Op mijn oude school had ik vrienden, vriendinnen zelfs met de leraren kon ik het goed vinden. Goede cijfers , ook slechte maar door mijn vrienden leken ze niet zo erg. Nu heeft mn moeder werk. Maar wel werk helemaal in het noorden, in Friesland en ik woon in Brabant. Waarom dacht ik. Waarom moet we gaan? Ik heb vrienden en vriendinnen ik had zelfs een relatie met een schat van een jongen. Toen ik het hoorde ging ik trillen, mn hart stopte met kloppen, hoe moest ik dit in vredesnaam gaan vertellen aan iedereen. Toen ik het vertelde begonnen mn tranen te lopen. Zo erg vond ik het. Mn vrienden. Mn alles die raakte ik kwijt. Mn lief, mijn steun en toeverlaat raakte ik kwijt. Hij begreep het, hij huilde met me mee, maar ik wist dat ik hem zou zien. Hij zei: beloof me te schrijven, me op te zoeken en me niet te vergeten toen hij dat zei keek ik in zijn ogen, recht in zijn ziel. Ik zag oprechte wanhoop en verdriet maar ook grote en oprechte liefde voor mij, de liefde die hij bereid was te geven ook al raakte ik hem kwijt. Dat deed me pijn, ook ik toonde toen oprechte wanhoop, verdriet maar toch ook grote liefde. Ik geloofde niet in lange afstandsrelaties maar voor Bart, mijn grote schat, moest ik blijven geloven en hopen. Ik moest overal de zonnige kanten van zien. Mn vriendinnen maakteereengrapje van er zijn veel leukere jongens in Friesland, dat zijn bikkels en een nieuwe taal dat is goed voor je schoolcijfers, dat deed me veel meer pijn dan het afscheid van Bart. Ik kwam thuis, ik moest alles inpakken maar toen ik mijn koffer pakte, kon ik het niet ik kon mijn huis niet verlaten met de gedachte dat ik er nooit meer zal komen. Ik liep de trap af en zei dat ik naar buiten zou gaan, even wandelen. Het regende maar in de situatie kon nog meer ongelukkigheid er ook wel bij. Ik liep, en uiteindelijk ging ik steeds harder. Weg van de ongelukkigheid, weg van die ene foute en fatale beslissing waardoor ik alles kwijt raakte.Ik voelde de regen in mijn gezicht, de druppels rolden naar mn mond, wat vreemd, sommigen smaakten naar zout.
Het stopte met regenen, ik was uitgehuild en liep terug. Mnmoeder zei dat ik mn spullen moest gaan pakken dat ik op moest schieten. ik deed het met tegenzin. De dag brak aan. Iedereen was gekomen, Bart en ook Valerie, Tabitha en al mn andere vrienden en vriendinnen die met mij liefde en leed deelden. Ik rende op ze af en knuffelde ze. Bart en ik knuffelden innig we gaven een afscheidskus . Ik stapte in de auto en toen kreeg ik een brok in mijn keel. De auto kwam langzaam op gang. Valerie en Tabitha liepen mee en hielden mn hand vast door het open raam, net zoals bij Bart zag ik ook bij hun oprechte verdriet. bel ons dat zeiden ze en lieten los en mn raam ging dicht.
In Friesland voelde ik me zo alleen, zo alleen had ik mij nognooit gevoeld. Ik ging die volgende dag naar school. Onbekende gezichten, onbekende school en een onbekende plaats. hé nieuwe hoorde ik toen ik naar de conrector liep. Ja dacht ik ben de nieuwe, maar laat me met rust. Ik wist dat ik het lef niet had om dat te zeggen ik wist dat ik in de problemen zou komen, maar ik zei dat ze hun smoel eens moesten houden, dat ik er geen zin in had. Dit verwachtten ze niet. Voordat ik een klap kreeg liep ik naar nog een onbekende kamer, de kamer van de conrector. De conrector zei dat ik in lokaal A156 zat maar dat ik eerst twee tussenuren had. Ik dacht ik ga naar de stad, even mn zinnen verzetten. Dit was raar dit deed ik altijd met Valerie en Tabitha. Aan het denken van die gedachten deed mn hart pijn, alweer begonnen die tranen te lopen, ik voelde me de enige op de wereld. Ik veegde ze snel weg want ik zag Bart hoe kwam hij hier? O ja dacht ik hij had vrij omdat er een of andere vergadering was op school. Ik wilde op hem afrennen maar ik zag een meisje. Hand in hand liepen ze. Ook dat meisje was een bekende, een vriendin, dat vond ik het ergste. Toen ik dat zag, zag ik geen zin meer in het leven. Ik besloot mijzelf pijn te doen. Pijn die ik had van het afscheid, pijn omdat ik iedereen miste. Pijn van het bedrog, het was mijn schuld dat hij mij bedroog. Ik meldde me ziek en ging naar huis. Ik sloot me op en at niet, en sloeg mezelf. Uiteindelijk raakte ik zo ondervoed dat ik mn bewustzijn verloor.
Ik herinner me vaag de loeiende ambulances, het geschreeuw van mn moeder en die lul die het waagde om mij te bedriegen. Ik herinner me ook het ziekenhuis en het steeds versnellende bed waar ik in lag. Toen ik bij bewustzijn was hoorde ik van de dokter dat ik een blijvende schade had opgelopen. Bart kwam en zei dat het zijn zus was, maar zijn ogen stonden niet zo. Ik geloofde er geen snars van, ik zei dat ik geen contact wilde hebben en stuurde hem mijn ziekenhuiskamer uit. Valerie en Tabitha waren ook verhuisd naar het buitenland. Toen ik dat hoorde stopte mn hart. Ik kon ze nooit meer zien. De ruzie kon ik niet vertellen. De roddels niet, hun verhalen niet. Helemaal niets
Nu was ik iedereen definitief kwijt. Mijn lief, die me bedrogen had, mijn vriendinnen, echt alles. Nu voel ik me nog eenzamer dan ik me ooit had gevoeld. Ik voel me alleen, echt alleen.
Ik ben Nina
Ik ben een vrouw en woon in Almere () en mijn beroep is Ik zit op school.
Ik ben geboren op 25/08/1999 en ben nu dus 26 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: verhalen schrijven, ik haal mijn inspiratie uit mijn zusje..