Mijn nieuwste boek (Uit het schuim van de zee, 2011) behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen (408 pag.) en 18 originele tekeningen. Het is nu reeds aan zijn derde druk toe. Het boek is te bestellen via mail (kvansteenbrugge@gmail.com). Betaling na ontvangst (18,95 euro). Bij bestellingen vóór 1 mei dienen geen verzendkosten betaald te worden.
FLAUW EN PUBERAAL, MAAR GOED BEDOELD: dit soort verhaaltjes vindt u bij de vleet ('n 200-tal) op www.bloggen.be/kris .......... PICTAIKU'S (de allernieuwste kunstvorm) vindt u op www.bloggen.be/pictaiku
17-08-2021
Actuele kunst en witwas
blogimages.seniorennet.be/tisallemaiet/attach/16888.pdf is een site van zeer recente makelij (10.8.2021). Zoek dat maar even op, beste lezer, en u krijgt een zéér interessant betoog van Jan Bauwens voorgeschoteld: twintig paginas over moderne
kunst en witwasserij. De titel is Een beknopte beschouwing over hedendaagse kunst en het is twintig bladzijden lang. Het werd reeds in 2009 geschreven en de inhoud kwam mij zó bekend voor dat hij ongetwijfeld
al eerder via andere kanalen tot mij moet zijn doorgedrongen. De reden waarom ik u, beste lezer, wil aanzetten om dit zinnig stuk literatuur ook eens door te nemen is drieërlei. Ten eerste, ik vind het nog steeds brandend
actueel. Ten tweede, ik heb aan Germaine beloofd mij niet meer in te laten met moraalfilosofie. En ten derde, ik heb gisteren nogmaals oog in oog gestaan met een monumentaal modern beeldhouwwerk op de markt van een naburige
stad. De populaire naam van het kunstwerk is de snottebelle ofschoon het op het stadhuis ongetwijfeld bekend zal staan onder een deftigere naam, die zo goed als niemand kent. Het beeld staat er al minstens een paar decennia
en minstens één kunstcriticus had voorspeld dat de mensen het in de loop der jaren zouden leren waarderen. Misschien zijn er nog niet genoeg jaren overheen gegaan, een medemens die mij in vertrouwen zegt dat
hij het mooi vindt, heb ik tot op heden niet ontmoet. Het wordt enkel mooi gevonden in officiële gesprekken of geschriften: de mensen zijn bang voor cultuurbarbaren aanzien te worden.
Ik heb zelf weinig of geen hedendaagse kunstenaars persoonlijk gekend. Er is alleen Jezus Engels, die ik een beetje heb gekend. Misschien wel de enige in de katholieke
Westerse wereld (Spanje niet te na gesproken) die genoemd is naar de mensgeworden zoon van God - vergelijk dat maar eens met de populariteit van de profeet Mohammed in de wereld van de islam! Jezus kunst
heb ik nooit bewonderd, tweemaal heeft hij niettemin grote indruk op mij gemaakt. De eerste keer was op een rommelmarkt in Gent: hij stelde er zijn moderne kunst tentoon. Iemand bleek geïnteresseerd in één
van zijn moderne beelden in aardewerk en vroeg de prijs. Achthonderd frank, zei Jezus. De toenmalige vice-premier Willy Declercq, een notoir bezoeker van de rommelmarkt, kwam er voorbij en wilde afdingen op de prijs. Geen
sprake van, zei Jezus, want voor u is de prijs achtdúizend frank, mijnheer de minister. De tweede keer was tijdens een soort kunstmarkt in een park: verscheidene kunstenaars boden er hun werk te koop. Een vrouw vroeg
naar de kostprijs van één van Engels´ moderne gedrochten. Zeshonderdduizend frank! Ze dacht dat de kunstenaar een grapje maakte: zeshonderdduizend frank voor een beeld dat wel álles
kon voorstellen en waaraan hij ongetwijfeld niet langer dan één dag kon gewerkt hebben! Wat zegt u, mevrouw? Eén dag aan gewerkt? Mijn hele leven heb ik er aan gewerkt? En ge wilt het niet kopen? Zeshonderd
duizend luttele frankskes is teveel voor een werk waar ik heel mijn leven in gelegd heb? Als het zo zit: daar zie! En hij gooide het beeld aan gruizelementen op de grond. Hedendaagse kunstenaars zijn vaak mensen met pit...
