Omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essays en zijn Tijd
Foto

Inhoud blog
  • Montaigne's droomboek (2)
  • Montaigne's droomboek (1)
  • Montaige geciteerd en toegelicht
  • Montaigne over kledinggewoonten
  • Jong gedaan is oud geleerd


    Zoeken in blog


    Mijn favorieten
  • Mijn dichters: een wandeling door mijn poëtisch geheugenpaleis
  • Spinoza Kring Lier

  • Deze blog richt zich tot Montaigne-lezers en tot iedereen die hem nog niet gelezen hebben.
    Alle Montaigne-teksten werden door mij vertaald, tenzij anders vermeld. Alle teksten op deze blog kunnen vrij gebruikt worden, mits vermelding van blog en auteur. Alle mails worden beantwoord.
    27-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne's droomboek (2)
    (in voorbereiding)

    27-09-2017, 10:35 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:3 Excerpta: kriskras door de Essays
    17-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne's droomboek (1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mijn Montaigne-bibliotheek staat vlak naast mijn Spinoza-collectie. De eerste laat zich afmeten in niet meer dan een paar strekkende meter, de tweede scoort verder, veel verder en groeit nog bijna wekelijks aan. Maar dat ze in elkaars nabijheid rusten is geen toeval. Beide denkers leveren geregeld breinzaad voor mijn hersens: ze genereren daar altijd overnieuw gedachten en bevorderen mijn gemoedsrust: een antidoot tegen de stompzinnigheid en verdwazing die ons dagelijks in massamedia wordt opgelepeld, ze houden bovendien mijn matière grise soepel en mogelijk de dementie wat langer op afstand…

    Zondagmorgen 09.30 u, de weergoden vergasten mij op wat bibliotheekzon en mijn Montaigne-Pinganaud editie vangt een streepje zon. Zonder nadenken, met een mechanisch gebaar, haal ik hem uit het rek en rep me naar mijn luie zetel om op het boek mijn beproefd leesrecept toe te passen: ik sla het gewoon open en begin een persoonlijk gesprek met Michel.

    Vandaag kom ik terecht midden in het lijvig essay over Raymond Sebond (Bk.II, Hfst.12), op bladzijde 444 van Pinganauds hertaling (1). Michel slaat mij aan de haak in paragraaf 5. Ik herlees die een paar keer om diep genoeg in de tekst door te dringen. Wie Michel de Montaigne die eer niet bewijst loopt hem meer dan waarschijnlijk mis.

    Zal ik de tekst even vertalen? Het kost me wat, want het is een stuk met een nogal taaie syntaxis.

    ‘Hoe erg verlang ik ernaar dat tijdens mijn leven nog iemand anders of misschien wel Justus Lipsius, (de meest geleerde man die ons nog rest, een zeer verfijnde en oordeelkundige geest die echt wat weg heeft van mijn Turnèbe), wilskracht, gezondheid en voldoende vrije tijd zou hebben om oprecht  en nauwgezet in een naslagwerk, ingedeeld in afdelingen en soorten, alle opvattingen te verzamelen van de antieke filosofie over onze wezenskenmerken en levensgewoonten, hun meningsverschillen, de invloed en het succes van hun sekten, en, hoe de leiders en hun volgelingen in memorabele en exemplarische voorvallen hun leven daaraan aanpasten.

    Wat zou dat een mooi boek zijn en nuttig bovendien!’

    ___

    (1) Raymond Sebond ( of Sebon): Ramon de Sibiuda (1385 (?)-1436), Catalaans medicus en theoloog. Hij verdedigde de opvatting dat theologie en filosofie niet elkaars tegengestelde waren. Het Boek der Boeken (de Bijbel) en het Boek van de Natuur zijn elk op hun manier een revelatie van God.

