roadtrip Australia
Inhoud blog
  • Van Yulara Ayers Rock via Kings Canyon naar Alice Springs
  • Van Marla naar Yulara Ayers Rock
  • Van Port Augusta via Coober Pedy naar Marla
  • Victor Harbor naar Port Augusta
  • Van Kangaroo Island naar Victor Harbour
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    03-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Yulara Ayers Rock via Kings Canyon naar Alice Springs
    De tijd zit erop en we vliegen weer thuis
    het duurt nog maar enkele uren
    Dus dit is de laatste blog die ik je schrijf
    kijk morgen maar goed in de lucht 
    dan weet je precies waar we zijn of we blijven
    voordat we terug zijn in 't land.
    (vrij naar Lichtjes van de Schelde)

    Gisteren lieten we hét icoon van Down Under achter ons en reden we verder naar Kings Canyon.  Tijdens deze rit zagen we op een bepaald moment een kudde wilde kamelen, dromedarissen eigenlijk.  Tussen hier en het Westen van Australië leven er inderdaad ganse kuddes dromedarissen in het wild.  Hoe dat komt zal ik jullie vlug even in een notendop vertellen.  Jullie hoorden al dat  tussen Port Augusta in het Zuiden en Darwin in het Noorden de Stuart Highway loopt.  Tussen Adelaide en Darwin loopt er ook een spoorweg die vanaf Port Augusta ongeveer evenwijdig loopt met de highway.  De trein die van deze spoorweg gebruik maakt noemt men de Ghan.  Hij legt het traject van 3000km af in 54 uur.  Men noemt hen de Ghan omdat de spoorweg aangelegd werd door gastarbeiders uit Afghanistan.  Deze mensen brachten hun eigen lastdieren mee uit hun thuisland, dromedarissen dus.  Toen het werk afgelopen was en die Afghanen terug naar huis gingen (toen deden ze dat blijkbaar nog) lieten ze de meeste van hun dieren gewoon vrij.  Aangezien het klimaat en landschap overeenkomsten vertoonde  met dat waarvan ze kwamen, pastten de dieren zich hier wonderwel aan en plantten ze zich ook in grote getale voort.  Vandaar dat er hier nu bijna evenveel kamelen rondlopen dan in Arabië zelf.
    Op de rit van vandaag kwamen we trouwens ook een paar kuddes wilde paarden tegen en da's ongeveer hetzelfde verhaal.  Ze we werden losgelaten of ontsnapten en begonnen in het wild te leven.  Het dient gezegd dat die beesten, zowel dromedarissen als de paarden er zeer goed uitzagen.  Die wilde paarden zagen er verdorie beter uit dan sommige paarden bij ons in een manège.

    Nu, begint de vermoeidheid, vooral in combinatie van de loden hitte van de voorbije dagen (drie dagen 40°) toch wel toe te slaan.
    Gisteren deden we enkel een korte wandeling aan de Canyon en reden dan door naar het hotel waar we ons de  rest van de dag bezig hielden met luieren en lezen.  Pas op, het was alweer 15h00 toen we aan het hotel aankwamen hoor.  
    Deze morgen zagen we er trouwens ook nog een dingoe.

    Vandaag hadden we de laatste rit voor de boeg.  Een rit naar Alice Springs waarvan weer een groot gedeelte over de Mereenie Road, alweer een onverharde weg.
    We stopten aan een aantal plaatsen die op onze kaarten als interessant stonden aangeduid en dit ook waren.  Over de rest van de rit valt weinig te vertellen.
    Want, laat ons eerlijk zijn.  Afgezien van de gravel roads waarop autorijden pure fun is en waar je er ook je aandacht moet bijhouden begint het rijden in de Outback een beetje saai te worden.  Het is gewoon de cruisecontrol instellen en verder hoef je niet veel meer te doen dan sturen.  Je hoeft zelfs bijna niet te remmen.  Buiten de plaatsen waar we waren is er in de Outback niet zo veel te zien.  En afgezien van CooberPedy  en Alice Springs kan je zelfs niet spreken van dorpen laat staan stadjes.
    Of worden we verwend en zien we na al dit reizen de schoonheid van het land al niet meer?  Beschamend eigenlijk.

