Wilfried Martens kreeg een, laat ons toegeven, verdiende staatsbegrafenis.
Goed voor 3 volle uren bekijkenswaardige TV.
die onvergelijkelijke Sint Baafs kathedraal,
dat onevenaarbare Roomse ritueel (alleen daarom zal ik nooit helemaal losraken van die kerk)
de verzamelde Europese Groten der aarde stilletjes bij elkaar,
acht pareltjes van tot reflectie stemmende toespraken
de aangrijpende zang en muziek (Laudate omnes gentes... en Angela zong mee)
en daartussenin toch nog wat familie dat moet proberen zijn echt verdriet te verwerken.
In het tableau van die zaterdagvoormiddag ontbrak één figuur, de moeder van die drie kinderen. In geen velden te bekennen.
Om dit Petit Tableau Manqué te beschrijven leen ik mijn pen even aanRob De Nijs.
Male Babbe.
( )
En zondags in de kerk dan zit daar zo'n meneer, stijf als een houten plank met spijkers in zijn kop te kijken in zijn bank. Een zwart laken pak om zijn zondige lijf, bang voor de duivel en bang voor zijn wijf. En zuinig een cent in het zakje doen. Zo koopt hij zijn ziel weer terug en zijn fatsoen. ( )
Onmiddellijk eraan toegevoegd: dit is natuurlijk FICTIE.
Decor : een net postkantoor helemaal op maat en naar de wensen van Mr. B-Post Thijs gesneden.
Open loketten, bedienden die goede morgen zeggen, veel licht, alles netjes, gerieflijke wachtbanken, nummertjes machine aan de ingang en een scherm waarop je je nummertje moet afwachten.(waar is de tijd dat je de goede rij moest kiezen om aan te schuiven, en dat jouw rij altijd de traagste bleek?)
Een betere wereld dus in de ambtelijke sfeer
Dank u Johnny, goe gedaan. Uw grote pree dik verdiend.
Aan loket 3,een man en een vrouw.
Ze zijn bijna klaar. Het bleek een heel ingewikkelde operatie, zo te zien, ze moesten een aangetekend schrijven afhalen. Niet thuis toen de facteur passeerde. Kan gebeuren.
De vrouw, klein, redelijk corpulent, beetje uitdijend silhouet (voor zover daar nog sprake van is), ver achteraan in de zeventig, in de weer met een onmetelijk grote netzak waar zo goed als haar hele hebben en houden insteekt. En waar zij alleen de weg in weet, zij dat het wat tijdvraagt. Maar ze vindt het wel.
De man, een halve meter achter die vrouw. Duidelijk haar zoon. Vijftig schat ik. Zijn broekspijpen mochten gerust 10 centimeter langer. Hij heeft een grote Aldi zak in zijn handen, waar wellicht de rest van het huisraad insteekt.
Met al die inbraken en die vreemden, wij nemen liefst alles altijd overal mee. Een dwalende, bange blik die nergens blijft hangen. Tenzij op de rug van zijn moeder. Duidelijk was het vijfde studiejaar te hoog gegrepen en redt hij zich nu door getrouw in het kielzog van zijn moeder te blijven. Die weet en kent het toch allemaal. Kan mij niks overkomen.
Met het aangetekend schrijven nog stevig in haar hand - wat gaat daar weer instaan dat ze niet begrijpt, zeker weer iets om te betalen, dieven allemaal - schuifelt het koppel het postkantoor uit. Hand in hand, zoon op de protocollaire halve meter achter de moeder. Samen de vijandige wereld in.
Ik kijk ze na, en ik krijg het even heel warm van binnen: daar loopt een klein heldenleven. Niet in de kijker.....
en ook om mij geforceerd een aantal korte stukjes te doen inlassen,
Stel ik vandaag twee nieuwe rubrieken voor:
Naast het u inmiddels bekende (al dan niet gesmaakte) En dan nog eentje . , reeds aan versie 5 toe, nu twee nieuwe rubriekjes
Ambetante Vragen gewoon vragen die ik allereerst aan mezelf stel, zonder dat ik op een antwoord reken, Ik kan mezelfs geen anwtoord verbeelden, gewoon en alleen om ambetant te doen. Want het blijven stuk voor stuk vragen dioe het stellen waard zijn.