    (2) Justus Lipsius (1547-1606), Brabants humanist, geboren in Overijse, waar hij geëerd wordt met een monument en zijn geboortehuis nog bestaat. Hij was een tijd lang het calvinisme toegedaan: hij aanvaardde een leerstoel in de nieuwe calvinistische universiteit die Willem van Oranje in 1575 in Leiden oprichtte. Om meer dan één reden kon hij niet aarden in het kille calvinistisch-Hollandse klimaat, keerde terug naar Brabant, werd wederom Rooms en doceerde verder aan de aloude universiteit van Leuven.  

    (3) Turnèbe (1512-1565), Normandisch humanist, bevriend met Montaigne. Hij was een gereputeerd hellenist en beslagen in Griekse filosofie.

                                                                                                                ***

    Montaigne droomt van een nog ongeschreven boek... een repertorium met excerpten uit de geschriften van antieke auteurs die een beeld geven van de diepere wezenskenmerken van de mens en zijn gewoonten. Hij heeft er ook al een droomauteur voor: niemand minder dan Justus Lipsius, een zeer geleerd Brabants humanist, die zou dat werk wel aankunnen, meent Montaigne. Het streelt mijn Brabantse ijdelheid dat Montaigne een streekgenoot tipt, geboren in Overijse nabij Brussel.

    Dat een dergelijke verzuchting te lezen staat in het meest omvangrijke essay van Montaigne, het opstel over Raymond Sebond, is niet zo ongewoon, want Montaigne is een badinerend auteur die graag van de hak op de tak springt. Dat wijst niet alleen op een karaktertrek van hem maar heeft ook te maken met zijn manier van schrijven: hij vulde zijn basistekst geregeld aan met nieuwe invallen.  

    Maar die droom….? Een boek over de mens en zijn zeden… is dat niet precies het thema waarover Montaigne het in zijn essays heeft? Droomt hij over een boek dat hij bezig is zelf te schrijven? 

    (wordt vervolgd)

    17-09-2017, 00:00 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:3 Excerpta: kriskras door de Essays
    23-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaige geciteerd en toegelicht

    L’ utilité de vivre n’est pas en l’ espace, elle est en l’usage (…)

    Het is niet belangrijk hoelang je leeft, maar wel wat je met de toegemeten tijd doet!

    Essay 20

    Niet de lengte van het leven maar wat je ermee aanvangt is van belang, leert ons Montaigne in navolging van Lucretius. Lang leven hebben we niet in de hand, daadkracht wel. Geen mens kan qua duur zijn genetische aanleg overstijgen, alle mensen beschikken wel over de mogelijkheid om de toegemeten levenstijd waardevol te vullen.

    Montaigne stelt in dit citaat impliciet dat tijd op twee manieren kan worden gemeten: op de wijze van de natuurkundige, met de klok in de hand en op de wijze van de filosoof die niet let opgeleefde tijdsduur maar levensvervulling en kwaliteit..: zo kunnen levens van korte duur zo goed gevuld zijn dat ze daardoor toch ook lang zijn.

    23-03-2017, 21:45 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:4 Montaigne geciteerd en toegelicht
    20-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne over kledinggewoonten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is een tijdje geleden. Maar nu kan ik niet meer weerstaan: ik moet Montaigne weer eens beet pakken. Zo geschiedde op een donkergrijze voorjaarsdag. Linea recta naar mijn bibliotheek. Ik neem Claude Pinganaud uit het rek. De eerste, mooie, gebonden editie van deze uiterst verdienstelijke Montaigne hertaler. Ik sla het boek willekeurig open en kom terecht op blz.174  bij essay 36: ‘De l’usage de se vêtir’. Een stuk slechts enkele bladzijden lang. Zal ik de aanhef vertalen?

    Over de gewoonte om zich te kleden

    ‘Ik wil ergens naartoe: ik kan dat niet zonder het doorbreken van een of andere gewoonte die mij doeltreffend de pas afsnijdt. In deze koude dagen overwoog ik bij mezelf of de gewoonte van al die volkeren, nog niet zolang geleden ontdekt, om er spiernaakt bij te lopen, een gewoonte is die een gevolg is van het warme klimaat, zoals we dat aannemen bij Indiërs en Moren, of dat het eerder een natuurlijke toestand is van de mens.