Wie ook een mens met pit was: Jan Hoet, de modernekunstpaus van Gent. Hem heb ik nooit gekend, maar ik heb wel aan zijn graf gestaan: Campo Santo, Sint-Amandsberg, februari 2018.
Op het graf geen modern kunstwerk, enkel een marmeren steen met als opschrift UNTER DER ERDE. Tenzij dát het kunstwerk is natuurlijk. Een foto van het graf staat op www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=3055802.
Net als Jezus Engels was Jan Hoet een beetje speciaal. Als stichter van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst had hij ongetwijfeld enig gezag in kunstmiddens. Mij is een verhaal ter ore gekomen van een bezoek
van Jan Hoet aan een lagere school in het Gentse. In een klas hadden de kinderen net een tekenopdracht vervuld: een paard aftekenen van het bord en daarna kleuren met kleurpotlood. Jan Hoet die zijn bezoek aan de school een
beetje zag als een zoektocht naar jong kunstenaarstalent, koos er de tekening uit die naar zijn oordeel de eerste prijs verdiende: een paard dat meer op een hond leek, en schromelijk buiten de lijntjes gekleurd. Dat laatste
vond onze kunstpaus zo bijzonder en hij vroeg aan het jongetje of hij de tekening mocht meenemen voor het museum. Het jongetje was ervan overtuigd dat men hem en zijn tekening te schande wilde zetten in het museum en hij herhaalde
voortdurend de tekening is nog niet af, ze is nog niet af... en hij weende bitter.
Om van moderne kunst te genieten moet men de goede ingesteldheid hebben, moet men ervoor open staan, met de ogen en met het hart. Als u een museum voor moderne kunst bezoekt, ga er liever alléén naartoe, of neem een gelijkgestemde mee, die er voor openstaat, met de ogen en
met het hart. Lees in dit verband een oud verhaal op deze blog (www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=306336). Het dateert van 5 mei 2009. Als u er ook maar het kleinste vleugje ironie meent in te ontwaren, raad ik u evenwel
een bezoek aan het museum Dhondt-Dhaenens ten stelligste af.
Gisteren was ´t een zonnige dag. In ´t park de Ghellinck liep ik zowaar Germaine tegen het lijf. Tegen het lijf, in figuurlijke zin. We hebben nog samen
op school gezeten, in de Rijksmiddelbare School in Waregem, zo´n zeventig jaar geleden! Ik had Germaine voor ´t laatst gezien tijdens de begrafenis van haar zuster - ook weeral een jaar of vijf terug
- en toen hebben we geen woorden gewisseld, tenzij mijn deelneming en dank u. Gisteren deden we allebei alsof we bijzonder blij waren elkander weer eens te ontmoeten, en althans van mijn kant was
dat ook wel zo. We gingen zitten op een bank die daar - o gelukkig toeval - als het ware voor ons was neergezet. We praatten wat over het mooie weer dat zo zeldzaam was de laatste dagen, en dat we er maar best zoveel mogelijk
moesten van profiteren. Op onze leeftijd...
- Ik lees nog steeds zeer getrouw de verhaaltjes op je blog, zei ze.
- Heb je mijn laatste verhaaltje gelezen?
- Dat met die Franse titel?
- Precies.
- Het was nog maar pas verschenen of een lezer had het al een nul-op-vijf gegeven. Zeg nu zelf, Germaine, nul op vijf, dat heb ik toch niet verdiend.
- Daar ben ik het met je eens. Dat heb je niet verdiend. Maar, zeg nu zelf, minder kon die lezer toch niet geven!...
Ik schrok. Meende ze dat nu écht? Ze glimlachte:
- Ik maak maar een grapje, zei ze. En ik weet exact wat je bedoelt: de uitspraak van die olympisch kampioen doet de homozaak geen goed. Die nul op vijf kan komen van een fundamentalistische
homoverdediger die dat niet goed begrepen heeft. Het zou nochtans evenzeer kunnen komen van een fanatieke hetero: schrijf jij immers niet dat geen enkele hetero fier hoort te zijn op het feit dat hij hetero is? Ruk die zin
uit zijn verband en je hebt nóg een verklaring voor de nul op vijf.
- Denk je niet dat het beter zou zijn dat ik mij niet meer waag op het gebied van de moraal-filosofie.
