|
G'day again,
Australië, het land waar iemand nog een lapje grond kan kopen van 1000ha ofte 10 km², deze week gezien voor het raam van een immobiliënkantoor.
Gisteren, 9 februari, hebben we de hoogste berg van Australië beklommen. Het is de Mt Kosciuszko waar ik jullie in een eerder bericht ook al over sprak, 2228m hoog. Nu, in alle eerlijkheid, 'beklommen' is een groot woord. We zijn met een skilift naar 1938m gesjeesd en van daaruit lag er letterlijk een wandelpad tot aan de top van berg. Weliswaar een wandeling van 13km (heen en terug) maar met een beperkte hellingsgraad.
Maar goed, we hebben toch op het hoogste punt van het land gestaan.
Om nog even terug te komen op al die dode beesten naast de weg waar ik al eerder over had. Tijdens die wandeling raakten we aan de praat met een Australiër en die had daar een vrij rare theorie over. Hij zei letterlijk:"Well, you know, as long as they are being run over by cars, at least you know they are there. It is only when we don't find any dead animals along the road anymore that we have to start worrying about them being around."
Een doordenker, en in een vreemde manier van redeneren heeft hij eigenlijk wel gelijk, maar toch...
Terug naar onze berg. De eerste westerling die de berg beklom was een Pool, Strzelecki, die de berg vernoemde naar een Poolse oorlogsheld uit de Amerikaanse onafhankelijksoorlog, een zekere Kosciuszko. Deze zou ook één van de stichters zijn van het fort West Point, dat later uitgroeide tot de West Point Academie, een kweekvijver voor Amerikaanse legerofficieren. Dit komt allemaal niet uit Wikipedia maar werd ons verteld door een aantal Polen op de top van de berg.
Vandaag reden we verder naar Albury. Hierbij reden we nog een honderdtal km door het nationaal park, een prachtige rit door een landschap dat je niet beter kan omschrijven als een jungle. Een ondoordringbaar woud met majestueuze bomen en reusachtige varens.
Ook als je even stopt en je laat de geluiden tot je komen waan je je in een oerwoud, overal gekrijs en geroep. Je verwacht zo dat er ergens een dino zijn kop door het struikgewas gaat steken.
Onderweg namen we onder meer een zijweg naar Olsens lookout. Hierbij waren we even alleen op de wereld. Een tof baantje en gelukkig beschikten we hier over onze tank, zoals we onze huurwagen zijn gaan noemen, want met onze eigen salon 4x4 van thuis denk ik niet dat we er zouden zijn geraakt. Maar al bij al de moeite van de omweg waard. Dit is voor ons de betekenis van reizen.
Vandaag zagen we ook onze eerste wilde emoes. Verdorie zeg, als ge daar een billetje zou van opeten had je genoeg voor een paar dagen.
Een grappig zicht eigenlijk want het was alsof die beesten achter een aantal kangoeroes aan het jagen was. Jammer genoeg zie je deze niet op bijgevoegde foto's.
Onderweg stopten we ook even in een dorpje voor een kop koffie. Net of je met de teletijdsmachine van professor Barabas terug geflitst werd naar 1950. Een rust en kalmte dat daar hing, niet te geloven.
Toen we dan in de late namiddag bijna aankwamen op onze bestemming werd het tijd om een paar inkopen te doen. Op zoek dus naar een warenhuis. En ja, gevonden, in een winkelzone zag ik een groot gebouw met het opschrift 'warehouse' en voor de deur een stapel kruiwagens. Annick vertrouwde het niet zo, maar goed, ik wist het natuurlijk weer beter en wij daarbinnen. Bleken er binnen ook alleen maar doe het zelf artikelen te staan. We stonden daar maar wat te gapen en komt er een local naar ons toe met de vraag of hij ons kon helpen (mensen zijn echt wel behulpzaam) en ik zei dat we eigenlijk op zoek waren naar 'a warehouse where one can buy things to eat '.
Die vent bekeek mij alsof ik van Mars kwam. (we komen natuurlijk ook bijna van daar) Blijkt dus dat een warehouse echt een doe-het- zelfzaak is waar je gereedschap en tuingerei en dergelijke kan kopen. Annick heeft tot in het hotel met mij gelachen.
Bon, die man heeft ons dan toch vriendelijk de weg gewezen naar de dichts bijzijnde 'supermarket', what's in a name.
Na de inkopen gingen we tanken. De tank was wel nog meer dan een kwart vol maar allee. Het was me al opgevallen dat we eigenlijk wel een aanzienlijk bereik hebben met de auto, ook al zal die zeker wat verbruiken. Om een lang verhaal kort te maken, ik heb daar aan die pomp 95 liter getankt. Dat was even slikken. Blijkt die kar dus te beschikken over een tank van +/- 125 Liter. Maar bon, of je nu meerdere keren een kleine hoeveelheid tankt of één keer een grote komt over mekaar uit en zo'n grote tank is natuurlijk een voordeel voor later in de Outback.
Morgen hebben we trouwens onze eerste 1000 km al achter de kiezen.
Zo, dat was het voor de voorbije dagen.
Nog even lezen in bed en dan...oogjes dicht en snaveltjes toe.
Tot de volgende,
CU
Rony & Annick







|