    Gezien volgens de heilige Schrift alles onder de hemel onderworpen is aan dezelfde wetten, hebben geleerde koppen de gewoonte om in gelijkaardig beschouwingen, die een onderscheid vergen tussen natuurwetten en menselijke wetten, zich te beroepen op de kosmische orde waartegen niets kan indruisen. Welnu daar is alles van naaldje tot draadje gericht op handhaving van het leven. Daarom is het des te meer ongelofelijk dat alleen wij in gebrekkige en hulpbehoevende staat geschapen zijn, een staat die niet kan worden gehandhaafd zonder een beroep te doen op hulpmiddelen van buitenaf. Daarom beweer ik dat, net als planten, bomen, dieren en al wat leeft door de natuur voldoende zijn toegerust om zich te verdedigen tegen de ongemakken van het weer, wij dat evenzeer zijn.

    Daarom zijn bijna alle dingen of met huid

    of met haar of met schelpen of met eelt of met bast bedekt.

    Lucretius IV, 936-937. (1)

    Maar net als zij die door kunstlicht daglicht doven, zo hebben wij onze eigen mogelijkheden gedoofd door hulpmiddelen die ons vreemd zijn. Het is duidelijk dat de gewoonte ons onmogelijk maakt wat het helemaal niet is (…).’

    ___________

    (1) Proptereaque fere res omnes aut corio sunt

    aut seta, aut conchis aut callo, aut cortice tectae.

    Titus Lucretius Carus (99 -55 v.C.) was een Romeinse dichter en aanhanger van het Epicurisme. Hij was een hemelbestormer, vergelijkbaar met Spinoza en Nietzsche, die flink aanschopte tegen heilige huizen, bijgeloof en irrationaliteit. Ik kan de lectuur van De rerum naturae van ten zeerste aanbevelen in de tweetalige vertaling van Piet Schrijvers, De natuur van de dingen, Groningen, 2008, uitgegeven door de Historische uitgeverij en nog  steeds in de handel. Zijn Latijnse tekst geeft voor regel 937 een andere lezing: aut etiam conchis aut callo aut cortice tectae .


    ‘En cette saison frileuse’ , in die koude dagen:  aan de wieg van dit essay ligt een banale ervaring. Het is alweer een kille dag en Michel heeft het in zijn toren niet al te warm. Ik stel mij voor dat hij daar zijn  oude knoken koestert aan een knetterend en vast ook wat walmend haardvuur. De kou mag dan wel zijn lichaam lomen, zijn hersenen werken in goede orde. Hij grijpt naar een veer, aangeleverd door een gans van zijn erf, en zie: daar vloeit deze tekst van zijn zesendertigste essay op papier:

    ‘Il me faut forcer quelque barrière de la coutume’.

    Toegegeven Michel: gewoonten blokkeren! Wie heeft die ervaring zelf ook niet een keertje gehad? Maar, beste, je toont ons in je essay slechts één kant van de medaille. Gewoonten zijn, zoals je schrijft ‘barrières,  maar (goede) gewoontes kunnen geruststellen en zekerheid geven in de samenleving. Als juridisch geschoolde moet je toch het bestaan kennen van ‘costuymen’, het ongeschreven gewoonterecht, en de pacificerende rol van dat ongeschreven recht in de maatschappij van je tijd? In het persoonlijk leven kunnen (goede) gewoonten bijdragen tot een meer evenwichtig leven en zo tot meer geestelijke gezondheid, toch?