    Maar, en da's en hele grote MAAR, als je ooit eens wil beleven wat echt alleen zijn is.  Eens niks anders horen dan de wind en het kloppen van je hart in je oren.  Als je eens wil ondervinden wat het is om een ganse op de baan te zijn zonder een levende ziel tegen te komen.  Wel ,dan moet je zeker ooit eens een paar dagen doorbrengen in de Australische Outback.  Maar dan moet je je ook durven smijten.  Van de vertrouwde wegen afwijken, je bewust zijn van de risico's die je loopt maar je voorbereidingen treffen en dan ga je een 
    fa-bu-leuze  beleving tegemoet die je voor de rest van je leven zal onthouden en koesteren.  Eentje die aan de ribben blijft kleven.

    Toen we in de loop van de vooravond aankwamen in Alice Springs hadden we op de kop 7000km afgelegd.  We reden nog even door in de richting van Darwin omdat een 25tal km boven Alice Springs de Steenbokskeerkring loopt en daar wilden we toch ook even geweest zijn.
    Daarna naar het hotel en gingen we een hapje eten.  Ik wilde gaan zoals ik toegekomen was maar ik mocht van Annick niet mee zonder eerst te douchen.  En misschien best, want ik denk dat er bij de boeren beesten staan die frisser ruiken als wij deden ondertussen.  Niet dat we om de drie à vier dagen eens geen bad nemen hoorWink maar na zo'n dag gewandeld te hebeen in die hitte en ook met de auto gereden te hebben kan ik me inbeelden dat er dingen zijn die frisser ruiken dan wij.
    Er is hier ook een casino, een beetje Las Vegas in Australië.  We hadden nog $15 cash over en met dat bedrag gingen we daar een gokje wagen.  We zijn er met meer geld buiten gekomen dan we er binnen gegaan zijn.  Annick heeft daar vrij degelijk gewonnen op de jackpot en toen we nog $20 krediet hadden hebben we gecashed en dat biljet houden we en gaat in onze souvenirkast.
    Nu nog al onze bazaar terug in onze valiezen krijgen en dan zijn we klaar om naar huis te vertrekken.
    Onze eerste vlucht is morgen om 12h00 en als alles goed gaat landen we een dikke 30 uur later in Zaventem.
    Het zal weer aanpassen zijn.  We hebben een maand geleefd zonder stress of druk.  Meerdere keren wisten we gewoon niet welke dag we wel waren.  En vanaf overmorgen opnieuw in dat stramien van alles op uur en tijd te moeten doen. Rekening houden met van alles en nog wat.  Onze houtkachel registreren en wie weet welke regeltjes er ondertussen weer bijgekomen zijn.  Onze vrienden lieten ons met een snuifje sarcasme en met foto en al trouwens al weten aan welk weer we ons in België mogen verwachten.  Lief van hen, toch?  Vermoedelijk hebben we binnen de kortste keren een valling. 

    Je hoort het, er is wel wat weemoed.  Het is alsof we pas aan deze reis begonnen en we zijn ondertussen al een maand verder.
    Een maand ouder ook,  maar met een valies vol met prachtige belevenissen, een rugzak vol met mooie herinneringen aan al die mensen die we ontmoet hebben.  Mensen die we meer dan waarschijnlijk nooit meer gaan terugzien maar aan wie we nog jaren zullen terugdenken.
    Naast dat valies en die rugzak hebben we ook nog een flinke schoudertas met levenservaring opgescharreld.  Kortom we zijn blij dat we dit weer mochten meemaken.

