Mijn nieuwste boek (Uit het schuim van de zee, 2011) behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen (408 pag.) en 18 originele tekeningen. Het is nu reeds aan zijn derde druk toe. Het boek is te bestellen via mail (kvansteenbrugge@gmail.com). Betaling na ontvangst (18,95 euro). Bij bestellingen vóór 1 mei dienen geen verzendkosten betaald te worden.
FLAUW EN PUBERAAL, MAAR GOED BEDOELD: dit soort verhaaltjes vindt u bij de vleet ('n 200-tal) op www.bloggen.be/kris .......... PICTAIKU'S (de allernieuwste kunstvorm) vindt u op www.bloggen.be/pictaiku
07-04-2012
De Langestraat.
DE LANGESTRAAT(foto genomen rond 1960, vóór het café "De twee Vlaanders" t.g.v. de jaarlijkse kermis)
Extreem lang is ze niet, de Langestraat, maar toch lang genoeg om een behoorlijk traject te hebben in zowel het Westvlaamse Anzegem als het Oostvlaamse Elsegem. Dé straat uit mijn kinderjaren. De straat is nu bijna volgebouwd en er wonen mensen die hun buren niet eens kennen. Toen kende iedereen iedereen. Ikzelf woonde in de Broekstraat, een uitloper van de Elsegemse Langestraat. Ha, er waren wel degelijk verschillen tussen de Anzegemseen de Elsegemse Langestraat. Het Anzegems klinkt een beetje anders dan het Elsegems en cafés waren er alleen aan de Elsegemse kant. Zes stuks: De twee Vlaanders, Den Anker, De nieuwe Vlasbloem, De Zwemkom, De Jazzband en Café Roger. Genoeg om telkenjare, rond eind juni, een flinke wijkkermis te houden. Ach, die jaarlijkse kermis in de Langestraat! Het begon op zaterdag in de namiddag. Er hingen een stuk of vier luidsprekers, waaruit muziek klonk tot héél laat in de avond. Van die muziek van toen kon ik als kleine jongen heerlijk genieten in mijn zacht bedje: ik liet mijn slaapkamervenster wagenwijd openstaan om alleen op de prairie en de jodelende fluiter beter te laten binnendringen. De zondag was er weer muziek van in de morgen en iedereen keek uit naar het grote evenement van de dag: de wielerkoers. t Was een koers voor nieuwelingen, jongens van een jaar of achttien: voor mij waren het stuk voor stuk helden. De grotere kerels waren gebrand op het groot bal dat na de koers gehouden werd in het kleine danszaaltje dat bij het café De nieuwe Vlasbloem hoorde. Van alle cafés was De nieuwe Vlasbloem mij t meest vertrouwd omdat die uitgebaat werd door Achiel Callens (Makker Kallies in de volksmond). Achiel was een zéér populaire figuur. Hij is de tweede van links op de voorste rij. Naast hem (derde van links) zit de burgemeester Emiel Declercq. Hij is zon veertig jaar lang burgemeester geweest in Elsegem, een eenvoudige landbouwer, de enige burgemeester die er in Elsegem is geweest die niet van adel was. Vóór hem waren er de opeenvolgende burggraven de Ghellinck dElseghem, en na hem kwam de fusie met vier andere gemeenten. In feite was het mijn nonkel Richard, de gemeentesecretaris, die toentertijd de touwtjes in handen had in de gemeente. Nonkel Richard had drie jaar middelbare studies gedaan en nog enkele maanden bestuurswetenschappen gestudeerd. Voor dié tijd was hij een geleerd man, die in zijn eentje beredderde wat er in Elsegem te beredderen viel. Achter de burgemeester staat Achiels vrouw, Gusta. Beiden waren goed bevriend met mijn ouders en Achiel en mijn grootvader Gustaaf waren erg close. Daar kwam nog bij dat Achiels kleinzoon mijn beste jeugdvriend was en bij zijn grootouders inwoonde. In de nabijheid van De nieuwe Vlasbloem stond een frietkot en op t hof van café Den Anker stond een schiettent en een draaimolen. De maandag waren er volksspelen en de klassieke valiezenkoers. Die koers werd telkenjare gewonnen door Maurice Dekeyzer iedereen noemde hem Kiekske Keizers een klein ventje dat al vrij bejaard was en niet veel kracht meer in de benen had, zodat het ieder jaar moeilijker werd om hem te laten winnen maar het moést nu eenmaal, want Kiekske was de keizer en die moést winnen, want s anderendaags, de dinsdag, diende de kermisafgesloten te worden met een feestelijke stoet met praalwagens, ter ere van de keizer, die daarna iedereen tracteerde in al de cafés tot groot jolijt van allen en totgrote ergernis van Lieske, Kiekske Keizers halve trouwboek. Ik denk dat Kiekske zich nooit gerealiseerd heeft dat ze hem lieten winnen.