    Montaigne badineeert dus in dit essay  over menselijke gewoonten, meer bepaald over kledinggewoonten, die hem, we kennen Michel, al vlug in nevenbanen doen belanden. Hij weet dat zelf ook wel: net voor het einde van zijn stuk dwingt hij zichzelf weer op het juiste kledingspoor:

    ‘Sur le sujet de vêtir,…’  wat de kleding betreft,

    en hop, in de vier slotregels van zijn essay is hij  weer even bij de les: dit maal over een kledinghebbelijkheid van de koning van Mexico: Montaigne en de die Nieuwe Wereld! De Grote Aardrijkskundige ontdekkingen van de 15-16de eeuw en de wonderbaarlijke verhalen die van mond tot mond werden doorverteld, hebben hem, net als talloze andere tijdgenoten, diep getroffen. Ook  in het begin van zijn opstel Aan de kop van zijn tekst  zet een nieuw exotisch gegeven van die nieuwe wereld zijn denken in gang.

    Daar leven mensen, hele stammen zelfs, die in hun blootje lopen. Niet alleen omdat ze het daar te warm hebben, ze doen dat net zo in streken die een klimaat kennen dat met het Franse kan vergeleken worden. Michel piekert: is dat nou louter een gewoonte of is de mensheid in oorsprong spiernaakt aan zijn historische pelgrimstocht begonnen? Zijn mening kan al vermoed: het zijn gewoonten, en geeneens goede!

    Zijn overtuiging steunt hij op de Heilige Schrift en op de visie van ‘verstandige lui’. Die aanvaarden, in navolging van Aristoteles en de hele middeleeuwse scholastieke zwik, dat het Al een Kosmos is, een stevig en goed geordend geheel, bestierd door wetten waaraan niet te tornen valt, tenzij God en passant een mirakeltje uit zijn smalle mouw schudt. Dus: mensen in Frankrijk verschillen naar aard en wezen niet van mensen in de Nieuwe Wereld. De moraal van het verhaal: wij, mensen, kleden ons uit gewoonte. Maar die gewoonte om het lichaam te omhullen gaat in tegen de natuur en heeft de menselijke mogelijkheden verzwakt.

    In het vervolg van zijn essay spit Montaigne naar goede humanistische gewoonte uit zijn bibliotheek voorbeelden op uit de geschiedenis, bij voorkeur uit de Oude Geschiedenis. Montaigne, dat merkt de lezer al gauw, is hét voorbeeld van de omgevallen bibliotheek, altoos op zoek in Latijnse (overwegend) en Griekse (soms) naar verhalen en argumenten om zijn gelijk te halen.

    Geen erg diepzinnig essay, dit Essay 36. Over zichzelf deelt hij ons mee dat hij niet houdt van kleurige kledij: net als zijn vader kleedt hij zich nog het liefst in het zwart en het wit. Dat is de dracht van de ernst, de spiritualiteit, de Calvinistische pisse-vinaigre. Een azijnzeiker was Michel niet: het zou zijn plaskwaal nog erger hebben gemaakt…

    20-03-2017, 00:00 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:3 Excerpta: kriskras door de Essays
    04-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jong gedaan is oud geleerd
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Over de opvoeding van kinderen

    (…) De eerste keer dat de smaak van boeken me te pakken kreeg, was door het plezier dat ik beleefde aan de fabels in de Metamorfosen van Ovidius. Ik zal zowat zeven of acht jaar zijn geweest toen ik me alle pleziertjes ontzegde om die toch maar te kunnen lezen. Te meer omdat ze geschreven waren in het Latijn, mijn moedertaal, omdat ik geen makkelijker boek kende en omdat het onderwerp uitermate paste bij mijn leeftijd. (…) 


    04-02-2016, 00:00 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:3 Excerpta: kriskras door de Essays
    03-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne lezen...?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Waarom?

    Om kennis te maken met een 16de eeuwse Franse nobiljon en aristocraat van de geest,

    om  door de lectuur van Montaigne’s Essais tot meer zelfkennis te komen,

    om zich te goed te doen aan de wijsheidsparels, rijkelijk uitgestrooid in zijn teksten,

    om  geregeld uitstapjes te maken naar de Grieks-Romeinse Oudheid, bron van onze beschaving.

