De mevrouw die in het bed naast me ligt gelooft erin en ze vraagt of ik dat ook doe. Over het algemeen doe ik niet aan onduidelijke taal dus ik vertel haar dat ik daar nog niet over heb nagedacht. 'Erin' doet me denken aan een schrift dat zich in een kaft bevindt. Geloof ik erin? Ja, als ik dat schrift daar de dag voordien heb ingestoken en ik herinner me dat nog, geloof ik erin!
Nadien komt een verpleegster me nog melden dat ik niet veel opties heb behalve naar het ziekenhuis te komen maar dat ik wel positief dien te blijven want dat komt mijn gezondheid ten goede.
Uit ergernis verleg 'k het onderwerp van conversatie naar één van m'n geveinsde interesses, anders zou ze daar gegarandeerd enkele minuten verdwaasd blijven staan alsof ze een South park-figuur is, wachtend tot de info bij mij doordringt.
Als nu gewoon alle patiënten hun bakkes zouden houden en de verpleegsters hen tot hun fysieke taken zouden beperken.
Als dat zou gebeuren, volgens mij geloof ik er dan in, serieus.