|
Hya, how was your day?
Toen we eergisteren in Marla aankwamen was het er 39°. En dus een paar deugdoende biertjes in de plaatselijke bar gedronken.
Toen we er gisterenmorgen vertrokken was het er 22° en het voelde verdorie koud aan.
Enfin, na een tankbeurt en dat doen we hier in de Outback elke dag, de laatste lange rit naar Yulara Ayers Rock. Als we de theorie van die man die we ontmoetten in het begin van de trip ter harte nemen, awel dan leven der hier niet te veel kangoeroes meer. Er liggen zelfs geen dode meer naast de baan. Afgezien van van die nieuwsgierige, eergisteren diep in de woestijn, hebben we hier nog geen enkele gezien. En wij die dachten dat we ze in deze streek van voor onze voeten zouden moeten jagen.
Wat ikzelf, Annick jammer genoeg niet, wel gespot heb is een dingoe, een wilde hond. Ik geloof dat dit echt een gelukstreffer was want de kans dat we die zouden zien achtte ik héél klein. Maar toch geluk gehad dus.
Er liggen hier wel regelmatig dode koeien naast de weg en op een bepaalde plaats zag ik plots een dingoe naar zo'n karkas toe sluipen om er van te eten. Ik heb wel spijt dat we geen rechtsomkeer gemaakt hebben maar ik vond het op dat ogenblik nogal gevaarlijk en heel waarschijnlijk zou dat beest toch al weg geweest zijn dan.
Verder valt er over deze rit niets opwindend te vertellen.
Toen we op 125km van onze eindbestemming waren dachten we dat we Ayers Rock of Uluru zoals ze nu eigenlijk heet, al zagen liggen. We maakten ons al de bedenking dat het toch wel ongelooflijk was dat we die al van zo ver zagen liggen. Maar het was Mt Connor die we zagen, ook een gigantische monoliet midden in de woestijn maar een andere vorm dan de echte rock.
Later zagen we Uluru dan toch liggen aan onze rechterkant. Het dient gezegd, het is toch wel een indrukwekkend zicht.
Er staat onderaan een foto waarop je Ayers Rock in de verre verte ziet. Op dat moment staan we op vijftig km er vandaan. Je ziet dan ook dat er verder in de buurt eigenlijk niets is, koddig toch?
En hoe dichter je er bij komt hoe imposanter het wordt. Het is te begrijpen dat de oorspronkelijke bewoners van het land deze rots als een heilige plaats beschouwen.
We hadden ook gedacht dat het hier veel drukker ging zijn, cfr de twaalf apostelen, Chinezen incluis. Maar dat valt heel goed mee. Het is hier rond de rots zelfs eerder rustig. Omdat we toch wel een beetje moe beginnen te worden hebben we eerst wat gerust en dan zijn we naar de zonsondergang gaan kijken met zicht op Uluru. Dit mag men gerust magisch noemen. We hebben er bijna twee uur vol bewondering staan op gapen. En wij niet alleen. De parking stond omzeggens vol met allemaal ongedwongen mensen die van van het zicht genoten. Het was zo'n beetje een hippie moment. Naast ons stond er ene met een verbleekte short uit de jaren 70 en een groot houten kruis rond zijn nek, daarnaast zat dan weer een jonger koppel op het dak van hun terreinwagen. Een beetje verder een ouder koppel voor hun camper. Ja, er waren zelfs Chinezen. Wij twee daar ook ergens tussen, kortom het was een bonte bende.
De acht foto's van Uluru hieronder zijn genomen tussen 17h45 en 19h20, waarbij de laatste twee om 19h15 en 19h20. Die laatste om te tonen hoe het was als de zon echt onder was. De zon ging immers officieel onder om 19h17. Je ziet hoe de rots van kleur veranderd gedurende dit tijdsverloop.
We achten ons gepriviligeerd en zijn zeer dankbaar dat wij op zo'n moment op zo'n iconische plaats mogen staan hebben. Heel, héél speciaal.