    Kortom, omwille van het genoegen:  pour le pure plaisir de lire…

    Wie niet kan wachten tot deze blog in de tekstkleren zit, schaffe zich onverwijld een editie aan van Les Essais. Dat kan ook in Nederlandse vertaling.

    Nederlands

    Michel de MontaigneEssays, Amsterdam, 1993, (Eerste druk). Vertaald door Frank de Graaff.

    Michel de MontaigneDe Essays,  Amsterdam, 2004, (Eerste druk). Vertaald door Hans van Pinxteren.

    Monumentale vertaalprestaties. 

    Frans

    Wie Montaigne huidna lezen wil, kan niet om het Frans Origineel heen. Daarom twee topedities in de onvolprezen Bibliothèque de la Pléiade:

    Montaigne, Les Essais, Paris, 2007,  Edition Alain Legros

    MontaigneLes Essais, Paris, 2011, Edition J. Balsamo, M. Magnien, C. Magnien-Simonin. A. Legros

    Het 17de eeuwse Frans van Montaigne is in wezen het hedendaags Frans, maar bevat tal van woorden en uitdrukkingen die ook de doorsnee Franssprekende van vandaag onbekend zijn. Claude Pinganaud heeft daar een mouw aan gepast door spelling en interpunctie te moderniseren en verouderde woorden in de tekst tussen haakjes te voorzien van hun modern equivalent.

     

    Michel de MontaigneLes Essais, édition établie et présentée par Claude Pingana ud, Paris, 1992, (Eerste druk).

    Michel de Montaigne,  Les Essais en français moderne, Paris, 2009, A. Lanly, (Quarto Gallimard))

     

    Tot slot: Montaigne is in het Frans ook beschikbaar in tal van goedkope edities o.a.:

    MontaigneLes Essais, Paris, 2001, (Livre de Poche, Collection La Pochothèque),Edition D. BejaÏ e.a.


    03-02-2016, 00:00 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:1 Montaigne lezen...?
    02-02-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Michels 'Woord vooraf'
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Aan de Lezer,

    Lezer, dit is een eerlijk boek! Van bij het begin waarschuwt het je dat ik geen andere dan familiale en privé bedoelingen had. Ik heb op geen enkele wijze met jou rekening gehouden en evenmin met mijn glorie. Daartoe beschik Ik niet over voldoende geesteskracht. Het boek is geschreven voor  verwanten en vrienden. Wanneer ik er niet meer zal zijn (dat staat dra te gebeuren) kunnen ze er een en ander in lezen over mijn levens- en gemoedstoestanden. Zo kunnen ze dan de herinnering die ze over mij hebben beter plaatsen en levend houden. Ware het geschreven om de gunst van de wereld te verwerven, dan had ik me heus wel wat meer opgesmukt en meer gekunsteld  gepresenteerd. Ik wil dat men mij in dit boek ziet in mijn eenvoud, ongedwongenheid en alledaagsheid, zonder charge en trucjes. Mijn gebreken kunnen er haarscherp in gelezen worden ook mijn natuur, in zoverre het respect voor het publiek me dat toelaat. Leefde ik tussen die volkeren waarvan men beweert dat ze nog genieten van de zoete vrijheid van de oorspronkelijke natuurwetten, dan had ik mij in het boek te voeten uit geschilderd, poedelnaakt, dat verzeker ik je. Je merkt het dus lezer: ikzelf ben het onderwerp van mijn boek.

     In feite is het niet verstandig om je vrije tijd te verkwanselen aan een dergelijk lichtzinnig en ijdel thema. Adieu!

    de Montaigne, de eerste dag van maart 1580.

    © W. Schuermans


    Aan de Lezer: laat je niet vangen!

