeldt namelijk een periode van veertig jaar voor drie koningen van Israël. Wanneer we vanaf het eerste jaar van Omri in 920 v. Chr. tot aan de derde opvolger Ahazia hun regeerperioden samentellen, verkrijgen we slechts drieëndertig jaar. We kunnen er echter met zekerheid vanuit gaan dat koning Ahazia van Israël in Moab onbekend was. De berichtgeving in de Bijbel over hem is kort, drie verzen slechts, en dan nog zeer negatief. Hij stierf voortijdig na een ziekte ten gevolge van een val door het tralievertrek van zijn boven-verblijf te Samaria, na een regeerperiode van slechts twee jaar. Een andere zoon van Achab nam daarop de scepter in het tienstammenrijk over: Joram. Het is deze koning die tegen het afvallige Moab zou oprukken, en de kleinzoon van Omri is, waar de Moabietische steen naar verwijst.

    In mijn reconstructie zoals uiteengezet in TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: Kroniek van koning Josafat van Juda, blz. 237-241, zitten er exact veertig jaar tussen het einde van de regering van Josafat in 880 v.Chr. en het begin van de regering van Omri in 920 v.Chr.

    Op de bijgevoegde chronologische schema ’s in mijn boek op blz. 224, 230, 232 en 236 is de periode van veertig jaar via de regeerperiode van de Israëlitische koningen uitgetekend. Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De ontdekker van de Moabietische steen F.A. Klein, was een Elzasser en een Protestants zendeling. Het jaar van de ontdekking was anno 1868. In 1868 maakte de Elzas, de provincie waar Klein geboren werd, deel uit van Frankrijk en dit sinds de zestiende eeuw, toen een zich naar het oosten en noorden uitbreidend Frankrijk, het gebied opslokte en annexeerde. Het was de Frans-Duitse oorlog van 1870/71 dat maakte dat dit Duitstalige gebied opnieuw deel ging uitmaken van de Duitse eenheidsstaat, door de legendarische Bismarck gevormd. Het gebied is lange tijd een twistappel tussen Duitsland en Frankrijk geweest. Vandaag maakt de Elzas deel uit van Frankrijk en heeft de Bondsrepubliek Duitsland alle gebiedsverlies als gevolg van de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, aanvaardt.

     

    In de geest van vele onderzoekers is dit echter geen vanzelfsprekendheid. In studies over de oudheid en met name de Moabietische steen, is de nationaliteit van F.A. Klein niet altijd onmiddellijk te achterhalen. Duitse onderzoekers noemen hem voornamelijk een Duitser of Elzasser. Andere onderzoekers vermelden eenvoudig weg de nationaliteit niet, of noemen hem een Europeaan.

    Klein was Duitssprekend, net zoals die andere beroemde Elzasser; Albert Schweitzer. Schweitzer was bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog als protestants zendeling en als arts werkzaam in Frans Kongo. Theoretisch was hij een Fransman, maar werd desalniettemin als ‘Duitser’ door de Franse autoriteiten in een concentratiekamp in Afrika, geïnterneerd. Ik haal dit als voorbeeld aan ter illustratie van de gevoeligheden die zich kunnen voordoen bij het bestuderen van het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid. En de geschiedenis van Schweitzer ligt slechts honderd jaar achter ons.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    13-10-2015 om 08:56 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De pre-dynastieke periode van het oude Egypte in het licht van het Bijbelboek Genesis

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, breng ik in de eerste hoofdstukken een geschiedschrijving die op het Bijbelboek Genesis gebaseerd is en een verklaring geeft voor het ontstaan van de Egyptische beschaving. Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    Het beginpunt van mijn werk is de zondvloed of grote vloed die in 2341/2340 v. Chr. gedateerd wordt, en dit op basis van het chronologisch werken met de Bijbelse sabbat- en jubeljaren (volgens de rekenwijze van William Whiston) in verbinding met de geslachtsregisters van Genesis. Vervolgens heb ik de datering van de spraakverwarring berekend en op de tijdsbalk geplaatst in het jaar 2239 v. Chr. Het is vanaf dit laatste jaartal dat de kolonisatie van Egypte door de nakomelingen van Noach een aanvang neemt. De nakomelingen van Noach en hun geschiedenis vinden we in het Bijbelboek Genesis opgetekend vanaf hoofdstuk 10:

    Genesis 10:1 Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed.

     

    Het Bijbelboek Psalmen heeft twee verwijzingen naar Egypte als het land van Cham.

    Psalm 105: 23 Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.

    Psalm 78:51 En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham.

     

    Het prille begin van de Egyptische beschaving heeft volgens de Bijbel haar oorsprong bij een van de drie zonen van Noach; Cham en diens nakomelingen. Zij zijn identiek met de door de moderne Egyptologie tot mythe verklaarde god-koningen die voor de eerste farao Menes, over Egypte heersten. De bekende Palermo-steen (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz.73-75) verhaalt over een lijst van een honderdtal god-koningen, die start met de Egyptische god Horus. Volgens deze geschreven Egyptische primaire bron heeft de eerste farao Menes het bewind over Egypte, van deze god-koningen overgenomen. Toen de oudheidhistoricus Herodotos in de vijfde eeuw v. Chr. Egypte bezocht en met de priesters aldaar sprak, kreeg hij dezelfde geschiedenis te horen:

    “Toch is Egypte voor de tijd van die mannen door goden bestuurd die te midden van de mensen leefden. Nu eens had de een dan weer de ander de macht en de laatste van hen was Oros, de zoon van Osiris. Deze heette Apollo in het Grieks; hij heeft Tyfon ten val gebracht en daarna als laatste god de troon bestegen. Osiris kun je aan Dionysos gelijkstellen”. Herodotos Boek 2:144

     

    De Bijbelse Cham was een van de acht overlevenden van de grote vloed en was aldus nog tijdens de pre-zondvloedperiode van de aarde geboren. Wat vooral opvalt wanneer men de Genesis-geslachtsregisters bestudeerd, zijn de hoge leeftijden van de zogenaamde aartsvaders. Noach bijvoorbeeld, leefde nog tot 350 jaar na de grote vloed (Genesis 9:28). Van zijn zoon Sem, en broer van Cham, staat een leeftijd opgeschreven van zeshonderd jaar (Genesis 11:10-11), waarvan 502 jaar na de Vloed. We kunnen aannemen dat ook Cham en zijn onmiddellijke nakomelingen zulke lange leeftijden hadden. Deze mensen kwamen daarenboven uit een beschaving zonder weerga, met een tot dan toe bewaarde kennis die samen met hun hoge leeftijden, hen in de ogen van mensen wier leeftijd tot zeventig en tachtig jaar (Psalm 90:10) herleidt was, tot schijnbaar onsterfelijke goden maakten. Het is aldus logisch te concluderen dat de god-koningen van de Palermosteen stervelingen waren, en afstammelingen uit de lijn van Cham. Cham en zijn nakomelingen namen overigens zelf, in afwijzing van het verbond van de HERE God met Noach, de status van goden aan. Dat blijkt o.a. uit het Gilgamesj-epos dat leert dat Gilgamesj, de koning van Oeroek, twee-derde god was en een derde mens. Dit maakt deel uit van de in het Bijbelboek Genesis beschreven rebellie ten tijde van Nimrod, de kleinzoon van Cham.

     

     

    Het begin van hun beschaving plaatsen we volgens het Genesisbericht in het land Sinear, in het tweestromenland. Het was pas toen Peleg (in de lijn van Sem) geboren werd (Genesis 10:25) dat de aarde onder de nakomelingen van Noach verdeeld werd. De spraakverwarring was hier een belangrijke drijfveer. Wat hier aan voorafging was de bouw van de eerste stad en toren door Nimrod, de kleinzoon van Cham in afwijzing van het verbond van de HERE God met Noach na de Grote Vloed.

    Genesis 10:6 En de zonen van Cham waren Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 7 En de zonen van Kus: Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka; en de zonen van Rama waren Seba en Dedan. 8 En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; 9 hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des HEREN als Nimrod. 10 En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear. 11 Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Nineve, Rechobot-Ir, Kalach 12 en Resen tussen Nineveh en Kalach; dat is de grote stad. (NBG Vertaling 1951)

     

    De steden Babel, Erek, Akkad en Kalne werden in de negentiende eeuw al door archeologen blootgelegd en onderzocht. Het Bijbelse Erek is het Uruk dat door archeologen werd blootgelegd, het verschil in schrijfwijze is een gevolg van het gebruik van verschillende klinkers. Duizenden kleitabletten werden in de vermelde steden opgegraven en vertaald. Het bekendste hiervan is het Gilgamesj-epos, dat een Babylonische versie van het Bijbelse zondvloedverhaal is. Maar er is meer, de oud-Soemerische koningslijst begint met een koning genaamd: Kisj. Het vraagt weinig verbeelding om in deze naam de Bijbelse naam Kus of Kusj te herkennen, de zoon van Cham, de zoon van Noach in Genesis 10:6. Een probleem is ook hier het conflict tussen de gebruikte dateringsmethoden. Conventioneel plaatst men de Soemerische Kisj in 2900 v. Chr. Vanuit het Genesismodel plaatsen we de eerste beschaving in het Tweestromenland rond 2300 v. Chr.