's Avonds maakten we nog een ritje om eens te kijken of we in het donker niet meer dieren zouden zien. Buiten een verdwaalde gigantische vleermuis geen geluk gehad. We reden een zijweggetje in om daar een eens te proberen en plots kwamen we daar terecht op een afgelegen plaats waar in de lichten van onze auto een verroest autowrak opdoemde. Als je van een spooky plek spreekt, awel dat was er één.
Uluru krijgt zijn rode kleur van het ijzersulfide waarmee ze bedekt is, dat reageert met de regen die erop valt. Het is inderdaad eigenlijk een verroeste rots.
Vandaag zijn we dan een wandeling gaan doen in de nabijheid van de rots. Van ver ziet die er vrij egaal uit maar in werkelijkheid is ze bedekt met kloven en grotten. Deze grotten werden gebruikt door de Aboriginals als woonplaats. In de winter regent het hier blijkbaar vrij regelmatig en het gebied rond Uluru is zeer groen. Er zijn zelfs op meerder plaatsen waterpoelen aan de voet van de rots.
Men kan de rots ook beklimmen. Er wordt door de Aboriginals echter gevraagd dit niet te doen uit respect voor hun cultuur. Sowieso mag de klim niet gemaakt worden van zodra de temperatuur stijgt boven de 36°. Er zijn blijkbaar al tientallen mensen bezweken aan de klim die zeer zwaar is.
Vandaag kon het dus ook niet want de temperatuur liep op een bepaald ogenblik weer op tot 40°. We kunnen jullie verzekeren, wandelingen maken onder die loden hitte is niet te onderschatten. In een ander gedeelte van het nationaal park maakten we een wandeling naar een kloof . De zon scheen loodrecht omlaag, er was nergens schaduw en de wind was allesbehalve verkoelend. We hadden water mee maar dat was na na een tijdje gewoon heet. Kortom, we waren eigenlijk blij dat we opnieuw aan de auto waren.
Uluru of Ayers Rock maakt samen met Kata Tjuta of de Olga's deel uit van een Nationaal Park. Dit park en de gronden zijn eigendom van de Anangu, een Aboriginal stam. Het is pas in 1985 tijdens de 'handback' officieel aan hun terug gegeven. De uitbating en de opbrengsten van het park zouden naar hen gaan. Maar ik heb hier nu wel een dubbel gevoel bij.
Wij waren ooit in Amerika in Monument Valley dat ook eigendom is van de Indianen aldaar. Dat park werd dan ook uitgebaat door hen.
Hier is dit anders. Je ziet hier nergens een Aboriginal rondlopen. Alle bedienden, verkopers e.d. zijn blanken. Je leest wel dat de Aboriginals in allerlei raden en colleges zitten maar bij de uitbating van het park zie of hoor ze je niet. Heel raar.
Nog iets over die Aboriginals. Ik druk me zacht uit, maar dat zijn nu toch echt niet de mooiste mensen ter wereld. Gisteren zagen we een vrouw, ja het was een vrouw, maar die had verdorie een straffere baard dan de mijne.
Je begrijpt, de Aboriginals hebben nog vele geheimen voor ons.
Ik heb wel het gevoel dat men zijn best doet om de plaats en de natuur hier te bewaren. Anderzijds is het spijtig dat het toch enorm toeristisch uitgebuit wordt. Hier is eigenlijk niks buiten het dorp waar we zitten. En dat dorp bestaat gewoon uit een aantal hotels en toeristische winkeltjes. Het doet ons een beetje denken aan de all in resorts in Turkije.
Maar goed, het is toch wel een beetje dankzij dit alles dat wij dit ook mogen beleven.
Sommige toeristen komen met hele busladingen naar hier, gewoon om de zonsondergang te zien.
Morgen hebben we een rit naar Kings Canyon. Het zit er jammer genoeg ver op.
We gaan nog eens zwemmen, geniet van de foto's en tot de volgende keer.
CU,
Annick en Rony


















|