Gisteren 11 februari en vandaag 12 februari voelen we ons een beetje met vakantie, eerder dan op reis te zijn. Dit komt vooral door de accommodatie van gisteren enerzijds en anderzijds de locatie waar we vandaag zijn.
Het korte ritje van Albury naar Bright is eigenlijk het vermelden niet waard. Voordeel was natuurlijk wel dat we al voor de middag op onze bestemming waren.
Het betrof een kleinschalige onderneming met vier bungalows gerund door een Australisch - Nederlands echtpaar. Die Nederlanders kom je toch ook overal tegen, en gelukkig maar want zo leer je al eens iemand kennen nietwaar?
Greg en Christel waren echt aimabele mensen en hij was een liefhebber van ons Belgisch bier. Hij kende zelfs Karmeliet.
Hij gaf ons de raad om eens een wandeling naar het dorp te maken waar een lokale brouwerij was.
We namen zijn tip dan ook ter harte, maar niet vooraleer we een tijdje gespendeerd hadden in en rond het zwembad dat we voor ons alleen hadden. Zalig, zoals ik al zei, een beetje vakantiegevoel tijdens het reizen.
Bon, later wandelden we dan effectief naar de brouwerij waar ik een proevertje bestelde met zes bieren van hen. Op de bierfiche stond tweemaal een verwijzing naar de Belgisch biertraditie, eentje naar de witte van Hoegaarden en eentje naar de Trappisten. Laat ons zeggen dat het een verdienstelijke poging was om bier te brouwen maar ze kwamen nog niet aan de enkels van onze lekker Belgisch gerstenat. Of steekt hier een beetje chauvinisme de kop op? Neen, toch niet, het is gewoon zo.
Maar... tijdens de rit reden we ook door een wijngebied van Australië, en het dient gezegd, deze wijnen zijn wél van een uitmuntende kwaliteit. cfr Gapsted Valley Reserve Cabernet Merlot 2016, niet te versmaden. Die ga ik zeker proberen te vinden thuis.
De rit van vandaag was dan weer een pak mooier. Eens we Bright uit waren zaten we direct in de bergen. We maakten een prachtige klim tot op 1850m. Ik vraag me af wat het stijgingspercentage was maar het was alleszins de moeite. Onderweg passeerden we meerdere fietsers die de berg op hun ijzeren, waarschijnlijk eerder carbonnen, ros beklommen. Diep respect voor die mannen en vrouwen, ik denk niet dat ik het op dit moment zou kunnen. Alhoewel ik moet zeggen dat de eerste die we inhaalden een dame betrof die was moeten afstappen en die zag er helemaal niet OK uit. Die zag zo grijs als de Belgische lucht. Ik hoop dat ze er niets aan overgehouden heeft, ik was er niet gerust in. Gelukkig was er wel iemand bij haar.
Onderweg, tijdens een stop waar Annick op fotojacht ging naar een zwerm kaketoes maar door die beesten alleen maar werd uitgelachen w vanuit de bomen, vond ik een hol van een dier waarvan ik denk dat een wombat was. Ik heb er es in gepookt met een stok en me dan vliegensvlug uit de voeten gemaakt want ik vreesde dat het beest daar als een razende furie zou komen uit gestoven zijn. Niet dus, en voorlopig nog geen levende wombat gezien.
Het is trouwens ook al een dag of twee geleden dat we Skippies hebben zien rondhuppelen.
Een heel eind verder kwamen we op onze bestemming in Lakes Entrance en de eerste indruk hiervan was fabuleus. Een sprookjesachtige lagune waar je met een heel klein beetje verbeelding de piratenschepen zag aanmeren. Echt heel mooi.
In de loop van de namiddag maakten we nog een fijne wandeling naar een 'bounty'strand.