    Gilgamesj was koning van Uruk en sprak volgens het Gilgamesj-epos met een overlevende van de Grote Vloed: Oetnapisjtim. Dit zou de Bijbelse Noach geweest kunnen zijn of Cham, de grootvader van Nimrod. Er zijn namelijk onderzoekers die Gilgamesj met de Bijbelse Nimrod identificeren. De betekenis van het Hebreeuwse Nimrod is: ‘opstandeling’. Gilgamesj zou dan zijn werkelijke naam geweest zijn, en Nimrod zijn synoniem. En er zijn heel wat raakpunten tussen beide heersers. Zie link: http://davelivingston.com/nimrod.htm

     

    De geschiedenis van de eerste opstand na de Grote Vloed vinden we in het Bijbelboek Genesis hoofdstuk 11:

    Genesis 11:1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Kus, de zoon van Cham, wordt in de Bijbel enkele malen in verband met Ethiopië gebracht. Dat is dan niet het Ethiopië dat vandaag de naam van de staat aan de hoorn van Afrika draagt, maar eerder het noorden van het huidige Soedan. Een andere zoon van Cham: Misraïm, trok naar Egypte. Op de getoonde kaart heb ik de vermoedelijke reisweg van Kus (groene kleur) vanuit de Arabische Golf, over de Indische Oceaan naar Ethiopië getekend, en zo verder lang de Nijl richting noorden. De grijze kleur toont de trekroute van Misraïm over land naar Egypte.

    Hierbij zij opgemerkt dat we de wereld van na de Grote Vloed moeten voorstellen als een wereld die nog na geteisterd werd door natuurrampen aller aard. Het waren ‘de dagen van Peleg’, de periode dat de wereld, volgens Genesis, ‘verdeeld’ werd. Volgens het Genesismodel moeten we ook de ‘continentale drift’ in deze periode plaatsen, maar dan versneld. Hierbij werden nieuwe bergmassieven gevormd en zochten stromen en rivieren een nieuwe weg naar de zeeën. Van de Arabische Golf bijvoorbeeld neemt men aan dat deze zich veel verder in land tot aan de stad Uruk bevond. Ook van de huidige Nijldelta neemt men aan dat de Middellandse Zee toen verder in land zat. Het was nog een groot moerasgebied toen Misraïm daar arriveerde. Over de eerste farao Menes schrijft Herodotos dat deze de Nijl vanaf Memfis kanaliseerde en zorgde voor het droogleggen van het land (Herodotos Boek 2, 99).

     

    De pre-dynastieke periode voor Egypte loopt van 2239 v. Chr., het jaartal van de spraakverwarring en begin van de grote trek, tot aan 2018 v. Chr., het jaartal dat Menes, de eerste farao, het bewind overneemt wat een totaal van 221 jaar geeft.

     

     

    Een korte tijd terug schafte ik via het internet het boek van Dr. Werner Papke aan: “Die Sterne von Babylon, Die geheime Botschaft des Gilgamesch – nach 4000 Jahren entschlüsselt”. Het werk dateert al van 1989 (ISBN 3 7857 0498 4). De auteur brengt een Duitse vertaling van het Gilgamesj-epos en berekend de astronomische datum van de Babylonische versie van de zondvloed. Tot mijn verrassing kwam in zijn studie telkens weer het jaar 2340 v. Chr. tevoorschijn, voor het gebeuren. Het is hetzelfde jaartal waar ik bij arriveerde in mijn werk; TIJD en TIJDEN. En dit op basis van de sabbat- en jubeljaartelling op de wijze van tellen volgens William Whiston en vervolgens via de juiste verbinding met het tijdstip van de roeping van Abraham, voorafgegaan met de Genesisgeslachtsregisters van de aartsvaders. Ik beschouw de verkregen astronomische datum van 2340 v. Chr. van Werner Papke voor het Gilgamesj-epos, als een kruispeiling dat mijn in de tijd terug navigeren via de sabbat- en jubeljaren, bevestigd. In mijn werk TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: de datering van de spraakverwarring, blz. 13-21, wijs ik op afwijkende geslachtsregisters met hogere jaartallen dan de Masoretische getallen uit onze Bijbel, wat twijfel oproept, een twijfel die ongegrond bleek.

    Verbazend bij het lezen van het werk van Dr. Werner Papke, was ook de astronomische kennis van de Chaldeeërs. Zij waren blijkbaar Copernicus vierduizend jaar vooraf. Zij wisten bijvoorbeeld dat de planeten niet om de aarde, maar om de zon cirkelen en dat planeet aarde met haar maan op de vierde plaats na Saturnus komt. Het toont veel over de kennis van de nakomelingen van Noach in het derde millennium v. Chr. Navigeren op zee moet voor hen ook eenvoudig geweest zijn, en dit verklaart onder andere het ontstaan van de eerste beschavingen in Centraal-Amerika. Een continent dat vanuit Azië het eerst bereikt werd. Dit alles is een kennis die later verloren ging en in het Westen slechts vijfhonderd geleden opnieuw verkregen werd.

     

    De moderne Egyptologie negeert de geschiedenis uit het Bijbelboek Genesis en brengt een pre-dynastieke geschiedenis van Egypte op basis van de evolutietheorie. De tijd voor de eerste farao’s wordt over verschillende tijdperken uitgesmeerd en de aanvang in een ver niet meer verifieerbaar verleden, geplaatst. De bekende zogenaamde archaïsche tijd met de eerste en tweede dynastie, laat men rond 3150 v. Chr. met farao Menes, aanvangen. Maar voor die tijd is het gissen bij gebrek aan schriftelijke bronnen zijn. Te Naqada in Egypte werd een site door archeologen blootgelegd met een nederzetting die voor de Archaïsche tijd gedateerd werd, de zogenaamde Naqada-cultuur, verwijzend naar de mensen die tijdens de Kopertijd van circa 4400 tot 3150 v. Chr. het land daar bewerkten. De Naqada-cultuur werd onderverdeeld in drie fases van bewoning. De oudste veronderstelde fase is die van ‘Naqada I’ die bestond uit een lokale dorpscultuur. Maar ook voor de Naqada-cultuur laat men Egypte al bevolkt worden. Vanaf circa 10.000 tot 5000 v. Chr. rangschikken zogenaamde deskundigen het tijdperk van het Epipa-leolithicum op de tijdsbalk. Tijdens deze periode laat men volgens de theorie, bevolkingsgroepen vanuit de Sahara, de Boven-Nijl en Zuidwest-Azië in Egypte binnenkomen. Vanuit het Genesismodel gezien zijn dit de eerste kolonisten van de grote trek die in 2239 v. Chr. op gang kwam. De feiten op het terrein kloppen met elkaar met uitzondering van de dateringsmethode. En met de tijdsschijf die volgens de Egyptologie aan het Epipa-leolithicum voorafging: het Paleo-lithicum, gaan we helemaal de verdrukking in. Dit tijdperk laat men namelijk aanvangen rond 500.000 à 300.000 tot 10.000 v.Chr. Deze constructie is volledig op de evolutietheorie gebaseerd en blijft een theorie.

    Daar tegenover staat het Genesismodel dat een wereldwijde grote vloed brengt met het einde van de eerste beschaving sinds de Schepping, met een nieuw begin in 2340 v. Chr. De wereld die onderging was een beschaving zonder weerga, gelijk aan het Atlantis uit de Griekse mythologie. Maar het was een beschaving geweest die haar eigen weg naar de ondergang ging.

     

    De wereld van de voortijd die onderging was een wereld zonder weerga geweest, en dit op alle gebied. Honderdtwintig jaar voor de grote vloed was de maat vol en was de aarde en alles wat er op leefde gedoemd tot sterven. Wat de maat vol maakte was het vermengen van de zonen Gods met de dochters der mensen, met als resultaat; de Nefilim. Een Hebreeuws woord dat meestal vertaald wordt met reuzen of geweldenaars.

    Genesis 6:1 Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. 4 De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.

    5 Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6 berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7 En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. 8 Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN.

     

    Een periode van Gods handelen met de mens werd definitief afgesloten. Opmerkelijk vind ik dat er in het Bijbelboek Genesis staat geschreven dat de HERE God de deur van de ark sloot en niet Noach:

    Genesis 7:16 … en de HERE sloot de deur achter hem.

     

    Het was het afsluiten van een Bijbelse bedeling. Slechts acht mensen, vier mannen en vier vrouwen, overleefden de meganatuurcatastrofe van Godswege en begonnen daarna opnieuw, met een verbond van God en de belofte dat Hij nooit meer de aarde zou verderven (Genesis 9:9-11). Het ‘kwaad’ (Rom. 3:9-17) was echter mee de ark ingegaan en vooreerst in de lijn van Cham zou er dra een nieuwe opstand opkomen. Het was de Bijbelse Nimrod die zoals eerder vermeld, het verzet na de grote vloed leidde.