Halverwege de jaren vijftig begon het succes van De nieuwe Vlasbloem te tanen en dat had veel, zoniet alles, te maken met het feit dat Irene, de wondermooie dochter van Achiel, de ware had gevonden en ermee getrouwd was. Ik was toen al groot genoeg om alleen op café te gaan. Als een volleerde tooghanger in De twee Vlaanders: dat was heel erg stoer het woord macho was toen nog niet uitgevonden. De uitbater was Omer Kiekens uiterst links onderaan die later opgevolgd werd door de alom gekende en geliefde en helaas te vroeg gestorven Piet Vankempen (bovenste rij, vierde van rechts). Piet heette in feite Michel Dekimpe, maar bijna niemand wist dat. Hij was Piet van in zijn prille jaren, genoemd naar de befaamde Nederlandse baanwielrenner Piet Vankempen. Niet dat ze op elkaar leken, maar omdat de achternamen een beetje gelijkluidend waren, naar ik vermoed. t Was enkel maar op zondagmorgen, na de hoogmis in Grijsloke, dat ik in De twee Vlaanders binnenging en ééns in de vijf weken was dat ook om mijn haar te laten knippen. Achteraan in een hoek van t café, en alleen op zondagmorgen, oefende Roger Kiekens dáár het vak van haarkapper uit. Roger was een zachtaardige zeer begaafde jongeman: naast belastingcontroleur was hij ook een getalenteerd accordeonspeler. De prijs voor een kapbeurt was belachelijk laag: vijf frank, en dat was precies de prijs van een pint bier. Het was maar logisch dat die prijs opgetrokken werd. Ineens ging het naar twintig frank: nog steeds goedkoop, maar toch een prijsstijging van driehonderd percent! Een verschil van drie pinten. Vanwege die drie pinten heb ik daarna twee keer mijn haar laten knippen bij Tillie Kok, een bejaarde man in het Anzegems deel van de Langestraat, en die het nog steeds deed voor vijf frank. Maar Tillie praatte almaardoor en zijn adem rook niet al te best, zodat ik na die twee keer teruggekeerd ben naar Roger Kiekens en ik heb er geen pint minder om gedronken. Roger is de tweede van rechts op de onderste rij. Zijn lief vrouwtje, Maria, is de derde van rechts op de middenste rij. Ze is vorig jaar ter ziele gegaan, een lot waaraan er pas twee ontsnapt zijn tot op de dag van heden: Roger Kiekens zelf en Gabriëlle, de fiere dame achter hem, de vierde van rechts. Al die anderen zijn dood. Ik zit er met betraande ogen naar te kijken. Die foto, hij lijkt zo recent. Al die lieve mensen die ik stuk voor stuk zo goed gekend heb en met wie ik ben opgegroeid. Ze zijn er niet meer, net als de kermis. Net zo min als die mensen zal de kermis nog ooit terugkeren, want alle cafés van de Langestraat zijn weg en er woont daar nu veel te veel volk in al die nieuwe huizen. Maar de geboortegrond, die is er nog. Het ouderlijk huis renoveren en hier weer komen wonen, is mijn lang gekoesterde droom. Maar de bouwvergunning voor de renovatie is afgekeurd en er moet een nieuwe aangevraagd worden. Dat brengt slapeloze nachten mee voor deze bejaarde hartlijder en op zijn minst drie maanden vertraging. Op mijn leeftijd betekenen drie maanden vertraging heel wat! Als de goedkeuring er ooit nog kómt, wel te verstaan Misschien moet ik de titel van mijn memoires wijzigen: Adieu Elsegem in plaats van Terug naar Elsegem. Of Niet terug naar Elsegem?
