Het is uiteraard fantastisch om in een bubbel te vertoeven. Maar... life goes on. Een cityptrip werd gepland en eindelijk was het zo ver. Enkele dagen Berlijn. 't Was het moment bij uitstek om er nog eens uit te trekken. Niks kanker. Niks therapieên. Niks ziekenhuis, noch verpleging, noch dokter van welke soort ook. Er helemaal uit. Zinnen verzetten en onderdompelen in een zee van externe impulsen. Het deed heel erg goed in New York. Dus ging ze 'rvan uit dat het nu ook wel welkom zou wezen. En het effect was ook zoals ze wilde(n). Zalig gewoon! Het doet zo goed om niet aan wat dan ook te denken ivm kanker en bijhorende kwalen.
De trip viel enorm mee. Berlijn is een zeer aangename stad. De bewoners vallen ook aardig mee. De stad is groot, maar de drukte valt erg goed mee. Het is ook best leuk om je weg te zoeken naar bezienswaardigheden. Het weer was bar koud. En dat nodigde dan weer regelmatig uit om ergens een plaatske te zoeken waar het aangenaam vertoeven was om op te warmen. Soms een eethuis of een café, of een tentoonstelling. Het hotel was zeer uitnodigend, door creatievelingen ingericht. Het eten lekker, ook al kon zij enkel maar soep of ander vloeibaar voedsel eten. Niet getreurd, het leven is meer dan eten. Trouwens, de soep was ook lekker. Ze gingen onder andere ook ontbijten in een weense-stijl kaffee, een aanrader in de boekskes. Een ontbijt van het huis, niet te versmaden. Manlief genoot ervan. Zij, kon het niet eten, dus bestelde ze yoghurt met fruit. Het. Was. Heerlijk! Kortom, ook met simpele dingen kan de boel slagen.
Batterijtjes opgeladen om er nog een laatste keer tegenaan te gaan, trok ze vanmorgen weer naar het hospitaal. Ze kreeg nieuwe tekeningetjes op het lichaam voor de nieuwe bestralingsboost die haar te wachten staat. De verpleging haalde de dokter erbij om de huiduitslag op borst en rug te controleren, want die is hardnekkig. Dat tot daaraantoe, maar de bijhorende jeuk is soms vervelend. Er werd een voorschriftje geschreven voor een anti-jeukzalf. Smeren, smeren en nog eens smeren is de boodschap. Vanaf donderdag zal ze weer bestraald worden tot volgende week woensdag. Dus eerst nog twee dagen vrijaf. De zon schijnt, dus besluit ze ipv huiswaarts te keren, naar haar -dochtertje te rijden. Nog effe samen naar de stad. Een dag vliegt zo voorbij.
Jongens toch, wat is ze gelukkig! Enfin, een beetje filosoof gaat dat anders begrijpen. Gelukkig is ze al lang. Maar wat is ze gedorie euforisch blij!!! Ze heeft zin om het van de daken te schreeuwen en dus, schrijft ze 't maar beter op. Juicht mensen, mee met haar, deel haar vreugd. Daar is er veel van en kan dus maar beter gedeeld worden. Zalig toch, dat springerig hartjesgevoel. Misschien kan ze maar es beter laten weten, waarom...