     

    Het antwoord van de HERE God hierop was de roeping van Abra(ha)m:

    Genesis 12:1 De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; 2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. 4 Toen ging Abram, zoals de HERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem; en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran trok. 5 Abram nu nam zijn vrouw Sarai en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de lieden, die zij in Haran verkregen hadden, en zij trokken uit om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. 6 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More; en de Kanaänieten waren toen in het land. (NBG Vertaling 1951)

     

    Deze nieuwe bedeling, de periode tussen de belofte aan Abraham en de Wet van Mozes, vangt aan in 1913 v. Chr. (zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: de Assyriërs en Abraham, blz. 47-58). In de geslachtslijn van Abraham via Isaak zou uiteindelijke de beloofde Verlosser van de dood: Jezus Christus, geboren worden.

     

    God is liefde, schrijft Johannes in zijn eerste brief: 1 Johannes 4: 8 “Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde”.

    De ‘Liefde’ is het hele Wezen van God. Zijn strijd is aldus gans anders dan die van de tegenstanders. De profeet Jesaja noemt Hem een God, die Zich verborgen houdt, maar uiteindelijk volgens Zijn plan tot Zijn doel komt, de verlossing van de dood voor de mens en het herstel van alle dingen.

    Jesaja 45:15 Voorwaar, Gij zijt een God, die Zich verborgen houdt, de God van Israël, een Verlosser. (NBG Vertaling 1951)

     

    Volgens de Seder Olam trok Abram nog hetzelfde jaar van de belofte en met de aankomst in Kanaän, door naar Egypte waar hij drie maanden als een gevolg van de hongersnood in Kanaän, verbleef (Genesis 12:10). In Egypte volgde onmiddellijk een verdrukking vanwege het feit dat de farao van Egypte de vrouw van Abram bij hun aankomst in Egypte begeerde, en in zijn harem liet opnemen. Dit is een voorbeeld van de ‘Cham-nietische’ cultuur. In de geest van Nimrod eigende farao zich de vrouw van Abraham, toe. Dit is een geschiedenis die in het Bijbelboek Genesis hoofdstuk twaalf van vers tien tot en met vers twintig beschreven staat. Na zijn verlossing uit deze penibele situatie door een tussenkomst van de HERE God, trok Abram met zijn vrouw Sarai terug naar Kanaän.

    Het Bijbelboek Genesis verwijst in hoofdstuk 12 uitsluitend naar ‘farao’, zonder een naam op te geven.

     

     

    Maar zoals uiteengezet in TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: het dateren van de eerste dynastie in Egypte, blz. 43-45, kunnen we de naam van de dan regerende farao invullen met farao Athotis van Manetho ’s tweede dynastie, de Teta van de Abydos-lijst. Athotis is dan de Griekse naam en Teta de Egyptische naam die heden in hiëroglyfen nog op de tempelmuur van Seti I te Abydos, gebeiteld staat. De pre-dynastieke periode van Egypte was aldus al geschiedenis toen Abraham in 1913 v. Chr. wegens een hongersnood in Kanaän naar Egypte trok.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    06-10-2015 om 10:23 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De uitzonderlijke lichaamslengte van farao Senwosret III

    Farao Sesostris III behoorde tot de Egyptische twaalfde dynastie. De twaalfde Egyptische dynastie van het Midden-Rijk, had al eerder mijn aandacht op dit blog en in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: het Egyptische Midden-rijk, blz. 89. Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De twaalfde dynastie is volgens de revisie van de geschiedenis van de oudheid contemporain met de derde, vierde, vijfde en zesde dynastie van het Oude Rijk. En beide Rijken komen tegelijkertijd aan hun einde, als een gevolg van de Exodus en de invasie van de Hyksos/Amoe/Amalekieten, in 1483 v. Chr. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1432504800&stopdatum=1433109600

    De farao van de verdrukking in het gereviseerde model is Pepi II van de zesde dynastie. Zijn handlanger was farao Senwosret III

     

     

    Exodus 1:8 Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. 9 Deze nu zeide tot zijn volk: Zie, het volk der Israëlieten is groter en talrijker dan wij. 10 Welnu, laten wij met beleid tegen hen optreden, opdat zij zich niet vermenigvuldigen en zich – als wij in oorlog komen – bij onze tegenstanders aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken. 11 Daarom stelde men opzichters van herendiensten over hen aan om hen door de hun opgelegde dwangarbeid te onderdrukken: zij moesten voor Farao voorraadsteden bouwen, Pitom en Raämses. 12 Maar hoemeer men hen onderdrukte, des te meer vermenigvuldigden zij zich en breidden zij zich uit, zodat men bevreesd werd voor de Israëlieten. 13 Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken; 14 ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slavenarbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld – alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten.

     

     

    De afbeelding hierboven toont bouwwerken ten tijde van de twaalfde dynastie die uit leem en tichelstenen gemaakt zijn. Het zijn zulke gebouwen die de Israëlieten als slaven verplicht werden te bouwen.

     

    Farao Senwosret III zou hier de opzichter geweest kunnen zijn waar het Bijbelboek Exodus 1:11 naar verwijst.

    Een merkwaardigheid aan Senwosret III was zijn enorme lichaamslengte. Manetho vermeldt (wat niet zijn gewoonte was voor andere farao’s) over Senwosret een lengte van vier el, drie palmen en twee duimbreedten. De lengtematen in de Bijbel zijn aan het menselijk lichaam ontleend, zo ook was dit het geval in het oude Egypte. Een Bijbelse EL berekenen we vandaag naar 445 millimeter, alhoewel er afwijkende getallen mogelijk zijn. Zie het artikel op dit blog van 09-03-2015: Salomo ’s huis: Woud van de Libanon. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1425855600&stopdatum=1426460400

     

     

    Op basis van 445 millimeter voor een el, 76 millimeter voor een palm, en 19 millimeter voor een vingerbreedte, kunnen we de beschreven lichaamslengte van Senwosret III berekenen op 2,046 meter.

    Een tijdgenoot van Senwosret III (volgens mijn revisie van de geschiedenis van het oudheid-Egypte) was; farao Sesochris van Manetho 's tweede dynastie. Farao Sesochris had volgens Manetho ook een ongewone lichaamslengte van vijf el, drie palmen en twee vingers, of ongeveer 2,491 meter, een reus van een vent dus.

    Het vinden van de stoffelijke resten van deze farao’s zou opheldering kunnen geven maar tot op heden werden de mummies van deze heersers niet gevonden. Het vinden van reuzenmummies zou wel de ontdekking van de eeuw voor Egypte worden. Waren deze farao's afstammelingen van de Bijbelse Nefilim? Een vraag waar moeilijk op geantwoord kan worden.

     

    Met Senwosret III, als de farao-opzichter van de verdrukking, moeten de Israëlieten zich voor hem als sprinkhanen gevoeld hebben. Hetzelfde gevoel dat ze een generatie later met sommige bewoners van Kanaän zouden hebben. De Bijbelse Nefilim dateren voornamelijk van voor de Grote Vloed (Genesis 6:4). Maar het Schriftwoord vermeldt ook: ‘daarna’. En inderdaad wanneer de Israëlieten onder leiding van Jozua het beloofde land Kanaän in 1483 v. Chr. verspiedden en veertig jaar later effectief binnentrokken is er weer in de Bijbel sprake van Nefilim of reuzen:

    Numeri 13:33 Wij hebben ook daar (Kanaän) de reuzen gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen.

     

    Deuteronomium 3:11 Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen (4,7 meter) is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog. 12 Ditzelfde land nu namen wij te dier tijd in bezit; van Aroer af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead, met de steden van hetzelve, gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten. (Statenvertaling)

     

    Er zijn nog verwijzingen in de Bijbel te vinden die naar uitzonderlijk grote mensen verwijzen, waar menig Bijbelcriticus de schouders bij ophaalt.

    Maar nu blijkt dat ook Egyptische bronnen naar mensen van uitzonderlijke lengte verwijzen. En dit zijn farao’s die volgens de revisie van de geschiedenis van de oudheid, nu tijdgenoten van de in de Bijbel beschreven reuzen zijn.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

    29-09-2015 om 09:16 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronologie van de Apocalyps

    “Het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA heeft met klem ontkend dat er tussen 15 en 28 september een asteroïde zou inslaan op onze planeet”. Dit blokletterden meerdere kranten online in augustus van dit jaar. En dit heeft alles te maken met de verwachte bloedmaan op 28 september, dat volgens bepaalde (vooral) Amerikaanse christenen het begin van de Apocalyps zal doen zien. De rage op het internet is zo omvangrijk dat zelfs NASA meende een weerwoord te moeten lanceren.

     

    De bloedmaan van 28 september 2015 is de laatste van vier bloed-manen sinds april 2014, en sluit een tetrade af. De vier bloed-manen vielen telkens tegelijkertijd met de Joodse feestdagen van Pesach en Sukkot. En vandaar ook de verwachting bij sommigen dat deze data het begin van de Apocalyps zou te zien geven, of iets heel bijzonder in ieder geval.

    Met dit artikel breng ik de chronologische volgorde van de te verwachten toekomstige gebeurtenissen. De beschreven oordeelstijd in het Bijbelboek Openbaring gaat over een periode van ongeveer zeven jaar plaatsvinden, dezelfde tijdsperiode waar de zeventigste jaarweek van de profeet Daniël over handelt. Met dit verschil dat met het Bijbelboek Openbaring veel meer details ingevuld kunnen worden.