     

    Montaigne’s begin is niet mis: ‘Dit is een eerlijk boek! Ik ben dat bijgevolg ook!’ Maar lezer,… laat je niet vangen! Die bewering zegt hoegenaamd niets over de inhoud van Les Essais. Of die eerlijk zijn of niet, dat is niet meer te achterhalen. De boude bewering van Michel heeft betrekking op de openhartigheid waarmee hij voor zijn lezer een waarschuwing formuleert.

    Zijn waarschuwing komt neer op het volgende. ‘Beste lezer, ik heb dit boek eigenlijk niet voor jullie geschreven, maar voor mijn verwanten en vrienden. Wat je gaat lezen handelt in feite over mijn persoon(tje). Eigenlijk ben je halfgaar als je vrije tijd besteedt aan de lectuur van mijn geschrift.’

    Montaigne laat in zijn ‘Woord Vooraf’ geen twijfel bestaan over zijn bedoelingen. Eigen glorie streeft hij niet na. Daartoe mist hij, naar eigen zeggen, geesteskracht. Natuurlijk een understatement. Even verder stelt hij, dat hij als gloriejager zijn retorische knepen wel uit de kast zou hebben gehaald.: dat impliceert dat hij dat wèl zou hebben gekund.

    Mensen willen graag na hun dood nog een tijdje in de herinnering van verwanten en bekenden verder leven. Vandaag is dat een makkie: foto’s, film, selfies, zo klaar met onze digitale wondertjes en dan opgeslagen voor het nageslacht op een peeceetje, ... Wie in de tijd van Montaigne na overlijden beeld en karakter wilde verduurzamen, moest zich heel wat meer moeite getroosten. Als hij bij kas was dan liet hij zich een portret konterfeiten of kon hij (indien geletterd) zijn toevlucht nemen tot ego-geschriften. Montaigne’s Essais zijn daarvan een goed voorbeeld. Of hij hiermee een geschikte portretmedium koos, mag betwijfeld: zijn verwanten en kennissen, gesteld dat ze post mortem nog belangstelling voor hem hadden, moesten, net als wij vandaag, heel wat stof doorploegen (niet altijd even opwindend) om hem in en tussen de regels op te delven…

    Les Essais zullen dra voor verwanten en vrienden hun portretfunctie kunnen vervullen: ‘Ik loop op mijn laatste benen’,  beweert Michel op 1 maart 1580. Montaigne zal een slechte dag hebben gehad toen hij zijn ganzenveer in de inktpot doopte, want hij leefde dapper voort tot in 1593. Hij had in 1580 dus nog dertien jaar voor de boeg! Hij had altijd al een kwakkelende gezondheid gehad, net als zijn vader Pierre de Montaigne.

    In de 15-16de eeuw werd door Portugezen en Spanjaarden buiten Europa een Nieuwe Wereld ontdekt: Amerika, die kolossale landmassa aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. We vangen daarvan in deze Montaigne-tekst een echo op. De Europeanen maakten in woord en beeld, soms tot hun verbijstering, kennis met natuurvolkeren uit de nieuw ontdekte gebieden. Sommigen beschouwden die als goddeloze wilden, anderen koesterden een idyllischer beeld van ze: het waren mensen die zonder  remmingen (in hun blootje of zo goed als) in een natuurlijke toestand leefden. Montaigne schaart zich in deze tekst aan de zijde van laatst genoemden.

    02-02-2016, 00:00 geschreven door Willy Schuermans

    Reageer (0)

    Categorie:3 Excerpta: kriskras door de Essays
    Foto

    Categorieën
  • 1 Montaigne lezen...? (1)
  • 2 Levensbeelden (0)
  • 3 Excerpta: kriskras door de Essays (5)
  • 4 Montaigne geciteerd en toegelicht (1)
  • 5 Boeken over Michel de Montaigne, oud & nieuw (0)

  • Archief per maand
  • 09-2017
  • 03-2017
  • 02-2016

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!