Er was daar een kerel vrij ver in de oceaan aan het zwemmen en ik maakte me plots luidop de bedenking dat, alhoewel ik het heel erg zou vinden voor die man, het toch vrij spectaculair zou geweest zijn moest er plots een witte haai opduiken en die vent met huid en haar zou opslokken. Ik had me die bedenking beter niet luidop gemaakt want mijn teergevoelige echtgenote vond het nogal ongepast. Allee, nu mag een man al niet wat fantasie meer hebben.
Ondertussen is het alweer tijd om moe maar voldaan onder de wol te kruipen.
Morgen zien we misschien onze eerste koalas.
Hoe dat afliep horen jullie later, geniet van de foto's en bedankt om ons via deze weg te volgen, hopelijk vinden jullie het een beetje fijn.
Australië, het land waar iemand nog een lapje grond kan kopen van 1000ha ofte 10 km², deze week gezien voor het raam van een immobiliënkantoor.
Gisteren, 9 februari, hebben we de hoogste berg van Australië beklommen. Het is de Mt Kosciuszko waar ik jullie in een eerder bericht ook al over sprak, 2228m hoog. Nu, in alle eerlijkheid, 'beklommen' is een groot woord. We zijn met een skilift naar 1938m gesjeesd en van daaruit lag er letterlijk een wandelpad tot aan de top van berg. Weliswaar een wandeling van 13km (heen en terug) maar met een beperkte hellingsgraad.
Maar goed, we hebben toch op het hoogste punt van het land gestaan.
Om nog even terug te komen op al die dode beesten naast de weg waar ik al eerder over had. Tijdens die wandeling raakten we aan de praat met een Australiër en die had daar een vrij rare theorie over. Hij zei letterlijk:"Well, you know, as long as they are being run over by cars, at least you know they are there. It is only when we don't find any dead animals along the road anymore that we have to start worrying about them being around."
Een doordenker, en in een vreemde manier van redeneren heeft hij eigenlijk wel gelijk, maar toch...
Terug naar onze berg. De eerste westerling die de berg beklom was een Pool, Strzelecki, die de berg vernoemde naar een Poolse oorlogsheld uit de Amerikaanse onafhankelijksoorlog, een zekere Kosciuszko. Deze zou ook één van de stichters zijn van het fort West Point, dat later uitgroeide tot de West Point Academie, een kweekvijver voor Amerikaanse legerofficieren. Dit komt allemaal niet uit Wikipedia maar werd ons verteld door een aantal Polen op de top van de berg.
Vandaag reden we verder naar Albury. Hierbij reden we nog een honderdtal km door het nationaal park, een prachtige rit door een landschap dat je niet beter kan omschrijven als een jungle. Een ondoordringbaar woud met majestueuze bomen en reusachtige varens.
Ook als je even stopt en je laat de geluiden tot je komen waan je je in een oerwoud, overal gekrijs en geroep. Je verwacht zo dat er ergens een dino zijn kop door het struikgewas gaat steken.
Onderweg namen we onder meer een zijweg naar Olsens lookout. Hierbij waren we even alleen op de wereld. Een tof baantje en gelukkig beschikten we hier over onze tank, zoals we onze huurwagen zijn gaan noemen, want met onze eigen salon 4x4 van thuis denk ik niet dat we er zouden zijn geraakt. Maar al bij al de moeite van de omweg waard. Dit is voor ons de betekenis van reizen.
Vandaag zagen we ook onze eerste wilde emoes. Verdorie zeg, als ge daar een billetje zou van opeten had je genoeg voor een paar dagen.
Een grappig zicht eigenlijk want het was alsof die beesten achter een aantal kangoeroes aan het jagen was. Jammer genoeg zie je deze niet op bijgevoegde foto's.
Onderweg stopten we ook even in een dorpje voor een kop koffie. Net of je met de teletijdsmachine van professor Barabas terug geflitst werd naar 1950. Een rust en kalmte dat daar hing, niet te geloven.