    Net zoals bij de zeventigste jaarweek van Daniël wordt de oordeelsperiode van Openbaring, ook in twee gelijke delen gedeeld. Maar eerste even hierna een inleiding.

    Openbaring 1:1 Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. 2 Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. 3 Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het Boek Openbaring is het laatste boek van de Bijbel en leert de komst van de Koning der koningen naar de aarde. Het is het beloofde Godsrijk dat vanuit de hemel van God door de persoonlijke terugkeer van Jezus Christus, de opgestane Heer en Heiland, eens opgericht zal worden. De Apocalyps is ook een boek dat rampen voorspelt en de naam Armageddon alleen al roept met recht onheilsgedachten op.

    De exegese van de gevestigde kerken leert dat het Boek ongeveer rond het jaar 90 AD door (een) Johannes geschreven werd, met de bedoeling de christenen die dan door vervolgingen van de Romeinse keizers gingen, moed in te spreken door ze hoop op betere tijden te geven. De apostel deed dit, volgens de exegese, door te schrijven over de aanvallen van boze machten op de christenen, rampen die het naderende einde aankondigden en de komst van het Rijk Gods. Volgens deze exegese is het boek Openbaring al lang geschiedenis dat zich ten tijde van het Romeinse Rijk afspeelde. Geen profetie wordt door het gevestigde christendom gezocht noch verwacht.

    De bekende twaalf artikelen van het geloof leren nochtans de komst van Christus: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden; opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving van de zonden; opstanding van het vlees; …

    Ik meen dat artikel zeven de wederkomst van Christus leert. Een verwachting die de gevestigde kerken over de eeuwen heen, opgegeven hebben. Het boek Openbaring is een profetisch boek zoals ook het eerste hoofdstuk van de Openbaring onmiddellijk duidelijk maakt. Het boek Openbaring wordt uiteindelijk geschiedenis,(!) maar dan geschiedenis van tevoren geschreven. Het boek leert dat er een periode ‘komt’ dat Satan duizend jaar gebonden zal worden. Deze periode heet in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, “chilia etè”, waarvan het woord chiliasme is afgeleid. En uit het Latijn heeft men Millennium afgeleid.

    Openbaring 11:1 En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. 2 Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang. 3 En Ik zal mijn twee getuigen  lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. 4 Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. 5 En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden. 6 Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. 7 En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden . 8 En hun lijk (zal liggen) op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd. 9 En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. 10 En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden. (NBG Vertaling 1951)

     

    Dit Bijbelgedeelte spreekt over de oordeelstijd, chronologisch verdeeld over twee perioden met tijdens de eerste helft van twaalfhonderdzestig dagen, twee getuigen van de HERE God die te Jeruzalem optreden en die tegen de dan herstelde eredienst spreken. Zij worden in de helft van de eindtijdperiode door ‘het beest’ dat uit de afgrond opkomt, gedood. Dit ‘beest’ (een andere invulling voor de ‘goddeloze’, ‘wetteloze’ of ‘antichrist’) krijgt daarop tweeënveertig maanden de tijd om zijn ding te doen alvorens de Koning der koningen hem bij Zijn komst wegvaagt.

    De beschreven maanden worden aan dertig dagen per maand gerekend wat ongeveer in totaal zeven jaar in zonnejaren uitmaakt.

     

     

    De zeventigste jaarweek van de profeet Daniël (9:26) begint met dezelfde heerser als die beschreven in Openbaring, die de stad Jeruzalem en het heiligdom in het jaar 70 AD te gronde richtte: “het volk van een vorst zal komen, die de stad en het heiligdom te gronde zal richten”. Dit was de historische Titus die in 70 AD Jeruzalem en de Tempel met de grond gelijk maakte. Een toekomstige Titus zal vanaf de eerste helft van de laatste jaarweek; ‘het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden”. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 395. Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

     

    Dit sluit aan bij het Bijbelboek Openbaring waar het begin van de eindtijd wordt aangekondigd, vanaf de verbreking van het eerste zegel:

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier wezens zeggen met een stem als van een donderslag: Kom! 2 En ik zag, en zie, een wit paard, en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen.

     

    Beide zijn dezelfde persoon: de ‘hij’ van het Bijbelboek Daniël die in het jaar 70 AD Jeruzalem en de tempel vernietigde en de Joden in ballingschap wegvoerde, én de ruiter op het eerste paard die een kroon gegeven wordt en met een boog uitrijdt overwinnende en om te overwinnen. Hij is de in de Bijbel beschreven: ‘Assyriër’ van de eindtijd, een gereïncarneerde Nimrod, die op God ’s tijd opnieuw een kroon gegeven wordt. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1421017200&stopdatum=1421622000 en scrol naar beneden),

    De eerste ruiter van de Apocalyps brengt (schijn)vrede over de gehele wereld en zal daarom alleen al, als een Messias aanzien worden. Hoelang deze vrede zal aanhouden staat niet beschreven, maar we kunnen aannemen dat het voor een hele tijd zal zijn. Het resultaat zal voorspoed voor velen betekenen. Het huidige verscheurde Midden-Oosten zal zich politiek/economisch verenigen in een Unie van vijf staten die aansluiting zullen zoeken bij de Unie van het West-Romeinse Rijk en zodoende het Romeinse Rijk van weleer doen herrijzen. Tegen deze nieuwe wereldmacht in een unie van tien staten vanaf de Atlantische Oceaan tot aan de Indus in Azië, staan aanvankelijk in de rand nog tegenstanders die zich verzetten.

     

    Openbaring 6:1 En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de vier dieren zeggen met een stem als van een donderslag: Kom! 2 En ik zag, en zie, een wit paard, en die erop zat, had een boog en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen. 3 En toen Hij het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom! 4 En een tweede, een rossig paard, kwam, en hem, die erop zat, werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkander zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.

     

    De tweede Ruiter, op een rossig paard ditmaal, die uitrijdt, neemt de vrede van de aarde weg en is verantwoordelijk voor een grote slachting onder de wereldbevolking. Ik meen dat de profetie van de Ezechiël hoofdstuk 38 met de beschreven invasie van Gog uit Magog in de tijdsperiode in het Bijbelboek Openbaring beschreven, hier inpast.

    Ezechiël 38:1 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem, 3 en zeg: zo zegt de Here HERE: zie, ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 4 Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; 5 ook Perzen, Ethiopiërs en Puteeërs, allen met schild en helm; 6 Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-Togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden – vele volken met u. 7 Maak u gereed en rust u toe, gij met al de scharen die zich bij u gevoegd hebben; wees gij hun tot een leidsman. 8 Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid. 9 Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u. 10 Zo zegt de Here HERE: Te dien dage zullen er plannen in uw hart opkomen; gij zult een boze aanslag beramen, – 11 gij zult zeggen: ik zal optrekken tegen een land van dorpen, een overval plegen op vreedzame lieden, die in gerustheid wonen, allen zonder muur, grendels of poorten – 12 om buit te maken en roof te plegen, om uw hand te keren tegen de weer bewoonde puinhopen en tegen een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profeet Ezechiël schildert in dit hoofdstuk een beeld van een teruggekeerd Israël dat in het Beloofde Land in gerustheid woont. Zij hebben zich van hun vele verdedigingsoorlogen hersteld en leven dan in vrede met hun Arabische buren. Vers elf leert dat alle muren, grendels en poorten die momenteel het land ontsieren, dan verdwenen zullen zijn. Vanuit het Bijbelboek Openbaring weten we ook dat er in Jeruzalem een nieuwe eredienst op de Tempelberg is ingesteld, die door de twee getuigen van Openbaring 11, tegengesproken wordt. Tegelijkertijd is er een handlanger van ‘het beest’ in Jeruzalem werkzaam, die zelfs in staat is om vuur uit de hemel over de opnieuw ingestelde dierenoffers, te laten neerkomen. De misleiding zal geen grenzen kennen.

    De door de profeet Ezechiël beschreven rust, is echter niet de rust van het Beloofde Messiaanse Vrederijk, maar is de valse rust die de pseudo-Messias, de ruiter op het eerste Apocalyptische paard, gebracht heeft. De tweede Apocalyptische ruiter op het rossige paard van Openbaring 6:4, is dan Gog uit het land Magog, uit het verre noorden (ten opzichte van Israël), die met een geweldige legermacht plotseling richting Israël oprukt en hierbij ook het gebied van het nieuwe Oost-Romeinse Rijk binnentrekt. Op de bergen Israël ’s zal Gog van Magog en zijn bondgenoten echter door een ingrijpen van de HERE God verslagen worden. Het Schriftwoord spreekt over een zware aardbeving en over het merkwaardige feit dat het zwaard van de een tegen de ander zal zijn (Ez. 38:18-22). Hagelstenen, vuur en zwavel zal over het leger van Gog en zijn bondgenoten neerdalen. Het resultaat van dit alles is uiteindelijk het kennen van de HERE God door een gelovig overblijfsel van Israël (Ez. 39:22), van die dag af en voortaan. Zo dadelijk hierover meer.