    Lieve mensen allemaal, het zit erop.  Dit is vermoedelijk de laatste pagina die geschreven wordt in dit reisverhaal.  Maar wees gerust, er zitten nog genoeg verhalen in ons hoofd om jullie te vertellen eens we thuis zijn.  En ook hoe de vlucht geweest is horen jullie van ons zelf wel.
    Wij willen jullie ook bedanken om met zo velen deze blog gevolgd te hebben.  Dat doet ons veel veel plezier.  En we hopen dat jullie via deze weg  toch een klein beetje het plezier en geluk gevoeld hebben dat wij hier ook voelden.

    Annick slaapt al.  Ik kruip er ook in en bij leven en welzijn horen jullie opnieuw van ons binnen een paar uur, dagen.

    G'day and no worries,

    CU

    Annick en Rony, de reizigers






























    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    03-03-2018, 16:47 geschreven door reiziger  
    Reacties (0)
    01-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Marla naar Yulara Ayers Rock
    Hya, how was your day?

    Toen we eergisteren in Marla aankwamen was het er 39°.  En dus een paar deugdoende biertjes in de plaatselijke bar gedronken.
    Toen we er gisterenmorgen vertrokken was het er 22° en het voelde verdorie koud aan.
    Enfin, na een tankbeurt en dat doen we hier in de Outback elke dag, de laatste lange rit naar Yulara Ayers Rock.  Als we de theorie van die man die we ontmoetten in het begin van de trip ter harte nemen, awel dan leven der hier niet te veel kangoeroes meer.  Er liggen zelfs geen dode meer naast de baan.  Afgezien van van die nieuwsgierige, eergisteren diep in de woestijn, hebben we hier nog geen enkele gezien.  En wij die dachten dat we ze in deze streek van voor onze voeten zouden moeten jagen.
    Wat ikzelf, Annick jammer genoeg niet, wel gespot heb is een dingoe, een wilde hond.  Ik geloof dat dit echt een gelukstreffer was want de kans dat we die zouden zien achtte ik héél klein.  Maar toch geluk gehad dus.
    Er liggen hier wel regelmatig dode koeien naast de weg en op een bepaalde plaats zag ik plots een dingoe naar zo'n karkas toe sluipen om er van te eten.  Ik heb wel spijt dat we geen rechtsomkeer gemaakt hebben maar ik vond het op dat ogenblik nogal gevaarlijk en heel waarschijnlijk zou dat beest toch al weg geweest zijn dan.
    Verder valt er over deze rit niets opwindend te vertellen.

    Toen we op 125km van onze eindbestemming waren dachten we dat we Ayers Rock of Uluru zoals ze nu eigenlijk heet, al zagen liggen.  We maakten ons al de bedenking dat het toch wel ongelooflijk was dat we die al van zo ver zagen liggen.  Maar het was Mt Connor die we zagen, ook een gigantische monoliet midden in de woestijn maar een andere vorm dan de echte rock.
    Later zagen we Uluru dan toch liggen aan onze rechterkant.  Het dient gezegd, het is toch wel een indrukwekkend zicht. 
    Er staat onderaan een foto waarop je Ayers Rock in de verre verte ziet.  Op dat moment staan we op vijftig km er vandaan.  Je ziet dan ook dat er verder in de buurt eigenlijk niets is, koddig toch?
    En hoe dichter je er bij komt hoe imposanter het wordt.  Het is te begrijpen dat de oorspronkelijke bewoners van het land deze rots als een heilige plaats beschouwen.
    We hadden ook gedacht dat het hier veel drukker ging zijn, cfr de twaalf apostelen, Chinezen incluis.  Maar dat valt heel goed mee.  Het is hier rond de rots zelfs eerder rustig.  Omdat we toch wel een beetje moe beginnen te worden hebben we eerst wat gerust en dan zijn we naar de zonsondergang gaan kijken met zicht op Uluru.  Dit mag men gerust magisch noemen.  We hebben er bijna twee uur vol bewondering staan op gapen.  En wij niet alleen.  De parking stond omzeggens vol met allemaal ongedwongen mensen die van van het zicht genoten.  Het was zo'n beetje een hippie moment.  Naast ons stond er ene met een verbleekte short uit de jaren 70 en een groot houten kruis rond zijn nek, daarnaast zat dan weer een jonger koppel op het dak van hun terreinwagen.  Een beetje verder een ouder koppel voor hun camper.  Ja, er waren zelfs Chinezen.  Wij twee daar ook ergens tussen, kortom het was een bonte bende.
    De acht foto's van Uluru hieronder zijn genomen tussen 17h45 en 19h20, waarbij de laatste twee om 19h15 en 19h20.  Die laatste om te tonen hoe het was als de zon echt onder was.   De zon ging immers officieel onder om 19h17.  Je ziet hoe de rots van kleur veranderd gedurende dit tijdsverloop.
    We achten ons gepriviligeerd en zijn zeer dankbaar dat wij op zo'n moment op zo'n iconische plaats mogen staan hebben.  Heel, héél speciaal. 