Eindelijk heb ik mij weer verzoend met HLN (Het Laatste Nieuws). De liefde kan niet van één kant komen, had ik gedacht. Maar waarom niet eigenlijk? vraag ik mij nu af. Ik heb mij zelfs meteen een abonnement aangeschaft en ik beklaag het mij niet: in de weekend-editie van HLN waren er meteen al een half dozijn artikelen die mij geraakt hebben:
Artikel 1:
In Waregem heeft een man zijn vrouw met een bijl doodgeslagen. Ze hadden samen twee kinderen.Het lijkt erop dat de man een harde werker was. In de tuinbouw.Toen hij vorige week op een kwade dag uitgeregend thuiskwam, vroeger dan gewoonlijk, stond zijn lieve echtgenote opgedirkt en geparfumeerd te wachten op haar amant, een éénbenige bankdirecteur. Ze zouden samen naar de sauna gaan. De doodbrave tuinaannemer een man kan ook wel eens té braaf zijn moet zich in zijn werkplunje dodelijk vernederd gevoeld hebben. Met een bijl heeft hij haar dus doodgeslagen. Een familiedrama. In een opwelling van woede. Als de man zich Jef Vermassen kan permitteren mag hij, naar mijn bescheiden mening, op een vrijspraak rekenen.
Artikel 2:
Steve Stevaert zou een gebroken man zijn. De schuldige zou ene Houda E. zijn, een Marokkaanse, wier minnaar hij was. Eigen schuld, zou mijn moeder zaliger gezegd hebben. En ze zou er ongetwijfeld aan toegevoegd hebben: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. En ze had nog meer van dergelijke spreuken in haar repertorium. Hoe vindt u deze: Als ge in een stront roert, dan stinkt hij?
Artikel 3:
Een jonge vrouw heeft haar pasgeboren kind vermoord. Mede dank zij een goede advocaat komt zij er van af zonder effectieve gevangenisstraf. Maar bij de juryleden zullen de laatste woorden van de beklaagde zelf ongetwijfeld de grootste indruk nagelaten hebben: Wat ik gedaan heb, was niet eerlijk tegenover mijn dochtertje. Ik heb haar geen kans gegeven. Maar ik zou u willen vragen om mij vandaag niet al mijn kansen te ontnemen. Tegen dergelijke spontane woorden kan geen enkele verdediging, geen advocaat, geen openbaar ministerie, geen jury, geen rechter, tegenop. En wie wordt er in dit hele verhaal doodgezwegen? Een man die mijns inziens nochtans heel veel respect verdient: de vader van de vermoorde baby! Zijn bloedeigen kind is vermoord, met voorbedachten rade, en hij stelt zich niet eens burgerlijke partij. Dat getuigt alleszins van een tomeloze en onvoorwaardelijke liefde voor de moeder van zijn vermoorde kind en van een oneindige bescheidenheid. Hij heeft zich volledig op de achtergrond gehouden, zodat niemand weet wie hij eigenlijk is. Of zou er geen vader zijn? Natuurlijk wél! Ik kan mij moeilijk voorstellen dat het hier om een in vitro fertilisatie is gegaan. En spontaan zwanger worden, zomaar, zonder dat er mannelijk zaad aan te pas komt, daar is alleen de Heilige Maagd Maria in geslaagd, meer dan tweeduizend jaar geleden en sindsdien niemand meer
Artikel 4:
Een kwarteeuw geleden stortte in de Kortrijkse deelgemeente Bellegem een onbemande Russische MIG-straaljager neer op een woning. Het was rond elf uur in de ochtend. Van het huis bleef alleen nog puin over, geen steen stond nog op een andere. De enige persoon die in het huis verbleef, een zeventienjarige jongeman was, vanzelfsprekend, op slag dood. Enkele ogenblikken vóór de crash was een gevaarte rakelings boven ons huis gescheerd. Mijn vrouw en ik waren beiden thuis. Ze vliegen gevaarlijk laag, zei ik. t Zijn de Russen die komen, zei mijn vrouw, maar ze méénde het niet. De mensen waren toen al lang niet meer bang voor een invasie van de Russen. En toch t wáren de Russen! Wat was er in feite gebeurd? Kort na t opstijgen in Rusland had een straaljagerpiloot vastgesteld dat hij vrijwel geen brandstof had. Hij had zich met zijn parachute in veiligheid gebracht, nadat hij zijn toestel zo had ingesteld dat het normaliter moest neerstorten in de Baltische Zee. Maar t was anders gelopen. t Zal je kind maar wezen en je huis! Eén kans op tien tot de hoevéélste dat die straaljager precies dáár neerstort?! Op het doodsprentje van de jongen stond omgekomen in een vliegtuigongeval. In de dagen die volgden zijn op de baan Kortrijk-Doornik, die vlak naast de plaats des onheils loopt, nog twee ramptoeristen verongelukt. Tom Lanoye heeft over deze tragedie een boek geschreven, waarvan de titel luidt Heldere hemel. Het boek wordt gedrukt op 900.000 exemplaren. Prijs: gratis te verkrijgen in de boekhandel bij een aankoop van minstens 12 euro. Het boek wordt uitgebreid besproken in de Stadskrant Kortrijk van 1 april, tegelijk met een boek van mij: Uit het schuim van de zee. Míjn boek wordt op nog niet eens 900 exemplaren gedrukt en het kost 18,95 euro. Van twee maten en twee gewichten gesproken!