    Ook het land Magog en de kustlanden delen in de vernietiging van de menigten van Gog op de bergen Israël ‘s:

    Ezechiël 39: 6 Ik zal vuur werpen in Magog en onder hen die in gerustheid de kustlanden bewonen; en zij zullen weten, dat Ik de HERE ben.

     

     

    De kustlanden zijn in de Bijbel de landen aan de andere zijde van de Middellandse Zee, tegenover Israël. Zij hebben zich dan verenigd in een unie van vijf staten en hebben aldus het West-Romeinse Rijk hersteld. Zij worden ook in Ezechiël 38:13 vermeld maar als vragen stellend aan Gog in verband met diens onverwachte agressie:

    Ezechiël 38:13 Scheba, Dedan, de handelaars en al de machtigen van Tarsis zullen tot u zeggen: Komt gij om buit te maken; hebt gij uw schare bijeengeroepen om roof te plegen, om zilver en goud weg te slepen, om have en goed te bemachtigen, om een grote buit te maken?

     

    De vrede en voorspoed die de eerste ruiter op het witte paard zoals beschreven in Openbaring 6:1 bracht wordt bruut verstoord met het uitrijden van het tweede rossige paard. Het is naar het onverwacht wegnemen van de universele vrede door de tweede ruiter die Gog voorstelt, dat Paulus in zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen verwijst.

    1 Thessalonicenzen 5:1 Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: 2 immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht. 3 Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.

     

    De uitdrukking ‘het is alles vrede en rust’ van Paulus, duidt op een harmonie zoals ze in de mensenwereld nog nooit voorgekomen is. Vanuit Openbaring hoofdstuk 17 weten we ook dat er tijdens de eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd, één wereldreligie zal zijn. Alle religies zullen blijkbaar ooit in één religie samengaan en een tegenstander van de HERE God van de Bijbel en Zijn Gezalfde, zijn. De zetel, de residentie van de eindtijd-religie zal in het oude Babylon gevestigd zijn. Na twaalfhonderdzestig dagen of drie en half jaar, zal de eenheidsreligie door de tien leiders van het herstelde Romeinse Rijk vernietigd worden (Openb. 17:16-17), en beginnen de laatste drie en half jaar van de oordeelstijd alvorens Jezus Christus, de Koning der koningen, komt.

     

    In de helft van de zevenjarige oordeelstijd worden de twee getuigen van de HERE God te Jeruzalem door ‘het beest’ gedood. De herstelde religieuze eredienst in Jeruzalem waar de twee getuigen tegen predikten wordt ook tegelijkertijd door ‘het beest’ verwijderd.

    Het beest van Openbaring hoofdstuk 13 en 17 heeft in de Bijbel meerdere namen. De bekendste is de naam ‘antichrist’ die de apostel Johannes hem in zijn brieven geeft. In de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus in de evangeliën opgeschreven, zwijgt Christus in 30 AD over de twee getuigen en vestigt de de aandacht uitsluitend op de profetie van Daniël:

    Matteüs 24:1 En Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. 3 Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst  en van de voleinding der wereld? 4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! 5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. 6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. 7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. 8 Doch dat alles is het begin der weeën. 9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijn ‘s naam ‘s wil. 10 En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. 11 En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 12 En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. 13 Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. 14 En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.

     

    Het antwoord op de vraag van de discipelen naar het wanneer en het teken van de wederkomst met de voleinding van de wereld, beantwoordt de Heer Jezus met een opsomming van gebeurtenissen die we ook in het Bijbelboek Openbaring terugvinden. De verzen vier tot en met vijf vinden hun vervulling bij het uitrijden van de eerste ruiter op het witte paard. De verzen zes tot en met zeven vinden hun vervulling bij het uitrijden van het tweede rossige paard dat de vrede op de aarde wegneemt. De verzen acht tot en met dertien vinden hun vervulling in de eerste helft van de zevenjarige oordeelstijd wanneer de twee getuigen van God in Jeruzalem optreden en tegen de herstelde offerdienst spreken. En vers veertien met de voorzegging dat dan het evangelie van het Koninkrijk over de gehele wereld gepredikt zal worden tot een getuigenis voor alle volken waarna het einde volgt, vindt zijn vervulling in de twee getuigen te Jeruzalem en in de honderdvierenveertigduizend verzegelden uit de twaalf stammen van Israël die blijkbaar ‘het evangelie van het Koninkrijk’ over de gehele wereld zullen brengen. Het is het vervolg en eindvervulling van de uitnodiging tot het Koninklijke Bruiloftsmaal van Matteüs 22:1-14. Vervolgens lezen we vanaf Matteüs hoofdstuk 24 vers vijftien de beschrijving van wat er in de tweede helft van de zevenjarige oordeelstijd gebeurt:

    Matteüs 24:15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn, 16 vluchten naar de bergen. 17 Wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, 18 kere niet terug om zijn kleed mede te nemen. 19 Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen. 20 Bidt, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat. 21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. 22 En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.

     

    Na een periode van twaalfhonderdzestig dagen of drie en half jaar wanneer de twee getuigen van de Heer God door ‘het beest’ vermoord worden, ziet men naar de woorden van Jezus Christus van 30 AD, op de tempelberg, op de heilige plaats, een ‘gruwel der verwoesting’ staan. En dit is een teken voor degenen die dan in Judea zijn, haastig te vluchten naar de bergen.

    Wat de ‘de gruwel der verwoesting’ die op de heilige plaats zal staan, zijn zal, wordt niet onmiddellijk duidelijk gemaakt? De discipelen wisten echter wat ermee bedoelt was. Volgens mijn mening zal het een replica van de ark van het verbond zijn. De originele ark was door de soldaten van de Babyloniër Nebukadnezar in 586 v. Chr. vernietigd.

     

     

    In de herbouwde tempel ontbrak de ark van het verbond. Zie het artikel op dit blog van 07-04-2014: wat gebeurde er nu werkelijk met de ark van het verbond? Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1396821600&stopdatum=1397426400 en scrol naar beneden. 

     

    In het artikel citeer ik Bijbelgedeelten die duidelijk maken dat de Ark van het Verbond in 586 v. Chr. door de Babyloniërs met alle andere Tempelattributen, samen met de Tempel vernietigd werd. In de tempel die zeventig jaar later herbouwd was, was er geen ark meer ter plaatsing in het Heilige der Heiligen. En ook in de herbouwde tempel van Herodes de Grote bevond zich geen Ark van het Verbond. En volgens de profeet Jeremia zou de Ark niet weer gemaakt worden. Het moet dan ook duidelijk zijn dat het verhaal in het Apocrief boek 2 Makkabeeën gebracht, dat de Roomse kerk aan haar Bijbel heeft toegevoegd, een leugen is en gecatalogiseerd moet worden bij de andere vele legendes dienaangaande. Hierna het betreffende gedeelte:

    2 Makkabeeën 2:4 Verder staat er in hetzelfde geschrift dat de profeet, gehoorzaam aan een goddelijke ingeving, de verbondstent en de ark liet halen en achter hem aan liet dragen, terwijl hij de berg beklom die Mozes bestegen had om het erfdeel van God te aanschouwen. 5 Daar aangekomen vond Jeremia een rotsspelonk; daarin plaatste hij de tent, de ark en het reukofferaltaar en hij sloot de toegang af. 6 Toen enkele van zijn metgezellen er weer heen gingen om de weg te markeren, konden ze de plaats niet meer vinden. 7 Jeremia hoorde van hun poging en maakte hun verwijten. Hij zei: ‘Die plaats moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt en het zijn barmhartigheid toont. 8 Dan zal de Heer dat alles weer tevoorschijn brengen; dan zal de glorie van de Heer in een wolk verschijnen, zoals dat gebeurd is in de tijd van Mozes en ook in die van Salomo, toen hij bad dat de tempel op grootse wijze geheiligd zou worden.’ 9 Ook werd erin verteld wat Salomo in zijn wijsheid deed toen hij bij de voltooiing van de tempel het inwijdingsoffer opdroeg: 10 zoals er tijdens Mozes’ gebed tot de Heer vuur uit de hemel was neergedaald, zo daalde er ook tijdens zijn gebed vuur neer en dit verteerde de brandoffers. (Willibrord Vertaling 1995)

     

    Dat de apocriefe boeken 1 en 2 Makkabeeën naar de ark van het verbond verwijzen in relatie met het herstel van Israël bevestigd dat er toen al wilde verwachtingen betreffende de ark, de ronde deden. Het moet duidelijk zijn dat dit door Rome toegevoegd boek aan de Joodse Bijbel, in de toekomst een bron van misleiding zal worden, wanneer inderdaad ooit een replica van de Ark gevonden zal worden. Dit attribuut zal zijn rol spelen in de herstelde offerdienst. Wanneer bovendien de Israëlische handlanger van het ‘Beest uit de zee’, vuur uit de hemel op het dierenoffer laat neerregenen, zal menigeen overtuigd zijn van de juistheid van de nieuwe religie. Het toppunt van misleiding zal het plaatsnemen van ‘het beest’ op de Tempelberg zijn. Voor Paulus in zijn tweede brief aan de Thessalonicenzen is dit het begin van het einde van de eindtijd:

    2 Thessalonicenzen 2:3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs , 4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. 5 Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb?