Petits Tableaux Vivants hierin zal ik, als het mij voorvalt, kleine, bijzonder alledaagse voorvalletjes na te vertellen. Reken maar dat ze stuk voor stuk echt beleefd zijn, ik zou ze overigens niet kunnen bedenken, en ik hoop dat ze u hetzelfde warme gevoel van binnen kunnen bezorgen.
OPUS 1932, die zich opmaakt voor een lange donkere winter.
Laus Stultitiae van Erasmus, nog zon gemankeerde jubilee van dat andere onverslijtbare boekuit de wereldliteratuur dat dateert uit 1511 (tijdgenoot dus van Il Principe) en dat dus twee jaar geleden al, zijn 500 jaar vierde. Hebben we dus gemankeerd, maken we nu goed.
Eerder in deze Blog was ik weer eens kort door de bocht gegaan toen ik voorhield (wat zegt die man toch allemaal?) dat er maar één soort stommeriken was, dat waren de stommeriken.Dat had ik beter niet geschreven. Uit reacties en bij wat denkwerk vind ik wellicht nog een rijkere variëteit aan stommeriken dan bij hun collegas de slimmen.
Het is vooral via het dagelijks taalgebruik dat je op die grote variatie uitkomt. Mijn tic getrouw kom ikop 10 categorieën :
1. het soort domheid dat gedekt wordt door het woord stoemelings, wat staat voor zomaar, zonder oorzaak, zonder aanleiding.
2. die andere uitdrukking: je zult nog verstomd staan als je de ware toedracht verneemt. Komt in de buurt van je zult nog op uw gat vallen als
3. De Stomme van Portici heeft er toch maar voor gezorgd dat wij vorige vrijdag in Zagreb de Kroaten (dat woord alleen al) met 1-2 vernederden. Zonder haar geen België
4. Ik hield mij van de stomme en dat kan heel slim zijn. Moet je eigenlijk altijd doen.Dat staat dan voor Tiens zeggen.
5. Al eens bedacht dat een goudvis in een bokaal bij een oude tante niet stom kan zijn. Een banale haring wel, als hij in het visnet zwemt.
6. Stom zegt men ook, meestal tegen zichzelf als men iemand onverdiend en nadien beschaamd vertrouwen heeft geschonken. Had ik niet mogen doen.
7. Stom is subjectief ².Als ik vind dat ik het goed voor heb (de keizer heeft zo mooie kleren aan) dan vind jij, die de keizer naakt ziet, mijn stom. Maar ik vind jou nog stommer. Wie is hier nu de echte stomme?Die keizer zelf doet er eigenlijk niet veel toe.
8. Doen dat je slim bent als je stom bent, dat is pas echt stom. Maar doen dat je stom bent als je slim bent, dat is gewoon aanstellerij.
9. Heel vaak wordt stom gerelateerd aan de afloop van een zaak. Stel dat in 1943 de krijgskans rond Stalingrad anders was gekeerd waren die miljoenen Duitsers uit 1938 met de arm omhoog, nog even stom?
10. Het begrip: een een stomme stoot. Lokt openvallende monden uit, afkeuring, onbegrip, maar ja, je deed het. Ik beklaag elke man/vrouw die zijn leven afsloot zonder één stomme stoot.
Mijn TOP DRIE
En zoals bij de de Slimmen maak ik hierna dan plechtig mijn TOP 3 bekend van de dommen waarmee ik mij het best verzoen,zeg maar vereenzelvig.
3.daar zet ik met punt 4: zich van de stomme houden. De Tiens zeggers
2.hier kom mijn punt 6. het beschaamd vertrouwen. Moet je blijven geven.
1. maar mijn absolute voorkeur gaat naar 10. de stomme stoot. De mannen/vrouwen van de stomme stoot. Beklagenswaardig als je daar niet bij hoort.
Iedereen heeft in zijn emotioneel geheugenzowel een apart schuifje waarin enkele onooglijke spulletjes zitten opgeborgen waarvan je, als je er even bij stilstaat, moet toegeven dat ze voor een stuk je leven bepaald of minstens geïnspireerd hebben.
