|
De tijd zit erop en we vliegen weer thuis
het duurt nog maar enkele uren
Dus dit is de laatste blog die ik je schrijf
kijk morgen maar goed in de lucht
dan weet je precies waar we zijn of we blijven
voordat we terug zijn in 't land.
(vrij naar Lichtjes van de Schelde)
Gisteren lieten we hét icoon van Down Under achter ons en reden we verder naar Kings Canyon. Tijdens deze rit zagen we op een bepaald moment een kudde wilde kamelen, dromedarissen eigenlijk. Tussen hier en het Westen van Australië leven er inderdaad ganse kuddes dromedarissen in het wild. Hoe dat komt zal ik jullie vlug even in een notendop vertellen. Jullie hoorden al dat tussen Port Augusta in het Zuiden en Darwin in het Noorden de Stuart Highway loopt. Tussen Adelaide en Darwin loopt er ook een spoorweg die vanaf Port Augusta ongeveer evenwijdig loopt met de highway. De trein die van deze spoorweg gebruik maakt noemt men de Ghan. Hij legt het traject van 3000km af in 54 uur. Men noemt hen de Ghan omdat de spoorweg aangelegd werd door gastarbeiders uit Afghanistan. Deze mensen brachten hun eigen lastdieren mee uit hun thuisland, dromedarissen dus. Toen het werk afgelopen was en die Afghanen terug naar huis gingen (toen deden ze dat blijkbaar nog) lieten ze de meeste van hun dieren gewoon vrij. Aangezien het klimaat en landschap overeenkomsten vertoonde met dat waarvan ze kwamen, pastten de dieren zich hier wonderwel aan en plantten ze zich ook in grote getale voort. Vandaar dat er hier nu bijna evenveel kamelen rondlopen dan in Arabië zelf.
Op de rit van vandaag kwamen we trouwens ook een paar kuddes wilde paarden tegen en da's ongeveer hetzelfde verhaal. Ze we werden losgelaten of ontsnapten en begonnen in het wild te leven. Het dient gezegd dat die beesten, zowel dromedarissen als de paarden er zeer goed uitzagen. Die wilde paarden zagen er verdorie beter uit dan sommige paarden bij ons in een manège.
Nu, begint de vermoeidheid, vooral in combinatie van de loden hitte van de voorbije dagen (drie dagen 40°) toch wel toe te slaan.
Gisteren deden we enkel een korte wandeling aan de Canyon en reden dan door naar het hotel waar we ons de rest van de dag bezig hielden met luieren en lezen. Pas op, het was alweer 15h00 toen we aan het hotel aankwamen hoor.
Deze morgen zagen we er trouwens ook nog een dingoe.
Vandaag hadden we de laatste rit voor de boeg. Een rit naar Alice Springs waarvan weer een groot gedeelte over de Mereenie Road, alweer een onverharde weg.
We stopten aan een aantal plaatsen die op onze kaarten als interessant stonden aangeduid en dit ook waren. Over de rest van de rit valt weinig te vertellen.
Want, laat ons eerlijk zijn. Afgezien van de gravel roads waarop autorijden pure fun is en waar je er ook je aandacht moet bijhouden begint het rijden in de Outback een beetje saai te worden. Het is gewoon de cruisecontrol instellen en verder hoef je niet veel meer te doen dan sturen. Je hoeft zelfs bijna niet te remmen. Buiten de plaatsen waar we waren is er in de Outback niet zo veel te zien. En afgezien van CooberPedy en Alice Springs kan je zelfs niet spreken van dorpen laat staan stadjes.
Of worden we verwend en zien we na al dit reizen de schoonheid van het land al niet meer? Beschamend eigenlijk.