Toen we dan in de late namiddag bijna aankwamen op onze bestemming werd het tijd om een paar inkopen te doen. Op zoek dus naar een warenhuis. En ja, gevonden, in een winkelzone zag ik een groot gebouw met het opschrift 'warehouse' en voor de deur een stapel kruiwagens. Annick vertrouwde het niet zo, maar goed, ik wist het natuurlijk weer beter en wij daarbinnen. Bleken er binnen ook alleen maar doe het zelf artikelen te staan. We stonden daar maar wat te gapen en komt er een local naar ons toe met de vraag of hij ons kon helpen (mensen zijn echt wel behulpzaam) en ik zei dat we eigenlijk op zoek waren naar 'a warehouse where one can buy things to eat '.
Die vent bekeek mij alsof ik van Mars kwam. (we komen natuurlijk ook bijna van daar) Blijkt dus dat een warehouse echt een doe-het- zelfzaak is waar je gereedschap en tuingerei en dergelijke kan kopen. Annick heeft tot in het hotel met mij gelachen.
Bon, die man heeft ons dan toch vriendelijk de weg gewezen naar de dichts bijzijnde 'supermarket', what's in a name.
Na de inkopen gingen we tanken. De tank was wel nog meer dan een kwart vol maar allee. Het was me al opgevallen dat we eigenlijk wel een aanzienlijk bereik hebben met de auto, ook al zal die zeker wat verbruiken. Om een lang verhaal kort te maken, ik heb daar aan die pomp 95 liter getankt. Dat was even slikken. Blijkt die kar dus te beschikken over een tank van +/- 125 Liter. Maar bon, of je nu meerdere keren een kleine hoeveelheid tankt of één keer een grote komt over mekaar uit en zo'n grote tank is natuurlijk een voordeel voor later in de Outback.
Morgen hebben we trouwens onze eerste 1000 km al achter de kiezen.
Zo, dat was het voor de voorbije dagen.
Nog even lezen in bed en dan...oogjes dicht en snaveltjes toe.
gisteren geen internetverbinding en eigenlijk ook veel te moe om aan de blog te werken.
Het zijn vooral twee dagen van reizen geworden.
Gisteren, woensdag, zijn we de auto gaan ophalen. Het was weer een beetje gewoon worden. Het stuur staat rechts, er moet links gereden worden en dat direct in een stad die je van geen kanten kent. Het zweet stond de eerste minuten in mijn schoenen.
Ondertussen ben ik het al goed gewoon en heb ik er al terug plezier in.
Zoals gezegd, het was vooral genieten van het onderweg zijn, de prachtige vergezichten en het nieuwe allemaal.
Op weg naar onze tweede slaapplaats kwamen we voorbij plaatsen met namen als Ulla Dulla, Gang Gang, Woolamia enz. Ietsje exotischer als Gent en Brussel dus.
Onze overnachtingsplaats van gisteren was heel tof, jammer dat we daar niet meer nachten verbleven. Het was gelegen in een bos, ongeveer een kilometer van de weg gelegen. We sliepen in een safaritent. Net of we buiten sliepen, ook de badkamer was gewoon buiten maar wel overdekt. Deze morgen nam ik er de beste douche van mijn leven. Tijdens de nacht was het pikdonker en hoorden we de beesten in de bomen kabaal maken. Blijkbaar zouden het Opossums geweest zijn. Wij hebben er geen gezien maar bij anderen zaten ze zelfs tot in de badkamer.
We hebben er geslapen als roosjes.
Vandaag hebben we een langere rit naar Thredbo achter de kiezen.
Een paar tussenstops ingelast waarvan eentje op Pebbly Beach. Dit zou de enige plaats in Australië zijn waar de kangoeroes tot op het strand komen en er zich zelfs in zee wagen, vandaar dat men ze de 'surfing kagaroos' noemt.