- Dat dénk ik. Laat het over aan echte filosofen, mensen die ervoor gestudeerd hebben, mensen met een diploma.
- Zal ik mij dan maar liever beperken tot het schrijven over onnozele alledaagse dingen en gebeurtenissen?
- Die conclusie heb je goed getrokken. Schrijf bijvoorbeeld iets over mij. Geeft niet wát. Ik zal niet klagen. Als het maar goed geschreven is. Reken alvast maar op een
vijf-op-vijf van mijnentwege.
Ik kon het weer niet laten mijn mening te uiten op deze blog, twee dagen geleden, betreffende de uitspraak van een olympisch kampioen: dat hij fier is homo te zijn. Gepest te
worden omdat men homo is, ik huiver als ik er aan denk. Op deze blog (www.bloggen.be/kris/archief.php?ID=123515) heb ik het verhaal gedaan van mijn drie jaar ellende in de kostschool van Oostende: ik werd er gepest zowel door
de opvoeders als door de mede-geïnterneerden en - ik heb het er toen niet bij verteld - dat was wellicht voor een deel te wijten aan het feit dat ik sympathie toonde voor een medeleerling van
wie beweerd werd dat hij homofiel was.
Dat ik geen begrip kan opbrengen voor een homo die beweert fier te zijn op zijn seksuele geaardheid had ik beter niet gedaan, want in de ogen van sommigen - en niet altijd van
de minsten, zoals zal blijken - is dit verkeerd overgekomen, als zijnde ingegeven door... homohaat. En toch... Ik heb ermee willen aantonen dat uitspraken als van die olympisch kampioen van aard kunnen zijn om weerstand op
te wekken bij de andersgeaarden. Zou datzelfde niet het geval zijn als een olympisch kampioen op het ereschavot zou beweren fier te zijn dat hij hetero is? Mijn statement was dus goed bedoeld, maar
wellicht onhandig geformuleerd? En daardoor misschien door sommigen verkeerd begrepen. Zie maar...
Doe mij nu een plezier beste lezer en surf naar www.bloggen.be/tisallemaiet. Daar schrijft de bekende Vlaamse filosoof Jan Bauwens, op datum van eergisteren, enkele uren na het verschijnen van mijn verhaaltje over de homofiele
medaillewinnaar, en onder de titel Het ereschavot als tribunaal, dat de kritiek van sommigen op de fiere olympiër ingegeven is door... racisme (sic!). Als die bewering niet van Bauwens kwam
zou ik ze weglachen. Nu echter maak ik mij de bedenking of niet tout homme biencomportant est un raciste qui signore. Beangstigend.
Een Britse simultaanduiker die een gouden medaille heeft behaald verklaarde tijdens een persconferentie dat hij fier is met zijn medaille en ook met het feit dat hij homo is.
Ikzelf ben hetero en als ik een olympische medaille zou behalen zou ik ook fier zijn maar geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken te verklaren dat ik fier ben hetero te zijn. Men kan toch nooit een reden hebben om fier
te zijn op het feit dat men hetero is (en geen homo), of dat men een man is (en geen vrouw) of blank (en geen kleurling) of rechtshandig (en niet linkshandig), enzovoort? En al zou men dat tóch zijn, men hoede zich
best voor discriminerende en daarenboven niets-ter-zake-doende uitspraken.
... om een boek te schrijven over het studentenleven van Ernest Claes en mezelf. Het boek is klaar om uitgegeven te worden, maar de uitgever op wie ik mijn hoop had gesteld, heeft
mij, na een drie maanden durende beoordeling van het werk, met mijn beide voeten op de grond geplaatst en mijn hoop de kop ingedrukt. In dezer voege... Dat er nog mensen zijn die geïnteresseerd zijn in het studentenleven van Ernest Claes is aannemelijk en dat er zelfs zijn die in úw studentenleven geïnteresseerd zijn is evenmin onmogelijk. Maar
in uw beider memoires tegelijk??? Ik kon de zaak maar beter vergeten oftewel mij wenden tot een print-on-demand uitgeverij. Dat laatste vind ik prima want met die vorm van
boekdrukkunst ben ik vertrouwd. Een aanrader: voor een paar tientallen euros krijgt u uw boek kant-en-klaar, een boek voor uzelf en voor het nageslacht, of één dat u als origineel geschenk in de maag kunt
splitsen van een goede vriend of dito vriendin bij wie u uitgenodigd bent voor een drink of een etentje of een partijtje schaak. Wees er maar zeker van dat de print-on-demand boekdrukkerijen over vijftig jaar de klassieke
uitgeverijen van de kaart zullen geveegd hebben.