Artikel 5:
Schrijnend is ook het verhaal van de kleinzoon van Spiridon Louis, de winnaar van de eerste Olympische marathon. Die kleinzoon, die in het bezit is van de kostbare trofee die Spiridon toentertijd kreeg voor zijn prestatie, is dermate verarmd door de crisis dat hij zich verplicht ziet die trofee te koop te stellen. Zielig (Aan Spiridon Louis zal ik een apart verhaal wijden, op deze blog of op één van mijn andere blogs, www.bloggen.be/dzeus of www.bloggen.be/kris ).
Artikel 6:
Maar zeker en wis: niet alles is kwel en kommer in de krant. Dat bewijst artikel 6. Het gaat over ene Carlos Brito. Deze man heeft dermate goed werk geleverd bij het bierbedrijf Inbev, dat hij bovenop zijn wedde een bonus krijgt van honderdvijftig miljoen euro, zeg maar een dertiende maand. Zoiets kunnen we alleen maar toejuichen, want goed werk mag en moet beloond worden. En toch zijn er mensen die zich negatief uitlaten over die bonus. Zo hoorde ik op TV een universiteitsprofessor, die ook al geen kleine wedde zal hebben, klagen dat hij tweeduizend jaar zou moeten werken voor een bedrag dat gelijk is aan de bonus van Brito. Ach, wat klaagt die professor? Wat moet ík dan zeggen: ik moet precies twintigduizend jaar pensioen trekken om aan honderdvijftig miljoen euro te komen. En hoort u míj klagen? Wat zóu ik ook: ik krijg dat pensioen(tje) zomaar in de schoot geworpen, zonder daar een klop voor te doen. Brito daarentegen En hoort u Jean-Luc Dehaene klagen? Die heeft amper een goede vier miljoen euro gekregen van Inbev en das nogal wat minder dan Brito! Toegegeven: Jean-Luc zal nog wel andere bronnen van inkomsten hebben, maar toch, zon gewichtig man stuur je niet met een kluitje in het riet! Niettemin wat mijzelf betreft dan vind ik het spijtig dat ikzelf, na vierendertig jaar trouwe dienst in t ziekenhuis, nooit een bonusje gekregen heb, zelfs niet n héél kleintje. Zon klein afscheidscadeautje had er toch wel af gemogen zeker? Een polshorloge bijvoorbeeld. Neen, beslist geen gouden. Zon digitaaltje met een plastieken armbandje, zoals men ze kan kopen in grootwarenhuizen of op de markt, daar was ik al dik tevreden mee geweest. t Is tenslotte enkel maar de geste die telt, nietwaar. Maar niets!
Mijn nieuwste boek (Uit het schuim van de zee, 2011) behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen (408 pag.) en 18 originele tekeningen. Het is nu reeds aan zijn derde druk toe. Het boek is te bestellen via mail (kvansteenbrugge@gmail.com). Betaling na ontvangst (18,95 euro). Bij bestellingen vóór 1 mei dienen geen verzendkosten betaald te worden.