Een prachtig afgelegen strand, bereikbaar via een avontuurlijk baantje. Maar wat denk je? Uiteraard geen enkele kangoeroe te zien op het strand. Ze lagen een beetje verder in het gras onder de bomen. En groot gelijk hadden ze, het was 39°. Maar ze komen er wel want het strand lag bezaaid met hun keutels.
De weg doet raar aan, je rijdt wel door bossen net als bij ons maar het lijkt toch een andere wereld, het zijn allemaal boomsoorten die je bij ons niet vindt en daartussen staan dan reusachtige varens, net een prehistorische wereld.
We hebben ook meerdere wombats gezien, een soort groot knaagdier. Ze waren wel allemaal nogal onbeweeglijk, vermoedelijk van een beetje dood te zijn want het waren er allemaal die gesneuveld waren in het verkeer. Het valt trouwens op hoeveel dieren er sterven door confrontaties met auto's. De weg ligt letterlijk bezaaid met kadavers van kangoeroes, wombats, vossen en zelfs papegaaien. En dit in alle staten van ontbinding. Jammerlijk zicht voor dierenliefhebbers als wij.
Vannacht verblijven we in een skioord vlak aan de hoogste berg van Australië, de mount Kosciuszko, 2228m hoog.
De reis hier naartoe was vermoeiend maar is heel vlot verlopen. Geen enkele vertraging, het overstappen in Dubai is heel vlot verlopen en toen we landden in Sydney zou ik gezworen hebben dat er een kangoeroe over de tarmac huppelde. Maar ik denk dat ik toen hallucineerde van het slaaptekort.
Want de reis was lang, heel lang. Vanaf we thuis vertrokken tot we in het hotel aankwamen zijn we 26h onderweg geweest waarvan 20h vlucht. Gelukkig waren de vliegtuigen ietsje comfortabeler dan die van Ryanair. Vooral op de vlucht van Dubai naar Sydney met een airbus A380 hadden we riante plaatsen, zelfs in economy class. In de business class op het upper deck mochten we niet eens onze neus binnen steken.
Zo'n airbus is best een imposante machine, in economy alleen waren er bv al 10 à 12 toiletten.
En het dient gezegd, Emirates verdient haar vermelding van beste vliegtuigmaatschappij ter wereld ten volle. Wat een service! Vriendelijke behandeling tijdens de ganse duur van de vlucht en nog nooit zo lekker gegeten op een vliegtuig. De maaltijden waren van restaurantniveau. Drankjes wanneer en wat je wou, zelfs de whisky was onbeperkt inbegrepen.
In Sydney hebben we ons vandaag beperkt tot het verkennen van het gebied om en rond het Opera House, hét symbool van de stad.
Dit markant concertgebouw is gebouwd in de wijk 'The Rocks', zo genoemd door de allereerste kolonisten die hier aankwamen op 13 mei 1787 omdat de kust bezaaid was met enorme rotsblokken. Achter het Opera House ligt de imposante Harbour Bridge. Om beide mooi op de foto te krijgen moet je een wandeling maken door de botanische tuinen van Sydney. Een prachtig, rustig park met, voor ons, exotische planten en bevolkt met allerlei rare vogels, met en zonder pluimen.
Waar bij ons de mussen en merels de kruimels van je bord komen halen doen hier de ibissen en kaketoes dat. We zagen zelfs al een kookaburra, een soort ijsvogel en het symbool van de provincie New South Wales.
Sydney is een stad gebouwd naar Amerikaans model met rechte, evenwijdige straten maar met een Britse mentaliteit. De meeste straten verwijzen naar streken of steden in Groot Brittannië met namen als York-, Gloucester-, Victoria-,en Kent street. (zelfs mijnen hond heeft hier dus een straat vernoemd naar hem)
Er is ook een mix van oude gebouwen met moderne architectuur.
De bevolking is heel vriendelijk zonder opdringerig te zijn.
Aboriginals zie je hier niet, toch wel, ene, die als toeristische attractie aan de waterkant op een didgeridoo zat te spelen en dikke joints aan roken was.