Maar, en da's en hele grote MAAR, als je ooit eens wil beleven wat echt alleen zijn is. Eens niks anders horen dan de wind en het kloppen van je hart in je oren. Als je eens wil ondervinden wat het is om een ganse op de baan te zijn zonder een levende ziel tegen te komen. Wel ,dan moet je zeker ooit eens een paar dagen doorbrengen in de Australische Outback. Maar dan moet je je ook durven smijten. Van de vertrouwde wegen afwijken, je bewust zijn van de risico's die je loopt maar je voorbereidingen treffen en dan ga je een
fa-bu-leuze beleving tegemoet die je voor de rest van je leven zal onthouden en koesteren. Eentje die aan de ribben blijft kleven.
Toen we in de loop van de vooravond aankwamen in Alice Springs hadden we op de kop 7000km afgelegd. We reden nog even door in de richting van Darwin omdat een 25tal km boven Alice Springs de Steenbokskeerkring loopt en daar wilden we toch ook even geweest zijn.
Daarna naar het hotel en gingen we een hapje eten. Ik wilde gaan zoals ik toegekomen was maar ik mocht van Annick niet mee zonder eerst te douchen. En misschien best, want ik denk dat er bij de boeren beesten staan die frisser ruiken als wij deden ondertussen. Niet dat we om de drie à vier dagen eens geen bad nemen hoor  maar na zo'n dag gewandeld te hebeen in die hitte en ook met de auto gereden te hebben kan ik me inbeelden dat er dingen zijn die frisser ruiken dan wij.
Er is hier ook een casino, een beetje Las Vegas in Australië. We hadden nog $15 cash over en met dat bedrag gingen we daar een gokje wagen. We zijn er met meer geld buiten gekomen dan we er binnen gegaan zijn. Annick heeft daar vrij degelijk gewonnen op de jackpot en toen we nog $20 krediet hadden hebben we gecashed en dat biljet houden we en gaat in onze souvenirkast.
Nu nog al onze bazaar terug in onze valiezen krijgen en dan zijn we klaar om naar huis te vertrekken.
Onze eerste vlucht is morgen om 12h00 en als alles goed gaat landen we een dikke 30 uur later in Zaventem.
Het zal weer aanpassen zijn. We hebben een maand geleefd zonder stress of druk. Meerdere keren wisten we gewoon niet welke dag we wel waren. En vanaf overmorgen opnieuw in dat stramien van alles op uur en tijd te moeten doen. Rekening houden met van alles en nog wat. Onze houtkachel registreren en wie weet welke regeltjes er ondertussen weer bijgekomen zijn. Onze vrienden lieten ons met een snuifje sarcasme en met foto en al trouwens al weten aan welk weer we ons in België mogen verwachten. Lief van hen, toch? Vermoedelijk hebben we binnen de kortste keren een valling.
Je hoort het, er is wel wat weemoed. Het is alsof we pas aan deze reis begonnen en we zijn ondertussen al een maand verder.
Een maand ouder ook, maar met een valies vol met prachtige belevenissen, een rugzak vol met mooie herinneringen aan al die mensen die we ontmoet hebben. Mensen die we meer dan waarschijnlijk nooit meer gaan terugzien maar aan wie we nog jaren zullen terugdenken.
Naast dat valies en die rugzak hebben we ook nog een flinke schoudertas met levenservaring opgescharreld. Kortom we zijn blij dat we dit weer mochten meemaken.
Lieve mensen allemaal, het zit erop. Dit is vermoedelijk de laatste pagina die geschreven wordt in dit reisverhaal. Maar wees gerust, er zitten nog genoeg verhalen in ons hoofd om jullie te vertellen eens we thuis zijn. En ook hoe de vlucht geweest is horen jullie van ons zelf wel.
Wij willen jullie ook bedanken om met zo velen deze blog gevolgd te hebben. Dat doet ons veel veel plezier. En we hopen dat jullie via deze weg toch een klein beetje het plezier en geluk gevoeld hebben dat wij hier ook voelden.
Annick slaapt al. Ik kruip er ook in en bij leven en welzijn horen jullie opnieuw van ons binnen een paar uur, dagen.
G'day and no worries,
CU
Annick en Rony, de reizigers














|