Vandaag ging ze -gelaten- naar de laatste bestralingsbeurt van de eerste en langste sessie. 'Gelaten', ten eerste vanwege het barre weer. Ze was niet eens zeker of ze'r wel tijdig zou geraken, ook al was ze vroeger vertrokken dan normaal. Maar, zou de bus er wel goed doorkomen met die sneeuw...? Ze heeft lang moeten wachten. Ze heeft een bus laten passeren, want vindt dat sardientjes in blik om te eten zijn, niet om te beleven. Met koude voetjes, redelijk ondergesneeuwd, want het schuilhokje gaf niet voldoende bescherming voor de rondvliegende sneeuwkristallen die o zo, romantisch kunnen beschreven worden, maar soms niets dan klamme ellende zijn. Ze kwam dus scherp op tijd, wat een andere benadering is dan 'een beetje te laat' aan ter plekke. Niet gemord want ze mocht direct naar Mercurius. Ze was immers niet de enige die sneeuwchaos meemaakte. Mensen die met de auto kwamen, waren soms meer dan een uur te laat, of geraakten er gewoonweg niet. De bestraling ging zoals het hoorde. Gisteren kreeg ze een voorschrift voor haar slokdarm, dus het slikken gaat ondertussen ook al wat beter. Hoewel ze nog geen vast voedsel kan eten. Maar een dikke pudding wil toch al wel lukken. Eigenlijk moet ze gaan opletten stillekesaan, want de kilootjes vliegen er zowat af. Maar door de medicatie zal ze snel wel normaal kunnen eten, hoopt ze.
Enfin, de behandeling zit dus goed. Ten tweede... De behandeling is nog niet gedaan. Blij zou ze pas echt zijn als alles volledig achter de rug zal zijn. Meer verlangt ze niet, maar de duur van de therapie begint door te wegen. Juichen zou ze dus pas op de dag van de allerlaatste bestraling.
Maar... ze ging op gesprek bij de oncologe. Dr. Depooter. Kordate maar vriendelijke dame. Zo'n gesprek begint altijd met: 'Hoe gaat het ermee?' Door 'Breken' van Kommilfoo, heeft deze vraag voor haar tegenwoordig een dubbele weerklank. Maar zoals de heren het in hun show aan bod laten komen, heeft zij het ook al lange tijd aangevoeld. het is een overbodige vraag, als lichaamstaal aangeeft dat het antwoord niet interesseert. Hierop wordt dus steevast met een 'ja'knik op gereageerd. Maar... ze heeft het hart gelucht ivm dr Bibber, Shiver, ofte, de dokter van de mutualiteit. Ze deed het verhaal en stak haar gevoel niet onder stoelen of banken. En... dr. Depooter heeft haar verzekerd dat ze terug kan gaan werken. Ze deed erg haar best om haar de nodige moed toe te spreken na de kouwe douche die ze kreeg van Bibber. Ach, ondertussen heeft ze dat allemaal wel geplaatst, en denkt ze er het hare van. Toch, eens thuis gekomen, drong het echt tot haar door; op 1 juni zal ze weer starten met werken. Echt! Ze zal na de therapie nog moeten aansterken en de boel tussen de oortjes klasseren. Zeker weten, op 1 juni 2013 begint een nieuw hoofdstuk!!! Ze telefoneerde al naar 't werk om het te melden. Hier wordt niet getreuzeld!
't Is weer een beetje afzien. Pakweg een maand geleden, was ze zo opgeblazen dat ze zichzelf haast niet herkende bij het ochtendtoilet, als ze in de spiegel keek. Het was zo vreemd, zichzelf te zien met ferme wallen onder de ogen, en babywangen. Haar kledij zat ook niet meer zoals het hoorde. Dat was waarschijnlijk door de cortizonen die ze moest nemen, gecombineerd met de hoeveelheid zout die ze exta in het eten deed, om toch maar iets te proeven. Wel, dat is -gelukkig maar- voorbij. Ze is een vijftal kilo's afgevallen en is weer zichzelf.
Nu zal ze moeten oppassen dat ze niet teveel vermagert. Zo is't altijd wel wat. Door de bestraling, heeft ze nu last met slikken. Men had haar verwittigd. Het was draaglijk. Soms at ze enkel zachte dingen. Spagetti, platte kaas of yoghurt of pudding. Kortom, dingen die zoals ontbijtgranen in melk zacht te slikken zijn. Brood ging soms moeilijk, maar ze moest het lang niet alle dagen mijden. De laatste dagen lukt dat niet. Ze krijgt geen brok brood meer binnen, want da's veel te pijnlijk. Echt pijnlijk. Het blijft nazinderen. Dus, eet ze enkel nog yoghurt of pudding, zeer voorzichtigjes, want ook dit is nu zeer gevoelig. Straks zal ze proberen of ze soep binnen krijgt zonder slokdarmmartelingen. Lukt het niet, dan zal het maar weer pudding worden... of misschien wel niks. Bij het typen van het woord pudding, ondervindt ze al een lichte tegenzin.