's Avonds keerden we nog eens terug om de buurt eens by night te zien en dan bleken de bomen vol te zitten met vliegende honden, een gigantische vleermuis. Als zulke beesten hier al in de stad zitten vraag ik me af wat we gaan tegenkomen op den buiten.
Om maar te zeggen dat het hier tof is.
En niet te versmaden, van putteke winter, koud en grijs, naar hoogzomer, volle zon en warm, en dit op één dag. Enig nadeel, onzer beider smikkel is al flink verbrand. Moeten we voor opletten!
We gaan slapen nu. Morgen begint de eigenlijke roadtrip.
zondag vertrekken we voor een maand naar Down Under. Best wel een avontuur maar goed, we hebben ondertussen al een beetje ervaring met dergelijke reizen dus het moet ons wel lukken.
Aangezien we van meerdere mensen de vraag kregen om af en toe eens een fotootje en/of een berichtje door te sturen zochten we een gemakkelijke manier om dit te doen.
Via WhatsApp is het een heel gedoe. Een groep aanmaken, allemaal goed en wel, maar wie moet er dan in? En uiteraard vergeet je dan ook sommigen.
Aangezien de 'social media' mij niet zo genegen zijn stond ik wat afkerig tegenover Facebook. Maar ik ben ondertussen toch al zo geëvolueerd dat ik besef dat een bericht via een gele briefkaart ook niet meer van deze tijd is.
Vandaar het idee van deze Blog.
Pin me er niet op vast dat ik elke dag een heel epistel ga schrijven maar zo eens een fotootje en een tekstje moet wel lukken.
Het zou best kunnen dat we op sommige plekken gewoon geen connectie hebben maar ik vermoed dat de meeste hotels wel internet zullen hebben.
Misschien even een schets van ons traject?
Wij vertrekken vanuit Zaventem naar Sydney met een tussenstop in Dubai.
Vanuit Sydney rijden we naar het uiterste Zuiden van Australië via de hoofdstad Canberra naar Melbourne.
Afgezien van Sydney (Annick wil koste wat kost het Opera House zien) laten we de steden naast ons liggen en focussen we ons eerder op de natuur.
Vanuit de buurt van Melbourne reizen we via Adelaide naar Kangaroo Island. Van hieruit reizen we min of meer pal naar het Noorden om via Port Augusta de Outback in te trekken. Over de Stuart Highway, eigenlijk de enige weg van betekenis in dit gebied en genoemd naar de eerste blanke die het continent van Zuid naar Noord doorkruiste in 1861, rijden we naar Alice Springs. Met deze laatste etappe zijn we ongeveer een week zoet en we komen door plaatsen als Coober Pedy, Marla en natuurlijk het ganse gebied rond Uluru of Ayers Rock.
Vanuit Alice Springs vliegen we dan via Sydney en Dubai terug naar België.
Vast en zeker doodmoe maar weer een pak ervaringen rijker.
Ziezo, hiermee is mijn wat uit de kluiten gewassen testberichtje af.
Hopelijk genieten jullie van onze belevenissen en laat gerust een commentaar achter.
Pour mes amis Francophones, je m'excuse mais nos escapades vont être racontées dans la langue de Vondel c.a.d. le Néerlandais. Ca va prendre trop de temps et il vont y avoir trop de fautes si je vais devoir traduire le tout. Mais comme vous êtes des vrais 'Brusseleirs' et que la plupart d'entre vous ont leur niveau 2 vous allez tout comprendre n'est-ce-pas?
Hieronder ook een foto als test. Da's al het gerief van Annick dat mee moet, het mijne ligt nog boven, gewoon op een stoel.
En als allerlaatste nog een dankwoordje aan onze dochter en zoon en hun respectievelijke vriend en vriendin om hier op het thuisfront de geplogendheden een beetje te verzorgen.