     

    Paulus spreekt over de afval die aan de komst van ‘de tegenstander’ voorafgaat. Uiteindelijk gaat het naar de aanbidding van ‘het beest’, in volledige afwijzing van de God van de Bijbel. Wanneer we verder de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus naar het Matteüs-evangelie volgen, blijkt de chronologie overeen te stemmen met de overige Bijbelboeken:

    Matteüs 24:23 Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. 24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. 25 Zie, Ik heb het u voorzegd. 26 Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de (geheime) binnenkamer, gelooft het niet.

     

    Het zich tot een god verheffen door ‘het beest’ te Jeruzalem, is het startsein voor het gelovig overblijfsel van de Israël om naar de bergen te vluchten zoals we in Matteüs 24:15-16 gelezen hebben. De overige Israëli’s die het merkteken van ‘het beest’ aanvaard hebben, worden spreekwoordelijk uitgespuwd en dit naar de waarschuwing in Leviticus 18:2-28 en Openbaring 3:16.

    De vlucht naar de bergen, naar de woestijn, is een omgekeerde exodus die in meerdere Bijbelboeken beschreven staat:

    Openbaring 12:6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden.

     

    De vermelde plaats naar waar in Openbaring 12:6 verwezen wordt, is volgens het Bijbelboek Daniël, het over-Jordaanse gebied, of het huidige Jordanië en het noordwesten van Saoedi-Arabië. Daniël beschrijft in het elfde hoofdstuk van het gelijknamige Bijbelboek de invasie van de koning van het Noorden, ook de Assyriër genaamd die vanuit zijn kernland, het herstelde Assyrië, de landen van het Midden-Oosten zal overrompelen en hierbij drie koningen ten val brengt. Maar dan staat er geschreven dat het gebied van Edom, Moab en de Ammonieten  aan zijn macht zullen ontkomen.

    Daniël 11:41 Ook het Sieraadland (=Israël) zal hij (=de koning van het noorden) binnenvallen, en velen zullen struikelen; maar aan zijn macht zullen ontkomen: Edom, Moab en de keur der Ammonieten.

     

    Ook de profeet Jesaja verwijst naar de woestijn van het over-Jordaanse gebied:

    Jesaja 16:1 Heersers des lands, zendt de lammeren van de rotsen (Petra) de woestijn in naar de berg der dochter van Sion.

     

    Het is in deze woestijn dat zij veilig van de koning van het noorden alias ‘het beest’ drie en half jaar door de HERE God onderhouden zullen worden:

    Hosea 2:13 Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. 14 Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.

     

    Jeremia 31:2 Zo zegt de HERE: Het volk der ontkomenen aan het zwaard vond genade in de woestijn, Israël, op weg naar zijn rust.

     

    Openbaring 3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. 11 Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme.

     

     

    De vlucht van de getrouwe Israëli’s naar de bergen, als een gevolg van het zien van de gruwel der verwoesting op de Tempelberg, geschied in de helft van de zevenjarige oordeelsperiode. Gedurende tweeënveertig maanden zullen zij daarna onaangetast door ‘het beest’ in de woestijn verblijven, in wezen een derde ballingschap, waarna zij aan het einde van de eindtijd het Beloofde Land binnengeleid zullen worden. In de woestijn vindt ook de geprofeteerde bruiloft plaats waarbij Israël geestelijk hersteld wordt:

    Hosea 2:15 En het zal te dien dage geschieden, luidt het woord des HEREN, dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baäl. 16 Ja, Ik zal de namen der Baäls verwijderen uit haar mond; hun naam zal niet meer genoemd worden. 17 Te dien dage zal Ik voor hen een verbond sluiten met het gedierte des velds, het gevogelte des hemels en het kruipend gedierte der aarde. Dan zal Ik boog en zwaard en oorlogstuig in het land verbreken, en hen veilig doen wonen. 18 Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; 19 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen.

     

    Openbaring 19:9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal  des Lams.

     

    De genodigden tot de bruiloft zijn naar mijn mening de ‘vol’tallige Gemeente, de Ekklesia, die kort voor de tijd van ‘het herstel van het koningschap van Israël’ (Handelingen 1:6-11) hun opstanding kregen (1 Thessalonicenzen 4:13-17), en naar de Stad van God in de hemel werden opgetrokken. Vanuit die andere dimensie zijn zij vanuit hun transparante verblijfplaats, van Bovenuit getuige van het herstel van Israël in de woestijn.

    De Gemeente of Ekklesia vindt men in het boek Openbaring niet terug. Vanaf het eerste hoofdstuk van Openbaring wordt de draad met het oude verbondsvolk Israël opnieuw opgenomen. Een draad die verbroken werd bij het verwerpen van Messias Jezus door de Joden bij zijn eerste komst, zoals beschreven tussen de gebeurtenissen van Matteüs 13:1 tot Handelingen 28: 17-29. Zie ook het artikel op dit blog van 30-06-2015:

    De Tijden der Heidenen. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1435528800&stopdatum=1436133600

     

    Gedurende de nog resterende tweeënveertig maanden gaan intussen de oordelen zoals beschreven in het Bijbelboek Openbaring, over de wereld. Eerst de ruiters, vervolgens de bazuinoordelen gevolgd door de schalen van gramschap. Tijdens deze oordelen gaat ‘het beest’ op aanraden van de valse profeet (Openbaring 13:16-18) over tot het registreren van alle mensen onder zijn controle, door middel van het aanbrengen van zijn merkteken, het getal van zijn naam, op de hand en/of het voorhoofd van ieder mens. Diegenen die alsnog weigeren worden gedood. Helemaal aan het einde met de slag bij Harmageddon komt de Koning der koningen, de Heer der heren, Jezus Christus naar Jeruzalem terug (Openbaring hoofdstuk 19). Wat weer aansluit bij de rede over de laatste dingen van de Heer Jezus Christus, volgens het evangelie naar Matteüs 24:

    Matteüs 24:27 Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. 28 Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen. 29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. 30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.

     

    Het is aan het einde van de eindtijd zoals vermeld in Matteüs 24:29 dat er een bijzonder kosmisch fenomeen aan zon en maan geschied. Het is dezelfde gebeurtenis die de profeet Joël aankondigde:

    Joël 2:28 Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. 29 Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. 30 Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. 32 En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen. (NBG 1951 vertaling)

     

    Volgens de Bijbelexegese van het gevestigde christendom werd de profetie van Joël 2:28-32, met Pinksteren bij het begin van de Kerk of Gemeente, volledig vervuld. Voor hen leert de Schrift geen derde herstel van Israël als volk, geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen. De kerk is volgens deze leer in de plaats van het Jodenvolk of Israël gesteld. Wanneer we de profetie van Joël echter vrij van alle tradities willen lezen en innemen, moet het duidelijk zijn dat in 30 AD met de uitstorting van de Heilige Geest over honderdtwintig mannen en vrouwen te Jeruzalem, niet de volledige vervulling van het betreffende Bijbelcitaat, geschiedde.

    Ook is het chronologisch gezien, pas aan het einde van de eindtijd dat de zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed. De tetrade van bloed-manen van 2014/2015, die vier maal gelijk vielen met de Joodse feestdagen van Pesach en Sukkot, en nu in september 2015 voor de laatste keer met Sukkot gezien zal worden, is aldus ook niet de vervulling van de profetie van Joël. Op God ‘s tijd echter en op een dag door een astronoom niet te berekenen, zal deze profetie pas uitkomen. Zie ook het artikel op dit blog van 20-05-2014: de profeet Joël en de tetrade van bloedrode maansverduisteringen in 2014/2015. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1400450400&stopdatum=1401055200

    En meer recent schreef ik op dit blog op 18-06-2015 een artikel over het Egypte van de eindtijdperiode en haar lot daarin. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1434319200&stopdatum=1434924000

     

    Het hier beschreven scenario is niet voor morgen en ook niet voor overmorgen, maar vergt nog een geruime tijd alvorens alle stukken voor de opvoering klaar staan. De Verenigde Staten van Amerika komen in de Apocalyps niet voor. Zij hebben zich tegen die tijd op hun continent tussen twee oceanen teruggetrokken, een terugkeer naar de politiek van het isolationisme van vijfenzeventig jaar geleden. Hun huidige rol van politieman van de wereld is dan ook opgegeven. De redenen hiertoe kunnen vele zijn en het vandaag proberen invullen van deze redenen, alleen maar speculatie zijn.

    Ik hoop dat ik met mijn bijdrage niet toevoeg aan de verwarring die er over dit thema bestaat, maar dat het een aanvulling mag zijn. Ik studeer en schrijf alleen maar naar ‘de mate van de genade’ die mij gegeven is (Efeze 4:7)

     

    Wordt vervolgd..