Dat kan van alles zijn, een ontmoeting, voorwerpen, plaatsen, kleine voorvallen, en natuurlijk ook woorden, zinnetjes noem het desnoods tegelwijsheden, maar die redelijk zijn doorgedrongen in jouw leven.
Ik wil er vandaag zo twee met u delen, het zijn twee citaten, en ik maak meteen een eerbiedig saluut naar de twee auteurs die vandaag, wellicht zij aan zij, reeds God aanschouwen (wat er ook te zien zij).
Het eerste is van een oude vriend, generatiegenoot, advocaat, ere-senator, prominente sociale figuur in het Lier uit de tweede helft van onze eeuw: Paul Hermans. Paul schreef:
Kies uw beminde en bemin dan uw keuze.
Het tweede is van een iets oudere vriend die in diezelfde periode enkele decennia fungeerde als mijn privé goeroe. Hoogleraar Engels aan de UIA, onvoorstelbaar erudiet man maar vooral instigator van het Creatief Denken en de geschriften van Eduard di Bono:Pros Van Osmael
La Souplesse avant toute chose
U vindt het misschien allemaal niet zo sensationeel, voor mij vat het heel veel samen van de lijnen waarlangs ik probeerde te leven. Het eerste een ode aan de TROUW, het tweede een waarschuwing tegen de STARHEID.
En de laatste dagen was ik even zoet met mijn pogen die twee te verbinden, zo nodig te verzoenen .
Niet evident. Maar wat voor belangrijks is er evident in het leven?
Een gedicht van de in Amerika uiterst populaire Robert Frost/ The Road not taken.
Het was het gedicht waarmee Wouter Bos zijn ZOMERGASTEN (Ned2 VPRO) begon. The raod not taken doet het verhaal van een moment in uw leven dat ieder van ons ooit heeft gekend. Op een bepaald punt in je leven liggen er duidelijk twee wegen open om door te gaan,
Heel on-amerikaans (en misschien typisch Europees) om zich toe te spitsen op de weg die je toen niet hebt gekozen.
Wouter Bos 26 augustus 2013
Voor Wouter Bos (°1963) was die keuze zeker heel zwaar toen hij, als briljant academicus die onmiddellijk in een alles belovende carrière bij Shell was gestapt, in 1998 koos voor de politiek. Hij nam uit overtuiging de risicovolle leiding van een zwalpende PVDA. Met een aantal ongure ervaringen, maar dat zijn ervaringen achteraf. Zo kwam hij als minister van Financiën terecht in het AMROFORTIS debacle toen hij naar Brussel moest gaan marchanderen over de verkoop van het Amro-deel in de gore Lippens deal.
Nogal begrijpelijk dat Wouter Bos met dit gedicht zijn drie uur durende uitzending begon. Hij mijmert over The Road not taken .hij is er, zo lijkt het, nog niet helemaal klaar mee.
Ik vermoed dat iedereen van ons een of meerdere dergelijke momenten in zijn leven heeft meegemaakt, Daarover mijmert Wouter Bos bij monde van deze dichter.
Vul zelf uw denkwerk achteraf maar in.
The road not taken
Robert Frost(1874 1963)
Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;
Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim,
Because it was grassy and wanted wear;
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,
And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way,
I doubted if I should ever come back.
I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I--
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.
Niet ingeslagen (de wat lullige vertaling is van Ans Bouter)
Een splitsing in een goudgeel woud Helaas kon ik één weg slechts gaan Alleen op pad zijnd en benauwd Keek ik zelfs tot in t kreupelhout Om maar de juiste in te slaan
Nam toch die andere, net zo mooi En nu ik hem op waarde schat Deed hij door t gras een goede gooi Zo zocht ik naar een warm pleidooi Voor wat ik net gekozen had
t Gebladerte op beide lag Er nog niet platgetreden bij Die andere inslaan op een dag Als ik daar nu eens kans toe zag Maar kiezen maakt ons minder vrij
En later zal ik zeggen dat Nadat ik zuchten heb geslaakt Ik toen die ene weg betrad Het nog niet platgetreden pad En dat dat veel heeft uitgemaakt