    's Avonds maakten we nog een ritje om eens te kijken of we in het donker niet meer dieren zouden zien.  Buiten een verdwaalde gigantische vleermuis geen geluk gehad.  We reden een zijweggetje in om daar een eens te proberen en plots kwamen we daar terecht op een afgelegen plaats waar in de lichten van onze auto een verroest autowrak opdoemde.  Als je van een spooky plek spreekt, awel dat was er één.  

    Uluru krijgt zijn rode kleur van het ijzersulfide waarmee ze bedekt is, dat reageert met de regen die erop valt.  Het is inderdaad eigenlijk een verroeste rots.
    Vandaag zijn we dan een wandeling gaan doen in de nabijheid van de rots.  Van ver ziet die er vrij egaal uit maar in werkelijkheid is ze bedekt met kloven en grotten.  Deze grotten werden gebruikt door de Aboriginals als woonplaats.  In de winter regent het hier blijkbaar vrij regelmatig en het gebied rond Uluru is zeer groen.  Er zijn zelfs op meerder plaatsen waterpoelen aan de voet van de rots.
    Men kan de rots ook beklimmen.  Er wordt door de Aboriginals echter gevraagd dit niet te doen uit respect voor hun cultuur.  Sowieso mag de klim niet gemaakt worden van zodra de temperatuur stijgt boven de 36°.  Er zijn blijkbaar al tientallen mensen bezweken aan de klim die zeer zwaar is.
    Vandaag kon het dus ook niet want de temperatuur liep op een bepaald ogenblik weer op tot 40°.  We kunnen jullie verzekeren, wandelingen maken onder die loden hitte is niet te onderschatten.  In een ander gedeelte van het nationaal park maakten we een wandeling naar een kloof .  De zon scheen loodrecht omlaag, er was nergens schaduw en de wind was allesbehalve verkoelend.  We hadden water mee maar dat was na na een tijdje gewoon heet.  Kortom, we waren eigenlijk blij dat we opnieuw aan de auto waren.