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    23-09-2015 om 09:01 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.gelijk ‘Salman’ Bet-Arbel verwoestte…

    Hosea 10:12 Zaait in gerechtigheid, oogst in liefde, ontgint u nieuw land. Dan is het tijd om de HERE te vragen, totdat Hij komt en voor u gerechtigheid laat regenen. 13 Gij hebt goddeloosheid geploegd, misdaad geoogst; de vrucht van leugen hebt gij gegeten, omdat gij hebt vertrouwd op uw eigen weg, op uw vele helden. 14 Daarom zal krijgsrumoer zich tegen uw volk verheffen, en al uw vestingen zullen worden verwoest, gelijk Salman Bet-Arbel verwoestte, ten dage van de strijd, toen moeder en kinderen werden verpletterd. 15 Zulks heeft Betel u aangedaan, vanwege uw diepe verdorvenheid. In de morgenstond wordt de koning van Israël voorgoed verdelgd. (NBG Vertaling 1951)

     

    De profeet Hosea verwijst in dit Bijbelgedeelte in zijn oordeelsaankondiging over Israël, naar een zekere ‘Salman’. Een krijgsheer die in loop van de geschiedenis van Israël, verantwoordelijk was voor de meedogenloze verwoesting van de plaats Bet-Arbel. Alle andere versterkte plaatsen in het gebied van het tienstammenrijk zouden volgens het Profetische Woord van Hosea op gelijkaardige wijze verwoest worden.

     

    Over de identiteit van Salman bestaan er echter onder Bijbelvorsers meerdere meningen. De meest voorkomende mening is dat Salman een verkorting van de naam Salmaneser, is. De naam namelijk van de Assyrische koning Salmaneser V die in 717 v. Chr. Samaria innam, de versterkte steden van het tienstammenrijk ontmantelde, en de tien stammen van Israël in ballingschap wegvoerde. Tegen deze identificatie kan men stellen dat ‘Salman’ met de beschreven verwoesting van Beth-Arbel, voorafging aan de geprofeteerde verwoesting.

    De Bijbelvorser E.W. Büllinger verwijst in zijn commentaar op dit Bijbelgedeelte, dat met Salman ‘misschien’ Salamanoe de koning van Moab bedoelt is, die ten tijde van de regeerperiode van de Assyriër Tiglath Pileser III leefde, en dus een tijdgenoot van Hosea was. En de Hebreeuwse Septuagintvertalers in de derde eeuw voor Christus in Egypte, hebben in het Grieks ‘Salman’ dan weer weergegeven als een Prins Salomo uit het huis van Jerobeam? Vraagteken op vraagteken roept de studie ter identificatie van ‘Salman’ op.

     

    De profeet Hosea trad op ten tijde van koning Jerobeam II van het tienstammenrijk en ten tijde van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia van het tweestammenrijk Juda.

    Hosea 1:1 Het woord des HEREN, dat tot Hosea, de zoon van Beëri, kwam, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Jechizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël.

    De regeerperioden van de vermelde koningen zijn de volgende:

    Jerobeam II        816/776 v. Chr.

    Uzzia                   803/750

    Jotam                  755/739

    Achaz                  739/722

    Hizkia                  724/697

     

    Van af het begin van de regeerperiode van Jerobeam II tot het einde van de regeerperiode van Hizkia geeft dit een totaal van honderdnegentien jaar. We weten echter niet wanneer juist ten tijde van Jerobeam II, de profeet Hosea zijn bediening begon. Met zekerheid kunnen we aannemen dat de profeet Hosea zijn bediening had tot aan de val van Samaria, in het zesde regeringsjaar van koning Hizkia van Juda in 717 v. Chr. Het begin van zijn bediening zou ook aan het einde van de regeerperiode van Jerobeam II geplaatst kunnen worden, zoals bijvoorbeeld in het jaar 776 v. Chr., het jaar dat ook de profeet Jesaja zijn bediening begon, of in het jaar 778 v. Chr. aan het einde van de bediening van de profeet Amos. Indien deze jaartallen in aanmerking komen hebben we een totaal van zestig plus jaren voor de bedieningsperiode van de profeet Hosea. Wat maakt dat indien Hosea vanaf zijn dertigste jaar geroepen werd, hij een leeftijd van meer dan negentig plus jaar, bereikt heeft. Het blijft echter bij gissen aangezien in het betreffende Bijbelgedeelte alleen de namen van de koningen opgegeven worden en geen jaartallen. Voor wat de regeerperioden van de koningen van Israël en Juda betreft schreef ik eerder op dit blog een artikel op 06-02-2014: de chronologie van de koningen van Israël en Juda. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1391382000&stopdatum=1391986800

     

    De bedoeling van dit artikel is een alternatieve identificatie voor Salman aan te bieden en het plaatsen van Bet-Arbel op de landkaart. Want dit laatste blijft tot op heden ook onduidelijk. Zie hierna het commentaar van de Bijbelse Encyclopedie, Uitgever J. H. KOK, Kampen, tweede geheel herziene druk:

    “Bet-Arbel: De profeet Hosea stelt aan het Tienstammenrijk Bet Arbel ten voorbeeld, dat door Salman is verwoest, Hos. 10 14. Het is niet bekend op welke gebeurtenis Hosea zinspeelt, wie Salman is (verkorte vorm voor Salmanassar?) en welke plaats met Bet Arbel is bedoeld. Volgens het onomasticon ligt Bet Arbel “aan gene zijde van de Jordaan in de landstreek van Pella”, het Arbela der Makkabeeën, thans Irbid. Maar er is ook een Khirbet Irbid ten westen van het meer Gennésaret; ook dit zou Bet Arbel kunnen wezen en eveneens het Arbela van 1 Mk. 9,2. “

    Alhoewel de encyclopedie het antwoord niet heeft, krijgen we wel een aantal belangrijke aanwijzingen over de mogelijke ligging van Bet-Arbel, wat ‘huis van God ’s hinderlaag’, betekent.

     

     

    Het is de mogelijke identificatie van Bet-Arbel met de over-Jordaanse landstreek Pella dat mijn aandacht trok. En het is vanuit het revisionisme van de geschiedenis van het oude Egypte, dat een andere kandidaat voor Salman in aanmerking komt: namelijk farao Sjosjenq I van de tweeëntwintigste dynastie. De mogelijke identificatie van Salman met een Assyrische koning met de naam Salmaneser III, IV en/of V wijs ik af. De naam Salmaneser is in de Bijbel bewaard gebleven als degene die Samaria in 717 v. Chr. veroverde, en het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de profeet Hosea deze schrijfwijze niet gevolgd zou hebben.

     

     

    In 1993 bracht ik een boek uit met de titel: Kroniek van het oude Israël. Het was een oplage van tweeduizend stuks die inmiddels al lang weg zijn. Het boek is vandaag alleen nog in bepaalde antiquariaten verkrijgbaar. In hoofdstuk 9 van het boek, beschreef ik toen al hoe de Egyptische tweeëntwintigste dynastie met als toonaangevende farao Sjosjenq I, in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort en niet in de tiende eeuw v. Chr., waar de conventionele egyptologie de dynastie geplaatst heeft. En in het twintigste regeringsjaar van farao Sjosjenq I rukte deze met zijn leger het gebied van het tienstammenrijk binnen. Van deze veldtocht is in Egypte een verslag bewaard gebleven. De veldtocht van Sjosjenq kan zodoende op kaart uitgetekend worden, wat de voortreffelijke MacMillan Bible Atlas ook gedaan heeft.

     

     

    En het is op zulke wijze mogelijk om Bet-Arbel op de landkaart te plaatsen en te identificeren met het over-Jordaanse Penuël. In mijn boek Genesis versus Egyptologie (2009), hoofdstuk 22, ging ik nog verder in op het beschrijven van de algemene geschiedenis van deze epoque. Hierna een citaat:

    De Libische tweeëntwintigste dynastie begint met Sjosjenq I in deze periode. In een vorig werk toonde ik aan dat het twintigste jaar van Sjosjenq I te verankeren is met het jaar dat Zacharia in Israël de troon besteeg en dat het Sjosjenq I was die Zacharia op de troon zette. Dit was het begin van een alliantie tussen de Libiërs en het tienstammenrijk. Het is interessant om de marsroute van het leger van Sheshonk I te bestuderen. Te Karnak in Egypte is een muurreliëf met een lijst van veroverde steden bewaard gebleven. Door de rangschikking van deze steden is het mogelijk om de veldtocht van Sjosjenq I in kaart te brengen. Eén en ander blijft weliswaar moeilijk vanwege beschadigingen aan het tempelreliëf en als een gevolg van het moeilijk te identificeren van sommige Egyptische plaatsnamen. Het reliëf bevat honderdvijfenvijftig namen van steden. Enkel zeventien hiervan kunnen met zekerheid op de kaart geplaatst worden. Veertien hiervan in Israël, in het tienstammenrijk. Ik ben er van overtuigd dat het Sjosjenq I’ bedoeling was om orde op zaken te stellen in het tienstammenrijk. Sinds de dood van Jerobeam II in 775 v. Chr. had het land geen koning en was het in anarchie ondergedompeld. Vermoedelijk zaten in steden zoals Shechem, Tirza en Penuël in het Over-Jordaanse gebied, usurpators  op de troon. Deze drie steden vinden we op de lijst van Sjosjenq I terug en zijn alle drie ooit hoofdsteden van het noordelijke rijk geweest. Eén van deze plaatsen zou met het Beth-Arbel van de profeet Hosea kunnen geïdentificeerd worden.

    Einde citaat.