Het boek zal dus weldra verschijnen. Wanneer precies? Ik laat het u weten via deze weg. In extremis heb ik er nog een epiloog aan toegevoegd: een brief aan Ernest Claes...
Ernest,
Mijn boek over ons studentenleven is bijna klaar. Nu nog een uitgever vinden...
Er zijn zes hoofdstukken. Zopas heb ik een inleiding geschreven bij het laatste hoofdstuk, dat handelt over onze studentenliefjes. Voor wat die van u betreft heb ik uit geen andere
bron geput dan uw autobiografische boeken die uitgegeven zijn bij het Davidsfonds (DF) en de Standaard Boekhandel (SB). En laat die twee nu gefusioneerd zijn!...
Mijn boek, dat ik de titel commillitones meegeef, zal evenwel niet bij DF/SB uitgegeven worden - ´t zou te mooi geweest zijn! - want ik ben Jeroen Meus niet,
en ook Eddy Merckx niet of Johan Brusselmans, ik heb geen náám en ben daarenboven véél te oud. DF/SB laat daarom mijn mails onbeantwoord en omdat een onbenullig schrijvertje ook zijn fierheid heeft,
laat ik hun weten dat het niet meer hoeft. Het wordt dus een andere uitgever of maar weer een print-on-demand uitgever zoals bij de meeste van mijn vorige boeken. Maar dat is per slot van rekening bijzaak, want er is hoe dan
ook een grote toekomst weggelegd voor het boek.
Kris.
P.S. In uw boek Ik was student schrijft ge dat het meisje van uw geboortedorp Zichem, dat uw hart gebroken heeft, het jaar vóór ge student zijt geworden
in Leuven, de eerste was waarvan gij echt gehouden hebt. Zijt gij dan Gabrielle Verbeek uit Studentenkosthuis bij Fien Janssens vergeten? In Leuven zijt ge verliefd geworden op Vierske uit café Den Engel.
Het meisje uit Zichem en Vierske zijn allebei gestorven in de maand februari van het jaar 1951. Verwondert het u dat ik dat weet? Een beetje deductieve geest die uw boek Leuven, o dagen schone dagen aandachtig
leest kan het feilloos afleiden. Het hoofdstukje, dat nu volgt, over ons beider liefdesleven is eveneens geschreven in de maand februari, precies zeventig jaar later. In 1951 waart gij zesenzestig, zo oud als ik was in 2006
toen ik mijn O jerum jerum jerum... schreef, waarin al mijn jeugdliefdes figureren. Een half dozijn zijn het er geweest, een eerste platonische kinderliefde niet meegerekend. Allemaal vluchtige relaties: één
dag, een paar dagen, een paar weken, één keer een paar maanden. Alle hebben ze in mijn hart littekens nagelaten. En dat zal bij u niet anders geweest zijn. Ik citeer uit uw boek Ik was student:
...in die jaren kan de liefde in het gemoed van een gevoelig jong mens verwoestingen aanrichten waarvan een leven lang de sporen bijblijven. En ik vraag mij nu af of het bijzonder is dat wij beiden amper gewag maken van die allermooiste liefde, die ene liefde die met ons een leven lang lief en leed heeft gedeeld en ons gelukkig heeft gemaakt. Over
honderd of tweehonderd jaar zullen we ons dié alleszins nog herinneren en er een teder verhaal over schrijven.
Of ik misschien denk dat er leven is na de dood? Bijlange niet! De brief is bedoeld voor hen die Claes gekend hebben en voor iedereen die zich nog iets van zijn werk herinnert, in wie de
geest van Claes nog leeft.
Mijn nieuwste boek (Uit het schuim van de zee, 2011) behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen (408 pag.) en 18 originele tekeningen. Het is nu reeds aan zijn derde druk toe. Het boek is te bestellen via mail (kvansteenbrugge@gmail.com). Betaling na ontvangst (18,95 euro). Bij bestellingen vóór 1 mei dienen geen verzendkosten betaald te worden.