    Uluru of Ayers Rock maakt samen met Kata Tjuta of de Olga's deel uit van een Nationaal Park.  Dit park en de gronden zijn eigendom van de Anangu, een Aboriginal stam.  Het is pas in 1985 tijdens de 'handback' officieel aan hun terug gegeven.  De uitbating en de opbrengsten van het park zouden naar hen gaan.  Maar ik heb hier nu wel een dubbel gevoel bij.
    Wij waren ooit in Amerika in Monument Valley dat ook eigendom is van de Indianen aldaar.  Dat park werd dan ook uitgebaat door hen.
    Hier is dit anders.  Je ziet hier nergens een Aboriginal rondlopen.  Alle bedienden, verkopers e.d. zijn blanken.  Je leest wel dat de Aboriginals in allerlei raden en colleges zitten maar bij de uitbating van het park zie of hoor ze je niet.  Heel raar.
    Nog iets over die Aboriginals.  Ik druk me zacht uit, maar dat zijn nu toch echt niet de mooiste mensen ter wereld.  Gisteren zagen we een vrouw, ja het was een vrouw, maar die had verdorie een straffere baard dan de mijne.
    Je begrijpt, de Aboriginals hebben nog vele geheimen voor ons.
    Ik heb wel het gevoel dat men zijn best doet om de plaats en de natuur hier te bewaren.  Anderzijds is het spijtig dat het toch enorm toeristisch uitgebuit wordt.  Hier is eigenlijk niks buiten het dorp waar we zitten.  En dat dorp bestaat gewoon uit een aantal hotels en toeristische winkeltjes.  Het doet ons een beetje denken  aan de all in resorts in Turkije.
    Maar goed, het is toch wel een beetje dankzij dit alles dat wij dit ook mogen beleven.
    Sommige toeristen komen met hele busladingen naar hier, gewoon om de zonsondergang te zien.

    Morgen hebben we een rit naar Kings Canyon.  Het zit er jammer genoeg ver op.
    We gaan nog eens zwemmen, geniet van de foto's en tot de volgende keer.

    CU,

    Annick en Rony
      







































    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    01-03-2018, 13:58 geschreven door reiziger  
    Reacties (1)
    27-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Port Augusta via Coober Pedy naar Marla
    G'day,

    Gisteren hadden we de langste rit voor de boeg, 540km en laat ons eerlijk zijn, een vrij saaie rit.
    We doken inderdaad de Outback in maar we kwamen al vlug in een dor woestijnlandschap terecht.  Vanuit Port Augusta begint de Stuart Highway tot in Darwin.  Zoals ik in het eerste bericht al zei is deze snelweg genoemd naar de eerste westerling die het land van Noord naar Zuid doorkruistte.  Heden ten dage is de snelweg volledig geasfalteerd maar dit is eigenlijk nog niet zo lang.  En van zodra men de snelweg verlaat zit men op dirt road, maar dit noemen de Australiërs niet eens off road.
    Buiten het zien van een eenzame emoe en kadavers van kangoeroes en zelfs koeien viel er deze eerste honderden km niets te beleven.  Of beginnen we verwend te geraken?  De Outback is het terrein van het vee dat hier gewoon vrij rondloopt en dus ook op de weg kan lopen.
    Men noemt het wel een snelweg, maar eigenlijk is het een veredelde tweevaksbaan.  Maximum snelheid: 110km/h.  Buiten die emoe en eental schapen en koeien zagen we niet veel dieren.  Deze komen pas in beweging eens de avond valt.  Het is ook dan dat ze het slachtoffer worden van het verkeer.  Het is echt niet voor niets dat de meeste voertuigen hier uitgerust zijn met een bullbar of kangaroocatcher.
    Deze highways in de Outback zijn ook het terrein van de roadtrains.  Truck die tot vier opleggers trekken, een indrukwekkend zicht.
    Zij hebben een absolute voorrang en hebben geen snelheidsbegrenzer als bij ons, hun maximum snelheid is dus dezelfde als de onze, 110 dus.
    Op de Highway kwamen we ook voorbij een landingsstrook voor het vliegtuig van de Flying Doctors.  Dat is gewoon een strook aangegeven door een verkeersbord en met uitwijkmogelijkheden voor de auto's want de doctors landen gewoon op de snelweg.