Jeuk is ondertussen ook haar ononderbroken gezelschap geworden. Vooral niet krabben, weet ze. 't Zou hobbeles geven bij de volgende bestralingsbeurt. Ze kreeg een soort synthetische plakker, die voor positief resultaat zorgt. De jeuk is niet weg, maar veel beter beheersbaar.
Nog effe tandenbijten. De therapie loop op z'n laatste beentjes. Nog twee dagen, dan enkele dagen lekker niet. En dan... den boost, waarover ze nog niks weet. En ze kan het zich niet aantrekken. Nàh. En daarom, voegt ze nog een foto bij van haar supergezellige wandeling met vriendin, eerder deze week.
Het loopt goed vandaag, de bestraling. Geen akkefietjes zoals ook afgelopen week er enkele waren (pannes voor de verandering). En ook geen ongewenste onmogelijke afspraken in de nek geduwd, zoals er deze week eentje haar verraste. Dat heeft ze recht kunnen zetten door op haar punt te staan. Spijtig genoeg is dat nodig. Anders loopt men over haar heen, merkt ze. Niet dus. Maar niet gemord, want 't is in orde gekomen.
Wanneer men haar voor de zoveelste keer, net voor de bestraling nog eens bijschildert, merkt een verpleegster blijkbaar toch de geïrriteerde huid op. Ze vraagt of patiënte veel last heeft. Beaming zonder aarzelen. Ze heeft erg veel last van jeuk op die en die plaatsen. Ze krijgt, als ze wil, een grote siliconen pleister die zou helpen tegen die jeuk. Een dik (enkele mm) wit geval van 10 op circa 25cm. De boel mag niet nat worden, maar mag om te douchen wel worden verwijderd. O, ja, en kost zoveel, 't is maar dat je't weet en dat je weet wat die meerkost is op het factuur. Wel... daar houdt ze nu van zie. Eerlijke, correcte en volledige informatie. Ze accepteert natuurlijk. 't Is het proberen waard, want ze wordt haast gek van de jeuk. Wanneer de sessie is afgelopen, blijft ze nog wat praten met een patiënt in de wachtzaal. Vandaag is zijn laatste dag hier en hij moet één en ander kwijt. Niet enkel over z'n aandoening, maar ook gewone dingen over z'n familie. Ze geeft hem de tijd en blijft vooral luisteren tot ie wordt geroepen voor z'n laatste behandeling. Men komt haar afhalen om naar een vergadering op het werk te gaan en ze heeft nog even tijd.
