Buxus
xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Vandaag vinden we buxus in bijna elke tuin terug. Het is een zeer onderhoudsvriendelijke en steeds groen blijvende plant.
Buxus gebruikt men voornamelijk als haagplant of in diverse vormen.
Snoei :
Snoeien doet men best tweemaal per jaar, een eerste keer in de periode tussen midden mei en eind juni, een tweede keer in de periode van half augustus tot half september.
Hierbij letten we erop dat we snoeien op een ietwat bewolkte dag, zodat na de snoei niet te veel vocht verdampt via de wondjes, en hierdoor de blaadjes niet geelbruin gaan verkleuren.
Als gereedschap gebruik je best een scherpe manuele heggenschaar.
Uiteraard kan je voor grote oppervlaktes ook een electrische- of motorheggenschaar gebruiken.
De snoeivormen kunnen best afgewerkt worden met een speciale buxusschaar. Deze vormen kan je tot driemaal per jaar bijsnoeien (begin mei, eind juli en begin september).
Ziektes en ongedierte :
Bij de insecten zijn vooral de buxusbladvlo (wit) gevreesd, welke zorgen voor omgekrulde blaadjes welke ook de groei gaan afremmen. Bestrijden doen we begin april met een chemisch product of door bij de eerste tekenen deze takjes weg te snijden (niet op de composthoop gooien !).
Er is ook de buxus spintmijt (bruin rood en oranje eitjes), welke vooral de oudere blaadjes zal aantasten. Bestrijden met een spintdodend middel.
Dan is er nog de buxus topgalmijt, welke vooral gedijt in de plantkoppen waar ze gezwellen en verkleuringen veroorzaken met groeivertraging tot gevolg.
Bestrijden doen we in het voorjaar met een chemisch middel of door ook alweer de zieke takjes weg te snijden.
Als laatste insect is er nog de kommaschildluis, welke onderaan de plant op uitgedroogde takjes zit, en lijkt op een schimmelziekte. In principe doet dit weinig kwaad aan de plant, we kunnen bestrijden door aangetaste takjes te verwijderen.
Naast de insecten zijn er nog enkele aandoeningen welke ook voor problemen kunnen zorgen bij buxusplanten, zoals
.groenaanslag door wieren of algen, welke de groei afremmen. Oplossen door betere standplaats te zoeken (minder schaduw, minder vochtigheid,
)
.gele bladrand, vooral te wijten aan gebrek aan meststof en kalk. Na bijbemesting zullen de meeste plantjes goed herstellen
.takkenbreuk en / of verbrande blaadjes door contact met bv mens of dier.
|