    In de vooravond kwamen we aan in Coober Pedy, een mijnstadje waar opaal gewonnen wordt.  Het zou zelfs de grootste producent van opaal ter wereld zijn en het noemt zichzelf dan ook de opaal hoofdstad.
    Aangezien het hier zo warm kan zijn, vandaag hadden we op een bepaald moment 40° op de thermometer wonen veel mensen onder de grond.  Het waren de veteranen uit WOI die hier kwamen werken die het idee invoerden door hun ervaring met loopgraven in België.
    De naam Coober Pedy is trouwens afkomstig van de Aboriginals die diet gebruik met grote ogen aanzagen en die de mijnwerkers Kubba Piti noemden of blanke man in een hol.
    Eigenlijk leven ze niet onder de grond als dusdanig maar in de bergwand die ze uitgegraafd hebben om het opaal te winnen.  De hotelkamer waar we deze nacht in sliepen was trouwens in zo'n dugout zoals ze zo'n ondergrondse woning hier noemen.
    Vandaag hebben we zo'n mijn annex ondergronds woning bezocht, begeleid door een kranige oud mijnwerker van 82 jaar oud, Rudi.
    Alweer een man met een heleboel levensverhalen.  Vijftien sigaretten per dag roken, zoals hij vroeger deed vond hij niet zo erg maar op een bepaald moment in zijn leven besefte hij wel dat hij een beetje te veel dronk.  Volgens hem tot 12 liter wijn per weekend!!!!!!!!!!
    Ofwel een sterk staaltje van overdrijven ofwel had die kerel een lever als een warmwaterkruik.  Het dient gezegd, eigenlijk zag hij er nog redelijk goed en kwiek uit.  We bezochten ook een ondergrondse kerk.

    Daarna, het was dan al 11h30 reden we door naar de vlogende stop, Marla.  Maar we deden dit via een omweg, weg van de Stuart Highway de woestijn in.  We bezochten 'the breakaways' een dal omgeven door rotsformaties dat ooit de setting was voor Mad Max, beyond the thunderdome.  Verder reden we door de Painted Desert.  Als je eens op een afgelegen plaats wil komen, awel hier is het.
    Honderd en meer km in de omtrek, niets.  Geen GSM bereik, geen geluid, geen levende ziel, alleen een loden hitte.  Als je hier iets voor hebt, wel dan heb je pas echt iets voor.  We maakten ons vanavond de bedenking dat er eigenlijk niemand wist waar we waren.  We hadden in Coober Pedy op het infocentrum wel het idee geopperd dat we die woestijnweg wilden volgen en uiteraard moest we vanavond inchecken op onze slaapplaats.  Maar moest er nu iets gebeurd zijn, hoe lang zou het dan geduurd hebben vooraleer er zich iemand zorgen maakte.
    Maar goed, het was een prachtige ervaring en we zijn er zonder accidenten door geraakt.  
    Met een beetje geluk en omdat het nieuwsgierige dieren zijn hebben we ook een paar kangoeroes gezien.  Op een bepaald ogenblik waren we gestopt om de omgeving te bewonderen en plots zagen we tussen de bomen een paar dieren hun kop omhoog steken om naar ons te kijken.  Een heel grappig gezicht.  De kangoeroes zijn er wel, ze verstoppen zich alleen voor de hitte.

    Nu zijn we in Marla.  Een gat midden in de woestijn.  Een motel uit de films, een bar, een restaurant en daarmee is het zowat gezegd.
    Daarnet zijn we een biertje gaan drinken in die bar en buiten ons was er nog wat ruig, maar vriendelijk volk aanwezig.  We maakten een praatje met de dame, ja, dame, achter de bar.  En die vond het best aangenaam wonen.  Alleen om boodschappen te doen was het lastig, dat was telkens tussen de 3 à 400km rijden.  Hopelijk stel je dan niet vast dat je iets vergeten bent als je thuiskomt.

    Geniet van de foto's en slaapwel,

    CU,

    Annick en Rony 

    P.S.  nog vergeten te zeggen.  We kwamen vandaag ook aan het Dogfence, een hek van 5400km tussen West en Oost Australië, twee meter hoog.  Geplaatst om de dingoes in het Noorden te houden, weg van de schapen in het Zuiden. 






































    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    27-02-2018, 12:37 geschreven door reiziger  
    Reacties (0)
    Archief per week
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!