Wat is het plezierig om nog eens op 't werk te komen. Het was een tijdje geleden. Ze laat alvast aan haar baas weten dat ze zeker en vast van zin is om terug te komen. Na wat heen en weer gepraat, voelt ze zich hiervoor gesteund. Het doet ook goed om collega's te zien, de vergadering bij te wonen, terug wat op de hoogte te worden gebracht ivm de job. Ook al duurt het vergaderen op zich lang, het is de moeite zeker waard. Ze wordt in de watten gelegd. Collega-controleurs rijden haar na afloop naar huis. En thuis, een beetje uitgeteld, vertelt ze even later aan haar man over het verloop van de dag. En dan... dan voelt ze... dat ze zich kan ontspannen. Een gewicht is van haar schouders. Het gewicht van onzekerheid, dankzij dokter Bibber. *smile*
Ze was afgelopen week wat van haar melk door het gesprek met die controlearts. Manlief nam zelfs enkele dagen vrij om gewoon bij haar te zijn. In eerste instantie vond ze het een wat overdreven reactie, maar langs de andere kant was ze'r wreed blij mee. Praten tot ze'r moe van wordt. Tot vervelens toe. Tot ze opstandig wordt zelfs. Hij... trekt het zich ook erg aan. Te erg misschien. Maar, da's normaal hé. Da's liefde zekers. Het helpt wel om plooitjes glad te strijken. Om alles weer een goede plaats te geven. En nee, het gaat niet over doodgaan, toch niet in eerste lijn. Maar het kwam verdomd aan, toen de arts laconiek zei dat ie zowiezo de papieren voor invaliditeit zou aanvragen. Donderslag!!! Wie heeft het ooit gehad over voor eeuwig niet meer gaan werken? Integendeel, de vorige arts raadde haar aan te overwegen om progressief te gaan werken. Daarover had ze al gepraat op het werk. Speciaal een afspraak gemaakt met de sociale dienst. Naderhand met één van de directe bazen. De gesprekken waren positief. Hoopgevend. Goed gevoel! Verdomde dokter. Tactvol is anders hoor.
Eerst las hij het medisch verslag dat ze bij zich had op aanvraag van de medische dienst van de ziekenkas. Toen hij het las, deed zij wat ze altijd doet als een dokter iets leest over haar medische tralala. Ze taxeert de persoon in kwestie. Dokters zijn niet zo getraind in lichaamstaal. Specialisten weten dikwijls beter. Pokerface. Andere artsen staan daar niet zo bij stil. Nou, deze gaf een heuse theatervoorstelling. Het begon met meewarig neeknikken, inclusief bijhorende 'ts ts ts'-geluiden. Dan volgde het verbaal commentaar. Lief hoor, daar niet van. Ze vreesde dat hij haar in z'n armen zou sluiten en haar zou wiegen uit meelij. Zoiets in den aard. Dat deed hij gelukkig niet. Hij trok verbaal ten strijde. Gaf uitvoerig verhaal over de nadelen van radiobestraling. Ze weet het nu zeker. Ze gaat dood! ...hoewel dat geen nieuws is hoor. Dood gaat iedereen wel ooit. Daar ligt ze helemaal niet wakker van. Integendeel, het doet haar leven. Ze weet immers; dood gaan is verdomd makkelijk. Leven is de uitdaging.
Dokter Shiver vertelde haar dat bestraling langzaam maar zeker het lichaam vergiftigt. Het lost het lichaam niet meer. Je kan vanalles krijgen. Ontstekingen in alle vormen en formaten. Je kan het enkele jaren goed doen, maar dan word je wel keer op keer ziek. Welke werkgever slikt dat? Jij, kan daar niks aan doen natuurlijk, maar het afweersysteem van je lichaam doet het niet goed meer. Witte bloedlichaampjesgezever enzovoort. Nou, da's geen nieuws, denkt ze bij zichzelf. Hij drukt er op, beter niet meer te gaan werken. Vrijwilligerswerk doen. Zo kan je afbellen wanneer je je niet goed voelt, zonder problemen.
Zij zit hopeloos te wachten op minstens één positieve noot. Eén goedgevoelwoordje maar. ...please...? Maar dokter Shiver is lang niet zo goed in het lezen van bodylanguage. Hij leest haar ogen niet, die smeken: 'Hou op!' Dapper antwoordt ze dat ze zal overwegen. Dat ze vooral de tijd zal nemen die nodig is, alvorens een beslissing te nemen. Dat ze naar haar lichaam zal luisteren. Ze krijgt alvast een in te vullen papier mee om de boel vlotjes te laten verlopen. Dank je dokter, zegt ze laf, moegetergd door de medogenloze tiran. Net daarvoor had ze in het ziekenhuis al van zich af moeten spreken. Ze heeft een hekel aan anderen die voor haar beslissingen denken te moeten nemen. Een grondige hekel. Maar ze wil helemaal niet hekelen, ze wil leven. Lachen. Genieten van ALLES. Kleine dingen, dat is ook, minder werken, maar wel werken. Niet opzij geschoven worden omdat ze een griepje meer kan krijgen.