    Mijn bronnenmateriaal van toen waren de geleerden Velikovsky en Courville. In zijn werk ‘Eeuwen in chaos’, 1952 (1977 naar het Nederlands vertaald), hoofdstuk IV, blz. 196, maakt Velikovsky duidelijk dat de conventionele egyptologie fout zit met haar identificatie van de Bijbelse farao Sisak met Sjosjenq I van de tweeëntwintigste dynastie.

    Het tempelreliëf te Karnak van Sjosjenq I bevat honderdvijfenvijftig namen van steden in Palestina. Enkel zeventien hiervan kunnen echter met zekerheid op de kaart geplaatst worden. Veertien hiervan in Israël, in het tienstammenrijk. En wat belangrijk is; de stad Jeruzalem staat niet op de lijst vermeld, wat een anachronisme is indien men Sjosjenq I met de Bijbelse Sisak wil identificeren. Velikovsky toont aan dat de Libische dynastie op de tijdsbalk, te verankeren is met de periode rond de val van Samaria. De Bijbelse farao So op wie de laatste koning van het tienstammenrijk Hosea vertrouwde, behoorde volgens Velikovsky tot de tweeëntwintigste Libische dynastie.

    Ook de onderzoeker Dr. Donovan Courville in zijn boek: ‘The Exodus Problem and its Ramifications, 1971, Chapter XVI’, wijst de identificatie van de Bijbelse Sisak met Sjosjenq I door de orthodoxe egyptologie af, en biedt dan weer een alternatief via de Assyrische overheersing van Egypte, aan.

     

    Het is slordig werk van de conventionele egyptologie geweest, de tweeëntwintigste dynastie via farao Sjosjenq I op de tijdsbalk te verankeren met de Bijbelse farao Sisak, die in het vijfde regeringsjaar van koning Rehabeam van Juda, Jeruzalem en de Tempel plunderde. Op het tempelreliëf te Karnak van farao Sjosjenq I ontbreekt namelijk Jeruzalem, dat het hoofddoel van de Bijbelse farao Sisak alias Thothmosis III was. Zie het artikel van 02-04-2015 op dit blog: Kadesh is Jeruzalem. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1427666400&stopdatum=1428271200 en scrol naar beneden.

    De eerste link van de egyptologie was de veronderstelde fonetische schrijfwijze van Sjosjenq met het Hebreeuwse ‘Sisak’. Hun tweede link was het tempelreliëf te Karnak met Sjosjenq I’ veldtocht naar Klein-Azië uitgestippeld. Hier had men echter moeten inzien dat Jeruzalem niet vermeld wordt. Wat echter wél van het Tempelreliëf te Karnak afgeleid kan worden is dat de veldtocht van Sjosjenq I naar het gebied van het tienstammenrijk ging. Dat was zijn hoofddoel en niet een, volgens de conventionele egyptologie, veronderstelde veldtocht naar Judea, het gebied van het tweestammenrijk. Het was de veldtocht naar het noorden die Sjosjenq I naar plaatsen zoals het Bijbelse Bet-Arbel leidde (zie de eerder getoonde bewerkte kaart uit de MacMillan Bible Atlas).

     

    Bet-Arbel was volgens deze reconstructie een plaats waar een van de usurpators van de kroon van het tienstammenrijk zijn hoofdplaats van gemaakt had. Farao Sjosjenq I ging hier blijkbaar meedogenloos te werk zodat de profeet Hosea in zijn oordeelsaankondiging aan het adres van het tienstammenrijk hier naar verwees. De val van Samaria die de profeet in 10:15 aankondigde zou gelijkaardig zijn aan de verwoesting van Bet-Arbel. In mijn opus magnum TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: de wegvoering van de tien stammen, blz. 312, beschrijf ik de chronologie betreffende de val van Samaria en de wegvoering van de tien stammen in Assyrische ballingschap. Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    Zoals we in de aanhef van het Bijbelboek Hosea gelezen hebben begon de profeet zijn bediening ten tijde van koning Jerobeam II van Israël. De opvolgers van Jerobeam vermeldt Hosea echter niet: namelijk de koningen Zacharia, Sallum, Menahem, Pekahia, Pekah en als laatste koning Hosea. Wel vermeldt Hosea een periode van anarchie zonder koning op de troon van Samaria:

    Hosea 3:4 Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim.

     

    Op mijn tijdsbalken, zoals gepubliceerd in TIJD en TIJDEN, heb ik dit aanschouwelijk uitgewerkt op blz. 282-286-288-298 en 316. Tussen het jaar 775 v. Chr. met de dood van Jerobeam II en het jaar 764 v. Chr. wanneer Zacharia gekroond werd, zit een hiaat van elf jaar. Een periode van elf jaar van anarchie in het gebied van het tienstammenrijk, waaraan farao Sjosjenq I een einde maakte en dat tevens het begin was van een alliantie tussen Egypte en het tienstammenrijk. Zie mijn boek TIJD en TIJDEN, blz. 307 met het hoofdstuk: wie was So, farao van Egypte ten tijde van de val van Samaria?

    Dat er meerdere usurpators tijdens de elfjarige periode naar de troon dongen kan men in Hosea 8:1 lezen:

    Hosea 8:1 De bazuin aan uw mond! Als een arend (komt het) tegen het huis des HEREN! Omdat zij mijn verbond hebben overtreden en tegen mijn wet gerebelleerd. 2 Tot Mij roepen zij: Mijn God! Wij, Israël, kennen U! 3 Doch Israël verfoeit het goede – de vijand achtervolgt hem. 4 Zij hebben koningen aangesteld, maar buiten Mij om; vorsten, zonder dat Ik ervan wist.

     

    Het feit ook dat buiten Jerobeam II, de profeet Hosea geen enkele andere koning als opvolger van Jerobeam II vermeldt, laat mij vermoeden dat de profeet vanuit het gebied van Juda zijn oordeelsaankondigingen tegen het tienstammenrijk richtte.

     

    Wat de identificatie en de plaatsing van Salman op de tijdsbalk betreft volg ik in mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid dezelfde werkmethode als die van Velikovsky toe. Hierna een citaat uit ‘Eeuwen in Chaos’, 1952, blz.255:

    … in de zaal van de historie, waar mensenmenigten uit vele eeuwen elkaar verdringen, wijs ik rechtstreeks bepaalde figuren aan, die geheel andere namen dragen dan de door ons gezochte personen, men zegt zelfs, dat ze thuishoren in een eeuw, die wel zes eeuwen gescheiden is van de tijd van de personen die wij zoeken. Zelfs nog eer ik onderzoek doe naar de op deze wijze schijnbaar zonder recht van spreken uitgekozen personen, verklaar ik de identificatie als juist. Het kompas in mijn hand is het kompas van de tijdmeting; ik bekort met zes eeuwen de tijd van Thebe en el-Amarna en tref koning Josafat te Jeruzalem, Achab te Samaria en Benhadad te Damascus aan. Indien mijn kompas van de tijdmeting me niet bedriegt, zijn zij de koningen, die in de el-Amarna periode regeerden in Jeruzalem, Samaria en Damascus. Einde citaat.

     

    Hetzelfde principe pas ik toe met de Bijbelse Salman, die Beth Arbel verwoestte. Met het verankeren van het derde regeringsjaar van farao Osorkon II, een regeringsjaar waar een uitzonderlijk overstromen van de Nijl opgeschreven staat, met het meganatuurcatastrofe-jaar van 722 v. Chr. krijgt deze farao de regeerperiode 724/696 v. Chr. Zie het artikel op dit blog van 01-09-2015: de Libiërs in Egypt: dynastie XXII. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1440972000&stopdatum=1441576800

     

    En over de meganatuurcatastrofe die in het stervensjaar van koning Achaz van Juda, de oude wereld trof schreef ik een hoofdstuk in TIJD en TJDEN, 2015, hoofdstuk: de noodzakelijke kalenderhervorming van de achtste eeuw voor Christus, blz. 331.

     

    De voorgangers van farao Osorkon met de regeerperiode 724/696 v. Chr. krijgen aldus de volgende regeerperiode:

    Takelot I             23     747/724 v. Chr.

    Osorkon I            15      762/747 v. Chr.

    Sjosjenq I            21      783/762 v. Chr.

     

    En deze reconstructie plaatst farao Sjosjenq I op de tijdsbalk ten tijde van de verwoesting van Beth-Arbel, en maakt van hem een betere kandidaat voor de identificatie van de Bijbelse Salman dan de Assyrische koning Salmaneser III, IV of V. Salmaneser V die in 717 v. Chr. Samaria innam, hebben we al eerder als mogelijke kandidaat uitgesloten. De Assyrische koning Salmaneser III is echter ook uitgesloten en dit op basis van de bewaard gebleven informatie in de Eponiemlijsten en op basis van de jaar voor jaar vermelding van al zijn veldtochten op de bekende Salmaneser III-Obelisk, die in het British Museum bewaard wordt. Zie mijn boek ‘De Assyriologie herzien’, 2012. Nergens is er een vermelding van een veldtocht in het gebied van het tienstammenrijk. En ook van Salmaneser IV staan al diens veldtochten in de Eponiemlijsten vermeld, met nergens een verwijzing naar Israël.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder



     

    14-09-2015 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 02/11-08/11 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 31/12-06/01 2019
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 19/08-25/08 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!