Ondertussen weet ze, dat zij, alleen zij, zal beslissen wat ze zal doen. Nu is het nog te vroeg. Ze kan helemaal niet afgaan op hoe ze zich nu voelt. De bestraling mat haar af. Ze heeft nog teveel mankementen door de therapieën. Ze moet nog medische verslagen afwachten. Maar ze heeft weer een les geleerd. Ook zo'n knauw moet ze te boven komen. Puttekes en Ladderkes, da's ook leven. Dus... seffes trekt ze'r uit. Met zalige vriendin. De zon. Bijpraten, beslist ook hierover. En dan thuiskomen. Thuis komen. THUIS komen...
Gisteren wilde Mercurius zich maar weer eens laten gelden. De machine was zo dwars als wat. Resultaat... geen bestraling. Anderen konden nog met een andere machine verder geholpen worden. Zij niet. Ze kon weer naar huis. Heel bewust stond ze'r maar niet bij stil. Het zou op dat moment toch niks aan de zaak veranderen. Nog een dag die ze moet inhalen. Da's het enige dat ze moet weten.
Als ze had geweten dat die ene week zonder bestraling dient om eventuele miskleumen in te halen, had ze natuurlijk geen citytrip vastgelegd. Nou, ze was niet op de hoogte van in te halen dagen, dus meende ze tussen die bestralingsmomenten door te verpauzen. Eén en ander werd vastgelegd. Drie dagen maar. Mag het? Mogen...? Het moet zelfs! Iets om naar uit te kijken. Ze besluit om de verpleging op de hoogte te brengen, zodat men geen nieuwe afspraken gaat vastleggen op dagen dat ze niet kan komen. De verpleegster kijkt wat verwonderd. Tja... zeg... ge leeft toch maar ene keer hé...
Vandaag geeft men haar in het ziekenhuis een briefje met daarop de nieuwe afspraak. De enige nog vrije dag die ze heeft vòòr haar citytrip. De verpleegster laat nogal dwingend weten dat, als er nog problemen moesten zijn met Mercurius, ze naar st Niklaas zal moeten. Zij... knikt nee: Heus, dan moet het met de trein en de bus of watdanook.
De verpleegster wordt gelijk een meter groter door haar authoritaire uitstraling die ze zich anders niet aanmeet. 'In dat geval zullen we u verder helpen via de sociale dienst. Dan wordt u gebracht...' ofzo... Aandachtig luisteren doet ze al niet meer. Ze knikt, want wil helemaal niet argumenteren. Don't want no bad feelings... Hupsakee, naar Mercurius, die vandaag een kleine poging onderneemt om dwars te doen, maar het daarbij laat. De straling kan gestraald worden. Ondertussen is ze toch wat verontrust over de gang van zaken. Hangen patiënten dan toch als marionetten aan touwtjes die anderen in handen hebben? Toch wel een beetje griezelig. Dit geeft haar een wrang gevoel. Maar voorlopig relativeert ze; ze kan natuurlijk ook niet verlangen dat de wereld naar haar pijpen gaat dansen. Hoewel... het zou een leuk zicht zijn...
Van de therapie laat ze zich naar de controlearts rijden. En die brave man bezorgt haar zo'n beetje een koude douche. Het verhaal zet ze hier nog niet. Ze heeft hiervoor een goeie reden. Maar wat ontdaan gaat ze zijn cabinet weer buiten. Ze is verdomd dankbaar dat ze had afgesproken met haar -dochter, die meekwam maar buiten bleef wachten. Een welkome toeverlaat waartegen ze haar hart wat kan luchten. Een dumper. Een put(je) waar ze nog es moet uitkruipen. -Dochter kan 't niet oplossen, maar ze luistert. En het helpt. Vooral om die eerste beet in de zure appel door te slikken.